POEZIEAVOND VERBORGEN DICHTERS IN HEEMSTEDE; 19E EDITIE 13 MAART 2003 IN DE GEMEENTELIJKE OPENNBARE BIBLIOTHEEK HEEMSTEDE

Deelnemers:

Frans Beek, Velserbroek

Mw.L.Bertholée, Heemstede

Fekke Bijlsma, Haarlem

Mw.Marijke Blijham, Amsterdam

Peter Borgwat, Heemstede

Dichter-onderwijzer Peter Borgwat in september 1995 gefotografeerd door V.C.Klep

Dichter-onderwijzer Peter Borgwat in september 1995 gefotografeerd door V.C.Klep

Mw.Tilly van den Bos, Heemstede

Mw.J.E.Boshouwers, Heemstede

Mw. Elly van Breugel, Velsen

J.G.Brouwer, Heemstede

Jac.J.de Bruin, Heemstede

Mw. Tineke van Daele, Bennebroek

Mw. Thea van Dam, Sassenheim

Mw. Lisabet Dudink, Zandvoort

Mw.Marisca van der Eem, Heemstede

Mw. Judith Ernst, Haarlem

Mw. Susanne Houtman, Heemstede

Mw. Sylvia Huurman, Haarlem

J.A.G.H.Jaspers, Haarlem

Marten Janse, Heemstede

Bart Jonker, Heemstede

Mw.Joce Langerak, Heemstede

Mw. Cock Lommerse, Bennebroek

Jarl van Maltha, Haarlem

Mw. N.Mosselman-Arensman, Rijsenhout

Bard Netel (ps. Van Fred Dukker), Spaarndam

Mw. Nel Opmeer, Haarlem

A.P.van Rooyen, Haarlem

Mw. Els Slootweg-van den Boogert, Koog aan de Zaan

Mw.Eve Sluis-de Bruin, Beverwijk

Mw.T.G.Sluis-Eckhart, Uitgeest

Mw. Lucy Steen, Santpoort-Noord

Drs.P.van Toor, Haarlem

Mw. A.J.W.van Vessem-Dirkse, Haarlemmerliede

Jeroen Warmerdam, Hoofddorp

D.Wilgenburg, Haarlem

Mw. Pom Wolff, Amsterdam

Peter Wolse, Heemstede

Mw. Jos Zegwaart-Rooijers, Andijk

******************************************************************

BERGEN DROMEN

Fantasie houdt een mens in leven

Die wijsheid wordt een ieder meegegeven

Daarom probeer ik wat af te fantaseren

Zie me zelf in het circus jongleren

Of, trek als klimheldin

De hoogste bergen in

Maar wat een onrust roep dat op

Ik ren rond als een kip zonder de bekende kop

Die berg met gedachten

Kan ik beter maar ontkrachten

Nu stel ik me tevree

Met het wijze idee

Dat ik veel gekund had

Als ik maar had geweten wat!

mei 2000

HET GAT

Ooit is er een gat in me gevallen

Zo gaat dat

Ik heb geprobeerd het te vullen

Hoe moet dat?

Ik verzamelde allemaal spullen

Een stereo, bank, teevee

Maar dat kost wat!

Dan maar een man om het op te vullen

Maar dat ‘lekker gat’,

was ik ook snel zat

Ze hebben me laatst verteld

Dat hard werken ook helpt

Gaat dat?

Nee, daarom heb ik eens diep in dat gat gekeken

En mezelf met anderen vergeleken

En wat deed dat?

Mijn conclusie is snel te geven:

Er valt best mee te leven

Want iedereen doet dat

Met een gat.

oktober 1997

Judith Ernst

——————————–

Omdat

Het zo bijzonder is

wat wij hebben met elkaar

En ik elke keer ervaar

wat een waardevol bezit,

Kostbaar als een diamant,

Bang dat ik het verliezen zal.

LITTLE SIMPLE THINGS

Zoek het in de simpelheid

Daar is iets wat je verblijdt

Kijk eens beter om je heen

Dan zie je het meteen

Schone laken op je bed

Koffie is net vers gezet

Maar mijn hart is vol met tranen

Over een shuttle die ontploft

Het programma moet toch doorgaan

Is dat niet een beetje soft?

Zoek het in de simpelheid

Daar is iets wat je verblijdt

Kijk eens beter om je heen

Dan zie je het meteen

De bakker toetert en naar je zwaait

Geur van land, net gemaaid

Maar mijn hart is vol met tranen

Over een oorlog die nu dreigt

En de mensen die zo bang zijn

Het is de meerderheid die zwijgt

Zoek het in de simpelheid

Daar is iets wat je verblijdt

Kijk eens beter om je heen

Dan zie je het meteen

Rode wijn in een helder glas

Zwemmen in een grote plas

Maar mijn hart is vol met tranen

Over het water dat gaat dreigen

De economie moet blijven draaien

Zullen wij het onder controle krijgen?

Zoek het in de simpelheid

Daar is iets wat je verblijdt

Kijk eens beter om je heen

Dan zie je het meteen

Tandarts die zegt je kunt nu gaan

Samen zingen heel spontaan

Maar mijn hart is vol met tranen

Gevaarlijke stoffen overal

En een lucht niet zo gezond

Die niet meer klaren zal.

Cock Lommerse

—————————————-

VROEGER EN NU

Vroeger dacht je,

dat er eerst iets spectaculairs

of geweldigs moest gebeuren,

om je een moment gelukkig te voelen.

