Kennemerduin aan de Herenweg in Heemstede

Kennemerduin aan de Herenweg in Heemstede

 

                            KENNEMERDUIN

De naam Kennemerduin komen we pas na 1900 tegen toen burgemeester D.E.van Lennep op dit terrein een villa liet bouwen. De voorgeschiedenis van deze “hoeck uytte wildernis” aan de Herenweg tussen herberg ‘De Dorstige Kuil’ (Kennemeroord) en het duin waar later de R.K.Bavo-Kerk  is gebouwd gaat terug op een Posthuis, een wisselplaats voor paarden. Sinds het midden van de 18e eeuw tevens met een functie als tapperij.

‘Tegenover het landhuis “Berkenrode” ligt de eveneens oude buitenplaats “Kennemeroord”, terwijl meer Zuidwaarts de villa’s “Knapenburg” en “Kennemerduin” zijn gelegen. De laatste wordt bewoond door den Heer Mr.D.E.van Lennep, Burgemeester der Gemeente Heemstede. Deze villa, voor eenige jaren gebouwd is, met hare ruime terrassen een sieraad van dit gedeelte van den Rijksstraatweg en hare ligging wordt niet weinig verfraaid door het aangrenzende”Overbosch”, de boschrijke overplaats van “Berkenrode”’.   Uit: Gids voor Heemstede en Bennebroek. 1907.

KENNEMERDUIN ALS WOONDOMEIN VAN EEN BURGEMEESTERSFAMILIE

kennemeroord

                                       Luchtfoto van Kennemerduin en omgeving Heemstede

Met de familie Van Lennep is Heemstede door historische banden verbonden. Vooral dankzij de bewoners van het  Huis te Manpad (gedurende 2 eeuwen) en de buitenplaats Meer en Berg, maar ook dankzij twee burgemeesters: Cornelis van Lennep en diens zoon David Eliza van Lennep. Voorts waren telgen uit het geslacht Van Lennep in het verleden gelieerd aan onder meer Groenendaal, Bosch en Vaart, Welgelegen en  het Posthuis.

De villa Kennemerduin aan de Herenweg in 1917, woonhuis van jhr. D.E. van Lennep en zijn familie.

Na het overlijden van David Cornelis van Lennep in Amsterdam, die in Heemstede over diverse terreinen beschikte, zijn de gronden die we thans aanduiden met  Kennemerduin aangekocht door de adellijke familie Van Wickevoort Crommelin, ook na de Franse tijd nog aangeduid met Heren van Berkenrode.

In 1891 werd mr.D.E.van Lennep op 26-jarige leeftijd tot burgemeester van Heemstede benoemd. Twee jaar eerder was hij gehuwd met jonkvrouwe Isabella Backer en in 1892 betrok dit paar het grote huis ‘Oud Berkenroede’, nog altijd gelegen op de hoek van de Herenweg en de Zandvoortselaan. Hij zette zijn zinnen op het ten zuiden van “Kennemeroord” gelegen nog onbebouwde binnenduin van ongeveer 4 hectare, dat vroeger met het Posthuis één geheel had uitgemaakt en dat met zijn zware beplanting en afwisselende hoogten en laagten nog aan de “wildernisse” herinnerde. Het huis is ontworpen door D.E.L.van den Arend en op 7 juli 1903 heeft de oudste dochter, de 10 jaar jonge Anna Catharina van Lennep, de eerste steen gelegd. De bouwmeester Dirk Ernst Lubertus van den  Arend was de zoon van een Haarlemse stadsarchitect. Hij vestigde zich particulier ontwerper in Aerdenhout en was betrokken bij de bouw en verbouw van verscheidene herenhuizen. Met zijn collega ir.J.A.G.van der Steur ontwierp Van den Arend in 1894 het ‘Brongebouw’in de Haarlemmerhout in fraaie neo-renaissancistische stijl – helaas in 1934 afgebroken om plaats te maken voor het intussen ook al gesloopte Sportfondsenbad.

Een foto uit 1884 genomen in het ouderlijk huis Welgelegen met David Eliza van Lennep als 19-jarige zittren rechts naast zijn moeder (direct links van hem) en 5 broers, 3 zusters en 1 zwager Lex Beels (staande derde van links)

Een foto uit 1884 genomen in het ouderlijk huis Welgelegen met David Eliza van Lennep als 19-jarige zittren rechts naast zijn moeder (direct links van hem) en 5 broers, 3 zusters en 1 zwager Lex Beels (staande derde van links)

In 1904 betrok het jonge gezin Van Lennep Kennemerduin. Voor de tuin met wandelpaden in Engelse landschapsstijl tekende de bekende Haarlemse tuinenarchitect Leonard Springer.

Ontwerp tuinaanleg Kennemerduin, 1904, door L.A.Springer (Centrale Bibliotheek Landbouwuniversiteit Wageningen)

Ontwerp tuinaanleg Kennemerduin, 1904, door L.A.Springer (Centrale Bibliotheek Landbouwuniversiteit Wageningen)

Scan1463

Leonard Springer in 1914 bij de aanleg van de Vondellaan in Aerdenhout op de terreinen van het voormalig landgoed Oosterduin

Het echtpaar woonde hier met drie zonen en drie dochters. Bekend is het verhaal dat toen de burgemeester van de Erven Van Merlen vernam dat het landgoed Bosbeek-Groenendaal in de verkoop zou komen hij de wethouders niet in het raadhuis maar op Kennemerduin ontbood, met het uiteindelijk resultaat dat Groenendaal als openbaar wandelbos voor de burgers van Heemstede is behouden. In de villa woonden permanent een of twee dienstboden en er was vaak een komen en gaan van gasten.

Foto van Kennemerduin uit 1907

Foto van Kennemerduin uit 1907

In 1909 is een schuur met varkenshok in de tuin van Kennemerduin gebouwd door de bekende Heemsteedse aannemer W.A.van Amstel. Janus van Ieperen was lange tijd de gewaardeerde tuinbaas. De moestuin lag nabij de Herenweg en de fruitbomen zijn in de jaren zestig gekapt. Eén van de zonen, jonkheer Frans van Lennep noteerde in zijn ‘petite histoire’: “Appie en Ampie en hun nakomelingen” dat voor de bewoners van Kennemerduin “Berkenrode” waar de ‘Crommelingen’ – zoals zij in de volksmond genoemd werden – een zoete inval was. Ook met de uitgebreide familie waren er regelmatige contacten. Een kleindochter jonkvrouwe Wendela Isabella Catharina Bicker (geboren op 19 oktober 1929 in Utrecht en overleden in 2006) heeft in 1976 op 22 getypte bladzijden haar herinneringen op papier gezet. Haar grootvader D.E.van Lennep overleed op 9 juli 1934 in het huis op 69-jarige leeftijd en tot haar dood vier jaar later was diens echtgenote het middelpunt van Kennemerduin.

Huize Reehorst in Driebergen (gemeente Zeist), in 1900 gebouwd in opdracht van J.W.H.Crommelin naar een ontwerp van C.B.Posthumus Meyjes

Huize Reehorst in Driebergen (gemeente Zeist), in 1900 gebouwd in opdracht van J.W.H.Crommelin naar een ontwerp van architect C.B.Posthumus Meyjes (foto Utrechts Archief).

