Nederlandse letterkundigen die ook als bibliothecaris of archivaris werkten

De afgelopen vier decennia verzamelde ik wereldwijd documentatie over zo’n 2.000 prominente personen (staatslieden, letterkundigen, natuurwetenschappers, beeldend kunstenaars, componisten, pausen etc.)  die tevens enige tijd in dienst waren van een bibliotheek of archiefinstelling. Verder zijn intussen meer dan 300 postzegels bijeengebracht van dergelijke personen, meer dan 200 prentbriefkaarten en ongeveer 1.000 gravures, foto’s en andere afbeeldingen. Om in dit verband een kleine selectie van in willekeurige volgorde ruim 50 internationale beroemdheden te vermelden: Piet Mondriaan, Giacomo Casanova, Golda Meir, Horatius, Anatole France, Eratosthenes, J.J.Champollion, S.R.Ranganathan, Mao tse-Tung, Jacob en Wilhelm Grimm, Henryk Arctowsky, Alfred de Musset, David Hune, G.W. von Leibniz, G.E. Lessing, Marcel Duchamp, Benjamin Franklin, J. Egar Hoover, Lao Tse, Adam Mickiewicz, Leopold Senghor, Philip Larkin, Hector Berlioz, Mohammed Khatami, Lewis Carroll, Marcel Proust, Roland Barthes, George Bataille, August Strindberg, Thomas Carlyle, Kyrillus, Friedrich Hölderlin, Alcide de Gasperi, Ivan Krylov, Robert Burns, Immanuel Kant, H.W.Longfellow, Robert Musil, Boris Pasternak. Joseph Priestley, Angus Wilson, Mike Tyson, Angus Wilson, Ruben Dario, Bud Spencer, Melvil Dewey, J.W.von Goethe, paus Pius VII, Alexandre Dumas, Nancy Pearl, Suetonius, Mihai Eminescu, Alexandre Herculano, Diderot, Laura Bush en de (Nederlandse) vrouwen Annie M.G.Schmidt en Jeltje van Nieuwenhoven. Bij de al in ‘Hetvergetenboek’ 10 beschreven Nederlandse letterkundigen en schrijvers die tevens een bibliotheekfunctie vervulden volgen hier – in alfabetische volgorde – nog een aantal dichters, romanschrijvers, dramatici en literatoren. Voor de informatie is gebruik gemaakt van diverse bronnen, zoals het Noord-Hollands Archief, gedenkboeken van bibliotheken, biografieën, encyclopedieën, tijdschrift Bibliotheekleven, en persoonsdocumentatie bibliothecarissen. Verder van Wikipedia en de voortreffelijke site Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (DBNL). In 1925 schreef de in zijn tijd bekende literatuurcriticus P.H.Ritter jr. “Bibliothecarissen zijn voor de letterkunde van meer beteekenis dan schrijvers. Want als de ‘letterkundigen’ uitsterven, dan zouden toch het menschelijk verlangen en de menschelijke ijdelheid wel de wegen blijven vinden naar de schrijfmachine en van de schrijfmachine naar de drukpers, maar – als de bibliothecarissen uitstierven, dan zou het geestelijk leven van een natie een ordelooze verschijning worden.” [Bibliotheekleven, 1925, bladzijde 49]. GERRIT ACHTERBERG (1905-1962)  was van 1938 (tot 1941) belast met het beheer van de bibliotheek van ‘Veldzicht’ te Balkbrug, gemeente Avereest, rijksasyl voor psychopathen.

Gerrit Achterberg aan zijn bureau in de Mariahoeve

AEGIDIUS ALBERTINUS (Deventer 1560 München 1620). Schrijver die o.a. de Spaanse schelmenroman in Duitsland introduceerde. Van 1601-1606 in dienst als bibliothecaris aan het hof van Maximiliaan I, keurvorst van Beieren in München.

Aegidinius Albertinus; kopergravure diir Lucas Kilian (1639)

ARNOLDUS ARLENIUS PERAXYLUS  (1510-1582) (geb. als Arnout van Eyndhouts), humanist,dichter, corrector en wijsgeer, was vanaf 1538 tot 1546 bibliothecaris van de Spaanse ambassadeur Diego Hurtado de Mendoza in Italië (Rome en Venetië). Hij ontdekte nieuwe teksten in o.a. Frankfurt en Florence en liet oude documenten vertalen. Van Eyndhouts catalogiseerde de Griekse manuscripten van Mendoza’s aanzienlijke boekerij. ADRIAAN BEELO (1798-1878), dichter, was onderbibliothecaris bij de Koninklijke Bibliotheek van 1824-1828.

Adriaan Beelo; door A.J.Ehnle/P.Blommers (1854)

GER BEUKENKAMP, geboren in 1946. Toneel- en scenarioschrijver. Werkte omstreeks 1980 een aantal jaren als magazijnmedewerker bij de Stadsbibliotheek Haarlem. In later tijd heeft hij daar nog enkele jaren enkel op zaterdag gewerkt. [Informatie van Bram Rieveld].

Ger Beukenkamp

MAARTEN BIESHEUVEL (geb.1939) Letterkundige. Volgde met zijn echtgenote Eva begin jaren ’70 post-doctorale studie bibliotheekwetenschap en werd bibliotheekmedewerker bij de bibliotheek van het Vredespaleis in Den Haag.

Maarten Biesheuvel

Maarten Biesheuvel aan het werk in de bibliotheek van het Vredespaleis (schilderij in Letterkundig Museum)

WILLEM BILDERDIJK (1756-1831) was van 1815-1817 bibliothecaris van het Koninklijk Instituut van Wetenschappen, Letteren en Schoone Kunsten [= huidige Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen], een sinecure. Dat gold eerder toen, januari 1807, door koning Lodewijk Napoleon werd benoemd als functionaris bij de het jaar daarvoor opgerichte Koninklijke Bibliotheek, een voortzetting van de in 1798 gestichte Nationale Bibliotheek. Als bibliothecaris – vrij zeker ook van de particuliere bibliotheek van Lodewijk Napoleon stelde Bilderdijk een onderzoek in naar de privéboekerij van mr. Joost Romswinckel te Leiden, die uiteindelijk voor 50.000 gulden is aangekocht voor de nieuwe K.B. Bilderdijk klaagde al spoedig steen en been, want hij kon de nare boekenlucht niet verdragen en gaf in brieven toe dat hij niet deugde voor bibliotheekwerk. Nog voor het eind van dat jaar is hij door de koning “van zijn drukkenden last bevrijd.”

Willm Bilderdijk; portret door Charles Howard Hodges

Bilderdijk Superstar. Vrijdag 12 december 2014 - 16,30 uur. Grote of St.Bavokerk op de Grote Markt te Haarlem. Starring: Rick Honings, Wik Mfman en de Teisterband. Info@bilderdijk.org

Bilderdijk Superstar. Vrijdag 12 december 2014 – 16,30 uur. Grote of St.Bavokerk op de Grote Markt te Haarlem. Starring: Rick Honings, Wik Mfman en de Teisterband. Info@bilderdijk.org

JELLE HENDRIK BROUWER (1900-1981). Dichter en o.a. hoogleraar Friese taal- en letterkunde en Gotisch te Groningen. Was van 1921 tot 1941 als bibliotheekambtenaar verbonden aan de Provinciale Bibliotheek van Friesland en (klassieke) Bumabibliotheek te Leeuwarden.

Jelle Hendrik Brouwer (1900-1981)

CEES BUDDINGH’ (1918-1985).  Als jongeman leek hem de hele dag tussen boeken in een bibliotheek werken en in 1940 droomde hij zelfs van een toekomstige baan als leeszaaldirecteur. Aan F.Auwera vertelde Buddingh: “Na een goed half jaartje gingen al die in bruin papier gekafte ruggen zo benauwen, dat ik de leeszaal weer ontvluchtte en pogingen deed om, o.a. samen met Max Dendermonde, een ‘echte schrijver’ te worden. Later zou de schrijver-dichter een sonnet schrijven, waarvan de eerste en laatste [actuele] strofe luiden: “’t Kan Dordt zomin zonder haar leeszaal denken Als zonder Grote Kerk, als z’er geen had Dan moest de burgerij haar er een schenken En koesteren als een vrek zijn gouden schat. (…) Een leeg fabrieksterrein vult men wel weer gauw, Maar ’n stad die de cultuur verwaarloost is een Stad die niet waard is langer mee te tellen.”

Cees Buddingh’

JACOB CATS (1577-1660), dichter en diplomaat (raadpensionaris) Al voor 1571, toen de stad Dordrecht mr. Pieter Aertsz als bibliothecaris aanstelde beschikte Dordrecht over ten minste drie librijen. Na 1616 zijn de stadsboeken ondergebracht in tot bibliotheek ingerichte Marienbornklooster. Het beheer was een erebaan, voorbehouden aan de pensionaris der stad, bijgestaan door een predikant en leraren der Latijnse School. In 1626 is Jacob Cats tot beheerder benoemd, formeel tot 1636 Hij wist een budget van 200 gulden per jaar voor de aankoop van nieuwe boeken wist te verwerven. Mede door zijn toedoen en van predikant-stadsbibliothecaris ds. Balthasar Lydius, na 1629 van ds. Johannes Buytendijk, groeide het boekenbezit gestaag. [Voor informatie, zie: ‘Gedrukt in Dordrecht; vier eeuwen boek en prent’, 1976., hoofdstuk: Het boek in de bibliotheek: de Stadsbibliotheek, p. 29-32].

