PIETER VIS, VIERDE BUITENECHTELIJK KIND VAN PRINS BERNHARD?

Tags

, , , , , ,

PIETER VIS (1949-2017), vierde buitenechtelijk kind van prins Bernhard?

Vooromslag van langspeelplaat Pieter Vis: ‘Muziek is mijn leven!’

Bastaarden ofwel onwetttige/onechte personen, geboren buiten een huwelijk, zijn in de geschiedenis bij vorstenhuizen een veelvoorkomend verschijnsel geweest. Ze kwamen al voor bij de graven Holland. Bekend voorbeeld is de Witte van Haemstede, onnatuurlijke zoon van graaf Floris de Vijfde. In 1304 voer hij met schepen en een aantal troepen vanuit Zeeland naar Zandvoort en verjoeg met hulp van opgetrommelde soldaten uit Kennemerland de Vlamingen die tot Haarlem waren doorgedrongen. Weliswaar heeft de beslissende slag niet bij het Manpad op de grens van Haarlem en Heemstede plaatsgehad maar meer zuidelijk . Uit in 1306 opgemaakte oorkonden weten we dat uit de regio Zuid-Kennemerland enige tientallen doden waren te betreuren naast talrijke gewonden en voor 2000 ponden schade.

19de eeuwse lithografie met een verbeelding van de Witte van Haemstede en zijn soldaten op de Blinkert in Bloemendaal bij Haarlem

In de nacht van 22 op 23 januari 1392 is de maitresse ofwel minnares van graaf Albrecht van Beieren door een  aantal Hoekse landedelen in Den Haag vermoord. Daarbij was ook Jan van Heemstede betrokken. Het gevolg is geweest dat zijn kasteel in Heemstede door zogeheten ‘Kabeljauwen’ uit Haarlem tot de grond is verwoest en heer Jan naar het buitenland moest vluchten. Enkel het archief dat tijdig onder de grond was verstopt bleef gelukkig grotendeel bewaard.

De moord van jonkvrouwe Aleid van Poelgeest. Gravure van Reinier Vinkeles en Jacobus Buys uit 1794.

De historicus E.W.Dek promoveerde in 1954 aan de Universiteit van Amsterdam op een proefschrift ‘Genealogie der graven van Holland’. Daarin heeft hij een afzonderlijk hoofdstuk gewijd aan de bastaarden. Hij schrijft: ‘Het hebben van bastaarden gold in de Middeleeuwen als heel normaal. Gedeeltelijk is dat te verklaren uit het feit dat de vorsten om staatkundige redenen vaak een huwelijk sloten met een volkomen onbekend persoon’. ‘Vóór graaf Willem II weten we uit de archieven niets van buitenechtelijke kinderen. Vanaf Willem II tot Philips II, in totaal vijftien vorsten, regerend tussen 1234 en 1581, zijn 68 wettige kinderen en 76 bastaarden met naam bekend. Verschillend met de vorsten die dezelfde periode regeerden in Frankrijk, 18 personen met gezamenlijk 120 natuurlijke kinderen en slechts 18 bastaarden. Voor Portugal is een en ander ook berekend. Aldaar 15 vorsten met tezamen 68 wettige kinderen en 19 bastaarden. Dek voegt er echter aan toe dat de Franse en Portugese bronnen schaars zijn en nader onderzoek wellicht meer onwettige kinderen zal opleveren. In de Nederlanden is ook onderzoek gedaan naar de hertogen van Brabant van 1234 tot 1430 met in totaal 9 meerderjarige hertogen, die tezamen 37 wettige kinderen en 46 bastaarden hadden. In Vlaanderen en Namen regeerden na 1234 en vóór Philips de Goede, samen 13 vorsten, zijn 58 natuurlijke kinderen en 29 bastaardkinderen bekend. In Gelre regeerden dezelfde periode, vóór Karel de Vijfde, 11 vorsten, die 32 wettige kinderen en 35 bastaarden hadden. Dek heeft ook nog gekeken naar de Nassau’s van 1234 tot 1581, vanaf Hendrik de Rijke tot en met Willem van Oranje Nassau en kwam tot een aantal van 82 wettige kinderen en 15 bastaarden, waaraan hij toevoegt dat we aan de hand van de bewaard gebleven archieven van de Nassausche bastaarden vóór 1400 nauwelijks authentieke gegevens zijn overgeleverd Vooral in de periode van de zogeheten Hoekse en Kabeljauwse twisten zijn behalve gebouwen ook archieven verloren gegaan. Meer weten we van de 16e en vooral 17de eeuw. Zo had prins Maurits (1567-1627), zoon van Willem de Zwijger, naast een langdurige relatie met Margaretha van Mechelen (1580-1662), met wie hij overigens weigerde te vrouwen, drie zonen (Willem, geboren 1601, Lodewijk geboren eind 1602 en Maurits, geboren in 1604). Daarnaast zijn nog minstens 5 kinderen verwekt uit verhoudingen met de volgende vrouwen: Cornelia Jacobsdocher (met dochter Anna), Ursula de Rijck (met dochter Elisabeth) , Jobhgen Arendsdr. van Alphen (met zoon Carel) , Anna van de Kelder (met zoon Carel Maurits) en Deliana de Backer (met dochter Eleonora).

Vooromslag van ‘Oranje bastaarden, een vademecum. Buitenechtelijke kinderen van het Oranjehuis. Door Hanno de Iongh. 2005.

