HERINNERINGEN AAN HEEMSTEDE

HERINNERINGEN VAN OUD-HEEMSTEDENAREN AAN HUN GEBOORTEGROND, zowel van mensen die naar elders in het land verhuisden of emigreerden als mensen die hier van de geboorte tot het verscheiden woonachtig waren. Van een aantal personen zal een afzonderlijke bijdrage verschijnen, zoals o.a. van de families/firma’s Oosterhoorn, Milatz en Zwarter

Inhoudsopgave: 1. Mw. Corry (Anneveld-) Molenaar, 2. (Broeder) Piet Hulsebosch, 3.mw. P.G.van der Mey-Kramer, 4. Oud-Indischgasten in Heemstede: Jan Müllemeister en huize ‘Djokjakarta’, 5. Henk Bank + 6. P.J.van Staveren, 7. Kapper Rikkers aan de Cloosterweg, 8/9 de broers Joop en Chiel Martin.

Het heimwee van Corry Molenaar

“Ik vond het verschrikkelijk uit Heemstede weg te moeten en ik heb die avond (1897) lang liggen snikken van verdriet en machteloosheid. M’n enige troost was dat ik later misschien nog in Heemstede terug zou komen, maar hoe lang duurde dat nog?” Aldus Apie Prins, de laatste der bohémiens genoemd, die bijna de gehele wereld rondzwierf. In zijn postuum verschenen autobiografie “Ik ga m’n eige baan’ zou hij meer dan 100 pagina’s herinneringen aan zijn geboorteplaats wijden. Wèl terug kwamen o.a. Leo Tepe, als schrijver in Duitsland bekend onder pseudoniem Leo van Heemstede en ir. B.W.Colenbrander, zoon van dr. M.Colenbrander na een verblijf in toenmalig Nederlands-Oost Indië. Heemstedenaar zijn geeft een bepaalde band en dat gold in het verleden zelfs in zekere zin voor de opgezetenen, zo fraai beschreven door jonkheer F.J.E.van Lennep. In 1990 ontving ik een schrijven van mevrouw C.Anneveld-Molenaar uit Olst in Overijssel, die schreef heimwee naar Heemstede te hebben. Aan de hand van bijgaande foto, voorstellend de derde klas van de Voorwegschool, laat ik haar zelf aam het woord: ‘Ik heb dierbare herinneringen aan de zwemvijvers. Voor mijn gezondheid moest ik iedere dag dat het zwembad open was daar naar toe. Ik zat op de Voorweg op school en het was in die tijd (omstreeks 1925) geen gewoonte dat m’n klasgenoten ook naar het zwembad gingen. Uit verveling ging ik dan maar meedoen met wat de badmevrouw (toen zo geheten) aan haar leerlingen vertelde. Op een gegeven ogenblik moest ik maar eens aan de lijn mijn kunsten vertonen en mocht toen zonder echt les te hebben gehad mee afzwemmen. Dat was tegelijk met een paar mensen van Meer en Bosch. Die liepen uit veiligheidsoverwegingen in een soort Singh Singh pak, zo’n breed dwarsgestreept soort pyama. Daarna heb ik met gekleed zwemmen gelijk afgezwommen. Van de school op de Voorweg herinner ik me vooral de klompenbakken met daarboven de dikke knop-kapstokjes.

De derde klas van de Voorwegschool onder leiding van juffrouw Boudewijn met uiterst rechts CORRY MOLENAAR.

De derde klas van de Voorwegschool onder leiding van juffrouw Boudewijn met uiterst rechts CORRY MOLENAAR.

Op de foto ben ik dat uiterst rechtse kind met die mooie, door mijn moeder gebreide witte jurk, sokjes en hoge schoenen! De schooljuffrouw heettte juffrouw Boudewijn. Jammer genoeg heb ik destijds geen namen van klasgenoten opgeschreven. Ik herinner me nog Aagje Eveleens, Kees Moolenaar en Corrie Stefels, een dochter van aannemer/makelaar H.Stefels, die aan de Molenlaan bij de ingang van Groenendaal woonde. Verder staat me bij dat er bij de uitgang van de school wel eens iemand met een zingende zaag een voorstelling gaf en ook eens iemand met een dansende beer! Na de derde klas werd ik automatisch overgeplaatst op de gloednieuwe Bronsteeschool (1927) met mijnheer Overmeer als onderwijzer . Grappig, dat de oude Voorweg- nu nog gewoon openbare school is en de nieuwe Bronsteeschool niet meer. Ik woonde Cloosterlaan 9 met een achtertuin van wel dertig meter. Er was eerst een flink terras met grote schuur en het trappetje afkwam de enorme tuin nog. Ons huis had een grote punterker. Er stonden vier huizen. Op nummer 5 woonde P.van Teutem, een gepensioneerd officier van de Marine. Op nummer 9 een Duitse weduwe, mevrouw E.A.Schmid-Kieserwetter met drie kinderen, o.a. Liselotte die op het conservatorium zat en schitterend piano speelde en op nummer 11 J.H.Greutemeijer. Ik heb gezien dat de gevels van die vier huizen zijn veranderd. Op de hoek van de Cloosterlaan en de Binnenweg woonde de bijzonder aardige familie Quarles van Ufford in de afgebroken villa ’t Nieuw Klooster. Ons stukje land was half bestaat en we keken op en meidoornhaag de en bloembollenveld van Ruijsenaars begrensde. Voorbij ons huis aan dezelfde kant van de straat stonden vier garages (ofschoon niemand hier een auto had!) Eén daarvan was een soort opslagplaats van de “bollenmijnheer” . Soms mocht ik helpen en tot wanhoop van m’n moeder kreeg ik dan hele bossen tulpen mee, tegen m’n altijd witte jurkjes gedrukt. Verder liep de laan naar de weilanden lang een dubbele meidoornlaan, daar speelde ik met en tussen de koeien. Je kon zo naar het Seminarie en over de Kwakel naar school, maar dat mocht natuurlijk niet. Veel te gevaarlijk. Kaart onze zoon nu op de Mozartkade recht tegenover dat bruggetje wonen! We moesten lopen over de Binnenweg en als we een tram hoorden aankomen gauw tegen de muur gaan staan. Op Koninginnedag altijd spelletjes, ’s middags bloemencorso en ’s avonds kermis en vuurwerk. Mijn grootouders woonden in Bronsteeweg 46. Ik weet nog dat daarachter de Dreef doorgetrokken werd. Het huis was bruin geschilderd en boven deur stond in prachtige letters de naam “Cornelia” . Ik zou wel eens willen weten, hoe het daar nu binnen is. Het was zo’n vreemd huis. Grote voorkamer, tussenkamers, serre. Een uitgebouwde keuken, dus ijskoud waar je in kwam via een enorme lange gang langs al die kamers. In de keuken was een pomp voor water. Boven was aan de voorkant die grote kamer met balkon aan de voorkant. Aan de achterzijde drie in hoekvorm piepkleine kamertjes, waar je maar door één naar binnen kon. Wat zouden de huidige bewoners daarvan gemaakt hebben. Ik heb gezien dat aan de overkant van ’t huis “Sunette” geheten, óók met die naam nog bestaat. Daar woonden toen meisjes bij wie m’n zus en ik op school zaten: Suze en Netty Koppelman, dochter van een commissionair in effecten’. Al met al heb ik fijne herinneringen aan mijn tijd in Heemstede. Wat had ik een verdriet toen we in 1929 naar Amsterdam verhuisden. En wat was ik gelukkig toen m’n jongste zoon trouwde in het raadhuis waar ik als kind al zo gek op was.’ Aldus mevrouw C.Anneveld-Molenaar die nog liet weten dat haar buurvrouw in Olst ook op de Bronsteeschool heeft gezeten. Soms in de wereld klein en Heemstede groot.’

Foto van de zesde klas Dreefschool, najaar 1929, in de achtertuin van de villa Djokjakarta aan de Kerklaan als tijdelijk huisvesting van de school. Bovenste rij van links naar rechts: G.S.Hackenberg, Lizzie Sara Maij (de latere schrijfster), onbekend, Coba Zieren, CORRY MOLENAAR, onbekend, onbekend, meester D.Kikkert, Carla v.d.Sluis, Corry Stefels, onbekend, Sjaantje Kolk, onbekend, Jope Eggers, Catotje Verburg. Middelste rij: Henk den Belder, Jaap Fontein, Piet van Veen, Jaap v.d.Laag, Evert Slijper, Jan Hellings, Han Bakker, Wim van Breda, Simon Hellings, Tonny Dallemgne. Voorste rij: George Simons, Jan Uvenhoven, Rob Tonus, v.d.Pols, Jilles Schelling, Louis Hartz, Wim Verspoor, Georg Leih en Henk Leloux.

Foto van de zesde klas Dreefschool, najaar 1929, in de achtertuin van de villa Djokjakarta aan de Kerklaan als tijdelijk huisvesting van de school. Bovenste rij van links naar rechts: G.S.Hackenberg, Lizzie Sara Maij (de latere schrijfster), onbekend, Coba Zieren, CORRY MOLENAAR, onbekend, onbekend, meester D.Kikkert, Carla v.d.Sluis, Corry Stefels, onbekend, Sjaantje Kolk, onbekend, Jope Eggers, Catotje Verburg. Middelste rij: Henk den Belder, Jaap Fontein, Piet van Veen, Jaap v.d.Laag, Evert Slijper, Jan Hellings, Han Bakker, Wim van Breda, Simon Hellings, Tonny Dallemgne. Voorste rij: George Simons, Jan Uvenhoven, Rob Tonus, v.d.Pols, Jilles Schelling, Louis Hartz, Wim Verspoor, Georg Leih en Henk Leloux.

 Herinneringen van Broeder Piet Hulsebosch vanuit Panama aan de Aloysiusschool en de Borneostraat

De uitgave van fotoboek ‘Oud Heemstede in Beeld’ in 1991 leidde tot reacties van Heemstedearen die intussen ver van hun geboortegrond gevestigd zijn, in i.a. Canada, de Verenigde Staten, Brazilië en Nieuw Zeeland. Zo bracht 22 september 1992 jonkheer P.Quarles van Ufford, woonachtig in Engeland, een bezoek aan de bibliotheek. Hij woonde tot 1934 in de grote witte villa ’t Nieuw Clooster aan de Binnenweg, op de plaats waar de winkelgalerij is gebouwd. Na bijna zestig jaar heeft de eens zo landelijke Binnenweg en omgeving – de Heemsteedse Dreef moest nog aangelegd worden – een metamorfose ondergaan. Uit Laguna Beach in Californië reageerde J.Korringa, zoon van de destijds bekende architect van o.a. de Bosch en Hovenschool en Bronsteeschool die in de jaren vijftig vanwege een benoeming tot hoogleraar naar de Verenigde Staten emigreerde. Hij herinnerde zich uit zijn jeugd dat de IJzeren Brug een scherpe scheiding vormde tussen Noord en Zuid. ‘Als kinderen speelden we graag in Groenendaal, maar we durfden enkel maar terug naar Heemstede als we met een groep waren. Alleen of met z’n tweeën gingen we liever over het land van Eldering, ondanks de koeien en stieren.

