Tags

, ,

Archiefschenking van enkele NSB-materialen HVHB

Deze zijn verstopt geweest op bovenverdieping, Bronsteeweg 9:

1)  zwarte blouse met NSB-embleem op rechtermouw

2)  3 foto-ansichtkaarten van  a) Adolf Hitler [Die historische Reichstagsitzung vom 1.9.39], b) Anton Mussert, c) Reichstaghalter Dr. Seiss-Inquart.

3) Officiële NSB-draagspeld

4) Enveloppe Feldpost gericht aan: Lien Degens, Hemstede [sic!], Holland, Postkantoor. Afzender: Ogefr. (1) Domachovski.  Blijkens SS-stempel: “Geöffnet” en na lezing dichtgeplakt.

-3A) 2 ten dele gelijkluidende brieven, gedateerd 17-8-1944 aan resp. “Liebe Tante Lien”  en “Liebe kleine Lieny” [= een kind]. Ondertekend met: Helmut. O.a. antwoord op een schrijven van 27.7. Gesproken wordt ook van een brief van “Mutti”. Verder van de vermissing van Werner en van de mooie dagen met Lien in Hillegom doorgebracht. Hij hoopt dat de tijd zal aanbreken dat hij weer in Holland kan doorbrengen en noemt als zijn compagnon Heinz Nollenwenk. De brief aan Lien eindigt met:  “Es grüsst dich Helmut. Sieg Heil Helmut!”

[=Helmut Domachowski] Plaats van herkomst (legering) is door de Duitse censuur keurig weggeknipt.

(1) Obergefreiter was een militaire rang binnen de Duitse Weermacht.

5) 8 portretfoto’s gezamenlijk ingelijst en daaromheen geschreven: “Alles voor het vaderland”. Bevat de volgende gedrukte tekst op de achterzijde geplakt: “In zijn oproep tot mobilisatie van de N.S.B. in ons blad van 8 Augustus gewaagde de Leider van het fiere devies: Alles voor het Vaderland. Wanneer één familie dit fiere advies in practijk heeft gebracht, dan is het de familie Kemp, Raadhuisstraat 236 te Alphen aan den Rijn. Hierboven in het midden zien wij Vader en Moeder, kameraard Kemp is vaandrig bij de W.A., kameraadske Kemp een harde werkster van de N.S.V.O. [= Nationaal-Socialistische Vrouwenorganisatie. H.K.]. Boven de drie zoons, die momenteel alle drie aan het Oostfront staan!  De middelste, Jan Kemp, is reeds in September 1940 naar de Standarte Westland vertrokken. Links zien we Piet Kemp, die oorspronkelijk voor de Waffen SS werd afgekeurd, maar zich bij iedere gelegenheid opnieuw liet keuren, tot hij bij de vierde keuring geluk had… Rechts tenslotte Arie Kemp, die ondanks zijn zeventien jaren geen grooter geluk kende, dan eveneens bij de Waffen SS dienst te nemen. Links onder zien we kameraad Fred. Derks, getrouwd met Nel Kemp, die haar man eveneens voor de Waffen SS afstond. Rechts tenslotte Janny Kemp, die sinds Mei haar plaats in den Vrijwilligen Arbeidsdienst heeft ingenomen en onlangs werd aangezocht voor kernleidster. Inderdaad, kameraden en kameraadskes Kemp: Alles voor het Vaderland!” [Uit: Volk en Vaderland?, zonder datum]

Tevens is op de achterzijde de volgende gedrukte overlijdensadvertentie geplakt: “Heden ontving de familie Kemp bericht van het sneuvelen op 1 Jan. 1942 van hun Zoon  Arie Kemp in den leeftijd van ruim 17 jaar. Hij gaf zijn jonge leven in den strijd tegen het Bolsjewisme. Namens Kring 60 en De Kringleider. Alphen a.d.Rijn  30 Lentemaand 1942.”

