JOHANNES MICHIEL BOMANS (1850-1909)

De familie Bomans, van wie Godfried als schrijver meest bekend werd, komt oorspronkelijk uit Bork in Duitsland onder de naam Bohman. Een nazaat, Jan Michiel Bomans (1850-1909), was een onrustig en ondernemend persoon met een oeverloze dadendrang. Wisselend schatrijk en straatarm. Volgens familieoverlevering verhuisde hij met zijn gezin 23 maal. In 1872 is Jan Michiel gehuwd met Anna Maria Leuven uit Heemstede. Zij was een dochter van werkman-koopman Pieter Leuven en Maria Kockelkoorn. Hun beide ouderparen waren afkomstig uit respectievelijk Heel, Valkenswaard, Gratem en Roggel. Na de Franse Tijd vestigde men zich vanuit het Zuiden in Heemstede, vanwege de blekerijnijverheid in deze gemeente.

Geboorteacte

Aangifte van geboorte Jan Michiel Bomans (22-1-1850) Gemeentearchief Schiedam.

Portret van J.M.Bomans, dat jarenlang hing in de burelen van het Haarlems Dagblad in de Grote Houtstraat.

Portret van J.M.Bomans, dat jarenlang hing in de burelen van het Haarlems Dagblad in de Grote Houtstraat.

Na een verblijf in Schiedam verhuisde het echtpaar Bomans-Leuven in 1879 naar Haarlem.

Eenmaal verhuisd vanuit de Boterstraat in Schiedam naar Haarlem, Zijlweg 1, vroeg J.M.Bomans onmiddellijk 20 bekwame bouwvakkes (Advertentie uit de Schiedamsche Courant van 19-9-1981)

Eenmaal verhuisd vanuit de Boterstraat in Schiedam naar Haarlem, Zijlweg 1, vroeg J.M.Bomans onmiddellijk 20 bekwame bouwvakkes (Advertentie uit de Schiedamsche Courant van 19-9-1981)

Jan Michiel Bomans is voor zover uit diverse bronnen valt na te gaan o.a. metselaar, aannemer, grondexploitant, speculant, kaasmaker, boterfabrikant, journalist, drukker, uitgever, importeur van Hamburger winteraardappelen, directeur van een invorderingskantoor ‘Nemesis’ in Den Haag en Leiden, oprichter van een autobuslijn tussen Rijswijk en Den Haag met bussen op nog massieve banden en directeur van de steenfabriek ‘Altena’ in de Kattendijksepolder te Gouderak geweest. Echter nimmer uitbater van een vuurwerkwinkel in de Lange Veerstraat, zoals gepubliceerd door Bert Sliggers in ‘Haarlem bij gaslicht’, waarbij de auteur op het verkeerde been is gezet door een dichterlijke vrijheid van kleinzoon Godfried Bomans. Voorts is (nog) geen bewijs gevonden dat, zoals wordt vermoed, J.M.Bomans ook oprichter was van de Nieuwe Schiedamsche Courant in 1878, wèl dat hij medewerker van de krant was voor de parlementaire kroniek.

J.M.Bomans met bolhoed

J.M.Bomans met bolhoed

Oprichter van Haarlemsch Dagblad

Johannes (Jan) Michiel Bomans is in Schiedam geboren als zoon van Josephus Bomans  (1819 Schiedam – 1891 Haarlem), van beroep kleermakersknecht en metselaar, en Anna Elizabeth Coenen (1821 Rotterdam – 1882 Haarlem). Op 30 mei 1872 is hij te Heemstede getrouwd met de uit deze plaats afkomstige Anna Maria Leuven.

Advertentie uit Haarlemsch Dagblad van 12 september 1883

Advertentie uit Haarlemsch Dagblad van 12 september 1883

In 1883 richtte Jan Michiel Bomans met zijn zwager Pieter Leuven (1818-1870) uit Heemstede het ‘Haarlemsch Dagblad’ op, gedrukt op de ‘Snelpersdrukkerij Bomans & Co’, gevestigd Kleine Houtweg  9, hoek Turfsteeg nabij de Anegang, waar behalve drukkerij ook redactie en administratie waren gevestigd. Tevens leverde men allerlei drukwerk in boek- en steendruk, zoals programma’s, adreskaarten, trouw- en rouwbrieven, menu’s, memorandums, prijscouranten, plaatskaarten, aanplakbiljetten, strooibiljetten, reglementen, boekwerken enz. In het eerste nummer van de nog altijd bestaande krant van 11 september 1883 (na een mislukte editie van 11 juli) kondigden Bomans en zijn compagnon Leuven aan de mensen liefde en leven te leren. ‘dagelijks door den lezers door voorbeelden uit het werkdadige leven aan te toonen dat liefdeloosheid, haar, toorn, drift, verkeerde hartstochten bronnen zijn van jammer en ellende; door hen bekend te maken met datgene wat den strijd om het bestaan vergemakkelijkt, het leven veraangenaamt. De grote bladen zijn voor velen te duur; anderen worden er door in hunne godsdienstige en staatkundige begrippen aangevallen, niet zelden ergerlijk gekrent; weer anderen zoeken in de grote massa nieuws van verschillende tevergeefs naar ’t geen van hun gading is, of leggen verdrietig het blad uit handen om de vele voor hen onverstaanbare woorden en uitdrukkingen. Een blad van kleinen omvang, dat dagelijks uitkomt, de voornaamste gebeurtenissen zoo spoedig mogelijk mededeelt en bovendien het goedkoopste dagblad van Nederland zal zijn, verdient daarom voor duizenden de voorkeur boven de bestaande groote bladen.’ Al na een paar maanden is de krant doorverkocht aan J.M.Slager, die op zijn beurt de krant enige tijd later sleet aan R.Pieper, koopman uit Wormerveer en in 1884 verhuisde J.M.Bomans naar Amsterdam, waar hij zich liet inschrijven als metselaar, maar feitelijk bouwondernemer was. Twee jaar nadien vertrok hij naar ’s-Hertogenbosch, daarna naar Rotterdam vervolgens Rijswijk en in 1906 ten slotte na het debacle met een kostbaar grondproject in Leeuwendaal. Nieuw Rijswijk en het Laakkwartier in een eenvoudig huis in Den Haag waar hij 59 jaar oud, op 19 juli 1909 overleed. In Haarlem was men hem toen al vergeten, zodat geen overlijdensbericht in de krant is opgenomen. Wèl heeft lange tijd op de redactieburelen in de Grote Houtstraat zijn portret gehangen totdat men niet meer wist wie de afgebeelde persoon was en kleinzoon Jan Arnold Bomans het daar ontdekte en van de toenmalige hoofdredacteur mee naar huis mocht nemen omdat men op het portret intussen uitgekeken was. Over de energieke en kleurrijke figuur J.M.Bomans gaat de volgende anecdote. Hij kon het gezin tijdens het middageten verbazen met de opmerking: ‘Anna, om drie uur rijdt de verhuiswagen voor,’ Waarheen was een verrassing tot het nieuwe adres was bereikt. Zijn nuchtere vrouw gaf het al spoedig op de gordijnen in te nemen of uit te leggen. Toen de verhuisrommel aan de kant was, moet Jan Michiel ooit hebben gezegd: ‘Ik heb de indruk dat ik hier al eens meer geweest bent!’.

Uit: Marcel Bulte e.a. Van oude nijverheid tot nieuwe zakelijkheid. 1998.

Uit: Marcel Bulte e.a. Van oude nijverheid tot nieuwe zakelijkheid. 1998.

Bomans & Co. Advertentie uit Haarlemsch Dagblad van 11 september 1883

Bomans & Co. Advertentie uit Haarlemsch Dagblad van 11 september 1883

Literatuur: Jan de Roos: J.M.Bomans, een ondernemend man, in: 100 jaar Haarlems Dagblad, Damiate Holding Haarlem, 1987.

Adv. Haarlem's Dagblad

Adv. Haarlem’s Dagblad

Voorzijde van in 1987 verschenen gedenkboek bij gelegenheid van 100 jaar Haarlems Dagblad onder redactie van Jan de Roos.

Voorzijde van in 1987 verschenen gedenkboek bij gelegenheid van 100 jaar Haarlems Dagblad onder redactie van Jan de Roos.

Zes kinderen

Uit het huwelijk van Bomans-Leuven zijn zes kinderen gekomen, drie dochters en drie zonen; van wie de eerste pastoor in Krommenie is geweest (beschreven door Godfried in ‘De pastoor van Krommenie’).  De tweede is ambassaderaad in Rio de Janeiro geweest en de derde zoon was politicus en heeft van 1932 tot zijn overlijden in 1941 op huize Berkenrode in Heemstede gewoond.

