BIBLIOTHEEK EN MUSEUM IN HET HUIS VAN DE HOOFDEN AAN DE KEIZERSGRACHT; DE COLLECTIE RITMAN; FRANCESCO COLONNA

Tags

, , , , ,

AMBASSADE VAN DE VRIJE GEEST IN ‘HET HUIS MET DE HOOFDEN’ AAN DE KEIZERSGRACHT 123: BIBLIOTHEEK EN MUSEUM  GESTICHT DOOR JOOST R. RITMAN

The Ritman Library – House of Living Books

Voorgevel van ‘Het Huis met de hoofden’

Joost Ruben Ritman (*1941) is een Amsterdamse zakenman met een grote interesse voor spiritualiteit. Al op jonge leeftijd begon hij boeken te verzamelen. In 1964 ontving hij als verjaardagscadeau een 17e eeuws exemplaar van Aurora, een werk van de Duitse mysticus Jacob Böhme, die voor hem als Rozenkruiser een onuitputtelijke bron van inspiratie is gebleven.

In de tuin achter het pand staat het borstbeeld van Jacob Böhme.

Ritman zette het door zijn vader, de in 1989 overleden zakenman Ton Ritman, het in 1935 gestichte bedrijfje in boenwas ‘Chemische Industrie De Ster’. In de jaren zestig werd hij vermogend dankzij ‘Ster disponibles’, bestaande uit plastic wegwerpservies als bestek gebruikt aan boord van vliegtuigen. Telde de Ster in 1970 nog slechts 15 werknemer met een omzet van ongeveer 1 miljoen gulden, in 1983 gestegen tot 40% van de wereldmarkt en een omzet van 200 miljoen gulden. Omstreeks 1990 zelfs toegenomen tot een jaaromzet van 350 miljoen gulden, gerealiseerd door zo’n 800 personeelsleden. Al zijn geld besteedde Ritman aan kostbare boeken, prenten, oude kunst en antiquiteiten. Drie jaar later leed de Ster echter een verlies van zo’n 125 miljoen gulden op een omzet van 300 miljoen gulden. Na 1985 ontving Ritman krediet van de Nederlandse Middenstands Bank tot 1991 toen de NMB met de Postbank en de Nationale Nederlanden opging in de nieuwe Internationale Nederland Groep (ING). Na een lening van 400 miljoen gulden die in de crisisjaren niet terugbetaald kon worden legde de INGbank in 1993 beslag op zijn collecties. Antieke voorwerpen, etsen en circa 130 kostbare boeken en manuscripten zijn toen in fases bij Sotheby’s geveild onder meer op 6 juli 2000, 19 juni 2001 en 17 juni 2003.

De in Italië en wereldwijd bekende auteur Umberto Eco pleittein 2003 in het Franse tijdschrift l’Express  voor behoud van de Ritmanbibliotheek

De bibliotheek kon verder worden behouden dankzij een anonieme weldoener en overheidsingrijpen die het nog altijd aanzienlijk restant in 1997 als Nederlands cultuurbezit waarborgde door de BPH op de OCW-lijst van beschermd Nederlands cultuurbezit te plaatsen. Bij de Friesland Bank was 15 miljoen geleend wat tot sluiting van de BPH leidde en (tijdelijke) verhuizing van de collectie naar de Koninklijke Bibliotheek. Dankzij rijkssteun is geld overgemaakt naar de Frieslandbank en kreeg Ritman de boeken aanvankelijk in bruikleen terug. In 1999 kwam de Ster in Zweedse handen (Duni) en Ritman maakte met zijn disposables (wegwerpservies) een comeback op de markt voor vliegtuigbestek en had succes met zijn nieuwe firma Helios, die binnen enkele jaren een miljoenenomzet draaide (1)

vooromslag Hermes Trimigistus Pater Philosophorum. Tekstgeschiedenis van het Corpus Hermeticum. Amsterdam, Bibliotheca Philosophia Hermetica., 1990

Oorkonde van de in 2016 aan de Bibliotheca Philosophica Hermetica toegekende Spaanse Paracelsus Prijs

Vanwege zijn verdiensten voor de stad en de wetenschap ontving Ritman diverse onderscheidingen, zoals in 1995 te Haarlem de Laurens Janszoon Costerprijs, in 2002 de zilveren penning van de Koninklijke Nederlandse Akademie van wetenschappen. Verder de Orde van de Nederlandse Leeuw, de Comeniuspenning en de gemeente Amsterdam kende Ritman als mecenas de Frans Banning Cocq penning toe.

Bij de opening van de bibliotheek 26 juli 2018 ontving Joost Ritman de Amsterdamse erepenning van de stad uit handen van locoburgemeester Pieter Litjens vanwege zijn verdiensten voor Amsterdam. Derde van links staat Dan Brown.

BIBLIOTHECA PHILOSOPHICA HERMETICA (BPH) ALS SCHATKAMER VAN DE MENSELIJKE GEEST

Museum Library (en Café) in de ‘Embassy of Mind’

In 1958 begonnen als privécollectie opende Ritman aan de Bloemgracht, in de Jordaan, waar hij eerder diverse huizen verwierf voor zijn firma, familie en boekencollectie, de Bibliotheca Philosophica Hermetica, bestaande uit manuscripten, documentatie en boeken op de terreinen van hermetica, alchemie, rozenkruisers, mysticisme, gnosis, westerse esoterie, kabbalah, soefisme antroposofie, vrijmetselarij, theosofie, judaïca, de graal en godsdienstwetenschap. In 1984 verhuisde de bibliotheek naar een omgebouwd historich pand om de hoek in de Bloemstraat.

Bloemgracht 19 waar de Ritman bibliotheek aanvankelijk was gehuisvest

Moderne gevelsteen die Ritman liet aanbrengen Bloemgracht 19 ,et een oud thema: de pelikaan die haar bloed offert voor de mensheid, gevat in slangenring (symbool van de kennis van goed en kwaad. Onder vier stenen: rosae / crusis / alfa / omega.

Joost Ritman in het vroegere pand van de Bibliotheca Philosphofica Hermetica aan de Bloemstraat in hartje Jordaan

Achter de groene deuren en geblindeerde ramen bevond zich op de nummers 15, 17 en 19 de Bibliotheca Philsophica Hermetica

interieurfoto van de bibliotheek aan de Bloemstraat

Voromslag van voormalige folder der Bibliotheca Philosophica Hermetica / J.R.Ritman Library

Tijdens een bezoek aan de bibliotheek in de Bloemstraat ontvangen exlibris van de Bibliotheca Philosophica Hermetica

In de collectie bevindt zich o.a. het ‘Corpus Hermeticum’, in 1503 op perkament gedrukt.

