JUDITH LEYSTER (1609-1660) + JAN MIENSE MOLENAER (1610-1668)  en hofstede Het Lam (Groenendaal)

Afzonderlijk is beschreven het buitenverblijf van de kunstschilders Gerrit en Dirk Bleker ‘De Driesprong’ nabij Groenendaal. Ten westen van de vroegere Berchlaan lagen nog twee andere woonhuizen ‘de drie Corenaren’ ofwel ‘Corencamp'(1) en ‘Het Lam’, beide hofsteden rond 1645 in bezit van Haarlemse bierbrouwers.

Situatieschets van panden in Groenendaal in de 17e eeuw (J.W.Groesbeek)

Situatieschets van panden in Groenendaal in de 17e eeuw (J.W.Groesbeek)

Hofstede Het Lam

Het bescheiden buiten ’t Lam aan de Berglaan (Westerberglaan) was nabij het Pauwenbos gelegen [vernoemd naar oorspronkelijke eigenaar Adriaen Pauw] en daar oorspronkelijk door middel van een houten schutting gescheiden van het huis Groenendaal. Aangenomen wordt dat Francois Tierens de eerste eigenaar was en door verkoop ‘Het Lam’ een afzonderlijk buiten werd (2). De Amsterdamse bierbrouwer Lodewijk de Bas kocht het buitenplaatsje op 20 augustus 1643 van zijn stadgenoot Jacob Reepmaker jr., familie van Petrus Reepmaker die op 24 juli 1633 als predikant in Heemstede was bevestigd. Deze hofstede kreeg vervolgens de naam van de bierbrouwerij van L.de Bas die aan het Singel lag en het Lam heette. November 1648 is het buitenhuis met omliggend terrein doorverkocht aan Jan Miense Molenaer, vrijwel zeker op aandrang van echtgenote Judith Leyster die mogelijk vanwege haar gezondheid voorkeur gaf aan het wonen in een landelijke omgeving en voor het maken van bijvoorbeeld een stilleven niet in de stad hoefde te wonen. Trouwens ook Molenaer was al via zijn ouderlijk huis in Heemstede bekend. Hij betaalde met custing (hypotheek), schuld- of maanbrief groot ƒ 8.200,- en heeft een deel van de koopsom in schilderijen voldaan, zoals in die tijd niet ongebruikelijk was.

Jan Miense Molenaer was in 1636 in het huwelijk getreden met de schilderes Judith Leyster (Leystar). Zij is in 1660 in huize het Lam overleden en op het kerkhof rond de Gereformeerde (Hervormde) kerk in Heemstede begraven. Een 17e eeuwse kroniekschrijver noemde haar “met de mannen egaal in de kunst”, maar na haar dood is zij snel in de vergetelheid geraakt om in de 20ste eeuw de volledige herwaardering te ontvangen door middel van o.a. boeken en tentoonstellingen.

==================================================

Transportaktes van hofstede Het Lam aanwezig in het Noord-Hollands Archief Inventaris eigenaren buitenplaatsen Heemstede, 3877

- Register 581 Jaren 1648-1650  Folio 40

Lodewijk de Bas transporteert 24 november 1648 de toen nog naamloze hofstede aan Jan Miense Molenaer met een custing voor ƒ 8.200,-. Gelegen aan de Berglaan, belend aan de hofstede Groenendaal, op dat moment toebehorend aan Johannes Boots en oorspronkelijk aan François Tierens.

- Register 584  jaren 1653-1657  Folio 36

Jan Miense Molenaer is schuldig aan Abraham Pieter Charles te Haarlem een losrente in verband met zijn hofstede Het Lam.

 – Register 587  Jaren 1669-1677 Folio 39

3 juli 1670 verkoopt Jonas le Febre, getrouwd met Helena Molenaer [dochter van J.M.Molenaer en Judith Leyster] aan Willem de Kies een hofstede Het Lam aan de Berglaan en het Pauwenbos. Voor de volledige akte, zie bijlage 1

Register 588  Jaren 1677-1681  Folio 55

22 maart 1679 verkoopt jonkheer Willem de Kies, wonende te Heemstede, aan Jacob de Nijs, koopman te Amsterdam, de hofstede Het Lam aan de Berglaan te Heemstede + een stuk grond, groot 1 morgen en 550 roeden, aan het Pauwenbos, belast met  2.733 gulden, 6 stuivers en 10 penningen plus ƒ 1.117,- contant.

Register 597  Jaren 1723-1727  Folio 112 

2 november 1726: Jan Leonard d’Orville, mr. Pieter d’Orville, Paulus van Liesveldt, in huwelijk gehad hebbende juffrouw Catharina d’Orville, en Jacob Philips d’Orville, allen kinderen van Jan d’Orville en Catharina de Nijs, samen erfgenamen van juffrouw Catharina Straatmans, weduwe van Jacob de Nijs, transporteren aan Jacob d’Orville, koopman te Amsterdam, een hofstede genaamd ‘Westerberghlaan’ of  ‘’t Lam’ voor 1.250 gulden

Vervolgens is het Lam bij Groenendaal gevoegd, al in bezit van d’Orville sinds 1709, toen aangekocht ook van voornoemde weduwe Catharina Straetman

======================================================

Leerlinge van Frans Hals

Zelfportret van Judith Leyster uit 1635

Zelfportret van Judith Leyster uit circa 1635

A.J. van der Aa vermeldt in zijn beschrijving van Haarlem uit 1844 onder de “vermaarde mannen die te Haarlem het eerste licht zagen” niet minder dan 86 schilders, nochtans niet Jan Miense Molenaer en bovendien geen enkele vrouw!  Er zijn in de geschiedenis van de schilderkunst maar weinig vrouwen te noemen die op dit traditionele terrein van mannen een kwalitatief zo hoog peil gehaald hebben als Judith Leyster, die hedentendage vrij algemeen als de belangrijkste schilderes van de Gouden eeuw wordt bechouwd. Er wordt verschillend gedacht over de vraag waarom zo weinig vrouwen, zoals S.Kalff omschrijft, draagsters zijn geweest van het “sacrale vuur” der ware kunstenaars “bij de gratie Gods”. De besten onder hen, zoals Maria van Oosterwijk (1630-1693) en Rachel Ruysch (1664-1750) muntten uit in de nabootsing van vruchten en bloemstukken, maar de originaliteit, de scheppende geachte van geniale mannen als Rembrandt, Hals, Steen, Vermeer, Bol, Ruysdael en anderen ontbrak.

Jan Miense Molenaer schilderde zijn echtgenote Judith Leyster aan het Virginaal (clavecimbel) (Rijksmuseum Amsterdam)

Jan Miense Molenaer schilderde zijn echtgenote Judith Leyster aan het virginaal (clavecimbel) (Rijksmuseum Amsterdam)

Judith Leyster beperkte zich niet tot stillevens, maar maakte ook portretten en genrevoorstellingen. Zij was vroegrijp en begaafd en opmerkelijk is dat ze haar leermeester zo dicht benaderde dat lange tijd verscheidene van haar doeken voor die van Frans Hals zijn aangezien. Een proces in 1893 gevoerd tussen de Londense kunsthandels Lawrie & Cie. en Wertheimer over ‘Het vrolijke paar’ uit 1630, door eerstgenoemde aangekocht voor een Frans Hals voor het toenmaals niet geringe bedrag van ƒ 55.200,- was aanleiding voor zowel archiefonderzoek (in Amsterdam, Haarlem en Heemstede) als stijltechniek studies. Men maakte er zelfs een rechtszaak van omdat de waarde enorm was gekelderd. Overigens is buiten de rechtszaal een schikking getroffen. Nauwkeurige studie had het monogram JL naar voren gebracht. De kunsthistoricus C.Hofstede de Groot loste deze ondertekening op: de letters J en L dooreen, gevolgd door een dwarsstreep en een sterretje (3), en kon vervolgens verschillende schilderijen over de hele wereld verspreid identificeren. Vòòr dat cruciale jaar 1893 was nog in geen enkel museum in de wereld een schilderij aan Leyster toegekend.

