DE TOPOGRAFISCHE PRENTEN VAN F.H.VAN EMMERIK

Tags

,

DE TOPOGRAFISCHE PRENTEN (LINO- en HOUTSNEDES) VAN F.H.VAN EMMERIK

In geen enkele biografische kunstencylopedie zal men F (Frans) H. van Emmerik (1895-1953) tegen komen. Toch heeft hij in de periode van circa 1920 tot 1932 uit liefhebberij een aantal aardige taferelen in de vorm van linoleumsnedes (linosnedes) en houtsnedes met behoorlijk resultaat uitgebracht.

Groot formaat gravure van het Bullenhofje door F.H.van Emmerik

Een beknopt overzicht van zijn werk volgt na eerst informatie over zijn werkzaam leven als politieagent.

F.H.van Emmerik in 1937

Vanaf 1920 politieman in Heemstede
Franciscus Hendrikus van Emmerik is op 31 december 1895 te Haarlem geboren. In 1920 trouwde hij met Maria van Staveren (1898-1990), uit welk huwelijk twee kinderen zijn geboren. Na zijn schoolopleiding kreeg hij in 1919 een baan bij het politiekorps in zijn geboortestad. Het jaar daarop is hij op zijn verzoek overgeplaatst naar Heemstede waar Van Emmerik in vaste dienst kwam als agent 1e klasse en in 1933 bij de recherche is ingedeeld, vier jaar later bevorderd tot brigadier. Hij maakte de moeilijke oorlogsjaren mee en in 1944 had zijn zilveren jubileum plaats als politieman.

De Heemsteedse Hermandad in 1937 gefotografeerd op het dak van de politiegarage in de Raadhuisstraat bij gelegenheid van het zilveren ambtsjubileum van politiegent B.Silvis. Zittend v.l.n.r.: W.Schoo, H.Mulder, C.H.Kemper (korpschef), jubilaris Silvis, J.Mouw, Ph.J.H.Steysel (kantoorbediende) en F.H.VAN EMMERIK. Staande van links naar rechts: J.Kroeze, E.Kieft, G.M.Spoor, H.Brouwer, Van Kampen, een onbekende, J.B.Jonkman, mevrouw Veldhuijsen, A.IJtsma, W.Uittenboogaard, A.Willemse, C.W.Schimmel., een onbekende, M.A.Houkes, H.Bakker, A.Vroon en Evert van Pel. Mogelijk omdat zij dienst hadden ontbreken H.Arnoldus, J.Veen sr. en H.Dam.

Jubileumbericht F.H.van Emmerik (Haarlem’s Dagblad, 5 januari 1944)

