Tags

“Aan de Boutenskade heb ik heel mijn jeugd doorgebracht en een heerlijke tijd gehad” (Job Cohen)

Presentatie in 2003 van boek over 50 jaar kunst & cultuur in Heemstede door burgemeester mevrouw T.van der Stroom aan J.Cohen, burgemeester van Amsterdam (foto Henk Vijn)

HEEMSTEEDSE HERINNERINGEN AAN DE FAMILIE COHEN-KOSTER

Op 12 maart stelde mr. Job Cohen, sinds 2001 tot die datum burgemeester van Amsterdam, zich tijdens een rechtstreeks via radio en televisie uitgezonden persconferentie tot kandidaat als lijsttrekker van de Partij van de Arbeid als opvolger van Wouter Bos. Zijn tweede uitgesproken zin was: “Mijn ouders behoorden tot de allereerste leden, mijn moeder is lid geweest van de gemeenteraad van Heemstede”. Later die avond verklaarde hij in het programma ‘Pauw en Witteman’ dat die laatste vermelding als een persoonlijke hommage aan zijn moeder was bedoeld. Op verzoek van de heer Luuk van der Ouw, directeur van ‘de Heemsteder’ volgt onderstaand een bijdrage over de 17 ‘Heemsteedse’ (jeugd)jaren van  mr. Job Cohen evenals van zijn ouders die van die van 1949 tot 1970 ruim 20 jaar in Heemstede woonachtig waren op het adres P.C.Boutenskade 3.

Vader A.E.Cohen

Adolf Emile (Dolf) Cohen is op 4 december 1913 in Rotterdam geboren als zoon van apotheker Hendrik Cohen en Flora Polak. Zijn beide joodse ouders zijn omgekomen in het concentratiekamp Bergen Belsen op respectievelijk 11 januari en 4 maart 1945. Ook de lange tijd in de Herman Heijermanslaan wonende dr. Jaap Meijer, echtgenote en zoontje Ischa zijn in dat kamp geïnterneerd geweest, maar overleefden de Tweede Wereldoorlog. Dolf bezocht het Erasmiaans Gymnasium en studeerde vervolgens geschiedenis aan de universiteit van Leiden. Op 18 augustus 1941 verdedigde hij het proefschrift ‘De visie op Troje van de Westerse middeleeuwse geschiedschrijvers tot 1160’ als laatste promotus bij de befaamde hoogleraar Johan Huizinga. De oorlog was intussen uitgebroken. Hij kreeg een aanstelling aan het door de bezetters in het leven geroepen Joods Lyceum in Haarlem om Nederlands en geschiedenis als lesvakken te geven. Op dezelfde school gaf Hetty Cosman-Koster geschiedenisles. De bezetters maakten het in het voorjaar van 1942 moeilijk in Haarlem onderdak te vinden en de moeder van Hetty was zo welwillend hem in huis te nemen. De liefde groeide en op 21 juni verloofde men zich, toen nog wonende op het adres Bosch en Vaartstraat 26. Het doek voor de joden in Haarlem, Heemstede en Bloemendaal viel definitief in februari 1943 toen de ‘Beauftragte für die Provinz Nordholland’ verordonneerde dat zij voor 15 februari de gemeenten moesten verlaten om zich in Amsterdam te melden. Het eerste schooljaar 1941-1942 hebben beide toekomstige echtelieden als docent nog afgemaakt, maar al op de dag dat het tweede schooljaar zou beginnen was de deportatie van joden in Haarlem en omgeving begonnen. Dolf Cohen en Hetty Koster doken onder, eerst één week gezamenlijk, daarna afzonderlijk. Eerstgenoemde verbleef sindsdien op één adres bij de heer Willem Fuhri Snethlage aan de Vijverlaan in het Haarlemmerhoutpark. Hij kon in die tijd op een zolderkamer veel lezen en studeren. Zijn verloofde, die samen met haar moeder veilig onderdak zocht, veranderde echter in totaal dertien keer van onderduikadres. Zoals te doen gebruikelijk voor alle joodse medeburgers – ondergedoken dan wel naar Amsterdam en uiteindelijk via Westerbork naar de nazi-vernietigingskampen gezonden – werd op de kaart in het bevolkingsregister (bij A.E.Cohen op 21 december 1942) genoteerd: VOW. Dat betekende zoveel als: ‘Vertrokken Onbekend Waarheen’.