Jacob Cats

JOSEF COHEN (1886-1965) was schrijver van o.a. gedichten, proza, toneel en hoorspelen. Geboren in Deventer was hij van Pools-Joodse afkomst. Van 1914 tot 1941 directeur van de openbare leeszaal en boekerij  in Groningen. In 1941 werd hij op last van de Duitse bezetting ontslagen. Van 1942 tot tot de bevrijding in 1945 zat hij in het concentratiekamp voor gemengd gehuwde joden in Havelte. In 1945 kreeg zijn baan als directeur van de bibliotheek niet terug, maar werkte wel tot 1951 als bibliotheek van de OLB Groningen.

Vooromslag van een in 1987 verschenen publicatie bij een tentoonstelling gewijd aan literator en bibliothecaris Josef Cohen

In 1933 publiceerde bibliothecaris Josef Cohen de uitgave 'Lezer en Boek'.

In 1933 publiceerde bibliothecaris Josef Cohen de uitgave ‘Lezer en Boek’.

Josef Cohen met drie militairen tijdens de mobilisatie in 1939 bezig met de voorbereiding van een soldatenbibliotheek.  “In de verwarring van mei 1940 ging de collectie, zo zorgvuldig samengesteld uit ‘ontspanningsboeken voor eenvoudige lezers’, ‘ontspanningsboeken voor meer-ontwikkelden’ en ”studieboeken’, vrijwel geheel verloren”, aldus Doeke Sijens.

De bibliotheek aan de Vismarkt in Groningen waar Cohen van 1914 tot 1941 directeur was

DIRK COSTER (1887-1956), letterkundige. Hij kwam als veertienjarige jongen op het kantoor van de Gist- en Spiritusfabriek In Delft. Spoedig werd hij – tot 1904 –  bibliothecaris van directeur J.V. van Marken.

Dirk Coster in zijn Delftse huis

NICOLAAS (NICO) DIJKSHOORN (geboren 15 mei 1960 in Amsterdam). Tekstschrijver, columnist, romancier. Was van 1986-2004 medewerker bij de openbare bibliotheek Amstelveen, eerst als vervangende dienstplicht, vervolgens een vaste baan met diverse werkzaamheden.

Nico Dijkshoorn in ‘De Wereld Draait Door’

Activistisch bibliothecaresse Jeanine Deckers, werkend bij ProBiblio en Bibliotheek Bollenstreek, met haar persoonlijke superbibliothecaris Nico Dijkshoorn tijdens een bibliotheekcongres.

Activistisch bibliothecaresse Jeanine Deckers, werkend bij ProBiblio en Bibliotheek Bollenstreek, met haar persoonlijke superbibliothecaris Nico Dijkshoorn tijdens een bibliotheekcongres.

JANUS DOUSA  sr. (1545-1604), Jan van der Does. Humanist, dichter, filoloog, geschiedschrijver.

Janus Dousa door een onbekende meester. Het schilderij is in 1611 aangekocht voor de Academiebibliotheek

Was van 1585 tot 1593 de eerste bibliothecaris van de Universiteit van Leiden. Toen hij in 1593 naar Den Haag vertrok om zijn functie in de Hoge Raad te aanvaarden, legde hij het ambt van bibliothecaris neer en is hij opgevolgd door zijn oudste zoon JANUS DOUSA jr. (1571-1596), verdienstelijk Neolatijns dichter, die op jonge leeftijd, slechts 25 jaar oud, in Leiden kwam te overlijden. Omdat zoals senaat en rector meenden: “niemant bequaemer hebben bevonden…aengesien zijn groote geschicktheyt ende ervarentheyt in allerhande saecken ende scientien tot het voorsz. ampt van bibliothecaris dienende ende nootwendich wesende.” JOS ERDKAMP (geb. 1958). Schrijver van in Limburg gesitueerde romans. Adviseur en bibliothecaris bij het Bibliotheekhuis Limburg. JACOB GEEL (1789-1862), letterkundige, filoloog en hoogleraar. Was van 1822 tot 1833 op advies van D.J.van Lennep onderbibliothecaris van de Universiteit in Leiden en als opvolger van J. van Voorst van 1833 tot 1858 eerste bibliothecaris.

Jacob Geel

PIETER VAN GODEWIJCK (1593-1660), Neolatijns en Nederduits dichter, bibliothecaris van de stadsbibliotheek Dordrecht. In 1619 benoemd tot preceptor van de Latijnse School, na 1636 tot zijn overlijden opzichter van de stadsboekerij in het Marienbornerklooster. Op last van Jacob de Witt stelde hij in 1640 de eerste geschreven catalogus samen, die toenmaals 1.021 publicaties telde. Een openbaar karakter verkreeg de bibliotheek pas in 1681. JAN HENDRIK DE GROOT (1901- 1990), dichter. Van 1937 tot 1948 als assistent werkzaam bij de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen in Amsterdam.

JANUS GRUTERUS (1560-1627), Jan de Gruytere. Klassiek filoloog en dichter. In 1602 benoemd tot bibliothecaris van de Bibliotheca Palatina in Heidelberg, die hij in twee decennia uitbouwde tot een unieke verzameling boeken en handschriften. Na de inname van Heidelberg door Johan van Tilly werd Gruterus verbannen. Sinds 1623 maakt de toenmaals beroemde Paltsbibliotheek deel uit van de Bibliotheca Vaticana in Rome.

Janus Gruterus; gravure door Chrispijn van de Passe uit 1608.

HANS VAN HARTEVELT (geboren in Lerden, 1953) schrijft romans en debuteerde in 1997 bij uitgeverij De Knipscheer met de verhalenbundel ‘Op zijn Chinees’. Hij was van 1982 tot de opheffing als gevolg van bezuinigingen in 2013 bibliothecaris van het Koninklijk Instituut voor de Tropen in Amsterdam.

Hans van Hartevelt als toenmalig directeur van de K.I.T.bibliotheek in gesprek met de Egyptenaar professor Ismail Serageldin [met 33 eredoctoraten recordhouder], directeur van de Bibliotheca Alexandrina

Hans van Hartevelt (links op de foto) als toenmalig directeur van de K.I.T.bibliotheek in gesprek met de Egyptenaar professor Ismail Serageldin [met 33 eredoctoraten recordhouder], directeur van de Bibliotheca Alexandrina

De ontmanteling van zijn bibliotheek was aanleiding

De ontmanteling van zijn bibliotheek was aanleiding voor Hans van Hartevelt daaraan een roman te wijden onder de titel ‘De verkwanseling van een kroonjuweel.’ verkwanseling van een

Een in 2014 verschenen protest achteraf (De Barmhartige Samaritaan)

Een achteraf verschenen protest vanwege opheffing van de Tropen Bibliotheek KIT Amsterdam (De Barmhartige Samaritaan)

DANIEL HEINSIUS (1580-1655), humanistisch geleerde, literair theoreticus en dichter, bibliothecaris van de universiteit Leiden van 1607 tot 1653. Geboren in Gent vluchtten in 1583 zijn ouders eerst naar Engeland en vestigden zij zich in 1588 in Vlissingen. In Leiden ontpopte Daniel Heinsius zich als een briljante leerling van Scaliger. Na het overlijden van Paulus Merula is hij in 1607 benoemd tot academiebibliothecaris, na al in 1603 hoogleraar te zijn geworden. Daniel Heinsius gaf als filoloog talrijke klassieke teksten uit

Portret van de Vlaamse humnanist en geleerde Daniel Heinsius (1580-1655) die naast o.a.hoogleraar in de dichtkunst en Grieks van 1607 tot 1655 bibliothecaris was van de Leidse Academie

Portret van de Vlaams-Nederlandse humanist en geleerde Daniel Heinsius (1580-1655) die naast o.a. hoogleraar in de dichtkunst en Grieks van 1607 tot 1653 bibliothecaris was van de Leidse Academie

NICOLAAS HEINSIUS (1620-1681), Neolatijns dichter en filoloog, zoon van Daniël Heinsius, bibliothecaris van de universiteit van Leiden Na de Nederlandse filoloog Issac Vossius was Nicolaas Heinsius vanaf circa 1650 enkele jaren in dienst als bibliothecaris van koningin Christina van Zweden in Stockholm en schafte hij talrijke handschriften vooral uit Italië aan voor de koninklijke bibliotheek. Dr.F.F.Blok wijdde een uitvoerige monografie aan: ‘Nicolaas Heinsius in dienst van Christina van Zweden’. Delft, 1949.

Nicolaas Heinsius (1771) door Abraham de Blois (Rijksmuseum)

SAKE HELDER (1924-1983) dichter. Geboren in Groningen op 17 april 1924, was van 1955 tot 1960 als bibliotheekmedewerker verbonden aan de Technische Hogeschool Delft. Vervolgens tot zijn overlijden in 1983 te Haarlem directeur van de openbare bibliotheek Haarlemmermeer. Wist deze instelling dankzij modere marketingmethodes en met een nieuw gebouw in het centrum, bibliobus en filialen een centrale plaats in cultureel Haarlemmermeer te geven. Schrijver van de dichtbundels ‘Praten onder rembours’ (Stols, 1955) en ‘Op zichzelf genomen’. Was medewerker van ‘Debuutvrij’, een Delfts literair tijdschrift en publiceerde o.a. in ‘Maatstaf’, ‘Ontmoeting’, ‘De Nieuwe Stem’ en ‘Podium’.  Sake Helder is begraven in Blokzijl.

