BURGEMEESTER JHR. MR. D.E.VAN LENNEP WIST IN 1913 GROENENDAAL VOOR HEEMSTEDE TE VERWERVEN
Tot de gekwalificeerde bestuurders die Heemstede gedurende het eerste kwart van de vorige eeuw naar beste vermogen hebben gediend behoort zonder meer burgemeester jhr. Mr. David Eliza van Lennep (1865-1934). Zijn mooiste moment was de openstelling van het wandelbos Groenendaal voor de bewoners van Heemstede en (verre) omgeving. Thans volgt een levensbeschrijving op basis van archiefgegevens, literatuur en herinneringen van o.a. de intussen overleden zonen Frans en Hugo van Lennep en Maurits Alexander van Lennep (1908-1998), de zoon van een broer van de te beschrijven burgemeester en kleinzoon van Cornelis van Lennep, laatste telg bovendien uit een familie zo verknocht met Heemstede die in deze gemeente woonde.
Voorgeslacht
Gedurende de 18e en 19e eeuw zijn vijf telgen uit het geslacht Dólleman in totaal meer dan 70 jaar burgemeester en zelfs 115 jaar gemeentesecretaris van Heemstede geweest. Vader Tamis en zoon Cornelis de Jongh vervulden het burgemeestersambt zo’n 34 jaar tussen 1713 en 1747. Cornelis van Lennep was burgemeester van Heemstede van 1856 tot 1873 en diens zoon David Eliza van 1891 tot 1916, gezamenlijk bijna 42 jaar. Het Huis te Manpad aan de Herenweg is bijna twee eeuwen, van 1767 tot 1953, de geliefde buitenplaats geweest van de familie van Lennep. Het buiten is in 1986 als geheel op de rijksmonumentenlijst geplaatst. Andere familieleden waren vaste bewoners dan wel opgezetenen (tijdens de zomermaanden) van diverse buitenplaatsen in Heemstede en Bloemendaal, waaronder Meer en Berg. Nicolaas Beets noteerde op 4 december 1862: “De jaren door te Heemstede gesleten, staan diep in mijn hart gegrift en het Manpad en het geslacht der Van Lennnepen zijn van die herinneringen onafscheidelijk.” De classicus en literator professor David Jacob van Lennep, die evenals andere nazaten zijn laatste rustplaats gevonden heeft op de Algemene Begraafplaats aan de Herfstlaan, heeft op zijn kosten een gedenknaald opgericht op de hoek van de Herenweg en Manpadslaan. Diens oudste zoon Jacob was in zijn tijd de meest gelezen volksschrijver in ons land. Uit twee huwelijken zouden nog tien kinderen volgen. Toen zijn (half)broer Cornelis gedoopt werd in 1824 – de latere burgemeester van Heemstede – vervaardigde Jacob van Lennep een feestzang. Jacob van Lennep bracht al in 1824 met zijn zwager H.A.van Lennep van Leiduin en enkele vrienden een bezoek aan Leamington, met welke Engelse gemeente Heemstede thans jumelagebanden onderhoudt. De familie van Lennep stond in 1851 aan de bron van een nog altijd bloeiend bedrijf, de Gemeentewaterleidingen Amsterdam, tot 1896 Duinwatermaatschappij geheten, gelegen onder de gemeenten Zandvoort, Bloemendaal en Heemstede. Voormelde David Jacob stelde o.a. de gronden beschikbaar, zoon Jacob was de eerste president-directeur en Cornelis hoofdingenieur ofwel controleur tot 1856 toen hij tot burgemeester van Heemstede werd benoemd en zich vestigde in het huis ‘Welgelegen’ aan de Herenweg
Vader Cornelis van Lennep
Cornelis van Lennep was tevens burgemeester van Bennebroek en Berkenrode, welke laatste gemeente in 1857 is opgeheven, hetgeen voor Heemstede een vermeerdering van bijna 100 inwoners betekende. Hij gold als een zuinig beheerder van de gemeentelijke financiën. Als vernieuwingen werden voorgesteld was stereotiep zijn eerste vraag: “Waar halen we de middelen vandaan, heren?” Vrouwen waren nog uitgesloten van bestuursfuncties. Het burgemeesterschap was in die dagen een erebaan. Zijn jaarsalaris bedroeg in 872 ƒ 500,- en toen de gemeenteraad dat jaar voorstelde de jaarwedde met honderd gulden te verhogen stemde alleen de burgemeester tegen, omdat die structurele verhoging naar zijn mening de gemeentekas te zwaar zou belasten. Cornelis van Lennep had een menselijk zwak, hij dronk namelijk graag en veel en dan niet speciaal duinwater. In 1873 kreeg de burgemeester ziekteverlof om in de destijds befaamde badplaats van minerale bronnen Karlsbad in Bohemen een kuur te ondergaan, doch genezing bleef uit. In april 1874 nam hij om gezondheidsredenen ontslag en ruim twee maanden later is hij in Zandvoort op 50-jarige leeftijd overleden. Zijn 50-jarige echtgenote Sophia Wilhelmina Petronella van Lennep-Teding van Berkhout uit een aristocratisch en vermogend geslacht bleef op ‘Welgelegen’ achter met tien kinderen, van wie de jongste slechts zes jaar oud was. Voor de weduwe was het op 23 november 1891 een grote vreugde dat haar zoon David Eliza op 26-jarige leeftijd werd benoemd tot burgemeester van Heemstede
Levensloop David Eliza van Lennep

