Tags

, , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Erfgoedprijs van Historische Vereniging Heemstede Bennebroek voor Landschapspark Hageveld, uitgereikt aan Kees Stokman (Haarlems Dagblad, 7 juni 2019)
Graafwerk op Hageveld, circa 2004 (foto: mevrouw Lamers-Oudt)
Vondst gedaan bij opgravingen Hageveld, afkomstig van de kerk van het middeleeuwse klooster Porta Coeli

Landgoed Hageveld bij Heemstede kent een lange en bewogen geschiedenis. Die begon na de laatste ijstijd, toen ter plaatse een strandwal ontstond. Dit gebied raakte nog in de steentijd bewoond. De eerste geschreven informatie maakt melding van hofstede Willigenhorn, een huis met boerderij en l;anderijen. In de 15e eeuw wordt er een bernardietenklooster, Porta Coeli ofwel de Hemelpoort gesticht. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog wordt het geplunderd en moet het zijn deuren sluiten. Het voormalig klooster komt in handen van welgestelde personen en ’t Clooster wordt een luxe buitenplaats waar veelal Amsterdamse families de zomers doorbrengen.

Buitenplaats ’t Klooster naar een aquarel van H.Numan uit 1794

Het oude herenhuis is afgebroken en in 1923 vestigt zich hier kleinseminarie Hageveld van het bisdom Haarlem; een architectonisch meesterwerk van Jan Stuyt. Tijdens de Tweede Wereldoorlog nemen de Duitsers hier hun intrek. Tegenwoordig wordt het voorhuis bewoond door particuliere eigenaren en is in het achterhuis een zelfstandig atheneum gevestigd. De auteur Frits Hazenberg heeft veel studie gemaakt van archeologie en archieven en de rijke geschiedenis van Hageveld in een prachtig boekwerk in groot formaat samengevat. Het met meer dan 500 illustraties verluchte ingebonden boek telt 224 pagina’s en kost 39.50 Euro.  ISBN 978 90 817146 17.

Voorzijde van het boek

Voor praktische informatie over: landgoed Hageveld Heemstede; 5000 jaar bewoningsgeschiedenis, zie:  www.historischhageveld.nl

Hageveld in volgelvlucht
Achterzijde van Hageveld
Achterzijde van Hageveld

In 2010 gaf de gemeente Heemstede een NATUURKAART uit: de mooiste plekjes om te wandelen en te fietsen. Ten aanzien van Hageveld wordt daarin vermeld: “Landgoed Hageveld omvat een gebied van ruim 14 hectare, aan de zuidoostkust van Heemstede. Het markante hoofdgebouw dateert uit 1922 en heeft dienst gedaan als kleinseminarie en onderwijsinstelling. De ruimten van het seminarie zijn nu verbouwd tot appartementen. Het overige deel is nog steeds een school. In het gebied rond Hageveld is in de loop der jaren een prachtig stuk natuur ontstaan waar nog veel te ontdekken valt. Het landgoed ligt op één van de meest oostelijk gelegen strandwallen van Zuid-Kennemerland. Het kenmerkt zich door bebost duin, overgaand in de veenweiden langs het Spaarne. Dit halfnatuurlijke landschap is door eeuwenlang menselijk gebruik ontstaan. Hageveld maakt deel uit van de ecolologische hoofdstructuur van Nederland, een netwerk van grote en kleine natuurgebieden. Het vormt een rustpunt voor met name vogels en vleermuizen. In de weilanden broeden weidevogels, zoals kievit, tureluur en scholekster. De poeltjes en sloten zijn het leefgebied van de rugstreeppad en paling. In het gebied ziet u mogelijk in de avonduren verschillende soorten vleermuizen. Hun kolonies leven in holle bomen op het landgoed. In het bos bloeien in het voorjaar vogelmelk, helmbloem, maagdenpalm en dagkoekoeksbloem.”

Romeinse scherf.jpg
Vondst Romeinse terra sigillata scherf op terreinen Hageveld (HVHB)

BEKNOPTE HISTORIE VAN HAGEVELD-HEEMSTEDE; van bisschoppelijk seminarie naar school en appartementencomplex

OORSPRONG

Het seminarie Hageveld werd in 1817 gesticht op de plaats van een buitenplaats te Velsen Driehuis. Vandaar werd het vanwege een groeiend aantal leerlingen na dertig jaar overgeplaatst naar Voorhout in Zuid-Holland. Om dezelfde reden heeft in 1923 ‘het derde Hageveld’ een nieuw monumentaal gebouw aan de rand van Heemstede betrokken. Het kleinseminarie Hageveld van het bisdom Haarlem bereidde priesterstudenten voor tot de hogere Filosofische en Theologische studies op het grootseminarie te Warmond. Op de plaats van het huidige Hageveldgebouw stond in de late middeleeuwen het Bernardieten- ofwel Cisterciënzerklooster ‘Porta Coeli’ (de Hemelpoort), opgericht na 1455, op de locatie van een eenvoudig landgoed dat ‘Willigenhoorn’ heette. Een relict uit deze tijd zijn de nog altijd zo geheten ‘monnikenvaarten’. Na sluiting omstreeks 1580 is op deze plaats een buitenplaats gebouwd, waar voornamelijk katholieke patriciërs uit Amsterdam in de zomermaanden verbleven. Het grote herenhuis ’t Clooster genaamd is omstreeks 1873 afgebroken toen een nieuwe, witgepleisterde en nog bestaande villa is gebouwd als huisvesting voor de familie van burgemeester J.Ph. Dolleman, burgemeester van Heemstede.

Bericht over toekomstige verkoop van landgoed 't Clooster, uit: Zondagsblad Nieuwe Haarlemsche Courant van 20 mei 1911.
Bericht over toekomstige verkoop van landgoed ’t Klooster, uit: Zondagsblad Nieuwe Haarlemsche Courant van 20 mei 1911. Het bijschrift luidde: ‘Het bekende royale landgoed ‘Het Klooster’ nabij Heemstede, laatstelijk bewoond door de heer Aberson, werd dezer dagen onder den hamer gebracht. Waarschijnlijk zal het goed voor bouwterrein worden bestemd: een van de vele mooie landgoederen in de omtrek van Haarlem verdwijnt dan daarmede’.

Het landgoed ter grootte van ongeveer 72 hectare is in 1920 voor ƒ 450.000,-  door het bisdom van Haarlem aangekocht van de familie Aberson. Hageveld als kweekschool voor toekomstige priesters is tot stand gekomen onder architectuur van de bekende katholieke architect Jan Stuyt. De bouw werd opgedragen aan aannemer C.Jonckbloedt. De totale kosten bedroegen, exclusief de kapel, ongeveer ƒ 2.200.000,-. In 1921 is gestart met de voorbereidingen en 2 jaar later kwamen de eerste leerlingen binnen, 318 in getal. De kapel met daarboven een fraaie koepel is voor ruim drie ton bijgebouwd en kwam in 1925 gereed. Deze kapel, gewijd aan de heilige Jozef – thans een als aula en mediatheek gebruikte ruimte – bood ruimte aan 600 personen, die allemaal een onbelemmerd gezicht hadden op het hoofdaltaar. In koepel en priesterkoor van de kapel zijn muurschilderingen aangebracht van beeldend kunstenaar professor Huib Luns. Voor de zusters van Alverna die als personeel werkzaam waren is een aparte kapel ingericht.  Voorts werd in 1930 de gymzaal gebouwd.

Architect Jan Stuyt van Hageveld (maar ook in 1906 mede van het raadhuis in Heemstede) op een foto in zijn werkkamer, gepubliceerd in de Katholieke Illustratie van 14 juni 1919.
De rooms-katholieke architect Jan Stuyt van Hageveld (maar ook in 1906 mede van het raadhuis in Heemstede) onder het wakend oog van een Mariabeeld met kind op een foto in zijn werkkamer, gepubliceerd in de Katholieke Illustratie van 14 juni 1919.
Portret van architect Jan Stuyt, getekend door Huib Luns
Portret van architect Jan Stuyt, getekend door Huib Luns
Jan Stuyt in zijn studeerkamer

GEBOUW

De gevels van Hageveld zijn uitgevoerd van gebakken en gehouwen steen, de daken met leien bedekt. De voorgevel is o.a. versierd met het wapen van bouwbisschop Callier van Haarlem. Het enorme gebouw, met grote kelders en zolders, bevat alleen al zeven kilometer dakgoten. De grootste breedte van het gebouw is 152 meter en de grootste diepte 136 meter. De plattegrond was even monumentaal als praktisch opgezet. Gelijkstraats bevindt zich een gewelfd voorhuis, dat zich voortzet in een overwelfde gang, die naar de kapel op de achterste  binnenplaats (cour)  leidt. Aan weerszijden van het voorhuis zijn eretrappen aanwezig, die naar het – vroegere – (logeer)vertrekt van de bisschop aan de voorzijde en kamers van de professoren leidden. Rechts van het voorhuis leidde een gang naar de eetzaal (het refter) en de recreatiezaal van de professoren etc. Aan de achterzijde van het gebouw, ter weerszijde van de kapel lagen twee grote vleugels bestemd voor de leerlingen. Elke vleugel bevatte beneden de klaslokalen, de studie-  en recreatiezalen en op de verdieping de slaapzalen, die langs de monumentale trappen bereikt werden. Aan het einde van deze vleugels was de toegang voor twee, van elkaar gescheiden speelplaatsen, voor de jongeren (‘kleinen’)  en ouderen (‘groten’).  Vanaf de brug stenen brug komende was de seminariebibliotheek in de rechtervleugel gehuisvest.

RECENTE ONTWIKKELINGEN

Na een onderbreking en Duitse bezetting in de oorlogsjaren kom men in het schooljaar 1945/1946 van start gaan met zo’n 400 leerlingen. Na 1960 met 460 studerenden liep het aantal leerlingen drastisch terug. Nadat een jaar eerder Hageveld was opengesteld voor externen, voor biet-seminaristen, is in 1967 het Bisschoppelijk College in het leven geroepen. Drie jaar later zijn bovendien meisjes toegelaten. In 1980/1981 met nog maar 10 internen kwam met de opheffing van het internaat een definitief einde aan het tijdperk als priesterseminarie. De school, een atheneum breidde zich daarentegen verder uit met nog voor het jaar 2000 voor het eerst meer dan 1.000 scholieren. In de (voor)gebouwen waren verder de zusters Franciscanessen, met een eigen kapel, en priesters met emeritaat woonachtig. Gedeelten zijn ook tijdelijk verhuurd aan instellingen en bedrijven. Op 4 juli 2001 is het bestuur van College Hageveld eigenaar geworden van het schoolgedeelte om zelfstandig verder te gaan als atheneum. In dat jaar is het voorhuis gesloten en na verkoop door het bisdom aan projectontwikkelaar Hopman/Interheem. Die heeft op het landgoed 50 appartementen gerealiseerd voor mensen die willen wonen in dit majesteueuze gebouw met parkachtige omgeving aan de rand van Heemstede. Vanwege rijksbescherming als monument mochten aan de buitenzijde geen bouwkundige veranderingen plaatsvinden. De zogeheten ‘paarse zaal’ kreeg een gemeenschappelijke bestemming. De schilderijen en borstbeelden zijn naar elders overgebracht en het Hageveld-archief is opgenomen in het Noord-Holland Archief te Haarlem. Een geschilderd portret van bisschop Callier kreeg een nieuwe plaats in de pastorie van de Onze Lieve Vrouw Hemelvaart kerk aan het Valkenburgerplein in Heemstede. Op het terrein van Hageveld bevindt zich nog een klein priesterkerkhof. Sinds 1998 wordt veelal jaarlijks een jaarboek uitgegeven door de Stichting Reünisten Hageveld, waarin talrijke historische bijdragen en herinneringen aan het Hageveld zijn gepubliceerd.

======

Bernardietenklooster, Porta Coeli (de Hemelpoort) 1455-1581

Situering van de Haarlemse klooster tijdens de Middeleeuwen. Buiten de stadsmuren lagen nog 2 abdijen, 1 in Schoten, het klooster der Regulieren [’t Convent onser Lieven Vrouwe Visitatie buyten de Jansporte‘] en 1 van de paters Bernardieten/Cisterciënzers: Porta Coeli ofwel de Hemelpoort, op de plaats van het tegenwoordige Hageveld.
Bernardus van Clairvaux als  miniatuur/initiaal  in een middeleeuws verlucht handschrift. Hij was abt in het Franse Clairvaux en leefde van 1090 tot 1153 en wordt als de voornaamste promotor gezien van de hervormende kloosterorde der cisterciënzers, in 1098 als kloosterorde gesticht door Robert de Molesme van de abdij van Clairvaux
De heilige Bernardus van Clairvaux is in de loop van de eeuwen talrijke malen afgebeeld, zoals tussen 1510 en 1520 door – naar men aanneemt – de Meester van Elsloo, een Oppergeldse houtsnijder. Dit houten beeld bevindt zich in de Munsterkerk van Roermond
Kaart met vermelding van de opgeheven Cisterciënzerkloosters in de Nederlanden (Katholieke Encyclopedie). In Holland  waren zes abdijen in: 1) Loosduinen, 2) ‘Bethlehem’ in Warmond, ‘Mariënhaven’ (Warmond), 4) Leeuwenhorst (Noordwijkerhout), 5) ‘Galileo Minor’ in Monnikendam en 6) Hemelpoort te Heemstede. ‘Hemelspoort’ werd het veertiende klooster in deze rang der Bernadienen ofwel Bernardieten genoemd. Tussen 1570 en 1600 sloten als gevolg van verwoesting of onteigening 31 van de 34 cisterciënzerkloosters in de Nederlanden hun poorten. [Nog één keer herleefde klooster de Hemelpoort binnen de orde. In 1656 kreeg Servatius Gillet, prior van het klooster Villers in Brabant en rector van de zusters van Bloemendaal  (1599-1669] namelijk de eretitel van de prior van de Hemelpoort. In Heemstede herinneren de Cloosterlaan en Cloosterweg aan het vroegere Bernardietenklooster Porta Coeli].
Porta Coeli in Heemstede (Religion Zisterzienser)
Oprichtingsakte Bernardieten- ofwel Cisterciënzerklooster in de ban van Heemstede (transcriptie uit: H.H.B.Binnewiertz. Heemstede. Rotterdam, 1854)
Vervolg van oprichtingsakte klooster Hemelpoort, 1456
Slot van oprichtingsakte (1458) + Copie van de protectien door Jan van Heemstede, schildknaap, 1459
Vervolg protectiën door Jan van Heemstede, 30 augustus 1449

Twee priesters, behorende tot het bisdom Haarlem, hebben in 1456 uit eigen bezit een Cisterciënzer mannenklooster “Porta Coeli” gesticht op de plaats van de voormalige (boeren)hofstede Willigenhoorn (1). In handen gegeven aan de prior en convent van het Cisterciënserklooster ‘Mariënhave’ te Warmond. Bij een “open” brief evenals door de bisschop van Utrecht David van Bourgondië, heeft hertog Philips van Bourgondië in 1456 deze stichting geaccordeerd en allerlei privileges gegeven. Onder andere had het klooster het poorterrecht van de stad Haarlem en ontving zo de benodigde gelden en had het klooster bij uitzondering het recht om zowel geestelijken als niet-geestelijken te begraven. Deze mannen, de priesters  mr.Johan Claesz ofwel Joannes Nicolaas (vicarius in de parochiekerk van Haarlem) – overleden in 1458 – en “de seer eerwaardige en devote priester” Hugo van Assendelft [laatstgenoemde uit een adellijk geslacht] (1) hadden hoge kloosteridealen en hebben ‘met den arbeid hunner handen deze woestenij van stuifzand, moeras en rietland, voorheen de Willigenhoorn [hoorn = hoek]  (2) geheten, herschapen en vruchtbaar genmaakt’ Het klooster bestond niet uit één gebouw, maar over het terrein lagen diverse gebouwen. De Willigen Hoorn is waarschijnlijk niet afgeboken maar als boerderij bij de abdij bleven staan. Het convent is niet echt tot grote bloei gekomen en tijdens de Hervorming op 27 juni 1572 ‘gebrocken ende geplondert’.