Monogram  van Judith Leyster en jaartal 1629 op haar schilderij Pekelharing

Monogram van Judith Leyster en jaartal 1629 op haar schilderij Pekelharing

Juliane Harms promoveerde in 1929 aan de Universiteit van Frankfurt am Main over leven en werk van Judith Leyster, waarin talrijke door haar gevonden archiefgegevens zijn gepubliceerd, maar ook de nodige vergissingen zijn geslopen. Harms veronderstelde nog dat de schilderes in 1600 was geboren, intussen is dankzij onderzoek van mr.H.F.Wijnman (1932) bekend dat zij op 28 juli 1609 is gedoopt in de Gereformeerde Kerk te Haarlem. Zij is geboren als 8e kind uit een gezin van 9 kinderen. Haar vader Jan Willemsz uit Antwerpen was zoals vele Vlamingen om geloofsredenen naar het Noorden getrokken en verkreeg het poorterschap van Haarlem. Hij huwde met Trijns Jaspers, jongedochter van Haarlem, beiden wonende in de Brede Appelaarsteeg. Later noemt hij zich naar de naam van zijn brouwerij Leystar of Leyster.

De zaken op de Bakenessergracht liepen slecht ten gevolge van felle concurrentie en tot twee maal toe moest hij zijn bezittingen in onderpand geven om de crediteuren tevreden te stellen. Omstreeks 1627 ging de brouwerij op de fles. In 1628 publiceerde de Haarlemse predikant Samuel Ampzing op rijm diens ‘Beschrijvinge ende lof van Haerlem’. In het hoofdstuk dat is gewijd aan de plaatselijke kunstschilders lezen we o.a.:

“Nu moet ik Grebber noemen

Den vader, ende Soon en ook de Dochter roemen

Wie sag oyt schildery van eene dochters hand?

Hier schildert er nog een met goed en kloek verstand.”

Passage uit originel 'Beschrijvinge ende lof der stad Haerlem' uit 1921 van Samuel Ampzing. De vierde regel met sterretje slaat op Judith Leyster

Passage uit originel ‘Beschrijvinge ende lof der stad Haerlem’ uit 1621 van Samuel Ampzing. De vierde regel met sterretje slaat op Judith Leyster

Met ‘Dochter’ bedoelt Ampzing de schilderes Maria Fransdr. De Grebber, telg uit een kunstenaarsfamilie van wie helaas niet meer dan één geïdentificeerd schilderij bewaard is gebleven, het portret van de Enkhuizer  pastoor en Haarlemse kanunnik Augustinus Wolff, vroeger tentoongesteld in het Bisschoppelijk Museum te Haarlem. Bij de tweede ‘dochter’ heeft Ampzing in de marge de naam ‘Judith Leyster’ aangetekend. Aannemelijker dan de veronderstelling dat Judith catechesatielessen zou hebben gevolgd bij Ampzing is het vermoeden dat de predikant-schrijver haar heeft zien schilderen bij de familie De Grebber en pas later haar werkelijke naam heeft vernomen en aldus slechts in de kantlijn later afdrukken. In 1628 verbleef het gezin Leyster in Vreeland en op grond van bepaalde stijlkenmerken in haar vroege doeken, bijvoorbeeld van ‘Democritus en Heraclitus’ – overigens ook aan J.M.Molenaer toegeschreven – met name van lichteffecten op de figuren – wordt aangenomen dat Judith Leyster in Utrecht in de leer is geweest, vermoedelijk bij de in 1629 gestorven kunstschilder Hendrick ter Brugghen. Terwijl haar ouders naar Zaandam verhuisden trok de 20-jarige dochter Judith (uit een gezin van negen kinderen) wederom naar Haarlem, waar zij spoedig als leerling is aangenomen door Frans Hals. Op het atelier leerde zij haar toekomstige echtgenoot, de bijna even oude, Jan Miense Molenaer kennen Als in 1631 Frans Hals’ dochter Maria geboren wordt vraagt hij zijn getalenteerde leerlinge Judith Leyster als doopgetuige op te treden. In datzelfde jaar kwam een eind aan de leertijd van de uit Vlaanderen afkomstige Adriaan Brouwer, die invloed heeft gehad op het werk van J.M.Molenaer. Voor Judith Leyster duurde die leertijd nog tot 1633, in welk jaar zij – als enige vrouw! – werd opgenomen in het Haarlems Sint Lucasgilde. In de archieven van het schildersgilde staat vermeld dat een schilderij van Leyster bij een halfjaarlijkse loterijverkoping slechts achttien florijnen opbracht. Verder dat zij in 1635 een conflict had met Frans Hals die een leerling van haar, zekere Willem Woutersz. had overgenomen zonder hem bij het Gilde aan te melden. Judith Leyster eiste in een proces van de moeder van haar ontrouwe discipel uitbetaling van een kwart jaar lesgeld acht gulden, ook al bleek hij maar drie of vier dagen haar leerling te zijn geweest. Uiteindelijk nam Leyster genoegen met uitbetaling van vier gulden. Als géén nader heeft Judith Lester de stijl van haar leermeester zo dicht weten te benaderen. In de Frans Hals-catalogus door Seymour Slive uit 1974 worden een twaalftal doeken beschreven die wisselend aan Judith Leyster en Frans Hals zijn toegeschreven.

Huwelijk in Heemstede

In het Gereformeerd trouwboek van Haarlem staat genoteerd bij Johannes Molenaar en Judith Leyster: “Per attestatie tot Heemstede getrout den 1e Juny ao 1636” . Op die datum woonde Molenaar, (kunst)schilder en geboren als zoon van een kleermaker in de Clercksteegh en Leyster in de Barteljorisstraat. Ze hadden elkaar in het werk leren kennen. Uit hun samenwerking op het schildersatelier van Frans Hals was een innige liefde opgebloeid. De schilder had toestemming voor het huwelijk gekregen nadat hij had beloofd de schulden van zijn moeder geleidelijk af te lossen.

Vooromslag van de roman 'Judith Leyster' door Ro van Oven

Vooromslag van de roman ‘Judith Leyster’ door Ro van Oven

Illustratie van Jaap Veenendaal in het boek van Ro van Oven over Judith Leyster

Illustratie van Jaap Veenendaal in het boek van Ro van Oven over Judith Leyster

De auteur van niet onverdienstelijke historische roman Ro van Oven beschreef deze gebeurtenis als volgt in haar boek ‘Judith Leyster’: “Ze trouwden in alle stilte, de eerste juni anno 1636. In Heemstede, uit het huis van juffer Molenaar. Ze had haar toestemming gegeven. Zonder pracht en praal werd het huwelijk voltrokken, slechts enkele vrienden waren aanwezig, schilders als het bruidspaar. Ze trouwden zonder festijn, zonder bruidskroon, zonder bruidsjonkers. Ze beloofden elkaar trouw. En de muzen voor heel hun leven.”

Jan Miense Molenaer: muziekspel in een dorp voor een boerenhoeve

Jan Miense Molenaer: muziekspel in een dorp voor een boerenhuis (1668)

Het lukte Molenaer niet aan de crediteuren te voldoen en binnen een paar maanden stonden deze bij het jonge echtpaar op de stoep om gerechtelijk beslag te leggen op hun bezittingen. Een zwager van Judith, Gerrit ten Bergh, in 1624 gehuwd met Magdalena Leyster, stelde zich toen borg. Op basis van een akte van notaris J. van Bosvelt uit Haarlem van 21 november 1637 weten we dat het jonge kunstenaarspaar naar Amsterdam verhuisde in een huis aan de Gastmolensteeg, zoals ook Jacob van Ruysdael vrijwel zeker omdat in die snelgroeiende stad betere mogelijkheden voor opdrachten waren te verwachten. Terwijl de productiviteit van Judith Leyster na haar huwelijk daalde, schilderde J.M.Molenaer in de Amstelstad verschillende van zijn beste stukken, onder andere in opdracht ‘Het Familiefeest’, waarop 37 leden van de regentenfamilies Van Loon, Bas, Geelvinck, Bicker en Alewijn staan afgebeeld.