Een foto uit 1884 genomen in het ouderlijk huis Welgelegen met David Eliza van Lennep als 19-jarige rechts van zijn moeder met 5 broers, 3 zusters en 1 zwager Lex Beels (staande derde van links)
Op bovenstaande foto uit omstreeks 1884 zien we staande van links naar rechts: Warner Eduard (1880-1932), Cornelia Sophia (1859-1913), gehuwd met Alexander H.Beels (1859-1917), Hester Wilhelmina (1856-194), David Jacob (1855-1933) en Samuel van Lennep (1866-1943). Zittend v.l.n.r.: Willem Cornelis (1858-1886), Adolf Georg (1862-1931), Anna Catharina (1867-1927), (moeder) Sophia W.P.van Lennep-Teding van Berkhout (1829-1901), David Eliza van Lennep (1865-1934).
Geboren op 1 april 1865 in Heemstede groeide David Eliza op in huize Welgelegen en behaalde hij in 1884 het diploma van het Stedelijk Gymnasium te Haarlem. Zoals zoveel familieleden was een rechtenstudie aan de Universiteit van Amsterdam (1884-1887) het meest voor de hand liggend, waar hij zich ook in het studentenleven onderscheidde door in 1887 bij gelegenheid van de Amsterdamse lustrumfeesten een groot bal te organiseren in het toenmalige Paleis voor Volksvlijt. In 1889 promoveerde hij tot doctor in de rechtsgeleerdheid op het proefschrift: ‘Civiel-rechterlijke verantwoordelijkheid van ingenieurs en architecten’.
In hetzelfde jaar huwde David Eliza op 4 juli met jonkvrouw Isabella Backer in ‘s-Graveland. Zij is in die Gooise plaats geboren op 23 juli 1868 in huize Sperwershof. De jonge promovendus vestigde zich als advocaat en procureur in de hoofdstad. Zijn voorganger als burgemeester van Heemstede was Jan Philip Dólleman die op 15 oktober 1891 op tragische wijze omkwam tijdens een bezoek aan de renbaan ‘Woestduin’ toen zijn wandelstok in de sulky van (wethouder) A.H.van Wickevoort Crommelin terechtkwam. Tot dan toe gezamelijk kreeg Bennebroek nu een eigen burgemeester. Dat werd P.N.van Doorninck. Voor de functie van burgemeester in Heemstede solliciteerden jonkheer B.C. van Merlen (zes jaar later als zodanig in Heiloo benoemd) en baron Collot d’Escury. Ofschoon volgens de Commissaris van de Koning zowel in Heemstede als Bennebroek bemind als waarnemend secretaris achtte hj hem nog te jong en met te weinig ervaring voor het ambt van burgemeester. Kort nadien is op zijn voordracht door de Kroon mr. D.E. van Lennep benoemd, een functie die deze bijna 25 jaar zou vervullen tot zijn benoeming in 1916 als lid van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland. Van 1892 tot 1904 heeft de historische buitenplaats ‘Oud-Berkenroede’ als burgemeesterswoning dienst gedaan. In laatstgenoemd jaar verhuisde het gezin naar het nieuwe huis aan de overkant van de Herenweg ‘Kennemerduin’. Tijdens zijn Heemsteedse bestuursperiode is de basis gelegd van Heemstede als forensenplaats via de aanleg van nieuwe wijken en villaparken op voormalige terreinen van buitenplaatsen, weilanden en bloembollenvelden. Een eigentijds raadhuis is gebouwd (1906), een bestemmingsplan voor de gehele gemeente is tussen 1909 en 1912 gerealiseerd en last not least Groenendaal aangekocht (1913). Vijf jaar voordien is de gemeentelijke gasfabriek gebouwd die Heemstede in het volle licht zette. Karakteristiek voor deze burgemeester was dat hij vóór alles een man was die permanent goede verhoudingen nastreefde, wars van gelijk hebberigheid en eigenwijsheid. Als protestant hield hij terdege rekening met de belangen van de katholieke meerderheid. Hij wilde de katholieken in hun waarde laten en waar mogelijk naar voren halen, wat in die tijd geen vanzelfsprekendheid was. Het was de burgemeester die tot opperste verbazing van de rooms-katholieke medebestuurders met het voorstel kwam het in 1909/1910 gebouwde plein met nieuwe arbeiderswoningen Res Novaplein te noemen, als een eerbetoon aan de encycliek ‘Rerum Novarum’ (=van Nieuwe Zaken), van paus Leo XII, handelende over de wenselijkheid van verbetering der situatie van de werklieden. In 1910 ontving de burgemeester de deelnemers van de internationale bloemententoonstelling in de Haarlemmerhout. In datzelfde jaar brachten Koningin Wilhelmina en Z.K.H. Prins Hendrik op 25 mei een officieel bezoek aan Heemstede. In 1911 werd hij bij Koninklijk Besluit in de adelstand verheven met het predicaat van jonkheer, tevens voor al zijn wettige, zowel mannelijke als vrouwelijke afstammelingen. Eenzelfde eer viel in 1934 zijn in de Van Merlenlaan woonachtige broer Samuel ten deel. Verder is jonkheer David Eliza benoemd tot kamerheer in buitengewone dienst van Koningin Wilhelmina. Uit het huwelijk met Isabella Backer in 1889 zijn drie zonen en drie dochters geboren. Twee van hun zoons zijn lid geworden van Provinciale Staten van Noord-Holland.
Burgemeester D.E.van Lennep was een geboren Heemstedenaar en is zijn leven lang verbonden geweest met de gemeente. Met negen broers en zusters groeide hij op in het gezin dat in het nog bestaande huis ‘Welgelegen’ woonde, op de hoek van de Herenweg en Koediefslaan. Zijn jongere zuster mej. A.C. van Lennep bewoonde sinds 1903 de helft van één der twee witgepleisterde villa’s naast het in 1906 gebouwde raadhuis, toepasselijk ‘Klein-Welgelegen’ geheten. Broer Samuel liet in 1920, toen baksteenbouw duur was, het Noorse houten huis ‘De Echo’ bouwen aan de Van Merlenlaan, genoemd naar de toenmalige hardstenen brug ‘De Echobrug’. De onderdelen van het houten huis kwamen van de timmerfabriek Stromen Traevarefabrik te Christiana. Samuel van Lennep charterde zelf de zeewaardige Tjalk Wolberdina met als kapitein J.Klugkist, on de onderdelen van Christiana, het huidige Oslo naar Heemstede te vervoeren. Alle balken en onderdelen zijn genummerd als bouwpakket en vanaf het Heemsteeds Kanaal/haven met paard en wagen naar de Van Merlenlaan overgebracht. Een Noorse opzichter kwam mee en gaf aanwijzingen bij de opbouw van het huis.
Door wethouder dr. E.A.M.Droog is jonkheer Van Lennep als volgt getypeerd: “Een harmonisch aangelegde telg van voornamen huize, een voor iedereen toegankelijke en toch imponerende figuur, meevoelend en meewerkend, meer burgervader dan burgemeester.” Behalve burgervader ook als kerkvader zeer gewaardeerd door predikant dr.A.H.de Hartog want D.E.van Lennep was vele jaren president-kerkvoogd va de Hervormde Kerk en publiceerde in 1925 een geschiedenis van de Oude kerk aan het Wilhelminaplein. Op 31 augustus 1898 is door de toen oudste inwoner van Heemstede, de 95-jarige mevrouw E.van Tongeren-Tulkens, de Wilhelminalinde geplant. Het buitengewoon conservatieve gemeenteraadslid H. van Wickevoort Crommelin had het bij voorbaat geldverspilling genoemd een boom in dit jaargetijde te planten, waarop zijn zwager, burgemeester Van Lennep, riposteerde dat hij desnoods uit eigen zak een nieuwe boom zo planten als deze onverhoopt niet mocht aanslaan. Zover is het niet gekomen.
De oudste zoon van de burgemeester, de publicist jonkheer F.J.E.van Lennep, schreef: “Als mijn vader in 1891 burgemeester van Heemstede wordt, zit oom Hendrik als goed conservatief in de gemeenteraad en opponeert tegen elke nieuwe straatlantaarn. Bij donkere maan is de inrit van de Zandvoortselaan gevaarlijk, zegt de burgemeester in de raadsvergadering. Antwoord van oom ‘Ik heb er nog nooit een ongeluk gehad.’ De (petroleum-)lantaarn komt er. Verzuchting van oom tegen mijn moeder: ‘David is ook zo weergaas autoritair’. [David is dan zesentwintig jaar oud]”. Bohémien en globetrotter Apie Prins, zoon van dokter Kl. Prins uit Heemstede, zijn leven lang tegendraads, heeft in 1958 zijn in deze regio opzienbarende herinneringen gepubliceerd onder de titel ‘Ik ga m’n eige baan’. Hij vertelt daarin in spreektaal ook over het jaarlijkse volksfeest met als hoogtepunten het biggenvangen en bokkenrijden. Eén citaat daaruit: “Dan het ringrijden in draf voor paren in versierde sjezen maar ik vond het bokkenrijden het mooist. Alle bokken van de buitenplaatsen met een zoontje in de bokkewagen in een fluwelen pakje en een fluwelen petje op en een zweep in z’n hand en ernaast een lakei of een palfrenier die de leidsels van het bokkespan in handen hield en een jury die de prijzen toekende en dat heette concours d’élégance en daarin wonnen de bokken van de burgemeester en van meneer Van Merlen altijd de eerste en de tweede prijs. Daarna kwam de harddraverij maar dan wonnen ze niks want die mooie opgekamde bokken wouwen of ze konden niet hardlopen en er was een jongen die zelf een bokkewagen getimmerd had van een sunlightzeepkistje en de wielen van een afgedankte kinderwagen en die won de eerste prijs doordat hij de geit aldoor onder zijn staart in z’n gat porde met een stokje en de vrouw van de burgemeester mevrouw van Lennep (meneer Dólleman was toen al dood) protesteerde en zei dat het gemeen en ‘unfair’, maar de voorzitter van de jury was een socialist en zei: wie het eerst aan de eindstreep komt, wint en toen had ze niks meer te zeggen.” Onder burgemeester Van Lennep is omstreeks 1900 het biggenvangen, een typisch plaatselijk volksvermaak, verboden en is de kermis in ere hersteld. In de bestuursperiode van burgemeester Van Lennep groeide het inwonertal van 3.850 tot ongeveer 9.000. In 1910 kwam de eerste moderne arbeiderswijk rond het Res Novaplein gereed. Tussen 1900 en 1920 is de wijk volgebouwd die we aanduiden met Bosch en Vaartkwartier, in 1927 bij Haarlem geannexeerd. Andere terreinen vooral in Heemstede-Noord zijn in exploitatie genomen. Heemstede prees zich aan als ideale woonplaats, gunstig gelegen nabij bos, zee en stad, met lage gemeentelijke belastingen.

