Bijna iedereen die beroepshalve of uit liefhebberij veel met boeken te maken heeft beschikt wel over een ervaring met dit marginale thema in de boekenwereld. In dat kader deed ik een oproep via digitale 2 mailgroepen: de Navorsers, en Nedbib, een nieuwsgroep van bibliothecarissen en informatieprofessionals. Dat leverde een stuk of 20 reacties op van welke ik er een aantal in deze derde aflevering verwerk.

Bij een bezoek aan Praag kwam ik onlangs voorbij de Karelsbrug, richting de Burcht, een antiquariaat tegen, waar men in raamvitrines allerlei vondsten uit boeken had uitgesteld (niet met de bedoeling te verkopen) variërend van oude geldwaarden tot losse plakplaatjes en van pornografische afbeeldingen tot heiligenprentjes.

Bladwijzers worden tegenwoordig door verscheidene antiquariaten aangeboden. Een regelmatig groot aanbod heeft het Raban Internet Antiquariaat (www.nl/boekenleggers.html).

Het Goethe-Institut Inter Nationes in Rotterdam toonde het vorig jaar tot 19 oktober onder de titel ‘Lesezeichen – Zeichen der Zeit’ zo’n 9.000 boekenleggers uit ruim 50 landen uit diverse perioden van de geschiedenis.

Zeer onlangs (tot 13 oktober 2002) was een tentoonstelling ingericht in de UB-Groningen van Boekenleggers, bijleggers, bladwijzers en leeswijzers’. Daarbij ook boekenleggers die waren vervaardigd door beeldende en grafische kunstenaars naar aanleiding van de boekenmanifestatie ‘De magie van het boek’. Verder een set van 32 bijzondere bladwijzers gedrukt door ‘Drukkers in de marge’, maar ook een plakje bacon, dat ooit in een teruggebrachtUB-boek werd aangetroffen. Dankzij invriezing kon tot uitstalling worden overgegaan.

In de openbare bibliotheekwereld gaat het verhaal over een complete biefstuk, maar dat kan een broodje aap zijn. Monique Verweijmeren van de openbare bibliotheek in Capelle aan den IJssel berichtte in ieder geval dat ze in 1985 tijdens een stage in de bibliotheek van Maassluis in een boek een spiegelei aantrof.

Sommigen twijfelen over de berichten van (verstopt) geld in boeken, dat later gevonden wordt. Zelf trof ik ooit een briefje van duizend gulden aan en van een collega vernam ik het ooit dat hij ooit drieduizend gulden aan bankbiljetten aantrof. Dat bedrag wordt ruimschoots overtroffen door Bubb Kuyper. Voorafgaande aan de veiling van de boekerij van Rob Nieuwenhuis trof het veilinghuis in een boek 6 briefjes van duizend gulden aan. Deze zijn aan de inzender teruggegeven. (Vermeld kan worden dat uit dankbaarheid ƒ 500,- in de fooienpot is gedaan).

Naast de reguliere bladwijzers zijn foto’s, lijstjes en brieven meest voorkomende vondsten. Zelf heb ik in de loop der tijd talrijke min of meer interessante brieven aangetroffen.  Nog afgelopen week kwam uit het jeugdboek van Ed Stoete: ‘De Red Arrows’ een briefje te voorschijn met een mededeling van Rob Slotemaker Absoluut hoogtepunt blijft een authentiek schrijven van Alphonse de Lamartine, waarop ik aan het eind van deze aflevering terugkom.

Wijlen dr. Jaap Meijer zei me omstreeks 1980 dat hij bij toeval een brief van Nicolaas Beets ontdekte in een antiquarisch boek afkomstig uit de privé-boekerij van de literatuurhistoricus Johannes van Vloten. De brief was gedateerd 25 oktober 1880 en bevindt zich (vermoedelijk) thans in de collectie van het Gemeentearchief van Amsterdam, aan welke instelling Meijer zijn boekenverzameling legateerde.