(1) Hugo van Assendelft in het NNBW:Overleden 3 februari 1483. Volgens Batavia Illustrata II, 856, zoon van Willem, schildknaap, en van Anna van Vennip en oudoom van Hugo van Assendelft (1466-1540). Hij was volgens het dodenboek van het Warmondse klooster ‘Mariënhave’een der stichters van het cisterciënserklooster te Heemstede. Mr. Hugo van Assendelft, priester en mr.Johan Claesz. of Jan Nicolaesz., vicaris in de parochiekerk te Haarlem, namen daartoe in 1455 het initiatief. In 1456 kregen zij toetemming van hertog Philips van Bourgondië; de bisschoppelijke goedkeuring werd 30 maart 1457 verkregen. Hugo van A. droeg 3 april 1458 een hofstede “Willigenhoerm”  in de ban van Heemstede o, met “eenig land op, voorwaarde dat de bouw van het nieuwe klooster binnen twee jaar zou aanvangen”. (…) Op St. Antoniusdag 1458 werd met de bouw te Heemstede aan het Spaarne aangevangen. Het nieuwe klooster kreeg de naam  van Porta Coeli of ’s Hemelspoort. Het heeft echter geen grote bloei kunnen bereiken en is in de eerste jaren van de 80-jarige oorlog te niet gegaan.’  Onvermeld in het NNBW is het gegeven dat Hugo van Assendelft ook de stichter is van het Sint Barbara gasthuis in Haarlem aan de Jansstraat [tegenwoordig n.54]. Over dit gasthuis zegt Samuel Ampzing – en hij noemt in één adem het Sint Antonius Gasthuis: ‘Het Sinte Barbers Huys, gelijk Antonis mee / Sijn beyde maer alleen der vrouwe woning-stee”. Van de stichting van het Sint Barbara Gasthuis is een zogenaamde fundatiebrief overgeleverd met als datum 10 april 1435. ‘Wy Orker van Crimpe ende Jan Claessen Dam, Schepenen van Haarlem, oirconden, dat voor ons quam Meester Hugo van Assendelft, priester met Claesz. van Assendendelf sijne neven ende momboirt ende opgaf puerlijk ter eeren Gods sijne benedider moeder ende alle Gods heyligen, der goeder Stede van Haerlem tot eenen vrijen eygen….”. En dit gesticht zou dus “Onser Liever Vrouwen Gasthuys” worden genoemd, maar dat beter bekend stond als hert Sint Barbara Gasthuis. Allan zegt hierover: ‘Oorspronkelijk was dit gesticht verdeeld in wee kamers, die te samen, in dertien legersteden, genoegzame ruimte aanboden tot verpleging van een gelijk aantal vrouwen, allereerst aangewezen door de stichter zelven en later door de over diens stichting aangestelde Regenten, met wie hij in 1436 eene overeenkomst slot, waarbij Hugo van Assendelft ook voor zich als voor zijne erven, het recht bedong twee “bedsteden” te begeven’.  In 1624 kreeg dit Sint Barara Gasthuis een portiek met een fraaie gevelsteen, waarin de inscriptie: ‘Incarnatie Omdat wij ovt ende behoeftich schenen en verlaten heeft Hugo van Assendelft hier gesticht te onser baten Anno Barbera Vrouwen Gasthuys  1624.’ In 1841 kreeg het gasthuis echter een heel andere bestemming. Het werd veranderd in een bewaarschool voor arme kinderen. Het was de eerste kleuterschool van Haarlem.

Typering door een achterneef van Hugo van Assendelft (uit: Kees Kuiken. De poort van de Hemel; stichters en supporters van het klooster in Heemstede 1455-1581. (Jaarboek Haerlem 2009. 2010, p.9-34.

(2) De Willigenhoorn, gelegen nabij het Spaarne, bestond uit een huis met een hofstede, boomgaard, met schuur, berghuis. Er behoorden 6 morgen weiland er 13 achelen zaadland toe. Hofstede en land waren tot dan verhuurd geweest voor 36 gouden Wilhelmus schilden ’s jaars. F.R.Hazenberg schrijft in zijn standaardwerk over Hageveld onder meer het volgende over Willigenhoorn, voor het eerste beschreven in een akte uit 1455, ook Viligerhorn en Willigenhoern genoemd. Die naam was uit te leggen als de kromming in de weg of waterloop bij de wilgen of het wilgenbos. ‘De vroegste bekende eigenaar van de Willigenhorn was Zymen Pieterszoon. Hij bezat meerdere stukken grond in de omgeving. Later kwam de Willigenhorn in handen van de Haarlemse priester magister Hugo van Assendelft (?-1483). Hij verhuurde de hofstede met landbouwgrond voor 7 gouden Wilhelmusschilden per jaar. Hugo van Assendelft was de zoon van Albert van Assendelft en Christina van Maarn. Hij en zijn broer schonken in 1435 hun ouderlijk huis in de St. Jansstraat aan de stad Haarlem en stichtten daar een gasthuis – in 1624 herbouwd en kreeg toen de naam Barbera Vrouwen Gasthuys – ten behoeve van dertien arme ouderen. Het gasthuis was voorzien van een aan Maria gewijde kapel. Hier hing onder meer een tweeluik met de geleerde portretten van de stichters. Hugo van Assendelft droeg in deze kapel elke ochtend om 7 uur de mis op en voorzag de daarbij aanwezige armen van aalmoezen. Om de stichting van het klooster mogelijk te maken, schonk hij de Willigenhorn op 3 april 1455 aan klooster Mariënhaven te Warmond’.  

Gravure van 't Klooster der Bernardinen (Bernardieten/Cisterciëzers) in Heemstede met andere kloosters uit 'De stad 'Haarlem en haare geschiedenissen uit 1765 van G.W.van Oosten de Bruyn, vervaardigd door Hendrik Spilman.
Gravure van ’t Klooster der Bernardinen (Bernardieten/Cisterciënzers) – nummer 21 – in Heemstede met andere kloosters uit ‘De stad ‘Haarlem en haare geschiedenissen uit 1765 van G.W.van Oosten de Bruyn, vervaardigd door Hendrik Spilman. (Noord-Hollands Archief)
haar19
De twintig binnen de stadspoorten van Haarlem gelegen middeleweuwse kloosters, enkel porta Coeli lag in Heemstede daarbuiten.  (Tentoonstelling ‘Allemaal Haarlemmers’ in Museum Haarlem, najaar 2020)
Scan1551

Uitsnede uit kaart in vogelvlucht van Haarlem en Heemstede uit 1539 door landmeter Symon Meeuszoon van Edam met links een afbeelding van het Bernardietenklooster  (Algemeen Rijksarchief België, Brussel)

Onder: uitsnede kaart van Georg Braun en Frans Hogenberg, 1588 met Bernardieten klooster:

Scan1554
Assendelft1

Historische poort naar voormalig Barbera Vrouwen Gasthuis, gesticht door Hugo van Assendelft

De priester mr.Hugo van Assendelft was met priester mr.Jan Klaasz. stichter van het Bernardietenklooster in Heemstede. Hij woonde in de Jansstraat te Haarlem. Op deze afbeelding de gevelsteen het ook door van mr.Hugo van Assendelft gestichte gasthuis met zijn familiewapen
De priester mr.Hugo van Assendelft was met priester mr.Jan Klaasz. (Diert) stichter van het Bernardietenklooster in Heemstede. Hij woonde in de Jansstraat te Haarlem. Op deze afbeelding in de poort de gevelsteen van het ook door van mr.Hugo van Assendelft gestichte Barbara gasthuis aan de Jansstraat met zijn familiewapen.  De Van Assendelfts hadden evenals de heren van Heemstede een eigen grafkapel bij de Jansheren in de Janskerk aan de Jansstraat. Hugo van Assendelft is echter als ‘trouwe vriend van de priorij Mariënhaven’ in Warmond begraven.
Assendelft2
deel van poortje voormalig Barbara Vrouwen Gasthuis in de Jansstraat, gesticht door Hugo van Assendelft

Gevelsteen Hugo van Assendelft in de Jansstraat

Jansstraat bij het Barbara Gasthuis met zicht op de Oude Bavokerk, Krijttekening door Cornelis Springer, 1868 (NHA)
oude foto van het bewaard gebleven poortje in de Jansstraat
Buchelius tekende in 1605 het gebedsportret van mr.Hugo van Assendelft (rechts) en diens broer Bartout (Universiteitsbibliotheek Utrecht)
Buchelius tekende in 1605 het gebedsportret van mr.Hugo van Assendelft (rechts knielend bij een staande bisschop) en links in kleur diens broer Bartout in wapenuitrusting en met rode mantel, met zijn vrouw Ida van Zwieten in groene mantel afgebeeld.(Universiteitsbibliotheek Utrecht) Deel uitmakend van een drieluik zou de afbeelding te vinden zijn geweest in de kapel van het Barbara Vrouwen Gasthuis te Haarlem
IMG_0009
De kloosterbibliotheek van Porta Coeli ging ten tijde van de Haarlemse Beroerten in 1572 verloren. Van diverse Haarlemse kloosters zijn wel boeken overgeleverd, zoals van het nonnenklooster Maria ter Zijl. Dit brevar1um met fraaie miniaturen en ornamenten is vervaardigd door Beatrijs van Assendelft (Catharijne Convent Utrecht)

Naast de goede werken van religie zijn in het klooster de Hemelpoort ook de wetenschappen beoefend. Van enkele Broeders vermeldt het Memorieboek van Mariënhave in Warmond dat zij in edele kunsten uitmuntten. Van een der Broeders Dirck Tyerloet van Leyden wordt speciaal vermeld, dat hij vele boeken schreef, van Claes van Nieuwerkerc, dat hij drie schone boeken schreef, en van de donaat heer Gheriit, dat hij “wel scrijven’ kon – bedoeld zal zijn kopiëren. In 1511 werd voor de stad Leiden een keurboek in het klooster afgeschreven

IMG_0010
Verklaring over Getijdenboek door Beatrijs van Assendelft (Museum Catharijne Convent Utrecht)
Opgegraven boekbeslag afkomstig van klooster de Hemelpoort (Illustratie uit boek van Frits Hazenberg. Hageveld, 2011, pagina 37)
Opgegraven boekbeslag afkomstig van scriptorium/bibliotheek van het verwoeste klooster Hemelpoort (boek Hageveld, 2011, pagina 52)

Samengesteld door drs. S.Diependaele en F.R.Hazenberg gaf ArcheoMedia BV, archeologisch onderzoeks- en adviesbureau te Capelle aan den IJssel in 2007 een uitvoerige (losbladige) publicatie van meer dan 300 bladzijden uit, gewijd aan de archeologische opgravingen ter plaatse van het voormalig Bisschoppelijk Seminarie Hageveld te Heemstede. Over gevonden boeksluitingen en boekbeslag wordt gerapporteerd op de pagina’s 151 tot en met 169.

Kaartje reconstructie kloosterterrein van de Hemelpoort uit rapport ArcheoMedia, pagina 297
Titelblad van 18e eeuws handschrift; 'Korte beschryving van 't Klooster Hemels-Poort der Bernardinen tot Heemstede met deszelfs egtte bewijs-stukken en bescheyden daar toe-behoorende door K.van Alkemade, P.van der Schelling.'
Titelblad van 18e eeuws handschrift; ‘Korte beschryving van ’t Klooster Hemels-Poort der Bernarditen tot Heemstede met deszelfs egte bewijs-stukken en bescheyden daar toe-behoorende – door K.van Alkemade, P.van der Schelling.’ Porta Coeli werd gesticht als een filiaal van het moederklooster Mariënhaven in Warmond. Broeder Gijsbert, oorspronkelijk uit Sibculo, was al prior in Warmond voor hij in Heemstede werd beroepen. De kloostergemeenschap was zoveel mogelijk zelfvoorzienend. Omstreeks 1580 beschikte men over vijftig hectare land in Heemstede, 5 in Noordwijkerhout en 12 in Zoeterwoude. Verder percelen in Hillegom, Zaandam, Westzaan en Warmond en in de Jansstraat over een pand, Bernardietenstins geheten, met een waarde in 1481 van 20 pond. Het aantal monniken bedroeg gemiddeld 7 of 8 waarbij nog ongeveer eenzelfde aantal lekenbroeders. Als priors zijn tussen 1458 en circa 1570 achtereenvolgens de volgende priesters met naam bekend: Ghijsbert, Jan Verhaeck, Jan Verbouts, Dirk van den Hage, Cornelis van Rotterdam, Nanno Thymanni van Haarlem, Andreas van Haarlem, Jan Warboutsoen, Nanninck Hermanszoon, Reynier Claeszoon, Regnerus Nicolai, Wilhelmus Arnoldi, Gherit Thomas, Willem Aernt(ts)zoon van Utrecht, Claas van Amsterdam en Andries van Haarlem. Na de  beroerten van 1572-1573 is het klooster afgebroken en in een hofstede en landhuis gewijzigd, begonnen met de familie Fabri en nog lang in bezit gebleven van katholieke eigenaren. Dominee Ampzing schrift in zijn dichterlijke kroniek van Haarlem: ‘Beziet dan ook het huijs, dat Fabri sich voor desen – Dat Fabri sich ook noch ter woonst heeft uitgelesen – De Vader en de Soon: het huijs en hof van lust – Daer Fabri om ’t gewoel der stad in vrede rust – Dit is een lustig land, gelijk de Papen weten – Want hun het beste toch en ’t veste toebehoord – – So had het ook bij den naam van ’s Hemelspoort’. De resterende goederen der Bernardienen werden bij accoord der Staten van Holland, 22 december 1581, verklaard ten behoeve van de Academie te Leiden. Maar na een conflict met de stad Haarlem -na de verwoestingen onder de Spaanse bezetters kon van de 21 kloosters géén gemist worden – is ten voordele van de stad beschikt, kwamen de goederen aan het ‘Geestelijk comptoir van Haarlem’ die deze weer van de hand deed. De landerijen van het klooster, 42 morgen groot, werden verkocht aan Boudewijn van Loo, rentmeester-generaal van Vriesland, wiens erfgenamen de hofstede in 1613 verkochten aan sinjeur Hans Fabri, koopman te Haarlem.

De kerk ofwel kapel stond los van het kloostergebouw en was via een brug over de vaart bereikbaar.De achthoekige toren stond bovendien los van het godshuis. Bij de opgravingen van omstreeks 2000 zijn fundamenten van de kerk en de toren teruggevonden in de zustertuin.  Een versierde zandstenen console met de voorstelling van een gevleugeld kopje van een engel vormde de meest aansprekende vondst. Ook zijn fragmenten van een gebrandschilderd raam teruggevonden.Uit de archieven is bekend dat het cisterciënzer vrouwenklooster Leeuwenhorst te Noordwijkerhout in 1464 of 1465 een glas-in-lood raam schonk aan de Hemelpoort. De abdis Elizabeth van Rijswijk en priorin Baarte van Beesd bezochten de feestelijke gebeurtenis van de inwijding met hun priesters en enige nonnen, De gasten namen als geschenk een vat wijn met een inhoud van 21 stoop = ruim 50 liter.