Burgemeester Van Lennep in zijn werkkamer in 1916. Met links de notulenboeken, voor hem papieren, een asbak en inkstel en rechts van hem een telefoontoestel

Nog een foto van burgemeester mr. David Eliza van Lennep aan het werk. (foto B. Zweers voor tijdschrift De Prins)
Dreigende annexatie
Om grondspeculatie tegen te gaan kwam in het jaar dat Van Lennep’s afscheid nam in 1816 het gemeentelijk grondbedrijf tot stand. De dreiging van annexatie van het noordelijk deel van Heemstede of zelfs van de gehele gemeente was tijdens zijn gehele ambtsperiode aanwezig. Een grenswijziging werd als volstrekt onredelijk beschouwd, want Heemstede had in tegenstelling tot de Spaarnestad geen schuldenlast. De unanieme mening van alle Heemstedenaren vatte de burgemeester in één zin samen: Heemstede moet één en onverdeeld blijven.” In 1912 heerste er dagenlang onrust in de gemeente toen aan mr. D.E.van Lennep het burgemeesterschap van Haarlem werd aangeboden als opvolger van jonkheer J.W.G.Boreel van Hogelanden. De heer Van Lennep bedankte voor de eer, onder het mom dat zijn echtgenote liever niet uit Heemstede weg wilde. Zijn credo was: “Het is in Heemstede zo kwaad niet!”
Nieuw raadhuis
Sinds 1855 was het raadhuis van Heemstede gevestigd in het pand ‘Overlaan’, de latere dokterswoning in de Van Merlenlaan. Op 18 augustus 1906 werd door Van Lennep de eerste steen gelegd, zoals blijkt uit een aangebrachte gedenkplaat in de vestibule en al op 22 mei van het volgende jaar kon het nieuwe pand van de gemeente met gepaste trots in gebruik worden genomen. Geworteld in de vaderlandse historie was voor de architecten Cuypers en Stuijt evenals gemeente-opzichter J. Etmans het raadhuis van Doetinchem uit 1727 als voorbeeld genomen. In het gebouw is tevens het politiebureau ondergebracht, inclusief drie arrestantencellen, waar menige stomdronken plaatsgenoot zijn roes heeft uitgeslapen (waarna de goedmoedige politieman Bouman ’s morgens na een kop koffie de ingeslotene met een vermaning naar huis zond). In 1895 machtigde Burgemeester en Wethouders de openbare school aan de Voorweg tot uitbreiding vanwege het toenemend leerlingenaantal. Het jaar daarop is op initiatief van de burgemeester die tevens als president fungeerde een Heemsteedse afdeling van het het ‘Witte Kruis’ opgericht. Na een ernstig geval van tyfus zijn drie Nortonpompen met gratis water voor de burgers op het Molenwerfsplein, in de Glip en nabij de IJzeren brug op het pleintje geïnstalleerd.
Jubileumviering in 1904
Op 24 mei 1904 vierde vrijwel heel Heemstede feest op het feestterrein, normaal in gebruik door stalhouderij J.C.van Schagen, bij gelegenheid van het koperen ambtsjubileum van burgemeester Van Lennep. Hij werd uitbundig toegezongen door de gezamenlijke Heemsteedse schooljeugd. De burgemeester nam met zijn gezin plaats achter een tafel op een geïmproviseerd bordes. Zuster J.König van de wijkverpleging liet Gerrit Blad uit het Haspel te Aerdenhout een oorkonde en bloemen aanbieden. Op dit terrein zijn in 1922 de eerste huizen betrokken van woningbouwvereniging ‘Heemstede’s Belang’.

Op 24 mei 1904 is D.J.van Lennep 12,5 jaar burgemeester van Heemstede. Namens de wijkverpleging bieden zuster König en Gerrit Blad bloemen aan. Het bestuur staat nederig voor het geïmproviseerde bordes.
Intermezzo: gemeentesecretarissen Colot d ‘Escury en Swolfs
Eind 1889 kreeg Dirk Wolbers op 77 jarige leeftijd (!) eervol ontslag als gemeentesecretaris van Heemstede, maar in het kader van de toen geldende flexibele pensionering hield deze wèl de functie van gemeenteontvanger aan. Burgemeester Dólleman is toen tevens als secretaris benoemd, waarmee diens salaris in een klap vrijwel verdubbelde. Enige ambtenaar ter secretarie was de heer J.H.Snijder en volontair de heer A.G.A.baron Collot d’Escury. Met het plotse overlijden van de heer Dólleman zijn de functies wederom gescheiden. Mr.D.E.van Lennep werd burgemeester en tot grote teleurstelling van J.H.Snijder is deze gepasseerd ten gunste van baron Collot d’Escury die mogelijk over betere relaties en in ieder geval over een adellijke stamboom beschikte. Dokter K.Prins had het niet erg op hem voorzien, wat zou blijken uit de ‘memoires’ van zoon Apie die noteerde: “Met de afstammeling de Opperstalmeester Baron Collot d ‘Escury die er altijd groezelig uitzag en ongeschoren op visite kwam is er iets verschrikkelijks gebeurd. Hij was surnumerair op het Raadhuis in Heemstee en kwam alleen ’s middags. Mijn vader zei dat het enige was dat hij dee was potloden slijpen voor de burgemeester en de secretaris, een sinecure.” Weliswaar heeft Apie Prins zich laatdunkend uitgelaten over de capaciteiten van baron Collot d’Escury, dat hij nochtans meer in zijn mars had moge blijken uit de heldere en bondige wijze waarop de raadsvergaderingen zijn genotuleerd en de postieve wijze waarop de Commissaris des Konings over hem oordeelde, ook al is hem een burgemeestersfunctie onthouden. Op 1 mei 1906 nam de gemeentesecretaris ontslag en is toen naar Nederlands-Indië vertrokken, waar hij bibliothecaris werd van de Nederlandsche Handel-Maatschappij in Batavia. De heer J.H.Snijder die met onvolprezen ijver de gemeente met ruim 40 dienstjaren heeft gediend kreeg alsnog de gelegenheid promotie te maken, maar achtte het beter dat een jonge kracht in de snelgroeiende gemeente zou aantreden. Als nieuwe gemeentesecretaris is gekozen de heer A.A.Swolfs, een geboren Brabander, die ondanks een verschil in mentaliteit goed kon samenwerken met burgemeester van Lennep, na 1916 met burgemeester van Doorn, en zich zeer verdienstelijk heeft gemaakt voor de gemeente.

