CASTELEYN: oprichters van de ‘Opregte Haerlemsche Courant / Joh. Enschede & Zn. / Haarlems Dagblad sinds 1883

Tags

, , ,

CASTELEYN: oprichters en drukkers van de Opregte Haeremsche Courant / Joh.Enschedé en Zonen / Haarlems Dagblad sinds 1883

De eerste krant in ons land is op 14 juni 1618 gesticht door de Amsterdammer Caspar van Hilten, wiens zoon Jan van Hilten van 1623 tot 1635 de ‘Courante uyt Italien ende Duytschlandt etc.’ uitgaf. Het eerste exemplaar op a4-formaat is enkel bewaard gebleven in de Koninklijke Bibliotheek van Zweden in Stockholm.

De krant van Caspar van Hilten uit 1618

 

Haarlem is dankzij de (bijna vergeten) familie Casteleyn, de geboorteplaats van twee nieuwsbladen. Vincent Casteleyn (circa 1585-1658) is de feitelijke stamvader van deze drukkers- en kunstenaarsfamilie. Hij was stadsdrukker van Haarlem vanaf 1642. Zijn zoon Pieter werd, die zich tevens al kunstschilder en graveur ontwikkelde was in 1651 de eerste uitgever van de ‘Hollandtsche Mercurius, Behelzende het ghedenckweerdigste in Chistenryck, Voor-ghevallen, binnen ’t gansche Jaer 1650.’ Dit was het eerste deel van een serie van in totaal 26 jaarboeken met binnen- en buitenlands nieuws, die in omvang toenamen van aanvankelijk 63 tot uiteindelijk 270 bladzijden. Bovendien nog tot 1691 (1) voortgezet door Abraham Casteleyn.

Schilderij uit 1633 van Jan de Bray voorstellende Abraham Casteleyn en zijn echtgenote Margaretha Bancken.Op de achtergrond een borstbeeld van de veronderstelde uitvinder van de boekdrukkunst Lourens Janszoon Coster (Rijksmuseum Amsterdam; in 1939 ontvangen uit een legaat van F.E.Blaauw uit ‘s-Graveland])

Die jongste broer had ook het drukken van zijn vader heeft geleerd en was omstreeks 1650 correspondent (verzamelaar van nieuwsberichten) van de Amsterdamse courantier Jan van Hilten (2). Na diens overlijden in 1655 besloot hij, aldus een circulaire ‘geen slaef van een ander te blyven’. Daarom richtte hij een eigen krantje op onder de weidse titel: ‘Weeckelijke Courante van Europa’. Nummer 1 is gedateerd 8 januari 1656.  In 1664 kreeg het blad de naam ‘Opregte Haerlemsche Courant’ (OHC).

Voorblad van de Weeckelyke Courante van Europa Nummer van Abraham Casteleyn

De burgemeesters van Haarlem hadden hem op3 januari 1656 toestemming gegeven om de ‘nouvelles’ uit te geven. Het blad had tot onderschrift ‘Ghedruckt tot Haerlem door Abraham Casteleyn ten huyse van zijn vader, Vincent Casteleyn op de Marckt in de Druckery’. Spoedig werd de naam gewijzigd in ‘Haerlemsche Dinghsdaeghsche Courant’. In twee pagina’s behandelde hij het nieuws uit Europa, uit Amsterdam, Brugge, Haarlem en Den Haag. In 1659 verschijnt de krant onder de naam: ‘Haerlemse Dingsdaegshe Courant’ en het jaar daarop verscheen de krant ook op zaterdagen als ‘Haerlemsche Saterdaeghse Courant’. Zijn drukkerij annex boekhandel in ‘In de Blye Druck’ was sinds 1662 gevestigd op de hoek van de Grote markt en de Grote Houtstraat, terwijl zijn eerdergenoemde broer Pieter in het pand van zijn vader aan de overzijde van de Grote Markt gevestigd bleef, vanouds genoemd ‘In ’t Suykerhuys’.

Het Drukkershuis van Casteleyn aan de Grote Markt in Haarlem

Een gedenkteken aan drukkerij ‘In de blye druk’ aangebracht aan een gevel bij een pand aan de Grote Markt, hoek Grote Houtstraat. In 1662 verhuisde Abraham Casteleyn naar de overkant en in 1744 betrok de OHC een pand aan de Grote Houtstraat, hoek Spekstraat. De drukkerij verhuisde in 1761 naar een nieuw pand aan de Damstraat/Klokhuisplein van de firma Enschedé.

