Tags

, , , , , , , , ,

dichters.jpg

Tiende Poëziemanifestatie in bibliotheek Heemstede. Van links naar rechts: Johan Brouwer, Peter Borgwat, Jos Zegwaart en Hans Krol (Stadsblad, weekblad Haarlem e.o., 30 september 1993)

bericht

Bericht van jaarlijkse Poëziemanifestatie ‘Verborgen dichters in Heemstede’ in 1996 door Fred Dukker (Heemsteedse Koerier, 21-11-1996)

 

schrijven door Ton Huijssoon (fractievoorlichter CDA-fractie) namens Tweede Kamerlid en zondagsdichter Thijs van Vlijmen

 

poezie

Poëzie-avond 1994 in bibliotheek Heemstede (de Heemsteder, 23-11-1994)

 

 

POEZIEAVOND VERBORGEN DICHTERS IN HEEMSTEDE; 19E EDITIE 13 MAART 2003 IN DE GEMEENTELIJKE OPENBARE BIBLIOTHEEK HEEMSTEDE

Deelnemers:

Frans Beek, Velserbroek

Mw.L.Bertholée, Heemstede

Loes Bertholéee, in: de Haarlemse Dichtlijn 2011

Fekke Bijlsma, Haarlem

Onverwacht door Fekke Bijlsma, in: De Haarlemse Dichlijn 2011

Mw.Marijke Blijham, Amsterdam

Peter Borgwat, Heemstede

Dichter-onderwijzer Peter Borgwat in september 1995 gefotografeerd door V.C.Klep

Dichter-onderwijzer Peter Borgwat in september 1995 gefotografeerd door V.C.Klep

Mw.Tilly van den Bos, Heemstede

Mw.J.E.Boshouwers, Heemstede

Mw. Elly van Breugel, Velsen

J.G.Brouwer, Heemstede

Jac.J.de Bruin, Heemstede

Mw. Tineke van Daele, Bennebroek

Mw. Thea van Dam, Sassenheim

Mw. Lisabet Dudink, Zandvoort

Mw.Marisca van der Eem, Heemstede

Mw. Judith Ernst, Haarlem

Mw. Susanne Houtman, Heemstede

Mw. Sylvia Huurman, Haarlem

Sylvia Huurman: Petrus 3: 21-22, uit: Dichtlijn Haarlem 2011

J.A.G.H.Jaspers, Haarlem

Marten Janse, Heemstede

 

Janse

De dichter Marten Janse, bovenstaand op de foto met de populaire Heemsteedse Jazz & Latin zangeres Yvonne Weijers (de Heemsteder, 11 oktober 2017)

Marten Janse: Lijken in de Zeeuwse kle, uit: De Haarlemse Dichtlijn 2011

Bart Jonker, Heemstede

Mw.Joce Langerak, Heemstede

Mw. Cock Lommerse, Bennebroek

Jarl van Maltha, Haarlem

Mw. N.Mosselman-Arensman, Rijsenhout

Bard Netel (ps. Van Fred Dukker), Spaarndam

Hemelvaartcoctail door Bard Netel, uit: de Haarlemse Dichtlijn 2011

Mw. Nel Opmeer, Haarlem

A.P.van Rooyen, Haarlem

Mw. Els Slootweg-van den Boogert, Koog aan de Zaan

Mw.Eve Sluis-de Bruin, Beverwijk

Mw.T.G.Sluis-Eckhart, Uitgeest

Mw. Lucy Steen, Santpoort-Noord

Drs.P.van Toor, Haarlem

Mw. A.J.W.van Vessem-Dirkse, Haarlemmerliede

Jeroen Warmerdam, Hoofddorp

D.Wilgenburg, Haarlem

Mw. Pom Wolff, Amsterdam

One night song; door Pom Wolff, uit: de Haarlemse Dichtlijn 2011

Peter Wolse, Heemstede

Mw. Jos Zegwaart-Rooijers, Andijk

=====

Een regelmatige deelnemer van de poëzievonden was Bart van der Vlugt uit Santpoort. Van hem verscheen de bundel ‘Als de zon schijnt ben je lichter’.

Veelvuldig trad ook Ruth Zwijgers uit Zandvoort op. Van haar kwamen diverse dichtbundels uit, o.a. ‘Ik wil een boek als vriend’ in 1992, een uitgave van Stichting ‘De Rozenknop’.

**************************************************************

BERGEN DROMEN

Fantasie houdt een mens in leven

Die wijsheid wordt een ieder meegegeven

Daarom probeer ik wat af te fantaseren

Zie me zelf in het circus jongleren

Of, trek als klimheldin

De hoogste bergen in

Maar wat een onrust roep dat op

Ik ren rond als een kip zonder de bekende kop

Die berg met gedachten

Kan ik beter maar ontkrachten

Nu stel ik me tevree

Met het wijze idee

Dat ik veel gekund had

Als ik maar had geweten wat!

mei 2000

HET GAT

Ooit is er een gat in me gevallen

Zo gaat dat

Ik heb geprobeerd het te vullen

Hoe moet dat?

Ik verzamelde allemaal spullen

Een stereo, bank, teevee

Maar dat kost wat!

Dan maar een man om het op te vullen

Maar dat ‘lekker gat’,

was ik ook snel zat

Ze hebben me laatst verteld

Dat hard werken ook helpt

Gaat dat?

Nee, daarom heb ik eens diep in dat gat gekeken

En mezelf met anderen vergeleken

En wat deed dat?

Mijn conclusie is snel te geven:

Er valt best mee te leven

Want iedereen doet dat

Met een gat.

oktober 1997

Judith Ernst

——————————–

Omdat

Het zo bijzonder is

wat wij hebben met elkaar

En ik elke keer ervaar

wat een waardevol bezit,

Kostbaar als een diamant,

Bang dat ik het verliezen zal.

LITTLE SIMPLE THINGS

Zoek het in de simpelheid

Daar is iets wat je verblijdt

Kijk eens beter om je heen

Dan zie je het meteen

Schone laken op je bed

Koffie is net vers gezet

Maar mijn hart is vol met tranen

Over een shuttle die ontploft

Het programma moet toch doorgaan

Is dat niet een beetje soft?

Zoek het in de simpelheid

Daar is iets wat je verblijdt

Kijk eens beter om je heen

Dan zie je het meteen

De bakker toetert en naar je zwaait

Geur van land, net gemaaid

Maar mijn hart is vol met tranen

Over een oorlog die nu dreigt

En de mensen die zo bang zijn

Het is de meerderheid die zwijgt

Zoek het in de simpelheid

Daar is iets wat je verblijdt

Kijk eens beter om je heen

Dan zie je het meteen

Rode wijn in een helder glas

Zwemmen in een grote plas

Maar mijn hart is vol met tranen

Over het water dat gaat dreigen

De economie moet blijven draaien

Zullen wij het onder controle krijgen?

Zoek het in de simpelheid

Daar is iets wat je verblijdt

Kijk eens beter om je heen

Dan zie je het meteen

Tandarts die zegt je kunt nu gaan

Samen zingen heel spontaan

Maar mijn hart is vol met tranen

Gevaarlijke stoffen overal

En een lucht niet zo gezond

Die niet meer klaren zal.

Cock Lommerse

—————————————-

VROEGER EN NU

Vroeger dacht je,

dat er eerst iets spectaculairs

of geweldigs moest gebeuren,

om je een moment gelukkig te voelen.

Nu weet ik, dat het gewone,

kleine dingen zijn

die een mens gelukkig maken.

Zoals: onverwachts een bakkie doen

met je dochter,

een glaasje met je man in de zon,

mooie muziek die je hoort.

Vers eitje of groente voor de deur

de vriend die je helpt met de computer.

Goed gesprek met vriendin of zus.

Mail of kaartje in de brievenbus

Zomaar, die ene

mooie bloem in de tuin

MOEDER

Word ik wakker, mis ik je

ben ik aan de was, mis ik je

drink ik koffie, mis ik je

ga ik boodschappen doen, mis ik je

loop ik door mijn huis, mis ik je

de vrijdag is geen vrijdag meer, want dan mis ik je

de zondag is geen zondag meer, want dan mis ik je

als ik ooit geweten had dat ik je zo zou missen,

had ik je vastgehouden.

Thea van Dam

—————————–

DE RIETSTENGEL

In de stengel van het riet

ligt een melodie verborgen

toen de kunstenaar die riep

op een stille zondagmorgen

kerfde hij en snoeide en sneed

tot een klankenspel gereed.

Toen hij blies ontsprong door hem

zo dun en ijl als lijsterstem

een toon vibrerend die ontstond

slechts door de adem van zijn mond.

Zuiver bezong het woordloos lied

geheimenis van ruisend riet.

EEN DIJK IN HOLLAND

Een dijk in Holland vroeg of later

moet eens bewijzen sterk te zijn

een rots tussen het land en water

in regen wind en zonneschijn.

Beziet het zeilen van de boten

de schapen in de groene wei

uitstrekkende heel lang en groot en

de mens voelt zich er veilig bij.

Het onkruid bloeit tussen de stenen

laag aan de voet krioelt de vis

aan wie zal hij zijn kracht ontlenen

wanneer de storm zijn vijand is?

Een dijk in Holland, wassend water

verbijstering, de noodklok luidt

zal hij bezwijken vroeg of later?

De elementen dagen uit.

Elly van Breugel

——————————-

ACCIJNS

Wij zagen ons als paar wel zitten

en tekenden voor levenslang.

Jij tooide je met goud en gitten

maar je pupillen, felle pitten,

maakten mij langzaam, langzaam bang.

Ik wilde je niet controleren,

wilde niet vinden – ,en vond toch.

Al bleef er wel veel te begeren,

de neergang viel niet te bezweren,

het demasqué begon alsnog.

Steeds moeilijker je dorst te lessen,

vaak haperend je lieve stem

nota’s en verborgen flessen

fileerden ons met botte messen,

‘k verloor van hèt, niet eens van hem.

Morele steun, latent bij leken,

was wel paraat bij de kliniek.

Verslaafden, weet men daar, zijn ziek,

hun lief heeft in de hel gekeken,

Toch: “Dúúr die drank!” mort het publiek…..

Frans Beek

————————————–

DAT NOOIT WEER MORGEN IS IN ANDER LICHT

de zon verbloemt

heelt alsof er niet gebroken is

ontdekt de oude tekens van thuis

besta in mij – ik draag je

langer dan een vrouw

kan dragen bij me

ben alle maanden bang

ze vieren feest yasmin ze vieren mens

om wie zich zelf genot bereidt

in vrouwen snijdt

je vertelt me van teveel van vroeger

je vraagt wat doe je met teveel

te vroeg vertrekken om te laat te zijn

ga met me mee

ik wil je adem halen

omdat ik de talen ken

die we samen spreken

zuurstof nodig heb.

TOEN JE STILTE STUURDE

niets

is me liever

dan eenvoudig mooi

het bloemblauw

vers gescand

natuurlijk

in het licht

een meisje

drinkt in stilte woorden

denkt hem goddelijk lief

en ik

ik kan in stilte

niet meer denken

ik kan het denk ik niet.

Pom Wolff

——————————

ZINGEND DICHTEN EN DICHTEND ZINGEN

Op deze avond der gedichten

en schone poëzie

mag ik zingend bedichten

nu in tweeduizenddrie…

wat ik zo voor me zie

in een schone melodie…

Om zo dichtend te bezingen

van al die schone dingen

in dit aardse paradijs.

Waar Gods Liefde me mag omringen

zing ik op de schoonste wijs…

om zo Gods grootheid te belijden

voor het waarachtig Gods bevrijden

door Jezus Christus’ dierbaar lijden

door Zijn dierbaar bloed…

zo reinigend…zo zoet

al mogen dan de stormen loeien

de zorgen ons soms overvloeien,

in dit soms moeitevolle leven

als Christus ons hier door wil roeien

dan zien we toch de bloemen bloeien

en leven uit Gods Vaderhand

om zo geestelijk door te groeien

tot in Gods heerlijk Vaderland.

D.Wilgenburg

———————————-

LANDSCHAP

de kleuren staan nat opgebracht

felgroen, hardblauw, oker

een vogel zingt

de paarden doen een menuet

mijn haar danst

ik anker

en tokkel spontaan

2-4-02

in de herfst

komt een groep smienten

naar het water

achter ons landhuis

op een nacht

hoor ik hun roep

en bij daglicht

drijven ze lieflijk

in de ochtendzon

al wat zij nodig hebben is

het gras rond de oever.

30-12-01

Lisabet Dudink

——————————————-

NA FAMILIEBEZOEK!