Genealogisch onderzoek koningshuis Oranje-Nassau

Van Willem van Oranje (1533-1584) trouwde vier maal en kreeg in totaal 15 kinderen, onder wie Maurits uit het huwelijk met Anna van Saksen en Frederik Hendrik uit zijn verbintenis met Louise de Coligny. Van de vader des vaderlands is 1 buitenechtelijk kind bekend, namelijk Justinus van Nassau, geboren uit een relatie met Eva Eliver (Elinx). Van zoon prins Maurits (1567-1625) die een langdurige relatie had met Margaretha van Mechelen maar nimmer trouwde zijn 8 onwettige kinderen bekend, van wie drie zonen met Margaretha en nog 5 kinderen uit verhoudingen met vijf andere vrouwen. Van diens opvolger als stadhouder, halfbroer prins Frederik Hendrik (1584-1647) is 1 onwettig kind bekend, te weten prins Frederik van Nassau-Zuylensteyn, geboren uit een verhouding met Margaretha Catharina Bruyns. Via laatstgenoemde prins, kleinzoon van Willem de Zwijger, leven nog nazaten die als enigen de familienaam Nassau dragen. Drie in Groot-Brittannië woonachtige vrouwen met de voornamen Janet Elisabeth Nassau (geboren in 1946) en een tweeling Julie Anne en Pamela Margaret, beiden geboren op 19 februari 1960 te Edmonton, London, verwekt uit het huwelijk van Herbert John Nassau (1920-1969) en Doris Miller.

Portret van Frederik van Nassau, Heer van  Zuylenstein (1624-1672)

Ten aanzien van ons koningshuis van Oranje-Nassau heeft zich Hanno de Iongh op dit specifieke terrein van stamboomonderzoek gespecialiseerd. Van zijn publicaties noem ik in dit verband: 1) Europese koninklijke bastaarden; echte (en vermeende) buitenechtelijke nazaten van de Oranjes vanaf Willem de Zwijger tot en met prins Bernhard (2002), 2) Oranjebastaarden; buitenechtelijke kinderen van het Oranjehuis, een vademecum (2001), 3) Koning Willem III en zijn bastaarden (2013). Uiteraard met veel veronderstellingen, en van de laatste tijd geruchten. Vooral stadhouder prins Willem V (1748-1806) en de koningen Willem I (1772-1843) , Willem II (1792-1849) en Willem III (1817-1890) zijn min of meer ruim vertegenwoordigd met onechte kinderen. Met de stand van het huidig DNA onderzoek kan iemand voor een bedrag van nog geen 100 euro o.a. via myheritage in een Amerikaans laboratorium laten uitzoeken of men afstamt van de Neanderthaler, maar dat gaat nog niet zover dat men de biologische relatie met een Romeinse keizer of Middeleeuwse koning kan traceren.
Wanneer een wereldrecord zou bestaan voor een persoon met de meeste wettige nakomelingen én bastaarden komt zonder twijfel keizer Karel de Grote (747-814) in aanmerking – afgezien van de Ottomaanse sultans, waar overigens bijvrouwen ook volgens hun religie gewettigd waren. Ondanks schaarse eigentijdse bronnen zijn van genoemde vorst vijf echtgenotes met naam bekend, te weten Himiltrude (in 768 getrouwd), Desiderata/Gerperga (769), Hildegard (771) en Fastrada (785) en Luitgarde (794 0f 796), maar ook minstens 4 maîtresses: Madelgarde, Gerswinde, Regina en Addelinde. Sommige genealogen menen dat vandaag de dag talrijke nazaten van deze vorst leven. Menige stamreeks gaat al of niet terecht terug tot Karel de Grote.

Prins Hendrik 
J.A.de Jonge publiceerde in 1988 een biografie: ‘Hendrik, Prins der Nederlanden, Hertog van Mecklenburg-Schwerin’ en misdaadjournalist Hendrik Jan Korterink volgde met een boek in 1992: ‘De zwarte schapen van Oranje; het leven van de maîtresses van Prins Hendrik (1876-1934), echtgenoot van koningin Wilhelmina en dat van de drie (van haar zes) kinderen die zij van Hendrik kreeg’.

Voorzijde boek: ‘De zwarte schapen van Oranje; over de minnares van Prins Hendrik, hun zes kinderen en andere geheimen; door Hendrik Jan Korterink

Prins Hendrik is de geschiedenis ingegaan als een notoire schuinsmarcheerder. Buiten alle officiële plichtplegingen waren zijn twee voornaamste bezigheden van tijdverdrijf de jacht en seks bedrijven. Eén van zijn jachtvrienden was mr.K.J.G.baron Hardenbroek van Bergambacht, die gedurende een dertigtal jaren burgemeester was van Bennebroek van 1925 tot 1955. Citaat van een vroegere Duitse dienstbode die naar Nederland was verhuisd: ‘Waar we altijd naar uitkeken was wanneer prins Hendrik kwam jagen. Dan kregen we altijd vijfentwintig gulden in de fooienpot, Ja, iedereen was daar dol op Varkensheintje, (Vrij Nederland, 13 november 1982). Die bijnaam van Varkensheintje had de prins in 1915 gekregen nadat hij met het voor jagers magistrale, maar voor republikeinse socialisten onzinnige idee had geopperd om nota bene midden in een wereldoorlog wilde zwijnen uit het buitenland te importeren. Die zouden dan op de Veluwe worden uitgezet, waarop vervolgens kon worden gejaagd. De scheldnaam was voor het openbaar ministerie reden om de bladen die deze gebruikten van majesteitsschennis te betichten.

Cartoon van Jan Sluijters in de Nieuwe Amsterdammer van 16 september 1916. ‘De Veluwe afgerasterd voor de prinselijke jacht. Prins Hendrik; “Mijn zwijntjes hebben nu de Veluwsche bosschen. Laat ons dit boompje aan het Nederlandsche Volk overlaten” (IISG)

In de jaren twintig van de vorige eeuw was deze prins een onregelmatig bezoeker van de Hartekamp in Heemstede, waar de schatrijke mevrouw Catalina von Pannwitz woonde en de Hartekamp het middelpunt vormde van een kolonie van de Nederlands-Duitse aristocratie.

Prins Hendrik begroet dames in historische  kledij bij een officiële ontvangst op de Hartekamp waarbij geld werd ingezameld voor een goed doel.