Nu weet ik, dat het gewone,

kleine dingen zijn

die een mens gelukkig maken.

Zoals: onverwachts een bakkie doen

met je dochter,

een glaasje met je man in de zon,

mooie muziek die je hoort.

Vers eitje of groente voor de deur

de vriend die je helpt met de computer.

Goed gesprek met vriendin of zus.

Mail of kaartje in de brievenbus

Zomaar, die ene

mooie bloem in de tuin

MOEDER

Word ik wakker, mis ik je

ben ik aan de was, mis ik je

drink ik koffie, mis ik je

ga ik boodschappen doen, mis ik je

loop ik door mijn huis, mis ik je

de vrijdag is geen vrijdag meer, want dan mis ik je

de zondag is geen zondag meer, want dan mis ik je

als ik ooit geweten had dat ik je zo zou missen,

had ik je vastgehouden.

Thea van Dam

—————————–

DE RIETSTENGEL

In de stengel van het riet

ligt een melodie verborgen

toen de kunstenaar die riep

op een stille zondagmorgen

kerfde hij en snoeide en sneed

tot een klankenspel gereed.

Toen hij blies ontsprong door hem

zo dun en ijl als lijsterstem

een toon vibrerend die ontstond

slechts door de adem van zijn mond.

Zuiver bezong het woordloos lied

geheimenis van ruisend riet.

EEN DIJK IN HOLLAND

Een dijk in Holland vroeg of later

moet eens bewijzen sterk te zijn

een rots tussen het land en water

in regen wind en zonneschijn.

Beziet het zeilen van de boten

de schapen in de groene wei

uitstrekkende heel lang en groot en

de mens voelt zich er veilig bij.

Het onkruid bloeit tussen de stenen

laag aan de voet krioelt de vis

aan wie zal hij zijn kracht ontlenen

wanneer de storm zijn vijand is?

Een dijk in Holland, wassend water

verbijstering, de noodklok luidt

zal hij bezwijken vroeg of later?

De elementen dagen uit.

Elly van Breugel

——————————-

ACCIJNS

Wij zagen ons als paar wel zitten

en tekenden voor levenslang.

Jij tooide je met goud en gitten

maar je pupillen, felle pitten,

maakten mij langzaam, langzaam bang.

Ik wilde je niet controleren,

wilde niet vinden – ,en vond toch.

Al bleef er wel veel te begeren,

de neergang viel niet te bezweren,

het demasqué begon alsnog.

Steeds moeilijker je dorst te lessen,

vaak haperend je lieve stem

nota’s en verborgen flessen

fileerden ons met botte messen,

‘k verloor van hèt, niet eens van hem.

Morele steun, latent bij leken,

was wel paraat bij de kliniek.

Verslaafden, weet men daar, zijn ziek,

hun lief heeft in de hel gekeken,

Toch: “Dúúr die drank!” mort het publiek…..

Frans Beek

————————————–

DAT NOOIT WEER MORGEN IS IN ANDER LICHT

de zon verbloemt

heelt alsof er niet gebroken is

ontdekt de oude tekens van thuis

besta in mij – ik draag je

langer dan een vrouw

kan dragen bij me

ben alle maanden bang

ze vieren feest yasmin ze vieren mens

om wie zich zelf genot bereidt

in vrouwen snijdt

je vertelt me van teveel van vroeger

je vraagt wat doe je met teveel

te vroeg vertrekken om te laat te zijn

ga met me mee

ik wil je adem halen

omdat ik de talen ken

die we samen spreken

zuurstof nodig heb.

TOEN JE STILTE STUURDE

niets

is me liever

dan eenvoudig mooi

het bloemblauw

vers gescand

natuurlijk

in het licht

een meisje

drinkt in stilte woorden

denkt hem goddelijk lief

en ik

ik kan in stilte

niet meer denken

ik kan het denk ik niet.

Pom Wolff

——————————

ZINGEND DICHTEN EN DICHTEND ZINGEN

Op deze avond der gedichten

en schone poëzie

mag ik zingend bedichten

nu in tweeduizenddrie…

wat ik zo voor me zie

in een schone melodie…

Om zo dichtend te bezingen

van al die schone dingen

in dit aardse paradijs.

Waar Gods Liefde me mag omringen

zing ik op de schoonste wijs…

om zo Gods grootheid te belijden

voor het waarachtig Gods bevrijden

door Jezus Christus’ dierbaar lijden

door Zijn dierbaar bloed…

zo reinigend…zo zoet

al mogen dan de stormen loeien

de zorgen ons soms overvloeien,

in dit soms moeitevolle leven

als Christus ons hier door wil roeien

dan zien we toch de bloemen bloeien

en leven uit Gods Vaderhand

om zo geestelijk door te groeien

tot in Gods heerlijk Vaderland.

D.Wilgenburg

———————————-

LANDSCHAP

de kleuren staan nat opgebracht

felgroen, hardblauw, oker

een vogel zingt

de paarden doen een menuet

mijn haar danst

ik anker

en tokkel spontaan

2-4-02

in de herfst

komt een groep smienten

naar het water

achter ons landhuis

op een nacht

hoor ik hun roep

en bij daglicht

drijven ze lieflijk

in de ochtendzon

al wat zij nodig hebben is

het gras rond de oever.

30-12-01

Lisabet Dudink

——————————————-

NA FAMILIEBEZOEK!

Gekwetst door gemene roddel!