Wendela Bicker groeide op in het ouderlijk huis ‘De Reehorst’ in Driebergen maar logeerde zomers vaak bij haar grootouders (van moeders kant) in Heemstede. Zij was een dochter van jonkvrouw Sophia Willemina Petronella van Lennep en jonkheer Pierre Herbert Bicker en is begraven in Zeist.

Een Franstalige menukaart van Kennemerduin uit 1913.

Enkele citaten geven aardig de sfeer weer van het leven op Kennemerduin: “Kennemerduin, Herenweg 126, Heemstede, een adres dat ik al heel vroeg ken, net als De Reehorst. Een glazen voordeur, veel geaderd marmer in de gang en in de vestiaire, links. Een koperen borstelbakje intrigeert me. Het ruikt er naar rubberlaarzen en de kapstok hangt vol jachtjassen van de ooms. De plee is veel groter dan thuis en ook veel kouder. Opa en oma bouwden Kennemerduin tussen 1903 en 1904; ruim berekend op hun grote gezin (ze komen er met vijf kinderen, Bila zal daar geboren worden), maar zonder centrale verwarming of ander “modern comfort”. In de hall staat altijd een groot bouquet op tafel. De tantes schikken de bloemen; Bila is bekend om haar “doormekaartjes”, tante To doet het plichtmatiger. Bijna dagelijks trekken we naar de tuin, met platte manden en veel verschillende sécateurs (= snoeimessen): voor de lathyrus, voor de dahlia’s, voor de rozen. Het is een prettige, maar serieuze bezigheid, waar veel tijd in gaat zitten. Tante To is er mischien iets te ongeduldig voor! We zitten altijd in de salon of in de aangrenzende veranda. Er hangt een verrukkelijke lucht van bloemen, hout en turf van de meestal brandende aard, en de Simon Artz sigaretten van Tante To. Er zit ook Chinese thee doorheen; het is de zoetste lucht die ik ken. Op het rode kleed hebben de honden: Binkie, de Schotse terriër en daarna Beer, de Spaniel, vele plasjes gedaan, allemaal lichte plekjes, je kan van het ene naar het andere lopen, als je de route kent. (…) De grond van Kennemerduin is heel anders dan thuis: “klapzand”. Op de trottoirs van de Herenweg liggen gemalen schelpen, later verwerk in asfalt. Soms zit er nog een ongeschonden schelp tussen, waar ik ijverig naar speur tijdens de wandelingen. Ook het gras is anders. Hier groeit om het huis een soort vrolijke wei. Hij wordt met de zeis gemaaid en er mag vrijelijk in gerold en gespeeld worden, tussen de margrieten en de boterbloemen. Hoe later in de zomer, hoe meer alles verdort: het kostbare duinwater mag niet met sproeien “verspild” worden, dus zijn hier ook geen tuinslangen alleen gieters in de moestuin. (…) Aan de andere kant van de oprit, tegenover de ingang naar de moestuin, is een stuk bos dat al spoedig overgaat in het “Overbosch” van Berkenrode. Hier staan voonamelijk eiken. We maken pijpjes, mannetjes en poppeserviesjes van de doppen. Daar ligt ook de tennisbaan, die ik een beetje triest en overwoekerd vind, maar aan de hand van de foto-albums gaat er een wereld van social life voor me open, die vroeger voornamelijk op en om de tennisbaan speelde, waar de de ooms en tantes tennisten in lange rokken, grote hoeden en hemdsmouwen. In het Overbosch mag ik niet alleen, iets, waar het vooral op het gras bij de voordeur wel verband mee zal houden. (…) Alle ooms zijn groot en breed gebouwd, behalve oom Mauk, die mager is en dus opvalt. Ook Herman Crommelin, vriend van oom Frans, is zwaar: hij vult een hele stoel. Over de Crommelins van Berkenrode (ze wonen in het verbouwde koetshuis) hoor ik, misschien iets te nadrukkelijk, dat ze geen kinderen hebben en dat geeft hen iets tragisch-romantisch. Dominee Barger, Oma’s trouwe bezoeker, en zijn vrouw zijn vaste theedrinkers en dokter Laeyendecker holt in en uit, druk pratend en gesticulerend. (…) Iedereen op Kennemerduin houdt van het duin. Ik niet. Ik word moe, krijg hoofdpijn en vreselijke dorst…en verveel me in het duin. De van Lennepen hebben de liefde voor het duin in hun bloed, gingen er vroeger met Opa elke zaterdag heen, naar het jachtopzienershuis, jagen er en kennen het door en door. Voor hen is het mooi en lieflijk, maar hun enthousiasme kan me niet bekeren. (…) We hebben fietsen bij ons en mogen “los” het dorp in: de Koedief, de Binnenweg, de Kerklaan en de Blekersvaart zijn nieuwe speelterreinen, waar we winkeltjes kijken en rondslenteren. We ontdekken een winkel met roomse beelden (van de dames Jonckbloedt) en kopen er in het diepste geheim (waarom? Kwaad zullen we er niet van geleerd hebben!) bidprentjes met devote kindertjes en zwevende blauwe Maria’s. (…)”.

Wendela Isabella Catharina Bicker is op 22 januari 2006 overleden en in het familiegraf van de Nieuwe Begraafplaats te Zeist ter aarde besteld.

Jonkvrouw Wendela Isabella Catharina Bicker is op 22 januari 2006 overleden en in het familiegraf van de Nieuwe Begraafplaats te Zeist ter aarde besteld.

Foto van Kennemerduin met tuinzitje

Foto van Kennemerduin met tuinzitje

Gedurende de oorlog is Kennemerduin niet door de Duitsers bezet. Ook de kinderen die intussen elders woonden, zoals zoon Hugo van Lennep met zijn echtgenote in de van Merlenlaan,  kwamen nog regelmatig samen in het ouderlijk huis. Binnen de familie ging het verhaal dat tijdens de bezettingsjaren het kostbare koperwerk in een diepe kuil op het landgoed is begraven, doch het is tot op heden niet teruggevonden. Na de bevrijding is de villa met terrein verhuurd aan een organisatie voor de opvang van lichamelijk gehandicapten.

Afbraak van de villa volgde in 1962 in verband met de bouw van een bejaardenhuis dat de naam van het landgoed behield.

Literatuur

Wendela Bicker, Kleinkind van Kennemerduin. Zonder plaats, 1976.

F.J.E.van Lennep, Late regenten. Haarlem, 1962. Tweede druk.

Annabelle Meddens, De tijden veranderen; Burgemeesters van Heemstede en Bennebroek 1811-1997. Alkmaar,1997.