Kort na de Bevrijding op 14 juni 1945 is het paar in kleine kring in Haarlem getrouwd en vond men huisvesting in de Johan de Wittlaan 2 in Haarlem op de grens van Heemstede. In dat huis zijn twee zonen geboren: Hendrik Floris op 1 juli 1946 en ruim 1 jaar later Marius Job op 18 oktober 1947.

De Boutenskade met aan het eind te beginnen met witte villa de Alberdingk Thijmlaan. In het tweede huis op deze ansichtkaart woonde de familie Cohen aan de Leidsevaart en tegenover het treinstation Heemstede-Aerdenhout.

Boutenskade

                                               Vooroorlogse prentbriefkaartv an de Boutenskade in Heemstede

Een eerste eigen, riant en vrijstaand, huis vond het jonge gezin in 1949 aan de Heemsteedse P.C.Boutenskade met uitzicht op de Leidsevaart en tegenover het station Heemstede-Aerdenhout. Seculier joods gaf hij bij zijn inschrijving voor de burgerlijke stand in het raadhuis onder kerkelijke gezindte op: geen. Als een toespeling op de doorstane omzwervingen liet het echtpaar een steen in de gevel aanbrengen met de naam ‘Ithaka’. Deze gedenksteen is daar nog altijd aanwezig.

Vader en moeder Cohen met hun zonen Floris en Job

Vader en moeder Cohen met hun zonen Floris en Job

Dr. A.E. Cohen vond weinig voldoening in een leraarsbaan aan de kweekschool, maar werd op voorspraak van zijn studievriend dr. Loe de Jong op 1 december 1945 benoemd tot medewerker, al spoedig ook adjunct-directeur van het pas opgerichte Rijksinstituut voor oorlogsdocumentatie. Dat gaf hem ook gelegenheid archiefmateriaal op te halen, dagboeken te ordenen en bronnenonderzoek te doen. In 1947 onder meer naar het Duitse bestuur van ons land in een opgericht documentatiecentrum te Berlijn. Verder greep hij de gelegenheid aan dr. Friedrich Wimmer, de rechterhand van Seyss-Inquart in bezet Nederland uitvoerig te interviewen.

cohen1

In 1953 adopteerde Heemstede de door een watersnoodramp gedupeerde gemeente Puttershoek en trad de familie Cohen als gastfamilie op voor een zomervakantie van een getroffen kind.

 

In 1960 is de heer A.E.Cohen benoemd tot hoogleraar middeleeuwse geschiedenis aan de Rijksuniversiteit te Leiden. Op 20 juni 1963 gaf hij in het Minervatheater in Heemstede voor leden van de Vereniging Oud Heemstede-Bennebroek en andere belangstellenden een lezing over het onderwerp ‘Hoeken, Kabeljauwen en het Slot te Heemstede’. Van 1972 tot 1976 was de heer Cohen tevens rector magnificus van de Leidse Universiteit. In zekere zin ook een kamergeleerde stond zijn werkkamer in Heemstede en daarna in Oegstgeest vol met boeken, niet enkel in kasten maar ook op bureau en tafels opgestapeld. Gedurende veertien jaar reisde hij dagelijks met de trein van Heemstede naar Amsterdam. Zoals gezegd woonde dr. Jaap Meijer in Heemstede om de hoek van dr. Dolf Cohen. Veelvuldig liep eerstgenoemde naar het station, o.a. om een krant te halen. Zoon Job Cohen vertelde naar aanleiding daarvan de volgende anekdote bij de presentatie van het eerste deel van een biografie gewijd aan Jaap en Ischa Meijer in 2008: “De beide mannen woonden zo dicht bij elkaar – Jaap Meijer was ook historicus – dat zij elkaar in de gaten konden houden. Ze konden zien of er bij de ander licht in de studeerkamer brandde. Op die manier hielden ze bij wie er het hardst werkte. Maar soms werd er vals gespeeld en liet mijn vader het licht boven branden terwijl hij zelf gezellig beneden zat”.

In 1970 verhuisde het echtpaar, dichter bij Leiden, naar de Van Brouchovenlaan4 in Oegstgeest. In een bungalow met grote glazen ramen die naar ontwerp van Jan Piet Kloos was gebouwd. Bij gelegenheid van zijn 90ste verjaardag is in de Universiteitsbibliotheek een tentoonstelling georganiseerd. De heer A.E.Cohen overleed op 26 juni2004 inOegstgeest en de crematieplechtigheid heeft vier dagen later plaatsgehad.