Toelichting:

A.G. Kemp [= vader Kemp] heeft zich met 41 andere boekhandelaren, inclusief 1 uit Heemstede (Raadhuisstraat 10), in ons land aangesloten bij de NSB. Zie: bijlage 1 van Deel 4: Schrijvers, uitgevers en hun collaboratie door Adriaan Venema. 1992. [Zie o.a. ‘Drie NSB’ers aangehouden te Bodegraven – Verdacht van medeplichtigheid in spionage. Na verhoor in vrijheid gesteld’, in: Nieuwe Tilburgsche Courant, 24-04-1940 + Leeuwarder Nieuwsblad; ‘Vijf minuten vòòr en over twaalf’, in: Het Vaderland, 25-4-1940].

Moeder Kemp = T.Kemp-Korver. Zij was in 1941 en 1942 wijkhoofd Winterhulp wijk 16 Alphen aan den Rijn.

Kemp’s Boekhandel was vanaf juni 1928 gevestigd op het adres Raadhuisstraat 236 in Alphen a.d.Rijn, aanvankelijk als Kemp’s Kunst- en Boekhandel aangeduid. Het overlijden van Arie Kemp werd ook gemeld in o.a.: Dagblad van Noord-Brabant, 7-4-1942.

Via Genlias e.d. gevonden genealogische gegevens over A.G.Kemp en zijn familie: Arie Gijsbert Kemp (geboren op 6 december 1891 in Rietveld, Z.H.), overleden in..?) was een zoon van Pieter Kemp (1865-1941) en Janny Nap (1861-1923). Hij trouwde op 26 februari 1915 te Vinkenveen en Waverveen met Trijntje Korver (1889-1948). Arie G. Kemp trad in Duitse krijgsdienst tijdens de Tweede Wereldoorlog en verloor hierdoor het Nederlanderschap. Na de oorlog kreeg hij zijn Nederlandse nationaliteit terug. Kinderen uit hun huwelijk:

– Piet J. Kemp

– Nel J.M.Kemp (1918-2005)

– Jan P.Kemp, (1 januari 1942 gesneuveld aan het Oostfront, vermoedelijk in het Russische Maloarchangelsk?)

– Arie Gijsbert Kemp (1924 geboren; in Duitse dienst omgekomen 1 januari 1942 in Maloarchangelsk)  (1)

– Janny A.Kemp.

Na zijn dood is de volgende rouwadvertentie opgesteld: “Heden bereikte ons de ontroerende tijding dat op 1 Jan. 1942 bezweek in den strijd voor Christendom en beschaving onze jongste Zoon en Broeder SS-man

ARIE GIJSBERT KEMP

Geb, 2 maart 1924

Hij viel voor zijn Volk, Leider en Führer

Zijn graf bevindt zich op het “Ehrenfriedhof” te Maloarchangelsk

 A.G.Kemp, Komp. W.A.

T.Kemp-Korver

Piet J.Kemp, SS-soldat

Nel J.M.Kemp-Derks

B.Fred.W.Derks, (2) SS-Schütze  (3)

Jan P.Kemp, SS-Sturmmann  (3)

Janny A.Kemp

Cees Jan de Jeu (4)

Alphen aan den Rijn

30 Maart ‘42” 

ddd_011128902_mpeg21_p008_image

Uit: Het Nationale Dagblad, 4 april 1942 

(1) Een plaatsje ongeveer 80 kilometer ten zuiden van Orjol. In W.O.II werd de gemeente op 11 november 1941 door de Duitse Wehrmacht bezet. In deze omgeving hadden hevige gevechten plaats. Op 23 februari 1943 heroverd door troepen van het Brjansker Front van het Rode Leger.

(2)  Echtgenoot van Nel J.M.Kemp

(3)  SS-Schütze betrof de rang van soldaat; SS Sturmmann: soldaat eerste klas.