Romanschrijfster Jo van Ammers Küller voorspelt in de tuin van de Hartekamp de toekomst van Prins Hendrik uit de lijnen van diens hand (Sumatra Post, 15 juli 1926)

In 1975 verscheen een boek over de geschiedenis van de Hartekamp en kwam ik in contact met twee oud-werkneemsters, de een uit Alkmaar en de ander uit Hillegom. Zij hadden prins Bernhard meegemaakt in de jaren dertig, maar voordien ook prins Hendrik, die volgens hen bij het vrouwelijk personeel zeer geliefd was, omdat hij bij zijn vertrek altijd een royale fooi achterliet. Wèl vertelde één van de intussen overleden dames, dat niet alle vrouwen gediend waren van Prins Hendriks avances en handtastelijkheden. Hendrik kwam altijd alleen, hooguit met een chauffeur, maar nooit in gezelschap van koningin Wilhelmina. Prins Hendrik zou zich zowel met prostituées als met minnaressen hebben vermaakt. Veel publiciteit kreeg de jurist Pim Lier (1918-2015) omstreeks 1980 toen hij openbaar maakte dat koningin Juliana zijn halfzus was. Lier werd in 1918 geboren als Albrecht Willem Wenneker, buitenechtelijke zoon van de weduwe Mien Abo-Wenneker. Prins Hendrik zou haar hebben ontmoet bij zijn masseur die praktijk hield in het huis waar zij destijds woonde. Koningin Wilhelmina liet de zaak, met name ook financieel, regelen door een Haagse politiecommissaris Francois van ’t Sant, hoofd CID, vertrouweling van de vorstin en later van Juliana. Pim Lier kwam nog tussen 1984 en 1987 met enkele affaires van geheel andere aard in het nieuws en kreeg de bijnaam ‘Pim Lear’. Een erkenning vanuit het koningshuis is nooit gekomen.

Pim Lier in vol ornaat (Tubantia)

December 2008 bracht Cees Fasseur, niet de minste onder de historici, naar voren dat Jonathan Aitken, een vroegere minister in een conservatieve kabinet, zou zijn geboren uit een affaire met Penelope Maffey, maar hij kwam daar vervolgens op terug, dat de liefde platonisch was.

Penelope Aitken

Destijds hot news in Engeland. Aitken heeft het gerucht altijd ontkend, maar wenste geen dna onderzoek. Dat is overigens wèl gebeurd in 1999 toen bleek dat hij de biologische vader is van Petrina Khashoggi, geboren uit een buitenechtelijke relatie met Adnan Khashoggi’s echtgenote Soraya.

(Marc van der Linden. De vrouwen van prins Bernhard, 2011)

Prins Bernhard
Van prins Bernhard zijn officieel twee buitenechtelijke kinderen erkend: 1) Alexia Grinda-Lejeune (*Boulogne/Parijs, 10-7-1967), verwekt bij een Franse maîtresse en 2) Alicia von Bielefeld (* San Francisco, 21-6-1952), landschapsarchitecte en woonachtig in de Verenigde Staten, geboren uit een ontmoeting van de prins met een Duitse vrouw in Mexico.

Bernhard en zijn buitenechtelijke kinderen (Alicia *1957) en Alexia (*1967) (Nieuwsblad.be)

Hélène Grinda in Parijs gefotografeerd in 1971 (ANP)

Prins Bernhard, Alexia en Hélène Grinda

Alexia was overigens al eerder ‘een publiek geheim’ als ‘bijvangst’ van het Lockheed-onderzoek in 1976, zoals ook geldt voor de Northrop-smeergeldaffaire, die bewust buiten het corruptieonderzoek is gebleven. Prins Bernhard’s geheugen liet hem bij de ondervragingen door de commissie van drie (Donner, Holtrop en Peschar) danig in de steek, was het geld aangeboden of gevraagd?, het kwam hem hooguit goed uit, dat hij het geld nodig had gehad om de kosten van een onwettig kind, Alexia, te kunnen betalen.
Later bleek dat zowel Alexia als haar moeder Hélène Lejeune bij Juliana en het gezin bekend waren en zowel op het zomerverblijf in Porto Ercole als op paleis Soestdijk hebben gelogeerd. [Sommige royalyy watchers heeft het  bevreemd dat een dochter van Willem-Alexander: Alexia is genoemd].

Het bestaan van Alexia Grinda kwam in 1976 aan het licht toen de New York Times hierover berichtte. Bernhard had haar moeder Hélène leerde kennen toen zij 18 jaar was. De prins 33 jaar ouder was in behandeling bij haar vader die arts was. Hélène, ‘Poupette’ genoemd was een beloftevol fotomodel. Toen zij ziek werd en behandeld moest worden liet Bernhard haar naar Nederland overkomen en verbleef zij in een jachthuis in Wassenaar. Uit die verhouding is Alexia geboren. De prins kocht een appartement in Parijs en schreef maandelijks 4.000 dollar over.

Alicia, dichter van Alicia Webber (*1932), als biologische dochter is pas dankzij twee postuum gepubliceerde interviews van Bernhard met twee journalisten van De Volkskrant (Pieter Broertjes en Jan Tromp) en met ‘republikein’ Martin van Amerongen in De Groene in 2004 wereldkundig gemaakt. In De Volkskrant van 14 december liet de prins postuum weten: ‘Als ik twintig onwettige kinderen had gehad en zij [= Juliana] had mij dat verweten, dan had ik mij dood geërgerd en had ik gezegd: het zijn er minder. Toch, zo’n verwijt had ik aanvaard. Maar de beschuldiging geld te stelen van je eigen vrouw…Dat heeft iets kapot gemaakt. Dat heb ik haar verteld. Ik heb gezegd: dat is de verklaring waarom ik deze dochter heb’.

Alicia Bielefeld (Royal Forums)

Alicia de Bielefeld en haar vader (HP/De Tijd)

Beide genoemde dochters hebben overeenkomstig de wens van Bernhard gedeeld in zijn miljoenenerfenis.