In 1664 verkreeg Abraham van het stadsbestuur een vergunning tot monopolie als enige in Haarlem een krant te mogen uitgeven. Toen is de krant herdoopt in ‘Opregte Haerlemse Courant’, die drie jaar later tevens op donderdag ging verschijnen. Zelfs verscheen er enige tijd een Engelstalige editie ‘The Daily Courant’, waaraan in 1669 door de Engelse machthebbers “op straffe van onthoofding” een einde is gemaakt. Pas in 1702 verscheen in Engeland het eerste Britse dagblad onder dezelfde naam ‘The Daily Courant’.

‘Opregte’ betekende voor Casteleyn in dit verband ‘enig toegestane’ en dus niet in de betekenis van ‘eerlijk’, zoals vaak ten onrechte is verondersteld. Gooide de Hollandse Staten nogal eens roet in het eten door de uitgaven van sommige geschriften te verbieden, In Haarlem hield de stedelijke magistratuur courantier Abraham Casteleyn de hand boven het hoofd. Regelmatig publiceerde hij resoluties en ander geheim stadsrecht. Het Hof van Holland wilde hem daarvoor in Den Haag berechten, maar de Haarlemse burgemeesters lieten weten dat dat tegen het lokale burgerrecht indruiste. Op basis van het ‘jus de non evocando’ kon Casteleyn enkel voor de Haarlemse rechter verschijnen. Dat betekende overigens niet dat men het censuurprincipe afzwoor. Het bestuur van Haarlem gaf Casteleyn de instructie ‘geen saacken raackende deze stadt’ op te nemen, in overeenstemming met het machtsprincipe: ‘de bescherming van stedelijk principes’.

Abraham beklaagde zich erover dat ook enkele van zijn familieleden ‘nouvelles’ ofwel nieuwsbaden uitgaven, In 1672 gaf de ‘Opregte’ een ooggetuigenverslag van de moord door het gepeupel op de gebroeders Johan en Cornelis de Witt. Na het overlijden van stadsdrukker Abraham in 1681 (3) heeft zijn vrouw Margaretha van Bancken (1628-1694) het levenswerk van haar man nog enige tijd voortgezet. Dat gebeurde bij dezelfde uitgever: Anne Maria Colterman, een schoondochter van Abraham Casteleyn. In 1692 speelde zij hoog spel door een extra heffing op couranten te ontlopen. Ten slotte kwam de drukkerij in handen van zoon Gerard Casteleyn (1665-1702) en vervolgens nam diens weduwe Anna Maria Colterman. Hun neef en erfgenaam Jan Abraham Casteleyn heeft zich als courantier in Rotterdam gevestigd.

 

Joh. Enschedé en Zonen

Portret van Izaak Enschede, oprichter van de Haarlemse firma

EnschedeJohannes2

Johannes Enschedé (1) vanaf 1733 drukker van de Opregte Haerlemsche Courant. Kopergravure door Cornelis van Noorde 1763

 