Adv

Advertentie uit Nieuwe Schiedamsche Courant uit 1878 waarin ‘metselaar’ J.M.Bomans 8 nieuwe arbeiderswoningen aanbiedt.

Citaat uit Godfried Bomans: De gebroeders van Brederode; proeve ener familiegeschiedenis. In : ons Huis in Haarlem, 1961, p.27. Bij kleinzoon Godfried liepen fictie en non-fictie door elkaar. Grootvader Jan Michiel Bomans was inderdaad stichter van het Haarlems Dagblad maar had niets van doen met de verkoop van 'raketten en vuurpijlen'.

Citaat uit Godfried Bomans: De gebroeders van Brederode; proeve ener familiegeschiedenis. In: Ons Huis in Haarlem, 1961, p.27. Bij kleinzoon Godfried liepen fictie en non-fictie door elkaar. Grootvader Jan Michiel Bomans was inderdaad stichter van het Haarlems Dagblad maar had niets van doen met de verkoop van ‘raketten en vuurpijlen’.

MR. J.B. BOMANS (1885-1941)

Johannes (Jan) Bernardus  Bomans is op 11 mei 1885 als jongste kind in Amsterdam geboren. Na de lagere school werd hij in 1896 naar het befaamde internaat ofwel bisschoppelijk college in het Limburgse Rolduc gestuurd, waar de leerling les kreeg van onder meer dr. W.H.Nolens. In 1903 deed hij in Maastricht met goed gevolg eindexamen van de vijfjarige HBS en in 1907 vulde hij zijn diploma aan met de bul van het staatsexamen gymnasium A en B te Utrecht. Bovendien heeft hij tot 1911 nog een handelsopleiding genoten bij de Koninklijke Nederlandse Petroleum Maatschappij welke opgedane kennis hem in zijn latere leven goed van pas is gekomen als commissaris van verscheidene naamloze vennootschappen. In 1911 gaf Bomans zijn baan op bij Shell omdat zijn vrouw niet mee wilde naar Roemenië. Vervolgens studeerde de jonge Bomans aan de universiteit in Leiden en op 10 juli 1913 verkreeg hij de graad van doctor in de rechtswetenschappen op grond van 32 verdedigde stellingen. Een met zijn broer ‘Jan Bomans & Co’ opgezette effectenzaal op het adres Stationsweg 26 in Den Haag eindigde al spoedig in een déconfiture. Op 8 juli 1908 is Bomans te Rotterdam in het huwelijk getreden met Arnoldina Josephina Oswalda  (Nol) Reynart. Van 1908 tot september 1913 woonde het echtpaar op het adres Bierkade 2a in ’s-Gravenhage, waar zoon Godfried 2 maart 1913 is geboren.

Mr.J.B.Bomans als militie-officier tijdens de mobilisatie

Mr.J.B.Bomans als militie-officier tijdens de mobilisatie

Op 22 december 1917 werd een wijziging in de grondwet op de trappen van het stadhuis in Haarlem afgekondigd door de gemeentesecretaris en in aanwezigheid van burgemeester en wethouders. In het midden kijkend richting camera wethouder mr.J.B.Bomans

Op 22 december 1917 werd een wijziging in de grondwet op de trappen van het stadhuis in Haarlem afgekondigd door de gemeentesecretaris en in aanwezigheid van burgemeester en wethouders. In het midden kijkend richting camera wethouder mr.J.B.Bomans

In de kranten van Haarlem en omgeving van juni 1918 werd het kiezersvolk opgeroepen toch vooral BOMANS te stemmen.

In de kranten van Haarlem en omgeving van juni 1918 werd het kiezersvolk opgeroepen toch vooral BOMANS te stemmen.

Oud gemeentebestuurder mr.J.B.Bomans kreeg bij de betreding van het stembureau in Haarlem in 1925 een stembiljet in handen met opwekking om op Bomans te stemmen.

Oud gemeentebestuurder mr.J.B.Bomans kreeg bij de betreding van het stembureau in Haarlem in 1925 een stembiljet in handen met opwekking om op Bomans te stemmen.

Na zich nog in hetzelfde jaar in Haarlem als advocaat te hebben gevestigd in associatie met mr. F.M.Hagemeijer volgde een politiek leven: wethouder in de Spaarnestad (1917-1923), lid van de Tweede Kamer voor de R.K.Staatspartij (1916-1928) en lid van eerst Provinciale, daarna van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland (1923 tot zijn overlijden in 1941). Bij de opening van het wijnhuis ‘De Gulde Druif’ zette hij onder een fraaie en forse handtekening in het gastenboek: ‘Lid Raad, Staten en Kamer.’

Signatuur J.M.Bomans, lid Kamer, Staten, Raad

Signatuur J.M.Bomans, lid Raad, Staten & Kamer. [in gastenboek van 'De Gulde Druyf']

Na zijn huwelijk zijn tussen 1909 en 1916 zeven kinderen geboren, van wie er twee op jonge leeftijd stierven; Hermina Arnoldina Sigrid Bomans in het jaar van haar geboorte 1911 en Herman Jan Olaf, geboren in 1912 op 10-jarige leeftijd in 1921. Voordien in de Parklaan, woonde het gezin van 1925 tot 1932 op huize ‘Boshof’ in de Kleine Houtstraat. Naast hem woonde de katholieke dichter en schrijver Leo Tepe in de nog bestaande maar verwaarloosde koepel nabij het voormalig Spaarneziekenhuis (Mariastichting). Leo Tepe heeft in onder pseudoniem van Leo von Heemstede in Duitse literaire kringen naam gemaakt. Na ‘Boshof’ verhuisde mr. Bomans met zijn echtgenote en kroost naar het veel grotere ‘Berkenrode’, in 1932 eigendom van Hendrik van Wickevoort Crommelin. Mr. J.B.Bomans was een uitnemend propagandist en een begenadigd spreker. Toen hij op 1 december 1916 voor het hoofddistrict Haarlemmermeer tot lid van de Tweede kamer werd gekozen was hij op 31-jarige leeftijd het jongste parlementslid. Later is dit record gebroken door de toen dertigjarige liberaal mr. Oud. In 1925 is mr. Bomans benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Zijn hobby’s waren lezen, voetbal, piano-spelen en zingen. Als gemeentebestuurder in Haarlen was hij een warm voorstander van de annexatie in 1927 en bepleitte deze bij de rijksoverheid op krachtige wijze.

Contra-Troelstra

J.B.Bomans als luitenant

J.B.Bomans als luitenant

Inkwartiering tijdens de mobilisatie 1914 te Tilburg. Mr. Bomans (vooraan midden met kruisje) met de troep voor het gebouw Orpheus

Inkwartiering tijdens de mobilisatie 1914 te Tilburg. Mr. Bomans (vooraan midden met kruisje) met de troep voor het gebouw Orpheus

J.B. Bomans was dienstplichtig militair vanaf 1903 en vanaf 3 februari 1910 eerste luitenant der infanterie militie. Bovendien gemobiliseerd militair tijdens de Eerste Wereldoorlog. In de jaren 1916-1918 verscheen Bomans soms als gemobiliseerd eerste luitenant van de Landweer met uniform in het parlement, hetgeen door zijn collega’s als opmerkelijk werd ervaren. Op 12 november 1918 toen onze parlementaire democratie even aan een zijden draad hing hield mr.Bomans een magistrale rede als antwoord op mr.J.P.Troelstra, leider van de Sociaal-Democratische Arbeiders partij. Deze laatste achtte na de Eerste Wereldoorlog de tijd gekomen voor een machtsovername van de Nederlandse arbeidersklasse, in navolging van de (overigens mislukte) Duitse revolutie onder leiding van Karl Liebknecht. Bomans hield voor zijn doen een korte maar zeer indringende repliek, die het  psychologisch effect van Troelstra’s woorden grotendeels ongedaan maakte. Zelden is de beklemming in het Parlementsgebouw voelbaarder geweest, wellicht enigszins vergelijkbaar met de ‘nacht van Schmelzer’.  Bomans verweet Troelstra opruiing en gezagsondermijning, doch toen hij sprak van ‘bewuste leugens door de tegenpartij’ tikte de voorzitter hem op de vingers. ‘Zulke woorden zijn hier niet toegestaan.’ De heer Bomans koel: Ik spreek hier in het algemeen zonder iemand persoonlijk te noemen. Laat ik dan zeggen: het zijn onwaarheden, die men kan voelen als klompen zo groot.’ Hij vervolgde: ‘Van die zijde moet men zich niet beroepen op de meerderheid, ook niet wanneer men een revolutionaire speech afsteekt, zoals de vorige spreker, want de meerderheid wil geen enkele revolutie.’ ‘Hoe weet u dat nu?’ interrumpeerde men vanuit socialistische zijde. ‘Uit de uitslag der verkiezingen van dit jaar’ was het antwoord. ‘Als de heren deze maatstaf niet willen aanleggen, dan zal ik overnemen de maatstaf van Troelstra, die zeide: de georganiseerde massa staat achter ons. Maar die georganiseerde massa van landbouwers, middenstanders staan niet achter de S.D.A.P., maar achter de katholieke partij. We hebben nu zo vervolgde Bomans enkele uren geluisterd naar een rede [van Troelstra], die niet alleen vrij was van pedanterie maar die de indruk wekte, alsof er een ongekroonde koning sprak tot zijn minderwaardigen.’ Hij besloot met de woorden: ‘Zelfs al zou de S.D.A.P. menen een bloedeloze omwenteling te kunnen bewerkstelligen, dan staat het voor mij vast, dat de SDAP zijnde een minderheid, niet krachtig genoeg is om eventueel haar gezag te kunnen handhaven, omdat zij op dit ogenblik niet handelt naar eigen beginselen, onder eigen aandrift, maar van stonde af aan door de zweep van Wijnkoop wordt aangezet.’

