Molen 'De Nachtegaal', de Glip. Zondagsblad, 13 april 1909

Molen ‘De Nachtegaal’, de Glip. Zondagsblad, 13 april 1909

HET PRINSENEILAND OFWEL GLIP IV

Ligging van buurtschap de Glip tussen Bennebroek en centrum Heemstede

Ligging van buurtschap de Glip tussen Bennebroek en centrum Heemstede

Plattegrond van De Glip, Heemstede

Plattegrond van De Glip, Heemstede

Google-panorama de Glip

Google-panorama van Haarlem, via Heemstede en de Glip naar Bennebroek

Tekening van Jurriaan Andriessen (1742-1819): gezicht op de Glip Heemstede met blekerij Bleeklust en molen de Nachtegaal (NHA)

Tekening van Jurriaan Andriessen (1742-1819): gezicht op de Glip Heemstede en daarachter het Haarlemmermeer met blekerij Bleeklust en molen de Nachtegaal (NHA)

Akkers en huis aan de Glipperweg. Tekening door Adolf Melchior (1898-1962) N.H.A.

Akkers en huis aan de Glipperweg. Tekening door Adolf Melchior (1898-1962) N.H.A.

Gliptoledo

De Glippervaart richting Ringvaart met links het Glipperpad en rechts de Patrijzenlaan (foto Ellen Toledo)

Het Prinseneiland ofwel het plangebied Glip IV met een oppervlak van 3,4 hectare, werd bij de aanleg in 1989/1990 naast Groenenhoven aangekondigd als de laatste grote bouwlocatie in Heemstede. Het kleine gebied omvat  behalve het pand Glipperweg 83 127 zogeheten eengezinswoningen, verdeeld over vijf straten. Het ‘Prinseneiland’ grenst aan de staatsliedenbuurt en aan de westelijke kant ligt Bloemenoord, vroeger één geheel vormend met Dennenheuvel. De in 1912 gebouwde politiepost en dienstwoning aan de Glipperweg , gelegen op de hoek van de dr.J.Th.de Visserstraat, dreigde aanvankelijk te worden afgebroken, maar behield een woonbestemming, mede dankzij ondernomen actie tot behoud vanuit o.a. de historische vereniging.

Pand Glipperweg 83 Heemstede

Pand Glipperweg 83 Heemstede

ANWB-monumentenboedje pand Glipperweg 83

ANWB-monumentenboedje pand Glipperweg 83

Bovenstaand pand is weliswaar geen architectonisch monument, maar toch karakteristiek voor de oude Glip en heeft een historische betekenis als bureau en woonhuis van veldwachter Pronk. Tot 1924 was hier tevens een brandspuitenopbergplaats. Verder een politiecel, waar dronkaards hun roes konden uitslapen en gepakte dieven tot inkeer konden komen. Het raampje met tralies is nog altijd te zien aan de zijkant van dit pand. Het huis geniet sinds 2005 een gemeentelijke monumentale status.

DE GLIP HISTORISCH In de Middeleeuwen behoorde het gebied van Heemstede met de omliggende dorpen tot de grafelijke domeinen. Vermoedelijk tussen 1280 en 1290 [in ieder geval ten tijde van het bestuur van Graaf Floris V, dus voor 1296) is Heemstede beleend aan het riddermatig geslacht van de heren van Heemstede, oorspronkelijk afkomstig uit Holy ofwel Hoylede in Vlaardingen. In het zuidoosten van de ambachtsheerlijkheid Heemstede – voor het eerst in akten genoemd omstreeks 1284 – ontstond Bennebroek. Broek slaat duidelijk op veen, moeras ofwel drassig grasland, maar waar het voorvoegsel  ‘Benne’ vandaan komt blijft ongewis. Mogelijk de naam van een vergeten geraakte eigenaar met de naam Benne of Benno, wellicht ook een afkorting van Bernard, maar geen op schrift vastgelegde overlevering geeft hierover uitsluitsel. De sociograaf J.Elstgeest CSSP heeft de mogelijkheid geopperd dat de eerste huizen ‘binnen het broek’ gebouwd zouden zijn [vandaar Benne] en dan is er nog een verklaring van de geograaf S.J.Bruggeman die suggereerde dat de naam afgeleid kan zijn van de volgens Tacitus Germaanse godin Baduhenna, naar wie ooit een bestaand bos is genoemd. Het grondgebied bestond uit een langgerekte smalle strook veen langs het Haarlemmermeer. In de eerste helft van de 14e eeuw verkochten de graven van Holland stukken grond aan poorters uit Haarlem en aan de heren van Brederode om turf voor brandstof te steken. Uit een archiefstuk in het Hoogheemraadschap van Rijnland blijkt dat men tot 25 roeden van het Haarlemmermeer turf mocht graven.  In de 14e eeuw is weliswaar sprake van een adellijk geslacht Sceven. Ridder Jan Sceven komt voor in charters van 1316 en 1329. Zijn zonen Jan en Jan Ernst Sceven kochten land in Bennebroek en namen om die reden de toenaam ‘van Bennebroek’. Hun edelmanswoning werd bovendien aangeduid als ‘die woninge van Bennebroek, maar lag binnen de vrijheid ofwel het rechtsgebied van Bennebroek, niet ver van het Spaarne en het Rozenprieel.  Tot op heden is nooit enig bewijs gevonden voor het bestaan van Bennebroek als een zelfstandige heerlijkheid ‘Bennebroek’. Wanneer in de 14e eeuw land werd getransporteerd in het gebied aangeduid met Bennebroek vond bezegeling plaats door de schout van Heemstede. De zuidelijke grens (met Hillegom) is vanouds de Kennemerbeek. De Rohellervaart [=Bennebroekervaart]  dateert van 1607.  Mr.J.W.Groesbeek die zowel van Heemstede als Bennebroek studie maakte is van mening dat de bebouwing van Bennebroek in vroeger eeuwen ‘vooral in de richting van de Glip lag en dat pas na de verzelfstandiging in 1653 Bennebroek zich eerst verder heeft ontwikkeld langs de Bennebroekervaart en -laan (de Reek met Schoolstraat etc.) en vervolgens aan de Rijksstraatweg (vroegere Heerenweg) en tot de Leidsevaart met winkels aan de Zwarteweg.  Overigens lagen de eerste buitens van Amsterdamse kooplieden in de 16e eeuw op grondgebied van buurtschap Bennebroek met namen als Hoppenburg, Nollenburg en Swartsenburg. Toen Adriaan Pauw als Heer van Heemstede in 1630 onderhands de heerlijkheid Bennebroek overdroeg aan zijn oudste, zopas met Anna van Lockhorst getrouwde, zoon Nicolaas werd de Swartsenburgerlaan de grens tussen Bennebroek en Heemstede, pas in 1653 na zijn overlijden is dat officieel erkend door de Staten van Holland en is Adriaan Pauw jr. [nadat zijn broer Nicolaas al was overleden]  formeel met Bennebroek beleend en is de toen oudste zoon van Adriaan Pauw sr, Gerrit ofwel Gerard Pauw met Heemstede [thans zonder Bennebroek] beleend. Als afzonderlijk buurtschap wordt de naam ‘Princebuurt’ voor het eerst genoemd in 1580, vernoemd naar prins Willem I van Oranje, zoals ‘Heerenzandvaart’ pas na 1630 ontstaan, duidt op de ‘Heer (Heeren) van Heemstede. De Princevaart is in 1621 gegraven en liep vanaf het Haarlemmermeer (nu Ringvaart)  tot de oostkant van Meer en Berg en was groot van belang voor het vervoer van wasgoed voor de aanwezige blekerijen. De naam De Glip, evenals Glippervaart, is van latere datum en komen we pas in 18e eeuwse bronnen tegen.

De naam Kadijk kwam al in de19e eeuw voor. Op deze foto uit 1967 met zicht op de Prinsenlaan.

De naam Kadijk kwam al in de19e eeuw voor, oorspronkelijk een slingerende dijkweg tussen de Prinsenlaan en de Herenweg. Foto uit 1967.

Kadijk met bloembollenvelden in bloei en zicht op Huis te Manpad

Kadijk met bloembollenvelden in bloei en zicht op Huis te Manpad

Geerlings dahlia's, Kadijk Heemstede

Geerlings dahlia’s, Kadijk Heemstede

Het bloembollenbedrijf van Vrugt aan de Glipperweg ten noorden van de molen van Höcker. Dit bedrijf lag tegenover de huidige winkelgalerij.

Het bloembollenbedrijf van Vrugt aan de Glipperweg ten noorden van de molen van Höcker. Dit bedrijf lag tegenover de huidige winkelgalerij.

Blijkens een octrooi van 23 november 1787 telde Heemstede dat jaar in totaal 196 gezinnen, verdeeld over de volgende buurten: Zandvaart 56, de Glip 50, dorp 42, Meester Lottenlaan (bij de Haarlemmerhout) 30 en  Crayenest 18. In de Glip waren vanaf tweede helft 16e eeuw tot eind 19e eeuw nabij Kadijk en Prinsenlaan gemiddeld 3 tot 6/7 blekerijen gevestigd. Deze zijn helemaal uit het buurtschap verdwenen. In 1811 is ‘Bleeklust’ aan de Glipperweg na een faillissement veranderd in een buitenplaats, eerst toepasselijk ‘Bleeklust’ en nadien tot in onze tijd ‘Gliphoeve’ geheten. Andere voormalige hofstedes in het buurtschap zijn: Overmeer (waar nu ‘Prinseneiland’ is gesitueerd), de Meermin (ook Engelrust genoemd); daar tegenover Westermeer (ter hoogte van de Begraafpaats); Meer en Berg (thans Mariënheuvel en deel Groenendaal). Meerzicht maakte oorspronkelijk deel uit van Meer en Berg.

Aan de Glipperweg lag vanaf circa 1840 nog een buitenverblijf, Gliplust geheten, dat in de zomermaanden door eigenaar J.Kramer werd verhuurd werd. (adv. OHC, 16-6-1849)

Aan de Glipperweg lag vanaf circa 1840 nog een buitenverblijf, Gliplust geheten, dat in de zomermaanden door eigenaar J.Kramer werd verhuurd werd. (adv. OHC, 16-6-1849)

Boerderijen lagen vanaf de grens met Bennebroek (“Rusthof’), Kortekaas, bij Kadijk, Jansen, Lekx (Prinsenlaan), Barnhoorn (later een kroeg geworden van Jaap Kooy) tot de overplaats van Bosbeek en Meer en Berg ‘Overthoorn’, de latere boerderij van Schie waar tegenwoordig de wijk Merlenhoven ligt. Bekende bloembollenkwekerijen hier gelegen waren van o.a. Vrugt, Bonkenburg, Kramer, Jansen Hendriks, Schoo, Braam. Nu nog Geerlings, welke wereldfaam kreeg dankzij diens gecultiveerde ‘dahlia’s ‘Pearl of Heemstede’ en vooral  ‘Glory of Heemstede’. De meeste kwekerijen staan beschreven in het boek ‘Bloeiende Bedrijvigheid’ van Marcel Bulte en Wim Post, een uitgave van De Vrieseborch in Haarlem (2002). Een kerk en een school zijn nimmer op de Glip te vinden geweest. Wèl zijn evangeliesatiebijeenkomsten gehouden in o.a. het gebouw Samuel van Jaap Kooy, op welke plek nu wijkcentrum de Princehof staat. Op enkele neringen, zoals een bakkerij komen we terug. Herbergen op De Glip zijn o.a. geweest: de Pauw, Fortuin, Oranjeboom en het Schippershuis, verder genoemde Kooy en van Velsen in de vorige eeuw.  Tengevolge van woningbouw vanaf de jaren twintig van de 20e eeuw is de afzonderlijke ligging van de Glip verdwenen en via Merlenhoven met Heemstede verbonden. Ten westen van de Glipperweg is een deel van de afgezande strandwal tussen deze weg en Mariënheuvel/Meer en Berg bebouwd. Uitbreiding vond eveneens plaats in het oostelijk veengebied tussen de Glipperweg en Ringvaart als grens met de Haarlemmermeer. Aan de westzijde van de Kadijk is in de jaren 20 een klein woningbouwcomplexje gebouwd (Talmastraat). In de decennia daarna ontstaan de wijken Glip 1 (1932 oostelijk van de Glipper Dreef: Troelstralaan e.o.; 1956 westelijk: Thorbeckelaan e.o.) en Glip 2 (Korhoenlaan e.o., 1963). Uit 1978 dateert een klein winkelcentrum met o.a. een supermarkt. De grotere wijk Merlenhoven dateert uit 1983-1989. De circa 500 woningen zijn gebouwd op het zogenoemde Land van Van Schie: een groot stuk grasland. De wijk vormt de overgang tussen het wandelbos Groenendaal en het open landschap van de ingepolderde Haarlemmermeer. Meest recente uitbreiding betreft  woningbouwcomplex Prinsessenhof,  J.Dixlaan en omgeving, inclusief enkele woonwagenstandplaatsen.

Oude prentbriefkaart van de Glipperbrug met zicht op molen de Nachtegaal

Oude prentbriefkaart van de Glipperbrug met zicht op molen de Nachtegaal

molenglip

De fabrieksschoorsteen voor de meelfabriek van Höcker werd vervaardigd door steenfabriek Canoy- Herfkens in Venlo

 

De omstreeks 1930 gebouwde Glipperbrug

De in 1933 gebouwde Glipperbrug in samenwerking met beeldhouwer Theo van Reijn.

Glipperbrug met merletten, symbool van Heemstede

Glipperbrug met merletten, symbool van Heemstede dankzij het gemeentewapen. In de loop van de eeuwen zijn heel wat mensen in de vaart verdronken, in de vorige eeuw, in 1938 een 3-jarig kind Kuiper, in 1939 een 80-jarige vrouw en in 1967 de 1,5 jaar oude kleuter Harmke  Hartkoorn. Aan de overzijde zien we het karakteristieke tramhuis waar men kon schuilen of naar het toilet gaan.De ruimte binnen werd het ook gebruikt als achaflokaal..

De Prinsenlaan vanaf de Herenweg omstreeks 1915

De Prinsenlaan vanaf de Herenweg omstreeks 1915. De oorspronkelijke Prinsenlaan als oost-west verbinding tussen de Binnenweg/Glipperweg en de Heerenweg is in 1658 afgegraven en beplant

De vroegere boerderij van Kortekaas aan de Prinsenlaan geschilderd door Gabe de Vries op basis van een oude foto.

De vroegere boerderij van Kortekaas aan de Prinsenlaan geschilderd door Gabe de Vries op basis van een oude foto.

De Prinsenlaan vanaf de Glipperweg (Princehof)

De Prinsenlaan vanaf de Glipperweg (Princehof)

De Glip in de Stad- en Dorpbeschrijver van Kennemerland; door L.van Ollefen, 1796:  Deze buurt onder het Ambacht van Heemstede behoorende, was weleer genaamd, de Prinsen Zandvaart Laan; van de oorsprong deezes naams is echter thans geene reden te geeven. De weg van het dorp Heemsede naar deze buurt mag met recht eene aangenaame uitspannings wandeling genaamd worden als zijnde dezelve, behalve dat zij kort is, ongemeen behaagelijk; men wandelt gestadig onder het aangenaame lommer, en langs prachtige lusthoven, waaronder uitmunt de Hoffstede Meer en Berg, die uitzicht heeft op de Haarlemmer Meir, met het gezicht op welke Meir de wandelaar zig ook ter eenre zijde kan vermaaken; voords ontmoet hij de schoonste weilanden, eenig bouwland, aan en anderen kant met de lustplaatsen afwisselende. De buurt de Glip is zeer ruim en aangenaam gelegen; zij bestaat uit ongeveer 50 steenen huizen, 5 bleekerijen, en één korenmolen, welke de molen van geheel het ambacht is -. De bewooners deezer buurt, die niet aan de bleekerijen zijn, vinden hun bestaan, met als daghuurders in de hoven, en op de velden., in den omtrek liggende, te werken; allen welken lieden thands grievend klaagen over gebrek aan arbeid, alzo veele bezitters der kusthoven, door den algemeenen slechten staat des koophandels, de minstnoodige bedienden en arbeiders afdanken. Met de kerklijke zaaken en het schoolwezen, is ’t in deeze buurt even eens gelegen, als in de anderen onder de Ambachtsheerlijkheid van Heemstede behoorende,  zie hier vòòr – De kinderen uit de Glip gaan, wegen de nabijheid, meest te Bennebroek ter school. De voornaamste herberg in deeze buurt is het Schippers huis.’ De Haarlemse geschiedschrijver Allan is in zijn 4-delig werk over de stad en omgeving zeer beknopt ten aan zien van de Glip en schrijft in deel 2 (1877), op pagina 200 na Bennebroek: ‘Recht landelijk, niet waar, is de ligging van Bennebroek. Ook hier ontbreekt het geenszins aan afwisseling en verscheidenheid. Daar ginds, aan het einde van het zijpad, dat we hier rechts van ons zien, ligt de landhoeve ‘Rusthof’; links weidt het oog op de bosschen van de Hartekamp.

Boerderij De Glipgoeve, Glipperweg 4, tegenwoordig particulier bewoond met daarachter een manege. De hoeve behoorde vroeger toe aan paardenliefhebber baron Barthold van Verschuer die over een grote en vermaarde stoeterij beschikte.

Boerderij ‘Rusthof’, Glipperweg 4, tegenwoordig particulier bewoond met daarachter een manege. De hoeve behoorde vroeger toe aan paardenliefhebber baron Barthold van Verschuer die over een grote en vermaarde stoeterij beschikte.

Zicht op Rusthof

Zicht op Rusthof

Iets verder  ligt de buitenplaats ‘Gliphoeve’, en rechts ‘Eensgezind’; terwijl gindsche zeilende schepen u de richting der Ringvaart aanwijzen, die hier de scheiding vormt tusschen de gemeenten Haarlemmermeer en Bennebroek. Intusschen zijn we de buurt de Glip, ook wel de Prinsenbuurt genoemd, genaderd: ziet, het huis ‘Tulpenburg’ maakt er om zoo te zeggen het middelpunt van uit. Meer echter verdient dat antieke huis, aan gene zijde van de brug, die hier over de Glippervaart ligt, onze aandacht; ’t is ongetwijfeld wel het oudste gebouw, dat we hebben gezien. Bijzonderheden ken ik er niet van; evenmin als van dien korenmolen, dààr; ‘k weet dat hij in de wandeling de Glippermolen wordt genoemd – voilà tout… Maar ik sprak daareven van Gliphoeve. Nu, daar lag voorheen de algemeen bekende lijnwaadbleekerij Bleeklust, die omstreeks het begin dezer eeuw aan de wed. Louis Gunst behoorde; terwijl eene andere dergelijke inrichting, toebehoorende aan J.van den Bergh, in deze gemeente gevonden werd op de tegenwoordige hofstede ‘Meer en Bergh’, aan de reeds vroeger genoemden Achter-  of Boerenweg. Zoo naderen we het onder Heemstede gelegen en om zijn oudheid eerwaardige buitengoed ‘Meer en Berg’, van jhr. mr.D.J.C.van Lennep. Ziet ge wel: die eeuwenheugenden linden, wier forsche kruinen onzen weg overschaduwen, en van welke sommigen door ’t geweld der stormen hun kroon hebben verloren, doch trots hun ouderdom nog levenskracht genoeg hebben overgehouden om zich nieuwe kroonen te vormen; die hooge, verweerde muren; dat zwaar ijzeren poorthek, welks tenanten gedekt zijn door een paar antiewke, keurig bewerkte, doch enigszins geschonden beeldengroepen; de vorm van ’t gebouw zelf, de zware beplanting, tot zelfs het antiek ijzeren hek in het voorliggend weiland, dat alles geeft aan deze plaats het aanzien van hooge oudheid.’

In 1972 en nogmaals in 1985 opgegraven restanten van een blekerij bij de Kadijk: een vierkante spoelbak. Na de opgraving is de kuil weer met zand bedekt.