Broeder Piet Hulsebosch in Panama (foto uit 2012 na terugkeer voor paspoortverlening uit Costa Rica)

Broeder Piet Hulsebosch in Panama (foto uit 2012 na terugkeer voor paspoortverlening uit Costa Rica)

Bijgaande foto toont de hoogste klas van de St.Aloysiusschool aan de Molenwerfslaan onder leiding van broeder Willibrordus Ottenhof. Op de voorste rij tweede van rechts is Piet Hulsebosch afgebeeld. Vooraan, helemaal links, Chiel Martin, later woonachtig in de Haemstedelaan. De heer Hulsebosch berichtte vanuit Panama: ‘De jongens van de klas ken ik allemaal, maar waar ze allemaal uithangen is voor mij een vraagteken. Met Friedus Snoeks ben ik nog een tijdje leider van een jeugdelftal geweest bij H.B.C. Ben Rikkers, de latere kapper, die naast mij in de las zat, knipt nog wel wat particulier. Jacob Olijershoek is geëmigreerd en ben ik uit het oog verloren. Daarentegen zien Piet zie ik Piet en Wim Stijnman, Jaap Roest, Piet Pieren, Jan Horeman en Kees Vester nog wel eens.’

 

In een schrijven van 16 augustus 1992 uit Santiago de Santa Cruz in de Midden-Amerikaanse republiek Panama liet Piet Hulsebosch verder weten: ‘U kunt u misschien wel voorstellen hoe groot de verrassing is geweest mezelf weer terug te zien op een oude foto. Wat een stroom van herinneringen trokken aan m’n geest voorbij. Sinds 1957 ben ik uit Holland weg – eerst naar Curaçao ongeveer 3 maanden, toen nar de Dominicaanse Republiek (circa 4 jaar), daarna een jaar Panama, vervolgens weer de Dom. Republiek en nu weer sinds 1968 Panama als Kruisvaarder van Sint Jan (1). Er gaan nu zowat 15 jaar overheen dat ik niet meer in Nederland ben geweest, maar dat wil helemaal niet zeggen dat ik Holland en Heemstede ben vergeten. Zo gauw ik maar even een kaart onder ogen krijg zit ik meteen weer met mijn gedachten in het oude vaderland. Zo zult u begrijpen hoe m’n reactie was toen uw fotoalbum onder mijn ogen kwam. Eén van mijn medebroeders hier in Panama was in juli op vakantie en bezocht m’n zus Riet die in Wognum woont. Hoe zij aan dit exemplaar kwam weet ik niet, maar zij gaf met mee aan mijn “companeiro” , die één dezer dagen terugkeerde. Mijn familie woont al zo’n zestig jaar in de Borneostraat op nummer 33. Wij zijn 11 kinderen, van wie ik de oudste ben. Een broer en een zus hebben ons os ouderlijk huis bewaard tot heden toe. Zelf ben ik geboren terwijl onze ouders nog in een houten huisje woonden aan het Spaarne op ongeveer 100 meter afstand van de Roei- en Zeilvereniging Het Spaarne – net in de bocht die de Breitnerweg naar het Spaarne toe maakt. Heel curieus woonden wij daar als straatarme mensen tussen merendeels welgestelden. Mijn vader Theodorus werkte als zelfstandig tuinder en zijn tuin was gelegen op het punt waar in het verlengde van het Heemsteeds Kanaal de nieuwe brug aan de andere kant de wal raakt. Het was een strook grond van omstreeks 1 hectare, geflankeerd door het zogeheten Jaagpad – daar heb ik 14 jaar lang gewerkt dag in dag uit in de stilte van de vredige natuur. Dat stuk grond werd de “baggerhoek” genoemd, omdat in het begin van de vorige eeuw het Spaarne werd uitgediept en de bagger daar werd opgespoten door een Schiedamse ondernemer Volker. Dit alles komt me weer levendig voor de geest.’ Mevrouw Bep Hulseboscb, die met een broer in het ouderlijk huis aan de Borneostraat woont, stopt dit jaar [1995] na een arbeidzaam leven van een halve eeuw, waarvan 38 jaar met een modevakschool. Honderden Heemsteedse vrouwen heeft ze de naaikunst bijgebracht. In het brede gedeelte van de Borneostraat heeft de gemeente een zitbank geplaatst om een boom heen, die de ‘Borneostraters’ op 11 juli 1989 zonder officiële plichtplegingen in gebruik hebben genomen. Jaarlijks wordt in de zomer een straatfeest georganiseerd. De laatste jaren heeft verjonging plaatsgehad met import van buiten Heemstede. De goede sfeer van vroeger is gebleven, maar het is niet zo dat iedereen elkaar kent. Afkomstig uit de Borneostraat is Esther Oosterbeek, die bekendheid kreeg als één van de ‘Dolly Dots’ en ook de vroegere stervoetballer Johan Neeskens heeft hier enige tijd gewoond.

Het gezin Hulsebosch in 1957 Boven van links naar rechts: Henk, 'padre' Piet, Frans en Ton; midden: Paula, Jan, Loek, Riet, Bep en Jo; vooraan: moeder Hulsebosch-d'Haene, vader en Thea.

Het gezin Hulsebosch in 1957 Boven van links naar rechts: Henk, ‘padre’ Piet, Frans en Ton; midden: Paula, Jan, Loek, Riet, Bep en Jo; vooraan: moeder Hulsebosch-d’Haene, vader en Thea.

In 1957 is bij het afscheid van Broeder Piet Hulsebosch naar Curaçao de laatste foto genomen met het hele gezin. Op de foto zien we op de achterste rij van links naar rechts: Henk, Piet, Frans en Ton; midden; Paula, Jan, Loek, Riet, Bep en Jo; vooraan: moeder Hulsebosch-d’Haene, vader en Thea. In 1995 waren alle kinderen nog in leven en twee nog in Heemstede woonachtig. ‘Padre’ Piet in Panama, Thea in San Francisco en de overigen verspreid over het land. Ondanks de geografische afstanden was de onderlinge band gebleven.

(1)De Kruisvaarders van Sint-Jan zijn een seculiere instelling, een gemeenschap van leken, in 1922 opgericht door Jac. van Ginniken, dat hij in 1919 de Vrouwen van Bethanië had gesticht. De gemeenschap lijkt sterk op een broedercongregatie maar men legt geen kloosterbeloften af. Men legde zich in het verleden vooral toe op volwassenenapostolaat en de opvang van daklozen en is na de Tweede Wereldoorlog ook buiten ons land actief. Het hoofdkwartier was aanvankelijk gevestigd in Wassenaar, rond 1960 verhuisde men naar Vogelenzang en in 1986 naar Hageveld in Heemstede. De zich pater noemende Piet Hulsebosch was in 2012 als 86-jarige de laatste in leven zijnde Hollandse Kruisvaarder in Panama en moest voor het vernieuwen van zijn paspoort naar Costa Rica. Samen met pater Roberto hebben zijn in augustus 2012 een trip gemaakt die drie dagen duurde, eerst met de auto en vanuit de plaats David met een klein vliegtuigje naar San José, de hoofdstad van Costa Rica. Na het paspoort te hebben opgehaald zijn de twee teruggereisd naar Panama. In het verleden kon men nog in Panama-City voor een verlenging van het paspoort terecht. Op de site van Stichting Solidariteit Panama laat Piet Hulsebosch weten dat hij pas in 2017 wanneer hij 91 is weer voor het paspoort naar Costa Rica moet.

De jaren rond 1920-1936 aan de Blekersvaart

blekersvaartweg

De Blekersvaartweg in Heemstede waar mw. Van der Mey-Kramer als kind woonde

In 1985 stelde mevrouw P.G.van der Mey-Kramer haar herinneringen aan Heemstede op papier. Zij schreef: ‘ik ben op de Blekersvaartweg geboren en wel op nummer 25, zo ongeveer waar Coby Riemersma heeft gewoond. Wij woonden naast Mietje en Mijntje, twee melkvrouwen. Zelf hadden we een groot erf, vroeger zeiden we de werft. Daar stond nog een huisje en daar woonden buurvrouw Leentje en buurman Thijsje, twee gezellige nette mensen. Wij hadden daar een gezamenlijke plee en een waterpomp met heerlijk fris water. Nadat de twee oudjes overleden waren kwam hier Toosje Put wonen, die was precies, die was precies contra, nogal vies en vuil met haar 13 katten. Het was goed wonen dichtbij de brug met opschrift “Nieuwe Tijden, Nieuwe Dingen”. Vlak voor ons huis stond een gaslantaarn die ’s avonds werd aangestoken. Mijn ouders hebben daar 47 jaar gewoond met tien kinderen. Zij vonden het erg dat ze naar een andere woning moesten uitzien en ik geloof dat dankzij de bemiddeling van de familie Peeperkorn wij een huis kregen in de Vijfherenstraat nabij het Res Novaplein. Ondanks de armoede waren onze kinderjaren gelukkig. Alle dagen gingen wij via de Blekersvaartweg naar de Kerklaan waar de Antoniusschool stond. Wat was het een prachtige laan met al die dikke beukenbomen en menig plasje heb ik daarachter gepleegd, omdat je op school bijna nooit mocht. Ook de Koediefslaan was fraai aangelegd. Daar gingen wij, evenals op de Kerklaan, beukennootjes rapen. Ik heb in de wasserijen gewerkt van de families Rhee en Van Houten. Het oude huis van Visser, Adriaen Pauw, ben ik altijd voorbij gegaan als ik naar school ging. Daar zat meestal een blekersknecht, van wie ik dan een hand kreeg, welke helemaal doorweekt as van het sop. Mijn vader vertelde me dat vroeger de wasknechten op zondag in het washok zaten om te wachten of er soms een boodschap kwam van de baas. Zij kregen dan een borrel. Leve de liefdadigheid uit die tijd! In maart van de strenge winter 1928/1929 heb ik nog jongens zien schaatsen in de Blekersvaart, wat anders nooit kon vanwege de afwatering van de wasserijen. Op de Blekersvaart stond bij elke wasserij een vuilnisbak waar de asladen werden geleegd. Daar zaten soms nog goede kolen in die wij dan meenamen om in de kachel te stoken. De “dames” die bij de nortonpomp in de Raadhuisstraat woonden waren nochtans veel gehaaider en gingen met zakken vol op hun rug naar huis. Omdat ik in 1936 uit Heemstede verhuisd ben zijn voor mij thans veel straten of lanen onbekend. In de grote vakantie gingen we elke dag naar het wandelbos Groenendaal en nam boterhammen mee. We kregen dan 15 cent met z’n drieën om te snoepen. Heerlijk was dat, maar dat was alleen op zondag. Wat is de aanbouw van het raadhuis in Heemstede lelijk geworden, maar misschien kon dat niet anders. Ook de Van Merlenlaan was heerlijk om te wandelen. Meestal liepen we van en naar Groenendaal via het vaartkantje achter de boerderij van Van der Weiden. Ook gingen we zomers lopend naar Zandvoort. Een enkele keer als een tante meeging liepen we eerst naar Aerdenhout en stapten daar op de tram. Het oude rijmpje: Van der Horst had een worst etc. hebben we vaak opgezegd en daar maakten we dan van alles bij’