Sake Helder

Sake Helder (1924-1983)

WILLEM SJOERD HUBERTS (geb.1953  ). Schrijver en essayist. Was tot 2009 directeur van de bibliotheek Gelderland-Zuid (Nijmegen e.o.) en daarvoor werkzaam bij de bibliotheek van de Rijksuniversiteit Groningen, Kon. Ned. Academie van Wetenschappen en ProBiblio.

Willem Sjoerd Huberts in de Nijmeegse bibliotheek

WILHELMUS JACOBUS ARNOLDUS DE WITT HUBERTS (1829-1909) auteur van o.a. novellen, schetsen en levensberichten. In 1860 benoemd tot gemeentebibliothecaris en –archivaris van Zutphen. Van 1867 tot 1874 bekleedde hij naast zijn functie als directeur van de H.B.S. in Zwolle eveneens de betrekking van gemeentearchivaris aldaar.

W.J.A.de Witt Huberts (uit: De Prins, 1909)

W.J.A.de Witt Huberts (uit: De Prins, 1909)

FRANCISCUS JUNIUS  (1589-1677), bijgenaamd de Jongere. Nederlands filoloog en dichter. In 1620 benoemd als bibliothecaris bij Thomas Howard, graaf van Arundel in Oxford, tot circa. 1640. Anthonie van Dijck vervaardigde omstreeks 1639 een schilderij met de graag en gravin van Arundel met hun bibliothecaris Franciscus Junius rond een wereldbol. Zijn handschriften liet hij aan de Bodleian Library te Oxford.

Franciscus Junius; door Jean-Jacques Boissard

FRANS KELLENDONK (1951-1990) Letterkundige. Was van mei 1976 tot 1 augustus 1977 wetenschappelijk medewerker aan de Vrije Universiteit, Amsterdam, als vakreferent Germaanse talen. Voorts van 1 november 1979 tot 1 mei 1981 referent Engels in de bibliotheek van de Rijksuniversiteit Leiden.  In ‘Letter en Geest’ zijn ex-collega’s herkenbaar. Het literair archief van Kellendonk is in 2006 in beheer gegeven aan de bibliotheekl van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, UB-Leiden.

Frans Kellendonk

Grafmonument Frans Kellendonk (1951-1990), begraafplaats Zorgvliet, Amstelveen

Grafmonument Frans Kellendonk (1951-1990), begraafplaats Zorgvliet, Amstelveen

Frans Kellendonk in kwartetspel

Frans Kellendonk in kwartetspel (Nederlands Literatuur Kwartet)

 

Kellendonk

Uitsnede uit artikel: André Bouwman en Rick Honings, Tweehonderdvijftig jaar Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, in: De Boekenwereld, 32, nummer 2, 2016, pagina 73.

MATHIAS KEMP (1894-1964). Dichter [broer van Pierre Kemp]. Van 1914 – 1920 bibliothecaris van een katholieke bibliotheek.

Mathias Kemp op een foto uit 1927 [Uit de biografie van Wiel Kusters over Pierre Kemp]

Op 7 augustus 1916 werd de Roomsch Katholieke Openbare Leeszaal en Bibliotheek te Maastricht opgericht, in samenwerking met de toen als bestaande Pius-bibliotheek. In november 1917 had de officiële opening plaats en als eerste directeur werd op een weekloon van ƒ 10,- Mathias Kemp aangesteld.  Bij de verhuizing van de Kapoenstraat 8 naar de Leo-stichting in de Bredestraat nam Kemp ontslag als directeur van de Leeszaal om zich tot 1920 geheel aan de Pius-bibliotheek te wijden, die zich voortaan enkel wijdde aan de uitlening van romans en ontspanningsboeken.

Portretgravure Mathias Kemp

JAN KOOISTRA (1938-1992) dichter.  Na zijn schooljaren kwam hij als administratief medewerker in dienst van de penitentiaire inrichting Dr.S. van Mesdagkliniek te Groningen, in welke functie hij tevens de gevangenisbibliotheek beheerde – tot zijn benoeming als ambtenaar in de gemeente Leek. MARIE KOOPMANS (1888-1979) Schreef streekromans in het Twents. Volgde opleiding tot leeszaalassistente in Delft en is in 1921 benoemd als bibliothecaresse van de katholieke openbare bibliotheek in Laren. Martin Paus schreef een boek over haar, getiteld: ‘Marie Koopmans De Twentse Schrijfster’. Hengelo, 1997.

Marie Koopmans (1888-1979)

DAVID JACOB VAN LENNEP (1774-1853) classicus, letterkundige, hoogleraar. Van 1817 tot 1851 bibliothecaris van de Koninklijke Academie van Wetenschappen (Koninklijk Instituut) en van 1820 tot 1838 bibliothecaris van de Stedelijke Bibliotheek (Athenaeum Illustre) in Amsterdam. ‘Een verdienstelijk lid van de Tweede Klasse met een grote inzet voor het Instituut, was Davis Jacob van Lennep (1774-1853). Van Lennep, hoogleraar in de klassieke letteren en geschiedenis te Amsterdam, leverde een grote bijdrage tot de realisatie van de bibliotheek van het Koninklijk Instituut. In de lange periode dat hij werkzaam was als bibliothecaris (van 1817 tot 1851), slaagde hij erin om de leden, geassocieerden en correspondenten te overtuigen om schenkingen te doen aan de bibliotheek. De verzameling, die door de belangrijke schenking van het lid Jan Hendrik van Kinsbergen (1735-1819) al een interessante kleine boekerij was, werd door toedoen van Van Lennep in die jaren enorm uitgebreid. Hij stelde in 1821 de eerste catalogus van het boekenbezit samen, waarvan de titel luidde: Catalogus Bibliothecae Insituti Regii Belgici. Na vier jaar lid te zijn geweest van de Tweede Klasse stapte hij over naar de Derde, waar hij vanaf 1848 rot 1851 de functie vervulde van het Penningenkabinet.’ (Uit: Van wapenhandel tot wetenschapsbedrijf. De Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen in het Trippenhuis te Amsterdam. 1993].

David Jacob van Lennep; door Hendrik Hollander Cz.

Familiegraf met 4 telgen Van Lennep, waaronder David Jacob van Lennep, 10-2-1853 overleden

GERRIT VAN LENNEP  (1774-1834) schrijver en dichter. Onder koning Lodewijk Napoleon als onderbibliothecaris bij de Koninklijke Bibliotheek benoemd. Het personeelsbestand omvatte 6 personen van wie C.S.Flament hoofdbibliothecaris was en per kwartaal ƒ 125,- verdiende. G. van Lennep verdiende als ‘premier sous bibliothécaire’ ƒ 100,- per trimester. In 1810 is hij tot rechter van instructie in Almelo benoemd. A. MARJA pseudoniem van AREND THEODOOR MOOIJ  (1917-1964) dichter. In 1948 aangenomen als sociaal ambtenaar bij de Huizen van Bewaring. Zijn belangrijkste opdracht was het inrichten van ongeveer vijftig gevangenisbibliotheken. Al in 1950 ontving hij een nieuwe baan als directeur van het Haagse consultatiebureau voor alcoholisme. Uit een artikel voor ‘Het Vaderland’ in februari ‘Het boek in de bajes’ blijkt dat Marja aan de gevangenisbibliotheek een heilzame werking toekent en blikt hij terug op zijn kortstondige periode als gevangenisbibliothecaris.

A.Marja

JAAP MEIJER  (1912-1993) (literair) historicus, tevens dichter onder pseudoniem SAUL VAN MESSEL.  Hij was van 1947 tot 1952 bibliothecaris van de bibliotheek van het Portugees-Israëlitische Seminarium Ets Haim in Amsterdam. Zijn werkzaamheden zijn beschreven in de dubbelbiografie van Evelien Gans: Jaap en Ischa Meijer; een joodse geschiedenis 1912-1956. Amsterdam, 2008.

dr. Jaap Meijer

JAN NOWEE (1901-1958) kinderboekenschrijver. Was schoolhoofd van de Paulusschool in Den Haag. Eind jaren dertig werkte hij als vrijwilliger bij de r.k. Vincentius-leesbibliotheek ‘Rustenburg’ in ‘s-Gravenhage, gelegen op het adres Escamplaan 26.

J.Nowee was schoolhoofd en assistent van een Vincentiusbibliotheek in Den Haag, waar hij ontdekte dat bij jongens veel behoefte was aan cowboyboeken

J.Nowee was schoolhoofd en assistent van een Vincentiusbibliotheek in Den Haag, waar hij ontdekte dat bij jongens veel behoefte was aan cowboyboeken

Advertentie van de Vincentiusbibliotheek 'Rustenburg' aan de Escamplaan in Den Haag. G.v.d.Ham werkte hier als eerste bibliothecaris van 1935 tot 1944 en is opgevolgd door A.C.J.Hoogeveen tot 1990. Jan Nowee was tweede bibliothecaris tot 1944.

Advertentie van de Vincentiusbibliotheek ‘Rustenburg’ aan de Escamplaan in Den Haag. G.v.d.Ham werkte hier als eerste bibliothecaris van 1935 tot 1944 en is opgevolgd door A.C.J.Hoogeveen tot 1990. Jan Nowee was tweede bibliothecaris tot 1944.