(4)  Echtgenoot van Janny A.Kemp

NSB-parafernalia

NSB-parafernalia

Affiche van Winterhulp, bloemencollecte 20-21 maart 1942

Affiche van Winterhulp, bloemencollecte 20-21 maart 1942

Scan1638

Metalen NSB-klompje met opschrift ‘Holland 1944-1945’

Scan1566

Fotokaart (Hoffmann München) van Adolf Hitler die Anton Mussert ontvangt.

=================================================================

DE LIQUIDATIE VAN NSB’er PIETER FABER IN HEEMSTEDE

De Haarlemse banketbakker Pieter Faber was vanaf het begin een fel NSB-lid die als informant samenwerkte met de Duitse bezetters.

faberadvertentie

Advertentie die P.Faber in kranten publiceerde, o.a. in Het Nationale Dagblad van 22 juli 1940. Het gebak met NSB-embleem werd verzonden door heel Nederland.

ea1abf73-fe66-0738-37f2-8d97bce28d08

Oproep van P.Faber, uit het Haarlem’s Dagblad van 11 maart 1942

Eind 1941 heeft hij als woonadres een huis aan de Tooropkade aangenomen, waar hij 8 juni 1944 door de verzetsstrijders Hannie Schaft en Jan Bonekamp is doodgeschoten. Beschreven door o.a. Ton Kors in het boek ‘Hannie Schaft; het levensverhaal van een vrouw in verzet tegen de nazi’s (Amsterdam, Van Gennep, 1976. Citaat ‘(…) Er komt die dagen een grote invasie met ongelooflijk veel troepen en materieel op de kust van Normandië, 6 juni 1944 een historische dag. Er is vreugde en iedereen denkt dat de oorlog wel snel voorbij kan zijn, want de eerste berichten die de BBC en Radio Oranje uitzenden spreken weliswaar over grote verliezen, maar ook over snelle vorderingen in dat verre Frankrijk. Er komt geen order om sabotage te plegen of andere acties te ondernemen. Daarom gaan Jan Bonekamp en Hannie Schaft  door met het werk, waar ze de laatste dagen intensief mee bezig zijn geweest. Ze hebben het voorzien op de banketbakker Piet Faber, het hoofd van de beruchte Haarlemse familie. Twee zoons van hem doen dienst als SS-ers  en staan bekend om hun verraderspraktijken. De man zelf heeft ook het een en ander op zijn geweten. Jan Bonekamp opereert vanuit de woning van poelier Cor Koelman in de Kleine Houtstraat. Daar komt ook Hannie. In het bijzijn van het echtpaar wordt nooit over verzetswerk gesproken. Ze weten dat de oude Faber zo bang voor het verzet is dat hij niet meer op de Wagenweg durft te slapen. Daarom heeft hij een huis gehuurd aan de Jan Tooropkade in Heemstede, waar hij na zijn werk heenfietst. Op de 8ste juni wachten ze hem daar op. Er is een getuige, de tienjarige Lex Leffelaar, die daar ook op de kade woont. “Ik was daar gras aan het snijden, toen een jongen en een meisje, gearmd op de fiets, voorbij kwamen. Opeens en knal. Ik schrok ontzettend en voordat ik besefte wat er gebeurde, zag ik die mijnheer Faber van zijn fiets vallen”.  Zijn vader: “We hebben Lex onmiddellijk in huis gehaald. De Duitsers waren er snel bij en gingen onmiddellijk de buurt af voor getuigenverklaringen. Ik weet nog goed  dat na de aanslag een mevrouw, die joodse onderduikers in huis had, een oranje kussentje onder Faber z’n  hoofd schoof. Het tragi-komische was dat die onderduikers dat kussentje hadden gemaakt en dat die NSB-er het mocht gebruiken.” Het slachtoffer wordt naar de Mariastichting gebracht en sterft enkele dagen later. De Haarlemsche Courant schrijft een fel hoofdartikel over de aanslag onder de kop “Verwildering’. (…) Na de aanslag is Jan Bonekamp onmiddellijk doorgereden naar de Zaan om contact te maken met de Raad van Verzet aldaar.(…)’.  

