DE NALATENSCHAP VAN ADRIAAN PAUW EN DIENS ERFGENAMEN

Tags

,

ADRIAAN PAUW’s NALATENSCHAP EN ZIJN ERFGENAMEN
Zowel de eerste periode als raadpensionaris en Grootzegelbewaarder van Holland en West-Friesland, formeel van 1631 tot 1636 als de tweede van 1651 tot zijn overlijden zijn weinig vreugdevol geweest. De eerste periode als gevolg van de tegenwerking van prins Frederik Hendrik, de tweede maal vanwege het uitbreken van de Eerste Engelse Oorlog, na een vlaggenincident veroorzaakt Nederlandse vlootvoogd Maarten Tromp, waarbij Robert Blake zich beledigd voelde. Voor de Republiek der Nederlanden verliep de slag weinig succesvol. Tromp sneuvelde, maar ook de Engelse vloot leed aanzienlijke verliezen. De op zee uitgevochten oorlog duurde van 29 mei 1652 tot 8 mei 1654. Tevergeefs was Pauw begin 1652 naar Engeland gereisd om met Cromwell te overleggen teneinde een dreigende oorlog af te wenden. Toen hij daarin niet slaagde bedreigde het volk Pauw’s huis te ’s-Gravenhage en het slot in Heemstede met plundering en mogelijk erger. Dat onheil werd afgewend doordat de Staten van Holland Pauw openlijk van alle blaam zuiverden en maatregelen nam tot bescherming van diens eigendommen. Zo kregen Haarlemmers opdracht het Huis te Heemstede beveiligen.

Portret van Adriaan Pauw door Pieter van Mol, 1635

Gestorven in 1653
Op 21 februari 1653 overleed Adriaan Pauw middags na een kort ziekbed des namiddags in zijn huis te ’s-Gravenhage, Blijkens een brief door Van Beuningen aan de Staten van Holland mogelijk na hartfalen – volgens een tijdgenoot ten gevolge van ziekte aan de lever, waaraan ook zijn vader Reynier was overleden. Op de laatste dag van februari vond in de hofstad de uitvaart plaats in de Grote of Sint Jacobskerk in aanwezigheid van de Hoog Mogende Heren der Staten-Generaal. Hierna is het lijk naar Heemstede overgebracht en 1 maart in presentie van zijn familie bijgezet in de grafkelder onder het koor van de door Pauw gestichte kerk aan het Dorpsplein (Wilhelminaplein).

Summier testament uit 1645
Bij testamentaire beschikking van 22 november 1645 had Pauw vastgelegd, dat hij in de Gereformeerde [=Hervormde] Kerk van Heemstede moest worden begraven en dat een tombe met behoorlijke inscriptie daarop ter nagedachtenis zou gemaakt worden. Na het overlijden waren de te verdelen goederen (ambachtsheerlijkheden, onroerende goederen en geld) talrijk. Zeker 10 geleerde juristen uit hebben zich hierover in de maanden van maart tot mei 1653 over gebogen. Eerder hadden in 1648 vijf kinderen na het sterven van hun moeder Anna Pauw-van Ruyter elk een bedrag van 80.000 gulden ontvangen uit haar persoonlijke nalatenschap. Omdat zij geen eigen inkomsten had en de erfenis van haar vader Pieter Gerritszoon van Ruytenburgh niet dusdanig hoog is geweest, kan voorzichtig worden verondersteld dat het hier mogelijk ook ten dele om “zwart geld” van haar echtgenoot is gegaan.
Zeker is dat de kinderen, kleinkinderen en ook nog achterkleinkinderen hebben genoten van het door Adriaan Pauw verworven en nagelaten kapitaal. Aanvankelijk als koopman in samenwerking met zijn vader Reynier Pauw die vermogend geworden is dankzij onder meer de internationale handel op West- en Oost-Indië, het Middellandse Zeegebied maar vooral via de graan- en houthandel in de landen rond de Oostzee, in het bijzonder Rusland.

Pakhuizen van o.a. Reinier en Adriaan Pauw aan de Brouwersgracht in Amsterdam

Reynier Pauw is in totaal 8 jaar tot burgemeester van Amsterdam gekozen, namelijk in 1605, 1609, 1611, 1614, 1616, 1617, 1619 en 1620. Toen was het voorbij. Amsterdamse prominenten als De Graeff en Bicker vonden het welletjes met de invloed en macht van de ‘Pauwen’. De zoon Adriaen, kort na zijn promotie tot ‘Doctor juris’ aan de Landsacademie te Leiden was al in het jaar dat zijn vader burgemeester was, benoemd tot pensionaris (vergelijkbaar met gemeentesecretaris ) en behield die functie tot 1627.

Het oude stadhuis van Amsterdam op de Dam waar Adriaan Pauw van 1611 tot 1627 als pensionaris werkzaam was en zijn vader gedurende 9 jaar als burgemeester fungeerde, naast beider functies als kooplieden en reders. 7 juli is het gebouw afgebrand en in 1655 is het nieuwe stadhuis in gebruik gnomen.

Op aandringen van Amsterdamse magistraten aanvaardde hij toen een functie in de Rekenkamer in Den Haag. Reynier Pauw overleed in 1636 in zijn huis ‘De Pauw’ aan het Singel, het jaar dat zijn zoon, daartoe gedwongen door prins Frederik Hendrik, aftrad als raadpensionaris. De vader werd begraven in de Oude Kerk. Reinier Pauw was mede-oprichter van de Verenigde Oost-Indische Compagnie, zijn zoon Adriaan van 1618 tot 1641 bewindvoerder van de VOC, Kamer Amsterdam. Ondanks de Amsterdamse Libertijnen, die de veroordeling als rechter-voorzitter van Johan van Oldenbarneveldt, o.a. door Vondel gehekeld, is de oud-burgemeester onder veel Amsterdammers populair gebleven. Een tijdgenoot noteerde dat het stoffelijk overschot naar de kerk werd vervoerd ‘met een gevolgh van omtrent duysent personen, waaronder vele ongenoot uyt Liefde medegingen’. Genealoog H.J.Koenen tekent daarbij aan: ‘Het is echter eer goed mogelijk dat de duizend, die zijn lijkbaar volgden, merendeels niet tot de Amsterdamse regenten-aristocratie behoorden, maar tot het calvinistische volk, van welks kerkelijke en staatkundige overtuigingen hij steeds de vertegenwoordiger was geweest.

In twee huwelijken van Adriaan Pauw zijn zeven kinderen geboren, van wie Nicolaas (Seys) Pauw 15 april 1607 uit het eerste huwelijk met Anna Seys, die 7 mei 1607 in het kraambed kwam te overlijden. In 1653 waren drie kinderen gestorven, behalve genoemde Nicolaas Seys Pauw in 1641, Pieter Pauw in 1637 (1) en Reinier Pauw in 1652, laatstgenoemde was in leven van 1621 tot zijn dood baljuw en dijkgraaf van Amstelland (2).