Deze rooms katholieke leesbibliotheek is op 15 december 1935 door de pastoor ingewijd. Óok hier namen de onderwijzers het voortouw. Zelfs “Arendsoog” J.Nowee zwaaide er zijn tomahawk. Eén jaar later begonnen dan zijn collega’s bleef de heer A.C.J.Hoogeveen, vanaf 1944 als bibliothecaris, de zaak tot het einde trouw.” In de bieb vroegen jongens om indianen- en cowboyboeken. Omdat deze buiten Karl May vrijwel niet aanwezig waren begon Jan Nowee deze zelf te schrijven, zoals de populaire Arendsoog-boeken, welke reeks later is voortgezet door zijn zoon Paul Nowee (1935-1993). In 1944 diende Jan Nowee zijn ontslag in als tweede bibliothecaris en is hij opgevolgd door de heer Smit bij het filiaal Rustenburg aan de Escamplaan. [Bron: Een kort historisch overzicht van 143 jaar liefdewerk leesbibliotheken onder bestuur van de Vincentiusvereniging ’s-Gravenhage, 1966, blz. 56].

Jan Nowee op een boekenbeurs

JOHANNES HENDRICUS VAN DER PALM (1763-1840) letterkundige, predikant hoogleraar. In 1789 (tot 1796) aangesteld als secretaris-bibliothecaris bij mr. J.A.van de Perre in Middelburg.

J.H.van der Palm; gravure J.P.Lange naar C.H.Hodges

KAREL VAN HET REVE (1921-1999) slavist, hoogleraar en schrijver [broer van Gerard van het Reve]. Hij was van 1948 tot 1957 bibliothecaris op het Rusland Instituut van de Universiteit van Amsterdam. – Karel van het Reve JACOBUS REVIUS  (1586-1658) eigenlijk Jacob Reefsen geheten. Dichter, predikant en historicus. In 1618 door het stadsbestuur benoemd “om opsicht op die Bibliothecq in den Fraterhuyze alhier te hebben.” Tijdens zijn bibliothecariaat kreeg de stadsbibliotheek in 1630 tevens de functie van atheneumbibliotheek. Revius vervulde zijn bibliotheektaken tot 1641 toen hij naar Leiden vertrok. [In 2012 verscheen een uitgebreide monografie van Enny de Bruijn: ‘Eerst de waarheid, dan de vrede – Jacob Revius (1586-1656). Boekencentrum, 662p. ISBN 978 90 2392 620 7].

Jacobus Revius door P.Aubry, en een onderschrift door Daniel Heinsius.

ANNIE M.G.SCHMIDT (1911-1995) zie hieronder. DOEKE SIJENS (geb. 1955) Schrijver van o.a. verhalen en essays. Werkzaam in openbare bibliotheek Groningen. W.H.C. (WILFRED) SMIT (1933-1972)  dichter en slavist. Vanaf oktober 1965 tot 1969 als bibliothecaris, o.a. belast met titelbeschrijving, werkzaam bij het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis in Amsterdam. ANTOON THIRY  (1888-1954) romanschrijver. Ofschoon Vlaams letterkundige, geboren in Leuven en overleden te Antwerpen, hier toch vermeld omdat hij als bibliothecaris werkte in Nederland. Als activist binnen de Vlaamse beweging verliet hij na de Duitse capitulatie in 1918 met Felix Timmermans het stadje Lier om in Nederland asiel aan te vragen. Op 16 juni 1921 trad hij in dienst van de zopas opgerichte openbare bibliotheek te Tiel. Daar brengt hij de bibliotheek aan de St.Agnietenstraat tot bloei. Eind 1930 kondigde hij tot spijt van het bibliotheekbestuur zijn ontslag aan om na amnestie te hebben verkregen naar Vlaanderen terug te keren.

Antoon Thiry

Getekend portret van Antoon Thiry door EX

Getekend portret van Antoon Thiry door EX

Het gezin Thiry, eind jaren twintig vorige eeuw in Tiel

Het gezin Thiry, eind jaren twintig vorige eeuw in Tiel

Enveloppe van een schrijven van Thiry aan zijn collega-bibliothecaris/schrijver E. de Bom in Antwerpen. Ill. uit een artikel van Cees Visser: 'Thiry in Tiel; een Vlaamse schrijver in ballingschap. In: Boekenpost nr. 109, sept/okt. 2010, p.35-37.

Enveloppe van een schrijven van Thiry aan zijn collega-bibliothecaris/schrijver E. de Bom in Antwerpen. Ill. uit een artikel van Cees Visser: ‘Thiry in Tiel; een Vlaamse schrijver in ballingschap. In: Boekenpost nr. 109, sept/okt. 2010, p.35-37.

[Een andere Vlaming, geleerde en bibliothecaris, die in 1918 naar Nederland uitweek was professor Willem de Vreese (1869-1938), die sinds 1912 hoofdbibliothecaris was van de UB-Gent. In België werd hij op beschuldiging van hoogverraad ter dood veroordeeld. Van 1919 tot 1934 werkte hij als directeur van de gemeentebibliotheek Rotterdam, die een rijke Erasmus-collectie vooral aan hem te danken heeft. De Vreese, expert op de gebieden van Middelnederlandse handschriften en incunabelen, was samensteller van het documentatie-apparaat ‘Bibliotheca Neerlandica Manuscripta’ dat zich tegenwoordig in de UB van Leiden bevindt].

Willem de Vreese in zijn werkbibliotheek

THEUN DE VRIES (1907-2005) romanschrijver.