In 1916 toen Van Lennep als burgemeester afscheid nam telde de secretarie al zeven ambtenaren met een salarispost van ƒ 4.550,- exclusief het tractement van de gemeentesecretaris van ƒ 2.200,-. Van links af: secretaris A.A.Swolfs, F.N.G.J.van Bemmel, bode W.Schotvanger, J.de Haan, J.C.L.Vreeken, N.Vos en E.Vedder
Ontwikkeling van de gemeente
Omstreeks 1900 was de wasserijnijverheid verreweg de belangrijkste tak van industriële bedrijvigheid. Gemiddeld waren er 15 bedrijven, met ongeveer 75 mannelijke en 200 vrouwelijke werknemers. Bekende namen waren Peeperkorn, Visser, van der Horst, van Houten, Reinierse, van der Weiden en Beelen. Van hen was Peeperkorn de grootste en anno 2013 heeft zich enkel de firma Van Houten (Newasco) zich na meer dan twee eeuwen in Heemstede weten te handhaven, ook al is dat niet meer aan de Blekersvaartweg. Veel voorkomende ambachten waren in de periode van Van Lennep: timmerwerkplaatsen met in totaal 40 man personeel, drie aannemers met 21 werknemers en 5 bakkerijen met 14 personeelsleden. Bij de koperslagers en loodgieters waren aanvankelijk nog kinderen in dienst. Het belangrijkste exportartikel betrof bloembollen, voornamelijk uitgevoerd naar Duitsland, Engeland en de Verenigde Staten. De gemeente telde in 1900: 1400 hoenders, 400 eenden, 20 ganzen en 10 kalkoenen. Voorts 130 paarden, 115 varkens, 116 schapen, 85 geiten en bokken evenals 185 koeien en kalveren. Ten slotte 4 dekhengsten en 7 springstieren. Jaarlijks zijn 20 vergunningen afgegeven voor de verkoop van stere drank, in verhouding al minder dan een eeuw daarvoor. In totaal waren 65 straatlantaarns met petroleum in de gemeente aanwezig. Al in 1899 was men overgegaan van een deklaag met grint voor verbetering van de bestrating die hier en daar zeer te wensen overliet. In 1910 zijn ongeveer 750.000 straatklinkers aangeschaft, naast 400 kubieke meter onderhoudsgrint. Het aantal veldwachters bedroeg lange tijd twee, de heren J. Bouman en W.Schotvanger, de eerste gemoedelijk van aard, de tweede veel feller. Toen in 1902 in een bepaalde periode veelvuldig werd ingebroken tijdens nachtelijke uren zijn tijdelijk burgers tegen bezoldiging ingeschakeld en ontvingen de beide veldwachters elk ƒ 25,- gratificatie vanwege de talrijke nachtdiensten. In 1906 is de heer R.Pronk als derde agent aan het gemeentepolitiecorps toegevoegd. In 1901 zijn door de politie 80 processenverbaal opgemaakt: 24 wegens diefstal, 11 wegens dronkenschap, 7 wegens mishandeling, 3 voor overtredingen van de Leerplichtwet en 35 wegens andere misdrijven. Ruim tien jaar later bedroeg het aantal processen-verbaal reeds 342.
Uitbreidingsplan (1909-1912)
In de bestuursperiode van D.E.van Lennep legde Heemstede de basis voor zoals het nog landelijk bekend staat als forensengemeente. Veel op voormalige terreinen van buitenplaatsen en bollenvelden zijn villawijken gebouwd. Achtereenvolgens het Bos en Vaartkwartier (1902), Zuiderhout (1911), Haarlemmerhoutpark (1912), Oosterhout (1913). Arbeiderswoningen kwamen in het centrum rond het Res Novaplein tot stand. Van essentieel belang voor de bouwkundige ontwikkeling was de goedkeuring van een Uitbreidingsplan voor de gehele gemeente, met o.a. de volgende uitgangspunten: 1) Elke woning moet haar tuin hebben, daar geen woningen boven elkander zullen worden aangelegd”. 2) aanleg van het Heemsteeds Kanaal en haven, 3) de Heemsteedse Dreef is 32 meter breed geprojecteerd, evenals verbreding van de Herenweg “bestemd om als belangrijkste verkeersaders dienst te doen.”
Verwerving van Groenendaal voor de gemeenschap

Toegangsbewijs voor officiële opening Groenendaal op 17 juli 1913, ondertekend door burgemeester D.E.van Lennep

Opening van Groenendaal als publiek wandelbos in 1913. Burgemeester D.E.van Lennep hield een openingsrede in dichtmaat. Op de foto spreekt rechts mr.dr.W.F.van Leeuwen, commissaris van de Koningin in Noord-Holland. Op de voorgrond zijn o.a. gezeten ter linkerzijde mevrouw Van Leeuwen, burgemeeser Van Lennep en professor Van Hamel
Na het overlijden van jonkheer Van Merlen was in 1909 is gesproken over de toekomst van Bosbeek-Groenendaal. Als mogelijkheden is nagedacht over een nieuwe particuliere eigenaar, de gronden te bestemmen voor bloembollenteelt en woningbouw, maar ook de gemeente kwam in beeld. Aangenomen wordt dat dat raadslid dr. Droog in 1910 het plan heeft geopperd landgoed Groenendaal ten behoeve van de gemeenschap aan te kopen. 12 november 1912 overleed mevrouw Van Merlen-Visser en werd de situatie actueel. Begin maart 1913 had de burgemeester de gemeenteraadsleden op Kennemerduin “in het geheim” uitgenodigd om over de verwerving van Groenendaal te spreken. Al op 15 maart volgde een gemotiveerd voorstel en op 27 maart machtigde de gemeenteraad het College van Burgemeester en Wethouders om de aankoop te regelen. De onderhandelingen door de gemeente met de Erven van Merlen zijn vervolgens door burgemeester Van Lennep tot een goed einde gebracht. De besprekingen met de oudste zoon Bernard Cornelis van Merlen (1862-1942) hadden zowel in het raadhuis als op zijn werkkamer in Kennemerduin plaats. Eén van de beide wethouders, vermoedelijk de heer van Houten, zou gezegd hebben: “de burgemeester was de ziel van het besluit”, wat volgens de intussen overleden zoon Hugo van Lennep een gevleugeld woord is geworden in de familiekring. De koopsom bedroeg het voor die tijd aanzienlijke bedrag van ƒ 318.000,- exclusief overdrachtskosten. Het was bijzonder revolutionair een privédomein te bestemmen tot openbaar wandelbos. De voorspellingen van zwartkijkers dat de gemeente op een faillissement zou afstevenen werd niet bewaarheid. Een bekende opponent uit die dagen, de heer Roostee, waarschuwde bij voorbaat voor de vagebonderende jeugd uit Haarlem en van elders en veronderstelde – achteraf ten onrechte – dat de werkzame Heemsteedse bevolking zich niet naar de wildernis achter de Van Merlenlaan zou begeven. De openstelling op 17 juli 1913 was feestelijk en vond plaats in aanwezigheid van talrijke genodigden onder wie Commissaris der Koningin mr.dr. W.F.van Leeuwen, die als spreker zijn volle sympathie met de aanwinst voor Heemstede betuigde. Geheel in de traditie van zijn literair begaafde geslacht is de openingstoespraak door de burgemeester geheel in rijm uitgesproken, een 114-regelig vers. Enkele regels daaruit:
“(…)De grond waarop wij staan, was eenmaal wildernis,
Een duin, begroeid met helm en allerhande struiken,
En ’t diende ’t Heemsteeds volk, nog weinig in getal,
Om daarvan sprokkelhout tot brandstof te gebruiken.
Maar meest was ’t kaal en als de wind kwam loeien,
Dan stoof het droge zand naar d’oevers van het meer.
Denk niet, dat er destijds een opgaand bos mocht groeien,
’t Was niets dan duin, zicht golvend op en neer (…)”
De slotwoorden waren: “Heemsteê bloei nu, Heemsteê groei nu. Ieder werke daartoe mee! Worde mij de kracht gegeven, met U naar die bloei te streven! Dat is, Heemstedenaren, mijn beê.”
Als tolk van de Heemsteedse burgerij sprak dokter M.Colenbrander de woorden uit dat de huidige en toekomstige inwoners tot in lengte van jaren dankbaar zullen zijn: “Voor het werk waar gij in dezen stond de kroon op hebt gezet. Uw naam, hooggeachte burgemeester, zal onafscheidelijk verbonden blijven aan Groenendaal. Leve de burgemeester!” Het fanfarecorps Sint Michaël speelde een mars en kinderen van de lagere scholen zongen het Wilhelmus en andere liederen. De dag werd ‘s avonds besloten met vuurwerk’.
Kortstondig bestaan van Autobusonderneming Groenendaal - Haarlem vice versa (1914-1915)