Corpus Hermeticum; eerste editie door Marsilio Ficino. 1471

Nadat een deel is geveild omvat de collectie vandaag de dag (2018) ongeveer 4.500 manuscripten en boeken die voor 1800 zijn gedrukt en telt in totaal meer dan 23.000 banden. Aanvankelijk steunde Ritman bij de collectionering op de expertise van W.N.(Niek)Schors, die zich in zijn antiquariaat steeds meer ging richten op occultisme en esoterie, door sommigen aangeduid met ‘zweefboeken’ (2).

directeur Fr.Janssen met een beeld van Hermes in de Ritmanbibliotheek (De Volkskrant, 13-4-1990)

Eerste directeur werd in 1983 professor dr.Frans A.Janssen, een algemeen erkend boekhistoricus. Antiquarische boeken zijn onder meer afgenomen bij gerenommeerde handelaren als Ludwig Rosenthal (opgericht in 1859 en tegenwoordig gevestigd in Leidschendam), H.P.Kraus in New York en Heribert Tenschert in Rotthalmünster (Beieren). Janssen is intussen opgevolgd door de dochter Esther Ritman.

Amsterdam 7-12-2011 Joost Ritman in zijn element (foto Maurice Boyer)

Mevrouw Esther Oosterwijk-Ritman is sinds 2003 directeur van museum en bibliotheek, op de foto met een zeldzame uitgave in haar handen

Professor J.P. Buijnsters schrijft in zijn ‘Geschiedenis van het Nederlands antiquariaat: ‘Menigeen zal zich nog herinneren hoe Ritman, met prof. Janssen in zijn gevolg, tijdens de jaarlijkse Antiquarenbeurs in de RAI te Amsterdam de diverse stands afging, en hoe alle antiquaren dan in hoopvolle verwachting bogen als knipmessen. Antiquaren klagen altijd dat er in Nederland geen verzamelaars bestaan. Welnu, hier was er een, met de allure (en de pretenties) van een Renaissancevorst.’
De wetenschappelijke instelling is publiek toegankelijk en onderhoudt samenwerkingen met internationale bibliotheken in Florence, Venetië, Moskou en Wolfenbüttel. Als kenniscentrum wordt verder samengewerkt met de Amsterdamse leerstoel voor de Geschiedenis van de Hermetische Filosofie. Na enkele jaren van sluiting en het einde even nabij leek – gered door de gong kan men achteraf vaststellen –  kon de bibliotheek mede dankzij het ongebroken doorzettingsvermogen van Ritman op 16 december 2011 heropend worden.

Ritman in de Bibliotheca Laurenziana te Florence., 1999. foto: Daniele Dainelli (uit: P,J..Buijnsters, Geschiedenis van het Nederlandse Antiquariaat. 2007, pagina 390. In het Huis met de Hoofden staan twee beelden van de Florentijnse prinsen-geleerden Cosimo de’ Medici en Lorenzo de’ Medici

DONATIE VAN DAN BROWN

Esther Ritman en Dan Brown voor de ingang van het Huis met de Hoofden

In juni 2016 maakte de Amerikaanse schrijver van bestsellers Dan Brown bekend dat hij 300.000 dollar schonk, te gebruiken om de kerncollectie via een online catalogus verder te digitaliseren. 20 oktober 2017 opende hij het nieuwe centrum, sindsdien aangeduid met ‘Ambassade van de Vrije Geest’.

Verhuizing naar stadspaleis het Huis met de Hoofden, Keizersgracht 123

illustratie uit het Grachtenboek van Caspar Philips, herdruk 1967, de Keizersgracht 121 tot en met 132. Het tweede pand van links nummer 123 is het Huis met de Hoofden

Dit monumentale huis is in 1622 – het jaartal is als inscriptie aanwezig op een steen in de voorgevel – gebouwd in opdracht van kousenkoopman en kunstliefhebber Nicolaas Sohier, die twee brede kavels had aangekocht. De renaissancegevel wordt toegeschreven aan Hendrik de Keyser (overleden in 1621), maar is vermoedelijk uitgevoerd en voltooid door diens zoon (tevens stadsarchitect) Pieter De Keyser. In 1634 verkocht Sohier het pand aan wapenhandelaar Louis de Geer (1587-1652), eigenaar ook van ijzermijnen in Zweden, die in zijn testament bepaalde dat het huis in de familie moest blijven.

In de stadsbiblioteek van Norrköping bevindt zich de boekencollectie van Louis de Geer

Standbeeld van de staalmagnaat Louis de Geer die als geen ander Norrköping op de kaart zette. Naar hem zijn o.a. een straat en een school in de Zweedse stad genoemd (foto Stadsbibliotheek Norrköping)

Boven het poortje in het voorhuis bevindt zich nog het terra cotta borstbeeld van koning Gustaaf Adolf vervaardigd door Hendrik de Keyser.

afgietsel van het borstbeeld van de Zweedse koning Gustaaf Adolf door Hendrik de Keyser in het Historich Museum Amterdam

Na vier generaties kwam het in bezit van een Zweedse achterneef die het in 1779 van de hand deed. In 1811 betrok de prestigieuze kunsthandel De Roos het grote huis, die hier o.a. ‘de anatomische les’ van Rembrandt verkocht en na 1865 is hier een HBS in gevestigd, gevolgd door een Openbare Handelsschool (tot 1904). Daarna is na een restauratie in 1907 door architect C.B.Posthumus Meijes n het pand het Conservatorium en Muziekschool van Toonkunst in gehuisvest geweest. Na een bonthandelaar die het gebouw in 1931 betrok en een halve eeuw bleef en een restauratie in 1983 hield het Gemeentelijk Bureau Monumentenzorg Amsterdam in het Huis met de Hoofden kantoor. Eind 2006 kocht Ritman het pand voor ruim 3 miljoen euro, had wederom een restauratie plaats en met ingang van 2018 bevindt zich de Bibliotheca Hermetica, tevens museum, op het adres Keizersgracht 123.

Onder Laurens de Geer heeft de uit Tsjechië uitgeweken geleerde Jan Amos Comenius enige tijd in het pand verbleven.

gevelsteen Comenius in pand Keizersgracht 123 Amsterdam

Over de zes hoofden aan de voorgevel doen legenden de ronde, tot zelfs een verwijzing naar zes rovers, die zouden zijn onthoofd. Intussen is vastgesteld dat deze beelden De Geer heeft laten aanbrengen met gebeeldhouwde koppen van de volgende zes goden: Apollo en laurierkrans (verwijzend naar kunsten), Ceres met rijpe korenaren (landbouw), Mercurius met gevleugelde helm (handel), Minerva (wijdheid), Bacchus met druiventrossen (wijn) en Diana met halve maan (jacht). De plaatsing van Mercurius en Minerva links en rechts van de hoofdentree duidt er op dat Louis de Geer zich als “mercator sapiens” identificeerde met zowel handel als wijsheid.

