UITGELEZEN VONDSTEN IN BOEKEN- DEEL 4

(1)

In de nalatenschap van een arts trof een nabestaande in een boek van J.C.Bloem een visitekaartje aan met de notitie van de ontslapene dat het veel waard zou zijn. Die nabestaande ging naar het Leidse antiquariaat AioloZ.  Eigenaar Piet van Winden stelde vast dat het kaartje een onbekend distichon bevatte van de dichter J.C.Bloem. De geneesheer had ooit  een antwoordvers geschreven op Bloems vraag:

“Is dit genoeg, een stuk of wat gedichten

 Voor de rechtvaardiging van een bestaan?”

Bloem schreef daarop dit op een visitekaartje:

“Of men het doet met recepten of gedichten

Het recept moet zijn het leven te verlichten”.

“Ook zulke voetnoten horen door behoedzame geesten gekoesterd te worden” meent Arjan Peters in de Volkskrant van 8 november 2002.

 (2)

Neerlandicus drs. Jac Aarts uit Arnhem, tevens eindredacteur van de digitale Bomans Krant, berichtte over  de volgende “vondst”:

“In 1984 bracht ik de zomervakantie op aangename én goedkope wijze door: ik mocht op een woning passen van mensen in Sneek, pardon Snits. Wel tegen een redelijke vergoeding, maar het is voor de eigenaren natuurlijk toch een kwestie van vertrouwen. Ik kende deze mensen overigens helemaal niet. Ik had in een krantenadvertentie over hun aanbod gelezen, meer niet.

Zij hadden een piano. Na enkele dagen zat ik toevallig wat te bladeren in het muziekboek dat op de piano stond, in zo’n houder waarvan ik de vakterm niet weet…en ineens vallen er 8 briefjes van 100 gulden uit het boek.

Ik zette het geld de volgende dag keurig netjes op de girorekening van de eigenaren. Na afloop van de vakantie was ik nieuwsgierig naar mogelijke reacties van de huiseigenaren maar nee, er kwam niets en ik heb er nooit meer naar gevraagd.

Hadden ze dat geld daar expres in gedaan, om mijn betrouwbaarheid te testen? Wie weet?”.

(3)

2 december 2002 is het volgende ANP-bericht verspreid. Een papierknipsel van de Deense sprookjesschrijver Hans Christian Andersen heeft gisteren op een veiling in Kopenhagen 520.000 Deense kroon (70.000 euro) opgebracht. Dat was aanzienlijk meer dan de 150.000 kroon waarop het veilinghuis, Bruun Rasmussen, het werk had getaxeerd. De koper is het Hans Christian Andersen Museum. Het kunstige papierknipsel dateert vermoedelijk uit 1864 en is door de schrijver gemaakt voor een liefdadigheidsbazaar. Het meet 42 bij 34 centimeter en omvat enkele met de hand geschreven regels van de auteur: “Dit knipsel is enigszins duur; de prijs is een halve rijksdaalder, maar het is een volledig geknipt sprookje, en uw vriendelijke hart zal er voor moeten betalen”. Het knipsel werd door de oorspronkelijke koper, een bakker uit Kopenhagen, in een eerste editie van een boek van Andersen bewaard.

Van het Internet plukte ik de volgende vondsten, voornamelijk via het zoeksysteem google en de krantenbank.

(4)

Piet Cottaar sr. (1878-1950) was een kunstschilder van voornamelijk bloemen en stillevens. Volgens zijn familie wordt hij tegenwoordig “ook wel gezien als een van de beste bloemschilders van ons land”. Hoe dit ook zij, in de deelgemeente Overschie wordt sinds 1992 de herinnering aan hem levendig gehouden dankzij een Piet Cottaarstraat. Op de site die is gewijd aan Piet Cottaar sr. is een schetsje van bloemen afgebeeld met de mededeling; Deze tekening is in een boek gevonden”.