Jan Miense Molenaer: het huwelijk van Willem van Loon met Margarethe Bas in 1637 (Museum Van Loon, Amsterdam)

Jan Miense Molenaer: het huwelijk van Willem van Loon met Margarethe Bas in 1637 (Museum Van Loon, Amsterdam)

Hij wist zeer bekwaam het probleem van de groepsportretten op te lossen door ze als genrestukken uit te beelden. Niet geheel onwaarschijnlijk is de hypothese dat zijn minstens even goed schilderende vrouw bij de afwerking van bepaalde doeken medewerking heeft verleend. In het begin van de vorige eeuw is Judith Leyster het onderwerp geweest van al te romantische speculaties. Zelfs goed gedocumenteerde schilderijen van Rembrandt zijn, onder meer door Robert Dangers, aan haar toegeschreven en men veronderstelde zelfs dat zij zijn maîtresse was geweest. De werkelijkheid ligt anders. Molenaer komt er onder invloed van Rembrandt en is in Amsterdam, evenals later in Heemstede, voortdurend verwikkeld in allerlei processen. Zijn echtgenote Judith hield nauwkeurig een kasboek bij van alle inkomsten en uitgaven. Men verhuisde binnen de stad in 1640 naar een huurhuis in de Kalverstraat: “dar’t horlogerie in de gevel staat” nadat Judith een erfenis van haar overleden oom had ontvangen en nogmaals enige jaren later naar een pand aan de Singel “nabij de Heijbrugge”. In 1644 was de kunstbroeder Jan Lievens zo verarmd dat hij onderdak zoekt en korte tijd bij het kunstenaarsechtpaar in huis trekt, dat hem zelfs linnen en verf leent, waaruit in ieder geval blijkt dat Molenaer gastvrij was en gevoel had voor een kunstbroeder in nood. Ten slotte volgde in 1655 in Amsterdam nog een huis in de Voetboogstraat.

Judith Leyster: het concert met zelfportret

Judith Leyster: het concert met zelfportret

Verhuizingen en kinderen; jaren van tribulatie in Heemstede

Drie kinderen stierven al op jonge leeftijd, te weten Joannes (geb. 1637), Jacobus (geb. 1639) en Eva (geb. 1646). Omstreeks 1642 werd het echtpaar verblijd met hun dochter Helena. 1648 besluit men in de omgeving van Haarlem te gaan wonen, waar zoon Constantijn in 1650 is geboren. De Amsterdamse bierbrouwer Lodewijk de Bas verkocht zijn hofstede het Lam met huis, boomgaard en plantage in Heemstede voor  8.200 gulden. In deze periode heeft òòk Judith Leyster enige vermaardheid verworven, blijkens de volgende beschrijving van historieschrijver Theodorus Schrevelius uit 1648/1649: “Dar syn ook veel Vrouwen gheweest in de Schilderkonst wel ervaren, die voornamelyk by onse tydt noch vermaert zijn, die met de mans haar zoude kunnen verzetten in de maelkonst van welke inzonderheydt uytmunt Judith Leyster wel eer genaemt de rechte Leyster in de konst, daer zy ook de naem draeght de Huysvrouw van Meulenaer, die ook een vermaert schilder is, van Haarlem geboren, tot Amsterdam wel bekent.”

De financiële verplichtingen die Molenaer aanging en het bij voortduring niet betalen van rekeningen hebben tot veel narigheid geleid, die zijn van karakter zachtaardige vrouw steeds probeerde op te lossen. We komen Jan Miense Molenaer tegen in talrijke juridische aangelegenheden, waaruit o.a. blijkt dat hij emotioneel snel geraakt was en bij conflicten soms niet naliet rake  klappen uit te delen. De dorpswagenmaker Seger Roelofszoon kreeg op een gegeven moment zo’n pak slaag dat hij “eenige dagen daarna niets dan bloet gespogen heeft.” Bij de smid stond de schilder in het krijt voor de niet betaalde leverantie van een kachel. De kruidenier klopte vergeefs bij Het Lam aan om 106 gulden en twee stuivers te innen voor geleverde levensmiddelen. Meestal moest Judith Leyster de zaak te sussen, dagvaardigen in ontvangst nemen en boze reclamanten te woord staan met gevaar voor molest bij afwezigheid van haar man. Ze hield een register bij van inkomsten en uitgaven. J.M.Molenaer diende een klacht in bij de autoriteiten tegen Egbert Joosten, veerschipper te Amsterdam, die zijn ramen had ingegooid “ende daarenboven zijn vrouw des naghts hadde uyt den huys gejaeght ende seer quaalyck getracteerd”, reden waarom hij verzocht deze Joosten op te pakken en met slechts water en brood in de gevangenis op te sluiten.

Na 1649 hebben Molenaar en Leyster naast het buitenhuis in Heemstede nog op verschillende adressen gewoond in Haarlem en Amsterdam, in welke laatste stad het echtpaar in 1655 een huis in de Voetboogsteeg heeft gehad, gekocht voor ƒ 8.200,-  waarvan ƒ 4.200,- te betalen met schilderijen en voor 4.000 gulden werd een hypotheek afgesloten, uitgaande van 5% rente. Als taxateurs voor de te lveren schilderijen zijn de volgende vier kunstschilders opgetreden: Petrus Soutman, Cesar van Everdingen, Allart van Everdingen en Emanuel de With.

De handetekeningen uit een akte van 26 april 1655 van boven naar beneden: Judith Leyster, Petrus Sotman, Cesar van Everdingen, Allart van Everdingen, Emanuel de With en Jan Molenaer (Stadsarchief Amsterdam)

De handetekeningen uit een akte van 26 april 1655 van boven naar beneden: Judith Leyster, Petrus Soutman, Cesar van Everdingen, Allart van Everdingen, Emanuel de With en Jan Molenaer (Stadsarchief Amsterdam)

Aangenomen mag worden dat mede hun huizenbezit hen financieel heeft opgebroken. 8 juli 1654 moest Molenaer wederom een lening sluiten om aan zijn eerder aangegane verplichtingen te kunnen voldoen.

Jan Miense Molenaer: bleekveld met in de verte de oude Bavokerk van Haarlem

Jan Miense Molenaer: bleekveld met in de verte de oude Bavokerk van Haarlem

Judith Leyster in 1660 overleden op Het Lam

Op bijna 50-jarige leeftijd, toen dochter Helena ongeveer 17 en zoon Constantijn nog geen 9 jaar oud was (en aldus op late leeftijd van de moeder geboren), verslechterde allengs de gezondheid van Judith Leyster. Ook haar man was op dat moment ziek. 6 november 1659 werd een testament opgemaakt bij de Haarlemse notaris W. van Kittensteyn en nauwelijks drie maanden later is zij in Het Lam overleden. De uitvaartaankondiging bevond zich in de 19e eeuw in bezit van Adriaan van Willigen [ging nadien verloren]. Daarop stond: “Tegen Dinsdagh den 10 February anno 1660 nae den middagh ten twee uuren precys wordt U.E. ter begraaffenis gebeden met Judith Leyster, huysvrouw van Jan Moolenaer, swager aen de E. Heer Pauw syn bosch. Als vrient in huys te komen, met de Langhe mantel.” Ondertekend met “Heemsteder kerck”.

Door Mattheus Hooft, predikant in Heemstede, werd zij in aanwezigheid van familieleden en ‘constschilders’ nabij de kerk ter aarde besteld. In dat jaar, 16 december 1660, stond Jan Miense Meulenaer, die uit een katholiek gezin kwam maar protestant was geworden, als lidmaat ingeschreven van de Gereformeerde (Hervormde) Kerk van Heemstede. De echtgenoot overleefd zijn vrouw 8,5 jaar. Op de inventarislijst van de nalatenschap die ten behoeve van de “nu hare mondige jaren bereykende” dochter Helena en minderjarige zoon Constantijn is opgesteld staat een tiental doeken van hun moeder, waaronder diverse stillevens opgesomd, zoals “een blompotje, een kallekoen, een haen, drie stuckjes met duifjes” enz. De invloed van haar verblijf in Groenendaal op haar leven is evident.