De gevelhoofden aan het pand Keizersgracht 123

Naast museum, bibliotheek en café worden in het pand congressen, lezingen, tentoonstellingen en andere culturele en educatieve ontmoetingen georganiseerd.

Boek uit bezit van Willem van Oranje tentoongesteld

In 1499 kwam bij Aldus Manutius in Venetië het (anonieme) boek ‘Hypnerotomachia Poliphili’uit, anoniem, maar vrij zeker geschreven door de monnik Francesco Collonna. De liefdesroman zou na de Franse vertaling omstreeks het midden van de volgende eeuw populair worden in hogere kringen. Illustratie uit Fontaine Verwey I, pagina 17, welke boekhistoricus  het boek aanduidt al ‘de bijbel van de Renaissance’ Met de zogeheten Malermi Bijbel behoort de Hypnerotomachia Proliphili tot de belangrijkste geïllustreerde boeken van het Venetië in de Renaissance.

Het boek uit de bibliotheek van Willem van Oranje in origineel en facsimile op de tentoonstelling. Het is de tweede druk in Franse vertaling, de eerste druk verscheen al in 1546 en een derde druk kwam uit in 1561.

In 1559 kocht de toen 26 jaar oude prins Willem van Oranje Nassau het boek ‘Le Songe de Poliphile’, in de tijd dat hij aan het Franse hof verkeerde. Later nam hij het mee naar Breda en ten slotte naar Dillenburg. Het is een liefdesverhaal over de droom van een jongeman. De prins bezat de Franse vertaling uit 1554 met 184 houtsneden van het oorspronkelijk Venetiaanse verhaal ‘Hypnerotomachia Poliphili’ uit 1499 (3). Na zijn dood is de bibliotheek van de prins in alle richtingen verspreid. Het exemplaar van ‘Le Songe de Poliphile’ in kalfsleren band met een wapenstempel stond in 1690 in de bibliotheek van de Eerste Minister Robert Harley onder Koningin Anne. In 1743 wisselde het van eigenaar en later kwam het op veilingen in Londen (1938), New York (1951) en Parijs (2006). Over de provenance van het boek publiceerde Sebastiaan Hesselink van antiquariaat Forum een artikel in Antiekjourmaal. Op 20 juni 2006 kocht hij het boek op een veiling in Parijs, afkomstig uit de boekencollectie van de legendarische Frans boekhandelaar Pierre Berès [in 2008 op 95-jarige leeftijd overleden] voor 352.223 euro, [In 1951 had Bérès met een goede neus voor oude boeken in New York 3.100 dollar betaald]. Van 23 september tot 7 januari 2007 is het originele boek tentoongesteld geweest in museum Meermanno Westreenianum. Ten slotte is in 2008 het boek door Forum voor een onbekend bedrag doorverkocht aan de Bredase zakenman, drankenhandelaar en investeerder Bay van der Bunt (4). Sindsdien wordt er een waarde aan toegekend van 1 miljoen euro.

Bericht uit de Telegraaf, 2006 kmet op de foto vorst Jost zu Stolberg-Stolberg, historica en Oranje-kenner Reinildis van Ditzhuysen en antiquaar Laurens Hesselink

de huidige eigenaar toont trots zijn laatste aanwinst (foto Simon Lensink)

tentoonstelling en facsimile editie

Door drie Nederlandse en drie Belgische vertalers is gedurende twee jaar gewerkt aan een vertaling en in 2018 verscheen in facsimile editie , onder de titel ‘De droom van Poliphile’. Het origineel dat ooit toebehoorde aan de Vader des Vaderlands is tentoongesteld in het Huis met de Hoofden (5), de Nederlandse uitgave is voor 99 euro te koop en kan ten plaatse door bezoekers worden ingebladerd.

Een van zeven kaarten uitgegeven door de Bibliotheca Philosophica Hermetica; voorstelling van de zesde kolf van de Transformatie, onder de heerschappij van Mercurius. De kolf wordt ontsloten zodat de verfijnde geestelijke krachten in de kolf van de transformatie verstoffelijkt kunnen worden door de toevoeging van de koude samentrekkende krachten van de Maan, die leiden tot de formatie van de witte Tinctuur. Tekening van Lurie Lipton.

Folder: Embassy of the Free Mind

Uit flyer Embassy of the Free Mind

vervolg folder

slot folder

Noten
(1)Een uitvoerig verslag van de hele affaire is van de hand van Stefan Vermeulen/Follow the Money, gepubliceerd in Vrij Nederland en op het internet na te lezen. Zie ook: Piet J.Buijnsters, Geschiedenis van het Nederlands antiquariaat. Nijmegen, Vantilt, 2007.

(2) Als geen ander liet boekenliefhebber en megaverzamelaar Boudewijn Büch zich overdreven negatief en mogelijk bevangen door jaloezie uit: ‘De Ritman-collectie is een tovercollectie. Veel rare, enge boeken van Rozenkruizers en zo. De deskundigen vinden de collectie zo waardevol. Tja, dat zijn sekteleden en antiquaren. Die hebben er belang bij.’ (De Volkskrant, 10 juni 1990).

(3)De anoniem gepubliceerde liefdesroman wordt toegeschreven aan Francesco Colonna (circa 1433 – circa 1527). Deze Italiaan studeerde theologie aan de universiteit van Padua en trad in als broeder van het Venetiaanse Dominicanenklooster Sante Giovanni e Paolo. Vanwege zijn onstuimig leven is hij in 1477 heengezonden. Hij zou al in 1467 zijn boek hebben geschreven, dat pas, in 1499 is uitgegeven, gedrukt door de befaamde Aldus Manutius in opdracht van en betaald door Leonardo Grassi uit Verona. Het bevat 172 houtsneden, mogelijk ontworpen door Andrea Mantegna, al worden ook Giovanni Bellini, Alberti en zelfs de auteur genoemd, terwijl prof. Fr.A.Janssen denkt aan Benedetto Bordone, die meer voor Manutius heeft gewerkt.  Colonna zou in 1515 nogmaals in een klooster zijn ingetreden om daar op voor die tijd hoge leeftijd te overlijden. Van wat wel is aangeduid als “het mooiste drukwerk uit de geschiedenis van het boek” en in vertaling in Franse hofkringen uit de 16e eeuw een populair boek werd, verscheen pas in 2006 voor het eerst in een Nederlandse vertaling, ‘De droom van Poliphilus’, uitgegeven bij Atheneum Polak & Van Gennep. [2 delen in een foedraal, op de site Boekwinkeltjes aangeboden voor prijzen variërend van 75 tot 500 euro en via Catawiki onlangs voor 55 euro geveild].