In 1972 en nogmaals in 1985 opgegraven restanten van een blekerij bij de Kadijk: een vierkante spoelbak. Na de opgraving is de kuil weer met zand bedekt.

Adriaan Loosjes laat in zijn tweede wandeling van het boek ‘Hollands Arkadia’ uit 1804 Antonie zeggen:”‘ Zo al praatende zijn wij en kleine buurt genaderd. – De Molen de Nachtegaal staat aan den ingang van dezelve. In vroeger tijd werd zij de Prinsen Zandvaartlaan, maar word tegenwoordig de Glip geheeten.’ Susanna antwoordt: ‘Waarlijk deze buurt is aangenaam gelegen, en de weg van Heemstede na dezelve is mij door de verscheidenheid van bekoorlijke gezigten zeer goed gevallen.’ Antonie: ‘Zij behoort onder het Ambacht van Heemstee. Men telt in dezelven behalven de bleekerijen een getal van 50 huizen en ruim 350 menschen.’ Nicolaas Beets die van 1840 tot 1854 predikant in Heemstede was, zich noemende ‘herder’ had al in 1839 in zijn ‘Camera Obscura’ onder schuilnaam Hildebrand verschenen, eenmaal de Glip vermeld in het verhaal ‘Een onaangenaam mensch in den Haarlemmerhout’ Bekend is zijn vers ‘Het boertje van Heemstede’, welhaast zeker geïnspireerd op lokale personen die hij uit de Glip gekend heeft.’ De eerste 2 van 10 strofen luiden: ‘Daar kwam een boertje getogen – Van Heemstee naar de Glip –  Zijn hoedje stond in zijn oogen – En treurig hing zijn lip —  Meteen kwam Neeltje van Gelder –  Zij ging hetzelfde pad – Haar kousjes waren zoo helder –  Haar jakje zat zoo glad — (…)’ 

De Glip door een onbekende auteur uit 1861: ‘Wandelende vanuit Haarlem naar Heemstede, ten slotte naar Bennebroek en Vogelenzang schrijft hij na in buurtschap de Glip te zijn aangekomen: ‘Wij bereiken nu eene regt landelijke, welvarende buurt van Heemstede, de Glip geheten, die ook al weder uitnemend schoone wandelingen heeft. Zie, wanneer men de fraai beplante Glipperlaan [bedoeld wordt de Prinsenlaan. H.K.] inslaat, die zich van de brug bij den Korenmolen De Nachtegaal tot den Heerenweg uitstrekt, komt men spoedig ter regter zijde aan een uitlokkend, kronkelend pad, de Kadijk genaamd. Het voert u langs de drie bleekereijen die gij hier ziet liggen, insgelijks naar den straatweg; maar even voor dat ge dien bereikt, bevindt gij u in de nabijheid van een vermaard plekje: het graf van Rousseau, aldus genaamd niet omdat er het geringste van den wijsgeer van Genève begraven ligt, maar omdat het veel overeenkomst bezit met het eilandje of ‘Elysium’ te Ermenonville, waar het werkelijke graf van den vermaarden man gevonden wordt. Loosjes heeft dit plekje schoon genoeg gevonden om het op den titel zijner Arcadia af te beelden.

Het zogenaamde 'graf van Rousseau' op het Keukenduin bij Meer en Berg. Tekening uit 1806 van F.A.Milatz.

Het zogenaamde ‘graf van Rousseau’ op het Keukenduin bij Meer en Berg. Tekening uit 1806 van F.A.Milatz.

Ofschoon het er zeker half zoo betooverend niet meer uitziet als in zijn tijd; ofschoon er geen lijkbus meer te vinden is en het voetstuk waarop zij schijnt bestaan te hebben zich – demoedig of wanhopig? – voorover in de kleine troebele waterkom gestort heeft, acht ik het toch niet geheel zonder gevaar zulk eene plek in onze haastigen toestand aan te doen. Ik bid U dus dat ge u voorlopig met het vignet der Arcadia vergenoegt. Van de Glip tot Bennebroek is maar een goed kwartier gaans. Wij komen, regts, langs Gliphoeve, eene aardige hofstede, en links, vlak bij het dorp, voorbij het pas geheel herbouwde Huis te Bennebroek, eene lustplaats van den ambachtsheer. (…)’.

Schilderij van blekerij Bleeklust op de Glip in Heemstede

Schilderij van blekerij Bleeklust op de Glip in Heemstede door J.Mensing, 1737 (oorspronkelijk afkomstig uit Huis te Bennebroek, thans in Historisch Museum Haarlem).Op de achtergrond het Haarlemmermeer met enkele zeilschepen. Links achter is molen de Nachtegaal zichtbaar. Geschilderd vanaf het duin met koepel op Hagenduin,overplaats van de Hartekamp.

Aquarel van lijnwaadblekerij wed. Gunst

Aquarel van lijnwaadblekerij wed. Louis Gunst in 1797 naar een tekening van Joseph Charles, litho door Emrik & Binger, opgenomen in deel 2 van boek Allan over Haarlem, 1877.

De blekerij

De blekerij “Bleeklust’ van Louis, vervolgens weduwe Gunst op de Glip in Heemstede

De weduwe van Louis Gunst, geboren Fleck speelt een rol in de roman Catalijne van Ingemunster; een meisjesleven in het begin der zeventiende eeuw (eerste druk 1938) van Sini Greup-Roldanus (1893-1984). Bevat tegenover het titelblad een foto van tekening van Joseph Charles ‘De lijnwaadbleekerij op de Glip’ Dit meisjesleven is beschreven tegen de achtergrond van het leven op het platteland in de Hollandse duinstreek onder de Vlaamse lijnwaadblekers.  Twee volgende delen van een trologie zijn: Jacquemijne van de Wyden; een meisjesleven in 1672 (1949) en Sandra Tjallinga; in het eeuwfeest 1700 (1949).

Titelblad van roman Catalijne van Ingelmunster, door Sini Greup-Roldanus (1946).

Titelblad van roman Catalijne van Ingelmunster, door Sini Greup-Roldanus (1946).

Een kinderschrijfster die een groot deel van haar leven op de Glip woonde (dr.Piersonstraat)  is Alet Schouten (1917-1995). Ze publiceerde een 30tal boeken en ontving een Gouden Griffel voor ‘De mare van de witte toren’  (1970) en ‘Iolo komt niet spelen’ (1974). In Berkel en Rodenrijs is een straat naar deze schrijfster vernoemd: de Alet Schoutensingel. Haar boek ‘De vier wezen’ (1981)  is geïnspireerd op de VOHB-uitgave van G.van Duinen: ‘Het wees- en armhuis te Heemstede 1796-1861 (1952)  en van F.J.E.van Lennep ‘Honderd jaar Hartekamp’ (1956)  met een verhaal over de schikking van de beeldschone Mathilde Agatha barones van Verschuer door een Oostenrijkse graaf. In het boek van Schouten is Dennenkamp een fantasienaam voor de Hartekamp.

Vooromslag van het boek 'De vier wezen' door Alet Schouten uit 1982 met tekeningen van Lydia Postma.

Vooromslag van het boek ‘De vier wezen’ door Alet Schouten uit 1982 met tekeningen van Lydia Postma.

Vers: 'Dat kleine stukje Heemstede' (de Glip), in 1967 te Aalsmeer geschreven door Paula Wey-van Pel en gepubliceerd in de Heemstedse Courant van 23 maart 1967.

Vers: ‘Dat kleine stukje Heemstede’ (de Glip), in 1967 te Aalsmeer geschreven door Paula Wey-van Pel en gepubliceerd in de Heemstedse Courant van 23 maart 1967.

'Het verhaal van de oude molen' . Anoniem vers

‘Het verhaal van de oude molen’ . Anoniem vers

Tijdens de hongerwinter 1944-1945 lieten boeren hun graan malen bij Höcker, bakker van der Laar ontving gratis meel om broden te bakken.  Mevrouw Höcker  sneed vervolgens het het gebakken brood om uit te delen aan kinderen. Bij de bevrijding zong men een liedje waarin ook de molen ter sprake kwam: ‘ Hop Glip, hop Glip / Stadje in het klein / Hop Glip, hop Glip / Wat woon je hier toch fijn / Met je molen en je Glippergracht / Met je weiland, bos en bollenpracht.’

De Princebuurt ofwel de Glip

Aanleg van brug over de Van Merlenvaart met passerende stoomtram

Aanleg van een nieuwe  brug over de Van Merlenvaart met passerende stoomtram. Om de Ringvaart te bereiken moest de straat tussen Heemstede en de Glip/Bennebroek overbrugd worden. De over het buiten Bosbeek/Groenendaal lopende water is op kosten van jhr. van Merlen gegraven. De bij raadsbesluit in 1913 naar van Merlen genoemde vaart loopt van de Ringvaart door de Glipperweg langs het Molentje door de Van Merlenlaan naar de (intussen gedempte) Zandvaart. In verband met uitbreiding van de Begraafplaats is de Van Merlenvaart in 1946 omgegraven naar de tegenwoordige ligging. De van Merlenbrug was oorspronkelijk  een kleine en smalle brug met hoge oprit. De stoomtram moest destijds op volle kracht de helling nemen. Als kwajongensstreek kwam het meer dan eens voor dat wanneer de stoomtram met moeite de brug opreed en op het hoogste punt bijna tot stilstand kwam het laatste rijtuig snel werd afgekoppeld. In 1932 is de oude vervangen door een nieuwe brug. Naam en jaartal zijn in steen gebeiteld. Op deze foto uit 1932 is de bekisting van de beschoeiing gereed. De restanten van de oude brug zijn nog intact, evenals het fraaie karakteristieke hekwerk. Dat werd vervangen door een doelmatig gemetselde stenen muur met als fraaie versiering het opschrift: Van Merlenbrug.

Historische woning aan het Glipperpad; getekend door J.Waldkötter.

Historische woning aan het Glipperpad; getekend door J.Waldkötter. (NHA)

Op de hoek van de Glipperweg en de Prinsenlaan (waar nu de Princehof staat) lag begin 20e eeuw de boerderij van Jan Kooi. Na Kooi woonde daar de heer Mozes, die in het achterhuis het protestantse verenigingsgebouw 'Samuël' onderbracht.

Op de hoek van de Glipperweg en de Prinsenlaan (waar nu de Princehof staat) lag begin 20e eeuw de boerderij van Jan Kooy. Hierna woonde daar de heer Moser, die in het achterhuis het protestantse verenigingsgebouw ‘Samuël’ onderbracht.

De Princehof (CASCA) op de Glip

De Princehof (CASCA) op de Glip

KORENMOLEN DE NACHTEGAAL/MEELFABRIEK HöCKER In 1535 is sprake van een korenmolen in Heemstede aan de Molenwerf dichtbij het Spaarne, welke tijdens de Spaanse Beroerten, in 1573, bij het zogenoemde Beleg van Haarlem, is verwoest. In 1596 verrees op dezelfde plaats een nieuwe houten molen, die al in 1618 is gesloopt. Plannen voor een korenmolen op een eilandje in het Spaarne toebehorende aan de Heer van Heemstede vonden geen doorgang. Aldus  ontbrak een korenmolen in de heerlijkheid Heemstede en moesten personen uit Heemstede hun koren laten malen in Haarlem of Hillegom. Cornelis Pietersz. van der Kade, molenaar uit Rijnsaterswoude, bood in 1650 tijdens het bewind van Adriaan Pauw aan een nieuwe koren- en grut ofwel gortmolen aan de Glip te bouwen.  Zijn voorwaarde was dat de inwoners van Heemstede dan bij hem of zijn nakomelingen hun meel zullen malen voor een prijs die niet hoger zou zijn dan bij een molen elders , hetgeen in een akte van januari 1651 is vastgelegd, waarna een houten molen op de Glip is getimmerd op een afstand van 60 Amsterdamse voet (= bijna 17 meter) vanaf de Heemsteedse Binnenweg [Glipperweg].

Handtekeningen van inwoners Heemstede die in 16151 beloven hun graan te laten malen bok C.P.van der Kade.

Handtekeningen van inwoners Heemstede die in 1651 beloven hun graan te laten malen door C.P.van der Kade. Analfabeten mochten een kruis plaatsen.

Onvoldoende kapitaalkrachtig leende C.P.van der Kade geld  van Adriaen Pauw en hij moest bovendien 6 gulden per jaar betalen voor het zogenaamde windrecht. Ten slotte werd hem verplicht al het koren gratis te malen dat de Ambachtsheer voor zichzelf en zijn familie nodig had tijdens hun verblijf in Heemstede. Die lasten vooral van de hypotheek drukten zwaar op de exploitatie en in 1656 moest opnieuw geld worden geleend om de molen draaiende te kunnen houden. Dat geld kwam niet van de nieuwe ambachtsheer Gerard Pauw maar van Joost Hartjes, koopman te Amsterdam en Aryan van Staveren, koopman uit Leiderdorp. Dat hield hij tot 1669 vol om naar Leiden te vertrekken en op 1 april van dat jaar is molen de Nachtegaal voor ƒ 3.200,-  en belast met ƒ 6,-  voor het recht van de wind verkocht aan een inwoner uit Heemstede, Cornelis Claesz. Valckooch, waarbij  de volledige koopsom als hypotheek op de korenmolen gevestigd bleef. Vervolgens komt de molen tot 1678 in handen van molenaar Benjamin Polamis, die de molen ten slotte weer overdeed aan een concurrent Wit Pietersz. Vis uit Haarlem, tevens eigenaar van een korenmolen aan de Baan, die de Glip-molen kocht met een hypotheek van 2.200 gulden, en daarbij nog eens ƒ 1.800,- leende voor bedrijfskapitaal. Vis wist molen de Nachtegaal in Heemstede tot bloei te brengen.  Op leeftijd gekomen verkocht hij 2 mei 1690 de molen aan een inwoner van Santpoort, Evert Cornelisz. Beeck en ontving boven de bestaande hypotheek van ƒ 1.800,- er nog ƒ 4.100,- voor. Die hield het slechts één jaar vol, want op 7 mei 1691 vond hij met een verlies van ƒ 150,-  een koper in de persoon van Cornelis Gangelofsz. Romeijn. Een tijdlang is hij dan eigenaar met Gerrit van Grieken (gewezen molenaar te Amsterdam) en ene Jan de Jongh totdat laatstgenoemde het deel van Romeijn overneemt. Voortdurend komt hij in financiële problemen, in 1730 is hij ƒ 3.400,- schuldig aan Dirk van Lennep, koopman te Amsterdam en in 1733 liefst ƒ 6.000,- aan Abraham Tegla te Haarlem met de molen als onderpand. Hij leende bij Abraham Tijler uit Haarlem. Met een nieuwe lening van ƒ 429,- in 1744 is zijn krediet uitgeput ondanks het feit dat de molen wel degelijk floreerde. In 1745 is de molen verkocht voor het aanzienlijke bedrag van ƒ 10.010,50 aan Cornelis Breeck, die ook over een korenmolen in Hillegom beschikte. Ook hij moest overigens een bedrag van 700 gulden lenen bij Willem Batelaar te Haarlem en ƒ 1.000,- bij Martinus Bertie uit Haarlem om de aankoop te kunnen effectueren. Op 24 maart 1769 kreeg Breeck toestemming van A.N.baron van Aerssen, heer van Heemstede [nieuwe echtgenoot van Agneta Sylvius, weduwe van de in 1747 overleden ambachtsheer Benjamin Pauw geboren Hoeufft, die het vruchtgebruik van de heerlijkheid behield tot haar dood 1 juni 1760] om in plaats van de oude houten molen een nieuwe stenen molen te bouwen in zijn tuin, zodanig dat de molenwieken op het minst 17 voet (-4,82 meter) binnen zijn erf draaien. De bouw is in 1761 voltooid. Beide molens in Hillegom en Heemstede, gezamenlijk getaxeerd op ƒ 8.400,- zijn na het overlijden van Conelis Breeck toebedeeld aan zoon Pieter Breeck. De financiële toestand van Pieter Breeck was echter verre van rooskleurig, gelet op het feit dat hij voor de molen op de Glip een hypotheek vestigde van ƒ 12.000,-.  

Bericht van verkoop via openbare veiling in logement 'Het Wapen van Heemstede' van korenmolen de Nachtegaal in 1829, toen aangekocht door Arie Wezel (OHC, 4-7-1829)

Bericht van verkoop via openbare veiling in logement ‘Het Wapen van Heemstede’ van korenmolen de Nachtegaal in 1829, toen aangekocht door Arie Wezel (OHC, 4-7-1829)

30 maart 1837 kochten Gerrit Vooges en Willem Faas van Arie Wezel de overdeelde helft van molen de Nachtegaal en op 2 juli 1845 kocht Huibert Hombroek, korenmolenaar uit Delfshaven, van Gerrit Vooges de onverdeelde helft voor ƒ 9.250,-  en 22 september 1848 tevens de onverdeelde helft van Willem Faas voor ƒ 6.500,-.

Verkoopbericht uit 1859 toen Huibert Hombroek molen bij een veiling de Nachtegaal verkocht aan Jacques Bosse

Verkoopbericht uit 1859 toen Huibert Hombroek de wind- en korenmolen de Nachtegaal en toebehoren zoals een woonhuis etc.  bij een veiling verkocht aan Jacques Bosse (OHC, 19-3-1859)

9 april 1859 had de volgende transportwisseling plaats. Jacques Bosse, directeur van de fabriek Prevenaire in de Zijlstraat kocht op een gehouden veiling in etablissement ‘Het Wapen van Heemstede’ de Nachtegaal voor ƒ 7.125,-  van Huibert Hombroek. Ten slotte is in 1869 met financiële steun van zijn schoonvader molen de Nachtegaal  uit een failliete boedel van de erven van Leendert van Tongeren aangekocht door Hendrik Herman Höcker, die daarvoor in Haarlem als bakker werkzaam was geweest in het bedrijf van zijn vader. Een nieuwe periode van bloei brak aan. In 1883 liet hij de molen ombouwen tot een maalderij die door stoom werd aangedreven via een aan de zijde van de Glipperweg geplaatste ketel en met een fabrieksschoorsteen. Met deze stoomkorenmolen heeft de wind als energiebron definitief afgedaan. In 1910 heeft Höcker aan de Glipperweg een directeurswoning laten bouwen naast enige arbeidershuisjes voor in dienst zijnde molenaarsknechten. In 1911 is de korenmolenaarsaffaire door H.H.Höcker overgedragen aan zijn zonen Anton en Johan Josephus Höcker. [De  directeur van de derde generatie H.H. (Hans) Höcker die in 1977 met pensioen ging heeft in HeerlijkHeden, nummer 99, 1999 zijn herinneringen in een interview verteld]. In 1914  is door Höcker overgegaan op elektriciteit via een nieuw gebouwde meelfabriek aan de vaart aangrenzend aan de molen naar een ontwerp van architect W.F.Doeglas uit Haarlem, en met opzichter W.van Amstel en als uitvoerders aannemersbedrijf  Gebr. Van den Putten uit Heemstede. De aanneemsom bedroeg ruim ƒ 20.000,-. ; de totale kosten inclusief electromotor e.d. waren ƒ 31.741,77.  De eerste steen in de gevel van de fabriek is op 24 februari 1914 gelegd door zijn 1,5 jarige zoontje H.H.Höcker. Voorts is in 1914 naastgelegen een nieuwe vaart gegraven  tot 12 meter en diepte van 2.60 onder Amsterdams Peil, sindsdien aangeduid met Höckervaart. De schepen konden zo vanaf de Ringvaart door de Höckervaart tot aan de kade van de fabriek varen om daar hun lading op te laten takelen. In de naoorlogse jaren vond de aan- en afvoer  voornamelijk via grote vrachtwagens plaats. Een vernieuwing in de productie was het walsen van het graan in plaats van het traditionele malen. Vroeger werd er met (maal-)stenen gemalen in die zin dat je een onderste steen had, de ‘ligger’ en over de ‘ligger’ liep de bovenste steen ‘de loper’. In de ‘loper’ zat een opening en daar viel het graan in. Een nieuwe methode was het ‘walsen’. Die stonden in een kast. Er draaiden twee schijven tegen elkaar in, één horizontaal en één verticaal en daartussen viel het graan. Na elke vermalingsstap volgt een zeefproces dat uiteindelijk resulteert in fijne, witte patentbloem. Een deel van de fabriekshal moet voor deze maalinstallatie verhoogd worden. De naoorlogse tijd gaf veel problemen ten aanzien van stof, geluid, verkeer met Hinderwetvergunningen en eind 1989 is ten slotte besloten het bedrijf te verkopen aan de landelijke firma Meneba, sloot de productie in Heemstede en werd  deze voortgezet in o.a. Alkmaar.

