Godfried Bomans (1913-1971) een eeuw geleden geboren
BOMANS EN BERKENRODE (1932-1937/1950)

De aan de Dunne Bierkade in ‘s-Gravenhage aangebrachte gedenkplaat ter hoogte van de plek waar Godfried Bomans op 2 maart 1913 is geboren (foto Den Haag FM)
Zaterdag 2 maart was het precies honderd jaar geleden dat Godfried Bomans werd geboren. Niet in Haarlem, zoals vaak wordt gedacht en aan welke mystificatie de schrijver zelf graag meewerkte, maar in ’s-Gravenhage. Het geboortehuis is gesloopt, maar op het pand dat daarvoor in de plaats kwam is afgelopen zaterdag door burgemeester Jozias van Aartsen een plaquette geplaatst. Verder is op 2 maart een relevant citaat uit Bomans’ boek Pieter Bas in studie- en werkruimte van de centrale openbare bibliotheek in Dordrecht.

Olieverfschilderij van Godfried Bomans, door Aleid Slingerland in 1986 geschonken aan de openbare bibliotheek Heemstede
Op verzoek van weekblad ‘de Heemsteder’ volgt een beknopte beschrijving van Godfried Bomans en zijn familie met nadruk op de paar jaar dat hij op Berkenrode verbleef, welke essentieel zijn geweest voor zijn eerste boeken zoals de Sprookjes, Pieter Bas en in mindere mate Erik of het klein insectenboek. Die laatste publicatie die in het oorlogsjaar 1941 verscheen en vanwege de lichte toon direct een succes bleek wordt in november 2013 in een oplage van een paar honderdduizend exemplaren herdrukt en verspreid in het kader van de campagne ‘Nederland Leest” onder leden van de openbare bibliotheek
Familie
De grootvader van Godfried was een energiek, kleurrijk en rusteloos man met een haast oeverloze dadendrang, wisselend schatrijk en straatarm en zo vaak verhuisd dat zijn nuchtere vrouw het opgaf de gordijnen in te nemen of uit te leggen. Zijn naam was Jan Michiel Bomans en hij huwde in 1872 met Anna Maria Leuven uit Heemstede. In 1883 richtte hij met zijn Heemsteedse zwager Leuven het ‘Haarlemsch Dagblad’ op, gevestigd in de Kleine Houtstraat 9 en gedrukt op de ‘Snelpersdrukkerij Bomans & Co’. De oplage bedroeg 10.000 exemplaren en met de prijs van 5 cent per nummer was de krant op dat moment het goedkoopst van alle Nederlandse dagbladen. Die drukkerij bestaat niet meer maar het dagblad na 130 jaar nog altijd. Broer Jan Bomans (1915-2000), in zijn werkzaam leven hoofd van het Spaarnestad-fotoarchief en nog bij velen bekend, vertelde me eens de volgende anekdote. Toen hij ooit op bezoek was bij de hoofdredacteur van het Haarlems Dagblad met kantoor in de Grote Houtstraat zag hij tot zijn verrassing een ingelijst portret hangen van zijn grootvader. Voorzichtig vroeg hij of hij wist wie de man aan de wand was. “Geen idee, het hing hier al toen ik hier terecht kwam” was het antwoord en omdat de hoofdredacteur op die foto intussen wel was uitgekeken mocht Jan Bomans het portret mee naar huis nemen.

Jan Michiel Bomans was o.a. metselaar, aannemer, grondexploitant, kaasmaker, boterfabrikant, drukker, oprichter van een autobuslijn tussen Den Haag en Rijswijk, directeur van een steenfabriek en richtte op 11 juli 1883 met zijn Heemsteedse zwager Leuven als compagnon het Haarlemsch Dagblad op. Hij zou voordien een vuurwerk-winkel in de Lange Veerstraat hebben gehad, maar na grondig archiefonderzoek bleek dat een fantasietje van Godfried te zijn.
Uit het huwelijk Bomans-Leuven zijn zes kinderen geboren, drie meisjes en drie jongens. De oudste zoon is pastoor in Krommenie geweest, de tweede werd ambassaderaad in Rio de Janeiro en de derde was advocaat maar vooral politicus, mr. Johannes Bernardus Bomans en hij heeft van 1932 tot zijn plotse overlijden in 1941 op Berkenrode gewoond. Hij vervulde functies als wethouder in de Spaarnestad (1917-1923), lid van de Tweede Kamer voor de R.K.Staatspartij (1916-1928) en lid van de Provinciale, vervolgens van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland (1923 tot zijn dood). Bij de opening van wijnhuis ‘De Gulde Druyf’ in de Gierstraat zette hij onder een forse handtekening in het gastenboek ‘Lid Raad, Staten en Kamer’
Na zijn huwelijk met Arnoldina Josephina Oswalda Reynart zijn tussen 1909 en 1916 acht kinderen geboren, van wie er 2 jong zijn overleden. In 1909 als oudste dochter Wally, die later in het klooster intrad als zuster Borromée, die de gezegende leeftijd van 102 jaar zou bereiken.
Van Den Haag via Haarlem naar Heemstede
Godfried (Jan Arnold) Bomans is op 2 maart 1913 om 9 uur in de ochtend geboren op het adres Bierkade 2a. Enkele maanden later promoveerde zijn vader aan de Universiteit te Leiden en is hij met een collega een advocatenpraktijk begonnen in Haarlem, waarvoor werd verhuisd naar Parklaan 12. Achtereenvolgens zijn Rex (1914) al genoemde Jan (1915) en Arnold Jan (1916) geboren, laatstgenoemde trad als pater in bij de Trappisten in Zundert. De kinderen bezochten de R.K. Schoolvereniging aan de Cruquiusstraat, destijds de enige katholieke school in Nederland waar jongens en meisjes in dezelfde klas onderwijs genoten. In 1925 verhuisde het gezin binnen Haarlem naar een groter pand, huize ‘Boshof’, Kleine Houtweg 125.
Naast hen woonde de rooms-katholieke dichter en schrijver Leo Tepe in de nog bestaande maar helaas verwaarloosde koepel vlakbij de vroegere Mariastichting, die in Duitse literaire kring naam heeft gemaakt onder de naam van zijn geboorteplaats ‘Leo van Heemstede’. Het jaar daarop is Godfried gymnasiumleerling geworden van het R.K. Triniteitslyceum van de paters Augustijnen aan de Zijlweg. Op 16-jarige leeftijd debuteert hij in schoolblad ‘Tolle lege’ [Neem en kies, bedoeld als lees], met een verhaal ‘Zuurkraampjes’. Zijn levenslange vriend wordt Harry Prenen. Scholier Godfried schreef in 1931-1932 een toneelstuk ‘Bloed en liefde’ met 32 rollen, omdat zijn klas 32 leerlingen telde en dat is in februari 1933 in de voormalige Jans-schouwburg aan de Jansstraat opgevoerd. In een latere inleiding op het stuk uit 1946 – toen het stuk al 500 keer was opgevoerd! – schreef de auteur dat het (grotendeels) tijdens de Kerstvakantie op ‘Berkenrode’ was geschreven. Min of meer in het geheim want vader Bomans was er geen voorstander van dat zijn zoon naast [of in plaats van] het huiswerk nog literaire bezigheden verrichtte. “Nog hoor ik het loeien van de wind tegen de binten van de enorme zolderruimte, waar ik in een hoekje zat te schrijven met een rood hoofd en glinsterende ogen. In het derde bedrijf hoort de wind weer loeien, hij komt regelrecht van die oude zolder op Berkenrode.”

