Graafwerk op Hageveld, circa 2004 (foto: mevrouw Lamers-Oudt)

Landgoed Hageveld bij Heemstede kent een lange en bewogen geschiedenis. Die begon na de laatste ijstijd, toen ter plaatse een strandwal ontstond. Dit gebied raakte nog in de steentijd bewoond. De eerste geschreven informatie maakt melding van hofstede Willigenhorn, een huis met boerderij en l;anderijen. In de 15e eeuw wordt er een bernardietenklooster, Porta Coeli ofwel de Hemelpoort gesticht. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog wordt het geplunderd en moet het zijn deuren sluiten. Het voormalig klooster komt in handen van welgestelde personen en ’t Clooster wordt een luxe buitenplaats waar veelal Amsterdamse families de zomers doorbrengen.

Buitenplaats ’t Klooster naar een aquarel van H.Numan uit 1794

Het oude herenhuis is afgebroken en in 1923 vestigt zich hier kleinseminarie Hageveld van het bisdom Haarlem; een architectonisch meesterwerk van Jan Stuyt. Tijdens de Tweede Wereldoorlog nemen de Duitsers hier hun intrek. Tegenwoordig wordt het voorhuis bewoond door particuliere eigenaren en is in het achterhuis een zelfstandig atheneum gevestigd. De auteur Frits Hazenberg heeft veel studie gemaakt van archeologie en archieven en de rijke geschiedenis van Hageveld in een prachtig boekwerk in groot formaat samengevat. Het met meer dan 500 illustraties verluchte ingebonden boek telt 224 pagina’s en kost 39.50 Euro.  ISBN 978 90 817146 17.

Voorzijde van het boek

Voor praktische informatie over: landgoed Hageveld Heemstede; 5000 jaar bewoningsgeschiedenis, zie:  www.historischhageveld.nl

Hageveld in volgelvlucht

Achterzijde van Hageveld

Achterzijde van Hageveld

In 2010 gaf de gemeente Heemstede een NATUURKAART uit: de mooiste plekjes om te wandelen en te fietsen. Ten aanzien van Hageveld wordt daarin vermeld: “Landgoed Hageveld omvat een gebied van ruim 14 hectare, aan de zuidoostkust van Heemstede. Het markante hoofdgebouw dateert uit 1922 en heeft dienst gedaan als kleinseminarie en onderwijsinstelling. De ruimten van het seminarie zijn nu verbouwd tot appartementen. Het overige deel is nog steeds een school. In het gebied rond Hageveld is in de loop der jaren een prachtig stuk natuur ontstaan waar nog veel te ontdekken valt. Het landgoed ligt op één van de meest oostelijk gelegen strandwallen van Zuid-Kennemerland. Het kenmerkt zich door bebost duin, overgaand in de veenweiden langs het Spaarne. Dit halfnatuurlijke landschap is door eeuwenlang menselijk gebruik ontstaan. Hageveld maakt deel uit van de ecolologische hoofdstructuur van Nederland, een netwerk van grote en kleine natuurgebieden. Het vormt een rustpunt voor met name vogels en vleermuizen. In de weilanden broeden weidevogels, zoals kievit, tureluur en scholekster. De poeltjes en sloten zijn het leefgebied van de rugstreeppad en paling. In het gebied ziet u mogelijk in de avonduren verschillende soorten vleermuizen. Hun kolonies leven in holle bomen op het landgoed. In het bos bloeien in het voorjaar vogelmelk, helmbloem, maagdenpalm en dagkoekoeksbloem.”

BEKNOPTE HISTORIE VAN HAGEVELD-HEEMSTEDE; van bisschoppelijk seminarie naar school en appartementencomplex

OORSPRONG

Het seminarie Hageveld werd in 1817 gesticht op de plaats van een buitenplaats te Velsen Driehuis. Vandaar werd het vanwege een groeiend aantal leerlingen na dertig jaar overgeplaatst naar Voorhout in Zuid-Holland. Om dezelfde reden heeft in 1923 ‘het derde Hageveld’ een nieuw monumentaal gebouw aan de rand van Heemstede betrokken. Het kleinseminarie Hageveld van het bisdom Haarlem bereidde priesterstudenten voor tot de hogere Filosofische en Theologische studies op het grootseminarie te Warmond. Op de plaats van het huidige Hageveldgebouw stond in de late middeleeuwen het Bernardieten- ofwel Cisterciënzerklooster ‘Porta Coeli’ (de Hemelpoort), opgericht na 1455, op de locatie van een eenvoudig landgoed dat ‘Willigenhoorn’ heette. Een relict uit deze tijd zijn de nog altijd zo geheten ‘monnikenvaarten’. Na sluiting omstreeks 1580 is op deze plaats een buitenplaats gebouwd, waar voornamelijk katholieke patriciërs uit Amsterdam in de zomermaanden verbleven. Het grote herenhuis ’t Clooster genaamd is omstreeks 1873 afgebroken toen een nieuwe, witgepleisterde en nog bestaande villa is gebouwd als huisvesting voor de familie van burgemeester J.Ph. Dolleman, burgemeester van Heemstede.

Bericht over toekomstige verkoop van landgoed 't Clooster, uit: Zondagsblad Nieuwe Haarlemsche Courant van 20 mei 1911.

Bericht over toekomstige verkoop van landgoed ’t Klooster, uit: Zondagsblad Nieuwe Haarlemsche Courant van 20 mei 1911. Het bijschrift luidde: ‘Het bekende royale landgoed ‘Het Klooster’ nabij Heemstede, laatstelijk bewoond door de heer Aberson, werd dezer dagen onder den hamer gebracht. Waarschijnlijk zal het goed voor bouwterrein worden bestemd: een van de vele mooie landgoederen in de omtrek van Haarlem verdwijnt dan daarmede’.

Het landgoed ter grootte van ongeveer 72 hectare is in 1920 voor ƒ 450.000,-  door het bisdom van Haarlem aangekocht van de familie Aberson. Hageveld als kweekschool voor toekomstige priesters is tot stand gekomen onder architectuur van de bekende katholieke architect Jan Stuyt. De bouw werd opgedragen aan aannemer C.Jonckbloedt. De totale kosten bedroegen, exclusief de kapel, ongeveer ƒ 2.200.000,-. In 1921 is gestart met de voorbereidingen en 2 jaar later kwamen de eerste leerlingen binnen, 318 in getal. De kapel met daarboven een fraaie koepel is voor ruim drie ton bijgebouwd en kwam in 1925 gereed. Deze kapel, gewijd aan de heilige Jozef – thans een als aula en mediatheek gebruikte ruimte – bood ruimte aan 600 personen, die allemaal een onbelemmerd gezicht hadden op het hoofdaltaar. In koepel en priesterkoor van de kapel zijn muurschilderingen aangebracht van beeldend kunstenaar professor Huib Luns. Voor de zusters van Alverna die als personeel werkzaam waren is een aparte kapel ingericht.  Voorts werd in 1930 de gymzaal gebouwd.

Architect Jan Stuyt van Hageveld (maar ook in 1906 mede van het raadhuis in Heemstede) op een foto in zijn werkkamer, gepubliceerd in de Katholieke Illustratie van 14 juni 1919.

De rooms-katholieke architect Jan Stuyt van Hageveld (maar ook in 1906 mede van het raadhuis in Heemstede) onder het wakend oog van een Mariabeeld met kind op een foto in zijn werkkamer, gepubliceerd in de Katholieke Illustratie van 14 juni 1919.

Portret van architect Jan Stuyt, getekend door Huib Luns

Portret van architect Jan Stuyt, getekend door Huib Luns

GEBOUW

De gevels van Hageveld zijn uitgevoerd van gebakken en gehouwen steen, de daken met leien bedekt. De voorgevel is o.a. versierd met het wapen van bouwbisschop Callier van Haarlem. Het enorme gebouw, met grote kelders en zolders, bevat alleen al zeven kilometer dakgoten. De grootste breedte van het gebouw is 152 meter en de grootste diepte 136 meter. De plattegrond was even monumentaal als praktisch opgezet. Gelijkstraats bevindt zich een gewelfd voorhuis, dat zich voortzet in een overwelfde gang, die naar de kapel op de achterste  binnenplaats (cour)  leidt. Aan weerszijden van het voorhuis zijn eretrappen aanwezig, die naar het – vroegere – (logeer)vertrekt van de bisschop aan de voorzijde en kamers van de professoren leidden. Rechts van het voorhuis leidde een gang naar de eetzaal (het refter) en de recreatiezaal van de professoren etc. Aan de achterzijde van het gebouw, ter weerszijde van de kapel lagen twee grote vleugels bestemd voor de leerlingen. Elke vleugel bevatte beneden de klaslokalen, de studie-  en recreatiezalen en op de verdieping de slaapzalen, die langs de monumentale trappen bereikt werden. Aan het einde van deze vleugels was de toegang voor twee, van elkaar gescheiden speelplaatsen, voor de jongeren (‘kleinen’)  en ouderen (‘groten’).  Vanaf de brug stenen brug komende was de seminariebibliotheek in de rechtervleugel gehuisvest.