Judith Leyster: blompotje, vermoedelijk geschilderd in 't Lam

Judith Leyster: blompotje, vermoedelijk geschilderd in ‘t Lam

Op 3 juli 1670 is de hofstede Het Lam door de erfgenamen verkocht aan Willem de Kies, nog belast met 2.733 gulden, zes stuivers en 10 penningen voor ongeveer  4.500 gulden. Enige decennia later is buiten het definitief bij Groenendaal gevoegd.

Werk en invloed

Judith Leyster: de serenade (Rijksmuseum Amsterdam)

Judith Leyster: de serenade (Rijksmuseum Amsterdam)

In haar Utrechtse leerschool heeft Judith Leyster zich laten inspireren door licht-donker effecten zoals door de zogeheten Utrechtse school overgenomen van de Italiaan Caravaggio, evenals het maniërisme (gekunsteldheid). Veel van haar doeken houden het midden tussen portretten en genreafbeeldingen, maar ook het stilleven had, vooral op latere leeftijd, haar interesse. De grote Haarlemse meester Frans Hals was essentieel voor haar verdere vorming, keuze van onderwerpen, zowel als stijl (zoals dat ook gold voor J.Molenaer). Evenals Frans Hals beeldde zij gaarne luchthartige, vrolijke personen uit en een genre-motief als musicerende mensen is uiteraard aan haar leermeester ontleend. Karakteristiek ook is haar voorkeur voor travestieën: verklede meisjes die voor (pret makende) jongens spelen. Op latere leeftijd vervaardigde zij voornamelijk nog kleine genre-achtige tafereeltjes en stillevens. Na 1652 zijn geen gedateerde werken van haar beken. Opmerkelijk is dat al door tijdgenoten werk van Judith Leyster door motiefkeuze en overeenkomst met coloriet verward is met Frans Hals. Toen Cornelis Danckertsz. (1603-1656) een gravure vervaardigde van Leyster’s schilderij ‘Twee kinderen met kat’ (uit 1630), werd onder de prent ten onrechte gedrukt: “F.Hals pinxit’ [=geschilderd].

Verscheidene kunstschilders zijn beïnvloed door het echtpaar Molenaer, onder andere Claes Hals, Harmen Hals en vooral Egbert van Heemskerck. Onder hun invloed werd het genrestuk tot een afzonderlijke specialiteit. Het bewaard gebleven oeuvre van Leyster  is hoofdzakelijk ontstaan tussen haar twintigste en dertigste jaar. Haast onovertroffen is het levendige, met trefzekere penseelstreek geschilderde ‘De jonge fluitspeler’, daterend uit circa 1630, dat zich sinds 1871 bevindt in het Nationaal Museum te Stockholm.

De jonge fluitspeler; door Judith Lester (in Nationaal Museum Stockholm)

De jonge fluitspeler; door Judith Lester (in Nationaal Museum Stockholm)

Judith Leyster had een ovaal gezicht, hoog voorhoofd en zware neus. In de Washington National Gallery of Art hangt haar zelfportret, dat lange tijd door experts van naam en faam, onder wie G.D.Gratama, is aangezien voor een werk van Frans Hals. Voorts bevindt zich in een particuliere verzameling een doek met een stilleven dat op de afgebeelde wijnkan het spiegelbeeld van de schilderes toont voor haar schilderezel.

Judith Leyster: drie zingende jongens (collectie P.L.Galjart)

Judith Leyster: drie zingende jongens (collectie P.L.Galjart)

Jan Miense Molenaer

'Gebed voor de maaltijd' door Jan Miense Molenaer

‘Gebed voor de maaltijd’ door Jan Miense Molenaer (Rijksmuseum Amsterdam)

Jan Miense Molenaer signeerde zijn schilderijen meestal IMR (inéén gemonogrammeerd). Hij gebruikte zijn echtgenote enkele malen als model op zijn schilderijen, onder meer op werken die thans in bezit zin van musea in Haarlem, Amsterdam en Budapest. Mogelijk heeft zijn echtgenote ook geposeerd voor ‘Valse kaartspelers’. Een door hem gemaakt portret van een man in de collectie Lilienfeld te Wenen wordt voor een zelfportret gehouden. Hij was in zijn tijd redelijk populair en vergeleken met zijn echtgenote ongemeen productief. Hij maakte talrijke genrestukken met opvallend vaak ook personen die een muziekinstrument bespelen. Werk van zijn hand bevindt zich op tientallen plaatsen in Europa en de Verenigde Staten verspreid. Bracht in 1839 een zomer- en winterlandschap afkomstig van de buitenplaats Elsbroek in Hillegom slechts ƒ 40,- op, nu zouden deze doeken het duizendvoudige opbrengen. In 1949 bracht een drinkscène op een veiling in Frankrijk de som van 140.000 frank. Op en een jaar later op een veiling te Parijs een aan Molenaar toegeschreven ‘Feest op de herberg’ 87.000 frank.

Meer dan eens zijn schilderijen van Jan Miense Molenaer verkocht op naam van Klaas of Nicolaas Molenaer. Laatstgenoemde is vòòr 1630 geboren en begraven in Haarlem op 31 december 1676. Hij was waarschijnlijk en in ieder geval zeer goed bevriend met de familie Molenaer-Leyster. Volgens sommigen ging deze vriendschap zo ver dat Jan Miense figuren heeft geschilderd in de landschappen van Nicolaas. Vast staat dat deze borg stond toen Jan Miense weer eens in financiële problemen was geraakt en ook dat hij in 1688 werd gevraagd als voogd.

Jan Miense Molenaer: allegorie op de ijdelheid (Toledo Museum of Art, USA)

Jan Miense Molenaer: allegorie op de ijdelheid (Toledo Museum of Art, USA)

De heer Cornelis van Swieten maakte mij in 1987 er op attent dat een op 3 december 1985 bij Christie’s te Amsterdam verkocht doek (74,5 x 109 cm), verkocht voor een Claes Molenaer, na diepgaander studie aan Jan Miense wordt toegeschreven. Afgebeeld is een dorpsmarkt met reizigers bij een herberg en een groot aantal boeren en burgers rondom verscheidene kramen. Op diverse schilderijen zijn herbergtaferelen mogelijk ook in de Hout voorgesteld. Pas in meer recente tijd is aandacht gegeven aan een nadere analyse van zijn omvangrijke werk, dat vooral in de jaren tot 640 rijk is aan symboliek, zoals aangetoond door dr. P.J.van Thiel, voormalig directeur van de schilderijenafdeling van het Rijksmuseum, die op enkele Haarlemse kunstschilders, onder welke Jan Miense Molenaer, promoveerde. Molenaer tekende en etste ook en voltooide stukken van Adriaan Brouwer. Eenmaal in Heemstede woonachtig is zijn beste tijd al voorbij en heeft hij zich meer toegelegd op het weergeven van de volkse genoegens van boeren en eenvoudige lieden, via taferelen in en rond de taveernen, herbergen en hoerhuizen die getuigen van een zekere haast en vlakheid. Hij miste de geestig-spitse penseelvoering van Adriaan Brouwer en het coloriet van Adriaan van Ostade. Toch is door een expert als S.J.Gudlaugsson een directe lijn vastgesteld die te beginnen bij Molenaer via Jan Steen leidt naar William Hogarth. Voor de Rooms-katholieke kerk in Assendelft maakte hij in 1639 een religieus werk, voorstellende ‘De bespotting van Christus’. In het Rijksmuseum bevindt zich het doek ‘Gebed voor de maaltijd’, uit de nalatenschap van de stad Amsterdam van A. van der Hoop, dat mogelijk in zijn Heemsteedse tijd tot stand kwam.