Zat de negentigjarige vrouw in haar leunstoel:

Alleen!

Zacht kroop haar zwarte miesje

omhoog tegen haar rokken op,

en keek naar haar alsof ze de pijn wilde delen

die de oude dame leed!

Het verdriet door mensen aangedaan

sprak háár ook volledig aan.

Zijn beesten beter dan mensen?

Het is niet te wensen,

want als wij beesten laten begaan

kunnen wij mensen wel de laan uitgaan!

Mw. J.E.Boshouwers

——————————————–

Haarlem, dinsdag 9 juli 2002.

randjes vrouwenmantel

met karteltjes dauw

vormen mijn mantel

die ik ongevraagd aantrek

gedachten die met mij

een wandeling beginnen

buiten wat ik zie

in leegte en verdriet

met niets meer weggestopt

in diepe zakken

of achter knopen

dicht gedaan niet bestaan

Haarlem, dinsdag 21 januari 2003.

als ik de koelkast vul

verdoofd door emoties

met de koude waarheid

in mijn vragen

achter de boodschappen

die ik heb weggezet

God als het mij niet lukt

van mezelf te houden

hoe kunt U zo volhardend zijn.

Sylvia Huurman

———————————–

NAJAAR

Vruchten vallen weer

kiezen aarde

me ertegen verzet zoveel ik kon

bladeren aan bomen geplakt

bolsters gekoesterd

maar het seizoen vertraagd niet

keert niet om

schampert om weerstand

schildert schaamrood

lacht me uit.

BIESBOSCH

Eenzame roeier die ik ben

spiedend waar te landen

door het wilgenbos

me een weg gebaand

een lege fles gevonden

en een roestig mes

me vermaakt met balsemien

kijk hoe ik zaden springen laat

het was vroege herfst

lome nagalm van de zomer

Fekke Bijlsma

———————————

OCHTENDGLOREN

Het was laat die avond, deze nacht

Brak als een wrak ongemerkt

de morgen door, zo onverwacht

dansen stoïcijnse zonnestralen

op de lamellen gesterkt

door het zuchten, zo zacht

van de wind

Op de achtergrond

remmen,

gillen,

de auto, mobieltjes

overstemmen

winkelwagenwieltjes

een huilend kind

Ook in deze morgenstond,

had ik bemerkt

dat het laat was gisteravond,

deze nacht

waar jouw liefde in mij ontwaakte

sliep mijn eenzaamheid in

zo onverwacht

NIJD

Als een klinker

de grond in geboord

menigmaal overreden

Opgevoerd minnespel

een zalvend woord

verzuurt onder

oxiderend eigenbelang

als een jaloerse minnaar

in een steekhoudend duel

Ik slik het door, argeloos

als een pillendoos

vandaar

de bittere bijwerking

Bart Jonker

Vooromslag van in 2002 verschenen dichtbundel van Bart Jonker: Onvoltooid verlangen

Vooromslag van in 2002 verschenen dichtbundel van Bart Jonker: Onvoltooid verlangen

Achterzijde van dichtbundel 'Onvoltooid verlangen' door Bart Jonker (2002)

Achterzijde van dichtbundel ‘Onvoltooid verlangen’ door Bart Jonker (2002)

———————————

ZOVEEL

Zoveel handen

Zoveel zinnen

Zoveel wijzen

Van beminnen

Zoveel lachen

Zoveel huilen

Zoveel bij elkander

Schuilen

Zoveel samen

Zoveel pijn

Zoveel, zoveel

Eénzaam zijn

VOORBIJ

Broze beentjes

Kleine pasjes

In de hand een plastic tas

Schuifelend op het trottoir

met de blik strak naar beneden

speurend naar oneffenheden

hier en daar….

Even stil staan

Even lucht

Dan weer verder

met een zucht

rapend alles bij elkaar

zich inspannend en vermannend

weer op weg

naar waar…..?

Is er weten

of vergeten

dat wat ooit eens was?

Gaat weer verder…

slechts met aandacht

voor het lopen en de tas.

Nel Opmeer

—————————–

Contacten in de poëzie

De N.S.LOKETTISTE

Romantiek

verwachtte hij

niet maar

het gelaat

van de lokettiste

boeide hem:

Er snelde een

glimlach over

toen zij

hèm zag!

Een algemeenheid

werd gewisseld

en tenslotte

wist hij

niet beter

te doen

dan haar

prettige dagen

te wensen.

Vlotte en

instemmende

reactie paste

bij dit plaatje….

en dit kwam!

Toen kwam

het voorbij.

Een zoete droom

achterlatend bij hèm…

EEN GESPREK

Een gesprek

heeft soms

iets aparts.

Dat wordt

gevoeld

en niet

verwoord.

J.G.Brouwer

————————————

WAT IN BLOEI STAAT

Stralende ogen

Fluweelzacht gelaat

In brons

Ivoren glans in kersenmond

Bloem die vrucht draagt.

Ik hou van je

Als ik zo naar je kijk

Voel ik me oud.

JIJ

Naast mij    zit je

Loop je

Drink je

Tegen mij   praat je

Lach je

Ben je soms

Achter mij  strijk je

Was je

Rijd je mij in die stoel

“Je loopt niet in zeven sloten tegelijk”

zeg ik weleens

maar waar vind ik vandaag

meer rust dan in jou

ogen, oase van blauw.

FOTO

Misschien zou hij

De bouw in zijn gegaan

Een jonge god zijn

Een dochter of zoon

hartstochtelijk beminnen.