In 1458 gaf David van Bourgondië, bisschop van Utrecht zijn bisschoppelijke toestemming om een klooster binnen de banne van Heemstede op te richten. Citaat: ‘David van Burgonje’ door genade van Godt en van den Apostolischen stoel bischop van Utrecht ter eeuwigen geheugenisse der zake. Wij meenen dat wij Gode een aangenamen en behaagelijken dienst doen, als wij instelling van nieuwe kloosterordes begunstigen en zoo wel die kloosterordes als die den Heere daar dienen, terwyle dat de geloovigen door hunne giften de behulpzame hand daar ook aanbieden, achtervolgens den pligt van ons harders ampt, tegen de quellingen van boosaardige menschen beschermen’. Na vermelding van de stichting door de in Christus beminde Meesters Hugo van Assendelft en Johan Niklaaszoon, priesters. Voorts dat het convent te Warmond enige broeders of monniken zal zenden om  dit nieuwe klooster te beginnen, zo vervolgt de bisschop:  weshalve wij de plaats, de gebouwen, de inkomsten en alles en ieder in ’t bijzonder, zoo als boven uijtgedrukt staat, en door de voornoemde begiftigers gegeeven is, uit name en van wegen de cisterciënser orde en de cisterciënser monniken van nu af aannemen en aanvaarden: wij hebben dezelve goederen plaats en inkomsten aan de orde en monniken voornoemd tot een eeuwige en zuivere vereering gegeeven.  Wij begeeren, dat het klooster, bewoond door een prior en door monniken van de citerciënser orde, voortaan genoemd zal worden ’s HEMELS POORT. Verleenende aan den prior bijzondere voorrechten als te mogen hebben: klokken en klokhuijzen, de plegtigheden der Missen en andere goddelijke diensten te mogen verrigten en zingen; en zelfs te mogen begraven: zusters en huijsgenooten van ’t zelfde klooster, mitsgaders hen die uijt genegendheid of godvructigheid hunne begraafplaats aldaar gekozen zullen hebben, behoudens nogtans de regten der kerk, waartoe die personen mogten behooren. Intussen werd de prior van Warmond erkend als overste der broeders, volgens de regelen van de orde. Bovenstaande brief is gegeven in het jaar des Heren 1457 op 30 maart.

Charter gedateerd 25 juni 1458 in Heerlijkheidsarchief Heemstede (NHA): ‘Broeder Ghijsbert, prior van het convent des klooster Hemelpoort, orde des sinte Bernaerds [Bernardus] des gestichts van Utrecht, in Heemstede, belooft voor hem en zijn nakomelingen aan Jan van Heemstede, baljuw van Kennemerland, dat hij zonder diens toestemming niet zal kopen of huren de landen thans toebehorend aan Claas Spaarmanszn en Jan Bouwenszoon gelegen aan de noordzijde van het huis Heemstede en grenzende aan de landen van het klooster’. Op Sint Antoniusdag 1458 is door de lekenbroeders begonnen met de bouw van het klooster, dat heeft bestaan uit diverse gebouwen, naast een kapel of kerk, een refter, slaapzaal, poortgebouw en gastenverblijf. Daaromheen werd een vaart, “de munnikenvaart” gegraven die het kloostergebied scheidde van het omliggende terrein.

Illustratie uit: F.R.Hazenberg. Landgoed Hageveld Heemstede 5000 jaar bewoningsgeschiedenis. 2011, pagina 35
boekbeslagheemstede

boekbeslag 16e eeuw 

In 1572 is het klooster geplunderd en (ten dele) verwoest. De kloosterorde Porta Coeli is formeel opgeheven in 1576, in 1581 kwamen de resterende goederen (huizen en landerijen) in eigendom van het Geestelijk Comptoir van Haarlem. F.R.Hazenberg schrijft: ‘Op 22 december 1581 herriepen de Staten van Holland hun beslissing met betrekking tot toewijzing van het klooster de Hemelpoort aan Haarlem en wezen  ze de bezittingen tie aan Leiden . Vermoedelijk had dit te maken met het feit dat het klooster buiten het grondgebied van e stad Haarlem lag en het moederklooster Mariënhaven onder Leiden viel. De stad Leiden gaf de goederen ter beschikking van haar in 1575 opgerichte universiteit. De stad Haarlem vocht dit besluit met succes aan en bracht het beheer van de Hemelpoort weer onder bij hun rentmeester van de geestelijke goederen. In 1581 maakte de rentmeester aantekeningen over de percelen uit het voormalige bezit van de Hemelpoort en de daarbij behorende jaarlijkse pachinkomsten: in Heemstede 7 percelen ter waarde van 468 pond etc.’ Zie onderstaande opgave:

Schema pachtinkomsten in ponden. uit: Kees Kuiken. De Poort van de Hemel. Jaarboek Haerlem 2009, 2010, pagina 27)

Vervolg Hazenberg: ‘De abt van abdij van Kamp stelde notaris Jan Barentszoon van Amerongen uit Haarlem aan als beheerder van de eigendommen van het klooster. De notaris liet de klok van de Hemelpoort , nog voor de grote stadsbrand in Haarlem van oktober 1576 overbrengen naar een kelder van de Grote Kerk. Ook kreeg hij de beschikking over verschillende papieren en een koortabel [=boek met alle katholieke feest- en gedenkdagen met bijbehorende diensten] die hij thuis bewaarde. Tenslotte vond hij na de stadsbrand nog een aantal van zegels voorziene aktes van de Hemelpoort bij het huis van Pieter Zijmansz. Bode van Wateringen naast de Grote Kerk van Haarlem. Met de Pacificatie van Gent was het protestantisme in de Hollandse en Zeeuwse gewesten de enige toegestane godsdienst. De Staten van Holland en Zeeland bepaalden op 23 mei 1577 dat de steden de kloosterbezittingen binnen hun poorten zouden krijgen als schadevergoeding voor de geleden schade in de strijd tegen de Spanjaarden. Behalve het Begijnhof en de Commanderij van St. Jan moesten uiteindelijk alle andere Haarlemse kloosters hun deuren sluiten. De stad Haarlem liet de voormalige kerk- en kloosterbezittingen beheren door haar rentmeester van de geestelijke goederen. Kort na 1577 legde de priester Gerijt van Loosdrecht een verzoek neer bij de Staten van Holland. Hij beweerde een gewijde monnik en kloosterling van de Hemelpoort te zijn, die daar 20 jaar eerder met toestemming van de prior was vertrokken. Hij deelde mee dat de bezittingen van het klooster nog niet overgedragen waren aan de stad Haarlem en nog onder de abdij van Kamp (1) vielen. Tevens vermeldde hij dat die abdij het onderhoud van zes kloosterlingen en een provenier betaalde. Hij gaf aan dat de Hemelpoort grote schulden had. Alleen al voor wijn, bier, vis, vlees en specerijen stond voor tenminste 1600 Karoluguldens aan schulden open, vooral in Haarlem, Leiden en Delft. De inkomsten bedroegen minder dan 600 Karolusguldens. Het was bovendien niet duidelijk of alle schuldeisers zich al hadden weten te melden. Om de schulden niet verder te laten oplopen, waren de kloosterlingen inmiddels elders ondergebracht. De door de abdij van kamp aangestelde beheerder verwachtte deze schulden binnen zes jaar te kunnen aflossen. Gerijt van Loosdrecht verzocht de Staten om na de verwachte onteigening van het klooster, mede als genoegdoening voor de ellende die de kloosterlingen tijdens en na het beleg in Haarlem hadden meegemaakt, hem en de andere kloosterlingen een pensioen toe te kennen. Het oordeel van de Staten luidde dat hij zich voor alimentatie en onderhoud in verbinding moest stellen met de abt van de abdij van Kamp’.    

(1) Cisterciënzerklooster in 1123 gesticht in het Duitse Rheinberg en als zodanig mederklooster van de Duitse en Nederlandse cisterciënzerabdijen

Op de voorgevel van het in 1923 gebouwde kleinseminarie Hageveld in Heemstede zijn als een verwijzing naar het verleden in 1923 de letters PORTA COELI aangebracht. Tegenwoordig is het voorgebouw in gebruik al appartementencomplex

Met naam bekend gebleven priors, subpriors  en lekenbroeders van het klooster Porta Coeli ofwel Hemelpoort in Heemstede; gesticht door de priesters Hugo van Assendelft en Jan Claeszoon uit Haarlem

Priors: – Broeder Gijsbertus 1456-1458 oorspronkelijk in klooster Sibculo en vòòr Porta Coeli prior in klooter Marienhaven te Wamond) (1) – Johannes (Verhaeck (“twee jaer tot Heemstede prior”) 1477 (2). Theodorus (Dirk) van der Hage (na 1481), Cornelis van Rotterdam (1494),  Nanninck Hermansz (1516), Reinier Nicolaasz van Amsterdam (sinds 1519/1520 genoemd), Willem Arentszoon van Amsterdam (1556?), Broeder Anthonis Hermansz. van Utrecht (1556?), Nicolaes van Amsterdam, pater Andries van Haarlem, Johannes Warboutszoon “in voerleden tyt daer prior”, Monnik en Priester. [Aan de pest overleden tussen 1515 en 1518 wordt als prior nog vermeld Noanno Thymini, “somwylen prior te Heemstee”], Willem Aerntsz van Utrecht [voorkomend in processtukken bij het geschil om een stuk land, waarbij Gerrit Wilemsz. supprior was en Broeder Dirk Janszoon koster], pater Jan Verboutsz uit Haarlem, ook gespeld als Jan Barwoutsz. (in 1508 overleden)

Als Broeders [die mogelijk ook enige tijd de functie van prior hebben vervuld) worden in de archieven nog genoemd: Pieter van Wieringen,Alert van Haarlem, Dirk van Delft, Dirk van Medemblik (“oudste en onder-kelder)”), Alert van Westcapellen, Jacob van Scorel (‘keldermeester [=beheerder van de wijnkelder/bottelier] van het Bernardietenklooster), Pieter van Wieringen, Andries van Haarlem, Broeder Hilbrand van Oostzaan, pater Jan Verboutsz., Broeder Hilbrand van Oostzaan, Hugo Willemsz. van Haarlem, Heynricz (Hendriksz). Verbout, procurator, Geryt van Loosdrecht

In het artikel ‘De Poort van de Hemel’ beschrijft Wim Kuiken o.a. de relatie van de familie Verbout (Verdebout) met Heemstede, in het bijzonder met het klooster Porta Coeli. Nazaten van deze in Heemstede gevestigde familie, zoals Hendriksz. Verbout en Jan Verboutsz. traden in als kloosterling bij de orde der Bernardieten
Charter van eigendomsbewijs van een huis, afkomstig van de Bernardieten te Heemstede. 17 juli 1459. Schepenen in Delft oorkonden, dat Verbout Heynricx (Hendriksz.), procurtor der Bernardyten van het klooster Porta Celi in Heemstede, heeft verkocht aan de Broeders van het klooster St.Jeronimus’dal te Delf een huis met erf aan de Westzijde van de Oudedelf int jaar ins Heren MCCC negen ende vijtich tsDynxdages opten XVIIen dach in Julio. Oorspr. (Inv.no.15) Met twee schepenzegels in groene was (Europeana).

Als onderpriors zijn bekend: – Broeder Jan Zegerszoon (1556), Broeder Gerrit Willemmsz. ofwel Gerardus Wilhemi (1566), Broeder Nicolaas en Broeder Johannes Wol van Amsterdam. Tevens worden nog als zodanig genoemd: Aalbert van Wieringen, Hildebrand van Oostzanen (‘cantor ende bursarius”), Jan Verdel, Cornelis van Delft, Pieter van Haarlem.

Als conversen zijn de namen overgeleverd van: Pieter Bruin, Martyn (“professyt”), Cosetyn. Feitelijk lekenbroeders, dat wil zeggen mannen die de ordegelofte aflegden, maar zonder de klerikale wijdingen, zoals door paters gedaan, destijds ook ‘Broeders’genoemd. De lekenbroeders verricgten landarbeid, huishoudelijke taken en hebben in Heemstede o.a. de twee nog bestaande zogeheten ‘monnikenvaarten’ gegraven met afwatering op het Spaarne. Ook hebben zij een ‘woestenij van stuifzand, moeras en rietland’ gecultiveerd.

De pestepidemie van tussen omstreeks 1508 heeft ook een aantal Broeders van klooster Porta Coeli het leven gekost. Illustratie uit boek Hageveld, 2011, pagina 44) In aan de pest gestorven Broeders van Porta Coeli  worden vermeld: Broeder Pieter van Wieringen, monnik en priester; Pater Andries van Haarlem, prior; Broeder Hilbrand van Oostzanen, monnik, diaken. koster; Broeder Hugo Willemsz. van Haarlem, priester, oud kellenaar; Pater senior Nanne Tymansz. van Haarlem, oud-prior; Broeder Cornelis van Delft, monnik en diaken; Broeder Willem, lekenbroeder, zaaier (?) en portier; Pater Jan Verboutsz., monnik, priester en oud-prior uit Haarlem.

Ten slotte de namen van overige overgeleverde Jan Janszoon,vermeld als melker, verdronken bij een ongeval en niet op het eigen kloosterkerkhof begraven, omdat dit toen nog niet gewijd was, maar in Mariënhaven (1) komende van Marienhaven, Warmond, Bouwen Geervliet (“de eerste leekenbroeder van onse clooster van Heemstede”), Anthonis van Haarlem, Gerrit van Medemblik, Pieter van Wieringen, Barthomeus van Leiden, Lambrecht van Haarlem, Hugo van Haarlem, Gerrit van Wassenaar, Jacob van Alkmaar, Claas van Amersfoort, Jan Namen van Haarlem, Reinerus van Enkhuizen, Gijsbrecht van Leiden, Broeder Willem.

(1) Kees Kuiken, in: De poort van de Hemel. Jaarboek Haerlem 2009. 2010, pagina 17.

Priorzegel van de Hemelpoort met afbeelding van een monnik. Het zegel is van Willem Aertszoon van Utrecht, de akte uit 1565 (NHA)
Priorzegel van de Hemelpoort met afbeelding van een monnik. Het zegel is van Willem Aertszoon van Utrecht, de akte uit 1565 (NHA; illustratie uit boek van F.R.Hazenberg. Hageveld, pagina 40),

Noten

(1) Over Broeder Gijsbertus bericht het Nieuw Nederlands Biografisch Woorden boek (NNBW) (deel IV) het volgende: ‘Cisterciënser prior van de kloosters te Warmond, Heusden en Heemstede, overleden hoogbejaard in de tweede helft van de XVde eeuw. Eerst was hij novice in het klooster der regulieren van Sint Augustinus te Sibculo, ten tijde dat dit klooster de orde van Citeaux aannam, 1412. Daarna deed hij zijn professie voor de priorij te Warmond. Gedurende enige jaren stond hij aan het hoofd van dit klooster, doch het juiste tijdstip is niet bekend. 1458 werd hij gekozen tot prior van Mariënkroon te Heusdsen. Na een bestuur van twee jaren keerde hij naar Warmond terug, waar hij nodig was voor de nieuwe stichting van Warmond te Heemstede. Gijsbertus werd aldaar de eerste prior van het nieuwe klooster Hemelspoort, begiftigd door de priesters Hugo Assendelft en Jan Nicolaasz.. Hoelang hij het klooster bestuurde is niet bekend. Gijsbertus was een goedertieren en zachtmoedig man, die zich verdienstelijk maakte in  het bestuur der verschillende kloosters zijner orde’. Broeder Gijsbert is op hoge leeftijd overleden in het Duitse klooster Kamp, het moederklooster van de Sibculo-groep

(2) Ten aanzien van Johannes Verhaeck (Verhack of Pietersz.) vermeldt het NNBW, deel IV, het volgende: ‘Cisterciënsermonnik der priorij te Warmond, overleed op hoge ouderdom in Friesland als oudste monnik van zijn klooster. Het extract van het memorie- of dodenboek van Warmond zegt, dat hij aldaar supprior was, 15 jaar als prior zijn klooster bestuurde en twee jaar et dochterklooster te Heemstede. In de lijst der priors van Heemstede komt in 1470 een prior Johan voor. In Warmond bekleedde hij het ambt van prior van 1485/86, tot 1500 of 1501. Een prior Joannes van Warmond komt voor 1586 en Joannes Pietersz. van Friesland die 1492 prior was te Warmond, is zonder twijfel dezelfde als Joh. Verhaecxk. De lijst der priors (Hist. ep. Ultraj. 508) zegt, dat hij na zijn prioraat supprior werd. Hij overleed in Friesland; waarschijnlijk is hij dezelfde persoon als de Cisterciënsermonnik Joannes van Amsterdam, die na biechtvader te zijn geweest te Loosduinen, O. Cist., door de abt van Bloemcamp, 1517, aangesteld werd als bestuurder van het klooster Steenkerk O.Cist. in Friesland. In 1510 was in Loosduinen overleden overleden de biechtvader Arnold van Katwijk, oudprior van Warmond. Vermoedelijk werd deze aldaar opgevolgd door Joh. Verhaeck van Amsterdam.’