Na de Bevrijding is dat intern nog eens herhaald toen hij op 16 augustus 1945 25 jaar in dienst was bij het Heemsteedse korps. In 1948 moest hij voor het Bijzonder gerechtshof getuigen in het proces tegen zijn voormalige (foute NSB-)korpscommandant P.L.G.Kramer (1), bij welke gelegenheid hij zich redelijk ruimhartig uitliet tegenover zijn vroegere baas. Immers, op 7 maart 1943 is Van Emmerik door Kramer gestraft omdat hij als verantwoordelijk wachtcommandant had nagelaten de door een bewoner van de Johannes Vermeerstraat 3 aangeboden anti-Duits pamflet niet had gemeld aan de Duitse ‘Berichtendienst’. Van Emmerik meldde tijdens het getuigenverhoor op 16 april 1948 dat hij ‘verdachte had leren kennen als een wel heftig, maar karaktervol en rechtvaardig man. In de zomer van 1953 koos die openlijk partij tegen de NSB en ontstond een gespannen verhouding met de (NSB)burgemeester en zijn kring. Op de NSB-hulppolitie was hij van het begin af niet gesteld’. Door de officier van Justitie mr.T.P.Th.Röhling, advocaat-generaal bij de achtste kamer van het Bijzonder Gerechtshof te Amsterdam karakteriseerde Kramer als man zonder enig moreel besef tegen wie hij 15 jaar gevangenisstraf eiste, rekening houdend met een lange dodenlijst als gevolg van Kramers’ activiteiten als politieichef in Amsterdam, Hilversum en Heemstede onder vermelding van namen als niet teruggekeerde Joodse mensen zoals Oostra, Sara Oostra-Rothschild, Sajet Scharp, Eliason Moffie, David van Dam, Van Winnik, Snoek, Hendrik Grippo en vele anderen. In Hilversum had hij 11 Joodse mensen die ondergedoken waren in het huis aan de ’s-Gravelandseweg bij de zich professor noemende J.W.Pootjes (1890-1970), van wie slechts 1 persoon, een musicus, de oorlog overleefde, althans dat werd nog in 1948 verondersteld toen kennelijk nog niet bekend was dat 3 telgen van de familie Cantor de kampen hebben overleefd.  Een getuige verklaarde dat de man zich zeer anti-semitisch, grof en onbeschoft optrad tegenover Joden. Op de vraag van een vrouw wat haar stond te wachten was zijn antwoord lachend geweest: ‘naar Polen om te werken’.  Kramer vond die verklaring “ingekleurd”.  Vanuit Heemstede is bekend dat hij tenminste negen Joden heeft gearresteerd of laten arresteren en dat deze door de Duitsers op transport zijn gesteld. Tijdens het proces getuigden ook enkele personen à décharge.  Zo verklaarde de predikant Dondorp dat Kramer gunstige informatie over hem had verstrekt aan de Duitse autoriteiten toen hij in kamp Vught gevangen zaten, wat zijn vrijlating had bevorderd. Kramer toonde tijdens de verhoren geen schuld noch berouw. Zijn voornaamste rechtvaardiging was ‘Ik ben te formeel politieman geweest, dat was m’n hele fout’.

(Provinciale Drentsche en Asser Courant, 17-4-1948)

Bedroeg de eis 15 jaar cel, de rechter vonniste op 30 april 1948: 18 jaar gevangenisstraf met aftrek van voorarrest en ontzetting van alle rechten voor zijn gehele leven. Reeds na enkele jaren opsluiting is Kramer vervroegd vrijgelaten (2). Burgemeester J.H.van Riesen werd in 1948 tot 12 jaar cel veroordeeld, maar is al vanwege gezondheidsproblemen het jaar daarop in vrijheid gesteld.

Na de zuivering die gold voor gemeenteambtenaren heeft Van Emmerik zijn werk als brigadier voortgezet. Volgens een gepensioneerd politieman die ik in 1985 sprak en de hele periode had meegemaakt heeft de vertroebelde werksfeer van onderling wantrouwen op de werkvloer binnen het bureau die tijdens de bezettingstijd was ontstaan zich nog enkele jaren nadien voortgezet.
Hij woonde aanvankelijk op het adres Lindenlaan 17 en is voor de oorlog met zijn gezin verhuisd naar het pand Clivialaan 13. In 1952 moest hij vanwege ziekteverlof met werken stoppen en na een operatie is hij op 24 april 1953 overleden en drie dagen later begraven op de het r.k.kerkhof van de H.Bavokerk aan de Herenweg.

Foto van het politiekorps van Heemstede in 1949 in Groenendaal genomen bij het afscheid van burgemeester jonkheer J.P.W.van Doorn. Op de onderste rij op stoelen gezeten zien we in het midden met ambtsketting de heer Van Doorn,  links van hem inspecteur Berendsen, daarnaast Te Marvelde en vervolgens VAN EMMERIK

Overlijdensbericht  F.H.van Emmerik (Haarlem’s Dagblad, 24 april 1953)

Bericht van ter aarde bestelling F.H.van Emmerik (Haarlem’s Dagblad, 27 april 1944)