(5)

Menige losse tekening heeft men in een oud boek gevonden. Voorbeeld daarvan is een anonieme tekening voorstellende het Huijs te Werve onder Rijswijck. Die is te voorschijn gekomen uit een boek van J.van Bleyswijck, Beschrijving van Delft. Lange tijd meende men dat de tekenaar Van Bleyswijck was en is deze gedateerd op 1660. Nadere studie leerde dat de losse tekening in later tijd is ingeschoven en in de eerste helft van de 18e eeuw moet zijn vervaardigd.

(6)

‘Het Leesvertier’ is de naam van een periodiek van en over de dorpen Drouwenerveen en Bronnegerveen. Een speciale Interneteditie van 15 mei 1999 bevat onder de kop ‘Geheime correspondentie’ de tekst van een briefje dat werd gevonden in een boekje in de plaatselijke school. Het is een briefwisseling tussen Bea Drent en Hilma Ensing van ongeveer 20 jaar geleden.  Ik citeer: “Hilma kom jij dan naar schooltijd ook oefenen bij mij op slaapkamer. Weet jij al wat je aantrekt. Schrijf terug. Bea. Ik weet nog niet wat ik aantrek maar ik denk mijn spijkerbroek met mijn oranje truitje of een bloes. Hilma”

(7)

Van geheel andere aard is de vondst van de oudste gedrukte kaart van Nederland in een boek (Algemeen Dagblad, 22 november 2000). De gravure dateert van 1556 en is naar alle waarschijnlijkheid vervaardigd door Arnout Nicolai in Antwerpen. Het is een verkleinde kopie van een wandkaart die in het midden van de 16e eeuw in het stadhuis van Antwerpen heeft gehangen. Deze was met de hand getekend door de bekende cartograaf Jacob van Deventer. De kaart waarvan de waarde op minstens 10.000 gulden werd geraamd werd gevonden in een boek bij een antiquaar in het Brabantse Chaam. De handelaar had de losse kaart niet als zodanig herkend.

(8)

‘Aen Daniël Heinsius en Lof van Harderwijck’ zijn twee nagenoeg gelijkluidende lofdichten op Harderwijk. Het eerste verscheen in de ‘Nederduytsche Dichten’ 1638, pagina 271. Het tweede werd door P.N. de Keyser als handschrift ontdekt in een boek uit het archief der gemeente Harderwijk en gepubliceerd in het ‘Tijdschrift van Nederlandsche Taal- en Letterkunde’ XXXV, afl. 2-3. Een onbekend gedicht van Jacob van Zevecote en een variante van het eerste.

(9)

Pieta van Beek schreef het artikel ‘Maria (Murray Neethling (1831-1912): een vergeten vrouwenschrijfster in Zuid-Afrika’. Gepubliceerd in ‘Tydskrif vir Nederlands & Afrikaans’ , 7e jaargang, nr.1, junie 2000, en integraal op het internet geplaatst. Daarin sprake van een papiertje dat later in een boek van haar is gevonden en waaruit blijkt “dat ze die vrouwelijke bescheidenheid ook werkelijk nastreefde”.

(10)

De Bucheliuspers gaf een tot dan onbekend vers van Simon Carmiggelt uit, getiteld ‘De bibliofiel’. Het originele handschrift had men gevonden in een eerste druk van ‘Allemaal onzin’. Echt of vals? Een bericht op de Carmiggelt-website noemt verschillende punten die tegen de authenticiteit van het gedicht spreken, zoals het voor Simon Carmiggelt ongewone gebruik van een hoofdletter aan het begin van iedere versregel. Toch lijkt het handschrift sterk op dat van Carmiggelt. De Bucheliuspers nam bewust het risico zich schuldig te maken aan roofdruk met een luxe uitgave van ‘De bibliofiel’.

(11)

Amerikaanse soldaten die het Taliban-kantoor in Kabul veroverden troffen daar een boek aan met brieven die fatwa’s van Saoedi-Arabische sjeiks bleken te bevatten. Daaronder een van de inmiddels Hamoud Shuaibi die als eerste de bomaanslag op het World Trade Center in New York (in 1993) zou hebben vergoelijkt. (De Telegraaf, 19 februari 2002).