Advertentie voor een molenaarsknecht uit Nieuws van den dag, 7-9-1896

Advertentie voor een molenaarsknecht uit Nieuws van den dag, 7-9-1896

Een bedrijfsongeval dat goed afliep. Bericht uit Haarlem's Dagblad van 28 mei 1899.

Een bedrijfsongeval dat goed afliep. Bericht uit Haarlem’s Dagblad van 28 mei 1899.

Begonnen met 3 personen werkten begin 1900 7 personen in het bedrijf, een aantal dat steeds licht schommelt, maar ook in 1935 weer 7 bedroeg, na de tweede wereldoorlog uitgebreid tot 10-12.  De molen is in 1919 stilgezet en na een heftige wind is de molen in 1936 vanwege gevaar voor de omgeving nadat één losgeraakte en is de verteerde wiek die in een naastgelegen woonhuis was geslagen ontwiekt ofwel onttakeld, tevens van rieten kap en het wiekenkruis, door molenmakers Siem Mul & Zn.,  zodat sindsdien enkel de stenen romp uit 1761 resteert, die inwendig is gebruikt voor o.a. opslag van spullen. Het binnenwerk van de molen is in de jaren tachtig volledig gesloopt om plaats te maken voor een stalen silo ten behoeve van de opslag van veevoeder, een restproduct van het graan. De molenromp is op 21 april 2000 ingeschreven als rijksmonument. Met de zogeheten ‘Molen van Piet’ is het één van de twee overgebleven rondstenen bovenkruiers met stelling in Noord-Holland. De molen is enigszins verzakt, dit komt doordat de ondergrond van de molen op de grens van de Haarlemmermeer met veengrond staat. Als gevolg van het droogmalen van deze polder is de ondergrond iets ingezakt. In 2005 is de 19 meter hoge molenromp, nog altijd in eigendom van de familie Höcker, onder toezicht van monumentenzorg gerestaureerd. Tevens is de oude meelfabriek verbouwd waarin appartementen en kunstenaarsateliers zijn gevestigd. De voormalige meelfabriek is, evenals de gerenoveerde directeurswoning , niet meer in bezit van de familie.  Op het terrein achter de molen is in 2006 aan de nieuwe Höckerkade een appartementencomplex met 12 wooneenheden verrezen.  Tot de opheffing en verhuizing van de meelfabriek in 1990 produceerde de meelfabriek onder meer een bloemsoort die naar de molen was genoemd. Omstreeks 1970 zijn vergeefse pogingen ondernomen bij een restauratie wederom twee molenroeden  aan te brengen. Vanwege de totale kosten, geraamd op ƒ 125.000,- is hiervan afgezien. In 1991 is nog een nieuwe schriftelijke poging bij het gemeentebestuur van Heemstede ondernomen door de Stichting Molens Zuid-Kennemerland tot herplaatsing van molenwieken.  In 1989 is de meelfabriek Höcker overgegaan naar Meneba en heeft directeur Hans Höcker eerst in Alkmaar, later nog tot 2008 in Wormerveer gewerkt.

Bij het 50-jarig bestaan van de maalderij Höcker (1869-1919) is deze stenen plaquette in de toen nieuwe meelfabriek geplaatst

Bij het 50-jarig bestaan van de firma H.H.Höcker Zonen (1869-1919) is bovenstaande marmeren gedenkplaat in de toen nieuwe meelfabriek geplaatst

Jubileum der firma H.H.Höcker Zonen. Een zeldzaam jubileum mag de fir.... (Uit: Haarlem's Dagblad van 12 mei 1919)

Jubileum der firma H.H.Höcker Zonen. Een zeldzaam jubileum mag de fir….
(Uit: Haarlem’s Dagblad van 12 mei 1919)

In 1919 ook vierde het echtpaar H.H.Höcker en A.Höcker-Bosse hun 50-jarig huwelijksjubileum (Algemeen Dagblad, 25-5-1919).

In 1919 ook vierde het echtpaar H.H.Höcker en A.Höcker-Bosse hun 50-jarig huwelijksjubileum (Algemeen Dagblad, 25-5-1919).

=================================================== Over de bezettingsperiode 1940-1945 heeft H.H.(Hans) Höcker jr. een en ander verteld in het blad van de historische vereniging Heemstede Bennebroek: Heerlijkheden: ‘In de hongerwinter reed de stoomtram Haarlem/Leiden vice versa. Er werd bij ons voor de deur, dus bijna op de grens Heemstede/Bennebroek een speciale halte gecreëerd en waarom? Mensen kwamen uit de stad Haarlem met zakjes graan, gaven die bij ons af om te ruilen voor meel. Het stuk van de molen tot Leiden en terug zat er dan vrijwel niemand in de tram. De mensen stonden bij onze halte te wachten met hun meel tot de tram uit Leiden arriveerde en reden dan weer mee naar Haarlem. Omdat de maler betaald moest worden vroeg men 5 cent de kilo voor het malen van het graan tot meel. De Haarlemmers kwamen aan het graan door met de fiets langs de boeren in de Haarlemmermeer te rijden en ruilden de stadsbewoners het graan tegen bijvoorbeeld lakens. De meeste mensen bakten met het meel thuis hun brood. Men had eigen oventjes, emaille kool- of houtfornuizen. Aan de ene kant van het fornuis werd gestookt, de andere kant werd zodoende verhit en was bakruimte. Er was geen verplichting aan de Duitsers te leveren. Alleen kwam af en toe een Duitse grootmajoor, die in het naburige ‘Bosbeek’ was gelegerd. Hij kwam vragen of hij Weiszmehl kon krijgen in ruil voor een fles cognac. Het toeval wilde dat deze officier dezelfde achternaam had als de onze: Höcker. Wij weigerden dat niet.’  In de oorlogsperiode was er veel saamhorigheid in buurtschap De Glip. Zo zorgde de familie Höcker ervoor dat schoolkinderen uit de omgeving dagelijks een boterham kregen. Bakker Van der Laar van nummer 72 ontving daarvoor gratis meel, waarvan hij dagelijks een paar broden bakte. Mevrouw Höcker sneed het brood en deelde het uit aan de kinderen. Na de bevrijding zijn alle buurtbewoners op een baaltje meel getracteerd en als dank voor de hulp tijdens de hongerwinter ontving de familie Höcker een oorkonde van de bewoners.

Door de bewoners van 'het Eiland', een wijkje tegenover de molen in de richting van de Kadijk in 1945 aangeboden oorkonde aan de familie Höcker als dank voor het ontvangen meel tijdens de hongerwinter

Door de bewoners van ‘het Eiland’, een wijkje tegenover de molen in de richting van de Kadijk in 1945 aangeboden oorkonde aan de familie Höcker als dank voor het ontvangen meel tijdens de hongerwinter

Tijdens het bevrijdingsfeest in de wijk is o.a. het volgende liedje gezongen: “Hop Glip, hop Glip – Stadje in het klein – Hop Glip, hop Glip, – Wat woon je hier toch fijn – Met je molen en je Glippergracht – Met je weiland, bos en bollenpracht.’  De oude meelfabriek is tegenwoordig eigendom van de heer Chiel van der Wal. Hier bevinden zich ateliers van kunstenaars, kantoren en appartementen. Het appartementencomplex met 12 wooneenheden achter de molen aan de Höckerkade is in 2006 tot stand gekomen. Literatuur: – J.W.Groesbeek, Heemstede in de historie, 1972; – Henk Rietbroek, ‘Het interview'[met H.H.Höcker], in: Heerlijkheden, nummer 99, febvrusri 1999, p.40-49.; – Ellen Kerkvliet, De molen van Höcker, een molen zonder wieken, in: Heerlijkheden, nummer 154, herfst 2012, p. 7-12.

Molen de Nachtegaal op de Glip, geschilderd door Willem Vester

Molen de Nachtegaal op de Glip, geschilderd door Willem Vester

Gevelsteen van 'de Nactegaal' die dankzij de familie Höcker bewaard bleef.

Gevelsteen van ‘de Nachtegaal’ die dankzij de familie Höcker bewaard bleef.

De begeleidende tekst is verdwenen, maar vastgelegd door Jacob van Lennep, die schreef: ‘Aan de Glip bij Bennebroek leest men aan een molen, waar de Nachtegaal uithangt op een steen ‘De Nachtegaal hier seer plaisant is door Cornelis Breeck geplant. Pieter en Ysbrand Breeck met vleyt die hebben de eerste steen geleyt’.

In 1869 is korenmolen de Nachtegaal aangekocht door de uit Noord-Duitsland afkomstige H.H.Höcker. Diens nazaten maakten er een bloeiende meelfabriek van.

In 1869 is korenmolen de Nachtegaal aangekocht door Hendrik Herman Höcker die het bedrijf nieuwe bloei bracht en tot 1911 heeft geleid.  Zijn voorouders waren afkomstig uit Noord-Duitsland en zijn vader was een bakkerij begonnen in Haarlem. Bovendien was H.H.Höcker gemeenteraadslid in Heemstede. Hij is op 10 januari 1934 op 87-jarige leeftijd overleden en in Heemstede begraven.

Oude prentbriefkaart van molen op de Glip uit 1904

Oude prentbriefkaart van molen op de Glip uit 1904

Korenmolen de Nachtegaal aan de Glip. Tekening in Oostindische inkt van J.Schotman, 1926 (NHA).

Korenmolen de Nachtegaal aan de Glip. Tekening in Oostindische inkt van J.Schotman, 1926 (NHA).

Molen de Nachtegaal naar een oude foto geschilderd door Gabe de Vries

Molen de Nachtegaal naar een oude foto geschilderd door Gabe de Vries

Nachtegaal

Nog een doek van Gabe de Vries met molen de Nachtegaal aan de Glipperweg , nageschilderd van een oude ansichtkaart

 

 

Snitker10

Ets van molen op de Glip uit serie 3×3=9 door Willem Snitker

Twee huizen van Höcker aan de Glipperweg nabij de molen, intussen afgebroken. Schilderij naar oude foto door Gabe de Vries uit Heemstede

Twee huizen van Höcker aan de Glipperweg nabij de molen, intussen afgebroken. Schilderij naar oude foto door Gabe de Vries uit Heemstede

Briefhoofd Höcker en Zonen uit 1914.

Briefhoofd van stoom-korenmolen Höcker en Zonen uit 1913.

Tekening van molen de Nachtegaal en meelfabriek Höcker in Heemstede uit het archief HVHB

Tekening van molen de Nachtegaal en meelfabriek Höcker in Heemstede uit het archief HVHB

Artikel uit Haarlem's Dagblad van 12 mei 1919 naar aanleiding van 50 jaar Höcker meelfabriek

Artikel uit Haarlem’s Dagblad van 12 mei 1919 naar aanleiding van 50 jaar Höcker meelfabriek

Overlijdensbericht H.H.Höcker. Uit: Algemeen Dagblad van 11-1-1934

Overlijdensbericht H.H.Höcker. Uit: Algemeen Dagblad van 11-1-1934

Een bekende Glippenaar was A.Frederiks. Toen hij 40 jaar was getrouwd werd dat berichjt in de OHC van 9-1-1940

Een bekende Glippenaar was A.Frederiks. Toen hij 40 jaar was getrouwd werd dat bericht in de OHC van 9-1-1940

Een bewaard gebleven molensteen (foto Theo Out)

Een bewaard gebleven molensteen (foto Theo Out)

 

Tot ver in de twintigste eeuw vormde de Glip een apart buurtschap, afgesloten van de rest van Heemstede door weilanden, bloemenvelden en sloten. Aan de westzijde de beboste strandwal met Bosbeek, Meerenberg etc en de oostzijde het open weide- en polderlandschap. Een deel hiervan is intussen bebouwd, met name via de nieuwe wijk Merlenhoven. In de late middeleeuwen werd in dit gebied nabij het Haarlemmermeer turf voor brandstof gestoken. Gedurende de 16e en begin 17e eeuw  was de Glip met de meeste bebouwing feitelijk het centrum van buurtschap Bennebroek. Na de verzelfstandiging (officieus in 1630, officieel in 1653) bleef het land benoorden  de Swartsenburglaan aan Heemstede en werd het centrum van de nieuwe ambachtsheerlijkheid Bennebroek verlegd richting de Reek en Schoolstraat De Princebuurt wordt in een akte uit 1580 voor de eerste maal in ‘Privilegien van Kennemerland’ genoemd. Vrijwel zeker vernoemd naar prins Willem I van Oranje. Het oude pad tussen Heemstede en Bennebroek werd in vroeger eeuwen aangeduid met Heemsteder Houtweg, Binnenweg en Princezandvaartlaan. Tegenwoordig vinden we hier vanaf het Valkenburgerplein eerst de Glipper Dreef, vervolgens de Glipperweg en ten slotte in Bennebroek de Binnenweg met buurt de Dageraad tot de Bennebroekervaart en Benneboekerweg. De Prince-zandvaart ofwel -trekvaart, thans Glipper(zand)vaart geheten, werd in 1621 gegraven speciaal voor het vervoer van wasgoed, post en andere goederen. Het afgegraven zand is gebruikt voor het ophogen van laaggelegen gronden. De vaart vervulde tevens een rol bij het afvoeren van het door de blekers vervuilde water. De Prinsenlaan naar de Herenweg is omstreeks 1658 afgegraven en aan weerszijden met bomen beplant. De Kadijk was vroeger een voetpad en is later verbreed met het oog op het verkeer. In ‘Privilegien ende Octroijen der Kennemerdorpen’ door Willem Gerritsz. Lams (1664) staat vermeld: “Ten Zuyt-Westen van ’t voorz. Dorp [= Heemstede] begaet men de Prince-Zantvaert, Laen ende Prince-buurt, met veele fraeije wooningen ende bleykerijen versien….” Prinsessenhof (1984) en Prinseneiland sluiten in de naamgeving hierop aan. De Glipperweg liep vroeger vanaf de Voorweg c.q. Valkenburgerlaan in Heemstede tot aan de Binnenweg te Bennebroek. Op 28 maart 1963, is het (ruimere) gedeelte vanaf de Valkenburgerlaan – eigenlijk ook als voortzetting van de Heemsteedse Dreef – tot de Dr.J.Th.de Visserstraat omgedoopt in Glipper Dreef, via een zijweg voortgezet tot de de dr.Schaepmanlaan. Met betrekking tot de herkomst van de naam de Glip bestaat geen eenduidigheid. Vermoedelijk is het een benaming voor helling, del of geul, smal voetpad. Aanvankelijk via mondelinge overlevering is ook de verklaring hardnekkig dat smokkelaars en dieven vanaf het Haarlemmermeer via de smalle voetpaden tussen het hoge struikgewas vanuit hier “heen glipten’ naar Haarlem en elders. De naam Glip is verder in verband gebracht met de Franse Hugenoten, die toen koning Lodewijk XIV om politieke redenen het protestantisme in 1685 definitief in Frankrijk verbood, vanuit het Haarlemmermeer via dit gebied naar Amsterdam vluchtten ofwel ‘glipten’. In een octrooi van 21 december 1765 gegeven door de Staten van Holland,, vernieuwd op 23 november 1787, zijn uit de ingezetenen van Heemstede wakers aangesteld om allerlei vormen van smokkelongerechtigheid tegen te gaan ‘met het recht van executie tegen onwillige betaalers’.  In 1732 zijn in de Princebuurt 67 percelen voor de belasting geregistreerd, waartoe ook hofsteden en blekerijen gerekend werden. In 1787 zijn de huizen binnen het ambacht Heemstede opnieuw geteld en kwam men voor de Glip op een aantal van 50 huisgezinnen. Volgens Adriaan Loosjes woonden in de 50 huizen van de Glip ruim 350 mensen (1). Dorpbeschrijver L. van Ollefen  noteerde dat de Glip zeer ruim en aangenaam gelegen was. Wandelend richting Bennebroek schrijft hij dat men aan de westkant langs prachtige lusthoven loopt, van welke Meerenberg met uitzicht op het Haarlemmermeer uitmunt. Aan de oostelijke zijde ontmoet men “de schoonste weilanden en enig bouwland”. De Glip “bestaat uit ongeveer 50 steenen huizen, 5 bleekerijen, en één korenmolen. De bewooners deezer buurt, die niet aan de bleekerijen zijn, vinden hun bestaan, met als daghuurders in de hoven, en op de velden, in den omtrek liggende, te werken; allen welke lieden thands grievend klaagen over gebrek aan arbeid, alzo veele bezitters der lusthoven, door den algemeenen slechten staat des koophandels, de minstnoodige bedienden en arbeiders afdanken. Met de kerkelijke zaaken en het schoolwezen, is ’t in deeze buurt even eens gelegen, als in de anderen onder de Ambachtsheerlijkheid van Heemstede behoorende. De kinderen uit de Glip gaan, wegens de nabijheid, meest te Bennebroek ter school.’ De lokale herberg aan de vaart heette ‘Het Schippershuis’. Andere tapperijen in de Glip waren onder meer Fortuin, Oranjeboom, de Pauw,  weduwe Daniëls, ‘Landzicht’ en café Kooy, waar nu de Princehof ligt. Aan de oostzijde van de huidige Glipperweg  lag de boerderij “Overthoorn” (tegenover Bosbeek) en wat verderop richting Bennebroek de hofstede ‘Meermin’, ten tijde van eigendom van Jan Laars, brouwer van ‘de Engel’ in Haarlem om en nabij 1720 tijdelijk ‘Engel-Rust’ geheten. Rijksarchivaris mr.J.W.Groesbeek zocht de historie uit en achtte het buiten belangrijker dan het even verderop aan de oostzijde gelegen buiten ‘Overmeer’. Dominee Matteus Hooft, die toen al emeritus predikant te Heemstede was, kocht van zijn medeërfgenamen de helft van ‘de Meermin’ die toen (10 juli 1671)  ƒ 10.000,- waard geweest moet zijn. Het bleef in zijn familie toen mr.Jacob Hooft een derde van het huis erfde en de resterende tweederde parten er bij kocht (8 april 1692). Zijn kinderen vervreemdden echter het familiebezit, dat toen4 morgenb 365 roeden groot was. Koper op 3 april 1712 was sinjeur Jan Laars, brouwer in de Engel te Haarlem voor 4.275 gulden. Hij herdoopte de Meermin in ‘Engelrust’.  Lang genoot hij niet van zijn rust, want voor 8 augustus 1729 was hij al overleden en verkocht zijn zoon Matheus Laars, eveneens brouwer in de Engel, zijn buiten “Engelrust’ aan de heer Nicolaas van Strijen, secretaris van Amsterdam voor ƒ 6.000,-. Deze hergaf aan zijn aankoop de oide naam van ‘de Meermin’. Hij bracht tal van verbeteringen aan – nder andere een nieuwe oprijlaan – misschien bouwde hij er zelfs een nieuw herenhuis. Hij bezat tevens 3 blekerijen aan de overzijde van deweg gelegen. Hij had echter te hoog gegrepen en zijn bezittingen en die van zijn vrouw werden onder curatele gesteld. De curators verkochten de hofstede voor 16.000 gulden aan de heer Aarnout Diderick te Amsterdam (6 september 1734). Het grondbezit was uitgebreid tot ruim 15,5 morgen. Duiens weduwe, vrouwe Sara Susanna Couck, liet het na aan vrouwe Maria Barbara Diddrericks, die het als weduwe van mr.Francois Antonie Leyssius verkocht aan Frederik Kaal. Weliswaar betaalde deze er ƒ 14.000,-  voor inclusief huis, land, stalling, koetshuis, schuitenhuis, stenen koepel en menagerie maar omstreeks 1776 is de Meermin door deze  de Amsterdamse ‘aartssloper’ afgebroken. Na gebruik als weiland en vervolgens bloembollengrond, o.a. van Bonkenburg en de familie Vrugt, zijn hier na 1932 huizen gebouwd (Troelstralaan en omgeving).