==================================================

Oud-Indischgasten in Heemstede

Huize 'Jjojakarta', in 1997 gebouwd voor notaris Smit onder architectuur van Johannes Wolbers

Huize ‘Djokjakarta’, in 1887 gebouwd voor notaris Smit onder architectuur van Johannes Wolbers

De gunstige ligging, lage gemeentelijke belastingen en door exploitanten geïnitieerde bouw van villa’s en herenhuizen maakte Heemstede interessant als vestigingsplaats voor welgestelden van elders. Naar Heemstede verhuisden in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw opmerkelijk veel renteniers, commissionairs in effecten (gepensioneerde) zeevarenden en officieren, evenals naar het vaderland terugkerende Nederlanders uit Oost-Indië. De heer Ruijssenaars vestigde zich omstreeks 1995 vanuit Indië als bloembollenkweker op “Bloemoord” aan de Binnenweg. A.P.Audretsch, directeur van een tuinbouwbedrijf en gemeenteraadslid was ook uit Insulinde afkomstig en woonde op het adres Laan van Insulinde 25. H.J.Smit, broer van notaris Smit, was een gepensioneerd tabaksadministrateur uit Deli en bouwde het huis “Kinheim” op het adres Jacob van Lennepweg 2. Zijn woning had wel een kleine open galerij, maar had geen hoge kamers. Toch was er iets dat aan Indië herinnerde. Naast het huis stond een broeikas en daar werden met succes mogelijk als eerste orchideeën gekweekt, volgens ir. B.W.Colenbrander, zelf ook Indiëganger. In de vroegere oranjerieën van de buitenplaatsen was men ingesteld op orchideeën. De heer Ludwig, planter in Deli, vestigde zich in een eenvoudig huis in de Spaarnzichtlaan. J.Müllemeister liet echter een kapitale villa bouwen aan de Kerklaan, waarover verderop in deze bijdrage meer informatie.

Teneinde zogeheten Indiëgasten te trekken liet makelaar Cornelis L.Kwak elke maand bij honderdtallen zijn prestigieus uitgegeven woningenbrochure “Bloem- en Duinland” naar Indië sturen en aan boord leggen van de passagiersschepen der Maatschappij Nederland en van de Rotterdamse Lloyd ten behoeve van “het koopkrachtige publiek van Nederland”. In de editie van november 1930 noteerde hij: “Voor Oud-Indischgasten zijn Heemstede of een der omliggende plaatsen met de royaal opgezette villa’s, halve villa’s of landhuisjes ideale woonplaatsen. Immers de namen op enige Heemsteedsche woningen als: Villa Bandoeng, Soeka hati, Soekaboemi, Senang hati, de Tjitjak, di Tanggag en de Tandjong wijzen erop, dat zij gevonden hebben wat zij zochten. ’In de uitgave: “Waar zal ik wonen?” van de N.V. Bouwterreinen Leeuw en Hooft en Bronstee te Heemstede (1920), evenals in het “Woningnoodnummer” van de “Hollandsche Revue” verscheen de volgende (fictieve) brief van Huib van Vessem aan zijn vriend Henk Verlaat: “Padang, mei 1920. Mijn tijd in Oostelijk Nederland zit er bijna op. Begin juli hoop ik te repatriëren, om de rest van mijn leven in het moederland te slijten. Ik heb nu bijna 30 jaar onafgebroken hier vertoefd en hoewel ik me in Indië best thuis gevoel, verlang ik weer naar het oude, gezellige Holland. Mijn enige zorg is nu: hoe kom ik aan een geschikt Home. Voor een huurwoning – gesteld al dat ik die kan krijgen – huiver ik, dus er zal niets anders op zitten dan een eigen huisje. De kwestie is maar: waar vind ik dat voor niet te veel geld. In dezen heb ik mijn hoop op jou gevestigd. Jij kent ons land, beschikt over relaties en vrijen tijd; help mij dus en verschaf mij een onderdak. Eén tip wil ik je geven, wanneer je die tenminste nodig hebt.” Reeds verschillende malen las ik in “de Hollandsche Revue”, het blad dat hier in onzen vrijen tijd zoo menigmaal den band met het vaderland vormt, een pakkende annonce: “Goedkoop en mooi wonen te Heemstede.” Van datgene wat me nog is bijgebleven van mijn aardrijkskundige kennis over Nederland, herinner ik me nog, dat Heemstede een, een vooruitgaand dorp is bij Haarlem, gelegen in een bosrijke streek en in het centrum des lands. Het lijkt me dientengevolge juist iets voor mij en mijn gezin, vooral ook omdat mijn vrouw gezonde buitenlucht nodig heeft, mijn kinderen behoefte hebben aan goed onderwijs en ik niet gaarne ver van een grote stad verwijderd ben.”

Villa Djokjakarta, gebouwd voor notaris mr.W.H.Smit, later residentie van Jan Müllemeister

mullemeistereerstesteen

In 1887 legde N.E.J.Smit de eerste steen voor het imposante huis Kerklaan 111 Heemstede (tegenwoordig is deze gedenksteen in bezit van de Historische Vereniging Heemstede Bennebroek)

 

de grote villa Dokjakarta, Kerklaan 111 Heemstede waar J.Müllemeister van 1896 tot zijn overlijden in 1926 woonde

de grote villa Djokjakarta, Kerklaan 111 Heemstede waar J.Müllemeister van 1896 tot zijn overlijden in 1926 woonde

Bovenstaande foto geeft een beeld van van de villa “Djokjakarta”, met knalrode stenen in 1887 gebouwd in opdracht van notaris mr.W.H.Smit. Ontworpen door architect Johannes Wolbers en gebouwd door aannemer Hulsebosch uit Haarlem voor ƒ 23.400,- aan de Kerklaan 111 schuin tegenover de r.k/kerk St. Bavo. Na het overlijden van de heer Smit in 1896 aangekocht door Jan Müllemeister.

Portret van Jan Müllemeister (1838-1926)

Portret van Jan Müllemeister (1838-1926)

Jan Müllemeister (1838-1926) gaf het pand de naam ‘Djokjakarta’. Hij was in 1870 als bestuursambtenaar naar Ned.Oost-Indië vertrokken en na assistent-resident in Breves (Tegal) te zijn geweest klom hij op tot resident van Djokjakarta op Midden-Java (vandaar de nieuwe naamgeving) en bovendien lid van de Raad van Nederlands Indië, te vergelijken met de Raad van State . In die laatste functie drukte hij zijn stempel op de naar hem genoemde reorganisatie van 1900, waarbij Java werd verdeeld in 16 residenties tot de instelling der provincies West-, Midden-, en Oost-Java omstreeks 1927. Zijn naam leeft voort op een paal-monument in Djokja. Teruggekeerd in Nederland woonde hij eerst op het adres Nieuwe Gracht 45 in Haarlem en vanaf 1896 in het pand van de in dat jaar overleden notaris mr.W.H.Smit aan de Kerklaan.

Het was met een huis met een verdieping en een open galerij en voor ons land ongewoon hoge kamers, waar het zomers koel, maar tijdens de wintermaanden – vooral ten tijde van de kolen schaarste in 1917-1918 – ijskoud kon zijn. Zijn echtgenote Louise Müllemeister gaf vioollles. Kroonprins en latere sultan Hamengkoeboewono VII (1877-1921) die in Haarlem studeerde bracht meermaals een bezoek aan de familie Müllemeister.

Overlijdensadvertentie J.Müllemister uit het Algemeen Handelsblad van 12 april 1929

Overlijdensadvertentie J.Müllemeister uit de Haagsche Courant van 6 juli 1926

De heer Müllemeister is op 87-jarige leeftijd 1 juli 1926 gestorven tijdens zijn verblijf in de Zuidfranse stad Nice. Na het overlijden van zijn echtgenote heeft het pand Djokjakarta na een vergeefse verkoop in 1929 en 1930 als school dienst gedaan, totdat in de Dreefschool gereed kwam.

Aankondiging van verkoop van huize  'Djokjakarta', Algemeen Handelsblad 12 april 1929

Aankondiging van verkoop van huize ‘Djokjakarta’, Algemeen Handelsblad 12 april 1929

Nadien is besloten het grote huis te slopen. De gronden zijn nog enige tijd voor bloembollenteelt geschikt gemaakt, waarna woningbouw plaatsvond.

In Heemstede wonen nog altijd mensen teruggekeerd vanwege de onafhankelijkheid van Indonesië  van 1949. Bijgaand een bericht uit Het Haarlems Dagblad van 15 augustus 1991

In Heemstede wonen nog altijd mensen teruggekeerd vanwege de onafhankelijkheid van Indonesië van 1949. Bijgaand een bericht uit het Haarlems Dagblad van 15 augustus 1991

====================================================

Heemstedenaar pur sang: Henk Bank / melkwinkel Van Staveren

Uitventen van levensmiddelen kwam vroeger veelvuldig voor. Meer dan een halve eeuw een vertrouwd figuur met paard en wagen was melkboer Piet van Staveren. Hier in de Spaarnzichtlaan, met op de fiets rechts Warmerdam jr., De zuivelzaak was gevestigd op de hoek Camplaan/Bosboom Toussaintlaan, later voortgezet door Willem van der Peet.

Uitventen van levensmiddelen kwam vroeger veelvuldig voor. Meer dan een halve eeuw een vertrouwd figuur met paard en wagen was melkboer Piet van Staveren. Hier in de Spaarnzichtlaan, met op de fiets rechts Warmerdam jr., De zuivelzaak was gevestigd op de hoek Camplaan/Bosboom Toussaintlaan, later voortgezet door Willem van der Peet.

Heemsteedser dan Henk Bank kon bijna niet. Ik interviewde hem in 1991. Hij is geboren aan de Blekersvaart en zat op de Sint Josephschool in de klas bij de gebroeders Samson, Gerard Willemse en vele andere bekende namen in Heemstede. Na de lagere school kwam hij als melkbezorger in dienst van de eertijds fameuze melkhandel van P.J.van Staveren in de Camplaan.

bankhenk

Klassefoto van de St.Josephschool in 1922 genomen achter de woning van hoofdmeester D.Pronk aan de Herenweg. Links meester pronk en helemaal rechts juffrouw Konst. Bovenste rij: v.l.n.r.: Bertus Samson, Piet Spek, Herman Bank, HENK BANK , onbekend, onbekend, Piet v.d.Peijl, Nico Bos, Jan Rusman, Arie van den Putten  en Jan Langeveld. Tweede rij: Nico Schouten, Nelis Sloof, Wim de Zwart, Herman Grijmans, Nico Stijnman, Arie van den Putten, Piet Voordehaak, Gerard Willemse (de latere wethouder), Piet Willemse, Giel Bakker, Piet Kinkhouwers, Gerrit de Kok. eerste rij; Frans van den Berg, Johan van der Klashorst, Kees Leuven, Vrieke van Amerongen, Piet Bos, Hein Bos, Toon Heemskerk, onbekend, Kees Langeveld. Helemaal vooraan: Jaap Sloof, Tinis Samson, Piet Jansen en Kees van Looij.

