‘HEEMSTEDE OP STOOM’; STOOMWERKTUIGEN IN HEEMSTEDE

Tags

, , , ,

Stoomgemaal Cruquius – pompstation Leiduin – stoomwerktuigen op blekerijen Heemstede –  stoomkorenmolen etc. – stoomtrein en stoomtram  

pomphuis

gravure van pomphuis en molentje van Groenendaal

In 1781 is de atmosferische vuurmachine van Groenendaal in werking gesteld om het landgoed Bosbeek permanent van water te voorzien. Het was de tweede stoommachine van ons land en de eerste geheel in Nederland vervaardigd. De werking duurde toe begin 19e eeuw en in 1840 is de stoommachine met gebouwtje afgebroken, maar is het molentje, nadien enkel voor de sier, gelukkig blijven staan. Over de door de Friese ingenieur Rhijnse Lieve Brouwer in Nederland gebouwde stoommachine voor Bosbeek-Groenenendaal heb ik eerder een bijdrage op het internet geplaatst.

Het is opmerkelijk dat het bijna 60 jaar zou duren alvorens wederom een stoommachine in Heemstede werd beproefd, nu op een kleerblekerij en in eerste instantie ook nog zonder effectief resultaat, terwijl de stoommachine van Hope op Bosbeek-Groenendaal onmiddellijk een succes was gebleken.

Stoomgemaal Cruquius

Cruquiusgemaal aan de Ringvaart tussen Haarlemmermeer en Heemstede

In 1641 publiceerde molenmaker en ingenieur Leeghwater een ontwerp om met windwatermolens de enorme plas van het Haarlemmemmeer droog te maken. Evenals een eerder plan werd het vanwege de hoge kosten echter niet gerealiseerd . Intussen eiste ‘de wrede waterwolf’ zijn tol. De ambachtsheerlijkheid Rietwijk en Rietwijkeroord, sinds Adriaan Pauw in het bezit van de Heren van Heemstede, is – zoals eerder Nieuwerkerk – in de 18e eeuw grotendeels weggespoeld. Twee overstromingsrampen in één jaar (1836), waarbij Leiden en Amsterdam werden bedreigd, vormden de aanleiding voor het besluit tot definitieve droogmaking. Vanwege de continuïteit van deze energiebron had het stoomgemaal grotere mogelijkheden dan de windwatermolen en in 1848 en 1849 zijn in totaal drie door Harvey & Co. (Cornwall) gebouwde stoommachines geïnstalleerd grote polder droog te maken: de Leeghwater met 11 pompen, de Cruquius met 8 pompen en Lijnden ook met 8 pompen (elk met ongeveer 350 pk. vermogen). De grootse onderneming – ruim 18.000 hectare droogmaken – is in 39 maanden geslaagd. De Staatscourant van 1 juli 1852 kon in vette letters afdrukken ‘De Meer is droog!’. De kosten hadden toen negen miljoen gulden bedragen. De Cruquius, gelegen aan de samenvloeiing van de Haarlemmermeervaart en het Spaarne op de grens met Heemstede, was genoemd naar de grote 18de eeuwse waterbouwkundige De Kruik, die zijn eenvoudige achternaam niet in overeenstemming achtte met zijn buitengewone intelligentie en derhalve besloot tot verlatinasering. De stoommachine bevindt zich in de ronde machinehal – in een interessant neogotisch en kasteelachtig gebouwtje – met daaromheen acht zuigerpompen, die door middel van balansarmen werden voortbewogen. Het stoomgemaal was van 1849 tot 1933 in gebruik en is daarna wegens elektrificatie van beide andere gemalen buiten berdrijf gesteld. Van de circa 700 stoomgemalen in 1920, waarna veel diesel-elektrische bemaling haar intrede deed, is nog maar een tiental bewaard gebleven. En daarvan is de Cruquius, dankzij de inspanningen van het Koninklijk Instituut van Ingenieurs. Thans wordt het voormalige poldergemaal gerekend tot de monumenten van technische archeologie en is het zoals bekend ingericht als een historisch-waterbouwkundig museum. In dit verband wordt ten slotte nog opgemerkt dat een pionier van de Haarlemmermeerpolder mr.J.P.Amersfoordt, die door vele tegenslagen geplaagd werd, in 1862 al eerste een stoomploeg voor zijn modelboerderij aanschafte.

Historisch interieur Cruquiusgemaal/museum

Pompstation Leiduin

Machinegebouw met schoorsteen en stadpijp van Leiduin

‘Gemeentewaterleidingen’ in Amsterdam, tegenwoordig deel uitmakend van Waternet, ontvangt water uit drie wingebieden, waarvan de rivier-duinwaterleiding ‘Leiduin’ tussen Heemstede en Vogelenzang de oudste is. Hoe men in vroeger tijd aan drinkwater kwam, staat beschreven in het boek ‘Stad- en dorpbeschrijver van Kennemerland’(1796). “door geheel de Heerlijkheid van Heemstede heen, hebben de bewooners putten of pompen van zoet water; niettegenstaande op het dorp zelf vooral, van de steenen daken zorgvuldig regenwater gevangen wordt, want men heeft hetzelve de voorkeur, boven het grondwater, voor het drinken van getrokken coffij en thee.’ Toevallig werd begin juli 1981 zo’n waterput ontdekt op het terrein van de verdwenen buitenplaats ‘Bosch en Hoven’. Stoommachines leverden de drijvende kracht voor een centrale watervoorziening met een buizennet naar duizenden woningen. Tussen 1820 en 1850 kregen de meeste Engelse Engelse steden een waterleidingbedrijf. Amsterdam volgde in 1853 met het pompstation ‘Leiduin’ met een fraaie (vierkante) schoorsteen, naast standpijptoren (bijgenaamd ‘de garenklos’) in 1903 vervangen door een nieuw machinegebouw van waaruit het water met balansstoomachines naar Amsterdam werd verpompt. In 1857 was de Duinwaterleiding Leiduin al in het bezit van drie stoomwerktuigen van elk 70 paardenkracht, met zes ketels. Het bedrijf had toen 17 personen in dienst naast een aantal losse arbeiders. Het aantal werknemers was in 1896 gestegen tot 30 , en in 1918 tot 90. In 1961 is een nieuw pompstation op het terrein van de Amsterdamse Gemeentewaterleidingen in gebruik genomen. Twee jaar later is het oude pompstation met hoge fabrieksschoorsteen en zijn tegen de vlakte gegaan. De twee glanzende stoompompen, die bediend door stokers, hun wielen lieten draaien en stangen lieten zwengelen zijn als oud schroot verkocht, waarmee een stuk romantiek verdween. In de plaats hiervan kwamen elektrische pompen met een voor die tijd hypermoderne schakelapparatuur in nieuwe gebouwen, waarmee de capaciteit sterk kon worden opgevoerd.

