Tags

, , ,

LINNEAUS EN DE HARTEKAMP  deel 2 Correspondentie van George Clifford met Linnaeus

In het kader van het 300ste geboortejaar van Linneaus is in deel1 geschreven over de komst van Linnaeus naar Nederland en de jaren dat hij op de Hartekamp werkte. Deze keer gaat het over de brieven die hij ontving van zijn voormalige beschermheer en werkgever George Clifford en diens zoons. Hoewel er enige verwijdering ontstond tussen Clifford en Linnaeus nadat de laatste plotseling ontslag genomen had op de Hartekamp en later bovendien Cliffords kundige tuinman Nietschel naar Zweden haalde, bleef Cliffords bewondering voor Linnaeus bestaan.

Zelf heeft Linnaeus ook bij herhaling zijn dankbaarheid (er stond eerst bewondering, maar dan kwam twee keer het woord bewondering vlak na elkaar) voor zijn beschermheer tot uitdrukking gebracht. Zo schreef hij in zijn dagboek o.a. dat hij door Clifford als een zoon werd bemind. “Twee volle heerlijke jaren heb ik in Uw paradijs geleefd, alles vergetend, vaderland, vrienden en magen, vergetend ook al het doorstane leed en de zorg voor de toekomst.”  En elders: “Ik leefde als een prins. Had de vrije hand om boeken te kopen voor de bibliotheek en gewassen voor de tuinen en kassen, had vrije tijd voor eigen liefhebberijen en toegang tot alle naslagwerken die ik voor mijn studies nodig had… Mijn voedsel bestond uit de lekkerste gerechten en wijnen. Ik at bij de Clifford’s pasteien van hanekammen en elke kam kost evenveel als de haan zelf.” Voorts schreef hij naar huis “In het museum van Clifford stond ik vroeg op en ging ik laat naar bed….Ik was eenzaam, voortdurend denkende, zelfs in de slaap.”

In zijn eigen geschriften, altijd in het Latijn, schreef Linnaeus altijd over de Hartecamp buiten Haarlem of de Hartecamp bij Bennebroek.

Portret van George Cifford (1685-1760), bankier, eigenaar van de Hartekamp en mecenas van Linnaeus

Portret van George Cifford (1685-1760), bankier, eigenaar van de Hartekamp en mecenas van Linnaeus


De Hartecamp omstreeks 1730 door Schoemaker (Koninklijke Bibliotheek)

Omvangrijke correspondentie

Pas onlangs is de correspondentie van Linnaeus vrijwel integraal gepubliceerd. Deze omvat brieven aan 170 Zweden en ruim 400 buitenlandse geleerden (1). Van de Amsterdamse botanicus Johan Burman alleen al  zijn er 115 brieven, geschreven tussen 1735 en 1773.

Johannes Burman,medicus en botanicus in Amsterdam. in 1779 op 73-jarige leeftijd gegraveerd door J. Houbraken naar een schilderij van Quinkhard. Het 8-regelige Latijnse vers is van de classicus J.Ph. d'Orville.

Johannes Burman,medicus en botanicus in Amsterdam. in 1779 op 73-jarige leeftijd gegraveerd door J. Houbraken naar een schilderij van Quinkhard. Het 8-regelige Latijnse vers is van de classicus J.Ph. d’Orville.

Van George Clifford zijn 9 brieven bekend; de antwoorden van Linnaeus zijn er helaas niet. Zij zijn mogelijk bij een brand verloren gegaan. Bovendien zijn twee brieven bekend van Pieter Clifford (Petrus, in het Latijn) en één van Henry Clifford. Die brieven zijn mede namens hun vader geschreven. Alle brieven van Clifford zijn voorzien van diens lakzegel. De eerste brieven zijn uit de periode dat Linnaeus nog op de Hartekamp was (dat was tot 7 oktober 1737). Op 7 december 1736 stuurt zoon Pieter een brief namens zijn vader die op dat moment ziek is. Hij bedankt voor de medicijnen die Linnaeus gezonden heeft. Over het effect kan hij nog niets berichten, omdat die nog maar net in het Amsterdamse stadshuis zijn aangekomen. Vader Clifford denkt de volgende dag naar zijn hofstede te reizen om te herstellen, maar Pieter zal achterblijven omdat hij op dat moment veel pijn lijdt en bij Herman Boerhaave om een nieuwe kuur heeft gevraagd. Zijn vader en hijzelf groeten Linnaeus en diens gastheer Jan Frederik Gronovius (1685-1760). De botanicus Gronovius woonde op het Rapenburg in Leiden tegenover de Academie. Linnaeus verbleef tijdelijk bij hem, mede in verband met de uitgave van enkele publicaties.