 

==============================================

Vooromslag van brochure 50 jaar Van Staveren 1888-1938

Vooromslag van brochure 50 jaar Van Staveren 1888-1938

In 1938 verscheen bij het 50-jarig bestaan van zuivelhandel Van Staveren een brochure. Het was op 19 mei 1988 dat de grondlegger van het bedrijf, Th.G.J.van Staveren, destijds eigenaar van en kleine boerderij aan de Kleine Houtweg in Haarlem, een melkwijk begon in Heemstede, omvattende de Camplaan, het Wilhelminaplein, Binnenweg, Bronsteeweg, Koediefslaan en Kerklaan. In 1920 kon hij er toe overgaan het oude huis aan de Camplaan 21 te verbouwen en daar een winkel te openen. In 1926 is begonnen met de fabricage van eigen producten, zoals room-karnemelk, yoghurt enz. Na een aantal jaren is een eigen installatie aangelegd voor het leveren van de benodigde elektrische stroom. Verder is een ijs-installatie geplaatst, evenals een apparaat voor gespoten slagroom. De zoon J.P.van Staveren zette het bedrijf van zijn vader voort en liet diverse verbeteringen aanbrengen. De melk werd ’s morgens vroeg betrokken van een zestal boerderijen. Een centrifuge met koeler zorgde voor reiniging en afkoeling en de verwijdering van schadelijke bestanddelen. Belangrijkste zuivelproducten waren naast gepasteuriseerde melk, chocolademelk, karnemelk, bloem- en havermoutpap, vla, ijs, yoghurt, natuurboter, slagroom, koffieroom, kaas en eieren.

bankstaveren4

Voor het zuivelbedrijf van Van Staveren aan de Camplaan

staveren1

Het in 1938 hypermoderne interieur van de zuivelwinkel  van P.J.van Staveren aan de Camplaan

staveren2

De eigen pap- en chocoladeketel van P.J.van Staveren. Door regelmatig roeren werd alles gelijktijdig gaar.

Op 27 oktober 1981 vierde de toen 83-jarige Piet van Staveren (1), die zijn zuivelhandel een aantal jaren daarvoor had overgedaan aan Willem van der Peet, met zijn echtgenote Annie Koelemij (dochter van het toenmaals alom bekende hotel ’t Gouden Haantje aan de Zijlweg in Overveen) het gouden huwelijksfeest met o.a. reen receptie in restaurant landgoed Groenendaal. Hij vertelde journalist Arie Kramer in de Koerier van 21 oktober: ‘Piet van Staveren was twaalf jaar toen hij als knechtje zijn vader in de melkzaak ging helpen. Om vijf uur ’s morgens ging ik al met paard en wagen op weg naar de boeren in de Meer om melk te halen. Dat waren lange dagen, want overdag was je met je wagen langs de straat en ook ’s avonds moest er nog gevent worden. Maar het was toch een mooie tijd. Van hard werken word je niet ziek en ik heb er altijd evenveel plezier in gehad.’

P.J.Staveren, diens echtgenote en rechts met 3 flessen Henk Bank

P.J.Staveren, diens echtgenote en rechts met 3 flessen Henk Bank

(1) Op 11 mei 1938 vestigde zich familielid Jan van Staveren (geboren in Schoten) in Heemstede op het adres Binnenweg 26, 26 maart 1940 verhuizend naar Zandvoortselaan 49, 25 oktober 1946 naar hert adres Herenweg 40 en 1 februari 1951 naar Gelderlandlaan 19. Uit dit huwelijk zijn 6 kinderen geboren; Johannes Maria van Staveren (18-2-1939), Adrianus Petrus (7-6-1940), Carolina Maria (28-2-1942), Elizabeth Maria (12-6-1943), Eric Antonius (21-11-1944), Johannes Christoffel (4-11-1947) en Theodorus Daniël (30-11-1948). Op 20 september 1954 is de familie uitgeschreven vanwege emigratie naar de Verenigde Staten, in eerste instantie naar een oom in Salt Lake City (de moeder was mormoons geworden). De jongste zoon Theo sloot zich op 18-jarige leeftijd aan bij de Amerikaanse marine, werd 24 februari 1967 officieel marinier en begon aan zijn opleiding. In het najaar van 1967 zat hij in Camp Pendleton, tussen Los Angeles en San Diego. Hij werd naar Vietnam uitgezonden en is op 10 april 1968 in de buurt van het dorp Tra Lo door de Vietcong doodgeschoten. Op 21 april 1968 keerde hij terug in Salt Lake City. In 1969 kreeg de statenloos gestorven Theo van Staveren – uit het bevolkingsregister van Heemstede na zijn emigratie in 1954 uitgeschreven – alsnog de Amerikaanse nationaliteit. Als 1 van de 58 duizend Amerikaanse doden uit de Vietnam-oorlog komt zijn naam voor op de namenmuur van de begraafplaats Arlington in Wahington. Het levensverhaal van soldaat 2261594, geboren in Heemstede, is 30 jaar na de val van Saigon waarmee een einde kwam aan de oorlog in Vietnam, beschreven door de journalisten John Schoorl en Bert Wagendorp, in: De Volkskrant, het Vervolg, van zaterdag 30 april 2005.

theo

Theo van Staveren (1954-1968)

 

========================================================

Henk Bank hield het niet bij zuivel alleen, werkte in het Heemsteedsch Cafetaria en het restaurant van de Heemsteedse Sportparken en was dertig jaar (van 1955 tot 1985) beheerder van de Princehof op de Glip. Na 1965 was hij tevens in dienst van de gemeente als controleur van de hondenbelasting – als laatste in Heemstede met dat beroep – en promoveerde tot bevolkings-contoleur. Legendarisch zijn de verhalen als zou hij ooit door de geopende brievenbus een blaffende hond hebben geïmiteerd, in afwachting van een reactie. Of hij belde op een verdacht adres aan en vroeg een verbouwereerde mevrouw of de hond thuis was… Over zijn ervaringen langs de deuren in Heemstede zou hij een boek kunnen schrijven, maar ziet daar liever vanaf, naar eigen zeggen om moeilijkheden te voorkomen. In 1888 begon Th.van Staveren een melkwijk in het oude centrum van Heemstede. Het pand, waar zich in 1968 de “Kaaswaag” van der Peet vestigde, Camplaan 11, was aanvankelijk een boerderij en in 1920 vond een verbouwing plaats en is de winkel geopend. Als 12-jarige jongen ging Piet van Staveren zijn vader helpen in de melkzaak. . Bij zijn gouden huwelijksjubileum in 1981 zei hij hierover in de Koerier: “Om vijf uur ’s morgens op ging ik met paard en wagen op weg naar de boeren in de Meer om melk te halen. Dat waren lange dagen, want overdag was je met je wagen langs de straat en ook ’s avonds moest er nog gevent worden. Maar het was toch een mooie tijd. Van hard werken word je niet ziek en ik heb er altijd evenveel plezier in gehad.” Na zijn huwelijk mocht hij de zaak overnemen en is deze uitgebreid tot een eigen zuivelinrichting, waar pap werd gefabriceerd en ook boter, vla, yoghurt en chocolademelk waren gewilde zuivelproducten, terwijl verder de ijszaak prima draaide. Op de foto, genomen achter de zaak, zien we links de heer J.P.van Staveren, in het midden met kasboek Alie Willemse, winkel- en kantoorbediende – een dochter van politieman Willemse die in Groenendaal woonde. Rechts met een fles melk, karnemelk en chocolademelk Henk Bank, die vanaf 1928 bij Van Staveren heeft gewerkt. Soms mochten kinderen op zijn paard en wagen een eindje meerijden. De hobby’s van Bank waren vissen en biljarten en vroeger ook gokken. Hij was toen een geziene gast in het casino van Zandvoort, maar omdat die laatste liefhebberij uit de hand dreigde te lopen heeft hij zich na de nodige verliezen beperkt tot een spelletje kaarten, vooral klaverjassen. Verder was hij muzikant en entertainer op bruiloften en partijen en zijn favoriete lied “’t is moeilijk bescheiden te blijven” schalt nog voor wie het horen wil. Henk Bank heeft ongeveer twintig jaar in het muziekkorps Excelsior gespeeld. Eerst bugel, vervolgens trompet en ten slotte piston. Hij vertelt daarover: “De dirigent was Reinier van ’t Hof. Dat was een grote dikke man. Als hij de maat sloeg gingen ook z’n onderkinnen op en neer. Het was een strenge, maar toch gezellige man.

bankexcelsior1935

In 1903 is harmonie ‘Eensgezindheid’ opgericht en in 1925 ‘Excelsior’. In 1957 gingen deze muziekverenigingen een fusie aan. Bovenstaande foto van Excelsior in de jaren 50 zien we in het midden vooraan zittend links met strohoed burgemeester jhr. Van Doorn en de corpulente man met hoed rechts van hem is dirigent Reinier van ’t Hof

De vereniging was opgericht door politie- en gemeentepersoneel. Mijn vader was ook lid; ook piston. Het werd op een gegeven moment steeds moeilijker nieuwe leden te vinden en er verscheen zelfs een advertentie in de krant. Vader Bank zorgde voor enkele nieuwe muzikanten inclusief z’n bloedeigen zonen Henk en Herman. Daarmee was de vereniging gered. Hoofdagent Evert van Pel was voorzitter. Ik herinner me nog als de dag van gisteren dat ik een keer met paard en wagen aan het einde van de Laan van Rozenburg, hoek Clivialaan, stond. De politieman kwam in mijn richting en ik schrok me een hoedje. Het bleek echter de voorzitter van de fanfare. Hij zei: “Henk, hoe gaat het er mee?” Ik zeg: “Met mij gaat het goed en m’n paard ook”. Toen kwam het hoge woord er uit. Van Pel wilde uitleg waarom ik al twee keer de repetitie had gemist. Ik heb toen verteld dat ik kennis had gekregen aan een meisje en om wat extra te verdienen de avondwijk – met als verdiensten twee kwartjes per avond – er bij had genomen. De voorzitter begreep het. Ik ben nog overgestapt naar Eensgezindheid, tot de twee muziekverenigingen fuseerden. Dirigent was Flip Vlessing, die in Haarlem woonde. Zijn vader heette Sam Vlessing. Het waren goede jodenmensen, die veel muziek op papier maakten, zoals marsmuziek, ouvertures e.d. Voorzitter was de heer Ten Braake, een op en top muziekman, die desnoods thuis bijles gaf. Toen kwam helaas de oorlog 1940-1945. Onze dirigent verdween plotseling De heer Ten Braake nam toen de dirigeerstok over. Waar is Flip Vlessing gebleven….?’ [Philip Salomon Vlessing , geboren op 12 mei 1943 in Velsen is 30 april 1943 ergens in Midden-Europa omgekomen].

