scannen0067Herinneringen aan Jan Hanlo (1912-1969) Een interview met poézie puré als (leuke) zetfout

“In het verzamelwerk van proza en poëzie In een gewoon rijtuig nam Hanlo met meesterschap van argeloosheid ook twee door anderen geschreven interviews met hemzelf op. Beide komen uit schoolbladen, ze zijn geschreven in die tussentaal van schoolopstel en krantestukje die hem vertederd moet hebben en waarmee hij wellicht ook het best te begrijpen was.” (Kees Fens in De Volkskrant, 13-1-1973)

Jan Hanlo op schoot bij zijn moeder, mevrouw Hanlo-Crobach, in Ned,Oost Indië, 1913 (Coll. Nederl. Letterkundig Museum)

Jan Hanlo op schoot bij zijn moeder, mevrouw Hanlo-Crobach, in Ned,Oost Indië, 1913 (Coll. Nederl. Letterkundig Museum)

Jeugdfoto van Jan Hanlo met zijn grootvader Jean Crobach (coll. Jacques Reekers)

Jeugdfoto van Jan Hanlo met zijn grootvader Jean Crobach (coll. Jacques Reekers)

Fotoportret van Jan Hanlo

Fotoportret van Jan Hanlo

Jan Hanlo (1912-1969)

Jan Hanlo (1912-1969)

Van Jan Hanlo, die mijns inziens bewust mede via zijn brieven een ‘voortbestaan’ na de dood heeft nagestreefd, ontving ik tussen 1960 en 1968 – prentbriefkaarten, drukwerken en dergelijke buiten beschouwing latende – in totaal 34 brieven. Eén schrijven getypt, de overige geschreven, veelal met groene inkt, een enkele met rode, bruine, blauwe of zwarte (bal)pen. De groene inktkleur is dáárom opmerkelijk, omdat groen zijn lievelingskleur was. Na verschijning van ‘In een gewoon rijtuig’ schreef Hanlo: “Het boekje ziet er wel mooi uit, vind ik ook wel. Ik had liever geen groen gehad. Liever steenrood of lichtgrijs, groen is mijn kleur helemaal niet” (30-3-1966).

Jan Hanlo (onder) met de redacteuren van het tijdschrift Barbarber: G. Brands, J. Bernlef en K. Schippers

Jan Hanlo (onder) met de redacteuren van het tijdschrift Barbarber: G. Brands, J. Bernlef en K. Schippers

In zijn briefwisseling komt de letterkunde al of niet terloops ter sprake: auteurs, critici, literaire tijdschriften (vooral Barbarber) en hem bekende beeldende kunstenaars (Otto van Rees en René Wong). Over Bernlef die in 1969 – met K. Schippers – ten aanzien van Jan Hanlo de niet geringe uitspraak deed “de grootste dichter en prozaschrijver in de Nederlandse taal van de laatste honderd jaar” schreef Hanlo in een brief, gedateerd 8-2-1962: “Bernlef’s bewondering voor mij is niet zó uitgesproken, in werkelijkheid.” Hanlo’s wens brieven te schrijven was evenredig aan zijn behoefte thuis post te ontvangen. Als hij op reis was miste hij wat zijn ‘thuis’ betreft de post met meest liet hij mij meermalen weten. Een aanzienlijk deel van onze correspondentie handelde over problemen van wijsgerige, theologische en psychologische aard. Zijn mening, neergelegd in brieven over theologen, psychologen en filosofen bijvoorbeeld, is later opgenomen in de bundel ‘Mijn benul’ (blz. 233-234). Het meest ergerde Hanlo zich aan al die ‘geleerden’ die het zo goed weten in opgeblazen theorieën, die niet kunnen tippen aan “christus wat betrouwbaarheid en gezag betreft” . Wetend dat hij van kindsbeen “een echte esthetisch-gerichte” was had hij het echter moeilijk met het gegeven dat Christus de esthetiek nog te min vond om over te spreken. Een karakteristieke typering van zijn levensopvatting is ook de volgende uitspraak: “Met mij gaat ’t vrij goed, na enige, gebruikelijke, impasses op mijn vaart op mijn levensvlotje, een nog steeds onduidelijk doel tegemoet en niet langsheen, laten we hopen.” (10-10-1961). De pedofiele geaardheid waar vooral na 1969 zover over geschreven is – eerst na zijn plotselinge overlijden en vervolgens na publicatie van het brievenboek (eigenlijk literaire boeknotities van een geëngageerd schrijver) ‘Go to the mosk’- bleef in onze briefwisseling geheel buiten beschouwing, lag in wezen buiten mijn gezichtsveld. Later is duidelijk geworden dat hij anderen (met name zijn talrijke correspondenten) per sé niet met zijn eigen problemen wilde vermoeien. Geen woord van Hanlo over de mij toenmaals onbekende Zandvoortse affaire in 1962 die hem persoonlijk zo heeft aangegrepen. Hooguit een cryptische omschrijving als “Ik ben dit jaar een beetje aan ’t sukkelen. Nu weer met griep al een maand. ’t Zal wel slijten. Ook andere onaangenaamheden, maar zo heel erg is ’t nu ook weer niet. Alleen is ’t vervelend als en overal alleen voor staat en eigenlijk niemand heeft om eens iets te bespreken.” (5-11-1962)