Op 7 februari 1610 is Adriaan Pauw in Amsterdam hertrouwd met Anna van Ruytenburch (*1590 te ‘s-Gravenhage en 3 november 1648 begraven in Heemstede). Uit dit tweede huwelijk zijn zes kinderen geboren

Portret van Anna van Ruytenburch

De enige dochter van Adriaan Pauw en Anna van Ruytenburch: Anna Cornelia Pauw (1 september 1613 gedoopt in Amsterdam)  hertrouwde na de dood van haar man Theodore Huygens (1646) in 1652 met jonkheer Servaes van Panhuys, pensionaris van Schoonhoven en een redelijk vermogend man. Anna Cornelia was nochtans minstens zo rijk. In 1648 had zij al 80.000 gulden geërfd van haar overleden moeder en na het overlijden van haar vader erfde zij de Haagse bezittingen zoals het grote huis aan de Herengracht, stal en koetshuis aan het Bezuidenhout e.d.(3).

De zoon Michiel Pauw (1617-1658) aanvankelijk page, later kapitein in het leger, werd Hogersmilde toegedeeld, evenals Oosterwijk in Beverwijk. Hij trouwde met Maria Fassin (1628-1665). Beiden zijn in Heemstede begraven. Zij lieten zes kinderen na: 1) Adriana Pauw (1652—1713), gehuwd met Frans van Marselis, een Nederlands-Deens edelman, 2) mr.Johan Pauw (1653-1686), heer van Hogersmilde, Michiel Pauw (1655 en in 1673 als student in Leiden verdronken), 4) Anna Maria Pauw (1656 jong overleden), 5) Anna Maria Pauw (1657 geboren), 60 Adriaan Pauw (1658-1700), heer van Hogersmilde na de dood van zijn broer.

Adriana Jonkheyn, weduwe van de in 1652 overleden Reinier Pauw is beleend met de heerlijkheden Niew(er)kerk, Zuid-Schalkwijk en Vijfhuizen.

De oudste nog in leven zijnde zoon Gerard Pauw werd – zoals destijds te doen gebruikelijk – leenopvolger van de belangrijkste heerlijkheid Heemstede, tevens ambachtsheer van Rietwijk en Rietwijkeroord. De laatste twee ambachten hadden overigens weinig meer te betekenen omdat deze intussen grotendeels bij hevige stormen eind 16e en begin 17e eeuw en ten slotte in 1632 in het Haarlemmermeer waren verzwolgen. Uit de rijke Heemsteedse boedel bracht hij 50.000 carolingische guldens in voor verdeling onder zijn broers en zuster. Gerard Pauw was rentmeester van de Esparges van Holland en West-Friesland, sinds 1640 en vanaf 1652 dankzij zijn vader raad en rekenmeester in de Rekenkamer der Grafelijkheids domeinen. Ten slotte uit hoofde van die functie vanaf 1672 hoofdingeland van Delfland. Gerard Pauw overleed in ’s-Gravenhage op 20 mei 1676 en is begraven in de Pauw-grafkelder te Heemstede. Heer Gerard is 26 december 1645 gehuwd met Agatha van Hartighsvelt, dochter van een Rotterdamse koopman en magistraat (burgemeester) Cornelis van Hartighsvelt en van Agatha Briel, gezegd Welhoek. Zij vervulde tot haar overlijden in 1697 de functie van ambachtsvrouw van Heemstede, in een periode dat geen grote ontwikkelingen in het ambacht plaatshadden.
Hun vijf kinderen waren: 1) Anna Pauw, gedoopt in de Grote Kerk van Den Haag 6 september 1648, jong overleden;
2) Agatha Pauw, geb. 6 november 1652 en jong overleden;
3) Agatha Pauw, geb. 2 mei 1656 in ’s-Gravenhage en aldaar overleden op 16 oktober 1698. Agatha is in 1676 gehuwd met Johan Diederik Hoeufft, geboren te ’s-Gravenhage 12 augustus 1647, heer van Zandvoort en Buttingen, gecommitteerde in de Staten-Generaal, overleden 23 juni 1712.
Aanvankelijk is de zoon Adriaan Pauw, zie: 5) (1669-1745) in 1698 ambachtsheer geworden, maar deze ambieerde die functie in het geheel niet en was meer geïnteresseerd in spirituele zaken. Tussentijds, in 1704, heeft hij de functie overgedragen aan Johan Diederik Hoeufft, die al tijdens het bewind van Agatha Pauw-van Hartighsvelt had vastgelegd dat hij de naam Pauw, geboren Hoeufft zou voeren. Uit het huwelijk Hoeufft-Pauw sproten even kinderen.
4) Anna Christina Pauw, gedoopt in 1662 te ‘-Gravenhage en overleden in Leiden op 23 mei 1723. Zij trouwde in 1685 met Ysbrand de Bye, geboren te Leiden, waar hij raad, schepen en burgemeester is geweest. Beiden liggen in de St. Pieterskerk te Leiden begraven. Enkele van hun nakomelingen namen de naam Pauw-de Bye aan;  5) Adriaan Pauw, gedoopt in de Nieuwe te ’s-Gravenhage 15 september 1669. Bij dood van zijn moeder als ambachtsheer van Heemstede. Rietwijk en Rietwijkeroord , beleend op 8 mei 1695. Hij trouwde driemaal met: a) Antoinette van Ditvoort, in 1706 overleden, b) Ignatia Paets, in 1708 overleden en ten slotte met in 1716 met Sara Fries, in 1737 gestorven en in de Oude Kerk Heemstede begraven. De laatste twee huwelijken waren kinderloos; uit de eerste echtverbintenis is in 1696 zoon Adriaan Pauw geboren (vóór hun huwelijk). Deze werd student te Leiden en is in 1722 jong overleden in ’s-Gravenhage. Voornoemde Adriaan Pauw, kleinzoon van de raadpensionaris, had weinig tot geen interesse in bestuurlijke en juridische zaken, raakte beïnvloed door het Duitse piëtisme, in het bijzonder van Gerard Tersteegen, met wie hij een band opbouwde en die hij financieel steunde. In 1704 ging de functie van ambachtsheer over naar zijn voornoemde zwager. Hij is 29 juni 1745 in zijn woonplaats Amsterdam overleden en begraven in de grafkelder te Heemstede.