Haarlem telde in de late Middeleeuwen in totaal 22 kloosters, waarvan 2 buiten de stad, te weten: 1) Bernardieten ofwel Cisterciënzerklooster in Heemstede en 2) het Regulierenklooster in Schoten.

Deel van de kaart van de 'Landen toecomende de heere van Heemstede' uit 1622 door landmeter Balthasar Floriszoon van Berckenrode. Hierop zijn onder meer de kerk (kapel), het Huis te Heemstede en buitenplaats 'Bernardijte klooster afgebeeld en de poldermolen bij hofstede Sparenburg. (Noord-Hollands Archief)
Deel van de kaart van de ‘Landen toecomende de heere van Heemstede’ uit 1622 door landmeter Balthasar Floriszoon van Berckenrode. Hierop zijn onder meer de kerk (kapel), het Huis te Heemstede en buitenplaats ‘Bernardijte klooster afgebeeld en de poldermolen bij hofstede Sparenburg. (Noord-Hollands Archief)
Op de omderzoekslocatie Hageveld in 2002-2004 zijn voornamelijk sporen gevonden en structuren aangetroffen die het 15e en 16e eeuwse klooster Porta Coeli in verband worden gebracht. Hoofdzakelijk betreft het een gedeelte van in een kloostergracht aangetroffen vondstmateriaal (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)
Het zandershuisje nabij ’t Klooster op een schilderij van Jan Lagoor uit circa 1650. Vaag zichtbaar op de achtergrond zijn de 2 torens van het Huis te Heemstede
Schilderij met botenhuis van hofstede ’t Klooster en (door de lekenbroeders van klooster de Hemelvaart gegraven ‘monnikenvaart’) op een schilderij van Gesine Vester (1857-1939)  (collectie Historische Vereniging Heemstede Bennebroek HVHB)
De monnikenvaart, geschilderd door Herman G. Wolbers (1856-1926) (bezit van HVHB)
Over de bewoners van buitenplaats, ’t Klooster, die na de opheffing van Porta Coeli tot stand kwam publiceerde de priester C.P.M.Holtkamp een artikel in: Haarlemsche Bijdragen; feestbundel opgedragen aan mgr. J.C.van der Loos. 1946, p.197–211 met eigenaren uit de families Fabri, Coymans, Trip, Blesen, Cromhout, Roest van Alkemade, Van Wyckersloot van Grevenmachern, Schaep tot de afbraak omstreeks 1854 door Jan Dólleman
Uitsnede 18e eeuwse kaart met formele parkaan voor 't Klooster.
Uitsnede 18e eeuwse kaart van Dirk Klinkenberg met formele parkaanleg voor ’t Klooster (1747) toen A.P.Blesen eigenaar was.
Achterzijde van hofstede 't Klooster door Herman Numan (1794)
Achterzijde van hofstede ’t Klooster door Herman Numan (1794)
Hofstede 't Klooster omstreeks 1842 op een litho van P.J.Lutgers
Hofstede ’t Klooster omstreeks 1842 op een litho van P.J.Lutgers
'Weer een bekend landgoed voor bouwterrein verkocht? Het bekende, royale landgoed 'Het Klooster', nabij Heemstede, laatstelijk bewoond door den heer Aberson, werd dezer dagen onder den hamer gebracht. Waarschijnlijk zal het goed voor bouwterrein worden bestemd: een van de vele mooie landgoederen in den omtrek van Haarlem verdwijnt dan daarmede weer.' (Uit: Nieuwe Haarlemsche Courant van 20 mei 1911).
‘Weer een bekend landgoed voor bouwterrein verkocht? Het bekende, royale landgoed ‘Het Klooster’, nabij Heemstede, laatstelijk bewoond door den heer Aberson, werd dezer dagen onder den hamer gebracht. Waarschijnlijk zal het goed voor bouwterrein worden bestemd: een van de vele mooie landgoederen in den omtrek van Haarlem verdwijnt dan daarmede weer.’ (Uit: Nieuwe Haarlemsche Courant van 20 mei 1911).
19 mei 1922: de eerstesteenlegging van het seminarie Hageveld. De vierde priester van links stande is pastoor Van der Tuyn. Diens voorganger was pastoor H.A.V.IJzermans van de Bavo-parochie, zesde van rechts op de forto. In het midden (met baardje) mr.Heerkens Thijssen, wethouder van Haarlem, gevolgd door de bisschop van het bisdo mgr. Callier, de Heemsteedse gemeentesecretaris A.A.Swolfs, burgemeester Van Doorn, de wetouders jonkheer A.van de Poll en dr. E.Droog en als derde van rechts gemeenteraadslid Tromp


 – mei 1922: de eerste steenlegging van het seminarie Hageveld. De vierde priester van links stande is pastoor Van der Tuyn. Diens voorganger was pastoor H.A.V.IJzermans van de Bavo-parochie, zesde van rechts op de foto. In het midden (met baardje) mr.Heerkens Thijssen, wethouder van Haarlem, gevolgd door de bisschop van het bisdom mgr. Callier, de Heemsteedse gemeentesecretaris A.A.Swolfs, burgemeester Van Doorn, de wethouders jonkheer A.van de Poll en dr. E.Droog en als derde van rechts gemeenteraadslid Tromp

Afscheid van Hageveld te Voorhout. Voor de fotograaf van de Katholieke Illustratie zijn in 1922 naast bisschop mgr. Callier (vooraan in het midden gezeten) zoveel mogelijk seminarieprofessoren en dekens, pastoors en kapelaans naar het seminarie Hageveld te Voorhout bijeengekomen voor een laatste groepsfoto met het oog op de verhuizing van Hageveld naar Heemstede
Afscheid van Hageveld te Voorhout. Voor de fotograaf van de Katholieke Illustratie zijn in 1922 naast bisschop mgr. Callier (vooraan in het midden gezeten) zoveel mogelijk seminarieprofessoren en dekens, pastoors en kapelaans naar het seminarie Hageveld te Voorhout bijeengekomen voor een laatste groepsfoto met het oog op de verhuizing van Hageveld naar Heemstede
Penning van Hageveld in 1925 vervaardigd bij gelegenheid van inwijding van de kapel. Het kleinseminarie in vogelvlucht. Op de keerzijde is een portret afgebeeld van bisschop A.J.Callier
Penning van Hageveld in 1925 vervaardigd bij gelegenheid van inwijding van de kapel. Het kleinseminarie in vogelvlucht. Op de keerzijde is een portret afgebeeld van bisschop A.J.Callier
Andere zijde van penning Hageveld 1925 met voorstelling van bisschop Callier
Andere zijde van penning Hageveld 1925 met portret van bisschop Callier
oor een hoofdstuk over de architecten Joseph Cuypers en Jan Stuiyt, zie: Heemstede vooruit!, een uitgave van de Historische Vereniging Heemstede Bennebroek 2017
Hag1

Professoren en studenten van seminarie Hageveld in 1926 (Katholiek Documentatie Centrum)

Het docentenkorps en alle leerlingen van het kleinseminarie Hageveld gefotografeerd in 1935 (NHA)
Het docentenkorps en alle leerlingen van het kleinseminarie Hageveld gefotografeerd in 1935 (NHA)

Luchtfoto van het Hageveldcomplex uit omstreeks 1995

Hal en trap naar 1e verdieping vm. kleinseminarie Hageveld (foto G.Th. Delamarre, 1957)
Hal en trap naar 1e verdieping vm. kleinseminarie Hageveld (foto G.Th. Delamarre, 1957)
Bijgebouw Hageveld (foto G.J.Dukker)
Bijgebouw Hageveld (foto G.J.Dukker)
Voormalige Paarse Zaal in seminarie Hageveld (foto G.J.Dukker)
Voormalige Paarse Zaal in seminarie Hageveld (foto G.J.Dukker)
Vm. Paarse Zaal in seminarie Hageveld (foto G.J.Dukker, Tijksdienst voor Cultureel Erfgoed, 2002)
Vm. Paarse Zaal in seminarie Hageveld (foto G.J.Dukker, Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, 2002)
Vootmalige bisschopskamer seminarie Hageveld Heemstede met grisaille. (foto G.J.Dukke, 2002)
Vootmalige bisschopskamer seminarie Hageveld Heemstede met grisailles. (foto G.J.Dukker, 2002)
De schoorsteen bij het vm. ketelhuis van seminarie Hageveld
Op het seminarie en het latere atheneum Hageveld hebben vele bekende personen voor kortere of langere tijd gestudeerd, zoals Bertus Aafjes, Michel van der Plas, Youp van 't Hek en Rick de Leeuw. Op deze foto uit 1933 zien we de toen ongeveer 15-jarige Ad Simonis - stoer met een sigaret in de mond - uit Lisse, de latere aartsbisschop en kardinaal. De jeugdige seminarist vermaakt zich hier bij de draaimolen, die eens per jaar op het voorterrein sttond opgesteld.
Op het seminarie en het latere atheneum Hageveld hebben vele bekende personen voor kortere of langere tijd gestudeerd, zoals Bertus Aafjes, Michel van der Plas, Youp van ’t Hek en Rick de Leeuw. Op deze foto uit 1933 zien we de toen ongeveer 15-jarige Ad Simonis – stoer met een sigaret in de mond – uit Lisse, de latere aartsbisschop en kardinaal. De jeugdige seminarist vermaakt zich hier bij de draaimolen, die eens per jaar op het voorterrein stond opgesteld.

Het Kleinseminarie Hageveld in enkele oude ansichtkaarten en illustraties

Boven: het eerste Hageveld te Velsen (1817-1847, naar een schilderij van A.M.van Zanten en onder: het tweede Hageveld in Voorhout (1847-1923). In 1923 is het seminarie verhuisd naar Heemstede, het derde Hageveld.
Boven: het eerste Hageveld te Velsen (1817-1847, naar een schilderij van A.M.van Zanten en onder: het tweede Hageveld in Voorhout (1847-1923). In 1923 is het seminarie verhuisd naar Heemstede, het derde Hageveld.
Vroege foto van het nog ongerepte bouwterrein van Hageveld. V.l.n.r.: subregent Van de Pavoordt, aannemer C.A.M.Jonckbloedt, plebaan Westerwoud, onbekende, architect Jan Stuyt, regent Ebbinkhuysen, onbekende. Bij de bouw waren twee ezels betrokken die in een tredmolen liepen om zo stenen en bouwmateriaal omhoog te takelen.
Vroege foto van het nog ongerepte bouwterrein van Hageveld. V.l.n.r.: subregent Van de Pavoordt, aannemer C.A.M.Jonckbloedt, plebaan Westerwoud, onbekende, architect Jan Stuyt, regent Ebbinkhuysen, onbekende. Bij de bouw waren twee ezels betrokken die in een tredmolen liepen om zo stenen en bouwmateriaal omhoog te takelen.
Plechtige eerste steenlegging van het nieuwe seminarie Hageveld. Op het feestelijk terrein, de voormalige buitenplaats 'Clooster' te Heemstede, verrichtte Z.D.H.Mgr, A,J,Callier, bisschop van Haarlem, de plechtigheid der eerste steenlegging van het nieuwe Seminarie. Deze foto is genomen op het ogenblik dat Monseingneur, na de oorkonde te hebben ingemetseld, de steen wijdde. Vervolgens werd deze op de door Monseigneur met kalk overstreken steenlaag neergelaten. Juist 105 jaren vroeger, 2 mei 1817, werd het eerste seminarie Hageveld (te Velsen) met één leerling geopend, terwijl 2 mei 1898 de wijding geschiedde van Haarlems Kathedrale ker. (Katholieke Illustratie, 10 mei 1922)
Plechtige eerste steenlegging van het nieuwe seminarie Hageveld. Op het feestelijk terrein, de voormalige buitenplaats ‘Clooster’ te Heemstede, verrichtte Z.D.H.Mgr, A,J,Callier, bisschop van Haarlem, de plechtigheid der eerste steenlegging van het nieuwe Seminarie. Deze foto is genomen op het ogenblik dat Monseigneur, na de oorkonde te hebben ingemetseld, de steen wijdde. Vervolgens werd deze op de door Monseigneur met kalk overstreken steenlaag neergelaten. Juist 105 jaren vroeger, 2 mei 1817, werd het eerste seminarie Hageveld (te Velsen) met één leerling geopend, terwijl 2 mei 1898 de wijding geschiedde van Haarlems Kathedrale kerk. (Katholieke Illustratie, 10 mei 1922)
Aannemer C.A.M.Jonckbloedt uit Heemstede poserend voor het voltooide seminariegebouw van Hageveld
Aannemer C.A.M.Jonckbloedt uit Heemstede poserend voor het voltooide seminariegebouw van Hageveld
Seminarie Hageveld Heemstede in vogelvlucht omstreeks 1928
Seminarie Hageveld Heemstede in vogelvlucht omstreeks 1928
Voorgevel van Hageveld
Voorgevel van Hageveld
Hageveld9

Tijdens de bouw van Hageveld

Laan naar kleinseminarie Hageveld, 1936
Laan naar kleinseminarie Hageveld, 1936
Plafondschildering van de Heilige Geest door professor Huib in de koepel van de kapel Hageveld, 1925 (foto G.J.Dukker, 2002)
Plafondschildering van de Heilige Geest door professor Huib in de koepel van de kapel Hageveld, 1925 (foto G.J.Dukker, 2002)
Vijver met fontein en (oude) brug aan de voorzijde van hageveld Heemstede
Vijver met fontein en (oude) brug aan de voorzijde van hageveld Heemstede
De hal met trap naar bovenverdieping Hageveld Heemstede
De hal met trap naar bovenverdieping Hageveld Heemstede
De ontvangzaal ofwel bestuurskamer, bijgenaamd de 'Paarse zaal 'Hageveld Heemstede
De ontvangzaal ofwel bestuurskamer, bijgenaamd de ‘Paarse zaal’ Hageveld Heemstede
Hageveld: leeslokaal natuurkunde
Hageveld: leeslokaal natuurkunde
De grote recreatiezaal van seminarie Hageveld Heemstede
De grote recreatiezaal van seminarie Hageveld Heemstede
Studenten en professoren van seminarie Hageveld, 1 november 1926 (KDC)
Studenten en professoren van seminarie Hageveld, 1 november 1926 (KDC)
DE priester-leraren van kleinseminarie Hageveld in 1928 (KDC)
DE priester-leraren van kleinseminarie Hageveld in 1928 (KDC)
De aula/toneelzaal van seminarie Hageveld
De aula/toneelzaal van seminarie Hageveld
Hageveld
Programmablad opvoering van blijspel in 4 bedrijven: de Bibliothecaris naar Gustav von Moser, Hageveld, 1920
Hageveld6
Hageveld: opvoering van toneelstuk Oedipus Rex door Sophocles  in 1953
Toneel op klein-seminarie Hageveld: Thomas Beckett na de overwinning op de verleiders
Toneel op klein-seminarie Hageveld: Thomas Beckett na de overwinning op de verleiders
Hageveld: opvoering van het blijspel 'Een katholiek leven', 1928
Hageveld: opvoering van het blijspel ‘Een katholiek leven’, 1928
Hageveld: opvoering van 'Joseph in Dothan' door Vondel
Hageveld: opvoering van ‘Joseph in Dothan’ door Vondel
Hageveld: opvoering van het toneelstuk ' Lucifer' van Joost van den Vondel
Hageveld: opvoering van het toneelstuk ‘ Lucifer’ van Joost van den Vondel
Professoren van Hageveld, 1928
Professoren van Hageveld, 1928
Hageveld2
Hageveld: studiezaal hogere klassen
Hageveld3
Hageveld: recreatiezaal
Hageveld1
Paaswake in de kapel van Hageveld, 1954
hageveld1
Bezoek van de uit communistisch China verbannen kardinaal Tien aan Hageveld op 19 maart  1947 tijdens een rondreis door Europa. Rechts bisschop mgr. Huibers. Latijn was de voertaal en regent Henning (links op de foto), die doctor klassieke talen was vertaalde zo nodig het nederlands van de bisschop in het latijn.
hageveld2
Th.H.J.Zwartkruis (1909-1983) was van 1939 tot 1961 leraar Engels aan het kleinseminarie Hageveld. In 1966 is hij door kardinaal bisschop Alfrink tot bisschop gewijd. Op de foto een priesterwijding door mgr. Zwartkruis
hageveld3
Tegen de achtergrond van de draaimolen tijdens een kermis op Hageveld vier medevierende priester-leraren. V.l.n.r. F.van Ravenstein (klassieke talen), J.van Rek (wiskunde en cosmografie), Th.Zwartkruis [met paraplu en Engelse vlaggetjes en feestneus](Engels) en G.v.d.Poel (Nederlands).
Hageveld4
Afscheidsfoto’s Hageveld. Boven: rethorica (1951) en onder “de eeuwige pijp”, poësis 1951
Regent dr.C.J.Henning met bonnet op temidden van een deel van het lerarencorps. De foto is genomen tijdens de Tweede Wereldoorlog toen de leerlingen elders waren ondergebracht.
Regent dr.C.J.Henning met bonnet op temidden van een deel van het lerarencorps. De foto is genomen tijdens de Tweede Wereldoorlog toen de leerlingen elders waren ondergebracht.

