Tags

, , , , ,

Groot

                                          Schrijven van Boudewijn de Groot, gedateerd 26 mei 1999

HISTORISCHE ACTUALITEITEN

Recent zijn de volgende schenkingen gedaan:

– Foto’s van toneelvereniging D.E.S. [Door Eendracht Ster] o.a. van 25 jarig jubileum in 1934 en 50-jarig jubileum eind 1949. Voorts een linoleumsnede door F.H.van Emmerik: het Bullenhofje in Heemstede, waar vroeger het dienstpersoneel van Bosbeek woonde. Geschonken door mevrouw Corry Meijboom.

Het bullenhofje op een houtgravure van F.H.van Emmerik

Het bullenhofje op een houtgravure van F.H.van Emmerik

bullenhofje.jpg

Aquarel van het Bullenhofje , door Ch. Kemper, destijds politie-inspecteur in Heemstede en amateur-schilder (HVHB)

zie onderstaand: herinneringen van bewoners van het het Bullenhofje

– 3 kleurenfoto’s op boardkarton van de boerderij van Van Schie [door S.C.J.Kemper]

– Foto’s van operettegezelschap “Hans Drift” in het R.K.Verenigingsgebouw te Heemstede op 10 en 17 februari 1935 [door de heer M.Kramer]. Afgebeeld zijn verscheidene telgen van o.a. de families Peeperkorn, Kramer, Tummers, Preijde, Roozen, Van der Sman, Captein, Van Iersel en Vester. Verder een afscheidsfoto van kapelaan J.F.Franse van de Heemsteedse verkenners, van wie aan het slot van de Wereldjamboree werd bekend gemaakt dat hij als kapelaan van de H.Bavoparochie in Heemstede (1932-1937) was overgeplaatst.

Ten slotte het dramatisch verhaal van een Duitse padvinder Bernhard Westermayer. Die ontmoette in 1937 groepsleider Wim van Houten van de Heemsteedse Stanislausgroep tijdens de Wereldjamboree in Vogelenzang en logeerde bij hem en andere verkennersgezinnen. In 1943 deserteerde de Duitser als soldaat en via bemiddeling van Van Houten en een priester in Hoofddorp kon hij bij een boer in de Haarlemmermeer onderduiken. Twee weken voor het einde van de oorlog wist de S.S. Bernhard Westermeyer op te sporen, waarna hij ter plekke werd gefusilleerd.

– Afschrift necrologie “Gerrit Klijn, in leven Hoofd der Bijz. Prot. School Heemstede. Geboren 9 augustus 1846, overleden 13 maart 1911”. 20 blz. Bevat gedachteniswoorden van o.a. ds. Wolters, J.L.Zegers (directeur van Meer en Bosch), de heer Heydanus (wnd. Hoofd van de school), de heer Loran, Broeder Hoekendijk (van Meer en Bosch), dr. A.H.Hartog (predikant Heemstede), de heer Kruiswijk (voorzitter van de Christelijke Gemengde Zangvereeniging Ex-Animo), de heer Valkenburg (onderwijzer) en een gedicht van G.van den Berg: “Bij de begrafenis van mijn vriend G.Klijn”.

– Gids uit circa 1930 “Wat Heemstede u biedt als woonplaats en als lustoord”. Met geïllustreerde vooromslag door Jan Wiegman [ontvangen van mw. H.Lautenbach-Olijve uit Smilde]. Als losse bijlage van de toenmalige “Vereeniging tot Verfraaiing van Heemstede en Bennebroek en tot Bevordering van het Vreemdelingenverkeer in deze gemeenten” is een lijst met pensions toegevoegd, bestaande uit de volgende adressen:

Mevr. Torley-Duwell, Lanckhorstlaan 10

Fakkeldij- v.d.Schoot, Binnenweg 90

Het pand in het midden, Binnenweg 90, heette Landzicht en werd door de familie Fakkeldij-van der Schoot als pension aangewend.

Het pand in het midden, Binnenweg 90, heette Landzicht en werd door de familie Fakkeldij-van der Schoot als pension aangewend.

Brandsteder, Zandvoortselaan 186

L. de Helder, P.C.Boutenskade 1

‘Anna-Cornelia’, Kerklaan 121

Foto van familiepension 'Anna Cornelia' aan de Kerklaan 121-123 in Heemstede omstreeks 1925. Pensionhouder was Th.Beeksma die zijn pension als volgt aanprijsde: 'Mooie ligging, riant uitzicht, frissche slappkamers, prima tafel. Onmiddellijk bij Electrische tramhalte en Bosschen. Van alle gemakken voorzien. Billijke prijzen.'

Foto van familiepension ‘Anna Cornelia’ aan de Kerklaan 121-123 in Heemstede omstreeks 1925. Pensionhouder was Th.Beeksma die zijn pension als volgt aanprees: ‘Mooie ligging, riant uitzicht, frissche slaapkamers, prima tafel. Onmiddellijk bij Electrische tramhalte en Bosschen. Van alle gemakken voorzien. Billijke prijzen.’