Aan Mr.J.B.Bomans in 1938 aangeboden herinneringsbord ter herinnering aan diens optreden bij de oprichting der Burgerwachten in november 1918.

Aan Mr.J.B.Bomans in 1938 aangeboden herinneringsbord ter herinnering aan diens optreden bij de oprichting der Burgerwachten in november 1918.

Donkere wolken pakten zich samen boven het land. Het gevolg is o.a. geweest de oprichting van de Bijzondere Vrijwillige Landstorm ter verdediging van regering en koningshuis, alsmede massale huldebetuigingen aan de Koningin op het malieveld in Den Haag en elders, Hossende menigten, waaronder ook veel jongeren. Scandeerden: ‘Weg met de socialen, leve de Koningin, Oranje boven’, in plaats van de eerdere arbeidsleuze: ‘Weg met de Koningin, leve de socialen’ Troelstra werd binnen zijn eigen partij tot de orde geroepen, herstelde zich en heeft zich in 1925 uit de leiding der partij teruggetrokken. De historicus Gerlof Verwey noteerde in navolging van Scheffer: ‘De novembergebeurtenissen hebben het mogelijk gemaakt dat de hervormingen op korte termijn konden worden doorgevoerd en in dit opzicht heeft Troelstra gelijk als hij schrijft dat zijn optreden in 1918 de Nederlandse arbeiders tot zegen is geweest.’

Mr.J.B.Bomans 'met witte das' op de voorzijde van Katholieke Illustratie

Mr.J.B.Bomans ‘met witte das’ op de voorzijde van Katholieke Illustratie, 28 juni 1919

 ‘De man met de witte das’

Over mr. J.B.Bomans bestaan enkele levensbeschrijvingen. De meest indrukwekkende is van zijn eigen zoon Godfried, verschenen onder de titel ‘De man met de witte das’ (1971), die als volgt aanvangt: ‘De lijsttrekker van de Katholieke Staatsparij, mr.J.B.Bomans, die in 1916 tot Kamerlid van deze fractie gekozen werd, was zo verstandig om zijn toekomstige karikaturisten tegemoet te komen door in een onderdeel van zijn kledij een kleine afwijking aan te brengen. Dit was een witte das. Van zijn vele andere zonderlinge eigenschappen, waaronder die dat hij mijn vader was, sprong deze toch allereerst in het oog. Hij werd dan ook genoemd: “De man met de witte das” .Toen hij in 1929 niet meer werd herkozen deed hij zijn onafscheidelijke witte das af om die te vervangen door een zwarte das.’

Parlementslid mr.J.B.Bomans (links) met de katholieke onderwijsman G. Bulten (1871-1955) op het Binnenhof in 1921.

Parlementslid mr.J.B.Bomans (links) met de katholieke onderwijsman G. Bulten (1871-1955) op het Binnenhof in 1921.

Als politiek redenaar en propagandist voor zijn partij was Bomans aanvankelijk buitengewoon succesvol. Als nummer 1 van lijst 23 behaalde hij bij de Kamerverkiezingen van 1922 in de kieskring Haarlem met 37.945 personen veruit de meeste stemmen. Ofschoon inhoudelijk vaak weinig betekenisvol hadden zijn voortdurend hameren op de achterstelling der katholieken waar het om overheidsbanen ging evenals het wijzen op de dreiging van het Rode Gevaar resultaat bij de Rooms-katholieke achterban. Eens hield hij een spreekbeurt in het rode bolwerk Zaandam en sloeg een steen door de ramen. Bomans bezag met minachting het projectiel en zei toen: ‘Het verheugt ons, dat ook van die zijde – hij doelde op de communisten – een steentje wordt bijgedragen’, wat hem een ovationeel applaus onder zijn toehoorders opleverde. In de rijmkroniek van ‘De Notenkraker’ was Bomans menigmaal onderwerp van spot. Zoals in 1916 met het versje: ‘De dappere heer Bomans, officier bij de reserve heeft zich onsterfelijken roem weten te verwerven. Dat is een kerel, dat is een man die hakt alleen alle rooien in de pan.’  Meermaals is hem ook in de Katholieke Pers kwalijk genomen dat hij in het parlement tegen de marine begroting stemde en opzettelijk niet aan de stemming over de oorlogsbegroting – eerst later is men over defensie gaan spreken – deelnam. Deze drukte met een bedrag van 380 miljoen gulden in 1918 behoorlijk zwaar op de staatsbegroting. Dat was niet slechts uit een oogpunt van pacifisme, maar meer ingegeven door financiële overwegingen, namelijk een door hem gewenst vermindering van kosten.

Staatsiefoto van mr.J.B.Bomans, de man met de witte das.

Staatsiefoto van mr.J.B.Bomans, de man met de witte das.

Vlootwet

In het parlement is het katholieke pacifisme bij uitstek verwoord door J.B.Bomans. Die had zich als dienstplichtig soldaat in 1916 kandidaat gesteld voor het parlement omdat Kamerleden van hun militaire verplichtingen ontheven waren. In de katholieke Defensiecommissie die in 1920 rapport uitbracht, sprak hij zich uit voor afschaffing van de dienstplicht en een direct begin van ontwapening. De meerderheid vond toen dat van de krijgsmacht een preventieve werking uitging, maar men vond daarnaast dat Nederlands moest streven naar internationale ontwapening. Een prominente rol speelde Bomans in het wegstemmen van de Vlootwet in 1923, welke in de Tweede kamer met één stem meerderheid (50-49) is verworpen, waarna Ruys de Beerenbrouck aftrad. Even leek de rooms-rode coalitie tussen de ‘aartsvijanden’ Bomans en Troelstra denkbaar, doch het oude kabinet kwam terug alsof er niets aan de hand was geweest. Bomans had als enige van rechts met de oppositie (onder leiding van Troelstra!) tegengestemd. Een petionnements-actie van liefst 1,2 miljoen handtekeningen was hieraan voorafgegaan. In een proefschrift van H.J.G.Beunders uit 1984 is de kwestie uitvoerig en op een wetenschappelijke wijze geanalyseerd onder de titel: ‘Weg met de vlootwet!’ De auteur merkt op dat sommige sociaal- en vrijzinnig-democratische leiders – vanuit een soort wishful thinking –  alleen de strijd tegen de rechtervleugel zagen en ze concludeerden daaruit de progressieve katholieken wellicht de R.K.S. zouden willen verlaten om met progressief links een ‘democratisch’ blok te gaan volgen. ‘Het is een van de grootste vergissingen van de SDAP en VDP geweest in de eerste helft van de jaren twintig. Politici als Bomans, Wittert van Hoogland en Engels waren nog roomser dat de paus (die had het interconfessionalisme niet verboden).  Vooral de welsprekende Bomans was de meest gevierde propagandist van de partij. Zij meenden, net als Poels, oprecht dat zij door hun sociaalvoelende politiek niets anders deden dan de kerk en partij van de ondergang redden. Vandaar dat de linkervleugel van de RKSP de grootste moeite had met het militante regeringsbeleid.’

Rooms-Katholiek propagandist

Mr.Bomans (midden staand links van beeld koningin) als deelnemer aan de Rooms-Katholieke Landdag te Breda.

Mr.Bomans (midden staand links van beeld koningin) als deelnemer aan de Rooms-Katholieke Landdag te Breda.