In de Bomans-collectie van het N.H.Archief bevinden zich de originele teksten van Bloed en Liefde in 3 bedrijven van Godried Bomans
Spoedig volgde ook zijn literaire debuut met proza en poëzie, aanvankelijk onder het pseudoniem B(ernard) Majorick, een schuilnaam die hij later overdeed aan J.Beljon. In mei 1932 vond vader Bomans dat hij het zich aan zijn stand verplicht achtte naar een groter pand te verhuizen. Dat werd ‘Berkenrode’, het vroegere ‘Westerduin’, gelegen aan de Herenweg, dat overigens werd gehuurd en dus niet gekocht. Het was eigendom van Hendrik van Wickevoort Crommelin uit een geslacht van patriciërs en gerenommeerde paardenliefhebbers.
Berkenrode
Nadat mr. Bomans, een R.K.propagandist bij uitstek en eloquent spreker overigens zonder de sprankelende humor van zoon Godfried, met zijn gezin naar Berkenrode was verhuisd moest hij zich wel aanzienlijke offers getroosten alvorens het uitgeleefde pand te betrekken, zoals installaties aanleggen voor gas, water en elektriciteit. Tot overmaat van ramp ging zijn tegoed eraan bij de bank van Everard na een faillissement Hij moest zelfs zijn kostbare postzegelverzameling verkopen, doch dat alles was het hem waard om de representatieve villa waarop hij zijn zinnen had gezet te kunnen betrekken. In het Haarlemsch Dagblad was hij al eens “de ongekroonde koning van Haarlem genoemd” en zijn politieke tegenstanders duidden hem aan als ‘wethouder van bezuinigingen’. Meest bekend is hij gebleven, niet in de laatste plaats een prachtig verhaal van Godfried, als “de man met de witte das”. In de Parklaan was hij al een keer betrapt toen hij overdag een nog brandende (gas)lantaarnpaal was ingeklommen om hem uit te draaien, want hij was tegen verkwisting door de overheid. Als goed katholiek ging vader Bomans met het gezin iedere zondag naar de hoogmis eerst bij de paters Franciscanen in de Groenmarktkerk, na 1932 in de Heilige Bavokerk, vroeger ook aangeduid met Berkenrode. De familie stond en zat op de eerste rij stoelen en vol trots sprak pastoor Van Mierlo in die tijd over “mijn meest vooraanstaande parochiaan Bomans”.

De (ere)tribune van voetbalclub Heemstede-Berkenrode Combinatie (HBC), waar enkel kerkelijke en wereldlijke autoriteiten beschut tegen wind en regen plaats mochten nemen. Van de priesters noemen we slechts: plebaan Rikmanspoel, kapelaan Determeyer van de St. Bavo-kathedraal en kapelaan M.C.Caarls van de St.Josephkerk in de Jansstraat te Haarlem. Vooraan derde van links gemeentesecretaris Swolfs, als vierde wethouder dr. Droog en als vijfde en zesde: mr. J.B. Bomans en diens echtgenote. Een hoogtepunt was de interlandwedstrijd van R.K. Nederland- R.K.België, door ruim 5.000 toeschouwers bezocht op het HBC-terrein, die Nederland zagen winnen met 6-2. De hele familie Bomans was aanwezig.

Rooms-Katholiek Holland tegen Rooms-Katholiek België op het terrein van Berkenrode in 1935. Op deze foto de binnenkomst van de Belgen.
Eenmaal op Berkenrode woonachtig werd vader Bomans automatisch supporter van H.B.C. (Heemstede Berkenrode Combinatie) toen nog spelend op een voetbalterrein tegenover de kerk. In 1952 schreef Godfried op verzoek van voetbalclub HBC zijn Berkenrode-herinneringen’ op, een mengsel van werkelijkheid maar vooral fantasie waarin allerlei namen voorkomen die in het Heemsteedse algemeen bekend zijn, zoals Van Lennep, pastoor Van der Tuyn en als lokale sportvedettes Kortekaas, Drayer , Van der Horst en Arie [= ‘Houtje’ Martin].
Na 1 jaar zitten blijven in de vierde klas behaalde Godfried op 5 juli 1933 het diploma van het R.K. Lyceum en in september liet hij zich op aandringen van zijn vader als student in de rechten inschrijven aan de Universiteit van Amsterdam, aanvankelijk als spoorstudent totdat hij in 1937 een kamer betrok bij een weduwe in de Huidenstraat.

Huize Berkenrode op een ansichtkaart uit de periode van bewoning door de familie Bomans. Over het familiespook dat volgens vader Bomans op Berkenrode zou huizen schreef Cola Debrot in zijn novelle ‘Mijn zuster de negerin’(1935) op basis van informatie van een vriendin die bij de familie Bomans logeerde.
In 2012 vond voor de 136e keer vindt in Heemstede jaarlijkse kerkbollenveiling plaats, waarbij de opbrengst bestemd is voor het onderhoud van de H. Bavo-kerk. Oud-voorzitter en gemeenteraadslid Herman Rücker vroeg in 1969 via broer Jan of Godfried genegen was een aanbeveling voor de folder te schrijven. Die deed dat onmiddellijk in de kortst mogelijke tijd. Met de volgende opwekkende tekst: “De jaarlijkse Kerkbollenveiling speelde op ‘Berkenrode’ waar wij toen woonden, een hele rol, omdat mijn vader met ons wedde dat de opbrengst weer groter zou zijn dan die van vorig jaar. Hij heeft die weddenschap ook nooit verloren. Om dit te bereiken bood hij ook zelf mee wat geen zuivere koffie is. Op die wijze kwamen de volgende dag grote partijen bloembollen ons huis binnen, waar we eigenlijk géén duidelijke bestemming voor hadden. Gelukkig liep de tuin van ‘Berkenrode’ van de Herenweg tot de Leidsevaart door en daar konden we al die bollen royaal kwijt. U moet daar eens lopen. In de lente ziet u er op de meest onverwachte plaatsen crocussen en hyacinthen uit de grond komen en die stammen er nog allemaal uit die tijd. De veiling zelf was altijd een boeiende gebeurtenis en ik sloeg er nooit een over, al veroorloofde het zakgeld dat ik als jongen kreeg mij niet om aan die veldslag in edelmoedigheid mee te doen. Ik keek naar de opgewonden gezichten, luisterde naar de kreten en hield vooral de pastoor in het oog, die, als een bepaald bedrag overschreden was, langzaam een sigaar opstak en zei: ‘Nu kan het’, want het was een Havannah. Ik hoop dat dat dit prachtig ritueel ook deze keer weer zal worden uitgevoerd. U hebt dat in eigen handen.”

Interieurfoto Berkenrode van het schouwstuk in de voormalige zuidelijke zitkamer met Jan Bomans in spiegelbeeld
Een omstreden romancyclus van vader Bomans
Mr. J.B. Bomans moet literaire aspiraties hebben gehad en hij schreef in gelinieerde schriftjes van kantoorboekhandel-leesbibliotheek R & D.Jonckbloedt aan de Binnenweg een tiendelige serie waarvan 5 delen in drie banden zijn verschenen welke vanwege gedeeltelijke vernietiging tegenwoordig zeer zeldzaam zijn. In 1933 kwamen bij de Wereldbibliotheek de eerste vier delen uit in twee banden onder de titel ‘Jan Herbert MacDonald’ en onder het pseudoniem van J.B. van Rode. De letters J.B. slaan op zijn voornamen en Rode op Berkenrode. Een jaar later volgde het vijfde deel in 1 band.
De MacDonald-cyclus is een sleutelroman en opgedragen aan de Nederlandse adel. De hoofdpersoon is Jan Herbert MacDonald, een katholieke jonge edelman van Schotse afkomst, woonachtig op een landgoed waarmee Berkenrode is gemeend. Het werk is op vele punten autobiografisch. De gemeentesecretaris “in onze schoone woonstede is een almachtig man” en wordt De Wolff genoemd, wiens echte naam in die periode Swolfs was.

Fragment uit het manuscript van de Macdonaldcyclus door mr.J.B.Bomans. Uit het nooit verschenen deel 8, waarin het overlijden is beschreven van “pater Godfried Rhodius S.J. aan een door niemand geweten hartzwakte”.
De kritieken waren na verschijning niet mals. De recensent van ‘De Maasbode’ sprak van een katholieke Courths-Mahler, synoniem voor vulgaire romans en Anton van Duinkerken wist zich geen raad met de boeken. Juni 1934 verschenen diverse artikelen in de vaderlandse pers met koppen als “Mr.Bomans als romanschrijver in opspraak”. Als gevolg van de “uiterst compromitterende publicaties” kwam zelfs zijn baan als gedeputeerde voor Noord-Holland in gevaar. Toen deel VI werd aangekondigd die in het heden zou spelen was voor de R.K.Staatspartij de maat vol en moest mr. Bomans zijn uitgeverij dringend verzoeken de uitgave te staken. In diezelfde periode schreef zoon Godfried ten dele op Berkenrode zijn ‘Memoires of gedenkschriften van Mr. Pieter Bas’. Vader Bomans was op 19 maart 1941 nog werkzaam op het Provinciehuis als waarnemend-commissaris van de Koningin in Noord-Holland en overleed een dag later in de vroege ochtend aan hartstilstand op slechts 56-jarige leeftijd. De uitvaartmis had plaats in de St.Bavo-kerk te Heemstede.