Gekwetst door gemene roddel!

Zat de negentigjarige vrouw in haar leunstoel:

Alleen!

Zacht kroop haar zwarte miesje

omhoog tegen haar rokken op,

en keek naar haar alsof ze de pijn wilde delen

die de oude dame leed!

Het verdriet door mensen aangedaan

sprak háár ook volledig aan.

Zijn beesten beter dan mensen?

Het is niet te wensen,

want als wij beesten laten begaan

kunnen wij mensen wel de laan uitgaan!

Mw. J.E.Boshouwers

——————————————–

Haarlem, dinsdag 9 juli 2002.

randjes vrouwenmantel

met karteltjes dauw

vormen mijn mantel

die ik ongevraagd aantrek

gedachten die met mij

een wandeling beginnen

buiten wat ik zie

in leegte en verdriet

met niets meer weggestopt

in diepe zakken

of achter knopen

dicht gedaan niet bestaan

Haarlem, dinsdag 21 januari 2003.

als ik de koelkast vul

verdoofd door emoties

met de koude waarheid

in mijn vragen

achter de boodschappen

die ik heb weggezet

God als het mij niet lukt

van mezelf te houden

hoe kunt U zo volhardend zijn.

Sylvia Huurman

———————————–

NAJAAR

Vruchten vallen weer

kiezen aarde

me ertegen verzet zoveel ik kon

bladeren aan bomen geplakt

bolsters gekoesterd

maar het seizoen vertraagd niet

keert niet om

schampert om weerstand

schildert schaamrood

lacht me uit.

BIESBOSCH

Eenzame roeier die ik ben

spiedend waar te landen

door het wilgenbos

me een weg gebaand

een lege fles gevonden

en een roestig mes

me vermaakt met balsemien

kijk hoe ik zaden springen laat

het was vroege herfst

lome nagalm van de zomer

Fekke Bijlsma

Bijlsma

Fekke Bijlsma tijdens een voordrracht

———————————

OCHTENDGLOREN

Het was laat die avond, deze nacht

Brak als een wrak ongemerkt

de morgen door, zo onverwacht

dansen stoïcijnse zonnestralen

op de lamellen gesterkt

door het zuchten, zo zacht

van de wind

Op de achtergrond

remmen,

gillen,

de auto, mobieltjes

overstemmen

winkelwagenwieltjes

een huilend kind

Ook in deze morgenstond,

had ik bemerkt

dat het laat was gisteravond,

deze nacht

waar jouw liefde in mij ontwaakte

sliep mijn eenzaamheid in

zo onverwacht

NIJD

Als een klinker

de grond in geboord

menigmaal overreden

Opgevoerd minnespel

een zalvend woord

verzuurt onder

oxiderend eigenbelang

als een jaloerse minnaar

in een steekhoudend duel

Ik slik het door, argeloos

als een pillendoos

vandaar

de bittere bijwerking

Bart Jonker

Vooromslag van in 2002 verschenen dichtbundel van Bart Jonker: Onvoltooid verlangen

Vooromslag van in 2002 verschenen dichtbundel van Bart Jonker: Onvoltooid verlangen

Achterzijde van dichtbundel 'Onvoltooid verlangen' door Bart Jonker (2002)

Achterzijde van dichtbundel ‘Onvoltooid verlangen’ door Bart Jonker (2002)

———————————

ZOVEEL

Zoveel handen

Zoveel zinnen

Zoveel wijzen

Van beminnen

Zoveel lachen

Zoveel huilen

Zoveel bij elkander

Schuilen

Zoveel samen

Zoveel pijn

Zoveel, zoveel

Eénzaam zijn

VOORBIJ

Broze beentjes

Kleine pasjes

In de hand een plastic tas

Schuifelend op het trottoir

met de blik strak naar beneden

speurend naar oneffenheden

hier en daar….

Even stil staan

Even lucht

Dan weer verder

met een zucht

rapend alles bij elkaar

zich inspannend en vermannend

weer op weg

naar waar…..?

Is er weten

of vergeten

dat wat ooit eens was?

Gaat weer verder…

slechts met aandacht

voor het lopen en de tas.

Nel Opmeer

—————————–

Contacten in de poëzie

De N.S.LOKETTISTE

Romantiek

verwachtte hij

niet maar

het gelaat

van de lokettiste

boeide hem:

Er snelde een

glimlach over

toen zij

hèm zag!

Een algemeenheid

werd gewisseld

en tenslotte

wist hij

niet beter

te doen

dan haar

prettige dagen

te wensen.

Vlotte en

instemmende

reactie paste

bij dit plaatje….

en dit kwam!

Toen kwam

het voorbij.

Een zoete droom

achterlatend bij hèm…

EEN GESPREK

Een gesprek

heeft soms

iets aparts.

Dat wordt

gevoeld

en niet

verwoord.

J.G.Brouwer

Brouwerjohan

Portret van Johan Brouwer, vervaardigd door An Luthart (tegenwoordig bibliotheek-Heemstede)

————————————

WAT IN BLOEI STAAT

Stralende ogen

Fluweelzacht gelaat

In brons

Ivoren glans in kersenmond

Bloem die vrucht draagt.

Ik hou van je

Als ik zo naar je kijk

Voel ik me oud.

JIJ

Naast mij    zit je

Loop je

Drink je

Tegen mij   praat je

Lach je

Ben je soms

Achter mij  strijk je

Was je

Rijd je mij in die stoel

“Je loopt niet in zeven sloten tegelijk”

zeg ik weleens

maar waar vind ik vandaag

meer rust dan in jou

ogen, oase van blauw.

FOTO

Misschien zou hij

De bouw in zijn gegaan

Een jonge god zijn

Een dochter of zoon

hartstochtelijk beminnen.

Ze kijkt naar zijn foto.

Een moeder beitelt

Een beeld van haar zoon

In haar hoofd.

Jos Zegwaart-Rooijers

WHCB20100602-043

Josje Zegwaart in 2010 bij de verschijning van haar bundel ‘Als de hemel op aarde een feestje geeft komt Curaçao in beeld’. Rechts de gevolmachtigd minster van de Nederlandse Antillen, mr. M.van der Plank.

———————————-

JOUW TAAL

is de lach gehoord

maar niet verstaan

dan mag jij allochtoon

dochter of zoon

niet binnen gaan

jouw woord klinkt

ongehoord ja blijf

achter de poort

bang pang bang

voor nog een moord

tril niet gil niet

heel stil zitten

liggen niet direct

bang pang bang

dat je verrekt

jouw woord wordt niet gehoord

neem een hap vol onze woorden

kauw niet zo lang pang bang

slik nu door ja hoor slik onze

woorden door en braak in stomme zinnen

je blijft nog maanden binnen.

Peter Borgwat

Borgwat

Rechts Peter Borgwat, naast hem Hans Krol, daarachter Annabella Meddens-van Borselen (archivis bij het Noord-Hollands Archief Haarlem)

Borgwat1

Vooromslag van dichtbundel ‘Groene tomaten op de schaal, in 1989 aangeboden door Van Schagen van 1890 ter gelegenheid van 100 jarig jubileum met verzen van Peter Borgwat, Marjan Jaspers en Peter Straus.; illustraties van Mrjan Jaspers.

————————–

liefdeslijnen

liefdesbrieven

drogen

in de windwij dansen

het huis en ik

woorden zing ik los

zoet zoemend waaien

zij mijn mond binnen

zinnen prikkelend

WAT DE BRIEF ZEGT

ik zeg wat hij nooit uitspreekt

beloof wat hij niet nakomt

geef je een nacht lang hoop

zijn woorden op afstand

brengen hem dichterbij

nader komt hij niet

brievenliefde is de enige

die hij kan geven

Marisca van der Eem

Eem

Marisca van der Eem-Wildschut met bloeiende bloemen

binnen

Vooromslag van de bundel ‘Binnenste buiten’ van Marisca van der Eem-Wildschut. Heemstede, 1999

——————————–

REIJNIER VINKELESKADE

wat zaterdagnacht nog een spiegel

was, zo ijzig, zo glad

zonder de geringste rimpeling

schoonheid voor een schoonheid

geen barstje, geen scheurtjes

is nu het zwarte water

dat de schotsen scheef draagt

– podium voor schreeuwende meeuwen –

dat het late zonlicht conserveert

in kleuren van de rijzende maan.

TJEUKEMEER

de blauwe lucht is

in stukjes gezaagd

door wolken met

grillige figuren

in kleur en dikte

zijn ze gelaagd

grijs spiegelen zij

zich in

grauw water

Marijke A.Blijham

——————————–

 31-01-03

‘DRUPPELS’

Ik druppel op de kokosmat.

Het leven loopt uit mij,

ik ga snel naar binnen,

door de hal, de gang,

door de lawaaiige keuken,

het personeel kijkt niet op of om.

Een orkest van potten en pannen,

messen, lepels, een slagroomspuit.

Ietsje verder nog,

langs de kratten en fusten bier,

almaar sneller.

Ik graai in de kast

en vul me bij met leven,

tot de laatste druppel.

20-11-02

‘WILHELMUS’

Wilhelmus van Frommel en Voos

in een kartonnen doos,

ben ik van kippensoep en leverworst,

van overheidswege verstrekt oud brood.

Met lege zakken en stukke schoenen

kijk ik naar de staalblauwe pracht

van de avondlucht.

Slaven en hoeren vloeken in hun

kooien van goedgelovigheid.

Eindejaarsgeruis vult mijn oor

en alles blinkt en glanst.

Ik buig de kouwe knoken

en buk voor natte peuken.

De koning van Hispanje

heb ik altijd geëerd.

A.P.van Rooijen

———————————

Houd vast

anders ben je verleden

Ik houd vast

blijf in het heden

morgen

is

gister

is

heden

We hebben geleden

Loes Bertholée

——————————

ER WAS EENS…..

Er was eens een kind dat zo boos was

woedend

omdat zij niet mocht brullen,

als de zee ruisen

netjes moest zijn niet

onstuimig als de branding

aangepast

eb en vloed

er was eens een kind dat werd aangerand

golven van ontzetting

ingesponnen in een web

vol doodsdraden

er was eens een kind

snakkend naar vrijheid

woestheid van de golven

zachtheid van perziken-rood

er was eens een kind

op zoek naar haar kracht

transparant als de hemel

dans van vreugde om het leven

springend als een dolfijn

lichtzinnig

NACHT

Angst en beklemming

wegzinken in de nacht vol dreiging.

Draaikolken van schuld en schaamte.

Een vernietigende spiraal

doet alles in het niets verdwijnen

Zwart gat

Baarmoeder vol rood en zwart

Stikdonkere aarde

Een hart bonkt vol verlangen

naar ik weet niet wat

Een vagina van onbestemdheid

hard tegen hart

De kosmos houdt de adem in.

Het licht lasert door het zwart

Kristal-helder zingt de nacht.

Heemstede, september/oktober 2002

S.Houtman

————————————————-

VOORBIJ SEIZOEN

Zomaar een zonnige oktober

donderdag

de mooiste van dat seizoen

storm die vroegtijds een einde

maakte

aan het laatste fletse groen

de tuin geruimd en winter

klaar

schuchter een glas, wij

beiden

nog even een laatste vergeefse

poging

een godendrank

en bijna ja bijna

heb je me gekust.

HIPPOLYTUSHOEF

Ik adem de luchten

van eeuwen met zuchten

de zeeën die jou

harteloos hebben

doorkliefd

de wadden,de zuiderzee

die nu ijsselmeer is

de rust op dat eiland

waar haast geen verkeer is

je ademt er vrijer

je voelt je er blijer

ik word weer verliefd

verliefd op het leven

het is me gegeven

’t genot van de wieringermeer.

TEGENWICHT

Geluk is een zachte bries

omarmt je warm en zacht

niet zichtbaar

maar zo voelbaar

onheil briest als een storm

stoot met orkaankracht

pijnlijk gericht en zwaar

ik bedoel maar.

Tineke van Daele

———————————-

EEN LAFFE DAAD

Het leven kent droeve en vreugde dagen

Benut die korte tijd dan goed

Voor elke mens die u ontmoet

Wil wel en wee samen dragen

Dit gold helaas niet voor de belager

Hij had zijn plaats gekozen

Richtte uit woede zijn wapen zonder blikken of blozen

En schoot op zijn slachtoffer als een prooi voor de jager

Hoewel wij deze fatale dag nog betreuren

Zijn wij ons bewust dat, sinds eeuwen onbestaanbaar in een vredig Nederland

Een politicus viel door moordenaarshand

En dit nooit meer mag gebeuren !!!