Jan Hanlo, 1967. Foto: Frans Weltens

Jan Hanlo, 1967. Foto: Frans Weltens

Pas in 1968 een begin van duidelijkheid hieromtrent als Hanlo zijn boosheid over Jaap Joppe die zijn stuk over Astère Dhont (gepubliceerd in Podium, december 1967) in een krantekritiek kwaadwillend weergaf. Daarbij een verzoek in de zomer van 1968 in Amsterdam naar huisvesting om te zien omdat hem in Limburg de grond onder de voeten kennelijk te warm is geworden. Op 25 oktober volgt dan een in Maastricht gepost briefje, met als postadres: p.a. C.van Geel, Achterweg 17, Groet N.H.: “Wacht maar eens met het zoeken voor me naar een kamer. De zaak is gelukkig geseponeerd. Maar ik ga toch uit Valkenburg verhuizen. Eerst eens op reis, wellicht.”  Begin1969 zal hij opbellen met het verzoek voor een persoonlijk en een voor hem belangrijk gesprek. Vanuit Valkenburg op zijn 1000cc-motor komt Hanlo ’s middags in Hoofddorp aan, waar ik op dat moment een stage volg in de openbare bibliotheek. Directeur (en dichter) Sake Helder staat toe dat Hanlo mij meeneemt naar een café om over een zekere kwestie van gedachten te wisselen. Hij vertelt dan openhartig over zijn erotische belangstelling voor kinderen en zijn uitdrukkelijke wens naar een land te gaan zonder al die taboes welke onze cultuur kent. Omdat ik vele malen in Turkije op vakantie ben geweest wil hij weten hoe zijn kansen in dat land liggen, rekening houdend met omstandigheden zoals de kinderen aldaar, de ouders, politie, justitie e.d. Op grond van wat ik van Turkije’s familie- en leefgewoonten weet raad ik hem ten stelligste af voor dit doel dat land te bezoeken. Na eerst nog even met de bibliothecaris over literatuur gesproken te hebben, waarnaar Hanlo’s hoofd op dat moment echter in het geheel niet stond, nemen we afscheid. Achteraf zal blijken voorgoed. Hanlo reisde in het voorjaar van 1969 naar Marokko met intussen alle bekende gevolgen. Terug naar het begin.

Het inmiddels afgebroken portiershuisje van de Volkshogeschool Geerlingshof (feitelijk 1 kamer), waar Hanlo woonde van 1958 tot aan zijn dood in 1969 (Jan M.G.Schurgers: Jan Hanlo, 1971)

Het inmiddels afgebroken portiershuisje van de Volkshogeschool Geerlingshof (feitelijk 1 kamer), waar Hanlo woonde van 1958 tot aan zijn dood in 1969 (Jan M.G.Schurgers: Jan Hanlo, 1971)