Naast Fr.Jansen wijzen intussen verscheidene onderzoekers Benedetto Bordone (circa 1455-1530) aan als vermoedelijke vervaardiger van de houtgravures in het boek Hypnerotomachia Proliphili’ door Aldus Manutius in 1499 gedrukt in Venetië. 

Vooromslag van de Nederlandse vertaling ‘De droom van Poliphilus’ uit 2006

Ter vergelijking: Franse vertalingen kwamen al uit in 1546 in een vertaling van Jean Martin, uitgegeven in Parijs door Jacques Gohony bij Jacques Kerver, met herdrukken in 1554 en 1561, Verder zijn drukken verschenen in 1774, 1804, 1811, 1883,1963, 1994 (herdruk 2004) en 2000.

moderne Franstalige uitgave, in een land waar het boek nog altijd wordt gelezen.

Op basis van Wikipedia volgt een beknopte samenvatting van de liefdesroman van de Italiaanse monnik Franceso Colonna: ‘Het verhaal van Polifilus zoektocht naar Polia ontwikkelt zich als droom in een droom. De auteur vertelt zijn utopie namelijk als in een droom van zichzelf waar Polifilis het verhaal ziet dromen. Hij droomt dat hij aan het wandelen is op een kronkelend pad in een donker angstaanjagend bos wanneer hij door een onaards geluid naar en vallei geleid wordt. Hier komt Polifilis in aanraking met allerlei architecturale elementen – uit de Oudheid – zoals obelisken, piramides en labyrinten, met dieren zoals draken en met een bijzondere vegetatie. Hij ontmoet onderweg vijf nimfen, die de vijf zintuigen Impuls, Fantasie, Herinnering, Reden en Wil verpersoonlijken. De twee nimfen Reden en Wil krijgende opdracht om Polifilis naar Polia te leiden. Zij brengen hem voorbij een waterlabyrint en laten hem daarna alleen achter. Een tijdje later verschijnt er een rijkelijk gedecoreerde nimf nabij Polifilis, hij is op slag verliefd op haar. Ze begeleidt hem verder gedurende zijn tocht en samen passeren ze onderweg allerlei processen en cultussen, tot ze aan de tempel van Venus Physizoa arriveren. Hier houdt Polifilis, volgens de orders van de priesteres, een ceremonie waardoor de nimf transformeert in Polia. Terwijl Polia op Amor wacht, bezoekt Polifilis de antieke stad Polyandron met tempels en tombes. Zodra Polifilis Polia achterlaat, verandert de omgeving in een ruïne. Inscripties in de ruïnes beangstigen Polifilis en al snel keert hij terug naar zijn geliefde Polia. Samen, in gezelcshap van Amor, vertrekken ze naar het eiland Cythera. Daar wordt een ceremonie gevierd om hun liefde te bezegelen. Vervolgens vertrekken ze naar de tombe van Adonis, waar Polia het liefdesverhaal vanuit haar perspectief vertelt’.  

(4) Sinds de jaren tachtig verzamelde Van der Bunt een collectie Old Liquors die een miljoenenwaarde moeten vertegenwoordigen.

(5) Uit de bibliotheek van de Vader des Vaderlands zijn in tot op heden 20 exemplaren uit de Parijse periode teruggevonden, aanwezig in de Koninklijke Bibliotheek Den Haag, Universiteitsbibliotheek Amsterdam en liefst vijftien exemplaren zijn in bezit van de Staatsbibliotheek in Berlijn. Het in Amsterdam geëxposeerde exemplaar is het enige dat nog in particulier bezit is. Professor Herman de la Fontaine Verwey, oud hoofdbibliothecaris van de UB-Amsterdam wijdde een uitvoerig hoofdstuk aan ‘De boekbanden van Willem van Oranje’, in: deel IV van ‘Uit de Wereld van het Boek: Boeken, Banden en Bibliofielen’, H&S uitgevers, z.j., p. 113-154. oorspronkelijk verschenen als ‘The Bookbindings of William of Orange’, in: Quaerendo, 14, 1984, p.81-124. Daarin komen behalve de Parijse banden, tevens ter sprake de Antwerpse boeken (Plantin; Charles de Navières) evenals de Haarlemse Koningsbijbel (de bekende Poliglottebijbel van Plantijn, ook aangeduid als Biblia Regia of de Bijbel van Arias Montana; in acht delen aanwezig) en de Amsterdamse Guicciardini (Antwerpen, Plantin 1581, aanwezig in UB Amsterdam). Onder supervisie van Lotte Hellinga-Queriode, destijds conservator bij de British Library, verscheen in 1971 als uitgave van de Stadsbibliotheek Haarlem en het Instituut voor Neofilologie en voor Neolatijn van de Universiteit van Amsterdam, het verslag van en onderzoek; ‘De Koningsbijbel van de Prins in de Stadsbibliotheek te Haarlem’. Andere publicaties waarin de boeken van Willem van Oranje aan de orde komen zijn o.a.: – Boeken van en rond Willem van Oranje. Expositie Koninklijke Bibliotheek. ’s-Gravenhage, 1984. Daarin de bijdrage van C.de Wolf; De bibliotheek van Willem van Oranje: eigentijdse gedrukte werken, p. 29–40; – de Oranje-Nassaubibliotheek ten tijde van Willem III, verschenen bij gelegenheid van een expositie in de Koninklijke Bibliotheek. ‘s-Gravenhage, 1988; -Jan Storm van Leeuwen. An unknown book of William of Orange discovered, in: Quaerendo 8 (1998), p.113-114. Citaat uit ‘Boekband van Willem van Oranje’, handelend over Julius Caesar, de Romeinse heerser, verworven door de KB in 1998. Kenmerkend van het boekomslag is het heraldisch wapen van de prins, waar omheen de ketting van het Gulden Vlies hangt. In deze selectieve Orde was hij door Karel de Vijfde, vader van de Spaanse koning Filips II, benoemd.: ‘(…) Ook Willem van Oranje werkte aan een bibliotheek van “de volmaakte hoveling” , met boeken over geschiedenis en krijgskunst, maar ook enkele titels over de liefde. Hij liet zijn boeken echter in veel soberder banden steken: bruin kalfsleer met een lijnkader langs de randen en centraal zijn ingekleurde wapen met daarboven een deel van de titel in goud. Het is onduidelijk waarom de prins niet voor de splendeur van het Franse hof koos. Geldgebrek misschien of werd hij teveel in beslag genomen door zijn voorgenomen huwelijk met Anna van Saksen en andere diplomatieke ontwikkelingen? De 48 boeken die hij op deze manier liet binden moeten hem meer dierbaar zijn geweest, want samen met enkele andere, neemt hij ze met zich mee als hij in 1568 uitwijkt naar Duitsland. Inmiddels zijn er twintig exemplaren uit deze, voor de Nederlandse geschiedenis zeer belangrijke collectie, teruggevonden (RT)’.