Het zuidelijk gedeelte van Heemstede, vanouds Bennebroek genaamd, ging over aan de jongste zoon:
Adriaan Pauw (junior), dat hij onderhands al in 1638 van zijn halfbroer Nicolaas had ontvangen, die ‘Bennebroek’ bij zijn huwelijk in 1630 van zijn vader had ontvangen. Een en ander is geformaliseerd in aktes door de Staten van Holland op 14 en 28 mei 1653. In 1649 had Adriaan bovendien reeds Schakenbosch onder Voorschoten gekregen. Adriaan studeerde eerst wijsbegeerte, vervolgens rechten in Leiden en aanvaardde in 1641 de functie van raadsheer in het Hof van Holland, Zeeland en West-Friesland en is op 12 januari 1697 zelfs benoemd tot president van het hoogste rechtscollege. Adriaan is 1 mei 1644 getrouwd met zijn nicht jkvr. Cornelia Pauw (dochter van toenmalig president van de Hoge Raad ridder Reinier Pauw van ter Horst). Hij gold als zeer gefortuneerd In ’s-Gravenhage woonde hij op de Heerengracht in een groot pand dat hij zelf had laten bouwen, bekend geweest onder de de naam van het huis van de heer van Benneroek. Als zomerverblijf hield hij Duinwijk in Bennebroek (Huis te Bennebroek) aan, dat Adriaan 26 juni 1656 had gekocht (overdracht 15-1-1657), bestaande uit ‘huysinge, stallinge, wagenhuys, schuyren ende aancleven, met boomgaerden, plantagien, weylant enz’, groot te zamen 8 morgen 250 roeden’. (Van Doorninck, Oud-Archief van Bennebroek, p.27-28. Hij is in ’s-Gravenhage overleden en op 12 januari 1697 in Bennebroek ter aarde besteld in het in opdracht van de door hem in 1658-1660 gestichte hervormde kerk. Hij bezat ook het graf in de Grote of St.Jacobskerk als toebehorende aan zijn schoonvader, zoals blijkt uit een testament van 2 maart 1681, gepasseerd ten overstaan van notaris Jan Populeus te Leiden. Uit zijn huwelijk zijn 6 kinderen geboren: 10 Anna Cornelia Pauw (30 juni 1645 gedoopt in de Kloosterkerk Den Haag), 2) Clara Cornelia Pauw (*3 juni 1646), 3) Anna Christina Pauw (* 9 februari 1648 en jong gestorven), 40 Anna Christina Pauw (1649—1719), enige dochter die de volwassen leeftijd bereikte, 5) Dirk Pauw (ongehuwd en voor zijn vader overleden), 6) Adriana Cornelia Pauw (* 5 september 1655 en jong gestorven).
Dochter Anna Christina Pauw (1649-1719) volgde haar vader als ambachtsvrouw van Bennebroek. Zij is in 1671 gehuwd met de eveneens gefortuneerde baron Nicolaas Sohier de Vermandois, heer van Warmenhuizen, Crabbendamme, Oud-Poelgeest en Meeresteyn, Nicolaas Sohier is overleden in 1690, nog voordat zijn vrouw de ambachtsheerlijkheid overnam in 1697. Anna Christina liet een enorm vermogen na van ongeveer 675.000 gulden.

Noten
(1)Pieter Pauw is gedoopt in Amsterdam op 13 januari 1611, studeerde aan de Academie in Leiden, ingeschreven in de faculteit van de letteren in 1625. Noemde zich ridder van St.Michel, door Koning Loderwijk XIII aan vader Adriaan Pauw toegekend, tevens aan de nakomelingen. Pieter vervulde een functie als kapitein in Statendienst en is op 12 oktober 1636 ongehuwd overleden en begraven in de Oude Kerk.

(2)Reinier Pauw is 5 mei 1612 gedoopt in de Oude Kerk Amsterdam. In navolging van zijn vader ridder van St.Michel van Frankrijk, in naam heer van Nieuwerkerk, Zuid-Schalwijk en Vijfhuizen. Echter, met deze heerlijkheden is hij zelf niet meer beleend geworden omdat hij vóór zijn vader overleed. Evenals aan zijn andere zonen had de raadpensionaris namelijk reeds bij zijn leven een deel van zijn onroerende goederen met bijbehorende rechten aan hem afgestaan, in de gedachte dat hij daarmee dan later formeel zou worden beleend. Reinier belegde zijn vermogen in Amsterdamse particuliere handelsondernemingen, werkte met aandelen, en verrekende op 33-jrige leeftijd over hert jaar 1645 met de Wisselbank een bedrag van 1.188.000 gulden. Hij overleed vroegtijdig op 40-jarige leeftijd op de beurs en is in Heemstede begraven. Op 28 mei 1653 is de weduwe Adriana Jonkheyn beleend. Het huwelijk met haar had in Amsterdam plaats op 3 augustus 1632, waar Adriana op 19 februari 1615 is gedoopt en 24 mei 1658 overleden, waarna begrafenis in Heemstede plaatsvond. Jonkheer Reinier Pauw is 17 december overleden en het stoffelijk overschot is in de grafkelder te Heemstede bijgelegd. Hun 14 kinderen, die meermaals ter sprake komen in de correspondentie van Christiaan Huygens (Oeuvres Complètes III, p.240 enz,) waren 1) Anna (1633-1673), 2) tweelingdochter Adriana (gedoopt 16 mei 1633 en jong overleden), 3) Anna Albertine Pauw (1635-1707), 4) Adriaan (1637-1661 in Ned.Oost-Indië overleden. Hij legde in 1652 de eerste steen bij de uitbreiding van de Heemsteedse kerk, het ‘Noorder Kruyspant’, 5) Johan Pauw, gedoopt in 1639 en vóór 1654 overleden, 6) Adriana Pauw (1640-1701), was gehuwd met haar neef Gerrit Constantijn van Ruytenburch, 7) Cornelia Pauw (1641-vóór 1654), 8) Elisabeth Cornelia Pauw (1642-1710), 9)Pieter Pauw, jong overleden), 10) Albert Pauw (1646-1700), 11) Nicolaas Pauw (1647-1657), 12) Reinier Pauw (1648 en jong overleden), 13) Alyda Pauw (1649-1738), 14) Hendrik Pauw (1650-1710).
Ter nagedachtenis van hun ouders Reinier Pauw-Adriana Jonkheyn, is in 1667 een geschilderd glasraam geschonken aan de Kerk te Oudhoorn, met een voorstelling van omgeven door engeltjes, het alliantie-wapen van Pauw van Nieuwerkerk (gevierendeeld) 1 en 4 Pauw en 2 en 3 het wapen van de heerlijkheid Nieuwerkerk , met in een hartschild de Franse lelie, alsmede Jonkheyn gevierendeeld 1 en 4 in groen een zilveren lelie, 2 en 3 in rood een gouden ster etc. Het onderschrift luidt: ‘De Heer Reynier Pauw Ridder Heer van Nieuwet-Kerck en Schalckwjjck Dijkgraaf en balliu van Amstelland En van de waerschappije van de hoge en zoute Zeeburgh,’

Gebrandschilderd glas-in-lood raam in de kerk van Oudshoorn ter nagedachtenis van Reinier Pauw en Adriana Jonkhein