Overlijdensadvertentie mr.J.B.Bomans uit dagblad De Tijd van 20 maart 1941 Hierin staat nog vermeld dat de begrafenis op het r.k.kerkhof van de parochie Berkenrode zou plaatsvinden, wat op het laatste moment is gewijzigd.
Een Berkenrode-legende

De uitvaartstoet komend van de H.Bavokerk Heemstede 24 maart 1941 op weg naar het Sint Barbara-kerkhof in Haarlem-Noord passeert Berkenrode
De begrafenis geschiedde 24 maart op het Sint Barbarakerkhof in Haarlem-Noord. De stoet liep aldus bijna 1,5 uur via de Herenweg en Grote Houtstraat midden in de bezettingstijd. Zoon Godfried maakte de tekst voor zijn zerk: ‘Voor velen heeft hij gesproken, mogen zij nu spreken voor hem’. Mr.J.B.Bomans deelt het graf met zijn zoontje Herman Jan Olaf, die op 9-jarige leeftijd was overleden en met zijn echtgenote die in december 1955 werd bijgezet. Rond Bomans en Berkenrode is het volgende verhaal zeer hardnekkig. Aanvankelijk deed zich onder de bewoners van Heemstede een verhaal de ronde dat zich achter een gesloten raam rechtsboven akelige dingen zouden hebben afgespeeld. Niemand zou in die kamer mogen komen. Toen een vriend van de familie Bomans, mr. Andries de Wolf eens aan Godfried vroeg wat er met die ruimte aan de hand was antwoordde deze met doffe stem: “Daar praat ik liever niet over…”. Tijdens de begrafenis waren als een postuum eerbetoon aan de overledene alle luiken van het huis Berkenrode gesloten. Vervolgens werd gezegd dat het meest rechtse vensterluik op de verdieping, zijnde de sterfkamer van mr.J.B.Bomans, vanaf 20 maart 1941 “ten eeuwigen dagen gesloten moet blijven”. De werkelijkheid is prozaïscher, immers achter dit dichte luik, dat vanwege de symmetrie is aangebracht, bevindt zich een blinde muur…

Huize Berkenrode met rechts boven het zoge- naamde gesloten luik, dat in relatie tot Bomans aanleiding gaf tot legendevorming
In het grote huis met afhankelijk van de telling 21 tot 23 kamers en een enorme keuken, hadden alle kinderen voor zover thuiswonend een eigen kamer. De werkkamer van scholier Godfried bevond zich achter de monumentale trap in de noordelijke uitbouw van het pand. Hier schreef hij tot 1937 het toneelstuk ‘Bloed en Liefde’, ‘Sprookjes’ en delen van ‘Pieter Bas’, verder de aanzet tot ‘Erik’. Zijn slaapkamer boven deelde Godfried met broer Rex. Moeder Bomans heeft er nog tot de Bevrijding gewoond. In de laatste bezettingsjaren hebben hier tijdelijk de families Van Ogtrop, Dólleman, en Bouwman onderdak gevonden, onder wie ook de latere televisiepresentatrice Mies Bouwman. Verder is overdag gastvrijheid verleend aan zo’n 18 tot 23 Broeders van de Christelijke Scholen van J.B. de la Salle. Volgens Jan Bomans is het huis driemaal door de Wehrmacht en de Grüne Polizei omsingeld geweest, maar zij hebben tijdens hun razzia’s niemand kunnen wegvoeren, omdat men zich tijdig in het bos kon verstoppen. Wanneer de bel op het dak luidde betekende dat ‘alles veilig’ was. Mies Bouwman zei in een interview in 1962 over het verblijf aan journalist J.van den Berg: “We zaten in dat schitterende huis omgeven door een prachtige tuin en er gebeurde eigenlijk niets wat je als 12-jarige [feitelijk was ze in 1944: 15. H.K.] erg vond. Als je honger had, kreeg je van de keukenbroeder een boterham met kaas, als je bang was, deden de Bomans-jongens gek. Er waren zoveel mensen met verhalen, zoveel spellen die gespeeld konden worden in al die gangen en nissen. Natuurlijk werd er over de oorlog gesproken maar voor ons was het interessanter dat broeder Andreas achters ons (dienst)meisje Corrie aanzat, die in het bad sliep omdat er geen bed meer was.” In een gesprek met Ted van Turnhout vertelde Mies Bouwman in 2001 verder vanuit haar herinneringen onder meer dat haar vader vanaf 1941 directeur was van de Bata-schoenenfabriek in het Brabantse Best. Eind april 1943 brak bij Philips in Eindhoven een grote staking uit die oversloeg naar de Bata. De Duitsers eisten van Bouwman dat die de staking zou breken, maar dat wilde hij niet en mogelijk na contact met zijn voormalige mede-gedeputeerden in Noord-Holland verhuisde de familie naar het grote huis op Berkenrode.
“In dat huis woonde mevrouw Bomans, samen met zoon Jan. Vader Bomans was inmiddels overleden. Godfried kwam af en toe en ging weer terug naar zijn huis op de Zonnelaan in Haarlem. Rex zag ik soms, maar Wally en Arnold die in een klooster zaten heb ik daar nooit gezien. Wij kregen de voorkamer, waar een prachtige vleugel in stond. Vanuit de kamer liep een trappetje naar boven en daar woonde mevrouw Bomans, die er een zit- en slaapkamer had. Achterin was de keuken en als je voor het huis stond, was links ook nog van alles, een kamer en nog een kleine kamer, nou ja, echt gigantisch. Op zekere dag kwam er een ander gezin: de familie Thierry de Bye Dólleman. Het gezin telde drie of vier kinderen. En de Dóllemannen kregen als woongedeelte dat linkerstuk. Boven waren een heleboel slaapkamers. Toen was er al ene mevrouw Ogtrop in het huis, een zeer chique dame. Ze had een zuster bij zich, mevrouw Six en die naaide al die mooie kleren, herinner ik me. Vlak voor de hongerwinter werd het pas echt druk. De Broeders van De La Salle die enkele scholen in Heemstede hadden, moesten uit hun Broederhuis vertrekken omdat de Wehrmacht het gevorderd had. Daar kwam et hele span Broeders naar Berkenrode en dat ging de zolder op. Hier werden in de haast enkele afscheidingen gemaakt (…) Met de Broeders konden we goed opschieten, maar met mevrouw Bomans niet zo. We waren eigenlijk een beetje bang voor haar. Het was een norse vrouw en ze zag er ook bepaald niet kind-vriendelijk uit. Ze was altijd in het grijs of zwart gekleed, had een bos haar en felle ogen. Dat lawaai in huis vond ze ook maar niets, dus we werden geregeld zeer streng toegesproken (…)”. Na de Bevrijding was er feest op de hoek bij Berkenrode waar een bandje zat en werd gedanst en gezongen. Spoedig is de familie Bouwman toen verhuisd naar de Heemsteedse Dreef en bleef eigenlijk alleen de band met Godfried.

Brief van Godfried Bomans uit 1948 aan mej. H (Gertie) Kolle, toen woonachtig in Maastricht en na het behalen van het assistentsdiploma in Sittard (1948), als assistente benoemd aan de R.K. afdeling van de gemeentelijke openbare bibliotheek Heemstede
Na de Bevrijding bleef mevrouw Bomans-Reynart nog enkele jaren op Berkenrode wonen, zoals o.a. blijkt uit bovenstaande brief Van Godfried aan Gertie Kolle die in 1948 was benoemd als bibliothecaresse aan de R.K.afdeling van de net opgerichte openbare bibliotheek in de Van Merlenlaan en huisvesting zocht. Mevrouw Bomans-Reynart overleed op 2 december 1955, toen woonachtig aan de Koediefslaan. Godfried zei enkel “Zij weet het nu”.