Artikel gewijd aan Henk Bank bij zijn afscheid als conciërge van wijkcentrum Princehof op de Glip in Heemstede uit het Haarlems Dagblad

Artikel gewijd aan Henk Bank bij zijn afscheid als beheerder van wijkcentrum Princehof op de Glip in Heemstede in het Haarlems Dagblad  van 31 oktober 1985

Henk Bank (1) nam in 965 afscheid van De Princehof. Bij zijn afscheid ontving hij een plakboek van toneelvereniging “Nut en Genoegen”. Aan de wand van zijn woning in de Zeelandlaan hangt een aquarel van de Princehof, die onvermoede artistieke kwaliteiten doet vermoeden van de immer populaire (oud)gemeente-opzichter R.Stegeman, lange tijd ook secretaris van woningbouwvereniging Heemstede’s Belang. Als ik afscheid neemt, zegt hij: “Meneer Krol, als de mensen van Oud Heemstede-Bennebroek vragen waarom ik de excursies niet bijwoon”, zeg dan: “Henk Bank wil wel, mar zijn ene been niet”.

(1) Een broer van Henk Bank was Otto Bank, getrouwd met Käthe afkomstig uit het Oost-Duitse Cranzähl, die begin maart 1995 op het Haemstedeplein hun gouden bruiloft vierden. Buurman en kunstenaar Henk Koelemeijer had bij die gelegenheid de voorgevel fraai versierd. Na de Tweede Wereldoorlog maakte tot zijn dertigste als bovenman deel uit van het destijds fameuse acrobatennummer ‘Holborn trio’ – met veelal als slot ‘de dodensprong’- waarmee hij in circussen, casino’s  en in variëté heel Europa doorreisde. Hij maakte  ooit een handstand op een telegraafpaal.

 Kapper Rikkers aan de Cloosterweg

cloosterweg

De Cloosterweg in Heemstede met rechts de kapperszaak van Rikkers

Coiffeur Rikkers aan de Cloosterweg 2 in het oude centrum van Heemstede nabij het Wilhelminaplein is bij vele Heemstedenaren nog bekend. Op een foto zien we de trotse eigenaar Hendricus Lambertus Rikkers (1897-1949) – getrouwd met Riet van der Prijt (1934-2012) – rechts geflankeerd door zijn bediende Arie de Fijter en in de stoel een onbekende klant. In het keurige en sfeervolle interieur vond men rechts van de grote spiegel het Scheerzeepkastje. Verder onder de boogdoorgang een aantal ronde tonnen met rode band waarin pruimtabak werd bewaard, toentertijd een gewild artikel. In de grote kast rechts zijn de destijds bekende tabaksartikelen uitgestald. De foto dateert uit omstreeks 1930-1935. Tot de klandizie behoorden priesters en seminaristen van ‘Hageveld’ Vader en zoon Rikkers waren de privéhaarverzorgers van heel wat monseigneurs: Diepenbrock, Henning, Huibers, Zwartkruis enz. Zon P.F.Rikkers en een broer hebben met hun moeder de herenkapperszaak in 1949 voortgezet. Eerstgenoemde heeft ten slotte in 1987 de zaak verhuurd en nadien was nog een aantal jaren de dameskapsalon ‘Marcelle’ op het adres gevestigd. Wat sommigen zich zeker nog wel zullen herinneren is dat weliswaar in strijd met de loterijwet in de kapsalon vroeger twee keer per week werd gegokt door klanten en omwonenden via een zogenaamde prikklok. Deze plank bevatte 500 gaatjes. Elke prik kostte een dubbeltje. Met 50 tot 40 gulden aan prijzen hield de organisator gemiddeld 15 gulden over. In die tijd een behoorlijk bedrag. Op een prijslijst waren de prijswinnende nummers genoteerd. Vader Rikkers had dit spel bedacht teneinde dankzij deze bijverdienste voor zijn gezin met zes kinderen het hoofd boven water te houden. Op zaterdagavond werd tot tien uur gewerkt. Eerst lieten de winkeliers uit de omgeving zich scheren of knippen en vervolgens ging men ‘; gokken’. Bij winst werd feestgevierd tot soms na middernacht, overigens zonder drank! Daarvoor kon men terecht in o.a. ‘Het Wapen van Heemstede’. Of aan de overkant van de Cloosterweg bij café Langeveld. Volgens de heer Rikkers die ik in 1992 sprak werd het spel, ofschoon feitelijk illegaal, door de overheid gedoogd en heeft de politie nimmer ingegrepen.

 

rikkers

Kapper H.L.Rikkers aan het werk met rechts van hem kappersbediende Arie de Fijter

Joop en Chel (Michael) Martin, hun jaren aan de Camplaan, op de Glip en in de Indische Buurt

De gebroeders Michel (Chiel) en Joop Martin

De gebroeders Michel (Chel) en rechts Joop Martin

Waar in de jaren twintig van de vorige eeuw een volkswijk, de zogeheten Indische Buurt, werd gebouwd lag in de 17de eeuw de kwekerij van de ambachtsheer van Heemstede, behalve weilanden bestaande uit teelgrond voor de groenten- en aardappelteelt. In dit gebiedje heeft het Hofje van Panhuys gelegen, later gekocht door de Amsterdamse koopman Minuit. Die voegde de hofstede samen met een nabijgelegen buitenplaats en deze kreeg in 1722 toen Dirk van der Meer eigenaar werd de naam ‘Meer en Dorp’, door een latere eigenaar ‘Carelsrust’ genoemd. Totdat het gebied na diverse transportaktes in 1756 eigendom is geworden van de Gereformeerde (Hervormde) Kerk. Het huis is toen als pastorie in gebruik genomen, ten tijde van predikant Abraham van Limburg. Dat predikantenhuis is in 1868 gesloopt en tot 1951 heeft de villa Achterweg 11 als zodanig gefungeerd. De heer A.P.Audretsch heeft na zijn terugkeer uit Nederlands Oost-Indïe en o.a.van 1921 tot 1949 gemeenteraadslid, was kweker van beroep en noemde zijn bedrijf, gelegen midden in het gebied van de hedendaagse ‘Indische Buurt’ ‘Insulinde’. Zelf woonde hij in het gelijknamig huis aan de laan van Insulinde.

insulinde

Druivenkassen aan de latere Laan van Insulinde voor de bouw van de Indische wijk op een foto uit 1919 (NHA)

indisch

Al spoedig na 1923 is een Indische buurtvereniging opgericht en trokken ouders en kinderen in optocht naar het centrum van Heemstede

 

 

Op de terreinen van deze kwekerij en die van Van Dort (wiens huis in 1923 is gesloopt) en omgeving zijn in 1923-1924 de huizen gebouwd van de Indische Buurt ofwel Insulinde  aan de Javalaan (85 nummers) , Lombokstraat (44) huizen), Celebesstraat (14), Borneostraat (70), Sumatrastraat (38), Balistraat (31), Timorstraat (64), Laan van Insulinde (38) Drie jaar later volgden de Billitonstraat (41), Bankastraat (38)en Madoerastraat (17) en in 1934 ten slotte de Soendastraat (21)tussen de Meerweg en de Timorstraat. In totaal 511 huizen. De firma W.A. en C..Turkenburg (aannemer, timmerman en architect)  bouwde in 1925/1926  20 woningen in de Borneostraat, Sumatrastraat en Celebesstraat voor ƒ 90.000,-. Exploitant en bouwkundige Hendrik Brouwer (Zandvoortselaan 62) nam 30 huizen voor zijn rekening. Architect C.Ligtenberg uit Haarlem kreeg in 1927 de bouwvergunning voor een blok van 12 huizen (middenstandswoningen). Bouwondernemers J.Bosma en H.Bovenkamp in 1934 vergunning voor de bouw van 17 woonhuizen in de Laan van Insulinde, Timorstraat en Sumatrastraat (architect was C.J.Dop uit Overveen), die al begin mei 1935 opgeleverd werden. Voorts 11 woonhuizen in de Soendastraat. Tijdens WO11 zijn huizen in de Javalaan in opdracht van de Duitse bezetters gesloopt omdat deze in het schootsveld naar de Haarlemmermeer lagen. Er zijn toen (tijdelijk Duplex-woningen voor in de plaats gekomen.  In de Bankstaat de huizen gesloopt om plaats te maken voor nieuwe woningen. Al in 1977 kreeg de Indische Buurt van de gemeente hoge prioriteit en omstreeks 1990 was de renovatie voltooid.

Indische.jpg

Plattegrond van de Indische buurt en omgeving Heemstede

 

kombokstraat

Met de bouw van De Indische Buurt in Heemstede is begonnen in 1923 en in 1934 was de wijk voltooid. Karakteristiek was dat in sommige hoekpanden buurtwinkels te vinden waren, zoals op het adres Lombokstraat 22, hoek Celebesstraat een kruidenier (NHA, 1988)

 

Verschillende bouwondernemers hebben vergunning gekregen blokken van woonhuizen te bouwen, middenstands- en vooral arbeiderswoningen, o.a. Hendrik Brouwer, Van Wonderen, Bakker en Koonings, G.J.Kooren en Th.H.M.Bosse, firma Turkenburg C.Ligtenberg, en de firma’s J.Bosma en H.Bovenkamp.

borneostraat

In de Borneostaat was kapper N.Peperkoorn gevestigd

In totaal zijn in twaalf jaar zo’n 511 huizen gebouwd, vaak op de hoeken vaak een winkel, bijvoorbeeld de sigarenwinkel van Luiten in de Lombokstraat en op nummer 21 de slagerij van Van Sluisdam; in de Madoerastraat destijds op nummer 1 de sigarenzaak van G.Oudakker en op nummer 3 startte P.van Deursen een boekhandel en leesbibliotheek.

madoerastraat

Op nummer 3 van de Madoerastraat begon de heer P.Th.van Deursen een boekhandel die door zijn vrouw werd bijgehouden. Spoedig volgde een leesbibliotheek met ruim 2.000 boeken, die in 1945 teloorging, naar werd gezegd tengevolge van het strenge beleid van de censor-priester. Op bovenstaande foto zien we mw. van Deursen (in blijde verwachting van en zoon) en de driejarige Martinus, die eenmaal volwassen een baan aanvaardde bij de gemeentereiniging.

 

In de Borneostraat was kapper Peeperkorn gevestigd etc.Twee kenners van de Indische wijk waren de broers Michael (Chel) Martin en Joop Martin. Joop Martin, postbode en verdienstelijk voetballer bij HBC heeft zijn verhaal destijds aan mij verteld voor weekblad de Heemsteder en gepubliceerd in ‘Nieuwsbrief Oud-Heemstede-Bennebroek’, nummer 6, augustus 198. Hij woonde destijds met zijn echtgenote aan de Voorweg en is14 december 1917 in Heemstede geboren, bijna letterlijk achter de tapkast van het ouderlijk café op de hoek van de Raadhuisstraat en Camplaan. Michael, genoemd Chel, Martin heeft vanuit de Haemstedelaan zijn herinneringen op papier gezet, aanwezig in de Heemstede-collectie van het Noord-Hollands Archief, en die in deze bijdrage voor een klein deel aan de orde komen.