Zicht op pompstation Leyduin in Heemstede aan de Leidsevaart. Het eerste waterleiding-pompstation in Nederland. De standpijptoren rechts op de foto heette in de volksmond ‘de garenklos’. In het gebouw is later laboratorium van het bedrijf gevestigd geweest.

Grondlegger en eerste president van de Duinwater-maatschappij in 1853 – grotendeels ontworpen door ir. Christiaan Dirk Vaillant en gefinancierd door Engelsen – was de populaire schrijver en advocaat mr. Jacob van Lennep, in leven nauw verbonden met de buitenplaatsen ‘Manpad’ en ‘Woestduin’. Zijn vader professor David Jacob van Lennep stelden de gronden beschikbaar. Nadat de acte van stichting in 1863 was opgemaakt volgde een tweede belangrijke handeling waarbij plannenmaker C.D. Vaillant de Duinwater-Maatschappij voor een bedrag van ƒ 36.000,- machtigde zijn ideeën uit te voeren.

In de eerste jaren werd vanuit het pompstation Leyduin in Heemstede/Bloemendaal het water met een balans-stoommachine naar Amsterdam verpompt (foto uit 1895)

De machines en pompen zijn geleverd door de Engelse firma ‘The Butterfly Iron Works’. In 1896 is het aandelenkapitaal overgenomen door de stad Amsterdam en sindsdien is de naam ‘Gemeentewaterleidingen’ gehanteerd. Na Denis Papin en James Watt hebben vooral de Britten Hornblower en Woolf de stoommachine verder ontwikkeld. Door het aantal cilinders te vergoten waarin achtereenvolgens expansie optrad, werden aanzienlijk betere resultaten verkregen. De eerste installatie van Leiduin bestond uit Woolfse balans- of expansiemachines van gezamenlijk 145 pk. Per omwenteling van de machine verpompten deze 568 liter water. In 1903 is de oorspronkelijke installatie vervangen door twee verticale triple-expansiemachines met een vermogen van 750 paardenkracht. De stroomverdeling geschiedde door Corliss-schuiven gebouwd door Edward Chester. Bij een toerental van 48 per minuut kon men deze machine 3000 kubieke meter per uur verpompen.

Leiduin4

Pompgebouw Leiduin omstreeks 1900

In 1907 is de allesbehalve in esthetisch opzicht fraaie standpijp gesloopt.

Sloop van de ‘standpijp, bijgenaamd ” de garenklos” in 1907

In 1912 zijn op Leiduin tevens twee diesel-agregaten geplaatst, die dienst deden als de stoommachines wegens revisie buiten gebruik waren. In het begin van de jaren zestig van de vorige eeuw zijn de gigantische stoommachines vervangen door elektrisch aangedreven pompen. Ir.J.Kooijmans, die indertijd ook zitting had in de Heemsteedse gemeenteraad, heeft nog pogingen ondernomen de twee triple-expansie-stoommachines als museumobjecten in stand te houden. Deze zijn echter in 1963 definitief ontmanteld. Behalve gepubliceerde beschrijvingen zijn afbeeldingen bewaard gebleven van deze vanwege hun enorme afmetingen indrukwekkende machines, die haast symbolisch uitdrukken een technisch tijdperk af te sluiten.

Dieselagregraat Leiduin op een foto uit 1912

pompstationleiduintot1961

In 1963 is het pompstation Leiduin afgebroken (uit: een cent per emmer’ door J.A.Groen jr.’)