(3) Anna Cornelia Pauw is 1 september 1613 gedoopt in Amsterdam en overleden op 30 mei 1678. Zij trouwde in 1636 in ’s-Gravenhage met Diederik Huygens, wiens portret in Hoorn hangt, heer van Opvoorst, commandant van Arnhem en van Breda, kolonel van een regiment Waalse voetknechten, overleden 13 augustus 1646 en begraven in de Oude Kerk te Heemstede. Hij was een zoon van de Arnhemse burgemeester Willem, heer van Opvoorst, en van Wilhelmina Tulleken. Uit het huwelijk van Huygens-Pauw zijn drie kinderen geboren. Na het overlijden van Diederik Huygens is Anna Cornelia 24 maart 1652 hertrouwd met jonkheer Servaas van Panhuys(en), geboren 5 augustus 1609 in Utrecht, pensionaris van Schoonhoven, die zoals Hans Bontemantel bericht gedurende 40 jaar als ridder en edelman de vergaderingen van de Staten van Holland heeft bezocht. Dit huwelijk bleef kinderloos. Adriaan Pauw beschikte tussen de Voor- en achterweg over acht Percelen (A t/m H), die hij in erfpacht gaf en waarop huizen zijn gebouwd. Erf nummer E was van Anna Cornelia Pauw in het gebied ‘Meer en Dorp’ (tegenwoordig de Indische Buurt), nieuw gebouwd huis op de hoek van de Achterweg, oorspronkelijk behorend bij de kwekerij van Adriaan Pauw Zij stichtte hier een hofje dat naar haar en haar echtgenoot heette ‘Hofje van Panhuys’, waar men in de zomermaanden verbleef. Het echtpaar overleed beiden 30 mei 1678 in Den Haag. Het Heemsteedse huis + tuin genaamd ’t Hofje, alsmede een stuk daarnaast gelegen land 746 roeden groot met woningen en boomgaard, dat men in 1667 van Gerard pauw in erfpacht had ontvangen, ging over naar een familielid, Catharina van Bronckhorst, Vrouwe van Honcoop en kwam later, in 1686, via de Amsterdamse koopman Ysaack Minuit in bezit van Rogier van Weert, ook koopman in Amsterdam

Grenspalen
In het Heerlijkheidsarchief van Heemstede (Van Doorninck nummer 177) wordt in een akte met bijbehorende kaart (nummer 203) bericht: ‘ 29 december 1653. Verbaal van het plaatsen der grenspalen ingevolge de acte van scheiding van de goederen onder Heemstede gelegen op 21 mei 1653, gedaan door Gerard Pauw, Adriana Jonckheyns, weduwe Reinier Pauw. Michael Pauw en Servaes Panhuis als gehuwd met Cornelia Pauw, kinderen van Adriaen Pauw, met de kaart daarvan gemaakt bij de landmeter Andries van der Walle. Gedaan door de rentmeester, gerechtsbode en landmeter Andries van der Walle’ Ondertekend door de genoemde personen.

Erfenis
Al op 23 mei 1653 is een accoord bereikt door de directe erfgenamen, zoals vastgelegd in het Heerlijkheidsarchief Heemstede (Van Doorninck, nummer 69) tussen de kinderen van Adriaen Pauw, ridder, heer van Heemstede en Rietwijk en Anna van Ruitenburch, omtrent de verdeling van de ouderlijke boedel ten overstaan van notaris Cornelis Buijs. Gerard Pauw, oudste zoon, ontving de heerlijkheden Heemstede met toebehoren en Rietwijk, waarvoor hij in de boedel zal terugbrengen 50.000 gulden ten behoeve van Michiel Pauw, Adriaen Pauw, Anna Cornelia Pauw gehuwd met Servaes van Panhuys en de kinderen achtergelaten door Reinier Pauw bij zijn vrouw Adriana Jonckheyns. Ondertekend door voornoemde notaris Buys volgt nog een verklaring waarin Michiel, Adriaen en Anna Cornelia gehuwd met Servaes van Panhuys, zomede Adriana Jonkheyns met hun handtekeningen bevestigen voldaan te zijn door Gerard Pauw wat betreft de ingebrachte 50.000 gulden.

Bijlage 1

Ten aanzien van het overlijden van Adriaan Pauw heeft plaatselijk geschiedschrijver Willem Dólleman het volgende op schrift gesteld op basis van het Boedelboek van Adriaen Pauw, folio 30 waarover hij de beschikking had. ‘Op den 1 Februari 1653 ’s namiddags in ’s-Gravenhage overleed den Heer Adriaen Pauw, Ridder van de orde van St. Michiel, Heer van Heemstede, Hogersmilde, Rietwijk, Nieuwerkerk enz., Raadpensionaris van de Edele Groot Mogende Heeren Staten van Holland en Westvriesland. De uytvaert wert aldaer gehouden op den laatsten February en vervolgens wert het lighaem op den 1 maert te Heemstede alleen in bijsijn van zijne kinderen in de Kelder onder ’t Choor van de Kerk deponeert. Bij zijn testamentaire dispositie van den 22 December 1645 had hij verordonneert dat hij aldaer moeste begraven worden en dat een tombe met behoorlijke inscriptie daar op ’t zelve van ’t murage tot eene gedachtenisse gemaeckt soude . Uyt kragte van ’t octroy van Staten van Holland op den 20 ugustus 1633 geobstineert had hy de Heerlijkheid van Heemstede met de goederen aan den dependeerende gemaekt aen zijn Huysvrouwe Anna van Ruytenburch, dogdewijl die reeds in den jare 1648 was overleeden quam sulx te vervallen. Voorts had hy zijn vijf kinderen geinstitueert tot sijn erfgenaemen, makende egter de Heerlijkheid van Hogermilde in ’t Landschap Drenthe gelegen met alle regten daer toe behoorend aan zijn zoon Michael Pauw. Zijne kinderen waren Gerard Pauw, Raad en Ordinaris van de Reekeningen der Graflijkheid van Holland, Michael Pauw, Capiteyn van een compagnie voetknegten ten dienste van den Lande, Adriaen Pauw Raad Ordinaris in den Hove van Hollant, Anna Cornelia Pauw getrouwt met Servaes van Panhuys, raadpensionaris der stad Schoonhoven en Adriana Jonkheins, weduwe wijlen Reynier Pauw, in zijn leeven Balliuw en Dijkgraaf van Amstelland bij wien zij kinderen hadden. Doordien de Leengoederen van den boedel gevonden wordende te volvoeren moesten op den Heer Gerard Pauw als oudste zoon en leenvolger, zoo viel aanstonds quastte tusschen de gesamenlijke erfgenamen welke vergoedingen namentlijk de Heere Gerard Pauw soude behooren te doen aen den boedel voor alle de leengoederen van dien dag, na dat zij op den 23 Meij 1653 te samen over een, dat den Heere Gerard Pauw als oudste zoon en leenvolger van den Heere van Heemstede zouden volgen alle de Heerlijkheden, huijse, gebouwen en leengoederen mitsgaders waarin tot en onder Heemstede en particulierlijk, mede de laen [= Hoflaan] van den voors. Huijze [= het kasteel bedoeld] tot aan ’t dorp toe, voor zoo veel daar enige allodiale grond zoude mogen onder zijn . Hem de Heerlijkheden van Rietwijk en Nieuwerkerk, de Leenrente op Schakenbosch en alle de verdere Leengoederen. Specialijk mede alle de meloratien en verbeeteringen aen den Huize en de leengoederen van Heemstede. Dat daer teegen de Heer Gerard Pauw voor restoir mitsgaders voor vergoedinge van melioratien eens voor al in den gemeenen boedel van den Heer van Heemstede inbrengen en confereren zouden een somma van vijftig duijsend guldens. Den 14 Meij tevoren was de heer Gerard Pauw reeds alle de voorgemelde Leengoederen verlijd geworden en op den 3 April door ’s Lands Staten geoctroyeert om zijne leenen met de aluviale van subsitutie te mogen deponeren. Dog vermits hij zeker contract aangegaen en gemaakt tusschen wijlen den Heer van Heemstede ter eenre , en Nicolaas Pauw (1), sijn voorzoon ter andere andere zijde op den 2 November 1630 nopens het aanneemen van zekere goederen in Bennebroek gelegen, onder anderen gestipuleert geweest dat de voornoemde Nicolaas Pauw zoude mogen voeren den titel van Heere van Bennebroek soo lang hem zullen gelieven en goeddunken zoude, gemerkt de de eigenaren [bedoeld is familie Seys] lange waren uitgestorven. En alzoo dezelve Heere Nicolaas Pauw naderhant op den 11 September 1638 ten behoeve van zijn halve broer Heere Adriaen Pauw volkomen afstand gedaan hadde van de voors. titel en qualiteit van Heere van Bennebroek. ’t Welke wijlen den Heer van Heemstede ook alzoo had goedgevonden en geapprobeert en de heer Adriaen Pauw [ bedoeld is de zoon] ook dienvolgende de voorz. titel of qualiteit van Heere van Bennebroek hadde aangenomen en gevoerd lang bij ’t leven van zijn Heer vader zoals die ook mede te meermalen had verklaart zijne intentie te zijn, om aen zijn soon Adriaan Pauw over te dragen en cedeeren de jurisdictie, tienden en andere rechten tot de Heerlijkheid van Bennebroek behoorende of andersints derzelce aen hem te maeken bij testament ’t geen egter niet was geschied (…). ‘ [Gerard Pauw is uiteindelijk accoord gegaan met de afscheiding van het zuidelijk deel van Heemstede, genaamd Benebroek aan zijn jongste broer Adriaan. Daarbij moesten eerst nog de nodige problemen ten aanzien van de inkomsten opgelost worden – Adriaan Pauw betaalde hier aan zijn broer 6.000 gulden – maar op 28 mei 1653 hebben de Staten van Holland de splitsing bekrachtigd en ontving Adriaan Pauw consentie om de titel van ambachtsheer te voeren]. ‘Op gelijk wijs had ook bij schikkinge en volgens de intentie van de Heer van Heemstede zal vrouwe Adriana Jonkheins, weduwe van zijnen zoon Rijnier Pauw, bij het leeven van van wijlen den Heer van Heemstede den titel gevoert van vrouwe van Nieuwerkerk, en de Heer Gerard Pauw om daer aan te voldoen mede op den 28 Meij 1653 aen vrouwe Adriana Jonkheins opdroeg het schoutambt van Nieuwerkerk met de keur tot het zetten of stellen van scheepenen aldaar met de andere toebehooren vandien, die daer mede dan ook bij de Staten van Holland werd verlijd’.
De allodiale goederen uijt den boedel van wijle den Heere van Heemstede hadden zijne Erfgenamen reeds op den 2 Meij 1653 bij lotinge verdeelt (…)’. [Hieraan wijdt Dólleman nog enkele pagina’s in zijn manuscript].