Een nieuwe bestemming: Stichting Unicum

De huidige instelling ‘Nieuw Unicum’ in Zandvoort voor lichamelijk gehandicapten vond haar oorsprong in het huis ‘Kareol’ te Aerdenhout, dat zich na 1940 had ontwikkeld tot een herstellingsoord ten behoeve van oorlogsinvaliden. In augustus 1945 is ‘Kareol’ (tijdelijk) bestemd als sanatorium voor verzetsdeelnemers. De op dat moment 9 “gewone” verpleegden moesten daarom verhuizen, eerst naar een kleine villa in de Zonnebloemlaan in Aerdenhout. Omdat het landhuis ‘Kennemerduin’ niet meer bewoond werd is het door de familie Van Lennep verhuurd aan het herstellings- en verplegingsoord  voor invaliden en chronisch zieken (uitsluitend mannen).  Personeel en vrienden brachten de nodige gelden bijeen, organiseerden collectes en mengden de burgerverpleegden met marinepersoneel om de exploitatie van het te renoveren huurpand in Heemstede mogelijk te maken. Sinds 1948 is de instelling ‘Stichting Unicum’ geheten.  Oprichter en eerste directeur was de heer Chr.J.van Vliet. Uitgegeven door Unicum publiceerde hij een roman: ‘Een Koe kan wel eens een Haas vangen’ met als ondertitel: ‘Gedachtenprestaties van patiënten-werknemers, opgenomen in de Nederlandsche Zaak Herstellingsoord ‘Unicum’. Voor het weinige (ten dele inwonend) verplegend en huishoudelijk personeel was het voor weinig loon lang en hard werken.

Portret van de heer Chr. J.van Vliet

Portret van de heer Chr. J.van Vliet, oprichter en eerste directeur van Unicum tot 1948

De bewoners verdienden een zakcentje met het maken van allerlei nuttige en fraaie voorwerpen, van tafelmatjes tot oorbellen, die aan belangstellenden verkocht werden. In 1952 verhuisden 35 tbc-patiënten der Koninklijke Marine – op een totaal van 55 plaatsen – naar het militaire sanatorium in Amersfoort. Daarmee vielen ook de marine-inkomsten weg. Vijf jaar later kocht de Gereformeerde Stichting het bijna 4 hectare omvattende landgoed Kennemerduin van de Erven Van Lennep met het doel op deze plaats een groot verzorgingshuis voor bejaarden te bouwen. Stichting Unicum ontbrak het aan geld om zelf tot aankoop over te gaan en kreeg de tijd het huis binnen enkele jaren te ontruimen. Aanvankelijk lukte het niet betaalbare vervangende ruimte in de regio Haarlem te vinden en is overwogen naar Houten in de provincie Utrecht te verhuizen. De rechter moest er aan te pas komen om Nieuw Unicum tot spoed te manen. In 1962 lukte het op de valreep het als particulier rusthuis vrijgekomen ‘Bloemenhove’ aan de overzijde van de Herenweg alsnog te verwerven. Na een grondige interne verbouwing verhuisde men in december 1962 naar  Bloemenhove na eerst nog enige tijd op het adres Zuiderhoutlaan 20 te hebben vertoefd. Toen al lagen de plannen klaar voor een geheel nieuw centrum, waarin de gehandicapten eigen woongelegenheid zouden krijgen. In de duinen tussen Bentveld en Zandvoort verrees in de loop van 1969-1970 een nieuw en modern complex voor 150 personen met aanzienlijk meer faciliteiten en mogelijkheden.

Kennemerduin met directeur Chr.J.van Vliet in de periode dat 'Unicum' hier was gehuisvest

Kennemerduin in de tijd dat hier herstellingsoord Nieuw Unicum was gehuisvest

Voor foto’s en verdere  informatie zie bijlage

Literatuur

Tweeslag; zelfzorg en mantelzorg van Nieuw Unicum; geschiedenis en achtergronden door Wim Klinkenberg en Pieter Burggraaf. Zandvoort, 1992.

Gereformeerd bejaardenhuis Kennemerduin

Op 1 mei 1954 is de Stichting Kennemerduin tot stand gekomen die zich ten doel stelde een bejaardenhuis op te richten voor personen die wonen in de classis Haarlem der Gereformeerde kerken in Nederland. Samenwerking werd gezocht met diaconieën in de omliggende plaatsen. Na veel zoeken viel het oog op het terrein van Kennemerduin waar op dat moment de Stichting Unicum het landhuis van de familie Van Lennep huurde. Voordelen zouden zijn dat de Gereformeerde kerk aan de Koediefslaan op nauwelijks 200 meter van het terrein verwijderd lag en in de nabijheid van een winkelcentrum en bushaltes. Vervolgens zijn plannen opgesteld  en aan de gemeente Heemstede voorgelegd. Op 24 december 1955 verklaarde het college van Burgemeester en Wethouders deze plannen in beginsel te willen ondersteunen en te zijner tijd aan de gemeenteraad een voorstel te zullen doen om medewerking te verlenen bij de aankoop van het landgoed Kennemerduin. De eerste schets omvatte een verzorgingshuis voor 84 personen, acht flatwoningen voor één of twee personen en 24 zelfstandige woningen. Het jaar 1956 is aangewend om het benodigde bedrag van ƒ 160.000,- voor de aankoop van het bijna 4 hectare grote terrein bijeen te brengen.

Bericht van Stichting Kennemerduin, 20-10-1956

Bericht van Stichting Kennemerduin, 20-10-1956

Een geldgever verklaarde zich bereid voor de helft van dit bedrag een hypotheek te verstrekken. Het bestuur ging over tot het uitgeven van een obligatielening van ƒ 80.000,- met een looptijd van 25 jaar tegen 4,5% rente. Voorts verklaarden de diaconieën van de (gereformeerde) kerken van Haarlem-Noord, Haarlem-Zuid, Heemstede, Velsen en Beverwijk zich bereid voor bedragen variërend van ƒ 8.000,- tot ƒ 25.000,- in het stamkapitaal deel te nemen. Via een publieksactie “een steentje bij te dragen” kwam uiteindelijk tot 1 december 1956 ƒ 3.520,95 aan giften binnen. In de bestuursvergadering van 15 januari 1957 is tot aankoop van Kennemerduin besloten. Talrijke problemen moesten daarna overwonnen worden en het zou nog acht jaar duren alvorens het bejaardenhuis kon worden geopend. Alleen al de talrijke overheidsgoedkeuringen vergden veel overleg. Architect J.H.van der Zee uit Bussum is aangetrokken voor een ontwerp. De bouwtekeningen zijn verscheidene malen aangepast en veel tijd ging verloren over de precieze plaatsbepaling van het gebouw. Nadat niet zonder moeite ‘Unicum’ uit het huis was vertrokken kon de villa worden afgebroken en met de bouw worden begonnen. Op 1 november 1963 zijn de eerste aspirant bewoners naar de op het terrein aanleunwoningen verhuisd. Het jaar daarop kwamen deze alle 14 (7 dubbelwoningen) voor echtparen gereed. Het hoofdgebouw stond toen nog in de steigers. Begin 1965 kwam dat gereed en zijn de wegen op het terrein verhard. Karakteristiek is de strakke stijl in vijf bouwlagen. Er is een recreatiezaal die aan honderd personen plaats biedt en overal zijn zitjes aangebracht. Het tehuis bevat verder een ziekenafdeling met twaalf bedden. Tevens zijn er kamers voor veertien personeelsleden, benevens afzonderlijke ruimten voor de directeur en adjunct-directrice. Men eet niet gemeenschappelijk: het eten wordt vanuit de tehuiskeuken op de kamers geserveerd. De oude muur aan de Herenweg heeft men gesloopt teneinde een beter uitzicht naar de Herenweg te verkrijgen, maar de monumentale poort bleef intact. Het gehele project heeft in totaal ongeveer 2 miljoen gulden gekost.