In de gemeentelijke tramcommssie hadden zitting Van Lennep, Droog, gemeenteraadslid mr.P.G.van Tienhoven en secretaris A.A.Swolfs. Op deze foto zien we het College van B.en W. van de gemeente en bestuur van de in 1914 opgerichte autobusonderneming Groenendaal-Haarlem. Zittend van links naar rechts: J.H.M.van Houten (wethouder), jhr.mr.D.E.van Lennep (burgemeester), dr. E.A.M.Droog (president-commissaris), H.J.M.Peeperkorn (wethouder). Staand v.l.n.r.: H. Kimman (directeur), W.C. van Meeuwen, mr. J.Lohman, A.A.Swolfs en jhr.P.N.Quarles van Ufford (commissarissen)
——————————————————————————————————————-
D.E.van Lennep als verwoed jager
Jonkheer D.E.van Lennep had één hartstochtelijke liefhebberij en dat was jagen op klein wild. Hij beschikte over het landrecht in de Amsterdamse Waterleidingduinen.
Gemeentebestuur rond de eeuwwisseling

De gemeenteraad van Heemstede in 1904 (waarop de burgemeester overigens ontbreekt). Staande van links naar rechts: J.H.M.van Houten, H.H.Höcker, gemeentesecretaris A.G.A. baron Collot d’Escury, A.H. van Wickevoort Crommelin, J.Beelen sr. en J.C.van de Eijken. Zittend v.l.n.r.: M.J.Roozen, J.v.d.Berg, A.v.d.Weiden, A.v.d.Horst, H.Peeperkorn Jzn. en jhr. J.B. van Merlen
Het gemeentebestuur van Heemstede bestond rond de vorige eeuwwisseling uit leden van de lokale aristocratie, zoals H.van Wickevoort Crommelin (opgevolgd door zijn zoon), jhr.J.B.van Merlen, jhr.mr. J.P.A.Teding van Berkhout en plaatselijke bloembollen- en blekersbazen: J.van den Berg (was 30 jaar raadslid), H.Peeperkorn (raadslid van 1861 tot 1903), A.van der Weiden, J.H.M. van Houten, M.J.Roozen, J. Beelen, W.C.Preijde en meelfabrikant H.H.Höcker. Onder burgemeester Van Lennep is het belangrijke uitbreidingsplan 1912 tot stand gekomen dat de ruimtelijke ordening van Heemstede tot de Tweede Wereldoorlog heeft bepaald. Al in 1891 was de stoomtram Haarlem-Leiden in exploitatie genomen; in 1899 volgde de elektrische tram Haarlem-Zandvoort. De maximale snelheid buiten de bebouwde kom bedroeg 20 kilometer per uur en daarbinnen 12 kilometer per uur. In 1902 stelden de burgemeester en beide wethouders zich met het horloge in de hand op de Voorweg om vast te stellen dat de stoomtram 3 kilometer te hard reed, wat aan de Spoorwegautoriteiten werd gerapporteerd. In de Raadsvergadering van 29 maart 1916 is vergunning verleend tot aan leg van een elektrische tram van Haarlem naar het centrum van Heemstede, welke begin 1917 is gerealiseerd. Als voorzitter van een commissie voor de plantsoenen had de beplanting langs de wegen zijn speciale belangstelling.
Burgervader
Behalve voor huizen, wegen, nutsvoorzieningen, verkeer en vervoer had het wel en wee van de plaatselijke bevolking zijn voortdurende aandacht. Meer dan eens heeft men zich bij echtelijke ruzies tot de burgemeester gewend, die met wijze woorden de twistende partijen veelal wist te verzoenen. Bij gouden bruiloften gaf hij altijd blijk van belangstelling, een traditie die door zijn opvolgers is voortgezet.
Gentleman-burgemeester
Zijn devies was “Je prends mon bien où je le trouve”. De Nieuwe Haarlemsche Courant beschreef hem als de op en top gentleman-burgemeester van Heemstede. Als secretaris van verenigingen maakte hij de notulen op rijm, welke een getrouwe weergave van het besprokene gaven. In het archief bevindt zich een zeldzame uitgave met tafelredes van diverse telgen van Lennep, waaronder de Heemsteedse burgemeester, uitgesproken ter gelegenheid van de 80ste verjaardag van mr. Henrick S.van Lennep van Huize Leiduin. Zijn zilveren ambtsjubileum als burgemeester heeft jonkheer Van Lennep net niet gehaald Wegens benoeming tot lid van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland is hij bij Koninklijk Besluit met ingang van 26 april 1916 eervol ontslagen. Bij het afscheid op 25 april drukte één van de raadsleden hem een kaartje in de hand met daarop in de ene hoek de tekst: ‘p.f. voor u’ (pour féliciter) en in de andere hoek: ‘p.c. pour nous’ (pour condoléance). Al op 18 augustus is jonkheer J.P.W.van Doorn, burgemeester van Schagen, hem opgevolgd. Uit respect voor zijn opvolger heeft Van Lennep na zijn vertrek naar de Provincie zich niet meer met gemeentezaken bemoeid.
Groei
De groei van de gemeente in de kwarteeuw van zijn burgemeesterschap komt tot uitdrukking in o.a. de volgende cijfers. Het bevolkingsaantal was met bijna 140% toegenomen. Bij de Gas- Duinwater- en Electriciteitsbedrijven waren 49 personen in dienst, bij openbare werken (inclusief plantsoenen) 13, de reinigingsdienst 6 en de politie 11. Op de secretarie werkten behalve de bode en een conciërge intussen 5 ambtenaren. De jaarwedde van de burgemeester bedroeg in 1916: ƒ 2.300,-.
Kerkvoogd
Veel werk heeft Van Lennep gedaan als kerkvoogd van de Hervormde Kerk aan het Wilhelminaplein. Eerst van 1896 tot 1920 als penningmeester van dit college en vervolgens tot aan zijn overlijden in 1934 president. Als president-kerkvoogd heeft hij krachtig meegewerkt aan de vestiging van een tweede predikantsplaats en bouw van een tweede kerk, de kapel Nieuw Vredenhof aan de Van Oldenbarneveltlaan, in 1927 in gebruik genomen. In 1925 publiceerde hij een geschiedenis van het toen 3 eeuwen bestaande godshuis. Eerder was in 1908 een gasfabriek gebouwd die Heemstede per januari in het licht zette. In de notulen van de kerkvoogdij van 16 juni is het volgende geschreven: “Die behoefte aan een betere verlichting was ook in onze kerk zeer groot en om daarin te kunnen voorzien hadden de Kerkvoogden besloten om intekenbiljetten aan de lidmaten onzer gemeente te zenden met het doel om de kerk en de pastorie van een gasleiding te voorzien en de nodige kronen of gasornamenten daarvoor aan te schaffen. Dat gelukte ons maar gedeeltelijk, want wij konden met de ingekomen gelden niet alles bekostigen. Maar onze penningmeester Mr.D.E.van Lennep had een prachtig plan en stelde voor om met zijn echtgenote een gaskroon, zoals die door de Heren Kerkvoogden was gekozen, aan de kerk cadeau te doen. Hij dacht er wel in te zullen slagen nog enige heren te vinden, die dat voorbeeld zouden volgen. Hetwelk Mr.D.E.van Lennep volkomen gelukte. De heren Jhr.Mr.Teding van Berkhout en Jhr.H.Deutz van Lennep en hunne echtgenoten gaven ook een kroon. En de Weled. Gen. Heer Beels van Heemstede verrijkte ons met een derde kroon. Waarvoor wij bovengenoemde heren en hun echtgenoten zeer dankbaar zijn. En de Edel Achtbare Heer Mr.D.E.van Lennep in het bizonder voor zijn buitengewone verdienstlijkheid.”
Provinciaal bestuurder
Jonkheer D.E.van Lennep vervulde talrijke bestuurlijke functies, zoals heemraad van de Haarlemmermeerpolder, president-kerkvoogd van de Hervormde Gemeente in Heemstede en voorzitter van de commissie van bestuur der psychiatrische inrichting Meerenberg in Santpoort (1917-1920). In 1918 verscheen van hem het ‘Rapport der commissie van onderzoek in zake de verpleeggelden van armlastige krankzinnigen’ (Bosch, 1918). Voorts was hij commissaris van de Zandvoorterstraatweg, in 1918 met aangrenzende gronden overgedaan aan de gemeenten Zandvoort, Bloemendaal en Heemstede. Vanaf 1906 was hij bovendien lid en van 1930 tot zijn overlijden tweede vinder van het uit de middeleeuwen daterende Sint Jacobsgilde in Haarlem, tevens lid van het loffelijk gilde van St. Hubert. Al sinds 1910 was hij lid van Provinciale Staten, waarvoor hij zich aansloot bij de Christelijke Historische Unie. Van 1916 tot 1928 heeft hij als gedeputeerde, ook als waarnemend-commissaris, deel uitgemaakt van het Dagelijks Bestuur van de Provincie. Als zodanig werd hij door iedereen gewaardeerd, mede omdat hij alle schepte in zijn betogen en in de debatten vermeed. Het waren zijn hoffelijke stijl van spreken en redeneren die de mensen voor hem innamen. Hij kon zich (inwendig) ergeren aan personen die tegen beter weten in niet te overtuigen waren aan een ander standpunt. Tot 1933 bleef hij nog in functie als lid van Provinciale Staten.
Uitvaart
Om gezondheidsredenen trok hij zich in 1929 terug, maar bleef nog lid van de Provinciale Staten en is op 9 juli 1934 in de ouderdom van 69 jaar overleden. Onder grote belangstelling maar in overeenstemming met de laatste wens van de overledene is een uiterst sobere plechtigheid, is het stoffelijk overschot 13 juli op de Heemsteedse Algemene Begraafplaats ter aarde besteld [locatie G-001E] . Bij de uitvaartdienst is gesproken door prof.dr.W.A.Korff als predikant, jonkheer S. van Lennep als broer van de overledene en aan het slot dankte de oudste zoon jhr. F.J.E.van Lennep. Jonkheer W.F. Röell, Commissaris der Koningin in Noord-Holland, legde een krans van witte lelies op het graf en wijdde in het jaarboek Haerlem een necrologie aan zijn overleden vriend, die hij al uit zijn studententijd in Amsterdam kende. Mevrouw Van Lennep-Backer overleed in 1938 op Kennemerduin.