Noot

Portret van Nicolaas Pauw uit 1630 door J.van Ravesteyn (RKD)

(1)Nicolaas Pauw, ook aangeduid met Seys Pauw, de familienaam van zijn moeder, was de oudste zoon van Adriaan Pauw, die in 1630 bij zijn in ’s-Gravenhage gesloten huwelijk met Anna van Lockhorst (geboren in Heemstede) van zijn vader de titel van heer van Bennebroek ontving, welke hij met bijbehorende goederen in 1638 afstond aan zijn halfbroer Adriaan Pauw. Nicolaas, die zwak van gezondheid was, overleed op 1 april 1641 en werd begraven in Beverwijk. Daar hij de titel van heer van Oosterwijk voerde is hij begraven in de kerk van Beverwijk. Aldaar bewoonde hij het huis Oosterwijk, een weinig ten noorden van Beverwijk, tussen de huizen Adrichem en Oud-Haarlem gelegen, welk huis was gebouwd op of bij de puinhopen van het in de Spaanse oorlog verwoeste aloude slot der Kuser’s van Oosterwijk. De Amsterdamse koopman Nicolaas (Claes) Seys kocht het buitenverblijf van Jurriaen van Lennep. In 1606 trouwde zijn dochter Anna met Adriaan Pauw en gaf hij ‘Oosterwijk’ als huwelijksgeschenk aan het echtpaar. Adriaan Pauw noemde zich vanaf toen ook Heer van Oosterwijk. Hij deed verder weinig of niets met het buiten en na een lange voorbereiding kocht hij december 1620 het ambacht en huis Heemstede, welk kasteel hij als zomerverblijf koos en zou verfraaien. Oosterwijk bleef grotendeels een ruïne, maar wel in het bezit van de familie Pauw na het overlijden van echtgenote Anna. Het kwam toe aan zoon Nicolaas en vervolgens aan zijn broer Michiel, die daarmee ook de titel Heer van Oosterwijk voerde. Uiteindelijk is het door Adriana van Marselis, weduwe van Maarten Pauw, in 1735 verkocht aan Lieven Geelvinck.

Bijlage 2

Opmerkelijk is dat noch in het heerlijkheidsarchief van Heemstede, noch in het archief Pauw, aanwezig in het Nationaal Archief, gegevens zijn gebonden over de bouw van het grafmonument in de Oude Kerk. 5 oktober 1906 brak brand uit in de ridderhofstad Broekhuizen in Leersum, gebouwd tussen 1793 en 1796. Daarbij gingen zo’n 20 portretten verloren en groot deel van het Pauwen-archief.

Bericht over brand buitenhuis ‘Broekhuizen’ in Leersum uit de Provinciale Drentsche Courant van 9 oktober 1906