Zorgcentrum Kennemerduin

Zorgcentrum Kennemerduin

In januari 1965 arriveerden de eerste bewoners. Daartoe behoorden het echtpaar H.Oderkerk-de Klerk afkomstig uit Haarlem die  respectievelijk 89 en 90 jaar oud in 1984 op Kennemerduin hun 65-jarig huwelijksfeest vierden. Zo ook de eerste personeelsleden, de heer D.Silvis en dames A.Kuyer en A.van Empel. Als directrice was mevrouw E.Koning benoemd en zuster Brinkman fungeerde als hoofd van de ziekenafdeling. Donderdag 22 april 1965 opende mevrouw mr.M.C.Kranenburg-Lycklema á Nijeholt, echtgenote van de Commissaris van de Koningin in de provincie Noord-Holland, het gereformeerde bejaardenhuis Kennemerduin dat aan 110 bejaarden een plaats bood. Andere sprekers waren de burgemeester van Heemstede, mr.A.G.A.ridder van Rappard, die over de moeilijkheden sprak bij de voorbereidingen, maar de hoop uitte dat er thans in Heemstede iets is volbracht dat tot voorbeeld strekte. Het tehuis ontving een grote opvallende wandklok als symbool van het tijdelijke leven en een wijzer naar het eeuwige. Kort na de opening overleed voorzitter P. Ingwersen op 72-jarige leeftijd.

Kennemerduin met uitzicht op de Herenweg

Kennemerduin met uitzicht op de Herenweg

Al voor de opening waren er veel aanmeldingen van bejaarden uit de omliggende diaconieën, die voorrang tot inplaatsing kregen. In 1965 maakte de nieuwe bijstandswet opneming in een bejaardenhuis mogelijk. Een jaar later kwam adviserend-arts C.Eenhoorn met een “noodkreet”om hulp voor de “ziekenafdeling” waar men wegens tekort aan personeel niet de gewenste zorg kon bieden.

Toen de beplanting na enige tijd tot bloei kwam gaf deze het geheel een fraaiere aanblik. Op het terrein zijn banken geplaatst en voor een wandeling vormde het terrein één geheel met het er naast gelegen hervormde bejaardentehuis Kennemeroord.

Achterzijde van Huize Kennemerduin, Herenweg 126 op een ansichtkaart uit jaren 70

Achterzijde van Huize Kennemerduin, Herenweg 126 op een ansichtkaart uit jaren 70

In 1970 is met allerlei activiteiten het eerste lustrum gevierd en op 22 april 1971 bracht minister R.Roolvink een bliksembezoek aan Kennemerduin, volgens insiders een “AR-bolwerk”, aldus het Haarlems Dagblad. Regelmatig komen we krantenknipsels tegen van 100-jarigen, zoals van de heer G.van der Horst die begin mei 1917 102 werd en drie jaar later 105. Mevrouw Van Rossum du Chatel maakte in 1982 de eeuw vol. Deze statige dame heette voor de bewoners in Kennemerduin “Koningin Wilhelmina”. Evenals voor de heer Stokman die op 19 augustus van dat jaar 100 was geworden is in de tuin van het landgoed een boompje geplaatst.

Voorzijde tehuis Kennemerduin bij het 2-jarig bestaan in 1985.

Voorzijde tehuis Kennemerduin bij het 2-jarig bestaan in 1985.

Met ingang van 1 maart 1973 is mevrouw E.Koning wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd als directeur opgevolgd door de heer J.A.van den Tempel (46) uit Nijmegen. Dat deze van religie Nederlands-hervormd was stuitte toen en ook later niet op onoverkomelijke bezwaren. In 1977 is een vleugel van het tehuis verbouwd.

Mw. Lies Visser (rechts) was werkzaam in Kennemerduin en Kennemeroord

Mw. Lies Visser (rechts) was werkzaam in Kennemerduin en Kennemeroord

Door alle jaren heen is definitief afscheid genomen van (mede)bewoners en bewoonsters en zijn nieuwe mensen  gekomen, die op leeftijd gekomen eigen huis en haard verlieten om in ‘Kennemerduin’ toch weer iets eigens terug te vinden. Niet enkel aan lichamelijke voorzieningen is gedacht, maar ook de geestelijke verzorging heeft altijd een belangrijke plaats ingenomen, via bezoeken van ouderlingen en predikanten en regelmatig kerkdiensten in eigen huis. Iedere zondag reed een busje naar de nabijgelegen Vredeskerk. Voor de thuisblijvers, die niet in staat waren de kerkdiensten bij te wonen, was bovendien een rechtstreekse telefoonverbinding met de kerk aan de Koediefslaan tot stand gebracht.

In de loop de jaren steeg de leeftijd voordat men in het huis terechtkwam, hetgeen ook consequenties heeft voor de zorg.  Allerlei voorzieningen kwamen geleidelijk, zoals een winkel (toko), kapper, pedicureruimte, bezigheidstherapie ofwel handwerken en een tweede lift voor rolstoelgebruikers. Een eigen dagverblijf  ‘De Schakel’ als vorm van groepsverzorging waar eenieder op eigen wijze zijn inbreng heeft, begeleid door zogeheten “gastdames” kwam in Kennemerduin al in 1973 tot stand en was een voorbeeld voor andere bejaardenoorden. Ook functioneerde bijna vanaf het begin een bewonerscommissie. Automatische deuren vergemakkelijkten het thuiskomen. Dagtochten werden voor velen te zwaar en hiervoor in de plaats kwamen andere vormen van recreatie en gezelligheid, zoals kegelen, vlotbruggen en spelletjes. De bejaardenhuisjes, aangeduid met “de bungalows” bleken zeer in trek. De toewijzing van de huisjes gaf soms problemen. Doordat voor Kennemerduin alle kerken in de classis Haarlem hun rechten konden laten gelden – afhankelijk van de grootte – was een wachtlijst onvermijdelijk. Tengevolge van de bouw van meer bejaardenwoningen en flats bleven echter meer echtparen in eigen omgeving wonen.

Bij het 20-jarig bestaan bood jonkheer H.van Lennep, die voorheen Kennemerduin bewoonde, de gevelsteen welke in 1903 in het huis was ingemetseld het tehuis aan. Hij sprak daarbij de hoop uit, dat alle bewoners net zoveel plezier aan dit huis zullen beleven op hun oude dag als hij destijds in zijn jeugd.  De ontwerptekeningen waren klaar voor een renovatie, rekening houdend met een reductie van het aantal plaatsen als voorwaarde van de overheid. Van oorspronkelijk 126 naar 89 bedden.