Jonkheer W.F.Röell legt namens de Koningin een krans op het graf van jhr.D.E.van Lennep, oud-burgemeester van Heemstede en Kamerheer in buitengewone dienst van H.M., wiens stoffelijk overschot op de algemene begraafplaats van Heemstede ter aarde werd besteld
Van Lennepweg en Van Lennepzaal
Naar Van Lennep genoemde wegen zijn er legio in ons land. In Amsterdam zelfs een kanaal, kade en straat. In de regio Zuid-Kennemerland o.a. in Velsen (Van Lenneplaan), Heemskerk (Van Lennepstraat), Bloemendaal (Van Lennepweg), Zandvoort (Van Lennepweg) en Haarlem (-Zuid, vòòr 1927 in Heemstede gelegen; Jacob van Lenneplaan). Veelal vernoemd naar de schrijver Jacob of het geslacht als zodanig. Sinds 1936 heeft Heemstede een Burgemeester van Lennepweg om de herinnering levendig te houden aan datgene wat David Eliza voor de gemeente heeft betekend. Behalve een plaquette in het raadhuis met zijn naam, bezit de gemeente een voortreffelijk portret vervaardigd door Willy Sluiter, welke kunstenaar vooral bekend bleef om zijn politieke prenten en in zijn tijd een gevierde portretschilder was. Het schilderij is jonkheer van Lennep kort na zijn afscheid als burgemeester door een commissie uit de burgerij aangeboden en kreeg een plaats in het Gemeentehuis zoals later de geschilderde portretten van jonkheer van Doorn, en ridder van Rappard, vervaardigd door de kunstschilders Otto B. de Kat in 1949 en C.W.Mandersloot in 1973.

Geschilderd portret van D.E.van Lennep door Willy Sluiter (1873-1949), die het in 1916 vervaardigde op zijn werkkamer in Kennemerduin. De scheidende burgemeester houdt bewust zijn hand op de Gemeentewet, aldus herinnerde zich zoon Hugo van Lennep. Dit doek hangt in het trappenhuis van het raadhuis
In 1985 is het restaurant van landgoed Groenendaal verrijkt met de van Lennepzaal, een eresaluut aan de burgemeester die in 1913 Groenendaal als gemeenschapsbezit voor Heemstede wist te verwerven. Wie de zaal kent kan zich nauwelijks voorstellen dat men thans recipieert, vergadert of dineert in de voormalige stal van het buiten Bosbeek.
Ten slotte
Op de vraag wiens nalatenschap als bestuurder van Heemstede in de vorige eeuw het grootst is scoren dr. E.A.M.Droog en wethouder A. van de Pol hoog, maar vanwege de bouw van een nieuw raadhuis (1906), bouw van een gemeentelijke gasfabriek met hoofdbuizennet (1908), stichting van gemeentelijke duinwaterleiding met watertoren (1910), oprichting van het korps der Vrijwillige Brandweer (1911), de aanname van een Uitbreidingsplan voor de gehele gemeente (in 1912) en verwerving van Groenendaal als openbaar bezit in 1913 verdient burgemeester D.E. van Lennep een ere- zo niet de eerste plaats.
Hans Krol
Bronnen en Literatuur:
- Wendela Bicker. Kleinkind van Kennemerduin. 1976.
- G. van Duinen. Burgemeester David Eliza van Lennep, blz. 80-84. In: Het Manpad en zijn bewoners. VOHB, 1955.
- H.van Felius en H.J.Metselaars. Noord-Hollandse statenleden 1840-1919. Den Haag, 1994.
- Groenendaal. Heemstede, Vereniging Oud- Heemstede Bennebroek, 1978.
- D.E. van Lennep. Schets der geschiedenis van de kerk der Nederduitsche Hervormde Gemeente van Heemstede. 1925.
- F.J.E.van Lennep. De tamme kastanje. Haarlem, 1969.
- Jaarverslagen gemeente Heemstede.
- A.Meddens-van Borselen. De tijden veranderen. Burgemeesters van Heemstede en Bennebroek 1811-1997.
- Ons Blad, 14 juli 1934 met i.m. van J.A.Honig, C.M.Briët en dr. M.Colenbrander.
- Apie Prins. Ik ga m’n eige baan. Amsterdam, De Bezige Bij, 1968.
- A.Röell. Jhr.Mr.David Eliza van Lennep (1 april 1865 – 9 juli 1934). In: Jaarboek Haerlem 1934. 1935,
- Map burgemeester Van Lennep in Heemstede-collectie van het Noord-Hollands Archief, locatie Kleine Houtweg. Raadsverslagen etc. van Heemstede bevinden zich in depot bij het Noord-Hollands Archief. Het Van Lennep-privéarchief is ondergebracht in het Stadsarchief van Amsterdam. De volgende inventarisnummers Van Lennep hebben betrekking op David Eliza van Lennep (1865-1934) en jkvr. Isabella Backer (1868-1938): 688: (Schetsboekje van Isabella. 1881-1883. 1 deeltje; 689: Civielrechtelijke verantwoordelijkheid van ingenieurs en architecten. Dissertatie. In duplo. 1889. 2 delen; 690: Prent gemaakt voor zijn promotiediner. 1889. 1 stuk; 691: Verzen door en voor David Eliza. Z.j. 1 omslag; 692: Brieven van Isabella aan haar moeder. 1892-1896. 1 omslag; 693: Ontvangen brieven, concepten van verzonden brieven en enkele optekeningen. 1907-1916. I omslag; 694: Financiële stukken. 1920, 1925. 2 stukken; 695: Schets der geschiedenis van de kerk der Nederduitsche Hervormde Gemeente van Heemstede. 1925. Met inliggend aantekeningen en correspondentie. 1925, 1929 1 omslag. Voorts 1.27, nummer 149: Toost van den Broeder-President van het Sint Huberts Gilde te Haarlem, opgedragen aan D.E.van Lennep. 1928.