J.M.Molenaer is acht jaar na het overlijden van zijn vrouw in de dood gevolgd op 15 september 1668. Voor de notaris is na zijn overlijden de volgende akte opgemaakt: “Op huyden den 10 October 1668 by my Nots. geïnventariseert alle de goederen en effecten….by salr. Johan Miensz. Molenaer in syn leven beseten en op den 15en September 1668 metter doot ontruymt en naergelaten; ter versoecke van Helena Molenaer en Caspar van Radingh, voogden over Constantijn Molenaer, minderjarige zoon van gemelte Johan Miensz. Molenaer salr., uytwijsende den Testamente gepasseert 8 Sept. 1668 voor my Nots.”

Judith Leyster’s werk bevindt zich behalve in privéverzamelingen, in verschillende van de grote musea in de wereld, onder andere in Londen, Parijs, New York, Philadelphia, Washington en Petersburg. Het Rijksmuseum bezit sinds 1908 het fraaie en voor de beginperiode typerende doek ‘De Serenade’ uit 1629 dat lange tijd ten onrechte als een Frans Hals gold. Het Frans Hals Museum beschikt over een vrouwenportret, evenals het werk ‘De vrolijke drinker’ uit 1629, in permanent bruikleen van het Rijksmuseum. Ook van Jan Miense Molenaer heeft het Haarlemse museum schilderijen in bruikleen van de Dienst voor ’s Rijks Verspreide Kunstvoorwerpen: een “Boerengezelschap voor een herberg’ en ‘Tot Lering en Vermaak’ en ‘Portretten van echt en trouw.’ Dit laatste doek bevat een allegorische verwijzing naar de vergankelijkheid van het leven. C.C.J. von Gleich meent dat het geportretteerde gezelschap een Haarlemse familie moet zijn, van wie na ruim drie eeuwen niemand meer de namen kan noemen. De auteur zag echter over het hoofd dat de statig geklede vrouw op de voorgrond Judith Leyster voorstelt, met in haar handen een sister, een 17e eeuws tokkelinstrument. De staande man rechts moet vergeleken met het zelfportret de schilder Jan Miense Molenaer zijn. Verder zijn twee kinderen afgebeeld – een meisje en jongere jongen, die ook op andere schilderijen van Molenaer voorkomen en in wie sommige kunsthistorici de twee kinderen Helena en Constantijn vermoeden, wat overigens op grond van getraceerde geboortedata volstrekt onmogelijk is tenzij de datering van het schilderij (1635/1636) een aantal jaren zou afwijken. In het Rijksmuseum bevindt zich sinds 1885 uit het legaat van A. van der Hoop aan de gemeente Amsterdam het befaamde schilderij ‘De virginaalspeelster’ van Jan Miense Molenaer, waarop zijn echtgenote vermoedelijk omstreeks 1640 of eerder is ‘vereeuwigd’ . Mogelijk wat geflatteerd omdat zij een langere neus en rondere opening zou hebben gehad. In de deuropening staat mogelijk Jan Miense Molenaer en geopperd is de mogelijkheid dat een jonger broertje en zus van de schilder zijn afgebeeld.

Hendrik van de Camp van Huis te Manpad als mecenas

Zoon Constantijn is in 1650 geboren. Doopgetuige was Hendrik Zeegers van de Camp uit Amsterdam, eigenaar van de buitenplaats Huis te Manpad mede dankzij zijn vermogende vrouw Hester du Pire [en latere bezitter van de Hartekamp]. J.M.Molenaer moet goed bekend met hem zijn geweest. De kapitaalkrachtige koopman gold in zijn tijd als een beschermheer van wetenschappen en kunsten, die o.a. ook Bartholomeus van der Helst opdrachten verstrekte. Hij leende Molenaer  toen die weer eens in financiële moeilijkheden kwam veel geld, waarover later toen de afbetaling niet vlotte ruzie ontstond. In de zomer van 1654 brachten de drie schilders Molenaer, Van der Helst en Paulus Hennekyn enige dagen door in de boomgaard van het Manpad, waarschijnlijk om een tuinversiering te maken. Een gulle ontvangst was het loon van hun moeite, waarmee Van der Helst mede uit naam van Hennekyn tevreden was, doch Molenaer eiste kennelijk meer. J.J. van Gelder meldt voorts in zijn proefschrift over Bartholomeus van der Helst (1941): “Toen in het voorjaar van 1666 Lodewijk de Bas van Jan Miense Molenaer op wie hij een oude vordering had, verlangde dat deze met zijn penseel die schuld zou delgen, werden Van der Helst en de schilder Jan Wils aangewezen om de schilderij die Molenaer zou afleveren te keuren. (4).

Ernstig ziek zijnde heeft Molenaer op 8 september 1668 voor zijn twee kinderen een testament laten opstellen bij notaris Willem van Kittensteyn. Een week later overleed hij en op 19 september is Molenaer begraven in de Bavokerk te Haarlem, waarvoor de kosten 15 florijnen bedroegen. De overdracht van het Lam in Heemstede had pas op 3 juli 1670 plaats ten overstaan van schout en schepenen voor wie verschenen Helena Molenaer en echtgenoot, de Haarlemse doelmeester Jonas le Fevre (Febure) – in 1669 waren zij getrouwd – als ene helft van de erfgenamen. Verder de oom Caspar van Radingen en Herman Banman als testamentaire voogden en administrateurs van de nog minderjarige zoon Constantijn als andere erfgenaam.  Helena werd al na enkele jaren weduwe omdat haar echtgenoot in 1681 overleed. Van Constantijn wordt, althans in de bestaande literatuur, na 1670 niets meer vernomen en hij moet een anoniem leven hebben geleid.

Tulpenboek

'Vroeghe Brabancon', gouache van Judith Leyster uit 1643

‘Vroeghe Brabancon’, gouache van Judith Leyster uit 1643

De tulp, in het begin van de 17e eeuw uit Turkije via Midden-Europa naar Holland geïmporteerd, werd al spoedig de uitverkorene der rijke liefhebbers en speculatiedrift leidde tot een ware windhandel, waaraan ook Adriaan Pauw op zijn kasteel in Heemstede ijverig meedeed. In de jaren 20 van de vorige eeuw wist kunsthandelaar Houthakker in het buitenland een zogenaamd ‘tulpenboek’ op te sporen, een soort van catalogus voor de bloemenhandel. Sinds 1973 is dit kostbare werk door aankoop eigendom van het Frans Hals Museum en werd het voor ƒ 250.000,- verworven met steun van onder meer de Vereniging Rembrandt en het Prins Bernhard Fonds, terwijl de gemeente Haarlem ƒ 35.000,-  bijdroeg. Het is een band in klein-folio formaat met 49 aquarellen op perkamenten bladen. Afgebeeld zijn de destijds populaire en gevlamde tulpen. Omdat het voorblad helaas is weggescheurd ontbreken aanwijzingen over herkomst en bestemming. Vele tulpensoorten zijn naar vlootvoogden vernoemd, die zoals bekend door onze voorouders in de Gouden eeuw alom vereerd werden. Op twee van de bladen heeft de schilderes Judith Leyster haar naam of monogram geplaatst. De overige zijn van de hand van Anthony Claes. De twee gouaches zijn een fraai voorbeeld van Judith Leyster’s voor mensenhand welhaast geniale artisticiteit.

Nagedachtenis

Postzegels met voorstellingen van Leyster’s schilderijen zijn behalve in Nederland (1999) verschenen bij de nationale posterijen van de D.D.R. tot Rwanda en Colombia.

Judith Leyster op Nederlandse postzegel (1999)

Judith Leyster op Nederlandse postzegel (1999)

Tijdens de grote expositie ‘Nederlandse genreschilders’ in 1984 te Londen was Judith Leyster vertegenwoordigd met ‘Drie zingende jongens’. Een opgerichte stichting Judith Leyster heeft ten doel de erkenning te bevorderen van vrouwelijke beeldende kunstenaars. Op 13 september 1987 ontving de Amsterdamse beeldhouwster Teresia van der Pant als eerste de Judith Leyster prijs voor haar oeuvre.