Antiquaar Phocas Holthuis uit Bemmel vertelde tijdens de laatste bijeenkomst van ‘Beschreven Bladen’ dat tot zijn verrassing uit de bibliotheek van Aletrino uit boeken brieven van Louis Couperus te voorschijn kwamen. Niet slechts brieven, maar ook recensies en interviews worden veelvuldig in boeken gestopt. Als bijlage is de kopie van een brief van kunstschilder Jozef Israëls opgenomen, in een boek gevonden door de eerder vermelde antiquaar P.R. Rienks en opgenomen in de publicatie ‘Tussen papyrus en paperback; lotgevallen van boeken’.

Renzo Verwer berichtte: “Zelf ben ik altijd dol op persoonlijke dingen als bladwijzer te ontdekken: brieven, ansichten, boodschappenlijstjes. Heb wel eens (ongebruikt) wc-papier gezien als legger, en rozenblaadjes. Mijn opa weekte af en droogde ze in een oud boek (ik meen Engelandvaarders van K.Norel en/of iets van Jan den Hartog) dat hij niet meer gebruikte om te lezen of na te slaan, maar om de zegels mooi recht te maken”.

Dolf Hell schreef: “In het boek ‘Uren met Spinoza’ vond ik een tien guldenbiljet uit 1935 en een pasfoto van prof.dr.C.Brevoord, kennelijk een van de laatste eigenaars. Ik lat mijn vondsten liefst in de boeken zitten. Op 31 januari jl trof ik een overlijdensadvertentie aan van prof. Brevoord, die veel voor het bedrijfskundig onderwijs in Rotterdam heeft gedaan. Die advertentie heb ik toen ook maar in het boek gestopt. Zo wordt Spinoza steeds wijzer over deze lezer. Tip wijs de boekhandelaar nooit op een vondst, want het kan je overkomen dat het boek plotseling niet meer te koop is vanwege de verrassingsbijlage. De antiquaren verzamelen ze namelijk vaak zelf.

Interessant zijn ook speciale opdrachten, weliswaar een ander thema. Een aardig voorbeeld is deze opdracht aan een onbekende die ik aantrof in ‘Drie doode dwergen’ van F.R.Eckmar:

“Teneinde u wakker te houden, zodat u niet meer zult schrikken wanneer de schrijver ’s nachts door het huis spookt!”

Jan de Hartog

(F.R.Eckmar)

st.nicolaas 1940 (kan ook ’42 zijn – DH)

’t Lutherhuis

Aan wie zou De Hartog die zinnen hebben opgedragen?”.

Bibliothecaris Bram Rietveld heeft ooit als pendant van mijn plak kaas een plak cervelaatworst in een boek gevonden. Daarnaast een gedichtje van een moeder aan haar nog ongeboren kind. Verder herinnert hij zich hoe hij als jeugdig filatelist een Postzegelcatalogus meenam en daar tot zijn vreugd een aantal postzegels tussen de bladzijden aantrof.

Niels Bokhove liet weten: “In de jaren 80 bestudeerde ik in de UB Utrecht een boek uit de 18e eeuw in het kader van mijn promotieonderzoek. Tot mijn verrassing trof ik daarin een onbeholpen kindertekening van een menselijk figuurtje aan, vrijwel zeker uit die eeuw. Ik vond dat heel bijzonder, omdat ik ervan uitging dat er niet zoveel gewone kindertekeningen uit die tijd zijn overgeleverd. Ik legde het boek apart, maar maakte er uiteindelijk geen aantekening van (ik wilde de conservator erop attenderen). Het was iets natuurkundigs, als ik mij goed herinner. Maar misschien stikken we in de 18e-eeuwse kindertekeningen en is het helemaal niet zo bijzonder?”