IN DE SNEEUW

Begin februari viel er zowaar sneeuw uit de lucht.

Spoedig dekte het onze tuin toe met een donzen vacht.

Toen wij zo naar buiten keken, kwam het eerste mezenpaar

voorzichtig aantrippelen voor de vetbolletjes, die wij

hadden klaar gehangen. Zij deden zich ruimschoots te goed,

voordat zich een vinkje liet zien. Toen ook deze verzadigd

was, schoof een roodborstje aan. Na zijn maaltijd waren

de kleine juweeltjes uit het zicht verdwenen. Nu kwamen

de groteren aan bod. Een lijster hipte een beetje schuchter

naderbij, hetgeen een aardig tafereeltje opleverde.

Even daarna brak de strijd los. Hij werd weggejaagd door

een krassende groep kauwen, die om het hardst om een

plaatsje vochten. Zij bleken toch niet helemaal op hun

gemak te zijn. Want als wij onze blik naar buiten richtten,

dan bleven zij een beetje ronddrentelen. Hadden wij onze

ogen afgewend, doken zij met zijn allen op het pindasnoertje,

elkaar verdringend. Na verloop van tijd werden ook zij

weggewerkt door een vlaamse gaai, die het er goed van nam.

Intussen was zelfs een meeuw in de sneeuw geland, die ook

wat voedsel trachtte te bemachtigen. Het was fascinerend te

zien, hoe binnen een half uur een vogelparade langs ons was

getrokken, dank zij de witte alles bedekkende deken in onze tuin.

Jac.J.de Bruin

——————————-I

NSPIRATIE

Bij ‘t wassen van spinazie

Kwam terug m’n inspiratie,

Terug naar die getekende kleine man,

Poppy die lustte er heel wat van.

’t Spul zat toen in blik,

Na ’t eten kreeg hij de hik,

Of was ’t een grote boer,

Daar staande aan z’n roer.

Van spinazie werd hij ijzersterk,

Zijn kracht kende paal noch perk,

’t Gevecht met een sterke zeebonk begon,

En de liefde voor Olijfje die hij won.

Met z’n pijpje in de mond,

Spierballen groot en rond,

Een anker getekend op z’n arm,

Spinazie maakte hij niet warm.

Direct uit ’t blik hij at ’t zó,

Tegen z’n tegenstander zei hij: “hó”

De inhoud verdween in z’n keel,

En van de kapitein bleef niet veel heel.

Hij “Poppy” maakte het zeer bont,

Daarom lachen is gezond,

Zo ook verse spinazie,

Dat mij teruggaf m’n INSPIRATIE.

Els Slootweg-van den Boogert

——————————————-

Leeuwenogen, mededogen

Probeer mijn rust niet te verstoren

Mijn vacht is zacht

maar daaronder slapen bundels spieren

en mijn beet is pijnlijker dan verwacht.

Probeer mij niet te aaien.

Dat is mijn voerder voorbehouden.

Hij is ook niet veilig voor mijn klauwen.

Maar goed.

Probeer mij niet met restjes lunch te paaien.

Tralies zijn mijn perspectief.

ik hoop dat je het ziet

Veel vertier heb ik hier niet

Kindje, ik ben manisch depressief.

De mensen  komen naar mij kijken

en ik heb met ze te doen.

Stakkers! Ze zijn gevangen in hun eigen poen.

Dat zij vrij zijn moet nog blijken.

Mensen ach, ik laat ze in hun waan.

Ik zal soms naar ze brullen.

Maar heus, met hen zal ik mijn buik niet vullen.

Ik moet ze niet en laat ze staan….

Januari 2003

Thema: dieren en fabels

Lente!

Kijk eens, een Kievitsbloem,

roze en witte pracht.

Tulpen zijn afgezaagd,

narcissen saai.

Kijk toch, die Kievitsbloem!

Negenennegentig,

volgend jaar meer, want ik

weet wat ik zaai.

Jeroen Warmerdam

———————————

MIJN ZUSJE MIES

Mijn zusje Mies heeft ma verzocht

Of zij eens naar Parijs toe mocht.

Daar heeft zij in een dag of tien

Die hele grote stad gezien.

Het was die dagen vrees’lijk heet,

Een feit, waar Mies zwaar onder leed.

’t Was midden op zo’n warme dag,

Dat men haar op de leuning zag

Van een daar zeer bekende brug;

Eenieder zei: “Die komt niet terug”.

Toeschouwers zagen even later

Haar sprong in ’t vuile Seine-water.

’s Avonds om acht uur op T.V.

Genoot heel Frankrijk daarvan mee,

Mies, die daar sprong, zo zonder gène

Kreeg toen de bijnaam: Mies-en-Seine.

OVERLEI(IJ)DEN

In Amsterdam stond in de zon

Een man op het Centraal Station

Somber gekleed in een jacquet

Te praten met een man-met-pet,

“Hoe kan ik”, sprak hij zeer ontdaan,

Het snelst per trein naar Voorburg gaan?”

“Wijl daar mijn oom en tante beiden

Op ’t punt staan van te overlijden”.

“Naar Voorburg”, ‘k zien de train al staan

“Ken u slechts over Leiden gaan”.

HET OORKUSSEN

De Jonkheer lag, ’t was nacht alhaast,

Te rusten, met zijn bruid ernaast.

Haar hoofd lag op zijn linkerarm,

Heur huid was koel, de Jonkheer warm.

“O bruid”, sprak hij ‘’t Is toch geen schand,

Er smeult in mij een binnenbrand.

’t Oorkussen met daarop uw hoofd

Heeft van mijn zinnen mij beroofd.

De nacht vervliedt, dra is het dag,

“Sta toe, dat ‘k u oor kussen mag….”.

J.A.G.H.Jaspers

scannen0009

Tilly van den Bos, Heemstede

Tilly van den Bos, Heemstede

Mente Mare, ps. van mw. N.Mosselman-Arensman

Mente Mare, ps. van mw. N.Mosselman-Arensman

Mente Mare: Moeras, in: de Haarlemse Dichtlijn 2011

Marten Janse (1998)

Marten Janse (1998)

marten

Vers van Marten Janse, uit: HIK = Heemstede In Kaart, december 2016

 

Joce Langerak

Joce Langerak

Jarl van Maltha (16-01-2003)

Jarl van Maltha (16-01-2003)

'Bard Netel' (Fred Dukker, Spaarndam)

‘Bard Netel’ (Fred Dukker, Spaarndam)

Trijntje Sluis, Uitgeest

Trijntje Sluis, Uitgeest

Lucy Steen (27 augustus 2001)

Lucy Steen (27 augustus 2001)

Peter Wolse (februari 2003)

Peter Wolse (februari 2003)

Mariëtte van Wamel: Zo licht als een voetveer, in: de Haarlemse Dichtlijn 2011

COLOFON

Gebundelde inzendingen van de negentiende Poëzieavond op donderdag 13 maart 2003 in de Gemeentelijke Openbare Bibliotheek Heemstede. Het organisatiecomité bestond uit mw. Maria Benerink, mw. Jos Zegwaart-Rooijers en de heren Peter Borgwat, Johan Brouwer en als presentator Hans Krol. De avond werd muzikaal opgeluisterd met enkele gezongen verzen door het zangduo Maria Benerink en Leny van Schaik.

De twintigste editie van ‘Verborgen Dichts in Heemstede’ had plaats op zondagmiddag 28 maart in de bovenzaal van de Heemsteedse bibliotheek.

De 21e en laatste edtitie van het poëziefestival voor amateur-dichters vond plaats op zondagmiddag 30 januari 2005. Deze bijeenkomst werd muzikaal opgeluisterd door Rob Hinse met trekharmonica en zang.

Bijlage: verzicht van het aantal inzenders van 1983 tot 2005:

1983    Deel 1                                 14

1985    Deel 2                                 31

1986    Deel 3                                 30

1987    Deel 4                                 39

1988    Deel 5                                 35

amateur7

Bericht Poëziefestival in bibliotheek Heemstede; door Jeanine Verhagen, Heemsteedse Courant, 29 september 1088.

amateur1

Bericht over poëziefestival 1988 uit de Heemsteedse Koerier van 19 oktober 1988, met op de foto van links naar rechts: Hans Krol, Herman Hofhuizen, Jos Zegwaart-Rooijers (daarachter Peter Borgwat).

1989    Deel 6                                 54

1990    Deel 7                                 56

amateur2

Bericht uit Heemstede Centraal van 9-11-1990 met op de foto dichter Rob Smit

1991    Deel 8                                 47

1992    Deel 9                                 45

1993    Deel 10                               50

1994    Deel 11                               48

1995    Deel 12                               51

1996    Deel 13                               68

amateur3

 

Affiche Poëzieavond Heemsteedse Bibliotheek 14 november 1996

amateur4

‘Verborgen dichters in Heemstede (de Heemsteder, 20-11-1996). Links Johan Brouwer en rechts burgemeester Nicoline van den Broek-Laman Trip

amateur6

Artikel over Poëzieavond door Fred Dukker, uit Heemstede Centraal, 19 november 1996

 

1997    Deel 14                               57

amateur5.jpg

Affiche Poëzieavond in Heemsteedse Bibliotheek, 30 oktober 1997

1998    Deel 15                               43

1999    Deel 16                               51

2000    Deel 17                               39

2002    Deel 18                               25

2003    Deel 19                               38

2004    Deel 20                               60

2005   Deel 21                                36

In totaal zijn in 21 bundels [aanwezig in Koninklijke Bibliotheek Den Haag en in Heemstede-kollektie van het Noord-Hollands Archief Haarlem] ongeveer 1900 verzen gepubliceerd van 917 deelnemers.

Op 28 maart 2004 was de deelnemerslijst als volgt

Mw. Joke J. Abal (Amsterdam

Mw. Mirjam Al (Amsterdam)

Mw. Maria Baauw (Haarlem)

Frans Beek (Velserbroek)

J.L.J. van Bellen (Santpoort)

Rien Berendsen (Haarlem)

Peter van den Berg (Noordwijk)

Mw. Loes Bertholée (Heemstede)

Fekke Bijlsma (Haarlem)

Mw.Marijke A.Blijham (Amsterdam)

Peter Borgwat (Heemstede)

Mw. Elly van Breugel (Velsen)

J.G.Brouwer (Heemstede)

Mw. Irene Bruggink (Bloemendaal)

Bruggink

Tekening van Irene Bruggink uit Bloemendaal

Mw. Ingrid van Brummelen (Heemstede)

Mw. Roos Dael (Haarlem)

P.M.Delèfre (ps.) (Haarlem)

Onder Elswout, door P.M.Delèfre, in: Kennemer schrijvers en dichters op Elswout. , 003.