(1)Kramer was in Heemsteedse politiedienst in de rang van opperluitenant vanaf  1 februari 1943 tot zijn ontslag schriftelijk aangezegd, bovendien volledig uit de politiedienst verbannen, door de hoogste politiechef in Nederland Hanns Rauter, gedateerd 20 maart 1944, omdat hij bij een uiteindelijk mislukte arrestatie de Duitse politie voor de voeten had gelopen. Willy Lages, hoofd van de SIPO en SD in Amsterdam, voorgelicht door majoor Meincke als verbindingsofficier, was woedend geweest, omdat Kramer en zijn mannen te vroeg hadden ingegrepen bij een mislukte arrestatie, die de Duitsers zelf hadden willen verrichten. Hoofdoorzaak van het ontslag was de volgende gebeurtenis geweest. De opperluitenant had begin 1944 afspraken gemaakt met de S.D’ers Rühl en F.Viebahn over de inval in het huis van P.Scholten op het Frederik van Eedenplein, van wie als gevolg van roddels bij een kapper aan de Zandvoortselaan werd vermoed dat hij leider was van een illegale ‘Vrij Nederland’- groep. Door te vroeg ingrijpen van Kramer mislukte de zaak volledig. Lages, die onvoorwaardelijke gehoorzaamheid eiste, heeft de korpschef toen ontboden en in harde bewoordingen te verstaan gegeven dat hij zich moest bemoeien met zaken van de Duitsers  Kramer, die had verwacht dat men voor zijn werkzaamheden ten gunste van de Duitsers lof zou worden toegezwaaid en zelfs promotie verwachtte, kreeg zijn congé, was diep beledigd en verhuisde teleurgesteld naar Zevenbergen, waarna de NSB’er J.H.W.van Gelder afkomstig uit het Bloemendaalse korps tot opperluitenant in Heemstede is benoemd Op 30 oktober 1945 is Kramer – na een oproep in de pers van 28 augustus voor inlichtingen omtrent zijn verblijf – na arrestatie door de Politieke Opsporings Dienst (POD) in het politiebureau van Heemstede opgesloten en verhoord  en vervolgens overgebracht naar tijdelijk bewaringskamp ‘de Koudenhorn’ te Haarlem om zijn proces af te wachten, dat in april 1948 plaatshad. In 1954 is hij na zijn vrijlating naar Eygelshoven verhuisd en ten slotte naar Kirchhain in Duitsland om met een Duitse vrouw te hertrouwen.

Tegen opperluitenant P.L.G.Kramer [20 april 1944 op bevel van Rauter ontslagen is in het proces tegen hem, verantwoordelijk geacht voor de dood minstens 25 Joodse personen in Amsterdam, Hilversum en Hemstede, 15 jaar geëist. Omdat hij geen enkel woord van berouw toonde, maar zich verdedigde met de woorden ‘als politieman uitgevoerd te hebben wat hem door zijn superieuren werd opgedragen, was het vonnis 18 jaar cel. Al na enekle jaren is hij vervroegd vrijgelaten en ten sloyye naar Duitsland verhuisd. (bericht uit Haarlem’s Dagblad van 30 april 1948)

(2)Geboren in 1912 te ’s-Gravenhage als zoon van een politieagent. In Na een opleiding in Limburg is hij op 3 juni in dienst gekomen bij de politie in Haarlem. Het jaar daarop slaagde hij voor het examen van Hogere Politiemabtenaren en volgde een aanstelling in de hoofdstad. Daar komt hij onder invloed van NSB-adjunct hoofdcommissaris Krenning en sluit hij zich ook aan bij de NSB.

Krenning

Overste J.C.Krenning op het hoofdbureau. Overtuigd NSB’er,  stortte hij in 1943 geestelijk in en daarop volgde zijn ontslag. 