Foto uit augustus 1944 toen naast Broeders van De la Salle de families Ogtrop, Dólleman en Bouwman onderdak vonden in het huis Berkenrode van mw. Bomans. Helemaal rechts geknield is de latere televisiepresentatrice Mies Bouwman.
De evacué’s op Berkenrode in 1944. Staande de Broeders van De La Salle met in het midden Henk Bouwman en uiterst rechts het dienstmeisje Corrie. Op de voorste rij van links naar rechts: Freule Van Lennep, vader M.Thierry de Bye Dólleman, Paul Bouwman, moeder Bouwman, Tineke Bouwman, Broeder-directeur Eduard, en tussen haar dochtertjes Annemarie en Jetty moeder Thierry de Bye Dólleman, dan vader L. Bouwman en dochter Mies Bouwman.
Pater Bomans
Kort na het overlijden van vader Bomans in 1941 heeft zoon Arnold Jan Bomans (pater Johannes Baptist van de order der Trappisten) als neomist in de St. Bavokerk van Berkenrode zijn eerste heilige mis opgedragen. Hij werd door zijn moeder mw. Bomans-Reynart en broer Godfried opgewacht. Zijn zuster Wally, kloosternaam zuster Borromée, kreeg geen toestemming de kerkelijke plechtigheid bij te wonen. Dat had niets met de oorlogsperiode ta maken, maar zo waren toen nu eenmaal de orderegels. Het televisiegesprek ‘Bomans in triplo’, in 1970 uitgezonden door de NCRV is nadien nog verscheidene malen herhaald. In het boek ‘Van dichtbij gezien’ (1970) schreef Godfried ter begeleiding van de op schrift gestelde televisiegesprekken: “Nog meer dan dit [= strenge ascese, gevormd in een enorme ruimte van de kloosters] was het de vastbesloten afgewendheid van de dingen dezer aarde, het reikhalzend verlangen naar een hogere orde van zijn, die ik terstond herkende. Het was als het ruisen van de bomen op ‘Berkenrode’ en de wind van het eeuwenoude huis.”

Neomist Arnold Bomans (pater Johannes Baptist) arriveert in 1941 in open rijtuig bij de H.Bavokerk en wordt daar begroet door o.a. zijn moeder en broer Godfried. Op de achtergrond de voormalige R.K. Henricus-ulo aan de Herenweg en daarnaast het R.K.Verenigingsgebouw in Heemstede
20 februari 1938: eerste openbare optreden in Heemstede
Het eerste openbare optreden van Godfried Bomans in Heemstede had februari 1938 plaats in het R.K. Verenigingsgebouw aan de Herenweg. De R.R. Vereniging van de Volkszang hield toen een druke bezochte Oranje-avond, in aanwezigheid ook van wethouder dr. E.A.M.Droog. Het Haarlems Dagblad berichtte: “Voor de aanvang zette de heer Godfried Bomans de bedoeling van deze avond uiteen. Eerstens om door het zingen van oranjeliederen uiting te geven aan de liefde voor het Huis van Oranje, maar ook om de mensen, zo verwend door radio en anderszins, weer te leren zingen.”

Het R.K.Vereenigingsgebouw waar in de hoogtijdagen van het Rijke Roomse Leven meer dan 20 roomse verenigingen onderdak vonden, en daarnaast de voormalige Sint Jozefschool
Sprookjes en Pieter Bas

Portret van Pieter Bas door Harry Prenen dat in de werkkamer van Bomans hing, omgeven door enige (carnavals)onderscheidingen
Op 13 maart 1941 verzorgde Godfried Bomans een lezingavond in het R.K.Verenigingsgebouw aan de Herenweg voor de R.K. Jonge Middenstandsvereniging onder de titel ‘De wereld gezien door het oog van een meikever’. Ofschoon op dat punt ondergewaardeerd behoren de sprookjes van Godfried zonder twijfel tot het beste werk van zijn letterkundig oeuvre. In het r.k. studentenblad ‘De Dijk ‘ publiceerde Bomans in 1934, jaargang 2, nummer 5, het sprookje ‘De twaalfde koning’. Dat werd in 1935 bekroond met een literaire prijs: de Unieprijs, gejureerd door Anton van Duinkerken, J. van Heugten en Jan Nieuwenhuis. Ongeveer gelijktijdig met zijn eerste sprookjes begon Godfried tussen 1932 en 1934 grote delen van Pieter Bas op schrift te stellen, aanvankelijk in delen verschenen in het tijdschrift ‘De Dijk’.

In het katholieke studentenblad De Dijk publiceerde Godfried Bomans zo’n 25 bijdragen. Samen met Harry Prenen als illustrator de eerste hoofdstukken ook van Pieter Bas. Als secretariaatsadres was opgegeven: Godfried Bomans, Berkenrode, Heerenweg 133, Heemstede.
Zijn vader, de politicus Bomans, heeft hiervoor model gestaan. Godfried noteerde hierover later: “Als student in de rechten schreef ik een boekje dat Pieter Bas heette. Ik was als tweedejaars nog treinstudent en woonde dus op ‘Berkenrode’. Het manuscript lag voltooid op mijn kamer in een la, een blauw lint was er omheen gestrikt. In een opwelling besloot ik nu dit werk mijn vader voor te leggen. Naar mijn slaapkamer voerde een aparte trap en ik zie mij nog die treden opgaan, het pakje in mijn hand, in een soort van blinde vertwijfeling, want verwachten deed ik hiervan niets. Ik opende de deur en daar lag hij. Over de bovenste rand van het boek dat hij las bleven zijn ogen op mij rusten. Ik zei dat ik iets geschreven had en of hij het wilde lezen. Hij antwoordde niet, maar beduidde mij met een blik, dat ik het aan het voeteneind kon neerleggen. Ik bleef een ogenblik staan, maar hij las alweer. Enkele dagen later trof ik het manuscript op mijn bureau weer aan, het blauwe lint er nog omheen. Ik heb er nooit meer iets van gehoord. Geen woord.”
Ter lezing werd het manuscript aan zijn oudere jeugdvriend en ‘basseroloog’ mr. Edward Brongersma aangeboden, die toentertijd in Heemstede woonde, waar hij later van 1945 tot 1950 gemeenteraadslid voor de PvdA was. Brongersma vervaardigde een ode gericht aan de poëet ‘Godefridus Bohiminis’, welke in de tweede druk van 1937 werd opgenomen. Als persoonlijke opdracht schreef Bomans voor Brongersma: “synde magister in de juridyke khonste tot Heemstede” bestemde exemplaar: “Dit, mijn eerste boek, geheeten Memoires van Pieter Bas wordt door mij geschonken aan Edward Brongersma advocaat hier ter stede, die in de totstandkoming dezer geschriften aandeel had, stoffelijk door dezelve te vervoeren in Ruim A van zijn jacht over de ongewisse baren der Leydtse Vaert, geestelijk door zijn aanmoediging na lezing der Eerste Hoofdstukken (in manuscripto). Hem zij hiervoor dank gebracht door Godfried Bomans.” Het bureau waaraan Godfried werkte is dankzij broer Jan Bomans bewaard gebleven.

Kopie van de door Godfried Bomans geschreven tekst bij Memoires van Pieter Bas voor zijn jeugdvriend dr. E.Brongersma