Theun de Vries met echtgenote Aafke M.Vernes, zoon en dochter

Werkte van 1929 tot 1936 als assistent bij de openbare leeszaal van Sneek na het assistentsdiploma in 1929 in Utrecht te hebben behaald. Omdat ik over het stamboek van de Sneekse bibliotheek beschik uit de periode dat Theun de Vries daar werkzaam was ga ik wat dieper op diens bibliotheekloopbaan in. Dr. Overdiep, zijn leraar Nederlands raadde Theun de Vries in 1927 aan middelbaar Nederlands te gaan studeren. Omdat vooral het linguïstische onderdeel hem tegen stond zag hij hiervan af. Volgens Overdiep bleef in dat geval voor zijn persoon nog maar één ding over: het volgen van een bibliotheekopleiding. Als leerling ging hij toen stage lopen bij de openbare leeszaal in Apeldoorn. “Daar heb ik de grondbeginselen van het bibliotheekvak geleerd.” Vervolgens genoot hij het voorrecht om zijn volgende stage te volgen aan de openbare leeszaal in Hilversum, welke instelling in die tijd landelijk een goede naam had. “Veel van deze ‘Gooiers’ [intellectuelen en kunstenaars] bezochten de bibliotheek, die op literatuurgebied werkelijk een schatkamer was. Overigens ben ik daar voor het eerst en heel uitgebreid in aanraking gekomen met de jonge Sovjet-literatuur.” In 1929 solliciteerde De Vries naar een functie als tijdelijk assistent bij de openbare leeszaal van Sneek en werd hij aangenomen en even later werd hij vanwege een nieuwe vacature in vaste dienst aangesteld. In 1930 vroeg hij het bestuur studieverlof aan voor het volgen van de directeurscursus in Den Haag. Blijkens een bericht in ‘Bibliotheekleven’ van 1931, blz. 134, is aan T.U. de Vries te Sneek als enige man het directeursdiploma uitgereikt evenals aan 11 dames. Dat diploma werd gehaald, maar dr. P.C.Molhuysen, directeur van de Koninklijke Bibliotheek en inspecteur van het openbaar bibliotheekwezen was verre van enthousiast, gelet op diens uitspraak “U bent dichter en dichters zijn incapabel voor zakelijke dingen. Wij achten u volledig ongeschikt om ooit directeur van een bibliotheek te worden. Gaat u maar naar Sneek terug, want daar zult u niet te veel schade kunnen aanrechten.” Theun de Vries voegde daar in een gesprek met Hans van de Waarsenburg aan toe: “Intussen bleek ik een heel goede bibliothecaris te zijn; ik heb tussen 1932 en 1934 bijvoorbeeld de hele bibliotheek in Sneek opnieuw gecatalogiseerd. Overigens was mijn opleiding in Den Haag voor mij een lichtpunt, want zo kon ik een jaar weg uit Sneek. Ik was trouwens de enige man die deze directeurscursus volgde, de rest van het gezelschap bestond uit meisjes, die uit alle delen van het land afkomstig waren. Ze behandelden mij erg collegiaal en voor hun lieve toenaderingen werd ik behoed door het feit dat ik in Apeldoorn Aafje Maria Vernes had, mijn meisje. Zij was voor mij het beschermende denkbeeld en een hele grote troost. Toen ik in Sneek terugkwam, was zij de enige bij wie ik heul en soelaas kon vinden.” 18 juli 1931 vroeg Theun de Vries bij het bestuur eervol ontslag aan wegens gezondheidsredenen. Echter op 26 augustus trok hij zijn ontslagaanvrage in omdat zijn ouders zich zeer tegen zijn terugkeer in het ouderlijk huis te Apeldoorn hadden verzet. Tevens verzocht hij goedkeuring voor het feit dat hij tijdelijk zijn intrek had genomen ten huize van de conciërge der Leeszaal. Het bibliotheekbestuur stemde in met een en ander. Op 24 augustus 1931 is het volgende familiebericht geplaatst in de krant Handelsblad: Van 1924 tot 1931 was A.H. de Vries directeur van de openbare leeszaal, in 1933 opgevolgd door mej. G.Y.Vonk. Op 1 augustus 1933 verzocht Theun de Vries schriftelijk aan het bestuur verlof om een congres van schrijvers gedurende een maand van half september tot half oktober in Moskou bij te wonen. “De bedoeling is, het Nederlandsche schrijvers mogelijk te maken, zich persoonlijk op de hoogte te stellen van de toestand in Rusland, eventueel met het doel daarover te schrijven.” In een bestuursvergadering van 14 augustus ontstond hierover een brede discussie en De Vries legde uit dat het om een ‘internationaal schrijverscollectief’ gaat van revolutionaire auteurs, niet allemaal zuivere communisten. Hij verklaarde verder desgevraagd dat bijwoning weliswaar geen voordeel zou hebben voor de Sneekse leeszaal. Hierna bleek het bestuur verdeeld, maar dankzij de voorzitter werd in meerderheid met het verzoek ingestemd. Voor de secretaris was dat aanleiding te bedanken als bestuurslid omdat “hij niet wil meewerken aan het propagandistisch streven van de Sovjet regering.” Uiteindelijk is door De Vries afgezien van zijn reis naar Moskou. Aan de directrice had hij vooraf medegedeeld liever niet te zullen gaan wanneer geen beslissing met eenparigheid kon worden genomen. In 1934 ontving De Vries van Maxim Gorki een persoonlijke uitnodiging een congres van Sovjet schrijvers bij te wonen, maar omdat anders zijn functie in Sneek in het gedrang zou komen zag hij ook daarvan af. In eerder genoemd stamboek van de bibliotheek is de roman ‘Stiefmoeder aarde’ uit 1936 als het 29.008ste boek ingeschreven, bij de boekhandel aangeschaft voor ƒ 3.90. Publicatie hiervan gaf aanleiding tot de zoveelste botsing tussen Theun de Vries en het leeszaalbestuur en de schrijver nam, zoals hij later schreef, opgelucht afscheid van “het miserabel kleinestadsbestaan” om vervolgens in Amsterdam te worden van het communistische partijorgaan ‘De Tribune’. Eenmaal woonachtig in de hoofdstad zijn nog verscheidene schenkingen van Theun de Vries in het bibliotheekbezit opgenomen, allemaal met een duidelijk politieke signatuur, zoals ‘Lenin’ door J.W.Stalin, ‘Grondslagen van het tweede vijfjarenplan’, ‘Het communistisch manifest’(Karl Marx en Friedrich Engels). Het aanschafbeleid van Sneek kan men allesbehalve eenzijdigheid verwijten. Veel letterkunde en allerlei ontwikkelingsboeken waarop niets valt af te dingen. Ook ‘Mein Kampf’ van Adolf Hitler, naast stichtende werken van of over figuren als Tagore, Krishnamurti, Gandhi, Schweitzer, Buskes, Einstein en paus Pius XI. Boeken als ‘Doctor José droomt vergeefs’ (1933) en ‘Eroica’ (1934) zijn als ‘geschenk’[van de auteur en assistent bibliothecaris] genoteerd. In 1936 diende Theun de Vries zijn ontslag in. Het jaarverslag maakte hier melding van met de volgende woorden. “Na 7 jaar als assistent aan de Leeszaal verbonden te zijn geweest, vertrok de heer de Vries half januari naar Amsterdam. Als een vlug en voortvarend werker heeft hij veel voor de Leeszaal gedaan, terwijl van zijn uitgebreide boekenkennis menigeen heeft kunnen profiteren.” Een half jaar later stuurde hij nog een bedankbriefje aan het bestuur. Over Theun de Vries is in maart 2011 het eerste deel van een uitvoerige biografie verschenen van Jan van Galen: Theun de Vries – Een schrijversleven. 1907-1945. Uitgeverij Aspekt. Voorts kwam in 2010 een fraaie boekuitgave uit door Albert H.Pasma: 100 jaar bibliotheek Sneek, waarin uiteraard Theun de Vries ter sprake komt evenals o.a. het belangrijke bestuurswerk van dr. L.Hertzberger van 1910 tot 1922. In 1993 sprak ik de schrijver in de openbare bibliotheek van Heemstede toen Felix Rottenberg hem het eerste exemplaar overhandigde van een boek door de toentertijd in Heemstede woonachtige Ruud Vreeman: De factor arbeid: werkende mensen in de letteren. Theun de Vries sprak toen met veel nostalgie over zijn jaren als bibliothecaris in Sneek.

Toen Theun de Vries door 'Singel 262' (Querido/ABC) in 1954 werd gevraagd een beknopte autobiografie te schrijven beperkte hij zich voornamelijk tot zijn ontdekking van het marxisme. '(...) Ik was privésecretaris, kantoorbediende, werkte in een grote uitgeverij en een kleine boekhandel (waar ik hoofdzakelijk zeep en ansichten verkocht), was korte tijd reporter (mijn werk beperkte zich tot verslagen van dorpse gemeenteraadszittingen) en werd daarna opgeleid voor bibliotheekbeambte. Aan die laatste baan ben ik trouw gebleven tot mijn dertigste jaar, toen ik naar Amsterdam ben verhuisd, om er de journalistiek en literatuur te beoefenen. (...)'

Toen Theun de Vries door ‘Singel 262’ (Querido/ABC) in 1954 werd gevraagd een beknopte autobiografie te schrijven beperkte hij zich voornamelijk tot zijn ontdekking van het marxisme. ‘(…) Ik was privésecretaris, kantoorbediende, werkte in een grote uitgeverij en een kleine boekhandel (waar ik hoofdzakelijk zeep en ansichten verkocht), was korte tijd reporter (mijn werk beperkte zich tot verslagen van dorpse gemeenteraadszittingen) en werd daarna opgeleid voor bibliotheekbeambte. Aan die laatste baan ben ik trouw gebleven tot mijn dertigste jaar, toen ik naar Amsterdam ben verhuisd, om er de journalistiek en literatuur te beoefenen. (…)’

Theun de Vries in zijn werkkamer (1957)

Theun de Vries in zijn werkkamer (1957)

Theun de Vries voor zijn privébibliotheek (foto Jac de Nijs, 1963)

Theun de Vries voor zijn privébibliotheek (foto Jac de Nijs, 1963)

Een door oud-verzetstrijders gesigneerd opdrachtexemplaar uit 1957 van 'Het meisje met het rode haar' door Theun de Vries, tegenwoordig in bezit van Ewout Bulk

Een door oud-verzetstrijders gesigneerd opdrachtexemplaar uit 1957 van ‘Het meisje met het rode haar’ door Theun de Vries, tegenwoordig in bezit van Ewout Bulk

Kaart Theun de Vries uit het Nederlands Literatuur Kwartet

Kaart Theun de Vries uit het Nederlands Literatuur Kwartet

Theun de Vries in Schrijverskwartet; Nederlandse schrijvers in de 20e eeuw (Memoriael Bussum)

Theun de Vries in Schrijverskwartet; Nederlandse schrijvers in de 20e eeuw (Memoriael Bussum)

Foto van Theun de Vries in zijnhuisbibliotheek

Foto van Theun de Vries in zijnhuisbibliotheek

In het tijdschrift ‘De Boekenwereld’, 29, nr.6, 2013, p. 70-77 publiceerde Joop Hart een artikel over de (huis)bibliotheek van Theun de Vries.  Zijn boeken zijn door Hart beschreven in een database. Relevante gegevens van zijn bevindingen verwerkte hij tot een artikel.

ARNOLD WERUMEUS BUNING  (1846-1933)  letterkundige. In 1877 benoemd tor directeur van de modelkamer van Marine en bibliothecaris bij het departement van Marine te Den Haag. Tot 1883, in welke periode hij met zijn gezondheid tobde en zich vooral aan zijn letterkundig werk wijdde. BEREND WINEKE  (geboren 1935). Dichter en prozaschrijver. Was begin jaren 70 van de vorige eeuw directeur van de openbare bibliotheek Hilversum, in welke periode hij vanwege zijn drastisch saneringsbeleid in aanvaring kwam met de Hilversum woonachtige uitgever-publicist Martin Ros. JOHAN WINKLER (1840-1916). Letterkundige, maar feitelijk was hij taalwetenschapper, dat wil zeggen dialectoloog/folklorist en van huis uit geneesheer. Geboren te Leeuwarden woonde hij vanaf zijn 17e verjaardag in Haarlem waar hij aan de klinische school genees- en heelkunde studeerde. Onder meer van 1865-1875 beoefenaar van de Fries taal en geschiedenis en bestuurder-bibliothecaris van het Friesch Genootschap van Geschied-, Oudheid- en taalkunde.

Portret van Johan Winkler (1840-1916 (Wikipedia)

Portret van Johan Winkler (1840-1916 (Wikipedia)

Briefkaart vanuit Kampen verzonden op 16 september 1879 aan: dr.Johan Winkler, letterkundige te Haarlem

Briefkaart vanuit Kampen verzonden op 16 september 1879 aan: dr.Johan Winkler, letterkundige te Haarlem

KEES WINKLER  (1927-2004)  dichter. Hij studeerde medicijnen. Kort voor zijn artsexamen kwam hij in een schizoïde psychose terecht. Op voorspraak van zijn hoogleraar kreeg hij een functie als bibliothecaris op het Herseninstituut van Amsterdam en bleef daar in dienst tot zijn vut in 1987. Herinnerend aan zijn werk schreef hij aan het eind van zijn leven het volgende vers, opgenomen in: Verzamelde gedichten. Amsterdam, Thomas Rap, 1997: TOEKOMSTBEELD De vergrijsde bibliothecaris liet zijn blik weiden langs de planken en hij pakte er een boekje uit wat hij zelf geschreven had. Hoofdschuddend om zijn overmoed van vroeger herkende hij zichzelf als een vergeten dichter en hij wist dat dichters vergeten worden als hun werk niet best is. Maar om in de herfst van zijn leven te erkennen dat hij gefaald had dat was teveel voor de grijze man

en hij zette het boek weer terug’.