In 1939 te Geldermalsen getrouwd met Jantje van Riemsdijk en zijn twee kinderen geboren. Vanaf 1940 werkzaam als inspecteur bij het hoofdbureau van politie in Amsterdam. Amsterdam. Vanaf 1943 als opperluitenant werkzaam in Heemstede en woonachtig op het adres Raadhuisplein 24. [In 1946 is op verzoek van de vrouw bij vonnis in Haarlem en bij verstek van gedaagde Kramer de echtscheiding uitgesproken]. Piet Kramer had een opleiding gekregen als dienstplichtig (reserve) 1e luitenant, tweede regiment infanterie te Venlo. Kwam vervolgens in dienst bij de gemeentepolitie te Amsterdam, na de bezetting door de Duitsers als inspecteur ingedeeld bij het Bureau Joodse Zaken aldaar. Hij was lid van de NSB en het Rechtsfront. In het blad van laatstgenoemde organisatie is op 15 maart 1942 bericht dat P.L.G.Kramer een opleiding volgde aan het (nazi georiënteerde) Politie Bataljon te Schalkhaar. in het boek ‘Dienaren van het gezag’ (zie literatuuropgve) is door de auteur een hoofdstuk gewijd aan de op aansporing van Rauter door hoofdcommissaris S.Tulp oltober 1941 opgerichte apart bureau Joodsche Zaken waarvan R.W.Dahmen von Buchholz als chef is aangesteld. Als inspecteur kwam hier de bij de NSB aangesloten P.L.G.Kramer te werken. Citaat uit het boek van Meershoek: ‘(…)De bezetting van het bureau werd snel uitgebreid. Een maand later had Dahmen  von Buchholz reeds bijna twintig medewerkers, merendeels nationaal-socialisten, die zich zoals inspecteur Kramer tegenover Tulp verklaarde, lieten leiden door achting voor hun chef en “liefde voor dit speciale werk (Joodsche Zaken), dat ik als Nationaal-Socialist zoo grondig aanvoel” [rapport L.Kramer, 3-7-1942].

rechercheurs

rechercheurs onder leiding van commissaris R.W.Dahmen von Buchholz en rechercheur Douwe Bakker vallen 27 april 1942 een café binnen op de Nieuwmarkt (foto uit boek van Guus Meershoek) 

Kennelijk spreidde zich het werk van de dienst ook uit buiten de hoofdstad. In het blad Deelgenoot nummer 84, zomer 2017, van de historische verenging Blaricum wijde Ron van den Berg een artikel aan de Hilversumse kwestie J.W. Pootjes, waarin ook P.L.G.Kramer ter sprake komt. Citaat: (…) Verzette Pootjes zich voor de oorlog tegen de door de Nederlandse overheid aan zijn zoon opgelegde dienstplicht, tijdens de oorlog richtte zijn verzet zich tegen de Duitse bezetter. De boerderij aan de Langestraat die hij in 1940 met zijn bedrijf en met zijn huisgenoten (z’n gezin, de Ietswaarts, de Van Dijks) had betrokken -zij vormden een soort commune H.K. – was groot genoeg  om er ook nog onderduikers op te kunnen nemen. Helaas werden ze ontdekte en door de in 1948 tot 15 jaar cel veroordeelde NSB’er luitenant P.L.G.Kramer opgepakt. Van de 12 onderduikers zou er maar één de oorlog hebben overleefd. Pootjes zelf zou zijn gearresteerd en 8 maanden in Vught te hebben gezeten om in 1943 weer in Hilversum terug te keren. 