Mw. Lotte Dijk (Haarlem)

Mw. Marisca van der Eem (Heemstede)

macoma balthica; door Marisca van der Eem. In: Kennemer schrijvers en dichters op Elswout. 2003

W. Groenhart (Vijfhuizen)

Morgenstond, door Wim Groenhard, uit: de Haarlemse Dichtlijn 2011

Roelof J.J.Hartholt (Amsterdam/Boerakker)

Mw. Hanneke den Hertog (Haarlem)

Mw. Sylvia Hubers (Haarlem)

Sylvia Hubers: De molen maalt. In: de Haarlemse Dichtlijn 2011

Mw. Sylvia Huurman (Haarlem)

Marten Janse (Heemstede)

janse1

‘Van treuriep tot vuurvliegjes’ bespreking van derde dichtbundel van Marten Janse, door Nuel Gieles in Haarlems Dagblad van 21januari 2017

Janse2.jpg

Vervolg van bespreking ‘Vuurvliegjes in m’n builholte’ , dichtbundel van Marten Janse

Bart Jonker (Heemstede)

Mw. Liesbeth de Kadt (Haarlem)

Mw. Monique Kook (Hillegom)

Mw. L.E.Kuik-van den Bos (Heemstede)

Mw. Ineke van Lakerveld (Haarlem)

Na de pauze:

Samuel Ampzing (ps.) (Haarlem)

Mw. Jode Langerak (Heemstede) met muzikale medewerking van Anne Graalman

Mw. Cock Lommerse (Bennebroek)

Mw. C.A.Luitwieler Wafelbakker (Zandvoort)

Mw. N.Mosselman-Arensman (Rijsenhout)

Kick Nibbering (Haarlem)

W. van Olden (IJmuiden)

Mw. Julia Olk (Heemstede)

Julia H.M.Olk. Een groene kathedraal in Groenendaal. Uit: Dicht in de buurt. Noord-Holland; een boekuitgave van dagblad Trouw

J. Omvlee (Heemstede)

Mw. Carlotte Out (Bennebroek)

Mw, Ideke Polman (Amsterdam)

Mw. Mieneke Pont (Zandvoort)

Nico van den Raad (Haarlem)

Seegers

Vooromslag van de bundel ‘Taal der ogen’door Nico van den Raad met portrettekeningen van Annemarie Seegers, mei 1998

Peter Roelofs (Haarlem)

Matth.W.J.van Rooden (Haarlem)

Mw. Eve Sluis-de Bruin (Beverwijk)

Mw. Trijntje Sluis (Uitgeest)

Mw. Alexandra Smit-Arriëns (Bussum)

Mw. Lucy Steen-van der Schuit (Santpoort)

Carst Terhorst (Haarlem)

drs. Peter van Toor (Haarlem)

Merik van der Torren (Amsterdam)

Mw. M.J.Verhave (Haarlem)

Lex Visser (Haarlem)

Fries de Vries (Amsterdam)

Tito de Vries (Amsterdam)

Jeroen Warmerdam (Nieuw Vennep)

D. Wilgenburg (Haarlem)

Mw. Pom Wolff (Amsterdam)

Pom Wolff: Ik breng het licht terug tot een streep op het museumplein. In: Dicht in de buurt Noord-Holland; boekuitgave van dagblad Trouw

Mw. Jos Zegwaart-Rooijers (Andijk)

Zegwaart.jpg

Vooromslag van de bundel ‘Uit de tijd gelicht’ door Jos Zegwaart-Rooijers Bussum, uitgeverij van Veen, 2003. Zij ontving de ereprijs vn Hans Warren,werd laureaat bij Concept en woon diverse andere prijzen voor haar ingezonden werk

Deelnemerslijst 30 januari 2005

Cor van der Aar (Hoogkarspel)

Mw. J.Jorge Abal van Rooij (Amsterdam)

Samuel Ampzing (ps.) (Spaarndam-West)

J.l.J. van Bellen (Santpoort)

Mw. Loes Bertholée (Heemstede)

Mw. Helga den Besten (Nieuwerkerk a/d IJssel)

Fekke Bijlsma (Haarlem)

Wamel

Fekke Bijlsma (links) en Mariëtte van Wamel (rechts) in De Nieuwe Eglantier (31-1-1996)

 

Fekke

Overlijdensbericht Fekke Bijlsma. Uit: Haarlems Dagblad van 29 april 2017

Mw. Marijke A.Blijham (Baadhoevedorp)

Mw. Elly van Breugel (Velsen-Zuid)

J.G.Brouwer (Heemstede)

Mw. Ingrid van Brummelen (Heemstede)

Cees Cort (Bennebroek)

Mw. Lotte Dijk (Haarlem)

Mw. M. van der Eem (Heemstede)

Mw. L.G.Elgersma (Heemstede)

W. Groenhart (Vijfhuizen)

Mw. Sylvia Huurman (Haarlem)

Ton van Ierschot (Heemstede)

Bart Jonker (Heemstede)

Mw. C.A.Luitwieler Wafelbakker (Zandvoort)

Mente Mare (Rijsenhout)

Mw. Julia Olk (Heemstede)

Mw. Mieneke Pont-Hoek (Zandvoort)

Matth.W.J.van Rooden (Haarlem)

Peter Rummenie (Haarlem)

Savanne (Utrecht)

Mw. Eve Sluis-de Bruin (Beverwijk)

Mw. T.G.Sluis-Eekhart (Uitgeest)

Kenneth Steffers (Almere)

Peter van Toor (Haarlem)

Fries de Vries (Amsterdam)

Tito de Vries (AQmsterdam)

Jeroen Warmerdam (Nieuw-Vennep)

Mw. Nancy West (Amsterdam)

Mw. Josje Zegwaart-Rooijers (Andijk)

 

I.M. Dichter Rob Smit (1936-1997) tijdens zijn laatste voordracht in de bibliotheek van Heemstede

I.M. Dichter Rob Smit (1936-1997) tijdens zijn laatste voordracht in de bibliotheek van Heemstede

Smit1

Bericht van overlijden Rob Smit uit Haarlems Dagblad van 18-6-1997 en overlijdensadvertentie van 12-6-1997

 ===============================================

Uit: Poëtisch Jaarschrift; gedichten. Literaire Instuif Haarlem, jaargang 1, 1989

Karin Ottenhoff, 'Geen dichter'

Karin Ottenhoff, ‘Geen dichter’

Fekke Bijlsma, 'Ik open het raam'.

Fekke Bijlsma, ‘Ik open het raam’.

Rob Smit, 'Vals plat'

Rob Smit, ‘Vals plat’

Rob Smit, 'Persoonlijke gift'.

Rob Smit, ‘Persoonlijke gift’.

Agnès Snitker, 'Verlangen'

Agnès Snitker, ‘Verlangen’

Uit: Poëtisch Jaarschrift 2. Gedichten. Jubileumnummer 1970-1990. Literaire Instuif Haarlem, april 1990.

Karin Ottenhoff, Lezer op de rivier.

Karin Ottenhoff, Lezer op de rivier.

'Idylle' door Karin Ottenhoff

‘Idylle’ door Karin Ottenhoff

Rob Smit, Maartse bui.

Rob Smit, Maartse bui.

Als Nederland, door Rob Smit

Als Nederland, door Rob Smit

Fekke Bijlsma, Als bij toeval.

Fekke Bijlsma, Als bij toeval.

Uit dichtbundel: Dicht in de buurt. Noord-Holland. 11e Gedichtendag 28 januari 2010. Uitgave van dagblad Trouw; de Verdieping

'Heemstede' door Jan Bontje

‘Heemstede’ door Jan Bontje

 

'Thuisgekomen' door Julia H.M.Olk uit Heemstede

‘Thuisgekomen’ door Julia H.M.Olk uit Heemstede

 

'Een groene kathedraal in Groenendaal' ; door Julia H.M.Olk (Heemstede)

‘Een groene kathedraal in Groenendaal’ ; door Julia H.M.Olk (Heemstede)

'Mijn Straat' door Julia H.M.Olk

‘Mijn Straat’ door Julia H.M.Olk

amateuropoezie1

Selectie bundels amateurpoëzie, tegenwoordig in ‘Heemstede collectie van Noord-Hollands Archief (1)

amateurpoezie2

Vervolg selectie bundels amateurpoëzie, tegenwoordig in ‘Heemstede collectie’ van het Noord-Hollands Archief (2)

amateuropoezie3

Vervolg selectie bundels amateurpoëzie, tegenwoordig in het Noord-Hollands Archief Haarlem (3)

amateurpoezie4

Slot selectie bundels amateurpoëzie, tegenwoordig in collectie Heemstede, Noord-Hollands Archief Haarlem (4)

vooromslag van ‘Verborgen dichters in Heemstede’, deel 15, 1998

affiche van dichtersavond 1998 in de gemeentelijke openbare bibliotheek Heemstede

verborgen2

Verborgen dichters in Heemstede 2004, ode aan Hans Krol, door Fekke Bijlsma (februari 2004)

verborgen1

De laatste ‘Verborgen dichters in Heemstede’ (Haarlems Dagblad, 25 januari 2005

Appendix: Wil Sluiter was tot haar overlijden een vaste deelnemer aan de dichtersavonden in Heemstede. In 1993 verscheen haar verzamelbundel: ‘Het gordeldier en alle andere versjes van Wil Sluiter. Onderstaand twee lichtvoetige dierenversen (niet in de bundel opgenomen) die zij voordroeg in 1988 (deel 5)

HET AALVERHAAL

Een aal als een paal met spieren van staal

En een staart als een zeesleperskabel,

De schrik van de sloot, in zijn blikken de dood

Maar overigens zeer respectabel,

Werd door hartezeer verteerd en z’n machtige steert

Sleepte slap door de zuigende modder.

Hij had liefdesverdriet, want ze wilde hem niet

En ze ging met een ander, de flodder!

Hij vermagerde snel en zijn rimp’lige vel

Hing hem ruim om puntige graten.

Ach, z’n leven vlood heen door maar één blauwe scheen

En hij had het niet eens in de gaten.

Tot op zekere dag hij zijn spiegelbeeld zag

In wat glas tussen rietpol en lissen

En hij dacht: sapperloot, de geletterde dood

Dat ben ik niet, ik moet me vergissen!

Hij vergist zich niet en tussen het riet

Heeft hij zich toen plechtig bezworen:

Geen getreur om die griet, want al moet ze me niet

Ik kan ’t licht nog een ander bekoren.

Hij herstelde zich snel en zijn blinkende vel

Was een lust voor het oog der alinnen

En het duurde geen week of hij ging – gans op streek –

Aan een nieuw avontuurtje beginnen.

Wil Sluiter

Sluiter1.jpg

Vooromslag van boekuitgave: ‘Het gordeldier en alle andere versjes van Wil Sluiter’, in 1993 verschenen bij haar 85ste verjaardag in een oplage van 250 exemplaren. Bibliotheek Heemstede [thans in Heemstede-collectie van Noord-Hollands Archief) gesigneerde uitgave, nummer 43].

Wil Sluiter aan de schrijftafel (foto Guus Schulze)

Sluiter2

Reactie van Annie M.G.Schmidt uit dichtbundel’Het gordeldier…’ van Wil Sluiter, pagina 154.

Sluiter

85-jarige dichteres Wil Sluiter (Heemsteedse Courant van 18-11-1993)

HET LIED VAN DE LEGUAAN

Een leguaan op de Antillen

Zou wel eens wat anders willen.

Hij was al jaren Leguaan

En ’t ging hem danig tegenstaan.

Hem leek de grote Baviaan

Een supervorm van het bestaan.

Ach, ’t blauw van ’t beest z’n fraaie billen

Blonk door het oerwoud der Antillen!

Het coloriet dier achterdelen

Door ’t groene lover te zien spelen

Vervulde hem met diep ontzag

En was het mooist wat hij ooit zag.

Zo peinsde hij bij nacht en dag

Wanneer hij op de rotsen lag.

“Hoe kan ik toch mijn doel bereiken

En met zo’n kleurengamma prijken?

“Je zou die Baviaan zien kijken

Als ik met zijn posterieur gaan strijken

En iedereen verrast geniet

Van ’t paarsig-blauw tussen het riet!

“Maar zover kwam de stakker niet.

Voor hem geen schoon-gekeurde billen

Al zou hij ’t nog zo zielsgraag willen.

“Je moet er niet zo zwaar aan tillen,

“Sprak een bewoner der Antillen

Die ’t jammeren van het beest vernam

Toen hij toevallig langs hem kwam.

“Die Baviaan zijn achterham

Is zelden zonder buil of schram”.

“Je moet hem maar eens horen piepen

Wanneer de takken langs hem zwiepen.

Maar vind je eigenlijk wel zo mooi,

Die kake bonte Achtertooi?

Eén jager en één lassogooi

En ’t eind van ’t liedje is de Kooi.”

Het beest begon van schrik te trillen.

Toen zag hij af van blauwe billen

En daarom leidt op de Antillen

De grauwe, grijze Leguaan

Een veilig en gerust bestaan.

En is ’t niet waar wat ik vertel,

Dan leeft-ie ergens anders wel!

Wil Sluiter

zingende

Vooromslag van ‘Au bonheur des dames’; verzamelde verzen der zingende huisvrouw [= schuilnaam van Sonja Meershoek uit Heemstede]. Amsterdam, uitgeverij de Vulkaan, 1986.

=========

DEELNEMERS 17E DICHTERSAVOND IN HEEMSTTEDSE BIBLIOTHEEK 26 OKTOBER 2000

deelnemers ‘Verborgen dichters in Heemstede’26-10-2000

Kattentaal

Twee katten staan te staren
Te staren naar elkaar
In een klagelijk klagen
Het is vast een van hem en haar.

Wat zullen ze vertellen
Vertellen aan elkaar
En wat ze daar vertellen
Is dat ook werkelijk waar?

Is het net als bij de mensen
Gewoon maar wat geklets
En heet die ene Pieter
En die ander gewoon Bets.

Waar gaat het daar zo over
Is het de zon en maandag
Die op deze wereld
Voor hen er toch ook staan.

Of vertellen ze over mensen
Die warm zijn of koud
Of over hun eigen baasje
Waar een kat toch wel van houdt.

Ik zal het heel graag weten
Maar hun taal versta ik niet
Dus al hoor ik met mijn oren
Alleen zien, meer kan ik niet.