Begin juni 1960 zond ik vanuit Saint Louis, een internaat in Oudenbosch, een schrijven aan een dertigtal letterkundigen met het verzoek om een stukje handschrift. Aan Jan Hanlo meteen naar het geruchtmakende vers ‘Oote’. Hanlo antwoordt per omgaande en stuur het originele manuscript (1). Reeds onze eerste brief bevat een reeks aanzetten voor een voortgezette correspondentie. Hij schrijft in het Brabants dialect en stelt allerlei vragen, zoals: waarom precies ‘Oote’, hoeveel autografen al in mijn bezit zijn en of ik al eens in Deurne, zijn jeugdplaats geweest ben. Verder merkt hij op de nagebouwde Pieterskerk in Oudenbosch wel eens te willen bezoeken en vraagt om bij gelegenheid in Valkenburg langs te komen. Ten slotte voegt hij nog vijf autogrammen toe, van Adriaan Morrièn, Chr.J.van Geel, Bernlef (Henk Marsman), de Vlaming Gust Gils en Limburgse dichteres Harjo Wong. Korte tijd later stuur ik hem ter beoordeling een gedicht ‘Aehr’ dat hij als een zwakke navolging van Gezelle en Tagore resoluut afwijst. Medio 1961 bericht Hanlo van een schoolblad een verzoek te hebben gekregen en het resultaat te zullen toezenden als het bevalt. Intussen wordt een voorlopige afspraak gemaakt voor een bezoek aan Hanlo in de paasvakantie. Met een vriend, Piet Menheere, zal ik hem ontmoeten op het station van valkenburg. Eerder die ochtend had hij een specialist in Maastricht geraadpleegd. Tijdens de carnavalsviering was Hanlo gevallen, wat een lichte hersenschudding ten gevolge had. Als nawerking trad een hevige hoofdpijn op en na zijn bezoek aan het ziekenhuis vertelt Hanlo dat dat hij waarschijnlijk een ligkuur van zes weken zal moeten ondergaan. Ten behoeve van het internaatsblad De Klaroen van instituut Saint Louis heeft vervolgens een gesprek plaats in zijn woning, het poorthuisje van Geerlingshof (de Volkshogeschool). In mei stuur ik hem het uitgeschreven interview toe met een verzoek dit te corrigeren. Op 29 mei (m’n verjaardag! voegt Hanlo er veelbetekenend aan toe) houdt hij zich hiermee bezig. Enkele passages worden geschrapt als verkeerd overgekomen. Bijvoorbeeld mijn opmerking dat Hanlo het betreurde dat Podium ingezonden werk als te ‘druilerig’ had geretourneerd (“Helemaal niet. ’t Kon me nou echts niets schelen, of je ’t gelooft of niet”). Ook een verwijzing naar de gezellige rommel in zijn kamer wordt als een onjuiste voorstelling van zaken bestempeld (“leek ’t jou, maar is ’t niet. Ik hou niet van rommel. Wel is de kamer helaas veel te vol.”).Een uitspraak van de tuinier dat Hanlo vaak een middagdutje doet bestrijdt hij. “Helemaal onjuist! Ik slaap lang, omdat ik laat op ben, maar doe nooit een middagdutje. Ik sta als ’t moet met plezier om laten we  zeggen 1 uur in de middag op of veel later.” In een begeleidend schrijven verzoekt hij bij herhaling de geciteerde teksten letter voor letter te corrigeren, schrijft als schot voor de boeg “anders moet ik ’t later weer recht gaan zetten.” En laat onder andere nog weten: “Ik heb de indruk dat we nogal ver van elkaar staan, elkaar niet zo heel sterk aanvoelen, maar dat is immers altijd zo in ’t leven, dat zul je zelf ook nog wel merken. We mogen al blij zijn dat we een behoorlijke belangstelling voor elkaar hebben (sommigen prefereren een onbehoorlijke)”. Door middel van een briefkaart bedank ik voor zijn medewerking en per omgaande schrijft Hanlo: “Ik hoop inderdaad dat m’n gedichten zonder afwijkingen geplaatst worden en dat me niets in de mond gelegd wordt dat ik niet – of anders – gezegd heb” (7-6-1961). Een postscriptum laat niets aan duidelijkheid te wensen over: “Verleden jaar kreeg ik een bewijsnummer van een schoolblad in Zuid-Limburg, waarin ook iets van mij stond. Het exemplaar dat mij toegezonden werd, was naderhand met de pen gecorrigeerd. Dat nam ik niet. Ik wil graag weten wat de lezers te lezen krijgen.” In deze en volgende brieven valt herhaaldelijk het woord scrupuleus waar het om de correctie gaat. Het zal dan nog negen maanden (en evenzovele brieven) duren voordat het vraaggesprek integraal geplaatst wordt. Eerst de mededeling dat De Klaroen in de zomermaanden niet zal uitkomen en pas in september verschijnt. De werkelijke reden van uitstel is dat De Klaroen vanwege de hoge drukkosten mogelijk zal verdwijnen. In dat geval stel ik Hanlo voor het interview te publiceren in ‘Utopia’, orgaan van het Thomas More College in Oudenbosch. “Vervelend, maar wel overheen te komen. Als ’t zover is dat ze aan de opmaak toe zijn, vergeet dan niet de correctie’(10-7-1961). Als Hanlo begin oktober nog niets heeft vernomen schrijft hij in een brief van 10 oktober onder andere: “Er zullen wel zet- of tikfouten in het interview zijn gekomen, hè? Dat gaat altijd zo. Als ’t maar niet erg is (dat er b.v. niet i.p.v. wel; of zwart i.p.v. wit staat). En zelfs dàt kan in het volgend nummer hersteld worden.” Twee weken later valt dan de beslissing dat De Klaroen, ondanks de hoge drukkosten van ƒ 6.000,- per jaar, zal blijven verschijnen en bericht ik Hanlo dit goede nieuws onmiddellijk. Die toont zich verheugd. “Gelukkig maar. De Klaroen ziet er typografisch goed verzorgd uit, maar ƒ 6000,- per jaar is nogal wat. Naar mijn indruk staat het blad een beetje ver van de jongens af. Utopia ziet er ook niet slecht uit. Die serieuze artikelen zullen inderdaad wel weinig lezers vinden, veronderstel ik. Zelf een blad beginnen, daar heb ik vaag wel eens aan gedacht, maar ik geloof niet dat ik er iets van terecht zou brengen. Zelf weinig productief en erg selectief met een bepaalde smaak, zou ik waarschijnlijk niet voldoende kopij bijeenbrengen voor een jaargang. Zorg dat je de drukproeven van het interview zelf corrigeert. ’t Is altijd nogal vervelend op iets te moeten terugkomen.” (21-11-1961). Drie weken later schrijft hij ter geruststelling over uitblijven van publicatie: “Dat interview dat Morriën mij in 1954 afnam is pas in 1958 (in Tirade) geplaatst, dus wat jouw interview betreft hebben we nog de tijd (als je de proeven maar in de gaten houdt! Niet dat er van die vervelende drukfouten in komen die aan de zaak een andere betekenis geven, bij wijze van voorbeeld: als het woord NIET uitvalt)” (11-12-1961).