Sinds 9 juli 1737 was de krant verbonden met een ander drukkersgeslacht in Haarlem: Enschedé– van aanvankelijk sinds 1703, – Izaak en Johannes I Enschedé , dat weldra ook buiten de landsgrenzen faam verwierf. In dat jaar bedroeg de oplage 2.400 exemplaren. In die begintijd was Johan Christiaan Seiz de enige gesalarieerde redacteur, aangeduid als ‘translateur’. Johannes Enschedé kocht de lettergieterij op welke van oorsprong van Rooman was geweest. De inkomsten van de krant bedroegen gemiddeld 10.000 carolus gulden per jaar. Na aftrek van alle kosten was de winst ongeveer ƒ 3.000,-. Hiervan moesten de Enschedé’s echter liefst ƒ 2.500,- afdragen aan de Haarlemse arm- en weeshuizen. Het is Johannes I Enschedé geweest – welke in 1727 zijn gildeproef met succes aflegde – die als grondlegger wordt beschouwd van wat in de 18de, 19de en eerste helft 20e eeuw uitgroeide tot een van de grootste Nederlandse grafische ondernemingen, uit eindelijk gespecialiseerd in bankbiljetten, waardepapieren en postzegels. Met excellente lettersnijders, letterontwerpers en graveurs in dienst zoals J.Fleischmann, Jan van Krimpen, Sem Hartz en Pieter Wetselaar. Dat bedrag is in 1776 zelfs verhoogd tot ƒ 5.000,-. Totdat de Bataafse Republiek hiervan een einde maakte. Er waren ook jaren van soms forse verliezen. Op het beslissend moment sprong het stadsbestuur dan bij door zegelrechten en andere belastingen te verlagen, zodat de krant niet faillissement voorkwam en kon blijven bestaan. De eerste advertentie in de OHC is pas op 1 oktober 1749 geplaatst en wel een krantregel op de tweede pagina. Deze vorm van adverteren heeft men tot 1829 volgehouden toen de krantrenegels zijn vervangen oor een derde kolom – naast de twee al bestaande kolommen. De krant had vroeger een formaat dat we tegenwoordig een bulletin zouden noemen. Van het begin in 1656 tot 1702 bestond de krant steeds uit een halfvel klein folio met twee kolommen op iedere bladzijde. In 1702 is het formaat iets vergroot en vanaf 1782 werd het halve vel min of meer regelmatig vervangen door een heel vel folio. Volgens de historicus mr.W.DSautijn heeft Johannes Enschedé zestien jaar lang de redactie en correctie van de toen drie maal per week verschijnende krant alléén voor zijn rekening heeft genomen en pas in 1829 werd geassisteerd door zijn neef Jan Justus Enschedé. In de periode van de Bataafse Republiek verscheen de krant onder de naam ‘Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap – Haarlemsche Courant’, terwijl ook een Franstalige uitgave uitkwam onder de naam ‘Gazette de Haarlem’. Het stadswapen zowel als het woord ‘Opregte’ verdween uit de kop van de krant. Deze toestand duurde voort tot 6 november 1913, toen Johannes Enschedé een historische daad verrichtte. Nauwelijks was in de Spaarnestad een noodregering gevormd, of hij bracht zijn krant in de oude vorm en vroegere naam op de markt, ondanks het feit dat de stad nog onder controle stond van het Franse garnizoen. Deze vermetele daad, die Enschedé zijn leven had kunnen kosten, veroorzaakte in het land een storm van vreugde en bijval. In Zutphen en elders in Overijssel werd de plotselinge herverschijning van de ‘Opregte’ beschouwd als het bewijs dat de Haarlemse opstand was gelukt, zodat de bevelhebbers van de verbonden legers overhaast besloten de IJssel over te steken.

De courantiers moesten in het verleden het exclusief gebruik van het stadswapen duur betalen. Vanaf 1 januari 1799 was het bedrag voor recognitie ƒ 2.000,-. In 1814 werd dat verlaagd naar ƒ 1.500,- per jaar, maar moesten de mededelingen van het stadsbestuur kosteloos in de krant worden opgenomen. Het zou tot 1850 duren toen deze recognitie is afgeschaft. Nog jarenlang zijn hierover discussies en processen gevoerd.

Het formaat is geleidelijk vergoot tot het in 1866 het grote formaat verkreeg dat tot de uitvoering in magazine formaat. In 1847 verscheen de OPHC voor het eerst dagelijks, dat wil zeggen 6 maal per week. Secretaris Hoola van Nooten uit Edam van de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen schreef in oktober 1866, dat ‘de Haarlemsche de meest geachte en geliefde krant blijft, terwijl zij zelfs met belangstelling in andere landen wordt gelezen en naar andere werelddelen verzonden, verbeidt men hare komst in vele woningen telkendage met ongeduld.’ Als enige krant heeft de krant lange tijd ’s avonds de belangrijkste berichten uit de Staatscourant gepubliceerd en gag zij een vrij volledig verslag van de parlementszittingen weer. Teven publiceerde de krant als eerste een volledig persbericht in haar kolommen. Onder de regelmatige lezers behoorden koningin Wilhelmina, koningin-moeder Emma en talrijke ministers en parlementsleden. In 1910 is de ‘Oprechte Haarlemsche Courant’ in een N.V. omgezet.

 

Een nieuwe krant: Haarlems Dagblad: opgericht door JAN MICHIEL BOMANS

Kop van de eerste editie van Haarlem’s Dagblad

Het enig bekende portret van Jan Michiel Bomans. Het hing vroeger ingelijst in de directiekamer van het Haarlems Dagblad en werd aan kleinzoon Jan Arnold Bomans gegeven.