De biografieën van de Amerikaan Alden Hatch gewijd aan Eisenhower, De Gaulle, prins Bernhard, paus Pius XII etc. hebben veel weg van hagiografieën

Over prins Bernhard is in de loop van de jaren zeer veel gepubliceerd. Te beginnen met de geautoriseerde biografie van de Amerikaan Aldin Hatch: ‘Prince Bernhard of the Netherlands; an autorized biography’ (Amsterdam, 1962). Daarin zal men overigens Catalina von Pannwitz noch dochter Ursula, de eerste jongedame die hij in 1936 ten huwelijk vroeg, niet tegenkomen.

Ursula von Pannwitz en John Buxtom Pelham, graaf van Chichester, voor de kerk van Bennebroek, 27 maart 1940

Ursula werd eind jaren 30 ook genoemd als toekomstig echtgenote van o.a. de kroonprins van keizer Wilhelm II, evenals van een andere zoon van de ex-keizer, maar koos uiteindelijk voor een Britse diplomaat en graaf waarmee zij begin 1940 in het huwelijk trad. Over de biografie van Hatch zei prins Bernhard kort voor zijn overlijden: ‘Die man heeft mijn leven allemaal veel mooier gemaakt dan het in werkelijkheid is geweest’ (Martin van Amerongen, De Groene, 12-190-2004).

Vooromslag van de Groene, 10-12-2004

Een kritische biografie schreef communistisch onderzoeksjournalist Wim Klinkenberg in 1979: ‘Prins Bernhard, een politieke biografie’, waarin o.a. tot dan onbekende informatie uit openbare Amerikaanse archieven staat beschreven. zoals dat ‘de ‘Argentijn’= Alfredo Hirsch, oorlogsvriend van Aschwin, die in 1949 vanuit Argentinië geld van mw.von Pannwitz overmaakte aan Juliana.

Vooromslag van biografie: Prins Bernhard; een politieke biografie – 1911-1986 door Wil Klinkenberg

Van Wim Klinkenberg is tevens de publicatie ‘Tussen IG-Farben en Lockheed’; een aantal bijdragen die in 1976 eerder verschenen in het blad ‘De Nieuwe Linie’

Iemand die zich ook intensief met de prins heeft beziggehouden is NIOD-historicus Gerard Aalders met diverse publicaties: ‘Prins Bernhard 1911-2004 Niets was wat het leek’ (Boom, 2004),   ‘Bernhard zakenprins; zijn connecties met wapenhandelaren, zakenlieden en dubieuze bankiers’ (Aspekt, 2010), ‘De prins kan mij nog meer vertellen: prins Bernhard, feit en fictie’ (Elmar, 2009), en  ‘Bernhard alles was anders’ (Just Publishers, 2019).

Vooromslag van ‘De prins kan mij nog meer vertellen; prins Bernhard  feit en fictie’ door Gerard Aalders

In 1999 verscheen bij de SDU een uitvoerig boek ‘Roof; de ontvreemding van joods bezit tijden de tweede Wereldoorlog’. Gedurende 17 jaar was Aalders onderzoeker bij het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie In die periode wist hij menige controverse binnen en buiten het NIOD te overleven. Op basis van zijn dagboeken en correspondentie – met naar zijn zeggen tussen de 700.000 en 1 miljoen vellen papier, in een databank gedigitaliseerd –  kwam in 2019 een autobiografisch boek uit van 300 bladzijden bij Just Publishers over wat hij persoonlijk allemaal bij het NIOD meemaakte, getiteld ‘Het Instituut’.  Daarin veel aandacht voor zijn vondst van het lidmaatschap van prins Bernhard van de nazi-partij, voor de affaire-Goudstikker en uiteraard de Stadhoudersbrief.   De zogeheten door Alexis Pantchoulidzew geïnspireerde ‘Stadhoudersbrief’ van 24 april 1942 waar in het verleden zoveel om te doen is geweest en in het bestaan waarvan Aalders heilig gelooft is nochtans nooit boven water gekomen. Indien in concept al bestaand, volgens mij vrij zeker vernietigd. Verzonden naar Hitler lijkt me tevens onwaarschijnlijk want de Führer beschouwde beide prinsen Hendrik en Bernhard als ‘koninklijke idioten’. Historicus M.Brave-Maks publiceerde in 1962 ‘Prins Bernhard in oorlogstijd’ en J.G.Kikkert heeft meerdere publicaties over prins Bernhard op zijn naam staan, van welke ik enkel noem ‘De prins in Londen: Bernhard 1940-1945’.

Kikkert. De prins in Londen: Bernhard 1940-1945

Daarin kwam nieuwe informatie naar voren, die hij ontving van een Nederlandse geheim agent Pieter van Houten (1) die voor de Britse geheime dienst M-15 werkte en Bernhard ‘surveilleerde’ tijdens diens verblijf in Londen: Pieter van Houten (1907-1991). De Britten vertrouwden de prins niet helemaal vanwege diens Duitse afkomst. Van spionnen en butlers wordt algemeen verwacht dat zij hun geheimen ten aanzien van derden met hun eigen dood mee het graf innemen, maar er zijn de nodige uitzonderingen op deze regel. Het was Van Houten, zich na de oorlog noemende Brijnen van Houten, die Kikkert wees op een vliegreis die Bernhard in 1943 heeft gemaakt als co-piloot in een Mitchell bommenwerper eerst vanuit Londen naar Brazilië, en tussen 27 februari en 2 maart 1943 tot verbijstering van de achterblijvers alleen als piloot naar president Stroessner in Paraguay en mevrouw Catalina von Pannwitz, die tijdens WO II wisselend in Zwitserland (Zürich) en Argentinië verbleef. Volkskrant-journalist Bert Wagendorp heeft in 2001 in verband met de toen ontmoete Juan Zorreguieta een en ander proberen uit te zoeken, maar is daarvoor niet naar Zuid-Amerika gereisd en kwam niet veel verder. Op basis van informatie van Van Houten lezen we bij Kikkert op pagina 36 : ‘Prins Bernhard verwekte bij haar twee zonen’. (2). Met haar is de destijds qua uiterlijk betoverend mooie Lady Orr Lewis bedoeld, die eigenlijk Phyllis Anna Maitland heette. Bernhard reageerde zeer boos en zou hem telefonisch de huid hebben vol gescholden, wat hij overigens meer deed bij journalisten die negatief over hem berichtten. Kikkert noemde hij een “nephistoricus”. In 2005 schreef de prins een open brief waarin hij zich verweerde tegen alle aantijgingen.