Op 4 februari 1737 schrijft Henry Clifford namens zijn vader naar Linnaeus op de Hartekamp. Hij bevestigt de ontvangst van een brief van Linnaeus. Het stelt hem gerust dat de door Clifford verzonden bestellingen veilig zijn aangekomen, dankzij beurtschipper Cornelius. Henry heeft goed nieuws te melden. Zijn vader herstelt van zijn ziekte en met jongere broer Pieter gaat het ook de goede kant op. Dat is allemaal te danken aan de goede medische zorg van Boerhaave. De gehele familie Clifford is Linnaeus dankbaar dat hij Boerhaave geattendeerd heeft op de wankele gezondheid van de twee patiënten vader George en zoon Pieter Clifford. (2)

Op 4 maart 1737 schrijft Pieter Clifford wederom op verzoek van zijn vader, nadat twee brieven van Linnaeus zijn ontvangen. Linnaeus had gevraagd of zijn boeken naar bekende adressen in Duitsland en Frankrijk waren verzonden. George Clifford belooft voor een en ander zorg te dragen. De volgende donderdag zal hij naar de Hartekamp reizen en Clifford zou het op prijs te stellen wanneer Adriaan van Royen hem daar op vrijdag zou kunnen bezoeken. Op zaterdag zal hij dan weer naar Amsterdam teruggaan. Hij nodigt Linnaeus uit om bij hem een aantal zaken te bespreken en vervolgens gezamenlijk naar het buiten te reizen. Voor het vervoer heeft George Clifford schipper Cornelius ontboden. Pieter meldt ten slotte dat hij veel last heeft van terugkerende koortsaanvallen. Hij wordt er haast wanhopig van, maar laat alles “in Gods hand”.

In een bericht van 19 oktober 1737, geschreven op de Hartekamp, laat George Clifford weten er begrip voor te hebben dat Linnaeus enige tijd in Leiden wil blijven en dat zijn huis altijd voor hem open blijft staan. Bij zijn korte schrijven sluit hij twee brieven en een pakje in. Die zijn voor Linnaeus gearriveerd na zijn ontslag en vertrek (12 dagen daarvoor). Ook stuurt hij twee gouden munten mee die de werkster heeft gevonden nadat Linnaeus in het stadshuis van Clifford te Amsterdam gelogeerd had. De index van het boek Hortus Cliffortianus is naar de drukker gegaan en Clifford heeft Johan Frederik Gronovius verzocht wederom de correcties te verrichten. Zodra het register in proefdruk klaar is zullen ook exemplaren aan Adriaan van Royen en Herman Boerhaave worden gezonden.

De volgende brief dateert van 23 november 1737 en is vanaf de Hartekamp verzonden naar Linnaeus’ logeeradres bij Coenraad Wishoff, boekverkoper in de Kloksteeg in Leiden?. Het is een reactie op een brief van Linnaeus van 13 november. Daaruit blijkt duidelijk dat zich tussen beiden problemen hebben voorgedaan. Die hebben ook te maken met het vertrek van Isaac Lawson, waarbij Linnaeus dingen gezegd zou hebben die Clifford helemaal niet zinnen. Clifford voelt zich misleid en “om de tuin geleid” en hij was tevens in de veronderstelling dat Linnaeus direct naar Zweden zou terugkeren. Dit had hij niet van Linnaeus verwacht en hij herinnert aan de gegeven steun. Bijna vaderlijk adviseert Clifford Linnaeus om in Leiden colleges in de botanie en medicijnen te volgen bij Boerhaave; dat zal  zijn kans op een professoraat vergroten. Hij wijst er fijntjes op dat er meer leerstoelen in de geneeskunde te vergeven zijn dan in de plantkunde. Het zou hem veel voldoening geven wanneer Linnaeus zonder zijn bemiddeling een positie als hoogleraar zou verwerven.

