Lange tijd heeft men gemeend dat Heemstede al in de 10e eeuwse werd genoemd, maar het betreft hier een nog altijd bestaand buurtschap binnen de gemeente Castricum. Graaf Dirk II gaf omstreeks 980 een manse ofwel hoeve in leen aan de abdij van Egmond. Heemstede in Zuid-Kennemerland wordt pas in 1284 voor het eerst vermeld. Omstreeks deze tijd gaf graaf Floris de Vijfde deze ambachtsheerlijkheid in leen aan Reinier van Holy, die afkomstig uit de omgeving van Vlaardingen zich nu Reinier van Heemstede liet noemen. Van hem is bekend dat hij in 1304 overleed. Zijn zoon Reinier II trouwde met ene Beatrise. Pas bij de volgende generatie Gerrit (Gerard) van Heemstede zijn we beter geïnformeerd dankzij bewaarde charters uit 1347/1348. Deze telg uit het riddermatig geslacht van Heemstede vervulde een voorname functie als zegelbewaarder bij het grafelijk hof.

Kerstening van de Nederlanden

Het was de Engelse monnik Willibrord die omstreeks 690 met 11 andere kloosterlingen per zeilboot vanuit een klooster in Ierland de zee overstak om de Friezen en andere  ‘barbaarse’ bewoners van de Lage Landen tot het christendom te bekeren. Dat ging niet altijd vanzelf zoals zou blijken uit de moord op Bonifatius en 52 metgezellen in het Friese Dokkum. Willibrord stichtte kerken in Oegstgeest, Vlaardingen en in Kennemerland: Petten, Heiloo en Velsen. De Engelmunduskerk in Velsen, verwijzend naar een missionaris uit de tijd van Willibrord, geldt als de oudste parochie in Kennemerland. In deze streek is ook Adelbertus als metgezel werkzaam geweest, wiens stoffelijke resten nog altijd liggen begraven in de abdij van Egmond. De heilige Willibrordus, die met als begin het jaar 695 met de wijding door paus Sergius in Rome als eerste bisschop van Utrecht wordt beschouwd. Hij is in 739 begraven in de abdij van Echternach, welk klooster een belangrijke schakel vormde in de verbreiding van het christendom.   De St. Bavokerk is vanouds Haarlems parochiekerk geweest en wordt al in de 12e eeuw genoemd; de Bakenesserkerk was een kapel.

Twee stichters van Maria-kapel: graaf Willem V en ridder Gerrit van Heemstede

Over het ontstaan van een katholiek godshuis in Heemstede zijn we redelijk geïnformeerd dankzij twee oorkonden van 14 april en 1 mei 1348. De eerste in het Nederlands in het Heemsteeds Heerlijkheidsarchief, de tweede in het grafelijkheidregister in het Latijn, met een naschrift gezonden aan Jan van Arkel, bisschop van Utrecht. Op verzoek van de weduwe Johanna van Brabant, zou de kapel “tot lafenis zijner ziel” zijn gesticht ter nagedachtenis van de op 26 september1345 in de slag van Warns (nabij Stavoren) in zijn strijd tegen de Friezen gesneuvelde graaf Willem IV. Formeel gesticht door graaf Willem V, maar gezegeld en ondertekend door Gerrit van Heemstede, mag men aannemen dat de ambachtsheer van Heemstede voor de bouw van een kerkgebouw kapitaal vrijmaakte en voor een stuk grond zorgde. Ook had hij het middeleeuwse patronaatsrecht ten aanzien van het bestuur. Tevens het collatierecht inhoudende dat hij zonder toestemming van de geestelijke overheid een priester kon benoemen. Er is ook sprake van vicariegoed in Heemstede, waarbij de opbrengst was bestemd voor het onderhoud van de priester. Via de eerste ambachtsheren beschikte men ook over de baten van landerijen in Wateringen, welk vicariegoed pas in 1792 is verkocht. De kapel was toegewijd aan Onze Lieve Vrouw Hemelopneming en werd om die reden als Assumptiekerk geregistreerd. Aan de bisschop van Utrecht werd verzocht om verheffing tot parochiekerk, maar een gunstig antwoord bleef uit. In feite bleef de Sint Bavo in Haarlem tevens parochiekerk voor Heemstede (waartoe ook Bennebroek behoorde), alwaar de pastoor de sacramenten toediende en de doden werden begraven. In Heemstede werden Heilige Missen opgedragen door een kapelaan. In een enquête uit 1514 treffen we in Heemstede kapelaan Pieter Floriszoon aan die zegde “dat zij te kercke behoren ende haer sacramenten haelen tot Haerlem.”