Achteraf bezien ligt de belangrijkste betekenis van mr.J.B.Bomans in woord en geschrift propaganda te bedrijven voor de R.K.Staatspartij. Zo zag hij datzelf ook bij een portret op de voorzijde van de ‘Katholieke Illustratie’ van 28 juni 1918 met begeleidende tekst: ‘Toen ik tot de “uitverkorenen” ging behoren in onze Overheidscolleges ben ik niet gevlucht uit de rangen der eenvoudige werkers; ik bleef propagandist; niet alleen als voorzitter onzer Haarlemsche R.K. Politieke Propagandaclub, maar daadwerkelijk propagandist, werker en publicist. Dit vereischt arbeid. Naast Kamerlid en Wethouder immers nog vrijwillig in 1918 b.v. 80 spreekbeurten te vervullen en in 1917 b.v. 104 courantenartikelen te schrijven vereischt eenige inspanning, vereischt al mijn vrije uren op te offeren voor de katholieke zaak, ter voorlichting van onze Roomsche volk.’ Bomans besluit dat hij het liefste het sobere bijschrift op zijn doodsprentje zou willen: ‘In leven R.K. propagandist’.  Tijdens zijn actieve jaren was hij eigenlijk nooit uit het nieuws. De polemiek was hem op het lijf geschreven. In 1927/1928 ontstond een kleine storm van verontwaardiging vanwege zijn absenteïsme in de Tweede kamer. Van de 81 vergaderingen in het zittingsjaar 1926-1927 had hij er 41 bijgewoond en bovendien slechts aan één op de drie stemmingen deelgenomen. De aangevallene legde op zijn eigen wijze verantwoording af voor de RK Kiesvereniging Haarlem en verweerde zich in drie artikelen, gepubliceerd in het dagblad ‘De Maasbode.’ Bomans schreef: ‘De strijd der katholieke pers tegen Schaepman is niet de schoonste bladzijde in de parlementaire geschiedenis. Men valt meer katholieke mannen aan. Dat gebeurde mij ook dezer dagen, toen over mijn afwezigheid berichten in de pers de ronde deden.’  Na enkele jaren parlementslid meende Bomans de ellenlange verhalen van ministers reeds bij voorbaat te kennen en daarom zijn tijd beter te kunnen besteden. Bomans’ talrijke propagandische speeches waren niet zonder effect gebleven. Een ingezonden-briefschrijver schreef in de ’Nieuwe Haarlemsche Courant’, gedateerd “Witte Donderdag, 1928” ‘Hij is voor ons geweest een Uebermensch in de meest letterlijken zin en nog.’

Mr.J.B.Bomans als spreker op de Roomse landdag, gehouden op 14 mei 1916 in het Brongebouw te Haarlem.

Mr.J.B.Bomans als spreker op de Roomse landdag, gehouden op 14 mei 1916 in het Brongebouw te Haarlem.

In 1929 was er nog een rel toen Bomans de kandidatuur voor de Eerste Kamer van zijn collega mr. J.N.Hendrix binnen zijn partij doordreef, maar politieke tegenstanders beweerden, om zijn eigen zetel in het College van Gedeputeerden in Noord-Holland veilig te stellen. Nogmaals kwam hij in opspraak na de publicatie van een politieke romancyclus waarop verderop wordt teruggekomen. Door zijn linkse tegenstanders voor roomse reactionair uitgemaakt – zijn bijnaam was in die dagen: ‘De Roomse Pieter Jelles’ – wees hij nochtans het fascisme, dat op room-katholieke bodem het best scheen te gedijen ondubbelzinnig af. Hij zei hierover in een gesprek met de Haarlemse schrijver H.G.Cannegieter, gepubliceerd in ‘Morks Magazijn’ van 15 oktober 1924 het volgende: ‘Onze vaderen hebben voor het parlementarisme zoo ontzaglijk lang en zwaar moeten strijden, dat ik mij niet het volk zou kunnen voorstellen, dat deze overwinning loslaat. Ik beschouw het fascisme zowel als communisme, twee verschijnselen trouwens die in den grond zeer veel gemeen hebben, en die beide het parlementarisme ondermijnen, als voorbijgaande abnormaliteiten. Hier in Nederland wordt trouwens het fascisme niet uitsluitend, zelfs niet in overwegende mate door Roomsch Katholieken gediend. Sommigen van ons zijn fascist, maar ze kunnen nog te weinig verklaren, waarom ze het zijn.’

Gedreven politicus, zuinig voor de gemeente, voerde G.O.overleg en ‘Bomans’-regeling in

Een foto van het college van Burgemeester en wethouders Haarlem. Mr.J.B.Bomans , met wiitte das, tweede van links

Een foto van het college van Burgemeester en wethouders Haarlem. Mr.J.B.Bomans , met wiitte das, tweede van links

In de stadseditie van het Haarlems Dagblad van 3 september 1919 werd mr. Bomans aangeduid als ‘de ongekroonde koning van Haarlem’.  Zijn tegenstanders noemden hem: ‘wethouder van Bezuinigingen.’ Nog een bijnaam, gegeven door de antirevolutionaire krant ‘De Nieuwe Meerbode’ in 1916 was ‘de Roomsche Pieter Jelles.’  Andere bijnamen die hij – vooral van de linkse oppositie – ontving waren: ‘Mr. Bo(e)mans, de socialistendoder’, ‘de Roomsche Luther’, ‘de Haarlemse domper’, ‘Mr.Bomans Triumphator’, ‘de Haarlemse Cromwell’, en ‘de Roomse comediant’.  Een voorbeeld van zijn bezuinigingsdrift blijkt uit een bericht in ‘De Nieuwe Courant’ van 27 november 1919. Onder de kop ‘Mr. Bomans in een lantaarnpaal’  lezen we: ’Men meldt ons: Te Haarlem zag men gisterenochtend iets merkwaardigs: Een Tweede Kamerlid, de heer Mr. J.B.Bomans, klom namelijk in een lantaarnpaal van de Parklaan. Deze brandde nog en in een bewonderenswaardige zuinigheidsbevlieging was den vroegeren wethouder van het gasbedrijf en den tegenwoordigen wethouder van Financiën een dergelijke verkwisting te erg! Hij draaide de lantaarn uit!’

Cartoon van Bomans in de lantaarnpaal geklommen om overdag een gaslamp te doven. In: De Notenkraker van 13 december 1919).

Cartoon van Bomans in de lantaarnpaal geklommen om overdag een gaslamp te doven. In: De Notenkraker van 13 december 1919).

Bomans trok in al zijn functies één lijn als democratische bezuiniger, die de openbare diensten alleen dan kon waarderen, wanneer ze inderdaad, zo doeltreffend mogelijk ingericht zijn, het algemeen belang dienden. Tegelijkertijd kwam hij overigens op voor de belangen van de werknemers, maar was duidelijk niet geporteerd van vrouwen in het arbeidsproces. Mogelijk als eerste gemeente in ons Nederland introduceerde hij ondanks verzet van de SDAP (omdat de kinderrijke rooms-katholieke gezinnen zouden worden bevoordeeld) in de gemeente Haarlem de kinderbijslag (1919). Mr. Wim Cerutti schrijft in zijn boek over het stadhuis van Haarlem o.a.: ‘In 1917 werd mr.J.B.Bomans, de vader van de schrijver Godfried Bomans, tot wethouder gekozen, met onder andere personeelszaken in zijn portefeuille. Onder zijn leiding kwam in 1918 de Commissie van Georganiseerd Overleg (GO)tot stand, een overlegorgaan tussen de gemeente als werkgever en vertegenwoordigers van ambtenarenbonden. Dit GO bestaat nog steeds. Het jaar daarop werd op het stadhuis een nieuwe afdeling sociale zaken ingesteld, die ook alle ambtenarenzaken ging behartigen.’ Voorts trof Bomans als wethouder een regeling die voorziet in een extra-uitkering door de gemeente met twee jaar aangevuld tot het laatst genoten salaris aan ambtenaren die die wegens langdurige ziekte of arbeidsongeschiktheid moesten worden ontslagen. In later jaren achterhaald door moderne landelijke sociale wetgeving. Nog in 1985 leidde deze zogeheten ‘Bomansregeling’ in Haarlem tot grote commotie bij vakbonden en ambtenaren toen het gemeentebestuur met uiteindelijk een nipte meerderheid aan 1 stem deze gunstige regeling afschafte.