RECENTE ONTWIKKELINGEN

Na een onderbreking en Duitse bezetting in de oorlogsjaren kom men in het schooljaar 1945/1946 van start gaan met zo’n 400 leerlingen. Na 1960 met 460 studerenden liep het aantal leerlingen drastisch terug. Nadat een jaar eerder Hageveld was opengesteld voor externen, voor biet-seminaristen, is in 1967 het Bisschoppelijk College in het leven geroepen. Drie jaar later zijn bovendien meisjes toegelaten. In 1980/1981 met nog maar 10 internen kwam met de opheffing van het internaat een definitief einde aan het tijdperk als priesterseminarie. De school, een atheneum breidde zich daarentegen verder uit met nog voor het jaar 2000 voor het eerst meer dan 1.000 scholieren. In de (voor)gebouwen waren verder de zusters Franciscanessen, met een eigen kapel, en priesters met emeritaat woonachtig. Gedeelten zijn ook tijdelijk verhuurd aan instellingen en bedrijven. Op 4 juli 2001 is het bestuur van College Hageveld eigenaar geworden van het schoolgedeelte om zelfstandig verder te gaan als atheneum. In dat jaar is het voorhuis gesloten en na verkoop door het bisdom aan projectontwikkelaar Hopman/Interheem. Die heeft op het landgoed 50 appartementen gerealiseerd voor mensen die willen wonen in dit majesteueuze gebouw met parkachtige omgeving aan de rand van Heemstede. Vanwege rijksbescherming als monument mochten aan de buitenzijde geen bouwkundige veranderingen plaatsvinden. De zogeheten ‘paarse zaal’ kreeg een gemeenschappelijke bestemming. De schilderijen en borstbeelden zijn naar elders overgebracht en het Hageveld-archief is opgenomen in het Noord-Holland Archief te Haarlem. Een geschilderd portret van bisschop Callier kreeg een nieuwe plaats in de pastorie van de Onze Lieve Vrouw Hemelvaart kerk aan het Valkenburgerplein in Heemstede. Op het terrein van Hageveld bevindt zich nog een klein priesterkerkhof. Sinds 1998 wordt veelal jaarlijks een jaarboek uitgegeven door de Stichting Reünisten Hageveld, waarin talrijke historische bijdragen en herinneringen aan het Hageveld zijn gepubliceerd.

Gravure van 't Klooster der Bernardinen (Bernardieten/Cisterciëzers) in Heemstede met andere kloosters uit 'De stad 'Haarlem en haare geschiedenissen uit 1765 van G.W.van Oosten de Bruyn, vervaardigd door Hendrik Spilman.

Gravure van ’t Klooster der Bernardinen (Bernardieten/Cisterciëzers) – nummer 21 – in Heemstede met andere kloosters uit ‘De stad ‘Haarlem en haare geschiedenissen uit 1765 van G.W.van Oosten de Bruyn, vervaardigd door Hendrik Spilman. (Noord-Hollands Archief)

Scan1551

Uitsnede uit kaart in vogelvlucht van Haarlem en Heemstede uit 1539 door landmeter Symon Meeuszoon van Edam met links een afbeelding van het Bernardietenklooster  (Algemeen Rijksarchief België, Brussel)

Onder: uitsnede kaart van Georg Braun en Frans Hogenberg, 1588 met Berbardieten klooster:

Scan1554

 

 

De priester mr.Hugo van Assendelft was met priester mr.Jan Klaasz. stichter van het Bernardietenklooster in Heemstede. Hij woonde in de Jansstraat te Haarlem. Op deze afbeelding de gevelsteen het ook door van mr.Hugo van Assendelft gestichte gasthuis met zijn familiewapen

De priester mr.Hugo van Assendelft was met priester mr.Jan Klaasz. stichter van het Bernardietenklooster in Heemstede. Hij woonde in de Jansstraat te Haarlem. Op deze afbeelding de gevelsteen het ook door van mr.Hugo van Assendelft gestichte gasthuis met zijn familiewapen

Buchelius tekende in 1605 het gebedsportret van mr.Hugo van Assendelft (rechts) en diens broer Bartout (Universiteitsbibliotheek Utrecht)

Buchelius tekende in 1605 het gebedsportret van mr.Hugo van Assendelft (rechts knielend bij een staande bisschop) en links in kleur diens broer Bartout in wapenuitrusting en met rode mantel, met zijn vrouw Ida van Zwieten in groene mantel afgebeeld (Universiteitsbibliotheek Utrecht)

IMG_0009

De kloosterbibliotheek van Porta Coeli ging ten tijde van de Haarlemse Beroerten in 1573 verloren. Van diverse Haarlemse kloosters zijn wel boeken overgeleverd, zoals van het nonnenklooster Maria ter Zijl. Dit brevar1um met fraaie miniaturen en ornamenten is vervaardigd door Beatrijs van Assendelft (Catharijne Convent Utrecht)

IMG_0010

Verklaring over Getijdenboek door Beatrijs van Assendelft (Museum Catharijne Convent Utrecht)

 

 

Titelblad van 18e eeuws handschrift; 'Korte beschryving van 't Klooster Hemels-Poort der Bernardinen tot Heemstede met deszelfs egtte bewijs-stukken en bescheyden daar toe-behoorende door K.van Alkemade, P.van der Schelling.'

Titelblad van 18e eeuws handschrift; ‘Korte beschryving van ’t Klooster Hemels-Poort der Bernarditen tot Heemstede met deszelfs egte bewijs-stukken en bescheyden daar toe-behoorende – door K.van Alkemade, P.van der Schelling.’ Porta Coeli werd gesticht als een filiaal van het moederklooster Mariënhaven in Warmond. Broeder Gijsbert, oorspronkelijk uit Sibculo, was al prior in Warmond voor hij in Heemstede werd beroepen. De kloostergemeenschap was zoveel mogelijk zelfvoorzienend. Omstreeks 1570 beschikte men over vijftig hectare land in Heemstede, 5 in Noordwijkerhout en 12 in Zoeterwoude. Het aantal monniken bedroeg gemiddeld 7 of 8 waarbij nog ongeveer eenzelfde aantal lekenbroeders. Als priors zijn tussen 1458 en circa 1570 achtereenvolgens de volgende priesters met naam bekend: Ghijsbert, Jan Verhaeck, Jan Verbouts, Dirk van den Hage, Cornelis van Rotterdam, Nanno Thymanni van Haarlem, Andreas van Haarlem, Jan Warboutsoen, Nanninck Hermanszoon, Reynier Claeszoon, Regnerus Nicolai, Wilhelmus Arnoldi, Gherit Thomas, Willem Aernt(ts)zoon van Utrecht, Claas van Amsterdam en Andries van Haarlem.

Priorzegel van de Hemelpoort met afbeelding van een monnik. Het zegel is van Willem Aertszoon van Utrecht, de akte uit 1565 (NHA)

Priorzegel van de Hemelpoort met afbeelding van een monnik. Het zegel is van Willem Aertszoon van Utrecht, de akte uit 1565 (NHA)

Haarlem telde in de late Middeleeuwen in totaal 22 kloosters, waarvan 2 buiten de stad, te weten: 1) Bernardieten ofwel Cisterciënzerklooster in Heemstede en 2) het Regulierenklooster in Schoten.