Het Haarlems Dagblad is 11 juli 1883 opgericht door drukker-uitgever Jan Michiel Bomans (de grootvader van de schrijver Godfried), met zijn zwager Leuven als compagnon.

aankondiging van uitgave Haarlemsch Dagblad door Bomans & Co

In een voorbericht ‘Aan de Lezers!’ gaf Bomans de reden aan om een nieuwe krant op de markt te brengen: ‘Liefde leeren, leven leeren’ en wel ‘door dagelijks den lezers door voorbeelden uit het weldadige leven aan te toonen dat liefdeloosheid, haat, toorn, drift en verkeerde hartstochten bronnen zijn van jammer en ellende; door hen bekend te maken met datgene wat den strijd om het bestaan vergemakkelijkt, het leven veraangenaamt, Duizend zaken zijn voor overigens flink ontwikkelde mensen gesloten boeken. Dit is te wijten aan te dure kranten, te veel onbegrijpelijke woorden en uitdrukkingen en niet zelden worden de mensen in hun overtuigingen aangevallen of gekrenkt. Een blad van kleine omvang, dat dagelijks uitkomt, de voornaamstede gebeurtenissen zo spoedig mogelijk meedeelt en bovendien het goedkoopste dagblad van Nederland zal zijn, verdient daarom voor duizenden de voorkeur boven de bestaande grote bladen.’ De krant zal twee jaar worden gedrukt op de Snelpersdrukkerij van Bomans & Co aan de Kleine Houtstraat 9, maar de krant is al na enkele maanden overgedaan aan een zekere J.M.Slager [die de krant vervolgens sleet aan R.Pieper uit Wormerveer] omdat een avontuurlijke en rusteloze Bomans weer wat nieuws was begonnen en uiteindelijk na 5 jaar Haarlem in 1884 met zijn gezin naar Amsterdam verhuisde, waar hij zich liet inschrijven als metselaar [aannemer] (4)

Kop van Haarlems Dagblad met ondertitel ‘Oprechte Haerlemsche Courant 1656

In de laatste oorlogsperiode zijn beide dagbladen op last van de Duitse bezetters gefuseerd. Na de bevrijding verscheen het Haarlems Dagblad opnieuw sinds 25 juni 1945 en vanaf september 1948 staat in de ondertitel ‘Oprechte Haerlemse Courant 1656’, waarmee het een vermelding kreeg in ‘Guinness Book of Records’ als de oudste nog bestaande krant ter wereld. Ik citeer: ‘The oldest existing commercial newspaper is the Haarlems Dagblad / Oprechte Haerlemsche Courant, published in Haarlem in the Netherlands. First issued als the Weeckelyce Courant van Europa on 8 Jan 1656 a copy of issue No.1 survives’. Het Haarlems Dagblad was, inclusief zetterij n drukkerij lange tijde tijd gevestigd in de Grote Houtstraat, tot de verhuizing van Damiate Pers naar de Oudeweg in de Waarderpolder. Tegenwoordig huist de redactie in een kantoorpand aan het Stationsplein. Bekende hoofdredacteuren waren P.W. (Piet) Peereboom (teven directeur). Simon Koster, Jos L.Lodewijks en Frans Nypels. Van de talrijke redacteuren noem ik slechts Wim Helversteijn, Ko van Leeuwen, Hans Rombouts en John Oomkes. Op 19 mei 1949 verscheen Haarlems’ Dagblad voor het eerst als uitgave van de vennootschap Grafische Bedrijven Damiate, aanvang 1973 met gewijzigde naam Damiate Pers B.V. De groei van het aantal abonnees groeide spectaculair van zo’n 30.000 in 1946 tot meer dan 70.000 in 1975, maar sindsdien is dat aantal gedaald tot circa 34.000 voor Haarlems Dagblad. Opmerkelijk is dat het aantal abonnees in Alkmaar e.o. vrijwel gelijk is met Haarlem, ondanks een aanzienlijk lager inwonertal. Daar staat tegenover dat met name in Haarlem-Zuid, Heemstede en Bloemendaal in verhouding meer mensen zijn geabonneerd op een landelijk dagblad, ion een aantal gevallen als tweede krant naast het H.D. Kombinatie, inclusief de IJmuider Courant in 2016. Het aantal bedrukte pagina’s nam na WOII enorm toe van in totaal 1.500 in 1946 9.884 in 1980. Na verscheidene achtereenvolgende fusies maakt de krant als onderdeel van de Telegraaf Media Groep (TMG) na een overname in 2017 deel uit van het Vlaamse mediaconcern MEDIAHUIS.

 

Eerste Haarlemse journalist: Abraham Casteleyn

Portret van Abraham Casteleyn, stad-drukker en oprichter van de Haarlemsche Courant, schilder en figuur-snijder. In het onderschrift wordt nog opgemerkt dat het een ‘slegt copij’ is van de slechte kopie van een schilderij

Met recht kan Abraham Casteleyn die leefde van circa 1628 tot 1681, behalve als krantenuitgever tevens als eerste Haarlemse journalist worden aangemerkt.