In 1910 zijn door de gemeenteraad van Haarlem parallel aan elkaar lopende straten in Haarlem-Noord vernoemd naar beide schilders: Leyster en Molenaer. Heemstede kent sinds 1921 een Jan Miense Molenaerplein en eind 1982 is een laan naar Judith Leyster vernoemd in de wijk Merlenhoven op een paar honderd meter afstand van huize Het Lam in Groenendaal. Over Judith Leyster zijn kort na elkaar twee monumentale boekwerken verschenen in de Verenigde Staten (1989) en Nederland (1993). Van 19 december 2009 tot en met 9 mei 2010 organiseerden het Frans Hals Museum in Haarlem en het National Gallery of Art in Washington (USA) een expositie gewijd aan Judith Leyster bij gelegenheid van haar 400ste geboortejaar.Te zien waren toen 11 werken van de in totaal 48 doeken die aan haar worden toegeschreven [waarvan er 12 nog onvindbaar zijn en van 7 andere anonieme werken het niet helemaal is of deze van Leyster zijn].

Folder n.a.v. tentoonstelling Judith Leyster in Haarlem (1993)

Folder n.a.v. tentoonstelling Judith Leyster in Haarlem (1993)

De sterk gestegen veilingprijzen van werken door zowel Judith Leyster als Jan Miense Molenaer bij Christie’s en Sotheby’s zijn te vinden op de site van www.artfact.com Hoe zeer de prijzen kunnen verschillen: in 2011 werd een paneeltje van Molenaer bij de Oprechte Veiling Haarlem geveild voor nog geen 4.000 Euro, terwijl het  doek ‘Lachende kinderen met een kat’ van Judith Leyster uit 1629 op de internationale kunst- en antiekbeurs te Maastricht in 1990 voor ruim 2 miljoen gulden is verkocht. In 1998 bracht een aan Judith Leyster toegeschreven doek – door anderen betwist – ‘een jonge vrouw met luit’ bij Christie’s 607.500 dollar op.

Jan Miense Molenaer: dorpsschool (1639)

Jan Miense Molenaer: dorpsschool (1634)

Niet oninteressant is ten slotte de geuite veronderstelling, dat voor het – vroeger in Berlijn en tegenwoordig in Stuttgart verblijvende – doek van een schoolinterieur uit 1634 de oude Dorpsschool van Heemstede model stond. Hoewel minder bekend doet dat doek niet onder voor het schilderij van een schoolklas door tijdgenoot Jan Steen. Het ligt voor de hand de twee kinderen Van Molenaer en Leyster tussen ongeveer 1655 en 1660 deze school hebben bezocht, maar archiefgegevens van de school ontbreken in tegenstelling tot die van de Oude Kerk, waar o.a. de belijdenisdatum van Helena Molenaar is vastgelegd.

Hans Krol

Noten

(1) ‘De Drie Corenaren’, ook genoemd de ‘Corencamp’, lag ook aan de westzijde van de Berchlaan en deze boerenhofstede behoorde toe aan Bartel van Brienen, brouwer in het ‘Haarlemmer Wapen’ in de Spaarnestad. Hij betaalde er maar ƒ 540,- voor toen hij het op 3 maart 1644 kocht van Govert Willemsz. Van der Heyde (Verheyde). Ruim een halve eeuw later, op 11 maart 1704, kwam de hofstede in bezit van Johan d’Orville voor ƒ 2.200,- en is deze zoals ook ‘Het Lam’ bij Groenendaal betrokken.

(2) Francois Tierens was vanuit Brugge naar Haarlem verhuisd waar hij zich als koopman vestigde en tot 1639 tenminste 2 blekerijen in de banne van Heemstede exploiteerde. De woning ‘Grounendahl’ met boomgaard verhuurde hij in 1634 overigens aan Huijbert Cornelisz.om tien jaar later te verkopen aan Amsterdammer Abraham de Wijs.

(3) De L en de ster leveren Leyster of Leystar op, een andere benaming voor de Poolster. Een verwijzing overigens naar haar familienaam en de naam van de brouwerij van haar vader.

(4) J.J.de Gelder. Bartholomeus van der Helst. Rotterdam, 1921, blz. 19-22.

Jan Miense Molenaer: Judith Leyster bladerend in een boek en luiterend naar muziek

Jan Miense Molenaer: Judith Leyster bladerend in een boek en luiterend naar muziek

Literatuur

- A.Bredius. Een conflict tusschen Frans Hals en Judith Leyster. In: Oud-Holland, 35 (1917), p.71-73.

- A. van Damme. De buitenplaatsen te Heemstede, Berkenrode en Bennebroek 1628-1811. Haarlem, Gebr. Van Brederode, 1893.

- J.Harms. Judith Leyster; ihr Leben und ihr Werk. In: Oud Holland, 1927.

- Frima Fox Hofrichter. Judith Leyster: a woman painter in Holland’s golden age. Doornspijk, 1989.

C.Hofstede de Groot. Schilderijen door Judith Leyster. In: Oud Holland, 1929.

- P.J.J.van Thiel. Vijf studies over Haarlemse schilder- en tekenkunst [o.a. Jan Miense Molenaer]. Rotterdam, 1969.

- S.Slive. Frans Hals. London, Phaidon, 1974.

- Tulpomania: een tentoonstelling rondom het Tulpenboek van Judith Leyster, 5 april – 9 juni 1974. Frans Halsmuseum, 1974.

- J.A.Welu, P.Biesboer (red.)  Judith Leyster: schilder in een mannenwereld. Zwolle, Waanders, 1993. Tevens verschenen in een Engelstalige editie:

Leyster12

- Documentatie in Heemstede-collectie van het Noord-Hollands Archief, Haarlem, doos 162.

==================================================

Jan Miense Molenaer: het duet (Art Museum Seattle)

Jan Miense Molenaer: het duet (Art Museum Seattle)

===================================================

Bijlage 1: Het Lam, ook Westerberglaan. Transportakte van 3 juli 1670: “Wij Bartholomeus van Hove, schout, Cors Cornelis Cop en Mr. Pieter van Vinckesteijn, schepenen in de heerlicheijt van Heemstede, oirkonden ende kenen, dat voor ons gecompareerd sijn Jonas le Febre, in huwelijck hebbende Helena Molenaer, nagelaten dochter en voor de eene helft erffgenaam van wijlen Jan Meeszoon Molenaer; item Casper van Radingen en dr. Haerman Banman, als testamentaire vooghden en administrateurs over Constantijn Molenaer, nagelaten minderjarige soon en erffgenaem van Jan Mees Molenaer voor dander helft, alles volgens de testamente van den voorseijde Jan Molenaer gepasseert voor den notaris Willem van Kittensteijn en seeckere getuigen tot Haerlem, in dato 8 September 1668, ons vertoont; ende verclaerden en bekenden sij comparanten in haer respectieve qualiteijten wel en wettelijck vercoft, gecedeert ende getransporteert te hebben sulcx sij tot eenen vrij eijgen verkopen ende opgedraegen bij desen aan jonkheer Willem de Kies; een hoffstede, huijsinge, boomgaert en plantagie mette gront daer deselve hoffstede, huijsinge en beplantinge opstaet in den Berghlaen aen Pauwenbos binnen dese heerlicheyt, van outs genaemt  ’t Lam, zoo groot en cleijn als deselve gelegen is, belent ten oosten de voornoemde Berglaen, ten suyden eensdeels de plantagie van Pauwenbos, en eensdeels de hoffstede en boomgaert van Groenendael, met de gemeene heijninge, die altijd gemeen moet worden onderhouden voor sooveel als jegens het belent van desen aengaet; ten westen de wildernis, en ten noorden de erffgenaemen van sr. Van den Camp [= Huis te Manpad] ende heer van Rijn [Thorenvliet/de Hartekamp]; alles volgens de oude brieven en in al sulcken schijn en met sodanige vrij en onvrijheden, schouwech en anders als dese hoffstede van outs heeft en subject is; sijnde belast met een som van twee duijsent seven hondert drie en dertich gulden ses stuijvers en tien penningen, daervan jaerlicx renten betaelt wert tegen 4 ten hondert, welcke den coper tsijnen laste neemt; voorts vrij sonder ijets meer daerop staende, behoudens den heer sijn recht; belovende zij comparanten qualitata qua dese vercofste partije verder te vrijen en waren als reght, onder verbant en bedwang als naer rechten. Bekennende mede van desen vercopinge en opdracht alwel voldaen ende betaelt te wesen, den lesten penningh metten eersten, en dat met een custing of maenbrieff, inhoudende een som van sevenien hondert ses en tsechtich gulden boven de voorseijde laste, huijden mede door voor ons gepasseert. Alles sonder bedrogh. Toirconde etr. Actum 3 Juli 1670.”   Ondertekend door schout en schepenen.