faber2

Overlijdensadvertentie van dood Pieter Faber uit het Algemeen Handelsblad van 16 juni 1944

In het dagrapport van de politie Heemstede is op 16 juni 1944 geschreven dat Pieter Faber twee dagen daarvoor aan zijn verwondingen is overleden. Voorts dat hij een gemeente- begrafenis en graf krijgt. De politie moet in tenue met witte handschoenen acte de présence geven.

De heer V.C. Klep tekent daarbij aan: ‘De moordaanslag werd uitgevoerd door twee personen op de fiets, een man en een vrouw. Faber werd getroffen door twee kogels van verschillend kaliber, zodat zeker is dat beide verzetsmensen op hem hadden geschoten. Op 14 juni 1944 is Faber in het rk. Ziekenhuis ‘Maria Stichting’ in Haarlem aan zijn verwondingen overleden. Hij is met “gemeente eer” begraven, waarbij tal van NSB-organisaties en vertegenwoordigers aanwezig waren. Leden van de Gemeentepolitie dienden aanwezig te zijn. Het NSB-gemeentebestuur heeft ook de kosten voor het grafmonument betaald. Na de oorlog werd daarvoor de rekening aan de weduwe gepresenteerd en heeft de familie de kosten terugbetaald. Op de dag van de moordaanslag is door de gemeentepolitie Heemstede een man aangehouden, welke nog dezelfde avond door rechercheur Te Marvelde in het ziekenhuis met Faber is geconfronteerd. Faber herkende hem niet en de man is vrijgelaten. Na de bevrijding is bekend geworden dat de vrouw die bij de aanslag was betrokken. de verzetsstrijdster Hannie (Jannetje Johanna)  Schaft (geboren 16-09-1920), gefusilleerd op 17 april 1945) uit Haarlem is geweest. De reden van de aanslag is niet bekend. Niet onvermeld mag blijven het feit, dat NSB’er Faber is betrapt op het overbrengen van kolen van zijn banketbakkerij aan de Wagenweg 82 te Haarlem naar zijn woning in Heemstede aan de Tooropkade 8′. 

faber4

Bericht van de begrafenis Pieter Faber in Haarlem’s Dagblad  van 19 juni 1944.

Op last van de NSB-burgemeester is Faber op de algemene begraafplaats in Heemstede kosteloos ter aarde besteld. Later zijn nog twee personen bijgezet. Al in 1981 zijn de ornamenten verwijderd; nadien is het graf geruimd.

 

faber1

Op verzoek van de familie en burgemeester Van Riesen is een grafmonument voor Faber vervaardigd door de firma Swaalf. Nadien zijn nog 2 personen in het graf bijgezet, P.J.Faber (26-7-1949) en mw. J.H.Faber (3-11-1953).  In 1981 zijn de ornamenten van het graf verwijderd.

Onder de kop ‘Verwildering’ is de aanslag op Faber aan de Tooropkade op ethische gronden getoetst en breed uitgemeten in het Haarlem’s Dagblad

faber5

Commentaar ‘Verwildering’ in Haarlem’s Dagblad van 14 juni 1944

Faber.jpg

Tentoonstelling Hannie Schaft in Frans Hals Museum april 2017

faber6

Enkele jaren geleden publiceerde Cees van Hoore een artikel over de vondst van rouwlint grafkrans Piet Faber door een buurjongen uit de Tooropkade

faber7

Vervolg met afbeelding van fietsvlaggetje en het rouwlint van de grafkrans van Piet Faber

 

faber2

De Haarlemse banketbakkerij Faber is nog voortgezet aan de Nassaukade te Amsterdam.