Pieter Brijnen van Houten in 1963

Interessante informatie over Bernhards contacten met nazi-kunstagenten zoals Alois Miedl publiceerde Igor Cornelissen in twee artikelen, gepubliceerd in Vrij Nederland.
In 2010 kwam bij uitgeverij Querido van biografe Annejet van der Zijl het eerste deel uit van een biografie, getiteld: ‘Bernhard, een verborgen geschiedenis’, eindigend met hoofdstuk 10: ‘De tovenaarsleerling 1945 en later’.

In het boek van Annejet van der Zijl blijven de escapdes in Londen buiten beschouwing

Mede hierop voortbordurend deed societyjournalist Marc van der Linden verder onderzoek naar één aspect van Bernhard, samengevat in de titel van zijn boek ‘De vrouwen van prins Bernhard’. Daarin komen achtereenvolgens de volgende dames in aparte hoofdstukken aan de orde: Ursula von Pannwitz, Frances Day, Cornelia Maria ‘Kokkie’ Gilles, Lady Ann Orr Lewis, Penelope Aitken, Alicia Webber, Juliana deel 1, Hélène Lejeune, Cécile Dreesmann, Juliana deel 2, Mildred, Gesprek met Alicia en Alexia Grinda.

Vooromslag van boek door Marc van der Linden. De vrouwen van prins Bernhard. 2011

Het eerste exemplaar – te zien als filmpje op youtube – werd uitgereikt aan Mildred Zijlstra, die er voor 100% van overtuigd is dat zij werd verwekt uit een verhouding van haar moeder met prins Bernhard. Haar moeder heeft lang daarover gezwegen, doch uiteindelijk die waarheid verteld. Zij woont tegenwoordig met haar man in Frankrijk. In 2015 verscheen bij uitgeverij Querido een autobiografie ‘Dansen in een prinsessenjurk’. Omdat vanuit het koningshuis geen enkele medewerking wordt verleend ten aanzien van mogelijk dna onderzoek berust zij in haar lot, wetende dat zij het ultieme bewijs nooit zal ontvangen, zolang de privéarchieven in het Koninklijk Huisarchief gesloten blijven. Tegen Marc van der Linden zei ze: ‘ Het is goed zo. Ik heb er vrede mee, en heb begrip voor de situatie waarin mijn moeder verkeerde.’ Het nieuws kreeg uiteraard ruime aandacht in o.a. De Telegraaf en weekblad Privé, ook in De Volkskrant maar bijvoorbeeld niet bij de NOS.

Vooromslag boek van Mildred Zijlstra: dansen in een prinsessenjurk. Zoektocht naar haar vader. Haar vader bleek prins Bernhard.

Deze derde onechte dochter van prins Bernhard blijft vooralsnog apocrief. Vermoedelijk pas over een aantal decennia casu quo centennia (3) zullen de nu nog geheime archieven openbaar worden. Veel kijkers trok de in 2010 bij de NPO uitgezonden televisiedramaserie ‘Bernhard, schavuit van Oranje’, over het meer dan alleen turbulente leven van een prinsgemaal, doch daar bleef het ook bij.

Portret van Mildred Zijlstra (RTLZ)

PIETER VIS

Portret van Pieter Vis

Op 6 januari 2020 was ik in Voorschoten op een verjaardagsbijeenkomst en kwam ik bij toeval over prins Bernhard in gesprek met een kennis. Hij vertelde bevriend te zijn geweest met Pieter Vis, geboren op 18 mei 1949 in Rotterdam en overleden aan een acute hersenbloeding op donderdag 28 september 2017 op 68-jarige leeftijd. Zijn lichaam heeft een passant die dag in een sloot langs de Oud Wulfseweg van zijn woonplaats Houten gevonden, waar hij blijkens onderzoek een natuurlijke dood is gestorven. Hij is in zijn woonplaats Houten begraven op de  begraafplaats Oud Wulven. Mijn zegsman (4) vertelde me nadat was gesproken over de bezoeken van Bernhard op de Hartekamp dat Pieter Vis, die furore maakte als bas-bariton, is geboren uit een slippertje in 1948 van diens moeder met prins Bernhard. Die moeder werkte na de Tweede Wereldoorlog als kamenierster op paleis Soestdijk.

De enige foto van Pieter Vis en zijn moeder, genomen voordat hij in een kindertehuis terecht kwam

Die gebeurtenis mocht beslist niet naar buiten komen en hiervoor zijn met Juliana en hofdignitarissen regelingen getroffen. Zonder vader opgegroeid heeft zijn (ziekelijke) moeder de zoon enkel verteld dat hij is verwekt uit een gemeenschap met een geïniformeerd persoon met een zeer hoge positie in het paleis. De gelaatsgelijkenis is bekend bij de ‘inner circle’, maar daar mocht verder niet over gesproken worden.

Pieter Vis breekt lans voor Nederlandse volksliederen (Nederlands Dagblad, 19 mei 1995)

Pieter Vis was behalve zanger ook musicoloog. In 1988 stelde hij een bundel samen met een keuze uit hert Nederlandsch Volksliederenboek 1896-1928

Pieter Vis met Bundeskreuz als concertzanger in Dordrecht, 2005 Niet ontkend kan worden dat hij parmantig was. Na de ontvangst van een eredoctoraat van een onbetekenende universiteit in de Amerikaanse staat Missouri tooide hij zich steevast met de titel dr.