Ditmaal 2 eigen vondsten uit boeken die met de Tweede Wereldoorlog en de Bevrijding te maken hebben.

In het schoolboek ‘Hundert Deutsche Gedichte 1’ (Den Haag, Van Goor, 1939) in het bekende bruine kaftpapier beschermd vond ik en briefje waarin het hoofd van de ULO te Haarlem in het kader van de heersende distributie van voedsel en kleding een verklaring tekende om een paar gymnastiekschoenen te leveren aan een van zijn leerlingen.

Uit het boek van G.W.Kernkamp: De regeeringe van Amsterdam (1653-1672) uit 1897 kwam het volgende briefje te voorschijn, daarin gestopt enkele dagen na de Bevrijding en met een verwijzing naar het bekende gedicht van Mei van Herman Gorter.

“10 mei 1945.

Het is met diepe vreugd, Heer, dat wij ditmaal je verjaardag mogen vieren.

Na vijf moeilijke oorlogsjaren, die wij gelukkig goed zijn doorgekomen. Laten wij hopen, dat nu “een Nieuwe Lente, en een nieuw Geluid” moge aanbreken, en vooral, dat de eerstkomende jaren de vervulling moge geven van je diepste wensch Riena”.

Hans Krol

Selectie van eigen vondsten in boeken 1970-2010

Vondst in boek: inschrift van Hetty Rodrigues en los briefje van (evangeliste) Betsy ten Boom aan Jenny en Sal Rodrigues, september 1933. Uit boek: Franz Hals, by Edgcumbe Staley.

Vondst in boek: uit; dr.E.Laurillard, De scherpste doornen om het edelste hoofd. Arnhem, J.Voltelen, 870

Vondst in boek: los briefje van auteur Hans Rhodius, in boek: Walter Spies and Balinese art. Zutphen, Terra, 1980.

Vondst in boek: calligrafie van vrienden Jo-Ru en Nanna Roosdorp, uit boek: Jac.J.Mieremet: ‘Met wie ben ik getrouwd?, cosmisch huwelijkslief en -leed. Den Haag, A.W.Segboer, [1959].

Vondst in boek”: brief van J.T.Bodel Nijenhuis (uitgever en kaartenverzamelaar) aan P.E.H.Bodel Bienfait (predikant in Nieuwveen bij Leiden), 16-9-1866. Uit boek: J.J.L.ten Kate, Het boek Job, in Nederduitsche dichtvorm overgebracht en toegelicht. Leiden, A.W.Sijthoff, 1865. [Met exlibris van mevrouw Bodel Nijenhuis-Brillenburg]

Vondst in boek: deel van brief van professor dr.R.de Josselin de Jong, 9-11-1952 aan uitgever J.C.Tadema van De Erven Bohn in Haarlem. Uit: C.H.Bohn en zijn opvolgers 1752-1952. Haarlem, de erven F.Bohn, 1952. Bevat exlibris van R.de Josselin de Jong en los ook een antwoord in briefvorm van J.C.Tadema

Vondst in boek: deel van brief in 2 kaarten van uitgever J.C.Tadema uit Haarlem aan prof.dr. R.de Josselin de Jong in Leiden

Vondst in boek: drukproef van een biografiche beschrijving van dr. Broere door Van Cooth (Hageveld) Uit een boek afkomstig van de voormalige seminariebibliotheek Hageveld in Heemstede

Vondst in boek: vers, gevonden in een dichtbundel van Nel Benschop

Vondst in boek: brief uit 1844 aan de heer Bückmann, Zijlweg 84, Haarlem, gevonden in een boek van de familie Buckmann uit Bloemendaal.

Vondst in boek: brief van Hanny Michaelis uit Amsterdam aan Jenny van Perlstein in Heemstede. Uit een dichtbundel van Hanny Michaelis

Vondst in boek: brief uit 1993 van A.Gerits, secretaris van de Nederlandsche Vereeniging van Antiquaren aan antiquaar R.Lobbes.