Op bovenstaande foto staan van links naar rechts: Th.Zwartkruis (leraar Engels, de latere bisschop van bisdom Haarlem), J.van der Linden, F.van Ravensteijn, A.Eijckelhof, C.Henning, C.Snelders, C.Nolet, G. van der Poel en J.Bruin. Zittend v.l.n.r.: J.van der Lugt, N.van Ruijven (was subregent), P.Bottelier en C.Holtkamp.

Groepsfoto Hageveld, circa 1928
Groepsfoto Hageveld, circa 1928
De priesterbibliotheek van seminarie hageveld
De priesterbibliotheek van seminarie Hageveld
Het inrichten van de seminariebibliotheek Hageveld, 1925
Het inrichten van de seminariebibliotheek Hageveld, 1925
Studie in de bibliotheek Hageveld Heemstede, circa 1930
Studie in de bibliotheek Hageveld Heemstede, circa 1930
Priesters aan de studie in de rijk voorziene bibliotheek van Hageveld
Priesters aan de studie in de rijk voorziene bibliotheek van Hageveld
Hageveld5.jpg
de priesterbibliotheek van Hageveld Heemstede
Hageveld1.jpg

Boek afkomstig uit opgeheven seminariebibliotheek Hageveld, gered uit container, thans in Noord-Hollands Archief, Heemstede collectie. Spel van St.Servaas, tekst door Chrétien Mertz. muziek door Philip Loots, met historische inleiding door P.Albers S.J.  Sittard/Maastricht, 1916. Met een opdracht door J.Wouters, pastoor in Maastricht aan bisschop van Haarlem  A.J.Callier

Hageveld2

Nog een boek afkomstig uit seminariebibliotheek Hageveld Heemstede. P.J.Beronicius. Boeren- en Overheidsstrijd voor de vuist gedicht, in ’t Nederduitsch overgezet [en een inleiding] door P.Rabus. Amsterdam, Nicolaas ten Hoorn, 1716

los vel in afgeschreven boek uit seminariebibliotheek Hageveld in Heemstede
Ex librisa Bibliotheca Seminarii Warmondani, dono dedit rev.pl. Dom Professor P.van der Ploeg
De eetzaal ofwel refter van seminarie Hageveld Heemstede
De eetzaal ofwel refter van seminarie Hageveld Heemstede
Sportterrein Hageveld
Sportterrein Hageveld waar het cricketspel wordt beoefend
Refter van Hageveld
Refter van Hageveld
De slaapzaal met chambrettes van seminarie Hageveld
De slaapzaal met chambrettes van seminarie Hageveld
Professor Huib Luns in zijn atelier aan het werk voor schildering in kapel Hageveld. Uit de Katholieke Illustratie van 4 maart 1925
Professor Huib Luns in zijn atelier aan het werk voor schildering in kapel Hageveld. Uit de Katholieke Illustratie van 4 maart 1925
Professor Huib Luns in zijn atelier in Delft met een doek in voorbereiding voor het priesterkoor van de kapel van Hageveld
Professor Huib Luns in zijn atelier in Delft met een doek in voorbereiding voor het priesterkoor van de kapel van Hageveld
Plafondschildering in de vm. kapel van Hageveld (foto Hans Dornseiffen)
Plafondschildering in de vm. kapel van Hageveld (foto Hans Dornseiffen)
De grote kapel onder de koepel van seminarie Hageveld Heemstede
De grote kapel onder de koepel van seminarie Hageveld Heemstede
Het hoogaltaar van de grote kapel van Hageveld Heemstede
Het hoogaltaar van de grote kapel van Hageveld Heemstede
Het orgel in de kapel van seminarie Hageveld
Het orgel in de kapel van seminarie Hageveld
Heilige Mis in de Kapel van Hageveld bij het 150-jarig bestaan in 1967
Heilige Mis in de Kapel van Hageveld bij het 150-jarig bestaan in 1967
De huidige mediatheek in de vroegere kapel van Hageveld (uit: Ode aan Heemstede 2015)
De vm. kleine kapel van de zusters destijds werkzaam voor kleinseminarie Hageveld Heemstede
De vm. kleine kapel van de zusters destijds werkzaam voor kleinseminarie Hageveld Heemstede
Mariakapelletje op terrein Hageveld (fotoFrits Hazenberg, zomer 2001)
Mariakapelletje op terrein Hageveld (foto Frits Hazenberg, zomer 2001)
Groepsfoto van de priester-professoren van kleinseminrie Hageveld uit 1928 (Katholiek Documentatie Centrum Nijmegen)
De latere dichter-schrijver Michel van der Plas (famillenaam Brinkel) als seminariestudent op Hageveld
De latere dichter-schrijver Michel van der Plas (famillenaam Brinkel) als seminariestudent op Hageveld in de jaren 1940 tot 1946. ‘Hageveldse herinneringen’ van zijn hand zijn verschenen in o.a.: Jaarboek 2001 Stichting Reünisten Hageveld. Heemstede, 2002, p. 35-50.
Bertus Aafjes (geheel links) als seminarist
Bertus Aafjes (geheel links) als seminarist
Ook dichter-schrijver Bertyus Aafjes (1914-1993) was, zij het kort in schooljaar 1933-1934 leerling van Hageveld, waar hij blijkens bewaarde brieven aan zijn moeder veelvuldig gebruik maakte van de rijke seminariebibliotheek. Op deze foto Laetare 1934 zien we Aafjes helemaal rechts,
DE dichter-schrijver Bertus Aafjes (1914-1993) was, zij het kort in schooljaar 1933-1934 in de zesde klas leerling van Hageveld, waar hij blijkens bewaarde brieven aan zijn moeder veelvuldig gebruik maakte van de rijke seminariebibliotheek. Op deze foto Laetare 1934 zien we Aafjes helemaal rechts (zie artikel van Rob Molin over ‘Bertus Aafjes in de Rhetorica van Hageveld’, Jaarboek Stichting Reünisten Hageveld 2009. (Heemstede, 2011).
Bertus Aafjes speelde meer met Elckerlyc in zijn seminarietijd (tweede van links).
Bertus Aafjes speelde mee met ‘Elckerlyc’ in zijn seminarietijd (tweede van links).
Toneel op Hageveld in de jaren veertig met o.a. Ben Brinkel (Michel van der Plas): het treurspel 'Philocetes' van Sophocles
Toneel op Hageveld in de jaren veertig met o.a. Ben Brinkel (Michel van der Plas): het treurspel ‘Philocetes’ van Sophocles
Opening van het Jan Stuytpad in april 2011 met van links naar rechts wethouder Christa Kuiper, een kleinzoon architect Stuyt en Frank Callagher, leerling van college Hageveld die de naam van het pad had bedacht (foto Kees Stokman).
Opening van het Jan Stuytpad in april 2011 met van links naar rechts wethouder Christa Kuiper, een kleinzoon architect Stuyt en Frank Callagher, leerling van college Hageveld die de naam van het pad had bedacht (foto Kees Stokman)

4 juli 2001 vond de eigendomsoverdracht plaats van het landgoed Hageveld door Bisdom Haarlem( bestuur van de R.K.instelling ‘Het Bisschoppelijk Seminarie Hageveld’ aan: 1) Hopman InterheemGroep (voorgebouw), 2) Schoolstichting Hageveld (het reeds in gebruik zijnde achtergebouw, inclusief de voormalige kapel)

===================

De huidige aula/toneelzaal van Hageveld Heemstede (foto Leo Hogendoorn)
De huidige aula/toneelzaal van Hageveld Heemstede (foto Leo Hogendoorn)
De hedendaagse mediatheek op de verdieping van atheneum Hageveld Heemstede
De hedendaagse mediatheek op de verdieping van atheneum Hageveld Heemstede

HAGEVELD IN OORLOGSTIJD (1940-1945)

Mgr. Henning, regent van Hageveld, met bonnet op, omstreeks 1940 met een aantal priester-leraren. Op de foto staande van links naar rechts Th.Zwartkruis (de latere bisschop van Haarlem), J.van der Linden. F.van Ravensteijn, A.Eijckelhof, C.Henning, C.Snelders, C.Nolet, G.van der Poel. en J.Bruin. Zittend; j.van der Lugt, subregent N.van Ruijven, P.Bottelier en C.Holtkamp (die een beknopte geschiedenis van de buitenplaats ’t Clooster publiceerde)

In juni 1940 vermoedde dr.C.J.Henning, regent van Hageveld, dat het complex door de Duitsers gevorderd zou worden. Op 19 juni schreef hij de burgemeester dat verschillende ouders bedenkingen hadden over een mogelijke inkwartiering van Duitsers en daardoor de leerlingen grote risico’s liepen in verband met denkbeeldige luchtaanvallen. Begrijpelijk want hij droef verantwoordelijkheid voor zo’n 350 jongens. Er heerste op dat moment grote onzekerheid over het geheel of gedeeltelijk ontruimen van Hageveld. Enkele weken later was er weer grote onrust op het seminarie. Door Duitse officieren was medegedeeld dat beide vleugel, de speelvelden als exercitieterrein en tevens de keuken zouden vorderen. Voorts zouden voor de officieren enkele vertrekken moeten worden ontruimd. Henning probeerde de Duitsers met een kluitje in het riet te sturen, dor te stellen dat de heren leraren op hun eigen kamer bleven tijdens de vakantie en ook dat de keuken gereserveerd moest blijven voor de priesters, zusters en personeel, samen ongeveer 75 personen. Kennelijk hadden deze en nog enige andere bezwaren geholpenHageveld bleef nog tot oktober 1940 ter beschikking van de seminariegangers. Op 31 oktober had een onderhoud plaats tussen se secretarie-ambtenaar J.C.Snel, Oberleutnant Beckers uit Den Haag als vertegenwoordiger van de Duitse Weermacht en de directeur van Hageveld over de inbeslagname van seminarie Hageveld. Het complex, inclusief speelplaats en bos moesten op last van de Duitsers worden ontruimd. Bedongen werd wel dat de leraren hun persoonlijke bezittingen mochten meenemen, dat 20 kamers met meubilair van het seminarie voor de officieren bewoonbaar zouden worden gemaakt en dat de waardevolle meubels, schilderijen en religieuze afbeeldingen voor zover ze niet elders waren ondergebracht, in de bibliotheek zouden worden opgeslagen. De bibliotheek. de beide kapelllen en het fysicalokaal werden vervolgens afgesloten en door de gemeente verzegeld

Op 3 november 1944 weren 150 matrassen, 90 hoofdrollen en 190 kussens van het seminarie oor de Duitsers inbeslaggenomen. Dit beddengoed werd door de Marine-intendanten van de ‘Dienstelle Amsterdam’ afgehaald en bestemd voor verdeling onder enkele lazaretten.

Door de Duitse bezetters aangebracht bordje bij de ingang van seminarie Hageveld
Door de Duitse bezetters aangebracht bordje bij de ingang van seminarie Hageveld (foto Kees Stokman)
Een van de 125 schuttersputjes na mei 1942 op het landgoed van Hageveld gegraven toen ongeveer 700 leden van de Duitse Kriegsmarine in het gebouw verblijf hielden.
Een van de 125 schuttersputjes na mei 1942 op het landgoed van Hageveld gegraven toen ongeveer 700 leden van de Duitse Kriegsmarine in het gebouw verblijf hielden.
Hageveld11

Op gas rijdende auto van de Duitse bezetters

Vier matrozen van de Duitse 'Kriegsmarine' rusten uit op een bank op het bordes van Hageveld
Vier matrozen van de Duitse ‘Kriegsmarine’ rusten uit op een bank op het bordes van Hageveld
Krieg

                                   Drie leden van de Duitse Kriegsmarine bij een gekapte boom

Duitse bezetters op Hageveld (foto van Helmut Schramm). Zie: 'Het andere verhaal' door Peter Swinkels. In: Jaarboek 2003 Stichting Reünisten Hageveld.
Duitse bezetters op Hageveld (foto van Helmut Schramm). Zie boek Hageveld van F.Hazenberg en ‘Het andere verhaal’ door Peter Swinkels. In: Jaarboek 2003 Stichting Reünisten Hageveld. De Flotillenartzt in wit uniform brengt de Hitlergroet aan Korvettenkapitän  in donker inform met drie strepen op de mouw, 1944.
Vanaf 1942 was de Duitse 'Kriegsmarine' met haven in IJmuiden op Hageveld gelegerd. Op deze foto poseren twee Duitse bezetters
Vanaf 1942 was de Duitse ‘Kriegsmarine’ met haven in IJmuiden op Hageveld gelegerd. Op deze foto poseren twee Duitse bezetters
De bemanning van een Schnellboot, gelegerd in haven IJmuiden en op Hageveld. In april 1945 sneuvelde de commandant van de S80: Baron Von Stempel [Jaarboek Hageveld 2006]
De bemanning van een Schnellboot, gelegerd in haven IJmuiden en op Hageveld. In april 1945 sneuvelde de commandant van de S80: Baron Von Stempel [Jaarboek Hageveld 2006]
Duitse soldaten in het gelid voor Hageveld [zie Frans van der Vlugt, Hageveld door de Kriegsmarine bezet. Nogmaals het andere verhaal. In: Jaarboek 2006 van Stichting Reünisten Hageveld].
Duitse matrozen van het 2. Schnell-boots-flottille staan in het gelid en vormen een erehaag voor het bordes van Hageveld (1944). [zie Frans van der Vlugt, Hageveld door de Kriegsmarine bezet. Nogmaals het andere verhaal. In: Jaarboek 2006 van Stichting Reünisten Hageveld].
kriesgsmarinier

                         Foto van Duitse ‘Kriegsmariniers’ op een oorlogsschip

Pagina met o.a. ‘Karte von IJmuiden, uit: ‘Duinen en mensen in Kennemerland’; onder redactie van Rolf Roos. 2009, pagina 71.
Soldaten van de Duitse Kriegsmarine, FLAk-Abteilung 703, die in IJmuiden wekten en ’s nachts in Hageveld waren ondergebracht.
De Kriegsmarine op de Noordzee aan het werk
Foto met  onderschrift: ‘Onze blik glijdt voor het laatst over de haven, het eiland, de Hoogovens, de sluizen en de kleine, somberes tad’. Uit: ‘Wir von der Vlissinger Flak… Traditionsbuch der Marine-Flak-Abteilung 703. Herausgegeben zum ersten Jahrestag, z.j. (vertaling uit het Duits door Wouter Dooijes). In: Onze gemeente in oorlogstijd; Velsen 1940-1945. Een uitgave van de Historische Kring Velsen , 1995, pagina 37.
Bombardementen van geallieerde vliegtuigen op de bunkers en torpedoboten (zgn. Schnellbooten) van de Duitse Kriegsmarine  werden gewonde soldaten veelal overgebracht naar het Lazarett op Hageveld
Boven: tijdens de Hongerwinter van 1944-1945 zijn veel bomen rond Hageveld gekapt. Op de achterwand van de grote slaapzaal schreef een gedesillusioneerde Duitser: 'Albion verrecke'. Onder: Ter voorkoming van bombardementen door de geallieerden was op het dak een groot rood kruis geschilderd.
Boven: tijdens de Hongerwinter van 1944-1945 zijn veel bomen rond Hageveld gekapt. Op de achterwand van de grote slaapzaal schreef een gedesillusioneerde Duitser: ‘Albion verrecke’. Onder: Ter voorkoming van bombardementen door de geallieerden was op het dak een groot rood kruis geschilderd.
Tijdens de bezetting bevond het gebouw van Hageveld zich in een camouflage-tenue, na de bevrijding schoongemaakt
Tijdens de bezetting bevond het gebouw van Hageveld zich in een camouflage-tenue, na de bevrijding schoongemaakt
Het zandstralen van de gevel van Hageveld na de Duitse bezetting in juni 1945
Het zandstralen van de gevel van Hageveld na de Duitse bezetting in juni 1945

KLEINSEMINARIE HAGEVELD IN OORLOGSTIJD (dagboekaantekeningen van Johannes Bernardus Wesselingh, 1941 -1942  door Joke Linders (uit: Beschreven Bladen, jaargang 14, nummer 1, 2004, p. 51-54).