Stoomblekerijen

De stoomwasserijen kunnen als een logische voortzetting van de vroegere kleerblekerijen worden beschouwd. Vanaf de 17e tot de 19e eeuw hadden Heemstedenaren, Bennebroekers en Bloemendalers hun betrekkelijke welvaart voor een belangrijk deel te danken aan de buitenplaatsen en de blekerijen, als voornaamste tak van nijverheid. Ten tijde van Adriaan Pauw telde Heemstede in 1653 al 12 lijnwaadblerijen en 28 kleerblekerijen en twee eeuwen later was het aantal blekerijen voor de vuile was vrijwel gelijk (1). In Frankrijk is al in 1801 de stoombleek geïntroduceerd; in ons land deed de mechanische wasserij, aangedreven door stoomkracht, bijna veertig jaar later haar intrede. In een verslag met betrekking tot Heemstede over 1840 staat te lezen: ‘Op één derzelve heeft men getracht door middel van een stoomwerktuig te doen uitvoeren. Hetzelve heeft in de uitvoering echter zoovele bezwaren opgeleverd, dat de eigenaar gemeend heeft het genoemde werktuig weder te moeten wegnemen, en zijn werk thans weder op de vroeger gebruikelijke verrigt.’ Mr.J.W.Groesbeek merkt in zijn boek ‘Heemstede in de historie’ naar aanleiding van dit voorval op, dat ondanks falen van dit experiment het van grote voortvarendheid getuigt, dat men de nieuwe mogelijkheden op technisch gebied in praktijk trachtte te brengen. Op 2 juli 1840 kwam bij Gedeputeerde Staten van Noord-Holland een verzoek binnen van Joh. Van Houten Hz. Om een stoomketel te mogen inrichten. ‘teneinde met behulp daarvan de wijze van kleerenbleeken, tot hiertoe bestaan hebbende, meer en meer te volmaken.’ Aanvankelijk maakte de burgemeester van Heemstede bezwaren kenbaar omdat bij gebruik van steenkolen stof en rook de omgeving zouden bevuilen, ook bij een meer brede schoorsteen. Toch zag het bestuur van Heemstede in dat een proef ‘als wenschelijk beschouwd moet worden zij het met zomin mogelijk schade en ongerief van anderen’. Voorgesteld werd in plaats van steenkool turf als brandstof voor het stoomwerktuig aan te wenden. Voorts de schoorsteen regelmatig te reinigen en rekening te houden met de windrichting. Aldus vond goedkeuring plaats op het rekwest van Van Houten om een stoomketel voor zijn blekerij te vergunnen met de aantekening dat steenkolen niet mogen worden gebezigd, tenminste 1 x per maand de schoorsteen moet worden schoongemaakt en dat bij oostelijke wind niet gestookt mag worden en Van Houten aansprakelijk zal worden gesteld bij eventuele aangerichte schade aan de belendende percelen. Bij het niet nakomen van deze voorwaarden zal de verleende concessie worden ingetrokken.

Ten aanzien van de stoomketel is het volgende vermeld: ‘Dezelve is van een Uvormige gedaante voor hoge drukking samengesteld uit gesmeed ijzer beste soort. De plaaten ruim een duim dikte, drie klinknagels in de palm. De diameter der ketel is zeven palmen, de ruimte 1050 N. kanne (?), de veilgheidsklep is gemaakt zoals de wet [vervat in Z.Ms besluit van 26 september 1833 – staatsblad nummer 58] zulks bepaald, de diameter der veiligheidsklep is 4 duimen, de hoogste is belast met 48 ponden, de laagste met 30 ponden. Dezelve is voorzien van 4 waterkranen, welke met pijpen binnen in de ketel hangen, hetzelve is daargesteld om in de kleerbleekerijen te werken, hetzelve heeft reeds anderhalf jaar met goed succes gewerkt. Hoofste werking der drukking 4 atmosfeer. Naam des makers: Adelman, machinemaker te Brussel.

Zoals bekend was de proef vanwege een te lage schoorsteen en opgetreden vervuiling bij de buren niet zodanig succesvol dat het experiment vooralsnog als mislukt moest worden beschouwd.

In 1852 is in de garen-, katoen- en linnenblekerij van J.van Hoof in de gemeente Bloemendaal een stoomwerktuig met een vermogen van 4 paardenkracht aangebracht. In het jaar 1854 telde de gemeente Heemstede 24 kleerblekerijen, die werkgelegenheid boden aan 80 mannen en 179 vrouwen. Het jaarverslag meldt: ‘Het grootste deel van deze arbeidskrachten was “intern” en daarom ook ongehuwd. Vooral Brabant en Limburg leverden veel personeel voor de blekerijen. Na enige jaren verblijf in Heemstede sloten zij daar een huwelijk. Moesten het bedrijf verlaten en vervielen tot armoede. Ruim 16.000 “wassen” werden uit Amsterdam aangevoerd, maar de kwaliteit van het water ging achteruit ten gevolge van de drooglegging van het Haarlemmermeer. Het water uit de Heeren Zandvaart stroomde niet meer door zoals vroeger. Op sommige bedrijven werd reeds machinale waterzuivering toegepast ter besparing van handenarbeid’. In een artikel van Klaartje Schweizer in het blad ‘Alledaagse’ uit 1993 bericht zij met betrekking tot vuurmachines o.a. ‘Tussen 1856 en 1858 worden de eerste stoommachines op blekerijen geplaatst. Twee komen er in Den Haag, een in Utrecht en een bij Thorp in Heemstede aan de Glip, een gebied waar net als in Overveen vanouds veel blekerijen liggen. In 1860 volgt de tweede stoommachine in Heemstede, bij het bedrijf van Breed. Na 1870 [o.a. met Visser e.a. H.K.] vindt de doorbraak van de stoommachine plaats.’

Advertentie in de Opregte Haerlemsche Courant betreffende overname van stoomblekerij ” de Morgenstond van J.Thorp door J.van der Kruys in 1860

In 1857 plaatste de Heemsteedse blekerij van M.Thorp (2) een stoommachine, die een jaar later met redelijk succes in werking werd gesteld. De machine leverde een vermogen van 3 pk (twee minder dan de eerste vuurmachine op Groenendaal. In de begintijd, toen met turf als brandstof gestookt werd, en de schoorsteen nog laag waren, is het meer dan eens voorgekomen dat het wasgoed op de bleekvelden ernstig besmet werd. Op een gegeven moment is toen afgesproken de stoommachine enkel te gebruiken als de windrichting tegengesteld was aan de bleekvelden. Blekerij ‘De Morgenstond’ van M. gevolgd door J.Thorp is in 1860 overgenomen door J.van der Kruys. In 1869 kwam een eind aan deze kleerblekerij op de Glip en had een openbare verkoping plaats.