Jan Hanlo met zijn beide motoren voor zijn huisje in Valkenburg (foto Ser J.L.Prop)

Jan Hanlo met twee van zijn drie Vincent-motoren voor zijn huisje in Valkenburg, links de Black Knight en rechts de Black Shadow (foto Ser J.L.Prop)

In 1965 deed Jan Hanlo mee aan de eerste motorsprints op het circuit van Zandvoort. Hij werd tiende. Nummer 48 is Hanlo en nummer 48 Jan Kampen

In 1965 deed Jan Hanlo mee aan de eerste motorsprints op het circuit van Zandvoort. Hij werd tiende. Nummer 47 is Hanlo en nummer 48 Jan Kampen

Jan Hanlo in zijn éénkamerhuisjr annex Vincentgarage [Uit: Motor, 12 januari 1973, blz. 42]

Jan Hanlo in zijn éénkamerhuisje annex Vincentgarage [Uit: Motor, 12 januari 1973, blz. 42]

In januari 1962 kan ik Hanlo berichten dat het vraaggesprek in het februarinummer zal worden opgenomen. Hij antwoordt: “Dus dan komt het interview er toch in. Je zorgt fat je de drukproeven controleert, hè…” (17-1-1962). In februari komt echter vanwege de lengte enkel de vrije lange inleiding: ‘De ars poëtica experimentalis’ en een eerste deel van het gesprek met Hanlo (wordt vervolgd) in druk gereed. Als illustratie staat Jan Hanlo in zijn beste kostuum zijn 1000-cc-kopkleppenmotor zogenaamd te repareren, met op de achtergrond enkele kisten met opschrift: ‘Droog bewaren. LIGA’.

Hanlo "aan het werk" bij 1 van zijn 2 motoren

Hanlo “aan het werk” bij 1 van zijn 2 motoren

Ik stuur Hanlo een bewijsnummer, maar commentaar blijft nog uit. Enkel: “Dank voor je Klaroen. Als het volgend nummer uitkomt wil je me dan van beide nummers enige exemplaren sturen om aan enige geïnteresseerden te sturen?”  (8-2-1962). In het maartnummer nochtans geen vervolg, vanwege plaatsruimte. Hanlo’s geduld wordt op de proef gesteld, maar de aprilaflevering verschijnt als dubbelnummer en de redactie bericht in het voorwoord: “Als groot artikel vindt u in deze Klaroen de bijdrage: ‘In het domein der schone kunsten’. Hoewel het eerste gedeelte van dit artikel reeds werd geplaatst, meende de redactie toch, dat het beter was, dit artikel nogmaals in zijn geheel in één nummer te publiceren. We veronderstellen, dat de jeugdige Klaroenlezers dit artikel wel zullen overslaan, maar we meenden aan de groep Senioren wel dit stuk eigen werk van een onzer jongens te mogen voorleggen.” Na ontvangst reageert Hanlo nog dezelfde dag. “Dank je wel voor De Klaroen, ik heb heel weinig tijd op het ogenblik. In zijn geheel een zeer leesbaar verslag, dacht ik, Er staan natuurlijk wel zetfoutjes in, maar niet van zwaar kaliber. Je bent (of was toen) blijkbaar nog in een periode dat je graag zoveel mogelijk vreemde woorden gebruikt. Dat doet natuurlijk wel wat snobistisch aan, maar zo héél verschrikkelijk lijkt mij dat ook niet. Natuurlijk moet je wel erg oppassen dat je ze goed gebruikt, anders werkt het i.p.v. imponerend of exact lachwekkend (poésie puré!!!). De ‘gerenommeerde toeristenplaats’ zal wel een lachje op menig gezicht brengen, zoals het legertje paleontologen etc. en de welige lariksen. Jonge, jonge wat woon ik hier uniek op het gezapige Geerlingshof. Het ‘frugaal’ kostuum is niet zo echt aanvechtbaar. Het woord is wel goed voor dat bepaalde bruin.” Na nog een serie opmerkingen eindigt hij zin brief als volgt: “Maar kom. Laat ik niet schoolmeesteren. Ik vind het een aardig stuk. Zo’n woordje als ‘de lievelingsdichter van een groot aantal jongeren’ is tenslotte wat waard. Het breekt uit de band van, of voorkomt een ál te grote gelijkmatigheid en exactheid en objectiviteit”  (19-4-1962).