Bijlage 2: gegevens uit inventarislijst van Lodewijk de Bas, geboren in 1601 en overleden in 1654 (Stadsarchief Amsterdam; plaatsingsnummer NA 1915, fol. 80-87)

Geslachtswapen van De Bas

Geslachtswapen van De Bas

Op 20 september 1649 verklaarde Lodewijk de Bas, brouwer in ’t Lam aan het Singel nabij de Voetboogdoelen te Amsterdam, dat hij had verkocht aan kunstschilder Johannes Molenaer  een hofstede in de heerlijkheid Heemstede, tot dan zijn eigendom. De betaling zou gedeeltelijk in contanten en ten dele in schilderijen plaatsvinden, waarbij neutrale personen betrokken waren. Omdat Molenaer zijn aangegane verplichtingen niet nakwam eiste hij 6% rente. Hij beklaagde zich omdat Molenaer toegezegde doeken niet tijdig leverde en hij daarom verlies leed. De totale prijs van de hofstede bedroeg ƒ 8.200,-. welk bedrag in drie termijnen zou worden voldaan. In de nalatenschapslijst van De Bas (in 1654 overleden) met in totaal 57 schilderijen/kunstwerken blijken er 10 van J.M. Molenaer te zijn. Verder is uit een notariële akte bekend dat de zoon Lodewijk de Bas jr. driekwart van het Heemsteedse bezit, voor zover nog niet betaald, erfde en de kinderen van zijn dochter Elisabeth Bas een-kwart. De erven verklaarden niet tot overeenstemming te kunnen komen met J.M. Molenaer Van hem werd alsnog een somma geëist van ƒ 2.733, 6 stuivers en 8 penningen te vermeerderen met een rente over acht jaar van 889 gulden en 8 stuivers. Op 2 februari 1662 kwam één van de erfgenamen Jacob van Amersfoord met J.M.Molenaer overeen dat dat die een schilderij zou vervaardigen van Arent Pieter Gysen, uit het gedicht ‘Boerengezelschap’ van Bredero, welk contract is Haarlem is getekend. Op 16 april 1666 regelde Lodewijk de Bas Junior met Molenaer een verdere schuldsanering. Molenaer had intussen een achterstand met betalingen van 14 jaar en zou een aantal schilderijen binnen zes weken vervaardigen en bij De Bas afleveren. Aan de collega-kunstenaars B. van der Helst en Johannes Wils is gevraagd als intermediair op te treden en zij zouden nagaan of de te leveren doeken van voldoende kwaliteit waren. Indien dat niet het geval zou zijn werd Molenaer alsnog aansprakelijk gesteld het verschuldigd bedrag in kontanten te betalen. Omdat verdere gegevens over het verloop ontbreken, mag voorzichtig worden verondersteld dat hiermee de kwestie is geregeld.

Detail van een schuttersmaaltijd door Bartholomeus van der Helst met op de achtergrond brouwerij het Lam van Lodewijk de Bas

Detail van een schuttersmaaltijd door Bartholomeus van der Helst met op de achtergrond brouwerij het Lam van Lodewijk de Bas

Van de 45 schilderijen waarover Lodewijk de Bas na zijn dood beschikte waren de volgende 8, allemaal genrestukken, van J.M.Molenaer (in de originele stukken veelal  ‘Meulenaer’ genoemd). Veel ‘conterfeijtsels’ zijn overigens als ‘anoniem’ geregistreerd en vanwege titels als ‘blompot’ is het niet onwaarschijnlijk dat zich daarbij ook werk van Judith Leyster heeft bevonden.

0005 Boerengezelschap met ham [daerin ende een swarte lijst]

0006 Boerebruyloft

0007 Quacksalver in een landschap

0008 Een boere maeltijt

0011 Boeren ende een vrouw met hondt danst [met een swarten ebben lijst]

0012 Heijdens ende geluckseggingh

0013 Vrou met een jongskens voor haer

0018 Boeregeselschap aen ’t vier ende aen taeffel [met een swarte ebben lijst]

SELECTIE VAN WERKEN DOOR JUDITH LEYSTER

Juliane Harms telde in 1926/1927 nog 32 echte Judith Leyster-schilderijen. De Amerikaanse onderzoekster Frima Fox Hofrichter kwam tot 48 doeken. Andere onderzoekers komen niet verder dan hooguit 18. Slechts 12 werken zijn gesigneerd.

Portret van een vrouw door Judith Leyster (Frans Halsmuseum Haarlem)

Portret van een vrouw door Judith Leyster (Frans Halsmuseum Haarlem)

Judith Leyster: De vrolijke drinker (Frans Halsmuseum Haarlem)

Judith Leyster: De vrolijke drinker, 1629 (door Rijksmuseum Amsterdam in leen aan Frans Halsmuseum Haarlem). Een associatie met ‘de vrolijke drinker’ van Frans Hals ligt voor de hand. Afgebeeld is overigens Pekelharing, een toneelfiguur die in 17e eeuwse kluchten voorkwam. Pekelharing = zoute haring die onlesbare dorst veroorzaakt en als dronkelap door het leven ging.

'De vrolijke drinker' door Frans Hals

‘De vrolijke drinker’ door Frans Hals met een glas in de linkerhand.

Judith Leyster: meisje met hoed, circa 1634

Judith Leyster: meisje met hoed, circa 1634

Judith Leyster: de laatste druppel. Een allegorische voorstelling op de ijdelheid. Het skelet houdt een zandloper in de hoogte als waarschuwing voor het slecte leven: jullie verbrassen je tijd.

Judith Leyster: de laatste druppel ofwel de vrolijke drinkers. Vermoedelijk is hier een vastenavond voorgesteld. Een allegorische voorstelling op de ijdelheid. Het skelet houdt een zandloper in de hoogte als waarschuwing voor het slechte leven met andere woorden jullie verbrassen je tijd.

Judith Leyster: een vrolijke drinker (Gemäldegalerlie, Berlijn)

Judith Leyster: een vrolijke drinker (Gemäldegalerlie, Berlijn) Vergelijk het andere doek van de vrolijke drinker met dezelfde figuur en een kan.

Judith Leyster: het voorstel; man biedt vrouw geld aan (Mauritshuis Den Hag)

Judith Leyster: het voorstel; man biedt vrouw geld aan (Mauritshuis Den Haag)

Judith Leyster: triktark spel.Ongedateerd. In bezit van Worchester Art Museum, USA. Het aanreiken van de pijp kan volgens Ineke Schwarz duiden op een seksuele avance.

Judith Leyster: triktark spel.Ongedateerd. In bezit van Worchester Art Museum, USA. Het aanreiken van de pijp kan volgens Ineke Schwarz duiden op een seksuele avance.