Openbare veiling en einde van stoomwasserij ” de Morgenstond in 1869

Houten1

Uit: 1791-2016 Wasserij Van Houten 225 jaar.

ketel

Cornwallketel van een vroegere stoomwasserij (Geheugen van Nederland)

 

 

In 1875 beschikten 7 van de 18 Heemsteedse kleerblekerijen over een stoomwerktuig. Acht jaar later werden alle 16 blekerijen door stoom aangedreven, ter vervanging van het paard voor de rosmolen. In 1915 telde Heemstede nog slechts 14 blekerijen. Het vermogen van de stoommachines varieerde van 6 p.k. (bij H.J.M.Peeperkorn) .

Overzicht van stoomwerktuigen van kleerblekerijen aan de Blekersvaart in 1917

stoom6.png

Prentbriefkaart van stoomwasserij Anna, Reinierse aan de Esdoornkade/Blekersvaart, circa 1920

stoom5

Advertentie uit 1940 van Stoomwasch- en Strijkinrichting ’t Raadhuis’, een voortzetting van vm. wasserij Anna van H.J.H.Eeinierse

 

 

Voorts maakte men gebruik van één stoomketel. Alleen Peeperkorn beschikte over twee beschikte over twee van dergelijke ketels.

 

etiketstoomwasserijpeeperkorn

Etiket van n.v. stoom wasch- en strijkinrichting v/h J.Peeperkorn in Heemstede

Van de 12 wasserijen in 1940 waren er intussen 3 blekerijen met naast stoom ook met elektriciteit als beweegkracht uitgerust. De elektromotor verdrong spoedig de stoomketel. Na het vertrek van de firma Beelen naar elders in de provincie bleven in 1981 twee wasserijen in Heemstede over, van der Weiden en Van Houten. Intussen is Newasco-van Houten verhuisd naar het inustrieterrein tussen Cruquisweg en Hageveld. In Bloemendaal en Bennebroek zijn reeds lang geen blekerijen meer. De wasserij van Gehrels uit Bloemendaal verhuisde naar het Openluchtmuseum in Arnhem

stoom1

De voormalige stoomwasscherij van J.Peeperkorn & Zn. aan de Blekersvaartweg

 

 

Interieur machinegebouw van wasserij Peeperkorn

stoom2

Een bewaard tegeltableau als blijvende herinnering aan de vroegere stoomwasscherij van J.Peeperkorn & Zn. (Oog op Heemstede)

Ten slotte: in de 19de eeuw zijn voornamelijk minder hoge schoorstenen, sommige vierkant, gebouwd. De hogere van 20 tot 20 meter dateerden veelal uit de eerste drie decennia van de 20ste eeuw, zoals begin 1900 een 20 meter hoge schoorsteen door steenfabriek Canoy Herfkens uit Tegelen/Venlo voor J.Peeperkorn, in 1911 gevolgd door een schoorsteen van liefst 30 meter hoog en een inwendige diameter van 60 centimeter, gebouwd door de in fabrieksschoorstenen gespecialiseerde firma De Ridder in Den Haag ten behoeve van Stoomwasserij H.J.W.Peeperkorn. De laatste schoorsteenpijp aan de Blekersvaartweg van de firma Newasco Van Houten, 25 meter hoog en gebouwd door De Ridder in 1926 is in juni 1999 gesloopt.

Wasserijbaas  Frans Visser bij stoomketel, circa 1920

houten2.jpg

De laatste blekerijschoorsteen, nog gebruikt tot 1988 is in 1995 gesloopt. Als herinnering bevindt zich nog 1 steen in de archiefcollectie van de Historische Vereniging Heemstede Bennebroek (foto uit: ‘1791-2016 Wasserij Van Houten 225 jaar’

Noten

(1) Begin 1800 telde de omgeving van Haarlem nog een tiental lijnwaad- en garenblekerijen, een eeuw later met uitzondering van Bijvoet verdwenen. Een naamlijst uit 1894 vermeldt: 1) Pieter Bakels, garenblekerij te Overveen, 2) Jan van den Bergh, lijnwaadblekerij genaamd Bosch- en Bleekerij, te Bennebroek, 3) Nicolaas Bijvoet, garenblekerij te Bloemendaal, 4) Jan van Dieren, garenblekerij genaamd “Garenlust’ te Overveen, 5) weduwe Louis Gunst, lijnwaadblekerij op de Glip, genaamd ‘Bleeklust’, 6) weduwe Simon Kluyskens, garenblekerij aan de Jan Gijzenvaart, 7) Hendrik Lis, garenblekerij te Bloemendaal, genaamd ‘Bleeklust’, 8) A.Rusburg weduwe Arend Lits en Zoon, lijnwaadblekerij, genaamd ‘Zorgvrij’, in Santpoort, 9) Johannes de Waal Malefyt, garenblekerij te Overveen, 10) Walraven, Walraven Laurentius, garenblekerij aan de Jan Gijzenvaart.

(2) Over Thorp, zie o.a. het artikel: ‘Een voorbeeld van Engelse immigratie on het 19e eeuwse Haarlem: de familie Thorp [bevat fragmentgenealogie]. In: Gens Nostra, 1979.

stoomwasserij

De vuile was uit Amsterdam ging vanouds naar de kleerblekerijen in Heemstede en Bloemendaal. Vorige eeuw ook naar wasserijen in Nederhorst den Berg en ”s Graveland. Bovenstaande foto toont nog het opschrift van anno 1870 stoomwasscherij, op het adres Zuidereind 28 in ”s Graveland.

 

Stoomkorenmolen etc.