Het zal vast wel zinniger wezen
Dan wat wij vertellen, hier
Want een mens is vaak veel dommer
Dan menig verstandig dier.

Tilly van den Bos

Doodgaan

Doodgaan is verder leven
In een ander ver van hier bestaan
Doodgaan is ook afscheid nemen
En daarna weer verder gaan.

Afscheid nemen is het zwaarste
Zovel voor hen die moeten gaan
Of voor hun die achterblijven
In het wereldse bestaan.

Hard is de dood die kan plotseling toeslaan
Toch is er ook vrede bij
Want als men lijden moet op aarde
Maakt de dood ook mensen blij.

Vaak kunnen we het niet bevatten
Het hoe en het waarom
En het waarom in het leven
Is voor ons, onrechtvaardig, krom.

Maar dit alles wordt ooit ontsluierd
En krijgen we inzicht van hogerhand
Dan begrijpen we meer dingen
En zien we ook de andere kant.

Doodgaan is voor zoveel mensen
Eng, want men weet niet hoe
Maar er is leven, na dit leven
En daar gaan wij echt naar toe.

Laat je dus niet angstig maken
God is goed en kent geen haat
En weet wat hier soms verteld wordt
Ach, nee, nergens op slaat.

Inzicht krijgen hoe geleefd is
Weten dat was fout, dat goed
Nieuwe kansen bij het inzien
Zo is, zoals God het doet.

Tilly van den Bos

Jeugdig M/V

Mijn zoon van vijftien,
verzot op ijs en kauwgom,
doorloopt elk museum
alsof hij alles heeft gezien

en nog een afspraak heeft.
Gisteren, vijf, acht, nul nul,
Bleef hij, beleefd, bedeesd,
onverwacht staan
die knul

Ik ook.

Heeft hij het eindelijk gezien
het licht, een spook,
het beeld,
de schildering misschien?

Voorzichtig verder gaan.

Slomig sluip ik naderbij
zeg niets en kijk
doe wat verveeld
voorzichtig blij.

Dan valt mijn oog,
nooit gedacht
gestreeld, geschrokken tegelijk
op ’t mooiste.

Goede goden

Een donker meisje
lokkend likkend aan
een verboden
ijsje.

Jan de Jong

Lijnschrijven

Schrijven is wensen vragen
wandelen door water
sombere pijn verdragen.

Terugkijken naar later
luchtkastelen bouwen
gedachten lezen.

Open- en dichtvouwen
nieuwe woorden vrezen
wereldreizen maken.

In donkere spiegels turen
bedolven raken
de wind laten fluisteren.

De tijd tijden laten duren
en luisteren……
dus schrijf ik lijnen
tot gladgestreken kragen.

Want ik kan niet luisteren,
geen water uit de zee dragen.
En daarom geef ik rozen
aan vrouwen die om lelies vragen.

Jan de Jong

Adieu mijn oude Meer en Bosch!!!
Inrichting voor vallende ziekten

1. Salem Zondagmiddag
Schuchter schuifel ik langs enge fuguren
Omdat zij zo maar konden vallen
Wat dikwijls lang kon duren
Kom opgelucht weer thuis met een hoogrode blos
Uit mijn oude Meer en Bosch

2. Voor 2 ½ cent per week
“ de macht van het kleine”
Steunden wij ons geliefd tehuis
Er waren nog niet veel medicijnen
Wel maakten wij vele harten los
Voor mijn oude Meer en Bosch

3. Je tralies in je hoge ramen
Je broeders zo genoemd in het verleden
De mannen in het grijs en wit
Die hun werk met aandacht deden
Soms met het élan van een vurig ros
Voor mijn oude Meer en Bosch

4. In de Kerstnacht over de stille Voorweg
Klonken buiten de trompetten
Voor “Ere zij God”
Ieder mocht zijn eigen schaapje zetten
Bij de stal in de Irenekapel tussen stro en mos
Uit mijn oude Meer en Bosch

5. Het laboratorium, Lorentz de Haaskliniek
Eens de trots van het gesticht
Daarna je verpleegstershuis als nieuw begin
En verandering van inzicht
Na zoveel jaren bleek de band te bros
Adieu mijn oude Meer en Bosch!!!

Jac. J. de Bruin

Zo maar wat losse gedachten:

1. De kunstschilder:

De kleurschakeringen van licht en lucht,
het aanzicht van de bomen en de helderheid
van het groene gras leg ik vast voor het
nageslacht, zodat ze kunnen zien, hoe het
eens was, maar nooit meer zijn zal.

2. De hengelaar:

Ze zeggen maar, ze doen maar.
In mijn dooie eentje zit ik hier aan de
waterkant te turen naar mijn dobbertje.
Voor mij is dit de hele wereld.

3. De componist:

In mijn ziel hoor ik de klanken.
Aan conventies of regels stoor ik mij niet.
De geest bepaalt, wat het zal worden.

Jac. J. de Bruin

met zakdoeken leggen
niemand zeggen
zich emoties opeen
in nette stapeltjes
van platgedrukte bloemetjes
niemand zeggen
met verbleekte troost
in gestreepte ruiten
niemand zeggen
ze houden zich vast
aan vochtige planken
in de linnenkast

niemand zeggen

Sylvia Huurman

Vis -à- vis

Al vroeg, reeds bij het eerste ochtendgloren,
zoekt hij de waterkant, zijn eigen stek.
Zijn visserskist bevat compleet bestek:
gereedschap tot het doden uitverkoren.

Hij legt de hengel uit, met toebehoren:
onzichtbaar snoer en haak, bestemd voor bek.
Het valse dobbertje verraadt wie trek
In voedsel heeft. Laat vis zich ringeloren?

De visser zit te turen en te hopen.
Doodstil. Totdat de obber heeft getrild!
Zal vis zijn eetlust met de dood bekopen?

Bij ’t opslaan is er plots benauwd gegild.
De vangst is lelijk uit de hand gelopen:
sportvisser-zelf werd ’t leven uitgetild!

Tuiter in Tweeduister
(Koldersonnet in ’t schemergebied tussen licht en donker, zin en onzin.)

Vandaag wil ik de klinkerd gaan herkuisen.
Te lang reeds is het vars verknarst, verknoest!
De strofe kwatrineert, ’t terzet wordt woest.
Het water stijgt tot aan de kriebelkruisen.

Men kan toch niet verplichten tot vertuisen?
Als dat zo was, lag dan ’t scharnier verroest?
Maar goddank zijn de kruisen niet verwoest!
En nochtans geldt: de rijmen blijven ruisen!

Ik voel mij zo gestrest vandaag de dag.
De volta valt op tijden die wij vrezen.
In regels-wit: klinkt daar de blijde lach?

Och gut, o chute, o jambe onvolprezen,
Wat ik u allen octaveren mag:
Sexteer ’t sonnet ! : dan blijft de mensheid lezen.

Kees Oostenrijk

Experiment

De ontmoeting met een ander mens
Is een experiment-
Zou er een kern te vinden zijn?

Een noot, gebolsterd in zijn dop,
Siert wel de notenboom,
Maar ’t vruchtvlees is essentieel –
Voor eekhoorns – en voor mij.

Hoop

Hoop is dat ding met veren,
die vogel in mijn hart;
hij zingt zijn lied alsof hij
wind en orkaankracht tart.

De kleine zanger laat zich door
geen stormwind ringeloren;
verwarmt mijn hart, ook als ‘k slechts hoor
verwaaide flarden zonder woorden.

Zijn deuntje klinkt tot aan de rand
van kille zee en duister land; toch vroeg
hij nooit een kruimel voedsel uit mijn hand
bij al wat ik verdroeg.

Emily Dickinson (1830-1886)
Ingestuurd door Anja Oostenrijk-Huisman

Ach ja…

Krijg in reuma in je handen
grote gaten in je tanden
lieve mensen stil nou even
klagen zal je toch niet geven
je moet er maar leren leven

heb je een heel stijf linker been
een knobbel bij je grote teen
hoor je soms je botten kraken
zijn de darmen weer aan het staken.

en je schouders toch zo stijf
revolutie in het lijf
kun je slechter zien en horen?
dan toen je “pas nog” werd geboren
duizelig? je valt pardoes bovenop je dikke poes

OOOOH hoe heette die meneer
waar legde ik mijn sleutels neer??
lieve mensen kalm nou even
Dit hoort alles bij leven…

Tijd-geest

De ogen van de eeuw staan voor mijn raam
erachter drijft het wrakhout van de tijd
de storm stuwt alle waanzin saam
het schuimt en kolkt naar de vergetelheid
de ogen zien mij zeer bewogen aan
zij kennen ’t geleden leed bij naam

ik heb het altijd al geweten:
de tijden hebben geen geweten.

Marianne van Raalt

Een leven

Vandaag een kort verhaal, wat primitief,
van vroeger, jaren dertig, lang geleden,
de lampen-radio zo heerlijk lief,
met Ford-V8 werd onbezorgd gereden,
zo achteraf lijkt het de Hof van Eden,
maar velen waren arm, ’t was crisistijd,
we keken zorglijk naar wat ooster-buren deden,
zou dat eens leiden tot een nieuwe strijd?

Het land bezet, veel zorg, onzekerheid,
ontbering, vrees, hoe dagelijks te leven?
er was ook humor in die sombre tijd
hoe vrienden toen de vijand lieten sneven,
en dat voorbij, toen kwam ons nieuwe streven
om Indië te helpen uit de nood,
en dat vergeefs, het was ons niet gegeven,
we keerden weer met velen op een boot.

De jaren vijftig, en we brandden kolen,
de vijfjes gloeiden oergezellig in de haard,
we draaiden met de hand de koffiemolen,
de brommer werd veel uren vrijheid waard,
wat later toen de gasbel kwam, de nationale kaart
en dan des burgers trots: een eigen auto,
en Schiphol waar men reizen kon met vaart,
ja, digitaal genomen werd de foto.

We zijn weer blij, de gouden eeuw keert weer,
reeds lonkt de ruimtevaart, toerisme van het heden,
planeten in de Melkweg, men vindt er telkens meer,
de snelheid van het licht wordt eenmaal overschreden,
met hyper-schepen wordt het verst’ gebied betreden,
wat fijn voor hen die pas geboren zijn,
de nieuwe jeugd reist voort langs ruimtesteden,
geen afgunst die met drukt, ik vind het fijn.

Peter van Toor

Platanenlaan
(een lof- en strijdlied)

We wonen aan een drukke weg
waar fel en wreed raast het verkeer
van d’ochtend- tot de avondstond,
en al die herrie doet ons zeer.

De auto’s klein tot ijslijk groot,
de brommers kleurig en zo fel,
ruim baan voor al dat snelverkeer,
juist, de gemeente wil dat wel.

maar als een heerlijk groenig lint
staan daar de bomen op een rij,
ze zijn er nu een twintig jaar
en bij gevaar staan we ze bij.

bij droogte worden ze beschut
met emmers water zonder tal,
vandaagdedag een fraaie laan
een luisterrijke groene hal.

Hoog boven ’t pad het bladerdak
met eksters, kraaien op de loer,
ze wippen constant op en neer,
verlekkerd op hun eigen voer.

Het zonlicht door het bladerdak,
het tovert vlekjes op het pad,
de bomen vormen rij aan rij,
iets heel bijzonders in de stad.

We wonen op een schone plek,
en hopen dat het lang nog duurt,
dat niet het wrede snelverkeer,
ook deze vreugde eens verzuurt.

Maar dan, ja dán komt ons verweer
we zullen echt de vlag niet strijken,
de laan is ons een levenslied,
geen boom zal voor de moloch wijken.

Peter van Toor

Wind

Bij harde wind, ’t leek een orkaan,
ben ik toch met de fiets gegaan.
Ik sta nu nog wat na te hijgen.
Fijn al die wind van voren krijgen.
Het windt mij op mezelf te plagen.
Adviezen in de wind geslagen.
De huik niet naar de wind gehangen.
Als hoge boom veel wind gevangen.

Door een frisse wind te laten waaien,
met alle winden mee te draaien,
was het mij voor de wind gegaan.
Gebruik de kracht van de orkaan.
Dan waait de wind zoals je jasje.
De torenhaan draait om zijn asje.
Zo kan een mens zonder problemen
De wind uit iemands zeilen nemen.

Zelf vol met wind, laat ik U weten
dat ik raasdonders heb gegeten.
Een windhoos raast, op werkbezoek,
van alle kanten door mijn broek
en stinkt, wat ik het ergste vind,
daarbij nog uren in de wind.