Bernard Kruidhof mailde: “In het Jongensradioboek deel 1 van Leonard de Vries, met als opdracht ‘Van Opa aan Dick Maris, 19-2-1950′  trok ik een lijstje elektronicaonderdelen aan (weerstanden, potmeters, en condensatoren), met op de achtergrond van dit lijstje een wat onbeholpen, maar duidelijke potloodtekening van een blote vrouw.

In jaargang 25 nummer 1 van het Amsterdams Sociologisch Tijdschrift, themanummer onder de titel ‘Mensen kijken’, redactie Kees Bruin e.a., Wolters-Noordhoff 1998 heb ik daar een stukje over geschreven, met een afbeelding van dat lijstje”.

Neerlandicus Jac Aarts uit Arnhem heeft ooit in een boekje Pim, Frits en Ida van Godfried Bomans een briefkaart gevonden van de kindertjes van een schoolklas met als adressering:

“Aan heer G.Bomans

te Heemstede”.

Auteur Atte Jongstra scheef: “ik vond in het exemplaar uit de bibliotheek van C.Kruyskamp van Hirschfelds Bilderlexicon (4 dln.) verschillende inlegvelletjes, bestaande uit pagina’s van Chick of Candy, waarop Kruyskamp in zijn keurige lexicografenhandschrift commentaar als “een typische geile houding” had toegevoegd. Het ging hier dus niet om een denkhouding”.

Een uitvoerige reactie kwam van navorser Jos Swiers. Ik citeer: “(…) Verder mag je best een keer de doos zien van al mijn prullaria bevat van in boeken gevonden voorwerpen: gedroogde bladeren, bidprentjes (hele fraaie zelfs), foto’s, folders, aantekeningen, uittreksels, krantenartikelen en noem maar op. Zo zitten daar bijvoorbeeld in:

De officiële aankondiging van het opdragen van de eerste mis door Don Luciano Caro Y Gimenez in de parochiekerk San Guan Bautista in de stad Fuensalida op 23 januari 1870. Het geheel natuurlijk keurig in het Spaans en ondertekend door de uitnodiger Don Pedro Antonio Gimenez

Een folder met aanwijzingen voor de verzamelaars van het Verkade album “Dierenleven in Artis” met  grote aandacht voor het inplakken dat alleen maar goed kan gaan als dat gebeurt met Talens’ Gluton, verkrijgbaar in potjes met prima penseel van f. 0,25, f 0,34 en f 0,70.

Een typoscript van het gedicht “Terugkeer op Golgotha” van Rob de Vries, IVb gym, Pasen 1958 (één van de vele typoscripten overigens).

Een handgeschreven en niet ondertekend rijmelvers onder de titel “Geven en ontvangen”. Ik citeer:

Geen die zóó vermoeid van streven,

Géén die zóó verborgen leeft,

Dat hij niets meer weg te geven,

Niets meer te ontvangen heeft – enz.

Een smal strookje papier met daarop de intrigerende tekst: DE DROEVE BLIK IN HAAR OVERIGENS OPGEWEKT GEZICHT.

Een nieuwsbrief van de Bouworde met in facsimile een brief van Abbé Pierre.

Een foldertje van Hotel “De Groote Boer” te Lekkerkerk met een beschrijving van Gerrit Bastiaanszoon de Hals ‘de Groote Boer’ te  Lekkerkerk lang 2 meter 59 cm., zwaar 250 kg. Het foldertje kostte 5 ct.

Een stenciltje van de Frederik Muller Akademie Amsterdam, uit 1973, nr. 34 van docent A.W.Vogelsang, vak verkoopkunde, met een overzicht van de algemene basisdriften. Met een motto van Brecht: Erst kommt das Fressen und dann die Moral.

Een origineel handgeschreven rapport van kolonel Palmen, te velde opgemaakt op 4 januari 1947, over het niet opvolgen van een bevel door wachtmeester Korving.

Een gebruiksaanwijzing voor de kasserol Record, een snelkookpan, die alles kookt in minder dan 10 minuten.