Interieur van het café  N.J.Martin op de hoek van de Kerklaan en de Raadhuisstraat omstreeks 1910. Van links naar rechts; Van der Klashorst, onbekend, zittend met pijp: grootvader Brouwer, de Bruin, mevrouw Martin-Brouwer, N.J.Martin, onbekend en geheel rechts een persoon met bijnaam 'Scheve Dirk'.

Interieur van het café N.J.Martin op de hoek van de Kerklaan en de Raadhuisstraat omstreeks 1910. Van links naar rechts; Van der Klashorst, onbekend, zittend met pijp: grootvader Brouwer, de Bruin, mevrouw Martin-Brouwer, N.J.Martin, onbekend en geheel rechts een persoon met bijnaam ‘Scheve Dirk’.

De voorouders van beide broers (van voorvaders kant) kwamen uit Zuid-Limburg en verder terug in de geschiedenis komen we voorzaten tegen als glasblazers in Frankrijk. Van moeders zijde , het geslacht Brouwer, woonde men sinds onheuglijke tijden in Heemstede. Tussen 1909 en 1925 zijn acht kinderen op de wereld gebracht, vier jongens en vier meisjes. Vader werkte bij bakkerij Franken in Haarlem. In de avonduren en op zondag dreef het ouderlijk paar een café, maar dat werd geen succes. “moeder, die van kindsbeen af als gevolg van en ongeluk doof was, deugde niet voor de horeca. Ze liet veel op de lat bijschrijven, betaling bleef uit en de tapperij was op een gegeven moment een schip van bijleg’. In de Indische Buurt was een vereniging waarvoor men een contributie van tien cent per gezin per week betaalde en voor dat maakte men één keer per jaar een busreisje naar een speeltuin en werd voor de kleintjes een feestmiddag op Sinterklaas georganiseerd. De gemeenschapszin in de wijk was groot. Men had wel eens woorden met elkaar, maar vechtpartijen hadden vrijwel nooit plaats. Iedereen kende iedereen en bij problemen stond men klaar om elkaar te helpen. “De vier grote lokale vedetten” zoals Joop Martin ze noemde, die bijna iedere echte Heemsteder kende, waren vrachtrijder Harke de Jong, verder de ‘zingende vuilnisman’ Jan van der Hulst, Piet Kinkhouwers, officieel werkloos maar feitelijk klusjesman bij de rijke lui, ten slotte van wat recenter tijd de altijd vrolijke en dichterlijk zingende Bertus de Graaf achter zijn bakfiets schillen en bij het vuil gezette voorwerpen verzamelde.[bijvoorbeeld: “En daar is Joop Martin, die heeft altijd goede zin”]. Veel mensen hadden en bijnaam.

hulst

Jan van der Hulst, bijgenaamd ‘De zingende vuilnisman’ eind jaren 20 van de vorige eeuw aan het werk op de Binnenweg ter hoogte van de Iepenlaan.

Bertus de Graaf in 1980 met zijn ophaalwagen op de Binnenweg (foto Vincent Martin)

Bertus de Graaf omstreeks 1980 en zijn ophaalwagen op de Binnenweg (foto Vincent Martin)

=====================================================

Drie komieken van plaatselijke naam en faam die bruiloften en partijen opluisterden waren: 1) Co Bos, 2) Jan Westerhoven en 3) Jan Toledo.

Een poserende Jan Toledo, optredende als 'Jan Komiek'

Een poserende Jan Toledo, optredende als ‘Jan Komiek’

Co Bos, van beroep “humorist en muzikant”, woonde een tijd aan het Vaartkantje en was in Heemstede een gevierde komiek. Hij was ook nog conciërge op politiebureau en verzorger van het politie-voetbalelftal en na een paar borreltjes hield hij op verzoek conferences en deed hij typetjes na. Een groot succes was zijn voordracht: “Achter de tram’ en als typetje “het conducteurtje”. Zijn vaste pianist en begeleider was Gerrit Elseneus uit Haarlem. Bos maakte tevens gedichten op bestelling en trad op in de trant van Willy Alfredo…roept u maar! Een jaarlijks terugkerend evenement was zijn optreden in ‘Het Wapen van Heemstede’ als Sinterklaas voor de kinderen van de Indische Buurt. Co Bos is op 30 juni 1968 op 82-jarige leeftijd overleden; zijn enige dochter is in Heemstede blijven wonen. Meest befaamd werd Jan Toledo, die in 1981 op 80-jarige leeftijd overleed. Oudere Heemstedenaren kennen nog het destijds bekende café van Toledo, in welk pand later schoenreparatie Kaptein was gevestigd. Toledo was een geboren en getogen Heemsteder die als clown vele rollen kon spelen en tot in de verre omtrek als gangmaker voor feesten gevraagd werd. Een andere rol was die van drager bij begrafenissen. Het ene moment bracht hij humor, het volgende begeleidde hij in alle ernst de doden naar hun laatste rustplaats. Evenals Jan Westerhoven maakte Jan Toledo als klarinettist deel uit van Harmonie Sint Michaël . In en gedenkuitgave van dat muziekgezelschap lezen we: ‘Jan Komiek was een uitzonderlijk lid. Vlak vóór en na de oorlogsjaren zorgde hij naast een muzikale, ook voor een vrolijke noot! Op vele bruiloften en partijen gaf hij met zijn bandje acte de présence. Wat een moppentapper was die man! Onuitputtelijk die lollige prikken over Mussert, Hitler, Seyss Inquart en de geldsaneerder Piet Lieftinck. De repetities begonnen te laat en de pauzes duurden te lang als hij van de partij was. Zijn echte naam was naam was Jan Toledo, maar als Jan Komiek ging hij door het leven.’ Hij had later een café in Bentveld en verbleef de laatste jaren van zijn leven in het bejaardenhuis Schalkwijde, waar Toledo voor de vrolijke noot zorgde.

westo2

Optreden van het duo Westo (Westerhoven-Toledo) in het Verenigingsgebouw 16 oktober 1927

 

westo

Bericht van een optreden van het duo Westo (Westerhoven-Toledo) in de Eerste Heemsteedsche Courant van 12 april 1929

Met Jan Westerhoven, zoon van de in 1945 overleden badmeester Klaas Westerhoven heeft Jan Toledo jarenlang het duo “Westo” gevormd. Van beroep was Westerhoven banketbakker en ten slotte hotelier te Santpoort, in welke plaats hij ook voorzitter was van de Harddraverijvereniging. Jan Toledo trouwde met Bep, een zuster van Jan Westerhoven, zodat ze behalve komieken ook nog zwagers waren. Op zo’n avond (en soms nacht) verdiende men samen een tientje, maar dat was in de vooroorlogse jaren een heel bedrag.

westerhoven

Aankondiging van optreden van Jan Westerhoven uit het Weekblad Heemttede van 28 februari 1958

In 1958 trad Westerhoven op in het KRO-radioprogramma “Cascade” als “de zingende ober”. Eén van zijn glansrollen was die van “Paljas” en als zodanig is hij in 1971 op 68-jarige leeftijd gestorven.

Komiek Jan Vastenhoven in zijn rol als paljas

Komiek Jan Vastenhoven in zijn rol als Paljas

===================================================

bankastraat

De in 1926 gebouwde arbeidershuizen – later vervangen door nieuwbouw – zwaren ontworpen door de bekende architect Jan Gratama van de ‘Amsterdamse School’ (NHA)

Bankastraat1.jpg

Omdat de Bankastraat aan het eind van het riool lag kwam het vroeger voor dat na een wolkbreuk de afvoer verstopt raakte. Bovenstaande foto waarop de weg blank staat is op een zomerdag van 1939 gemaakt. Links staat de ijskar van Blokker, destijds een begrip in de Indische Buurt.

 

Van de Camplaan verhuisde de familie Martin naar de Glip en in 1924 nogmaals, toen naar de Indische Buurt, een echte volkswijk, waar het gezin zich vestigde op het adres Sumatrastraat 17. Michael: ‘Dat was een hele verbetering, maar voor uiteindelijk tien personen een klein huis waar elke vierkante meter optimaal benut werd. De huur bedroeg vier gulden en tien cent. Luxe hadden we niet, maar voor het allernoodzakelijkste was weinig ruimte al voldoende. Als je op zondag aparte kleren had dan was je een spekkoper. Het was geen uitzondering dat op zaterdagavond de boel schoon gewassen werd, om er op zondag schoon uit te zien. Veel tijd sleet je op straat. Je was er vrij, niet gehinderd door auto’s. je kon er voetballen en nog zoveel andere dingen. De politie speelde het spel mee. Een agent kwam op een motor met zijspan aanracen, pakte de bal af en legde die op het zijspan. Eén van de jongens pakte de bal terug, trots als een aap, niet vermoedend dat dat ook de bedoeling was. De leerplicht gold, ook voor mij, en zo kwam ik bij de Broeders op de Molenwerfslaan terecht. Daar kwam je ook in contact met jongens uit de arbeidersklasse naast kinderen uit de duurdere wijken, zoals de Dreef en omgeving, die het financieel beter hadden.

