BIBLIOTHEEK HET PREDIKHEREN IN MECHELEN en de historie van Mechelse bibliotheken

Tags

, , , , , , , , , ,

HET PREDIKHEREN IN MECHELEN: NIEUWE INNOVATIEVE BIBLIOTHEEK ALS CULTURELE HOTSPOT VAN MECHELEN EN VLAANDEREN

Breaking news: op donderdag 7 november 2019 is bekend geworden dat Het Predikheren in Mechelen de ARC19 Interieur Award heeft gewonnen, uitgereikt aan Korteknie Stuhlmacher ism Callebaut en Bureau Bouwtechniek. “Het project is een onbedoeld kunstwerk”,  oordeelde de jury. 

Mechelen, gelegen in de Vlaamse provincie Antwerpen, is met ongeveer 87.000 inwoners de vijfde grootste stad van België. Het is een gemeente met een rijke culturele traditie. Bezienswaardig zijn onder meer de Sint Romboutskathedraal, museum het Hof van Busleyden, de verbouwde Dossinkazerne met nieuwe museale functies inclusief het stadsarchief met erfgoedbibliotheek, en het paleis van Margaretha van Oostenrijk. In het historische Schepenhuis, het eerste stenen ‘stadhuis’ van Vlaanderen, vergaderde tussen 1504 en 1609 de Grote Raad van Mechelen, vanaf de 15de eeuw het hoogste rechtscollege in de Nederlanden.
Met ingang van september 2019 is hier een nieuwe culturele hotspot bijgekomen: het voormalige klooster van de Dominicanen ofwel Predikheren is na een grondige verbouwing van enkele jaren de vestiging van de openbare stadsbibliotheek .

Brochure van Uit in het Predikheren, september-november 2019

In de loop van de jaren ben ik verscheidene keren in de stad Mechelen geweest, de laatste maal op 1 september 2019 en kon ik vol bewondering het resultaat van dit deel van een groot stadsvernieuwingsproject aangeduid met ‘Tinelsite’ bewonderen.

Ontwerp Tinelsite met het vierkante gebouw midden-rechts het Predikheren, daarachter de kerk

Na Gent beschikt Vlaanderen thans over een tweede drukbezochte innovatieve bibliotheek met boeken als uitgangspunt, maar tevens een centrum van literaire, sociale en culturele activiteiten. De nieuwe naam luidt met een verwijzing naar het verleden: ‘Het Predikheren’ Zowel het vroegere klooster als de kapel maken deel uit van het cultureel erfgoed van België. De abdij is klaar voor heden en toekomst, aan de restauratie van de daarnaast gelegen kerk wordt momenteel gewerkt.

De predikheren in Mechelen, bouwactiviteiten van 1655 tot 1793

In 1651 zijn de aanwezige paters dominicanen uit ’s-Hertogenbosch, waar men sinds 1253 verbleef, uit de stad door protestanten verdreven en na een kort verblijf in Boxtel vertrok men naar Mechelen. Aangetrokken door de Zuidelijke Nederlanden waar de Reformatie minder vat op de bevolking had gekregen. Een omvangrijk klooster werd gebouwd: een naar het oosten gericht gebedshuis en een aanpalend vierkantig kloostercomplex rond een centraal pandhof. Los van de abdij kwam o.a. een brouwerij tot stand om inkomsten voor de priesters te genereren. Begin 18de eeuw is de kapel vervangen door een barokke kloosterkerk. Karakteristiek voor de dominicanen en trouwens de meeste kloosterordes was de aanwezigheid van een bibliotheek. (1).

 

Panoramagravure van het klooster Het Predikheren in 1796

In fasen uitgevoerd heeft de bouw van het complex meer dan tachtig jaar in beslag genomen. In 1796 in de Franse Tijd kwam aan het religieuze kloosterleven een einde en moest men de deuren sluiten. Aanvankelijk zijn in het pand hulpbehoevende ouderen ondergebracht en zijn kloostercellen samengevoegd tot zalen. In 1809 kreeg het bouwwerk een nieuwe bestemming als militair hospitaal, school, krijgsarsenaal en kazerne, een periode die uiteindelijk tot 1975 zou duren. De kloosterkerk werd artilleriemagazijn. Tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben hier Duitse bewakingstroepen onderdak gevonden. Inmiddels, mede na jaren van leegstand behoorlijk geruïneerd, volgde in 1979 de bescherming als monument. De gemeente heeft het pand aangekocht en met ingang van september 2019 is het de huisvesting van de openbare stadsbibliotheek nieuwe stijl als nieuwe cultuursite in de stad.

Kloostergebouw in 1720 Predikheren Mechelen met eerste kapel (de huidige kerk is in 1736 ingewijd) (Regionale beeldbank Mechelen)

Prent van kloostercomplex der paters  Predikheren Mechelen (Regionale beeldbank Mechelen)

Gravure van voormalig klooster en voorgevel van de in 1736 ingewijde kerk van de Mechelse dominicanen ofwel predikheren uit 1790. Zes jaar later gesloten en toen door het bestuur der Burgerlijke Godshuizen ingericht als oudemannenhuis totdat het vanaf 1809 dienst deed als militair hospitaal , later kazerne en de kerk vanaf 1814 als krijgsarsenaal (regionale beeldbank Mechelen)

(1)Over de 16e/17e kloosterbibliotheek van de Minderbroeders in Mechelen (tot opheffing in 1796) publiceerde H. Oom een bijdrage in ‘Franciscana’, 46 (1991), p.37-56.

‘Een adembenemend, literair wellnescentrum’ (Gazet van Antwerpen)

Van volksboekerij naar openbare en digitale ontmoetingsbibliotheek

In de 18e en 19e eeuw waren er enkel parochiale boekerijen en later ook commerciële lees- ofwel winkelbibliotheken. In juli 1865 is met om te beginnen 709 boeken een volksboekerij gesticht, in de Hallen waar enkel ‘goede’ dat wil zeggen literaire en populair-wetenschappelijk lectuur werd aangeschaft. Zich richtend op volksontwikkeling, los van de al in 1760 opgerichte stads(bewaar)bibliotheek, tegenwoordig aangeduid met erfgoedbibliotheek en sinds 1844 verbonden aan het Stadsarchief van Mechelen. In het katholieke Mechelen was het initiatief voor de oprichting overigens uitgegaan van de liberalen. De collectie bestond aanvankelijk grotendeel uit schenkingen van welvarende, voornamelijk Fransprekende burgers. Uit de stadskas moesten Nederlandstalige boeken worden aangeschaft. Politieke propaganda en aanstootgevende publicaties werden geweerd. Weliswaar was die grens vaak moeilijk aan te geven. Voorts ontstond een discussie of de boeken vanuit het magazijn moesten worden opgehaald en uitgeleend dan wel in openbare kasten voor het publiek beschikbaar gesteld. Al in 1905 stichtte M. Sabbe in Mechelen een kinderleeszaal. Na de vestiging in de Hallestraat kwam de bib terecht in het Oud Bisdom in de Vooghtstraat, toen met de stadsbibliotheek naar het Schepenhuis, dan naar een pand aan de Wollemarkt.

Oude interieurfoto van de openbare bibliotheek Mechelen

Vandaar is verhuisd naar de Minderbroedersgang 3 met dichteres Alice Nahon driejaar als diensthoofd (zie bijlage 5). Ten slotte naar de Gebr. Verhaegenstraat, en Moensstraat, sinds 1972 menigmaal door mij bezocht. De jaarverslagen tonen aan dat de aantallen uitleningen steeds bleven stijgen. Een eerste gedrukte catalogus verscheen in 1872. Vanaf 1918 is de collectie, vooral onder impuls van de secretaris der bibliotheekcommissie E.Buskens, uitgebreid met veel informatieve boeken.

Foto van het inrichtend comité der tentoontelling ‘Toneelleven te Mechelen’ in 1927. Met v.l.n.r. Jos Joosen, bibliothecaris Hyacinth Coninckx, Henri Dierickx, Urbain Muyldermans, EMIEL BUSKENS en Karel Peeters (Regionale Beeldbank Mechelen). Behalve als secretaris van de bibliotheekcommissie waarbij hij zich bezighield met de collectievorming verdiende Buskens zijn sporen op het literaire vlak als schrijver voor het toneel.

Nieuw meubilair is aangeschaft en een efficiënter uitleenstelsel geïntroduceerd.Geleidelijk is de depotfunctie omgezet in open uitleen. Een lijst van verboden boeken, een soort index, zij het vooral bedoeld voor jongere lezers, werd afgeschaft.

Eind 1927 publiceerde de NRC (overgenomen door het Nederlandse vakblad ‘Bibliotheekleven’: ‘Op het den tweeden Kerstdag van 1927 te Mechelen gehouden Congres voor Vlaamsche bibliothecarissen is gebleken, dat het aantal volksboekerijen in het Vlaamsche land, dank zij  mede de werking van het door Lode Baekelmans voorgezeten Verbond van Vlaamsche bibliothecarissen, sedert den oorlog aanzienlijk is toegenomen. Zoo is er in het  arrondissement Mechelen, dat 40 gemeenten telt, slechts eéne zonder bibliotheek en bestaan er 59 erkende bibliotheken, beschikkende over 151.000 boeken, met 16.000 lezers en 229.000 uitleeningen. De heer Baekelmans deelde op dit congres ook nog mede dat het Verbond van Vlaamsche bibliothecarissen voor zijne leden, in Augustus 1928, een gezamenlijke studiereis organiseert, waarbij de voornaamte volks- en universiteitsbibliotheken te Rotterdam, Den Haag, Leiden, Haarlem en Amsterdam zullen worden bezocht’.   

Dieptepunt in de historie betrof een grote uitslaande brand in 1962. Het vuur ontstond op de bovenverdieping van de bibliotheek, waar zich zo’n 30.000 boeken en tijdschriften bevonden. Een menselijke ketting is gevormd en dankzij vrijwilligers konden nog duizenden boeken van de eerste verdieping worden ontruimd en naar de jeugdbibliotheek aan de overzijde van de straat gebracht. De leeszaal en haar bezit ging geheel verloren.