In 1909 is het kasteel herbouwd. Na het overlijden van mevrouw Pauw van Wieldrecht-Repelaer (1863-1939) besloten de twee dochters in 1941 om de portretten op meerdere plaatsen elders onder te brengen en het restantarchief verhuisde naar het Rijksarchief Zuid-Holland. tegenwoordig Nationaal Archief (1). Het is enkel bekend dat het monument, eigenlijk een hangende epitaaf, omstreeks 1656 is gebouwd. Lange tijd is ten onrechte verondersteld dat de in Mechelen geboren Rombout Verhulst (1624-1698) de beeldhouwer is geweest. Drs. F.T.Scholten, kenner van grafbouwkunst en van diens werk, auteur van o.a. een monografie over de 17de eeuwse praalgaven in Midwolda en Stedum – in de kerk van laatstgenoemde plaats van collega-ambassadeur namens Groningen in Munster Adriaan Clant – deed in 1985 onderzoek. Hij kwam tot de conclusie dat ten aanzien van de grafbeeldhouwer niet gezocht moet worden in de kring van Quellinus en zijn leerling Verhulst, maar met grote waarschijnlijkheid de Amsterdammer Pieter de Keyser (1595-1676) de ontwerper en maker is geweest. Hij was een zoon van de vermaarde architect-beeldhouwer Hendrick de Keyser en evenals zijn vader ook stads-steenhouwer was van Amsterdam. Op zijn naam staan o.a. het praalgraf voor Piet Hein in Delft (1628), het in de Franse Tijd vernielde praalgraf voor Willem Lodewijk van Nassau in Leeuwarden, een grafepitaaf voor de zeeheld Cornelis Janszoon de Haen in de Oude Kerk te Amsterdam en een praalgraf voor de Zweedse ridder Eric Soop in de kathedraal van Skara, Zweden. Voorts voltooide hij het praalgraf voor Willem van Oranje in de Oude Kerk van Delft. ‘Kenmerkend voor De Keysers stijl is zijn voorliefde voor eenvoudige classicistische vormen en een spaarzaam gebruik van figuratief beeldhouwwerk. De figuren zijn meestal gedrongen van gestalte met ietwat plompe gezicht- en nekpartijen. Deze karakteristieken vinden we ook – bij de twee putti ofwel engeltjes – op het Heemsteedse grafmonument’. Aan het slot schrijft Scholten: ‘Ofschoon geen meesterwerk van Hollandse beeldhouwkunst, bezitten we in Pauws grafmonument een uniek kunsthistorisch document. Het is een van de weinige werken van Pieter de Keyser in ons land en tegelijkertijd een vroeg voorbeeld van de weliswaar postume, adellijke pretenties van en vooraanstaand regent’.

Noot

(1)Dit archief Pauw van Wieldrecht in het Nationaal Archief  is in 1959 geïnventariseerd onder rijksarchivaris A.E.M.Ribberink. Voor gegevens over Adriaan Pauw (1585-1653) zie o.a. de inventarisnummers 56-80.
Mr. Reinier Ridder Pauw van Wieldrecht (1893-1939) had met Adriaan Pauw, Heer van Heemstede, als gemeenschappelijke stamvader Adriaan Pauw (1516-1578), grootkoopman en schepen van Amsterdam.

Portret van Adriaan Pauw, geboren 1516 in Gouda, in 1539 te Amsterdam het huwelijk getreden met Anna van Beverwaerde van Persijn en 1520 overleden te Enkhuizen

Eerstgenoemde werd tot de Delftse linie gerekend met Jacob Pauw (oudere broer van Reinier Pauw = vader van de ‘Heer van Heemstede’ aan het hoofd),
Mr.Reinier Pauw van Wieldrecht had vier dochters, echter geen zoon zodat deze familie in de mannelijke lijn is uitgestorven. Verschillende telgen uit dit geslacht hadden functies als burgemeester van Delft, advocaat bij het Hof van Holland, bewindhebber der V.O.C., baljuw en Dijkgraaf, hoofingeland van Delfland. Mr. Maarten Pauw (1774-1846) was gehuwd met Adriana Johanna Beelaerts, vrouwe van Wieldrecht. Zijn zonen mr. Johan Cornelis Willem Pauw, Matthieu Chr. Hendrik Pauw en mr. Marten Imam Pauw zijn bij Koninklijk Besluit van 22 oktober 1847 in de Nederlandse adel verheven met de titel van ridder overgaande bij eerstgeboorte. De familieleden stonden bekend als warme aanhangers van Oranje. Abraham Cornelis Pauw (geb.1780) volgde de verdreven stadhouder Willem V naar het buitenland. Mr. Matthieu Pauw (geb.1816) was in 1854 Kamerkeer van Koning Willem III. Mr. Maarten Imam Pauw van Wieldrecht fungeerde als Kamerheer van H.M.de Koningin; evenals de zoon mr. Reinier ridder Pauw van Wieldrecht.
Twee aanwijsbare relaties met Zuid-Kennemerland zijn: 1) mr. Maarten Pauw (1678-1721) huwde ten derde maal met zijn nicht jonkvrouw Adriana van Marselis (dochter van Frans van Marselis, Heer van Callenberg, Deens edelman en van jonkvrouw Adriana Pauw van Hoogersmilde. Zij is op 15 mei 1749 overleden en ter aarde besteld in de familiegrafkelder te Heemstede; 2) Francona Pauw, dochter van Engelbert Pauw, was in Delft gehuwd met de bekende Réveil-historicus Hendrik Jacob Koenen en woonde enige jaren op de Gliphoeve in Heemstede. Het echtpaar Koenen-Pauw overleed op de hofstede Buitenrust in Haarlem.

Adriaan Pauw door Andries de Haan geportretteerd in de huidige vergaderzaal van de Senaat op het Binnenhof (foto Bob Verburg)

Bijlage 3:  Een leenrechtadvies van 10 rechtsgeleerden!

Handtekening van Adriaan pauw

Het testament van Adriaan Pauw uit 1645, waarover hierboven geschreven, was globaal. Daarin heeft hij onder meer vastgelegd dat de oudste levende zoon Gerard Pauw met Heemstede zou worden beleend, en de jongste zoon Adriaan Pauw met Bennebroek. Ons beperkend tot het ambacht Heemstede: Gerard Pauw fungeerde als ambachtsheer van 1653 tot zijn overlijden in 1676, opgevolgd door zij echtgenote Agatha Hartighsvelt tot 1797. Hierna kwam hun zoon Adriaan aan de beurt die echter tussentijds, in 1704, afstand deed ten gunste van zijn oom Gerard Pauw, geboren Hoeufft, zoon van Agatha Pauw en Johan Diderik Hoeufft tot 1729. Van 1729-1734 volgde Geertruyd Dutry, weduwe van Gerard Pauw, geboren Hoeufft . In 1734 volgde tot 1737 Jan Diderik Pauw, geboren Hoeufft, van 1737 tot 1747 Benjamin Pauw, geboren Hoeufft en van 1748 tot 1792 Jan Diderik Pauw, geboren Hoeufft [Agneta Sylvius, weduwe van Benjamin Pauw, die in 1748 met A.N. Baron van Aerssen Beijeren hertrouwde, genoot het vruchtgebruik der heerlijkheid Heemstede tot haar dood 1 juni 1760]. Daarop is Leonardus Pauw, geboren Hoeufft kortstondig ambachtsheer geweest van 1792 tot 1793. Met de koop in 1793 door de Haagde freule Johanna Maria Dutry, gescheiden huisvrouw van Jan Frederik Hendrik de Drevon. kwam een definitief einde aan de naam Pauw. Spoedig, namelijk in de Franse Tijd onder Napoleon, kwam tevens een einde aan de oude heerlijkheidsrechten.