Een brochure met de aankondiging voor de uitgave van het boek “Madame de Staël et sa cour a Chaumon” uit  1936.

(Zo kom je nog eens wat tegen nietwaar. Hier heb ik echter een enthousiaste  verzamelaar voor dus dat verdwijnt meteen uit de doos).

3 pagina’s gestencilde ontbijtrecepten.

Het oktobernummer 1936 van het tijdschrift ‘Der Evangelische Schulfreund’.

Blad (A3-formaat) met een schematische voorstelling van de verwerking van aardolie.

Een boekbuikbandje (roze) met het opschrift ‘Van den dichter van Paradise Regained over zijn collega’s’.

En zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan”.

In navolging van Jos Swiers stuurde Ed Schilders uit Tilburg ook “een doorkijkje naar een klein verzamelinkje van gevonden papieren zaken:

– Een typoscript van 2 kantjes van Pieter van der Meer de Walcheren, getiteld ‘Het leven van

de monnik’, gevonden in de biografie van PvdMdW.

– Gedrukt velletje ‘Bemerkingen voor hen, die de verloskundige uitoefenen’.

– Bibliotheekuitleenkaart van P.Tournier: ‘Bijbel en geneeskunde’

– Gekleurd klein foldertje van uitgever: ‘Het vraagstuk der onvruchtbaarmaking’

– idem: ‘Hoe ik mijn kind gedood heb’van Pierre l’Hermite.

– Ticket ‘Goed voor een autobus-rit’ van de paters minderbroeders in Weert

– Lot no. 1077 in de ‘verloting der bibliotheek van wijlen den heer J.G.Wijn te Eindhoven’.

Heel aardig was een vondst in een boek ver paranormale fenomenen. Het is een kleine enveloppe met daarin vijf foto’s uit 1921-1924. Er staan geesten over, vooral hun gezichten. Ze zijn genomen tijdens de ‘Silene’ in Londen, bij de herdenking van de slachtoffers van W.O.I. Uit twee bijgaande briefjes maak ik op dat men dacht dat gedurende de stilte de gevangenen aanwezig waren. De briefjes (uit 1944 en 1947) zijn gericht aan Miss Arnold, die mogelijk op zoek is geweest naar een geestverschijning. Het tragische is, dat op de enveloppe een knipsel geplakt is uit de Daily Telegraph van sept. 1959, waaruit valt op te maken dat dergelijke fotografie pure oplichterij was”.

N.B. Over de in het vorige nummer van ‘Beschreven Bladen’ vermelde anekdote over Seldon en zijn brillen verstrekte Ed Schilders nog de bron: The Oxford Book of Literary Anecdotes, James Sutherland (Ed.); Oxford University Press 1975 (1987 paperback ed.), p.24-25. Ik citeer: “In the beginning of September 1659 the library of the learned Selden was brought into that of Bodley. Anthony Wood laboured several weeks with Mr. Thomas Barlow and others in sorting them, carrying them upstairs, and placing them. In opening some of the books they found several pairs of spectacles which Mr.Seldon had put in and forgotten to take out, and Mr.Thomas Barlow gave Anthony Wood a pair, which he kept in memory of Seldon to his last day”. John Seldon leefde van 1584 tot 1654.

Ten slotte cabarethistoricus Jacques Klöters met een tweetal berichten betreffende dit thema. “1. Toen cabaret Don Quishocking begin jaren zeventig optrad op het boekenbal deed Fred Florusse een conference, geschreven door Hans Dorrestijn, die Boeken Lenen heette. Die conference heeft lang op ons programma gestaan en is ook op de plaat terecht gekomen. De volgende passage kwam erin voor:

“Ik leen geen boek meer uit, niet dat ik zo zuinig ben op m’n boeken:

ik kan het best hebben als ik mijn boeken terugkrijg met een koffievlek,

of een botervlek of een stukje uit je neus of zo

[…] al keek er vreemd van op toen ik “Portnoy’s Complaint terugkreeg

met een brok lever van anderhalf os…rauw!”