Debat Bomansregeling, uit: Haarlems Dagblad van 19-12-1985

Debat Bomansregeling, uit: Haarlems Dagblad van 19-12-1985

In 1921 is de Stichting RK Openbare Leeszaal en Bibliotheek (SKOB) aan de Nieuwe Gracht opgericht, gevestigd aan de Nieuwe Gracht nummer 70. Mr.J.B.Bomans was een van de leden van het eerste uur van deze instelling en zijn zoon Godfried was hiervan enige jaren, van 1951 tot 1956, vice-voorzitter, na van 1946 tot 1954 lid van de commissie van toezicht van de stadsbibliotheek te zijn geweest en één van de eersten die een fusie opperden, in 1971 gerealiseerd. Mogelijk duizenden pentekeningen, droedels genaamd, zijn door Bomans tijdens vergaderingen vervaardigd. Terwijl hij even met tekeningen ophield kon hij dan volgens W.van Willige een scherpszinnige vraag stellen, die verhelderend werkte, of hij plaatste al figuren tekenend, een interruptie die algemene hilariteit veroorzaakte. Enkele leden van de Provinciale Staten vroegen ooit om herbouw van het kasteel van Egmond. Gedeputeerde Bomans ging daarop quasi-serieus in met een geestig betoog. Vanwege de financiële consequenties voelde hij hier echter niets voor, maar liet dat niet merken. Hij prees de vragenstellers om hun creativiteit de hemel in, maar vroeg zich en passant af waar hij vijftig geharnaste ridders voor de bezetting vandaan zou moeten halen, met welke kwinkslag de discussie was gesloten. Wèl zorgde de gedeputeerde ervoor dat in het kader van de werkloosheidsbestrijding tijdens de economische crisisjaren de fundamenten van het Egmondse kasteel zijn uitgegraven en opgemetseld.

Bomans als gedeputeerde gefotografeerd, nu met gewone das

Bomans als gedeputeerde gefotografeerd, nu met gewone das

Reinalda versus Bomans

Zowel in het Parlement, als provinciaal bestuurder en als gemeenteraadslid en wethouder in Haarlem botste Bomans regelmatig met socialistische bestuurders. In de gemeente Haarlem was dat met de socialist M.A.Reinalda. Biograaf G.W.B.Borrie (zie literatuuropgave) wijdt daar een aantal passages aan in zijn boek: ‘M.A.Reinalda (1888-1965), een geboren bestuurder’, waaruit éen citaat waarin de verschillen tot uiting komen. Dat heeft betrekking op de algemene beschouwingen voor het jaar 1921 met noodzakelijk geachte bezuinigingen, gelet ook op de slechte economische situatie in het lans: ‘(…) In de loop van de vergadering kwam Reinalda in aanvaring met Bomans, toen deze in het kader van zijn financieel beleid de opmerking maakte, dat de ambtenaren in dienst van de gemeente Haarlem “een machtig goed bestaan hadden verworven.”, hetgeen Reinalda in het verkeerde keelgat was geschoten. Hij gaf toe dat de werklieden sinds kort een betere rechtspositie hadden en een hoger loon ontvingen, maar dat hun nog altijd tekort werd gedaan. Zijn fractie behield zich daarom het recht voor in de komende tijd voorstellen te doen voor een loonsverbetering van de werklieden in gemeentedienst. Reinalda kwalificeerde het optreden van Bomans, die hij ieder voorstel uit de een dekkingsvoorstel verlangde, als autoritair. De katholieke voorman sprak als “de Imperator Rex, de man die aan zal geven wat er in Haarlem zal gebeuren.”, aldus Reinalda. Bomans vond deze uitdrukking stuitend en onwaarachtig. Hij had zich al eerder gestoten aan een uitdrukking van Nagtzaam, die hem “een ongekroonde koning noemde: maar niet hij, maar de gemeenteraad was de baas, aldus Bomans, hoewel hij moest toegeven als voorzitter van de commissie van Overleg – over sommige zaken –  meer zeggenschap te hebben dan anderen. Opvallend was dat Reinalda het in deze vergadering opnam voor de communist Peper. Hij verweet het college van B&W en met name Bomans onvoldoende serieus te zijn ingegaan “op de z.i. niet onverdienstelijke redevoering” van het raadslid Peper. Bomans ontkende dit uiteraard, maar het was waar dat het in de debatten tussen hem en Peper in hoofdzaak om internationaal politieke vraagstukken ging, in het bijzonder de ontwikkelingen in Rusland. Peper zelf gaf hier ook vaak aanleiding toe. Over de samenwerking met de SDAP uitte Bomans zich in de discussies bij deze algemene beschouwingen niet zo enthousiast, maar hij sloot deze niet uit. Wel maakte hij graag schampere opmerkingen over de gemeente Amsterdam, waar het bestuur onder “Socialistisch-Communistischen invloed” stond en zag hij nog altijd een groot gevaar van de kant van de SDAP, want “hoewel zij zegt de revolutie niet te willen toch gaarne in de richting van revolutie gedwongen wil worden.”(…)’

Verhuizing naar Berkenrode (1932)

De villa Berkenrode aan de Herenweg in Heemstede die Bomans huurde van de familie Van Wickevoort Crommelin

De villa Berkenrode aan de Herenweg in Heemstede die Bomans huurde van de familie Van Wickevoort Crommelin

Eind mei 1932 verhuisde mr. Bomans met zijn gezin naar het riante buitenhuis Berkenrode aan de Herenweg in Heemstede. Hij moet zich aanzienlijke offers getroosten alvorens het uitgeleefde pand te betrekken, zoals installaties aanleggen voor gas, water en elektriciteit. Tot overmaat van ramp verdampt zijn tegoed bij de bank van Everard die failliet gaat. Bomans moet zelfs zijn kostbare postzegelverzameling verkopen, doch dat alles is het hem waard ter wille van deze representatieve villa waarop hij zijn zinnen heeft gezet. In de St. Bavoparochie van Berkenrode woonde hij zoveel mogelijk de zondagsmis bij. Helemaal vooraan, uiterst recht, in een bank gereserveerd voor de familie Bomans. Meestal staande, wat pastoor Chr. Van Mierlo hem de titel deed verlenen van de ‘meest vooraanstaande parochiaan van Berkenrode.’

Me. Bomans over H.B.C. als voetbalclub in het parochieblad Berkenrode van october 1937.

Mr. Bomans over voetbalclub H.B.C. in parochieblad Berkenrode van october 1937.

De (ere)tribune van voetbalclub Heemstede Berkenrode Combinatie aan de Herenweg . Kerkelijke en wereldlijke autoriteiten gebroederlijk beschut tegen de regen. Van de priesters noemen we slechts: plebaan Rikmanspoel, kapelaan Detemeyer van de Bavo-kathedraal en kapelaan M.C.Caarls van de kerk in de Jansstraat. Vooraan derde van links: gemeentesecretaris Swolfs, vierde: dr. Droog en vijfde/zesde; mr.J.B.Bomans en diens echtgenote.

De (ere)tribune van voetbalclub Heemstede Berkenrode Combinatie aan de Herenweg . Kerkelijke en wereldlijke autoriteiten gebroederlijk beschut tegen de regen. Van de priesters noemen we slechts: plebaan Rikmanspoel, kapelaan Detemeyer van de Bavo-kathedraal en kapelaan M.C.Caarls van de kerk in de Jansstraat. Vooraan derde van links: gemeentesecretaris Swolfs, vierde: dr. Droog en vijfde/zesde; mr.J.B.Bomans en diens echtgenote.

HBC en Kerkbollenveiling

Mr. Bomans was een supporter van de voetbalclub ‘Heemstede-Berkenrode-Combinatie’(HBC) en was met andere wereldlijke en vooral geestelijke autoriteiten onder wie kapelaan M.C.Caarls van de Jansstraat in Haarlem (destijds een begrip) regelmatig te vinden op de (ere)tribune van deze vereniging. Men leze hierover de column ‘Berkenrode-herinneringen’ van zoon Godfried in het boek ‘Thomas Robert Spoon.’ De politicus was een aantal jaren in het bezit van een opvallende roze Mercedes, afkomstig van de internationale revuester Josephine Baker. Diverse prominente personen uit politiek en kerk bezochten ‘Berkenrode’, waaronder de welsprekende Franciscaner prediker pater Borromaeus de Greeve. Na een propagandarede casu quo preek van minstens een uur volgde als regel een apotheose van ongeveer een kwartier. De zinnen balden zich samen en aan het eind waren het uitsluitend exclamaties. De laatste zin werd snel uitgesproken voor die onder de ovatie bedolven werd. Mr. Bomans liep dan onmiddellijk weg. De nog uitgestrekte arm kon als een afscheidsgroet worden opgevat. Borromaeus de Greeve gaf aan het slot een zegentje, om zich vervolgens bruusk te draaien en de kansel ijlings te verlaten. In beide gevallen was de impressie die een en ander bij de toehoorders achterliet verpletterend. Een debat ontbrak vanzelfsprekend. Al tientallen jaren vindt jaarlijks in Heemstede een kerkbollenveiling plaats, waarbij de opbrengst bestemd is voor onderhoud van de Bavo-kerk. Op verzoek van voorzitter H.Rücker ging Jan Bomans naar zijn broer Godfried en die schreef stante pede in nauwelijks vijf minuten het volgende verhaal, bedoeld als aanbeveling: ‘De jaarlijkse Kerkbollenveiling speelde op ‘Berkenrode’ waar wij woonden, een hele rol, omdat mijn vader met ons wedde dat de opbrengst weer groter zou zijn dan die van vorig jaar. Hij heeft die weddenschap ook nooit verloren. Om dit te bereiken bood hij ook zelf mee, wat natuurlijk een zuivere koffie is. Op die wijze kwamen de volgende dag grote partijen bloembollen, waar we eigenlijk géén duidelijke bestemming voor hadden. Gelukkig liep de tuin van ‘Berkenrode’ van de Herenweg tot de Leidse vaart door en daar konden we al die bollen royaal kwijt. U moet daar eens lopen. In de lente ziet u er op de meest onverwachte plaatsen crocussen en hyacinthen uit de grond komen en die staan er nog allemaal uit die tijd. De veiling zelf was altijd een boeiende gebeurtenis en ik sloeg er nooit een over, al veroorloofde het zakgeld dat ik als jongen kreeg mij niet om aan die veldslag in edelmoedigheid mee te doen. Ik keek naar al die opgewonden gezichten, luisterde naar de kreten en hield vooral de pastoor in het oog, die, als een bepaald bedrag overschreden was, langzaam een sigaar opstak en zei: “Nu kan het”, want het was een havanna. Ik hoop, dat dit prachtig ritueel ook deze keer weer zal worden uitgevoerd. U hebt dat in eigen handen.’