Deel van de kaart van de 'Landen toecomende de heere van Heemstede' uit 1622 door landmeter Balthasar Floriszoon van Berckenrode. Hierop zijn onder meer de kerk (kapel), het Huis te Heemstede en buitenplaats 'Bernardijte klooster afgebeeld en de poldermolen bij hofstede Sparenburg. (Noord-Hollands Archief)

Deel van de kaart van de ‘Landen toecomende de heere van Heemstede’ uit 1622 door landmeter Balthasar Floriszoon van Berckenrode. Hierop zijn onder meer de kerk (kapel), het Huis te Heemstede en buitenplaats ‘Bernardijte klooster afgebeeld en de poldermolen bij hofstede Sparenburg. (Noord-Hollands Archief)

Het zandershuisje nabij ’t Klooster op een schilderij van Jan Lagoor uit circa 1650. Vaag zichtbaar op de achtergrond zijn de 2 torens van het Huis te Heemstede

Uitsnede 18e eeuwse kaart met formele parkaan voor 't Klooster.

Uitsnede 18e eeuwse kaart van Dirk Klinkenberg met formele parkaanleg voor ’t Klooster (1747)

Achterzijde van hofstede 't Klooster door Herman Numan (1794)

Achterzijde van hofstede ’t Klooster door Herman Numan (1794)

Hofstede 't Klooster omstreeks 1842 op een litho van P.J.Lutgers

Hofstede ’t Klooster omstreeks 1842 op een litho van P.J.Lutgers

'Weer een bekend landgoed voor bouwterrein verkocht? Het bekende, royale landgoed 'Het Klooster', nabij Heemstede, laatstelijk bewoond door den heer Aberson, werd dezer dagen onder den hamer gebracht. Waarschijnlijk zal het goed voor bouwterrein worden bestemd: een van de vele mooie landgoederen in den omtrek van Haarlem verdwijnt dan daarmede weer.' (Uit: Nieuwe Haarlemsche Courant van 20 mei 1911).

‘Weer een bekend landgoed voor bouwterrein verkocht? Het bekende, royale landgoed ‘Het Klooster’, nabij Heemstede, laatstelijk bewoond door den heer Aberson, werd dezer dagen onder den hamer gebracht. Waarschijnlijk zal het goed voor bouwterrein worden bestemd: een van de vele mooie landgoederen in den omtrek van Haarlem verdwijnt dan daarmede weer.’ (Uit: Nieuwe Haarlemsche Courant van 20 mei 1911).

19 mei 1922: de eerstesteenlegging van het seminarie Hageveld. De vierde priester van links stande is pastoor Van der Tuyn. Diens voorganger was pastoor H.A.V.IJzermans van de Bavo-parochie, zesde van rechts op de forto. In het midden (met baardje) mr.Heerkens Thijssen, wethouder van Haarlem, gevolgd door de bisschop van het bisdo mgr. Callier, de Heemsteedse gemeentesecretaris A.A.Swolfs, burgemeester Van Doorn, de wetouders jonkheer A.van de Poll en dr. E.Droog en als derde van rechts gemeenteraadslid Tromp

 – mei 1922: de eerste steenlegging van het seminarie Hageveld. De vierde priester van links stande is pastoor Van der Tuyn. Diens voorganger was pastoor H.A.V.IJzermans van de Bavo-parochie, zesde van rechts op de foto. In het midden (met baardje) mr.Heerkens Thijssen, wethouder van Haarlem, gevolgd door de bisschop van het bisdom mgr. Callier, de Heemsteedse gemeentesecretaris A.A.Swolfs, burgemeester Van Doorn, de wethouders jonkheer A.van de Poll en dr. E.Droog en als derde van rechts gemeenteraadslid Tromp

Afscheid van Hageveld te Voorhout. Voor de fotograaf van de Katholieke Illustratie zijn in 1922 naast bisschop mgr. Callier (vooraan in het midden gezeten) zoveel mogelijk seminarieprofessoren en dekens, pastoors en kapelaans naar het seminarie Hageveld te Voorhout bijeengekomen voor een laatste groepsfoto met het oog op de verhuizing van Hageveld naar Heemstede

Afscheid van Hageveld te Voorhout. Voor de fotograaf van de Katholieke Illustratie zijn in 1922 naast bisschop mgr. Callier (vooraan in het midden gezeten) zoveel mogelijk seminarieprofessoren en dekens, pastoors en kapelaans naar het seminarie Hageveld te Voorhout bijeengekomen voor een laatste groepsfoto met het oog op de verhuizing van Hageveld naar Heemstede

Penning van Hageveld in 1925 vervaardigd bij gelegenheid van inwijding van de kapel. Het kleinseminarie in vogelvlucht. Op de keerzijde is een portret afgebeeld van bisschop A.J.Callier

Penning van Hageveld in 1925 vervaardigd bij gelegenheid van inwijding van de kapel. Het kleinseminarie in vogelvlucht. Op de keerzijde is een portret afgebeeld van bisschop A.J.Callier

Andere zijde van penning Hageveld 1925 met voorstelling van bisschop Callier

Andere zijde van penning Hageveld 1925 met portret van bisschop Callier

Hag1

Professoren en studenten van seminarie Hageveld in 1926 (Katholiek Documentatie Centrum)

Het docentenkorps en alle leerlingen van het kleinseminarie Hageveld gefotografeerd in 1935 (NHA)

Het docentenkorps en alle leerlingen van het kleinseminarie Hageveld gefotografeerd in 1935 (NHA)

Luchtfoto van het Hageveldcomplex uit omstreeks 1995

Hal en trap naar 1e verdieping vm. kleinseminarie Hageveld (foto G.Th. Delamarre, 1957)

Hal en trap naar 1e verdieping vm. kleinseminarie Hageveld (foto G.Th. Delamarre, 1957)

Bijgebouw Hageveld (foto G.J.Dukker)

Bijgebouw Hageveld (foto G.J.Dukker)

Voormalige Paarse Zaal in seminarie Hageveld (foto G.J.Dukker)

Voormalige Paarse Zaal in seminarie Hageveld (foto G.J.Dukker)

Vm. Paarse Zaal in seminarie Hageveld (foto G.J.Dukker, Tijksdienst voor Cultureel Erfgoed, 2002)

Vm. Paarse Zaal in seminarie Hageveld (foto G.J.Dukker, Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, 2002)

Vootmalige bisschopskamer seminarie Hageveld Heemstede met grisaille. (foto G.J.Dukke, 2002)

Vootmalige bisschopskamer seminarie Hageveld Heemstede met grisailles. (foto G.J.Dukker, 2002)

Op het seminarie en het latere atheneum Hageveld hebben vele bekende personen voor kortere of langere tijd gestudeerd, zoals Bertus Aafjes, Michel van der Plas, Youp van 't Hek en Rick de Leeuw. Op deze foto uit 1933 zien we de toen ongeveer 15-jarige Ad Simonis - stoer met een sigaret in de mond - uit Lisse, de latere aartsbisschop en kardinaal. De jeugdige seminarist vermaakt zich hier bij de draaimolen, die eens per jaar op het voorterrein sttond opgesteld.

Op het seminarie en het latere atheneum Hageveld hebben vele bekende personen voor kortere of langere tijd gestudeerd, zoals Bertus Aafjes, Michel van der Plas, Youp van ’t Hek en Rick de Leeuw. Op deze foto uit 1933 zien we de toen ongeveer 15-jarige Ad Simonis – stoer met een sigaret in de mond – uit Lisse, de latere aartsbisschop en kardinaal. De jeugdige seminarist vermaakt zich hier bij de draaimolen, die eens per jaar op het voorterrein stond opgesteld.

Het Kleinseminarie Hageveld in enkele oude ansichtkaarten en illustraties

Boven: het eerste Hageveld te Velsen (1817-1847, naar een schilderij van A.M.van Zanten en onder: het tweede Hageveld in Voorhout (1847-1923). In 1923 is het seminarie verhuisd naar Heemstede, het derde Hageveld.

Boven: het eerste Hageveld te Velsen (1817-1847, naar een schilderij van A.M.van Zanten en onder: het tweede Hageveld in Voorhout (1847-1923). In 1923 is het seminarie verhuisd naar Heemstede, het derde Hageveld.

Vroege foto van het nog ongerepte bouwterrein van Hageveld. V.l.n.r.: subregent Van de Pavoordt, aannemer C.A.M.Jonckbloedt, plebaan Westerwoud, onbekende, architect Jan Stuyt, regent Ebbinkhuysen, onbekende. Bij de bouw waren twee ezels betrokken die in een tredmolen liepen om zo stenen en bouwmateriaal omhoog te takelen.