Pieter Vis heeft tijdens zijn leven ook in het buitenland faam verworven als concertzanger, musicoloog, dirigent en componist. Ingeschreven in het bevolkingsregister van Rotterdam als zijnde geboren op 18 mei 1949 trad hij als kind op als “de bekende Rotterdamse jongenssopraan” en zong onder meer bij de Wiener Sängerknaben. Hij ontving een klassieke zangopleiding bij Iza Valeton-Maas Geesteranus en Annie Hermes en volgde operacursussen bij o.a. Geza Frid, Marie-Cécile Moerdijk, Herman Schey en Dietrich Fischer-Dieskau. Hem is in 1988 in Amerika door dr.Dingli-Attard de eretitel verleend van doctor honoris causa. Hij kreeg een bronzen Einstein medaille voor ‘Vrede en Cultuur’. de stad Antwerpen vereerde hem met een gouden medille, hij was ereburger van Brugge en ontving het Bundeskreuz voor zijn vedrtolking van Duitse kerkmuziek. Van hem verschenen 55 LP’s en solo-cd’s. Vis was getrouwd met Elza de Clercq, dochter van de Vlaamse volksschrijver, dichter, componist René de Clercq (1877-1932), voorvechter van de Groot-Nederlandse gedachte, die in 1914 naar Nederland vluchtte en in Maartendijk op 54-jarige leeftijd overleed.

Een leeftijdsverschil van 44 jaar, Pieter Vis 38 jaar, Elza de Clercq 82 jaar, was inzet van een conflict en reden voor de EO het contract voor een recital in Dordrecht te annuleren (Limburgsh Dagblad, 13-4-1988). Een jaar later overleed Elza Vis-de Clercq.

Pieter Vis achter de piano met een bijde en dankbare Elza na een geslaagd presentatieconcert van het Fonoplatenalbum met gedichten en liederen van haar vader René de Clercq, november 1987

Het jonggetrouwde paar. Na het huwelijk is Elza Vis-de Clercq in Sint Niklaas blijven wonen.

In 1977 is Elza de Clercq voor het eerst in huize Brahms bij Pieter Vis in Houten op bezoek geweest. Daarna pas weer 13 juni 1987 om de historische Pleyelvleugel uit 1887 te zien die ze Vis had geschonken na deze eerder te hebben overgenomen van de weduwe der componist Lodewijk Mortelmans

Omslag van in 2014  verschenen boek van Pieter Vis. Mijn muziekleven in Vlaanderen 1976 2014, Memoires Elza Vis-de Clercq 1906-1989, zang- en voordracht kunstenares.

Achterzijde van het boek dat tevens een eerbeoon is aan zijn schoonvader René de Clercq

Sculptuur gewijd aan René de Clercq. Pieter Vis beheerde tijdens zijn leven de literaire nalatenschap van zijn schoonvader. In de geboorteplaats Deerlijk, tussen Waregem en Mortrijk wordt de Vlaamse auteur, componist en politieke activist nog altijd geëerd met o.a. een herinneringsplaat aan het geboortehuis, een straatnaam, een standbeeld, een museum in zijn geboortehuis en een grafmonument nadat hij in Deerlijk is herbegraven. Het René de Clercqgenootschap beheert diens culturele nalatenschap

Borstbeeld van René de Clercq in Deerlijk

Op vrijdag 17 juli 1932 is het stoffelijk overschot van De Clercq op een boerenwagen, getrokken door 2 zwarte Friese paarden onder grote belangstelling van Nederlandse en Vlaamse vrienden in Lage Vuursche begraven.

In 1936 is op de R.K.begraafplaats te Lage Vuursche een monument geplaatst met zijn beeltenis en een open boek in herinnering aan René de Clercq, vervaardigd door zijn vriend Jozef Cantré. In 1972 is het stoffelijk overschot herbegraven in geboorteplaats Deerlijk en daarmee ook het monument in de Vlaamse gemeente herplaatst.

Gedenkplaat op voorgevel museum René de Clerq in Deerlijk

Godfried Bomans die in zijn leven veelvuldig contact heeft gehad met Vlaamse letterkundigen rept in zijn boek ‘Denkend aan Vlaanderen’, eerder gepubliceerd in Elsevier 1967, eenmaal over René de Clercq, die hij bij een lezing van de in Nederland woonachtige Vlaming heeft meegemaakt. ‘(…) Maar al hoort een Vlaming voor de helft tot de Middellandse Zee, hij is toch een jongen van Maas en Schelde. Hij is een halfbroer van ons. Zijn moeder komt uit Parijs, maar zijn vader is een regelrechte Amsterdammer (1) Hij verraadt deze dubbele afkomst door plotselinge uitbarstingen van nuchterheid. Ik heb dat eens aardig meegemaakt met René de Clercq, die lang geleden een lezing hield voor “De Kring” in Amsterdam. De Clercq droeg bij die gelegenheid een loden cape en een flambard. Tussen deze twee kledingstukken zag men een nobel hoofd met een baard. Hij zag er eigenlijk uit zoals bij ons alleen de heel slechte dichters erbij lopen. Zijn voordracht was breed en sonoor. De zaal, die uit louter schavuiten van het Leidseplein bestond, luisterde met groeiende argwaan. En nu gebeurde er iets merkwaardigs. De Clercq was juist bezig met “En wie zal er ons kindeke wiegen, van diedeldomdije, van diedeldomdom”, toen hij plotseling de zaal inkeek. En op dat ogenblik kreeg hij een revelatie, zoals hem misschien maar één keer in zijn leven beschoren is geweest. Hij zag opeens waar hij was. “Maar allez”, zei hij toen, “gij zijt toch ook allemaal een hoop stront, zulle”. Het was even stil. Toen barstte er een ovatie los. Hij hoorde opeens bij ons. Afgezien van de juistheid der opmerking, die iedereen volledig beaamde, was de vaststelling ervan typisch Nederlands. Hij heeft verder ook niet meer voorgelezen, maar de avond gewoon in de hoop stront doorgebracht’ 

