FRAAIE BOEKUITGAVE OVER 350 JAAR LEIDSEVAART

Het 350-jarig bestaan van de Leidsevaart tussen Haarlem en Leiden was in 2007 aanleiding voor verscheidene evenementen, tentoonstellingen en publicaties. Nabij Leiden spreekt men overigens van de Haarlemmertrekvaart. Een eerste boek verscheen van mevrouw Miep Smitsloo-de Graaff uit Oegstgeest. Het heet ‘Tussen tol en trekvaart; 350 jaar het water, het monument en de mensen’. Met het tolhuis wordt het vroegere Leidse huis op grondgebied van Oegstgeest bedoeld, dat enige tijd, evenals het tolhek uit 1701, van de sloop is gered en intussen volledig gerestaureerd.Het Haarlemse tolhuis lag binnen de gemeente Heemstede en is in 1657 gebouwd door Jan Pieters van Brederode uit Warmond voor de prijs van 34 stuivers per 1000 te metselen stenen. Helaas moest het historische pand in 1925 wijken om verbreding van de weg mogelijk te maken. De brokstukken van het uit 1695 daterende tolhek met de wapens van Haarlem en Leiden lagen enige tijd opgeslagen op de gemeentewerf, en is in 1930 herplaatst bij de entree van het tennispark Groenendaal.

Het vroegere tolhuis met tolpoort aan de Leidsevaart in Heemstede. De poort bevat de wapens van Haarlem en Leiden en bevindt zich tegenwoordig in wandelbos Groenendaal, ingang tennispark

Voordat de stenen pijlers en een smeedijzeren hek in 1695 zijn geplaatst stond aan de Leidsevaart, ter hoogte van het huidige station Heemstede-Aerdenhout, een houten tolpoort. Dat is te zien op een schilderij van de 17e eeuwse kunstenaar Jan van Kessel, dat zich als gevolg van een vergissing van de vroegere burgemeester IJsselmuiden (die veronderstelde dat Halfweg was afgebeeld) tegenwoordig bevindt in het raadhuis van Haarlemmerliede.

Tolhuis en tolpoort Haarlem-Leiden in Heemstede. Aan de horizon is de Oude Bavokerk afgebeeld

Tolhuis en tolpoort Haarlem-Leiden in Heemstede. Aan de horizon is de Oude Bavokerk afgebeeld. Werd toegeschreven aan Jan van Kessel, echter gesigneerd SR = Salomon Gilleszoon Rombouts  (foto Henk Snaterse, doek aanwezig in gemeentehuis van Haarlemmerliede en Spaarnwoude te Halfweg). Het schip is de stadsboot van Haarlem met wapen en vlag.  (1)

(1) Zie: Pieter Biesboer. Een gezicht op de Leidse Trekvaart door Salomon Rombouts, in: Haerlem Jaarboek 2015. Haarlem, 2016, p. 96-103

Kessel

Het Haarlemse tolhuis in Heemstede op een schilderij van Jan van Kessel (1641-1680) met figuren van Salomon Rombouts. Afgebeed in Alice I.Davis: Jan van Kessel. Doornspijk, Davaco, 1993 [in: Blauwe ader van de Bollenstreek, 2007, pagina 37]

Spilman

Hendrik Spilman (1721-1784). Tolhek en tolgaardershuis aan de Leidsevaart in Heemstede. Links is Berkenrode zichbaar.

Anonieme tekening van het tolhek en brug aan de Leidsevaart in Heemstede

Anonieme tekening van het tolhek en brug aan de Leidsevaart in Heemstede

Trekvaarten en trekschuiten

Haarlem

Haarlemse jaagschuit op een ets van Reinier Nooms ‘Zeeman'(1652-1654) (Stadsarchief Amsterdam)