ILLUSTRATIES

A. JOOST RITMAN

Uit de Telegraaf van 10 mei 1986

De bibliotheek na de ommekeer van het Ceaucescu-regime in 1989

De centrale universiteitsbibliotheek van Bukarest kort na de brand ontstaan tijdens de Kerstrevolutie in Roemenië van 1989 (Het Parool 1994)

Ook Nederland schoot te hulp met een schenking van 1,5 miljoen gulden waarbij Ritman 100.000 gulden doneerde (Het Parool, 14-12-1994). Als mecenas ondersteunde Ritman in het verleden tevens o.a. het Rembrandthuis, de Westerkerk, het Joods Historisch Museum, Stichting Nieuwe Kerk, de Hortus Botanicus en de muziekbibliotheek van het Concertgebouworkest.

recente foto waaruit blijkt dat het monumentale gebouw van de bibliotheek weer als vanouds oogt. Toen ik de bibliotheek in 1972 bezocht ontving ik van de toenmalige directrice enkele fraaie boeken over Roemenië.

Joost Ritman ontvangt de Costerprijs 1995 (Het Parool, 25-9-1995)

Sotheby’s veilingcatalogi

Al in 1995 is eerst de collectie Hollands zilver van Ritman uit de 16e en 17e eeuw in mei geveild bij Sotheby’s Genève, op 14 november gevolgd door zijn glascollectie (De Volkskrant, 15-11-1995)

Sotheby’s 2000 July 2000 ‘sold for the benenefit of the Bibliotheca Philosophica Hermetica’ Amsterdam, 2000

Sotheby’s veilingcatalogus Ritman collectie geïllustreerde manuscripten geïllustreerde manuscripten

veilingcatalogus Sotheby’s 6 december 2000

Sotheby’s catalogue London 5 december 2001

 

Sotheby’s catalogue june 2003

Het 14e eeuwse manuscript l’Estoire du Graal van Rochefoucault bracht bij Sotheby’s in Londen 2,8 miljoen op

Een Grolier band, voorheen in het bezit van J.H.Ritman: Johannes Trithemius. Polygraphie et universelle ecriture cabalistique…..; in 1561 uitgegeven door Jacques Kerver in Parijs. Bij Sotheby’s geveild voor 49.250 Pound.

IN EN OM HET HUIS MET DE BEELDEN ALS MUSEUM EN BIBLIOTHEEK

interieurtekening het Huis met de Hoofden door Gerrit  Lamberts (1776-1850)

19e eeuwse houtgravure van het Huis met de Hoofden

begin 20ste eeuwse prentbriefkaart met de voorgevel van het Huis met de Hoofden

Vernooy

Huis met de Hoofden; getekend door Piet Vernooy

de hal met de borstbeelden van Masilio Ficino (1433-1499), een Italiaanse humanist, onderzoeker en vertaler, in dienst van de Medici in Florence en rechts Gilles Quispel (1916-2006), onderzoeker van de gnosis

Een van de zalen met prenten en boeken in de ambassade van de vrije geest

Een andere ruimte met boeken in het pand Keizersgracht 123

interieurfoto Embassy of the Free Mind met op een sokkel de bustes van Cosimo de’ Medicis en Lorenzo de’ Medicis

Ook aan Comenius wordt in museum en biblotheek prominent attentie besteed. Aan Dirck Volckertsz. Coornhert (1522-1590) wordt in het uitgeroepen Coornhertjaar Haarlem 2018 in de Spaarnestad Haarlem veel aandacht gegeven door middel van o.a. lezingen, tentoonstellingen en publicaties

Drukkersmerk van Coornhert. Aangenomen wordt dat hij het merk zelf heeft ontworpen. In het midden een roos [= het boek] waaruit de bij honing zuigt en de spin gif.

de ‘graal van Amsterdam’ in de Kleine Sael’, een modern kunstwerk dat is vervaardigd door de Russische lakminiaturist Oleg An. (foto Beatrice Augrandjean)

even rust naast Jacob Böhme in de tuin van het Huis met de Hoofden

standbeeld van Jacob Böhme (1575-1624)  in het Oostduitse stadje Görlitz

moderne sculptuur gewijd aan Böhme nabij het huis waar hij in 1624 in Görlitz is overleden

de Böhme sculptuur gezien vanuit een andere hoek

Boeken uit de bibliotheek van prins Willem van Oranje-Nassau, in het bijzonder de fraai geïllustreerde en gedrukte roman uit Italiaans vertaald in het Frans als ‘le Songe de Poliphile’,  geschreven door Francesco Colonna 

Maarten Moll in het Parool over uitstalling van het boek uit het bezit van de prins van Oranje-Nassau, in 1559 in Parijs aangekocht. momenteel in de Embassy of Free Mind in Amsterdam tentoongesteld.

foto genomen tijdens de opening van de tentoonstelling en presentatie van een facsimile uitgave met Nederlandse vertaling op 13 juni 2018 in de Ambassade van de vrije Geest. Achter het katheder houdt professor F.A.Janssen een voordracht. De expositie is verlengd tot 31 augustus.

het origineel, momenteel tentoongesteld in het Huis met de Hoofden

illustraties uit opengeslagen boek

houtgravure uit Le songe de poliphile

obelisk op olifant. Illustratie uit het boek van Francesco Colonna

Sculptuur voor de Santa Maria sopra Minerva in Rome, vervaardigd door de Italiaanse beeldhouwer Bernini, in opdracht van paus Alexander VII die een groot liefhebber was van het boek Hypnerotomchia Poliphili van Colonna

Priapus met zijn geslachtsorgaan in erectie. Houtsnede uit de Hypnerotomachia Proliphili van 1499

ongekleurde gravures in het oorspronkelijke boek uit 1499

In het standaardwerk van Richard Mummendey: ‘Von Büchern und Bibliotheken’ (Darmstadt, 1976) is het volgende vermeld over het boek: ‘(…) Unter den übrigen Veröffentlichen der Aldusschen Offizin zählt die HYPNEROTOMACHIA PROLIPHILI des Veroner Dominikaners Francesco Colonna zu den prachtvollsten Buchschöpfungen aller Zeiten. Das in einer Antqua von klassischer Schönheit gedruckte Werk enthält mit hundertsechzig Holzschnittabbildungen von selener Feinheit illustriert in den Rahmen einer zarten Liebesgeschichte eingeflochten die Schilderungen erfundener antiker Bauwerke und Kunstdenkmäler. Den Verfassernamen des anoniem erschienenen werkes entnehmen wir dem aus den Verfassernamen des anonym erschienen Werkes entnehmen wir dem aus den kapitalinitialen Akrostichon POLLIAM FRATER FRANCISCUS COLUMNA PERMAVIT’, hetgeen zoveel betekent als ‘Broeder Francesco Colonna houdt van Polia’.