Jan Veenstra

Samenhang op taalgebied

De taal die maakt je geest mobiel.
Zingt de gedachten van je ziel.
Soms hoor je mensen koeterwalen
en heerlijk in de taal verdwalen.

Het huis is pertinent bewoond.
Het gedicht werd met een prijs gekroond.
De tandarts lijmde mijn prognose.
Wat zat ik toen in de penoze.
Wat zit Uw haar gedistigneerd.
Als U zo vals insemineert
dan sta ik triplex. Raak in de wijs.
Kom goed geslagen weer ten ijs.
De controleur doet een erectie.
Ik had een wond en kreeg confectie.
Mijn zuster speelt het ten tonele.
Mijn broer staat onder culturele.
Omaatje begint weg te kwijlen.
Er is geen land mee te omzeilen.
De veroordeelde ging in castratie.
De dichter kreeg geen transpiratie.
De werknemer kreeg afbetaald
Alles is uit zijn contrast gehaald.

met dank aan:
“Het Genootschap Onze taal”

Jan Veenstra

Eeuwigheidsgedachten

Twee gedichtjes zwart op wit,
Is niet iets waar ik mee zit
Aan de poeziehobby der eeuwen trouw-
Schud ikde tijmpjes uit mijn mouw-

Die rijmpjes zijn zo opgeschreven-
Wat zal ik zeggen, wacht eens even—

Voor ik mijn pen nu neer ga leggen,
wil ik graag nog even zeggen.

Naar ik altijd mag geloven-
Komt de zegen toch van boven-

Uit Gods trouwe Vaderhand-
voor ons dierbaar vaderland.

Voor mij persoonlijk levensecht-
Wat ik mij krom is maakt Hij recht-
In Jezus Christus onze Heere-
Hem geef ik alle dank en eere.

D. Wilgenburg

Now when the young birds
learn sing in the afternoon
comes peace in my hart
thoughts become sereen
all things can be done
on right time
there is no hurry
not any struckle
live is what I want it to
a lot of time
filled with lovely things.

Meadows full of flowerwild
honeybees buzzes quiet
bloom after bloom
in midday warmth
golden beetles walk their way

Els Dudink

Wings

Kwade tonen
zoete tonen
dansen omhoog
dansen omlaag, chaos in mijn hoofd.
nachten in zwart
nachten in wit
ogen dicht, heimwee naar het licht
zachtste sneeuw in winterdroom
verstilt vrieskou
-tonen trillen in het broedseizoen-
in hang aan notenbalken

leg in poëzie mijn verlangen neer.

Etude

Winter blaast haar laatste adem uit
op eerste lentedag
verlangen naar schepping welt op
zwoele tonen van de vleugel
dwarrelen zoetjes naar omhoog
naar omlaag, zoeken gewillig mee.

Valse zon lacht in motregen
twijfel komt op
geheime vingers speuren
naar ruimte tussen toetsen.
Zware taal zwelt aan, vraagt ruimte
als een zee tijdens springtij, ebt weg
in ivoor.
De hoge tonen van de merel dringen
tot ons door.

Jos Zegwaart- Rooijers

Foto

De kamer van mijn moeder nu:
het oude, houten ledikant
is door een smaller bed vervangen.
Er hangt een foto van mijn vader,

genomen, toen hij afscheid nam.
Zijn blik is schuin opzij gericht,
als zocht hij daar houvast
voor wat hem nog te wachten stond.

Hij is al jaren dood, mijn vader,
het huis is langzaam aan gewend
aan zijn afwezigheid, net als de tuin.

Om hem nog even te bereiken
strek ik mijn beide handen uit
en hang ik hem voorzichtig recht.

Vrouw

Als mijn laatst uur moet komen, wil ik,
Dat een vrouw mij haalt, met ogen stil
Van aandacht en handen klein van kracht.

En ik wil zien, hoe zij zich van haar kleed ontdoet,
Voor zij haar handen op mijn ogen legt,
En ik wil horen, hoe een stem, mijn stem, nog zegt,

Dat ik haar herkend heb uit mijn dromen,
Maar haar nooit heb aangeraakt,
Dat ik blij ben, dat zij is gekomen:

Eindelijk tastbaar, eindelijk naakt.

Arjen Sevenster

De katvangers Oorzaak drank

Alvorens de poes Aan een lantaarn-paal
hoog boven in de eik zich klemmend, antwoordt hij de
met ladders te berei- politie pover: “Heel
ken, wil de brandweer eerst nog de stad draait om heen; als m’n
de kat uit de boom kijken. woning langs komt, stap ik over”.

Muiterij bij het getij De dichter & de lichte muze

Als je aan de kust Dichter bij de Mu-
de drukke woorden-brij van ze; op zijn wenken steeds be-
al die gasten hebt diend als trouwe klant.
ontdekt, begrijp je ook waarom Hij beschrijft haar zijn wensen,
de zee zich telkens terugtrekt. Zij geleidt per-vers zijn hand.

Geen buiten-kansje Aanstoot

Op die druilige De steen des aanstoots
dag sprong de vonk van liefde raakte vandaag ten tweede
over en wilden zij maal haar in elke
ook wat; het vlees wat gewil- vezel. Zij putte hieruit
lig, maar het gras was te nat troost, want ze bleek geen ezel.

Rond de geboorte In het aards-paradijs

De baby kwam stroef; Adam en Eva
na genoeg van de navel- nog naakt tussen doornloze
streng nog de adem- rozen in de knoppen:
start door licht kastijden: al- spelen samen krijgertje,
zo het begin van lijden. gaan zich nog niet verstoppen

Jaco Brons

IJmuider pier

Ik proef de zee, beluister het gerucht
van golfslag door de branding op de kust
ik zie het zand dat aan mijn voeten rust
en voel de wind die als een adem zucht.

De zee in grijze grauwheid danst en deint
ik adem diep de grootsheid in en uit
voel mij haast opgenomen in geluid
en sprakeloos voor deze schoonheid zwicht.

Gedachten hebben zich van zorg bevrijd
mijn hart verstilt in de oneindigheid.

Het zee-geruis

Het ruisen van de zee
zingt in mijn oren
de branding bruist
aanstormend tot een lied
dat over hoge duinen
is te horen
maar wie het strand betreedt
en om zich ziet
in melodie
vol wereldzeegezangen
in licht
uit een opalen hemelbaan
wordt sprakeloos als kind
dat ongevangen
het wonder ondergaat
van ons bestaan.

Elly van Breugel

In opstand

Gedachten zijn vrij,
u vindt de mijne vast slecht,
ik maak ze nu wereldkundig,
dat vind ik terecht.

Want ik kom in opstand
tegen zinloos geweld,
altijd is het zinloos
als de mens wordt gekweld

Ik kijk geen TV meer
een lees nog zelden de krant,
‘k vraag me zo vaak af,
waar gaat het heen met ons land.

Kinderprno, verkrachting
en dan leven begraven.
Waar is die kind-vriendelijke,
Eens zo veilige haven?

’t Is gering en inslag,
iedere week, elke dag
lijden onschuldige mensen,
ik ga nu echt overstag.

Want wat krijft zo’n schurk
nou eigenlijk voor straf,
een paar jaar of nog minder,
voor gruweldaden, zo laf.

Ontoerekingsvatbaar.
En vent die niet deugt,
mg bomen gaan rooien,
want hij had zo’n moeilijke jeugd.

Ik kom in opstand,
het is en blijft ongehoord,
we staan er maar even bij stil,
want steeds gewoner wordt moord.

Een kinderverkrachter,
zo’n gewelddadig stuk vuil
gooi die vent in een grote
en heel diepe kuil,

die gevuld is met moeders,
JAWEL! roep ik luid,
dat is de straf die hem toekomt,
daar komt hij niet levend uit.

Ja, ik kom in opstand,
u vindt me vast slecht,
maar gedachten zijn vrij
en dat vind ik terecht!

Sint Maarten

Het is en blijft een vreemd verhaal,
van Maarten, de zonderlinge Sint,
die door zijn halve geven
door velen werd bemind.

Eens gaf hij de helft van zijn jas
aan een oude bedelaar,
één broekspijp, één van zijn sokken
en één schoen…, een vreemd gebaar.

Dat is toch helpen zonder hulp,
wordt al gauw gedacht,
’t is toch onbezonnen,
het geven van een halve vracht.

Maar het bijzondere bij dit geven,
was de hartelijkheid dieklonk
uit demond van Sinter Maarten,
omdat hij aandacht aan hem schonk.

De bedelaar was zielsgelukkig,
voelde zich niet meer arm en alleen
en strompelde vrolijk verder
op zijn ene geschoeide been.

De moraal van dit verhaal is,
dat een kort en vriendelijk woord,
dikwijls meer doet dan veel geven,
vergeet het niet en zegt het voort.

Eve Sluis-de Bruin

€uro gedicht

Met het jaar 2002 in het verschiet,
zal men drastische wijzigingen ontwaren.

Het betaalmiddel op €uropees gebied,
zal menigeen al zorgen baren.

Voor onze vertrouwde Rug en Snip,
het geeltje en de juut, de knaak het heitje en de piek, maakt de €uro zijn debuut

Het zal best ergens goed voor zijn, voor de economie een gunst?
Toch zal het even wennen zijn, maar oefening baart kunst.

De sokken moeten uit de kast, want in grootmoeders tijd ginghet geld gespaard,
dus onbelast in de wol des dode geit.

Ook zal er heel wat zwarte poen moeten worden witgewassen,
dat kan men nu nog heel snel doen, voordat men zich laat verrassen.

De banken en optiebeurs zijn allang gewend,
voor hen al die €uro’s, een fluitje van een cent.

Een voordeel van de veranderingen is, en dat is niet verkeerd,
dat onze Nederlandse €uro ook door Johan Enschede wordt gefabriceerd.

Daardoor zijn wij verzekerd van kwaliteits papier,
want nergens ter wereld, is het geld zo mooi als hier.

Joke Jorge-Abal van Rooij

Zij was vast in alle staten
Toen de doktoren haar hadden gezegd
Geen behandeling kan U nog baten
’t is net alsof zij wordt berecht
Voor ’t plegen van een strafbaar feit
de aanklacht: woord voor woord
luidt: plaats delict – met zekerheid
’n hersentumor, de ergste soort
Dit vonnis ijzig uitgesproken
Een mokerslag komt zachter aan
Verdomme wij zien duizend spoken
Hoe moet dit met haar verder gaan?
Maar zij is rotvast van vertrouwen
Het leven is haar veel te lief
Zij blijft haar toekomstdromen bouwen
De dood beschouwt zij als ’n dief
die zij niet snel de kans zal geven
zijn klauwen naar haar uit te slaan
Zij wil van alles nog beleven
Voor al ’t goeds blij openstaan
Altijd wil ze leuke dingen
geen klaagzang- optimistisch zijn
Rest ons de taak als haar vriendinnnen
Samen met haar gezellig zijn.

Joke Jorge-Abal van Rooij

Draadloos

Onder stoelen of banken
waar haalt hij het vandaan.
Wie is er mee aan de haal gegaan,
waren het voor hem duistere ranken?
Is er wat van uitgekomen,
als iemand er is die het heeft bewaard,
maar heeft het zich aan iets geopenbaard?
Of waren het achter af stille dromen
en is er toch iets uit ontstaan?
Ieder is er over na gaan denken.
Wie weet, het zal zich aan iemand schenken,
dan heeft het toch iets gedaan.
Elk kan er over mijmeren op eigen manier,
dan hebben de draadjes toch plezier.

Paastoon

Een toonaangevend gesprek
wordt er aan ieder gegeven,
anderen verstoren het even.
Daardoor ontstaat er steeds meer gebrek.

Er zijn mensen die staan boven aan de ladder.
Zij willen niet inzien, dat aan hen iets mankeert.
Hebben het vroeger altijd anders geleerd,
maar gedragen zich nu als een schijnheilige adder.

Toch hebben ze nu schaamte en berouw.
Zij moeien zich wel gewonnen geven.
Er is Iemand opgestaan om voor hen door te leven.
Ze weten geen houding en staan in de kou.

We kunnen onze koers nog verleggen
op een mooi ogenblik als Pasen.
Wij ontdekken dan een andere fase,
waardoor Gods liefde en schoonheid wat zeggen.
Dat is voor alle mensen een beloon.
mensen aan de onderzijde zijn ook niet altijd schoon.

Yno Dijksterhuis

Verwondering

In het water, bij mijn buurmans tuin
ligt tussen en vastgehouden
door de takken die waren afgezaagd,
gevallen in het water, niet eruit gehaald
en door de bodem van het water vastgezogen;
– een Meerkoetnest.