De Leidsetrekvaart bij huize Halfweg te Lisse. Tekening van Samuel Ireland, 1789

De Leidsetrekvaart bij huize Halfweg te Lisse. Tekening van Samuel Ireland, 1789

R. de Vries (1813-1874), prent met de 'volkstrekschuit' omstreeks 1850 (foto Scheepvaartmuseum Amsterdam)

R. de Vries (1813-1874), prent met de ‘volkstrekschuit’ omstreeks 1850 (foto Scheepvaartmuseum Amsterdam)

In de Gouden eeuw zijn talrijke trekvaarten in ons land aangelegd voor het vervoer van personen en goederen. De trekvaart tussen Amsterdam en Haarlem kwam in 1632 gereed en wordt als de oudste beschouwd. Omstreeks 1700 was een netwerk van in totaal ongeveer 650 kilometer gereed. De schuiten werden door één of meer trekpaarden getrokken, aanvankelijk soms ook door personen, die over het zogenaamde ‘jaagpad’ liepen. Vanwege toenemende handel waren nieuwe vaarwegen noodzakelijk. In het Heerlijkheidsarchief van Heemstede bevindt zich nog het octrooi tot aanleg van de “trekvaart van Haarlem op Leyden”, van 22 april 1656. Verscheidene gronden moesten worden onteigend en 3 bruggen gebouwd, bij het Schouwtje, de Aerdenhoutselaan {= Zandvoortselaan) en de Manpadslaan. Ambachtsheer was destijds Gerard Pauw, zoon van de drie jaar eerder overleden Adriaen Pauw. De aanleg tussen Haarlem en Leiden, een afstand van bijna 29 kilometer, diepte van ongeveer twee meter en breedte van 15 tot 20 meterkwam voor rekening van beide steden. In 1641 is een eerste plan gepresenteerd met een oostelijke vaarroute. Uiteindelijk koos men voor een westelijke route vanaf Haarlem (Zijlpoort), langs Heemstede, Bennebroek, Vogelenzang, Hillegom, De Zilk, Lisse, Noordwijkerhout, Noordwijk, Voorhout en Oegstgeest, tot de Marepoort in Leiden. De totale kosten die ongerekend ruim 200.000 euro bedroegen, inclusief de bouw van 14 bruggen en trekweg, is spoedig terugverdiend. In een topjaar als 1677 maakten zo’n 150.000 mensen van de trekschuit gebruik. De gemiddelde snelheid bedroeg vijf tot acht kilometer per uur. Volwassenen betaalden voor de totale tocht van Haarlem naar Leiden 11 stuivers en kinderen van drie tot tien jaar konden voor half geld mee. Het vervoer per postkoets of diligence was over het algemeen 2 tot 3 maal duurder. Na bestrating van de weg tussen beide steden en aanleg van de spoorweg tussen Haarlem en Leiden in 1842 kwam omstreeks 1860 een eind aan de reguliere trekschuitverbinding. Nadat de trekvaart niet meer rendabel was, bleek demping onmogelijk omdat deze waterweg als boezemwater van Rijnland fungeerde, waarop vele sloten waren aangesloten. Tot op de dag van vandaag heeft de vaart tevens een recreatieve functie. Het vroegere jaagpad, in 1867 verhard, en later verbreed is als rijweg voor de bevolking ter plaatse van belang geworden.

Voorzijde boek: Tussen tol en trekvaart Haarlem - Leiden (2007)

Voorzijde boek: Tussen tol en trekvaart Haarlem – Leiden (2007)

Derr

Het Haarlemse tolhuis onder Heemstede met hek aan de Aerdenhoutselaan in 1890, door J.A.Derr (Noord-Hollands Archief)

“Een onmooglijk wonder”

De “Eerste spit” vond plaats op 26 september 1656 bij het Quade laantje tussen Bennebroek en Vogelenzang en wel door twee feestelijk uitgedoste zoontjes van Mattheus Steyn, commissaris van de trekvaart voor Haarlem. Vanwege de duinen was dit stuk het meest bewerkelijk. Naast een deel in Leiden vond de aanbesteding van het overige werk pas op 27 februari 1657 plaats in de ‘Nieuwe Doeken’ te Haarlem. Verdeeld in vakken van ongeveer een kilometer en gegund aan verschillende aannemers. Begonnen half mei 1657, waarbij men gedeeltelijk gebruik kon maken van al bestaande sloten, was het werk 5,5 maand later geklaard, zodat al op 31 oktober de eerste trekschuit tussen Leiden en Haarlem voer. In totaal is hieraan gewerkt met tussen de 1.000 en 1.500 mensen, en zijn bij het graven volgens overlevering ook gevangenen ingezet. De verdiensten voor de niet-gedetineerden bedroegen gemiddeld een gulden per werkdag. De vaart is zoveel mogelijk in rechte lijn gegraven. Waar dat niet anders zijn bij een bocht zogenaamde rolpalen geplaatst. De jager kon er een touw omheen gooien om de trekschuit langs de bocht te leiden. Een 17e eeuwse dichter sprak vanwege de korte tijd van aanleg, waarbij men ook nog binnen de begroting bleef, van “een onmooglijk wonder”. Bij gelegenheid van de opening liet de stad Haarlem een prachtige gedenkpenning slaan met op de achtergrond de stad Haarlem en daarvoor de nieuwe vaart met trekschuit, trekpaard en jager langs het jaagpad. Uiteraard ook het wapen van de Spaarnestad en de namen van de Haarlemse commissarissen.