Midden jaren tachtig deden zich ingrijpende veranderingen in de zorgsector voor. Ouderen kregen minder snel een indicatie voor een tehuis. Het nieuwe beleid was dat men zo lang mogelijk zelfstandig moet kunnen blijven wonen totdat dit fysiek niet meer zou kunnen. Dat noopt de verzorgingshuizen het accent op een hogere verzorgingsgraad te leggen.  Kennemerduin speelde op die veranderde situatie door middel van een renovatie en reorganisatie. Directeur Van den Tempel ging per 1 augustus 1986 met vervroegd pensioen. Als reden gaf hij hiervoor aan: dat ik vertrek. 34 pas “De nieuwe directeur S.van Keulen, is jaar en springt als het ware nog over bergen heen. Hij heeft overal een frisse kijk op”. Ofschoon de plannen  allang klaar lagen gaf de provincie pas toestemming voor 1988.

Renovatie 1988-1989 en zilveren jubileumviering 1990

Architect Dûermeijer uit Soest maakte het ontwerp voor een ingrijpende verbouwing die in maart 1988 aanving toen de eerste mokerslagen vielen en een bouwkeet in het park voor het huis kwam te staan. Aannemer was de heer T.Snaterse. De vleugel aan de achterzijde werd met de grond gelijk gemaakt. om plaats te maken voor een nieuwe aanbouw met huisvesting voor 35 bewoners. Door van twee kamers een veel ruimere kamer te bouwen zouden de bewoners meer leefruimte kregen, van 3 bij 4 meter, naar 4 bij 4,5 meter, plus een aparte slaapkamer van 3 bij 2,60 meter.  In de woonkamer kwam een open keukentje. Voorts kreeg iedereen een eigen badruimte, met wastafel, douche en toilet. Alle kamers zijn bovendien ‘rolstoel-vriendelijk’ gemaakt. Andere wijzigingen waren: een nieuwe keuken, modernisering van het sanitair en een ruimere entree en een grote recreatiezaal met een riant achthoekig terras ervoor. De gemeenschappelijke ruimte per afdeling is gezelliger ingericht. In het sousterrain onder het hoofdgebouw kwam een mortuarium en een bezinningsruimte, waar een rouwdienst gehouden kan worden. In de benedenruimte zijn bovendien voorzieningen aangebracht als een handenarbeidruimte, kamer voor de bewegingstherapie en een ontspanningsbibliotheek. Tijdens de verbouwing was het voor de bewoners passen en meten, tijdelijk zijn 44 van hen in houten noodwoningen ondergebracht. Na vernieuwing der vleugel is de renovatie van het hoofdgebouw aangepakt. Slechts een karkas van wanden en plafond bleef overeind. Tien dagen vóór de planning is het hoogste punt van de nieuwbouw bereikt op 27 september 1988. Bij die gelegenheid is door de voorzitster van de bewonerscommissie, mevrouw E.Vogelaar-Deen, de vlag gehesen hetgeen niet meeviel vanwege de straffe wind en een opgezette bouwvakkerhelm, die haar het zicht belemmerde. In november van het jaar daarop kwam de verbouwing klaar, maar met de officiële opening is gewacht tot 17 april 1990 omdat deze samenviel met het zilveren jubileum van het tehuis. De heer Van Ess, bouwkundig bestuurslid van Kennemerduin en ook getuige van de stichting 25 jaar geleden, heropende het verzorgingshuis door twee herdenkingssteen te onthullen. De eerste afkomstig van de afgebroken villa en de tweede van de huidige bouw. Met de nieuwbouw en vermindering van het aantal plaatsen nam de wachtlijst aanzienlijk toe. Op basis van een provinciaal plan mocht Kennemerduin echter niet meer dan 89 kamers exploiteren. Anno 2000 wachten, blijkens recent onderzoek, landelijk zo’n 100.000 bejaarden op plek in een verpleeg- of verzorgingshuis.

Luchtfoto van Kennemerduin (Articapress haarlem)

Luchtfoto van Kennemerduin (Articapress Haarlem)

Vernieuwingen en ZorgBalans

In het kader van het flankerend beleid 1988, waarbij ouderen langer in de thuissituatie blijven, kregen 23 bejaardenwoningen in het plan Blekersvaart een 24 uurs-alarmeringsmogelijkheid naar Kennemerduin. De Stichting Gereformeerde Bouwcorporatie voor Bejaarden  uit Hoofddorp was op dat moment eigenaar van zowel Kennemerduin als de 13 woningen. Nadat de heer S.van Keulen een nieuwe functie als directeur van voornoemd bouwbureau had aanvaard is hij in 1990 bij Kennemerduin opgevolgd door de heer S.L.Bakker. In dat jaar deed zich een vervelend incident voor met een verzorger die op staande voet was ontslagen, hetwelk tot een proces bij het Haarlemse kantongerecht leidde. In juli 1998 viel het doek voor de keuken van Kennemerduin (waar ook voor Kennemeroord gekookt werd), inhakend op de trend om “ontkoppeld te gaan koken” (!). Sindsdien worden maaltijden aangeleverd door de keuken van psychiatrisch centrum Vogelenzang (de Geestgronden) in Bennebroek. De medewerkers zijn zoveel mogelijk  binnen de organisatie herplaatst. Eind 1992 werd bekend dat de verzorgingshuizen Kennemerduin en Kennemeroord meer geld beschikbaar kregen voor de groepsverzorging van licht demente bejaarden. Dit betekende dat de opvang van maximaal achttien bejaarden kon worden gegarandeerd.

In 1996 ontstond de Stichting KennemerPark door fusie van de verzorgingshuizen KennemerDuin, KennemerOord en ParkZicht. Een jaar later is ZorgBalans ontstaan als overkoepelende organisatie van vijf verzorgings- en verpleeghuizen in de regio. Inclusief ‘Den Weeligenberg’, psychogeriatrisch verpleeghuis te Hillegom en ‘Zuiderhout’, somatisch verpleeghuis in Haarlem. In 1997 is het nieuwe verpleeghuis De Houttuinen in Haarlem daaraan toegevoegd. Kennemeroord is intussen gesloten, als gevolg van de provinciale herindeling van verzorgingshuizen. Kennemerduin telt naast beroepskrachten omstreeks 70 vrijwilligers, van wie sommigen meer dan 25 jaar hun bijdrage leveren, zoals de dames Huizing en Van Der Kruit. Zij allen worden éénmaal per jaar extra in het zonnetje gezet, in 1998 was dat op 5 november. Op 11 mei 1999 waren – georganiseerd door de bewoners – de rollen voor een keer omgekeerd en is bij die gelegenheid het voltallige personeel  in de watten gelegd. Enkele maanden eerder, namelijk op 3 maart deed Kennemerduin voor het eerst dienst als stembureau.

Eind 1999 is een holding in het leven geroepen waarin de stichting ZorgBalans, de Thuiszorg Kennemerland Zuid onder de nieuwe naam ZorgBalans Thuiszorg, en zorgcentrum De Heemhaven in Heemstede op organisatorisch gebied samenwerken. Per 1 januari 2000 trad het Evangelisch Lutherse “Vitae Vesper” met 80 bedden, en gevestigd aan de Wagenweg te Haarlem, ook tot deze nieuwe ZorgBalans Groep toe. De historie hiervan gaat eeuwen terug toen “de armen en oude luyden”-zorg nog veelal een taak van de kerken was. Voor “de Heemhaven” is enkele jaren geleden een geheel nieuw complex gerealiseerd. Dit zorgcentrum, direct aan het Heemsteeds Kanaal, biedt huisvesting en verzorging aan 80 bewoners in het tehuis en omvat 38 aanleunwoningen met speciale voorzieningen. Tevens zijn er serviceappartementen op het terrein gevestigd.