In het jubileumnummer van 100 jaar de Katholieke Illustratie bam 10 december 1966 publiceerde Godfried Bomans een artikel'De achterkant van het borduurwerk   met herinneringen aan pater Borromaeus de Greeve.

In het jubileumnummer van 100 jaar de Katholieke Illustratie van 10 december 1966 publiceerde Godfried Bomans een bijdrage ‘De achterkant van het borduurwerk’ met herinneringen aan pater Borromaeus de Greeve.

Borromaeus de Greeve O.F.M. bij zijn 25-jarig priesterfeest. Tweede van rechts staande mr.J.B.Bomans, voor hem professor P.J.M.Aalberse en links van Bomans pater Henri de Greeve van de Bond Zonder Naam.

Borromaeus de Greeve O.F.M. bij zijn 25-jarig priesterfeest. Tweede van rechts staande mr.J.B.Bomans, voor hem professor P.J.M.Aalberse en links van Bomans pater Henri de Greeve van de Bond Zonder Naam.

Auteur van een omstreden romancyclus 

Van de politicus mr.J.B.Bomans verschenen in 1933 de eerste vier delen (in twee banden onder de titel: ‘Jan Herbert MacDonald’, een sleutelroman in tien delen, onder pseudoniem van J.N.van Rode, bij uitgeverij de ‘Wereldbibliotheek’ in Amsterdam. J.B. slaat op zijn eigen voorletters en Rode op Berkenrode. Honderden pagina’s geschreven op gelinieerd papier van de Heemsteedse kantoorboekhandel annex leesbibliotheek R. en D.Jonckbloedt aan de Binnenweg 21. Een jaar later volgde het vijfde deel van de Donald-cyclus die is opgedragen aan de Nederlandse adel. De hoofdpersoon is Jan Herbert MacDonald: een katholieke jonge edelman van Schotse afkomst, woonachtig op een landgoed Duncanhill [=Berkenrode]. Ofschoon voorheen nimmer politiek actief geweest, laat hij zich daartoe aangespoord door de pastoor van Heemstede afvaardigen namens de kiesvereniging van zijn gemeente. Uiteindelijk wordt hij op de Brabantse hei nabij Goirle uitgeroepen tot koning van het Verenigde Groot-Nederland om als zodanig Europa te redden van de ondergang. Het werk is op vele punten duidelijk autobiografisch, zoals moge blijken uit de volgende twee citaten: ‘’k Heb een onderhoud gevraagd met den secretaris der Gemeente Heemstede, een katholiek en toch een almachtig man in onze schoone woonstede, mijnheer De Wolff [de echte naam was Swolfs].  Ik heb hem aangesproken over de annexatieplannen van Haarlem: dit broeit al jaren. Dan gaat Bosch en vaart er aan, ’t stadsdeel van Heemstede van Heemstede, maar volop een deel van Haarlem. Wij waren het samen eens, dat het vroeg of laat komt. ’t Groote plan of ’t kleine. Altijd zal Heemstede veel terrein en heel veel bevolking verliezen (…) Nu kwam ik na de theorie op de praktijk: er moest Heemstede alles aan gelegen zijn beslag te leggen op die nieuwe bouwterreinen om het heft in handen te hebben. Dat zie ik, oprecht, als een Heemsteedsch belang en De Wolff was het volkomen met mij eens.’ De recensent van ‘De Maasbode (9-9-1933): ‘Met den heer J.B. van Rode heeft een Hollandsche Courths-Mahler zijn intrede bij ons gedaan…een katholieke Courths-Mahler’.  Anton van Duinkerken wist zich duidelijk geen raad met het boek. Als deel VI  wordt aangekondigd, welke in het heden speelt, is de kritiek bij voorbaat negatief. Om te voorkomen dat de R.K. Staatspartij zal worden benadeeld heeft de auteur in juli 1934 aan de directie van de ‘Wereldbibliotheek’ verzocht ‘de uitgave te staken en het aanwezige materiaal te vernietigen, behalve de inleiding als bewijs van mijn intenties.’ 30 oktober 1934 noteerde zekere Jilles Limburg in dagblad ‘De Standaard’: “Wat kort geleden bij de Wereldbibliotheek gebeurd is met de Donaldcyclus van Mr. Bomans, bewijst welke schadelijke fouten een uitgever kan maken.’ In dezelfde periode schreef zoon Godfried ten dele op Berkenrode zijn ‘Memoires of gedenkschriften van Mr. Pieter Bas.’

Nevenfuncties

Mr.J.B.Bomans was gedeputeerde in Noord-Holland sinds 1923 en tijdens de bezetting door de nazi’s tevens waarnemend commissaris van de koningin. Daar de toenmalige Commissaris mr.dr.A baron Röell veel ziek was en op 29 november 1940 overleed kon hij daadwerkelijk als hoofd van de provincie worden beschouwd. De Commissarissen der provincies waren niet uitgeweken en kwamen aanvankelijk regelmatig bij elkaar in ‘Hotel des Indes’ op het Lange Voorhout totdat NSB’ers van de Nieuwe Orde werden benoemd, in Noord-Holland was dat de in Heemstede woonachtige mr. Backer, die na de oorlog onmiddellijk toegaf fout te zijn geweest.

Jubileumviering van De Hanze in het r.k. Vereenigingsgebouw aan de Herenweg Heemstede

Jubileumviering van De Hanze in het r.k. Vereenigingsgebouw aan de Herenweg Heemstede. Staande vijfde van links mr.J.B.Bomans.

Van de diverse nevenbanen die mr. J.B.Bomans vervulde kunnen o.a. worden genoemd: het bestuurslidmaatschap van ‘de Hanze’, bank en bond van Rooms-Katholieken van de Handeldrijvende en Industriële Middenstand in het Bisdom Haarlem. Voorts was hij tot zijn overlijden in 1941 medeoprichter en president-commissaris van de N.V. Spaarkas voor beleggingen in R.K.leningen, welke de financiering van talrijke rooms-katholieke kerken en scholen financierde.

Plotse dood

Overlijdensadvertentie J.B.Bomans uit De Tijd van 20 maart 1941. Begrafenis is gewijzigd in St.Barbara-kerkhof Haarlem

Overlijdensadvertentie J.B.Bomans uit De Tijd van 20 maart 1941. Begrafenis is gewijzigd in St.Barbara-kerkhof Haarlem

Bomans was op woensdag 19 maart 1941 als waarnemend-commissaris van Noord-Holland nog werkzaam op het Provinciehuis en overleed een dag later in de vroege ochtend aan een hartstilstand, enkele uren na van de laatste sacramenten te zijn voorzien door de pastoor van Berkenrode, op slechts 56-jarige leeftijd. De uitvaartplechtigheid vond plaats in de Bavo-kerk te Heemstede. Alle luiken waren die dag gesloten, De begrafenis geschiedde op het Sint Barbarakerkhof in Haarlem-Noord. De stoet liep aldus bijna 1,5 uur via de Herenweg en Grote Houtstraat midden in de bezettingstijd. Zoon Godfried maakte de tekst voor zijn zerk: ‘Voor velen heeft hij gesproken, mogen zij nu spreken voor hem.’ Mr. J.B.Bomans deelt het graf, nummer 29, met zijn zoontje Herman Jan Olaf, die op 9-jarige leeftijd was overleden, en met zijn echtgenote Arnolda Reijnart, die in december 1955 werd bijgezet.