Zicht op stoomkorenmolen van H.Höcker op de Glip in Heemstede

In 1883 is korenmolen ‘de Nagtegaal’, ook bekend als de molen van Höcker, op de Glip die voordien op wind werkte, overgegaan op stoom. De stoomkorenmolen van H.A.Höcker maalde in dat jaar zijn meel met 3 man en 1 meisje als personeel. De gemeentelijke gasfabriek Heemstede heeft van 1908 tot 1929 op stoomkracht gewerkt.

Interieur vans stokerij van gemeentelijke gasfabriek in 1909

Ook verscheidene commerciële bedrijven hebben een aantal jaren met stoom gewerkt, zoals boek- en handelsdrukkerij A.M.C. Schellekens, voortgezet door Van Assema en modelboerderij Bronstee, evenals instellingen als kleinseminarie Hageveld en het instituut voor epilepsiebestrijding Meer en Bosch.

stoomdrukkerij

Stoomdrukkerij van H.van Assema in de Raadhuisstraat Heemstede

Puttten1

Het aannemingsbedrijf annex timmerfabriek van de gebroeders Van den Putten is in 1897 opgericht, was gevestigd aan de Kerklaan en werkend met stoom als energiebron de eerste helft van de vorige eeuw grootste aannemerij

Putten2

Interieurfoto van timmerfabriek Gebroeders van den Putten. Talrijke villa’s, herenhuizen, middenstands- en arbeiderswoningen, winkels e.d. zijn door de annemerij gebouwd, o.a. de meelfabriek van Höcker (1913-1914) en de garage met showroom van Van Lent (1919-1920) in de Raadhuisstraat.

ketelhuis

SDchoosteenpijp en daarnaast gelegen ketelhuis van instituut Meer en Bosch achter de Voorweg in Heemstede

 

Stoomwals van firma ‘De geruischlooze weg’/ P.C.van Zanen 

Eind jaren twintig van de vorige eeuw is de Heemsteedse Dreef aangelegd met stoomwalsen door firma ‘De Geruischloose Weg’, later opgegaan in aannemingsmaatschappij P.C.Zaanen n.v., een grote firma gespecialiseerd in wegenbouw met hoofdkantoor op het adres Lanckhorstlaan 8 in Heemstede.

Asfaltering en (verbreding van de Herenweg in 1928 met een stoomwals van de firma ‘de Geruischlooze weg’ (P.C.Zanen) (Panorama, 1928)

Stoomwalsmachine van firma ” de Geruischlooze weg” waarmee de Heemsteedse Dreef werd geasfalteerd

Overzicht aannememingsbedijf P.C.Zanen met hoofdkantoor destijds aan de Lanckhorstlaan 8 in Heemstede

Historie van stoomvervoer in Heemstede en Bennebroek; stoomvervoer; Bloemendaal sloeg stoomtram over

De stoomtrein, een Engelse uitvinding, kon in 1839 dankzij particulier initiatief worden geïntroduceerd. De eerste spoorweg van de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij was Amsterdam – Haarlem vice versa; drie jaar later uitgebreid tot Leiden met een stopplaats in Vogelenzang. De eerste stoomlocomotieven, zoals de legendarische ‘Arend’, waren van Brits fabricaat, doch de vijfde loc, de ‘Amstel’, was de eerste in Nederland gebouwd. Hoe snel ontwikkelingen zich kunnen voltrekken laten de volgende cijfers zien. In 1939 telde Nederland 870 stoomloc’s, bijna twintig jaar later in 1958, is de stoomlocomotief verdwenen, ten gunste van uitsluitend elektrische (en dieselelektrische) locomotieven, omdat stoom zoveel meer voordelen biedt dan stoom – met als wellicht enige nadeel hey ontbreken van een aureool van romantiek

Haarlem

Opening van de eerste spoorlijn Amsterdam – Haarlem op 20 september 1839 met stoomtram de Arend

 

De stoomtrein Leiden-Haarlem onder Heemstede op een gravure uit 1843

traliebrug.jpg

Stoomtrein op de traliebrug met een trekschuit in de Leidsevaart. Aquarel van W.H.Last uit 1845

cromme

Tekening van J.C.Greive jr. van het zogeheten Cromme lijntje (van Crommelin) bij Delft

 

 

stoomloc.jpg

Stoomlocomotief die in de jaren 80 van de vorige eeuw in gebruik is geweest bij het grondvervoer

 

Stoomtram

Stoomtram in de Haarlemmerhout onder Heemstede, 1907

De stoomtram van de lokaaldienst Haarlem-Heemstede omstreeks 1915 op de wisselplaats aan het Wilhelminaplein in Heemsted.  Rechts de waterpomp ten behoeve van de locomotief