de voormalige boerderij aan de Langestraat in Hilversum

Uit verder onderzoek blijkt dat Kramer op 6-10-1942 om 18.00 uur een grote groep arrestanten vanuit Hilversum in Amsterdam aflevert. Daaronder het volledige gezin Pootjes (met dochter Sientje, pas 3), de broers van Dijk, het hele gezin Ietswaart (met 4 kinderen onder wie Sara van 1) en een aantal Joodse onderduikers, mogelijk inderdaad 12, uit meerdere gezinnen.[zoals L.van Dantzig, S.Levie, J.Content, E.Turksman,  B.de Haan,  A.J.de Haan, H.Vorst, , H.Cantor,  M.Cantor, J.Cantor, J.Vorst  – evenals J.W.Pootjes naar de S.D. geleid [politierapport 7-12-1942. De ochtend er op, om 11.10 uur worden ze “heengezonden’, de joodse onderduikers en Pootjes Sr. uitgezonderd. Die worden “voor den S.D.geleid”. Pootjes zou naar Vught zijn gebracht, de onderduikers naar Westerbork en van daar uit naar Duitse kampen. Onder hen het gezin Mozes Cantor en Henriëtte (Jetty) Cantor-Frank, geliefd zangeres en violiste die met haar Ensemble een eigen AVRO-radioprogramma heeft. Al in mei 1940 wordt ze, zoals vele joodse collega’s door de omstreden AVRO-baas Willem Vogt ontslagen. In juli 1945 meldt een enkele krant dat ze in de Poolse concentratiekampen is vermoord maar ze blijkt evenals haar man en haar zoon, de oorlog te hebben overleefd. In augustus 1945 al, treedt ze weer op en hervat ze met het ‘Ensemble Jetty Cantor’ haar radioprogramma. Alsof er niets is gebeurd. En ze gaat acteren. Twee seizoenen is ze Saartje in de populaire televisieserie Swieberje. Jetty Cantor overlijdt in 1992; en moet een buitengewoon sterke vrouw zijn geweest. Dat maar één van de onderduikers van de Langestraat de oorlog overleefde, dat klopt gelukkig niet’.   [Ter aanvulling bericht Wikipedia over Jetty Cantor: ‘(…) Tijdens de oorlog zat Jetty Cantor gevangen in het concentratiekamp Westerbork. Met haar zaten daar veel uit Duitsland gevluchte artiesten. De kampcommandant Gemmeker was een liefhebber van kleinkunst, zodat er regelmatig revues werden opgevoerd, en de artiesten lange tijd in het kamp bleven. In augustus 1944 werden zij uiteindelijk op transport gesteld. Cantor kwam eerst terecht in Theresienstadt, waar zij har zuster voor het laatst zag. Een paar maanden later werd zijn gevoerd naar Auschwitz. Daar werd zij in het orkestje ingedeeld dat muziek maakte terwijl de gevangenen naar de gaskamers werden geleid. Ten tijde van de bevrijding was Cantor er zo slecht aan toe dat ze maanden met krukken moest lopen.'(…)’

Terugkomend op Kramer na zijn invrijheidstelling. In 1988 vroeg hij vanuit Duitsland toestemming van de toenmalig Minister van Justitie om naar Nederland te mogen komen om zijn zieke moeder te bezoeken. De ironie wil dat zijn moeder te Heemstede werd verpleegd en wel in huize Bosbeek, eens het verblijf van de omgebrachte Joodse familie Gutmann. Omdat zijn moeder het volgens de behandelende arts niet lang meer zou maken is het verzoek ingewilligd. In maart 1992 heeft de heer Vic Klep hem schriftelijk benaderd voor een interview. In juli liet zijn echtgenote weten dat Kramer leed aan een hersentumor, maar verder ‘nog goed bij de tijd’. Aan een gesprek had hij geen behoefte, tijdens de oorlogsjaren had hij als politieman gewoon de bevelen van zijn superieuren, in Heemstede de burgemeester als hoofd van de politie en verder de Ortskommandant in Haarlem gevestigd, opgevolgd. In een brief  van 28 juli liet zij in opdracht van haar man weten: ‘Der Grund dass er Ende März 1944 in Ungnaden gefällen war, ist dass er damals nicht mehr gewillt war für andere Vorgezetzten die Kohle aus dem Feuer  zu holen und bestimmte Befehle, meistens folgen aus Denunzierierungen aus der Bevölkerung auszuführen. In mehreren Gesprächen mit seinen Vorgesetzten hatte er sich zud iesen Themen geäussert und ist dieses Verhalten seiner seitz, ausscheinend weitergeleitet worden (…) Wie Ihnen bekannt sein würde, gab Gen.Lt.Rauter für das ganze Lnd Verordnungen aus, mitunterschrieben von dem damaligen Niederländischen Sekr.Gen.der Justiz, die von der Niederländischen Polizei im grossen ganzen prompt ausgeführt wurde.’  Na al die jaren heeft het Kramer kennelijk dwarser gezeten dat hij door de hoogste Duitse politiebazen, Rauter en Lages, werd ontslagen, dan dat hij compassie toonde voor het feit dat hij als Nederlands politieman tientallen Joden liet oppakken, eerst in Amsterdam en het Gooi (1940-1941), vervolgens in Heemstede (1943-1944).  Korte tijd later na zijn laatste reactie is Kramer in Kirchhain overleden.