Postzegelserie door Grenada, uitgiftedatum 15 januari 2001,  van schilderijen uit het Rijksmuseum, o.a. van Judith Leyster en het echtpaar Casteleyn. Overigens heeft men lange tijd gedacht dat op het olieverfdoek van Jan de Bray (1633) de Amsterdamse drukker Johan Willem Blaeu (1653-1673) en zijn echtgenote stonden afgebeeld. Dat misverstand is mede ontstaan omdat op het doek ook een globe en enkele boeken/atlassen staan. Pas in 1958 toonde H.van Hall  na gedegen onderzoek aan dat De Bray zijn  stadgenoot Abraham Casteleyn en echtgenote heeft ‘vereeuwigd’. De globe en atlassen moeten worden beschouwd als symbolen van de Europese contacten die de krantenmaker onderhield.

Een nazaat van Abraham Casteleyn, met dezelfde naam (Abraham Casteleijn) woont sinds meer dan 40 jaar in de omgeving van Frankfurt am Main, maar is in Haarlem geboren, ging te Heemstede op school en groeide op in Vogelenzang. Hij houdt zich bezig met stamboomonderzoek van zijn familie, waarover enige informatie op zijn site op het internet kan worden gevonden: ‘The Casteleyn Dynasty and their genealogy in the Netherlands’. De oudste documentatie over dit geslacht stamt uit Engeland rond 1200, vanwaar voorouders verhuisden naar Noord-Frankrijk, nabij Calis, waar gegeven gegevens zijn gevonden van omstreeks 1426 tot begin 1600. De Casteleijns behoorden tot de adel van Frankrijk en waren Hugenoten. Om religieuze redenen, als zijnde protestant migreerden familieleden naar Zeeuws-Vlaanderen. Telgen van dit geslacht woonden in Cadzand, Groede, Terneuzen, Oostburg, Schoondijke, Zuidzande, Vlissingen. Verder hadden verhuizingen plaats naar plaatsen als Utrecht, Nijmegen en HAARLEM. Abraham Casteleyn, geboren in 1628 in Haarlem, was de jongste zoon van de Doopsgezinde Vincent Casteleyn. Laatstgenoemde is vermoedelijk omstreeks 1585 te Haarlem geboren, van Zuid-Nederlandse afkomst, wonende ‘op de Crayenhorster Graft in de boeckdruckerij’ en op 6 april 1656 als boekdrukker overleden. boekdrukker overleden. Van zijn pers kwamen letterkundige vertalingen, pamfletten, godsdienstige traktaatjes, nieuwstijden e.d. Hij vervaardigde zelf ook verzen en was verder omstreeks 1607 gehuwd met Maycken Jaspersdochter. Bij zijn overlijden  leefden nog de volgende kinderen: Mari, Vincent, Jannetgen, Johannes, Pieter, Jacob, Hester, Jasper (of Casper) en ABRAHAM. Laatstgenoemde was gehuwd met Margaretha Bancken, geboren `1628 in Amsterdam en overleden in 1694 te Haarlem. Na de dood van Abraham Casteleijn is zij in 1682 hertrouwd met Frederik van Vliet. De zoon Gerard Casteleyn heeft in 1694 de drukkerij en uitgave van de krant voortgezet.

Noten

(1)Vanaf 1692, dat wil zeggen jaardeel XXXII is de publicatie overgenomen door de energieke Jan ten Hoorn te Amsterdam. En de ‘Hollandsche Mercurius’ is tot het einde van de 18de eeuw blijven bestaan. Abraham Casteleyn gaf overigens ook herdukken uit van de eerste jaargangen, zo is een vierde druk van het 1660 uitgekomen. Meestal voegde hij dan enkele prenten toe, waarvoor hij vanaf 1679 Romeyn de Hooghe charterde, een voortreffelijk graveur van zowel titelprenten als illustraties van historische gebeurtenissen.

(2)Er bestaan weliswaar oudere kranten, maar die zijn allemaal allang opgeheven. Het eerste tijdschrift is het Zweedse blad ‘Postoch Inrikes Tidingar’(1644).

Enschede6

Voorblad van de eerste krant in de wereld: Annus Christi 1597 verschenen in Sankt Gallen, Zwitserland

De allereerste krant verscheen in 1597 in Zwitserland met in 12 pagina’s nieuws uit binnen- en buitenland onder de naam ‘Annus Christi 1597’, uitgegeven door de Augsburgse ondernemer Samuel Dilbaum. Het is echter bij 1 nummer gebleven. In september 1597 verscheen in Praag ‘Noviny Poradné’, als maandblad. In 1619 zag ‘Nieuwe Tijdinghen’ het levenslicht in Antwerpen als uitgave van de courantier Abraham Verhoeven.