Bron: Ik ben mij er eentje: conferences verzameld door Kick van der Veer. Amsterdam, Nijgh& Van Ditmar, 1991.

2. in mijn bibliotheek bevindt zich een boekje uit de bibliotheek van Annie M.G.Schmidt die ik enige jaren op donderdagmiddag heb voorgelezen. Het is een uitgave van 1925 van de Wereldbibliotheek van Henri Bergson: ‘De scheppende evolutie’. Het boek heeft de opdracht: ‘Voor An van Joost ‘39’. Als bladwijzer ligt er een papiertje in waarop Annie in de zomer van ’91 enige gedachten over deze Joost improviseerde:

Joost

is hij dood?

of suppoost

heeft hij vrouw en heel veel kroost

of de wereld afgevoosd

Joost

Joost heeft vaak bij mij verpoosd

Wie was mij een grote troost

liefgehad en liefgekoosd

of all men I  loved him the most

in West en oost

Joost

op jou getoast

proost

zo’st.

Ik kan mij overigens niet herinneren dat ze het tegen mij ooit over genoemde Joost heeft gehad. Ik weet ook niet wie het was” (1).

————————————————————————————————-

Noot

(1)  Over wie Joost was weet de biografe van Annie M.G.Schmidt, mevrouw Annejet van der Zijl meer te vertellen. In de zomer van 1939 heeft de moeder van Annie M.G. voor haar dochter een contactadvertentie geplaatst in NRC. Annie Schmidt woonde toen in Scheveningen en deed de opleiding voor leeszaaldirectrice. “Het kwam tot een halfslachtige verhouding, maar Joost bleek een nogal ijdele jongeman die niet heel erg van Annie gecharmeerd leek te zijn. Rond kerstmis was het de liefde weer gebeurd”. Een fragment van een van de brieven die Annie aan hem schreef is gepubliceerd in het blad OPZIJ van deze maand.

—————————————————————————————–

Selectie van door mij in de loop van de jaren in boeken gevonden efemera:

Vondst in boek: certificaat van bijdrage voor het Nationaal Rampenfonds naar aanleiding van Watersnoodramp 1953

Vondst in Boek: ene zijde van papieren zakje

Vondst in Boek: de andere zijde van een opgevouwen papieren zakje

Vondst in boek afkomstig van antiquariaat Gijsbers en Van Loon: rapport Christelijk Lyceum Arnhem; gymnasium, cursus 1934/1935

Vondst in boek: doktersrecept van neuroloog J.J.A.Malessy van het Diaconessenhuis Heemstede

Vondst in boek uit Marie van Zeggelen: ‘Die Plaetse aan de Vecht’ , met de hand vervaardigd kaartje van buitenplaatsen aan de Utrechtse Vecht

Vondst in boek: officiële uitnodiging n.a.v. ontvangst koningin Wilhelmina van Nederland en prins Hendrik in het Congolees Museum van België

Vondst in boek; een tekst van S.de Vries Jr.

Vondst in boek: een vloeiblad uit Antwerpen

Vondst in boek: ‘Zelfopoffering van Reinier Klaassens. Gravure waarop het schip van de vice-admiraal de lucht ingaat op 7 oktober 1606 in een zeegevecht met de Spaanse Armada. Klaassens stak zelf het buskruit in de lont en stierf met zijn bemanning van 60 schepelingen een heldendood.

vondst in een boek: een opgevouwen sigarettenwikkel

Vondst in boek: kwitantie uit 1949

Vondst in boek: Paasgroet 1961 uit een boek uitgegeven door de Wereldbibliotheek

Vondst in boek: handgeschreven programma van een in 1916  georganiseerd feest door jongensscouts uit Kensington

Vondst in boek: het programma van 5 november 1916 voor de gasten uit België in Crosby Hall, Londen.