Judith Leyster: het kaartspel

Judith Leyster: het kaartspel

Judith Leyster: vrolijk paar (1630)

Judith Leyster: vrolijk paar (1630). Olieverf in het Louvre. Het doek stond sinds 1758 te boek als een Frans Hals en was het eerste dat als een schilderij van Leyster werd herontdekt.

Judith Leyster: Stilleven met fruitmand. Circa 1640. Frans Hals Museum Haarlem, bruikleen van de collectie Kremer

Judith Leyster: Stilleven met fruitmand. Circa 1640. Frans Hals Museum Haarlem, bruikleen van de collectie Kremer

SELECTIE VAN SCHILDERIJEN DOOR JAN MIENSE MOLENAER

Werk van J.M.Molenaer bevindt zich in enige tientallen musea, verspreid over de wereld, o.a. in Aix-en-Provence, Amsterdam, Bamberg, Barnard Castle, Bonn, Bordeaux, Boston, Bourges, Bournemouth, Braunschweig, Brighton, Brussel, Budapest, Châteauroux, Dijon, Dresden, Dublin, Duinkerken, Epinal, Florence (Uffizi), Frankfurt, Gent, ‘s-Gravenhage, Haarlem, Indianapolis, Keulen, Kopenhagen, Krakow, Leipzig, Londen (National Gallery, Victoria and Albert Museum), Lyon, Manchester, Nîmes, Oldenburg, Parijs (Louvre, Petit Palais), Philadelphia (Johnson Collection), Poitiers, Richmond (Virginia), Schwerin, Stockholm (Universiteit), Straatsburg, Warschau, Wenen.

J.M.Molenaer: herberg de Halve Maan in Haarlem. Oude ansichtkaart naar schilderij in Budapest

J.M.Molenaer: herberg de Halve Maan in Haarlem. Oude ansichtkaart naar schilderij in Budapest

Rechts staat Jan Miense Molenaer met om hem heen zijn familie. 1635 (Instituut Collectie Nederland)

Rechts staat Jan Miense Molenaer met om hem heen zijn familie. 1635 (Instituut Collectie Nederland)

Jan Miense Molenaer: de familie van de schilder als musicerend gezelschap met links zijn vrouw Judith Leyster. Circa 1635-1636. (Frans Hals Museum)

Jan Miense Molenaer: een (onbekende) Haarlemse familie als musicerend gezelschap met links een frappante gelijkenis met zijn vrouw Judith Leyster. Er wordt clavecimbel gespeeld, viool, sister [een 17e eeuws tokkelinstrument dat in onbruik is geraakt], luit en cello. De kinderen links zijn meermaals geportretteerd en zijn mogelijk een broer en zus van de schilder. Circa 1635-1636. (Frans Hals Museum)

Jan Miense Molenaer: familiegroep Ruychaver-van der Laan. Maerten Ruychaver was o.a. burgemeester van Haarlem (Museum van Loon, Amsterdam)

Jan Miense Molenaer: familiegroep Ruychaver-van der Laan en nakomelingen. Maerten Ruychaver was o.a. burgemeester van Haarlem (Museum van Loon, Amsterdam)

Jan Miense Molenaer: de viering van een kerkelijk feest

Jan Miense Molenaer: de viering van een kerkelijk feest

Jan Miense Molenaer: musicaal duet (London, National Gallery)

Jan Miense Molenaer: musicaal duet (London, National Gallery)

Jan Miense Molenaer: boerengezelschap voor een herberg (Frans Halsmuseum)

Jan Miense Molenaer: boerengezelschap voor een herberg (Frans Halsmuseum)

Jan Miense Molenaer: een man en een vrouw op een ton geklommen geven het laatste nieuws door aan belangstellingen voor een herberg

Jan Miense Molenaer: een man en een vrouw zijn  op een ton geklommen om het laatste nieuws door te geven buiten een herberg

Herbergtafereel door Jan Miense Molenaer (Museum Schone Kunsten Budapest)

Herbergtafereel door Jan Miense Molenaer (Museum Schone Kunsten Budapest)

Door J.M.Molenaer zijn de vijf zintuigen verbeeld op 5 panelen: zien, horen, ruiken, proeven en voelen. M.u.v. horen met monogram IMR. Enkel voelen is gedateerd, nl. 1637. De vrouw die een man met haar schoen op zijn hoofd wil slaan moet het gevoel verbeelden. Mauritshuis, tijdelijk in bruikleen Frans Hals Museum

Door J.M.Molenaer zijn de vijf zintuigen verbeeld op 5 panelen: zien, horen, ruiken, proeven en voelen. M.u.v. ‘horen’ met monogram IMR. Enkel ‘voelen’ is gedateerd, nl. 1637. De vrouw die een man met haar schoen op zijn hoofd wil slaan moet het gevoel verbeelden. Mauritshuis, tijdelijk in bruikleen Frans Hals Museum

Jan Miense Molenaer: verschoning van een baby

Jan Miense Molenaer: verschoning van een baby, verbeeldend het ruiken

Jan Miense Molenaer: de balspelers. 1631

Jan Miense Molenaer: de balspelers. 1631

Jan Miense Molenaer: rivierlandschap

Jan Miense Molenaer: rivierlandschap

Jan Miense Molenaer: drinkende boeren (schilderij in particuliere verzaeling)

Jan Miense Molenaer: drinkende boeren (schilderij in particuliere verzameling)

Jan Miense Molenaer: boerenbruiloft (Frans Halsmuseum)

Jan Miense Molenaer: boerenbruiloft (Frans Halsmuseum)

Jan Miense Molenaer: allegorie op de trouw

Jan Miense Molenaer: allegorie op de trouw

Schilderij 'de  balspelers' uit 1631 van Jan Miense Molenaer, dat kortgeleden is verworven door het Frans Hals Museum.

Schilderij ‘de balspelers’ uit 1631 van Jan Miense Molenaer, dat kortgeleden is verworven door het Frans Hals Museum.

BERICHTEN OVER WERK VAN LEYSTER EN MOLENAER

Bericht over verkoop schilderij Judith Leyster uit het Haarlems Dagblad van 15 maart 1990

Bericht over verkoop schilderij Judith Leyster uit het Haarlems Dagblad van 15 maart 1990

Judith Leyster: het op de TEFAF 1990 in Maastricht verkochte schilderij van twee kineren en een kat

Judith Leyster: het op de TEFAF 1990 in Maastricht verkochte schilderij van twee kinderen en een kat. Ook Jan Miense Molenaer schilderij in tenminste 7 versies twee kinderen met een kat.

Bericht uit Haarlems Dagblad over veiling van paneeltje Jan Miense Molenaer van 27 september 2011

Bericht uit Haarlems Dagblad over veiling van paneeltje Jan Miense Molenaer van 27 september 2011

Bijlage:  SCHILDERIJ BLEEK TENIERS IN PLAATS VAN MOLENAER; signatuur ‘JM’ veroorzaakt verwarring

Artikel door Hans Krol in Heemstede Centraal van 8 maart 1989

Artikel door Hans Krol in Heemstede Centraal van 8 maart 1989

Jan Teniers: vrolijk tafereel van feestende mensen bij een herberg

Jan Teniers: vrolijk tafereel van feestende mensen bij een herberg

Deatil van schilderij door David Teniers de Oude (1582-1649)

Detail van schilderij door David Teniers de Oude (1582-1649)

David Teniers: nog een detail uit het paneel van een plassende boer achter de schutting

David Teniers: nog een detail uit het paneel van een plassende boer achter de schutting

Jan Miense Molenaer: het huwelijk van Willem van loon en Margaretha Bas. Iit Volkskrant magazine, 30 maart 2013 (1)

Jan Miense Molenaer: het huwelijk van Willem van Loon en Margaretha Bas; door Wim Pijbes. Uit: Volkskrant Magazine, 30 maart 2013 (1)

Vervolg J.M. Molenaer.Uit Volkskrant Magazine, 30 maart 2013.

Vervolg J.M. Molenaer. Uit: Volkskrant Magazine, 30 maart 2013.

About these ads