Op 15 december bericht Clifford dat de platen van Van der Laan voor het boek Hortus Cliffortianus nu gereed zijn. Hij vraagt Linnaeus’ goedkeuring van de proefexemplaren. Verder maakt hij zich zorgen over de trage voortgang van Wandelaar bij de vervaardiging van prenten en dat doet hij nogmaals in een schrijven van 27 december.

Vignet van A.van der Laan in 'Hortus Cliffortianus'(1738)

Vignet van A.van der Laan in ‘Hortus Cliffortianus'(1738)

Er is een uitvoerige brief bewaard gebleven, verzonden vanuit Amsterdam naar Stockholm en gedateerd 2 februari 1739. De aanhef luidt “Myn Herr & seer geerde Vriend”. Clifford dankt daarin voor de ontvangen brief, orchideeën uit Parijs en zaden. Het spijt hem dat hij  pas met de eerstvolgende boot naar Stockholm in de lente een aantal exemplaren van ‘Hortus Cliffortianus’ kan sturen. Van het in 1738 gepubliceerde boek zijn intussen honderden exemplaren verspreid naar contacten in Duitsland, Frankrijk en Engeland. Hij voegt eraan toe dat geen enkel exemplaar verkocht is. Over het algemeen is de uitgave enthousiast ontvangen. Hans Sloane heeft het voor hem bestemd exemplaar geschonken aan de ‘Royal Society’; Antoine Dufay en Bernard de Jussieu hebben hun dankbaarheid schriftelijk tot uitdrukking gebracht. Augustin Friedrich Walther zal het werk op zijn waarde beoordelen in diens ‘Acta eruditorum’. Clifford laat weten dat het met de tuin goed gaat. Hij vraagt Linnaeus mineralen en zaden te sturen, in het bijzonder van pijnbomen of vergelijkbare bomen, geschikt voor de berg in het duingebied. Hij zal de kosten graag vergoeden. Clifford schrijft ook dat na het overlijden van Boerhaave onder Van Royen in de Leidse Hortus veel veranderd is. En hij laat weten dat hun vriend Johann Bartsch na een slechte behandeling in Suriname is overleden. Zijn eigen zoon Pieter is nu eerste secretaris van Amsterdam geworden en is in juli 1738 getrouwd. Zijn beide andere zonen, George en Johannes, hebben ieder een zoon gekregen. Met zijn eigen gezondheid gaat het minder goed. “Ik worde so Hypochondor als ik schryve moet, dat ik wel tienmaal de pen in de hand neem en van benauwthyt moet weder neerlegge, dat ik niet weet wat ik doen sal”.  Clifford sluit een brief in van Johannes Burman.

Allegorie op het kweken van exotische gewassen op de hartekamp. Titelprent van Linnaeus' 'Hortus Cliffortianus' door Jan Wandelaar, 1738

Allegorie op het kweken van exotische gewassen op de Hartekamp. Titelprent van Linnaeus’ ‘Hortus Cliffortianus’ door Jan Wandelaar, 1738

De volgende brief is van 20 april 1739 als reactie op een missive van Linnaeus van14 maart. Clifford ziet uit naar de toegezegde mineralen en veronderstelt dat de verzonden boeken (van de Hortus Cliffortianus) intussen aangekomen zijn. Hij vertelt dat er veel belangstelling is en dat hij al ver over de tweehonderd exemplaren heeft verspreid. Overeenkomstig verzoek stuurt hij een aantal “annale saaden”. Clifford feliciteert Linnaeus alvast met zijn komende huwelijk en bericht dat met de kinderen goed gaat en dat de vrouw van zoon Pieter momenteel in verwachting is. Ten slotte zegt hij teleurgesteld te zijn dat geheel onverwacht zijn tuinman (Dietrich Nietzel) op aanbeveling van Linnaeus is gevraagd om in Zweden (Uppsala) te komen werken en intussen ontslag heeft aangevraagd.