C. Baarskamp, Linnaeuslaan 10

H.Boedart, Zandvoortselaan 59

L. Vermeulen, Laan van Bloemenhove 1

Mevr. Frije, Zandvoorter Allee  8

Pension 2 Helena, Spaarnzichtlaan 10

“Lommeroord”, Herenweg 86

Exterieur van pension-café-restaurant Lommeroord aan de Herenweg, hoek Kerklaan Heemstede. Eigenaar was E.Thiel. Foto uit 1928

Exterieur van pension-café-restaurant Lommeroord aan de Herenweg, hoek Kerklaan Heemstede. Eigenaar was E.Thiel. Foto uit 1928

Interieurfoto van Lommeroord uit 'Het Leven', 1928

Interieurfoto van Lommeroord uit ‘Het Leven’, 1928

Pension Luyken, Koediefslaan 12

J.J.Ramakers. Molenaersplein 10

Th. Van Ree, Camplaan 18

Links hotel-pension-café Van Ree aan de Camplaan in Heemstede

Links hotel-pension-café Van Ree aan de Camplaan in Heemstede

P.C.Tak, Azalealaan 6

Mevr. Scholten, Asterkade 18

Het in 1931 geopende inlichtingenbureau vreemdelingenverkeer aan het Roemer Visscherplein in Heemstede

Het in 1931 geopende inlichtingenbureau vreemdelingenverkeer aan het Roemer Visscherplein in Heemstede

Hotels, pensions, restaurants – rusthuizen omstreeks 1930 in Heemstede

Uit: Welkom in Heemstede - Het vreemdelingenverkeer vanaf 1920, in: Heerlijkheden , najaar 2013, nummer 158, p. 38.

Uit: Welkom in Heemstede – Het vreemdelingenverkeer vanaf 1920, in: Heerlijkheden , najaar 2013, nummer 158, p. 38.

Voor de tentoonstelling ‘Jac.P.Thijsse; Leve de natuur!’ in Museum Beeckestijn is het beeld van de natuurvorser afgestaan, vervaardigd door mevrouw Ellen Wolff. De expositie – vermoedelijk de laatste omdat de gemeente Velsen met ingang van volgende jaar het subsidie gaat stopzetten – is nog tot 16 oktober 2005 te zien.

GENOOTSCHAP ‘IN VRIENDSCHAP BLOEYENDE’

Via mevrouw Colien Alleman werd het archief van de VOHB verrijkt met een vijftal schriftjes met lezingen van een anoniem lid van het genootschap ‘Door Vriendschap Bloeyende’ ofwel ‘In Vriendschap Bloeyende’. Dat was in de tweede helft van de 19e eeuw en begin 20e eeuw een bloeiende culturele vereniging waarvan intellectuele en prominente rooms-katholieken in Heemstede lid waren. In de vergaderingen werden voor katholieken nuttige onderwerpen besproken. Een archief van de vereniging is helaas niet bewaard gebleven. De heer R.Gravendeel vond bij de boekenstalletjes van de Oudemanhuispoort in Amsterdam bedoelde schriften, welke bijna 1,5 eeuw hebben doorstaan. Vermoedelijk zijn ze oorspronkelijk afkomstig uit familiebezit en toevallig niet bij een boedelopruiming vernietigd. De inhoud gaat over de volgende thema’s: Schrift 1: lezing over de geschiedenis van Holland 1581-1813 (gedateerd 18 mei 1868), schrift 2; een internationale verhandeling over onderwijs in Noorwegen, Zweden, Ierland, Malta en vooral Engeland alsmede over tegenstellingen tussen Protestanten en Katholieken (24 oktober 1864), schrift 3: bevat een pleitrede voor een katholieke school in Heemstede naar aanleiding van de schoolwet van 1857 (ongedateerd), schrift 4: bespreekt de geloofsleer van de r.k.kerk. Verder wordt gewezen op de dreigende gevaren van de vrijmetselatij (30 october 1865 en 18 mei 1868), schrift 5: handelt over het Godsbestaan (29 april 18..?).  [Heerlijkheden, nummer 106, november 2000].

RK kloosterensemble Bennebroek monument of niet?

De Raad van Cultuur adviseerde begin 2003 de staatssecretaris van OCW het Sint Luciaklooster en de bijbehorende tuin plus portiershuisje aan te wijzen als rijksmonument. In het november 2003 in opdracht van de gemeente Bennebroek, sector gemeentewerken, door drs.M.A.C.Polman Advies uitgebracht rapport ‘Cultuurhistorische notitie gemeente Bennebroek’ worden drie complexen genoemd met cultuurhistorische waarden: 1) de Hervormde Kerk en directe omgeving; 2) Ziekenhuis De Geestgronden met paviljoens, kerk en landschapsinrichting; 3) het laat 19e St. Luciaklooster (vh. Sacré Coeur) met kloostertuin, waterpartijen, beelden, tuinhuis, hekwerken, St. Jozefkerk, pastorie, rooms-katholieke basisschool en Kerklaan. Vastgesteld wordt dat bouwkundige wijzigingen uit recentere tijd een aantasting vormen van de bijzondere samenhang. Door de Bond Heemschut, de Stichting de Hoeksteen te Haarlem, het Cuypersgenootschap te Arnhem en Vereniging Meerwijck-Bennebroek zijn bezwaarschriften ingediend vanwege de niet toewijzing van het complex Rooms Katholiek klooster, school en kerk aan de Schoollaan 70 als een beschermd monument als bedoeld in de Monumentenwet 1988. Door laatstgenoemde bewonersvereniging is aan bureau M & DM te Amsterdam gevraagd het kloostercomplex en omgeving te beoordelen op al dan niet monumentale waarden. Het Tuinarchitectenbureau Wijnhoven adviseerde het bureau M&DM over de waarde van de kloostertuin. Intussen verscheen een uitvoerig en gefundeerd rapport: “Het complex Sint Luciaklooster te Bennebroek; een architectuurhistorische en stedenbouwkundige verkenning” (maart 2005). In deze beoordeling zijn betrokken:

1. Sint Luciaklooster, Schoollaan 70

2) Kloostertuin met toegangshek, portiershuisje en overige hieronder nader te noemen objecten, Schoolllaan bij 70

3) R.K.- Sint Josephkerk, Kerklaan 11

4) R.K.-pastorie, Kerklaan 9

5) Sint Franciscusschool, Kerklaan 6

6) Voormalige rectoraatswoning ‘Duinlust’, Schoollaan 72

Het St.Luciaklooster te Bennnebroek in vogelvlucht

Geconcludeerd wordt o.a. dat een gedegen toetsing van het ensemble niet of uiterst selectief heeft plaatsgevonden. Nu blijkt dat bij toetsing aan de hand van de criteria van de rijksoverheid klooster, tuin en complex wel degelijk monumentale waarden vertegenwoordigen en van nationaal c.q. lokaal belang worden geoordeeld. De criteria betreffen de cultuurhistorische waarde, de architectuur, het ensemble, de gaafheid en de zeldzaamheid. Vanuit de optiek van secularisatie wordt vastgesteld dat verbouwing van het klooster tot appartementen gegeven de huidige omstandigheden de best denkbare oplossing is. Wel wordt geadviseerd een adequate detailbeschrijving op te stellen van de te beschermen monumentale waarden voordat de plannen worden getekend. Voorts aanvullend onderzoek te laten verrichten door een onafhankelijke partij over de toekomstige ontwikkeling van de “gave, bijzondere, negentiende-eeuwse kloostertuin”.

Voorweg 375 jaar

Sinds 1625 is de Heemsteedse openbare Voorwegschool op dezelfde plaats gevestigd aan de Voorweg nabij de Oude kerk (de jaren van tijdelijk verblijf aan de Achterweg in de 19e eeuw doorgerekend). Zoals bekend is de basisschool daarmee de oudste primaire schoolinstelling op dezelfde plaats in Nederland. Het 375jarig jubileum is tussen 25 april en 1 juli met diverse activiteiten gevierd.

Boudewijn de Groot heeft “Heemstede in zijn genen”

Zanger en muzikant Boudewijn de Groot verhuisde zo’n dertig keer, maar keerde terug naar de plek waar hij vandaan komt.  Op een vraag waarom hij terugkeerde naar Heemstede antwoordde de troubadour: ‘Ik houd van die enorme verscheidenheid; stad, weilanden, bossen, rivieren, duinen, zee, qua buurten is er alles, van zeer eenvoudig tot buitengewoon chic. En dat alles op een klein oppervlak. Maar er is een enorm verschil in aardering voor de woonplaatsen in deze omgeving. Sommige van m’n vrienden zeggen: wat zoek je er toch, dat bekrompen gedoe, die kak. Ze vinden het hier benauwd, hebben er niets mee, maar dit gebied zit in m’n genen, omdat ik hier ben opgegroeid, aan iedere straat heb ik een herinnering (…)  Op een vraag naar zijn favoriete plekken noemt hij naast het kopje van Bloemendaal: ‘mijn lievelingsstraat is de Jan Steenlaan. Die associeer ik met de zomer. Ik houd van de landerigheid en de rust in die laan. Ten slotte de lommerrijke, statige Zandvoortselaan. Deze weg heb ik miljoenen keren afgelegd, liftend, fietsend, per Solex….’.

Zanger Boudewijn de Groot (geb. 1944) gefotografeerd door Ronald Sweering

Zanger Boudewijn de Groot (geb. 1944) gefotografeerd door Ronald Sweering in 1966.

vrienden

Twee vrienden voor het leven in 1972 gefotografeerd bij de Oude Kerk in Heemstede; links Lennaert Nijgh en staand Boudewijn de Groot

Boudewijn de Groot en zijn geliefde Heemstede. Uit: HIK = Heemstede in Kaart, nummer 1, augustus Mediadam, pagina's 6-7

Boudewijn de Groot en zijn geliefde Heemstede. Uit: HIK = Heemstede in Kaart, nummer 1, augustus Mediadam, pagina’s 6-7

Vondsten op Hageveld

Tijdens graafwerkzaamheden op het voorterrein van Hageveld waar momenteel een ondergrondse parkeergarage wordt aangelegd stuitte men op fundamenten van een bouwwerk, mogelijk het vroegere klooster “Porta Coeli”  ofwel “Hemelspoort” van de paters Bernadieten ofwel Cisterciënsers, dat hier vanaf 1458 gedurende ongeveer 115 jaar heeft gestaan. Op de plaats van een oude hofstede met de naam “Willegen Horn”. Van de eens 21 abdijen in de Spaarnestad was deze de enige buiten de stadsmuren van Haarlem, gelegen op grondgebied van Heemstede, maar behorend tot de parochie van de stad. Het klooster werd niettemin van deze geestelijke jurisdictie ontheven, mits “’s jaarlijks ten eeuwigen tijde een halve Rijnsche gulden metter daad te betaalen”. De eerste broeders of monniken waren afkomstig uit het al bestaande convent te Warmond. De paters hebben o.a. nog altijd zo genoemde munnikenvaarten gegraven. De namen van priors en een aantal kloosterklingen zijn bewaard gebleven, maar materieel resteert verder weinig tot niets. Na definitieve opheffing ten tijde van de Reformatie gingen de resterende goederen na een langdurig conflict met de hogeschool van Leiden in 1581 naar het “geestelijk comptoir” van Haarlem, die  deze weer ten dele van de hand deed. Begin 17e eeuw kwam op het terrein van het afgebroken klooster een buitenplaats met landhuis, in 1923 gevolgd door het kleinseminarie Hageveld.