Eerste uitgave van ‘Nieuwe Tijdinghen’ met op de voorpagina een houtgravure van de onthoofding van Johan van Oldenbarneveld in 1619

Vanaf dat jaar zijn in diverse Europese steden meerdere bladen voor kortere of langere tijd verschenen, zoals ‘Relation Aller Fürmennen und gedenckwürdigen Historien’ , begin januari 1619 in Straatsburg en ‘Avisa’ medio januari 1619 in Wolfenbüttel.

aviso2

Voorblad van ‘Relation aller Füremennen….’door Johann Carolus in 1609 gedrukt te Straatsburg.

Avisa, 1609

(3)Wijnman die zijn leven en werken onderzocht schreef: ‘Abraham Casteleyn was een energiek zakenman van grooten durf en ondernemingsgeest, die overal de beste correspondenten in dienst had. Men zegt, dat niemand zulke pertinente kennisse” had van de Europeese staatsgeheimen als hij. Men hield dan ook de door hem geredigeerde “Haarlemsche Courant” voor het best ingelichte nieuwsblad. Hij was het b.v. die in 1672 de Staten het eerst de belangrijke mededeling deed van het ongeluk der Engelsche vloot door storm overkomen. Uit den aard der zaak weet men weinig van de door hem georganiseerde geheimen inlichtingendienst.’ (…) Casteleyn was geen man van groote literaire gaven; met zelfkennis noemt hij zijn Fransch “barbaris”. Aan het Engelsch heeft hij zich zelfs nimmer gewaagd. Ten onrechte vindt men hem veelal ook vermeld als dichter, schilder en graveur; het van hem vervaardigde portret met onderschrift is hiervan de oorzaak. Buiten de Haarlemsche courant en het stadsdrukwerk worden weinig persproducten van Abraham Casteleyn vermeld. (…) Casteleyn was als Doopsgezinde op 19 april 1661 voor schepenen van Haarlem getrouwd met Margaretha van Blancken, afkomstig uit Amsterdam. Na het overlijden van Abraham in 1681 heeft zij de zaak voortgezet. Zoon mr. Gerard Casteleyn was opvolger als hoofredacteur van de Haarlemsche Courant na 1692 – ofschoon tot 1737 de krant op naam bleef staan van Abraham Casteleyn. (NNBW, deel 9)

(4)Begin 1886 vertrok J.M.Bomans naar ’s-Hertogenbosch. Vervolgens vestigde hij zich in Rotterdam, in 1903 in Rijswijk en vier jaar later in Den Haag, waar hij op 19 juli 1909 overleed op 59-jarige leeftijd.

Literatuur

-Abraham, Pieter en Caspar Casteleyn. In: A.van der Willigen, Geschiedkundige aanteekeningen der Haarlemsche schilders. Haarlem, de Erven F.Bohn, 1866.

-Brinkmann aan de Grote Markt; 4000 jaar geschiedenis Hartje Haarlem. Haarlem, De Vrieseborch, 1982.

-Casteleyn, Abraham, en Casteleyn, Caspar of Jasper. In: Nieuw Nederlandsch Biographisch Woordenboek, deel IX.

-Couveé, D.H. Van couranten en courantiers uit de zeventiende en achttiende eeuw. Z.pl., 1951

-R.E.O.Ekkart. Het portret van Abraham Casteleyn en zijn vrouw. In: Boekenwereld, juli 1985,p.13-15.

Haarlem: twee nieuwsbladen. In: De Nederlander uit en thuis; door John Landwehr. Alphen aan den Rijn, Sijthoff, 1981, p. 96-97.

-100 jaar Haarlems Dagblad; onder redactie van Jan de Roos. Haarlem, Damiate Pers, 1987; o.a.: ‘Abraham Casteleyn, een groot handelaar in nieuws’, p.25-29 [door Paul van den Brink en Jan de Roos]en ‘J.M.Bomans, een ondernemend man’, p.46-49. [door Jan de Roos].

Vooromslag van jubileumboek 100 jaar Haarlems Dagblad

-Hans Krol. Haarlems drukker Abraham Casteleyn op postzegel Grenada. In: Druk Doende, 23e jaargang, nummer 50, voorjaar 2003, p.9-14.

-Uit de historie van Haarlems Dagblad. Haarlem, eerste druk 1977, tweede herziene druk van 1981 en derde herziene druk van 1987.