Fotoportret van René de Clercq

(1) ter voorkoming van een misverstand, dat slaat niet op René de Clercq. Zijn voorouders waren niet enkel uit Deerlijk afkomstig, maar ook uit Sint-Denijs bij Zwevegem tot het einde van de 18de eeuw. De vader van René de Clercq, Charles Declercq (1831-1893), was  vlashandelaar, herbergier en touwslager en verzorgde de hele vlasbewerking vanaf het zaaien tot het zwingelen. Zijn moeder, Pauline Gheysens (1836-1906), was de tweede vrouw van Charles Declercq. De man was al gehuwd geweest met Cordula D’heygere. In totaal kreeg zijn vader 16 kinderen, van wie René de voorlaatste was. Na de geboorte van het laatste kind Rachel, verhuisde de ouders naar herberg “De Valke” op de boek van de Harelbekestraat en de Kleine Potstraat, nu Comm. Edmond Ameyestraat (Wikipedia).

De Verbrokkelde Nederlanden, een vers van René de Clercq

Vers geschreven door de Westvlaamse priester-dichter Cyriel Verschaeve (1874-1949) op verzoek van het Dietsch Studenten Verbond naar aanleiding van de herdenkingsfeesten van het 400ste geboortejaar van prins Willem van Oranje Nassau. Gebeiteld op de zijbeuk van de Nieuwe Kerk in Delft waar Willem de Zwijger ligt begraven. De plaat is onthuld in het Prinsenjaar, 24 april 1933 door de dames W.Oudendijk en Magda de Groodt

Achteromslag van jaarboek 2 Zannekin 1978/1979. De Vereniging Zannekin in België en Stichting Zannekin in Nederland hadden als doelstelling het thuisfront te zijn van iedere persoon en van iedere vereniging die er naar streeft een Nederlands volksbewustzijn – in het Nederlandse taalgebied – op te wekken, te versterken of in stand te houden in alle gebieden binnen de oudste volksgrenzen van Groot-Nederland

Na haar overlijden ontving Elza de Clercq in de kerk van Sint Niklaas een welhaast koninklijke uitvaart op 22 februari 1989

Bijzonder grafmonument ivoor Elza C.Paulina Vis-de Clercq (27-2-1906 / 16-1-1989) in de vorm van René de Clercqs gedichtenbundel ‘De Noordhoorn’, in het voorjaar van 2014 geschonken aan het ADVN = archief voor nationale bewegingen te Antwerpen

In 1997 werd Pieter Vis (overigens ten onrechte) door het Fascistisch Onderzoek Kollektief (FOK) van rechts-extremisme beschuldigd en moesten geplande concerten worden geannuleerd. Na haar overlijden richtte hij de Elza Vis-de Clercqstichting op met als doel het Vlaams-Nederlandse cultuurgoed te bevorderen. Smet op zijn leven was een strafblad, in 2000 veroordeeld tot gevangenisstraf plus een schadeclaim omdat hij enkele van zijn minderjarige oud-leerlingen had misbruikt. Zelf sprak hij toen in een zeldzaam interview met een kerkelijk blad over zijn verleden als volgt: ‘Mijn voorgeschiedenis is niet zo fraai. Geboren uit een verkrachting, een psychiatrische joodse moeder, opgegroeid in tehuizen met een strak regime, meerdere keren ernstig seksueel misbruikt. God zij dank stond daar tegenover dat ik twee talenten heb meegekregen: een mooie stem en aanleg voor tekenen’ (…) Vanaf m’n twintigste heb ik een carrière als concertzanger en muziekpedagoog opgebouwd. Je krijgt internationale bekendheid, aan je jeugd denk je zelden meer. Tot je ineens middenin de ellende zit. Dan komt alles terug’.

Links Pieter Vis tijdens een bijeenkomst 20 mei 2007 van de Willem Mengelberg Vereniging in Amsterdam (foto Pierre Geelen)

20 mei 2207. Achter de tafel Pieter Vis rechts in gesprek. (Pierre Geelen)

Omdat Annejet van der Zijl heeft laten weten dat van haar geen vervolgdeel te verwachten is, omdat zij het ‘met de Prins helemaal zou hebben gehad’ is schrijver-biograaf Dik van der Meulen gevraagd het tweede deel te schrijven. Reden voor mij hem te vragen of hij ook bekend is met Pieter Vis als mogelijke zoon. Hij berichtte me onder meer: ‘Wat je schrijft is mij niet bekend. Dat zegt niet alles. Op dit moment lopen er nog tallozen rond die meer van Bernhard weten dan ik, maar ik vind dit een interessant geval(…)’.
Hoe dan ook, het lijkt me bepaald geen sinecure de vervolgbiografie te schrijven. Archieven van belang voor onderzoek zijn voorlopig niet toegankelijk en veel van wat binnenskamers plaatsvond zal nooit als vaststaand op schrift kunnen worden gesteld en mensen die echt iets vertrouwelijks of in de privésfeer weten zijn meestal zo prudent dat voor zich te houden.

Achterzijde riefkaart van Pieter Vis uit 1982

Silhouetportret van Ludwig van Beethoven, afkomstig van operette-componist Robert Stolz (1880-1975) (Haffmans Antiek)

Achterzijde van silhouetportret Ludwig van Beethoven. Enzi Stolz (1908-2004), de weduwe van Robert Stolz verleende Pieter Vis tweemaal, in 1995 en 2002 de ‘Ehrenurkunde der Internationale Robert Stolz Gesellschaft’.In 2012 erfde Pieter Vis twee portretten van Van Beethoven en Liszt (Haffmans Antiek Utrecht)

Silhouetportret Frans Liszt, afkomstig van Robert Stols (Haffmans antiek)

 

Nota Bene Op de dag dat ik dit schrijf maakte koning Albert bekend dat hij, op basis van door een Belgische rechtbank afgedwongen dna onderzoek, thans Delphine Boël erkend als zijn biologische dochter.