Moeder Hetty Cohen-Koster

Groepsfoto na installatie van de gemeenteraad van Heemstede in september 1962. Met liefst 5 juristen en nog eens 6 academici, ver boven het alndelijk gemiddelde. Op de voorste rij tweede van rechts mevrouw drs. H.Cohen-Koster. Verder zien we op de bovenste rij van links naar rechts: ir.D.J.Enschedé, ir.J.Kooijmans, M.Scheer, mr.E.Minderop, mr.K.Pliester, P.Zegwaard, mr.J.Rutgers, N.van der Linden en ir.C.Frets. Middelste rij: ing.van den Hulst, J.Corver, mr.drs.E.Vriesendotp-de Clercq, Th.Verhoeven, C.Brandsma en G.Willemse. Voorste rij: J.Heupers, mw.H.v.d.Meulen-Houwer, mr.O.van Wijk, Th.Bekker, burgemeester mr.A.ridder van Rappard, secretaris A.van Wingerde, mw.drs.H.Cohen-Coster en H.J.Verkouw.

Henriëtte (Hetty) Koster is op 5 oktober 1913 geboren in Leeuwarden uit joodse ouders. Haar vader, die militair apotheker was, heeft zich na omzwervingen omstreeks 1930 als apotheker in de Spaarnestad gevestigd. Hij is in 1940 aan een acute blindedarmontsteking overleden. De moeder van Hetty overleefde de oorlog. Na het gymnasium in Haarlem studeerde zij geschiedenis in Amsterdam, waar ze o.a. Jaap Meijer tegenkwam. Al in 1936 zou Hetty Coster haar toekomstige man ontmoeten, met wie ze vanaf 1945 meer dan een halve eeuw samen zou leven in Haarlem, Heemstede en sinds1970 inOegstgeest. Dolf Cohen sprak zij namelijk tijdens een door Loe de Jong georganiseerde conferentie voor geschiedenisstudenten in Leiden. Het bezoek aan een Leids studentenbal volgde, maar de vonk sloeg toen, althans bij haar, niet over. Dat gebeurde wèl ten opzichte van de classicus dr. Nol Cosman met wie zij in 1939 huwde, maar die zich bij het uitbreken van de oorlog het leven benam. Korte tijd gaf zij les aan het Joods Lyceum in Haarlem in de Wilheminastraat, door de Duitsers omgedoopt tot Schouwburgstraat. Daar werd de eerdere kennismaking met Dolf Cohen hervat en vond in 1942 de verloving plaats. Na een periode van steeds weer verhuizen met uiteindelijk dertien onderduikadressen kwam de bevrijding als een verlossing en is het paar ruim een maand later gehuwd, om elkaar tot de dood niet meer te verlaten.

Verhuizing naar Heemstede

Alle meegemaakte verschrikkingen ten spijt volgden nu meer gelukkige jaren, vooral na de geboorte van hun twee zonen Floris en Job in 1946 en 1947. Die zijn allebei thuis geboren in een periode dat de familie enkele bovenkamers huurde bij de familie Van Brakel, Johan de Wittlaan2 inHaarlem op de grens van Heemstede. Na 1931 zijn de percelen van de vroegere buitenplaats Oud-Berkenroede bebouwd als een voorzetting van de Letterkundigenwijk. In 1890 had de bloembollenkwekerij J.H.Kersten & Co de hofstede met ruim16 hectaregrond aangekocht uit de nalatenschap van de familie Crommelin. Naar een aanvankelijk ontwerp van landschapsarchitect Leonard A. Springer is in het midden het Frederik van Eedenplein aangelegd en daar omheen een vijftal lanen vernoemd naar de schrijvers Herman Heijermans, P.C.Boutens, Alberdingk Thijm, Jacques Perk en Willem Kloos. Job Cohen zou over zijn Heemsteedse periode later zeggen: “Toen ik ongeveer twee jaar was [in 1949], zijn we naar de P.C.Boutenskade 3 in Heemstede verhuisd. Daar heb ik mijn jeugd doorgebracht en een heerlijke tijd gehad. We hadden een prachtig huis uit de jaren dertig met een trompettertje op het dak dat liet zien hoe de wind stond. We woonden recht tegenover het station dat ik nog gebouwd heb zien worden. In onze straat woonden advocaten, de directeur van de Chocoladefabriek in de Zaan, een tandarts, allemaal nette mensen. Mijn beste vriendjes woonden om de hoek. Na het eten riep ik altijd: ‘Ik ga naar de straat’.”  De 1 jaar oudere broer Floris, die hoogleraar wetenschapsgeschiedenis is geworden, maakte me bijna 58 jaar na dato deelgenoot van een “bescheiden jeugdtrauma”: “Ik heb op mijn vijfde leren lezen, maar toen mijn moeder en ik naar de jeugdbibliotheek in ‘de Meerlhorst‘ aan de Van Merlenlaan togen mocht ik geen lid worden tot de dag dat ik zes zou worden. In Haarlem daarentegen mocht dat wel. Dus meldden mijn grootmoeder, die in de Bosch en Vaartstraat woonde, en ik mij gretig aan bij de stadsbibliotheek maar, U ziet het met de geest van de jaren ’50 in het achterhoofd al aankomen, daarvan mochten uitsluitend Haarlemse lezertjes lid worden. Enfin, later is het allemaal nog goed gekomen.”