De begrafenisstoet komende van St.Bavokerk passeert huize Berkenrode op weg naar kerkhof St.Bavo in Haarlem-Noord

De begrafenisstoet komende van St.Bavokerk passeert huize Berkenrode op weg naar kerkhof St.Bavo in Haarlem-Noord

Als oud Rolducien wijdde het jaarboek Rolduc van 1941 naast een foto de volgende regels aandacht aan de overledene: ’20 maart. Vele eminente figuren, die wij onder onze oud-leerlingen mogen rekenen, zijn dit jaar aan katholiek Nederland ontvallen. Vandaag moeten wij het plotseling overlijden vermelden van mr.J.B.Bomans, lid van Ged. Staten en waarnemend Commissaris van de provincie Noord-Holland. Midden in de volle kracht van zijn leven is hij heengegaan en zijn vroegtijdige dood betekent een zwaar verlies voor zijn gewest. Bijna zes jaren was Mr. Bomans wethouder van de gemeente Haarlem en gedurende twaalf jaren had hij zitting in de Tweede kamer. Zijn laatste functie, nl. het lidmaatschap van Ged. Staten, bekleedde hij sinds 1923. Als provinciaal bestuurder had hij vele uitmuntende kwaliteiten, die de waardering afdwongen niet alleen van zijn geloofsgenoten, maar ook van andersdenkenden. Door zijn algehele toewijding, door zijn doortastend ijveren voor het geestelijk en stoffelijk welzijn van zijn medemensen, verwierf hij zich talrijke vrienden. Geen wonder dan ook, dat bij zijn begrafenis zovele vooraanstaande personen hem de laatste eer wilden bewijzen. R.I.P.’ Rond Bomans en Berkenrode doen enkele legenden de ronde. Zeer hardnekkig is het verhaal dat het meest rechtse luik op de verdieping, zijnde de sterfkamer van Bomans op 20 maart 1941 ‘ten eeuwigen dagen gesloten moet blijven.’ De werkelijkheid is nochtans prozaïsch, immers achter dit dichte luik, dat vanwege de symmetrie is aangebracht, bevindt zich een blinde muur….

Herinneringen van een collega-gedeputeerde: Ed. Polak

Gedeputeerde Staten van Noord-Holland op 14 mei 1930 met o.a. J.B.Bomans, A.W,.Michels, A.H.Gerhard, baron A.Röell (commissaris) en P.J.M.Verschure,

Gedeputeerde Staten van Noord-Holland op 14 mei 1930 met o.a. J.B.Bomans, A.W,.Michels, A.H.Gerhard, baron A.Röell (commissaris) en P.J.M.Verschure,

‘Mr.J.B.Bomans was een van die naturen, die zich reeds vroeg tot de politiek voelen aangetrokken. Hij beoefende haar met een niet te blussen passie. Zijn aanleg stuwde hem in die richting. Hij kon schrijven, was een vlot spreker en snedig in de discussie. Bovendien had hij geest en goed humeur. Enfin, iemand die men om een boodschap sturen kon. Een van die gehaaide knapen, die met een zak vol citaten – goede en slechte, authentieke of met een luchtje eraan – de vergaderingen afreisden en de lachers op hun hand trachtten te krijgen. Zij konden het ernstige sprekers moeilijk genoeg maken. Doch soms kwamen zij van een koude kermis thuis, als zij iemand tegen het lijf liepen, die ook niet zo gauw met de mond vol tanden stond en alsmede was voorzien van zo’n peperhuis met uitspraken van zijn tegenstanders. Ik geloof niet, dat gedachtewisselingen van deze soort veel invloed hadden op de mening der kiezers, doch amusant waren zij bij tijd en wijle wel. Een van die haantjes de voorste was, in zijn jonge jaren althans, ook mr.J.B.Bomans. Hij behoorde tot de Rooms-Katholieke Staatspartij en had Haarlem en Omstreken tot zijn werkterrein van operatie gekozen. Hij werd tot lid van de Tweede kamer benoemd en heeft daar gedurende een zekere tijd veel bijgedragen tot verlevendiging der discussies. Naarmate de jaren vorderden, past deze enigszins opzichtige rol hem niet zo goed meer. Hij rangeerde naar een rustiger houding. Het parlement begon hem minder te boeien en hij vestigde zijn belangstelling op de gemeentelijke en regionale administratie. Van lid der Provinciale Staten van Noord-Holland klom hij op tot Gedeputeerde en in dat ambt ontwikkelde hij zich tot een waardige magistraat, die in het gewest aanzien genoot. Hij was gaan inzien, dat ook in anderer overtuiging een waardevolle kern aanwezig was, die respect verdiende. In die kwaliteit van lid der Gedeputeerde Staten heb ik hem leren kennen en waarderen. Een jurist van grote scherpzinnigheid, een harde werker, die een ingewikkelde zaak snel doorzag en een doortastende bestuurder. Het was aangenaam en ook wel gezellig met hem samen te werken. Want al was hij in de grond een serieus man, hij stak toch nog vol caprices. Moest hij in de vergaderingen van het College een stuk voordragen betreffende de goede stad Krommenie, dan sprak hij die naam steevast uit als Kromménië en dan was het, alsof hij het had over een of andere verre Balkan-Staat. Moest hij spreken over een dijk of een weg, bij welke het schone dorp Anna Pauwlona betrokken was, dan had hij het altijd over Anna Pawlowa. En de verbinding tussen het stille, teruggetrokken oord en de wereldberoemde, lichtvoetige Russische danseres werkte zó komisch, dat wij ons er mee amuseerden. Onze aristocratische voorzitter, de baron Röell, haalde dan wel eens half verwonderd, half berispend de rechter wenkbrauw op, doch mr. Bomans was dan al weer een heel eind verder in zijn stukken. Want hij was vlug als water. Onder de schuilnaam J.B. van Rode publiceerde hij in die tijd ook een roman in meerdere delen, ‘Jan Herbert Mac Donald’ getiteld. Hij wekte nogal wat sensatie en werd in de pers als een bizar boek aangeduid. Toen ik er eens een paar woorden met hem over wisselde, zei hij: “Ach, wat, dat boek is toch een grap. Laten zij het mij maar eens nadoen!” ook in zijn kleding was hij enigszins opvallend. Altijd droeg hij een donkerblauw pak met een zelfstrikker van wit piqué, ’s zomers en ’s winters altijd wit piqué. De witte das van Bomans was alom bekend. Er zijn mensen die in een zakelijke omgeving nimmer over hun familie spreken. Anderen doen er onbeschroomd uitvoerige verhalen over. Mr. Bomans behoorde tot het mededeelzame type. Met eerbiedige tederheid sprak hij van zijn kinderen, die de geestelijke stand verkozen hadden. Over een van zijn jongens was hij evenwel niet helemaal tevreden. Het was een bengel. Inplaats van zijn thema’s te maken en zijn lessen te leren, zat hij maar op de piano te bonken en allerlei onzin te krabbelen. Dat was dam zijn zoon Godfried, die een onzer beroemdste (humoristische) schrijvers is geworden. Maken ouders zich wel eens te zeer bezorgd over de carrière van hun moeilijkste kind?  Na de tweede wereldoorlog heb ik mr.J.B.Bomans niet teruggevonden in het Gouvernementsgebouw aan de Dreef te Haarlem. Hij was in 1941 op 56-jarige leeftijd gestorven. Ik heb daar weet van gehad.’ E. Polak, in Vrij Nederland, 16 mei 1953 in een serie ‘Mensen die gekend heb’.  [E. Polak (1880-1962), Jood van geboorte overleefde de Tweede Wereldoorlog. Hij was o.a. journalist, wethouder van Amsterdam en van 1935 tot 1940 lid van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland].

Foto van waarnemend commissaris van de koningin in Noord-Holland mr.J.B.Bomans met handtekening.

Foto van waarnemend commissaris van de koningin in Noord-Holland mr.J.B.Bomans met handtekening.

Publicaties van mr.J.B.Bomans:

- Stellingen ter verkrijging van den graad van doctor in de rechtswetenschap aan de Rijksuniversiteit te Leiden, op gezag van den rector-Magnificus dr. B.D.Eerdmans (…) donderdag 10 juli 1913, des namiddags te 4 uur, door Johannes Bernardus Bomans, geboren te Amsterdam. Leiden, Eduard IJdo, 1913, 13p.