Foto van de grote uitslaande brand in de bibliotheek van Mechelen in 1962 (regionale Mechelse beeldbank)

Persbericht gewijd aan de Mechelse bibliotheekbrand van 1962 (Nieuwsblad van het Noorden, 12 juni 1962)

Nog een foto van de leeszaalbrand met op de achtergrond de historische Romboutskathedraal (Mechelse beeldbank)

In 1999 breidde de instelling zich uit en is de entree verplaatst naar de Moensstraat. Van de bibliothecarissen dient de naam van Jos (Jozef) Torfs (1911-1999) met ere genoemd te worden, die van 1948 tot 1976 de instelling heeft geleid en uitgebreid. Ik ontmoette hem eenmaal in 1975 bij een symposium, georganiseerd door André Verberckmoes, directeur van de bibliotheek van Beveren-Waas. In 1945 was J.Torfs bekroond met zijn uit 1943 daterende publicatie: ‘Lezerstypen in de O.B. te Schoten’ (1). De benaming (volks)bibliotheek, is later gewijzigd in ‘Stadsbibliotheek’ en in 1948 nogmaals veranderd, in: ‘Stedelijke Openbare Bibliotheek’. Torfs heeft in het eerste jaar van zijn bewind ongeveer 6.000 in zijn ogen ‘snertromannetjes’ uit de collectie verwijderd, daarvoor betere boeken, waaronder ook anderstalige publicaties in de plaats daarvan zijn aangeschaft, In 1965 is het eeuwfeest van de bib onder meer herdacht en gevierd met een expositie ‘Boek en Bibliotheek’ in het Cultureel Centrum van Mechelen. Moest voordien voor inschrijving worden betaald, in 1966 werd deze kosteloos voor kinderen. Jos Torfs pleitte in 1969 voor het behoud van de traditionele zondagsdienst. Dit zijn immers de piekuren. Datzelfde jaar werd een fotokopieerapparaat aangeschaft en is gestart met een informatiedienst bestaande uit documentatiemappen en krantenknipsels. Verder richtte hij een eigen binderij op en een lees- en studiezaal met encyclopedieën, woordenboeken, naslawerken e.d. Er komen dan ook filialen, te beginnen in de gemeenteschool in de Acasiastraat en nadien nog een dertiental in andere gemeentescholen, naast vijf uitleenposten. In 1n 1956 werd een afzonderlijke jeugdbibliotheek geopend. Nadien verhuisde deze afdeling naar de Korenmarkt. Dr. Ger Schmook (1898-1985) bibliothecaris en literatuurhistoricus geeft in zijn memoires ‘’Stap voor stap langs kronkelwegen; gedenkschriften’, 1976, hoog op van Torfs en schrijft: (…)‘Het was Jozef Torfs, sedertdien de wegbereider van het werkelijke en enige Openbare Bibliotheek-type voor zoveel steden en gemeenten, eens voorzitter van de sectie ‘Openbare bibliotheken’ in de I.F.L.A., ook eens voorzitter van de ‘Hoge Raad voor openbare bibliotheken’, dynamisch organisator en vernieuwer; zijn grote triomf blijft onder stimulator Minster Spinoy de gedurfde oprichting en inrichting van het Mechelse bibliotheekkompleks met diverse media waarvan vroeger reeds gedroomd werd voor Antwerpen zelf…’ Willy van de Vijver schrijft in het hoofdstuk ‘Van stadsbibliotheek naar stedelijke erfgoedbibliotheek (1949-2010) in ‘Gedrukte Stad’ onder meer ‘(…) De verdere ontsluiting van de bibliotheek kende na 1950 een gunstig verloop, mede door de begeleiding die vanuit de Stedelijke Openbare Bibliotheek geboden werd. Hoofdbibliothecaris Jos Torfs (1911-1999), die in deze periode de werking van deOpenbare Bibliotheek grondig vernieuwde en aldus een ongekend elan gaf, was lid van de Raad van beheer van het archief en de musea en onderhield goede contacten met stadsarchivaris René de Roo.Als gevolg hiervan werden tussen beiden goede afspraken gemaakt betreffende de afbakening van de te verwerven collecties en de te volgen catalografiche regels.’ 

Bibliothecaris Jos Torfs in een filiaal na de brand van 1962 in de hoofdbibliotheek (beeldbank stadsarchief erfgoed Mechelen). Torfs hield zich o.a. bezig met normeringen binnen het Vlaamse openbaar bibliotheekwerk. In het blad ‘Ons Erfdeel’, 17, 1974 2 (maart-april) publiceerde hij als bijdrage: ‘Kritische doorlichting van het openbaar bibliotheekwezen in Vlaanderen’.

Vooromslag van ‘Lezerstypen in de openbare gemeentebibliotheek van Schoten’ door Jos Torfs. (Antwerpen, De Sikkel, 1943)

Nu ik het boek van Jos Torfs heb gelezen – proefschrift 1941-1942 van de Stedelijke Middelbare Bibliotheekschool van Antwerpen – moet ik hem nageven dat hij veel werk van zijn studie heeft gemaakt. Het boek verscheen in 1943 midden in de oorlogsperiode met papierschaarste en om die reden beslist geen eeuwig leven gegeven. In de publicatie zijn 70 tabellen opgenomen. Ik beperk me hier tot twee: bovenstaand de uitlening in het algemeen.

 

De studie der uitleen van lectuur der Vlaamse schrijvers. Zoals zou kunnen worden verwacht met Hendrik Conscience bovenaan (vooral dankzij diens ‘De Leeuw van Vlaanderen’, gevolgd door August Snieders (van wie ‘De verstooteling’ het meest populair). Bij de lezers van sociale en pychologische werken stonden Knut Hamsun en Ben Traven bovenaan, gevolgd door Upton Sinclair , Sigrid Undset en A.M.de Jong; van de avontuurlijke romans op nummer 1: Jack Londen gevolgd door Max Brand; bij de detectives Edgar Wallace het meest gelezen, vòòr o.a. F.R.Eckmar [= Jan de Hartog], Conan Doyle, Willy Corsari, Piet Bakker Agatha Christie en Edgar Allen Poe; bij de realistischge roamns liefst 7 boeken van Emile Zola in de top-tien, maar ook Herman Heijermans (‘Kamertjeszonde)  en Cyriel Buysse (‘Het recht van den sterkste’) scoorden goede gelet op het aantal uitleningen.  Door vrouwen werd ‘De moeder van Pearl Buck het meest gelezen; en bij de lichte vrouwenromans stond het werk van Courths-Mahler op nummer 1. Torfs onderzocht tevens de lectuur der rijpere jeugd (jong-volwassenen), bij wie de rubriek ‘reizen en trekken’ het best scoorde, gevolgd door techniek (vnl. jongens) en Natuurkunde (meest populair bij jongens maar ook goed scorend bij meisjes).  Ten aanzien van LEKTUURVERBETERING schreef Jos Torfs onder meer: (…) ‘Ik heb reeds in de vorige bladzijden wegen aangeduid om de vrouw van het Courts-Mahler-genre af te leden. Hoofdzaak is natuurlijk de voorraad van die lektuur klein te houden of te verminderen als er te veel is. Dat Conscience in vele gevallen als vervanging kan gebruikt worden werd ook reeds aangestipt. Met vrucht kunnen ook wel enkele successchrijfters der laatste jaren gebruikt worden, die op een veel hoger plan staan. Dit is onder andere het geval met Pearl Buck. Samen met de vroeger genoemden werd haar werk stelselmatig onder de aandacht der ontwikkelde lezeressen gebracht. Met allerlei middelen, toonkast, opgeplakte kaften, recensies, maar vooral door persoonlijke aanprijzing werd hun belangstelling gewekt. In veel gevallen werd resultaat bereikt, niet alleen bij de vrouwen, maar ook bij de mannelijke lezers (…)’.                                                                (1)In De Volkskrant van 10 en 17 juli 1993 schreef Neerlandicus en schrijver Ed Schilders 2 columns onder de titel ‘Dubbelleven’ in de rubriek ‘codex’ over Torfs’ boekje uit 1943. De bibliothecaris van Schoten bij Antwerpen beklaagde zich in zijn scriptie over het slechte leesgedrag van de vrouwelijke lezers. Die lazen geromantiseerde damesromans, lees pulp, zoals van Courths-Mahler en geestverwanten in plaats van letterkundige werken. In de bibliotheek van Schoten werden alle boeken verwijderd die volgens rooms-katholieke richtlijnen te veel van het slechte bevatten. Torfs conclusie was dat “de vrouw zeer slecht leest”. In 1934 het eerste jaar van Torfs als bibliothecaris in Schoten werden 11.000 boeken geleend, in 1939 was dat aantal opgelopen tot 14.500. Na schoning van de collectie van ‘slechte’ boeken verlengden liefst 4.000 leners hun lidmaatschap niet meer. Gelukkig voor de bibliotheek brak in 1940 de oorlog uit. In twee jaar bleek toen het aantal uitleningen van bijna 10.000 naar ruim 36.000 te stijgen. Bij zijn aantreden in Mechelen deed Torfs overigens hetzelfde als wat hij eerder in Schoten had gedaan. De bibliotheekcollectie werd ‘gezuiverd’ van ‘keukenmeidenromans’, in België vaak ook aangeduid als ‘stationsromannetjes’.

Exterieur van de openbare bibliotheek Mechelenin de Moensstraat

Interieurfoto van die bibliotheek

Leeszaal in de oude bibliotheek

Graffitti van een uil op een muur van de bibliotheek door Jos Vanhee (Mechelse beeldbank)

In 2015 is het 150 jarig bestaan van de bibliotheek gevierd. In dat jaar bedroeg het aantal uitleningen rond de 250.000 aan 15.800 ingeschreven leden, een sinds jaren stabiel aantal.

Een verjaardagstaart bij het 150 jarig bestaan van de bibliotheek in 2015 met stadschepen Björn Siffer en hoofdbibliothecaris Rita van de Wiele

Affiche van tentoonstelling 150 jaar Boek en Bibliotheek in het Cultureel Centrum van Mechelen, 1965 (beeldbank Mechelen)

Bewaarde bibliotheekhistorie uit het verleden van Mechelen

Op 31 augustus 2019 is verhuisd vanuit de Moensstraat naar Het Predikheren aan de Generaal de Stassartstraat, waar bibliotheekbezoek een belevenis moet zijn. Men kan boeken, dvd’s e.d. niet enkel lenen, maar men vindt hier ook een restaurant en bistro, kan relaxen in de binnentuin. Exposities, lezingen, cursussen , workshops en voorstellingen worden gegeven. Kortom men kan hier ontsnappen aan de drukke buitenwereld , inspiratie en kennis opdoen, waar men zoals cultuurschepen Björn Siffer, benadrukte: ‘letterlijk en figuur op verhaal kan komen.’ De nieuwbouw in de oudbouw is gerealiseerd door Korteknie Stuhlmacher Architecten uit Rotterdam. In samenwerking met het Duitse ontwerpbureau Hild und K Architekten.