10 jaar PvdA-raadslid in Heemstede

Een gemeenteraadsvergadering in Heemstede, 1962. Links achter de collegetafel van links naar rechts: wethouder Bekker, wethouder Van Wijk, burgemeester ridder van Rappard, wethouder Corver en wethouder mevrouw Van der Meulen-Houwer. Achter de burgemeester de chef van de afdeling Financiën P.M. van Drooge. Aan de voorste tafel achter zitten de P.v.d.A.-raadsleden H.J. Verkouw en mevrouw drs. H.Cohen-Coster

Mevrouw drs. H.Cohen-Koster heeft na een korte periode als lerares geschiedenis geen betaalde baan gehad, maar heeft wel veel vrijwilligerswerk gedaan. Als historica publiceerde zij in 1969 een uitvoerig artikel over ‘De afschaffing van de gilden in Haarlem’, in Jaarboek Haerlem. Voorts wijdde zij in hetzelfde jaarboek 1962 een necrologie aan haar vroegere Haarlemse geschiedenisleraar dr. J.S. Bartstra, die evenals zijzelf in Friesland was geboren, en die de vader was van Jan Bartstra, de man die voor haar en haar verloofde de onderduik had geregeld en de hele oorlog door het onderlinge briefverkeer verzorgde, Van 24 september 1959 tot 25 september 1969 maakte zij namens de PvdA deel uit van de Heemsteedse gemeenteraad. Tussentijds volgde zij ir. D.Tinbergen op die vanwege persoonlijke omstandigheden zijn zetel had moeten opgeven. Nadat burgemeester mr. A.G.A. ridder van Rappard haar als beëdigd lid had toegelaten zei die als voorzitter van de raad: “U bent voor velen onzer geen onbekende, want vele malen hebben wij reeds een beroep op U gedaan wanneer het ging om het gemeentebelang te dienen en dan was u altijd bereid om zitting te nemen in een of ander comité. (…) Wij zijn blij te weten dat het nieuwe raadslid haar beste krachten zal wijden aan het belang van onze mooie gemeente”.  In de jaren daarop zou zij menigmaal een aanvaring hebben met deze rechtlijnige burgemeester, die wanneer hij eenmaal een standpunt had ingenomen daarvan niet meer af te brengen was. Weliswaar wat rustiger dan zijn destijds vaak in de publiciteit staande broer als burgemeester in Gorinchem, maar die toch verscheidene malen, voornamelijk vanwege opgelegde verboden, de landelijke pers wist te halen en daarmee Heemstede op de kaart zette. Collega-raadsleden voor de PvdA waren in deze tienjarige periode de heren C. Brandsma en H.J.Verkouw (later van 1970-1974 wethouder). Voorts mevrouw H.van der Meulen-Houwer, sinds 1956 het eerste vrouwelijke gemeenteraadslid, die van 1962 tot 1970 wethouder is geweest. Raadslid is deze periode was o.a. ir. J.Kooijmans (AR/CDA), wiens in 1933 te Heemstede geboren zoon Pieter Kooijmans zich ontwikkelde als een eminent volkenrechtgeleerde en in het kabinet-Lubbers III minister van Buitenlandse Zaken was. Op 13 juli 2007 werd hij benoemd tot Minister van Staat. Ing. Martin van der Hulst, welke gedurende 26 jaar gemeenteraadslid was voor het CDA, bewaart goede herinneringen aan mevrouw Cohen-Koster die hij omschrijft als een voortreffelijk raadslid en bijdehante vrouw.  In de raadsvergadering van 17 december 1959 pleitte zij hartstochtelijk en met goede argumenten omkleed voor handhaving van de schoolmelkverstrekking die korte tijd daarvoor was stopgezet. In 1961 bracht de Haarlemse GGD een rapport uit over ongewenste toestanden in het particuliere rusthuis ‘Huize Helena’ in Heemstede. Mevrouw H.Cohen-Koster dook in de materie en stelde vragen of van een onaanvaardbare behandeling van geestelijk gestoorde bejaarden sprake was. Uiteindelijk zijn maatregelen voor verbetering getroffen.