Persoonlijke opdracht van Godfried Bomans in het Pieter Bas-exemplaar voor zijn leraard Nederlands A.J.Schneiders
De Rijnlandsche Academie
In 1937 stelde een wethouder van de stad Haarlem voor om de Bakenessergracht te dempen, met als voordelen: 1) een mooi werkgelegenheidproject en 2) een vlottere doorstroming van het verkeer. Onder de burgerij kwamen vele protesten en de ‘Rijnlandsche Academie’ werd toen opgericht. Een lang en vlammend ingezonden stuk is integraal gepubliceerd in het Haarlems Dagblad en overgenomen door de socialistische krant ‘Het Volk’, die meende dat het genootschap honderden intellectuelen telde. Achteraf was echter sprake van 2 maximaal 3 personen: Bomans en Prenen en als ondersteuning de heer Schneiders, leraar Nederlands op het Triniteitslyceum. In het Haarlems Dagblad van 8 juni 1937 stond hun bijdrage: ‘Open brief van de Rijnlandsche Academie aan alle vóór- en tegenstanders van de Bakenessergracht’. Ondertekend namens de Academie: Hercules Prenen, algemeen secretaris; Godfried Bomans, algeeen president en A.J.Schneiders, C.L.” Het Haarlems gemeentebestuur zwichtte en zag af van demping. Talrijke malen is Harry Prenen, die toen in de Generaal Cronjéstraat woonde, naar Berkenrode gelopen voor de genootschappelijke bijeenkomsten. Dat was een afstand van ongeveer zes kilometer. Voor Godfried gold trouwens het omgekeerde. In 1937, bij gelegenheid van de Wereldjamboree, haalden Jan en Godfried een ‘practical joke’ uit en vermomde eerstgenoemde zich als prins van Djibouti.
Nijmegen en Erik of het klein insectenboek
Een vaste gast en vriend van vooral de heer des huizes was de in zijn tijd om zijn retorische gaven befaamde pater Franciscaan Borromaeus de Greeve (1).
(1) In de Katholieke Illustratie van 10 december 1966 schreef Godfried een artikel over ‘kanselredenaars-propagandisten’, in het bijzonder gewijd aan de in 1947 overleden pater Franciscaan Borromaeus de Greeve die hierin een meester was. Die kwam regelmatig bij de familie Bomans thuis, eerst in Haarlem later op Berkenrode. Bomans schreef o.a.:”(…) Vooraf ging hij echter in bad. Het was mijn taak dit te laten vollopen en de gewijde redenaar, die in onderbroek de badkamer betrad, een handdoek aan te reiken. Men kan zich wel voorstellen welk een ontluistering dit voor een jongen van negen jaar was. (…)” Jan Bomans reageerde hierop fel met een ingezonden stuk dat dit nooit was voorgekomen. De redactie van de K.I. schreef ironisch onder het stuk ‘Kaïn en Abel’. Godfried was ‘not amused’ en belde zijn broer op met de vraag “Behoor jij ook tot de meute die mij op de hielen zit?” Volgens familievriend A.G. De Wolf werd het voorval in der minne geschikt, Godfried was lankmoedig.
Eind 1941 bracht Lodewijk van Deyssel een beleefdheidsbezoek aan mevrouw Bomans, die eigenlijk wars was van literatoren. Godfried was zeer verknocht aan het aristocratische huis Berkenrode. Ook tijdens zijn Nijmeegse studententijd (1939-1943) heeft hij nog schrijfpapier gebruikt met daarop het briefhoofd Berkenrode In 1936 heeft hij aan de Amsterdamse Universiteit zijn kandidaatsexamen rechten behaald, maar vervolgens stokte de studie en ging hij zich meer op het schrijven richten. Jaren later schreef hij daarover dat Nederland al genoeg meesters in de rechten had, in tegenstelling tot sprookjesschrijvers. In Nijmegen liet hij zich inschrijven als student psychologie en wijsbegeerte. Ik heb professor Th. Rutten in een college horen zeggen hoe trots hij was dat liefst 7 van zijn leerlingen het tot hoogleraar had gebracht, maar trots voegde hij daaraan toe zijn beroepskeuzeadvies aan student Godfried Bomans om schrijver te worden in plaats van vakpsycholoog. In 1940 heeft Bomans zijn latere vrouw voor het leven Gertrude (Pietsie) Verscheure leren kennen. Zijn vader heeft haar nog op Berkenrode leren kennen en moet gecharmeerd van haar zijn geweest en als koosnaam Mignon hebben gegeven. Januari 1944 vond de ondertrouw plaats en in de opgegeven advertentie liet Godfried ook ditmaal niet na als plaats Heemstede (Berkenrode) te vermelden, ook al bedoelde hij hiermee het adres van zijn moeder die daar nog woonde. Op 12 februari volgde een nieuwe advertentie, nu met de mededeling dat de eerder aangekondigde huwelijksvoltrekking wegens ziekte was uitgesteld en nadere aankondiging zou volgen. Die is op 17 maart in De Tijd gepubliceerd met als nieuwe datum 15 april. Hoe dat verder ging is beschreven door Michel van der Plas in de biografie ’Godfried’ (1982), op de pagina’s 318-320. Het burgerlijk huwelijk heeft op vrijdag 13 april 1944 plaatsgevonden op het stadhuis van Nijmegen. Het kerkelijk huwelijk uiteindelijk op 17 augustus 1945 en is gesloten door pater Constantius Kolfschoten (provinciaal overste van de Nederlandse jezuïeten) in café ‘De Bonte Os’ te Nijmegen, dat als noodkerk was ingericht. Bomans was intussen als kunstredacteur voor De Volkskrant en startte op 12 november is samenwerking met illustrator Carol Voges met het stripverhaal ‘Pa Pinkelman’, die aanvankelijk ‘Pa Knetterteen’ heette.

In 1944 nam Godfied Bomans, die nauw contact onderhield met verzetsman Mari Andriessen, twee onderduikers op in zijn huis aan de Zonnelaan. Links de Hillegomse pottenbakker Jan ter Gouw (Lou Bauer) en rechts de Duits-Joodse musicus Hans Lichtenstein. In 1987 is Bomans door de Israëlische regering postuum de Yad Vashem onderscheiding toegekend.
Al in 1943 heeft Godfried zijn studies definitief opgegeven en verhuisde hij naar een woning aan de Zonnelaan 17 te Haarlem – na een tijdelijk verblijf in het pand Hooimarkt 16 aan het eind van 1942 - om in 1944 te trouwen met – de nog in leven zijnde – Gertrud Maria (‘Pietsie’) Verscheure en in dat najaar onder te duiken bij de familie Bangert in Aerdenhout

In de tuin van Berkenrode, evenals de Overtuin/het Overbos één van de inspiratiebronnen voor Bomans’ Erik of het klein insectenboek (foto: Heerlijkheid Berkenrode)
Het bekendste werk van de verder veelzijdige Godfried Bomans, die mede dankzij radio en vooral televisie landelijke faam kreeg, is uiteindelijk Erik of het klein insectenboek geworden dat binnen een jaar 10 drukken beleefde. Het is voornamelijk geschreven op zijn studentenkamer in de Pater Brugmanstraat te Nijmegen en later tevens verschenen in diverse vertalingen. De inleiding op de eerste drukken van dit boek dateert hij vanuit ‘Berkenrode’ en hij zal er tijdens weekends en vakanties ook in het ouderlijk huis aan hebben gewerkt. In de overtuin, nu het Overbos, zette hij zomers een wankel tafeltje en een oude stoel neer en daar zullen de libellen en andere insecten aan de kleine vijver hem zeker inspiratie gegeven hebben.