Illustratie van een Vlaamse predikheer ofwel dominicaan met een Bijbelboek in de rechterhand op een 18de eeuwse prent. Een priester die het ver bracht was Godfried van Mierlo (1518-1587) Deze trad op 16-jarige leeftijd toe tot de orde der Dominicanen in ‘s-Hertogenbosch. Hij behaalde de graad van doctor in de godgeleerdheid te Leuven en werd provinciaal van zijn orde. In 1570 benoemde paus Pius hem tot bisschop van Haarlem. Op 11 februari  1571 is hij in Antwerpen als zodanig gewijd en drie maanden later betrok hij de kathedraal van de Heilige Bavo in Haarlem als opvolger van Van Nieuwland. Op 29 mei 1578 namen de Calvinisten, geholpen door Staatse troepen, bezit van de kerk, doodden de plebaan en vernielden het interieur. Van Mierlo kon in vermomming de stad ontvluchten en na een benoeming als wijbisschop van Munster volgde 4 juli 1587 zijn wijding tot bisschop van Deventer waar hij al op 28 juli overleed en in de Lebuïnuskerk is begraven. Van de Bossche Predikheren dient hier ook de naam van Joannes Ryderus genoemd te worden, in 1591 in ‘s-Hertogenbosch geboren. Hij is in 1623 benoemd tot prior in het klooster van zijn geboortestad, in 1626 werd hij prior in Maastricht en 3 jaar later in Leuven, waar hij promoveerde in de godgeleerdheid. In september van dat jaar werd Den Bosch ingenomen door de Staatse troepen, waarop Ryderus naar zijn geboortestad reisde om nog te redden wat te redden viel. Met de verdrijving van de dominicanen viel de kloostergroep uiteen. In 1630 heeft  prior Somers zich met enkele kloosterlingen in Boxtel gevestigd. De provinciaal wees Ryderus aan als prior , maar op verzoek van bisschop Ophovius van den Bosch werd hij daarvan vrijgesteld om de bisschop in de moeilijke tijden binnen de Meijerij bij te staan. In 1638 dacht men eraan de kloostergroep in Boxtel op te heffen, maar februari 1639 deed zich de mogelijkheid  voor onderdak te vinden in de vrije heerlijkheid Gemert.  Na het sluiten van de Vrede van Munster is ook Gemert bij de Staten gevoegd en moest het dominicanenklooster sluiten. De abdij werd geplunderd en de prior kwam in een kerker in Den Bosch terecht. Ryderus kwam te hulp en richtte zich rechtstreeks tot de koning Filips II van Spanje, die toestond dat groep in Mechelen een nieuw klooster mocht bouwen. In 1650 is Ryderus tot prior van het klooster in Brussel benoemd. In dat jaar betrokken de oorspronkelijk Bossche predikheren een huis in Mechelen. In 1652 vroeg en kreeg Ryderus ontslag als prior in Brussel om zich als prior bij zijn vroegere kloostergroep in Mechelen te vestigen. In dat jaar is het huis ingewijd als klooster. De bouw van een nieuw klooster liep vertraging op vanwege protest van de Augustijnen die vonden dat de gekozen plaats voor nieuwbouw te dicht bij hun klooster was gesitueerd. In 1658 is met de bouw begonnen, wat Ryderus net niet meer heeft meegemaakt omdat hij begin van dat jaar was overleden.

Het voormalig, geruïneerde, Predikherenklooster voor de renovatie en verbouwing tot bibliotheek

Hetzelfde gebouw na de grootscheepse renovatie in 2019

Foto van de dakbewerking aan het Predikheren (foto Kortekniestuhlmacherarchitecten)

Dezelfde vm. kloostergang voor en na de restauratie (Luuk Kramer)

Sinds 1975 stond het gebouw leeg, 7 jaar later, namelijk in 1982, heeft de stad Mechelen het geruïneerde kloostercomplex gekocht om het in 2000 aan een projectontwikkelaar te verkopen. In 2010 kocht de stad het nogmaals aan. Het jaar daarop is het besluit genomen het pand in te richten als openbare bibliotheek. De voormalige kloostertuin was intussen omgevormd tot buurtplein. Lekkages, schimmels en insecten veroorzaakten instabiliteit waardoor men in 2012 en 2013 werken uitvoerde om het complex voor de toekomst te behouden. Voor de renovatie is een architectuurwedstrijd uitgeschreven, gewonnen door het Rotterdamse bureau Korteknie Stuhlmacher Architecten, met architect Mechtild Stuhlmacher. Men werd voor de restauratie geassisteerd door Callebaut Architecten en Bureau Bouwtechniek. In 2015 is begonnen met de uitvoering van werkzaamheden. Als aannemer voor dak- en gevelrestauratie trad de firma Renotec op. Ongeveer 25 miljoen euro bedroeg uiteindelijk het budget voor de totale renovatie. Voor de helft is dat bedrag gefinancierd door de stad Mechelen, de andere helft met erfgoedsubsidies van de Vlaamse overheid. Tijdens de werkzaamheden zijn eind 2015 zo’n 55 grafstenen uit de 16e en 17e eeuw ontdekt, die in de bibliotheek zijn geïntegreerd. Eén van zerken vertelt als opschrift hoe de Predikheren ’s-Hertogenbosch moesten verlaten en in Mechelen belandden. Een andere vondst betrof een aantal ingemetselde, gemummificeerde, katten.

De archeologische vondst van oude grafstenen in het voormalig dominicanenklooster (Patrick Hattori)

Een aantal ontdekte grafzerken (Patrick Hattori)

In het dominicanenklooster vonden niet slechts broeders/paters hun laatste rustplaats in vrede, maar ook vrouwen en kinderen, zoals Anna Catharina van Achteren, op 23 oktober 1716 overleden

Over met name de ontdekte grafstenen bereidt archeoloog Bart Robberechts momenteel een publicatie voor. Na de herbestemming maakt de nieuwe bibliotheek deel uit van een ambitieus ontwikkelingsproject aan de rand van het centrum samen met een nieuw park, te bouwen woningen en het recent gebouwde Holocaust-Museum. De naast het klooster gelegen kerk is nog niet gerestaureerd en krijgt in de toekomst een bestemming als polyvalente ruimte voor de organisatie van sociaal-culturele activiteiten. De kloosteringang naast de kerk werd de hoofdingang van de bibliotheek. Het binnenplein biedt ook ruimte voor optredens. Op de eerste verdieping bevindt zich de oude kloosterbibliotheek die is ingericht als stille studie- en werkzaal, met een tijdschriftenaanbod. Daarnaast op dit niveau zijn vergader- en leskokalen, die tevens kunnen dienen als studieruimtes voor studenten of plekken voor coworking ten behoeve van flexwerkers. De hogere verdiepingen en de zolder onder de dakconstructie zijn omgebouwd tot de nieuwe locatie .
Voor de sluiting van de bibliotheek in de Moensstraat konden Mechelaars al meer boeken lenen dan normaal, namelijk dertig exemplaren voor 100 dagen. De actie was een groot succes, want bezoekers leenden in de maand juli 47.000 materialen, ofwel dubbel zoveel vergeleken met dezelfde periode in 2018, In het nieuwe gebouw zijn alle apparaten om zelf boeken te registreren vernieuwd.
Voorafgaande aan de verhuizing konden in de maand augustus geleende boeken al worden teruggebracht bij een slimme inleverbus in de gevel aangebracht van Het Predikheren en op 13 augustus kon al het drieduizendste boek worden geregistreerd.

Flamboyante opening op 31 augustus 2019: de parade der boekendragers (foto’s van Sven van Hazendock van de Gazet van Antwerpen)

klik hier voor het filmpje

Hert begin van de parade waar anderen zich onderweg aansloten

Van de oude naar de nieuwe bibliotheek in Mechelen 31 augustus 2019

Mensen en boeken en wat al niet van de Moensstraat naar de Gen. de Stassartstraat in Mechelen, 31-8-2019

Trotse Mechelaars op weg naar het Predikheren, 31-8-2019

Een bonte stoet onderweg van de oude naar de nieuwe bestemming

Aankomst bij het Predikheren met zang en dans 31-8-2019

Ook kinderen liepen mee in de boekenparade (Het Nieuwsblad)

Entree van de bibliotheek Het Predikheren

Zaterdag 31 augustus opende de nieuwe bibliotheek met een bonte stoet van vele honderden Mechelaars dwars door de binnenstad van het oude pand naar het nieuwe boekenpaleis Het Predikheren. Iets van gelijke strekking heb ik in Nederland nog niet meegemaakt. Tot 23 uur in de avond kon het publiek kennismaken met de nieuwe bib. De opening was één groot feest waar een zinderende stoet van boekenliefhebbers aan vooraf ging. Artistiek coördinator van de feestelijkheden Bart van Gyseghem scandeerde: ‘Geen bibliotheek zonder volk, geen volk zonder bibliotheek’. Vooraf werd gerekend op duizend deelnemers aan de kleurrijke optocht, maar dat werden er zo’n 1.700.
Het Predikheren heeft een nieuwe huisstijl met een eigentijds logo, waarin de historie is verwerkt. Het ontwerp van de huisstijl is van Concept- en Ontwerpbureau ‘Het Echte Werk’ uit Rotterdam. Het oogt modern, stijlvol en herkenbaar. In de grillige P-vorm van het logo ziet men de contouren van het voormalige Predikherenklooster.

Het nieuwe logo van bibliotheek Het Predikheren (foto Jan Smets)

De zalen in Het Predikheren zijn vernoemd naar personen die zich hebben ingezet voor mensenrechten, te weten: Nelson Mandela, Eleanor Roosevelt, Emile Zola, Fatima el Mernissi, Hannah Arendt en Salman Rushdie.

De Nelson Mandelazaal in bibliotheek Het Predikheren

Bijlage 1: DE ERFGOEDBIBLIOTHEEK VAN MECHELEN IN HET STADSARCHIEF
In 1760 is in Mechelen een stadsbibliotheek opgericht, ook aangeduid als ‘Bibliothèque Publique’. Deze staat los van in 1865 opgerichte Volksbibliotheek, de latere openbare bibliotheek.

Van de vroegere historische huisvesting van het Stadsarchief met erfgoedbibliotheek zijn talrijke prentbriefkaarten in omloop. In het uit de middeleeuwen stammende Schepenhuis was het stadsarchief gehuisvest van 1897 tot 1989 toen men verhuisde naar de Dossinkazerne

De grootte van de stadsbibliotheek, bedoeld als bewaarinstelling, was aanvankelijk bescheiden van omvang. Tijdens het Franse Bewind (1794-1815) slaagde de stad erin de collectie uit te breiden met delen van bibliotheken van onder meer de Grote Raad van Mechelen, kardinaal-bibliofiel d’Alsace en het Groot Seminarie.

Gravure uit 1739 door Egidius Jozef Smeyers met portret van  kardinaal en bibliofiel Thomas-Philippus d’Alsace (1679-1759) in zijn bibliotheek. In ‘Gedrukte Stad'(2010) wijdt Willy van de Vijver een hoofdstuk aan de bibliotheek van kardinaal d’Alsace, p. 91-93.