In 1966 verbood burgemeester Van Rappard het optreden van Sieto Hoving met zijn cabaret Tingel Tangel in het Minervatheater. Doorgang zou alleen hebben mogen plaatsvinden wanneer de cabaretier niets over het koninklijk huis zou zeggen. Met die voorwaarde ging Hoving niet akkoord en een rel was geboren. Mevrouw H.Cohen had scherpe kritiek en eindigde haar toespraak met: “Tengels af van de democratie en de vrije meningsuiting” . Duidelijke woorden die nog lang in lokaal- bestuurlijke kring hebben nageklonken. Eind van dat jaar zijn over de kwestie Kamervragen gesteld en gaf toenmalig minister P.J.Verdam als zijn mening dat de burgemeester een te ruime interpretatie van artikel 221 van de gemeentewet had gegeven. In datzelfde jaar had het gemeentebestuur het besluit genomen een kunstwerk te plaatsen, bedoeld voor bij het nieuwe politiebureau. De opdracht werd verleend aan de Zandvoorter Kees Verkade, die ook enige tijd aan de Heemsteedse Vondelkade woonde. Het werd ‘twee bokspringende jongens’, een in brons uitgevoerd beeld. De burgemeester was niet te spreken over de artistieke kwaliteiten van het beeld en bij weigerde dan ook het kunstobject te onthullen met als motivering: “Dit vind ik te onbelangrijk. Ik span mij niet voor zo’n zaak waarbij het toch om reclame voor de beeldhouwer gaat.”. Als ‘practical joke’ was het beeld door onbekenden uit de loods van openbare werken ontvreemd en in de tuin van burgemeester Van Rappard aan de Molenlaan geplaatst. Op 30 augustus 1967 hield daarom wethouder J.C.Corver een korte toespraak en is de sculptuur niet bij het politiebureau maar in het plantsoen van het Julianaplein onthuld “door het socialistische raadslid mevrouw Cohen-Koster”, zoals o.a. de Nieuwe Leidsche Courant berichtte.