Foto van opgravingen op Hageveld in 2004

Foto van opgravingen op Hageveld in 2004

Tijdens de recente graafwerkzaamheden voor een parkeerkelder kwamen ook een aantal skeletten naar boven, die blijkens een eerste onderzoek van vrouwen zouden zijn. Dit klinkt niet zo vreemd als men in eerste instantie zou denken. Uit een bewaard document blijkt namelijk dat de bisschop bij de stichting toestemming gaf naast onder meer het luiden van klokken bij Heilige Missen en andere godsdienstige plechtigheden “en zelfs te mogen begraven: ‘zusters en huisgenooten van ’t zelfde klooster, mitsgaders hen die uijt genegenheid of godvruchtigheid hunne begraafplaats aldaar gekozen zullen hebben (…)”.

Voorafgaande aan de bouw is in opdracht van Hopman Interheem Groep BV in 2002 een verkennend archeologisch bodemonderzoek verricht door de firma ArcheoMedia BV in Nieuwerkerk a/d IJssel. Uit dat onderzoeksresultaat bleek al uit boringen dat op de onderzoekslocatie archeologische resten werden aangetroffen, die met het klooster in verband zouden kunnen worden gebracht. Citaat uit rapport: “De vondsten uit de afbraaklaag en de dieper gelegen aardewerkvondst uit de 16e eeuw wijzen er wel op dat de kloostergebouwen deels op of direct in de buurt van de onderzoekslocatie hebben gestaan”. Dat laatste werd bij het eigenlijke grondverzet voor het hoofdgebouw bevestigd. In voornoemd rapport was bij de conclusies en aanbevelingen al vastgelegd dat het voorgenomen graafwerk een bedreiging vormt voor archeologische waarden uit de periode van het voormalige klooster, edoch “deze waarden zijn niet van dien aard dat ze de aanleg van de parkeerkelder in de weg staan”

– In het blad van de stichting Meer-Historie, maart 2005, pp. 20-22, is een artikel van de heer Henri Stoet opgenomen over ‘Burgemeester Pabst uit Heemstede’. Hij was van 1853 tot 1856 burgemeester van Heemstede en Bennebroek  en na de drooglegging vanaf 1855 (tot 1863) de eerste burgemeester van Haarlemmermeer. De eerste gemeenteraadsvergaderingen van de nieuwe gemeente zijn gehouden in het gemeentehuis van Heemstede, Huize Overlaan aan het Raadhuisplein. De heer M.S.P.Pabst woonde zelf met zijn gezin in Huize meer en Bosch. Hij overleed al op 45-jarige leeftijd en werd begraven op de Algemene Begraafplaats te Heemstede.

Burgemeester M.S.Pabst van Heemstede en eerste burgemeester van de nieuwe gemeente Haarlemmermeer

– In het katern “Het Vervolg” publiceerde De Volkskrant op 30 april 2005 een uitvoerig artikel over korporaal Theo van Staveren in Vietnam’. De uit Heemstede afkomstige soldaat 2261594 was een van de ongeveer 58 duizend slachtoffers aan Amerikaanse kant. Het gezin Van Staveren, woonde vanaf 1938 op verschillende adressen in Heemstede, laatstelijk op het adres Gelderlandlaan 19 en is in september 1954, met behalve vader en moeder 7 kinderen, naar de Verenigde Staten geëmigreerd. Men verwachtte daar een betere toekomst. Theo gaf zich in 1969 op als vrijwilliger op voor Vietnam, na zich een jaar eerder bij de marine te hebben aangesloten. Voor hem was dat, zoals voor veel Amerikanen, een goed alternatief voor studie of werk. Theo van Staveren werd in de buurt van het dorp Tra Lo, provincie Quang Nam, door de Vietcong doodgeschoten. Volgens de familie kreeg de statenloos gestorven marinier postuum de Amerikaanse nationaliteit.

– Kortgeleden verscheen het boek ‘Trots en in zichzelf besloten. Ida Gerhardt. Afkomst en eerste deel van haar leven’ door het echtpaar Mieke van den Berg en Dirk Idzinga. (Kampen, Ten Have. ISBN 90 259 5470 7). De grootouders en moeder van dichteres Ida Gerhardt (1905-1997): Grietje Blankevoort (uit een bekend geslacht van aannemers) hebben van 1894-1898 in Heemstede gewoond in het huis wijk B nummer 23, dat overeenkomt met het huidig adres Achterweg 15. Het pand werd gehuurd van de Nederduits Hervormde gemeente. Na haar huwelijk met Dirk Reinier Gerhardt te Heemstede in 1898 is het echtpaar naar Amsterdam verhuisd. Uitgebreid archiefonderzoek, inclusief bij VOHB, leverde een schat aan nog onbekend materiaal dat de auteurs in verband brachten met autobiografisch getinte gedichten.

–  Van emeritus pastoor IJs Tuijn verscheen dit voorjaar “Pastorale; zeventig speelse gedachten voor de leden van de K.B.O., afdeling Heemstede’. Op de voorzijde van dit boekje, dat ook via de boekhandel verkrijgbaar is, zijn toepasselijk beide R.K. kerken van Heemstede afgebeeld.