 

Pagina uit de Hypnerotomachia Profilis (1499) overgenomen uit het boek van Helmut Presser, Das Buch vom Buch (Hannover, 1978) De auteur tekent aan: ”Das schönste Italienische Holzschnittbuch der Frühdruckeit is der “Traum des Polifilus” oder die “Hypnerotomachia” van Aldus Manutius in 1499 in Venedig gedruckt. Der Verfasser dieses Buches war der Dominikanermönch Francesco Colonna, dessen Namen wir finden, wenn wir die Anfangsbuchstaben der einzelnen Kapitel miteinanderfügen. Niemals ist ein Buch erschienen bei den Schrift, Bild und Schmuck eine volkommene Einheit eingegangen sind. Die grossen Büchersammlungen sind stolz wenn sich unter Ihren Schätzen auch ein Exemplar der “Hypnerotomachia” befindet.

 

nog een pagina van de Hypnoteromachia overgenomen uit: Helmut Presser. Das Buch vom Buch. Hannover,1978. Francesco Colonna: Hypnerotomachia Poliphili. ‘Mit zahlreichen Holzschnitten eines noch nicht ermittelten Meisters. 1499 von Aldus Manutius in Venedig gedruckt. Während die deutschen Holzschnitte des 15. Jahrhunderts noch ganz dem gotischen Stil verhaftet sind, erkennen wir in den Ialienischen Holzschnitten der gleichen Zeit schon alle Eigenarten der Renaissance. Jene dienen dem Ausdruck, diese dem Schmuck und der Zierde. Die Holzschnitte in der Hypnerotomachia Poliphili sind aus feinen, gleich müssigen Linien augebaut und passen vorzüglich zu der edlen Antiquaschrift. Die Architektur mit Säulen, Bögen und Muscheln ist dezent angedeutet, und die plastisch durchgeformten Menschen bilden zu diesen strengen Linien einen lebenden Gegensatz. Auf den hier aufgeschlagenen Seiten erzählt Colonna wie Poliphilo in geweihten Tempelhallen seine angebetene Polia liebend umarmt und wie eine erzünrnt herbeigeeilte Priesterin das liebende Paar von Ihren Dienerinnen durch Schläge trennen und verjägen lässt. Dieses Buch des Aldus Manutius ist der unbestreitbare Gipfel in der Buchkunst der Italienischen Frühdruckzeit’.

Voorts schrijft Charles A.Goodrum in diens ‘Treasures of the Library of Congress’ (1980) bij een tweetal illustraties; ‘Printed by Aldus Manutius at the very end of the incunabula period Francesco Colonna’s ‘Hypnerotomachia Proliphili’ is among the most beautiful printed books ever made. The harmony between the superb woodcuts and the handsome type made is a masterpiece of Renaissance bookmaking. As George Painter noted, “Radiantly and graciously Italian, classic, pagan, renascent”in contrast with the Gutenberg Bible, which “is sombrely and sternly German, Gothic, Christian and medieval”, these two masterpieces of the art of printing mark the opposite ends of the incunabula period.”  

 

Uit: ‘Treasures of the New York Public Library’ (1988) blijkt dat die instelling zowel een exemplaar op papier als op perkament in 1499 gedrukt door Manutius in bezit heeft. Correctie: Colonna was geen Benedictijn maar Dominicaan.

Beschrijving van het boek in: ‘Great Books and Book Collectors’ door Alan G.Thomas,1583, pagina 86

vervolg Alan G.Thomas, pagina 61

slot Alan G.Thomas over ‘Hypnerotomachia Proliphili, pagina 63.

houtsnede uit het (anonieme) boek van Francesco Colonna uit 1499

nog een illustratie uit het boek

In ons land werd bij Frederik Miller een exemplaar van de Hypnerotomachia Prolifili in 1867 geveild voor nog  slechts 250 gulden ((Algemeen Handelsblad, 14-12-1867)

 

In ons land bevinden zich oorspronkelijke exemplaren van de Hynerotomachia poliphili uit 1499 in o.a. de Koninklijke Bibliotheek Den Haag, Universiteitsbibliotheek Utrecht en het Rijksmuseum.  Verder in talrijke grote bibliotheken in Europa en de Verenigde Staten. Bovenstaand een beschrijving uit: Treasures of the Library of Congress by Charles A.Goodrum. 1980, p.64.

Illustratie en toelichting uit: : Treasures of the New York Public Library. 1988, p. 75.

Citaat uit voornoemd boek over de New York Public Library

Tekst en illustratie uit de Hypnerotomachia Prophili, uit:The Smithonian Book of Book by Michael Olmert. 1992, p.130.

Uit voornoemd boek van Michael Olmert. De auteur wijst er op dat de grote Engelse bibliofiele drukker en dichter William Morri in 1896 voor zijn ‘private press’ de Kelmkott Press: Chaucer modelleerde naar het qua drukwerk voor hem meest ideale boek Hypnerotomachia Poliphili. uit eind 15de eeuw.

[“craddle” period of period from 1455 to 1501, the genius of printing passed from Venice to France. (…)’.  

 

 

Van Francesco Colonna is geen afbeelding bekend, in tegenstelling tot de Italiaanse humanist Aldus Manutius (1449-1515), die wordt gerekend tot een van de belangrijkste typografen uit de begintijd van de broekdrukkunst. In 1499 drukte hij: Hypnerotomachia Poliphili = de gedroomde liefdesstrijd van Poliphilis. In 1545 is een tweede druk vervaardigd door zijn zoon Paolo Manutius.

het drukkersmerk van Aldus Manutius: een anker en een dolfijn die samen symbool stonden voor zijn motto: ‘festina lente’ ofwel haast je langzaam.