Afscheid van gemeenteraad èn Heemstede

Met het oog op haar verhuizing naar Oegstgeest is tijdens de raadsvergadering van 28 augustus 1969 officieel afscheid genomen. De voorzitter ridder Van Rappard memoreerde dat zij precies 10 jaar met hart en ziel raadslid was.  Hij sprak daarbij de volgende woorden: “Mevrouw Cohen u hebt in de raad altijd een bijzondere positie ingenomen. U hebt door uw sociale bewogenheid vele dingen geëntameerd en gesteund. U kwam ook altijd op voor de kleine man, of zijn vrouw. Ook bent u een technica op verkeersgebied geweest én een heel moeilijk raadslid! Men moet als raadslid echter moeilijk zijn wil men een goed raadslid zijn. Als zodanig hebben wij vele malen de degens gekruist. Als u weg bent zal er toch wel een lege plaats vallen.”  Over een passend cadeau was lang nagedacht. In die tijd was het de gewoonte dat een vertrekkend gemeenteraadslid een zilveren sigarettendoos ontving, maar dat vond men toen voor een vrouw minder geschikt. Indachtig ir. Goudappel die in de jaren zestig een gerenommeerd verkeersdeskundige was is een gouden appel overwogen, maar dat werd te duur. Uiteindelijk werd gekozen voor een tekening van het Oude Slot, mede omdat zij met de heer Verkouw had gestreden voor de restauratie van het 17e eeuwse bouwhuis. Als nestor van de raad sprak vervolgens de heer M.D.Scheer van de VVD. Ook hij betoonde zijn erkentelijkheid en dankbaarheid in een gemeente waar de politieke woelingen niet groot zijn. “U hebt nooit een blad voor de mond genomen, U hebt zelfs de raadsleden wel eens geprikkeld doordat u voet bij stuk hield en to the point bleef, maar het gebeurde altijd op een wijze die een prettige weerspraak uitlokte.” In haar dankwoord begon mevrouw Cohen te zeggen dat toen zij in 1959 als raadslid aantrad door iemand die al lang in Heemstede woonde was gezegd: “Ze zal het wel leren, maar ze is veel te lief.” Die woorden had zij zich bijzonder hard aangetrokken. “Ik heb het als een uitdaging gevoeld, want ik geloof dat als iemand in het politieke bedrijf wil slagen hij dat beslist niet moet zijn. Mijn streven is dan ook geweest om dat niet te zijn.” Ze vertelde er verbaasd over te zijn geweest dat aan een zaak vaak zoveel kanten kunnen zitten dat ieder het weer anders ziet. Zij prees de aangename sfeer die zo treffend is voor de Heemsteedse gemeenteraad en had nooit iets van discriminatie ten opzichte van de vrouw gemerkt. “Ik geloof dat zelfs de meest zwakke vrouwelijke uitingen hier vanzelf worden begrepen. Als voorbeeld wil ik noemen dat de voorzitter mij een technicus in de verkeerscommissie heeft genoemd. Dat is iets wat ik nooit heb gezocht want mijn hele gezin had altijd schik dat juist ik in de verkeerscommissie zat omdat ik nooit weet wat oost, west, noord of zuid is. Ik moet zeggen dat dit in de verkeerscommissie vanzelfsprekend werd opgevangen. Dan zei men ‘nou ja uit Bennebroek of uit Haarlem’ en dan snapte ik wel waar het vandaan kwam.”

In 1970 werd verhuisd naar Oegstgeest. De reden voor de verhuizing was de benoeming van haar echtgenoot tot hoogleraar in Leiden. Die vond plaats in 1960, toen de beide zonen op het Haarlems gymnasium zaten. Allebei wilden zij graag op die school blijven, dus hun vader die tot dan toe per trein op Amsterdam forensde, zette hij dat voort op Leiden. Toen A.E.Cohen in 1968 decaan van de faculteit Letteren werd, kreeg hij van dat forenzen echt genoeg, hij had toenemend avondvergaderingen, en mede omdat Floris en Job intussen het huis uit waren, is toen vlot de knoop doorgehakt en liet het echtpaar nabij Leiden een huis bouwen. Op 19 mei 1970 is het echtpaar Cohen-Koster in het bevolkingsregister van Heemstede uitgeschreven. Ook in Oegstgeest en Leiden is mevrouw Cohen-Koster op maatschappelijk terrein actief geweest. Zo werd zij in 1986 eerste voorzitter van een plaatselijke Humanitas-afdeling, na eerder afgevaardigde in Leiden te zijn geweest. Verder was zij betrokken bij de stichting Leidse Vrouwenraad. Zij overleed op 8 maart 1996 te Leiden en is drie dagen later gecremeerd.