Ze kijkt naar zijn foto.

Een moeder beitelt

Een beeld van haar zoon

In haar hoofd.

Jos Zegwaart-Rooijers

———————————-

JOUW TAAL

is de lach gehoord

maar niet verstaan

dan mag jij allochtoon

dochter of zoon

niet binnen gaan

jouw woord klinkt

ongehoord ja blijf

achter de poort

bang pang bang

voor nog een moord

tril niet gil niet

heel stil zitten

liggen niet direct

bang pang bang

dat je verrekt

jouw woord wordt niet gehoord

neem een hap vol onze woorden

kauw niet zo lang pang bang

slik nu door ja hoor slik onze

woorden door en braak in stomme zinnen

je blijft nog maanden binnen.

Peter Borgwat

————————–

liefdeslijnen

liefdesbrieven

drogen

in de windwij dansen

het huis en ik

woorden zing ik los

zoet zoemend waaien

zij mijn mond binnen

zinnen prikkelend

WAT DE BRIEF ZEGT

ik zeg wat hij nooit uitspreekt

beloof wat hij niet nakomt

geef je een nacht lang hoop

zijn woorden op afstand

brengen hem dichterbij

nader komt hij niet

brievenliefde is de enige

die hij kan geven

Marisca van der Eem

——————————–

REIJNIER VINKELESKADE

wat zaterdagnacht nog een spiegel

was, zo ijzig, zo glad

zonder de geringste rimpeling

schoonheid voor een schoonheid

geen barstje, geen scheurtjes

is nu het zwarte water

dat de schotsen scheef draagt

– podium voor schreeuwende meeuwen –

dat het late zonlicht conserveert

in kleuren van de rijzende maan.

TJEUKEMEER

de blauwe lucht is

in stukjes gezaagd

door wolken met

grillige figuren

in kleur en dikte

zijn ze gelaagd

grijs spiegelen zij

zich in

grauw water

Marijke A.Blijham

——————————–

 31-01-03

‘DRUPPELS’

Ik druppel op de kokosmat.

Het leven loopt uit mij,

ik ga snel naar binnen,

door de hal, de gang,

door de lawaaiige keuken,

het personeel kijkt niet op of om.

Een orkest van potten en pannen,

messen, lepels, een slagroomspuit.

Ietsje verder nog,

langs de kratten en fusten bier,

almaar sneller.

Ik graai in de kast

en vul me bij met leven,

tot de laatste druppel.

20-11-02

‘WILHELMUS’

Wilhelmus van Frommel en Voos

in een kartonnen doos,

ben ik van kippensoep en leverworst,

van overheidswege verstrekt oud brood.

Met lege zakken en stukke schoenen

kijk ik naar de staalblauwe pracht

van de avondlucht.

Slaven en hoeren vloeken in hun

kooien van goedgelovigheid.

Eindejaarsgeruis vult mijn oor

en alles blinkt en glanst.

Ik buig de kouwe knoken

en buk voor natte peuken.

De koning van Hispanje

heb ik altijd geëerd.

A.P.van Rooijen

———————————

Houd vast

anders ben je verleden

Ik houd vast

blijf in het heden

morgen

is

gister

is

heden

We hebben geleden

Loes Bertholée

——————————

ER WAS EENS…..

Er was eens een kind dat zo boos was

woedend

omdat zij niet mocht brullen,

als de zee ruisen

netjes moest zijn niet

onstuimig als de branding

aangepast

eb en vloed

er was eens een kind dat werd aangerand

golven van ontzetting

ingesponnen in een web

vol doodsdraden

er was eens een kind

snakkend naar vrijheid

woestheid van de golven

zachtheid van perziken-rood

er was eens een kind

op zoek naar haar kracht

transparant als de hemel

dans van vreugde om het leven

springend als een dolfijn

lichtzinnig

NACHT

Angst en beklemming

wegzinken in de nacht vol dreiging.

Draaikolken van schuld en schaamte.

Een vernietigende spiraal

doet alles in het niets verdwijnen

Zwart gat

Baarmoeder vol rood en zwart

Stikdonkere aarde

Een hart bonkt vol verlangen

naar ik weet niet wat

Een vagina van onbestemdheid

hard tegen hart

De kosmos houdt de adem in.

Het licht lasert door het zwart

Kristal-helder zingt de nacht.

Heemstede, september/oktober 2002

S.Houtman

————————————————-

VOORBIJ SEIZOEN

Zomaar een zonnige oktober

donderdag

de mooiste van dat seizoen

storm die vroegtijds een einde

maakte

aan het laatste fletse groen

de tuin geruimd en winter

klaar

schuchter een glas, wij

beiden

nog even een laatste vergeefse

poging

een godendrank

en bijna ja bijna

heb je me gekust.

HIPPOLYTUSHOEF

Ik adem de luchten

van eeuwen met zuchten

de zeeën die jou

harteloos hebben

doorkliefd

de wadden,de zuiderzee

die nu ijsselmeer is

de rust op dat eiland

waar haast geen verkeer is

je ademt er vrijer

je voelt je er blijer

ik word weer verliefd

verliefd op het leven

het is me gegeven

’t genot van de wieringermeer.

TEGENWICHT

Geluk is een zachte bries

omarmt je warm en zacht

niet zichtbaar

maar zo voelbaar

onheil briest als een storm

stoot met orkaankracht

pijnlijk gericht en zwaar

ik bedoel maar.