Twee plaquettes in Venetië in herinnering aan Aldus Manutius die  woonde en drukte aan de Rio Terro Secundo, in de wijk San Polo) (zie blog: Ciao tutti, van Saskia)

drukpagina van Manutius uit zijn ‘Hypnerotomachia Proliphili’ uit 1499. Het boek is opgedragen aan Guido da Montefltro, graaf van Urbino uit een oud dellijk geslacht. Hij leefde vn 1472 tot 1508.

de Biblioteca Marciana ofwel Libreria Sansoviniana aan het Pizza San Marco in Venetië bevat alle drukken van Manutius en bovendien een van de grootste collecties klassieke teksten ter wereld. Het gebouw is in 1537 ontworpen door architect Jacopo Sansovinio en in 1553 in gebruik genomen. Het fraaie bouwwerk komt op veel schilderijen voor, o.a. van Canaletto. Gedurende het laatste kwart van de vorige eeuw bezocht ik de instelling verscheidene malen.

Mijn laatste bezoek aan de Biblioteca Nazionale Marciana in Venetië dateert alweer van september 2007, die toen tijdelijk gesloten was

boekbanden

Boekband van Hypnerotomachia Poliphili uit 1499 in de Bibliotheca Marciana

In 2017 is onder leiding van Gabriele Mino een conferentie georganiseerd in de Bibliotheca Marciana gewijd aan het boek Hypnerotomachia poliphili. Links een pagina uit het boek van Francesco Colonna en rechts een leeszaal in de Venetiaanse bibliotheek

Het boek Hypnerotomachia poliphili stond aan de basis van de Venetiaanse alchemie

In de Franstalige uitgave ‘Hypnerotomachie ou Discours du songe de Poliphili (de gedroomde liefdesstrijd of verhaal van de droom van Poliphilis), vertaald door Jacques Gohony en gedrukt door Kerver is sprake van Mantegna als maker van de oorspronkelijke houtgravures (1499) en in 1546 zijn deze aangepast en met 14 stuks uitgebreid door de Franse kunstenaars Jean Cousin en Jean Goujon

titelblad van ‘Discours du songe de Poliphile’ naar de oorspronkelijke Franse editie van Kerver (Bibliothèque Nationale de France)

titelblad van een in 1600 in Parijs uitgegeven boek betreffende ‘Le Songe de Poliphile’ “Het overzicht van de rijke inventies” is een bewerking van de vertaling van Béroalde de Verville (uit boek van Fr.A.Janssen, pagina 86). Janssen die het boek bestudeerde schrijft ‘(…) Aan het eind gekomen van mijn rondgang door de “Tableau des riches inventions” is mijn conclusie, dat in deze versie van de Proliphilus in het bijzonder door zijn titel en door zijn index deze roman als een soort handboek voor “inventies” gepresenteerd wordt, voor symbolische voorstellingen, voor verbeeldingen van andere, “hogere” zaken. Het werk wordt aldus een voorbeeldboek, een modelboek voor kunstenaars en schrijvers – en iconografisch handboek. De titel is dan perfect gekozen: “Overzicht van veelzijdige verbeeldingen”. Hiermee plaatst het “Tableau des riches inventions ” zich in de zestiende-eeuwse iconografische traditie die wij in het bijzonder kennen uit bundels als Horapolla “Hieroglyphica”(eerste druk 1505, vele herdrukken), Alciati, “Emblematum liber” (eerste druk 1531, vele herdrukken en navolgingen), Valeriano’s omvangrijke “Hiëroglyphica” (eerste, incomplete druk 1556, vele herdrukken, Vincenzo Cartari “Imagini degli Del’ (eerste druk 1556, vele herdrukken). Op de verwantschap tussen de Proliphilus en deze emblematische werken is al eerder gewezen (…)’

Frontispice van de Franse editie uit 1600 van alchemist Francois Béroalde de Verville (1589-1644)

Geïnspireerd door de Spaanse vertaling: ‘Sueno de Porfilio’ is bovenstaand reliëf vervaardigd in de patio van een universiteitsgebouw te Salamanca. Een exemplaar van de oorspronkelijke uitgave uit 1499 bevindt zich in de koninklijke bibliotheek van het Escorial.

Een van de Grolier banden van de Hypnerotomachia Poliphili, bij Christie’s London geveild voor omgerekend ongeveer een half miljoen euro. [Voor Jean Grolier (1489-1561) gebonden door Gommar Estienne omstreeks 1552/1555.

Het Italiaanse boek Hypnerotomachia Proliphili verscheen in o.a. een Franse, Duitse, Engelse, Spaanse, Portugese, Nederlandse (pas in 1929) en in 2015 in een Russische vertaling. Bovenstaand het voorplat daarvan.

In 1929 is een Latijnse en Nederlandse vertaling verschenen in 300 exemplaren (Het Centrum, 15 oktober 1929)

In 2004 verscheen ‘The rule of four’ van Ian Caldwell en Dustin Thomason. De roman stond in de Verenigde Staten gedurende een half jaar in de top van de New York Bestseller List. De roman speelt zich af in Princeton in 1999 en heeft de mysterieuze incunabel, gedrukt door Manutius , van Colonna uit 1499 als uitgangspunt. In Nederland verschenen onder de titel ‘Een Venetiaans geheim’.

ook in de thriller van Ross King: Ex libris (1998) in Nederlandse vertaling uitgekomen als ‘Het labyrint van de wereld’ komt in de zoektocht in een bibliotheek het boek ter sprake

Le Songe de Poliphile heeft talrijke letterkundigen en beeldende kunstenaars geïnspireerd, zoals Rabelais, Jean de la Fontaine, Gérard de Nerval, Charles de Nodier, Eustace de Sueur, Salvador Dali, Georges Perec, Michèle Duchene etcetera (uit: I.Caldwell en Dustin Thomason)

Romeinse ruïnes; illustratie uit ‘Le songe de Poliphile’ van Rabelais (1494-1553), postuum verschenen in 1554.

Botticelli: Heilige en Wereldse liefde, 1514 (Galeria Borghese, Rome). De Duitse kunsthistoricus W.Friedländer stelde overeenkomsten vast tussen dit schilderij en de liefdesroman ‘Hypnerotomachia Prophili’. De vrouwen zouden Polia en Venere verbeelden, de twee vrouwelijke hoofdfiguren in het boek van Francesco Colonna

Poliphile in bad met de nymfen. Schilderij uit circa 1637 van Eustace de Sueur (1615-1655) in het Musée Magnin te Dyon.  Sueur vervaardigde in opdracht van Vouet 8 schilderingen met scènes uit Hypnoteromachia Poliphilis. De kunstenaar gaf er een geheel eigen interpretatie aan. Tot op de dag van vandaag zijn 4 van die doeken getraceerd bin Rouan, Dyon, Grenoble en Wenen.