Floris en Job Cohen: de Crayenesterschool 

In 1938 is na de al bestaande Voorweg- , Bronstee- en Dreefschool de Crayenesterschool geopend als vierde openbare school in Heemstede. Als hoofd van de school werd de heer S.H.Boot benoemd. In 1946 is in elk van de drie nieuwe openbare scholen tevens een kleuterklas ingericht en drie jaar later heeft de gemeente op het terrein van de Crayenesterschool een openbare kleuterschool gebouwd. Beide kinderen van de familie Cohen bezochten eerst de kleuterschool, vervolgens de lagere school aan de Crayenestersingel. Toen Floris al op de lagere school zat en Jobje nog in de kleuterklas overleed in 1954 de heer Boot. Op die dag kregen de leerlingen instructie stilzwijgend klas te verlaten, maar dat verzoek was hem kennelijk ontgaan. Onderwijzer C.A.Tiemeijer van de Bronsteeschool is toen de nieuwe hoofdmeester geworden, waarmee de ouders te maken kregen. Een schoolvriend, eveneens later op het gymnasium, was Pieter Elte, met wie hij tennis speelde en die in Amsterdam ging studeren om internist te worden. Zes jaar lang zat Job Cohen bij de latere televisiepresentator Hans van der Togt, wiens vader kapper was, in de klas op de Crayenesterschool. In het huis aan de Boutenskade had Job een bovenkamer met zicht op het station. Aan de keukentafel heeft men veel over politiek en geschiedenis gepraat. Beide ouders waren geen orthodoxe socialisten, maar eerder vrijzinnig sociaal-democraten. De twee zonen zaten regelmatig op de publieke tribune – soms als enige belangstellenden – van het Heemsteedse raadhuis [nu trouwzaal] om hun moeder te horen.  Als 12-jarige provoceerde Job Cohen een keer door met een vuurrode trui op de publieke tribune te gaan zitten. Op de ‘Dag van het Taaie Ongerief’ over de bittere armoede ten tijde van Theo Thijssen vertelde burgemeester Cohen als kind die armoede gelukkig niet gekend te hebben, al was er het gevaar afdankertjes van zijn oudere broer te moeten dragen. “(…) Ten slotte had ik een moeder die met zorg en smaak kleding voor mij uitzocht; wij gingen eens per jaar, met de trein vanuit Heemstede, naar De Bijenkorf en verder frequenteerden wij De Kleine Lord, een meer dan keurige kledingzaak op de Binnenweg in Heemstede.”   Goede herinneringen zijn er bij Job Cohen aan de vroegere boekhandel Willa Reinke in de Gierstraat. “Willa Reinke wist precies wat leuk voor je was, ze had werkelijk álles gelezen.” Beide leerlingen bezochten het gymnasium in Haarlem, Job van 1960 tot 1966, waarna hij er ver van huis voor koos Nederlands recht aan de Universiteit van Groningen te gaan studeren.  In tegenstelling tot zijn oudere broer blonk Job niet uit als gymnasiast, minder in boeken geïnteresseerd, meer in andere zaken. Floris zei daarover ooit in een vraaggesprek met dagblad Trouw: “Inmiddels weet ik dat het verschil tussen ons niets met intelligentie heeft te maken. Het is een kwestie van instelling. Als ik minder dan een acht had gehaald, kwam ik bij wijze van spreken nog nét niet huilend thuis, maar Job vond een zes allang best.” Oud-klasgenoten van het Stedelijk Gym herinneren zich Job als een aardige, serieuze en bedachtzame jongen, die niet zo opviel in vergelijking met zijn broer twee klassen hoger. Iemand omschreef hem “de hoeder van de kudde”. Hij speelde viool in het schoolorkest en vertegenwoordigde de leerlingen in het schoolbestuur. Op 4 september 1964 is (Hendrik) Floris Cohen uitgeschreven in het bevolkingsregister wegens verhuizing naar Leiden en (Marius) Job volgde 2 augustus 1966 naar Groningen, waar hij in 1971 afstudeerde. Eenmaal verhuisd naar Groningen kwam Job eens in de maand een weekend thuis in Heemstede.

Moeder Cohen-Koster was 26 november 1940 diep onder de indruk geweest van het protest door professor mr. R.P. Cleveringa aan de Leidse Universiteit tegen de Duitse bezetter. Het “Ik hoor erbij” heeft zonder meer invloed gehad op het denken van Job Cohen: “het erbij horen, zeker in Amsterdam met 174 nationaliteiten. Het is een wonder dat dat goed gaat, maar je moet daaraan voortdurend werken.” Het is geen wonder dat de Cleveringa-lezing die door Job Cohen in het Groot Auditorium van de Universiteit  Leiden op 26 november 2002 werd uitgesproken is opgedragen “aan de nagedachtenis van mijn moeder”.  Als bijlage is: ‘De rede van Cleveringa van 26 november 1940 – een herinnering’ door H.Cohen-Koster in druk verschenen. In zijn beroemde voordracht had de Leidse jurist een protest laten horen tegen het ontslag bij de Leidse universiteit van joodse collega’s. Na diens indrukwekkende woorden waren alle aanwezigen als één man opgestaan om spontaan het Wilhelmus te zingen. De bezetter reageerde hierop met sluiting van de universiteit. Floris Cohen werd wetenschapshistoricus, was eerder hoogleraar in Twente en sinds 2006 aan de Universiteit Utrecht. Dit jaar verscheen zijn boek ‘Isaac Newton en het Ware Weten’. Job Cohen was o.a. hoogleraar en Rector magnificus in Maastricht, twee maal staatssecretaris, lid van de Eerste Kamer en van 2001 tot 2010 burgemeester van Amsterdam.