Jan Bonekamp (geboren in 1914 te Velsen) is op 21 juni 1944 door een politieman neergeschoten na een aanslag van Bonekamp in Zaandam op die Nederlandse agent. Overgebracht naar Amsterdam is Jan Bonekamp nog dezelfde dag overleden. Zijn compagnon in het verzet Hannie Schaft is 21 maart 1945 bij de ‘Mauer’ aan de Jan Gijzenkade te Haarlem gecontroleerd en gearresteerd. ’s Avonds laat volgde opsluiting in cel 1/18 van de Koepelgevangenis in Haarlem. De daar aanwezige Duitser Emil Rühl vernam toen dat er vrouw was aangehouden en bood haar aan mee te nemen naar Amsterdam.  Men kwam er achter het gezochte ‘meisje met het rode haar‘[dat zij intussen zwart had geverfd] in handen te hebben. Aussenstsellenführer van de Sicherheitsdienst voor Noord-Holland en Utrecht Willy Lages gaf het bevel tot liquidatie, (naar zijn zeggen in opdracht van zijn formele superieur Obersturmbannführer- Oberregierungsrat Hans Kolitz in ‘s-Gravenhage, die dat na de bevrijding ten stelligste heeft ontkend).  (1). Hannie Schaft wordt op 17 april 1945 vanuit het huis van bewaring aan de Amstelveenseweg meegenomen naar de executieplaats in de Kennemerduinen. Als schutters waren daarbij Mattheus Schmitz en  de Nederlandse SS’er Maarten Kuiper aanwezig. Schmitz die schoot bleek een verkeerd patroon in zijn geweer te hebben, wat leidde tot een schampschot (2), maar het schot van Kuiper was dodelijk, aldus is vermeld in het opgemaakte autopsierapport. November 1945 is Hannie Schaft herbegraven op de Erebegraafplaats in Overveen, gemeente Bloemendaal, in vak 22, als enige vrouw naast 371 mannen.

(1) Willy Lages verklaarde het volgende: ‘Korte tijd voordat Hannie Schaft door de Feldgendarmerie te Haarlem was gearresteerd, ontving ik van de bevelhebber te Den Haag Obersturmbannführer Kolitz de opdracht ten spoedigste aan Den Haag op te geven 5 vrouwelijke arrestanten, die in het bijzonder ter zake het onbevoegde voorhanden hebben van en wapen ingesloten waren voor de Aussendienststelle Amsterdam. Deze vrouwen moesten wegens meerdere onopgehelderde moorden in Haarlem en omgeving naar Duitsland worden overgebracht. Tegelijkertijd werd mij medegedeeld, dat de fusillering bekend gemaakt zou worden in Nederland middels aanplakbiljetten, op welke de namen bekend gemaakt zouden worden. Deze opdracht kon ik niet uitvoeren, omdat zulke vrouwelijke arrestanten te Amsterdam niet ingesloten waren. Naar aanleiding hiervan ontving ik van Kolitz het bevel 5 andere Nederlandse vrouwen aan te wijzen, die ingesloten waren wegens zware politieke misdrijven, zoals koerierswerkzaamheden e.d.’. Intussen was Hannie Schaft gearresteerd en gaf hij haar daden toe. 19 februari 1946 verklaarde Lages: ‘Uitsluitend aan de omstandigheid, dat Hannie Schaft als daderes in de zaak Langendijk in aanmerking kwam, is het te danken dat 5 Nederlandse vrouwen niet terechtgesteld zijn’. Hans Kolitz, Oberegierungsrat in Den Haag, hield in zijn verklaringen vol dat hij de opdracht nooit had gegeven, omdat het niet gebruikelijk was vrouwen te executeren. Het werd een nietes-welles spelletje tussen Lages en Kolitz, waar niemand uit kwam. Geen van beide Duitsers voelt er maar iets voor de verantwoording van de terechtstelling op zich te nemen. Verder schrijft Ton Kors in zijn boek ‘Hannie Schaft; het levensverhaal van een vrouw in verzet'(1976): ‘Tijdens het proces-Lages handhaafden de verschillende Duitse oorlogsmisdadigers hun verklaringen en kwamen er geen andere gezichtspunten.  Naar aanleiding van een verklaring van Joseph Schreieder verklaarde Hans Kolitz in een proces-verbaal van 14 januari 1949:  ‘Ik blijf bij mijn verklaring, welke ik U over deze zaak reeds heb afgelegd en ontken ten stelligste dat ik Lages over die zaak telefonisch heb sprak. Ik herinner mij bovendien niet, dat Schreieder bij een zodanig gesprek bij mij getuige was en dat ik na afloop van het gesprek met Lages tegen Schreieder voormelde uitdrukking zou hebben gebezigd. Ik begrijp deze aangelegenheid ten volle en waar het hier om gaat. Het zou voor mij eenvoudiger zijn om te verklaren dat ik de fusilleringsopdracht van het Reichssicherhauptambt te Berlijn had ontvangen en dat ik een zodanige opdracht zonder meer aan Lages had doorgegeven. Dit is echter ten aanzien van mijn persoon in deze zaak niet het geval geweest.’