Vroege foto van het nog ongerepte bouwterrein van Hageveld. V.l.n.r.: subregent Van de Pavoordt, aannemer C.A.M.Jonckbloedt, plebaan Westerwoud, onbekende, architect Jan Stuyt, regent Ebbinkhuysen, onbekende. Bij de bouw waren twee ezels betrokken die in een tredmolen liepen om zo stenen en bouwmateriaal omhoog te takelen.

Plechtige eerste steenlegging van het nieuwe seminarie Hageveld. Op het feestelijk terrein, de voormalige buitenplaats 'Clooster' te Heemstede, verrichtte Z.D.H.Mgr, A,J,Callier, bisschop van Haarlem, de plechtigheid der eerste steenlegging van het nieuwe Seminarie. Deze foto is genomen op het ogenblik dat Monseingneur, na de oorkonde te hebben ingemetseld, de steen wijdde. Vervolgens werd deze op de door Monseigneur met kalk overstreken steenlaag neergelaten. Juist 105 jaren vroeger, 2 mei 1817, werd het eerste seminarie Hageveld (te Velsen) met één leerling geopend, terwijl 2 mei 1898 de wijding geschiedde van Haarlems Kathedrale ker. (Katholieke Illustratie, 10 mei 1922)

Plechtige eerste steenlegging van het nieuwe seminarie Hageveld. Op het feestelijk terrein, de voormalige buitenplaats ‘Clooster’ te Heemstede, verrichtte Z.D.H.Mgr, A,J,Callier, bisschop van Haarlem, de plechtigheid der eerste steenlegging van het nieuwe Seminarie. Deze foto is genomen op het ogenblik dat Monseigneur, na de oorkonde te hebben ingemetseld, de steen wijdde. Vervolgens werd deze op de door Monseigneur met kalk overstreken steenlaag neergelaten. Juist 105 jaren vroeger, 2 mei 1817, werd het eerste seminarie Hageveld (te Velsen) met één leerling geopend, terwijl 2 mei 1898 de wijding geschiedde van Haarlems Kathedrale kerk. (Katholieke Illustratie, 10 mei 1922)

Aannemer C.A.M.Jonckbloedt uit Heemstede poserend voor het voltooide seminariegebouw van Hageveld

Aannemer C.A.M.Jonckbloedt uit Heemstede poserend voor het voltooide seminariegebouw van Hageveld

Seminarie Hageveld Heemstede in vogelvlucht omstreeks 1928

Seminarie Hageveld Heemstede in vogelvlucht omstreeks 1928

Voorgevel van Hageveld

Voorgevel van Hageveld

Laan naar kleinseminarie Hageveld, 1936

Laan naar kleinseminarie Hageveld, 1936

Plafondschildering van de Heilige Geest door professor Huib in de koepel van de kapel Hageveld, 1925 (foto G.J.Dukker, 2002)

Plafondschildering van de Heilige Geest door professor Huib in de koepel van de kapel Hageveld, 1925 (foto G.J.Dukker, 2002)

Vijver met fontein en (oude) brug aan de voorzijde van hageveld Heemstede

Vijver met fontein en (oude) brug aan de voorzijde van hageveld Heemstede

De hal met trap naar bovenverdieping Hageveld Heemstede

De hal met trap naar bovenverdieping Hageveld Heemstede

De ontvangzaal ofwel bestuurskamer, bijgenaamd de 'Paarse zaal 'Hageveld Heemstede

De ontvangzaal ofwel bestuurskamer, bijgenaamd de ‘Paarse zaal’ Hageveld Heemstede

Hageveld: leeslokaal natuurkunde

Hageveld: leeslokaal natuurkunde

De grote recreatiezaal van seminarie Hageveld Heemstede

De grote recreatiezaal van seminarie Hageveld Heemstede

Studenten en professoren van seminarie Hageveld, 1 november 1926 (KDC)

Studenten en professoren van seminarie Hageveld, 1 november 1926 (KDC)

DE priester-leraren van kleinseminarie Hageveld in 1928 (KDC)

DE priester-leraren van kleinseminarie Hageveld in 1928 (KDC)

De aula/toneelzaal van seminarie Hageveld

De aula/toneelzaal van seminarie Hageveld

Toneel op klein-seminarie Hageveld: Thomas Beckett na de overwinning op de verleiders

Toneel op klein-seminarie Hageveld: Thomas Beckett na de overwinning op de verleiders

Hageveld: opvoering van het blijspel 'Een katholiek leven', 1928

Hageveld: opvoering van het blijspel ‘Een katholiek leven’, 1928

Hageveld: opvoering van 'Joseph in Dothan' door Vondel

Hageveld: opvoering van ‘Joseph in Dothan’ door Vondel

Hageveld: opvoering van het toneelstuk ' Lucifer' van Joost van den Vondel

Hageveld: opvoering van het toneelstuk ‘ Lucifer’ van Joost van den Vondel

Professoren van Hageveld, 1928

Professoren van Hageveld, 1928

hageveld1

Bezoek van de uit communistisch China verbannen kardinaal Tien aan Hageveld op 19 maart  1947 tijdens een rondreis door Europa. Rechts bisschop mgr. Huibers. Latijn was de voertaal en regent Henning (links op de foto), die doctor klassieke talen was vertaalde zo nodig het nederlands van de bisschop in het latijn.

hageveld2

Th.H.J.Zwartkruis (1909-1983) was van 1939 tot 1961 leraar Engels aan het kleinseminarie Hageveld. In 1966 is hij door kardinaal bisschop Alfrink tot bisschop gewijd. Op de foto een priesterwijding door mgr. Zwartkruis

hageveld3

Tegen de achtergrond van de draaimolen tijdens een kermis op Hageveld vier medevierende priester-leraren. V.l.n.r. F.van Ravenstein (klassieke talen), J.van Rek (wiskunde en cosmografie), Th.Zwartkruis [met paraplu en Engelse vlaggetjes en feestneus](Engels) en G.v.d.Poel (Nederlands).

 

 

 

Regent dr.C.J.Henning met bonnet op temidden van een deel van het lerarencorps. De foto is genomen tijdens de Tweede Wereldoorlog toen de leerlingen elders waren ondergebracht.

Regent dr.C.J.Henning met bonnet op temidden van een deel van het lerarencorps. De foto is genomen tijdens de Tweede Wereldoorlog toen de leerlingen elders waren ondergebracht.

Op bovenstaande foto staan van links naar rechts: Th.Zwartkruis (leraar Engels, de latere bisschop van bisdom Haarlem), J.van der Linden, F.van Ravensteijn, A.Eijckelhof, C.Henning, C.Snelders, C.Nolet, G. van der Poel en J.Bruin. Zittend v.l.n.r.: J.van der Lugt, N.van Ruijven (was subregent), P.Bottelier en C.Holtkamp.

Groepsfoto Hageveld, circa 1928

Groepsfoto Hageveld, circa 1928

De priesterbibliotheek van seminarie hageveld

De priesterbibliotheek van seminarie Hageveld

Het inrichten van de seminariebibliotheek Hageveld, 1925

Het inrichten van de seminariebibliotheek Hageveld, 1925

Studie in de bibliotheek Hageveld Heemstede, circa 1930

Studie in de bibliotheek Hageveld Heemstede, circa 1930

Priesters aan de studie in de rijk voorziene bibliotheek van Hageveld

Priesters aan de studie in de rijk voorziene bibliotheek van Hageveld

Hageveld1.jpg

Boek afkomstig uit opgeheven seminariebibliotheek Hageveld, gered uit container, thans in Noord-Hollands Archief, Heemstede collectie. Spel van St.Servaas, tekst door Chrétien Mertz. muziek door Philip Loots, met historische inleiding door P.Albers S.J.  Sittard/Maastricht, 1916. Met een opdracht door J.Wouters, pastoor in Maastricht aan bisschop van Haarlem  A.J.Callier

Hageveld2

Nog een boek afkomstig uit seminariebibliotheek Hageveld Heemstede. P.J.Beronicius. Boeren- en Overheidsstrijd voor de vuist gedicht, in ’t Nederduitsch overgezet [en een inleiding] door P.Rabus. Amsterdam, Nicolaas ten Hoorn, 1716