Terug naar 1653
Adriaan Pauw overleed in februari op 67-jarige leeftijd. Aan de in zijn tijd befaamde rechtsgeleerde mr. Simon van Leeuwen van de Universiteit van Leiden is door de kinderen gevraagd een leenrechtadvies uit te brengen. Uiteindelijk zijn daar liefst 10 juristen bij betrokken geweest, te weten vier uit Leiden, 2 uit Rotterdam en 4 uit ’s-Gravenhage. Daarbij ging het niet om kontante gelden, maar om de verdeling van ambachten en onroerende goederen, waarover in ruime mate werd beschikt. Adriaan Pauw was Heer van Heemstede, tevens Bennebroek, maar ook van Oosterwijk (onder Beverwijk), Schakenbosch (tussen Voorschoten en Leidschendam), en rond het Haarlemmermeer: Nieuw(er)kerk, Rietwijk, Rietwijkeroord en Zuid-Schalwijk. Ten slotte vanaf 1642 van Hogersmilde in de provincie Drenthe. Niet voor niets sprak men in zijn tijd van een ‘Pauwenstaart’. Omdat Heemstede met het kasteel en alle leengoederen het meest waardevol was, is- nadat eerder aan 68.400 caroli guldens werd gedacht – besloten dat Gerard Pauw 50.000 gulden moest inbrengen ten gunste van de andere vier broers en de weduwe van zijn in 1652 gestorven broer Reinier ten gunste van haar kinderen.
Prof. mr. H.A.Drielsma uit Heemstede heeft de gecompliceerde leenadviezen bestudeerd en daarover gepubliceerd (zie literatuurbijlage). Ik vermeld in dit kader enkel de uitgebrachte adviezen en namen van de rechtsgeleerden:

1. Advies van Simon van Leeuwen betreffende de feudale successie en het restoir en de verbeteringen ten aanzien van de heerlijkheid Heemstede, door Gerard Pauw als leenvolger van Adriaan Pauw, heer van Heemstede, in diens boedel in te brengen, geconformeerd door de faculteit der rechtsgeleerdheid te Leiden. 19 april en 12 mei 1653. Mede ondertekend door Jacobus Mestertius (die behalve hoogleraar recht in 1653 tevens rector-magnificus was), mr. Arnold Vinnen en mr. D.van Ceulen;
2) Leenrechtadvies van de juristen W.Biscop en W.van der Aa uit Rotterdam, ondertekend 15 mei 1645;
3) Leenrechtadvies van de rechtsgeleerden D.de Jonge, F.van der Meer en Martin van der Goes, 20 mei 1653 ondertekend in ’s-Gravenhage;
4) Leenrechtadvies door mr. P.van Geene uit ’s-Gravenhage, 20 mei 1653.

Hoe vermogend was Adriaan Pauw?
Vaststaat dat Adriaan Pauw toen hij in 1627 een nieuwe functie in Den Haag aanvaardde op dat moment voor 350.000 gulden aan vermogen in de belastingen werd aangeslagen, voornamelijk verdiend als reder en koopman. De erfenis van zijn vader Reinier in 1636 bedroeg circa 220.000 gulden (1), te verdelen onder 5 kinderen, moest nog volgen. Als raadpensionaris bedroeg het jaarsalaris 3.500 gulden, maar daar kwamen nog emolumenten bij. Eind 1620 had Pauw Heemstede het Huis Heemstede en de ambachtsheerlijkheid van het dorp na langdurige onderhandelingen gekocht van de erven van Hendrik van Hovijne voor een bescheiden bedrag van 36.000 gulden. Twaalf jaar eerder, in 1608, had de Amsterdamse koopman Hovijne nog meer dan het dubbele betaald, namelijk 75.000 gulden. Pauw ontving vervolgens inkomsten uit accijnsen op bier en turf, huurinkomsten van zijn bezittingen, zoals de bijgebouwen naast het kasteel.

Het kasteel ofwel Huis te Heemstede met de stenen Vredesbrug uit 1646 in 1668 in volle glorie geschilderd door Gerrit Berckheyde (Guildhall Art Gallery, London)

Verder uit verscheidene belastingen, zo hief hij voor gronden in zijn bezit waarop huizen gebouwd werden een jaarlijkse erfgoedbelasting. Pauw heeft overigens een kapitaal bedrag uitgegeven aan zijn ambacht en een grondige renovatie/verfraaiing van het slot. In de dertig jaar van zijn regering nam het aantal inwoners van Heemstede toe van nog geen 300 tot bijna 1.500.
Wat hij van Spanje naar aanleiding van zijn onderhandelingen in Munster mogelijk heeft ontvangen, zoals door tijdgenoten verondersteld, blijft duister. Hiervan zijn nochtans geen ‘bonnetjes’ door Poelhekke in Spaanse archieven aangetroffen, maar zeker is ook dat niet alles op dit punt schriftelijk werd vastgelegd. Dr.Kees Zandvliet, die in 2018 een omvangrijk boekwerk publiceerde ‘De 500 rijksten van de Republiek’– [al in 2006 kwam zijn boek uit: ‘De 250 rijksten van de Gouden Eeuw’] – schatte Pauw nogal globaal in op 500.000 gulden. Dat is omgerekend naar de waarde van 2020 ongeveer 4,3 miljoen euro. Daarmee komt hij als nummer 57 voor in de lijst. Zijn kleindochter Anna Christina Pauw komt als nummer 35 hoger op de lijst van rijkten voor (2). De raming van Adriaan lijkt aan de bescheiden kant, mede in aanmerking genomen de 4 ton die zijn vrouw vijf jaar eerder naliet. De Volkskrant recenseerde in 2006 terecht dat de bijdrage over Adriaan Pauw uitbreiding had verdiend. Alleen al de bibliotheek werd door de Fransman Louis Jacob in 1644 geschat op niet minder dan 400.000 ponden wat overigens overdreven bleek. Daarnaast bezat Pauw een collectie wapens en kunstvoorwerpen, die overigens grotendeels in het kasteel bleven en aldus eigendom van Gerard Pauw. In 1809 kocht schout Jan Dólleman, na een eerder conflict over recognitiebetalingen met de laatste ambachtsvrouw Johanna Maria Dutry, het Huis te Heemstede en omgeving van de nieuwe eigenaar Jacob Scholting voor een nog aanzienlijk bedrag van 27.500 gulden (3).
Een jaar daarna, in de arme Franse Tijd, besloot hij om het slot af te breken wegens achterstallig onderhoud en verzakkingen in de veengrond. Kort voor de sloop is de inboedel aan opkopers verkocht tegen afbraakprijzen. Zoals Jacob van Lennep schreef: ‘ Hier traden de verkoopers door hun slordigheid en onoplettendheid hun eigen belang met voeten. Fraaie marmersteenen met opschriften werden voor een spotprijs aan steenkoopers weggeworpen’. Een Amsterdamse schilder-lithograaf Willem Hekking jr. (1825-1904) tekende enige wapens van uit het Huis te Heemstede afkomstige voorwerpen in het Oude Doolhof, later terecht gekomen in het Amsterdams Historisch Museum. Slechts weinig objecten blijken bij archiefonderzoek nog te traceren. Sic transit gloria mundi.