In Thijsse’s Hof te Bloemendaal bevindt zich behalve een beeld van J.P.Thijsse (door Jolanda Prinsen) ook een beeld van Erik met vlinder, vervaardigd door Mari Adriessen
In 1961 verhuisde het echtpaar Bomans met hun baby Eva naar de villa Parkweg 10 te Bloemendaal, in die tijd nog ‘Hill Cottage’ geheten. Toen in de zomer van 1971 het vroegere woonhuis Kleine Houtweg 125 werd afgebroken verwierf Godfried de gevelsteen ‘Boshof’ en liet hij deze aanbrengen tegen de gevel van zijn huis in Bloemendaal.
22 december 1971 om 0.45 uur overleed Godfried Bomans op 58-jarige leeftijd thuis na een bezoek aan zijn schaakvereniging in Bloemendaal. Laate woorden van hem zijn niet bekend, maar naar verluidt sprak zijn vrouw toen het einde daar was de woorden “arme jongen”. Het laatste interview van Bomans zou daarmee met Johan Cruyff zijn. Enkele maanden eerder had zijn eenzaam verblijf op het eiland Rottumerplaats, in opdracht van VARA en AVRO, geen goed gedaan. Bij zijn overlijden ging een schok door het land. Op 24 december werd hij onder enorme belangstelling in de Allerheiligste Drievuldigheidskerk herdacht en waar broer Arnold de afscheidspreek hield en vervolgens is het stoffelijk overschot op het Sint Adelbert kerkhof ter aarde besteld. Op de eenvoudige grafzerk waar de woorden “Laat hem derhalve binnen” ontbreken worden sindsdien jaarlijks op zijn sterfdag bloemen gelegd, onder meer door een delegatie van het ongeveer 280 leden tellende Godfried Bomans Genootschap. Soms wordt daar één van zijn cultuursprookjes voorgelezen, pareltjes uit het omvangrijk werk van de schrijver dat meer dan 6.500 pagina’s teksten omvat. In dit verband is ‘De dood van de sprookjesverteller’ erg geliefd om meer dan één reden. Dat gaat over een sprookjesverteller die bij God komt. Die vraagt aan de Dood wat de laatste gedachte van de sprookjesverteller was geweest, waarop die antwoordt “Hij wilde een kabouter zien”. Dat vond God een goede gedachte en het sprookje eindigt met de woorden: “Laat hem derhalve binnen.”
Ten slotte
Godfried Bomans was meermaals in het Bennebroekse restaurant de Geleerde Man en bij een zoveelste verbouwing in 1967 schreef hij een komische column, gepubliceerd in De Volkskrant evenals in boekvorm. Hij verrichtte de opening van de Linnaeushof als speeltuin en van zijn hand is een kostelijk verhaal ‘In Paradisum’, gepubliceerd in het Haarlems Dagblad van 16 juli 1964 waarin hij onthulde “dat geen geloof meer kan worden gehecht aan de sedert eeuwen gekoesterde overtuiging, dat het aardse paradijs van Adam en Eva zich heeft bevonden tussen Eufraat en Tigris in het Oosten, doch dat onomstotelijk is vastgesteld dat het moet hebben gelegen in Bennebroek, met een klein stukje op Heemsteeds grondgebied.”; een duidelijke verwijzing naar de Linnaeushof. Mr. J.Visser leidde Godfried rond op diens Huis te Manpad, maar in het in 1955 uitgegeven boekje ‘Het Manpad en zijn bewoners’ schreef hij na lezing dat het matig geschreven was. Bomans was de Heemsteedse Kunstkring goed gezind. Bij de oprichtingsvergadering in 1952 hield hij in het Minerva Theater voor liefst 520 leden een komische voordracht en op 7 mei 1958 volgde een uniek optreden samen met Simon Carmiggelt. Menigmaal bezocht hij zijn broer in het huis ‘Elba’, aan de Herenweg, gelegen aan overzijde van het ouderlijk huis Berkenrode.
Januari 1972 noteerde de toen 11-jarige Eva Bomans als herinnering aan haar kort daarvoor overleden vader dat deze altijd aan bijna iedereen het volgende vertelde: “Vroeger toen we op Berkenrode woonden, zaten we eens een keer huiswerk te maken, toen er twee jongens voorbij kwamen. Toen zei de een tegen de ander: ‘’t Is werreke, werreke op Berrekerode’, wat ik dan altijd moest nazeggen met die rollende R.”
In 1982 vervaardigde Gerrit Visscher in samenwerking met Wim Hazeu en Arnold Gelderman een film over ‘Bomans en Berkenrode’ in de serie ‘Ontmoetingen’ van de AVRO-televisie.
Na vervolgens jarenlang domein van het exclusieve leerwarenatelier Laimböck Handschoenen geweest te zijn, houdt nu o.a. de firma Nordex van directeur Michiel Winnubst kantoor in het gebouw dat de herinnering aan zowel de heerlijkheid Berkenrode als aan de familie Bomans levendig houdt. In 2002 is door genoemd bedrijf een boekwerk uitgegeven onder de titel; ‘Berkenrode – Heerlijkheid, Landgoed en Huis’ waarin uitvoerig zowel mr. J.B. Bomans als zoon Godfried Bomans ter sprake komen.
Hans Krol

Jan Bomans, zoontje Arnold, echtgenote Mia Bomans-Snelder en rechts Godfried Bomans bij de onthulling van een monument voor o.a. prins Willem George Frederik in het Belgische Wervik. Eén van de laatste foto’s van een nog levende Godfried Bomans

Anonieme tekening van Godfried Bomans (links) met Lodewijk van Deyssel lopend op de Heemsteedse Dreef. (Uit een Coebergh-boekencatalogus van 1947)
![In 1951 overhandigde Godfried Bomans bij Teisterbant een oorkonde aan hagiograaf Emile Erens bij gelegenheid van diens 85ste verjaardag. [Uit: Louis Ferron. De keldergang der heren. 1981. Rechtsboven op de foto Lodewijk van Deyssel en Anton van Duinkerken]](http://ilibrariana.files.wordpress.com/2013/03/scannen00011.jpg?w=529&h=464)
In 1950 overhandigde Godfried Bomans bij Teisterbant een oorkonde aan hagiograaf Emile Erens bij gelegenheid van diens 85ste verjaardag. [Uit: Louis Ferron. De keldergang der heren. 1981. Rechtsboven op de foto Lodewijk van Deyssel en Anton van Duinkerken]
In Elsevier van 29 september 1951 wijdde Bomans een bijdrage aan Frans en Emile Erens onder de titel ‘Twee merkwaardige mannen’. Ten aanzien van Emile Erens uit Schaesberg schrijft hij dat om zijn zwakke gezondheid een verblijf ‘niet ver van zee’ werd geraden, zodat hij zich in 1895 te Heemstede vestigde, om daar voorgoed, tot zijn dood in 1951, te blijven. “Deze noodzaak van keuze, waardoor hem de dobbering der culturen bespaard bleef, gevoegd bij het geluk dat hij er aanstonds een vaste werkkring vond, gaf zijn wezen stabiliteit en richting. Nog andere factoren begunstigden die ontwikkeling. Hij trof in ‘Het Oude Slot’ een woning, in sfeer sterk aan het ouderlijk huis verwant, terwijl de anjerkwekerij, die hij daar opzette, zijn volle liefde had. Vooral dit laatste is een factor, die in de literatuurgeschiedenis weinig bekeken wordt”, reden waarom Godfried Bomans hier uitvoerig zijn gedachten over laat gaan met als conclusie “In de stilte van de kassen rijpten niet alleen zijn bloemen, doch verwierven ook zijn gedachten vorm en gestalte.”

De begrafenisplechtigheid van Godfried Bomans op 24 december 1971 op het S. Adelbertus kerkhof in Bloemendaal

Voorzijde van doodsprentje Godfried Bomans. Lode Craeybeckx schreef over hem: “Iets dolends had hij”.

Beeld van Godfried Bomans door Wim Jonker in de Wijngaardtuin Haarlem. Een replica bevindt zich in de Bibliotheek-Heemstede

Tekening bij sprookje ‘De dood van de sprookjesverteller’ door Harry Prenen. Uit ‘De sprookjes van Godfried Bomans’ Amsterdam, Van Goor, 1989.

De bijdrage ‘Berkenrode-herinneringen’ van Godfried Bomans, heropgenomen in de jubileumuitgave van H.B.C. bij het 90-jarig bestaan in 1992.

Het laantje op het nabij’Berkenrode gelegen Berkenrode, waar Godfried Bomans vaak wandelde. In de entree Hovenier-eigenaar H.J.Draijer

De luidklok van Berkenrode, daterend uit 1742 met inscriptie: ‘me fecit Ciprianus Crans Iansz.’ In Amsterdam vervaardigd in op dracht van Cornelis Hop van Westerduin.

Mysterieus gewelf in de oude kelder die voorheen in gebruik was als proviandkelder van Westerduin en Berkenrode.
Toen hij 30 was verhuisde Godfried van Nijmegen terug naar Haarlem en zou tot zijn overlijden in de regio blijven wonen. Aanvankeliijk was de inrichting eenvoudig, behalve een vleugel. Verder alleen het hoognodige, zijn moeder zorgde voor meubilering en na de oorlog vervolgens zijn uit Nijmegen afkomstige echtgenote. In het huis nam het aantal boeken snel toe doe overigens keurig in kasten werden opgeborgen. Gedurende de bezettingstijd gaf hij onderdak aan 2 personen. De pottenbakker Jan ter Gouw richtte op de bovenverdieping een atelier in en musicus Hans Lichtenstein maakte naar hartelust muziek. Verder werd er gekaart, gelezen en geschaakt. Bomans hield in de buurt causerietjes. Bij een razzia kwamen de Duitsers niet verder dan de voordeur. Wanneer men Godfried Bomans wees op de gevaren die hij liep was zijn antwoord: “Mij gebeurt niks, ik ben een kind der muze.” Op pakjesavond klom hij ooit op het (platte) dak en gooide steentjes in de schoorstenen. Hij bulderde dan dat stoute kinderen mee naar Spanje moesten. Zijn latere rol als Sinterklaas is hier geboren. Ook voetbalde hij met de kinderen in de omgeving. In het huis heerste een vredige sfeer en graag speelde hij met vrienden quatremains, o.a Schubert, op de vleugel. Zoals iemand opmerkte: “Het liefst zat hij thuis in een kamerjas met een pijp en een boek voor het haardvuur, een poes aan zijn voeten, een glas wijn binnen handbereik en Mozartmuziek op de achtergrond. Hij was een thuiszitter van nature.”