Links het inpakken van bloembollen in het vm. pakhuis van J. Bonkenburg & Co en rechts: de voorzijde van het inmiddels afgebroken en vervangen pakhuis van Bonkenburg.

Links het inpakken van bloembollen in het vm. pakhuis van J. Bonkenburg & Co en rechts: de voorzijde van het inmiddels afgebroken en vervangen pakhuis van Bonkenburg.

De bollenschuur aan de Glipperweg van de kwekersfirma Bonkenburg die ooit als koeienschuur van Vrugt diende

De bollenschuur aan de Glipperweg van de kwekersfirma Bonkenburg die ooit als koeienschuur van Vrugt diende

Bloeiende hycinthenvelden op de Glip in de eerste helft van de vorige eeuw

Bloeiende hycinthenvelden op de Glip in de eerste helft van de vorige eeuw

Kunstschilder A.C. (Kees) van Noort (1914-2003) woonde op De Glip en heeft de bloembollenvelden veelvuldig geschilderd (kunsthandel Groen)

Kunstschilder A.C. (Kees) van Noort (1914-2003) woonde na zijn pensionering op De Glip in de Tienhovenstraat en heeft de bloembollenvelden veelvuldig geschilderd (kunsthandel Groen)

Bollenvelden in Heemstede; door A.C.van Noort

Bollenvelden bij de Kadijk in Heemstede; door A.C.van Noort

Glippervaart (Princezandvaart) in de Glip. Tekening van P.van Loo, 1768 (N.H.A.)

Glippervaart (Princezandvaart) in de Glip. Tekening van P.van Loo, 1768 (N.H.A.)

Buitenplaats “Overmeer”

DE Princebuurt met molen de Nachtegaal en rechts de hofstede OVERMEER op een tekening van Hendrik Tavenier, 1797

DE Princebuurt met molen de Nachtegaal en rechts de hofstede OVERMEER op een tekening van Hendrik Tavenier, 1797

Waar eind vorige eeuw op het ‘Prinseneiland’ 127 huizen zijn gebouwd lag in de 17e en 18e eeuw de hofstede ‘Overmeer’, gelegen tegenover het midden 19e eeuw ingepolderde Haarlemmermeer, vandaar de naam. ‘Overmeer’ bestond uit een herenhuis, een koets- en tuinmanswoning, een paardenstalling, boomgaard en tuin. De tweede eigenaar Valckoogh was eigenaar van de tegenover de hofstede liggende korenmolen. Van 1655 tot 1794 zijn de namen van de eigenaren als bijlage vermeld. Afwisselend in het bezit van inwoners van Heemstede, maar ook van een advocaat bij het Hof van Holland (mr. Engelbert van der Mijl; 1669-1692), een magistraat van de stad Amsterdam, François de Vicq, van 1717-1720, die vier jaar later ‘Overmeer’ voor ƒ 3.300,- terugkocht (tot 1726) en een kapitein ter zee: Jan van der Waeijen.

Portet van koopman-magistraat Francois de Vicq (1679-1730), die ook eigenaar is geweest van Hout en Duynzigt/Vredenhof (RKD; iconografisch bureau)

Portet van koopman-magistraat Francois de Vicq (1679-1730), die ook eigenaar is geweest van Hout en Duynzigt/Vredenhof (RKD; iconografisch bureau)

Na zijn overlijden in 1717 werd Reinier Brand als nummer 26 binnen de Oude Kerk van Heemstede begraven. In een beschrijving voor verkoop uit 1724 is Overmeer als volgt beschreven: ‘gelegen in de Princebuurt aan den rijweg op de Glip, onder de heerlijkheid van Heemstede, buyten de stad Haarlem, voorsien van desselfs Herenhuijsinge met 3 royale vertrecken, kookkeuken en andere gemacken meer beneden de grond. Mitsgaders de stallinge voor  5 tot 6  paerden, koetshuis, thuinmanswoning, boomgaard, hoender- en duijvenhocken, aspergeperk (…)’ Op een topografisch aardige tekening van Hendrik Tavenier uit omstreeks 1780  ‘Aan de Glip tussen Heemstede en Bennebroek’ zijn links molen ‘de Nachtegaal’ en enkele huizen afgebeeld, rechts is een hek zichtbaar en daarachter het huis ‘Overmeer’.  Korte tijd later moet het, vermoedelijk wegens bouwvalligheid, zijn afgebroken door toenmalig eigenaar Wiering van der Zee, een in zijn tijd gerenommeerd broodbakker op de Glip, die ook vele jaren schepen in Heemstede was. Op de plaats van zijn bakkerij werkte in de 20ste eeuw Van de Laar, die in 1979 de broodoven voorgoed doofde. Het terrein van ‘Overmeer’ is eind 18e eeuw omgezet in een weiland en bleekgebied. Mr. J.W.Groesbeek heeft al beschreven dat het opmerkelijk is dat de hofstede na afbraak van het herenhuis bij de verkoop in 1794 aan kleerbleker F.L.Faas voor ƒ 2.200,- zelfs ƒ 245,- méér opbracht dan bij de aankoop in 1767. Het oppervlak bedroeg toen 4 Rijnlandse morgen ofwel 34.034 vierkante meter. Op de kaart van landmeter Engelman uit 1794 is de naam ‘Overmeer’ niet meer opgenomen en het gebied is ‘groen’ ingetekend met verspreid wat bomen. Nadien is het als enige tijd als bleekveld en vervolgens als bollenveld aangewend.

Kermis op de Glip op een tekening van P.van Bussel.

Kermis op de Glip, getekend door Hermanus van Bussel (1763-1815). NHA

Nieuwbouw Uit een gemeentegids van 1931 citeren we “Met ziet de kleurrijke velden ter linkerzijde prachtig tegen het donkere geboomte van Meer-en-Berg afsteken, terwijl de molen aan de Glip een schilderachtige afsluiting van den achtergrond vormt”. In die tijd was het land in gebruik van kweker en koopman A. Vis, Prinsenlaan 19. Die heeft  in 1929 meebetaald  aan de door kweker Dirk Granneman aangekochte boerderij ‘Rusthof’ aan de Glipperweg op de grens met Bennebroek evenals de – intussen afgebroken – woningcomplexjes  ‘Eensgezind’ en ‘Klein Eensgezind’ met respectievelijk 6 en 2 arbeidersfamilies onder één dak  Hij neemt samen met Wouter Philippo in 1930 het bedrijf van Granneman op de Glip over. De bloembollen zijn op dat moment 63.598 gulden waard, terwijl de goodwill werd geraamd op 9.000 gulden. Arie Vis overleed in 1940 en er volgt een verdeling. Wouter Philippo en zijn zoon Dirk en Wouter gaan als ‘Philippo en Zonen’ verder. Als vader Wouter in 1954 komt te overlijden en de gelijknamige zoon in 1957 het bedrijf verlaat, ging Dirk alleen verder totdat het bedrijf op 7 juni 1966 definitief stopte. W.A. Philippo vertelde me ooit dat hij op de grond van wat nu Prinseneiland heeft wel honderdduizend voetstappen heeft liggen. Na aankoop door de gemeente was het land in gebruik als volkstuincomplex en een klein deel als weiland, gewild bij broedvogels, totdat het een woonbestemming kreeg. Dat laatste geschiedde op basis van het 27 oktober 1988 vastgestelde bestemmingsplan ‘Glip4’. Op 12 juli van het jaar daarop werd door wethouder mevrouw drs.J.R.Beets-Hehewerth het startsein gegeven aan de uitvoering van het uitbreidingsplan onder leiding van projectontwikkelaar Slokker Vastgoedontwikkeling Huizen BV. Die zorgde ook voor ontwerp en uitvoering van de infrastructuur en de bijbehorende civieltechnische werken. Met het bouwproject was  een bedrag gemoeid van minstens 35 miljoen gulden. Het plan omvatte 26 woningen in de premiekoop A-sector, 23 vrije sector, 40 halfvrijstaande villa’s en 38 premiehuurwoningen. Ook enkele woonwagenstandplaatsen. Teneinde de nieuwe bewoners bij de uitvoering te betrekken werd met succes een  bewonersvereniging ‘Prinseneiland’ in het leven geroepen. Ten westen van het Prinseneiland liggen de bollenvelden van Braam en de Kadijk volgend in de richting van de Herenweg dahliacultures van kweker Geerlings, wiens cultivar ‘Glory of Heemstede’ in 1987 tot dahlia van het jaar is uitgeroepen en nog altijd populair is. In relatie tot de bloembollengeschiedenis van dit gebied zijn door de gemeenteraad van Heemstede op voorstel van de  CDA-fractie bij besluit van 25 mei 1989 aan de vier wegen in het plangebied kwekersnamen gegeven. Enkel de VVD-fractie had liever namen van prinsen en/of prinsessen gezien, in aansluiting op de Prinsenlaan. Nog niet opgenomen in het uit 1985 stratenboek van Heemstede door H.Smit volgt ten slotte een beknopte beschrijving van de gekozen namen. – Floradreef Flora gold in de Klassieke Oudheid als godin van bloemen en tuinen. De internationale bloemententoonstellingen in Groenendaal ‘Flora’ van 1925, 1935 en 1953 waren de grootste opgezette evenementen die ooit in Heemstede plaatshadden met respectievelijk 393.000, 610.000 en meer dan 900.000 bezoekers. “Dreef”, in het Zuid-Nederlands “dreve” – van drijven – is oorspronkelijk een brede weg, vroeger geschikt om er vee langs te drijven, maar tegenwoordig bedoeld in de zin van een met bomen beplante laan of straat.

Dahlia: de Parel van Heemstede, gekweekt door Cor Geerlings

Dahlia: de Parel van Heemstede, gekweekt door Cor Geerlings

'Glory of Heemstede'-dahlia is ook in Rusland populair

‘Glory of Heemstede’-waterdahlia van Geerlings is ook in Rusland populair

– Rosenkrantzlaan Vernoemd naar de in historisch opzicht belangrijke bloembollenkweker, zaadhandelaar en exporteur Johannes Rosenkrantz (1717-1795). Deze was afkomstig uit Waveren in het Duitse Hessen en begon op ‘Elswout’ in Overeen, om zich omstreeks 1760 inHeemstede te vestigen. In 1769 publiceerde hij het boek ‘Der Holländische Aufmerksame Gärtner’ (Amsterdam). In 1791 verscheen van zijn kwekerij een uitgebreide Hollandse catalogus van bloemen, tevens in de Franse, Duitse en Engelse taal. 18 juli 1795 is hij overleden en is de zaak voortgezet door zijn gelijknamige zoon, destijds bekend als botanicus, en heette toen Joh. Rosenkrantz en Zoon. Vervolgens door zijn neef Johannes Stegerhoek, gestorven in 1853, en deze laatste is opgevolgd door zijn meesterknecht Jacob Preijde. In 1938 is dit lange tijd bloeiende bedrijf na 178 jaar opgeheven. De firma exporteerde veel naar verscheidene Europese landen en de Verenigde Staten. In de gemeenteverslagen werd meermaals melding gemaakt van de ‘Europese roem’. De kwekerij ‘Rozenburg’ lag tussen de Herenweg en de Leidsvaart. Het woonhuis, op de hoek van de Herenweg en de Zandvoortselaan, bestaat nog en was tot voor kort  in gebruik als antiekzaak ‘Dare Antiques’ met slogan “Dare to be different”, anno 2013 kantoorvesting biedend aan Fiduce Vermogensbeheer. In het boek ‘Bloeiende Bedrijvigheid’ (2002) is op de pagina’s 161-162 een hoofdstuk gewijd aan Rozenkrantz van Rozenburg en Jacob Preijde.

Schrijven van de firma Joh. Rosenkrantz & Zoon

Schrijven van de firma Joh. Rosenkrantz & Zoon, ‘Eeuwen oud steeds vertrouwd’ , vanaf 1924 geleid door C.J.Preijde

De Herenweg met rechts het kantoor van kwekerij Rozenburg begin 20ste eeuw

De Herenweg met rechts het kantoor van kwekerij Rozenburg begin 20ste eeuw

Het gebouw Rozenburg met de verdwenen boom die moest wijken voor een parkeerterrein

Het gebouw Rozenburg met de verdwenen boom die moest wijken voor een parkeerterrein

Na o.a. een beveiligingsbedrijf en vervolgens antiekzaak 'Dare to be different' is in het historische pand tegenwoordig Fiduce Vermogensbeheer gevestigd

Na o.a. een beveiligingsbedrijf en vervolgens antiekzaak met motto ‘Dare to be different’ is in het historische pand tegenwoordig Fiduce Vermogensbeheer gevestigd

– Van Slogterenlaan Egbertus van Slogteren (1888-1968), geboren in Groningen, was directeur van het door hem in 1922 geïnitieerde laboratorium voor Bloembollenonderzoek in Lisse en sedert 1925 buitengewoon hoogleraar in de fytopathologie te Wageningen. Hij genoot internationaal aanzien als ‘plantendokter’ die tal van plantenziektekundige problemen tot een oplossing bracht en nauwe kontakten onderhield met de kwekers. Onder zijn leiding zijn vele antisera tegen virussen ontdekt. Hij was (ere)lid van binnen- en buitenlandse geleerde genootschappen en is diverse malen onderscheiden, o.a. als erelid van de Royal Horticultural Society te Londen, aldaar begiftigd met de prestitieuze ‘Peter Barr Memorial Cup’.  Qua uiterlijk een opvallende verschijning met witte baard en karakterologisch een strijdbaar mens die hoge eisen aan zichzelf en zijn medewerkers. In 1929 verhuisde Van Slogteren naar de Heemsteedse Dreef 11 en de laatste jaren van zijn leven bracht hij door in het ‘Huis te Bennebroek’ tot hij op 17 oktober1968 in het St. Elisabeth’s Gasthuis te Haarlem overleed.

Professor dr. E.van Slogteren (1966)

Professor dr. E.van Slogteren (1966)

Prof. dr.E.van Slogteren (1888-1968) uit Heemstede die zich na zijn pensionering naar 'Huis te Bennebroek' verhuisde, in tijdschrift De Spiegel van 20-10-1951 vanwege zijn meer dan 30 jarige arbeid ter bevordering van de bloembollencultuur. Gefotografeerd in het Laboratorium voor Bloembollenonderzoek in Lisse

Prof. dr.E.van Slogteren (1888-1968) uit Heemstede die zich na zijn pensionering naar ‘Huis te Bennebroek’ verhuisde, in tijdschrift De Spiegel van 20-10-1951 vanwege zijn meer dan 30 jarige arbeid ter bevordering van de bloembollencultuur. Gefotografeerd in het Laboratorium voor Bloembollenonderzoek in Lisse

slogteren

De laatste jaren van zijn werkzaam leven woonde professor van Slogteren in het Willinkhuis te Bennebroek , ‘een tehuis voor ouden van dagen uit den gegoeden stand.’ tussen 1952 tot 1971. Omdat het pand bouwkundige gebreken vertoonde is het in 1972 gesloopt. Op bovenstaande foto uit januari 1991 voert hij de gansen in de tuin van het tehuis.

De Slogterenlaan in Heemstede

De Van Slogterenlaan in Heemstede

Zicht op Kadijk, met bloembollenvelden, zich waar nu woningbouw van Prinseneiland bevindt.

Zicht op huizen aan de Kadijk, met bloembollenvelden, waar zich nu woningbouw van Prinseneiland bevindt.

– Dixlaan J.Chr.F.Dix (1881-1988) was een succesvol hybridisateur en invloedrijk tuinbouwjournalist die tal van publicaties op zijn naam heeft staan. Ontelbare malen fungeerde hij als jurylid op tentoonstellingen en even ontelbaar waren zijn functies in besturen en commissies van tuinbouwvakorganisaties. Geboren in Maartensdijk waar zijn vader tuinbaas was.  De grote wending in zijn leven kwam in 1920 toen hij 18 jaar jong als veredelaar van bolgewassen in dienst kwam van de firma E.H.Krelage en Zn. te Haarlem. Dix werd toen hoofdredacteur van ‘Floralia’ en later van andere vaktijdschriften.

Overzichtskaart van bloemkwekerij de Bloemhof van de firma Krelage aan de Kleine Houtweg, begin vorige eeuw (Noord-Hollands Archief)

Overzichtskaart van bloemkwekerij de Bloemhof van de firma Krelage aan de Kleine Houtweg, begin vorige eeuw (Noord-Hollands Archief)

Sedert 1926 woonachtig in Heemstede, eerst in een huis aan de Havenstraat, vervolgens sinds 1933 met bloembollenbedrijf aan de Kerklaan samen met Jan Dix jr. Nog in 1962 met kleinzoon Jan Willem Dix als compagnon de  ook in Heemstede gevestigde firma Dix-Zijderveld. Lange tijd – tot zijn 105e levensjaar – woonde hij aan de Heemsteedse Dreef en de laatste twee jaar in het verzorgingshuis ‘Het Overbos’. In 1946 – op 65-jarige leeftijd – moest hij het op doktersadvies kalmer aan doen, maar uit bovenstaande blijkt hoe tijdelijk dat was. Ook na zijn pensionering bleef hij nochtans actief en zijn laatste boekpublicatie schreef hij op 99-jarige leeftijd. Toen hij 101 werd zei hij in een gesprek met journalist Arie Kramer: “Ik werd zo oud omdat ik in plaats van politiek de bloemen heb gekozen.” Hij schreef toen nog in het ‘Weekblad voor Bloembollencultuur’ en bezocht nog regelmatig op maandagochtend een bezoek aan de keuringszaal van Treslong in Hillegom. In 1981 verscheen het boekje ‘Een eeuw lang tussen de bloemen’. “Meneer Dix uit Heemstede” was een begrip in de bloembollenwereld. Ook in Sassenheim is een straat naar hem vernoemd, evenals naar een andere kweker Nico Dames, geboortig uit Heemstede (3). De toen oudste inwoner van Heemstede en op twee na oudste man van Nederland op dat moment bereikte uiteindelijk de uitzonderlijke leeftijd van 107 jaar en 160 dagen. Jan Dix heeft talrijke publicaties over bloembollen en planten op zijn naam staan Bloembollencatalogus Jan Dix Junior, Heemstede (Universiteit Wageningen) Voor Jan Dix, zie verder: bijlage 10 Noten                                                                                                                             (1) Blijkens de volkstelling van 1795, “in ’t eerste jaar der Bataafsche Vrijheid” , telde Heemstede 1.857personen, Bennebroek 366 en Berkenrode 80. (2)  Enkele bekende blekersnamen in dit verband waren Van Aalst, Van Kessel, Gerrit Bossu, G.van Lamsbergen, H.Geerling, Cornelis Breek, juffrouw Bernard, Cornelis de Beer en Louis Gunst. In 1972 en nogmaals in 1986 werd bij graafwerk aan de Kadijk een bakstenen spoelbak gevonden. (3) Nicolaas Dames (1862-1920) was een prominent kweker en hybridisateur (veredelaar) van bolgewassen. Hij is op 29 maart 1862 te Heemstede geboren. Zijn ouders woonden aan de Bronsteeweg, waar nu huize Interlaken (Gramophone House) staat. Als gevolg van de vroege dood van zijn ouders in 1873 kwam hij in de leer bij hyacinthenkweker Piet Bos in Heemstede en volgde hij de Dalmeijer-cursus voor zelfontwikkeling. In 1888 in Heemstede op zichzelf begonnen vestigde hij zich in 1896, het jaar van zijn huwelijk in Lisse, met G.F. van der Horst als compagnon. Zij ontwikkelden een kwekerij en exporthandel. In 1899 is na ontbinding de firma N.Dames opgericht en in 1917 nam hij de heer Van Werkhoven als vennoot in de kwekerij. Hij maakte naam als kweker van nieuwe cultivars (zoals de Dr.Stresemann, Mr. Dames en Edelweiss bij de hyacinthen en verder kruiste hij o.a. de Zwarte Tulp met de cottage-tulp Bouton d’Or) en wordt als grondlegger van de moderne bloembollencultuur genoemd. Zijn verdiensten liggen ook op het gebied van warmtebehandeling, welke hebben geleid tot vermeerderingstechnieken van bolgewassen. Na zijn overlijden in 1920 is in Lisse een monument in de vorm van een borstbeeld te zijner nagedachtenis in Lisse onthuld, vervaardigd door B.M.A.Ingen Housz. Verder is door professor Van Slogteren het Nicolaas Damesfonds gesticht en wordt de Damesmedaille – als hoogste onderscheiding in het bloembollenvak – toegekend aan personen met bijzondere verdiensten. Op de erepenning staat o.a. een uitspraak van Dames: “Ik ben voldoende beloond met de achting die ik bij leven genoot.”  Deze medaille is o.a. uitgereikt aan o.a. E.H.Krelage (1935), E.H.van Slogteren (1942), J.F.Ch.Dix (1961). Th.A.Hoog (1976) en jhr.mr.dr.O.F.A.H.van Nispen tot Pannerden (1979). Tevens is een kleine gouden medaille tijdens de Flora van Heemstede in 1935 uitgereikt.