Schildpadschild beschilderd met het wapen van Adriaan Pauw, Heer van Bennebroek, vermoedelijk tussen 1640 en 1650 vervaardigd en dienende als decoratie [Afkomstig uit de Wapen- ofwel Geweerzaal van het Huis te Heemstede] (Amsterdam Museum)

Noten
(1) Met een vermogen van meer dan 200.000 gulden, als zodanig aangeslagen in het belastingkohier van 1631 ontbreekt deze Reinier Pauw mijns inziens ten onrechte in ‘Quote-‘lijst van 250 rijksten in de Gouden Eeuw van professor Zandvliet. Naast Adriaan Pauw en  Christina Pauw (zie noot 2) zijn er nog drie andere familieleden Pauw die wèl in het overzicht van Zandvliet voorkomen, namelijk: 1) Reinier Pauw (1591-1676), Heer van ter Horst, Rijnenburg, Teylingerbosch en Canisse, broer van Adriaan Pauw met 440.000 euro, 2) Mr. Isaac Pauw (1618-1690), Heer van Achttienhoven en pensionaris van Enkhuizen, zoon van Michiel Pauw (1590-1640), die broer was van Adriaan Pauw] met 380.000 gulden, en 3) Johan Pauw (1653-1686), Heer van Hogersmilde met 249.000 gulden, kleinzoon van Adriaan Pauw en zoon van Michiel Pauw (1617-1665) en Anna Maria Fassin. Begraven in de Oude Kerk Heemstede, gestorven op 33-jarige leeftijd. Het toegeschreven bedrag door Zandvliet acht ik twijfelachtig.

Jort Kelder in de gedaante van Adriaan Pauw bij de presentatie van het boek door dr. Kees Zandvliet ‘De 500 rijksten van de Gouden Eeuw’ in 2018 in het Rijksmuseum, wijzende op een schilderij van het stadhuis van Amsterdam dat na de Vrede van Munster is gebouwd.

(2)Anna Christina Pauw (1649-1719), kleindochter van Adriaan Pauw, dochter van Adriaan Pauw, heer van Bennebroek, en weduwe van de vermogende baron Sohier de Vermandois (4 maart 1690 in Bennebroek begraven) prijkt met 670.000 gulden vermogen als nummer 35 in het overzicht van professor Kees Zandvliet.

De mooie, rijke en als huwelijkskandidate gewilde Anna Christina Pauw (RKD iconografisch bureau)

(3) Jan Dólleman, schout en secretaris van Heemstede, overleed in 1810 nog voor de amovering van het kasteel was voltooid. Zijn weduwe verkocht in 1811 ‘’de gewesene hofstede’ en 11 morgen grond met verlies voor 3.500 gulden, maar behield een huis en erf aan de Molenwerf. Reeds door Jan Dólleman was bepaald dat het Tecklenburgse Poortje, het poortgebouw, de Duivenpoort, Vredebrug en enkele bijgebouwen intact moesten blijven. Het puin van ’t slot kwam grotendeels op het voorplein te liggen – zij het zodanig dat de bijgebouwen via de Hoflaan bereikbaar bleven – en is pas in 1846 volledig opgeruimd. Al in 1816 had Jacob Scholting afstand gedaan van de Heerlijkheid Heemstede en de gronden van het vroegere slot, overgenomen door Marten Adriaan Beels uit Haarlem. Vanwege de nieuwe tijd hadden de heerlijkheidsrechten geen echte betekenis meer maar de familie Beels liet zich voortaan Beels van Heemstede noemen.

Gerrit Berkheyde (1638-1698): het stadhuis van Amsterdam in 1668 (Guildhall Art Gallery London). Na het sluiten van de Vrede van Munster in 1648, vooral dankzij ‘Amsterdammer’ Adriaan Pauw, is het aanvankelijk ontwerp van Hendrik de Keyser herzien en aanzienlijk uitgebreid tot een veel monumentaler bouwwerk (schilderij in het Kon. Museum voor Schone Kunsten te Antwerpen).

Selectie van Bronnen en literatuur
Nationaal Archief, archief Adriaan Pauw; Noord-Hollands Archief, Heemstede-collectie, archiefdozen 42 t/m 59.

-P.N.van Doorninck. Inventaris van het archief van de heerlijkheid Heemstede. Haarlem, Gebr. Van Brederode, 1911.
-‘Verhaal van al hetgeen merkwaardig is voorgevallen in en omtrent de Heerlijkheid van Heemstede voor soo verre zulks heeft kunnen nagespoort worden uyt de geschiedenissen en uyt de charters, boeken, documenten, registers en papieren, op ’t comptoir aan den huyze van Heemstede berustende van de oudste tijden af’. Met index. Aangelegd eind 18e eeuw en voortgezet tot en met 1863. [Anoniem handschrift, maar grotendeels samengesteld door Willem Dólleman, in 1724 geboren, was hij vanaf 1768 tot 1793 schout en secretaris van het dorp en de heerlijkheid Heemstede].
-Adelsarchief. Jaarboek van den Nederlandschen Adel; redacteur D.G.van Epen. 1e jaargang. Scheveningen-Brussel, Heraldisch-Genealogisch archief, 1900. Hoofdstuk Pauw, door mr. H.J.Koenen, p.114-262. Tevens als overdruk afzonderlijk gepubliceerd.
-Adriaan Pauw (1585-1653). Catalogus van literatuur over Adriaan Pauw en het Oude Slot in de gemeentelijke openbare bibliotheek Heemstede, 1985, 60p.
-J.W.Groesbeek. Middeleeuwse kastelen van Noord-Holland; hun bewoners en bewogen geschiedenis. Rijswijk, Elmar, 1981.
Adriaan Pauw (1585-1653) Catalogus van literatuur over Adriaan Pauw en het Oude Slot in de gemeentelijke openbare bibliotheek Heemstede, 60p.
-Nieuwsbrief nummer 44, mei 1985 van de Vereniging Oud Heemstede-Bennebroek, gewijd aan het geslacht Pauw, i.z. Adriaen Pauw.
-J.C.Tjessinga. Schets van het leven van Adriaan pauw. VOHB, 1948.
-H.A.Drielsma. Een leenrechtadvies van Simon van Leeuwen en de faculteit der rechtsgeleerdheid te Leiden betreffende Adriaan Pauw en de heerlijkheid Heemstede (29 april / 12 mei 1653). In: Verslagen en mededelingen van de Vereniging tot uitgaaf der bronnen van het oud-vaderlandsche recht, deel XII, nrs. 1-3, 1960-1965, p.330-371.
-E.J.Wolleswinkel. De portretcollectie Pauw van Wieldrecht op Broekhuizen te Leersum (1) en (11), in: Jaarboek Centraal Bureau voor Genealogie, deel 47, 1993, p.247-174 en deel 48, 1994, p.109-137.
-K.Zandvliet. De 500 Rijksten van de Republiek; rijkdom, geloof, macht & cultuur. Zutphen, Walburg Pers, 2018

Vooromslag van boek door Kees Zandvliet; ‘de 500 rijksten van de Gouden Eeuw’, 2018