Titelblad van stellingen J.B.Bomans Universiteit Leiden 1913

Titelblad van stellingen J.B.Bomans Universiteit Leiden 1913

- Troelstra’s avontuur en de Katholieken: (week van tien tot zeventien november 1918). Haarlem, De Spaarnestad, 1918. – Bijdragen tot de sociale gemeente-politiek; door J.B.Bomans e.a. (Politieke en Sociale Studies). Leiden, Futura, 1918, – Een cursus over staatsinrichting. Roomsch-Katholieken Vrouwenbonden in Nederland. Haarlem, De Spaarnestad, 1919. – Het gezinsloon en de groote gezinnen. Haarlem, De Spaarnestad, 1919. – Scheuring in de R.K. Staatspartij of een afgeperst verweer. Haarlem, De Spaarnestad, 1920. – Het beleid der linkerzijde in Noordholland’s Staten. Twee redevoeringen van de statenleden mr. Bomans en Michielsen in de vergadering van 20 juli 1921. – De richting in de politiek of onze getuigenis in 1922. Castricum, Dante Alighieri, 1922. – De Roomsche lijst Haarlem-Helder, 1922. Door J.B.Bomans: Het leger, de socialisten en wij. et al. Haarlem, R.K.Kiesvereeniging, 1922. – Br. Alexander: Onze onjuiste kiesdeler. Met een voorwoord van Mr. Bomans. Amersfoort, ‘Patria’, 1922. – De kerkelijke politiewetten. Hilversum, Brandt, 1923. [Katholieken, stemt Woensdag 23 mei 1923, allen op: Mr.J.B.Bomans, no. Een van lijst EEN. Brochure van het bestuur der R.K.Pol. Propaganda-club, 1923]. [- ds. H.Bakker. De subsidie aan de roomsche universiteit en de rede van mr.Bomans. Rotterdam, 1923]. – Zes avonden over economie en financiën. Hilversum, Hilversum, Paul Brand, 1923. – Drie avonden over de geschiedenis der R.K.Staatspartij. 28 portretten. Castricum, Dante Alighieri, 1924. – Hoe brengen wij de arbeiders, die van de Kerk afvielen, weer terug tot de Kerk en de katholieke Arbeiders beweging / En welke invloed en betekenis hebben de katholieke beginselen voor het Staatkundig Leven voor wat betreft het gebied der sociale wetgeving? Door H.Brouwer, J. B.Bomans. Utrecht, Diocesane Bond van R.K.Werkliedenvereenigingen in het Aartsbisdom Utrecht, 1929. – Jan Herbert Mac Donald; door J.B.van Rode, ps. van J.B.Bomans. Donald Cyclus 5 delen in 3 banden. Amsterdam, Wereldbibliotheek, 1933/1934. Niet verder verschenen.

Foto van mr.J.B.Bomans uit 1924

Foto van mr.J.B.Bomans uit 1924

Secondaire literatuur:

Installatie van burgemeester C.Maarschalk 16 juni 1919. Op de tweede ruij staat links wethouder mr.J.B.Bomans [Uit boek Wim Cerutti, het stadhuis van Haarlem].

Installatie van burgemeester C.Maarschalk 16 juni 1919. Op de tweede rij staat links wethouder mr.J.B.Bomans [uit boek van Wim Cerutti: het stadhuis van Haarlem].

- H.J.G.Beunders. ‘Weg met de vlootwet!’ De maritieme bewapeningspolitiek van het kabinet Ruys de Beerenbrouck en het succesvolle verzet daartegen in 1923. Amsterdam, 1984. Academisch proefschrift. – Gilles W.B.Borrie. M.A.Reinalda (1888-1965); een geboren bestuurder. Amsterdam, Aksant, 2005, – G.J.A.Bomans. De man met de witte das. Spelen in de zandbank van de Nederlandse politiek. Amsterdam, 1977. – Jan Bomans. Godfried achteraf bekeken. Bussum, Centripress, 1978. – H.G.Cannegieter. Mr.J.B.Bomans. Karakterschets. In: Mork’s Magazijn, aflevering 15 october 1924, p.1-8/ – Oprechte Haarlemsche Courant. Necrologie, 20-3-1941. – P.J. Oud. Het Jongste Verleden. Deel 1, 170. – Parlement & Politiek. Mr.J.B. (Jan) Bomans. – Michel van der Plas (red.) Herinneringen aan Godfried Bomans. 1972. – W.Slagter. Bomans, Johannes Bernardus (1885-1941). In: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel III, 65 – W.van Willige. Mr. J.B. Bomans (1885-1941). In Jaarboek Haerlem, 1941. 1942.

(FOTO)BIJLAGEN

Fragmentgenealogie Bomans. Uit: Gens Nostra 1975. Samenstelling: R.F.Vulsma, bewerking: F.Berendse.

Fragmentgenealogie Bomans. Uit: Gens Nostra 1975. Samenstelling: R.F.Vulsma, bewerking: F.Berendse.

Vervolg fragmentgenealogie/kwartierstaat Bomans

Vervolg fragmentgenealogie/kwartierstaat Bomans

Voorzijde brochure De Roomsche lijst Haarlem-Helder 1922

Voorzijde brochure De Roomsche lijst Haarlem-Helder 1922

Verkiezingsstrijd. Uit: Katholieke Illustratie 1922

Verkiezingsstrijd Haarlem onder geestdriftige leiding van de heren Brinkman en mr.Bomans. Uit: katholieke Illustratie, 1922.

Voorzijde brochure: Katholieken stemt woensdag 23 mei 1923 allen op mr.B.Bomans, no. EEN op lijst EEN.

Voorzijde brochure: Katholieken stemt woensdag 23 mei 1923 allen op mr.B.Bomans, no. EEN op lijst EEN.

Mr.J.B.Bomans gaat stemmen op mr.J.B. Bomans. Uit: Kath. Ill.,1925

Mr.J.B.Bomans gaat stemmen op mr.J.B. Bomans. Uit: Kath. Ill.,1925

Straatpropaganda voor Bomans

Straatpropaganda voor Bomans

Affiche: Stemt No. 1 van lijst 23: J.B.Bomans (Edward Krabbendam)

Affiche: Stemt No. 1 van lijst 23: J.B.Bomans (Edward Krabbendam)

Propagandablad om mr. Bomans te stemmen uit de Zaanstreek

Propagandablad om mr. Bomans te stemmen uit de Zaanstreek

Convocatie van Katholiek Onderwijhzers Gezelschap, afd. Amsterdam en omstreken, december 1926.

Convocatie van Katholiek Onderwijhzers Gezelschap, afd. Amsterdam en omstreken, december 1926.

Mr.J.B.Bomans; door J.Speenhoff

Mr.J.B.Bomans; door J.Speenhoff

'Luitenant Bomans' door  cabaretier-dichter J.Speenhoff

‘Luitenant Bomans’ door cabaretier-dichter J.Speenhoff

Mr.J.B.Bomans in zijn rol als de Roomsche Luther. In: de Notenkraker van 10 januari 1920, getekend door L.J.Jordaan.

Mr.J.B.Bomans in zijn rol als de Roomsche Luther. In: de Notenkraker van 10 januari 1920, getekend door L.J.Jordaan.

J.B. Bomans (met witte das) en zijn echtgenote Nols Reynart op huwelijksreis te Boppard, 15 juli 1908.

J.B. Bomans (met witte das) en zijn echtgenote Nols Reynart op huwelijksreis te Boppard, 15 juli 1908.

De familie Bomans in 1918. V.l.n.r.: Herman Jan Olaf, 13 maart 1912 (in 1921 overleden), Arnold Jan, 15 juni 1916 (latere pater Jan-Baptist), vader J.B.Bomans, moeder Bomans-Reynart, Jan Arnold, 30 mei 1915, Rex (Reginald) Peter Jozef, 2 mei 1914, Godfried Jan Arnold, 2 maart 1913 en Wally (Oswalda), 19 mei 1919 (de latere zuster Borromée

De familie Bomans in 1918. V.l.n.r.: Herman Jan Olaf, 13 maart 1912 (in 1921 overleden), Arnold Jan, 15 juni 1916 (latere pater Jan-Baptist), vader J.B.Bomans, moeder Bomans-Reynart, Jan Arnold, 30 mei 1915, Rex (Reginald) Peter Jozef, 2 mei 1914, Godfried Jan Arnold, 2 maart 1913 en Wally (Oswalda), 19 mei 1919 (de latere zuster Borromée

Mr.J.B.Bomans aan het stuur van zijn oude Chandler  met v.l.n.r. Wally, Godfried, Arnold, moeder Bomans, Rex en Jan Bomans

Mr.J.B.Bomans aan het stuur van zijn oude Chandler met v.l.n.r. Wally, Godfried, Arnold, moeder Bomans, Rex en Jan Bomans

Een auto-ongeval van J.B.Bomans met goede afloop (Uit: Godfried achteraf bekeken, p. 107).

Een auto-ongeval van J.B.Bomans met relatief goede afloop. Uit: Godfried achteraf bekeken, pagina 107.

About these ads