Nicolaas Dames (1862-1920)

Nicolaas Dames (1862-1920)

Bronnen en literatuur Documentatie in ‘Collectie Heemstede’, Noord-Hollands Archief, Haarlem –  Bulte, M. en W. Post. Bloeiende bedrijvigheid; 400 jaar bloembollenbedrijven in Zuid-Kennemerland. Haarlem, de Vrieseborch, 2002. –  Groesbeek, J.W. Heemstede in de historie. Heemstede, Gemeentebestuur, 1972. –  Haasteren, C.van . Glipperweg 83. In: V.O.H.B., nummer 55, februari 1988, blz. 23-24. –  J.Kuijlen e.a. Paradisus Batavus; bibliografie van onderwijstuinen, particuliere tuinen en kwekers- –  Collecties in de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden (1550-1839). Wageningen, Pudoc, 1983. –  Loosjes, A. Hollands Arcadia. Haarlem, Loosjes, 1804. –  Ollefen, L.van. De Nederlandsche stad- en dorpbeschrijver, deel IV, Kennemerland. Amsterdam, 1796. Hans Krol (Heemstede) BIJLAGE 1 Lijst van eigenaren van hofstede Overmeer

Aan de Glip tussen Heemstede en Bennebroek op een tekening van Hendrik Tavenier uit 1782. Links molen de Nachtegaal en rechts de hofstede Overmeer, op dat moment in eigendom van Wiering van der Zee, broodbakker te Heemstede

Circa 1660        Pieter van der Meulen 10-6-1665         Cornelis Claeszoon Valckoogh       ƒ 4.000,- April 1669         mr.Engelbert van der Mijl  ƒ 4.000,- 22-10-1692       Philippus Muije  ƒ 2.000,- 3-8-1695/1696  Cornelis van der Laen/Herman Hilbart/mr.Adriaen van der Spieghel Circa 1697         mr. Adriaen van der Sprongh 29-10-1708       Reynier Brant    ƒ 3.400,- 26-6-1717         Francois de Vicq   ƒ 3.000,- 23-10-1720       Jan van der Waeijen  ƒ 3.300,- 20-3-1724         Francois de Vicq   ƒ 3.300,- 23-4-1726         Janeton de Lavange ex Pieter Croonenburgh  ƒ 3.150,- (1) (vererfd aan)     Petrus van der Upwich 1-7-1767           Wiering van der Zee  ƒ 1.955,- 2-7-1794           Faas Leendertszoon Faas ƒ 2.200,- (1) Naar aanleiding van “wilde joffer” Janeton de Lavange die de hofstede in 1726 kocht reageerde Jan Hein Beelen (gepubliceerd in Heerlijkheden nummer 116, april 2003: ‘Janeton de Lavange begint schijnbaar heel normaal in die maand april. In de overdrachtsacte wordt zij de aanstaande bruid van Pieter van Croonenburgh genoemd. Om de een of andere reden gaat dit huwelijk niet door en van Pieter vernemen wij niets meer. Zij is handelingsbevoegd, want bij de overdracht wordt zij niet meer door iemand bijgestaan. Haar leeftijd zal op dat tijdstip dus ongeveer 25 jaar zijn en zij is geboren rond 1700. In 1738 leent ze van Pieter Teyler van der Hulst 1.000 gulden. In de Impost op huwelijken van Heemstede lezen wij:’ Op 2 december 1738 heeft Pieter van der Upwich, jongeman van Amsterdam en wonende alhiere, hem aangebracht als bruidegom ter eenre met Janeton de la Vange ten andere zijde als gehorende ieder tot de ckassis van 6 g. dus 12 g. totaal”. Janeton wordt jongedochter genoemd en was dus voor die tijd nog niet getrouwd. Zij trouwt op zondag 18 januari 1739 voor de kerk met deze Pieter van den Upwich. In de marge van het trouwboek staat gekrabbeld”: “Getrouwd den 18 januari met een kind genaamt Geertrijd tussen beid.” Vreemd is dat er staat een kind en niet hun kind. Ook dat kan nog wel, maar spittend in het begraafboek van Heemstede vinden we dat op 21 april 1734 is begraven: “kind van Janeton de Lavange dood ter werelds gekomen (op de) Glip, zonder vermelding van de vader. Op 7 mei 1735 wordt er weer een kind van Janeton begraven, ook weer zonder vermelding van een vader. Al op 27 maart 1739 wordt in Heemstede gedoopt Jan Rudolf van der Upwich, het huwelijk werd dus tijd. Wat voor vrouw was deze Janeton de Lavange met minstens drie voorechtelijke kinderen en is Pieter van den Upwich wel de vader van al deze kinderen? Helaas moet ik u het antwoord schuldig blijven. De doop van dochter Geertruida, die van der Upwich genoemd wordt, is in Heemstede onvindbaar. Zij trouwt echter op 3 april 1757 met Willem ten Boeckhorst, een chirurgijn van Bredevooirt (Gld). Als zij trouwt zal ze toch minstens 18 jaar oud geweest zijn. Zij is dus waarschijnlijk ook geboren  rond 1735 net als bovengenoemde andere kinderen van Janeton. Op 14 mei 1755 heeft Willem ten Boekhorst een huis gekocht op de Heerenzandvaart en de Heemstederweg (nu de Raadhuisstraat tegenover de Kerklaan). Toen zij trouwde woonde Geertruida nog op Overmeer, maar het bruidspaar is in Willem’s huis gaan wonen. Op 27 september 1759 wordt Janeton de Lavange begraven, zij woonde toen nog op Overmeer en 2 jaar later op 25 maart wordt begraven het kind van Pieter van den Upwich en Janeton de Lavange, wonend op Overmeer (dit is waarschijnlijk bovengenoemde Jan Rudolf). Pieter van den Upwich zelf wordt op 20 april 1767 begraven, Geertruida blijft als enige erfgenaam over. Willem ten Boekhorst verkoopt ‘Overmeer’ aan Wiering van der Zee. Met dit overlijden van Pieter worden Geertruida en Willem ten Boekhorst de eigenaren van Overmeer. Zij wonen echter op de Heerenzandvaart en verkopen ‘Overmeer’ dan ook op 26 mei 1767 aan Wiering van der Zee en lossen op 7 juli 1767 de lening van Pieter Teyler aan Janeton de Lavange af. Hiermede is het verhaal over een vreemde eigenaar van Overmeer afgesloten, maar het volgen van de familie blijft spannend. Geertruida van de Upwich, gehuwd met Willem ten Boekhorst, krijgt tussen 1757 en 1769 acht kinderen. Op 14 mei 1770 wordt zij begraven. Op 11 oktober 1771 hertrouwt Willem ten Boekhorst met Maria van Thulden, zijn dienstmaagd, en door de dominee wordt al na 3,5 maand op 26 februari 1772 hun zoon Christiaan gedoopt. Erg vlug dus. Dit was de kerkeraad ook al opgevallen, want in de notulen van 22 oktober 1771, 11 dagen na hun huwelijk staat te lezen: “Nadat Willem te Boekhorst bekent hadde dat hij vleselijke gemeenschap gehad heeft met zijn meid Maria van Thulten is hem de tafel des Heren ontsegt worden, welke censure door hem aangenomen is. Maria is ook weer zo’n vreende vogel! Op 19 november 1771, nota bene net 4 weken na haar huwelijk met Willem ten Boekhorst, wordt door de pastoor van Berkenrode gedoopt: Elisabeth onecht kind van Martinus Berkemeijer en Maria van Thulden. Deze twee kinderen van Maria – Christiaan ten Boekhorst en Elisabeth Berkemeijer – kunnen onmogelijk direct na hun geboorte gedoopt zijn, want tussen de dopen van beiden zit slechts 2,5 maand. Naast Christiaan worden er tot 1778 nog twee kinderen van Willem en Maria gedoopt: Cornelia op 17 juni 1774 en Willem op 7 november 1778. De geboorte van zijn laatste kind heeft Willem echter niet meer meegemaakt. Hij is al op 26 mei van dat jaar begraven. Maria overlijdt 3 jaar later. Kleine Willempie is dan ook al overleden. Genealogie”: een echte soap!’ ================================================================= Bijlage 2: MOORD OP DE GLIP IN 1721 GEVOLGD DOOR DOODVONNIS IN 1723 “ (…) Het lijkt wel of na 1700 een aantal groepen zigeuners tot zwaardere criminaliteit verviel, mogelijk als reactie op de meedogenloze vervolging. Jannetje Verbeets, alias Mellesine, geboren in Gorinchem, 48 jaar oud, had in 1721 met twee andere vrouwen een café aan de Glip onder Heemstede bezocht. Onder het voorwendsel voor haar een schat te zullen vinden, hadden ze de eigenaresse uitgehoord en ontdekt dat daar wel wat te halen viel. Een maand later was Mellesine met zes man vanuit Amsterdam ‘s nachts teruggegaan en hadden ze de winkelierster beroofd en vermoord. Op 18 juni 1723 deed de vierschaar van Kennemerland uitspraak en op 22 juni 1723 werd het vonnis voltrokken. We volgen de bewoordingen van het vonnis: Mellesine werd op het schavot geleid, door de scherprechter aan een galg opgehangen en met het koord gestraft tot de dood erop volgde. Nadat haar dode lichaam daar enige tijd tentoongesteld had gehangen, werd het afgenomen en naar het galgenveld gebracht. Daar werd het met de hals aan een paal geklonken op een rad (wiel) gezet, totdat het ‘door de lugt en ’t gevogelte des hemels’ was verteerd.” (1) (1) W.G.N.Cerutti. Het stadhuis van Haarlem; Hart van de stad. Haarlem, 2001, bladzijde 135. De uitvoerige tekst van het doodvonnis “tegen de heidin [= zigeunerin] Jannetje Verbeets alias Mellesine” is als bijlage XLVI te vinden in het boek van dr.O.van Kappen. Geschiedenis der Zigeuners in Nederland. Assen, 1965.  Uit dit vonnis blijkt dat Jannetje Verbeets niet persoonlijk de oude winkelierster uit de Glip heeft vermoord, maar dat dit door de meegenomen mannen, aangeduid als 1 christen (!) en vijf zogenaamde heidenen of landlopers, is gebeurd, Feitelijk was enkel sprake van uitlokking en/of medeplichtigheid. Kennelijk beschouwde de rechter, hoogbaljuw van Kennemerland, mr. Arent Fabricius de ‘heidin’ als auctor intellectualis. =================================================================

Bijlage 3: GLIP I, II, III en IV

Vm. bollenschuur van Braam aan de Kadijk uit 1907, in 1997 gerestaureerd voor huisvesting. Rijksmonument

Vm. bollenschuur van Braam aan de Kadijk uit 1907, in 1997 gerestaureerd voor huisvesting. Rijksmonument

Glip 1 omvat het gebied dat globaal begrensd wordt door de wijk Merlenhoven, buitenplaats Meer en Berg/klooster Mariënheuvel en het wandelbos Groenendaal in het noorden, de Ringvaart in het oosten, de Höckervaart en de buitenplaatsen Gliphoeve en Dennenheuvel/Bloemenoord in het zuiden en de Herenweg in het westen. De huizen in Glip 1 [staatsliedenbuurt] zijn gebouwd in respectievelijk 1932 en 1956. Het oudste deel ligt oostelijk van de Glipper Dreef tot de Ringvaart en omvat zes staten gewijd aan Nederlandse politici en staatslieden (Goeman Borgesius, Kuyper, Pierson, Schaepman , Van Tienhoven, Troelstra). Naoorlogs zijn de zes straten vernoemd naar Heemskerk, Van Houten, Loudon, Mackay,  Thorbecke en De Visser. De 60 woningwetwoningen en 54 middenstandswoniungen zijn ontworpen door de Haarlemse architect B.J.J.J.M.Stevens (die ook de uitbreiding van Mariënheuvel tekende). Wat nu Glip I ofwel Staatsliedenwijk heet lag vanaf de tweede helft van de 17e eeuw tot ongeveer 1776 de hofstede ‘Meermin’, tijdelijk ook ‘Engelrust’ geheten. Al in 1925 is de Talmastraat aangelegd tussen de Prinsenlaan en Kadijk. [De eerste bebouwing van de Glipperweg tegenover de molen bestond uit twee woningen op de hoek van de dr. J.Th.de Visserstraat. In het eerste woonde wagenmaker Wildschut die bij wagenmakerij Stam nabij de Dageraad werkte en in het andere omstreeks 1900 politieagent Schotvanger, die op de Glip de orde moest bewaken. Waar tegenwoordig de Thobeckelaan begint stond het woonhuis en de bollenschuur van Nelis. Ter hoogte van de mr.S.van Houtenstsraat lag aan de Glipperweg een rij huisjes met de achterzijde naar de wegkant. Door deze merkwaardige ligging werden deze huisjes in de volksmond ‘het omgekeerde hofje’ genoemd. De woninkjes waren bedoeld voor dienstpersoneel van Meer en Berg. Naast dit hofje stond nog een huis voor de schipper van jhr. Deutz van Lennep die de zorg had voor diens jacht.

Talmastraat op de Glip in Heemstede

Talmastraat op de Glip in Heemstede

Appartementencomplex aan de Schaepmanlaan nabij de Ringvaart

Appartementencomplex aan de Schaepmanlaan nabij de Ringvaart

Glip II heet betrekking op het gebied dat globaal begrensd wordt door de Glipper Zandvaart in het noorden, de Ringvaart in het oosten, de gemeente Bennebroek in het zuiden en de buitenplaatsen Gliphoeve en Hertenduin in het westen. De lanen in de wijk tussen de Glipperweg en weilanden voor de Ringvaart is vernoemd naar vogels: Fazanten, Patrijzen, Tapuiten, Korhoen, Kemphaan, Kwartel. In 1990 nog uitgebreid met de Nachtegaal, vernoemd naar de nabijgelegen molen van Höcker die vroeger ‘de Nachtegaal’ heette. Daarvoor is in 1959 de winkelgalerij gebouwd met tegenwoordig een supermarkt, slagerij en cafetaria.

Villa Mariette aan de Fazantenlaan

Villa La Mouette (de Meeuw)  aan de Fazantenlaan

Hooiland tussen Ringvaart en Fazantenlaan in Heemstede met 2 ooievaarsnesten.

Hooiland tussen Ringvaart en Fazantenlaan in Heemstede met 2 ooievaarsnesten.

De Nachtegaal, vernoemd naar gelijknamige molen

De Nachtegaal, vernoemd naar gelijknamige molen

Zicht op woningen van 'de Nachtegaal'

Zicht op woningen van ‘de Nachtegaal’

Tot eind jaren tachtig was hier het bloembollenbedrijf BV v/h J. Bonkenburg & Co. gevestigd, welke firma in 1987 is overgenomen door W.Moolenaar en Zonen uit Voorhout en daarin opgegaan. Op de plaats van de vroegere bedrijfsgebouwen is de straat ‘de Nachtegaal’ aangelegd, terwijl van de voormalige kwekerij nog een stuk moerasgebied rest aan de Patrijzenlaan.

Ansichtkaart Heemstede

Ansichtkaart Heemstede met linksboven de Glipperdreef, rechtsboven: Oude Slot, linksonder dr. Schaepmanlaan en rechtsonder de Troelstralaan.

Glip III  is een klein en groen wijkje gelegen tussen Glipperweg, Höckervaart, Ringvaart en de Glipper Zandvaart. Hier liggen de sedert 1936 ontwiekte molen [‘landmark’ van de Glip] en vroegere  meelfabriek van Höcker, waarachter een appartementencomplex is gebouwd aan de Höckerkade .

De sinds 1936 ontwiekte molen op de Glip

De sinds 1936 ontwiekte molen op de Glip

Glip IV omvat het ten noorden van de Prinsenlaan eind jaren tachtig van de vorige eeuw gebouwde wijkje: Prinseneiland genoemd. Ten zuiden van genoemde laan is een nieuwe – doodlopende – straat bij raadsbesluit van 29 maart 1984 Prinsessenhof genoemd. De gemeenteraad week hierbij af van het collegevoorstel, dat vernoeming naar Willem de Zwijger had voorgesteld, omdat burgemeester Van den Bosch meende dat de vrouwen met de nieuwe wijk Merlenhoven toch al rijkelijk bedeeld waren. Vooraf bestond al veel interesse voor de woningen die gebouw werden in de nieuwe wijk Glip IV. Dat bleek l toen14 december 1987 een informatie-avond werd gehouden over het bestemmingsplan. Verschillende aanwezigen in een bomvolle burgerzaal van het raadhuis vroegen of zij in aanmerking kwamen en wanneer zij konden inschrijven op het plan. Het bouwterrein grenst aan de Prinsenlaan, Glipper Dreef, de Kadijk en de Dr.J.Th. de Visserstraat. Het verkavelingsontwerp, waarin precies is aangegeven waar de *127) huizen, 5 straten en parkeerruimten zouden komen is in 1988 openbaar gemaakt. Medio 1989 is met de bouw begonnen. Het nieuwbouwwijkje is op twee plaatsen ontsloten aan de Prinsenlaan en de Dr.J.Th.Visserstraat. In de Van Slogterenlaan zijn ook enkele woonwagenstandplaatsen gelegen. Om deze laatste ontsluiting overzichtelijker en veiliger te maken, wilde het gemeentebestuur aanvankelijk een woning, Gliiperweg 83, slopen. Hiertegen maakte de Vereniging Oud-Heemstede Bennebroek bezwaar. Het huis was ooit een politiebureau en brandweerpost met o.a. een arrestantenhok waar vroeger dronken trampassagiers ter ontnuchtering werden ingestopt. Vanwege de historische waarde verzocht de vereniging het huis te behouden, welk verzoek door de gemeente is gehonoreerd.