Door de vele en nieuwsgierige blikken
van de mensen, die voorbij fietsten of liepen,
kreeg het meerkoet-echtpaar, veel bewondering
vooral nadat hun jonkies, zeven in getal –
uit waren gekomen en steeds luid piepend
om hun ouders riepen.

Nadat de kleintjes groot genoeg waren
om met pa en ma Meerkoet op stap te gaan,
kwamen ook andere waterdieren kijken
wat daar in het water wel niet lag,
nieuwsgierigheid kende geen grenzen
doch innemen lag eraan ten grondslag.

Ook het zwanen-echtpaar zweefde dichterbij,
Zij, draalde niet, klom op het lege nest
door rechts en links buigend haar evenwicht te bewaren,
maar het mocht niet baten;
het meerkoetnest ging door haar gewicht,
met takken en al in het water ten onder.

Dit nest was niet gemaakt voor eenden, zwanen
of andere waterdieren, dat wist men best,
het was en bleef een Meerkoeten-nest.
Het gezin heeft nu nog zes jongen en
gedijt uitstekend hoor,
en het water, die verwonderd zich niet,
maar stroomt rustig door.

Dora M. Bouma

Oscar

Op je kleine trappelvoetjes
ga je opgewekt en blij
door de lichte lentemorgen
zonder angsten, zonder zorgen,
zo vol levenslust ben jij.

Op je kleine trappelvoetjes
ga je door de groene wei,
je ziet kevers, torren, slakken,
en je durft ze zelfs te pakken,
om je hoofdje zoemt een bij.

Op je kleine trappelvoetjes
stap je door de dagen heen,
en je luistert naar verhalen,
pakt de gouden zonnestralen,
op het pad vindt je een steen.

Op je kleine trappelvoetjes
ga je elke nieuwe dag
door de zon of door de regen
leed en vreugde kom je tegen,
soms een traan en soms een lach.

Op je kleine trappelvoetjes
ga je door een donker woud,
maar je hoeft niet bang te wezen,
want er is heus niets te vrezen
omdat oma van je houdt.

A. Hoeben-Koning

Troost

Er bloeien bloemen in je tuin,
je hebt er samen naar gekeken,
de paardebloemen, de margrietjes,
viooltjes en vergeet-mij-nietjes,
nu, zo ineens ben je alleen
en alle glans lijkt te verbleken.

Er bloeien bloemen in je tuin
met mooie, warme, zachte kleuren,
de kleuren die zij gaf aan ’t leven,
de warmte, die zij wist te geven,
en nu, ineenst ben je alleen
Waarom moest dit nu toch gebeuren?

Er groeien bloemen in je tuin,
de knoppen zullen openspringen,
je hebt verdriet, voelt je alleen,
’t vertrwouwde hangt nog om je heen.
helaas, je moet nu verder leven
alleen met de herinneringen.

En elke morgen in je tuin
zullen de bloemen je begroeten,
de paardebloemen, de margrietjes,
viooltjes en vergeet-mij-nietjes,
ze spreken zacht een wood van troost
in hen zul je haar steeds ontmoeten.

voor Joop

A. Hoeben-Koning

Snavelpost

Geertje postduif is heel aktief
Ze werkt voor de posterijwn
Ze brengt de brieven rond
Van Froninen Tot Gilze-Rijen

Geertje is een kiene tante
Ze bedacht iets, lang niet slecht
Ze ging een huwelijk aan
Met een overgebleven specht

De omgeving dacht: die Geertje
Wat heeft ze daarmee voor?
Maar niet ens veel later
Hadden ze het door

De kinderen werden ook postduif
Ze vliegen van Sneek tot Etten-Leur
Maar voor ze de post bezorgen
Kloppen ze eerst netjes aan de deur

Trijntje Sluis

Flip
(vervolg op snavelpost)

De zoon van Geertje Postduif
Die net als zij de post bestelt
Leerde van vader specht het kloppen
Dus klopt hij waar een ander belt

Flipm een flinke blauwe doffer
Die op geen kilometer keek
Vloog vlot door weer en wind
Van Zwammerdam naar Oterleek

Hij sprak een werdtrijdduif
Die juist uit Frankrijk kwam
Dat was nog een wat ander
Dan Oterleek of Zwammerdam

Dat leek heel erg avontuurlijk
Vliegen over land en zee
En hij heeft meteen besloten
De volgende vlucht dan ga ik mee

Flip werd gelost in Frankrijk
Dicht bij de stad Lyon
Daar sprong hij op de vleugels
En de lange reis begon

Terug naar het noorden
Prachtig waar hij over kwam
Maar na heel wat uurtjes vliegen
Zag hij nog geen Zwammerdam

Niet goed gevlogen en verdwaald
En hoe ver of hij ook keek
Nergens zag hij iets bekends
Nergens zag hij Oterbeek

Flip dacht, had mijn moeder maar samen
Met een papagaai een nest gemaakt
Dan had ik de weg kunnen vragen
En was ik nu niet weggeraakt

Trijntje Sluis

Werkplek

tussen stapels bijna-af
zoek ik leegte
in mijn hoofd
en op mijn werkblad
voor een nieuw gedicht
stapels wanorde
maken werken onmogelijk

ver van huis
vul ik mijn hoofd
met nieuwe woorden
over bergen die ik
met mijn ogen beklim
teentoppen betast
hun harde kant en
plukjes zacht
eenzaam mos
tot het donkert
op de camping

was ik maar nooit aan begonnen
want al dat dichten begint mijn leven
aardig te ontwrichten
geen tijd meer voor een suite van bach
epresso in plaats van koffie-hag
wakker moet ik blijven en alert
ik voel het in al mijn gewrichten
dit dichten zal mij ten gronde richten

Marisca van der Eem-Wildschut

Jezus heeft mijn ziel gegrepen

Waarom altijd weer die vragen,
Waarom telkens dat verdriet,
Waarom niet wat meer vertrouwen,
Ben ik soms dezelfde niet?

Ben ik het niet die voor jou hing,
Aan het kruis op Golgotha
Ben ik het niet die woordeloos ging
Naar de plaats van jou gena?

Ik trok je uit de duisternis,
En nam je in mijn armen,
Ik liet je zien hoe groot mijn liefde is,
Jouw koude hart mocht ik verwarmen.

Ik liet je ervaren, mijn trouw zo groot,
Niet één dag liet ik jou alleen,
Ik redde je uit elke nood.
Je tranen droogde ik één voor één.

En toch vraag jij mij telkens weer
Mijn trouw en mijn liefde aan jou te bewijzen,
Maar ik wil dat jij mij keer op keer
Zonder vragen leert te prijzen.

Al is de nood ook nog zo groot
Weet dan dat ik nog groter ben,
Dat ik je lief heb tot in de dood.
Je van binnen en van buiten ken.

Ik zal je altijd weer vergeven,
Al is er iets misgegaan.
Maar leer dan ook om verder te leven
En niet telkens stil te blijven staan.

Dan zal mijn liefde door jou stromen
En zie je andermans fouten niet meer.
Dan breng je ze mee om samen te komen
Om in eenheid te bidden “Mij je Heer”.

Dan zal de wereld zien dat ik waarlijk leef,
Omdat ze in jou mijn liefde bemerken
Dan mag jij ze vertellen dat ik vrede geef,
En ik zal door jou heen machtig werken.

O Heer Jezus blijf mij lokken
Want U heeft mijn opgetrokken.
Hoogste woord, Gods rechterhand
Wees toch mijn beloofde land.

Heer, ik moet het U bekennen
Dat er zelfzucht in mij woont.
En ik kan er niet aan wennen,
Dat tweeslachtigheid mij hoont.

Naar het goede te verlangen
En het kwade aan te handen
O, verraad, O dubbelspel,
Wat ik niet wil dat doe ik wel.

Jezus, U heeft weggenomen
Al mijn schulden, eens en voorgoed,
Vrij gesproken mag ik komen.
Door een toegangspoort van bloed.

Uit een poort bent U gedreven
Als de slang omhoog geheven,
En Uw kruis hoog opgericht,
Brengt mijn vrijspraak aan het licht.

Heer het bloeden van Uw wonden
En de spijkers in Uw hand.
En Uw voeten vastgebonden
Maken mij tot bloedverwant.

Door Uw pijn en bloedig zeten
Weer Gods kind te mogen heten.
Dat is in dit boze getij
De allergrootste troost voor mij.

Jezus die Gods recht vervulde
In een uitgestrekt gezicht.
Breng ik alle dank en hulde
Want hij nam mijn vloek op zich.

Niet meer zinloos is het leven
Niet ten dode opgeschreven.
Heer U doet Uw woordt gestand
Redder aan Gods rechterhand.

Lebby Peek

Ontregeling 2000

In het begin schiep God hemel en aarde.
De aarde was nog ongeordend en leeg.
Over de wereldzeeen heerste duisternis en
Gods geest zweefde over de wateren.

De tijd gaat voorbij, gevoelens blijven achter
en zorgen zo dat ze je voor zijn.
Doe het licht aan mens, dan denk je beter.
Ja te woi, ik ben van jou.

Je weet: tijd te kort, maar tijd bestaat niet dus daar gaat ie,
Ik heb het uit de hel gehaald,
daarom schijnt het nu in de zon.
Ja te woi, ik ben van jou.

Ogen en oren is zeggen genoeg
als je de kunst van het zwijgen verstaat.
Het is hetzelfde gezicht alleen de gedachten zijn anders,
naar het schijnt.
Ik ben van jou zonder mij te kennen, ja te woi.

Ben je de draadontspanner kwijt?
Doe het met de hand.
En tegen de maanzieken op deze aarde zou ik willen zeggen:
Ja te woi, ik ben van jou.
De wereld wordt gesynthetiseerd, de mens is overbodig.
Hij kan spelen gaan, de Robot neemt het over.
Ja te woi.

De mens bevindt zich tussen eb en vloed,
waarvan hij niet weet of het eb of vloed wordt.
Dat bestemt de mens niet, maar de natuur van de mens.
Ik ben er en ik ben er niet,
ik ben daar, verlaten tussen jou en mij.
Ja te woi.

Koop een staatslot en leef een maand in hoop
en begin opnieuw.
Hoop gloort maar gaat zelden op.
De dood van de maan in het eerst kwariter, opnieuw geboren.
De koning verhuist van paleis naar tempel,
van tempel naar de hel, ja te woi.

Korte zinnen aan elkaar gemaakt tot een geheel.
Waar zijn foto’s anders voor dan herinneringen op te halen.
Wil je tijd begrijpen, dan moet je onderduiken in je geheugen.
Daar zie je tijd, ervaar je tijd, begrijp je tijd.
De toekomst heeft geen tijd.
Ja te woi.

De mens stort zich in de kuil met geld,
de duivel gooit het zand er over.
God maakt dat hij weg komt.
Word je dan toch nog overvallen door autonome gedachtenstromen,
dan is stress,tress,ess,ss een feit.
Verlies aan concentratie, je bent het zicht op heden kwijt.
Je wordt apatisch, ja te woi

Voorspel …. orgasme …. naspel.
Praten …. neuken … roken.
Zuipen …. trekken …. slapen.
Ja te woi.

Tijden van u zijn de overtroffen trap van paranoia.
Het is kweken van hysterie.
De mens beheerst de feiten niet, hij loopt er achteraan.
Hij wil wel praten, maar niet ingaan op de vraag.
Ja te woi.

Ik ben er doch ik ben er niet.
Ik ben daar, verloren tussen jou en mij.
Ga buiten je zelf staan, mens.
Bekijk je zelf van opzij, zie vreugde en verdriet.
Voel dat in, want jij bent jij.
En zo maak je dingen mee, waarvan je afstand nemen kan,
zonder gevoelens te kwetsen,
want op dat nummer woont niemand.

De paus bezoekt Auschwitz,
de doden applaudisseren.
En God sprak: Daar zij licht.
En er was licht en God zag dat het licht goed was.
Ja te woi.

S.M. van der Veldt

Aan een vriendin

Jij als krachtig veldboeket
kleurrijk met rustgevend groen
samengebonden
zo was het leven
toen we nog lachen konden
Dit druppelt na
als een onverbiddelijke doch
tijdloze klok
Geen bloemenwater:
tranen volgen later
als ik ben uithgehuild

Vulkaan

Gezapig sla je je ogen op de baai
die jij hebt doen ontstaan

Napels die je voeten kust
nimmer in slaap gesust

Als schepper en moordenaar
ben je bejubeld of verweten
dood werd vruchtbaar
maar nooit vergeten

Dikwijls heb je je vurige tong uitgestoken
giftige gassen ontloken
Alleen de lichamen die ze vonden
herinneren nog aan jouw zonden

Bart Jonker

Levensreis

Waar trage wolken kleuren in het licht
en goud en zilver hechten aan het wit
schijnt plots jouw liefde als een schicht,
die feilloos mijn gedachte splijt.