Foto uit 1943 toen priesterstudenten van kleinseminarie Hageveld waren ondergebracht in Westwoud en Venhuizen (Gerard van Weel)
Tussen 1942 en 1945 waren de leerlingen van Hageveld ondergebracht op diverse plaatsen o.a. in Haarlem, Venhuizen  en Westwoud. Bovenstaand een foto van de studieruimte in Westwoud omstreeks 1943 . Zie artikel van Hillebrand de Lange. Tweehonderd jaar Hageveld (1817-2017). In: HeerlijkHeden, nummer 171, winter 2017, p.18-25
1954 afscheid van kleinseminarie Hageveld. De meeste studenten gingen door naar het grootseminarie in Warmond (Uit: IJs Tuijn. Een leven lang op reis door het bisdom Haarlem, 2010, pagina 18).
beheersplan

Beheersplan Landgoed Hageveld. Deel 1: Gedeelte Atheneum College Hageveld. 2013-2023 zie: internet

wonen

                 Wonen in voormalige bibliotheek van Seminarie Hageveld (Goed Wonen, 15 mei 2010)

biebhageveld1

      n                              Vervolg Goed Wonen, 15 mei 2010

bienhageveld2

                            Slot Hageveld 18, uit: Goed Wonen, 15 mei 2010

Van directiekeet tot woonhuis en atelier ‘De Riemkap’ van Ischa en Frits Hazenberg, Hageveld 23. Artikel in het Haarlems Dagblad van 13 april 2022.
De Riemkap, restauratie van kunst en op papier en perkament

===========

JOKE LINDERS  – met Barend Linders uitgevers van egodocumenten sinds 2014: Schaep 14 in Bloemendaal

jokelinders1

In 2018 publiceerde Joke Linders een autobiografie: ‘Geversstraat 25 Opgroeien in Oegstgeest’. Bloemendaal, uitgeverij Schaep 14.

jokelinders2

========

Hageveld (2)
(3)
Hageveld 1941-1942 (slot). Ervaringen van J.B.Wesselingh  door Joke Linders. In 2004 verscheen van Johannes Bernardus Wesselingh (1863-1943) en Johannes Theodorus Wesselingh (1907-1977), aab Francicus Petrus Wesselingh (1903-1977): Oorlogsbrieven 1940-1945.[was o.a. leerling van internaat Saint Louis in Oudenbosch, betreft boerenbedrijf in Groenendijk/Hazerswoude]. Zie o.a. – Theo van der Poel, Genealogisch boek van de familie Wesselingh, en – Haarlemse connecties [over o.a. grootvader Johannes Bernardus Wesselingh 1863-1894, door Joke Linders, in: Beschreven Bladen, jaargang 16, nummer 8, december 2006, p. 482-485. Een nazaat architect Johannes Bernardus Wesselingh (1906-1959) is op de Begraafplaats in Heemstede begraven. Joke Linders publiceerde voorts al in 2008 bij uitgeverij Querido het boek: ‘Witte zuster in donker Afrika; portret van een boerenfamilie‘ over Aagje Wesselingh die op haar twintigste intrad bij de  witte zusters in het Brabantse Esch, en in 1913 werkzaam was in Algerije en na de Eerste Wereldoorlog in Oeganda.
Vooromslag van genealogie Wesselingh door Theo van der Poel. Rijpwetering, 1988
Overlijdensbericht J.B.Wesselingh (Haarlem’s Dagblad, 19-10-1959)
Architect Wesseling overleden (Haarlem’s Dagblad, 19-10-1959)
Graf van Johannes Bernardus Wesselingh (1906-1959) en echtgenote Francisca Johanna Cornelia Maria Wesselingh- van Leuven (1908-1986) op de Algemene Begraafplaats in Heemstede

Joke Linders: Witte zuster in donker Afrika; portret van een boerenfamilie

Vooromslag van Witte zuster in donker Afrika; door Joke Linders, 2008.
Achteromslag van biografisch portret Aagje Wesselingh. Querido, 2008
(Nannette Sibinga over ‘Witte zuster in donker Afrika’, Elsevier, 20 september 2008, pagina 90)
Joke Linders geeft snelcursus autobiografie (Haarlems Dagblad, 19 januari 2019). Op de foto geeft zij instructies aan Rob Lückerhof van de Kennemer Boekhandel in Haarlem
‘Schaep 14’, uitgeverij van egodocumenten. Gesprek met Joke en Barend Linders (door Inge de Wilde, in: Ons Bloemendaal, nummer 1, jaargang 43, voorjaar 2019, p.26-27
Vervolg van artikel over uitgeverij Schaep14
Signalement. Politiek in Heemstede; door Piet van den Ham ‘Zelden deed ik iets alleen‘ (Ons Bloemendaal, nummer 4, jaargang 40, winter 2016, pagina 33.
Vooromslag van een nieuwe uitgave van de Bloemendaalse uitgeverij Schaep 14: ‘Franse les; een jongen over zijn eerste liefde‘, het schokkende egoverhaal met dagboekfragmenten door taalhistoricus dr. Ewoud Sanders
Achteromslag van egoverhaal door Ewoud Sanders
Fluisterend goud door Diederik de Boorder dat als veertiende boek verschijnt bij de in 2014 door Barend en Joke Linders opgerichte uitgeverij Schaep14 in Bloemendaal. Het gaat over de ervaringen van een Nederlandse roeicoach in China
In 2018 publiceerde Schaep14van Hildebrand de Boer  de uitgave ‘Voor eeuwig vrij’, de erebegraafplaats Bloemendaal in woord en beeld
Een nieuwe uitgave van de Bloemendaalse uitgeverij Schaep 14: Haarlems Dodenboek door NRC-journalist Wilfred Takken. 2019
Schaep2

In 2019 verscheen ook bij Schaep14 een autobiografisch boek van Martje Saveur: ‘Het koffertje van mijn moeder; herinneringen aan Indië’. Indonesië-expert,  emeritus hoogleraar Nico Schulte Nordholt wijdde een positieve beoordeling aan deze publicatie

In 2020 publiceerde antropologe Carien van Beek bij Schaep14  na jarenlang onderzoek in o.a. het NIOD en het Nationaal Archief: ‘Verzet en SS; het verzwegen verleden van een vader’
Achteromslag van ‘Verzet en SS’ door Carien van Beek. 246 p.,   21.99 euro ISBN 9789082947076
Ibraham Yerden Ontvluchten of verbannen; lotgevallen van een Turkse Nederlander. Uitgeverij Schaep 14. 2020
Achteromslag van Ontvlucht of verbannen; lotgevallen van een Turkse Nederlander 2020. Uitgeverij Schaep 14 in Bloemendaal
Linders7
In 2021 verschijnt bij uitgverij Schaep14 in Bloemendaal van Joke Linders een bundel citaten van Annie M.G.Schmidt
Berichten uit de Bourgogne; door Anton Wesselingh (Uitgegeven door Schaep14, 2021)
Nieuwe uitgave van Schap14. Rokus de Groot. Van zinnig naar innig. 2021 ISBN 9789083176406 19.95 euro.
Nieuwe uitgave van uitgeverij Schaep14: Sabat Mater; een reis door zeven eeuwen muziek’, door Hannie van Osnabrugge.
In 2022 verschijnt een nieuw boek bij uitgeverij Schaep14 in Bloemendaal: ONDER JAPANSE BEZETTING, een kroniek door Anne Marie Uhlenbeck. ISBN9789083176437   19.95euro.  info@schaep14
Achteromslag boek Onder Japanse bezetting door Anne Marie Uhlenbeck

==================

Aanvullende informatie over ’t Clooster bij Haarlem (1724-1738), de periode van Blesen en Cromhout + o.a. tuinarchitect A.Speelman

‘Twee jaar na het begin van de vernieuwingen aan het woonhuis Herengracht 436 vatte Godefridus Cromhout ook die van de door zijn vrouw ingebrachte buitenplaats ’t Clooster bij Heemstede aan. De titel van de door hem aangelegde lijst der betalingen luidt: “Specificatie der oncosten door de Heer Godefridus Cromhout betaald zedert de Jaare 1721 tot op het overleyden  van deszelfs huysvrouw Vrouwe Johanna Elisabeth Blesen voorgevallen 11 November 1738 wegens melioratie gedaen aan de Hofsteede het Bernardiner Clooster.” De verwachting, dat wij Ignatius van Logteren ook hier aantreffen, komt uit. Maar de uitkomst overtreft die verwachting: de specificatie brengt een belangrijk en wekom nieuw feit aan het licht.

voor- en keerzijde van zilveren penning 'ter gedagtenis' van Johanna Elisabeth Blesen, 1719. Zij was de moeder van Johanna Elisabeth Blesen (1695-1738) die in 1718 van de vorige eigenares (weduwe Barchman Wuytiers) het huis Herengracht 436 in Amsterdam en hofstede 't Klooster erfde. Zij was getrouwd met Godefriedus Franciscus Cromhout (ov. 1764), heer van de Werve en Ankeveen. Elisabeth Blesen volgde in 1718 haar moeder op als regentes van het Maagdenhuis
voor- en keerzijde van zilveren penning ‘ter gedagtenis’ van Johanna Elisabeth Blesen, 23 augustus 1695 geboren en op 11 november 1739 overleden.  Haar moeder is blijkens de penning op 29 november 1719 gestorven en zelf erfde zij in 1718 van de vorige eigenares (weduwe Barchman Wuytiers) het huis Herengracht 436 in Amsterdam en hofstede ’t Klooster. Zij was getrouwd met Godefriedus Franciscus Cromhout (ov. 1764), heer van de Werve en Ankeveen. Johanna Elisabeth Blesen volgde in 1718 haar moeder op als regentes van het Maagdenhuis

Voor een gefundeerde evaluatie diene eerst volgende korte inleiding. De ‘melioratie’ van ’t Clooster bedroeg in omvang meer dan het dubbele van die van de Herengracht 436. De oorzaak lag bij de grote lusttuin, waar eerder sprake is van een geheel nieuwe aanleg dan van een ‘melioratie’.  Het betrof een geheel nieuwe aanplant, meerdere nieuw gegraven vijvers, een nieuw tuin- en dito speelhuis en uiteraard een nieuw grondplan. Dit alles onder leiding en naar ontwerpen van de gerenommeerde tuinarchitect A. Speelman, die daar tot 1734 betalingen voor ontving. Weliswaar trad ook ook op ’t Clooster de ‘koningséquipe’ weer op – de Wit, Van Logteren, Uljé, Le Normand, Knoop, opvallend alleen is de afwezigheid van De Moucheron -, maar het aantal medewerkenden aan het project, ook meerdere andere beeldhouwers, is uitgebreid vooral met Haarlemmers. Noteren wij enige betalingsposten van vóór Van Logterens optreden. Na zulke in 1721 gewijd aan onder anderen steenkoper Abraham Danckerts, telg van de zeer bekende Amsterdamse familie, en aan Van Logterens buurman Jan Crammer in 1722, treffen wij in 1723 Jacob de Wit en Hendrik Knoop aan inzake niet genoemde werken. Dan komen in het jaar 1724 de volgende opgaven voor: “1. aan Cornelis Claasz Langeveld en Wouter Fransen gaven tot een vijver ƒ 220,-. 6. aan Jacob Husley, stucadoorwerker ƒ 1044,10 af ƒ 184,10. 7, Ignatius van Logteren, stucadoor ƒ 540,-  af ƒ 60,-. 8. aan Hendrik Knoop steenhouwer ƒ 1607,19 13. aan Jacob de Wit fijnschilder voor een schoorsteenstuk ƒ 106,-. 14. aan Pieter van der Streng, ijzerkramer ƒ 517,16 aan Joseph Uljé getrocken uyt ziin Reek. Op de Heeregracht N voor een ijzere leuning aan de stoep ƒ 140,80″. (…) Belangrijk is of wij tot een bepaling kunnen komen van ieders aandeel in het stucwerk van ’t Clooster. Hun werk is verloren gegaan. Maar er zijn goede aanwijzingen dat wij daarin toch kunnen slagen. Gaan wij uit van de bepalingen, dan lijkt het alsof Husly, die een ongeveer twee maal zo hoog bedrag toucheerde als Van Logteren, een veel belangrijker rol heeft gespeeld en Ignatius een secundaire. Dit beeld menen wij als onjuist te moeten bestempelen. Er heeft tussen hen ongetwijfeld een zelfde werkverhouding bestaan zoals die zich later tussen de zoons Husly en Jan van Logteren overliet. Ignatius zal dus, zoals in Herengracht 436 een aantal scènes met allegorische gestalten en putti aan de plafonds of ook boven de deuren hebben ontworpen en gerealiseerd. (…) De specificatie van Cromhout geeft van 1726 af een achttal poten betreffende tuinbeelden en wel in een ongewoon groot aantal.  (…) Bij massa’s, veelal afkomstig van Italiaanse tweederangs werkplaatsen maar ook van dito Nederlandse, vonden die hier te lande aftrek, werden die verhandeld en doorverkocht ook door goede beeldhouwers, die zelf beter werk leverden, zoals op ’t Clooster door Gerrit van Heerstal en Michiel Shee. Ook niet-beeldhouwers zoals hier de tuinarchitect Speelman en de makelaar Jan de Bruyn deden hieraan mee. De Van Logterens en Shee schiepen zelf uitnemende borstbeelden, waaronder vele onbeholpen nabootsingen ‘à l’antique’, waren van dubieueze of ‘onbekende’ herkomst. Het pleit niet voor het niveau van smaak van de vele afnemers, al of niet bezitters van buitenplaatsen. De indruk wordt gewekt dat Godefridus Cromhout tot deze categorie kopers behoorde, aan wie de bijzondere schoonheid schoonheid en verfijndheid van Van Logterens werk, zoals aan het plafond van Herengracht 436, niet besteed was. Ofschoon Ignatius dus in de uitgebreide tuin van ’t Clooster de grote aanwezige was, heeft het zin hier toch op een aantal posten en namen in te gaan omdat zij een welkom licht werpen op de naaste omgeving van Van Logteren en op de praktijken op tuinbeeldengebied. Ignatius van Logteren mocht dan in Amsterdam en wijde omtrek de erkend belangrijkste en meest gevraagde beeldhouwer zijn, in Haarlem werd hem voorlopig nog – tot omstreeks 1730 – de weg versperd door de plaatselijke hoofdmeester Gerrit van Heerstal (ca. 1690-1746), bekend in het Haarlemse om zijn bronzen standbeeld van Laurens Janszoon Coster en de reliëfs aan de voorgevel van het Hofje van Staats. Ook Cromhout gaf hem zijn crediet. Wij ontmoetten hem al als leverancier van vazen voor de tuin in Amsterdam. Betreffende ’t Clooster vinden wij de volgende posten: in 1728 ‘aan Gerrit van Heerstal steenhouwer ƒ 125,-‘ In 1729 ‘aan Herrit van Heerstal voor beelden en Tarwe ƒ 396,-‘ en ‘aan Gerrit van Heerstal beeldhouwer ƒ 1619,- aff in 12 posten ƒ 523,19’ (…) Citaat uit Michiel Shee’s notities: ‘(1727) den 11 iulius Gemaeck voor de Hr. Jan de Bruijn twee Breemer steene Termen van 7.6 voet hoogh’, ‘den 26 dito vermaeckt voor de Hr. jan de Bruijn 14 marmere borstbeelden op sijn Plaat9s) daer voor ontfangen ƒ 170,-”[1729] den 9 maey voor d’hr. Jan de Bruijn gemaekt vier Plinte onder sijn termen te weeten voor de witte Marmere termen; den 20 iunius voor de heer ian de bruijn geretrosieert vier marmere borstbeelden; de 11 october vermaeckt voor de Hr. Cromhout elf borstbeelden; den eijgen dito Nogh geleevert aan de Hr. Cromhout ses Marmere Plint onder sijn termen daer voor ontfangen ƒ 123,6; de 12 dito Nogh ontfangen van de heer Cromhout de somma van ƒ 195,- voor ses borstbeelden (.. enz.).  Het is duidelijk: de ‘beelden in de tuin van Godefridus Cromhout betreffen alleen borstbeelden van ongenoemde herkomst, noet door Shee vervaardigd, die dus later als handelaar en ‘retoucheur’ ervan is opgetreden. Dat Cronhout in de greep was van de borstbeelden – rage blijkt nog ten overvloede uit een post uit 1730: ‘aan dezelve [A.Speelman, architect] voor 12 marmere beelden ƒ 318,-. Het lage bedrag, iets meer dan ƒ 25-  per stuk, bewijst dat het ook hier niet om standbeelden gaat en dat ook Cromhouts geroemde tuinarchitect een partij borstbeelden aanleverde, die hij ergens voor een luttel bedrag op de kop had getikt. Het moet, naar onze ideeën, een vreemde aanblik gegeven hebben: de grote ‘Cloosterthuijn’ moet werkelijk bezaaid zijn geweest met borstbeelden. Vazen werkten ook Cromhouts belangstelling: interessant is de post nr. 1 uit 1732: ‘aan Jacob de Witt voor 2 vaasen tot Antwerpe gekogt ƒ 451,- ‘De grote schilder, die nog meermalen de stad van zijn leerjaren bezocht, heeft die ongetwijfeld belangrijke stukken waarschijnlijk bij het grote Van Baurscheitatelier verworven.’ Hendrik Knoop leverde leverde Bremer zandplaten pedostallen, vier in 1732, twee in ’33. de Amsterdamse beeldsnijder Willem Lelienberg, kreeg in 1733 ƒ 166,6 ‘voor cieraden aan ’t Thuinhuijs’. Willem de Moyer, al actief voor Herengracht 436, ontving ook hier een betaling, maar voor niet vermeld werk. Het altaar voor de huiskapel, die Cromhout ook voor ’t Clooster inrichtte, werd echter niet door hem maar door een zekere Jan Duricet gesneden, in 1727 voor ƒ 45,18. ‘ [P.M.Fischer, Ignatius en Jan van Logteren. Bezorgd door E.Munnig Schmidt. Alphen aan den Rijn, Canaletto/Repro-Holland, 2005].