Het pand Glipperweg 83, gebouwd in 1912 als dienstwoning voor een politieagent en met een politiecel en brandspuitenopbergplaats. Aanvankelijk bewoond door de familie Pronk, daarna Silvis. In 1924 kwamen de funtries van cel en opslagplaats te vervallen m.u.v. bergplaats gebruk door de blokbrandweer in mobilisatietijd. Op bovenstaande foto zien we in de deuropening bewoner B.Silvis jr. die het pand gebruikte als timmerwerkplaats en zijn echtgenote

Het pand Glipperweg 83, gebouwd in 1912 als dienstwoning voor een politieagent en met een politiecel en brandspuitenopbergplaats. Aanvankelijk bewoond door de familie Pronk, daarna Silvis. In 1924 kwamen de funtries van cel en opslagplaats te vervallen m.u.v. bergplaats gebruk door de blokbrandweer in mobilisatietijd. Op bovenstaande foto zien we in de deuropening bewoner B.Silvis jr. die het pand gebruikte als timmerwerkplaats en zijn echtgenote

Achter dit raampje met tralie bevond zich de politie-cel, Glipperweg 83, Heemstede

Achter dit raampje met tralie bevond zich de politie-cel, Glipperweg 83, Heemstede

de Prinsenlaan vanaf de Glipperweg richting Herenweg

de Prinsenlaan vanaf de Glipperweg richting Herenweg

Foto uit de tijd dat nog paarden graasden op de weilanden van boerderij VanSchie

Foto uit de tijd dat nog paarden graasden op de weilanden van boerderij van Van Schie

Schie2

Schilderij van boerderij de Glip door Kees Verwey (Frans Hals Museum)

 

 

 

Schie1

Aquarel met boerderij van Van Schie op de Glip door A.C.van Noort

Schie3

Penseeltekening boerderij van Van Schie, door professor A.J.Pannekoek, 9 augustus 1975

De boerderij van Van Schie kort voor de sloop.

De boerderij van Van Schie kort voor de sloop.

Een relatief grote woonwijk sinds de eerste bouw vanaf 1982 met aparte naam is Merlenhoven, in de volksmond ook wel Vrouwenwijk genoemd, omdat alle straten naar vrouwen van betekenis zijn vernoemd. Gelegen op de vroegere (wei)landen van Van Schie en begrensd door de Van Merlenvaart in het noorden, Ringvaart in het oosten, Glip I in het zuiden en buitenplaats/klooster Bosbeek in het westen. Na vele jaren va voorbereiding is 1 april 1982 de eerste paal geslagen voor deze woonwijk. Steeds moesten weer problemen worden opgelost. Vooral de financiering was moeilijkron te krijgen. De Woningbouwvereniging Haemstede, waarvoor de woningbouw- en premiehuurwoningen gebouwd gingen worden had door al het gedoe en alle rompslomp geen zin meer in enige feestelijkheid rond de eerste paal. Wethouder G. Willemse die zich jarenlang met grote inzet voor het bouwproject had ingezet betreurde dat. Omdat het uiteindelijk toch gelukt was dit plan van de grond te krijgen had hier juist wel aandacht aan geschonken moeten worden, aldus de wethouder.

Na jaren van moeizame voorbereidingen kon in het gebied tussen de Ringvaart en Glipper Dreef worden begonnen met de bouw van zó'n 500 woningen in plan Merlenhoven. Die zijn tussn 1983 en 1989 opgelewverd. Op deze momentopname van 9 september 1981 zien we alle auroriteiten bij elkaar op een gecharterde rondvaartboor, zoals burgemeester Van den Bosch (5e van links), links naast hem loco-secretaris mr. A.Buiter en 9e van links (met baardje) ir. W.Kraayenga, directeur gemeentelijk technisch bedrijf. Wethouder G.J.Willemse, die zich met dit project intensief heeft bemoeid, mocht terecht de eerste bak zand storten. Op1 april van dat jaar was overigens al de eerste paal geslagen. In de nieuwe wijk zijn alle straten vernoemd naar vrouwen, onder wie zangpedagoge Coby Riemersma ((1905-1984) die zich tijdens haar leven onvermoeibaar heeft ingezet voor alles wat met historisch Heemstede te maken had.

Na jaren van moeizame voorbereidingen kon in het gebied tussen de Ringvaart en Glipper Dreef worden begonnen met de bouw van zó’n 500 woningen in plan Merlenhoven. Die zijn tussn 1983 en 1989 opgelewverd. Op deze momentopname van 9 september 1981 zien we alle auroriteiten bij elkaar op een gecharterde rondvaartboort zoals burgemeester Van den Bosch (5e van links), links naast hem loco-secretaris mr. A.Buiter en 9e van links (met baardje) ir. W.Kraayenga, directeur gemeentelijk technisch bedrijf. Wethouder G.J.Willemse, die zich met dit project intensief heeft bemoeid, mocht terecht de eerste bak zand storten. Op1 april van dat jaar was overigens al de eerste paal geslagen. In de nieuwe wijk zijn alle straten vernoemd naar vrouwen, onder wie zangpedagoge Coby Riemersma ((1905-1984) die zich tijdens haar leven onvermoeibaar heeft ingezet voor alles wat met historisch Heemstede te maken had.

Kunstwerk van Nicole van der Heijden, in 1989 geplaatst in het Beatrixplantsoen van de wijk Merlenhoven. De kunstenares heeft vooral beweging in haar werk willen benaderen

Kunstwerk van Nicole van der Heijden, in 1989 geplaatst in het Beatrixplantsoen van de wijk Merlenhoven. De kunstenares heeft vooral beweging in haar werk willen benaderen

vanaf de Glipper dreef met zicht op de Aletta Jacobslaan, entree naar de wijk Merlenhoven

vanaf de Glipper dreef met zicht op de Aletta Jacobslaan, entree naar de wijk Merlenhoven

================================================================================================ Bijlage 4: Beschermde rijksmonumenten in de Glip  Behalve de stenen romp van de vroegere  ‘Nachtegaal’ ofwel ‘molen van  Höcker’ uit 1760, Glipperweg 96,  [monumentnummer 507409], gebouwd op de plaats van een houten windmolen uit 1650 zijn op de Glip de volgende particuliere panden als rijksmonument ingeschreven:

Glipperpad aan de Glippervaart

Glipperpad aan de Glippervaart met 18e eeuws huis.

Glipperpad 1 voor de restauratie in 1969

Glipperpad 1 voor de restauratie in 1969

Glipperpad 1 (monumentnummer 21089). 18e eeuws witgepleisterd pand met pannen bedekt zadeldak aan de zijden gedeeltelijk afhangend over uitbouwen. Met twee lindebomen voor de woning. Het hoekhuis aan dit pad loopt dood op een weiland, in tegenstelling tot de Glippervaart die uitmondt in de Ringvaart.

Twee 17e eeuwse panden, rechts Glipperweg 70en links nummer 72. Beide panden zijn rijksmonument. (foto Theo Out)

Twee 17e eeuwse panden, rechts Glipperweg 70 en links nummer 72. Beide panden zijn rijksmonument. (foto Theo Out). Op nummer 72 heeft P.van der Laar tot 31 juli 1979 brood gebakken. Dat pand dateert uit 1674.  De eerste broodbakkerij bevond zich  eerst in het pand op nummer 70. Het achterliggende pand nummer 66 herbergde een woonhuis met meelzolder. De eerste bakker was de heer Vermeer. Eind 18e eeuw is de bakkerijnering gedreven door Evert Korthals en Evert Schrama. De ovens van de bakkerij zijn vervolgens gebouwd in het achterhuis van pand nummer 72. Een gevonden gevelsteen die daaraan herinnert is in handen gekomen van een nakomeling van Vermeer in Den Haag. De bakkerij is in de 20e eeuw in handen gekomen van Frans de Wit, die de bakkerij ten slotte concentreerde in het linker huis 72. Vanwege zijn fraaie bakkebaarden werd hij in de Glip ‘de Patriarch’ genoemd. Zijn vriuw Claziena (Sien) ging op zondagen voor in Evangelisatie-bijeenkomsten die zij in de bakkerij hield. In 1920 verkocht De Wit zijn bakkerij aan L.van der Laar, de vader van de laatste bakker P.van der Laar. Het bakkershuis dreigde eind vorige eeuw het te begeven, waarna een horizontale stenen balk is aangebracht om het pand ‘op te vangen’.

Heemsteeds oudste winkel gaart dicht (bakker Van der Laar). Uit: Heemsteedse Koerier, 25 juli 1979.

Heemsteeds oudste winkel gaart dicht (bakker Van der Laar). Uit: Heemsteedse Koerier, 25 juli 1979.

Glipperweg 70 (monumentnummer 21092) 17e/18e eeuws pand met topgevel

Glipperweg 70 Anno 1632

Glipperweg 70 Anno 1632

Glipperpad Heemstede

Glipperpad Heemstede

– Glipperweg 9  (monumentnummer 21090] ‘De Gliphoeve’ 18e eeuws landhuis. Tevens park en tuinaanleg (monumentnummer 527419)

Entree naar de Gliphoeve

Entree naar de Gliphoeve

Vooraanzicht van de Gliphoeve

Vooraanzicht van de Gliphoeve

 

De voormalige bakkerijnering, Glipperweg 70, Heemstede

De voormalige bakkerijnering, het laatst van Van der Laar,  Glipperweg 72, Heemstede

18e eeuws bericht over bakkerijnering de Glip

19e eeuws bericht over bakkerijnering de Glip

Glipperweg 72  (monumentnummer 21093) 17e eeuws pand, bekend als ‘bakkershuis’, voor het eerst als zodanig genoemd in 1674 met witgepleisterde topgevel. N.B. Het 18e eeuwse huis ‘Tulpenburg’, Glipperweg 60,  werd in 1995 voor een sloopvergunning en nieuwbouw uit het register van beschermde monumenten afgevoerd.

Bericht over verkoop van het buiten Tulpenburg, uit de Haarlemsche Courant van 7-5-1860

Bericht over verkoop van het de ‘heerenhuizing Tulpenburg’, uit de Haarlemsche Courant van 7-5-1860

Kadijk 34 Voormalige bollenschuur Braam (monumentnummer 508449), tegenwoordig appartementenhuisvesting Aan de Glipper Dreef genieten restanten van Meerenberg, evenals Meerzicht en Bosbeek rijksbescherming.  

'Groeten uit De Glip'

‘Groeten uit De Glip’

Gezicht op de Glip.Afdruk van een houtgravure uit 1910.

Gezicht op de Glip.Afdruk van een houtgravure uit 1910.

Glipperweg 38: bloemisterij Harry (Schoo)

Glipperweg 38: bloemisterij Harry (Schoo)

Glipperweg 52: automobielbedrijf Meijer

Glipperweg 52: automobielbedrijf Meijer

Het landje van Höcker aan de Höckervaart met veel gansen en eenden

Het landje van Höcker aan de Höckervaart met veel gansen en eenden

Uit O.H.C., 12-2-1906. 60 jarig huwelijksjubileum van Mattheus Guetskens en Maria Langeveld, woonachtig op de Glip. Hij werkte circa 55 jaar bij de familie van Lennep op Meer en Berg.

Uit O.H.C., 12-2-1906. 60 jarig huwelijksjubileum van Mattheus Geutskens en Maria Langeveld, woonachtig op de Glip. Mattheus Geutskens (1824-1908)  werkte circa 55 jaar bij de familie van Lennep op Meer en Berg.

Bijlage 5: herinneringen aan De Glip van Joop Martin Met o.a. Jan Koster, Henk Zomer, Jan Driessen en de hoogbejaarde Welters kon men voormalig postbode en voetballer Joop Martin in de jaren 80 van de vorige eeuw zomers aantreffen op een bank in het wandelbos Groenendaal, herinneringen ophalend aan het verleden. Een geboren verteller en ook een geziene persoon. Als Bertus de Graaf hem op zijn fiets tegenkwam zong die met sonore stem: ‘En daar is Joop Martin, die heeft altijd goede in.’  De heer Martin woonde met zijn echtgenote aan de Voorweg en is op 14 december 1917 in Heemstede geboren, bijna letterlijk achter de tapkast van het ouderlijk café op de hoek van de Raadhuisstraat en Camplaan. Deze straten waren in die tijd bij slecht weer modderwegen. Rondom de Raadhuisstraat waren nog de bollenvelden van Nelis en Braam gelegen. Heemstede werd bevolkt door landarbeiders, blekers en dagloners, die in hun vrije tijd de kroegen bezochten van het Wilhelminaplein, de Camplaan en Binnenweg. Daarnaast waren er buitenplaatsen met dames en heren van stand en voorts betrekkelijk weinig neringdoenden. Vanwege de hoge kosten waren veel eigenaren van buitens gedwongen hun grondbezit in te krimpen of zelfs te verkopen aan exploitatiemaatschappijen. Naast woningbouw voor de beter gesitueerden in het Bosch en Vaartkwartier (1902), Zuiderhout (1911), Haarlemmerhoutpark (1912) en Oosterhoutpark (1913) ontstonden de volksbuurten zoals de Glip, bomenbuurt en Indische buurt. Min of meer afgesloten wijken waar een buitenstaander niets te zoeken had. Op zaterdagavond was het in de tapperijen een drukte van belang en men bezocht deze openbare lokalen niet slechts om de dorst te lessen, maar ook om de narigheid van de afgelopen week “weg te drinken.” De voorouders van Joop Martin (van voorvaders kant)  kwamen uit Zuid-Limburg en verder terug in de historie komen we ze tegen als glasblazer in Frankrijk. Van moeders kant (Brouwer)  woonde men sinds onheuglijke tijden in Heemstede. De huisjes op de Camplaan, waar zij op nummer 47 woonden, staan er nu nog. Martins vader werkte in de bakkerij van Franken in de Margarethastraat (nu Zijlweg) in Haarlem, dus aan brood was er geen gebrek. ‘Komend uit school gauw naar huis, waar moeder een kuchie voor ons klaar maakte. Een kuchie was een half broodje in de lengte open gesneden en daar margarine en suiker op. Tissen 1909  en 1925 èn alle beslommeringen zijn acht kinderen op de wereld gebracht, vier jongens en vier meisjes. In de avonduren en op zondag dreef het ouderlijk paar een café, maar dat was geen succes. Moeder die van kindsbeen af door een ongeluk doof was, deugde niet voor de horeca. Ze liet veel op de lat bijschrijven, betaling bleef uit en de tapperij werd een schip van bijleg.’ De toen nog niet voltallige familie verhuisde naar de Glip, vlakbij de molen van Höcker. Daar stonden vier kleine huisjes aan de ene zijde van de weg en twee aan de overkant, eigendom van voor plaatselijke begrippen toen grootindustrieel Höcker. Naast Martin woonden de gezinnen Mozer, Versteeg, en Van den Putten. In het achterhuis bracht Mozer op een gegeven moment het protestantse verenigingsgebouw ‘Samuel’ onder, waar allerlei activiteiten plaatshadden, zoals lezingen en de handwerkclub van mevrouw Honnebier. In de dertiger jaren zijn deze huisjes gesloopt. 

De oude Glipperbrug omstreeks 1920

De oude Glipperbrug omstreeks 1920

Volgens Martin was vòòr de oorlog sprake van een duidelijke scheiding tussen de rijken en de armen. Eerstgenoemde categorie liep op schoenen, de tweede op klompen. Voor de betere stand was het ‘mevrouw’, van de buitenplaatsen ook ‘freule’, terwijl de echtgenote van een dagloner ‘juffrouw’ werd genoemd, maar ‘daar lagen we niet wakker van.’ Ook op kerkelijk gebied was er een deling tussen Katholieken en Protestanten. De kinderen zaten op aparte  scholen en gemengde huwelijken waren geen regel, maar uitzondering. Men werd dan met de hand nagewezen en trouwde niet in de kerk. ‘Als je geen geld had, maar je moest toch gekleed gaan, dan bestond de mogelijkheid een lening te sluiten bij Van Volen. Je kreeg geen geld in handen maar zegels waar de waarde op stond: een kwartje, een gulden enz. De aflossing was strikt geregeld. Begrijpelijk kon je alleen bij bepaalde zaten terecht., Benenden bij de Belvedère was een houten gebouwtje voor sanitaire doeleinde, waar men als kind op zondag eenzakcentje kon verdienen met de boek schoon te houden. Gas en elektriciteit verkreeg men enkel contant. Vooraf moest men munten kopen, electra ƒ 1,04 en gas ƒ0,10 per munt. In de huizen waren automaten geplaatst. Het gebeurde wel eens dat men zonder munt of geld zat en ook de buren je niets konden lenen, met als gevolg dat je geen gas of licht had.’ In 1924 verhuisde vader N.J.Martin met zijn gezin nogmaals, toen naar de Indische buurt. een echte volkswijk, waar men zich vestigde op het adres Sumatrastraat 17 (…) Uit: Nieuwsblad Oud-Heemtede-Bennebroek, nummer 61, augustus 1989 165.manuitdeglip Een berijmde krabbel van Ko Doncker uit Op de Hoogte, 1911. blz. 690 =================================================================

De Kadijk met brug naar de bollenschuur in 1938.Er lag hier veel bollengrond.

De Kadijk met brug naar de bollenschuur in 1938.Er lag hier veel bollengrond.

Provinciaal monument: villa Kadijk 29

De villa Kadijk 29, gelegen naast Bloemenoord, staat in 2015 te koop. Het is de voormalige tuinmanswoning met schuur (oorspronkelijk stal) van Dennenheuvel-Bloemenoord. De oorspronkelijke bouw is van 1863, in 1867 uitgebreid en vervolgens in 1888 helemaal verbouwd en in 1891 is nog een houten loods toegevoegd. Het perceel is van de weg gescheiden door een tuinmuur en hek.

De villa Kadijk 29, gelegen naast Bloemenoord, staat in 2015 te koop. Het is de voormalige tuinmanswoning met schuur (oorspronkelijk stal) van Dennenheuvel-Bloemenoord. De oorspronkelijke bouw is van 1863, in 1867 uitgebreid en vervolgens in 1888 helemaal verbouwd en in 1891 is nog een houten loods toegevoegd. De volgende uitbreiding had plaats in 1945.  IN 1991 is het monumentale pand naar een ontwerp van Van der Valk architectenbureau grondig verbouwd voor een zoon van Hans Rhodius, die eigenaar was van Bloemenoord. Toen is in de fundering tijdens verbouw een bijbel in beton gestort (aldus een mededeling door de uitvoerder Hans van der Lans). Het perceel is van de weg gescheiden door een tuinmuur en hek.

Ansichtkaart van de oorspronkelijke villa Dennenheuvel, in 1930 bewoond door de familie F.R.U.Rhodius-Bunge. De villa is in 1987 afgebroken om plaats te maklen voor een appartementengebouw.

Ansichtkaart van de oorspronkelijke villa Dennenheuvel, in 1930 bewoond door de familie F.R.U.Rhodius-Bunge. In 1888 gebouwd nadat het grote huis ‘Soeka Brenti’ van industrieel Paul van Vlissingen, daterend uit 1840, was gesloopt. De villa Dennenheuvel is in 1987 afgebroken om plaats te maken voor een appartementengebouw. Het voormalig koetshuis annex koetsierswoning uit 1902  op de hoek van de Herenweg en Prinsenlaan is tegenwoordig een gemeentelijk monument.

Het in 1987 gebouwde appartementencomplex Dennenheuvel, Herenweg 8.

Het in 1987 gebouwde appartementencomplex Dennenheuvel, Herenweg 8.

Voormalig koetshuis van Dennenheuvel, gelegen op de hoek van de Prinsenlaan en Herenweg. Gemeentelijk monument, Herenweg 6. In 1902 gebouwd als koetshuis en woonhuis van de koetsier onder architectuur van J.Bakker. De koetsen reden uit aan de Herenweg. Aan de Prinsenlaan bevond zich de tuigenkamer en de ruimte voor de 'palfrenier'. Daarachter lag de stal. De koetsierswoning bevond zich in het oostelijk deel van het koetshuis. Het beste zicht heeft men vanaf de Prinsenlaan.

Voormalig koetshuis van Dennenheuvel, gelegen op de hoek van de Prinsenlaan en Herenweg. Gemeentelijk monument, Herenweg 6. In 1902 gebouwd als koetshuis en woonhuis van de koetsier onder architectuur van J.Bakker. De koetsen reden uit aan de Herenweg. Aan de Prinsenlaan bevond zich de tuigenkamer en de ruimte voor de ‘palfrenier’. Daarachter lag de stal. De koetsierswoning bevond zich in het oostelijk deel van het koetshuis. Het beste zicht heeft men vanaf de Prinsenlaan.