Die boekerijen waren namelijk gedurende deze periode in beslag genomen. Vele boeken werden verkocht, naar Parijs of Brussel overgebracht of nadien teruggegeven, maar een niet onbelangrijk deel bleef in stedelijk bezit. Hoewel in omvang sterk gegroeid, kende de bibliotheek in de verdere eerste helft van de 19de eeuw een sluimerend bestaan als stedelijk boekendepot. In 1844 is de bewaarcollectie van de stadsbibliotheek toegevoegd aan het stadsarchief wat de collectie en bewerking ten goede kwam. De nadruk bij aanschaf kwam te liggen op algemene wetenschappelijke literatuur. Na de Tweede Wereldoorlog maakte de brede wetenschappelijke benadering meer plaats voor algemene en lokale/regionale geschiedenis. De benaming Stadsbibliotheek wijzigde in Historische (bewaar)bibliotheek. Tegenwoordig is sprake van Stedelijke Erfgoedbibliotheek. Gevestigd in het Hof van Habsburg, in 1756 gebouwd als infanteriekazerne en sinds 1936 Dossinkazerne geheten.

Vooraanzicht van het Hof van Habsburg (Dossinkazerne), huisvesting van o.a. het Stadsarchief

Hoofdarchivaris Willy van de Vijver en zijn team wensen bezoekers welkom in het stadsarchief van Mechelen

Het archief van de Grote Raad van Mechelen verhuisde naar het Nationaal Archief in Brussel, maar de bibliotheek maakt grotendeels deel uit van de erfgoedbibliotheek in het stadsarchief van Mechelen

De erfgoedbibliotheek is sinds 1844 verbonden aan het stadsarchief Mechelen

De collectie bleef groeien. Belangrijk hierbij waren de aanwinsten van de verzamelingen van bibliofielen als Armand de Perceval, Bernard en Auguste de Bruyne (1), Henry Cordemans de Bruyne [in 1949 is diens ‘Bibliothèque Malinoise’ aan de stad Mechelen verkocht], Willy Godenne, Willem van Caster en Henry Joosen. Anno 2019 omvat de collectie meer dan 33.000 titels. Via verscheidene projecten, zoals dat van Short Title Catalogus Vlaanderen wordt gewerkt aan de verdere ontsluiting ervan.

Onder bibliofielen enigszins bekend is bovenstaande prent, een steendruk van Jean-Baptiste Madou, met het portret van de Mechelse antiquaar Bernard de Bruyne (1773-1839). Ook van de zoon Auguste de Bruyne (1813-1889) bestaat een ets waarop die lezend in zijn winkel is afgebeeld door Willem Geets op zestigjarige leeftijd. Beide prenten zijn afgebeeld in het voornoemde boek van dr. J.P.Buynsters.

Boekenverzamelaar en bibliograaf was de Mechelse Gaspard Joseph de Servais (1735-1807). In 1808 verscheen bij Hanicq een catalogus van zijn nagelaten boekencollectie. Pierre Joeph Hanicq (1753-1828) is naast Franciscus van der Elst een van de belangrijkste drukkers en boekverkopers in Mechelen geweest.

Portret van de Mechelse apotheker, dichter en bibliofiel Jan Baptist Rymenans (1748-1840. Anonieme steendruk uit 1838. Rymenans was een vaste gast van Bernard Joseph Dieudonné de Bruyne, die weliswaar als apotheker was begonnen, maar omdat zijn hart meer bij de boeken lag in 1810 een boekhandel opende in de Lange Ridderstraat 32. Vanaf 1842 verzorgde J.B.Rymenans bijdragen aan het ‘Bulletin du bibliophile belge’. N zijn overlijden i tussen 6 en 22 juni 1842 zijn aanzienlijke boekencollectie in Gent geveild door Ferdinand Verhulst.

(1)Uitvoerige informatie over boekhandelaren Bernard de Bruyne (1773-1839) en zoon August de Bruyne (1813-1889) door Piet J.Buynsters, ‘Geschiedenis van antiquariaat en bibliofilie in België (1830-2012)’. Van de zolder tot de kelder lagen 100.000 tot 150.000 boeken opgeslagen. In de winkel had Bernard de Bruyne het rijmpje opgehangen: ‘In dit huys – Tot vrouwen kruys – Is geen hoekje – Of daar steekt een boekje’. In het tijdschrift ‘De Gulden Passer’, nieuwe serie 13 (1935) publiceerde L.le Clercq een artikel: ‘Les de Bruyne, libraries, antiquaires et bibliophiles malinois (1810-1890)’.

Sinds 1991 wordt in december 2019 voor de 28ste keer een Internationale Antiquarenbeurs gehouden in het Cultuurcentrum van Mechelen, een vroegere Minderbroederskerk. Het was destijds een initiatief van Jacques Garcia, Wim de Goeij, Leo Kerssemakers en Johan Waes.

Aankondiging van Internationale Antiquarenbeurs van België in Mechelen van 6-8 december 2019

Boekenlegger van Internationale Antiquarenbeurs van België in Cultuurcentrum Mechelen

Met dit jaar 40 deelnemers uit België, Nederland, Frankrijk, Engeland, Duitsland en Spanje. De laatste jaren bezoek ik bij excursies naar Mechelen het antiquariaat in Onder-den-[Rombouts]Toren 6, geleid door Isabelle Garcia die de winkel, gespecialiseerd in oude boeken en prenten, van haar vader Jacques Garcia (1931-2011), een Belg van Argentijnse origine, voortzet [Zie boek van P. Buynsters, p. 252-254, 301 en 338).

Vader Jacques en dochter Isabelle Garcia in hun Mechelse antiquariaat

Op basis van bovenstaand druksel meende de Mechelse bibliofiel Henri Cordemans-de Bruyne in 1896 dat de wieg van de boekdrukkunst in de Zuidelijke Nederlanden niet met Dirk Martens in Aalst in 1473 stond, maar dat de zusters van Bethanië in Mechelen al in 1467 een drukwerk met losse letters zouden hebben vervaardigd. Uit later onderzoek bleek dat het om een vervalsing ging, mogelijk een grap van Godenne.

Het is de in 1889  in Mechelen geboren hoogleraar Robert Foncke (overleden  1 juli 1975 te Gent) geweest die in de eerste twee decennia talrijke artikelen wijdde aan de historie van  druk-, boek- en bibliotheekwezen in zijn geboortestad Mechelen. Tevens publiceerde hij in ‘Bossche Bijdragen’ I, p.45-68 (1921) een artikel ‘De vestiging van de Bossche Predikheeren te Mechelen (1649-1652)’.  Andere bijdragen betreffen o.a. ‘Wat er met de boeken van aartsbisschop Boonen gebeurde’ (1915), ‘Vlaamsche boeken in een oude kloosterbibliotheek te Mechelen’ (1915), ‘Boeken in het voormalig minderbroederklooster te Mechelen'(1916). Foncke onderzocht op basis van testamenten van een aantal oud Mechelaars hun boekenverzameling, zoals van 1) Pieter Wytmans (1566), 2) Otto van Arkel (1567), 3) meester Andries de Roubaix (1543), 4) Jan van Berbleghem (1348), 5) meester Pieter Lapostole (1532),6)  Michiel Roelandts (1525), (6) Jan de Visschere (1530), 7) mevrouw de Maigny (1531), 8) doktoor Geert van Malderen (1530), gepubliceerd in Het Boek, Tijdschrift voor Boek- en Bibliotheekwezen, 1916-1918.

Vooromslag van ‘Gedrukte Stad, Drukken in en voor Mechelen 1581-1800 door Goran Proot, Diederik Lanoye en stadsarchivaris Willy van de Vijver. 2010. Met een voorwoord van Bart Somers. Uitgegeven door Van de Wiele Brugge i.s.m. Stedelijke Musea Mechelen. De afgebeelde publicatie ‘Costumen vsantie(n) ende stijl van procederen der stadt vryhyt, ende iurisdictie van Mechelen. Antwerpen, Jan II van Ghelen, 1569.

Aanleiding voor bovengenoemde publicatie naast een tentoonstelling met een selectie van oude Mechelse drukken was de ontsluiting van de weinig bekende historische boekencollectie van de stad Mechelen in de databank van de Short Title Catalogus  Vlaanderen (STCV) in 2007-2008, waarbij bijna 3.000 boeken uit de periode tot 1800 zijn verwerkt. Over historische boekenveilingen in Mechelen (vanaf 1489 door boekverkopers en drukkers als Steven van der Beeke, Joos Ruttens en ene Merten, de boekverkooper, publiceerde B.van Selm beknopt in diens ‘Een menighte treffelijcke Boecken; Nederlandse boekhandelscatalogi in het begin van de zeventiende eeuw’. Utrecht, HES, 1987, p.13-14. In de inleiding schrijft stadsarchivaris Willy van de Vijver: ‘Vanaf het einde van de negentiende eeuw brak een gouden periode aan voor de Mechelse geschiedschrijving. Onderzoekers groeven diep in het verleden en deelden hun ontdekkingen met een geboeid publiek. Ze raakten tal van onderwerpen aan, waaronder de geschiedenis van het gedrukte boek in Mechelen. Tot kort na de Tweede Wereldoorlog publiceerden historici als Frans-Edward Delafaille, Henry Cordemans-de Bruyne, Guillaume Zech-Du Biez, Proper Verheyden, Robert Foncke en de kanunniken Leopold Le Clercq en Jozef Laenen onvermoeibaar over menig aspect van de geschiedenis van het Mechelse boek- en bibliotheekwezen. Deze bloeiperiode voor het boekhistorisch onderzoek in Mechelen kwam natuurlijk niet zo maar tot ontwikkeling. Goed ontsloten bronnen zijn daarbij van cruciaal belang. Voor hun onderzoek konden de geschiedkundigen steunen op de resultaten van het jarenlange inventarisatie- en catalogiseringswerk van stadarchivarissen en -bibliothecarissen Pieter-Jozef Van Doren en Victor Hermans. Sinds 1866 lieten zij hun inventarissen en catalogi in druk verschijnen waarddoor de bekendheid van de collecties en de wetenschappelijke aandacht ervoor gevoelig toenam. Voor de ontsluiting van de collecties van de stadsbibliotheek is daarbij het jaar 1881 van belang. In dat jaar liet Victor Hermans een gedrukte “catalogue méthodique” uitgeven. Het toegenomen belang van de Mechelse boekproductie bleek dan weer uit de speciale catalogi in de periode 1902-1904 integraal verschenen in het “Bulletin” van de Mechelse Oudheidkundige Kring’.  