Schilderij van Eustache de Sueur (circa 1640): Poliphile voor koningin Eleuthirilide (Musée des Beaux Arts, Rouan)

Tarotkaarten gebaseerd op het boek van Francesco Colonna

“Le Songe de Poliphile’ verbeeld op een zijden doek van Hermès Paris

Modern ontwerp  ‘Le Songe de Poliphile’ van de Franse kunstenares Michèle Duchene uit Orange in Frankrijk

Nuit Blanche, le Songe de Poliphole. Foto genomen in Parijse nachtclub Crazy Horse Saloon, (foto in Musée des Beaux Arts de la Ville de Paris)

Het boek van Colonna als inspiratie voor een kuinstenaar in Amersfoort (Trouw, 15-6-1995)

Het kunstwerk ‘Tertulia’ in Amersfoort met aan de binnenzijde de portrettegeltjes, vervaardigd door kunstenaar  David Veldhoen, 2991

collage ‘Le Songe de Poliphile’ door Jean Claude Demeure, 2012

eigentijds ontwerp door Nicole Buffe op twee Sèvres vazen met Poliphile en Polia (2016)

Project F.I.P. = Formas Imaginisque Poliphili A.D.1467. opgestart door Esteban Alejandro Cruz, 2012

Engelstalige uitgave van Esteban Alejandro Cruz: Rediscovering Antiquity through the dreams of Poliphilus. 2006

Affiche van tentoonstelling in Museum Meermanno in Den Haag, 23 september 2006 tot en met 7 januari 2007 (collectie Jan Holwerda)

Voorzijde van het boek ‘Goud en koper in de boekenwereld’. Amsterdam, Bert Bakker, 2008. Daarin is een lezenswaardig hoofdstuk te vinden van de auteur Frans A.Janssen, getiteld: ‘De Poliphilus als iconografisch werk’, p. 77-90. eerder geplaatst in: Leeslint, september 2006, p.10-16.

band van een boek gewijd aan Caesar, afkomstig [Ceasar Renovvelle, 1561] uit de bibliotheek van de prins van Oranje in 1998 verworven door de Koninklijke Bibliotheek

voorplat van Xenophon,  La Cyropédie… Lyon, 1555 UB-Amsterdam (uit Fontaine Verwey IV, pagina 118)

voorplat band Lhepiameron door Margueritte de Navarre, Paris, 1559. KB (uit Fontaine Verwey IV, pagina 120)

voorplat van Le Songe de Poliphile. Paris, 1554 (particuliere verzameling, Fontaine Verwey IV, pagina 117  thans geëxposeerd in het Huis met de Hoofden). Professor Herman de la Fontaine Verwey zocht de provenance uit en schrijft daarover in deel IV, bladzijde 149 het volgende: ‘(Francesco Colonna) Hypnerotomachia ou discours du Songe de Poliphile, déduisant comme Amour le combat à l’occasion de Polia {…} (Paris: pour Jacques Kerver 1554 folio. Band al beschreven in de tekst met bovendien dezelfde binnenrand met fleurons op de boeken. Herkomst van dit exemplaar: Library of Ham House, geveild bij Sotheby. London, 30-31 mei 1938, nummer 90 met afbeeldingen (Deze boekerij werd grotendeels bijeengebracht door Lionel, fourth Earl  of Dysart (1700-1770), die veel gekocht had uit de Bibliotheca Harleiana van Robert en Edward Harley, first and Second Earls of Oxford. (De Harleys bezaten veel kostbare banden, gekocht op de Haagse veilingen uit het begin van de achttiende eeuw); bibliotheek Lucius Wilmerding, geveild bij Parke-Bernet, New York, tweede veiling, 5-6 maart 1951, nummer 185, gekocht door Pierre Berès, Parijs – zijn antiquariaatscatalogus 49, nummer 62, met afbeeldingen; thans in particuliere  verzameling.  De literatuur over de Hypnerotomachia is zeer uitgebreid, cf. H.de la Fontaine Verwey, “De Hypnerotomachia Poliphili”, in: ‘Koninklijk Oudheidkundig Genootschap. Jaarverslagen 1950 & 1951, pp. 90-106. Nieuwe theorieën treft men in de studie van Emanuela  Kretzulesco-Quaranta ‘Les jardins du songe, Poliphile et la mystique de la Renaissance’. (Roma/Paris 1976). Grolier bezat minstens zes exemplaren van dit boek’.   

 

 

vooromslag van Catalogus KB boeken van en rond Willem van Oranje, 1984

voorzijde boek ‘Boeken van Oranje; de Oranje-Nasssaubibliotheek ten tijde van Willem III

folder van ‘Boeken van Oranje-Nassau; de bibliotheek van de Graven van Nassau en Prinsen van Oranje in de 15de en 16de eeuw’ in Museum van het Boek, 1998

ommezijde van folder Boeken van Oranje-Nassau, 1998

Ritman Library / Embassy of the Free Mind

filmposter van The Ritman Library Amsterdam; documentaire door Sara Ferro en Chris Weil (2017)

kaart van de zesde kolf van de Transformatie, onder de heerschappij van Mercurius (De kolf wordt ontsloten zodat de verfijnde geestelijke krachten in de kolf van de transformatie verstoffelijkt kunnen worden door de toevoeging van de koude samentrekkende krachten van de Maan, die leiden tot de formatie van de witte Tinctuur (BPH – tekening Laurie Lipton)

Francesco Colonna op Youtube na herontdekking van 2 exemplaren in de British Library

==========

gevelsteen boven Bloemgracht 19, geïnspireerd door de broederschap van het Rozenkruis en  ontworpen door de echtgenote van Joost Ritman

In Nederland is het centrum van de Broederschap der Rozenkruisers in Haarlem gevestigd aan de Bakenessergracht

Aangenomen wordt dat de ‘duivelkunstenaar’ Johannes Torrentius (1589-1644) een Rozenkruiser was. Aan hem wijdde ik een uitgebreid blog naar aanleiding van de verschijning van een door Wim Cerutti geschreven boek. Van Torrentius zijn slechts twee werken overgeleverd, een schilderij (stilleven met breidel) één van de toptukken in het Rijksmuseum, en een aquarel uit 1615 in de Koninklijke Bibliotheek (zie bovenstaande scan) door hem met zijn eigenlijke naam Jan Symonszoon van der Beek ondertekend.

België kent centra van de Rozenkruisers in Gent en Leuven. Bovenstaand de huisvesting in Leuven aan de Mechelsestraat, die ik 1 augustus 2018 bezocht,  toen de binnentuin net werd opgeknapt

Gevelplaat van het Lectorium Rosicrusianum in Leuven. De vrouwelijke beheerder die ik sprak was vol lof over de activiteiten van Joost Ritman ten gunste van de Rozenkruisers.