Zes vrienden uit de Indische wijk omstreeks 1927 gefotografeerd in de Haarlemmerhout. Van links naar rechts: Jan Luiten, Wim Vos (voetballer later bij RCH), Nico Bank, Joop Luiten, Joop Martin en Niek Martin

Zes vrienden uit de Indische wijk omstreeks 1927 gefotografeerd in de Haarlemmerhout. Van links naar rechts: Jan Luiten, Wim Vos (voetballer later bij RCH), Nico Bank, Joop Luiten, Joop Martin en Niek Martin

Uiterlijk zag je dat zelfs aan de kleding, maar ook aan hun gezicht en handen, die er frisser uitzagen. Zij hadden een douche of badkuip. Wij gingen eenmaal in de week in de teil, later naar het Badhuis in de Postlaan. Op de school kregen zij ook meer aandacht van de Broeders. Begrijpelijk want zij leerden door, terwijl wij zo snel mogelijk aan het werk moesten. Bevriend met jongens uit de rijkeluismilieus was je alleen onder schooltijd. Zo gauw de bel klonk speelde men weer met zijn eigen soortgenoten. ’s Winters werd de speelplaats onder water gezet en zorgde de vorst voor een prachtige ijsbaan. Vooral de Broeders genoten ervan. Die waren overigens niet altijd gemakkelijk. Er heerste een strakke discipline, die ook wel nodig was. De zesde en zevende klas zaten bij elkaar. Een aantal namen kan ik me nog herinneren, zoals Friedus Snoeks, Ton van den Berg, Jilles Luiten, Piet Stijnman, Nelis Pijpers, Jan Meeuwenoord, Siem van der Pluijm, Chris van Bakel, Jan Vastenhoven, Piet Leuven, Hein en Hennie Lammers, Wout de Reus, Klaas Schintz, Fons Loogman, Van der zijden, Wim Turkenburg en Piet Hulsebosch, nu Broeder in Panama.’ Volgens Joop Martin was voor de oorlog sprake van een duidelijke scheiding tussen de rijken en de armen. De eerstgenoemde categorie liep op schoenen, de tweede op klompen. Voor de betere stand was het ‘mevrouw’, van de buitenplaatsen ook ‘freule’, terwijl de echtgenote van een dagloner ; juffrouw’ werd genoemd, maar daar lagen we niet wakker van’. Ook op kerkelijk gebied was er een scheiding tussen Katholieken en Protestanten. De kinderen zaten op afzonderlijke scholen en gemengde huwelijken waren geen regel, maar uitzondering. Men werd dan met de hand nagewezen en trouwde niet in de kerk. Het was in die tijd een ongeschreven wet dat een katholieke baas een knecht met hetzelfde geloof in dienst nam. ‘Als je geen geld had, maar je moest toch gekleed gaan, dan bestond de mogelijkheid een lening te sluiten bij Van Volen. Je kreeg geen geld in handen maar zegels waarop de waarde stond: een kwartje, een gulden enz. De aflossing was strikt geregeld. Begrijpelijk kon je alleen bij bepaalde zaken terecht.’ Het katholieke onderwijs stond onder leiding van de Broeders der Christelijke Scholen van de la Salle en de meisjes van de zusters Franciscanessen. Men haalde allerlei kattenkwaad uit, zoals het verruilen van klompen in de gang en straf bestond uit het overschrijven van regels of een pak slaag. De leerkrachten hadden de niet simpele taak de kinderen wat bij te brengen, in een tijd dat de toekomstperspectieven allesbehalve rooskleurig waren. De meesten waren voorbestemd loopjongen te jaren, althans de eerste jaren. Joop Martin die geen studiehoofd was begon zijn loopbaan op 13-jarige leeftijd door ‘zwart’ te werken bij vrachtvervoerder Harke de Jong. Hij moest stenen sjouwen met een gummiband om rug en handen. Kinderen droegen 5 en volwassenen 13 bouwstenen per keer, die uit het schip in de haven naar d wagen dienden te worden gedragen. Harke de Jong had toen twee door paarden getrokken wagens in bedrijf. Als de ene vol was reed De Jong naar de plaats van bestemming en kon de andere worden volgeladen. De werktijden waren va acht uur tot half zes en op zondag vrij. Het jeugdloon bedroeg 1 gulden per dag. Een verzamelplaats waar de buurtbewoners bij elkaar kwamen was op de hoek van de Molenwerfslaan vlakbij de van oorsprong Belgische kapper A.R.de Mijttenaere. Daar zijn heel wat roddels uitgewisseld onder het genot van pijp en pruimtabak; sigaren waren voor de gewone man onbetaalbaar. Op het open terrein naast de Sint Aloysiusschool was voetbal vrijwel de enige ontspanning. Opmerkelijk is dat de Indische Buurt zoveel voetballers heeft voortgebracht, van wie Johan Neeskens, oorspronkelijk uit de Bankastraat, later Eikenlaan, het meest bekend en in letterlijke zin doeltreffend is geworden. In de zwemvijver van Groenendaal aan de Glipperdreef kon men voor 10 cent zwemmen voor het gehele jaar. Volwassenen betaalden een kwartje en op woensdag was het gratis. Met een jaarkaart kon men gebruik naken van de omkleedhokjes, de ‘armen’ deden dat in het zogenaamde ‘schapenhok’ (voor maximaal 40 personen). Het huren van een zwarte zwembroek kostte 5 cent. De Ringvaart was kosteloos en in die tijd net zo schoon als de zwemvijver. ‘Bij heet weer nam men een duik in het vaartje bij de jachthaven. Er werd dan naakte gezwommen en de kleren langs de kant gelegd. Politieman A. IJtsma – die vaak achter de kinderen aan zat in tegenstelling tot zijn collega S.Salomons – zag dat met lede ogen aan en nam op zekere dag de kleren mee naar het bureau. Het gevolg was dat men zich zwemmend richting politiebureau begaf om de kleren na een vermaning terug te krijgen.

turkenburg

In de Indische wijk is nog altijd de Heemsteedsche Hout- en Triplexhandel W.A.Turkenburg & Zn. (anno 1925) gevestigd in de Lombokstraat, tegenover de Sumatrastraat. Turkenburg Senior liet huizen bouwen in de Sumatrastraat en bewoonde zelf het eerste opgeleverde pand.

 

Slagerij Van Sluisdam

Na een jaar bij vrachtvervoerder Harke de Jong gewerkt te hebben kwam Joop Martin op 14-jarige leeftijd als leerling-slager in dienst van slagerij Van Sluisdam, Lombokstraat 21. Verdiensten ƒ 1,- en de volgende emolumenten; op woensdag een bal gehakt en op zaterdag een ossenlapje, een stuk vet en een rookworst. Met Janus de Bakker hield Van Sluisdam tien varkens op de Krocht – de plaats waar nu de HBC-terreinen liggen. Martin verzorgde deze en als ze vetgemest waren en voor de slacht verkocht ontving hij hiervoor niet minder dan 10 gulden. Na Van Sluisdam ging Joop Martin werken bij Van Amerongen in de Raadhuisstraat en vervolgens bij Van der Schoot, naast het vroegere politiebureau, later Stroet, nu slagerij-traiteur De Wit. Werkweken van 60 uur waren gewoon en aan het eind van de week bedroegen de verdiensten ƒ 14,-. Het vee voor de slacht werd voor de deur afgeleverd. De grote klapdeuren der veewagens kwamen tot midden op de rijweg, maar geen autotoeter verstoorde destijds dit dorpse tafereel. Vlees werd, zoals bijna alles in die tijd, voornamelijk thuis bezorgd. Een pond biefstuk kostte voor een Heemstedenaar ƒ 1,- , maar voor ‘rijke lui’ in Aerdenhout rekende men steevast 10 cent meer. Alles was daar een dubbeltje duurder. Martin herinnert zich dat voor de oorlog in Aerdenhout en in de dure buurten van Heemstede bijna uitsluitend Duitse dienstmeisjes werkten. Bij een geboorte was het usance dat de slagerij de ouders een half pond gratis biefstuk aanbood. M.J.Enschedé van de buitenplaats’ Ipenrode’ had de goede gewoonte aan het eind van het jaar de bezorger met een vorstelijke fooi van een tientje te belonen. Zoets blijft je levenslang bij. Lucie Hille distribueerde bonnen voor goedkope margarine, blikken vlees (hachee), kolen e.d. Zij was gevestigd nabij het politiebureau en besliste wanneer de allerarmsten in Heemstede in aanmerking kwamen voor versterkende middelen.

Thea van Sluisdam bij de slagerij

Omstreeks 1939 gemakte foto vóór slagerij Van Sluisdam in de Lombokstraat. In de bokkenwagen van Bert Brinkmann uit de Borneostraat zien we de ongeveer 5jarige Annelies van Sluisdam. Beiden zijn in Heemstede blijven wonen.

=====================

Intermezzo: in 1994 werd in door mevrouw Annelies van Sluisdam (vroeger Lombokstraat) in haar tegenwoordige huis in Heemstede uitgenodigd, waarbij met enkele andere aanwezige bewoners uit de Indische Buurt, te weten mw. S.F.Goemans-van Norden (vroeger Borneostraat), mw.J.Dhane-Vester (destijds Lombokstraat) en mw. C.Remmerswaal (die in de Drieherenlaan woonde)  herinneringen aan het verleden zijn opgehaald.

balistraat

Bovenstaande foto dateert uit omstreeks 1937/1938. Derde van links is Ciska Swinkels die in Heemstede is blijven wonen. Helemaal links in matrozenpakje is vermoedelijk Toon Driessen.  Talrijke écht Heemsteedse families woonden in de jaren dertig van de vorige eeuw in deze straat, zoals Bank, Booms, Van Looy, Kulk, Stijnman, Weijrers, Kolk, Driessen, Van Bakel, Eveleens, Kuvener, Loerakker, Rusman en van Deursen.

W.A.Turkenburg liet huizen bouwen in de Sumatrastraat en bewoonde zelf het eerste opgeleverde pand. De bedoeling was de woningen te verkopen, maar dat lukte niet altijd en deze werden dan verhuurd. Het kwam in de crisistijd regelmatig voor dat het moeilijk was de huur te innen. Er woonden vroeger veel grote (katholieke) gezinnen in deze wijk van vaak acht of meer kinderen. Mevrouw An Vester weet dat haar vader ƒ 33,-  per week verdiende. Hiervan moesten 13 kinderen gevoed en gekleed worden, wat haast ongelooflijk lijkt. Uiteraard hadden de kinderen uit de rijke buurten rond de Heemsteedse Dreef veel meer te verteren. Straatvoetbal was erg populair evenals allerlei straatspelletjes. Eens per jaar maakte men als lid van de ‘Indische Vereniging’ een uitstapje naar de grote speeltuin ‘Oud-Valkeveen’ onder Naarden [speeltuin de Linnaeushof bestond toen nog niet]. Het Sinterklaasfeest werd gevierd in ‘Het Wapen van Heemstede’.  Veel kinderen uit deze wijk gingen naar het Groenendaalse bos, maar niet naar de speeltuin want dat kostte geld. Soms betaalde iemand anders en kon men toch naar binnen. Iedereen is het er over eens, dat een arme maar over het geheel genomen een zalige tijd was. Bij de bekende sociaal werkster Lucie Hillen kon men gratis boter halen. In de buurt was de afstand tot de plaatselijke bestuurders groot. Burgemeester en wethouders lieten zich hier weinig of niet zien. Wèl dr. Droog, die eerst huisarts was en vervolgens als wethouder veel voor de rooms-katholieke arbeiders heeft gedaan op de terreinen van woningbouw, volksgezondheid e.d. Populaire dokters waren ook Laeijendecker, Van Luin en Van der Gugten. Vrachtrijder Harke de Jong (uit de Lombokstraat) kende iedereen. Legendarisch is het verhaal dat zijn paard bij elk café  stopte. Dee politie fietste door de wijk met de sabel op het stuur. Er was een goed contact tussen agenten en buurtbewoners. Als kind had je een heilig ontzag voor de geuniformeerde macht. Freule Van der Goes, die in huize ‘Kerkzicht’ op de hoek van het Wilhelminaplein woonde, deed veel charitatief werk (1). Dat gold ook voor mevrouw Chabot, tot 1949 bewoonster van het intussen gesloopte huis ‘Anno Sancto’ aan de Achterweg, dat nog enige tijd als parochiehuis van de r.k.kerk O.L.V.Hemelvaart gefungeerd heeft. De jongensschool ging een kwartier eerder uit dan de daarnaast gelegen meisjesschool. Dat de Broeders wel eens een tik of een klap uitdeelden was in die tijd niet ongewoon; de Zusters konden soms geniepig of gemeen zijn. Over het algemeen gaf men goed onderwijs. De kinderen uit de betere buurten kregen daarbij meer aandacht, want zij moesten van hun ouders doorleren. In de Aloysiusschool was er in de hoogste klas een splitsing tussen de ‘gewone’ leerlingen uit de Indische Buurt en de kinderen die voorbereid werden voor het voortgezet onderwijs.