Noten
(1)Voor de oorlog werkte Pieter van Houten voor GSIII, de Generale Staf sectie van de Nederlandse Geheime Dienst en was het onder meer zijn taak om toezicht te houden op de naar Nederland gevluchte keizer Wilhelm II. Als dekmantel werkte hij als correspondent van De Telegraaf op de Utrechtse Heuvelrug. Tevens hield hij de opkomende NSB in de gaten. In mei 1940 is Pieter van Houten na de Duitse inval “officieel” dood verklaard, waarna zijn lege kist is begraven op ‘Oud Eik en Duinen’ in Den Haag. In werkelijkheid naar Engeland ontkomen kon hij zijn werk als spion voortzetten bij de Britse Geheime Dienst. In 1943 werd hij door de Britse veiligheidsdienst ontslagen nadat Bernhard hem tijdens een buitenlandse reis naar Zuid-Amerika was ontsnapt toen die vanuit Bélem (Pará, Brazilië), op eigen houtje naar Paraguay en Argentinië vloog. Wèl kreeg Van Houten een nieuwe functie bij het Bureau Archief en Documentatie van het Ministerie van Binnenlandse Zaken, teneinde aldaar gegevens uit bezet gebied in kaart te brengen. J.G.Kikkert wijdde een biografie aan Pieter Brijnen van Houten.

(2) H. de Iongh gaat wel heel erg ver met zijn onbewezen beweringen. Citaat: ‘Uit dezer relatie met Lady Ann Orr Lewis: 4.1. zoon geboren, januari 1942; 4.2, zoon, geboren december 1943. Een van de zoons zou enkele jaren geleden zijn overleden. De andere zoon woont in Kenia. Toen zij volwassen waren, woonden zij niet ver van Londen. Zij werkten in de City als beurs- en effectenmakelaars. Zij bezaten samen een farm in Kenya, waar Bernard geregeld op bezoek kwam. (…)’ [Oranjebastaarden, 4e verbeterde en geheel herziene druk augustus 2005, pagina 163].

Lady Ann Orr Lewis died 1996, 89 years old.

(3) Tot voor kort werd verondersteld dat de Zuidnederlander Gaspard van der Noot, Heer van Karloo (?-1575) de eerste ritmeester binnen de Nederlandse cavalerie is geweest. Hij raakte dodelijk verwond op 10 juli 1573 bij de zogeheten Slag aan het Manpad (in de Haarlemmerhout) omstreeks 10 juli 1573 bij de voor Holland fataal verlopen strijd tegen de Spanjaarden. Dankzij een in 2019 openbaar gemaakte akte blijkt dat een commissie voor een vaan ruiters met ritmeesterschap over 150 paarden door prins Willem van Oranje op 2 december 1572 een commissie verleend aan Wouter van Matenes(se), alias Enckhuijsen (1410-1488) zodat deze persoon als oprichter kan worden beschouwd. [Koninklijke Verzamelingen Den Haag, inventarisnummer A-II-XIVi-12,171a-1].

(4) Mijn informant, intussen gepensioneerd en werkzaam geweest op een ambassade, was vanaf 2000 zeer bevriend met de in 2017 overleden concertzanger Pieter Vis en komt me betrouwbaar over. Hij heeft er niet bij gezegd dat wat hij vertelde “off the record” was. Dit in tegenstelling tot wat bijvoorbeeld Lili Gutmann, dochter van de door de Duitsers vermoorde Joodse ouders – intussen 100 jaar en nog altijd woonachtig in Florence, in 1988 vertelde zij  als vroegere vriendin van Ursula von Pannwitz over wat zij wist ten aanzien van prins Bernhard die eind jaren dertig meermaals op bezoek kwam op de Hartekamp en een enkele maal bij haar ouders op de buitenplaats Bosbeek.

Ursula von Pannwitz en John Buxton Pelham, graaf van Chichester tijdens hun huwelijksdag 27 maart 1940 op de Hartekamp

Een kleinzoon Simon Goodman, in 1946 geboren en woonachtig in de Verenigde Staten is sinds 1997 toen zijn vader overleed, is fulltime bezig met onderzoek en processen om de teruggave van door de Duitsers gestolen ‘roofkunst’. Daarover publiceerde hij in 2015 een boek ‘The Orpheus Clock’, dat in het Nederlands verscheen onder de titel ‘De wolven namen alles mee; op zoek naar de door de nazi’s geroofde kunstverzameling van mijn familie’. Hij berichtte me 7 januari jl. momenteel weer een schilderij in Museum Boijmans Rotterdam uit de Bosbeek-verzameling van zijn grootvader te hebben ontdekt

Vooromslag van boek door Simon Goodman: De wolven namen alles mee.

=======

Portret van Pieter Vis (facebook)

Een van de laatste recitals van Pieter Vis, bij het achtste Adventsconcert in de Sint Andriesparochie te Antwerpen met zo’n 400 toehoorders  (Gazet van Sint Andries, januari 2017)

Vooromslag boek door dr. Pieter Vis 450 jaar Oranjeliederen  in de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden tijdens Oorlog en Vrede. 1994. Bevat tevens een compactdisc.

Pieter Vis ‘van jongenssopraan tot bas-bariton  1959 – ‘Gouden zangersjubileum’ 2009.  Liedteksten / Song Texts.

 

De monumentale Carolus Borromeuskerk aan het Hendrik Conscienceplein in Antwerpen

Concert in Antwerpen, 25 juli 2010

Pieter Vis als volumineuse basbariton concertzanger in de Carolus Borromeuskerk der Jezuïeten in Antwerpen (John Moussiaux, 12-8-2007)

 

Aandachtig gehoor bij concert bas-bariton Pieter Vis in Antwerpen

Pieter Vis in de Carolus Borromeuskerk van de paters Jezuïeten met op de achtergrond een schildering van Pieter Paul Rubens, 25 juli 2010.