Als Hanlo een maandnog geen brief terugontvangen heeft informeert hij een weinig ongerust: “Ben je boos, dat ik niets van je hoor? Ben ik niet enthousiast genoeg geweest over je stuk over mij?  Je moet niet vergeten dat ik mij niet kan veroorloven er èrg enthousiast over te zijn, omdat het immers over mijzelf gaat! Snap je?  Ik vind het goed werk. De kleine foutjes spelen geen rol. Beantwoordt he m’n vorige brief nog. Ja, natuurlijk. Heeft trouwens geen haast. Dag.” (17-5-1962).  Ook in latere brieven komen een enkele maal de drukfouten nog ter sprake, doch betuigt hij tegelijkertijd zijn erkentelijkheid dat de aangehaalde uitspraken en verzen zonder zetfout waren.

Drie jaar later volgt dan het verzoek het Klaroen-interview te mogen opnemen in zijn verzameld proza; ‘In een gewoon rijtuig’, waarmee ik uiteraard instem en voorstel enkele vreemde woorden te vervangen. Hanlo antwoordt: “Ik zal poésie-puré als (leuke) zetfout signaleren. De andere zetfouten had ik al gecorrigeerd, alleen voel ik er nooit veel voor achteraf de puntjes van iets af te vijlen – dat is nooit een verbetering. Dat ‘frugaal’ laat ik dus staan. Dat was trouwens nu nèt het woord voor het bruin van dat kostuum. Vertrouw maar op mij, je wordt er niet tussen genomen! Ik had wel 5 of 6 interviews ter keus (lees ‘Wat zij bedoelen’ – Querido – eens; o.a. een goed interview van Remco Campert, vind ik)”  (17-11-1965). Hier vergiste Hanlo zich overigens en bedoelde Bernlef en Schippers waar hij Campert schreef. Na uitgave van het boek zenden een vriend en ondergetekende een gelukstelegram naar Valkenburg. Hanlo dankt voor de spontane reactie, maar spreekt vervolgens zijn grote teleurstelling uit over het feit dat in het 279 bladzijden tellende boek wel drie stomme drukfouten staan! ‘Nachtgaal’ in ‘Perzische Dansliederen’; voorts ergens een punt vergeten en last but not least het woord ‘heel’ had tweemaal moeten staan in het ‘Gedicht’ op pagina 179, 9e regel. “Die vogel meen ik inderdaad al heel lang te kennen (al een jaar of 20!)” (30-3-1966). Hanlo was niettemin gelukkig met het gegeven dat de twee interviews uit schoolblaadjes thans zonder drukfouten het licht zagen, inclusief ‘poézie puré’ met de typisch Hanloiaanse opmerking als voetnoot: “Ik mag dit van de toen zeer jeugdige Hans Krol laten staan. Het was een zetfout.” (2)

Jan Hanlo tijdens een voordracht in Utrecht

Jan Hanlo leest voor uit eigen werk bij de manifestatie ‘Poëzie in Carré’ (VPRO, 1966)

Noten

(1) later blijken meerdere ‘originele’ versies in omloop. Opmerkelijk zijn de overeenkomsten van Hanlo’s ‘Oote’ met enige passages in Rabelais’ ‘Pantagruel’, zoals geconstateerd door Adriaan de Roover (in ‘Tafelronde’, 1953).

(2) Bovenstaand artikel verscheen eerder in: Bzzletin nummer 116, mei 1964, blz. 96-98.

Vooromslag Jan Hanlo-nummer van Bzzletin,116, mei 1984

Vooromslag Jan Hanlo-nummer van Bzzletin,116, mei 1984

Postscriptum

Over het voorgevallene in september 1959:  ‘Incident rond Jan Hanlo in de Linnaeushof’ (Bennebroek), zie artikel van Hans Krol en Hans Renders, in: HeerlijkHeden, nummer 100, april 1999, blz. 142-149.

In het honderdste geboortejaar verscheen kortgeleden bij uitgever Van Oorschot een uitgave van het verzameld proza van Jan Hanlo. Literatuurcriticus Arjen Fortuin schreef hierover in NRC Handelsblad van 30 november een recensie met als titel ‘Wie dit leest is niet gek’: “Een koningin in winterslaap is ongeveer de leeservaring die het deze week verschenen ‘Verzameld proza’ van Jan Hanlo (1912-1969) oproept. Hanlo is al jaren volledig gecanoniseerd, met zijn al tijdens zijn leven onder die titel verschenen ‘Verzamelde gedichten’, een tweedelige brievenuitgave (1989), een tweedelige brievenuitgave en een biografie door Hans Renders (1998) – zozeer dat het je eigenlijk verbaast dat er nog geen verzameld proza was. Nog net in zijn honderdste geboortejaar is het er nu dan toch, in 700 prachtig gemaakte pagina’s dundruk met groot ‘Een erwt zo groot als een voetbal is geen erwt’ op het stofomslag (…) Het boek toont hoe zijn belangstelling voor het gekke hem tot een onvergetelijke schrijver maakte – en hoe hij woord na woord het gekke wilde eren én bezweren.”