Hageveld

Uit: Directieketen als bijzondere categorie industrieel erfgoed; door Gerard J.Veldkamp. STIEL|; tijdschrift over de geschiedenis van werkend Leiden. Jaargang 22 (2011), nummer 3, p.16-21)

BIJLAGE: REGENTEN (DIRECTEUREN) VAN KLEINSEMINARIE HAGEVELD (Driehuis – Voorhout – Heemstede)

1817-1825  C.R.A.van Bommel

1830-1835  A.A.Tomas

1935-1845  A.van der Weiden

1845-1851 A.J.Pluym

1851-1861  H.van Beek

1861-1869  P.M.Snickers

1869-1881  G.F.Drabbe

1881-1883  H.J.J.Prenger

1883-1903  A.J.Brouwer

1903-1915  W.G.F.Snickers

1915-1928  Th.F.Ebbinkhuysen

1928-1934  M.W.A.Wijtenburg

1934-1938  N.L.A.Ammerlaan

Geschilderd portret can oud subregent en regent N.L.A.Ammerlaan, dat vroeger in de Paarse Zaal hing.
Geschilderd portret van oud subregent en regent N.L.A.Ammerlaan, dat vroeger in de Paarse Zaal hing.

1938-1962  C.J.Henning

Portret van regent dr.C.J.Henning; door N.Olthuis uit 1962
Portret van regent dr.C.J.Henning; door N.Olthuis uit 1962
Regent dr. J.C.Henning bij zijn 25-jarig jubileum op Hageveld in 1962 (site Hans Dornseiffen)
Regent dr. J.C.Henning bij zijn 25-jarig jubileum op Hageveld in 1962 (site Hans Dornseiffen)
Herinnering aan twee klassieke grootmeesters: dr.C.Spoelder en mgr.dr.C.J.Henning; door Wim Helversteijn (Haarlems Dagblad, 6-8-1985)
Vervolg van Herinnering aan twee klassieke grootmeesters; door Wim Helversteijn (Haarlems Dagblad, 6-8-1985)

1962-1966  E.J.M.Hupperetz

1966-1970  G.P.M.Geukers

In memoriam Gé Geukers (1925-2016) door Hillebrand de Lange (Jaarboek 2016 Hageveld, 2017)
vervolg van: In memoriam Gé Geukers; door Hillebrand de Lange

1970-1978  Th.Dekker

Foto van de laatste regent van Hageveld voor het seminariegebouw
Foto van de laatste regent van Hageveld voor het seminariegebouw. Th (Dirk) Dekker

Subregenten van Hageveld sinds 1923: P.J.M.J. van de Pavoordt (1913-1925) – C.J.Henning (1925-1928) – N.L.A.Ammerlaan (1928-1934) – J.J.A.Starrenburg (1934-1941) – N.Ph.J.van Ruijven (1941-1956) – C.H.M.Nolet (1956-1958) – Chr. de Waard (1958-1964) – B.J.M.van Sante (1964-1966) – W.J.J.Klück (1966-1970) – H. van Assema (1968-1979) – S.W.Groot (1970-1974) – H. de Lamge (1974-1979).

Het bestuur van het Bisschoppelijk Seminarie Hageveld en overige betrokkenen bij de ondertekening van de bruikleenoverkomst van het Hageveld-archief naar het Noord-Hollands Archief in Haarlem. Vierde van rechts archivaris Dick van der Fluit, vervolgens naar rechts: mgr.drs.M.J.de Groot (vicaris-generaal van het Bisdom Haarlem-Amsterdam), drs. Lieuwe Zoodsma (directeur van het Noord-Hollands Archief) en Th. Dekker, de laatste regent van Hageveld (foto Jos Fielmich, in NHA nieuws, nummer 12 februari 2010)
Het bestuur van het Bisschoppelijk Seminarie Hageveld en overige betrokkenen bij de ondertekening van de bruikleenoverkomst van het Hageveld-archief naar het Noord-Hollands Archief in Haarlem. Vierde van rechts archivaris Dick van der Fluit, vervolgens naar rechts: mgr.drs.M.J.de Groot (vicaris-generaal van het Bisdom Haarlem-Amsterdam), drs. Lieuwe Zoodsma (directeur van het Noord-Hollands Archief) en Th. Dekker, de laatste regent van Hageveld (foto Jos Fielmich, in NHA nieuws, nummer 12 februari 2010)

DOCENTEN VAN KLEINSEMINARIE HAGEVELD, over wie biografische informatie in Hageveld-Heemstede bibliotheekcollectie Noord-Hollands Archief: J.D.J.Aengenent (bisschop), H.van Beek (bisschop), J.ThBeekman (exegeet), J.Th.Beysens (wijsgeer), C.R.A.van Bommel (bisschop, publicist), Th.J.H.Borret (theoloog), C.J.M.Bottemanne (bisschop), Cornelius Broere (wijsgeer, emancipator, dichter), J.de Bruyn (publicist), A.J.Callier (bisschop), J.M.Chedeville (Warmond), A.M.C.van Cooth (letterkundige), G.F.Drabbe (publicist), M.P.R.Droog (publicist), Jan Duin, B.J.Hafkenscheid (redenaar), mgr.J.J.Henneman, mgr.A.J.Holiërhoek, J.P.Huibers (bisschop), J.Jansen-Keas, J.C.van Kints (emancipator), M.J.A.Lans (componist en muziektheoreticus), J.Ch. Muré (redenaar, bijbelexegeet), G.C.van Noort (theoloog),mgr.P.van der Ploeg (dichter, wijsgeer), A.J.Pluym (bisschop, publicist), J.J.J.Putman J.A.de Rijk (dichter, publicist), C.L.Rijp (publicist), N.P.J.van Ruijven, P.M.Snickers (bisschop), F.A.E.Verheyen, A.M.E.Th.Vreeburg, A.van der Weijden (patoor Heemstede Berkenrode), Leo Wenneker (publicist van vertalingen van Augustinus) L.Westerhoudt, C.L.Wyckersloot (bisschop, geleerde), M.W.A.Wijtenburg, Th.H.J.Zwartkruis (bisschop). 

Vooromslag van veilingcatalogus A.L. van Gendt, 19 december 1979. Een ander deel ging naar antiquariaten en het restant, waaronder ook 17e en 18e eeuwse boeken en alle jaargangen van dagblad De Tijd kwam in de container terecht.
Vooromslag van veilingcatalogus A.L. van Gendt, 19 december 1979. Een ander deel ging naar antiquariaten en het restant, waaronder ook 17e en 18e eeuwse boeken en alle jaargangen van dagblad De Tijd kwam in de container terecht.
Voorpagina De Telegraaf, 11 juli 1979. Met foute kop: er was geen sprake van boekverbranding.
Bibliotheek Hageveld met vuilnisman mee. Uit: Haarlems Dagblad, 12 juli 1979
vervolg van Bibliotheek Hageveld met vuilnisman mee (Haarlems Dagblad, 12 juli 1979)
Adieu Hageveld bibliotheek(Heemsteedse Courant 1979)
vooromlag van boek ‘Spel van Sint Servaas’ (aanwezig in Heemstede-collectie van het NHA)
gekalligrafeerde opdracht aan bisschop A.J.Callier voor aangeboden boek door pastoor J.Wouters uit Maastricht, 9 juli 1916 (afkomstig uit Hageveld-bibliotheek, tegenwoordig in Heemstede-collectie Noord-Hollands Archief)
'Sonnet voor een gebouw'[Hageveld} door M.L.A.Harmsen (1969), gepubliceerd in: Wonen op Hageveld; 52 luxe appartementen en woningen in het voormalig Bisschoppelijk Seminarie in Heemstede. Een uitgave van Hopman Interheem Groep.
‘Sonnet voor een gebouw'[Hageveld} door M.L.A.Harmsen (1969), gepubliceerd in: Wonen op Hageveld; 52 luxe appartementen en woningen in het voormalig Bisschoppelijk Seminarie in Heemstede. Een uitgave van Hopman Interheem Groep.
Boven: directiekeet van seminarie Hageveld en onder: interieur van de tekenkamer in de directiekeet, 1921/1922. Het houten gebouw is thans in gebruik als woning. Uit: directieketen als bijzondere categorie industrieel erfgoed., door Gerard J.Telkamp. In: Stielz, jaargang 22, nummer 3, september 2011.
Boven: directiekeet van seminarie Hageveld en onder: interieur van de tekenkamer in de directiekeet, 1921/1922. Het houten gebouw is thans in gebruik als woning. Uit: directieketen als bijzondere categorie industrieel erfgoed., door Gerard J.Telkamp. In: Stielz, jaargang 22, nummer 3, september 2011.
Artikel over boek Hageveld van Frits Hazenberg; door Ton van den Brink (de Heemsteder, eind juni 2011)
Artikel over boek Hageveld van Frits Hazenberg; door Ton van den Brink (de Heemsteder, eind juni 2011)
Hazenberg.jpg
Frits Hazenberg en Ischa Hazenberg-van Assema, in hun papierrestauratieatelier ‘De Riemkap’ op Hageveld. Uit: Ode aan Heemtede, 2015. (Elianne Meijer)
Leraar Hillebrand de Lange en Hageveld (Ode aan Heemstede, 2025, pagina 64

============

Te beginnen met 1998 verschijnt jaarlijks een jaarboek van de Stichting Reünisten Hageveld. Bovenstaand het vooromslag van Jaarboek 2016
Inhoudsopgave van Jaarboek Hageveld 2016 , verschenen in Heemstede, 2017
Historicus Hillebrand de Lange publiceerde in jaarboek 2016 een bijdrage: ‘200 jaar Hageveld (1817-2017) , te beginnen met Driehuis, vervolgens Voorhout en sinds 1923 Heemstede
Hageveld in Voorhout, uit bijdrage van Hillebrand de Lange. Jaarboek 2016.
De 140 medewerkers van Hageveld in kostuums van 200 jaar gelegen (uit bijdrage Hillebrand de Lange; foto Onno van Middelkoop)
In Jaarboek 2016 ook een bijdrage van Olga van der Klooster: Van Grote Geest tot Hageveld, schetsen van een veranderend landschap. Bovenstaand plattegrond van Hageveld van het verleden tot heden.

In Jaarboek 2016 publiceert Marcus Reijnders een artikel: ‘Mijn zoektocht naar Cornelis Broere (p.84-95). Priester Cornelis Broere (1803-1860) speelde een rol van betekenis in de rooms-katholieke emancipatie. Hij was o.a. ook dichter en schrijver en hoogleraar wijsbegeerte op kleinseminarie Hageveld en grootseminarie Warmond. 

Borstbeeld van priester Cornelis Broere
Penning met portret van Cornelis Broere. N zijn overlijden in 1865 door de Rijksmunt geslagen en uitgedeeld aan excellente priesterstudenten op seminarie Warmond en Hageveld in Voorhout. Reinders schrijft: ‘Tot zeker begin 1900 werd op Hageveld de “Broere Penning” als prijspenning verleend aan leerlingen voor bijzondere prestaties op het gebied van filosofie. Exemplaren hiervan zijn nog aanwezig in het Teylermuseum te Haarlem, in de lakenhal te Leiden en het Catharijneconvent te Utrecht. In Voorhout, Utrecht, Tilburg en Eindhoven zijn straten naar Broere vernoemd’.

BIJLAGE: BERNARDIETENKLOOSTER EN BERNARDIETENSTINS

De Bernardietenstins in Haarlem was eigendom van het Bernardietenklooster in Heemstede, door Hendrik Spilman in koper gebracht (1764)
Bovenstaande gravure van het Bernardietenklooster is  door Hendrik Spilman, gebaseerd op een 18e eeuws handschrift [zie boven] in koper gebracht (1764)
Uitsnede Heemstede, met links Bernardieten kapel en klooster, uit een kaart van 1539 van de Grote Raad van Mechelen (tegenwoordig aanwezig in het Algemeen Rijksarchief Brussel)
Uitsnede Heemstede, met links Bernardieten kapel en klooster, uit een kaart van 1539 van de Grote Raad van Mechelen (tegenwoordig aanwezig in het Algemeen Rijksarchief Brussel)
Fragment tekening van het beleg van Haarlem (rechts met omwalde muren) door Henry Masen uit 1572. Lnks van de stad Haarlemmerhout met een kampement van de Spaamse soldaten
Fragment tekening van het beleg van Haarlem (rechts met omwalde muren) door Henry Masen uit 1572. Links van de stad Haarlemmerhout met een kampement van de Spaanse soldaten en verderop het Bernardieten(klooster), het ambacht Heemstede en het Huis te Heemstede. Daaronder het Spaarne, uitmondend in de Haarlemmermeer. Ook de vuurbaak of vuurtoren is ingetekend.