In het interlokale vervoer heeft gedurende de eerste helft van de vorige eeuw de tram een centrale rol gespeeld. De eerste stoomtram deed zijn intrede op het traject Den Haag – Scheveningen op 1 juli 1879. De stoomtram Haarlem – Leiden van de N.Z.H.S.T.M. (Noord-Zuid-Hollandsche Stoom Tramweg Maatschappij- later verkort NZH genoemd) reed van 1881 tot oudejaarsdag 1932 via Heemstede en Bennebroek. Al nel na de opening bleek dat het gekozen railtype te licht was, zodat regelmatig ontsporingen plaatshadden. Daarop is besloten de trambaan opnieuw aan te leggen. De in totaal acht locomotieven heetten naar de gemeenten langs de tramlijn: ‘Heemstede’(in 1924 gesloopt), ‘Bennebroek’(ook in 1924 gesloopt), ‘Haarlem (bestemd voor Spoorwegmuseum, maar in W.O.II verwoest), etc. De tweede klasse-rijtuigen waren van harde houten zittingen voorzien, maar in de eerste klasse-wagons kon men op pluche zitten. In de begintijd waren ontsporingen aan de orde van de dag. Eenmaal hartje winter, liep de stoomtram uit Leiden uit de rails en kwam in de Bennebroekervaart terecht. Omdat de koppeling tussen de machine en de wagons brak kwamen de passagiers met de schrik vrij en de machinist had het geluk er met wat schaafwonden vanaf te komen. De snelheid bedroeg maximaal 20 kilometer, maar Heemstede bepaalde dat in de bebouwde kom hooguit o kilometer mocht worden gereden. Burgemeester jonkheer D.E.van Lennep controleerde persoonlijk met het horloge in de hand en aan beide zijden gesecondeerd door een politieagent of de tram niet te hard reed en moest in 1902 tot zijn spijt constateren dat de machinist van de stoomtram op de Voorweg met een snelheid van 11 kilometer had gereden, drie kilometer sneller dan de voorschriften… De Binnenweg & Raadhuisstraat stoomlocomotieven hadden condensatoren op het dak, zodat er tijdens de rit geen smook over de weg kwam. Bij de eindstations werd stoom afgeblazen. In het gemeentelijk verslag van Heemstede over 1900 wordt met voldoening door burgemeester en secretaris vastgelegd dat de in 1881 in exploitatie gebrachte stoomtram in een grote behoefte voorziet. In mei 1913 kwam de toen in gebruik genomen elektrische tramlijn van de gemeente Schoten [in 1927 bij Haarlem geannexeerd] naar de Dreef in de Haarlemmerhout.

DEe stoomram begin 1900 ter hoogte van de IJzeren Brug in Heemstede. Loc 6 van Hohenzollern had als naam ” Sassenheim” De dames links zijn geïdentificeerd als mevrouw A.Verbruggen en mevrouw C.Huijg-Steenvoorden. De man met bolhoed, tas en paraplu zou wasbaas en gemeentebestuurder Hendrik Peeperkorn zijn.

De stoomtram op de Glip ter hoogte van de Sportparklaan. De stoomtram was het beginpint naar Leiden en electrische tram het eindpunt van Haarlem naar Heemstede. Pas op 31 december 1932 is electrificatie vn de lijn Haarlem-Heemstede-Leiden voltooid.

In 1917 vond de eerste ‘elektrische’ rit plaats van Schoten (Soendapein) via Haarlem naar Heemstede, van de Fonteinlaan, Zuiderhoutlaan, Bronsteeweg, Binnenweg, Raadhuisstraat naar de halte Camplaan. Met de ingebruikname van een elektrische tram vanuit het Haarlemse station is het beginpunt van de stoomtram verlegd naar het begin van de Glipperweg. Op 1 augustus 1922 is een nieuw traject aangelegd ten zuiden van de Raadhuisstraat via Valkenburgerlaan en Valkenburgerplein naar de Glipperdreef, even ten noorden van de Van Merlenbrug tegenover de Sportparklaan waar ook de ingekorte stoomtramlijn vanuit Leiden haar nieuwe eindpunt werd, bekend onder de naam ‘Sportpark Heemstede (Groenendaal)’. Tot 1932, toen het gehele baanvak geëlektrificeerd werd, was op dit punt een overstapplaats van de elektrische op de stoomtram naar Leiden. 1 november 1948 is de elektrische tramlijn Haarlem-Heemstede vervangen door een autobuslijn. Aan de stoomtram zijn hoofdstukken gewijd in de boeken ‘Verkeer in en om Heemstede en Bennebroek’ van ir. B.W.Colenbrander en in ‘Binnenweg & Raadhuisstraat’, hoofdstuk ‘De tram in Heemstede’ door Ad van Kamp.

De stoomtram in 1932 toen de nieuwe van Merlenbrug over de van Merlenvaart werd aangelegd.

De gemeente Bloemendaal sloeg het stoomtijdperk over, althans wat de tram betreft. Weliswaar had Bloemendaal de primeur van het openbaar in deze omgeving. Immers, al in 1873 startte de ondernemende logement- en stalhouder Mattheus Maas met een omnibusdienst tot vervoer van personen en goederen via Overveen naar het station in Haarlem en terug. De ‘Haarlemsche Tramwegmaatschappij’ heeft in 1878 en 1879 door middel van vele onderhandelingen en gewisselde schrifturen’ getracht ook in Bloemendaal concessie te verkrijgen voor de aanleg van een stoomtram-lijn, doch de gemeenteraad wilde niet verder gaan dan het verstrekken van een vergunning voor een paardentram, waarin op haar beurt de Tramwegmaatschappij weinig heil zag. In 1899 vond overigens opening plaats van de eerste ‘elektrische tramlijn Haarlem – Zandvoort via Aerdenhout en één jaar later volgde al de elektrische lijn naar Boemendaal. Vermeldenswaard in dit kader is nog dat de Haarlemse stoombootrederijen Bus en Karsjens, gevestigd aan het Spaarne, vele jaren van Haarlem naar Leiden voeren via Ringvaart en Kagermeer, met onder meer een aanlegplaats in Heemstede. Ook de ontwiekte ‘molen van Höcker’ aan de Heemsteedse Glip was een aantal jaren van stoomtractie voorzien. Deze in 1760 gebouwde korenmolen ‘De nachtegaal’ van het type stellingmolen werd gedurende 120 jaar door duurzame windkracht aangedreven. Omdat de wind voor het bedrijf te wisselvallig was geworden is sinds 1883 sprake van de ‘stoomkorenmolen van Höcker’, na 1914 is met elektriciteit gewerkt.