De eetzaal ofwel refter van seminarie Hageveld Heemstede

De eetzaal ofwel refter van seminarie Hageveld Heemstede

Sportterrein Hageveld

Sportterrein Hageveld waar het cricketspel wordt beoefend

Refter van Hageveld

Refter van Hageveld

De slaapzaal met chambrettes van seminarie Hageveld

De slaapzaal met chambrettes van seminarie Hageveld

Professor Huib Luns in zijn atelier aan het werk voor schildering in kapel Hageveld. Uit de Katholieke Illustratie van 4 maart 1925

Professor Huib Luns in zijn atelier aan het werk voor schildering in kapel Hageveld. Uit de Katholieke Illustratie van 4 maart 1925

Professor Huib Luns in zijn atelier in Delft met een doek in voorbereiding voor het priesterkoor van de kapel van Hageveld

Professor Huib Luns in zijn atelier in Delft met een doek in voorbereiding voor het priesterkoor van de kapel van Hageveld

Plafondschildering in de vm. kapel van Hageveld (foto Hans Dornseiffen)

Plafondschildering in de vm. kapel van Hageveld (foto Hans Dornseiffen)

De grote kapel onder de koepel van seminarie Hageveld Heemstede

De grote kapel onder de koepel van seminarie Hageveld Heemstede

Het hoogaltaar van de grote kapel van Hageveld Heemstede

Het hoogaltaar van de grote kapel van Hageveld Heemstede

Het orgel in de kapel van seminarie Hageveld

Het orgel in de kapel van seminarie Hageveld

Heilige Mis in de Kapel van Hageveld bij het 150-jarig bestaan in 1967

Heilige Mis in de Kapel van Hageveld bij het 150-jarig bestaan in 1967

De vm. kleine kapel van de zusters destijds werkzaam voor kleinseminarie Hageveld Heemstede

De vm. kleine kapel van de zusters destijds werkzaam voor kleinseminarie Hageveld Heemstede

Mariakapelletje op terrein Hageveld (fotoFrits Hazenberg, zomer 2001)

Mariakapelletje op terrein Hageveld (foto Frits Hazenberg, zomer 2001)

De latere dichter-schrijver Michel van der Plas (famillenaam Brinkel) als seminariestudent op Hageveld

De latere dichter-schrijver Michel van der Plas (famillenaam Brinkel) als seminariestudent op Hageveld in de jaren 1940 tot 1946. ‘Hageveldse herinneringen’ van zijn hand zijn verschenen in o.a.: Jaarboek 2001 Stichting Reünisten Hageveld. Heemstede, 2002, p. 35-50.

Bertus Aafjes (geheel links) als seminarist

Bertus Aafjes (geheel links) als seminarist

Ook dichter-schrijver Bertyus Aafjes (1914-1993) was, zij het kort in schooljaar 1933-1934 leerling van Hageveld, waar hij blijkens bewaarde brieven aan zijn moeder veelvuldig gebruik maakte van de rijke seminariebibliotheek. Op deze foto Laetare 1934 zien we Aafjes helemaal rechts,

DE dichter-schrijver Bertus Aafjes (1914-1993) was, zij het kort in schooljaar 1933-1934 in de zesde klas leerling van Hageveld, waar hij blijkens bewaarde brieven aan zijn moeder veelvuldig gebruik maakte van de rijke seminariebibliotheek. Op deze foto Laetare 1934 zien we Aafjes helemaal rechts (zie artikel van Rob Molin over ‘Bertus Aafjes in de Rhetorica van Hageveld’, Jaarboek Stichting Reünisten Hageveld 2009. (Heemstede, 2011).

Bertus Aafjes speelde meer met Elckerlyc in zijn seminarietijd (tweede van links).

Bertus Aafjes speelde mee met ‘Elckerlyc’ in zijn seminarietijd (tweede van links).

Toneel op Hageveld in de jaren veertig met o.a. Ben Brinkel (Michel van der Plas): het treurspel 'Philocetes' van Sophocles

Toneel op Hageveld in de jaren veertig met o.a. Ben Brinkel (Michel van der Plas): het treurspel ‘Philocetes’ van Sophocles

Opening van het Jan Stuytpad in april 2011 met van links naar rechts wethouder Christa Kuiper, een kleinzoon architect Stuyt en Frank Callagher, leerling van college Hageveld die de naam van het pad had bedacht (foto Kees Stokman).

Opening van het Jan Stuytpad in april 2011 met van links naar rechts wethouder Christa Kuiper, een kleinzoon architect Stuyt en Frank Callagher, leerling van college Hageveld die de naam van het pad had bedacht (foto Kees Stokman).

===================

De huidige aula/toneelzaal van Hageveld Heemstede (foto Leo Hogendoorn)

De huidige aula/toneelzaal van Hageveld Heemstede (foto Leo Hogendoorn)

De hedendaagse mediatheek op de verdieping van atheneum Hageveld Heemstede

De hedendaagse mediatheek op de verdieping van atheneum Hageveld Heemstede

HAGEVELD IN OORLOGSTIJD (1940-1945)

Door de Duitse bezetters aangebracht bordje bij de ingang van seminarie Hageveld

Door de Duitse bezetters aangebracht bordje bij de ingang van seminarie Hageveld (foto Kees Stokman)

Een van de 125 schuttersputjes na mei 1942 op het landgoed van Hageveld gegraven toen ongeveer 700 leden van de Duitse Kriegsmarine in het gebouw verblijf hielden.

Een van de 125 schuttersputjes na mei 1942 op het landgoed van Hageveld gegraven toen ongeveer 700 leden van de Duitse Kriegsmarine in het gebouw verblijf hielden.

Vier matrozen van de Duitse 'Kriegsmarine' rusten uit op een bank op het bordes van Hageveld

Vier matrozen van de Duitse ‘Kriegsmarine’ rusten uit op een bank op het bordes van Hageveld

Krieg

                                   Drie leden van de Duitse Kriegsmarine bij een gekapte boom

 

Duitse bezetters op Hageveld (foto van Helmut Schramm). Zie: 'Het andere verhaal' door Peter Swinkels. In: Jaarboek 2003 Stichting Reünisten Hageveld.

Duitse bezetters op Hageveld (foto van Helmut Schramm). Zie boek Hageveld van F.Hazenberg en ‘Het andere verhaal’ door Peter Swinkels. In: Jaarboek 2003 Stichting Reünisten Hageveld. De Flotillenartzt in wit uniform brengt de Hitlergroet aan Korvettenkapitän  in donker inform met drie strepen op de mouw, 1944.

Vanaf 1942 was de Duitse 'Kriegsmarine' met haven in IJmuiden op Hageveld gelegerd. Op deze foto poseren twee Duitse bezetters

Vanaf 1942 was de Duitse ‘Kriegsmarine’ met haven in IJmuiden op Hageveld gelegerd. Op deze foto poseren twee Duitse bezetters

De bemanning van een Schnellboot, gelegerd in haven IJmuiden en op Hageveld. In april 1945 sneuvelde de commandant van de S80: Baron Von Stempel [Jaarboek Hageveld 2006]

De bemanning van een Schnellboot, gelegerd in haven IJmuiden en op Hageveld. In april 1945 sneuvelde de commandant van de S80: Baron Von Stempel [Jaarboek Hageveld 2006]

Duitse soldaten in het gelid voor Hageveld [zie Frans van der Vlugt, Hageveld door de Kriegsmarine bezet. Nogmaals het andere verhaal. In: Jaarboek 2006 van Stichting Reünisten Hageveld].

Duitse matrozen van het 2. Schnell-boots-flottille staan in het gelid en vormen een erehaag voor het bordes van Hageveld (1944). [zie Frans van der Vlugt, Hageveld door de Kriegsmarine bezet. Nogmaals het andere verhaal. In: Jaarboek 2006 van Stichting Reünisten Hageveld].

kriesgsmarinier

                         Foto van Duitse ‘Kriegsmariniers’ op een oorlogsschip

Boven: tijdens de Hongerwinter van 1944-1945 zijn veel bomen rond Hageveld gekapt. Op de achterwand van de grote slaapzaal schreef een gedesillusioneerde Duitser: 'Albion verrecke'. Onder: Ter voorkoming van bombardementen door de geallieerden was op het dak een groot rood kruis geschilderd.

Boven: tijdens de Hongerwinter van 1944-1945 zijn veel bomen rond Hageveld gekapt. Op de achterwand van de grote slaapzaal schreef een gedesillusioneerde Duitser: ‘Albion verrecke’. Onder: Ter voorkoming van bombardementen door de geallieerden was op het dak een groot rood kruis geschilderd.