Jouw vlammend hart, verzengend vuur,
verbrandt de neerslag in mijn leven
en doet mij jou de rente geven
van wat je wekt in mijn natuur.

Ik reis met jou tot aan het eind.
’t Zal onze krachten zelfs verrijken
zodat wij aan de hemel prijken
en samen alles kunnen doen.

Ik blijf je trouw. Kom mee met mij.
We gaan de horizon voorbij.

Leven

Een vlinder zoekt honing, een nachtegaal zingt,
een roos staat voor liefde, een lelie is rein.
Jij houdt van het leven in ieder facet.
Ik hoorde je spreken, ik voelde je pijn.

Een vis heeft het water, een vogel de lucht,
Het rendier de aarde, de mens zelfs nog meer,
maar jij bent gevangen en kwaad op jezelf.
Och, straks gaat het beter, dat grillige weer.

Ach, strijden is moeilijk, vooral met jezelf.
Je moet wel verliezen, dus hou ermee op.
Pas dan zul je winnen, triomf van de geest.

Gevoelens, verwachting, verstikkend gewelf,
je bent nooit echt vrij op je weg naar de top,
maar soms kun je zeggen: ik ben er geweest.

Lex Visser

Ik heb het allemaal gehad
kaleidoscoop met kleuren,
gefilterd door de hersenpan.
zintuigenzeef die zamelde gedachten… en zeefde ze
tot stemmingen-grote delen van zovelen.
Stemmingen die projecteerden
de kleuren uit mijn kaleidoscoop
soms vriend’lijk blauw of
heel rood boos, uiterlijk hartelijk
(het masker van wellevendheid)
van binnen paars geraakt.
Rood woedend zijn, met roze zoen,
geel geremd of spontaan groen
met zwarte fouten, nooit meer doen.
Ik heb het allemaal gehad
mijn lichaam heeft dat ál gebundeld.
Een vat vol oude rijpe wijn
wat op den lange duur
gerijpt, verschraald te zuur
de aarde zal verlaten.
Dan wordt alles één geheel
méér dan een som der delen
en cherubijntje van omhoog
ziet dit papier vergélen

A.J.W. van Vessem-Dirkse

Kriebel krabbel kraaltje
snoer van ’t kapitaaltje
wéér twee kraaltjes korter
knelt nu om de nek
Vind je ’t gek?

Een parel van vriendschap
een parel van aandacht
een parel van liefde
en één van een traan
het snoer past zich aan.
Dun is mijn nek
vind je het gek?

Kriebel krabbel kraaltje
ergens ligt een paarltje
past er prachtig tussen
Snoer om mijn nek
heeft weer rek,
vind je ’t gek?

A.J.W. van Vessem- Dirkse

Verdronken vlinder

Bewogen heb je haast nog niet
omdat je werd afgedreven
zo klein, als de grootste garnaal
levenloos uitgeperst
doorgespoeld in de riolering

Herkansing

Nieuw leven in het kind van mij
wederom een tijd van wachten
nooit zal het meer hetzelfde zijn
die verwachting van de eerste keer
maar hoop doet in dit geval
heel zeker, wèl weer leven

Wisseling van de wacht

Hoelang is de lente nu voorbij
een eeuw, een jaar of minder
bijna is het herfstgetij
nog een verlate vlinder

De bomen eens zo mooi in bloei
de wilg al aan het knotten
overweldigende plantengroei
nu ligt het blad te rotten

Alles komt in winterrust
een kale kille tijd van wachten
tot alles weer wordt teruggekust
het blad, de bloesem karrevrachten

Tineke van Daele-Verhulst

Kraaienleed
(Haarlemmermeerpolder)

op het verwaaide land
loopt een boer van
plant tot plant
een emmer dragend
in iedere hand

kraaien nemen verstoord de wijk
fladderen naar de achterkant der dijk

daar wacht hen een andere,
een houten man
met een oude overall an

de storm waait woest
door zijn pijpen en mouwen

hij is de schrik van
kraaien en kauwen

Naardermeer

het riet kleurt nog niet
en oogt erg matjes

maar er tussen staan
de waterwilgen

zij bloeien en tooien zich
met een pracht aan katjes
bleek geel
lichtend in de zon
de mistige levensbron

Marijke A. Blijham

Vòòr Den Haag

de ochtend stond heeft
goud in de mond

rieten tanden omranden
de weide

de koe geeft lucht
aan een zucht

uit het zwarte wezen
wasemt het wit

Marijke A. Blijham

Slagroom en chocolade
op een bloemetjesjapon
Brandende liefde
in de ijssalon

Naar hartelust
heb ik jou gekust,
Onder de appelboom
in een droom

Maria Baauw

Teddybeer

in de holte van mijn arm lag je
zo klein was ik toen,
dat ik je gewicht kon voelen
en kracht moest zetten om je piep te horen
ik voelde me minder alleen
als je in de holte van mijn arm lag.

Als ik je van dichtbij bekijk
zie ik dat je ouder bent geworden.

Vergissing

De tijd ploegt haar voren
diep in zijn wangen,
het leven zaait zorgen
diep in zijn hart

Hij heeft veel verloren
zijn vrijheidsverlangen
hij dacht slechts aan morgen
diep is zijn smart

Het noodlot plant kiemen
diep in gedachten
de angst geeft hem raad
hij denkt slechts: uiteen

De pijn zal hem striemen
kan niets meer verwachten
het is reeds te laat
hij voelt slechts: alleen

Zo wil hij sterven
als een reddeloos schip
overspoeld door de golven
in de storm van zijn eigen

vergissing

Ruud Veldkamp

Hij en ik

Hij nam me bij de hand,
wij liepen samen door
de tuin van het leven.
Samen over kromme
en rechte paden, langs
hoge bomen en lage struiken.
Dieren vergezelden ons.
Hij wees mij op
bloemperken vol verlangen,
struiken waar jaloezie aanhing.
Samen gingen wij wegen
van wanhoop en teleurstelling.
Lanen vol vreugde,
vijvers met verdriet.
Zijn arm lag om mij heen,
terwijl een zon van liefde
alles overvloedig bescheen.

Tranen…

Kralen rijgen
aan een ketting
van verdriet.

Parels gevormd
binnen de oester
van de ziel.

Kostbaarheden in
het levenssnoer.

Nellie Mosselman

Rap

Al ligt de grens te ver
voor twee miljoen en meer
herhaal jouw taal jouw taal
tot internationaal

Geen vlucht zonder gevoel
met de stem die jij nog hebt
fluister schreeuw je doel
je bent niet uitgerept

Grensgetal

Loopt scheef en snel
over de schreef naar een hel
vertel je verhaal vertel

Er is geen grens ik wens
jouw woorden elke keer en leer
de klanken die jij verstuurt
zij slaan een hel weg tot mens

peter j. borgwat

Kanaal van woorden

Ik ben een kanaal
van woordeloze wanden
Als daar en hier
de woorden komen
stromen
wat let mij dan
om hier of daar te zijn?

Als tweezaam werk op één
verwisseld is
voor eenzaam werk
op twee-en -twintig,
wie is dan spijtoptant als
elke wand
van ieder pand
de stroom geleidt?

Er wacht nog werk
het puin dient eerst geruimd
De sluisdeur wijkt al
en met luid geraas
stroomt hersenletsel
binnen.
Door welke kier
in welke muur
zal straks de vloed
beginnen?

Mijn pijlen lijken
spijlen van een groot gevang
hoelang nog?
In de afstand tussen
mij en mijn pupillen
verdwaalt
het houden-van
tot taal.

Reptielenbloed

Ik voel mij aan de tand gevoeld
en zet mijn kiezen op elkaar.
Nog tastbaar is de plek van blauw
en rauw oud zeer,
niet pijnlijk meer.

Waar anderman slechts één woord noemde,
sprak hij veel.
Hij sloeg een boekdeel
open
van een boek
dat ik al ken

Als blauw weerspiegeld wordt door blauw
en bruin slechts bruin weerkaatst
het vurig rood slechts vurig lijkt
zachtgroen verlept tot groen
verbleek ik zelf
tot middelmaat.

Niet doen!

Al is er zoveel kleur,
een leven zonder inspiratie
is bestaan
zonder een bron.

Wie wenst zich nou
een evenknie
zo trouw
als een KAMELEON?

Marijke Arnoldus

Eiland

blauwe kwallen kleuren het strand
scheidslijn tussen land en lucht
vervaagt

ik hoor alleen de branding en het
sissende zoute schuim
puur geluid

licht zover het oog reikt
tot de vuurtoren
glashelder

de jassen van de jongens
stippen rood en geel
in de verte

en iedere dag weer
wint de zee het
van het land

ik huil niet
ik huil niet meer

La vall

Wij liepen door lome bossen waar
krekels in stoffige bomen
oorverdovend de stilte doorbraken.

Wij waren op weg naar de zee

De kinderen holden en sjouwden
met emmers en schepnetjes
en klaagden over stenen in sandalen.

Onze bovenarmen waren bruinverbrand

Wij sleepten onze hete voeten door
het helderste blauw van het water
langs zilveren vissen en doorschijnende krabben.

Wij raakten elkaar af en toe zachtjes aan.

Annemarie Oeverhaus

Heel even

De eenzaamheid was verdwenen,
Heel even was hij weg.
Ik voelde me gelukkig,
Met het belangrijkste wat ik wou.
Een arm om me heen,
Vooral een arm van troost,
Maar ook van vertrouwen,
En liefde heel misschien.

Ik had er niet één, maar vele,
En ik ging er niet tegenin.
Al die armen steunen mij,
Geven mij een beschermd gevoel.
Gewoon omdat ik zo zit,
En ik iedereen hier vertrouw.

Het klinkt vast raar,
Dat een arm zoveel kan betekenen.
Maar een arm om me heen geeft mij het gevoel,
Dat ik er niet alleen voor sta.
Dat er mensen van me houden,
Me beschermen en me steunen.
En dat maakt mij minder eenzaam,
In mijn wereld die niets dan eenzaamheid kent.

Leegte

Ik voel leegte van binnen,
Leegte in mijn hart.
Want ik ben iets kwijtgeraakt,
Dat ik gekoesterd heb.

Ik voel leegte van binnen,
Leegte in mijn lijf.
Want er is iets verdwenen,
Waarvan ik liefde heb gehad.

Ik voel leegte van binnen
Leegte overal.
Want ik ben iets verloren,
Dat mij vreugde gaf.

Marlijn Peeters

Hans Krol tijdens een poëzie-middag met voordrachten van amateurdichters in café Noëll aan de Binnenweg in Heemstede (foto Frans Zegwaart)

DE HAARLEMSE DICHTLIJN 2013

Vooromslag van uitgave De Haarlemse Dichtlijn 2013, editie Hemelvaartsdag 9 mei.

Peter van den Berg: Lam

Loes Bertholée

Fekke Bijlsma: Het lijkt wel herfst

Else Dudink: Blijheid, ondanks

Wim Groenhart: Gedachten over dingen

Sylvia Huurman: Weten dat onze vader, overziet en voorziet

Marten Janse: Zand moet stuiven

Jarl van Maltha:Transparant geluk

Peter Straus

Josje Zegwaart-Rooijers: Dat witte van sneeuw.

Hans Krol; door Fekke Bijlsma, in: Verborgen dichters in Heemstede, 2004

========DE HAARLEMSE DICHTLIJN========

Vooromslag van: De Haarlemse Dichtlijn 2014, Hemelvaartsdag 29 mei 2014 met bijdragen van o.a. : Peter van den Berg, Loes Bertholée, Fekke Bijlsma, Else Dudink, Wim Groenhart, Marten Janse, Jarl van Maltha en Peter Straus.

Vooromslag van: Verder is alles rustig. De Haarlemse Dichtlijn 2015, Hemelvaartsdag 14 mei 2015 met bijdragen van o.a. Peter van den Berg, Loes Betholée, Fekke Bijlsma, O.M.Delèfre, Else Dudink, Marten Janse, Jarl van Maltha en Peter Straus

Stampende stilte. De Haarlemse Dichtlijn 2016, Hemelvaart 8 mei 206 met bijdragen van o.a. Peter van den Berg, Fekke Bijlsma, Else Dudink, Sylvia Huurman, Marten Janse en Peter Straus.