In 1553 is door toenmalig ambachtsvrouwe Cornelia van Driebergen nogmaals een poging gedaan de kapel tot parochiekerk te verheffen. Daartoe is een verzoekschrift ingediend naar de deken van Sint Maarten te Utrecht. Opgemerkt werd dat het voor Heemstedenaren wel twee uur gaans was naar de kerk in Haarlem om een kind te laten dopen of overledene te begraven. Problematischer was het wanneer ’s avonds de stadspoorten gesloten zijn aan mensen die op sterven lagen niet op tijd het laatste sacrament, het Heilig Oliesel, toe te dienen. Toegezegd wordt een recognitie ofwel periodieke betaling aan de parochie van Haarlem te doen. Ondanks dit aanbod en de aangevoerde praktische bezwaren kwam weliswaar een langdradig antwoord over onder meer de zielzorg van de plaatselijke kapelaan, maar bleef een goedkeuring uit.

In 1571 zou de tweede bisschop van Haarlem Godfried van Haarlem een aantal vragen aan het Haarlemse stadsbestuur stellen om de kapellen te Spaarnwoude, Spaarndam, Zandvoort en Bloemendaal tot parochie te maken. Ook dat ging niet door vanwege de opstand en het beleg van Haarlem.

Kerkhof

In een akte uit 1303 wordt melding gemaakt van een rente die gevestigd is op een stuk land “an ’t oude kerchof te Zutsparne”, dat toen als weiland werd verhuurd. Hier is duidelijk sprake van grondgebied in Heemstede. Kerkhof duidt op een kerk, maar hiervan is in de archieven niets te vinden. Eén veronderstelling is dat bij een scheepsramp op het Haarlemmermeer de omgekomen drenkelingen op een plaats aan de oever zijn begraven. Een andere mogelijkheid is dat hier in de middeleeuwen een kleine nederzetting lag waaraan elke heugenis verloren ging.

De Maria-kapel in Heemstede had formeel geen begraafrecht, al kwam dat wel voor wanneer men aan de Haarlemse parochiekerk een vergoeding betaalde. Pas op 22 september 1601 is vanuit Haarlem gunstig beschikt op een verzoek van schout en schepenen in Heemstede om in de (toen al geruïneerde) kapel van Heemstede te mogen begraven. Deze toestemming werd mede ingegeven door het feit dat de kerkhoven in de stad geen ruimte meer boden. Al in 1614 gelastte het burgerlijk bestuur van Heemstede aan de kerkmeesters van de dorpskapel dat vanwege de beperkte ruimte hier enkel nog ingezetenen begraven mochten worden en aldus “geen uitheemsche of buitenlandsche lieden.”

Gedeeltelijke verwoesting van kerkgebouw

Aan dat beleg herinnert het opschrift op een balk in de huidige kerk aan het Wilhelminaplein: “In de jaaren vijftienhondert drie en seventig in de maand junie is de oude kercke gedistrueert.” Het open dak en restanten van muren zijn te zien op een kaarttekening van de kerk en omgeving uit 1589.  Onopgehelderd is gebleven of deze wandaad door de Spanjaarden is verricht dan wel te wijten was aan de zogeheten watergeuzen in een periode dat katholieke burgers en geestelijken werden vermoord en kloosters evenals kerken geplunderd.