Ten slotte: op Mariënduin (Bloemendaal) in de Amsterdamse waterleidingduinen is nog enige tijd met een stoomgemaal (later diesel) gewerkt om het water in de Oranjekom te doen terechtkomen. Ten behoeve van de watervoorziening zijn in 1899 kleine stoomgemalen gebouwd voor Groot en Klein Bentveld. Ook het gemeentelijk gas-, duinwater- en elektriciteitsbedrijf in Heemstede heeft lange tijd stoomkracht gebruikt. In de voormalige stoomgarenfabriek van Bispinck in Bloemendaal was voorts gedurende korte tijd de ENEM (later PEN) centrale gevestigd, waar twee De Laval-stoomturbines functioneerden. Het indertijd alom bekende zuivelbedrijf van modelboerderij ‘Bronstee’; evenals andere fabrieken zouden nog genoemd kunnen worden. Rond de vorige eeuwwisseling was het beschikken over een stoommachine (en stoomketel) om de benodigde energie te leveren een signaal van dynamische vooruitgang, wat ook vaak in de naamgeving tot uitdrukking kwam, bijvoorbeeld: ‘Eerste Haarlemsche Stoomwasserij’ en ‘Stoomwasscherij Peeperkorn’.

Stoommuseum en Stoomtram in Noord-Holland (Medemblik)

Gedurende 1,5 twee eeuwen is de stoommachine één van de belangrijkste ‘drijvende krachten’ geweest bij de industriële productie en het verkeer. In de geschiedenis van ons land heeft zijn als zodanig een hoofdrol gespeeld, terwijl Nederland na Engeland als bakermat, een plaats heeft ingenomen in de ontwikkelingsgeschiedenis van de stoommachine. Al in 1775 werd in Rotterdam een stoommachine met pomp geïnstalleerd voor de beheersing van het peil van het stadswater: het eerste van de vele Nederlandse stoomgemalen. In 1827 is de eerste werkelijke ‘stoomreis heen en terug’ over de Atlantische oceaan genaakt door een stoomschip onder Nederlandse vlag. Kort daarna construeerde Gerard Maurits Röntgen, eerste directeur van de Nederlandse Stoomboot Maatschappij, in Rotterdam de eerste compound stoommachines met 2 cilinders. Intussen zijn in ons land bij de industrie, bemaling en ten behoeve van het verkeer alle stoommachines vervangen door andere krachtwerktuigen. In het Nederlandse transportwezen wordt stoomkracht nog uitsluitend “museaal” gebruikt.

Vooromslag van Nederlands stoommachinemuseum in Medemblik

Interieurfoto van stoommachinemuseum Medemblik

In Medemblik bevindt zich het Nederlands Stoommachinemuseum. Het is gevestigd in het voormalige stoomgemaal Vier Noorder Koggen en werkt na 150 jaar nog altijd. De collectie van het museum omvat intussen meer dan 20 exemplaren, waarbij alle hoofdtypen zijn vertegenwoordigd. De authentieke pomp van het gemaal wordt incidenteel bij speciale gelegenheden in werking gesteld. Daarnaast bestaat de Stichting Museumstoomtram Hoorn-Medemblik, (SHM) de grootste in haar soort in Nederland met een tiental locomotieven en een uitgebreide en goed uitgeruste werkplaats. Daarmee kan Medemblik met recht de titel van “Stoomstad” dragen om in geschiedkundig oogpunt nog een reden. In de jaren 40 van de 19de eeuw was Medemblik de thuishaven van de ‘Laurens Koster’ , het eerste opleidingsschip waar praktisch onderricht werd gegeven in het bedienen van stoommachines aan de adelborsten van het Koninklijk Instituut voor de marine.

Ten slotte: het Mechanische Erfgoed Centrum te Dronten beschikt ook over een aantal stoommachines, zoals stoomwalsen, stoomkraan en stoommotoren.

Selectieve literatuuropgave stoommachines Heemstede en omgeving

A.Vuurmachine Groenendaal, zie internetbijdrage: Eerste in Nederland gebouwde stoommachine stond in Groenendaal.

dwarsdoorsnede

Dwarsdoorsnede uit 1781 van door Rhijnse Lieve Brouwer gebouwde ‘vuurmachine’ voor John Hope’s buitenverblijf Groenendaal in Heemstede

 

B.Stoomgemaal ‘De Cruquius’:

Dwarsdoorsnede Cruquiusgemaal

-Cool,W.De Cruquius gered? In: De Ingenieur, 1933 (48), p.185-187.

-Dijxhoorn, J.C. De werktuigen van het stoomgemaal ‘Cruquius’ van de Haarlemmermeer. In: De Ingenieur; werktuig- en scheepsbouw 5. 1933 (48), p.71-78.

-Fuchs,J.M. en W.J.Simons. Shell journaal van monumenten van bedrijf en techniek. Rotterdam, Shell Nederland b.v., 1976, o.a. p.14-18.

-Genders, Ch. Monumenten van bedrijf en techniek in beeld. Baarn, Bosch & Keuning, z.j.

-Schelling, H.G.J. Het stoomgemaal ‘Cruquius’. In; Bouwkundig Weekblad, 1949 (70), p.189-193.

-Verbruggen, J.A. en K.A.van der Pols. Stoombemaling in Nederland. Stichting De Cruquius/Delft Universitaire Pers, 1996.

-Documentatiemap Heemstede collectie NHA, archiefdoos 234

‘Leiduin’(stoommachines pompstation Amsterdamse Gemeentewaterleidingen)

Pompgebouw Leiduin na de bouw met schoorsteen en standpijp

-Biemond, C. De Amsterdamsche waterleidingen (pompstation Heemstede-Bloemendaal). In: Amstelodamum, 1949 (36), p.81-84.

-Groen,J.A.Een cent per emmer; het Amsterdamse drinkwater door de eeuwen heen. Amsterdam, Gemeentewaterleidingen, 1979.