Voorzijde boek 'Pastorale' door IJs Tuijn met afbeelding van de O.L.V.Hemelvaartkerk (links) en H.Bavokerk (rechts)

Voorzijde boek ‘Pastorale’ door IJs Tuijn met afbeelding van de O.L.V.Hemelvaartkerk (links) en H.Bavokerk (rechts)

–  Bij gelegenheid van het jubileum 50 jaar Rotaryclub Heemstede, in het jaar dat de Amerikaan Paul Harris een eeuw geleden de Rotary oprichtte, verscheen een gedenkboekje waarin wel en wee in woord en beeld aan de orde komen. Samengesteld door de heer Carl van Empelen.

Een feestelijke verkleedpartij van Rotarians en partners van Rotaryclub Heemstede

Een feestelijke verkleedpartij van Rotarians en partners van Rotaryclub Heemstede

Op de foto staan Nelleke de Bruïne, Tineke Dijkstra, Loes de Bot, Job Labrie, Teus Elffers, Jan Doets, Margie Colombijn, Anneke Harlaar, Nellie Harlaar, Guda Schreuders, Lina Peters, Toos Steeghs, Rietje Bleekemolen, Ruud Onstein, Clarie van der Zwaag, Jan Steeghs,  Arie Harlaar, Elsemarie van Daalen, Henk Peters, Herbert Kleine, Ger Janssen, Elke Harlaar, Leen Herlaar, Jaap Strijbis, Mien van Empelen, Edward van der Zwaag, Jeanne Strijbis, Leo Roorda, Jan Voorwalt, Richard Colombijn, Mireille Kleine, Fieke Steeghs, Fransje Krabbendam, Susan van der Hooft, Ria Boon en Jeanette Klaassen.

– De historica Tineke Piersma schreef een uitvoerig boek over de vervolging van de Nederlandse Jehova’s in de Tweede Wereldoorlog “Getrouw aan hun geloof” (Uitgeverij Van Gruting, 2005. ISBN 90 75879 296). Aan het slot is een lijst van slachtoffers in Duitse concentratiekampen opgenomen. In de publicatie is ook, zij het beknopt, informatie te vinden over het bijkantoor, het zogeheten ‘Bethelhuis’, dat sinds 1938 was gevestigd op Camplaan 28 te Heemstede, dat door de Sicherheitspolizei op verzoek van de SS te ’s-Gravenhage, werd gesloten.

–  Groot blijft vooralsnog het aantal documentaires en publicaties dat over W.O.II uitkomt. Nieuw is de uitgave: “Freund oder Vijand? Een groene politieman in het Nederlands verzet”. Bijna 300 pagina’s met Nederlands- en Duitstalige tekst. Hoofdpersoon is Joep Henneböhl, de Duitse politieman, die met gevaar voor eigen leven een aantal Broeders van de la Salle uit Heemstede, die tijdens de achteraf zogeheten “Sinterklaasrazzia” van 6 december waren opgepakt voor deportatie vanaf het station in Haarlem richting Duitsland, naar Berkenrode terugbracht, waar ze geëvacueerd waren bij de familie Bomans omdat het Broederhuis was bezet. In “De Aanslag” van Harry Mulisch is “de kerstman van Heemstede” als “grote vriend van het verzet” vrijwel zeker een zinspeling op Henneböhls actie. De Broeders uit Heemstede bevorderden het verschijnen van de levensherinneringen “Ik kon niet anders” en gaven in 1950 tevens een Duitse uitgave uit. In Villa Ten Hompel te Münster, was van 1940 tot 1945 een centrale van de Duitse regionale Ordnungspolizei gehuisvest. Tegenwoordig is hier een museum en documentatiecentrum gevestigd en in het tentoonstellingsdeel blijvend een vitrine aan Joep Henneböhl gewijd, de man die na de Bevrijding met de dochter van een Nederlandse verzetsman trouwde en in Nederland bleef wonen. Het boek is niet via de boekhandel leverbaar. Voor personen die de publicatie willen bestellen wordt verwezen naar de website van Villa ten Hompel. Daar vindt men een bestelformulier voor door deze organisatie uitgegeven materiaal. Het adres is:  www.muenster.de/stadt/villa-ten-hompel