Vondst in boek: voorzijde van een flyer uitgegeven door de Bond Zonder Naam in Haarlem

Vondst in boek: achterzijde met tekst van priester Henri de Greeve

=======================================================

ADDENDUM 1:  boekenhoreca

Het lijkt er op dat boekencafé’s, -restaurants en –hotels opgang maken. Nu is er een boekencafé annex restaurant geopend in Eindhoven, aldus een bericht in Elsevier en in Boekenpost van november/december 2002, pagina 35. Eten in een gezellige boekenambiance, waarbij de boeken zijn aangepast. Enkele aanwezige titels: ‘Gastmaal’ van Plato; ‘Eetlezen’, verhalen van Remco Campert en als voorgerecht ‘Hoffman’s Honger’.

“Campert wijst er in zijn column ‘Eetlezen’ op dat met name de avondmaaltijd bijzonder geschikt is voor de roman. De combinatie eten-lezen mag sommigen dan een gruwel zijn, anderen zagen hun huwelijk gered door de genietingen van ‘A la recherche du temps perdu’. Stellen die het boekenrestaurant bezoeken, kiezen nogal eens een eenvoudige doch voedzame maaltijd onder het motto ‘Zwijgen kan niet verbeterd worden’” , aldus Den Besten

ADDENDUM 2: Prins Boevi houdt zich verscholen

 In vorige nummers van ‘Beschreven Bladen’ is geschreven over prins Boevi A. Zankli uit Togo die in Europese (mogelijk ook Amerikaanse) antiquariaten voor kapitalen boeken bestelt voor een in zijn vaderland te stichten Afrika-bibliotheek maar uiteindelijk nooit betaalt. In ‘Punt/komma’ van juni 2002, een uitgave van veilinghuis G.Postma, is hier uitvoering aandacht besteed, maar ook in o.a. ‘De Volkskrant’ van 29 juni 2002: Prins Boevi zet antiquaren op verkeerde been. Een extra probleem is dat het moeilijk communiceren is met de Westafrikaanse staat Togo. Geen enkele bibliotheek(instelling) in dat land is aangesloten bij IFLA. Het ORSTROM (Organisation de la Recherche et Technique d’Outre-Mere) is een groot prestigieus onderzoeksinstituut met een rijke schat aan boeken en documentatie over Togo. In verband met de onoverzichtelijke politieke situatie helaas al zo’n jaar of tien gesloten. Ik kwam via e-mail in contact met mw. Brigitte Fiatuwo Gbikpi-Benissam, directeur van de Universiteitsbibliotheek in Lome,de hoofdstad van Togo. Zij berichtte, Prince Boevi Zanki persoonlijk te kennen van bezoeken aan de bibliotheek. Hij kwam daar nog dit jaar om een aantal boeken te lenen. Boevi vertelde dat hij in de Verenigde Staten woont en naar Togo was gekomen om de kroning van de nieuwe koning van de stam van Little Popo mee te maken. De bibliotheekdirectrice betwijfelt echter of hij zelf een zoon is van Little Popo King. Dat kan iedereen wel beweren bij zo’n vruchtbaar man. Ook over zijn publicaties is haar niets bekend. Als adres gaf Boevi een telefoonnummer, dat evenwel van zijn zuster bleek te zijn. Mevrouw Fiatuwo heeft hem intussen vele malen gebeld, maar krijgt hem nooit zelf aan de telefoon. Toch is zij er vrijwel zeker van dat hij niet terug is naar  Amerika. Ze vraagt tijd om haar onderzoek naar deze mysterieuze man voort te zetten. Prins Boevi zegde eerder toe voor 100.000 dollar (“a bargain”) het gehele antiquariaat ‘De Friedesche Molen’ over te nemen. Zolang Boevi deze toezegging niet waarmaakt zal Hein van Stekelenburg zijn vut moeten uitstellen.

Hein van Stekelenburg met Prince Boevi Aggry Zankli

Hans Krol, Heemstede