Tineke van Daele

———————————-

EEN LAFFE DAAD

Het leven kent droeve en vreugde dagen

Benut die korte tijd dan goed

Voor elke mens die u ontmoet

Wil wel en wee samen dragen

Dit gold helaas niet voor de belager

Hij had zijn plaats gekozen

Richtte uit woede zijn wapen zonder blikken of blozen

En schoot op zijn slachtoffer als een prooi voor de jager

Hoewel wij deze fatale dag nog betreuren

Zijn wij ons bewust dat, sinds eeuwen onbestaanbaar in een vredig Nederland

Een politicus viel door moordenaarshand

En dit nooit meer mag gebeuren !!!

IN DE SNEEUW

Begin februari viel er zowaar sneeuw uit de lucht.

Spoedig dekte het onze tuin toe met een donzen vacht.

Toen wij zo naar buiten keken, kwam het eerste mezenpaar

voorzichtig aantrippelen voor de vetbolletjes, die wij

hadden klaar gehangen. Zij deden zich ruimschoots te goed,

voordat zich een vinkje liet zien. Toen ook deze verzadigd

was, schoof een roodborstje aan. Na zijn maaltijd waren

de kleine juweeltjes uit het zicht verdwenen. Nu kwamen

de groteren aan bod. Een lijster hipte een beetje schuchter

naderbij, hetgeen een aardig tafereeltje opleverde.

Even daarna brak de strijd los. Hij werd weggejaagd door

een krassende groep kauwen, die om het hardst om een

plaatsje vochten. Zij bleken toch niet helemaal op hun

gemak te zijn. Want als wij onze blik naar buiten richtten,

dan bleven zij een beetje ronddrentelen. Hadden wij onze

ogen afgewend, doken zij met zijn allen op het pindasnoertje,

elkaar verdringend. Na verloop van tijd werden ook zij

weggewerkt door een vlaamse gaai, die het er goed van nam.

Intussen was zelfs een meeuw in de sneeuw geland, die ook

wat voedsel trachtte te bemachtigen. Het was fascinerend te

zien, hoe binnen een half uur een vogelparade langs ons was

getrokken, dank zij de witte alles bedekkende deken in onze tuin.

Jac.J.de Bruin

——————————-I

NSPIRATIE

Bij ‘t wassen van spinazie

Kwam terug m’n inspiratie,

Terug naar die getekende kleine man,

Poppy die lustte er heel wat van.

’t Spul zat toen in blik,

Na ’t eten kreeg hij de hik,

Of was ’t een grote boer,

Daar staande aan z’n roer.

Van spinazie werd hij ijzersterk,

Zijn kracht kende paal noch perk,

’t Gevecht met een sterke zeebonk begon,

En de liefde voor Olijfje die hij won.

Met z’n pijpje in de mond,

Spierballen groot en rond,

Een anker getekend op z’n arm,

Spinazie maakte hij niet warm.

Direct uit ’t blik hij at ’t zó,

Tegen z’n tegenstander zei hij: “hó”

De inhoud verdween in z’n keel,

En van de kapitein bleef niet veel heel.

Hij “Poppy” maakte het zeer bont,

Daarom lachen is gezond,

Zo ook verse spinazie,

Dat mij teruggaf m’n INSPIRATIE.

Els Slootweg-van den Boogert

——————————————-

Leeuwenogen, mededogen

Probeer mijn rust niet te verstoren

Mijn vacht is zacht

maar daaronder slapen bundels spieren

en mijn beet is pijnlijker dan verwacht.

Probeer mij niet te aaien.

Dat is mijn voerder voorbehouden.

Hij is ook niet veilig voor mijn klauwen.

Maar goed.

Probeer mij niet met restjes lunch te paaien.

Tralies zijn mijn perspectief.

ik hoop dat je het ziet

Veel vertier heb ik hier niet

Kindje, ik ben manisch depressief.

De mensen  komen naar mij kijken

en ik heb met ze te doen.

Stakkers! Ze zijn gevangen in hun eigen poen.

Dat zij vrij zijn moet nog blijken.

Mensen ach, ik laat ze in hun waan.

Ik zal soms naar ze brullen.

Maar heus, met hen zal ik mijn buik niet vullen.

Ik moet ze niet en laat ze staan….

Januari 2003

Thema: dieren en fabels

Lente!

Kijk eens, een Kievitsbloem,

roze en witte pracht.

Tulpen zijn afgezaagd,

narcissen saai.

Kijk toch, die Kievitsbloem!

Negenennegentig,

volgend jaar meer, want ik

weet wat ik zaai.

Jeroen Warmerdam

———————————

MIJN ZUSJE MIES

Mijn zusje Mies heeft ma verzocht

Of zij eens naar Parijs toe mocht.

Daar heeft zij in een dag of tien

Die hele grote stad gezien.

Het was die dagen vrees’lijk heet,

Een feit, waar Mies zwaar onder leed.

’t Was midden op zo’n warme dag,

Dat men haar op de leuning zag

Van een daar zeer bekende brug;

Eenieder zei: “Die komt niet terug”.

Toeschouwers zagen even later

Haar sprong in ’t vuile Seine-water.

’s Avonds om acht uur op T.V.

Genoot heel Frankrijk daarvan mee,

Mies, die daar sprong, zo zonder gène

Kreeg toen de bijnaam: Mies-en-Seine.