F.H.van Emmerik als vervaardiger van linoleum- en houtsnedes

Het molentje van Groenendaal door F.H.van Emmerik op groot formaat en ingelijst

Frans van Emmerik specialiseerde zich in het vervaardigen van linosnedes en vervolgens houtsnedes van karakteristiek Heemsteedse taferelen. Hij signeerde zijn werk met FHvE. Wisselend in een het lokaal voor Christelijke Belangen en het (r.k.) Vereenigingsgebouw gaf hij ook les aan scholieren in het kader van cursussen georganiseerd door de Volksbond tegen Drankmisbruik, afdeling Heemstede (die pas na 1930 over een eigen ‘koffiehuis annex vergaderlokaal kon beschikken nabij de Haven aan de Heemsteedse Dreef).

Bericht uit Haarlem’s Dagblad van 30 april 1929

vervolg bericht van tentoonstelling huisvlijt door leerlingen van F.H.van Emmerik uit H.D. van 30 april 1929

In 1928 verscheen in een oplage van 25 afdrukken een uitgave ‘Plekjes uit Heemstede’ met 10 houtsneden. In het archief van de Historische Vereniging Heemstede Bennebroek is daarvan dankzij wijlen ir.B.W. Colenbrander 1 exemplaar aanwezig met de volgende afbeeldingen: Vredesbrug, de Blekersvaart, poort van het Oude Slot, r.k.kerk Berkenrode, het huisje van Holdorp aan de Asterkade bij de Leidsevaart, boerderij Molenwerf, Belvedere, de Oude Kerk en huis aan de Zandvaart. 1 gravure ontbreekt in de map, vermoedelijk ’t molentje van Groenendaal. Andere gravures die Van Emmerik vervaardigde zijn o.a. het Bullenhofje van Bosbeek en de molen van Höcker op de Glip.

Het Bullenhofje door F.H.van Emmerik, 1928, eigen druk 51. In dit in gesloopte hofje met kleine huisjes woonde het dienstperoneel van Bosbeek

In 1999 zijn door de Rotary Heemstede drie van Van Emmeriks prentjes als nadruk in de vorm van wenskaarten uitgegeven, namelijk de Belvedère, Oude Kerk en toegangspoort naar het Oude Slot. De opbrengst daarvan kwam ten goede aan de vorming en begeleiding van muziekgroepen van bewoners op instituut de Hartekamp.
Bethesda-Sarepta en Meer en Bosch.

De Belvedere als nadruk van F.H.van Emmerik

In 1932 zijn in het gedenkboek ‘Licht en Schaduw’, uitgegeven ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van de Christelijke Vereeniging voor de verpleging van lijders aan vallende ziekte te Haarlem en Heemstede, in totaal 13 prenten,vermeld als houtsneden, opgenomen, namelijk van Meer en Bosch; 1) entree van het hoofdgebouw van Meer en Bosch, 2) paviljoen Sarepta, 3) paviljoen Eben-Haëzer, 4) oude tuinmanshuis, 5) kerk Irene, 6) Boschhuis.

Het kerkje ofwel de kapel Irene van Meer en Bosch (anno 2018 op de nominatie om gesloopt te worden)

Verder van de instelling Betheda-Sarepta; 1) Sarepta, 2) Nieuw-Bethesda, 3) Overbosch, 4) ’t Nieuwe Huis, 5) portierswoning Sarepta, 6) nieuwe doorgang naar Sarepta, 7) de bel van Sarepta.
Omdat scans van de prenten van Meer en Bosch al zijn opgenomen in een blog gewijd aan de historie van Meer en Bosch zullen onderstaand de voorstellingen van Bethesda-Sarepta bij de illustraties verschijnen.

Ten aanzien van grafische technieken wordt als regel een onderscheid gemaakt tussen: 1) hoogdruk (waartoe houtsnede, houtgravure en linosnede worden gerekend, 2) doordruk (zoals o.a. sjabloondruk, monotype en zeefdruk), 3) vlakdruk (offset, lithografie of wel steendrukken en 4) diepdruk (e.a. ets of kopergravure en aquatint).