Kees Winkler

GERARD ZERBOLT VAN ZUTPHEN (1367-1398) schrijver van spirituele geschriften. Pleitte in zijn traktaat ‘Over Dietse boeken en gebeden in de volkstaal’ (1398) voor de Bijbel in de landstaal. Hij was lid van de Broeders van het Gemene Leven in het gevolg van Geert Groote en werkte na 1384 als bibliothecaris en kopiist in het Heer-Florenshuis van Floris Radewijns in Deventer. Overleed pas 31 jaar oud in Windesheim, vermoedelijk ten gevolge van een plotselinge pestaanval. In 1936 verscheen een uitvoerige publicatie van dr.J.van Rooij, O.Carm.: Gerard Zerbolt van Zutphen. Leven en geschriften. Niet direct als bibliothecaris werkzaam maar in de marge zijn de volgende letterkundigen te vermelden:

– FRANS COENEN (1866-1936) Was als directeur van Willet Holthuijsen in Amsterdam vanaf 1896 tevens conservator van de museumbibliotheek.

Frans Coenen (1866-1936)

Frans Coenen (1866-1936)

– FREDERIK VAN EEDEN (1860-1932) was initiatiefnemer van de kolonie Walden in Bussum (1898-1907) waar hij een voorloper van de bibliobus introduceerde. “Heel Bussum vond het gek. Men keek nieuwsgierig naar de dichter en zijn boeken- kar; een rijdende uitleenbibliotheek. Men kocht ‘socialistische groente’ uit Walden.”  [Querido’s letterkundige reisgids van Nederland, 1982. pagina 247].

Frederik van Eeden in zijn werkkamer op Walden in 1920 (foto Hans van Eeden)

– CONSTANTIJN HUYGENS (1596-1687) had als secretaris van o.a. prins-koning Willem III ook supervisie over de stadhouderlijke bibliotheek. Was op hoge leeftijd actief betrokken bij de rubriekenindeling van de catalogus der Oranje-Nassau-bibliotheek in 1686.

Constantijn Huygens (Met klerk) door Thomas de Keyser, 1627

Constantijn Huygens (Met klerk) door Thomas de Keyser, 1627

– FRED DE SWERT (1945-1977) Geboren In Rijmenam, Vlaanderen, en overleden in Nootdorp. Sinds 1971 werkzaam op het Katholiek Bibliotheek- en Lectuurcentrum (KBLC) en trad vervolgens in dienst van het Nederlands Bibliotheek en Lektuur Centrum (NBLC) als hoofdredacteur van de Lektuurinformatiedienst.

Fred de Swert

——————————————————————————————– Bibliotheekloopbaan van Annie M.G.Schmidt van 1934 tot 1946 ANNIE M.G.SCHMIDT behaalde het assistentsdiploma in Den Haag in 1934 en werd toen benoemd als assistente van de openbare leeszaal en bibliotheek in Vlaardingen. In 1936 is zij aangesteld als assistente aan de ‘Leeszalen voor jongens en meisjes’ der Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen te Amsterdam onder leiding van de vooruitstrevende, in de Verenigde Staten opgeleide, jeugdbibliothecaresse Louise M.Boerlage. De kinderbibliotheek was gevestigd op het adres Wijdesteeg 4. ‘Je dankte de Heer in de hemel dat je een baan had, die zelfs 80 gulden per maand opleverde’, zei ze een halve eeuw later in het literaire blad BZZLLetin. “Ik bleek het werk fijn te vinden en heb er ontzettend veel geleerd (…) In die leeszaal zijn mijn ideeën over kinderen en boeken gevormd door eindeloos observeren. Lezende kinderen zijn zo boeiend. De manier waarop ze ondanks de vreselijkste herrie totaal in hun boek verdiept zijn, zal mij altijd bijblijven. Ik hield van mijn vak.’ In de avonduren studeerde ze verder. Nadat zij hiervoor in 1935 vanwege plaatsgebrek was afgewezen schreef mej. Schmidt zich in april 1939 nogmaals gewoon in voor de cursus voor directeur van de leeszaal in Den Haag. Met dat doel schreef haar hoofd Louise Boerlage een wervende aanbeveling voor het Opleidingsfonds, dat armlastige studenten financieel  ondersteunde. ‘Mejuffrouw A.M.G.Schmidt heeft drie jaar als assistente in de Nutskinderleeszaal alhier gewerkt. Gedurende dezen tijd heeft zij blijk gegeven van een zeer goede aanpassing aan haar taak zoowel als aan haar omgeving. Ook heeft zij uitgesproken bekwaamheden en begaafdheden, die het m.i. zeer wenschelijk maken haar de gelegenheid te geven zich voor een werkkring te bekwamen, waarbij haar litteraire aanleg tot ontplooiïng zou kunnen komen. ‘ Dat kostte haar weinig moeite al had ze grote problemen met dr.H.Greve, die zich ergerde aan haar rookgedrag en bijna was de cursus was afgestuurd. Dat kon ze goedmaken door als straf een bibliografie over haardracht door de eeuwen heen te maken. In mei 1940 is haar het directeursdiploma uitgereikt en februari 1942 werd zij benoemd tot directrice der O.L.B. in Vlissingen. In de Amsterdamse periode was ze bevriend met jeugdbibliothecaresse Annie Moerkercken van der Meulen, die samen met haar de directeurscurus had gevolgd. Zij was ook na terugkeer in Amsterdam vanuit Vlissingen haar huisgenote totdat mw. Moerkercken naar Batavia ging om daar te helpen bij het opzetten van openbare bibliotheken. [In het januarinummer 1939 van ‘Bibliotheekleven’ is op pagina 32 ‘Een leeszaalgedicht’ van Annie M.G. Schmidt gepubliceerd, dat tevens in ‘Opwaartsche wegen’ is opgenomen. In ‘Bibliotheekleven’ 1947 is op pagina 77 een vers gepubliceerd over het voorlezen van kinderleeszaal boeken uit mei 1942].

Uit bovenstaand krabbeltje uit het archief van de Centrale Vereniging voor Openbare Bibliotheken blijkt dat de directeuren van de bibliotheekopleiding, de heren dr.P.C.Molhuysen en dr. H.E.Greve, niet erg tevreden waren over het gedrag van leerlinge Annie Schmidt. [Uit: Paul Schneiders, Lezen voor iedereen. 1990, pagina 232.]

Uit bovenstaand krabbeltje uit het archief van de Centrale Vereniging voor Openbare Bibliotheken blijkt dat de directeuren van de bibliotheekopleiding, de heren dr.P.C.Molhuysen en dr. H.E.Greve, niet erg tevreden waren over het gedrag van leerlinge Annie Schmidt. [Uit: Paul Schneiders, Lezen voor iedereen. 1990, pagina 232.]

annie M.G.Schmidt aan het werk in de kinderleeszaal van het Nut te Amsterdam. Vooromslag van publicatie: Annie M.G.Schmidt en de bibliotheek; door Marcel Raadgeep. 2012.

Annie M.G.Schmidt aan het werk in de kinderleeszaal van het Nut te Amsterdam. Vooromslag van publicatie: Annie M.G.Schmidt en de bibliotheek; door Marcel Raadgeep. 2012.

Ansichtkaart van de Nuts-leeszaal in Amsterdam ten tijde van Annie M.G.Schmidt

Ansichtkaart van de Nuts-leeszaal in Amsterdam ten tijde van Annie M.G.Schmidt

Vooraanzicht van de Nutskinderleeszaal aan de Wijdesteeg in Amsterdam

Vooraanzicht van de Nutskinderleeszaal aan de Wijdesteeg in Amsterdam. Hoofd was mej. Louise M. Boerlage. schrijfster van o.a. “Jeugdboeken lezen en schrijven’ en promotor van kinderbibliotheekwerk.

Assistenstdiploma Annie M.Schmidt (Koninklijke Bibliotheek Den haag)

Assistenstdiploma Annie M.Schmidt (Koninklijke Bibliotheek Den haag)

Diploma jeugdbibliothecaris uitgereikt aan mej. A.M.G.Schmidt, 5 juni 1942 en ondertekend door dr. P.C.Molhuysen (was directeur van de Koninklijke Bibliotheek) en dr.H.E.Greve (directeur van de openbare bibliotheek 's-Gravenhage)

Diploma jeugdbibliothecaris uitgereikt aan mej. A.M.G.Schmidt, 5 juni 1942 en ondertekend door dr. P.C.Molhuysen (was directeur van de Koninklijke Bibliotheek) en dr.H.E.Greve (directeur van de openbare bibliotheek ‘s-Gravenhage)

Sollicitatiebrief van Annie M.G.Schmidt. Gepubliceerd in: 'Liefs van Annie; de mooiste brieven van Annie m.G.Schmidt', ingeleid door Annejet van der Zijl (Amsterdam, Querido, 2011).

Sollicitatiebrief van Annie M.G.Schmidt. Gepubliceerd in: ‘Liefs van Annie; de mooiste brieven van Annie m.G.Schmidt’, ingeleid door Annejet van der Zijl (Amsterdam, Querido, 2011).