Tijdens de bezetting bevond het gebouw van Hageveld zich in een camouflage-tenue, na de bevrijding schoongemaakt

Tijdens de bezetting bevond het gebouw van Hageveld zich in een camouflage-tenue, na de bevrijding schoongemaakt

Het zandstralen van de gevel van Hageveld na de Duitse bezetting in juni 1945

Het zandstralen van de gevel van Hageveld na de Duitse bezetting in juni 1945

Aanvullende informatie over ’t Clooster bij Haarlem (1724-1738), de periode van Blesen en Cromhout + o.a. tuinarchitect A.Speelman

‘Twee jaar na het begin van de vernieuwingen aan het woonhuis Herengracht 436 vatte Godefridus Cromhout ook die van de door zijn vrouw ingebrachte buitenplaats ’t Clooster bij Heemstede aan. De titel van de door hem aangelegde lijst der betalingen luidt: “Specificatie der oncosten door de Heer Godefridus Cromhout betaald zedert de Jaare 1721 tot op het overleyden  van deszelfs huysvrouw Vrouwe Johanna Elisabeth Blesen voorgevallen 11 November 1738 wegens melioratie gedaen aan de Hofsteede het Bernardiner Clooster.” De verwachting, dat wij Ignatius van Logteren ook hier aantreffen, komt uit. Maar de uitkomst overtreft die verwachting: de specificatie brengt een belangrijk en wekom nieuw feit aan het licht.

voor- en keerzijde van zilveren penning 'ter gedagtenis' van Johanna Elisabeth Blesen, 1719. Zij was de moeder van Johanna Elisabeth Blesen (1695-1738) die in 1718 van de vorige eigenares (weduwe Barchman Wuytiers) het huis Herengracht 436 in Amsterdam en hofstede 't Klooster erfde. Zij was getrouwd met Godefriedus Franciscus Cromhout (ov. 1764), heer van de Werve en Ankeveen. Elisabeth Blesen volgde in 1718 haar moeder op als regentes van het Maagdenhuis

voor- en keerzijde van zilveren penning ‘ter gedagtenis’ van Johanna Elisabeth Blesen, 23 augustus 1695 geboren en op 11 november 1739 overleden.  Haar moeder is blijkens de penning op 29 november 1719 gestorven en zelf erfde zij in 1718 van de vorige eigenares (weduwe Barchman Wuytiers) het huis Herengracht 436 in Amsterdam en hofstede ’t Klooster. Zij was getrouwd met Godefriedus Franciscus Cromhout (ov. 1764), heer van de Werve en Ankeveen. Johanna Elisabeth Blesen volgde in 1718 haar moeder op als regentes van het Maagdenhuis

Voor een gefundeerde evaluatie diene eerst volgende korte inleiding. De ‘melioratie’ van ’t Clooster bedroeg in omvang meer dan het dubbele van die van de Herengracht 436. De oorzaak lag bij de grote lusttuin, waar eerder sprake is van een geheel nieuwe aanleg dan van een ‘melioratie’.  Het betrof een geheel nieuwe aanplant, meerdere nieuw gegraven vijvers, een nieuw tuin- en dito speelhuis en uiteraard een nieuw grondplan. Dit alles onder leiding en naar ontwerpen van de gerenommeerde tuinarchitect A. Speelman, die daar tot 1734 betalingen voor ontving. Weliswaar trad ook ook op ’t Clooster de ‘koningséquipe’ weer op – de Wit, Van Logteren, Uljé, Le Normand, Knoop, opvallend alleen is de afwezigheid van De Moucheron -, maar het aantal medewerkenden aan het project, ook meerdere andere beeldhouwers, is uitgebreid vooral met Haarlemmers. Noteren wij enige betalingsposten van vóór Van Logterens optreden. Na zulke in 1721 gewijd aan onder anderen steenkoper Abraham Danckerts, telg van de zeer bekende Amsterdamse familie, en aan Van Logterens buurman Jan Crammer in 1722, treffen wij in 1723 Jacob de Wit en Hendrik Knoop aan inzake niet genoemde werken. Dan komen in het jaar 1724 de volgende opgaven voor: “1. aan Cornelis Claasz Langeveld en Wouter Fransen gaven tot een vijver ƒ 220,-. 6. aan Jacob Husley, stucadoorwerker ƒ 1044,10 af ƒ 184,10. 7, Ignatius van Logteren, stucadoor ƒ 540,-  af ƒ 60,-. 8. aan Hendrik Knoop steenhouwer ƒ 1607,19 13. aan Jacob de Wit fijnschilder voor een schoorsteenstuk ƒ 106,-. 14. aan Pieter van der Streng, ijzerkramer ƒ 517,16 aan Joseph Uljé getrocken uyt ziin Reek. Op de Heeregracht N voor een ijzere leuning aan de stoep ƒ 140,80″. (…) Belangrijk is of wij tot een bepaling kunnen komen van ieders aandeel in het stucwerk van ’t Clooster. Hun werk is verloren gegaan. Maar er zijn goede aanwijzingen dat wij daarin toch kunnen slagen. Gaan wij uit van de bepalingen, dan lijkt het alsof Husly, die een ongeveer twee maal zo hoog bedrag toucheerde als Van Logteren, een veel belangrijker rol heeft gespeeld en Ignatius een secundaire. Dit beeld menen wij als onjuist te moeten bestempelen. Er heeft tussen hen ongetwijfeld een zelfde werkverhouding bestaan zoals die zich later tussen de zoons Husly en Jan van Logteren overliet. Ignatius zal dus, zoals in Herengracht 436 een aantal scènes met allegorische gestalten en putti aan de plafonds of ook boven de deuren hebben ontworpen en gerealiseerd. (…) De specificatie van Cromhout geeft van 1726 af een achttal poten betreffende tuinbeelden en wel in een ongewoon groot aantal.  (…) Bij massa’s, veelal afkomstig van Italiaanse tweederangs werkplaatsen maar ook van dito Nederlandse, vonden die hier te lande aftrek, werden die verhandeld en doorverkocht ook door goede beeldhouwers, die zelf beter werk leverden, zoals op ’t Clooster door Gerrit van Heerstal en Michiel Shee. Ook niet-beeldhouwers zoals hier de tuinarchitect Speelman en de makelaar Jan de Bruyn deden hieraan mee. De Van Logterens en Shee schiepen zelf uitnemende borstbeelden, waaronder vele onbeholpen nabootsingen ‘à l’antique’, waren van dubieueze of ‘onbekende’ herkomst. Het pleit niet voor het niveau van smaak van de vele afnemers, al of niet bezitters van buitenplaatsen. De indruk wordt gewekt dat Godefridus Cromhout tot deze categorie kopers behoorde, aan wie de bijzondere schoonheid schoonheid en verfijndheid van Van Logterens werk, zoals aan het plafond van Herengracht 436, niet besteed was. Ofschoon Ignatius dus in de uitgebreide tuin van ’t Clooster de grote aanwezige was, heeft het zin hier toch op een aantal posten en namen in te gaan omdat zij een welkom licht werpen op de naaste omgeving van Van Logteren en op de praktijken op tuinbeeldengebied. Ignatius van Logteren mocht dan in Amsterdam en wijde omtrek de erkend belangrijkste en meest gevraagde beeldhouwer zijn, in Haarlem werd hem voorlopig nog – tot omstreeks 1730 – de weg versperd door de plaatselijke hoofdmeester Gerrit van Heerstal (ca. 1690-1746), bekend in het Haarlemse om zijn bronzen standbeeld van Laurens Janszoon Coster en de reliëfs aan de voorgevel van het Hofje van Staats. Ook Cromhout gaf hem zijn crediet. Wij ontmoetten hem al als leverancier van vazen voor de tuin in Amsterdam. Betreffende ’t Clooster vinden wij de volgende posten: in 1728 ‘aan Gerrit van Heerstal steenhouwer ƒ 125,-‘ In 1729 ‘aan Herrit van Heerstal voor beelden en Tarwe ƒ 396,-‘ en ‘aan Gerrit van Heerstal beeldhouwer ƒ 1619,- aff in 12 posten ƒ 523,19’ (…) Citaat uit Michiel Shee’s notities: ‘(1727) den 11 iulius Gemaeck voor de Hr. Jan de Bruijn twee Breemer steene Termen van 7.6 voet hoogh’, ‘den 26 dito vermaeckt voor de Hr. jan de Bruijn 14 marmere borstbeelden op sijn Plaat9s) daer voor ontfangen ƒ 170,-”[1729] den 9 maey voor d’hr. Jan de Bruijn gemaekt vier Plinte onder sijn termen te weeten voor de witte Marmere termen; den 20 iunius voor de heer ian de bruijn geretrosieert vier marmere borstbeelden; de 11 october vermaeckt voor de Hr. Cromhout elf borstbeelden; den eijgen dito Nogh geleevert aan de Hr. Cromhout ses Marmere Plint onder sijn termen daer voor ontfangen ƒ 123,6; de 12 dito Nogh ontfangen van de heer Cromhout de somma van ƒ 195,- voor ses borstbeelden (.. enz.).  Het is duidelijk: de ‘beelden in de tuin van Godefridus Cromhout betreffen alleen borstbeelden van ongenoemde herkomst, noet door Shee vervaardigd, die dus later als handelaar en ‘retoucheur’ ervan is opgetreden. Dat Cronhout in de greep was van de borstbeelden – rage blijkt nog ten overvloede uit een post uit 1730: ‘aan dezelve [A.Speelman, architect] voor 12 marmere beelden ƒ 318,-. Het lage bedrag, iets meer dan ƒ 25-  per stuk, bewijst dat het ook hier niet om standbeelden gaat en dat ook Cromhouts geroemde tuinarchitect een partij borstbeelden aanleverde, die hij ergens voor een luttel bedrag op de kop had getikt. Het moet, naar onze ideeën, een vreemde aanblik gegeven hebben: de grote ‘Cloosterthuijn’ moet werkelijk bezaaid zijn geweest met borstbeelden. Vazen werkten ook Cromhouts belangstelling: interessant is de post nr. 1 uit 1732: ‘aan Jacob de Witt voor 2 vaasen tot Antwerpe gekogt ƒ 451,- ‘De grote schilder, die nog meermalen de stad van zijn leerjaren bezocht, heeft die ongetwijfeld belangrijke stukken waarschijnlijk bij het grote Van Baurscheitatelier verworven.’ Hendrik Knoop leverde leverde Bremer zandplaten pedostallen, vier in 1732, twee in ’33. de Amsterdamse beeldsnijder Willem Lelienberg, kreeg in 1733 ƒ 166,6 ‘voor cieraden aan ’t Thuinhuijs’. Willem de Moyer, al actief voor Herengracht 436, ontving ook hier een betaling, maar voor niet vermeld werk. Het altaar voor de huiskapel, die Cromhout ook voor ’t Clooster inrichtte, werd echter niet door hem maar door een zekere Jan Duricet gesneden, in 1727 voor ƒ 45,18. ‘ [P.M.Fischer, Ignatius en Jan van Logteren. Bezorgd door E.Munnig Schmidt. Alphen aan den Rijn, Canaletto/Repro-Holland, 2005].