Van de 18e eeuwse boekveilingen in Mechelen is de belangrijkte geweest van Jan Baptist (Joannes Baptist) Joffroy (1705-1772) , die na zijn overlijden plaatsvond. Hij was de zoon van Jan Bartholomeus Joffroy (1669-1740), een rederijker, kunstenaar en fabrikant (lakenverver). In 1721 verscheen van hem ‘Verhandeling ofte historie der provintie van Mechelen’,  een verzameling van kleinere teksten (kronieken) eerder in almanakken verschenen. De collectie van J.B.Joffroy, die in de voetsporen van zijn vader trad, omvatte naast boeken over kunstenaars, architectuur etc.,  ook talrijke etsen en gravures uit de Nederlanden evenals uit Frankrijk, Duitsland en Italië. Verder meer dan 100 schilderijen en panelen van kunstschilders als Teniers, Breugel en Brouwer. Voormalig stadsarchivaris Henri Installé typeerde deze verzameling ‘als één van de belangrijkste verzamelingen van schilderijen, etsen en gravures (…) die ooit te Mechelen werden samengesteld door particulieren’ (Gedrukte Stad, 2010, p.68-69)

Manuscript van Joannes Baptista Joffroy uit Mechelen, dat voor 3.750 euro te koop wordt aangeboden door antiquariaat Asher Rare Books in ’t Goy, gemeente Houten, NL.

De belangrijkste historische drukkerijen in Mechelen zijn van J.F.van der Elst, P.J.Hanicq en de nog staande ‘Deissain Printing’. In 1854 nam Hubert Dessain, één van de erven Dessain, de drukkerij Hanicq over. In 1778 begon de uit Brugge afkomstige Pierre Joseph Hanicq (1753-1828) in Mechelen met een drukkerij. Hij was tevens uitgever en boekhandelaar, Zijn concurrent Van der Elst legde zich meer toe op actueel drukwerk, terwijl Hanicq zich succesvol manifesteerde als drukker-uitgever van theologische en religieuze publicaties onder bescherming van het bisschoppelijk seminarie. Daarnaast gaf hij enkele nieuwsbladen uit. In 1806 trad zijn zoon Francois Pierre Hanicq (1789-1865 bij zijn vader in dienst en bracht de drukkerij tot bloei, als één van de voornaamste rooms-katholieke drukkerijen van België. De assortimentscatalogus van door Hanicq op de markt gebrachte titels dateert uit 1780 en bevindt zich in het Stadarchief (Gedrukte Stad, 2010, p. 72-73 etc.)

Titelblad van één van de talrijke katholieke boeken uitgegeven door P.J.Hanicq, drukker van Z.H. den Prince Aertsbisschop. Mechelen, 1825.

 Bijlage 2 ‘Bibliotheek Kardinaal d’Alsace erkend als topstuk’

‘Mechelen is een Vlaams topstuk rijker. De 18de eeuwse bibliotheek van kardinaal d’Alsace werd december 2016 integraal als nationaal erfgoedwerkend. De verzameling van bijna 12.000 boekbanden werd samengesteld door kardinaal Thomas-Philippe d’Alsace de Boussu (1679-1759), aartsbisschop van Mechelen. De collectie was bedoeld als “openbare” bibliotheek van de Mechelse clerus en telde zo’n 9.400 titels, waarin alle disciplines vervat zaten. “Door de opname op de Vlaamse Topstukkenlijst wordt de unieke cultuurhistorische waarde van dit Mechelse erfgoed bevestigd en krijgen ze extra bescherming”, zegt schepen van Cultuur Björn Siffer (Groen Mechelen). “Naast religieuze bevatte deze opmerkelijke collectie ook wereldlijke literatuur. Daarmee wees kardinaal d’Alsace de weg naar een breder wereldbeeld.”. Het grootste deel van de collectie beheert de Maurits Sabbebibliotheek van de Faculteit Theologie van de Katholieke Universiteit Leuven. Het tweede deel van de Bibliotheek wordt bewaard in de erfgoedbibliotheek van het Stadsarchief van Mechelen. “In Mechelen gaat het onder meer over stukken betreffende burgerlijk recht en politiek. Het gaat onder meer over stukken en verslagen van de Grote Raad, die toen in Mechelen zetelde”, aldus Siffer’ [Wannes Vansina, in: Het laatste Nieuws – HLN.be., 20 december 2016].

Leon van Baelen. Presentatie van de bibliotheek van kardinaal d’Alsace op de tentoonstelling ‘100 jaar Openbare Bibliotheek te Mechelen’, 1964.

Sermoon tegen het lezen der verderffelyke boeken. Door Henricus van Frankenberg, kardinaal-aartsbisschop van Mechelen, die opvolger was van kardinaal d’Alsace. In 1726 is Van Frankenberg geboren in Silezië, in 1797 door de Franse bezetters verbannen uit Mechelen en in 1804 overleden te Breda. In 1923 is zijn stoffelijk overschot alsnog bijgezet in de crpte van de Sint Romboutskathedraal. (foto Jan Smets)

Boeken uit de boekerij van de bibliofiele kardinaal d’Alsace in Leuven

de collectie van kardinaal d”Alsace in de preciosaruimte van de Maurits Sabbe bibliotheek van de universiteit Leuven (Pieter Baert)

Deel van de bibliotheek afkomstig van kardinaal d’Alsace. Op de foto Björn Siffer, schepen van Cultuur, Toerisme en Sociale Cohesie namens Groen Mechelen, met een orent van de kardinaal (Wannes Vansina)

Bijlage 3: Rechtbankbibliotheek in voormalig Paleis van Margaretha van Oostenrijk, Hof van Savoye

Vooraanzicht van het voormalig Hof van Margareth, tegenwoordig in gebruik als Rechtbank van de Eerste Aanleg in Mechelen

Standbeeld van Margaretha van Oostenrijk in het stadscentrum van Mechelen

Margaretha van Oostenrijk (1480-1530) was hertogin van Savoye en landvoogdes van de Habsburgse Nederlanden. Enige dochter van keizer Maximiliaan van Oostenrijk en Maria van Bourgondië. Zij regeerde vanaf 1507 vanuit het Hof van Savoye in Mechelen. De landvoogdes beschikte hier over een welvoorziene bibliotheek, o.a. het beroemde getijdenboek van de hertog van Berry,  alsmede over een ‘Azteeks Museum’, ook aangeduid als ‘de schat van Montezuma’. Keizer Karel de Vijfde schonk deze aan zijn tante Margaretha van Oostenrijk via zijn hoveling Charles de Poupet. In 1523-1524 liet de vorstin een inventaris optellen van haar boekenbezit, waarin tevens 77 Indiaanse voorwerpen zijn opgenomen, afkomstig uit Mexico en meegenomen door Herman Cortés. Het is bekend dat dat Margaretha in 1511 in totaal 78 werken verwierf van Charles de Croy, prins van Chimay. Daaronder meerdere manuscripten vervaardigd door Jean de Wavrin met prachtige miniaturen. Van de 390 boeken in haar bezit is na onderzoek ongeveer de helft teruggevonden. Hieruit blijkt de Bourgondische traditionele voorkeur voor ridderromans, historische werken en encyclopedieën, zoals de driedelige ‘Trésor’ van Brunetto Latini. Daarnaast een aantal wijsgerige werken van schrijvers uit de klassieke oudheid en onder meer een album met muziekwerken. Ten dele manuscripten en ten gedeeltelijk gedrukte werken.

Margaretha van Oostenrijk, landvoogdes van de Habsburgse Nederlanden,  met boek op een houten paneel geschilderd door B.van Orley (ca. 1490-1541). In particuliere collectie

Chanconnier van Margaretha van Oostenrijk., Muziekstuk uit de Librije van Bourgondië (Koninklijke Bibliotheek Brussel, ms.228)

Illustratie van een pagina uit een boek gedrukt door de Antwerpenaar Govaert Bac. Uit: ‘Die seven getijden’ [Antwerpen, Govaert Bac], 1495. 64 pagina’s. Hiervan zijn exemplaren bekend in: 1) Koninklijke Bibliotheek Brussel, 2) Universiteitsbibliotheek Gent, 3) Koninklijke Bibliotheek ‘s-Gravenhage. Nummer 213 in tentoonstellingscatalogus ‘De vijfhonderdste verjaring van de boekdrukkunst in de Nederlanden; catalogus’ .Brussel, KB, 1973, p. 469-472. Citaat hieruit: ‘(…) Eens de vellen gerubriceerd, was de oplage vrij voor verkoop; de koper kon dan desgewenst zijn boek laten binden. Overschot van het fonds van Bac moet na diens dood op een of andere wijze in handen van een binder zijn terechtgekomen, en aldus is een onbekende druk via de band rond het zangboek van Margaretha van Oostenrijk voor het nageslacht bewaard. Eens te meer blijkt hoe kostbaar het vulsel van oude banden kan zijn. (…)’.

Een librije temidden van wapengekletter. Tentoonstellingen in Brussel en Mechelen n.a.v. librije van Margaretha van Oostenrijk (NRC-Handelsblad, 9 oktober 1987)

Vervolg van artikel in NRC-Handelsblad van 9-10-1987)

Vooromslag van in 1987 verschenen catalogus van ‘De Librije van Margaretha van Oostenrijk’. Een uitgave van de Koninklijke Bibliotheek van België, samengesteld door Marquerite Debae

Het barokke grafmonument van de in 1530 overleden Margaretha van Oostenrijk in het koninklijk klooster van Brou, in de Franse stad Bourg-en-Bresse

Voorgevel van Hof van Savoye, voormalig paleis van Margaretha van Oostenrijk in Mechelen, bij avond

Margareta van Oostenrijk in haar bibliotheek te Mechelen(Liebig albumplaatje) (Catawiki)

Over vorstin Margaretha van Oostenrijk bestaan verscheidene levensbeschrijvingen. Jan Siebelink wijdde in 2002 een roman aan de Landvoogdes. Ook Irmtraud Gallhofer publiceerde een historische roman over de regentes.

Bij het toeristenbureau van Mechelen is een wandelbrochure: in de voetsporen van Margaretha van Oostenrijk verkrijgbaar.

De bibliotheek is door Margaretha van Oostenrijk gelegateerd aan haar tante Maria van Hongarije, zuster van keizer Karel de Vijfde, die haar opvolgde als regentes van de Nederlanden. Na haar dood in 1538 kwam de intussen uitgebreide bibliotheek in bezit van koning Philips II en verhuisde naar diens Brussels paleis op de Coudenberg. Deze Spaanse vorst richtte in 1559 een Bourgondische bibliotheek der Nederlanden op. In een voortzetting daarvan, de Koninklijke Bibliotheek van België in Brussel, konden 123 veelal kostbare handschriften worden getraceerd.

De bibliotheek van de rechtbank in het voormalig paleis van koningin Margaretha. Op de plafondbalk het jaar 1687

Het vroegere paleis in Brabantse baksteengotiek met vroegrenaissance gevel aan de Keizerstraat is na een grondige restauratie in de 19de eeuw in gebruik genomen als Rechtbank van de Eerste Aanleg.