Foto genomen op 2 maart 1946 toen Godfried 32 jaar was. Hij schreef hieronder: “Voor Dr.K.J.L.Alberdingk Thijm van Godfried en Pietsie Bomans” .

Bomans in triplo: v.l.n.r.: Arnold (pater Joannes Baptista), Godfried en Wally Bomans (zuster Borromée).

In 1974 had een grote tentoonstelling plaats over Godfried Bomans’ werk in de openbare bibliotheek Heemstede, die door ongeveer 24.000 personen uit alle delen van het land werd bezocht. Tevens verschenen o.a. een catalogus Bomansiana en bibliofiele boekenlegger. Op deze foto van links naar rechts: dr. Edward Brongersma, Simon Carmiggelt, (daarachter enkel met hoofdhaar zichtbaar Herman Hofhuizen), burgemeester Quarles van Ufford, Michel van der Plas, daarachter J.K. Bangert, de heer Hessels, Jan Bomans en de heer Disselkoen

De asteroïde Godfried Bomans beweegt zich op een veilige afstand van 257 tot 426 miljoen kilometer van de zon in de ruimte tussen de planeten Mars en Jupiter (RTV-Noord-Holland)

Dichter bij huis: sinds 1984 bestaat in Heemstede een Godfried Bomanslaan. Eten en drinken kan men in het restaurant ‘Bij Bomans’ nabij de IJzeren Brug, Binnenweg 1-b (souterrain). De ‘Bomans-collectie’, bijeengebracht in de Heemsteedse Bibliotheek is verhuisd naar de depotbibliotheek van het Noord-Hollands Archief, locatie Kleine Houtweg 18 Haarlem
===============================================================================
In 1615 is de Bierkade bestraat door metselaar Matthijs Mattheusz. Volgens de verordening van 4 juli 1616 was het slechts in huizen aan deze gracht gelegen, geoorloofd om na 1618 ‘neeringe van bierstekken’ [verkoop van bier in het klein] uit te oefenen. Volgens een andere bron mocht hier enkel het niet in Den Haag gebrouwen bier worden verkocht. Op de (Dunne) Bierkade woonden in de 17e eeuw 3 befaamde kunstschilders, namelijk Jan van Goyen en Jan Steen op nummer 16 en Paulus Potter op nummer 17.

In tegenstelling tot bierstekers mochten biertappers en herbergiers niet op de Bierkade wonen. Toen dit verbod massaal werd overtreden gelastte het gemeentebestuur in 1654 door middel van deze keur dat ze hun bedrijf moesten staken.

Vóór de onthulling op 2 maart 2013 van een plaquette op de plek van het vm. geboortehuis van Godfried Bomans aan de (Dunne) Bierkade 2 in het centrum van Den Haag (foto Roel Wijnants, met dank aan Frank van der Voordt).

Na de onthulling door mr. Jozias van Aartsen, burgemeester van ‘s-Gravenhage (foto Roel Wijnants, met dank aan Frank van der Voordt)
Bij gelegenheid van de onthulling op 2 maart 2013 van voornoemde plaque zijn in beperkte oplage de volgende twee publicaties verschenen:
1) als uitgave van het Godfried Bomans Genootschap: ‘s-Gravenhage het hart van Holland’. Bevat de volgende drie bijdragen van Godfried Bomans: a) ‘s-Gravenhage (uit De Volkskrant van 15 juni 1968), b) Het hart van Holland (de Volkskrant, 28 november 1963), c) De zuster in de Molstraat (de Volkskrant, 28 september 1968). 14 pagina’s; oplage: 125 exemplaren; samengesteld door Fred Berendse.
2) Een brief van Godfried Bomans aan Claartje Schade, gedateerd 8 december 1943. Woubrugge, Avalon Pers, 2013. De tekst met 1 pagina toelichtingen is op de handpers gezet uit het Spectrum en gedrukt in een oplage van 130 exemplaren. Claartje Schade (1912-1989) was een goede vriendin van het echtpaar Bomans en heeft o.a. veel gecorrespondeerd met de Haarlemse muziekfamilie Andriessen. In het thans gepubliceerde schrijven laat Godfried weten dat hij aan zijn vrouw het boek “van de Leeuw heeft gegeven over Labre“. De volgende uitleg wordt in de toelichting gegeven: “De Leeuw: Emile Erens, schrijver van heiligenlevens als De pastoor van Ars en dus ook over Benedictus Labre; zijn huis Het Oude Slot in Heemstede, was de plaats waar Claartje door haar schoolvriendschap met Elisabeth Erens, de dochter van Emile en Sophie Bouvy, o.a. Bomans en Mari Andriessen heeft ontmoet.” In de brief wordt ook Hans [= Hans Lichtenstein] genoemd die in het huis van Bomans was ondergedoken en “die nu altijd alleen zit”, reden waarom hij Claartje Schade verzoekt hem een keer op te zoeken.
Bijlage 1: Algemeen Dagblad 4 en 5 maart 2013

Ook Dik Bruynesteyn dacht nog dat Godfried Bomans n Haarlem was geboren (UIt: Haarlems Dagblad, 16 maart 1988)
Bijlage 2 Genealogie Godfried Jan Arnold Bomans
Bijlage 3: Bomans en ‘Berkenrode’ (tv-documentaire)
Bijlage 4: levensloop Godfried Bomans (1913-1971)
2 maart 1913 geboren in Den Haag, Bierkade 2a
Na ongeveer een half jaar verhuisd naar Haarlem, Parklaan 12
1920 lagere school van R.K.Schoolvereniging (School van Roodnat later School van Reith henoemd)
1925 ‘Boshof’, Kleine Houtweg 125 Haarlem
Vanaf 1926 (tot 1933) leerling van het Triniteitslyceum (gymnasium)
1932 verhuizing naar ‘Berkenrode’, Heemstede, Herenweg 133
Sinds september 1933 aanvankelijk spoortudent GU Amsterdam (rechten); 1936 kandidaatsexamen
1937 kamer in Huidenstraat, Amsterdam, een jaar later op kamers in Spinhuissteeg
1-2-1939 vertrek naar Nijmegen. Studeert wijsbegeerte en psychologie. Kamer in Pater Brugmanstraat 45 bij juffr. Van Gendt; verblijft ook in pension Berg en Dal
Na tien jaar studie zonder diploma’s, maar als succesvol schrijver keert hij terug naar Haarlem in 1943, Zonnelaan 17, nabij het Spaarne in Tuinwijk-Zuid.
1944 twee onderduikers in huis: Jan ter Gouw en Joodse dirigent Hans Lichtentein (postuum Yad-Vashem onderscheiding toegekend). Tijdens de hongerwinter ook zelf ondergedoken geweest bij de familie Bangert in Aerdenhout.
14 april 1944 burgerlijk huwelijk met Geertruid Maria Verscheure uit Nijmegen
1944 redacteur Elseviers Weekblad en in 1947 kunstredacteur van de Volkskrant (daarmee zich verzekerend van een vast inkomen)
1960 dochter Eva Bomans geboren
1961 verhuizing naar Bloemendaal, Parkweg 10. Villa ‘Hill Cottage’ . Zomer 1971 na afbraak is gevelsteen van ‘Boshof’ overgebracht
10 juli 1971 week op Rottumerplaat. In hetzelfde jaar een reis door Vlaanderen (interviews van bekende Vlamingen voor BRT; gaat naar Engeland op zoek naar spoken voor de NCRV)
22 december 1971 overleden, hartaanval 0.45 uur ‘s nachts (58 jaar oud). Heeft ruim 60 titels op zijn naam.
24 december: laatste rustplaats begraafplaats Sint Adelbertus aan de Dennenweg in Bloemendaal.
Bijlage 5: Bomans-’monumenten’
- Naamgeving (basis)scholen: Haarlem (sinds 1975), Rijswijk (in plaats van naar Heilige Bonifatius), Ede (bij naamgeving ‘won’ Bomans het van kardinaal Alfrink), ‘s-Gravenzande, Rosmalen (gemeente ‘s-Hertogenbosch) [Kinderdagverblijf 'Pollewop' bij Triodus in Den Haag] [Kinderdagverblijf 'de Wollewei' in Haarlem]