Rond 2000 wordt in Kennemerduin een verpleegunit met twintig plaatsen geopend middels een verbouwing van sousterrain en begane grond.  Dat houdt in dat 20 bewoners in hun eigen appartement kunnen blijven wonen, maar toch gebruik kunnen maken van alle zorg en expertise die zij anders in het verpleeghuis zouden ontvangen. In mei 2000 verscheen een brochure ‘De zorgvisie van ZorgBalans’ bedoeld voor cliënten van de aangesloten verpleeg- en verzorgingshuizen. De ouden van dagen van toen heten nu senioren; bejaardentehuizen zijn zorgcentra geworden.

ZorgBalans streeft naar het realiseren van zorg op maat. De grondfilosofie is dat mensen die een beroep doen op de gezondheidszorg, zo optimaal mogelijk dienen te worden geholpen, daar waar zij zich op dat moment het best thuis voelen. De visie is dat mensen het beste in hun vertrouwde omgeving  kunnen blijven functioneren, eventueel met aanvullende zorg of dagbehandeling. Wie niet meer zelfstandig kan functioneren kan in aanmerking komen voor een verzorgingshuis en wanneer de behoefte aan zorg nog groter is van een verpleeghuis.

Literatuur

Documentatiemap Kennemerduin in Heemstede-kollektie van het Noord-Hollands Archief

Internet: http://www.zorgbalans.nl.

Kennemerduin. Ter gelegenheid van het 20 jarig bestaan 1965-1985. In het bijzonder een historische bijdrage van  H.A.M.Bos.

Peper & Zout; blad voor personeel en vrijwilligers van de stichting ZorgBalans.

Hans Krol

Zie ook: Zorg aan de Duinrand. Haarlem, De Vrieseborch, 2005.

Vooromslag van 'Zorg aan de Duinrand'

Vooromslag van ‘Zorg aan de Duinrand’

BIJLAGE: FOTO’S VAN DE STICHTING UNICUM, van december 1945 tot 1962 gehuisvest in Kennemerduin – later voortgezet als Nieuw Unicum in Bloemenhove, Heemstede en sinds 1970 in een complex in de duinen tussen Bentveld en Zandvoort.  Met dank voor toezending door de heer Daan Zuidweg.

De heer Chris(toffel) van Vliet was oprichter en eerste directeur van Unicum. Zijn zwager, de man van Cogie van Vliet was de tweede directeur

De heer Chris(toffel) van Vliet (1916-1957), geboren in Gouda,getrouwd in juli 1940 te Zandvoort met J.Bol, was oprichter en eerste directeur van de stichting Unicum, aanvankelijk revalidatiecentrum voor oorlogsinvaliden. Hier gefotografeerd in Den Haag nabij het Buitenhof. Zijn zwager en mede-initiatiefnemer Jacques Bergervoet (1910-1974) was de tweede directeur. Diens echtgenote en verrpleegkundige Aaltje Jacoba (Koog) van Vliet fungeerde als hoofd huishouding en huisgenote Mia Meijer hoofd van de verpleegdienst.

Het pand Kennemerduin als huisvesting van de stichting Unicum

Het pand Kennemerduin als huisvesting van de stichting Unicum. De bewoners koesteren zich hier in de zon.

Interieurfoto Unicum

Interieurfoto van revalidatie in Unicum

Verblijf in Unicum (Kennemerduin), Herenweg Heemstede

Verblijfkamer in Unicum (Kennemerduin), Herenweg Heemstede

Interieurfoto Stichting Unicum Heemstede

Interieurfoto Stichting Unicum Heemstede

In de keuken van Stichting Unicum

Kijkje in de keuken van Stichting Unicum

Tekening van Chr. J.van Vliet en 'Kennemerduin' (Uit een boekje vervaardigd door een bewoner ter gelegenheid van het driejarig bestaan)

Tekening van Chr. J.van Vliet en ‘Kennemerduin’ (Uit een boekje vervaardigd door een bewoner ter gelegenheid van het driejarig bestaan) De tekenaar schreef daarbij ‘Dit ‘Unicum’ in ons land groot geworden door zijn ‘hand’.

Tekening van ene Bas, die blind was en zijn handen miste als gevolg van oorlogsgeweld

Tekening van ene Bas, die blind was en zijn handen miste als gevolg van oorlogsgeweld

Titelblad van het door Chr.J.van Vliet gepubliceerde boek

Titelblad van het door Chr.J.van Vliet gepubliceerde boek

 

Necrologie van Chris J. van Vliet

Necrologie uit 1957 van Chris J. van Vliet

Vanuit zijn met 3 bewoners gedeelde kamer dreef legendarische bewoner Burggraaf de toko van '(nieuw)Unicum' . De winst was iets leuks zoals een zonnewijzer die op het terrein van Kennemerduin werd geplaatst

Vanuit zijn met 3 bewoners gedeelde kamer dreef legendarische bewoner Burggraaf de toko van ‘(Nieuw)Unicum’ . De winst was iets leuks zoals een zonnewijzer die op het terrein van Kennemerduin werd geplaatst

Een bewonerskamer van 'Unicum' alléén voor mannen. Ondanks beperkte ruimte en middelen werd gepoogd de patiënten in een huiselijke sfeer te brengen

Een bewonerskamer van ‘Unicum’ alléén voor mannen. Ondanks beperkte ruimte en middelen werd gepoogd de patiënten in een huiselijke sfeer te brengen

Pagina over 'Unicum' uit het boekje Tweeslag (1992). Op de krantenfoto zien we vooraan links directeur Chr. J.van Vlet

Pagina over ‘Unicum’ uit het boekje Tweeslag (1992). Op de krantenfoto zien we vooraan links directeur Chr. J.van Vliet

Omslag van brochure uit 1965, het huis met nieuwe naam 'Nieuw-Unicum' aan de Herenweg 215 is in 1962 betrokken.

Omslag van brochure uit 1965, het huis met nieuwe naam ‘Nieuw-Unicum’ aan de Herenweg 215 is in 1962 betrokken.