Oude prentbriefkaart van ‘bibliotheek Mechelen’  in mijn bezit

In de bibliotheek een historische tafereelschildering van een Mechelse gebeurtenis uit 1718 onder  graaf Christophe Ernest de Bailly. In dat jaar had in Mechelen een belangrijk sociaal getint oproer plaats. De leden van het Korenmetersambacht deden van oudsher een beroep op het bruil- of zakkendragersambacht om afgeleverd graan uit de vrachtschepen te lossen. Het conflict dijde uit en er ontsond een massaal oproer. De opstand, gepaard gaande met plunderingen, duurde dagen voort voordat het met hulp van militairen van elders onder controle kwam.

Nu beschik ik over een oude ansichtkaart met daarop afgebeeld een bibliotheek zonder verdere toelichting. Om die reden schreef ik naar Mechelen en werd de oplossing gegeven door Maarten van den Mooter, als bouwhistoricus verbonden aan de Stedelijke dienst Monumentenzorg. Die berichtte: ‘dat de prentbriefkaart een beeld geeft van de – overigens heel mooie – bibliotheek van genoemde Rechtbank in de Keizerstraat 20 te Mechelen. Het vroegere Paleis van Margaretha is van 1616 tot het einde van het ancien régime de locatie geweest van de Grote Raad van Mechelen. Op één van des stucplafonds is het jaar 1687 zichtbaar, aldus datering uit de periode van de Grote Raad. De inrichting tot bibliotheek zal vermoedelijk gelieerd zijn aan de herbestemming van het gebouw tot Rechtbank van de Eerste Aanleg in de 19de eeuw.’

Zicht in de historische rechtbankbibliotheek

Recente foto van de bibliotheek der rechtbank in de Keizerstraat

Opgemerkt kan nog worden dat het paleis ofwel hof tussen 1661 en 1563 is gebruik is geweest door kardinaal Granvelle, aartsbisschop van Mechelen en vooral staatsman in dienst van de Spaanse Habsburgers en die die reden weinig geliefd in de Nederlanden (1)  In de bibliotheekruimte bevinden zich behalve stucplafonds, uitgespaarde schilderingen met onder meer het wapenschild van Mechelen. Uit onderzoek blijkt dat de bibliotheek oorspronkelijk in gebruik was als Margaretha’s privévertrek. In de periode van de Grote Raad kreeg het een fraai barok stucplafond met geometrische motieven, waarin beschilderde vlakken zijn verwerkt.

(1) Antoine Perrenot de Granvelle (1517-1585) was staatsman en kerkvorst tegelijk. Adviseur van koning Filips II en nadien van landvoogdes Margaretha van Oostenrijk. Hij was ook een groot kunstverzamelaar en verzamelde een magnifieke bibliotheek, Geboren in het Franse Besancon is hij in zijn geboortestad begraven. De stadsbibliotheek van Besancon bezit een  groot aantal kostbare werken afkomstig van Granvelle. De Bayerische Staatsbibliotheek in München een deel een uniek gebedenboek van Granvelle uit 1513 dat was bestemd voor keizer Maximiliaan 1 en is geïllustreerd met tekeningen van Dürer en Cranach. Het kon in 1609  worden verworven door het aan te kopen van de erfgenamen van Granvelle.

Bijlage 4: afbeeldingen van enkele voormalige bibliotheken in Mechelen: 1) het Aartsbisschoppelijk Seminarie; 2) het Sint Joseph Seminarie, 3) het Lemmens opleidingsinstituut. [N.B. Adriaen Poirters]

Oude ansichtkaart van de bibliotheek van het Groot Seminarie in Mechelen

Portretgravure van Petrus Dens (1690-1775), theoloog, schrijver en president van het grootseminarie, die zorg besteedde aan uitbreiding van de bibliotheek

De veertieende-eeuwsche bijbel van het Groot-Seminarie van Mechelen (De Maasbode, 3 maart 1940)

Grote zaal in de aartsbischoppelijke seminariebiblotheek van Mechelen. Uit een brochure door J.Laenen:Geschiedenis van het seminarie van Mechelen; de boekerij van het seminarie van Mechelen, 1930. In dat jaar omvatte de bibliotheekruim 35.000 banden,  waaronder ruim 100 middeleeuwse handschriften, een hondertal incunabelen (wiegedrukken) en ongeveer 500 postincunabelen. In 1970 is  het seminarie en daarmee ook de bibliotheek gesloten. Thans huisvesting van het Diocesaan Pastoraal Centrum. De boekerij is verspreid over de erfgoedbibliotheek en de universiteits-bibliotheek Leuven. Het archief bevindt zich sinds 2005 in de voormalige seminariekerk

Oude kaart uit 1949 van de bibliotheek in het voormalig seminarie van Sint Joseph in Mechelen

De lees- en studiezaal van het voormalig seminarie Sint Joseph te Mechelen

De bibliotheekruimte van het Lemmensgsticht in Mechelen. Een opleidingsinstituut dat in 1968 verhuisde naar Leuven. In het tijdschrift ‘Ons Erfdeel’1979, XXII 4 publiceerde Hugo Heughebert een artikel ‘100 jaar Lemmensinstituut’, p. 608-62 over groei en evolutie van deze door Nicolaes Lemmens opgerichte muziekhogeschool.

In het boek ‘Vakbibliotheken in Nederland en België’ door Ad Bergsma. (Haarlem, Schuyt & co, 1993) zijn 4 pagina’s (163 t/m166) gewijd aan de kleine bibliotheek van het particuliere Horlogeriemuseum van Jozef op de Beeck, aan de Lange Schipstraat 13 in Mechelen. Naast enkele tijdschriften bevatte de bibliotheek in dat jaar ruim 2.000 titels. De boekerij  enkel na afspraak toegankelijk.

Adriaan Poirters (1605-1674), geboren in Oisterwijk is overleden in Mechelen. Een Zuid-Nederlandse Jezuïet en letterkundige. Op het laatst van zijn leven was hij prefect der Jezuïeten in Mechelen. Zijn voornaamste én populairste volksboek betreft ‘Het Masker van de wereldt afgetrocken’, in 1646 te Antwerpen gedrukt en sedertdien zo’n 63 keer herdrukt. In zijn geboorteplaats Oisterwijk is een standbeeld voor Poirters opgericht die daarop o.a.een boek in zijn linkerhand houdt. De bibliotheek van de Jezuïeten in Antwerpen verhuisde na opheffing grotendeels naar de Katholieke Universiteit van Leuven.

Bijlage 5: Dichteres Alice Nahon (1896-1933) kortstondig van 1926-1929 hoofdbibliothecaresse in Mechelen

In de vorige eeuw hebben talrijke schrijvers en dichters in Vlaanderen in bibliotheken gewerkt ofwel een functie als bibliotheekinspecteur uitgeoefend, vaak een erebaantje. Dat laatste geldt zeker niet voor Lode Baekelmans en Emmanuel de Bom en in zekere mate ook niet voor Hubert Lampo die zijn functie als rijksinspecteur en vanaf 1965 als hoofdinspecteur der openbare bibliotheken serieus nam.

De dichteres Alice Nahon met een boek in haar handen

De Mechelse schrijver Thomas Eyskens, die o.a. een biografie wijdde aan Herman de Koninck, schreef op een site “Mechelen blogt’ over de kortstondige Mechelse bibliotheekperiode (1927-1929) in het als gevolg van gezondheidsproblemen korte leven van de dichteres Alice Nahon (1896-1933). Bijna 8 jaar daarvan bracht ze door in sanatoria. Op 19-jarige leeftijd kreeg zij een verkeerde diagnose: tuberculose, terwijl een arts in Luzern jaren later vaststelde dat ze aan een chronische bronchitis leed. Eyskens schrijft dat ze na een nomadisch bestaan een eigen bestaan wilde opbouwen. Die dacht ze in Mechelen te vinden, In 1926 polste ze de Antwerpse bibliothecaris en schrijver Lode Baekelmans naar de vacante betrekking van hoofdbibliothecaris in Mechelen. Tevens schreef ze hierover aan de toenmalig minister van Schone Kunsten en Onderwijs Camille Huysmans. Op 5 november 1926 stuurde Nahon de volgende sollicitatiebrief naan het gemeentebestuur van Mechelen: ‘Geachte Heeren. Ik heb de eer U te verzoeken mij te willen benoemen tot bibliothecaris van de Volksbibliotheek. In onze letterkunde heb ik eenigen naam verworven door mijn dichtbundels. Ik ben lid van de Vereeniging van Letterkundigen in België en werd verleden jaar onderscheiden door de benoeming tot buitenlandsch lid van Maatschappij voor Nederlandsche Letterkunde te Leiden. Als dochter van de leider van de Nederlandsche Boekhandel te Antwerpen en omdat ik eenigen tijd in dezen boekhandel heb gewerkt, ben ik vertrouwd met al wat boek- en bibliotheekwezen betreft, en namelijk met catalogeeren, keuze en behandeling der boeken. Ik heb in het land en in den vreemde talrijke voordrachten gegeven. Mijne vertrouwdheid met letterkunde in het algemeen, met de Nederlandsche en de Fransche in het bijzonder, en mijn gedurigen omgang met de voornaamste tijdschriften, zullen mij zeker geschikt maken om de Volksbibliotheek te Mechelen en haar publiek, waar het noodig is, voor te lichten. Het diploma van bibliothecaris heb ik wel niet, maar misschien oordeelt U dat mijn letterkundige naam voorlopig volstaat: Ik wil gaarne bij de eerste gelegenheid het examen voor dit diploma afleggen. Ik ben dertig jaar oud en van Belgische nationaliteit. Met de verzekering dat gij op mijne toewijding kunst rekenen, bied ik U, mijne Heeren, de betuiging mijner gevoelens van hoogachting. Alice Nahon. N.B. Ik verklaar mij bereid naar Mechelen te komen wonen, indien ik benoemd zou worden’. Nahon mocht deelnemen aan de sollicitatieronde en kwam er als beste uit, maar kreeg te maken met protesten van het katholieke gemeentebestuur van Mechelen, burgemeester Karel Dessain voorop, die fel gekant waren tegen een vrouwelijke hoofdbibliothecaris. Eyskens bericht: ‘Vol ongeloof en afschuw schreef Alice Nahon hierover in een brief: “Dat het eene vrouw is!! Toen ik antwoordde dat in andere landen en hier ook vrouwen in de boekerijen zijn wisten ze niet goed te zeggen en nu was het weer: “Mijne gezondheid! Het feit is dat de Kath. Een andere kandidaat gereed hadden, een uit hun eigen winkel!! (…) Mechelen, een echte doode stad met vuile politiek en stomme pretentieuze burgerij. Maar enfin, ’t zal overal iets zijn. Ge kunt niet gelooven hoe stom die gemeenteraadsleden zijn!’ Nahon liet zich overigens niet opzij schuiven en de r.k. raadsleden trokken aan het kortste eind. Op 17 februari 1927 vernam zij dat zij bij besluit van 10 februari was benoemd tot bibliothecaris van de Stedelijke Volksbibliotheek, met de proeftijd van een jaar. Verabtwoordelijk voor boekaanschaffingen en administratie. Ze kreeg assistentie van Flor Lauwers en bibliotheekbeambte Walter van Dijck. Nahon fleurde de bibliotheek op met bloemen en liet aan de muren schrijversportretten ophangen. In februari 1928 kreeg ze loonsverhoging. Nahon betrok een appartement in Mechelen en werd opgenomen in het artistieke milieu van Mechelen. Haar bundel ‘Schaduw’ werd 18 april 1928 gepresenteerd in zaal ‘De Eendracht’. Ze ontvouwde plannen om de bibliotheek nieuw leven in te blazen door lees- en verteluurtjes voor kinderen in te voeren. Echter, haar gezondheid liet haar in de steek en ze moest zich steeds vaker ziek melden. De vochtige en kille ruimten in het bibliotheekgebouw aan de Minderbroedersgang deden haar geen goed. Eind 1929 gaf ze haar baan op en zou ze Mechelen verlaten. Ze verhuisde naar Mortsel en na enkele omzwervingen nam ze in 1932 haar intrek in een appartement te Antwerpen. Na een aantal minnaars en minnaressen samen met de Engelse Sylvia Newton die zij in de bibliotheek van Mechelen had leren kennen. Na een slepende ziekte overleed Nahon op slechts 37-jarige leeftijd. Haar Mechselse vriend Prosper Verheyden (1873-1948), o.a. ambtenaar, secretaris van de Mechelse beiaardschool, bibliofiel en boekhistoricus, heeft haar tot het einde verzorgd.  Haar biograaf, de literatuurhistoricus  Manu van der Aa ontdekte dat Alice Nahon niet zo ‘zedig en braaf’ was als algemeen gedacht. Haar vader heeft een kwalijke rol in haar leven gespeeld met haar opname in een sanatorium, die bovendien voorkwam dat haar erotische poëzie in de bundels kwam.