Het oude raadhuis van Heemstede (Overlaan) van 1855 tot 1906 omstreeks 1900. Veldwachter G.Bouman houdt hier de wacht
BIJLAGE 1: fragmentgenealogie D.E.van Lennep

De zes kinderen van David Eliza van Lennep en Isabella Backer. 1. Frans Johan Eliza is overleden in 1980; 2. Sophia Wilhelmina in 1966; 3. Anna Catharina in 1953; 4. Hugo in 1993; 5. Jan Pieter Adolf in 1994 en Isabella Theodora in 1962. Uit: Portret-album van den Nederlandschen adel. Den Haag, Van Stockum, 1947.

De oudste zoon: bankier en publicist Frans Johan Eliza van Lennep (1890-1980) (foto De Telegraaf, 30-5-1970)
BIJLAGE 2: de woonhuizen van David Eliza van Lennep

Het historische huis Welgelegen aan de Herenweg, hoek Koediefslaan, geboortehuis van D.E.van Lennep. Rijksmonument en staat in 2013 te koop

De burgemeestersfamilie D.E.van Lennep voor het huis Oud-Berkenroede gefotografeerd omstreeks 1900. Bewoond van 1892 tot 1904 toen is verhuisd naar Kennemerduin.
BIJLAGE 3: Van Lennepzaal in restaurant landgoed Groenendaal
BIJLAGE 4: selectie van illustraties

Familiegroep Spanderswoud 1893. V.l.n.r. zittend: Isabella van Lennep-Backer met Anna Catharina van Lennep, Johanna Elisabeth Backer-de Wildt, Johanna Elisabeth Blaauw en Anna Maria Blaauw-Backer met David Anna Blaauw. Staand: David Eliza van Lennep met Sophia Wilhelmina Petronella van Lennep en Abraham Jacob Blaauw met Frans Johan Eliza van Lennep en Gerard Cornelis Blaauw.

Burgemeester David Eliza van Lennep met zijn echtgenote Isabella Backer en kinderen Frans (11 jar), Sophietje (9 jaar), Catootje (8 jaar) en baby Hugo (geboren in 1902)

Handschrift van burgemeester D.E.van Lennep. Uitnodiging aan o.a. gemeenteraadsleden voor een diner op Kennemerduin bij gelegenheid van zijn 12,5 jarig ambtsjubileum in 1904

Turndemonstraties van de Heemsteedse jeugd in 1904 op het weiland van Van Schagen nabij het Wilheminaplein ter gelegenheid van het koperen ambtsjubileum van burgemeester D.E.van Lennep. Er was een ereboog opgesteld en vrijwel de gehele plaatselijke bevolking kwam in het zondagse pak hulde betuigen.

26 mei 1910 brachten koningin Wilhelmina en Z.K.H. Prins Hendrik een officieel bezoek aan Heemstede. Op de rug gezien in ambtskostuum en met ambtsketen voor de koets is burgemeester D.E.van Lennep

1914: opening van de busdienst Groenendaal-Haarlem v.v., welke november 1915 weer is opgeheven vanwege een faillissement. Op de voorste bus bij hotel ‘Roozen/de Hout’ zit boven in het midden burgemeester Van Lennep. Geheel rechts dr.Droog en links vooraan wethouder J.H.M.van Houten

Voorpagina van tijdschrift De Prins, 13 mei 1916 vanwege zijn benoeming als lid van Gedeputeerde Staten van N.H., maar om hem te eren vanwege zijn vele verdiensten voor Heemstede, waaronder in 1913 de aankoop van Groenendaal. “De gemeente Heemstede zal zijn burgemeesterschap dankbaar blijven gedenken” schreef een redacteur van De Prins

Op 28 juni 1925 had een herdenkingsdienst in de Oude Kerk plaats bij gelegenheid van het 300-jarig bestaan. Staande van links naar rechts: H.J.van Gulik (diaken), J.P.Steenbergen (ouderling), L.Zieren (ouderling), J.Peschar (koster), F.H.de Kock van Leeuwen (scriba), ds. H.van Oyen (hulpprediker), jhr. A.van de Poll (diaken), R.G.de Winter (diaken), J.Roest jr. (kerkvoogd), F.van Dort (diaken). Zittende v.l.n.r.: jhr.D.E.van Lennep (president kerkvoogd), prof. dr. A.H.de Hartog (oud-predikant), prof.dr.F.W.A.Korff (predikant),ds. G.Vossers (bezoekcommissie), jhr. J.P.W.van Doorn (burgemeester)

Illustratie uit De Prins van 1927 ter gelegenheid van 12,5 ambtsjubileum van jhr.mr.dr.A.Röell, Commissaris in Noord-Holland. Zittend op de voorste rij tussen de heer Ketelaar en de Amsterdamse wethouder E.Polak, ter linkerzijde van de heer Ketelaar: mw. Röell en jonkheer mr. van Lennep (lid van Gedeputeerde Staten).

Overlijdensadvertentie jkvr. Isabella van Lennep-Backer uit het Algemeen Handelsblad van 9 juli 1938
Bijlage 5: ruim 50 gebeurtenissen in de periode 1891 tot 1916
1891: Benoeming van burgemeester mr. D.E. van Lennep als opvolger J.Ph. Dòlleman
Spoorweghalte Zandvoortselaan heropend [in 1903 weer opgeheven]
1892: Verzoek van de gemeente Haarlem aan Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland om de Haarlemmerhout bij Haarlem te voegen
13 september bracht koningin-regentes Emma en de 12jarige prines Wilhelmina een officieel bezoek aan Heemstede.
1893: H.F.C. (Haarlemsche Football Club) speelt [tot 1899] op een terrein in Heemstede, beschikbaar gesteld door mevrouw Dòlleman van ‘t Klooster.
1895: Uitbreiding van de lagere school aan de Voorweg
Bouw van ‘Bloemoord’ aan de Binnenweg van kweker Ruijsenaars uit Haarlem met woonhuis en tentoonstellingslokaal voor bloemen en planten.
12 juli overleed de kunstschilder Willem Vester (geboren in 1824)
Heemstede begroet de 3000ste inwoner
Anti-Annexatiecomité opgericht [dat tot 1927 heeft bestaan]
1896: Het Witte Kruis gesticht
1897: Voormalige buitenplaats Valkenburg verkaveld
1898: Inhuldigingsfeesten Konningin Wilhelmina 30 augustus/1 september
Zusters Francisanessen van Rotterdam (later Bennebroek) stichten St. Antoniusgesticht [in 1899 opening Antoniusschool]