Bloemenhove aan de Herenweg in Heemstede, waar Nieuw Unicum van eind 1962 tot 1970 was gevestigd

Bloemenhove aan de Herenweg 215 in Heemstede, tegenwoordig abortuskliniek, waar Nieuw Unicum van eind 1962 tot 1970 was gevestigd. In 1970 is verhuisd naar een modern complex in Zandvoort

Pagina uit 'Tweeslag', dat in 1992 verscheen

Pagina uit ‘Tweeslag’, dat in 1992 verscheen

De Stichting (Nieuw) Unicum vroeg regelmatig ziekenhelpsters en verpleeghulpen. Advertentie uit de Friese Koerier van 25-2-1965

De Stichting (Nieuw) Unicum vroeg regelmatig ziekenhelpsters en verpleeghulpen. Advertentie uit de Friese Koerier van 25-2-1965

Bericht uit Nieuwsblad van het Noorden van 17 maart 1965

Bericht uit Nieuwsblad van het Noorden van 17 maart 1965

KENNEMERDUIN ALS ONDERKOMEN VAN ‘UNICUM’

In 2004 sprak (wijlen) de heer A.Koopman, Meijerslaan 200, Heemstede met vrouw Bergervoet-van Vliet, die kort daarvoor was verhuisd van Meijerslaan 168 naar verzorgingshuis Kennemerduin na het overlijden van haar hartsvriendin mevrouw Mia Meijer. Beide genoemde dames waren met hulp van de broer [= Chr. J.van Vliet ] en echtgenoot [= Jacques Bergervoet] van mevrouw Alie Bergervoet-van Vliet (1) actief bij het betrekken van Kennemerduin. Overigens was al in juli 1940 een opvangcentrum voor gewonde Nederlandse militairen begonnen onder dokter C.Kroon in het toenmalige Kareol te Aerdenhout, gemeente Bloemendaal. Na een korte periode in een huis aan de Zonnebloemlaan is in oktober 1945 verhuisd naar de toenmalige (leegstaande) villa Kennemerduin, en wel onder de naam UNICUM. Toen de familie Van Lennep besloot het huis aan de Gereformeerde Kerk in Heemstede te verkopen (die aldaar uiteindelijk een zorgcentrum realiseerde) is eerst verhuisd naar het voormalige rusthuis Bloemenhove aan de Herenweg totdat in 1970 een geheel nieuw ‘Nieuw-Unicum’ in Zandvoort gereed kwam. Voornoemde A.Koopman schreef over de beginperiode de volgende bijdrage voor het blad ‘Duin-Zicht’ van Kennemerduin/Parkzicht, oktober/november 2004 mede op basis van het boek ‘Zorg aan de Duinrand’:

Kennemerduin in de tijd van Unicum. Staande bij de deuropening de heer Bergervoet; verpleegster midden zittend: mevrouw Bergervoet-van Vliet

Kennemerduin in de tijd van Unicum. Staande bij de deuropening de heer Bergervoet; verpleegster midden zittend: mevrouw A.Bergervoet-van Vliet

“De huidige instelling Nieuw Unicum in Zandvoort voor lichamelijk gehandicapten vond haar oorsprong in het huis Kareol te Aerdenhout, dat zich na 1940 had ontwikkeld tot een herstellingsoord ten behoeve van oorlogsinvaliden. In augustus 1945 is ‘Kareol’ (tijdelijk) bestemd ten behoeve van verzetsdeelnemers. De op dat moment 9 ‘gewone’ verpleegden moesten daarom verhuizen eerst naar een kleine villa in de Zonnebloemlaan in Aerdenhout. Omdat het landhuis ‘Kennemerduin’ niet meer bewoond werd is het door de familie Van Lennep verhuurd aan het herstellings- en  verplegingsoord voor invaliden en chronisch zieken (uitsluitend mannen). Personeel en vrienden brachten de nodige gelden bijeen, organiseerden collectes en mengden de burgerverpleegden met marinepersoneel om de exploitatie van het te renoveren huurpand in Heemstede mogelijk te maken. Sinds 1948 is de instelling Stichting Unicum geheten. Oprichter en eerste directeur was de heer Chr. J.van Vliet. Uitgegeven door Unicum publiceerde hij een roman ‘Een Koe kan wel eens een Haas vangen’ met als ondertitel ‘Gedachtenprestaties van patiënten, werknemers, opgenomen in de Nederlandsche Zaak Herstellingsoord Unicum’ . Voor het weinige (ten dele inwonend) verplegend en huishoudelijk personeel was het voor weinig loon lang en hard werken. De bewoners verdienden een zakcentje met het maken van allerkei nuttige en fraaie voorwerpen, van tafelmatjes tot oorbellen, die aan belangstellenden verkocht werden. In 1952 verhuisden 35 tbc-patiënten der Koninklijke Marine – op een totaal van 55 plaatsen – naar het militaire sanatorium in Amersfoort. Daarmee vielen ook de marine-inkomsten weg.

De eerste bewoners van Unicum in Huize Kennemerduin

De eerste bewoners van Unicum in Huize Kennemerduin

Vijf jaar later kocht de Gereformeerde Stichting het bijna vier hectare omvattende landgoed Kennemerduin van de Erven Van Lennep met het doel op deze plaats een groot verzorgingshuis voor bejaarden te bouwen. Stichting Unicum ontbrak het aan geld om zelf tot aankoop over te gaan en kreeg de tijd het huis binnen enkele jaren te ontruimen. Aanvankelijk lukte het niet betaalbare vervangende ruimte in de regio Haarlem te vinden en is overwogen naar Houten in de provincie Utrecht te verhuizen. De rechter moest er aan te pas komen om Nieuw Unicum tot spoed te manen. In 1962 lukte het op de valreep het als particulier rusthuis vrijgekomen ‘Bloemenhove’ aan de overzijde van de Herenweg alsnog te verwerven. Na een grondige interne verbouwing verhuisde men in december 1963 naar Bloemenhove na eerst nog enige tijd op het adres Zuiderhoutlaan 20 in Haarlem te hebben vertoefd. Toen al lagen plannen klaar voor een geheel nieuw centrum, waarin de gehandicapten eigen woongelegenheid zouden krijgen. In de duinen tussen Bentveld en Zandvoort verrees in de loop van 1969-1970 een nieuw en modern complex voor 150 personen met aanzienlijk meer faciliteiten en mogelijkheden.’

Besprekingsverslag van 10 september over de toekomst van (Oud) Unicum naar Nieuw Unicum

Besprekingsverslag van 10 september 1960 over de toekomst van (Oud) Unicum naar Nieuw Unicum

 Vanaf 1945 heeft mevrouw Alie Bergervoet zich samen met haar vriendin mevrouw Mia Meijer ingezet om de oorlogsinvaliden te verzorgen in Unicum. De heer Jacques Bergervoet lag toen in Unicum. Ze werden verliefd en trouwden in 1948 en de heer Bergervoet is in dat jaar gevraagd om de ‘nieuwe’ directeur te worden.

ZFM-verslaggever van de Zandvoortse radio-omroep Jaaap Koper tijdens een open dag in gesprek met (links) mevrouw Bergervoet, echtgenote van de directeur van Nieuw Unicum in de jaren 1948-1971 en zuster Meijer, adjunct-directeur in de jaren zestig (foto Toni Zwenne)

ZFM-verslaggever van de Zandvoortse radio-omroep Jaap Koper tijdens een open dag in gesprek met (links) mevrouw Alie Bergervoet-van Vliet, echtgenote van de directeur van Nieuw Unicum in de jaren 1948-1971 en zuster Mia Meijer, adjunct-directeur in de jaren zestig (foto Toni Zwenne uit ZFM jaarkrant 2000)