'Linnaeus in een kostuum uit Lapland' R.Thornton, The temple of Flora or Garden of Nature: pictureque botanical plates of the new illustration of the sexial sytem of Linnaeus'. London, 1799

‘Linnaeus in een kostuum uit Lapland’ R.Thornton, The temple of Flora or Garden of Nature: pictureque botanical plates of the new illustration of the sexial sytem of Linnaeus’. London, 1799

Scheffel

J.H.Scheffel. Huwelijksportret van C.von Linné, 1739

Van 9 april 1739 dateert de enige brief van Nietzel in de Linnaeus-correspondentie. Nietzel zegt zeer vereerd te zijn met het aanbod en na bij Clifford toestemming te hebben gevraagd voor ontslag, maakt hij zich klaar voor de reis naar Uppsala.

Op 27 augustus laat Clifford weten dat hij Johan Philip Breyne uit Danzig heeft beloofd een door hem gepubliceerd boek naar Linnaeus te sturen. Hij stuurt het vanuit Amsterdam naar Stockholm met schipper John Lampaleus van het schip ‘Vrouwe Maria’.

Verder is een brief van 8 februari 1741 bekend, maar daarvan is de inhoud nog niet is openbaar gemaakt.

Linnaeus1

Voorstelling van Linnaeus die anderen inzicht verschaft inde samenhang van de natuur

Tot besluit

Heraldisch wapen van Clifford

Sinds Linnaeus hebben de botanische, zoölogische en geologische wetenshappen veel vooruitgang geboekt. Te denken valt aan de evolutieleer en meer recent de fylogenese, het DNA-onderzoek etcetera. Bovendien is het aantal bekende planten etc. met vele duizenden toegenomen. Toch is het nog geen geleerde – of collectief van wetenschappers – gelukt het door Linnaeus ingevoerde ordeningssysteem naar eigentijdser inzichten te verbeteren. Een groep biologen heeft eerste stappen ondernomen de klassieke naamgeving te vervangen door een nieuw systeem, PhyloCode, genoemd. Critici menen echter dat de uitvoering onhaalbaar zal blijken en bovendien gevaarlijk voor beschermde soorten, die immers onder hun tegenwoordige naam beschermd zijn.

Hans Krol (Heemstede)

Burman

Brief van 24 januarai 1736 bvan Linnaeus aan de botanicus professor Johannes Burman. Linnaeus verheugt zich samen met  George Clifford op het aanstaande bezoek van Burman en zijn vrienden. Hij vraagt om bij zonsopkomst te komen, de beste tijd van de dag om de MUSA (bananenplant) te bestuderen.  Linnaeus heeft de banaan de wetenschappelijke naam “Musa paradisiaca” gegeven als verwijzing naar een oude overtuiging dat de banaan en niet de appel de verboden vrucht was die Adam van Eva kreeg.  (Pascal Duris: Linnaeus; de ordening van plant en dier).

Jens Malling (rechts), ambassadeut van Zweden in Nederland en H.W.Roozen (links), directeur Linnaeushof, plaatsen een bloemenmand bij het borstbeeld van Linnaeus op de Hartekamp, 27 april 1966 (foto Ruud Hoff)

Jens Malling (rechts), ambassadeur van Zweden in Nederland en H.W.Roozen (links), directeur Linnaeushof, plaatsen een bloemenmand bij het borstbeeld van Linnaeus op de Hartekamp, 27 april 1966 (foto Ruud Hoff)

Noten

(1)  Alle in Uppsala ontvangen brieven bleven in familiebezit, totdat deze na de dood van Linnaeus’ zoon Carl von Linné Jr. in 1783 een jaar later zijn verkocht aan de Engelse natuurwetenscahppeer James Edward Smith, die deze in 1828 naliet aan de door hem opgerichte Linnean Society, in totaal ruim 5.500 brieven. In de correspondentie bevinden zich ook twee brieven van de Haarlemse remonstrantse predikant Cornelis Nozeman (1721-1786, die in zijn vrije tijd de natuurwetenschappen beoefende en bij tijdgenoten een zekere naam had als ornitholoog.

(2)  Ondanks hun fragiele gezondheid werd George Clifford 75 jaar en zoon Pieter Clifford 76 jaar.