Rees

Trein  met razzia slachtoffers december 1944 in Haarlem

In zijn verslag over 1944 heer Broeder Paulus over de voor de Broeders goed afgelopen razzia het volgende op schrift gesteld vanuit het Broederhuis in de Camplaan: ‘In deze periode kwamen regelmatig razzia’s voor. Jongelui werden meer en meer van straat opgepikt. Ook Broeder Aloysius is nog eenmaal op zijn zwerftochten het slachtoffer geweest maar met behulp van een Bisschoppelijk schrijven, dat wij na die tijd altijd bij ons hadden, kon hij zich vrijmaken. Hij mocht zelfs zijn fiets houden. Zes december 1944 was een dag om niet meer te vergeten. ’s Morgens reed er een geluidwagen door de straat met de mededeling, dat alle mannen tussen de 18 en 45 jaar zich moesten melden. Ze zouden aan de deur worden opgehaald. Ze dienden te zorgen voor warme kleding, een deken, een dagrantsoen voedsel. Wat te doen?  Wij zouden volgens  de algemene opinie er niet onder vallen, maar men kan nooit weten. Een gelegenheid om zich te verschuilen had men niet, dus maar iets klaarmaken. Na bij ons ontbijt de Sint Nicolaas-surprise verorberd te hebben, werd om kwart voor negen gebeld. Daar wij de mensenjagers in de buurt zagen wisten we hoe laat het was. Broeder-Directeur deed zelf open. “Wij zijn allen geestelijken” . “Macht nichts. Fertig machen!” Hij stapte direkt binnen en gaf de Broeders bevel zich klaar te maken. Br.Directeur moest hem de verschillende kamers wijzen, maar de soldaat scheen alleen maar interesse te hebben voor electrische draden, geheime zenders volgens hem, alsmede voor lucifers. Achteraf bleek dat hij nog meer gezien had. Op de bovenste verdieping trof hij een voorraad meel aan. Broeder-Directeur beet hij toe: “Je bent ’n Polak, ik zou je moeten dood schieten”.  Wonder boven wonder ontging deze Duitser een aanwezige radio in de nabijgelegen kamer. Daar de muurkast op dezelfde wijze behangen was als de muur, was die blijkbaar aan zijn aandacht ontsnapt. Een nieuw gevaar dreigde echter, daar in de bovenste boekenkast een jongeman ondergedoken zat. De keuken, kapel, schuurtje plus nog enkele andere vertrekken kon hij schijnbaar niet vinden. Hoe gemakkelijk zou ’t geweest zijn zich daar te verbergen, maar ja wie kon alles van te voren weten. In een inspectie van de verschillende lessenaars werden we gedwongen het huis te verlaten. Zelfs Broeder Aloysius, die moest rusten vanwege een voetoperatie, werd gedwongen mee te gaan. “Ich bin krank” .”Ich auch, fort Mensch”  snauwde de Duitser terug. Onder zijn welwillende geleide en onder angstige belangstelling van de buurt werden we naar het Valkenburgerplein overgebracht, waar al een twintigtal mensen stond opgesteld, o.a. Pater van Wayenburg S.J. en Rector De Groot uit Haarlem, die Sinterklaas thuis was gaan vieren in Hillegom. Na een half uur werd afgemarcheerd richting Haarlem. Medelijdende mensen langs de weg voorzagen de gevangenen van fruit en kleding. Onder de overkapping van het station Haarlem bevonden zich reeds twee confraters van de Herenweg, broeder Albertus en Broeder Hubertus. Om de 5 minuten weerklonk het commando achteruit ondanks het feit dat we allen – ongeveer 2.000 man – niet meer die richting in konden. De geblesseerde Broeder Aloysius, die onderweg een fiets had gekregen van een medegepakte, werd voor de commandant gebracht en mocht naar huis. Broeder Bonifatius werd echter teruggestuurd. Hij had hem graag naar huis gebracht. Plotseling straat er een “Grüne” [Jupp Henneböhl] voor ons, dat zou zeker een speciale behandeling worden, want de kloostelingen en priesters werden uit de groep gehaald. We kregen een plaatsje onder de uitgang van het station en tot onze niet geringe verbazing zei hij ons naar huis terug te keren. Daar niemand echter het gevaar wilde lopen een tweede keer opgepakt te worden durfden we dat niet aan. Na een korte aaezeling zei hij met hem mee te gaan. Hij bracht ons allen naar de communiteit aan de Herenweg, hiermede elk ogenblijk zijn leven op ’t spel zettend. Bij de zogeheten Mauer-Muur op de Wagenweg in Haarlem stond een groep Duitse militairen. Tot groot vermaak van deze schreeuwde onze begeleider. “Sie sollen lernen marchieren”.  Om zes uur ’s avonds konden wij naar ozze eigen communiteit in de Camplaan terugkeren. Daar vernamen we het verdere verloop van de geschiedenis van onze jonge onderduiker. Kort nadat wij vertrokken waren had hij zijn schuilplaats verlaten om eens te kijken of er nog iemand was achtergebleven. Op z’n speurtocht belandde hij in de vestibule en juist op dat moment werd aangebeld. Hij stamelde het smoesje op het huis te moeten passen,, wat door de Duitser geaccepteerd werd onder voorwaarde dat hij hem de weg zou wijzen en bepaalde dingen zou laten meenemen. Enkele doosjes lucifers, een zakbatterij, een doosje sacharinetabletten, twee vulpennen en een fototoestel verdwenen in zijn zakken. Zonder de jongeman verdween hij weer. Een paar uur later meldde zich weer iemand aan de deur, die graag Broeder Overste zou willen spreken. Hij kende hem heel goed. Tijdens het gesprek was hij met de jongeman naar de keuken gewandeld en vond daar een blik meel, de vorige dag gebruikt om het Sint Nicolaasfeest te vieren. Dat kon hij best gebruiken. Maar meel zonder olie was ook zowat, daarom stak hij ook maar een fles olie bij zich. Verder een stukje kaas, dat toch maar zou uitdrogen omdat de Broeders niet meer teugkwamen en hij dat ook best kon gebruiken. Aldus kon hij toch moeilijk over straat gaan en wikkelde daarom alles in een stofjas van een Broeder. De jongeman, bang van aard, liet dit alles gelaten toe en ook deze man verdween na de verzekering te hebben gegeven, de stofjas terug te bezorgen, hetgeen ook gebeurd is. We hadden het er levend vanaf gebracht, maar het was bij dit alles een dure dag geweest. Bij onze terugtocht uit Haarelem ontmoetten we een andere groep waarbij zich ook Broeder Willibrord bevond en kapelaan J.A.M.van Adrichem van de Sint Bavoparochie.Ook zij werden bij onze groep gevoegd en marcheerden mee naar het Bomans-huis (Berkenrode).  