Vervolg sollicitatiebrief directrice bibliotheek Vlissingen. Annejet van der Zijl voegt hieraan toe: 'Voor zover bekend is dit de eerste keer dat Annie ondertekende met haar latere schrijversnaam.'

Vervolg sollicitatiebrief directrice bibliotheek Vlissingen. Annejet van der Zijl voegt hieraan toe: ‘Voor zover bekend is dit de eerste keer dat Annie ondertekende met haar latere schrijversnaam.’

‘Ik wilde weg uit de stad naar de provincie, waar je geen SS had. De leeszaal had ook steeds minder te bieden. Er kwam niets meer uit en wie werd uitgegeven was fout.’Zij werd aangesteld als directrice in Vlissingen. Later zei Annie M.G.Schmidt hierover in een radio-vraaggesprek, oktober 1977: ‘In de oorlog ben ik uit Amsterdam weggegaan toen de bibliotheken voor joden verboden werden. Ik ben toen naar de openbare leeszaal in Vlissingen vertrokken, waar die bepaling natuurlijk ook gold, maar waar geen joodse mensen woonden. Achteraf dacht ik, dat het een laffe houding van me was, want je zou natuurlijk voor alle officiële functies moeten bedanken. Maar in Vlissingen heb ik wel het bordje Verboden voor joden van de leeszaaldeur verwijderd.’  In Vlissingen kreeg ze overigens heimwee naar Amsterdam. ‘Ik hoop dat u gauw weer een in de pen wilt klimmen’, schreef ze in augustus 1944 aan mw. Boerlage. ‘Alle nieuws uit Amsterdam, hoe luttel dan ook, is me zoo verschrikkelijk welkom, want je zit hier wel achteraf, met nooit eens een leeszaalmensch om mee te spreken.

Annie M.G.Schmidt als bibliotheekdirectrice in Vlissingen

Openbare bibliotheek Vlissingen in de periode dat Annie M.G.Schmidt directeur was

Openbare bibliotheek Vlissingen in de periode dat Annie M.G.Schmidt directeur was

Later schreef zij: ‘Ik herinner mij de oorlog als een van de prettigste en rustigste periodes in m’n leven. (…) Ik zat veilig in mijn eigen Openbare Leeszaal en Bibliotheek die ik zorgvuldig behoedde tegen NSB-invloeden. Ik was zielstevreden omdat door de oorlog in één klap de hele cultuur ophield. Alles was in handen van de Kulturkammer en daarmee hield voor ons de cultuur op. Je hoefde geen nieuwe boeken aan te schaffen, geen tijdschriften of kranten te lezen, je hoefde niet naar toneel, concert of bioscoop, omdat dat allemaal even fout was. Dat gaf rust.’

Een leeszaalgedicht van Annie M.G.Schmidt, zoals gepubliceerd in Bibliotheekleven van 1949

Een leeszaalgedicht van Annie M.G.Schmidt, zoals gepubliceerd in Bibliotheekleven van 1939, overgenomen uit ‘Opwaartsche wegen’ van 1938.

Leeszaal-vers van Annie M.G.Schmidt op een prentbriefkaart

Leeszaal-vers van Annie M.G.Schmidt op een prentbriefkaart

Volgens Bibliotheekleven 1947 schreef Annie M.G.Schmidt in mei 1942 op een vel mooi blauw karton met witte letters het volgende vers ter promotie van hert voorlezen: ‘Kom luisteren, kom luisteren – want moeder leest ons voor – We zitten stil en reizen tòch – de hele wereld door – We trekken mee met Robinson – over de wijde zeeën – en zwerven door een wonderbos – met reuzen en met feeën. – We leven plots in vroeger tijd – met echte Batavieren – of sluipen door het woeste woud – op jacht naar wilde dieren. – Toch zitten we alleen maar thuis – bij moeders pappot hoor! – Maar moeder heeft een leeszaalboek – en lees ons daaruit voor. Direct na de Bevrijding solliciteerde Annie M.G.Schmidt bij de Openbare Leeszaal in Amsterdam, Keizersgracht 444-446. Ze werd aangenomen, maar kreeg tegelijkertijd via een oude leeszaalkennis die nu bij het bovengrondse Parool werkte, het verzoek of ze daar een documentatie-afdeling wilde opzetten. Daaraan gaf zij de voorkeur en op 1 februari 1946 aanvaardde Annie M.G.Schmidt een baan als documentaliste ofwel chef documentatie bij dagblad Het Parool in Amsterdam en vangt, gestimuleerd door o.a. Jeanne Roos, feitelijk haar schrijversloopbaan aan. Het Parool was aanvankelijk gevestigd in het Telegraafpand op de Nieuwezijds Voorburgwal en Schmidt woonde toen op het adres Herengracht 232, hoek Hartenstraat.

Annie M.G.Schmidt op de documentatieafdeling van Het Parool [Uit: Anna, door Annejet van der Zijl].

Annie M.G.Schmidt (rechtsonder) met bibliotheekcollega’s [Uit: ‘Anna’ van Annejet van der Zijl]. Jarenlang was zij bevriend met Annie Moerkercken van der Meulen, jeugdbibliothecaresse in Amsterdam.

Annie M.G.Schmidt aan Annie Moerkercken van der Meulen. Uit; Goede papieren, jrg. 2 nummer 1, 2007 van het Letterkundig Museum

Annie M.G.Schmidt aan Annie Moerkercken van der Meulen. Uit; Goede papieren, jrg. 2 nummer 1, 2007 van het Letterkundig Museum

Annie M.G.Schmidt met pen in de ene en haar bijna even onafscheidelijke sigaret in de andere hand

In het vakblad Bibliotheekleven schreef A.T. [= Annie Timmenga, destijds directrice van de openbare bibliotheek Deventer] over ‘De Leeszaal in de literatuur “Mejuffrouw Bits”: ‘Het stereotype van de Leeszaalassistente: knut, bril, oud, steriel, is weer eens onderstreept in de Nederlandse pers en dat nog wel door onze oud-collega Annie M.G.Schmidt (Foei Annie! Vanwaar die rancune?). In het Zaterdagavondbijblad van het parool zijn Annie M.G.Schmidt en Wim Bijmoer een strip ‘Hendrik haarklover’ gaan publiceren, waarin een leeszaalassistente optreedt (‘Mejuffrouw Bits’) die zowel wat haar naam als haar uiterlijk betreft volkomen aan het bekende caricaturale stereotype beantwoordt. Wim Bijmoer beeldde haar uit met: zwarte knut, bril, hoge boord, gestreepte blouse, lange rok, zwarte kousen en hoge laarsjes! ‘ In 1958 schreef Annie M.G.Schmidt de cabaretteksten voor het gouden jubileum van de Centrale Vereniging voor openbare bibliotheken (C.V.). Zelf herinner ik me nog levendig in 1969 tijdens een stageperiode bij de openbare bibliotheek Haarlemmermeer te hebben meegewerkt aan een voorlichtingsstand van de C.V. op een boekenmarkt in de RAI, georganiseerd door de CPNB. Annie M.G.Schmidt opende dat evenement. Vol hoop stonden we bij een rondgang van de schrijfster voor de bibliotheekstand, maar Annie liet deze straal voorbij, een enorme teleurstelling toen…

Annie M.G.Schmidt in de bloei van haar leven. Foto uit 1963

Annie M.G.Schmidt in de bloei van haar leven. Foto uit 1963

Bladwijzers met Annie M.G.Schmidt

Bladwijzers met Annie M.G.Schmidt

Promotiekaarten met Annie M.G.Schmidt

Promotiekaarten met Annie M.G.Schmidt

Schmidt

                                                      Postzegel met portret van Annie M.G.Schmidt, 2016

kwartet1

Vier kaarten met Annie M.G.Schmidt, Thea Beckman, Simon Carmiggelt en Godfried Bomans uit een in 2016 uitgeven ‘Literair Kwartet’ met illustraties van Iris Boter. [Kan besteld worden door overmaking van 9.94 euro, inclusief verzendkosten) op rekening NL09 RBRB 0965 2179 65 ten name van M.I.Boter te Kampen onder vermelding van verzendadres. Voor meer informatie zie http://www.irisboter.nl/literair-kwartet%5D.

In ‘Vierentwintig biografieën’, een uitgave van Singel 262, ABC/Querido, 1954 schreef Annie M.G.Schmidt in haar beknopte autobiografie o.a. ‘(…) O, de zaligheid om niet meer te hoeven. De verrukking, bevrijd te worden van die kwellende schrijfangst….Wacht ’s even, wat deed ik vroeger? Ik heb toch niet altijd geschreven… wat deed ik vroeger, toen ik nog niet schreef? Lezen. Ja maar niet alleen lezen. Toch nog iets anders ook? Ik werkte in een Openbare Leeszaal, juist. Ik las alle nieuwe boeken, ik catalogiseerde en classificeerde, (vrij slecht) en ik zei tegen mevrouw van Driel: Dit is iets voor u, een streekroman zonder overspel. Kan ik dat werk niet opnieuw beginnen? Misschien, heel misschien is er ergens nog een plaats voor een leeszaalassistente, ergens in een provinciestad, waar stille bomen staan aan een plein. Binnen de muren van zo’n leeszaal komen geen dreigende redacteuren, geen cabaret-directeuren, en ook geen uitgevers. Daar is het rustig, daar hoef ik nooit meer. Er zijn nog altijd streekromans zonder overspel en er zijn nog altijd lieve mevrouwen die daar behoefte aan hebben. En het werk is niet zo zwaar; er zijn middagen dat het er stil is, dan kan ik naar buiten kijken en in de herfst de vogels naar het zuiden zien vliegen, boven de bomen. Ik zou er de tijd vinden om wat te mijmeren; wellicht zou ik er zelfs de tijd vinden om…mijn hemel wát zeg ik…? Om te schrijven…een verhaal….een kort boekje….een versje nu en dan… ‘

Deventer

Foto van rijmprent; ‘Het Huis op de Brink’ door Annie M.G.Schmidt, in 1991 uitgegeven bij gelegenheid van het vijfenzeventig jarig bestaan van de Openbare Bibliotheek Deventer.