Groen

Het boek ‘Een cent per emmer’ van  J.A.Groen jr.

 

-Oegema, J.J.G. De stoommachine en haar ontwikkeling. In: Waterwereld, z.j. I, p.38-41; II, p.35-40.

-Visscher, G.J.De duinwaterleiding van Amsterdam. In: Voor ’t jonge volkje; geïllustreerd tijdschrift voor de jeugd onder redactie van S.Abramsz. 76ste deel. Zutphen, P.van Belkum, z.j., p.166-172.

-Zevenhonderd (700) haar watervoorziening van Amsterdam. Speciaal nummer van ‘Waterwereld; bedrijfsblad van Gemeentewaterleidingen’, 28e jaargang, nummer 2, november 1975

-Documentatiemap collectie Heemstede, NHA, doos 228.

Stoommachine van de Amsterdamse Waterleidingen in Weesperkaspel

  1. Wasserijen

-Krol, H. Laatste wasserijschoorsteen niet millenniumbestendig. In: HeerlijkHeden, 26e jaargang, nummer 101, augustus 1999, p. 163-168.

-Peeperkorn,P.H.M. Het stoomwasscherij-bedrijf, In: Haarlem. Noordhollandsche steden, 1929/30, p.103-105.

-Regtdoorzee Greup-Roldanus, S.C. Geschiedenis der Haarlemmer blekerijen. 1936.

-Voorts documentatiemap Heemstede-collectie NHA, archiefdoos 262-265.

  1. Stoomkorenmolen De Glip (vh. de Nachtegaal)

– documentatiemap Heemstede-collectie, archiefdoos 229.

Stoomwals ‘Jumbo’ van de firma P.C.Zanen, vh. ‘De geruischlooze weg’ Te Heemstede. Eén cilinder stoommachine, gebouwd in 1925 te Winschoten. Gebruiklt tot eind jaren vijftig van de vorige eeuw. Snelheid 5,5 kilometer per uur. Gewicht: 8.000 kilogram. Tegenwoordig in bezit van de familie Ten Napel in Kampen

pompgebouw

Pompgebouw van de Schouwbroekerpolder, dat o.a. het land van de modelboerderij ‘Bronstee’bemaalde

haven

Stoomboot in de zwaaihaven van Heemstede met op de achtergrond de watertoren en het gemeentelijk gasbedrijf

Stoomvervoer

molen.png

Houtgravure uit 1909 met stoomkorenmolen ‘de Nachtegaal’ van H.Höcker op de Glip en een passerende stoomtram

 

-Colenbrander, B.W. Verkeer in en om Heemstede en Bennebroek. Heemstede, Vereniging Oud Heemstede Bennebroek, 1974.

-Binnenweg & Raadhuisstraat. Hoofdstuk ‘De tram in Heemstede’ door Ad van Kamp. Heemstede, HVHB, 2010, p.110-123.

stoom3.jpg

Prentbriefkaart uit omstreeks 1900 van de stoomtram, genaamd ‘Heemstede’ op de Camplaan

-Kamp, A.van. De bollenlijn. I. Heiloo, 1986 + De Bollenlijn II. Heiloo, 1999.

-documentatiemap Heemstede-collectie NHA, archiefdoos 236.

Algemeen  

stoomturbines

Talrijke stoomturbines zijn vervaardigd in de machinesfabriek van Stork te Hengelo, album 1914-1922 (Geheugen van Nederland)

eerste.jpg

De eerste stoomfabriek in de Zaanstreek was die van de blauwselfabriek Avis ‘De Blauwe Hengst’ in Westzaan, 1833 (Gemeentearchief Zaanstreek)

 

Interieur Nederlands  Stoommuseum Medemblik

Enkhuizen

Naar het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen is een vroegere stoomwasserij overgebracht. Bovenstaand een interieurfoto

 

-Groesbeek, J.W. Heemstede in de historie. Heemstede, 1972. Hoofdstuk: welvaart door bleken en wassen, p. 92—96.

– Nederlands stoommachinemuseum Medemblik, z.j.

-Speet, Ben. De tijd van burgers en stoommachines 1800-1900. Zwolle, Waanders, 2007.

-Tames, Richard. De stoommachine; een doorbraak in de energie. 2005.

Stoomwals van wegenbouwbedrijf ” De geruischlooze weg”/Zanen bv  uit Heemstede

voormalig.jpg

Het voormalig pompgebouw van ‘Leyduin’ in Heemstede is tegenwoordig in gebruik als historisch museum van de organisatie Waternet.

stoomtrein

Stoomtrein op 17 mei even langs Heemstede (Gertjan Stamer, in de Heemsteedse Courant van 24 mei 2017)

stoom4

Stoomtrein passeert station Heemstede-Aerdenhout, 17 mei 2017 (Cobi Cauwelaers)

stoom7

Een spreekwoordelijke herinnering aan de stoomtrein is ‘Kinderopvang Op Stoom’ in Haarlem en Heemstede

cruquius.jpg

Het Cruquiusgemaal/museum Gravure door Wim Kooij, 1935

stoom

Historische stoomtractor in bezit van het Historisch Museum Haarlemmermeer 

Volgende bijdragen:

-Fort Heemstede bij Cruquius als onderdeel van de Stelling van Amsterdam

fortheemstede.jpg

Situering van fort Heemstede aan de Ringvaart van Haarlemmermeer

-Amsterdamse toneelspelers in de Haarlemmerhout

schouwburg

aanplakbiljet voor een opvoering van P.C.Hooft’s ‘Gerard van Velsen’te Heemstede op 10 juli 1656 (Heerlijkheidarchief Heemstede)

-Bavo-gesticht Heemstede