-Uyt Europa’s outste courante”; de ‘Oprechte Haarlemsche Courant’ van 1656 tot 1672. Door J.Brouwer. In: Haerlem Jaarboek 1943. 1944, p.767-84

ILLUSTRATIES

1. CASTELEYN

Enschede7

Aankondiging uit 1656 van het drukken van een nieuwe krant door Abraham Casteleyn (uit: 100 jaar Haarlems Dagblad, 1987, pagina 25)

Enschede8

Eerste uitgave van Weeckelycke courante van Europa door Abraham Casteleyn 8 januari 1656  Pagina 1 van 2 bladzijden.

Tekening door Jan de Bray als voorstudie van zijn schilderij (Fondation Custodia, coll. F.Lugt. Parijs)

Casteleyntekeningmakvanwaay.jpg

In 1980 geveilde tekening van het echtpaar Casteleyn-Bancken (Sotheby Mak van Waay 18-11-1980, nummer 1810)

Casteleyn7

18e eeuwse Kopergravure van Abraham Casteleyn naar een tekening uit het stadsarchief Haarlem

 

Haerlems Oudt Liedt-Boeck gedrukt door Vincent Casteleyn

Casteleyn3

Titelblad van Haarlems Drukwerk door Vincent Casteleyn, 1618 (Stadsbibliotheek Haarlem)

Mercurius1

Titelblad van de Hollantse Mercurius uit  1657, uitgegeven door Pieter Casteleyn in Haarlem

Mercurius.JPG

Geüllustreerde pagina uit Hollantse Mercurius door Pieter Casteleyn, 1664

Casteleynpostsluitzegels

Diverse uitgaven van postzegels en sluitzegels door de firma Enschedé

Artikel van Ko van Leeuwen over Abraham Casteleyn, gepubliceerd in  het Haarlems Dagblad van 19 juni 2003.

 

Bijlage uit NRC Handelsblad van 26 mei 2000, als ingezonden reactie: ‘Uit de bespreking van Elsbeth Etty van de roman van Conny Braam: De woede van Abraham d.d. 19 mei 2005 blijkt dat volgens de schrijfster Braam – de verslaggeving in de Opregte Haarlemsche Courant over het graven van het Noordzeekanaal lang niet zo oprecht was als het bijvoeglijk naamwoord ‘opregte’ suggereert. Hier doemt een oud misverstand op. Het woordje ‘opregte’ dat acht jaar na de oprichting van de courant in de kop verschijnt, drukt slechts uit dat de oprichter Abraham Casteleyn als enige gerechtigd is binnen de stadsmuren van Haarlem een krant te drukken en uit te geven. Het woordje ‘opregte’ in Opregte Haarlemsche Courant heeft dus niets van doen met een al dan niet oprechte verslaggeving in de krant en men kan er dus niet de conclusie aan verbinden die Conny Braam voor haar verhaal gebruikt en waaronder zij haar hoofdfiguur gebukt laat gaan als hij merkt dat zijn “chef”Conrad Busken Huet schrapt in zijn verslagen. Bij de fusie met “Haarlems Dagblad” (mei 1942) bleef de oude naam als onderkop gehandhaafd, evenals de de oude jaargang. Zodat “Haarlems Dagblad” sindsdien verschijnt met twee jaargangen in de kop’  Hans Ratsma, Rotterdam. 

2. JOH. ENSCHEDE & ZN.

Enschedejohnnes1

Johannes Enschedé (II), uitgever en drukker van de O.H.C. (W.Horstink) 1798)

Suriname

Twee eerste-dag-eveveloppen uit Suriname, uitgegeven bij gelegenheid van driehonderd jaar Joh. Enschedé (1703-2003) en gedrukt in Haarlem, o.a. met een portret van Johannes (I) Enschedé

 

3. HAARLEMS DAGBLAD

Haarlems4

Eerste uitgave van Haerlem’s Dagblad 11 juli 1883, gedrukt in 10.000 exemplaren

Haarlems3

Alle ‘rondbrengers’ van het Haarlems Dagblad in 1908 gefotografeerd met hun hondenkarren

Bomans3.jpg

De eerste transportauto van Haarlem’s Dagblad met opschrift: ‘ Plaatst maandelijks duizenden advertentien van vraag en aanbod’

Haarlemsdagbladgrotehoutstraat

Gebouw van het Haarlem’s Dagblad vanaf 1917 in de Grote Houtstraat nummer 93 in Haarlem. De drukkerij was gevestigd aan het Spaarne tot men in 1956 een nieuwe vestiging aan het Groot- en Klein Heiligland introk.