Vooromslag Verzameld proza'  van Jan Hanlo

Vooromslag Verzameld proza’ van Jan Hanlo

Voorts krijgt Hanlo in het Limburgse Valkenburg waar hij het grootste deel van zijn leven woonde alsnog een straatnaam: Jan Hanlohof. Eerder zijn in Almere en Den Haag straten vernoemd naar Jan Hanlo. Al in 1997 wilde men in Valkenburg een pleintje naar de schrijver noemen, maar dat leidde toen tot protesten van bewoners vanwege de pedofiele geaardheid van de dichter, waarna de gemeente besloot te kiezen voor Stiena Ruypers (Park) als eerste vrouwelijke wethouder van Nederland.

Renée van der Zanden met de door vormgegeven Hanlo-prent

Renée van der Zanden met de door vormgegeven Hanlo-prent

Verder streeft de stichting ‘Dichter in Beeld’, die in 2012 ook een Hanlo-prent uitgaf (ontworpen door kunstenares Renée van der Zanden) naar een fysiek monument ter herinnering aan Hanlo bij het vroegere Geerlingshof. Op 30 november is in de openbare bibliotheek van Valkenburg een hommage ‘Terug naar Jan Hanlo’ gehouden, met medewerking van onder meer publicist Jan Schurgers, kunstenaar Theo Wintels en taalkundig musicus Tom America. In Centre Céramique/Stadsbibliotheek Maastricht is in samenwerking met de organisatie Dichter in Beeld een collectie publicaties van Jan Hanlo in de benedenhal tentoongesteld. Sander Bisscheroux stelde een begeleidende brochure samen onder de titel ‘Jan Hanlo 100 jaar’.

Hanlo13

Medio mei 2013 zal wederom de tweejaarlijkse Jan Hanlo Essayprijs worden uitgereikt, een initiatief van Barbara Hanlo, een achternicht van de letterkundige en van biograaf Hans Renders, die aan de Universiteit van Tilburg op Hanlo promoveerde.

=========================================================

Het motorongelijk waarbij Jan Hanlo verongelukte had plaats op 14 juni 1969, op 16 juni overleed hij en 21 juni had de begrafenis plaats

Het motorongeluk in Berg en Terblijt waarbij Jan Hanlo verongelukte had plaats op 14 juni 1969, op 16 juni overleed hij in een ziekenhuis te Maastricht en op 21 juni had de begrafenis plaats op het R.K.kerkhof van Valkenburg

Begrafenis van Jan Hanlo op r.k.kerkhof in Broekhem, Valkenburg.

Begrafenis van Jan Hanlo 16 juni 1969 op r.k.kerkhof in Valkenburg-Houthem

Bidprentje Jan Hanlo

Bidprentje Jan Hanlo

Grafsteen Jan hanlo op kerkhof in Valkenburg (L), na wijziging van foute sterfdatum (24.6.1969) in de juiste datum: 16-6-1969

Grafsteen Jan Hanlo op kerkhof in Valkenburg (L), na wijziging van foute sterfdatum (24.6.1969) in de juiste datum: 16-6-1969

Geschilderd portret van Jan Hanlo door René Wong (in particulier bezit)

Geschilderd portret van Jan Hanlo door René Wong (in particulier bezit)

Voorzijde stofomslag biografie van Jan Hanlo door Hans Renders

Voorzijde stofomslag biografie van Jan Hanlo door Hans Renders, Open Domein, 1989

In 1988 verschenen postzgel met een gedicht van Jan Hanlo: 'Ik noem je bloem' etc.

In 1988 verschenen postzegel met een gedicht van Jan Hanlo: ‘Ik noem je bloem’ etc.

 

In 1989 had een tenrtoonstelling plaats in kasteel 'Oost' in Valkenburg aan de Geul met 18 kunstwerken geïinspireerd op gediachten van Jan Hanlo met creaties van Elly Blom, Charlotte Gerards, Henk Habets, Thijs habets, Gerard Hettinga, Willemien roon, Paul laeven, Fons Lemmens, Marli Luyten, Lei Molin, Det Smeets, Marly Smeets, Jos Smeets, Hamns Smeets, Jean Spronck, Nelly Vincken-van Hasselt, Theo Wintels en Frits van der Zander.

In 1989 had een tentoonstelling plaats in kasteel ‘Oost’ in Valkenburg aan de Geul met 18 kunstwerken geïinspireerd op gedachten van Jan Hanlo met creaties van Elly Blom, Charlotte Gerards, Henk Habets, Thijs Habets, Gerard Hettinga, Willemien Kroon, Paul Laeven, Fons Lemmens, Marli Luyten, Lei Molin, Det Smeets, Marly Smeets, Jos Smeets, Hans Smeets, Jean Spronck, Nelly Vincken-van Hasselt, Theo Wintels en Frits van der Zander.