Lages

Willy Lages tijdens een verhoor voor de het bijzonder gerechtshof (Nationaal Archief/Spaarnestadcollectie). SS-Sturmbannfüher Joseph Schreieder heeft tijdens zijn verhoren nog geprobeerd zijn ‘vriend’ Willy Lages zoveel mogelijk uit de wind te houden, tevergeefs. Kolitz kreeg 5 jaar gevangenisstraf en Lages  is 20 september 1949 ter dood veroordeeld. Bij Koninklijk Besluit van 23-9-192 omgezet in een levenslange gevangenisstraf. Hij behoorde tot de zogeheten “vier van Breda” met Kotälla, Aus der Fünten en Fischer. Vanwege een ernstige ziekte is hij in 1966 naar een Duits ziekenhuis overgebracht. Na herstel kon Lages als Duits staatsburger niet meer uitgeleverd worden naar Nederland. Hij overleed uiteindelijk in 1971 aan een hersentumor.

ddd_010898482_mpeg21_p002_image

Bericht uit Het Dagblad van 21-7-1949

KBNRC01_000087883_mpeg21_p002_image

Bij de hoogste strafeis voor Lages: de doodstraf [ later omgezet in levenslang] heeft mede het bevel tot moord op Hannie Schaft meegespeeld (Algemeen Handelsblad, 20-7-1949)

Duidelijk is achteraf SD-er Emil Rühl geweest, destijds ondergeschikte van Lages: ‘Voor ons was ze een Mörderin, een terroriste, die onze mensen doodschoot: iemand die jacht op ons maakte en wij maakten jacht op haar. In de Euterpestraat zat een speciaal bureau zat een speciaal bureau dat zich alleen maar bezighield met de bestrijding van communisme en zij was een van de verzetsmensen die we al zo lang zochten. ze was gevaarlijk voor ons. Voor haar gold aan het eind van de oorlog: Keine Gerechtigkeit. aber Vergeltung en daarom is ze terechtgesteld’ (Duisburg, 1975; Ton Kors, in: het Haarlems Dagblad van 3 mei 1975). 

Ruhl

Emil Rühl, links, samen met collega SD’er Viebahn in de beklaagdenbank voor het Bijzonder Gerechtshof in Amsterdam. De vrijheidsstraffen waren relatief laag, zoals dat ook gold voor superieuren als Schreieder en Kolitz.