De vroegere bibliotheek waar Alice Nahon werkte naast de Beiaardschool in de Minderbroedersgang te Mechelen

Vrienden bijeen. Van links naar rechts: de  schrijver pater Hilarion Antonius Thans (1884-1963) , Prosper Verheyden (1), Maria Gessler, Alice Nahon en de dichter Jef Leynen (foto Letterenhuis Antwerpen)

In een brief uit 1931 aan Fernand Berckelaers schreef ze: ‘ Ik heb nu ook te Mechelen mijn ontslag genomen, heb geen lust meer om mij verder te begraven in een provincienest in een vochtig en ziltig gebouw. De goede burgers van mijne omgeving kunnen dit maar niet begrijpen: “een zóó goede positie, en met pensioen mop mijn 65ste jaar!’ Dat lááttijdig dessert laat ik voor de liefhebbers.’

(1) Gedenkboek Prosper Verheyden (1873-1948): ‘Prosper Veheyden gehuldigd ter gelegenheid van zijn zeventigsten verjaardag 23 oktober 1943’.  Antwerpen, De Nederlandsche Boekhandel, 1943.

Dichtbundels van Alice Nahon. Het boek ‘Schaduw’ is in 1928 gepubliceerd tijdens haar Mechelse periode als bibliothecaresse

In 2018 is een boek met brieven van Alice Nahon in een kleine maar verzorgde uitgave verschenen, geredigeerd door Manu van der Aa, die eerder haar biografie publiceerde. Dit jaar is een plein bij de hogeschool van Mechelen vernoemd naar Alice Nahon.

Hoofdbibliothecaris Rita van de Wiele , juni 2017 gepensioneerd, mag na 37 jaar bibliotheekwerk, vanaf 1990 tegelijk met introductie van de computer in de bibliotheek Mechelen, met genoegen terugkijken op wat in Mechelen op bibliotheekgebied tot stand is gebracht. Complimenten ook aan architect Mechtild Stuhlmacher, coördinator lokaal cultuurbeleid in Mechelen Steven Defoor en stadsbestuurder, cultuurschepen Björn Siffer. Ten slotte noem ik burgemeester Bart Somers, van wie ik weet op basis van diverse bezoeken aan Antwerpen  – mijn jongste dochter trouwde met een inwoner uit de Sinjorenstad – en uit het feit dat hij bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2012 door burgers van de Dijlestad met een recordaantal voorkeursstemmen werd gekozen – dat de heer Somers als bestuurder in België algemeen gewaardeerd wordt, bekend staande als een ‘verbinder’ en bovendien een voortreffelijk spreker. Citaat uit ‘Het Laatste Nieuws ‘van 1 september 2019’ uit een artikel van Antoon Verbeek: ‘Vandaag is een schitterende dag. Ik ben al 19 jaar burgemeester van deze stad en zag in de loop der jaren heel wat projecten de revue passeren. De realisatie van de bib in Het Predikheren is echter mijn mooiste project als burgervader, Ik ben zelf iemand die graag leest en het feit dat we dit leegstand pand, dat al 40 jaar leegstaat, nu een nieuwe bestemming hebben gegeven, maakt het zo speciaal. De oude bib had weinig aantrekkingskracht, de nieuwe daarentegen is een echte cultuurtempel geworden. En dat op een symbolische plaats. Een gebouw verder, in de Kazerne Dossin, werden er tijdens de oorlog boeken verbrand. De Kazerne krijgt nu een bib, een plaats van kennis en verdraagzaamheid, als buur.’  

Actueel nieuws van 2 oktober 2019: ‘Bart Somers verlaat Mechelen en wordt vice minister-president van de Vlaamse Regering onder minister-president Jan Jambon’ (Eddy Verschueren in: Mechelen op zijn Best)

15 oktober 2019 is na 1,5 maand openstelling de 50.000ste bezoeker geregistreerd, dat is ongeveer dubbel zoveel als in dezelfde periode van de Mechelse bibliotheek in 2018. In september 2019 bedroeg het aantal betaalde lidmaatschappen 634 tegenover 315 in september 2018. Het aantal geleende materialen nam toe van 25.127 in september 2018 naar 30.544 dit jaar. De meeting rooms zijn 168 keer gebruikt.

Luchtfoto van het Predikherencomplex in Mechelen met rechts daarvan de kerk

Binnenhof van Het Predikheren

Zicht op de nieuwe bibliotheek van Mechelen: Het Predikheren

Stedelijke Bibliotheek Mechelen Het levenvan A tot Z

Bijna 100 nieuwe interieurprojecten in Nederland en België zijn ingezonden voor de ARC19 Interieur Award. Op 7 november vindt de uitreiking plaats in Pakhuis West te Amsterdam. Genomineerd zijn ditmaal: 1)Museum de Lakenhal in Leiden (Happel Cornelisse Verhoeven en Julian Harrap Architects), 2) LOC-hal bibliotheek Tilburg (Mecanoo, Civic Architects, InsideOutside, Braaksma&RoosArchitecten) en 3) Het Predikheren, bibliotheek in Mechelen (Korteknie StuhlmacherArchitecten in samenwerking met Callebout Architecten en Bureau Bouwtechniek)  (foto Luuk Kramer).

ILLUSTRATIES VAN DE BIBLIOTHEEK HET PREDIKEREN, Generaal de Stassartstraat 58, 2800 Mechelen

De nieuwe bibliotheek Het Predikheren

Hans Krol bij de entree van het bibliotheekpand

Plattegrond van gelijkvloers en eerste verdieping van Het Predikheren

Plattegrond van entresol en zolder van Het Predikheren

Boekenleggers uit 2018 van Het Predikheren

Nieuwe bladwijzers van bibliotheek Het Predikheren uit 2019

echtpaar1

Sterrenchef Ken Verschuren en zijn vriendin  Jenny Callens runnen het Predikherenrestaurant in Mechelen (Het Laatste Nieuws)

Bij een topbibliotheek hoort een topchef als restaurateur en dat is Ken Verschuren. Hier op de foto, tiende van rechts met zijn keukenbrigade. Behalve een gastronomisch restaurant bevindt zich in Het Predikheren ook een bar.

De bar Tinèlle van Het Predikheren in een van de pandgangen

labo

Met  het schrijnwerk heeft de firma Potteau Labo uit Heule-Kortrijk in Mechelen wederom vakwerk afgeleverd (foto Luc Bruggeman)

Bibliotheek in vroegere kloostergangen

Nog zichtbare grafzerken

Uitgestalde werken van en over de Vlaamse priester-dichter Guido Gezelle uitgestald

Gezelle ten voeten uit’ Een vloer van 25 vierkante meter. Honderden plavuizen gekalligrafeerd met citaten uit het werk van Guido Gezelle – in 2019 120 jaar geleden overleden – waaraan 2,5 jaar is gewerkt door de kalligrafe Gin van Nerom, gecombineerd met een auditief gedeelte door Jef Rozenski.

Illustratie uit: Het Nederlandsche Boek 1930, een uitgave van de Nederlandsche Uitgeversbond. In dat jaar verschenen bij L.J.Veen in Nederland de Volledige Werken van Guido Gezelle als jubileumuitgave. In 18 delen voor 36 dan wel 48 gulden. Voorts in een dure gebonden uitgave in 9 banden op oud-Hollands papier voor 180 gulden en op Japans Kozo perkament 495 gulden. De werken zijn ingeleid en verklaard door o.a. prof.dr.Fr. Baur, dr.August Vermeylen, Al.Walgrave en dr.P.Allossery.

De 100ste geboortedag van Guido Gezelle is ook in Nederland herdacht. De Katholieke Illustratie van 1 mei en 7 mei 1930 wijdde liefst 3 pagina’s aan ‘Eeuwherdenking der geboorte van Guido Gezelle. Op bovenstaande foto de graftombe op het kerkhof in Brugge.

De Vlaamse dichter Guido Gezelle (1813-1899) is onder rooms-katholieken in Nederland de eerste helft van de vorige eeuw zeer geliefd geweest. Bovenstaand een pagina oyut een boekencatalogus van de Gebroeders van Brederode in Haarlem uit 1910 (Heemstede-collectie NHA,  nummer 2057).

Boekengang in Het Predikheren

Expositieruimte voor boeken in Het Predikheren

Impressie van de bibliotheek met informatiecentrum

De boekenzolder van Het Predikheren waar veel licht binnenvalt dankzij nieuwe dakkapellen. Hier staan alle boeken in lage kasten en in de kinder-/jeugdbibliotheek vindt men ook muziek, strips en films. Architecte Mechtild Stuhlmacher: ‘Voor mij was deze zolder een eldorado. Hij was het best bewaarde deel van het hele gebouw; die monumentale eiken balken staan na 350 jaar nog altijd fier overeind’.