Gtaf van Linnaeus in de Domkerk te Uppsala, Zweden

Gtaf van Linnaeus in de Domkerk te Uppsala, Zweden

Lin2

‘Een immense correspondentie’ met 170 Zweden en circa 400 buitenlandse briefschrijvers die zich tegenwoordig bevindt bij de Linnaean Society in Londen , uit: Pascal Duris: Linnaeus.

Bronnen en literatuur

Blunt, Wilfrid (m.m.v. William T. Stearn), The Compleat Naturalist: A Life of Linnaeus. London, 1971.

Boerman, A.J., Carolus Linnaeus als middelaar tussen Nederland en Zweden. Utrecht, 1953.

Broberg, Gunnar, Carl Linnaeus.Stockholm, 2006.

Daydon Jackson, Benjamin, Linnaeus (afterwards Carl von Linné). London, 1923.

Documentatiemappen Linnaeus en de Hartekamp. In: bibliotheek van het Noord-Hollands Archief (Haarlem).

Hagberg, Knut, Carl Linnaeus, de bloemenkoning. Amsterdam, 1944.

Het Landgoed de Hartekamp in Heemstede. Heemstede, VOHB, 1982.

Linnaeus, Carolus, Reizen. Selectie uit de dagboeken door David Black; ingeleid door

D.Hillenius. Amsterdam, 1979.

The Linnaean Correspondence.  Zie: http://www.Linnaeus.c18.net

Linnaeus commemorated 1707 – May 23rd – 1957. Leiden, 1957.

Zie ook: http://www.george-clifford.nl

Lin1

Vooromslag van een editie van Linnaeus ‘Systema Naturae’uit 1760, waarin hij de drie rijken van de natuur  verdeelde, orden, geslachten en soorten. De illustrator etste Linnaeus als een nieuwe Adam die halfnaakte een overvloed van dieren en planten telt en namen geeft onder het goedkeurende ook van de godin Diana, het symbool van de natuur en overvloed. Linksonder vlakbij Linneaus groeit de ‘Linnaea borealis’, het Linnaeusklokje, symbolisch voor de natuurvorser. ((Pascal Duris: Linnaeus).

 

Borstbeeld van Linnaeus dat zich bevindt bij de universiteit van Leuven (foto uit 1941)

Borstbeeld van Linnaeus dat zich bevindt bij de universiteit van Leuven (foto uit 1941)

Prins Bertil van Zweden (rechts) en prins Bernhard voor het standbeeld van Linnaeus op 23 mei 1957

Prins Bertil van Zweden (rechts) en prins Bernhard voor het standbeeld van Linnaeus op 23 mei 1957

tulp4

Register van een tulpenboek uit 1634, mogelijk vervaardigd in Utrecht, dat in  bezit was van George Clifford op de Hartekamp, Heemstede, en zich tegenwoordig in de Oak  Spring Garden Library, state Virfinia, USA bevindt Beschreven door L.Tongiori-Tomasi, 1997, An oak spring flora, Upperville (VA), p.279-284

tulp5

Blad 19 van  tulp Viceroy in Tulpenboek, 1634, vroeger in bezit van George Clifford op de Hartekamp, tegenwoordig in Oak Spring Garden Library, USA

tulp6

Blad 78 in Tulpenboek uit 1634 dat zich in de privécollectie van George Clifford van de Hartekamp bevond; tegenwoordig in de Oak Spring Garden Library, beschreven door K.Tongiori-Tomasi in 1997.

De vroegmoderne buitenplaats als knooppunt van kennis. De casus van George Cliffords ‘De Hartecamp’, bijdrage in: Om het boek; cultuurhistorische bespiegelingen over boeken en mensen. Verschenen bij gelegenheid van emeritaat Paul Hoftijzer als hoogleraar boekwetenschap in Leiden. Hilversum, Verloren, 2020.

Bijlage Tabel 1 Catalogus Clifford 1760 en tabel 2 Wetenschappelijke tijdschriften in Cliffords Bibliotheek (1760), pagina 101 Om het Boek
Vervolg bijlage bibliotheek Clifford, pagina 102 Om het Boek
Nieuw boek over Carl Linnaeus. Gunnar Broberg, Spectrum, 2020