Joep Henneböhl, die zijn naam in Nederland liet wijzigen in Henneboel hier op een foto in Heemstede waar hij met zijn echtgenote door burgemeester ridder Van Rappard wordt verwelkomd bij een tentoonsteling over de Tweede Wereldoorlog en het verzet.

Voor Jupp Henneböhl zie ook https://ilibrariana.wordpress.com/2012/01/12/historische-actualiteiten-november-2004/

– Na de capitulatie van Japan medio augustus 1945 ontstond een gezagsvacuüm in het voormalig Nederlands-Indië en heerste anarchie op straat. Sukarno en Hatta proclameerden onder invloed van radicale jongeren de onafhankelijkheid: Republiek Indonesia. Deze Bersiap-periode [strijdkreet van nationalistische jongeren “Weest Paraat”] die tot ver in 1946 duurde was zeer gewelddadig en heeft duizenden Indo-Europeanen en Chinezen tot slachtoffer gemaakt. Dankzij historicus en Heemstedenaar dr. H.Th.Bussemaker is thans voor de eerste keer in de Nederlandse taal een integrale studie ten aanzien van Java en Sumatra verschenen: “Bersiap! Opstand in het Paradijs”. Een voor de geschiedschrijving belangrijk werk waaraan de auteur –zelf Indische Nederlander én ervaringsdeskundige! – ruim vier jaar intensief werkte en waarvoor hij thans terecht alom wordt geprezen.

Hans Krol

Bussemaker

Dr.Herman Bussemaker, vooraan links, met andere lokale VVD-ptominenten uit Heemstede. Eerste rij v.l.n.r. mw. Joosje Beets, G.J.Hardesmeets en ir.H.Th.Bussemaker; tweede rij Nico Geels en mw. Mariëlle Planting-van der Ley; 3e rij: Jaap Nawijn en mw.M.J.van Gool; bovenaan: Herman Bleekemolen, mw.L.I.de Graaf.

 

Dr.ir. Herman Bussemaker ontvangt van Elise G.Lengkeek het eerste exemplaar van 'Ik beken', over de Indische verzetsstrijder Ferry Holtkamp en zijn ervaringen tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederlands Oost-Indië, de Bersiap en daarna

Dr.ir. Herman Bussemaker ontvangt in 2009 van Elise G.Lengkeek het eerste exemplaar van ‘Ik beken’, over de Indische verzetsstrijder Ferry Holtkamp en zijn ervaringen tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederlands Oost-Indië, de Bersiap en daarna

 

Bericht van het overlijden van dr.ir. Herman Bussemaker op 12 oktober 2015 (Haarlems Dagblad 14-10-2015). Hij was o.a. gemeenteraadslid voor het CDA in Heemstede van 1994 tot 2006.

Bericht van het overlijden van dr.ir. Herman Bussemaker op 12 oktober 2015 (Haarlems Dagblad 14-10-2015). Hij was o.a. gemeenteraadslid voor het CDA in Heemstede van 1994 tot 2006.

 

=========================================================

Meeuwenoord1.jpg

Jan Meeuwenoord was destijds een bekende dorpsfiguur. Van beroep fondsbode was hij in dienst van dr. Van Luenen, dr. Droog en dokter Tombrock bij wie hij ook in de apotheek assisteerde. Verder maakte hij zich verdienstelijk als boekhouder bij wasserij Anna aan de Esdoornkade. Hij bleef tot zijn 80ste actief en stierf 93 jaar oud.

meeuwenoord

Bericht over 80ste verjaardag van Jan Meeuwenoord uit de Eerste Heemsteedsche Courant van 17 augustus 1928

===============

poort

Houtsnede van de Poort naar het Oude Slot door F.H.van Emmerik uit 1920

=======

HEINNERINGEN AAN HET BULLE(NH)OFJE

ADRIANUS BEERTHUIZEN EN JOHANNA MARIA PLANTING,
BEWONERS VAN HET BULLENHOFJE

Het bullenhofje, gebouwd voor dienstpersoneel van Bosbeek ten tijde van Hope en Van Merlen