In de gedichtenroute van Valkenburg zijn sinds 2008 twee borden opgenomen met verzen van Jan Hanlo: 1) 'Ik noem je bloem etc.' en 2) 'Overweging met een lyrische component'  (Mats Beek)

In de gedichtenroute van Valkenburg zijn sinds 2008 twee borden opgenomen met verzen van Jan Hanlo: 1) ‘Ik noem je bloemen etc.’ [zie foto] en 2) ‘Overweging met een lyrische component’ (Mats Beek)

Vers 's Morgens van Hanlo aan de muur bij de molen van Schyns in de Sint Pieterstraat te Valkenburg

Vers ‘s Morgens van Hanlo aan de muur bij de molen van Schyns in de Sint Pieterstraat te Valkenburg

Door hans Dessens en Frank Turenhout voor bibliofiele uitgave 'Vogels van diverse pluimage' (2014)

Door Hans Dessens en Frank Turenhout voor bibliofiele uitgave ‘Vogels van diverse pluimage’ (2014)

Zeefdruk van 's Morgens (Jan Hanlo), vervaardigd door Hans Smeets (geboren 1943 in Valkenburg)

Zeefdruk van ‘s Morgens (Jan Hanlo), vervaardigd door Hans Smeets (geboren 1943 in Valkenburg)

Muurgedicht 'De Mus' van Jan Hanlo in Leiden (foto Annemie's blog)

Muurgedicht ‘De Mus’ van Jan Hanlo in Leiden, Nieuwe Rijn 107 (foto Annemie’s blog)

Driielui op doek, geïnspireerd op 'de mus' van Jan Hanlo (Galerie Hennie Los)

Drieluik op doek, geïnspireerd op ‘de Mus’ van Jan Hanlo (Galerie Hennie Los)

De Mus - The Sparrow Jan Hanlo op de gevel van een huis in Dublin, Ierland (Marlou)

De Mus – The Sparrow Jan Hanlo op de gevel van een huis in Dublin, Ierland (Marlou)

Tom America en Jan Hanlo: 'De Mus' is een verfilmd gedicht uit 2009

Tom America en Jan Hanlo: ‘De Mus’ is een verfilmd gedicht uit 2009

http://www.youtube.com/watch?v=S6YjKYN7gnA

Vers 'Wij komen ter wereld' door Jan Hanlo (1946)

Vers ‘Wij komen ter wereld’ door Jan Hanlo (1946) Eerste zes van 14 strofen

Olieverfdoek door Gerard Hettinga (1942 geboren in Amsterdam), 1989, geïinspireerd op 'Wij komen ter wereld' van Jan Hanlo

Olieverfdoek door Gerard Hettinga (1942 geboren in Amsterdam), 1989, geïinspireerd op ‘Wij komen ter wereld’ van Jan Hanlo

In de Bulgaarse hoofdstad Sofia zijn op een aantal gebouwen verzen van Europese schrijvers aangebracht. Voor Nederland werd door de Ned. ambassade gekozen voor 'Zo meen ik dat ook jij bent' van Jan Hanlo (Rolf van der Marck)

In de Bulgaarse hoofdstad Sofia zijn op een aantal gebouwen verzen van Europese schrijvers aangebracht. Voor Nederland werd door de Nederlandse ambassade gekozen voor ‘Zo meen ik dat ook jij bent’ van Jan Hanlo (Rolf van der Marck)

Hanlo in Sofia (Lunatic News)

Hanlo in Sofia (Lunatic News)

Jan Hanlo in Sofia, Bulgarije

Jan Hanlo in Sofia, Bulgarije, met zijn vers ‘Zo meen ik dat ook jij bent’ tevens vertaald in het Bulgaars en het Engels

Vers 'Jan Hanlo in Valkenburg' door Hans van Helmond, augustus 2012

Vers ‘Jan Hanlo in Valkenburg’ door Hans van Helmond, augustus 2012

Gedichtenkaart van 'de Mus", verkrijgbaar bij Postersquare

Gedichtenkaart van ‘de Mus’, verkrijgbaar bij Postersquare

Vers van Jan Hanlo op muur van winkel 'Vögele' in Veenendaal (foto Mats Beek)

Vers van Jan Hanlo op muur van winkel ‘Vögele’ in Veenendaal (foto Mats Beek)

Het gedicht 'De Mus' van Jan Hanlo in Veenendaal (foto Mats Beek)

Het gedicht ‘De Mus’ van Jan Hanlo in Veenendaal (foto Mats Beek)

's Morgens in handschrift van Jan Hanlo. Opgenomen in zijn bundel: The Varnished - het geverniste (1952)

‘s Morgens in handschrift van Jan Hanlo. Opgenomen in zijn bundel: The Varnished – het geverniste (1952)

Het vers 's Morgens van Jan Hanlo

Het vers ‘s Morgens (uit 1948) van Jan Hanlo, gedrukt door de Mercator Press (1996)

scannen0058scannen0059

'Staatsiefoto' Jan Hanlo door Philip Mechanicus (1981)

‘Staatsiefoto’ Jan Hanlo door Philip Mechanicus (1981)

Vooromslag van 'En de grote rode kroten rooien. Jan Hanlo's moedertaal', geschreven door Wiel Kusters. Verschenen in het najaar van 2012 als 45ste uitgave van Huis Clos (essay 6) bij gelegenheid van de 100ste geboortedag van Jan Hanlo.