Een curiosum in de Haarlemse geloofsgebouwen is de voormalige Bernardietenstins  (1), waarvan een smalle gepleisterde gevel in de Jansstraat nummer 81 tot 1887 het enige restant was. Daarna bleef het nog slechts een herkenningspunt op oude stadskaarten. Een stins (eigenlijk steenhuis) was de naam die in de middeleeuwen werd gegeven aan een stenen verdedigingstoren bij een woning die meestal van hout was. Later werd de term ook gebruikt voor het geheel van een versterkte, adellijke (stenen) woning. Hoewel de term ‘stins’ in Friesland werd gebruikt, vinden we deze term eenmalig in Haarlem, vergezeld van het voorvoegsel ‘Bernardieten’. Bernardieten, ook wel Bernardienen of Bernardijnen genoemd, maken deel uit van de Cisterciënzer Orde, die in 1098 in het Franse dorpje Cistercium onder Dijon werd gesticht. Een van de beroemdste Cisterciënzers was Bernardus van Clairvaux, naar wie sommige kloostergemeenschappen zich later gingen noemen; vandaar de naamgeving. Zij hebben evenwel nooit een klooster binnen de muren van Haarlem gehad, er is  althans geen enkele oorkonde bekend van toestemming daartoe, noch van de geestelijke noch van de wereldlijke overheden. Wel is bekend dat zij een klooster bij Heemstede hebben gehad, in de nabijheid van het latere seminarie Hageveld, ongeveer op de plek waar zich nog steeds een buitenhuis met de naam ‘Het Clooster’ bevindt; dit klooster werd in 1458 gesticht door de priester Huyg (Hugo) van Assendelft en werd na de Hervorming in een hofstede veranderd. Dit klooster was de eigenaar van de betreffende stins in Haarlem. Het versterkte huis in de Jansstraat moet 13e of 14e eeuws zijn geweest. Het komt in een bron uit 1553 voor als ‘der Barnardyten stinsse’, ofwel de stins van de Bernardieten. 

Het gepleisterde huis rechts op de voorgrond is nog een restant van de vroegere Bernardietenstins, ook wel stins van Colterman genoemd. De foto dateert uit circa 1885. Het gebouw werd in 1887 afgebroken.
Het gepleisterde huis rechts op de voorgrond, Jansstraat 81, was nog een restant van de vroegere Bernardietenstins, ook wel stins van Colterman genoemd. Jan Colterman, o.a. burgemeester van Haarlem, had het pand op 8 september 1607 aangekocht. De foto dateert uit circa 1885. Het gebouw werd in 1887 afgebroken en op deze plaats is onder architectuur van ir. W.C.Metzelaar het vroegere  paleis van justitie ofwel gerechtsgebouw gekomen. De afbraak geschiedde niet zonder protest, zelfs Victor de Stuers bemoeide zich met de zaak.  Het rechterdeel dateerde uit de 13e of 14e eeuw en stond ten tijde van het klooster de Hemelpoort  te Heemstede in de 16e eeuw als eigendom van de Cisterciënser- ofwel Bernardietenkloosterorde bekend onder de naam ‘Bernardietenstins’. Tot de sloop was hier een Stadsschool voor jongens tot 15 jaar  gevestigd.
Schoorsteen en schildering geaquarelleerd door Jan Striening omstreeks 1850 in Stadsschool, Jansstraat 81 Haarlem (NHA)

Het werd nog in de 19e eeuw gebruikt als school. Het gebouw zelf is in 1887 gesloopt. Men mag vermoeden dat het Heemsteedse klooster, onbeschermd gelegen als het was tussen weilanden en plassen, in de directe nabijheid van het woelige Haarlemmer Meer, een veilig toevluchtsoord tegen menselijk geweld of natuurrampen achter de hand wilde hebben, en dit zocht te bewerkstellingen achter de Haarlemse muren, in een versterkt stenen huis op de zandplaat. Dergelijke refugiehuizen hebben ook in Zuid-Nederlandse steden bestaan (Den Bosch, Uden, Hulst). De Haarlemse Bernardietenstins die in de Historische Stedenatlas Haarlem wordt vermeld, heeft mogelijk de functie van refugiehuis gehad, en is op grond van die veronderstelling vermeldenswaard’. Bron; Historische Stedenatlas Haarlem; C.de Koning. Tafereel der stad Haarlem. Haarlem, 189 ‘Meer dan steen… De Haarlemse kerken en andere gebedshuizen vroeger en nu.’ Eindredactie Historisch Werkgroep Vereniging Haerlem, 2007, p.40-41.

Ter aanvulling. Tijdens de Beroerten van Haarlem, toen in 1572 het klooster in Heemstede werd geplunderd en ten dele verwoest, verbleven de Broeders Bernardieten in het pand genaamd Bernardietenstins in de Jansstraat. Voorts is in een opgave van de goederen der Bernardieten in 1581 dit Haarlemse huis gewaardeerd op 20 pond.; een ander perceel in de vrijheid Haarlem op 16 pond. Frits Hazenberg schrijft; ‘In 1581 kregen 7 kloosterlingen een uitkering uit de opbrengsten van het voormalige bezit van de Hemelpoort. Mogelijk behoorde er bij  de voormalige bezittingen nog gronden die de rentmeester van Haarlem in 1581 niet vermeld had. Op 4 november 1598 schreef notaris Jan van Amerongen een aantekening op de eigendomsaktes en juridische stukken betreffende land van de Hemelpoort in Zoeterwoude en Stompwijk. Vermoedelijk rondde hij toen zijn laatste zaken met betrekking tot het klooster af.’  

(1) ook sinds de 17de eeuw aangeduid als stins van Colterman. Een stins (steenhuis) was een middeleeuws verdedigbaar en bewoonbaar huis. In 2013 promoveerde D.B.M. Hermans aan de Universiteit van Leiden op een proefschrift, getiteld: ‘Middeleeuwse woontorens in Nederland: de bouwkundige benadering van een kasteelhuis. In een paragraaf ‘Stinsen buiten Friesland’ vermeldt hij: ‘De benaming ‘stins’ voor een torenvormig bouwwerk beperkt zich niet tot Fiesland. Ook in Haarlem hebben een aantal bakstenen torens gestaan, waarvan er ten minste één wordt aangeduid met de benaming stins: de Barnardijtenstinsse aan de Jansstraat, die ook wel de ‘stins van Jan Colterman’ wordt genoemd’. Ten aanzien van de Bernardietenstins verstrekt Hermans   de volgende gegevens: Maat 8,9 x 7,5 meter; muurdikte 0,82 meter; datering 13e of 14e eeuw; hoogte tot goot 19,5 meter.

Bouw op weilanden bij Hageveld tegenover de Mozartkade voor gemeentebestuur Heemstede  niet bespreekbaar. (Haarlems Dagblad, 23 januari 1992)

==============

Vooraanzicht Hageveld
Vooraanzicht Hageveld
Vooraanzicht woondeel Hageveld bij avond (Hosper)
Vooraanzicht woondeel Hageveld en ingang ondergrondse parkeergarage bij avond (Hosper)
Ruim 1.000 Hagevelders met een cheque van 42.252 euro, bijeengezameld voor Serious Request 2014, op weg naar de Grote Markt in Haarlem (foto Hermina Karle-Hennings)
Ruim 1.000 Hagevelders met een cheque van 42.252 euro, bijeengezameld voor Serious Request 2014, op weg naar de Grote Markt in Haarlem (foto Hermina Karle-Hennings)
Scan1592

Auteur Frits Hazenberg en echtgenote Ischa van Assema, die restauratieatelier ‘de Riemkap’ op Hageveld beheren (foto uit: Ode aan Heemstede, 2015)

                                      Luchtfoto van het Hageveldcomplex en omgevingHageveldpanorama

Vos
Jaap Vos (1928-2015), oud docent en archivaris Hageveld
Hageveld
Verkoop Hageveld door Bisdom Haarlem. Uit Haarlems Dagblad van 5 juli 2017
Hageveld1
Column: ‘Laat Hageveld een geheim blijven’ door Wim de Wagt, uit  het Haarlems Dagblad van 25 augustus 1995.
Hageveld2.jpg
Illustratie bij column van Wim de Wagt (Haarlems Dagblad van 25-8-1995)

Vanaf 1998 geeft de Stichting Reünisten Hageveld jaarlijks een jaarboek uit. In Jaarboek 2015 (Heemstede, 2016) heeft Hillebrand de Lange een in memoriam gewijd aan Jaap Vos die 24 jaar aan het seminarie verbonden is geweest als leraar geschiedenis, Latijn en Grieks. Hij overleed 21 juli 2015 in een verpleeghuis te Alphen aan den Rijn. In 1980 had hij de school verlaten om als archivaris bij het bisdom te werken en daarnaast als rector van de zusters van de Voorzienigheid op Bosbeek te fungeren. De Lange schrijft: ‘Maar voor Hageveld heeft hij toen nog een taak uitgevoerd van een onschatbare betekenis. Hij heeft namelijk het Hageveldse archief dat verspreid over kasten en dozen ongeorganiseerd lag te verslonzen, geïnventariseerd en volgens de regels van archivering op orde gesteld. Daardoor kon in een latere periode dit archief worden overgebracht naar waar het zich nu bevindt, het Noord-Hollands Archief aan de Kleine Houtweg in Haarlem.’

Meermond
Situering van  landgoed Hageveld  (uitsnede kaart Natuurkaart Heemstede)
Hageveld
200 jaar Hageveld, 1817-2017: opgericht in Driehuis (gemeente Velsen, voorhout en sinds1923 in Heemstede
gravure ter nagedachtenis van mgr. Van Bommel, bisschop van Luik, oprichter van seminarie Hageveld, overleden in 1852
bidprentje van mgr. Corneille-Ricahard-Antoine van Bommel (1790-1852)
Aquarel van kleinseminarie Hageveld door Carel Jack Vervliet (geboren op 14-7-1929 in Tandjung Pandan = Billiton Oost-Indië; overleden op 19-3-2010 in Heemstede op 80-jarige leeftijd)
Geschiedenisdocent drs. Hillebrand de Lange is en kenner bij uitstek van oud en nieuw Hageveld (uit: Ode aan Heemstede, 2015)

Aanwezig is de Heemstede-collectie van het Noord-Hollands Archief is de scriptie van Kees Veelenturf. Afscherming en beslotenheid van het klein-seminarie Hageveld. Bouwkuntscriptie 1984 Kunsthistorisch Instituut van Amsterdam. Plaatsingsnummer 6617M

In 2015 verscheen het boek ‘Hagegebroed; vijftig interviews met oud-leerlingen van College Hageveld met een bijzondere loopbaan. Samengesteld door docent Sybren Welbedacht (van 1975-2015)en met een voorwoord van rector Willie Straathof

Het oud-leerlingen van Hageveld-boek bevat gesprekken met Henk van der Drift 1977 directeur reddingsmateriaal scheepvaart; Mariëtte Braspenning 1979 piloot; Caroline Krouwels 1981 ontwerper creatief directeur; Jelle van Buuren 1981 terrorisme-expert; Caroline Warmerdam 1981 ambtenaar bij economische zaken; Robert van Dienen 1981 luchtvaartverkeersleider; Saskia Roorda 982 landschapsarchitect; Wigert Thunnissen 1982 trainer Olympische ploeg; Marion Vijn 1982 balletdanser; Paul Nelissen 1982 fysiotherapeut/manueel therapeut; Onno Schellekens 1982 directeur investeringsbank; Mark Snitker 1982 architect; Patricia Höcker 1982 verloskundige; Esther Brasser 1984 directeur Haarlem Marketing; Michel van de Coevering 1986 financieel directeur bank; Bart Combée 1986 directeur Consumentenbond; Arnold Jonk 2987 hoofdinspecteur onderwijs; Herbert Smorenburg 1987 wereldvoedseldeskundige; Katja Prins 1988 sieraadkunstenaar; Merlijn Snitker 1988 componist filmmuziek; Frank Wesselingh 1988  geoloog/paleontoloog; Arnold Merkies 1988 Tweede Kamerlid; Arthur van en Boogaard 1988 sportauteur; Martijn Beekman 1989 fotojournalist Binnenhof; Anke van der Meer 1990 docent/fotograaf; Bart Funnekotter 1992 journalist NRC; Erik Inne Hoff 1993 neuroloog; Maurits van Selms 1994 tandheelkundig onderzoeker; Petra Karsdorp 1995 psycholoog; Barbara Vogel 1995 bedrijfsjurist; Eileen McEwan 1996 altviolist; Alieke Brandt 1996 ontwikkelingspsycholoog; Harry van Dongen 1997 pioenrozenkweker; David Abbink 1996 hoofddocent biomechanica; Riekelt Houtkooper 1999 medisch biologisch onderzoeker; Marieke Jesse 1999 wiskundige; Jan-Willem Weber 1999 natuurkundige; Wytse Koetse 1999 filmer; Wytske Versteeg 2000 auteur; Jeanine Roodhart 2001 oncoloog; Robert Sluys 2001 videoproducent; Maurits van den Berg 2002 auteur/theatermaker; Nicky Westerhof 2002 directeur evenementenbureau; Wies Dammers 2002 journalist bij tijdschrift; Manya Koetse 2002 sinoloog; Mayonne van Wijk 2003 forensisch onderzoeker; Nanda van er Stap 2004 robottechnica; Birgit van Driel 2006 chemisch technoloog in de kunst; Sanne Roozen 2008 dierenarts; Bart van den Hoed 2009 officier op een onderzeeboot.

De duurzame uitdaging van College Hageveld; gesprek met rector Peter Stam, door Kiek Berger en met fotografie door Marleen Dalhuijsen  (in: LEVEN, jaargang 3, lente 2020, pagina 98)
Vervolg van: De duurzame uitdaging van college Hageveld; gesprek met rector Peter Stam (LEVEN, jaargang 3, lente 2020, pagina 99)

Bijlage: bouwmeester Jan Stuyt (1868-1934)

Vooromslag van het HVHB-boek ‘Heemstede vooruit! (2017), waarin veel informatie is te vinden over J.Stuyt (zie register)

Drs.Hillebrand de Lange beschreef in het blad Ons Boemendaal, nummer 4, jaargang 19, winter 2015, p.5-9, de onder architectuur van Jan Stuyt gebouwde panden in Bloemendaal.

Begin van artikel over Jan Stuyt en Bloemendaal door Hillebrand de Lange
Artikel over Jan Stuyt en Bloemendaal
Vervolg artikel Stuyt
Vervolg artikel architect Jan Stuyt
Slot van artikel ‘Woningen voor welgestelden’; door Hillebrand de Lange (Ons Bloemendaal, winter 2015)
AANVULLING BLOEMENDAAL: de villa Sonnehoeck, links op de foto, Ruysdaelweg 14, Bloemendaal, in 1908-19109 ontworpen door Jos Cuypers en Jan Stuyt (Noord-Hollands Archief)

=========

September 2016 verrasten de docenten en medewerkers van atheneum Hageveld de leerlingen door te verschijnen in kostuums uit de tijd van de stichting van Hageveld twee eeuwen geleden. Het was het begin van een feestprogramma in het schooljaar 2016-2017
Vooromslag van boek ‘Jongens op kostschool‘ door Jos Perry. Utrecht, Bruna, 1991.
Achteromslag van boek ‘Jongens op kostschool; het dagelijks leven op katholieke jongensinternaten’. Hageveld komt o.a. voor op de pagina’s 30 en 51.
Uit: Jos Perry. Jongens op kostschhool
Uit: Jos Perry. Jongens op kostschool. Utrecht, Bruna, 1991