Rijmprent door Annie M.G.Schmidt uitgegeven bij de opening van het nieuwe gebouw der openbare leeszaal en bibliotheek van Decenter, Brink 70, op 1 oktober 1964. Heruitgave van 'Het Huis op de Brink'.

Rijmprent door Annie M.G.Schmidt uitgegeven bij de opening van het nieuwe gebouw der openbare leeszaal en bibliotheek van Decenter, Brink 70, op 1 oktober 1964. Heruitgave van ‘Het Huis op de Brink’.

Vervolg van rijmprent 'Het Huis op de Brink' door Annie M.G.Schmidt

Vervolg van rijmprent ‘Het Huis op de Brink’ door Annie M.G.Schmidt

Annie Schmidt, circa 1923. Promotiekaart Nijgh & Van Ditmar/ Chris van Houts, 2002

Annie Schmidt, circa 1923. Promotiekaart Nijgh & Van Ditmar/ Chris van Houts, 2002

Promotiekaart boek 'Anna' van Annejet van der Zijl (Uitg. Nijgh & Van Ditmar/Chris van Houts)

Promotiekaart boek ‘Anna’ van Annejet van der Zijl (Uitg. Nijgh & Van Ditmar/Chris van Houts)

Foto max Koot van Annie M/G.Schmidt met echtgenoot Dick van Duijn en zoon Flip (Promotiekaart Nigh & Vann Ditmar/Chris van Houts, 2002)

Foto max Koot van Annie M/G.Schmidt met echtgenoot Dick van Duijn en zoon Flip (Promotiekaart Nigh & Vann Ditmar/Chris van Houts, 2002)

Foto Chris van Houts. Annie M.G.Schmidt op latere leeftijd.

Foto Chris van Houts. Annie M.G.Schmidt op latere leeftijd.

Grafmonument Annie M.G.Schmidt (1911-1995) op begraafplaats Zorgvliet, Amstelveen

Grafmonument Annie M.G.Schmidt (1911-1995) op begraafplaats Zorgvliet, Amstelveen

Beeld van Annie M.G.Schmidt in haar geboorteplaats Kapelle, vervaardigd door Frank Roze

Beeld van Annie M.G.Schmidt in haar geboorteplaats Kapelle, vervaardigd door beeldend kunstenaar Frank Rosen

Voorzijde openingsprogramma tentoonstelling gewijd aan Annie M.G.Schmidt, 5 maart 2009 in Openbare Bibliotheek Amsterdam

Voorzijde openingsprogramma tentoonstelling gewijd aan Annie M.G.Schmidt, 5 maart 2009 in Openbare Bibliotheek Amsterdam

Annie M.G.Schmidt met familie in Stadsschouwburg Amsterdam, 21-12-2000 (Nancy de Winter)

Annie M.G.Schmidt met familie in Stadsschouwburg Amsterdam, 21-12-2000 (Nancy de Winter)

Archivarissen Van de letterkundigen en schrijvers die tevens als archivaris werkzaam zijn geweest kunnen, behalve de al genoemde W.J.A. de Witt Huberts, worden genoemd:  – Reinier Cornelis Bakhuizen van den Brink (1810-1865) Letterkundige, literatuurcriticus, historicus. O.a. (mede)oprichter van ‘De Gids’.  Was van 1854 tot 1865 algemeen Rijksarchivaris.

R.C. van den Bakhuizen van den Brink

– Johan Been (1859-1930). Schrijver van jeugdboeken. Archivaris van Brielle van 1927-1930

Fotoportret van Johan Been (zie site van Jenneke Groeneveld)

Fotoportret van Johan Been (zie site van Jenneke Groeneveld)

Het archiefgebouw in Brielle waar jeugdboekenschrijver van 1927 tot 1930 als archivaris werkzaam was (foto R.G.Meyer)

Het archiefgebouw in Brielle waar jeugdboekenschrijver Johan Been van 1927 tot 1930 als archivaris werkzaam was (foto R.G.Meyer)

Gedenkplaat van Joh. H. Been in Brielle, vervaardigd door M.I.Middelhoek

– Gerben Colmjon (1828-1884) Fries schrijver en dichter. Vanaf 1868 provinciaal en sinds 1877 rijksarchivaris in Friesland met goedkeuring om het ambt van provinciaal bibliothecaris in Leeuwarden te blijven vervullen.

Twee hoofdfiguren van de Friese Beweging: links: Jacobus van Loon en rechts: Gerben Colmjon [foto DBNL]

– [Johan Hendrik van Dale (1828-1872) Lexicograaf, van 1855-1872 gemeentearchivaris in Sluis.]

Beeld van J.H.van Dale in Sluis door Pieter Puijpe

Belgische postzegel  uit 2005 gewijd aan J.H.van Dale

– Guillaume Désiré Lambert Franquinet  (1826-1900) Limburgs (Maastrichts) dichter en toneelschrijver. Was vanaf 1850 gemeentelijk en sinds 1866 provinciaal archivaris (tot 1881) in Maastricht. – Guillaume Groen van Prinsterer  (1801-1876) publicist en politicus. Van 1836 tot 1873 eerste directeur van het Koninklijk Huisarchief in Den Haag.

G.Groen van Prinsterer

Herdenkingspostzegel voor G.Groen van Prinsterer uit 1976.

Herdenkingspostzegel voor G.Groen van Prinsterer uit 1976.

– Jan van Hout (1542-1609) Politicus en Renaissancedichter. Behalve secretaris ook stadsarchivaris in Leiden.  

Jan van Hout

Postzegel uit 1950 ter ere van Jan van Hout

– Cornelis Elisa van Koetsveld (1807-1893) Predikant en letterkundige, was o.a. oprichter en archivaris van de Haagde Idiotenschool. – Aart van der Leeuw (1876-1931) Letterkundige. Was na 1902 korte tijd werkzaam als volontair bij het gemeentearchief van Delft.

Aart van der Leeuw

– P.A.S. van Limburg Brouwer (1829-1873) Romanschrijver. Vanaf 1856 als wetenschappelijk ambtenaar werkzaam bij het Rijksarchief in Den Haag.

P.A.S. van Limburg Brouwer. Portret uit 1848 door A.Arnz & Co./J.P.Berghaus

– Eddy du Perron (1899-1940) Letterkundige. Had in 1938 een half jaar als ‘daggelder’ een functie in het Landsarchief, Batavia, Nederlands-Indië. – Simon Vinkenoog (1829-2009) Letterkundige. Van 1954-1958 archivaris bij UNESCO-hoofdkantoor in Parijs

Onthulling van borstbeeld Simon Vinkenoog door weduwe Edith Ringnalda op 18 juli 2011 in de Openbare Bibliotheek Amsterdam (OBA). Links directeur Hans van Velzen, die 18-6-2005 in Vrij Nederland de eretitel “Mister Bibliotheek” kreeg van Jeroen Vullings [Informatie van Frank van der Voordt].

Simon Vinkenoog beschikte zelf over een uitgebreid archief annex bibliotheek waarvan een deel was opgeslagen in de gewelven van de Vondelkerk

– Hendrik de Vries (1896-1989) Dichter en schilder. Van 1918 tot 1947 als ambtenaar in dienst van het gemeentearchief Groningen. Werd eind jaren dertig bovendien archivaris van kunstenaarsgroep De Ploeg.

Beeld van Hendrik de Vries op het Martinikerkhof in Groningen

Hans Krol (Heemstede)

P.S. Zie ook: hetvergetenboek, een blog van René v.d.Have, Overijsselse Bibliotheek Dienst. Inclusief de aldaar beschreven personen zijn bovenvermelde personen werkzaam geweest in de volgende typen bibliotheken: openbare bibliotheken 16; kasteel- hof- en privébibliotheken 8; universiteitsbibliotheken 8; overige wetenschappelijke en vakbibliotheken 5; stadsbibliotheken 3; Koninklijke Bibliotheek 3; Kon. Ned. Academie van Wetenschappen 3; gevangenis- en inrichtingsbibliotheken 3; volks- en leesbibliotheken 2; gemeentebibliotheken 1; provinciale bibliotheken 1, ministeriebibliotheken 1; kloosterbibliotheken 1.

Johan van der Does de Jonge (1571-1598), bibliothecaris Academie Leiden. Geschilderd portret van W.J.Swanenburgh, 1732, kopie naar Arnoud van Halen (RIjksmuseum Amsterdam)

Johan van der Does de Jonge (1571-1598), bibliothecaris Academie Leiden. Geschilderd portret van W.J.Swanenburgh, 1732, kopie naar Arnoud van Halen (RIjksmuseum Amsterdam)

Tentoonstellingsbord van ‘bekende bibliothecarissen’ tijdens 90 jaar openbare bibliotheek Oss in 2011