Grenspaal bij de Leidsevaart in Halfweg (Lisse, nabij Noordwijkerhout) met de wapens van Haarlem en Leiden

Grenspaal bij de Leidsevaart in Halfweg (Lisse, nabij Noordwijkerhout) met de wapens van Haarlem en Leiden

Von Trapp

De tolhuizen in Oegstgeest en Heemstede zijn in 1657 vervaardigd door dezelfde aannemer uit Warmond. In Halfweg bij Lisse kwamen tweejaarlijks de commissarissen vanuit Leiden en Haarlem bij elkaar. Door de auteur wordt veel aandacht besteed aan het Tolhuis in Oegstgeest en vooral aan de tolgaarders en mensen die hier gewoond hebben. Nadat de tol ten einde was, raakte het pand in verval en bleef het Leidse tolhuis een enclave in Oegstgeest en leek het gebouwtje hetzelfde lot te ondergaan als in Heemstede. Zover kwam het daar echter niet. Een projectontwikkelaar kocht het Tolhuis om als kantoor in te richten en in de ‘jongere’ voormalige stal uit omstreeks 1800 is nu een prestigieus restaurant ‘het Tolhuysch’ gevestigd. De oorspronkelijk Oostenrijkse familie Von Trapp is wereldberoemd geworden dankzij film en musical ‘The Sound of Music’, naar een door Maria von Trapp in 1949 geschreven boek. De schrijfster Miep Smitsloo ontdekte dat het muzikale gezin alvorens in 1938 naar de Verenigde Staten te vluchten na de Anschluss van Oostenrijk bij Duitsland enige tijd onderdak vond bij een bankiersfamilie in Warmond. Dat nieuws kreeg onlangs wereldwijde aandacht.

Het vernieuwde tolhuis met tolpoort nabij Leiden in Oegstgeest

Het prachtig uitgegeven boek ‘Tussen Tol en Trekvaart’ is fraai geïllustreerd met circa 125 afbeeldingen, voor een groot deel in kleur. In gebonden uitgave is het boek voor 24,90 euro in de boekhandel verkrijgbaar.

Vanaf medio mei 2007 waren tentoonstellingen over 3,5 eeuw Leidsevaart te zien zijn in o.a. museum ‘De Zwarte Tulp’ te Lisse en het Historisch Museum Haarlem. In de nummers 131 en 132 van het tijdschrift HeerlijkHeden (VOHB) zijn twee uitvoerige artikelen aan trekschuit, tolpoort en 3,5 eeuw Leidsetrekvaart gewijd.

Hans Krol (Heemstede)

tolgaarderswoning

Tol en tolgaarderswoning aan de Leidsevaart in Heemstede, in 1890 getekend door J.A.Derr. In dat jaar is de woning afgebroken, maar de historische poort gelukkig blijven staan.

Het tolhek aan de Haarlemse zijde van de trekvaart in Heemstede, tegenwoordig entree naar het tennispark Groenendaal

'Het Tol-hek aan de Leidse Vaart' Gravure Gravure door H.Spilman, 1763

‘Het Tol-hek aan de Leidse Vaart’ Gravure Gravure door H.Spilman, 1763

'Gezigt aan de Leidse Vaart' Gravure van Hendrik Spilman

‘Gezigt aan de Leidse Vaart’ Gravure van Hendrik Spilman

'Gezigt aan de Leidse vaart tusschen de eerste brug en de stad' naar J.Kops, circa 1762

‘Gezigt aan de Leidse vaart tusschen de eerste brug en de stad’ naar J.Kops, circa 1762

aquarel van man met Zeis aan de walkant van de Leidsevaart in Heemstede.  A.Melchior, 1952 (N.H.A.)

aquarel van man met Zeis aan de walkant van de Leidsevaart in Heemstede. A.Melchior, 1952 (N.H.A.)

Schaatsenrijders op de bevroren Leidsvaart onder Heemstede. Door A.Melchior, 25 december 1960 (N.H.A.)

Schaatsenrijders op de bevroren Leidsvaart onder Heemstede. Door A.Melchior, 25 december 1960 (N.H.A.)