Bloemenoord, circa 1950, bewoond door familie Rhodius

Bloemenoord, circa 1950, bewoond door familie Rhodius

In 1920 is in het laagland bedoeld als gastenverblijf van Dennenheuvel het buitenhuis Bloemenoord gebouwd, Kadijk 28, met een tuinaanleg van L.A.Springer in 1925. Na het overlijden van Hans Rhodius is het fraaie buiten door de erven verkocht aan projectontwikkelaar J.van Vlijmen. Die veranderde het fraaie pand ten gunste van protserige nieuwbouw als woonhuis annex kantoor. Op het door hoge hekken omgeven terrein bevinden zich o.a. een historisch houten vinkenhuisje en twee graven van paarden. [Zie aparte bijdrage over o.a. Dennenheuvel en Bloemenoord].

In 1920 is in het laagland bedoeld als gastenverblijf van Dennenheuvel op initiatief van toenmalig eigenaar A.S.Berg (directeur van het modehuis Hirsch) het logeerhuis Bloemenoord gebouwd, Kadijk 28, onder architectuur van A.Jacot en August H.Zinsmeister en met een tuinaanleg van L.A.Springer in 1925. In laatstgenoemd jaar is Dennenheuvel annex Bloemenoord in eigendom overgegaan naar koopman F.R.U.Rhodius.  Na het overlijden van zoon Hans Rhodius is het fraaie buiten door de erven verkocht aan projectontwikkelaar J.van Vlijmen. Die veranderde het fraaie pand ten gunste van protserige nieuwbouw als woonhuis annex kantoor. Terwille van de zon is de nieuwbouw een kwartslag gedraaid ten opzichte van het oorspronkelijke landhuis. Op het door hoge hekken en struiken omgeven terrein bevinden zich o.a. een historisch houten vinkenhuisje en twee graven van paarden. [Zie aparte bijdrage over o.a. Dennenheuvel en Bloemenoord].

=====================================================

Het landje van Höcker aan de Höckervaart, in de winter van 1970 geschikderd door A.C.van Noort.

Het landje van Höcker aan de Höckervaart, in de winter van 1970 geschilderd door A.C.van Noort, die op de Glip aan de mr.van Tienhovenstraat 8 woonde.

Bijlage 6:  herinneringen van de heer J.J.Lammers, bewoner van De Glip De heer Co Lammers woont al zijn hele leven, dat in 1927 begon, op de Glip. Hij werd geboren aan het begin van de Prinsenlaan op nummer 7, maar dat huis brandde in de oorlog af en is toen ook afgebroken. Het gezin was toen al verhuisd naar Glipperweg 51, waar de heer Lammers nu nog woont; dat huis dateert uit 1939. Hij werkte 38 jaar bij Ahrend in de sector copieer- en tekenkamerbenodigdheden. Het is duidelijk, dat de heer Lammers veel herinneringen aan deze omgeving heeft. Zo heeft hij alle uitbreidingen zien komen: Glip 1 in de jaren ’50 en Glip 2 in 1965 en volgende jaren.  Zijn vader werkte bij de meelfabriek van Höcker, de Nachtegaal, de molen zonder wieken, die er nog steeds staat en sinds enkele jaren de status van rijksmonument heeft. Zijn vader had met 59 ‘dienstjaren’ een gedegen staat van dienst bij Höcker. Op zijn elfde jaar begonnen – na een korte looptijd van 3 maanden bij een ander – bleef hij daar tot zijn 70ste jaar en hoorde wat je noemt tot het meubilair. Toen hij moest ophouden kwam hij nog huilend thuis ook. Eén van de taken aan het begin van zijn carrière was om bij de aanvang werktijd met een vloeibare hartversterking rond te gaan en alle werknemers -‘arbeiders’ toen nog – hun deel daarvan te geven.  Het verzorgen van de zeilen hoorde natuurlijk ook tot het takenpakket; echt spannend werd het als het geijzeld had en de zeilen van de wieken losgesneden moesten worden, dat was gewoon levensgevaarlijk door het noodzakelijke klimwerk. Voor wat betreft de werktijden was de wind de bepalende factor.  Bij nacht en ontij, door de week of op zon- en feestdagen moest er gewerkt worden. De opvoeding van de kinderen kwam daardoor voor een groot deel op de moeder neer. Dat werd beter na de komst van  stoom en daarna stroom. De naam De Glip zou afgeleid zijn van het feit dat dit een soort niemandsland was. Lieden, die iets op hun kerfstok hadden, doken hier als het ware onder en kwamen in een soort asielgebied terecht. Ze ‘glipten’ zo tussen de mazen van het justitiële net door. De middenstand was maar bescheiden ontwikkeld. Je had Caspers, de slager en voormalige buurman van de heer Lammers, op nummer 53, dat nu deel uitmaakt van het Princehof, zie je de winkelruit nog in de voorgevel. Bakker Van de Laar zat aan de overkant op de hoek met de Patrijzenlaan, er was een kruidenierswinkel van Verdonschot rechts in de bocht en nog een andere kruidenier, De Vries naast de garage. Meer was er niet. De bewoners van De Glip waren in dat opzicht vooral georiënteerd op Bennebroek, meer dan op Heemstede. Dat gold niet alleen voor wat betreft de middenstand, maar ook op school-  en kerkgebied was Bennebroek favoriet. Een enkele Glipper was lid van de muziekvereniging Sint Michaël of van HBC in Heemstede, maar dan hield het echt op.  Op de hoek van de Glipperweg en de Prinsenlaan, waar nu de Princehof is, stond het gebouw Samuel. Het bestond uit een zaaltje met als functie een soort verenigingsgebouw respectievelijk uitspanning, waar ’s zondagsmorgens en – ’s middags ook wel kerkdiensten werden gehouden. Tegenwoordig zou zoiets ongetwijfeld een multifunctionele ruimte heten. Eén van de uitbaters was Jaap Kooy. De Glip besloeg maar een vrij klein gebied: dat liep van Höcker tot het huidige bloemisterij Harry van de familie Schoone, Glipperweg 38. De Glip was met zijn veengebied als het ware de bakermat van Bennebroek. Het gebied ten oosten van de Glipperweg, het huidige Glip 2, bestond vroeger voor een groot deel uit veen, zachte turf, die in de volksmond ‘darie’ werd genoemd. Het was eigenlijk aanspoelsel van het Haarlemmermeer. Deze darie werd afgegraven als brandstof; vooral in de oorlog toen brandstof schaars was werd er heel wat van gestoken. En passant: bij Meer en Berg liggen nog heel wat resten van Spanjaarden, die te voorschijn kwamen bij diverse grondwerkzaamheden. De doodsoorzaak van deze overledenen – bij slecht weer verdronken of omgekomen in de strijd – is tot nog toe niet duidelijk geworden. In oorlogstijd hebben er ook nogal wat Joodse onderduikers bij gezinnen op De Glip ondergedoken gezeten. Zogenaamd was dat bij niemand bekend, maar intussen… De heer Lammers zat trouwens zelf ook ondergedoken hoewel hij pas 16 jaar was; zijn onderduikadres wwas bij de familie Rhodius aan de Herenweg.

DE Glip van noord naar zuid op een foto omstreeks 1946 genomen vanaf de molen van Höcker aan de Glipperweg.

DE Glip van noord naar zuid op een foto omstreeks 1946 genomen vanaf de molen van Höcker aan de Glipperweg.

Bovenstaande foto is genomen vanaf de molen van noord naar zuid en geeft een goed beeld van de Glip omstreeks 1946. Het huis midden vooraan is Glipperweg 86. Het witte huisje links, parallel aan de Glipperweg en het lage schuurtje ernaast staan er nog. Maar de volgende 3 huizen zijn weg; daar is nu de Patrijzenlaan als toegang tot Glip 2. Het volgende huis vlak aan de stoeprand is er nog; het is het pand van vroeger bakker P.van der Laar die in 1979 het vuur van zijn oven voorgoed doofde en de bakkerswinkel op 321 juli van dat jaar sloot. Het grote witte gebouw links verderop was de bollenschuur van Bonkenburg. Helemaal achteraan links staat het huis Eensgezind waar 4 tot 6 gezinnen konden wonen; het stond ongeveer op de plek waar de Kwartellaan op de Glipperweg uit komt.

'Eensgezind' lag aan de oostzijde van de Glipperweg tussen de Glip en 'Dageraad' bij Bennebroek,. De naam geeft aan dat er bij het wonen met een zestal families onder één dak zeker sprake moet zijn geweest van saamhorigheid. Het middengedeelte van het pand werd bewoond door twee gezinnen beneden en twee boven en in elk van de twee zijhuisjes woonde ook een gezin. Hier woonde in de jaren 20 de familie Van Rijn, bijnenaamd 'de koekoek', met zeven personen, die hier ruim 60 jaar woonden. Verder de familie Meursen met negen personen, G.J.Schoone jr. met 9 personen, familie Deen met 4 personen, G.J.Schoone sr. met 2 personen en de familie Tempelman met 7 personen. 'Eensgezind' is in 1962 afgebroken. Vlakbij bevond zich het pand 'Klein Eensgezind',met in 1926 bewoond door twee families, Meursen en Smit, met respectievelijk negen en zeven personen. Bij de komst van de elektrische tram, die de stoomtram verving, in 1932 werd 'Klein Eensgezind' afgebroken.

‘(Groot) Eensgezind’ lag aan de oostzijde van de Glipperweg tussen de Glip en ‘Dageraad’ bij Bennebroek, Glipperweg 18-24, ongeveer tegenover de huidige ingang van Hagenduin gelegen.  De naam geeft aan dat er bij het wonen met een zestal families onder één dak zeker sprake moet zijn geweest van saamhorigheid. Het middengedeelte van het pand werd bewoond door twee gezinnen beneden en twee boven en in elk van de twee zijhuisjes woonde ook een gezin. Hier woonde in de jaren 20 de familie Van Rijn, bijnenaamd ‘de koekoek’, met zeven personen, die hier ruim 60 jaar woonden. Verder een gezin met negen personen, G.J.Schoone jr. met 9 personen, familie Deen met 4 personen, G.J.Schoone sr. met 2 personen en de familie Tempelman met 7 personen. ‘Eensgezind’ is in 1962 afgebroken.

Naast Groot Eensgezind was er een Klein Eensgezind, Glipperweg 12-14. Hier woonden in 1926 de families Meursen en Smit, met respectievelijk 9 en 7 personen. Bij de komst van de elektrische tram die de stoomtram verving is Klein Eensgezind vanwege verlegging van de route in 1932 afgebroken.

Naast Groot Eensgezind was er een Klein Eensgezind, Glipperweg 12-14. Hier woonden in 1926 de families Meursen en Smit, met respectievelijk 9 en 7 personen. Bij de komst van de elektrische tram die de stoomtram verving is Klein Eensgezind vanwege verlegging van de route in 1932 afgebroken.

Het bestond uit een hoofdgebouw en had 2 lage zijkanten. Bewoners waren onder anderen de dahliakweker Schoone, Delissen de schoenmaker en Van Rijn. Die had in het voorjaar altijd rijshout te koop voor wie erwten en bonen in zijn tuin kweekte . Hij kapte bij wijze van bosonderhout in het bos op de hoek van de Herenweg en de Prinsenlaan. Om duidelijk te maken dat het hout te koop was zette hij zijn handel langs de weg en bond er een bosje stro aan. Rechts staat het brughuisje en daarnaast op de hoek van de Prinsenlaan tussen de bomen het gebouw Samuel. Daar staat nu de Princehof. De verlichting bestond uit gaslantaarns. Het passerende verkeer bestaat uit een vuilniswagen, daar achter de mekkar van Kortekaas, daarvoor de boer Leen Lekx met de bakfiets, die terug komt van melken, en een oude Ford. Je ziet de trambaan van de Leidenaar, de tram van Haarlem naar Leiden, en de palen voor de elektriciteit. Daarbij herinnert de heer Lammers zich nog dat toen de eerste tram voorbij kwam het hele gezin aan het eten was, maar en masse naar buiten snelde om te kijken hoe die er wel uit zag. Na verloop van tijd hoorde je niet meer of de tram langs kwam, zo raakte je eraan gewend; alleen als het ‘hal’ van de vorst in de grond zat dreunde het wel extra door. F.Th.J.Harm, in: Heerlijkheden , nummer 114, oktober 2002, p. 239-243. ========================================================= Bijlage 7: wethouder E.van Lent: ‘Buurtschap De Glip mooiste wijk van Heemstede’

Foto uit omstreeks 1940 met de rijwielherstellingsplaats en smederij van Wildschut waar na afbraak de kleine winkelgalerij is gebouwd.

Foto uit omstreeks 1940 met de rijwielherstellingsplaats en smederij van Wildschut waar na afbraak de kleine winkelgalerij is gebouwd.

Op de plaats van de vroegere rijwielherstellingsplaats en smederij van Wildschut aan de Glipperweg is in 1959 een kleine winkelgalerij voor bewoners van de Glip en omgeving gebouwd. Aanvankelijk vestigden zich hier o.a. een zaak in modeartikelen, een sigarenhandel, een drogisterij en een zuivelbedrijf. Boven de winkels zijn woningen met een grote kamer, een eetkeuken en vier slaapkamers gerealiseerd.  De winkelpanden vormden een onderdeel van het zogenaamde tweede bouwplan aan de Glip, gerealiseerd door bouwbureau Bakker uit Badhoevedorp. De bouw van Glip 2 omvatte verder de Fazantenlaan, Korhoenlaan, Kwartellaan, Kemphaanlaan en Patrijzenlaan, in 1963 aldus vernoemd naar vogels welke in het weidegebied voorkwamen in de tijd dat de overplaats van de Hartekamp zich tot het Haarlemmermeer uitstrekte. Fraai gelegen aan de Ringvaart met een uitzicht over het wijde polderlandschap.

Winkelgalerij De Glip

Winkelgalerij De Glip

Naar aanleiding van de opening der winkelgalerij door wethouder E.van Lent [die zelf op de Glip woonde] verscheen de volgende passage in de Heemsteedse Courant van 4 december 1959: ‘De officiıle opening van het nieuwe winkelcentrum aan de Glip betekent voor deze buurtschap een belangrijke mijlpaal in haar ontwikkeling. De Glip is hierdoor een gezellige wijk geworden, die, volgens wethouder Van Lent een van de mooiste van Heemstede is geworden. Er waren dinsdag velen aanwezig om de officiële opening bij te wonen. Behalve tal van bewoners zagen wij secretaris, de heer A.van Wingerde, de directeur van openbare werken, ir.Th.J.Mebius en de directeur  van het bouwbedrijf Bakker uit Badhoevedorp. In de nog niet geheel ingerichte zaak van drogisterij Goezinnen leidde de bouwer, de heer H.Bakker, de wethouder met een roespraakje in. Hij bedankte daarbij het gemeentebestuur voor zijn royale medewerking in alle overheidskweesties, de architect Stevens voor de smaakvolle uitvoering der panden en de kopers voor hun ondernemingsdurf in dit randgebied der gemeente een dergelijke zware investering te wagen. Wethouder Van Lent gaf daarna een overzicht van de onbtwikkeling van buurtschap De Glip, die hij in zijn jeugd nog had gekend met slechts een paae afgelegen arbeiderswoningen, enkele middenstandsbedrijfjes, de molen en enige kleine winkeltjes, toentertijd een achtergebleven buurt. Het eerste leven kwam erin toen kort voor de oorlog de eerste 20 woningen verrezen aan de Abrham Kuyperstraat, alsmede enkele middenstandswoningen aan de Glipperweg. Na de oorlog, toen de gemeente wilde uitbreiden in de richting De Glip trad er grote stagnatie op door de langdurige strijd met de gemeente Haarlem, de provincie en het rijk over het toenmalige uitbreidingsplan. De heer Van Lent sprak zijn heugenis over het nieuwe, prachtige uitbreidingsplan van ir.Schut.En toen was ook de weg open voor de ontsluiting van de Glip, die begon met de 114 woningen in Glip-Oost, waarna de 48 woningen in strokenbouw verrezen en de 54 huizen in carrièrebouw, die nu bijna zijn opgeleverd. Tevens memoreerde de wethouder het aandeel dat de heer Bakker aan de Glip-ontsluiting heeft bijgedragen: de premiebouw van het nu te openen complex en de huizen aan de overkant. Deze bouw bleef aanvankelijk bij plannen, doordat een vorige aannmemer ze niet mocht te verwerkelijken.  Een grote wens van het gemeentebestuur is het reeds lang bij het nieuwe complex een kleuterschool te bouwen. De plannen liggen reeds lang klaar en wachten nog slechts op de goedkeuring. Als zijn persoonlijke mening bracht de heer Van Lent nog naar voren dat De Glip nu een der mooiste woonwijken is geworden die de gemeente Heemstede kent. Over de rentabiliteit van de investeringen der middenstanders was hij niet ongerust. Hij voorzag een goede toekomst, te meer daar ook reeds de plannen klaar zijn voor 400 woningen ter zuiden van de Glippervaartbrug [Merlenhoven]. Tenlotte bracht de wethouder de innige wens van het gemeentebestuur over, dat het initiatief van de winkeliers aan De Glip beloond moge worden, zodat het nieuwe complex zal uitgroeien tot een welvarend winkelcentrum. Een kort dankwoord namens de winkeliers sprak de heer C.Warmerdam, die er aan heinnerde dat de omwonenden reeds lang de behoefte aan winkels op De Glip hebben geuit. Wethouder Van Lent reikte daarna de eerste sleutel uit aan de heer Goezinnen en opende vervolgens de zes zaken één voor één.’

Foto vanaf de molen van Höcker genomen met de Glipperweg richting Heemstede. Rechts de bollenschuur van Vrugt en verderop huizen van het losstaand wijkje Glip 1 )Dr.Schaepmanlaan e.d.). In het midden liep de tram.

Foto vanaf de molen van Höcker genomen met de Glipperweg richting Heemstede. Rechts de bollenschuur van Vrugt en verderop huizen van het losstaand wijkje Glip 1 )Dr.Schaepmanlaan e.d.). In het midden liep de tram.

Appartementencomplex dr. Schaepmanlaan aan de Ringvaart

Appartementencomplex dr. Schaepmanlaan aan de Ringvaart

De Ringvaart vanaf de dr.Schaepmanlaan met zicht op de Haarlemmermeer, Zwaanshoek.

De Ringvaart vanaf de dr.Schaepmanlaan met zicht op de Haarlemmermeer, Zwaanshoek.

Baldadigheid op de Glip. Uit: Oprechte Haarlemsche Courant van 18-6-1895.

Baldadigheid op de Glip. Uit: Oprechte Haarlemsche Courant van 18-6-1895.