Ten slotte

In de jaren vijftig beschouwden gestaalde kaders van de CPN plaatsen als Heemstede, Aerdenhout en Bloemendaal als zogeheten ‘kapersnesten’. Toen mr. Job Cohen pas kort burgemeester van Amsterdam was hadden krakers en anarchisten moeite met zijn Heemsteedse afkomst. Het kan echter verkeren. Kortgeleden is een groep Conaten[= fans van Cohen] vanuit de hoofdstad op bedevaart naar Heemstede afgereisd om, zoals weergegeven op de site van Mokum/Salto TV, zijn ‘geboortehuis’ aan de P.C.Boutenskade met eigen ogen te aanschouwen. Dat Cohen’s geboortehuis in Haarlem lag heeft men kennelijk over het hoofd gezien, niettemin staat wèl vast dat ondanks wat zijn ouders in de jaren ’40-’45 hebben meegemaakt zijn jeugdjaren aan de Leidsevaart vormend waren voor zijn politieke en bestuurlijke loopbaan. Volgens de huidige bewoner is in tegenstelling tot broer Floris Job Cohen niet meer in het huis teruggeweest, maar attente Heemsteders hebben hem wel al wandelend gesignaleerd over de P.C.Boutenskade, wellicht om zijn eigen jeugdherinneringen op te halen. Op 29 april 2003 kwam de heer Cohen in gezelschap van zijn echtgenote graag naar Heemstede om het eerste exemplaar in ontvangst te nemen van het boek ‘Het water bevroor in de trompetten’; 50 jaar Kunst & Cultuur in Heemstede, een uitgave van De Heemsteedse Kunstkring.

Geraadpleegde bronnen:

– Bevolkingsregister Haarlem/Heemstede

– Gemeenteraadsnotulen Heemstede

– Digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren [Een A.E.Cohen-collectie bevindt zich in de Leidse Universiteitsbibliotheek]

– Documentatiemap Cohen-Koster, in ‘Heemstede’-collectie van het Noord-Hollands Archief.

– Informatie van professor H.F.Cohen

– A.E.Cohen als geschiedschrijver van zijn tijd. Boom, 2005.

– M. Bulte en H. Krol. Heemstede 1940-1945; een gemeente in bezettingstijd. Haarlem,1985.

– KRO: Profiel-televisieuitzending Job Cohen, 9 mei 2009

– Martijn Jas. Haarlem Bevalt!, hoofdstuk: Job Cohen, Amsterdam, 2009, blz. 40-43.

Hans Krol, Heemstede

 

Ingezonden reactie in de Heemsteder van 5-5-2010

Ingezonden reactie in de Heemsteder van 5-5-2010

Job Cohen, tegenwoordig voorzitter Raad van Toezicht Openbare Bibliotheek Amsterdam (OBA) in zijn thuisbibliotheek. Voorzijde kb/magazine van de nationale bibliotheek, nummer 5, jaargang 2, november 2012

Beeldhouwsrter Ellen Wolff en Job Cohen na onthulling van een borstbeeld van Hella Haasse in de Hella Haasse-zaal van de Openbare Bibliotheek Amsterdam, 2 februari 2013

Beeldhouwster Ellen Wolff en Job Cohen na de onthulling van een borstbeeld in de Hella Haasse-zaal van de Openbare Bibliotheek Amsterdam op 2 februari 2013.

Appendix: de Haarlemse schooljaren van Job Cohen

Cohen1

De Haarlemse jaren van Job Cohen, uit: Haarlems Dagblad van 21 januari 2003

Cohen2

‘Onze Job’een serieuze jongen die niet op de voorgrond trad. Uit: Haarlems Dagblad van 21 januari 2001 (1)

Cohen3

Vervolg van: ‘Onze Job’ een serieuze jongen die niet op de voorgrond trad (Haarlems Dagblad, 21 januari 2003 slot)

cohen1

Vooromslag van boek: A.E.Cohen als geschiedschrijver van zijn tijd. Amsterdam, Boom, 2005

 

cohen2

Op het Joodsch Lyceum, 9 juni 1942, met in het midden Hetty Cosman-Koster en rechts Dolf Cohen

cohen4

A.E.Cohen (12913-1996)  in een iets te krappe werkkamer in Oegstgeest na verhuizing uit Heemstede, foto circa 1985 door K.Koppe.

cohen3

Dolf Cohen en echtgenote Hetty Cohen-Koster