Nadat Adriaan Pauw eind 1620 via aankoop het bestuur over Heemstede had verworven heeft hij zich intensief bemoeid met de stichting van een calvinistische kerk, gebouwd op de ruines van de katholieke kapel. Op 13 juni 1622 is voor het eerst binnen de vervallen muren gepreekt en in 1625 kwam het Gereformeerde (Hervormde) kerkgebouw gereed. Aangenomen wordt dat katholieken voor de weekmissen na de verwoesting in 1573 gebruik hebben gemaakt van de pastorie.

St. Nicolaaskapel en Heemsteedse familiekapel in Janskerk Haarlem

De eerste heren van Heemstede beschikten in het Slot ofwel Huis te Heemstede over een eigen kapel, gewijd aan Sint Nicolaas. Daar zijn lange tijd twee missen per week gecelebreerd. In 1310 vestigden zich de Sint. Jansridders, een geestelijke ridderorde nauw verbonden met de kruistochten die zich o.a. met ziekenzorg bezighield, met een commanderij (klooster en kerk) in Haarlem. Vroeger Johannieters, tegenwoordig ook Maltezer ridders geheten. De befaamde kunstschilder Geertgen tot Sint Jans was hier omstreeks 1500 lekenbroeder. Een vergelijkbare orde der Tempeliers was omtrent dezelfde tijd met een klooster in de Hout gevestigd. In de Sint Janskerk aan de Jansstraat, waar tegenwoordig het Noord-Hollands Archief is gehuisvest, beschikten de vroegere ridders van Heemstede over een eigen kapel, waar zijzelf en hun familie konden worden begraven. Bij zijn overlijden in 1375 is heer Gerrit van Heemstede daar als eerste begraven.  In 1640 werd de Heemsteedse kapel door de kerkmeesters overgeboekt aan de calvinistische Adriaan Pauw. Als laatste is in deze grafkelder de Waalse predikant Jean Louis Magnet op 21 december 1770 begraven. Hij was een dag eerder op de preekstoel door een beroerte getroffen en een goede bekende geweest van de toenmalige ambachtsheer van Heemstede. Deze ruimte heet tot op de dag van vandaag nog altijd ‘Heemsteedse kapel’.

De Heemsteese kapel in de Janskerk Haarlem. Tekening van H.J.Wesseling, 1925

De Heemsteedse kapel in de Janskerk Haarlem. Tekening van H.J.Wesseling, 1925

Twee nissen in de Oude Kerk herinneren aan de vroegere roomse kapel

Ofschoon over de godsvruchtigheid van de laatmiddeleeuwse Heemsteders nauwelijks gegevens zijn overgeleverd staat wèl vast dat tientallen in deze gemeente geboren personen als priester of kloosterling (zowel nonnen als paters/broeders) zijn ingetreden. In het archief van ‘Trou moet Blijcken’ is een 16e eeuws esbattement van den Luijstervinck aangetroffen. In literaire vorm wordt het verhaal van ene Beelke verteld die een list bedenkt om haar ongeduldige vrijer thuis te ontvangen. Zij maakt haar moeder wijs dat de geest van deze jongen haar iedere dag in de kapel van Heemstede ontbiedt waar haar liefje werkt. Nadat het paar zo enkele maanden ongestraft samenkomt, komt de kwestie aan het licht doordat de jongen zich hardop afvraagt hoe lang dit goed zal blijven gaan. De moeder is laaiend maar de ruzie wordt gesust door een buurvrouw.

De Middeleeuese nissen links en rechts van het praalgraf voor Adriaan Pauw in de Oude Kerk te Heemstede (foto Eric de Leeuw)

De Middeleeuwse nissen links en rechts van het grafmonument voor Adriaan Pauw in de Oude Kerk te Heemstede (foto Eric de Leeuw)

Ten slotte: bij ingrijpende restauratiewerkzaamheden van de Oude ofwel Hervormde Kerk in 1938 kwamen restanten te voorschijn van de oude kapel, namelijk sporen van een vijftal nissen met ronde bogen. Een tweetal van deze nissen aan weerszijden van het grafmonument Pauw is toen in vroegere staat hersteld.

Hans Krol