Vooromslag van ‘En de grote rode kroten rooien. Jan Hanlo’s moedertaal’, geschreven door Wiel Kusters. Verschenen in het najaar van 2012 als 45ste uitgave van Huis Clos (essay 6) bij gelegenheid van de 100ste geboortedag van Jan Hanlo.

Recensie boek van Wiel Kusters over Jan Hanlo. Uit: Beursberichten zondag 8 december 2013 (1)

Recensie boek van Wiel Kusters over Jan Hanlo. Uit: Beursberichten zondag 8 december 2013 (1)

Vervolg artikel van Marinus Elling over jan Hanlo door Wiel Kusters

Vervolg artikel van Marinus Elling over Jan Hanlo door Wiel Kusters

Voorzijde van bibliofiele uitgave Jan Hanlo: acht gedichten in het Engels. Houtpers, 1986. Artikel over de Houtpers in vh. Haarlem, tegenwoordig Wageningen van Niek Smaal, zie: Boekenpost , nr. 130, p.12-14.

Voorzijde van bibliofiele uitgave Jan Hanlo: acht gedichten in het Engels.
Houtpers, 1986. Artikel over de Houtpers in voorheen Haarlem, tegenwoordig Wageningen, van Niek Smaal, zie: Boekenpost , nr. 130, p.12-14.

Jan Hanlo: Zonder geluk valt niemand van het dak. Uit: Tableaux litéraires; door De Enschede School, uitgegeven door Het Parool bij jaarwisseling 1981/1982.

Jan Hanlo: Zonder geluk valt niemand van het dak. Uit: Tableaux litéraires; door De Enschede School, uitgegeven door Het Parool bij jaarwisseling 1981/1982.

Vervolg van Jan Hanlo: Zonder geluk valt niemand van het dak.

Vervolg van Jan Hanlo: Zonder geluk valt niemand van het dak.

BIJLAGE: BEZOEK VAN JAN HANLO AAN VAN TUBERGEN IN HAARLEM EN OMGEVING

Op Koninginnedag donderdagmiddag 30 april 1953 schreef Jan Hanlo de volgende brief aan zijn moeder, mevrouw A.Hanlo-Crobach (1). ‘Lieve Mai. Van het poststempel van mijn potloodbrief zie je dat hij in Haarlem gepost is. Dat komt omdat ik deze vrije middag gebruikt heb om naar Haarlem te gaan om de gele narcisjes, waar ik een paar jaar geleden wat te laat voor was – er bloeiden nog maar enkele ex. – weer eens op te zoeken. Het bezoek is – vind ik – hoogst bevredigend geweest. Ik kwam na vragen en zoeken weer aan de proeftuin van Tubergen in Haarlem, maar daar was het veldje opgedoekt. Een mijnheer – waarschijnlijk een van de Tubergens zelf – zei mij dat ze het er niet goed deden en dat hij ze niet meer had. Maar hij had ze gezien in Bennebroek. Ik vroeg hem niet waar precies, maar ben tenslotte toch naar Bennebroek gegaan – een kwartiertje met de bus. Het is vlakbij de Flora-tentoonstelling – die mij niet interesseert. Daar weer gevraagd. Iemand was zo slim om te suggereren dat Tubergen ze dan wel in de buurt van z’n eigen velden zou hebben gezien.

Voorbeeld van jonquil-narcissen

Voorbeeld van jonquil-narcissen

In de buurt van die velden had ik al iets vuil-geels gezien: uit de verte niet erg aantrekkelijk. Ik sprak een man aan die ergens werkte. Hij kende het veld, het was inderdaad tegen de velden van Tubergen aan: die vuil-gele veldjes die ik gezien had. Hij liep met me mee, omdat de velden vandaag, vanwege Koninginnedag niet toegankelijk zijn omdat er over ‘t algemeen niet op gewerkt wordt. En daar waren ze. Allemaal met hun kopjes van de wind afgewend. Ik zei die man van te voren dat ze zo sterk roken. Hij was er wel wat door gefrappeerd dat nu te merken: hij als bollenman, natuurlijk. Hij was wel geïntereseerd hoe ze heetten en ging het bordje op het veld zoeken, want hij zei: er zijn zoveel jonquilen. Jonquilen stond er alleen maar op het bordje; Enkele jonquilen (import). Dit ‘import’ vond ik wel interessant. De man was ook een heel klein tikje verbluft door dit ‘import’ geloof ik. Ik denk dat dit een originele narcis is, misschien uit de Balkan of waar danook. Geen menselijk mengsel, geen kunstmatig snel ontstaan soort maar oud. Wel leuk he? Dag. Jan.”

(1) Uit: Jan Hanlo. Brieven Deel 1 1931-1962. Amsterdam, G.A.van Oorschot, 1989.

Oude foto van het bloembollenterrein van de kwekersfirma C.G.van Tubergen Jr. aan de Manpadslaan in Heemstede

Oude foto van het bloembollenterrein van de kwekersfirma C.G.van Tubergen Jr. aan de Manpadslaan in Heemstede

About these ads