Haarlemsdaniate.jpg

Het kantoor van Damiate Pers aan de Oudeweg in de Waarderpolder, dat in 1976 werd betrokken, maar al op 18 september 1973 rolde de eerste krant van de pers in de drukhal.

Haarlems6affiche1947.png

Promotieaffiche Haarlems Dagblad uit 1947

Haarlems7ffiche1973

Promotieaffiche Haarlems Dagblad uit 1973

Haarlems8affiche1984

Voorbeeld van een affiche van het Haarlems Dagblad uit 1984

Haarlems9affiche1994

Affiche Haarlems Dagblad uit 1994

Haarlemsdagblasswarte2001

Afficheuitgave Haarlems Dagblad naar een ontwerp van Joost Swarte, 2001 (Catawiki)

Haarlems11sticker

Reclamesticker van Haarlems Dagblad (Catawiki)

Haarlemsreclame10

Reclame op suikerzakje Haarlems Dagblad (Catawiki)

Haarlems1

Te gebruiken als grote paperclip, uitgeven door Haarlems Dagbald/Haarlemmermeers Dagblad

In 2016-2017 dreigt een forse bezuiniging voor de krant waarbij de regionale redacteuren de dupe lijken te worden. Eerder in 2002, dreigde een vergelijkbare bezuiniging na een samenvoeging met Telegraaf-zuster het Haarlems Dagblad.  Enkele citaten uit De Volkskrant van 23 maart 20002 onder de kop ‘VERVAL VAN EEN MONUMENT’. ‘Het Haarlems Dagblad heeft een rijke geschiedenis. maar de toekomst stemt somber. De krant moet verregaand bezuinigen, wat volgens de hoofdredactie ten koste gaat van de kwaliteit. Samengevoegd worden met Telegraaf-zuster het Noord-Hollands Dagblad – dat is ernstig. Niet voor niets voert het Haarlems Dagblad al sinds de Tweede Wereldoorlog de ondertitel Oprechte Haerlemse Courant 1656. De krant is gek op haar geschiedenis; trouwens ook op haar status en uitstraling. Het Haarlems Dagblad is niet alleen de krant van Bomans, Busken Huet en W.L.Brugsma of de krant die voortrekker was in het onthullen van grote affaires als de King-Kong-affaire uit de Tweede Wereldoorlog. Het is ook de oudste, nog verschijnende krant in de wereld. “We staan in het Guinness Book of Worldrecords”, zegt hoofdredacteur Geer Jan Majoor ten bewijze. En uitgerekend deze krant dreigt een van de slachtoffers te worden van de saneringsgolf die regionale kranten overspoelt. Een kwart van de journalisten moet eruit, en alsof dat nog niet genoeg is zou de krant ook moeten fuseren met het Noord-Hollands Dagblad, zusterbedrijf binnen het Telegraaf-concern. Van het Haarlems Dagblad zou dan niet méér overblijven dan een kopblad van het Noord-Hollands Dagblad. De ontstaansgeschiedenis van de krant begint niet in 1656 zoals de ondertitel graag suggereert. In dat jaar, om precies te zijn op 8 januari, verscheen het eerste nummer van de “Weeckelycke Courante van Europa”. van Abraham Casteleyn. Na enkele jaren kreeg deze zaterdagse editie er een dinsdagse bij en werd zij omgedoopt tot “Haerlemsche Saturdaghse, respectievelijk Dinsdaegsche Courant. De krant tooide zich met de toevoeging Oprecht toen het gemeentebestuur andere kranten verbood zich “Haarlems” te noemen. En dagblad werd de krant pas in 1847. Aan deze krant zijn klinkende namen verbonden. Eduard Douwes Dekker (Multatuli) bijvoorbeeld, die correspondent was in Duitsland en die gebruikmaakte van een interessant journalistiek middel: het verzinsel. Van zijn eindredacteur Busken Huet moest hij zo “droog als grutte” de feiten overschrijven uit Duitse kranten. Als die niet schreven wat Douwes Dekker vond, citeerde hij de Mainzer Beobachter, die hij voor dat doel verzon. [Gerard Reijn en Eric de Frel, in: De Volkskrant van 23-03-2002]

 

julieleest

Mijn kleindochter de 7-maanden jonge Julie Mebis- wordt al vertrouwd gemaakt met het Haarlems Dagblad-Opregte Haerlemsche Courant,  vooralsnog vooral geïnteresseerd in plaatjes en het geritsel van de krant, maart 2017