LINOSNEDE, HOUTSNEDE en HOUTGRAVURE
In een standaardwerk als van Ad van der Blom: ‘Tekenen dat het gedrukt staat; 500 jaar grafiek in Nederland’ wordt de linosnede niet apart behandeld maar slechts een enkele passage daaraan gewijd onder het hoofdstuk ‘van de vroege houtsnede’. Laatstgenoemde druktechniek heeft een veel oudere traditie, teruggaande tot circa 1370 en bereikte een hoogtepunt in de 15e/16e eeuw ten tijde van Albrecht Dürer. In die periode voor en ten tijde van de uitvinding van de boekdrukkunst met losse letters zijn ook zogeheten blokboeken met teksten al of niet met illustraties verlucht in het Westen van Europa vervaardigd, zogenaamde prototypografie.
Linoleum als een slijtvaste vloerbedekking is omstreeks 1860 uitgevonden door de Schot Frederick Walton (1833-1928). Bij allerlei proefnemingen ontdekte hij dat lijnolie de eigenschap heeft een vel te vormen bij blootstelling aan zuurstof. Een aparte toepassing van wat latere tijd is de toepassing van linoleum door kunstenaars voor het maken van een linosnede, wat een nieuwe druktechniek werd en voor het eerst gebruikt in het nijverheidsonderwijs. De eerste kunstenaar van wie een linosnede bekend is heet Erich Heckel, 1903. Later met speciale zachte linoleumsoorten voor kunstenaars o.a. gevolgd door gerenommeerde kunstenaars als Matisse en Kandinsky. Ook de veelzijdige Picasso heeft er een aantal vervaardigd. In ons land zijn door Jan Mankes en vooral M.C.Escher in zijn jonge jaren geslaagde linosnedes gemaakt.

 

Escher4Escher5

houtsnede

Een exlibris van M.C.Escher uit 1940 voor literatuurcriticus G.H.’s-Gravesande (voorbeeld van een houtsnede) 

Momenteel wordt in het Fries Museum te Leeuwarden een tentoonstelling gewijd aan het werk van Escher. In de jaren twintig van de vorige eeuw is de linosnede geïntroduceerd voor de zelfexpressie van jongeren. In die periode gaf ook Van Emmerik les in deze techniek Onder de later befaamd geworden kunstenaar uit Groningen Hendrik Werkman is een serie uitgegeven van leerlingen van Hogere Burger School Vereeniging , onder leiding van Jan G.Jordens (1925-1930).

Een overzicht van linosnede materialen (Teleac)

De linoleumsnede wordt geheel vervaardigd als de houtsnede in hoogdruk, zij het dat linoleum wordt gebruikt in plaats van een (harder) houtblok. Het materiaal linoleum is veel zachter dan hout en heeft geen nerf. Het nadeel is dat het iets sneller brokkelt dan hout terwijl het gemak van het bewerken juist een voordeel kan zijn. Aangezien linoleum gelijkmatiger van structuur is dan hout, mist de linoleumsnede de karakteristieke hoekige lijnen van de houtsnede. Er kan eerst een tekening op het linoleum gemaakt worden, waarbij er rekening mee moet worden gehouden dat de afdruk later ten opzichte van de tekening op het linoleum in spiegelbeeld zal zijn. Wanneer het linoleum warm is, door het bijvoorbeeld eerst in de zon te leggen, wordt het zachter en is het eenvoudiger te bewerken. Vervolgens wordt er een vel, vaak vrij dun papier op het linoleum gelegd, dat met een hoogdrukpers krachtig wordt aangedrukt. Kleine formaten kunnen ook handmatig met een glad voorwerp worden aangewreven, zoals een lepel. Dan wordt de afdruk voorzichtig van het linoleum gehaald en te drogen gelegd. De afdruk van een linosnede kan ook met inkt of verf worden ingekleurd. Van een linoleumsnede kunnen talrijke afdrukken gemaakt worden voordat het linoleum is versneden. Verondersteld wordt dat Van Emmerik aanvankelijk vooral met linoleum heeft gewerkt, mogelijk later ook in hout.
Bij de houtgravure wordt gegraveerd, ‘gestoken’ met een burijn in de kopse kant van een hard houten blok, terwijl bij de houtsnede meestal gegutst wordt in een rechte houten plank, wat veel grovere afdrukken oplevert met een sterker zwart-wit contrast. In Japan zijn kunstenaars al Hokusai en Hiroshige, die met hun werk Vincent van Gogh hebben beïnvloed, voortreffelijke houtgraveurs geweest. In België had in de vorige eeuw een opleving plaats onder Frans Masereel en Jan-Frans en Jozef Cantré.
Terugkomend op de linosnede, van de kunstenaars uit Heemstede heeft Willem Snitker (1938-005), die naast schilderen, tekenen en beeldhouwen allerlei grafische technieken heeft aangewend, ook linosnedes vervaardigd. Een andere plaatselijke kunstenaar die een behoorlijk aantal linoleumsnedes op zijn naam heeft staan is wijlen Piet Wiegman (1930-2008), de zoon van tekenaar-illustrator Jan Wiegman en neef van twee kunstenaars uit de Bergense School: Piet Wiegman en Matthieu Wiegman.