Het Sint Antoniusgesticht, in 1898 voor 44.000 gulden gebouwd door architect-aannemer J.H.van Groenendaal. Met een r.k. meisjesschool waar zusters Franciscanessen van Rotterdam (later Bennebroek) les gaven onder wie zuster Sophia, in haar tijd bekend als schrijfster onder de naam Rie van Ipenburg
1899: Post- en telefoonkantoor verbouwd tot Telegraafkantoor
31 december einde van de Rijkstollen
1900 -1916: Bouw Bos en Vaart-kwartier. De architect P.Kuijper jr., tevens exploitant, ontwierp het bebouwingsplan
1901: Bij een brand op de buitenplaats Dennenheuvel gaan een stal, koetshuis en koetsierswoning verloren
1902: Oprichting van Vereniging voor Wijkverpleging
Bouw villa Eikenrode naar een ontwerp van ir. J.A.G.van der Steur
Oprichting voetbalclub ‘Heemstede’ [sinds 1917 na een fusie met 'Berkenrode' 'Heemstede en Berkenrode Combinatie' (HBC) geheten]
1902-1912: Bebouwing Westerhoutpark [sinds 1927 gemeente Haarlem]
1903: De gemeente neemt beheer en onderhoud over van drie openare waterpompen (Molenwerf, het Pleintje, de Glip). Deze waren intussen voorzien van een ontijzeringsinrichting en een reservoir.
1904: Het notarishuis van mr.C.J.Boerlage – ‘de Meerlhorst’ komt gereed; het eerste huis aan de in 1881 opengestelde Van Merlenlaan
- Oprichting van St. Jozefschool; de eerste katholieke jongensschool in Heemstede
- Viering van 12,5 ambtsjubileum van burgemeester mr. D.E. van Lennep.
1905: Uitbreiding van de openbare lagere school aan de Voorweg
Openstelling nieuwbouw Protestants Christelijke school aan de Voorweg [was sinds 1852 in Camplaan gevestigd]
Bouw van ‘Bloemoord’ aan de Binnenweg van kweker Ruijsenaars uit Haarlem met woonhuis en tentoonstellingslokaal voor bloemen en planten
1906: Nieuw raadhuis in Heemstede
1906-1907: Bouw van het Parochiehuis, bekend als R.K.Verenigingsgebouw, door aannemer S.Adriaanse, onder architectuur van Gebr. Margry en Snickers te Rotterdam [in 1933 verbouwd en gemoderniseerd]
1907: Bouw van een nieuw woonhuis op het buiten ‘Meer en Berg’, ontworpen door F.Kuipers [thans deel van Mariënheuvel]
Bij gelegenheid van 200ste geboortedag van Linnaeus wordt een bronzen borstbeeld op voetstuk geplaatst in de tuin van de Hartekamp
1908: Bouw van een gemeentelijke gasfabriek (met hoofdbuizennet) die ook Bennebroek en Vogelenzang van gas voorziet

Steenkolengasfabriek met gashouder in 1908 gebouwd door de firma Carl Francke uit Bremen. Al op 11 januari 1909 had de eerste gaslevering plaats. Om ook gas aan Bennebroek en Vogelenzang te leveren is in 1909 een tweede gashouder gebouwd. Na een kanaal is in 1921/1922 een zwaaihaven aangelegd voor de aanvoer van steenkool
Hendrik Peeperkorn neemt afscheid na 47 jaar onafgebroken gemeenteraadslid te zijn geweest, waarvan 3 decennia als wethouder
1909-1910: Oprichting van woningbouwvereniging ‘Berkenrode’ met als eerste resultaat de moderne arbeiderswoningen rond het Res Novaplein onder architectuur van Cuypers, Stuijt en Etmans
1910: Stichting van gemeentelijke duinwaterleiding; watertoren in opdracht van gemeente gebouwd
Oprichting Boerenleenbank
‘Ambachtsheer’ H.H.Beels draagt het Heerlijkheidsarchief over aan de gemeente; geïnventariseerd door oud-burgemeester van Bennebroek P.N.van Doorninck
16 april 1910 ontvangt burgemeester Van Lennep op het raadhuis de deelnemers aan de Nationale Bloemententoonstelling in de Haarlemmerhout

Schrijven van hoofdbestuur der Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur (E.K.Krelage en Joh. de Breuk) aan College van B.en W. Heemstede
1911: oprchting van het korps der Vrijwillige Brandweer
1911-1912: Begin uitvoering villapark Zuiderhout/Haarlemmerhout [sinds 1927 in Haarlem gelegen]
1912: Vaststelling van een uitbreidingsplan voor de gehele gemeente, vervaardigd door de architecten J.Th.J.Cuypers en J.Stuijt
Bij het afscheid van directeur J.L.Zegers wonen en werken op ‘Meer en Bosch’ 212 verpleegden en 90 broeders
1913: Aankoop en openstelling voor het publiek van Groenendaal door de gemeente
Bouwplan Oosterhoutpark [in 1922 voltooid en sinds 1927 gemeente Haarlem]
Stichting van gemeentelijk elektriciteitsbedrijf
Lijn 1 elektrische tram NZHTM rijdt van Soendaplein via station Haarlem naar Heemstede [na 1917 doorgetroken naar de Glipperweg]
1914: Aanvankelijk 250, later zelfs 450, Belgische vluchtelingen in Heemstede opgenomen
1914-1915: Lokale autobuslijn Groenendaal – Houtplein v.v.
1915: Opening van gemeentelijke zwemvijver nabij de Glipperweg

In 1915 is de zwemvijver aan de Glipperweg bij Groenendaal geopend met Klaas Westerhoven als eerste chef-badmeester. Op deze foto een schoolzwemfeest
1916: Opheffing van de drie gemeentetollen (aan Koediefslaan, Camplaan en Leidse Vaartweg)
De distributiedienst voor de levensmiddelenvoorziening treedt als zelfstandig bedrijf op
Oprichting van H.P.C. = Heemsteedse Zwem- en Poloclub
Stichting van het gemeentelijk grondbedrijf ter voorkoming van grondspeculatie
Formele aanvang van de gemeentereiniging
Aanleg van het Heemsteeds Kanaal van het Spaarne naar de Gasfabriek (met kwakel)
Afscheid van burgemeester jhr. mr. D.E. van Lennep, die Gedeputeerde van de Provincie Noord-Holland wordt
Als bijschrift noteerde De Prins over jhr.mr.D.E.van Lennep: “Het nieuwe lid van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland, Jhr. Mr.David Eliza van Lennep, werd in 1865 te Heemstede geboren, waar zijn vader destijds burgemeester was. Hij studeerde te Amsterdam en promoveerde tot doctor in de Rechtswetenschappen. – na zijn promotie vestigde hij zich als advocaat te Amsterdam, alwaar hij na zijne benoeming tot burgemeester van Heemstede in 1891, nog eenige tijd verblijf hield. Zeer veel heeft hij voor zijne gemeente gedaan. Hij zag in de kwarteeuw van zijn bestuur het bevolkingscijfer verdubbelen, verrijkte Heemstede met een monumentaal raadhuis, met een gasfabriek, waterleiding en electriciteitswerken. De aanleg van een groot scheepvaartkanaal naar het Spaarne is in wording; spoedig wordt de stoomtram naar Haarlem door een electrische vervangen, doch het belangrijkste, wat hij tot stand bracht, was de aankoop in 1913 van ‘Groenendaal’, een 80 H.A. groot prachtig wandelbosch. Kort na de openstelling werd Jhr.Van Lennep benoemd tot officier in de orde van Oranje-Nassau. Jhr. Van Lennep heeft bovendien steeds vele provinciale belangen behartigd. Eenigen tijd had hij zitting in het bestuur der Noordhollandsche vereeniging ‘Het Witte Kruis’; van de Noordhollandsche vereeniging tot bestrijding der tuberculose is hij voorzitter en voordat hij in 1910 naar de Provinciale Staten afgevaardigd werd, had hij reeds zitting in het bestuur van het Krankzinnigengesticht ‘Meerenberg’. Sinds 1898 is hij secretaris van de veeeniging van burgemeesters en secretarissen in Noord-Holland. De gemeente Heemstede, zal zijn burgemeesterschap dankbaar blijven gedenken; daarvan legden ook de hoogst waardeerende woorden, die bij zijn afscheid in de raadszitting van 25 April tot hem gericht werden, getuigenis af.”






