(2)De veelal aan Hannie Schaft toegeschreven uitdrukking richting Schmitz ‘Ik schiet beter’ is niet door haar uitgesproken. Het betreft hier een dichterlijke vrijheid van de communistische romanschrijver Theun de Vries in zijn destijds populaire boek ‘Het meisje met het rode haar’.

graf.jpeg

graf van Jannetje Johanna (Hannie) Schaft op de Erebegraafplaats in Overveen

bonekamp

Al direct na de bevrijding is een monumentje in Zaandam voor Jan Bonekamp onthuld (De Typhoon, 12 mei 1945)

memorial

Memorial voor Hannie Schaft en Jan Bonekamp in Zaandam

Schaft

Na de Bevrijding is in Nederland een strijd ontstaan over de vraag of Hannie Schaft wel of niet een communiste was, aangewakkerd in de periode van de Koude Oorlog. Door de CPN werd Hannie Schaft als een voorbeeld gesteld voor de communistische jeugd, symbool van kracht en elan. In 1952 kwam het bij een herdenking bijna tot geweld. Een stoet van duizenden sympathisanten werd op de Zeewog op weg naar de Erebegraafplaats tegengehouden door een politiecordon versterkt met pantserwagens en tanks. Het is ook de reden geweest dat een monument voor haar zo lang op zich heeft laten wachten. In 1961 werd haar gedenksteen weggehaald (later teruggevonden in de struiken) en is een nieuwe steen geplaatst. Op de foto uit de Heemsteedse Courant van 13 augustus 1971 zien we de herplaatsing van een nieuwe gedenkplaat.

Hannie

Monument in herinnering aan Hannie Schaft (en het verzet tijdens WO II in het algemeen) in het Kenaupark te Haarlem, vervaardigd door Truus Menger-Oversteegen.

Schaft.jpg

Uit de middelbare schooltijd (1937) van de Haarlemmer G.Endlich (achter het tweede meisje links vooraan, met het hoofd naar rechts). Een paar jaar later zou hij in het verzetswerk komen, evenals een (oud-)klasgenote die nationaal bekend werd: Hannie Schaft (onderste rij vooraan rechts).  (Haarlems Dagblad van 3 september 1994) 

Piet(er) Faber was de vader van twee NSB’rs/SD’rs  die bij de politie in Haarlem werkten. Alledrie waren fanatieke bestrijders van het Nederlandse verzet ten dienste van de Duitse bezetters (Sicherheitsdienst). De oudste Pieter Johan Faber (1920-1948) is na de bevrijding gearresteerd en voor zijn wandaden op 10 juli 1948 in Groningen door een vuurpeleton geëexecuteerd. Diens broer Klaas Carel Faber (geboren 20 januari 1922), was lid van de Waffen-SS en het Sonderkommando Feldmeijer die moorden op onschuldige Nederlanders in het kader van de “Aktion Silbertanne”. Ook hij is na de oorlog aangehouden. Zijn doodstraf werd omgezet in een levenslange gevangenisstraf  Hij wist met zes andere veroordeelden op 26 december 1952 uit de gevangenis te vluchten via grensovergang Ubbergen naar Kleef, waar zij hulp kregen Klaas Carel vestigde zich uiteindelijk  in Ingolstadt, Zuid-Duitsland gevestigd. Hij stond jarenlang bovenaan de lijst van de meest gezochte oorlogsmisdadigers van het Simon Wiesenthalcentrum, maar vanwege zijn aangenomen Duitse nationaliteit is het niet mogelijk geweest hem aan Nederland uit te leveren. Aldaar is hij op 24 mei 2012 overleden. Zie o.a. G.E.Hartendorf. Politieverzet in Haarlem tijdens de Tweede Wereldoorlog. Haarlem, 1995, p. 211.