(1) Aan freule van der Goes is een afzonderlijke bijdrage gewijd op de site ilibrariana.

======================================================================

Op 31 augustus hadden jaarlijks feesten plaats bij gelegenheid van Koninginnedag in het wandelbos of op het RCH-terrein, zoals veldloop om de Belvedère, hardlopen met hindernissen en populair was het zogeheten kat-knuppelen, waarbij men net zo lang met een houten knots gooide totdat de houten kat uit de stuk geworpen ton te voorschijn kwam.

Iedere avond was ijscoman Blokker present in de Indische Buurt. Een puntje kostte 1 cent en een bakje 3 cent. Dan had hij nog ijs van 5 cent, maar dat voor de gewone man niet te betalen. Op het adres Sumatrastraat 25 woonde Botbijl met een snoepzaak, de enige in de wijk. Hij had een groot blad met daarop kauwgomballen, zoethout, lollies, toverballen, laurierdrop enz., allemaal 1 cent kostend. De winkel was open van maandag tot zaterdag en op zondag kon men achterom in de keuken terecht. ‘Het was allemaal centjeswerk!’, aldus Martin.

pipo

Bezoek van de destijds populaire Pipo de Clown bij gelegenheid van een buurtfeest in de Borneostraat in 1967. In het huis op  de achtergrond woonde kapper N.Peperkoorn. Pipo’s echtgenote in de televisieserie Mamaloe woonde als Christel Adelaar een groot deel van haar leven in Heemstede.

De kerken zaten vol op zondag. Door een toeval is Joop Martin bij de posterijen terecht gekomen, en leerde in die functie veel mensen kennen. Hij speelde lang bij Heemstede Berkenrode Combinatie aan de Herenweg achter het Verenigingsgebouw, waar in de oorlogsjaren op last van de Duitsers een bunker is gebouwd. H.B.C. verhuisde als gast naar de terreinen van RCH. Joop Martin speelde toen met Henk van Rooden (bijgenaamd: Moos), die bij de Post werkte met Jan Vermeer als voorman. De PTT was nog gevestigd in het houten noodgebouw, Binnenweg 162. Martin werd in Haarlem gekeurd en kreeg tot zijn eigen verrassing een baan als postbesteller in Heemstede waar hij later promotie maakte en uiteindelijk tot 1973 ongeveer 32 jaar met plezier heeft gewerkt. Vooral in de begintijd was de postbode nog bij iedereen bekend. Zijn grote hobby was de voetballerij. Ruim 45 jaar fungeerde hij als speler of trainer bij meer dan tien voetbalverenigingen in de regio, het laatst bij ‘Geel-Wit’(zaalvoetbal) in Haarlem.

Joop Martin als H.B.C'er

Joop Martin als H.B.C’er

Joop Martin (bijgenaamd Houtje) speelde in 1952 in het eerste elftal van HBC, evenals zijn oudere broer A.H.Martin, die al in 1929 in het eerste elftal speelde, aan welke club Godfried Bomans in zijn ‘Berkenrode-herinneringen’ schreef.

martinjoophbc

Heemstede Berkenrode Combinatie (HBC) is in 1917 ontstaan uit een fusie van de voetbalverenigingen HVV Heemstede (1902 en Berkenrode (1912). Méér dan voetbal alaeen omvat het van oorsprong katholieke HBC ook andere sporten zoals gymnastiek, tennis  en badminton. Het is de grootste sportvereniging van Heemstede. Op bovenstaande foto het eerste elftal uit de jaren ’50. Voorste rij v.l.n.r.: Theo Veen, JOOP MARTIN, Theo Grijmans, Ben Goossens. Daarachter: Warmerdam (scheidsrechter), Henk Kors, Jaap Duivenvoorden, Sien de Reus, Ton Hilhorst, Jan van Bakel, Van den Berg. Daarachter: Tol en Adrie Bontje.

Joop Martin was gedurende zes jaar speler-coach bij het Heemsteedse politie-elftal, waaraan hij zijn huis aan de Voorweg te danken had. Erevoorzitter was burgemeester Ridder van Rappard. Tijdens een diner in Groenendaal zou Van Rappard gezegd hebben: “Het toch maar fantastisch dat u als kleine club kampioen bent geworden”, waarop Martin had geantwoord: ‘Ja burgemeester, maar ik zit nog altijd op een bovenhuis’, waarop de burgemeester repliceerde: ‘Morgen kom je bij mij op het spreekuur, dan bespreken we dat nader.’ De volgende ochtend ging hij naar het raadhuis, waar de bode hem al opwachtte. De burgemeester nam vervolgens telefonisch contact op met de heer Kroese, toenmalig ambtenaar belast met woningtoewijzing. Het resultaat was dat Martin ondanks een grote wachtlijst kon kiezen uit enkele beschikbare huurhuizen. De keuze was niet moeilijk: Voorweg 37, vlakbij wandelbos Groenendaal, de kerk en de sportvelden.

Bij de Broeders op de St. Aloysiusschool

De St. Aloysisschool (nu Valkenburgerschool geheten) aan de Molenwerslaan

De St. Aloysiusschool (nu Valkenburgerschool geheten) aan de Molenwerfslaan

De heer Michael Martin vervolgt zijn jeugdherinneringen aan de Sumatrastaat en de Indische Buurt. ‘Ik zat op de Aloysiusshool bij de Broeders. Op de speelplaats mocht je voetballen met een balletje niet veel groter dan een tennisbal. Het was de enige kans om de Broeders tegen de benen te schoppen, als die bal onder de toga terecht kwam. Bij de eerste bel moest je stilstaan, bij de tweede bel naar de rij lopen en ten slotte ging men rij voor rij naar binnen. Als gymnastiekleraar hadden we Pietje Wagemans, die een zeer gevarieerd programma had van apenkooien en nog eens apenkooien. De Augustinus meisjesschool was met een hoog hek van ons gescheiden. Als we op de bank gingen zitten kon we hen zien. Twee meisjes vielen op: Stekkie de Leeuw, mar de knapste vonden we toch Betsy Bijvoet. De Broeders deelden ons wel eens een klap uit, ofschoon dat geen gewoonte was. Later besef je pas goed, wat de Broeders gepresteerd hadden. Ze kwamen voor problemen te staan waar toen eigenlijk geen oplossing voor was. Neem nu Piet Schabbing, die opviel als spijbelaar. Zijn moeder moest werken om het gezin het meest noodzakelijke te kunnen heven. Piet had nog twee kleine zusjes waar hij op moest passen. Helaas is Piet jong overleden. Op zijn sterfbed vroeg hij een armbandhorloge voor zijn aanstaande verjaardag. Zijn moeder kocht het toch, ook al was het bij wijze van spreken een rib uit haar lijf. Zo was moeder Schabbing, uiterlijk onverschillig, botsend tegen de gangbare regels, maar van binnen een blanke pit. Wim Turkenburg was anders dan de andere jongens, maar werd toch volledig geaccepteerd. Ook hij is jong gestorven. Zelf heb ik twee werken bij slager Vedder gewerkt, wegens ziekte van een knecht. Het was hartje winter en lag een dik pak sneeuw. Met een grote transportfiets kwam ik ploeterend bij de klant aan. Na mijn aanbellen ging het bovenraampje van de voordeur open en kreeg ik het verwijt: ‘Wat ben je laat’ . Dat had die mevrouw niet moeten zeggen en ik kwakte het vlees midden in haar gezicht. Toen durfde ik niet meer naar de winkel terug. Na een uur trok ik de stoute schoenen aan en meldde me bij slager Vedder. Tot mijn grote verbazing zei die slechts|: ‘Jij wordt een hele goeie!’. Slager wilde ik echter niet meer worden.

aloysiusschool

De St.Aloysiusschool 6e klas aan de Molenwerfslaan Heemstede in 1938. onder leiding van Broeder Willibrordus Ottenhof. De volgende namen konden worden achterhaald: 1. Piet Hulsebosch, 2. Ben Rikkers, 3. onbekend, 4. Jaap Olijershoek, 5. onbekend, 6. Jaap Roest, 7. Piet Leuven, 8. Piet Pieren, 9. onbekend, 10. Wim Turkenburg, 11. CHEL MARTIN, 12. Friedus Snoeks, 13. Wim Stijnman, 14. Gerard Kieft, 15. Ton van den Berg, 16. Theo Milatz, 17. Joop Mok, 18. Niek Schoenmaker, 19. en 0 onbekend, 21. Hein Lammers, 22. Jan Horeman, 23. Bertus Brinkman, 24. en 25 onbekend, 26. Kees Vester, 27. Piet Stijnman, 28. Nelis Pijpers, 29. Thea Brouwer, 30. H.Kieft, 31. Sjaak Schintz, 33. Rinus Jansen, 34 en 35 onbekend, 36. Wim Visser, 37. Henk Lammers

Op zekere middag kwam de heer Van Staveren met een Broeder de klas binnen. Hij had een bekende melkzaak op de hoek van de Camplaan en de Bosboom Toussaintlaan (later Van der Peet). In de tuin stond een notenboom, waarbij je kon komen door op het dak te klimmen. Niet alleen zijn noten werden gepikt, ook zijn dak had te lijden. De schuldigen waren snel te herkennen, want je handen werden bruingeel van de buitenschil. Toevallig was ik er die keer niet bij, wat bij de Broeder ongeloofwaardig overkwam. Een van mijn beste vakken was godsdienstles, hoewel ik niets van de Catechismus begreep. Het was domweg uit je hoofd leren en als he een woord vergat betekende dat nablijven. In de hoogste klas kreeg je verkeersexamen. Broeder Willibrordus maakte daar veel werk van. Als je slaagde ontving je een speldje in de vorm van een driehoekig verkeersbord met daarin het wapen van Heemstede. Bij nul fouten kreeg je bovendien een doos Droste flikken. In een verpakking waarop verkeersborden stonden afgebeeld. Ik herinner me ook dat het is voorgekomen dat een jongen afkomstig uit het roomse Noord-Brabant, die voor het eerst op de Grote Markt in Haarlem kwam en toen op zijn knieën viel en ging bidden voor het beeld van Laurens Janszoon Coster. We hebben hem toen moeten uitleggen dat het geen heiligenbeeld was.’

chel

Overlijdensbericht van Michael (Chel) Martin, uit Haarlems Dagblad van 9 februari 2005.

N.B. nog volgend o.a. Jan van Looy en mw. Wil de Groot-Boot