MIJN BROER CHRIS VAN VLIET DE GRONDLEGGER VAN NIEUW UNICUM

Oud-voorzitter Wim Zoet noemde in 1985 de betrokkenen bij de oprichting van Unicum: “Dat waren van 1945-1948 Chris van Vliet, zuster Meijer en zuster Alie van Vliet, later na aftreding van Chris, Arie van Vliet, Wim Zoet, mr.J.Wicherink, L.H.Brulleman, J.G.v.d.Sluijs, F.R.Worisek, D.van Leeuwen en directeur J. Bergervoet. Tenminste dat waren de namen van dec mensen die ik mij kan herinneren. Er zijn eigenlijk ontelbaar veel mensen die hun steentje hebben bijgedragen. Bijvoorbeeld jonkheer Van Lennep, die onderdak aan de stichting Unicum bood vanaf 1945 tot 1960, een nog steeds voor mij onbekende geldschieter uit Hilversum (slechts directeur Bergervoet kende deze man), die achter de schermen zoveel voor ons heeft gedaan en dan nog tal van anderen, te veel om op te noemen, aldus Wim Zoet, gepensioneerd rijksconsulent voor complementaire sociale vorzieningen en in die functie hoofd geweest van Noord- en Zuid-Holland. Het is begonnen voor mij op het moment dat mevrouw Bergervoet-van Vliet, die een grote vriendin van mijn vrouw was, bij haar kwam en vroeg ‘kan uw man niet helpen, want nu moeten wij naar Houten.’ Dat is voor bij de dag geweest dat ik mij intensief met Unicum ging bezighouden en ik denk dat mijn vrouw daar wel eens spijt van heeft gehad, want het heeft vele vrije avonden, zaterdagen en weekeinden gekost’, glimlacht hij. Opvolger van Chr. van Vliet als directeur werd de heer Bergervoet, die huwde met zuster Van Vliet en zelf rolstoelgebruiker was, maar uitstekend kon organiseren. Voordeel was ook dat deze directeur aan de lijve wist met welke problemen zijn medebewoners of patiënten of hoe je het noemen wil, kampten”.  Een fout was dat de opgerichte stichting bij het omzien naar een nieuwe huisvesting een oude vervallen school in Houten kocht, met totaal geen voorzieningen en bovendien wilden de bewoners in hun vertrouwde omgeving Zuid-Kennemerland blijven. Intussen vond men tijdelijk onderdak in Zuiderhout met toen slechte woonomstandigheden (later gesloopt om plaats te maken voor het huidige verpleeghuis Zuiderhout). Uiteindelijk wist het bestuur met hulp van verschillende kanten het nabijgelegen voormalige rusthuis Bloemenhove te verwerven, maar overeenkomstig een bepaling van de gemeente mochten de bewoners niet in de voortuin vertoeven omdat dat aanstootgevend zou kunnen zijn voor de omwonenden…. In samenwerking met Meer en Bosch werd in Bloemenhoeve ook een werkplaats ingericht. Het zou nog tot 1969-1970 duren na talrijke procedures en zo’n veertig vergunningen voordat een eigentijdse inrichting kon worden gebouwd in Zandvoort op voormalige duingronden van jonkheer Quarles van Ufford.

In de editie van 14 november 1985 is op verzoek van redacteur Margreet Ates een artikel gepubliceerd in weekmedia 30 van donderdag 14 november 1985 door mevrouw Alie Bergervoet-van Vliet:

“Mijn broer Chris van Vliet, hij is het geweest die al in 1945 de basis heeft gelegd voor Nieuw Unicum. Als je erop terugkijkt is het een lange weg geweest, mijn vriendin, zuster Mia Meijer, later mijn broer Arie en ik, wij hebben gereageerd op de brief die mijn broer Chris ons in augustus 1945 stuurde. Samen met zuster Mia Meijer werkte ik in een ziekenhuis in Alkmaar, en ik kreeg een brief van mijn broer met het verzoek of wij hem konden helpen. Chris was namelijk vertegenwoordiger van een kaarsenfabriek uit Gouda en had oranje kaarsen weten te bemachtigen die hij wilde brengen aan de oorlogsinvaliden in het Capitool in Bloemendaal. Toen hij daar aankwam, en dat was niet zo gemakkelijk in die dagen, bleek dat de patiënten waren verplaatst naar een huis in de Zonnebloemlaan in Aerdenhout. Er was daar slechts één verpleegster en die kon het echt niet aan al die mensen te verplegen. Er waren ook twee dwarslaesies bij (totaal verlamden) en die kregen niet de juiste verzorging. Chris zei: Dat kan niet zo blijven, en hij heeft er zijn schouders onder gezet. Hij heeft jaren gezwoegd, brieven geschreven, ik weet niet wat al. In oktober 1945 had hij zelfs al een huis, dat werd gehuurd van jonkheer Van Lennep aan de Herenweg  in Heemstede, Kennemerduin heette het. Hij haalde Mia en mij over om daar te gaan werken. Dat was niet zo eenvoudig, want je verspeelde je pensioen en in feite was er voor ons geen salaris. Maar je bent jong en je neemt het risico. Dat huis zag er verschrikkelijk uit, eerst was het gevorderd geweest door de Duitsers en later hadden de Canadezen er in gewoond. Wij hebben dag en nacht schoongemaakt, maar toen midden oktober kon de verhuizing beginnen. Je houdt het niet voor mogelijk, maar wij hadden eigenlijk niet eens bedden, om van de andere zaken maar niet te spreken. Wij hebben alles bij elkaar gebedeld, letterlijk. Er waren alleen kachels die natuurlijk ’s nachts uitgingen, en er was in de herenkamer een open haard. Die stookten wij als iedereen in bad moest, de enige kamer die je dan warm kreeg. Wij hadden één gaspitje om op te koken, alles was nog op de bon en de gasten konden natuurlijk geen pensiongeld betalen. De prijs was drie gulden per dag, wij hadden acht betalende gasten en twee gratis, want die hadden helemaal niets. Als de schouwburg in Haarlem uitging, dan stonden zuster Meijer en ik gewoon te bedelen om aan geld te komen voor het eten. Wij kregen op die wijze wel donateurs, mensen die altijd geld gaven. Wij deden alles samen. Eigenlijk ben ik toen begonnen mij het meeste met de huishouding bezig te houden, zo zelfs dat ze later niet eens wisten dat ik ook gediplomeerd verpleegster was. In 1948 is mijn broer Chris met het werk voor Unicum gestopt, ja die naam hadden wij toen al. In dat jaar is mijn broer Arie komen helpen en niet lang daarna zijn wij gekomen tot een Stichting Unicum. Wij zijn in Kennemerduin gebleven tot 1960. Ik weet nog hoe trots wij waren op Bloemenhove, de eerste werkplaats, de Sinterklaas- en kerstfeesten. Het leek net een groot gezin, hoewel wij toen al vijftig patiënten hadden. Ja, er is veel gebeurd sindsdien, wij hebben hard gewerkt, maar ook veel hulp ontvangen, speciaal van onze anonieme vriend uit Hilversum zie zoveel financiële steun verleende. ”

Bericht in het Haarlems dagblad van 11 november 2000 naar aanleiding van een tentoonstelling en gesprek met een dochter van de oprichter en eerste directeur van (Nieuw) Unicum, mevrouw Coby Zuidweg.

Bericht in het Haarlems dagblad van 11 november 2000 naar aanleiding van een tentoonstelling en gesprek met een dochter van de oprichter en eerste directeur van (Nieuw) Unicum, mevrouw Coby Zuidweg.