Bijlage 8 Perikelen rond scheiding Heemstede – Bennebroek in de 17e eeuw ‘Reeds voor het overlijden van den Ambachtsheer Adriaan Pauw Sr. was vastgelegd, dat de Glip tot Heemstede zou (blijven) behoren. De grens tussen beide dorpen zou vanuit Heemstede worden verschoven naar de Swartsenburgerlaan, niet ver van het gebied rond de Roohellerbrug over de Bennebroekervaart, waar een nieuw dorpscentrum van Bennebroek ging ontstaan. Dat was de wens van Adriaan Pauw Sr. En zo gebeurde het dus, in 1653. De grens tussen de beide dorpen Heemstede en Bennebroek is nog altijd op dezelfde plaats. Omdat er in De Glip geen school was, gingen veel kinderen vanuit die wijk naar de school in Bennebroek. De hiervoor vermelde grenswijziging veranderde daaraan niets. Tot in de huidige tijd gaan er kinderen uit De Glip naar de drie Bennebroekse basisscholen. In de eerste eeuwen van zelfstandigheid van Bennebroek was het onderwijs op de school toevertrouwd aan een veelzijdig man, te weten de koster, voorlezer/zanger, klokluider van de Hervormde Kerk. Behalve koster en schoolmeester was deze “duizendpoot’ ook nog begrafenisondermemer. Bij het uitzien naar een geschikte kandidaat voor deze veelzijdige functie werd steeds in het bijzonder gelet op zijn capaciteiten als schoolmeester. Onderwijs geven was eigenlijk zijn belangrijkste taak. Er was in De Glip ook geen kerk. De Katholieke bewoners gingen in meerderheid naar de kerk van Berkenrode aan de Herenweg. De Protestanten konden naar de kerk in het centrum van Heemstede. Adriaan Pauw Jr., die Ambachtsheer van Bennebroek geworden was, bleek daarmee niet zo gelukkig. Hij was van mening, dat zijn dorp een eigen kerk met een eigen begraafplaats moest hebben. Daarom zorgde hij ervoor, dat in Bennebroek spoedig een eigen (Hervormde)  kerk werd gesticht. We zouden kunnen veronderstellen, dat de Protestanten uit De Glip ook naar die dichtbij gelegen kerk zouden gaan. Niets is echter minder waar. Adriaan Pauw Jr. kon met zijn broer Gerard, die zijn vader als Ambachtsheer van Heemstede was opgevolgd, niet goed opschieten. Doorlopend waren er problemen tussen die twee. Zeker over de losmaking van Bennebroek en over de grensbepaling waren er haken en ogen. In de discussies daarover kreeg Gerard van zijn broer Adriaan tenslotte zover, dat deze er mee accoord ging, dat niemand uit Heemstede naar de kerk van Bennebroek mocht gaan, zeker ook niet de bewoners van De Glip. Deze afspraak en vele andere, die met het zelfstandig worden van Bennebroek verband hielden, werden in 1656 uitvoerig schriftelijk vastgelegd en door de Staten van Holland goedgekeurd. In de desbetreffende overeenkomst werd zelfs met hoge boeten gedreigd indien de afspraken, ook die over de kerkgang, niet zouden worden nagekomen. Een andere afspraak, die in de overeenkomst was vastgelegd, betrof de diaconale collecten in de kerk van Bennebroek. De helft van de opbrengst van deze collecten moest worden afgedragen aan de kerk van Heemstede. Waarom vond (in het bijzonder) Ambachtsheer dit zo nodig?  Omdat in Heemstede, in vergelijking met Bennebroek, veel meer armen woonden, die op onderstand van de kerk waren aangewezen. In hert bijzonder in het gebied tegen de toenmalige grens met Haarlem zouden die gezinnen gewoond hebben. De Schout van Heemstede kreeg de opdracht de halve opbrengst van de collecten elke eerste zondag van de maand in Bennebroek te gaan ophalen. Over de problemen (en soms zelfs komische) ruzies en verdachtmakingen, die uit een en ander voortvloeiden, zijn bladen vol te schrijven. Werd wel eerlijk hehandeld bij de deling van de collecten?  Werden giften voor de diaconie soms buiten de collecten om geïncasseerd, in een bus aan de buitenkant van de kerk bijvoorbeeld? 

Links van de deur van de Hervormde Kerk van Bennebroek bevond zich deze armenbus.

Links van de deur van de Hervormde Kerk van Bennebroek bevond zich deze armenbus.

Werden kerkbezoekers uit Heemstede in Bennebroek wel nadrukkelijk geweerd? Het zou anderhalve eeuw, tot 1807, duren voordat de tussen de beide dorpen getroffen regeling onderdaan kon worden gemaakt. Het kostte de Bennebroekse diaconie wel een afkoopsom van 3000 gulden (in de vorm van 2% schuldbrieven)  en 600 gulden voor geraamde achterstand in de afdracht over de jaren 1795 tot 1806. Bennebroek had namelijk de vrijheid genomen de afdrachten te stoppen toen de Fransen in 1795 ons land binnen trokken en er veel wetten en regels werden aangepast.  Als gevolg van de tussen twee Ambachtsheren in de zeventiende eeuw gemaakte afspraken is het nu nog steeds zo, dat als (Hervormde) kerkelijke grens de Swartsenburgerlaan geldt. Bij de Katholieke kerk geldt deze grens niet. De in De Glip wonende leden van de Gereformeerde en de Katholieke kerk worden gerekend te behoren tot de kerken van Bennebroek.  Zo zien we, dat er in sommige opzichten vanuit de Heemsteedse wijk De Glip nog altijd sprake is van een zekere band met Bennebroek.’  Maarten Verkaik, in Heerlijkheden, nummer 115, februari 2992, p. 46-48. BIJLAGE 9: EEN EIGEN BUURTHUIS/WIJKCENTRUM: DE PRINCEHOF (1954-1955) Op 25 augustus 1954 had de gemeente Heemstede aan de Heemsteedse timmerman-aannemer C.Jansen het bouwen van een nieuw wijkgebouw met bijbehorende ruimten en een conciërgewoning aan de Glip gegund. Hij was de laagste inschrijver en zag voor ƒ 70.882,-  mogelijkheid de klus te klaren. De hoogste inschrijver was bouwondernemer-aannemer en buurman, aan de Glipperweg B.Silvis, die voor ƒ 86.592,-  had ingeschreven. Het ontworpen gebouw moest op de plaats komen van het pand ‘Samuël’. Het gemeentebestuur verwachtte veel van het nieuwe gemeenschapscentrum en hoopte dat het nieuwe pand het buurt- en verenigingsleven van de wijk zou stimuleren. Het door Openbare Werken ontworpen bouwplan zag er aantrekkelijk uit. Een ruime toegang met veel glas en aan weerszijden grote ramen moesten het geheel een toegankelijk aanzien geven. Berekend was dat de grote zaal met podium aan ruim 140 mensen plaats bood. In mei 1955 naderde de bouw van het ‘Princehof’;  haar voltooiing en toen de laatste hand eraan werd gelegd was men al druk bezig met het maken van plannen omtrent de verhuur van zalen aan derden en het geven van een opzet voor de te maken jaarlijkse kosten. Om de inzet van de conciërge te prikkelen overwoog men om op het gemeentehuis hem bijvoorbeeld 10%  van de huurprijs van de door hem verhuurde lokalen toe te wijzen. In de eerste helft van juli 1955 had de officiële opening plaats. Vele Glippenaren waren hier blij mee, want op heel wat plaatsen waren de vlaggen uitgestoken. Bij monde van D.H.Philippo is namens de bewoners van De Glip het gemeentebestuur bedankt en burgemeester ridder van Rappard verzocht het tegeltableau van Josje Smit in de hal te onthullen.

Oude prentbriefkaart van de winkelgalerij op de Glip

Oude prentbriefkaart van de winkelgalerij op de Glip

Tien jaar De Princehof. UIt: Heemsteedse Courant, 24 juni 1965

Tien jaar De Princehof. UIt: Heemsteedse Courant, 24 juni 1965

Vervolg van: Tien jaar De Princehof. Uit: Heemsteedse Courant, 24 juni 1965.

Vervolg van: Tien jaar De Princehof. Uit: Heemsteedse Courant, 24 juni 1965.

Bijlage 10:  Uit: Privil. ende Octroyen der Kennemerdorpen, HEEMSTEDE, pagina 753 door W.G.Lams. overgenomen in: H.H.B.Binnewiertz, Heemstede, 1854, betreffende 17e eeuwse straten, vaarten en buurten in Heemstede:

....komt men aen Swartsenburger-laen, den bedrijve van Bennewbroecks aenvangh.

….komt men aen Swartsenburger-laen, den bedrijve van Bennebroecks aenvangh.

Bijlage 11: Notitie over klerenveer tussen Amsterdam en Heemstede, De Glip, Bennebroek

Uit: Amsterdamsche Courant, 9-2-1805

Uit: Amsterdamse Courant, 9-2-1805

Uit: Algemeen Handelsblad, 3-12-1849

Uit: Algemeen Handelsblad, 3-12-1849

Uit: Algemeen Handelsblad van 5-6-1882

Uit: Algemeen Handelsblad van 5-6-1882

======================================================= Bijlage 12: JAN DIX (1881-1988) ‘Ernst Heinrich Krelage (1869-1956) was de derde generatie van de firma Krelage en trad als enige zoon in 1891 ook in de voetsporen van zijn vader, Jacob Heinrich Ernst Krelage. Hij had eveneens veel bestuurlijke kwaliteiten en was als voorzitter actief in vele besturen. Hij trok in 1902 J.F.Ch.Dix aan met wie hij tot 1920 een groot kruisingsprogramma uitvoerde, vooral in de tulpen. Talloze nieuwe cultivars ontstonden die de samenstelling van het assortiment van het vak diepgaand hebben beïnvloed’ (Kees Hoog).

Enkele, veelal bekroonde, kweekresultaten van Dix uit de periode Krelage

Enkele, veelal bekroonde, kweekresultaten van Dix uit de periode Krelage

Nota van Jan Dix, Heemsteedse Dreef 121, Heemstede + enveloppe van firma Jan Dix Jr., Kerklaan 97

Bestelnota van Jan Dix, Heemsteedse Dreef 121, Heemstede + enveloppe van firma Jan Dix Jr., Kerklaan 97

De heer Jan Dix (midden) als keurmeester in het Krelagehuis omstreeks 1960

De heer Jan Dix (midden) als keurmeester in het Krelagehuis omstreeks 1960

De jury van de Kerstbroeikeuring in december 1961. Helemaal links J.F.Ch.Dix, tweede van rechts de heer Kees Hoog, directeur van bloembollenhandel Van Tubergen

De jury van de Kerstbroeikeuring in december 1961. Helemaal links J.F.Ch.Dix, tweede van rechts de heer Kees Hoog, directeur van bloembollenhandel Van Tubergen

Bij zijn 100ste verjaardag is aan erevoorzitter en erelid van diverse sierteeltorganisaties J.F.Ch Dix een bijeenkomst gewijd in 'Treslong' door o.a. de Kon. Alg. Ver. voor Bloembollenkultuur. Sprekers waren onder meer ir. W.van Soest, ir.N.C.Hofman en J.P.M.de Jonge. Tijdens de receptie kwamen ongeveer 800 personen uit het bloembollenvak de jarige de hand schudden.

Bij zijn 100ste verjaardag is aan erevoorzitter en erelid van diverse sierteeltorganisaties J.F.Ch Dix een bijeenkomst gewijd in ‘Treslong’ door o.a. de Kon. Alg. Ver. voor Bloembollenkultuur. Sprekers waren onder meer ir. W.van Soest, ir.N.C.Hofman en J.P.M.de Jonge. Tijdens de receptie kwamen ongeveer 800 personen uit het bloembollenvak de jarige de hand schudden.

Toen de heer Dix de 100 al gepasseerd was bleef hij actief. Hier staat hij naast een andere veteraan uit het bloemenvak Mattheus Zandbergen (links)

Toen de heer Dix de 100 al gepasseerd was bleef hij actief. Hier staat hij naast een andere veteraan uit het bloemenvak Mattheus Zandbergen (links)

muurtuin voor villa van de heer Dix aan de Heemsteedse Dreef

muurtuintje voor villa van de heer Dix aan de Heemsteedse Dreef

Eenmaal 100 verscheen jaarlijks een bericht bij zijn verjaardag in de regionale pers. Hier een artikel uit de Heemsteedse Koerier van 22 juni 1987

Eenmaal 100 verscheen jaarlijks een bericht bij zijn verjaardag in de regionale pers. Hier een artikel uit de Heemsteedse Koerier van 22 juni 1987

Johan Frederik Christiaan Dix overleed op 107-jarige leeftijd als oudste inwoner van Heemstede en derde oudste van het land. Overlijdensadvertentie uit het Haarlems Dagblad van 29 december 1988.

Johan Frederik Christiaan Dix overleed op 107-jarige leeftijd als oudste inwoner van Heemstede en derde oudste inwoner van Nederland. Overlijdensadvertentie uit het Haarlems Dagblad van 29 december 1988.

J.Dixlaan, Prinseneiland. De Glip, Heemstede

J.Dixlaan, Prinseneiland. De Glip, Heemstede

Publicaties van J.F.Ch.Dix aanwezig in ‘Heemstede-collectie’ van het Noord-Hollands Archief: Tulpen voor kamer en tuin. Serie Weten en kunnen, nummer 71. Assen [1923]. – Narcissen voor kamer en tuin. In serie Weten en kunnen, nummer 74 Assen [1923] – Gladiolus of Zwaardlelies; hare geschiedenissen, cultuur en behandeling. In serie Weten en kunnen, nummer 110. Amsterdam-Assen [1924] – Diverse winterharde Bolgewassen (Bijgoed). In serie Weten en kunnen, nummer 134. Amsterdam-Assen [1925] – Klim- en Hangplanten en hoe ze toe te passen in tuin en huis. Amsterdam-Assen [1928] – Van dag tot dag in den tuin. Amsterdam-Assen [1926] – Gekweekte planten. Amsterdam-Assen, 1926. – De verzorging van onzen tuin. Practisch handboek voor het kweeken en verzorgen van bloemen, boomen, struiken, fruit en groenten. Amsterdam [1932]. – Uw tuin een lusthof. Amsterdam, 1941. 4e geheel herziene druk, 1957. – Bloemen in uw tuin. Amsterdam, 1954. – De veredeling van Tulpen, Hyacinten, Narcissen en Irissen. J.F.C.Dix: De oorsprong van de Tulipa. Uitgave van Kon. Alg. Ver. voor Bloembollencultuur, Hillegom, 1974. P.S. Voor oude foto’s met dank aan o.a. mw. Marloes van Buuren (HVHB)

Bijalage 13: ‘Overmeer’ en Janeton de Lavange; door Jan Hein Beelen

‘Met genoegen hebben mijn echtgenote en ik de Heerlijkheden nummer 115 het artikel van Hans Krol: ‘Van hofstede Overmeer tot woongenot op het Prinseneiland gelezen’. Een van haar ‘voormoeders’ namelijk was de daarin genoemde Janeton de Lavange, die de hofstede op 17 april 1736 kocht. Janeton kocht Overmeer. Het begint schijnbaar heel normaal op die 17e april. In de overdrachtsake wordt zij de aanstaande bruid  van Pieter van Croonenburg genoemd. Om de een of andere reden gaat dit huwelijk niet door en van Pieter vernemen wij niets meer. Zij is handelingsbevoegd, want bij de overdracht wordt zij niet door iemand bijgestaan. Haar leeftijd zal op dat tijdstip dus ongeveer 25 jaar zijn en zij is geboren rond 1700. Een maand na na de koop leent ze van Pieter Teyler van der Hulst 1.000 gulden. Janeteon trouwt In de Impost op huwelijken van Heemstede lezen wij: ‘Op 2 december 1738 heeft Pieter van der Upswich, jongeman van Amsterdam en wonende alhier, hem aangebracht als bruidegom ter eenre met Janeton de la Vange, jongedochter van Leiden en mede wonende alhier, als bruid ten andere zijde als gehorende ieder tot de classis van 6g. dus 12 g. totaal’.  Janeton wordt jongedochter genoemd en was dus voor die tijd niet getrouwd. Zij trouwt op zondag 18 januari 1739 voor de kerk met deze Pieter van den Upswich. In de marge van het trouwboek staat gekrabbeld: ‘Getrouwd den 18 Januari met een kind genaamd Geertruijda russen beid.’ Vreemd is dat er staat een kind en niet hun kind. Ook dat kan nog wel, maar spittend in het begraafboek van Heemstede vinden we dat op 21 april 1734 is begraven: ‘kind van Janeton de Lavange dood ter wereld gekomen (op de) Glip, zonder vermelding van de vader. Op 7 mei 1735 wordt er weer een kind van Janeton begraven, ook weer zonder vermelding van een vader. Al op 27 maart 1739 wordt in Heemstede gedoopt, Jan Rudolf van der Upswich, het huwelijk werd dus tijd. Wat voor vrouw was deze Janeton de Lvange met minstens drie voorechtelijke  kinderen en is Pieter van den Upswich wel de vader van deze kinderen? Helaas moet ik  het antwoord schuldig blijven. Dochter Geertruida trouwt Willem ten Boekhorst. De doop van dochter Geertruida, die van der (den) Upswich genoemd wordt, is in Heemstede onvindbaar. Zij trouwt echter op 3 april 1757 met Willem ten Boekhorst, een chirurgijn afkomstig van Bredevoort in Gelderland. Als zij trouwt zal ze toch minstens 18 jaar zijn geweest. Zij is dus waarschijnlijk ook geboren rond 1735 met als bovengenoemde andere kinderen van Janeton. Op 14 mei 1755 heeft Willem ten Boekhorst een huis gekocht op de hoek van de Heerenzandvaart en de Heemstederweg (nu de Raadhuisstraat tegenover de Kerklaan). Toen zijn trouwde woonde Geertruida nog op Overmeer, maar het bruidspaar is in Willem’s  huis gaan wonen. Op 27 september 1759 wordt Janeton de Lavange begraven, zij woonde toen nog op Overmeer en 2 jaar later op 25 maart wordt begraven het kind van Pieter van der Upswich en Janeton de Lavange, wonend op Overmeer (dit is waarschijnlijk bovengenoemde Jan Rudolf)). Pieter van den Upwich zelf wordt op 20 april 1767 begraven. Geertruida blijft als enige erfgenaam over. Willem ten Boekhorst verkoopt ‘Overmeer’ aan Wiering van der Zee. Met dit overlijden van Pieter worden Geertruida en Willem ten Boekhorst de eigenaren van Overmeer. Zij wonen echter op de Heerenzandvaart en verkopen ‘Overmeer’ dan ook op 26 mei 1767 aan Wiering van der Zee en lossen op 7 juli 1767 de lening van Pieter Teyler aan Janeton de Lavange af. Hiermede is het verhaal over een vreemde eigenaar van Overmeer adgesloten, maar het volgen van de familie blijft spannend. Willem ten Boekhorst’s tweede huwelijk Geertruida van de Upwich, gehuwd met Willem ten Boekhorst, krijgt tussen 1757 en 1769 acht kinderen. Op 14 mei 1770 wordt zij begraven. Op 11 oktober 1771 hertrouwt Willem ten Boekhorst met Maria van Thulden, zijn diensrmaagd, en door de dominee wordt al na 3,5 maand op 26 februari 1772 hun zoon Christiaan gedoopt. Erg vlug dus. Dit was de kerkeraad ook al opgevallen, want in hun notulen van 22 oktober 1771, 11 dagen na hun huwelijk, staat te lezen: ‘Nadat Willem te Boekhorst bekend hadde, dat hij vleselijke gemeenschap hehad heeft met zijn meid Maria van Thulden is hem de tafel des Heren ontzegd geworden, welke censure door hem aangenomen is’. Maria van Thulden Maria is ook weer zo’n vreemde vogel! Op 19 november 1771, nota bene net 4 weken na haar huwelijk met Willem ten Boekhorst, wordt door de pastoor van Berkenrode gedoopt: Elisabeth onecht kind van Marinus Berkemeijer en Maria van Thulden. Deze twee kinderen van Maria – Christiaan ten Boekhorst en Elisabeth Berkemeijer – kunnen onmogelijk direct na hun geboorte gedoopt zijn, want tussen de dopen van beiden zit slechts 2,5 maand. Naast Christiaan worden er tot 1778 nog twee kinderen van Willem en Maria gedoopt: Cornelia op 17 juni 1774 en Willem op 7 november 1778. De geboorte van zijn laatste kind heeft Willem echter niet meer meegemaakt. Hij is al op 26 mei van dat jaar begraven. Maria overlijdt 3 jaar later. Kleine Willempje is dan ook al overleden. Genealogie: een echte soap! Bronnen en literatuur: – Kort begrip van het Oud Vaderlands recht, Mr.A.S.Blécourt, 7e druk, 1969, Wolters-Noordhoff N.V.Groningen; – Rijksarchief van Noord-Holland, DTB, Heemstede; – Rijksarchief van Noord-Holland, ORA, Heemstede. 

Arie van Noort: bloembollenvelden aan de Kadijk in Heemstede, 1953

Arie van Noort: bloembollenvelden aan de Kadijk in Heemstede, 1953. Rechts De Gliphoeve