9-11-1972 vond in Haarlem de onthulling van een bord ‘Godfried Bomans School’ plaats in Haarlem-Noord door mevrouw G.M.Bomans-Verscheure. Rechts het plaatsvervangend hoofd van de school J.van Wieringen.
Straten: Godfried Bomansstraat, in: Heerhugowaard, Schaesberg (gemeente Landgraaf), Almere, Lommel (België), Culemborg, Hengelo (Ov.), Nijmegen, Lichtenvoorde, Nijverdal, Leiderdorp, Rijswijk; Bomansstraat: Weert. Bomanshof in Eindhoven, Haarlem, Tilburg en Grootebroek; Godfried Bomanslaan in: Amstelveen, Heemstede, Gorinchem, Vogelenzang (gemeente Bloemendaal), Kloetinge (gemeente Goes); Bomansplein: Stede-Broec; Godfried Bomanspad: Middelharnas; Godfried Bomansweg: Woerden; Bomansplaats in Eindhoven (studentenhuisvesting). [Pa Pinkelmanstraat in Almere]

In Vlaanderen is alleen in Lommel een straat vernoemd naar Bomans (Gazet van Antwerpen, 26 april 1988)
Bomanshuis (stichting voor Jeugdzorg) in Rosmalen, gemeente ‘s -Hertogenbosch
Baalderborg Groep ‘Godfried Bomans (is vorm van structureel wonen) in Nijverdal
Godfried Bomans-tulp, gekweekt door Frans Roozen en op 27 april 1977 gedoopt in Bennebroek [gelijktijdig met opening van een niet meer bestaande Bomanszaal in voormalig restaurant de Geleerde Man in Bennebroek]
Drie beuken in plaats van een parkeergarage: met ANWB-plaquette op 26 maart 1996 geplaatst tegenover Parklaan 12 met o.a. afbeelding van het huis waar Godfried Bomans als kind woonde en zijn tekst: Schuin tegenover ons huis stonden drie beken, twee groene en een rode, en als je daar onder liep vond je beukenootjes. Ik hoor nog het ruischen van oude bomen boven mijn hoofd, terwijl ik tussen de steentjes en het gras naar nootjes zoek.”
Zilveren en bronzen medaille , vervaardigd bij de firma Koninklijke Begeer in Voorschoten
Postzegel In 2011 verschenen bij gelegenheid van 40ste sterfjaar van Godfried Bomans
Pinkelman-bank bij de Bomanshof in Haarlem
Erik-monument van Mari Andriessen in Bloemendaal, 21 mei 1977 onthuld in Thijsse’s Hof.
Bronzen Bomans-beeld van Wim Jonker, geplaatst in de Wijngaardtuin aan de Jansstraat in Haarlem [replica in o.a. openbare bibliotheek Heemstede]

Onthulling Bomans-beeld van Wim Jonker door Haarlems burgeeester Reehorst (Uit: Haarlems Dagblad, 6 september 1982)
Houten reliëbeeld bij boekhandel De Slegte in Haarlem
[Plaquette Teisterbant in Brinkmann-passage haarlem: 'De Sociëteit Teisterbant kwam hier bijeen van 13 maart 1950 tot 16 mei 1970'.
Naam Godfried Bomans op naamborden in Yad Vashem, Jeruzalem (Israël) en in Holocaust-museum, Washington, USA
Gevelstenen Pieter Bas in Gouda (Gouwe 21) en Leiden (Breestraat 37) (1)

Onthulling io 14 november 1961 door Godfried Bomans van een gevelsteen in de muur van het pand Breestraat 37, gewijd aan oud-minister van onderwijs Pieter Bas die van 1868 tot 1873 tijdens zijn studentenleven in Leiden woonde.
Plaques aan gevels van door Bomans bewoonde huizen in ‘s-Gravenhage (Bierkade 2) en Haarlem (Parklaan 12)
Portretschilderij van Godfried Bomans door Aleid Slingerland, sinds 1986 in leescafé openbare bibliotheek Heemstede
Portretschilderij van Godfried Bomans door Kees Verwey in het Ned. Letterkundig Museum in Den Haag
Schilderij Teisterbant door Lily van Cleeff in Frans Halsmuseum Haarlem. V.l.n.r. Harry Mulisch, Godfried Bomans, Harry Prenen, Barend Rijdes, Ton Neelissen en Harriët Laurey.
Schilderij van de ‘Rijnlandsche Academie’ door Peer van den Molengraft met v.l.n.r. Jan Mul, Wouter Paap, Godfried Bomans en Harry Prenen (2)
Schilderij van Godfried Bomans door Narda Koenen als Charles Dickens welke zich in privébezit bevindt
Asteroïde ’Bomans’, nr. 23404, (sinds 2009), op 15 september 1972 door de Nederlands-Amerikaanse astronoom Tom Gehrels ontdekt.
P.S. De toneelgroep Godfried Bomans is in 1967 in Haarlem opgericht en na ongeveer 2 decennia opgeheven.
(1) Een derde gevelsteen waarover Michel van der Plas schrijft in ‘Buurmans gras’, pagina 78, te Dordrecht bestaat niet. Wèl sinds 2 maart 2013 een monumentaal citaat uit het boek ‘De Memoires van Pieter Bas’ in de centrale openbare bibliotheek van Dordrecht.
(2) Feitelijk bestond de Rijnlandsche Academie aanvankelijk enkel uit Godfried Bomans, Harry Prenen en leraar A.J. Schneiders van het Triniteitslyceum

Geen Bomans-brug in Maastricht en geen Bomans-tunnel in Antwerpen. Uit: Algemeen Dagblad van 9 juli 1976
Bijlage 6: artikel van Herman Hofhuizen naar aanleiding van tentoonstelling in Bibliotheek Heemstede van 6 – 20 april 1977

Artikel van Herman Hofhuizen n.a.v. Bomans-expositie Heemstede uit Helmonds Dagblad van 19 april 1977
Bijlage 7 Door tekenaar/illustrator Eric J.Coolen uit Haarlem is bij gelegenheid van het tweede Haarlemse boekengala in het Noord-Hollands Archief op 8 maart 2013 een mapje kaarten uitgegeven met afbeeldingen van de volgende vier schrijvers: Gerard Reve, Lennaert Nijgh, Harry Mulisch en Godfried Bomans. Voor nadere informatie: www.ericjcoolen.nl
Bijlage 9: bibliofiele en marginale uitgaven verzameld in Heemstede-Collectie (N.H.Archief)
KB nr…= Nummer in Bibliografie van marginale uitgaven 1981-1994. ‘s-Gravenhage, Koninklijke Bibliotheek, 1996.
Bijlage 10: schenking mevrouw G.Bomans-Verscheure aan Heemstede-collectie














































![Voorzijde kaart Godfried Bomans [door Eric J.Coolen, 2013]](http://ilibrariana.files.wordpress.com/2013/03/scannen00341.jpg?w=529&h=376)
![Achterzijde kaart Godfried Bomans [door Eric J.Coolen, 2013]](http://ilibrariana.files.wordpress.com/2013/03/scannen0035.jpg?w=529&h=373)









Wat is er waar van het verhaal dat Godfried Bomans bij de eerste poging tot een huwelijksvoltrekking op het laatste moment twijfelde en de plechtigheid niet doorging? Later trouwde hij toch met dezelfde bruid Verscheure. Een tante van mij vertelde mij dit verhaal in 1954. Zij woonde in Nijmegen, studeerde o.a. psychologie en was – naar verluid – in de eerste oorlogsjaren bevriend met Godfried.
Ik ben een liefhebber van Bomans en heb o.a. het boek “Het Doosje” uit 1956.
Dat verhaal klopt. Op 14 april 1944 trouwde Godfried met Pietsie (Gertrud) Verscheure op het stadhuis van Nijmegen. Vrijwel direct daarna begon Godfried erover te twijfelen of hij de verantwoordlijkheid voor een huwelijk wel aankon. De huwelijksvoltrekking in de kerk van de H. Petrus Canisius (op het Keizer Karelplein)
werd diezelfde dag nog afgeblazen. Op 17 augustus 1945 vond het kerkelijk huwelijk alsnog plaats in het als noodkerk ingerichte café ‘De bonte Os’.