Hageveld

Uit: Directieketen als bijzondere categorie industrieel erfgoed; door Gerard J.Veldkamp. STIEL|; tijdschrift over de geschiedenis van werkend Leiden. Jaargang 22 (2011), nummer 3, p.16-21)

BIJLAGE: REGENTEN (DIRECTEUREN) VAN KLEINSEMINARIE HAGEVELD (Driehuis – Voorhout – Heemstede)

1817-1825  C.R.A.van Bommel

1830-1835  A.A.Tomas

1935-1845  A.van der Weiden

1845-1851 A.J.Pluym

1851-1861  H.van Beek

1861-1869  P.M.Snickers

1869-1881  G.F.Drabbe

1881-1883  H.J.J.Prenger

1883-1903  A.J.Brouwer

1903-1915  W.G.F.Snickers

1915-1928  Th.F.Ebbinkhuysen

1928-1934  M.W.A.Wijtenburg

1934-1938  N.L.A.Ammerlaan

Geschilderd portret can oud subregent en regent N.L.A.Ammerlaan, dat vroeger in de Paarse Zaal hing.

Geschilderd portret can oud subregent en regent N.L.A.Ammerlaan, dat vroeger in de Paarse Zaal hing.

1938-1962  C.J.Henning

Portret van regent dr.C.J.Henning; door N.Olthuis uit 1962

Portret van regent dr.C.J.Henning; door N.Olthuis uit 1962

Regent dr. J.C.Henning bij zijn 25-jarig jubileum op Hageveld in 1962 (site Hans Dornseiffen)

Regent dr. J.C.Henning bij zijn 25-jarig jubileum op Hageveld in 1962 (site Hans Dornseiffen)

1962-1966  E.J.M.Hupperetz

1966-1970  G.P.M.Geukers

1970-1978  Th.Dekker

Foto van de laatste regent van Hageveld voor het seminariegebouw

Foto van de laatste regent van Hageveld voor het seminariegebouw. Th (Dirk) Dekker

Subregenten van Hageveld sinds 1923: P.J.M.J. van de Pavoordt (1913-1925) – C.J.Henning (1925-1928) – N.L.A.Ammerlaan (1928-1934) – J.J.A.Starrenburg (1934-1941) – N.Ph.J.van Ruijven (1941-1956) – C.H.M.Nolet (1956-1958) – Chr. de Waard (1958-1964) – B.J.M.van Sante (1964-1966) – W.J.J.Klück (1966-1970) – H. van Assema (1968-1979) – S.W.Groot (1970-1974) – H. de Lamge (1974-1979).

Het bestuur van het Bisschoppelijk Seminarie Hageveld en overige betrokkenen bij de ondertekening van de bruikleenoverkomst van het Hageveld-archief naar het Noord-Hollands Archief in Haarlem. Vierde van rechts archivaris Dick van der Fluit, vervolgens naar rechts: mgr.drs.M.J.de Groot (vicaris-generaal van het Bisdom Haarlem-Amsterdam), drs. Lieuwe Zoodsma (directeur van het Noord-Hollands Archief) en Th. Dekker, de laatste regent van Hageveld (foto Jos Fielmich, in NHA nieuws, nummer 12 februari 2010)

Het bestuur van het Bisschoppelijk Seminarie Hageveld en overige betrokkenen bij de ondertekening van de bruikleenoverkomst van het Hageveld-archief naar het Noord-Hollands Archief in Haarlem. Vierde van rechts archivaris Dick van der Fluit, vervolgens naar rechts: mgr.drs.M.J.de Groot (vicaris-generaal van het Bisdom Haarlem-Amsterdam), drs. Lieuwe Zoodsma (directeur van het Noord-Hollands Archief) en Th. Dekker, de laatste regent van Hageveld (foto Jos Fielmich, in NHA nieuws, nummer 12 februari 2010)

Gekalligrafeerde opdracht voorin het boek 'Spel van Sint Servaas' door Chrétien Mertz en muziek door Philip Loots. Maastricht, 1916. Door pastoor J.Wouters uit Maastricht aangeboden aan mgr. A.J.Callier, bisschop van Haarlem [uit Bibliotheek Hageveld].

Gekalligrafeerde opdracht voorin het boek ‘Spel van Sint Servaas’ door Chrétien Mertz en muziek door Philip Loots. Maastricht, 1916. Door pastoor J.Wouters uit Maastricht aangeboden aan mgr. A.J.Callier, bisschop van Haarlem [uit Bibliotheek Hageveld].

Vooromslag van veilingcatalogus A.L. van Gendt, 19 december 1979. Een ander deel ging naar antiquariaten en het restant, waaronder ook 17e en 18e eeuwse boeken en alle jaargangen van dagblad De Tijd kwam in de container terecht.

Vooromslag van veilingcatalogus A.L. van Gendt, 19 december 1979. Een ander deel ging naar antiquariaten en het restant, waaronder ook 17e en 18e eeuwse boeken en alle jaargangen van dagblad De Tijd kwam in de container terecht.

Hans Krol met een stapel uit de vuilcontainer geredde boeken. Uit: Haarlems Dagblad van 12 juli 1979.

Hans Krol met een stapel uit de vuilcontainer geredde boeken. Uit: Haarlems Dagblad van 12 juli 1979.

'Sonnet voor een gebouw'[Hageveld} door M.L.A.Harmsen (1969), gepubliceerd in: Wonen op Hageveld; 52 luxe appartementen en woningen in het voormalig Bisschoppelijk Seminarie in Heemstede. Een uitgave van Hopman Interheem Groep.