Bronnen en Literatuur:
-Delpher (Koninklijke Bibliotheek) en Krantenbank van het Noord-Hollands -Archief;-Wikipedia: Jetty Cantor.;

-Ron van den Berg. ‘De verkeerde Pootjes’. In: Deelgenoot, Historische Kring Blaricum, 84. zomer 2017, p.2032-2039.
-Ad van der Blom. Tekenen dat het gedrukt staat; 500 jaar grafiek in Nederland. Alphen aan den Rijn, Septuaginta, 1978.-Grafische technieken; door Marleen Buddemeijer, Henny van der Eng, Sonja Suk. Utrecht, Stichting Teleac, 1985.

-Gedenkboek ‘Licht en Schaduw’, uitgave van Meer en Bosch en Bethesda-Sarepta, 1932.

-Marcel Bulte en Hans Krol. Heemstede 1940-945; een gemeente in bezettingstijd. Haarlem, De Vrieseborch, 1985.
-V.H.Klep. Uittreksel dagrapporten Gemeentepolitie Heemstede 1939-1945, samengesteld door V.C.Klep. Tweede herziene uitgave. 1995.
-Guus Meershoek. Dienaren van het gezag: de Amsterdamse politie tijdens de bezetting. 1999.
-Carla van der Stap. De houtsnedes van politieagent Van Emmerik. In: Heerlijkheden, voorjaar 2018, nummer 176, p.33-35.

Illustraties

F.H.van Emmerik: het huisje van Holdorp aan de Asterkade en Leidsevaart

F.H.van Emmerik: prentje van de Blekersvaart

F.H.van Emmerik: de Bronstee-boerderij (na 1920 gesloopt) met daarvoor trambaan. Eigen druk nummer 9.

F.H.van Emmerik: huis aan het Zandvaartpad

F.H.van Emmerik: de Oude Kerk (nadruk)

F.H.van Emmerik:: de poort naar het Oude Slot van Heemstede (nadruk)

Betheda-Sarepa uit ‘Licht en Schaduw’, 1932:

F.H.van Emmerik: Sarepta

F.H.van Emmerik: Nieuw Bethesda

F.H.van Emmerik: Overbosch

F.H.van Emmerik: ’t Nieuwe Huis

F.H.van Emmerik: Portiershuis Sarepta

F.H.van Emmerik: nieuwe ingang Sarepta

F.H.van Emmerik: de bel van Sarepta

Bijlagen: linoleum- en houtsnedes

Uit: Ad van der Blom. Tekenen dat het gedrukt staat, pagina 14

vervolg van A van der Blom, p.14.

Voorbeeld van een linosnede door Willem Snitker, bij een gedicht van Geerten Meijing

Enkele linosnedes van Piet Wiegman (1930-2008)

Piet Wiegman: duinlandschap

Gekleurde linosnede van een kip door Piet Wiegman

Piet Wiegman: landschap bij Heemstede (linosnede)

Piet Wiegman: woonwagen op het terrein van Sientje van Noort aan het Wilhelminaplein Heemstede met op de achtergrond de Oude Kerk

Artikel over een linosnede, getiteld ‘Leven’ van Erik Prins (29) uit Heemstede (Dagblad Trouw, 6 mei 1982)

vervolg van artikel Erik Prins in Trouw, 6 mei 1982.