OVERLEI(IJ)DEN

In Amsterdam stond in de zon

Een man op het Centraal Station

Somber gekleed in een jacquet

Te praten met een man-met-pet,

“Hoe kan ik”, sprak hij zeer ontdaan,

Het snelst per trein naar Voorburg gaan?”

“Wijl daar mijn oom en tante beiden

Op ’t punt staan van te overlijden”.

“Naar Voorburg”, ‘k zien de train al staan

“Ken u slechts over Leiden gaan”.

HET OORKUSSEN

De Jonkheer lag, ’t was nacht alhaast,

Te rusten, met zijn bruid ernaast.

Haar hoofd lag op zijn linkerarm,

Heur huid was koel, de Jonkheer warm.

“O bruid”, sprak hij ‘’t Is toch geen schand,

Er smeult in mij een binnenbrand.

’t Oorkussen met daarop uw hoofd

Heeft van mijn zinnen mij beroofd.

De nacht vervliedt, dra is het dag,

“Sta toe, dat ‘k u oor kussen mag….”.

J.A.G.H.Jaspers

scannen0009

Tilly van den Bos, Heemstede

Tilly van den Bos, Heemstede

Mente Mare, ps. van mw. N.Mosselman-Arensman

Mente Mare, ps. van mw. N.Mosselman-Arensman

Marten Janse (1998)

Marten Janse (1998)

Joce Langerak

Joce Langerak

Jarl van Maltha (16-01-2003)

Jarl van Maltha (16-01-2003)

'Bard Netel' (Fred Dukker, Spaarndam)

‘Bard Netel’ (Fred Dukker, Spaarndam)

Trijntje Sluis, Uitgeest

Trijntje Sluis, Uitgeest

Lucy Steen (27 augustus 2001)

Lucy Steen (27 augustus 2001)

Peter Wolse (februari 2003)

Peter Wolse (februari 2003)

COLOFON

Gebundelde inzendingen van de negentiende Poëzieavond op donderdag 13 maart 2003 in de Gemeentelijke Openbare Bibliotheek Heemstede. Het organisatiecomité bestond uit mw. Maria Benerink, mw. Jos Zegwaart-Rooijers en de heren Peter Borgwat, Johan Brouwer en als presentator Hans Krol. De avond werd muzikaal opgeluisterd met enkele gezongen verzen door het zangduo Maria Benerink en Leny van Schaik.

De twintigste editie van ‘Verborgen Dichts in Heemstede’ had plaats op zondagmiddag 28 maart in de bovenzaal van de Heemsteedse bibliotheek.

De 21e en laatste edtitie van het poëziefestival voor amateur-dichters vond plaats op zondagmiddag 30 januari 2005. Deze bijeenkomst werd muzikaal opgeluisterd door Rob Hinse met trekharmonica en zang.

Bijlage: verzicht van het aantal inzenders van 1983 tot 2005:

1983    Deel 1                                 14

1985    Deel 2                                 31

1986    Deel 3                                 30

1987    Deel 4                                 39

1988    Deel 5                                 35

amateur7

Bericht Poëziefestival in bibliotheek Heemstede; door Jeanine Verhagen, Heemsteedse Courant, 29 september 1088.

amateur1

Bericht over poëziefestival 1988 uit de Heemsteedse Koerier van 19 oktober 1988, met op de foto van links naar rechts: Hans Krol, Herman Hofhuizen, Jos Zegwaart-Rooijers (daarachter Peter Borgwat).

1989    Deel 6                                 54

1990    Deel 7                                 56

amateur2

Bericht uit Heemstede Centraal van 9-11-1990 met op de foto dichter Rob Smit

1991    Deel 8                                 47

1992    Deel 9                                 45

1993    Deel 10                               50

1994    Deel 11                               48

1995    Deel 12                               51

1996    Deel 13                               68

amateur3

 

Affiche Poëzieavond Heemsteedse Bibliotheek 14 november 1996

amateur4

‘Verborgen dichters in Heemstede (de Heemsteder, 20-11-1996). Links Johan Brouwer en rechts burgemeester Nicoline van den Broek-Laman Trip

amateur6

Artikel over Poëzieavond door Fred Dukker, uit Heemstede Centraal, 19 november 1996

 

1997    Deel 14                               57

amateur5.jpg

Affiche Poëzieavond in Heemsteedse Bibliotheek, 30 oktober 1997

1998    Deel 15                               43

1999    Deel 16                               51

2000    Deel 17                               39

2002    Deel 18                               25

2003    Deel 19                               38

2004    Deel 20                               60

2005   Deel 21                                36

In totaal zijn in 21 bundels [aanwezig in Koninklijke Bibliotheek Den Haag en in Heemstede-kollektie van het Noord-Hollands Archief Haarlem] ongeveer 1900 verzen gepubliceerd van 917 deelnemers.