Op zolder in een hoekje van de jeugdafdeling

Kinderen knutselend in de Mechelse bib

Jeugdafdeling van Het Predikheren

Al wandelend tussen de boekenkasten

 

lift1

Aan veel is gedacht. Zo is in de lift van Het Predikheren een vers te lezen van de Mechelse journalist, schrijver en radiomaker Pat Donnez (*1958), bekend van o.. een tiendelige VRT-radioprogrammareeks ‘Bomans & Bomans’ over de vele personen doe volgens hem in die ene schrijver Godfried Bomans schuilgingen.  Later ook in Nederland uitgezonden door de RVU. Voor deze programmareeks ontving Donnez de ANV mediaprijs.  (Zie o.a. ‘Goed werk van Vlaamse radio, in het boek ‘Drukke tijden’ van Jac Aarts, 2009, p.27-31).

Godfried Bomans in gesprek met de in Mechelen geboren historicus en Jezuïet Karel van Isacker (1913-2010). (Uit: Een Hollander ontdekt Vlaanderen, 1971). Bomans (1913-1971) noemde Mechelen een enkele maal in zijn werk, zoals in een schoolboek  ‘Pim, Frits en Ida”, waarin hij het hotel ‘De Vergulde Pauw’ in Pauw noemt, waar werd gelogeerd [een etablissement overigens dat enkel in Delft, NL. bekend is].

Impressie van Het Predikheren

In de fysieke bibliotheek van Mechelen ook digitale faciliteiten

Het Predikheren Mechelen

Op de binnencourt van Het Predikheren

In de uitleenhal van Het Predikheren

In de hal met receptieboek en een overzicht van het Predikherencomplex

Plaquette met allerlei gegevens over bouw e.d. bij de uitgang van Het Predikheren

Flyer: Digidokters in Het Predikheren

Poëziefestival Vice Versa in Het Predikheren

Folder:  SCHRIJVEN IN HET PREDIKHEREN

Vervolg van Schrijven in het Predikheren

Flyer: Verdwalen in verhalen. Het Predikheren Mechelen

Voorzijde van speciale en creative uitgave verschenen bij de opening van Het Predikheren, samengesteld door Bart van Gijseghem

Brochure/affiche met informatie over lezingen: 1) De bouw van het Predikherenklooster tussen 1655-1793 (door Marieke Jaenen); 2) Voor God en vaderland: Een klooster wordt kazerne (door Michel Leriche); 3) Meer dan stenen: een geschiedenis van de dominicanen in Mechelen (door Broeder Anton-Marie Milh); 4) Van volksboekerij tot digitale bib (door Herwig de Lannoy).

Foto van de slaapzaal in Het Predikheren in de periode dat het als militaire kazerne Dossin fungeerde.

Naat het vroegere klooster de voormalige kerk van de dominicanen die wordt geresraureerd om in de toekomst te worden benut al polyvalente ruimte voor allerlei ctiviteiten op sociaal en cultureel gebied

https://architectenweb.nl/nieuws/artikel.aspx?ID=46693

=================

Eerder publiceerde ik op het internet een blog, getiteld: ‘Haarlemmers en Heemsteders voor de Grote Raad van Mechelen’.  Lange tijd fungerend hoogste rechtscollege in de Nederlanden is hier over talrijke conflicten een vonnis uitgesproken. Langdurig waren de processen in de eerste helft van de 16de eeuw waarbij de stad Haarlem zich beklaagde over de tapperijen in de Haarlemmerhout, dat qua jurisdictie viel onder de ambachtsheren van Heemstede. De herbergiers in de stad misten als gevolg hiervan inkomsten, daarenboven de vroedschap inkomsten uit accijns voor bier, wijn en gedistilleerd, die aan de heerlijkheid Heemstede ten goede kwamen. De hogerechters in Mechelen beslisten in 1545 dat in de Hout zich geen herbergen, soms annex een bordeel ofwel hoerhuys,  mochten vestigen. Dat ging even goed, maar niet voor lang, waarbij – typisch voor Nederland –   ondanks het uitgesproken verdict, deze etablissementen in de Haarlemmerhout door de overheid werden ‘gedoogd’.

Prent uit 1559 van een zitting van de Grote Raad van Mechelen

De oudste plattegrond van Heemstede is in opdracht van de stad Haarlem,  in 1539 vervaardigd door de Edamse landmeter Sijmon Meeuws, ten behoeve van het proces bij de Grote Raad van Mechelen. Boven het Haarlemmermeer, links de ommuurde stad Haarlem, onder de wildernisse/duinen van Heemstede en Bloemendaal en rechts de Kennemerbeek, de grens van Heemstede met Hillegom.

Vooromslag van ‘Haarlemmers voor de Grote Raad van Mechelen’.  Samengesteld door J.Th.Smidt en A.E.C.Lindijer, 1999

Nota Bene In het boek ‘Gedrukte Stad’, 2010 is een hoofdstuk gewijd aan de Bibliotheek van de Grote Raad, p.89-90.

=======

Over de historische betrekkingen van Mechelen met Haarlem  (‘de meest Vlaamse stad van Holland’) is de nodige informatie te vinden in o.a. het boek van W.G.M.Cerutti: ‘Het stadhuis van Haarlem Hart van de stad’ (Haarlem, Gottmer/Schuyt, 2001). Zo werd bij de bouw van de toren van de Sint Bavo werd in 1502 advies gevraagd aan Anthonis Keldermans I uit Mechelen. Lid uit en belangrijke familie van bouwmeesters en telgen uit dat geslacht werken o.a. aan de Romboutstoren en het stadhuis in Mechelen, maar ook aan bouwwerken in de  Noordelijke Nederlanden, zoals het stadhuis van Middelburg en het Markiezenhof in Bergen op Zoom. In 1439  werd als officiële stadskleding voor de Haarlemse vroedschap in Mechelen rood laken besteld en voor de boden en klerken zwart laken. Ten aanzien van de Haarlemse kloosterbezittingen wordt vermeld dat de bibliotheek van de Haarlemse dominicanen niet is teruggevonden. Voorts: ‘Vermoedelijk was het oudste gedeelte van het kloosterarchief al bij de brand van 1347/1351 verdwenen. Kloosterlingen die in 1579 maar het zuiden vluchtten hebben het archief of delen daarvan meegenomen naar het dominicanenklooster in Den Bosch. Na de val van deze stad in 1629 zijn ten minste 72 archiefstukken in het nieuw gebouwde dominicanenklooster in Mechelen terechtgekomen, waarvan het oudste uit 1394 dateerde. Ten gevolge van de Franse Revolutie raakten de archiefstukken verspreid. Een deel is in het archief van het dominicanenklooster te Gent terechtgekomen; een ander deel in 1889 overgedragen aan de Nederlandse ordegenoten en bevindt zich in het provinciaal ordearchief in Nijmegen.’ [‘Register der Boecken, Brieven en Papieren […] raekende het clooster der…] Predickheeren van […] Haerlem […] Berustende in […] ’s Bosch nu tot Mechelen. Bij-een versamelt door Jacobus Brouwer’ 7p. Archief Nederlandse provincie in Nijmegen. Kopie in coll. stadhuis. + J.Brouwer, “Annotationes” bij B.de Jonghe “Desolata Batavia Dominicana”, aantekeningen bij dominicanenklooster Haarlem, 6 pag. Archief Nederlandse provincie in Nijmegen. Fotokopie in coll. stadhuis. Jacobus Brouwer (1737-1775) afkomstig uit Rotterdam, was vanaf 1754 broeder in het Dominicanenklooster te Mechelen].

Plundering van de stad Mechelen 2-5 oktober 1572 door de Spaanse troepen onder leiding van de hertog van Alva en diens zoon Don Frederik. Prent door Frans Hogenberg. Medio juli 1573 zou de stad Haarlem eenzelfde lot van de Spaanse Furie ondergaan. Het meest geleden heeft de stad Antwerpen van de Spaanse plunderaars begin november 1576 met mogelijk enige duizenden slachtoffers.

In 2015 is in Haarlem speciale aandacht besteed aan Vlaanderen, inzonderheid de Gent en Mechelen. De ‘grootste Haarlemmer’, kunstschilder  Frans Hals (1583-1666), tevens meest ‘populaire Haarlemmer’ na de schrijver Godfried Bomans,  is welswaar in Antwerpen geboren, maar zijn familie kwam uit Mechelen, waar zijn vader als lakenkoopman werkzaam was. Frans Hals’ grootvader was wijnhandelaar in de Dijlestd en woonde en werkte op het adres Korenmarkt 6

De fraaie koperen lessenaar in de Oude Sint Bavo te Haarlem is een werkstuk van de Mechelse geelgieter (=bronswerker) Jan Fierens, vervaardigd in 1498. De lessenaar is in de vorm van een pelikaan, die zich met zijn snavel tot bloedens toe in de borst pikt. Bedoeld als symbool van Christus die zijn bloed vergoot en stierf voor verlossing van de mensheid. Op de leggers, die aan de gespreide vleugels bevestigd zijn, kunnen de (bijbel)boeken gelegd worden.

Ook het koorhek in de Bavokerk is een werkstuk van kopergieter Jan Fierens en vervaardigde hij tussen 1509 en 1517 (foto Lenie van Mannekes)

 

Aanduiding in het Frans Hals Museum te Haarlem (foto Jan Smets, zie: Frans Hals: een Hollandse grootmeester met Mechelse roots’.

In 2017 plaatste Binder Art Services uit Haarlem een bronzen uil-sculptuur van 1.100 kilo en 3,25 m. hoog: ‘De Grote Vivisector’ van Johan Creten nabij de Sint Romboutstoren in Mechelen.

======

In de collectie van Museum Kennemerland/Historisch Genootschap Midden-Kennemerland in Beverwijk kwam ik bovenstaande prent tegen: de broers Frans  en Nikolaas Thijs te Mechelen op de pijnbank gemarteld. Tijdens de inquisitie zijn in de Nederlanden  tussen 1522 en 1775 vermoedelijk tussen de 2.000 en 3.000 protestanten (‘ketters’) om het leven gebracht. De  beide broers raakten na hun reizen naar o.a. Lübeck onder de indruk van de reformatorische prediking en overtuigd van de onjuistheid van de room-katholieke leer. Ook hun familieleden weten zij daarvan te overtuigen. Het blijft niet bij een marteling. Na een proces in najaar 1555 èn omdat de broers bij hun ingenomen standpunt blijven worden de broers op 23 december 1555 ter dood veroordeeld op de brandstapel. De verkoolde lichamen zijn door de executeurs in het riviertje de Dijle geworpen.