‘Sonnet voor een gebouw'[Hageveld} door M.L.A.Harmsen (1969), gepubliceerd in: Wonen op Hageveld; 52 luxe appartementen en woningen in het voormalig Bisschoppelijk Seminarie in Heemstede. Een uitgave van Hopman Interheem Groep.

Boven: directiekeet van seminarie Hageveld en onder: interieur van de tekenkamer in de directiekeet, 1921/1922. Het houten gebouw is thans in gebruik als woning. Uit: directieketen als bijzondere categorie industrieel erfgoed., door Gerard J.Telkamp. In: Stielz, jaargang 22, nummer 3, september 2011.

Boven: directiekeet van seminarie Hageveld en onder: interieur van de tekenkamer in de directiekeet, 1921/1922. Het houten gebouw is thans in gebruik als woning. Uit: directieketen als bijzondere categorie industrieel erfgoed., door Gerard J.Telkamp. In: Stielz, jaargang 22, nummer 3, september 2011.

Artikel over boek Hageveld van Frits Hazenberg; door Ton van den Brink (de Heemsteder, eind juni 2011)

Artikel over boek Hageveld van Frits Hazenberg; door Ton van den Brink (de Heemsteder, eind juni 2011)

BIJLAGE: BERNARDIETENKLOOSTER EN BERNARDIETENSTINS

De Bernardietenstins in Haarlem was eigendom van het Bernardietenklooster in Heemstede, door Hendrik Spilman in koper gebracht (1764)

Bovenstaande gravure van het Bernardietenklooster is  door Hendrik Spilman, gebaseerd op een 18e eeuws handschrift [zie boven] in koper gebracht (1764)

Uitsnede Heemstede, met links Bernardieten kapel en klooster, uit een kaart van 1539 van de Grote Raad van Mechelen (tegenwoordig aanwezig in het Algemeen Rijksarchief Brussel)

Uitsnede Heemstede, met links Bernardieten kapel en klooster, uit een kaart van 1539 van de Grote Raad van Mechelen (tegenwoordig aanwezig in het Algemeen Rijksarchief Brussel)

Fragment tekening van het beleg van Haarlem (rechts met omwalde muren) door Henry Masen uit 1572. Lnks van de stad Haarlemmerhout met een kampement van de Spaamse soldaten

Fragment tekening van het beleg van Haarlem (rechts met omwalde muren) door Henry Masen uit 1572. Lnks van de stad Haarlemmerhout met een kampement van de Spaanse soldaten en verderop het Bernardieten(klooster), het ambacht Heemstede en het Huis te Heemstede. Daaronder het Spaarne, uitmondend in de Haarlemmermeer. Ook de vuurbaak of vuurtoren is ingetekend.

‘Een curiosum in de Haarlemse geloopsgebouwen is de voormalige Bernardietenstins, waarvan een smalle gepleisterde gevel in de Jansstraat nummer 81 tot 1887 het enige restant was. Daarna bleef het nog slechts een herkenningspunt op oude stadskaarten. Een stins (eigenlijk steenhuis) was de naam die in de middeleeuwen werd gegeven aan een stenen verdedigingstoren bij een woning die meestal van hout was. Later werd de term ook gebruikt voor het geheel van een versterkte, adellijke (stenen) woning. Hoewel de term ‘stins’ in Friesland werd gebruikt, vinden we deze term eenmalig in Haarlem, vergezeld van het voorvoegsel ‘Bernardieten’. Bernardieten, ook wel Bernardienen of Bernardijnen genoemd, maken deel uit van de Cisterciënzer Orde, die in 1098 in het Franse dorpje Cistercium onder Dijon werd gesticht. Een van de beroemdste Cisterciënzers was Bernardus van Clairvaux, naar wie sommige kloostergemeenschappen zich later gingen noemen; vandaar de naamgeving. Zij hebben evenwel nooit een klooster binnen de muren van Haarlem gehad, er is  althans een enkele oorkonde bekend van toestemming daartoe, noch van de geestelijke noch van de wereldlijke overheden. Wel is bekend dat zij een klooster bij Heemstede hebben gehad, in de nabijheid van het latere seminarie Hageveld, ongeveer op de plek waar zich nog steeds een buitenhuis met de naam ‘Het Clooster’ bevindt; dit klooster werd in 1458 gesticht door de priester Huyg van Assendelft en werd na de Hervorming in een hofstede veranderd. Dit klooster was de eigenaar van de betreffende stins in Haarlem. Het versterkte huis in de Jansstraat moet 13e of 14e eeuws zijn geweest. Het komt in een bron uit 1553 voor als ‘der Barnardyten stinsse’, ofwel de stins van de Bernardieten

Het gepleisterde huis rechts op de voorgrond is nog een restant van de vroegere Bernardietenstins, ook wel stins van Colterman genoemd. De foto dateert uit circa 1885. Het gebouw werd in 1887 afgebroken.

Het gepleisterde huis rechts op de voorgrond is nog een restant van de vroegere Bernardietenstins, ook wel stins van Colterman genoemd. De foto dateert uit circa 1885. Het gebouw werd in 1887 afgebroken en op deze plaats is het gerechtsgebouw gekomen.

Het werd nog in de 19e eeuw gebruikt als school. Het gebouw zelf is in 1887 gesloopt. Men mag vermoeden dat het Heemsteedse klooster, onbeschermd gelegen als het was tussen weilanden en plassen, in de directe nabijheid van het woelige Haarlemmer Meer, een veilig toevluchtsoord tegen menselijk geweld of natuurrampen achter de hand wilde hebben, en dit zocht te bewerkstellingen achter de Haarlemse muren, in een versterkt stenen huis op de zandplaat. Dergelijke refugiehuizen hebben ook in Zuid-Nederlandse steden bestaan (Den Bosch, Uden, Hulst). De Haarlemse Bernardietenstins die in de Historische Stedenatlas Haarlem wordt vermeld, heeft mogelijk de functie van refugiehuis gehad, en is op grond van die veronderstelling vermeldenswaard’. (Uit: ‘Meer dan steen… De Haarlemse kerken en andere gebedshuizen vroeger en nu.’ (2007).

Vooraanzicht Hageveld

Vooraanzicht Hageveld

Vooraanzicht woondeel Hageveld bij avond (Hosper)

Vooraanzicht woondeel Hageveld en ingang ondergrondse parkeergarage bij avond (Hosper)

Ruim 1.000 Hagevelders met een cheque van 42.252 euro, bijeengezameld voor Serious Request 2014, op weg naar de Grote Markt in Haarlem (foto Hermina Karle-Hennings)

Ruim 1.000 Hagevelders met een cheque van 42.252 euro, bijeengezameld voor Serious Request 2014, op weg naar de Grote Markt in Haarlem (foto Hermina Karle-Hennings)

Scan1592

Auteur Frits Hazenberg en echtgenote Ischa van Assema, die restauratieatelier ‘de Riemkap’ op Hageveld beheren (foto uit: Ode aan Heemstede, 2015)

                                      Luchtfoto van het Hageveldcomplex en omgevingHageveldpanorama

Vos

Jaap Vos (1928-2015), oud docent en archivaris Hageveld

 

Vanaf 1998 geeft de Stichting Reünisten Hageveld jaarlijks een jaarboek uit. In Jaarboek 2015 (Heemstede, 2016) heeft Hillebrand de Lange een in memoriam gewijd aan Jaap Vos die 24 jaar aan het seminarie verbonden is geweest als leraar geschiedenis, Latijn en Grieks. Hij overleed 21 juli 2015 in een verpleeghuis te Alphen aan den Rijn. In 1980 had hij de school verlaten om als archivaris bij het bisdom te werken en daarnaast als rector van de zusters van de Voorzienigheid op Bosbeek te fungeren. De Lange schrijft: ‘Maar voor Hageveld heeft hij toen nog een taak uitgevoerd van een onschatbare betekenis. Hij heeft namelijk het Hageveldse archief dat verspreid over kasten en dozen ongeorganiseerd lag te verslonzen, geïnventariseerd en volgens de regels van archivering op orde gesteld. Daardoor kon in een latere periode dit archief worden overgebracht naar waar het zich nu bevindt, het Noord-Hollands Archief aan de Kleine Houtweg in Haarlem.’