Op 28 maart 2004 was de deelnemerslijst als volgt

Mw. Joke J. Abal (Amsterdam

Mw. Mirjam Al (Amsterdam)

Mw. Maria Baauw (Haarlem)

Frans Beek (Velserbroek)

J.L.J. van Bellen (Santpoort)

Rien Berendsen (Haarlem)

Peter van den Berg (Noordwijk)

Mw. Loes Bertholée (Heemstede)

Fekke Bijlsma (Haarlem)

Mw.Marijke A.Blijham (Amsterdam)

Peter Borgwat (Heemstede)

Mw. Elly van Breugel (Velsen)

J.G.Brouwer (Heemstede)

Mw. Irene Bruggink (Bloemendaal)

Bruggink

Tekening van Irene Bruggink uit Bloemendaal

Mw. Ingrid van Brummelen (Heemstede)

Mw. Roos Dael (Haarlem)

P.M.Delefre (ps.) (Haarlem)

Mw. Lotte Dijk (Haarlem)

Mw. Marisca van der Eem (Heemstede)

W. Groenhart (Vijfhuizen)

Roelof J.J.Hartholt (Amsterdam/Boerakker)

Mw. Hanneke den Hertog (Haarlem)

Mw. Sylvia Hubers (Haarlem)

Mw. Sylvia Huurman (Haarlem)

Marten Janse (Heemstede)

Bart Jonker (Heemstede)

Mw. Liesbeth de Kadt (Haarlem)

Mw. Monique Kook (Hillegom)

Mw. L.E.Kuik-van den Bos (Heemstede)

Mw. Ineke van Lakerveld (Haarlem)

Na de pauze:

Samuel Ampzing (ps.) (Haarlem)

Mw. Jode Langerak (Heemstede) met muzikale medewerking van Anne Graalman

Me. Cock Lommerse (Bennebroek)

Mw. C.A.Luitwieler Wafelbakker (Zandvoort)

Mw. N.Mosselman-Arensman (Rijsenhout)

Kick Nibbering (Haarlem)

W. van Olden (IJmuiden)

Mw. Julia Olk (Heemstede)

J. Omvlee (Heemstede)

Mw. Carlotte Out (Bennebroek)

Mw, Ideke Polman (Amsterdam)

Mw. Mieneke Pont (Zandvoort)

Nico van den Raad (Haarlem)

Peter Roelofs (Haarlem)

Matth.W.J.van Rooden (Haarlem)

Mw. Eve Sluis-de Bruin (Beverwijk)

Mw. Trijntje Sluis (Uitgeest)

Mw. Alexandra Smit-Arriëns (Bussum)

Mw. Lucy Steen-van der Schuit (Santpoort)

Carst Terhorst (Haarlem)

drs. Peter van Toor (Haarlem)

Merik van der Torren (Amsterdam)

Mw. M.J.Verhave (Haarlem)

Lex Visser (Haarlem)

Fries de Vries (Amsterdam)

Tito de Vries (Amsterdam)

Jeroen Warmerdam (Nieuw Vennep)

D. Wilgenburg (Haarlem)

Mw. Pom Wolff (Amsterdam)

Mw. Jos Zegwaart-Rooijers (Andijk)

Deelnemerslijst 30 januari 2005

Cor van der Aar (Hoogkarspel)

Mw. J.Jorge Abal van Rooij (Amsterdam)

Samuel Ampzing (ps.) (Spaarndam-West)

J.l.J. van Bellen (Santpoort)

Mw. Loes Bertholée (Heemstede)

Mw. Helga den Besten (Nieuwerkerk a/d IJssel)

Fekke Bijlsma (Haarlem)

Mw. Marijke A.Blijham (Baadhoevedorp)

Mw. Elly van Breugel (Velsen-Zuid)

J.G.Brouwer (Heemstede)

Mw. Ingrid van Brummelen (Heemstede)

Cees Cort (Bennebroek)

Mw. Lotte Dijk (Haarlem)

Mw. M. van der Eem (Heemstede)

Mw. L.G.Elgersma (Heemstede)

W. Groenhart (Vijfhuizen)

Mw. Sylvia huurman (Haarlem)

Ton van Ierschot (Heemstede)

Bart Jonker (Heemstede)

Mw. C.A.Luitwieler Wafelbakker (Zandvoort)

Mente Mare (Rijsenhout)

Mw. Julia Olk (Heemstede)

Mw. Mieneke Pont-Hoek (Zandvoort)

Matth.W.J.van Rooden (Haarlem)

Peter Rummenie (Haarlem)

Savanne (Utrecht)

Mw. Eve Sluis-de Bruin (Beverwijk)

Mw. T.G.Sluis-Eekhart (Uitgeest)

Kenneth Steffers (Almere)

Peter van Toor (Haarlem)

Fries de Vries (Amsterdam)

Tito de Vries (AQmsterdam)

Jeroen Warmerdam (Nieuw-Vennep)

Mw. Nancy West (Amsterdam)

Mw. Josje Zegwaart-Rooijers (Andijk)

 

I.M. Dichter Rob Smit (1936-1997) tijdens zijn laatste voordracht in de bibliotheek van Heemstede

I.M. Dichter Rob Smit (1936-1997) tijdens zijn laatste voordracht in de bibliotheek van Heemstede

 ===============================================

Uit: Poëtisch Jaarschrift; gedichten. Literaire Instuif Haarlem, jaargang 1, 1989

Karin Ottenhoff, 'Geen dichter'

Karin Ottenhoff, ‘Geen dichter’

Fekke Bijlsma, 'Ik open het raam'.

Fekke Bijlsma, ‘Ik open het raam’.

Rob Smit, 'Vals plat'

Rob Smit, ‘Vals plat’

Rob Smit, 'Persoonlijke gift'.

Rob Smit, ‘Persoonlijke gift’.

Agnès Snitker, 'Verlangen'

Agnès Snitker, ‘Verlangen’

Uit: Poëtisch Jaarschrift 2. Gedichten. Jubileumnummer 1970-1990. Literaire Instuif Haarlem, april 1990.

Karin Ottenhoff, Lezer op de rivier.

Karin Ottenhoff, Lezer op de rivier.