Uit: Jack Kooistra en Albert Oosthoek: Recht op wraak; liquidaties in Nederland 1940-1945. 2009. ‘FABER, PIETER – Frankeker 3 september 1888 – 14 juni 1944 Haarlem. Woonde te Heemstede, Tooropkade 8. Zoon van Klaas Faber en Klaaske Vellinga. Gehuwd met Carolina Josephine Henriëtte Bakker. Was bakker van beroep. Lid van de NSB. Faber stond bij de ondergrondse beweging bekend als een verrader. Zijn twee zoons Klaas Carel en Pieter behoorden tot de Waffen SS en zijn na afloop van de Tweede Wereldroorlog bestempeld als oorlogsmisdadigers. Pieter is ter dood veroordeeld en op 10 juli 1948 geëxecuteerd. Klaas wist tijdens zijn detentie te ontvluchten en verdween naar Duitsland. Vanwege zijn verraderspraktijk is Faber senior op 8 juni 1944 op de Tooropkade van zijn fiets geschoten door de verzetsstrijders Hannie Schaft en Johannes (Jan)  Bonnekamp. Zwaargewond werd hij overgebracht naar de Maria Stichting in Haarlem, waar hij bijna een week later stierf. Over deze aanslag verscheen in de Haarlemsche Courant een hoofdartikel onder de kop ‘Verwildering’ (…) Faber is in Heemstede begraven. In 1981 is de grafsteen verwijderd, omdat er geen nabestaanden meer konden worden gevonden voor het onderhoud. Het graf is echter afgekocht en zal derhalve blijven bestaan. In het graf is ook zijn zoon Pieter Johan begraven. Gelet op een advertentie in het Nationale Dagblad d.d. 22 juli 1940 heeft Faber ook gewoond op het adres Wagenweg 82 Haarlem: P.Faber & Zn. Telefoon 12702. Banketbakker. Zaak met 25-jarige reputatie. Specialiteit: embleemtaarten.’ Begraven te Heemstede (17 juni 1944), algemene begraafplaats, vak N.nr.108′. 

 

bonekamp

Links Hannie Schaft en rechts Jan Bonekamp. Beide verzetsstrijders verantwoordelijk voor de dood van P.Faber. Jan Bonekamp bovendien voor o.a. de dood van S.J.de Graaf, W.Ritman, G.J.Roozendaal en J.van Zoelen. Hij is op 21 juni 1944 neergeschoten door politieman Ragut in Zaandam, na een succesvolle aanslag op diens leven. Bonekamp pverleed dezelfde dag in Amsterdam. Hij heeft onder meer met Hannie Schaft verzetsdagen gepleegd en haar leren schieten. (foto J.v.d.Linden)

Schaft4.jpg

DE 11 pesonen in de verzetsgroep rondom Hannie Schfaft, van wie er vier zijn gefusilleerd: Jan Bonekamp, Henk de Ronde, Cor Rusman en Hannie Schaft. Uit: Truus Menger: Toen niet nu niet nooit,  Den Haag, Leopold, 1982Een bijschrift invoeren

schaft5.jpg

Vier hoofdpersonen binnen de verzetsgroep: Jan Bonekamp, Truus Oversteegen, haar zus Freddie Oversteegen en Hannie Schaft (Uit boek van Truus Menger)

 

faber3

Betoging tegen Haarlemse SS’er Faber in Ingolstadt (Haarlems Dagblad)

 

faber10

Journalist Arnold Karskens publiceerde in 2012 het boek’Het beestmensch; de jacht op nedernazi Klaas Carel Faber’.

============

laatste.jpg

De laatste twee foto’s van Hannie Schaft  die kort voor haar executie zijn gemaakt.

 

Hernieuwde belangstelling voor Hannie Schaft in april/mei 2017 Een boek over de verzetsheldin van historicus Peter Hammann, een tentoonstelling in het Historisch Museum Haarlem en een pleidooi van L.J.Wiener om de cel waarin zij opgesloten zat in de Koepel van Haarlem als gedenkplaats te behouden 

schaft1

Haarlems Dagblad 19 april 2017

schaft2

Haarlems Dagblad, 21 april 2017

schaft3

Haarlems Dagblad van 25 april 2017

Schaft6.jpg

Haarlems Dagblad, 2 mei 2017