'Idylle' door Karin Ottenhoff

‘Idylle’ door Karin Ottenhoff

Rob Smit, Maartse bui.

Rob Smit, Maartse bui.

Als Nederland, door Rob Smit

Als Nederland, door Rob Smit

Fekke Bijlsma, Als bij toeval.

Fekke Bijlsma, Als bij toeval.

Uit dichtbundel: Dicht in de buurt. Noord-Holland. 11e Gedichtendag 28 januari 2010. Uitgave van dagblad Trouw; de Verdieping

'Heemstede' door Jan Bontje

‘Heemstede’ door Jan Bontje

 

'Thuisgekomen' door Julia H.M.Olk uit Heemstede

‘Thuisgekomen’ door Julia H.M.Olk uit Heemstede

 

'Een groene kathedraal in Groenendaal' ; door Julia H.M.Olk (Heemstede)

‘Een groene kathedraal in Groenendaal’ ; door Julia H.M.Olk (Heemstede)

'Mijn Straat' door Julia H.M.Olk

‘Mijn Straat’ door Julia H.M.Olk

amateuropoezie1

Selectie bundels amateurpoëzie, tegenwoordig in ‘Heemstede collectie van Noord-Hollands Archief (1)

amateurpoezie2

Vervolg selectie bundels amateurpoëzie, tegenwoordig in ‘Heemstede collectie’ van het Noord-Hollands Archief (2)

amateuropoezie3

Vervolg selectie bundels amateurpoëzie, tegenwoordig in het Noord-Hollands Archief Haarlem (3)

amateurpoezie4

Slot selectie bundels amateurpoëzie, tegenwoordig in collectie Heemstede, Noord-Hollands Archief Haarlem (4)

 

verborgen2

Verborgen dichters in Heemstede 2004, ode aan Hans Krol, door Fekke Bijlsma (februari 2004)

verborgen1

De laatste ‘Verborgen dichters in Heemstede’ (Haarlems Dagblad, 25 januari 2005

Appendix: Wil Sluiter was tot haar overlijden een vaste deelnemer aan de dichtersavonden in Heemstede. In 1993 verscheen haar verzamelbundel: ‘Het gordeldier en alle andere versjes van Wil Sluiter. Onderstaand twee lichtvoetige dierenversen (niet in de bundel opgenomen) die zij voordroeg in 1988 (deel 5)

HET AALVERHAAL

Een aal als een paal met spieren van staal

En een staart als een zeesleperskabel,

De schrik van de sloot, in zijn blikken de dood

Maar overigens zeer respectabel,

Werd door hartezeer verteerd en z’n machtige steert

Sleepte slap door de zuigende modder.

Hij had liefdesverdriet, want ze wilde hem niet

En ze ging met een ander, de flodder!

Hij vermagerde snel en zijn rimp’lige vel

Hing hem ruim om puntige graten.

Ach, z’n leven vlood heen door maar één blauwe scheen

En hij had het niet eens in de gaten.

Tot op zekere dag hij zijn spiegelbeeld zag

In wat glas tussen rietpol en lissen

En hij dacht: sapperloot, de geletterde dood

Dat ben ik niet, ik moet me vergissen!

Hij vergist zich niet en tussen het riet

Heeft hij zich toen plechtig bezworen:

Geen getreur om die griet, want al moet ze me niet

Ik kan ’t licht nog een ander bekoren.

Hij herstelde zich snel en zijn blinkende vel

Was een lust voor het oog der alinnen

En het duurde geen week of hij ging – gans op streek –

Aan een nieuw avontuurtje beginnen.

Wil Sluiter

HET LIED VAN DE LEGUAAN

Een leguaan op de Antillen

Zou wel eens wat anders willen.

Hij was al jaren Leguaan

En ’t ging hem danig tegenstaan.

Hem leek de grote Baviaan

Een supervorm van het bestaan.

Ach, ’t blauw van ’t beest z’n fraaie billen

Blonk door het oerwoud der Antillen!

Het coloriet dier achterdelen

Door ’t groene lover te zien spelen

Vervulde hem met diep ontzag

En was het mooist wat hij ooit zag.

Zo peinsde hij bij nacht en dag

Wanneer hij op de rotsen lag.

“Hoe kan ik toch mijn doel bereiken

En met zo’n kleurengamma prijken?

“Je zou die Baviaan zien kijken

Als ik met zijn posterieur gaan strijken

En iedereen verrast geniet

Van ’t paarsig-blauw tussen het riet!

“Maar zover kwam de stakker niet.

Voor hem geen schoon-gekeurde billen

Al zou hij ’t nog zo zielsgraag willen.

“Je moet er niet zo zwaar aan tillen,

“Sprak een bewoner der Antillen

Die ’t jammeren van het beest vernam

Toen hij toevallig langs hem kwam.

“Die Baviaan zijn achterham

Is zelden zonder buil of schram”.

“Je moet hem maar eens horen piepen

Wanneer de takken langs hem zwiepen.

Maar vind je eigenlijk wel zo mooi,

Die kake bonte Achtertooi?

Eén jager en één lassogooi

En ’t eind van ’t liedje is de Kooi.”

Het beest begon van schrik te trillen.

Toen zag hij af van blauwe billen

En daarom leidt op de Antillen

De grauwe, grijze Leguaan

Een veilig en gerust bestaan.

En is ’t niet waar wat ik vertel,

Dan leeft-ie ergens anders wel!

Wil Sluiter