Van de heer W.A.Hoefakker uit Santpoort ontvingen wij voor het VOHB-archief een uitvoerige beschrijving over de grootouders van zijn echtgenote: Adrianus Beerthuizen en Johanna Maria Planting. Daarvoor heeft hij verscheidene archieven, waaronder het politiearchief van Heemstede geraadpleegd, alsmede een aantal kleinkinderen geïnterviewd en hun herinneringen op papier gesteld.
Het deel dat handelt over de bewoning op het Bullenhofje (ook gespeld als Bullehofje), een complex dienstwoningen onder één dak behoorde destijds bij Bosbeek. Het dienstpersoneel van de nabijgelegen buitenplaats Meer en Berg woonde in een rij huisjes met de achterzijde naar de Glipperweg, in de volksmond ‘het omgekeerde hofje’ geheten. Het Bullenhofje is vermoedelijk ten tijde van het beheer Adrian Elias Hope (1802-1834) gebouwd en bestond uit tien huisjes, vijf aan de ene en vijf aan de andere zijde onder één dak en lag ten zuiden van Westermeer, later in gebruik als Algemene Begraafplaats. Het zou deze naam ooit hebben gekregen (naar bul = stier) om de vele kinderen die hier opgroeiden Met 17 kinderen en vermoedelijk 21 geboortes deed de familie Beerthuizen in dit opzicht het ‘hofje’ alle eer aan (*). Achter het complex stonden veel schuurtjes en hokken, ideaal voor verstoppertje spelen. ‘Baas’ Arie de Wilde (1835-1926) was lange tijd chef van de tuinlieden die in het Bullenhofje gehuisvest waren. Zelf bewoonde hij met zijn gezin de noordvleugel van het koetshuis, tegenwoordig restaurant Landgoed Groenendaal.
Adrianus Beerthuizen, bekend onder de voornaam Arie, is de stamhouder van de vele Beerthuizens die in Kennemerland woonachtig zijn. Hij was geboren op 25 januari 1873 te Montfoort. Tengevolge van zijn huwelijk met Johanna Maria Planting, geboren 1 februari 1875 te Heemstede, roepnaam Annie en Anna, verhuisde hij naar Kennemerland. In Heemstede was Adrianus loswerkman, die ook regelmatig baggerwerk van sloten en vaarten verrichtte voor de gemeente Heemstede. “De ambtenaren van de gemeente Heemstede hielden nauwkeurig bij wanneer hij in dienst trad en ontsloegen hem precies op het moment dat hij aanspraken zou kunnen maken op een eventuele uitkering” (W.A.Hoefakker).
In Heemstede woonde het echtpaar eerst in een krot op het adres Glipperweg 50. De beschrijving van buurtschap de Glip – in de volksmond ook wel Artis genoemd – zal nog eens in een ander verband aan de orde komen. Dankzij de vermogende Glipper Rhodius Bunge kreeg de familie een voorlopig huisje aangeboden op de Prinsenlaan 58. In 1921 verhuisde men naar het Bullenhofje (ter hoogte van de tegenwoordige Rooms-katholieke begraafplaats) om zes jaar later naar de Molenwerfslaan te verhuizen. Toen ook die woning door een uitslaande brand onbewoonbaar werd verklaard verhuisde men ten slotte naar het adres Talmastraat 17, in de voor hem vertrouwde Glip, waar grote onderlinge solidariteit heerste. Daar heeft het echtpaar kort na de oorlog in 1946 het gouden huwelijksfeest gevierd in de voormalige bollenschuur van P.Tijssen, Glipperweg 59.
De bijnaam van mevrouw Beerthuizen-Planting, binnen de familie altijd ‘opoe’ en niet ‘oma’ genoemd, was “Koningin van het Bullehofje”, omdat ze als pittige vrouw niet op haar mondje gevallen was en voor de duivel niet bang. “Met armen over elkaar ontging haar niets van de gebeurtenissen die in de nabijheid van het hofje plaatsvonden”, aldus een kleindochter. Adrianus Beerthuizen overleed 6 maart 1948 op het toilet van het St.Elisabeth’s Gasthuis. De overgekomen familieleden uit Montfoord waren teleurgesteld dat bij de uitvaart geen Heilige Mis werd opgedragen. Zijn echtgenote stierf op 11 oktober 1957 en is begraven op de R.K.begraafplaats, ongeveer ter hoogte van haar vroegere tuin op het Bullenhofje. Aldus is de ‘Koningin van het Bullenhofje’ ter aarde besteld in haar eigen achtertuin…, zoals een kleindochter het uitdrukte. De jongste zoon Joop (Johannes) Beerthuizen is bij een razzia op de Glip opgepakt. Via het politiebureau aan de Raadhuisstraat is hij naar het hoofdbureau in Haarlem afgevoerd. Later is hij naar Duitsland getransporteerd, waar hij op 17 april 1945 in Dresden bij een Engels bombardement omkwam. Zijn naam komt voor op een stenen plaquette van het bevrijdingsmonument aan de Vrijheidsdreef.

situatietekening te vinden links van 1282. Aan de ingang van het pad of weg aan de Glipperweg naar het Bullenhofje stonden hier korte tijd twee noodwoningen. Tevens hebben er twee van dezelfde woningen gestaan ongeveer bij hetRes Novapleijn. Drie van de vier dubbele noodgewongen zijn later verplkaatst naar de Belt ter hoogte van de woonbotenhaven en de vierde waarschijnlijk naar de Haven waar Th.van Excel enige tijd heeft gewoond.

(*) Het Bullenhofje in Haarlem heeft een andere betekenis. De Herensingel heette voorheen Bullensingel naar moutmolen ‘De Bul’, die hier vroeger stond. Hieraan ontleende ook het Bullenhofje zijn naam, dat in de 18e eeuw een pleziertuin was en in 1774 in het openbaar verkocht werd. (Bron: G.H.Kurtz, De straat waarin wij in Haarlem wonen, 1965).
H.K.

Verhuizing naar het Bullehofje
Wanneer het gezin van Adrianus Beerthuizen en Johanna Maria het Bullenhofje betrok is niet exact bekend maar dat moet in het eerste halfjaar van 1921 zijn geweest. Het lag ongeveer 100 meter van de Glipperweg hoek Sportparklaan af nabij de begraafplaats. De woning die het echtpaar betrok bestond uit twee rijen van 5 woningen waarvan de achterzijde van de twee rijen aan elkaar grensden. Deze woningen stonden aan de Doodweg. Deze weg begon vanaf de Glipperweg (Binnenweg) bij de Begraafplaats, liep over Groenendaal en Bosbeek verder door Meer en Berg richting Herenweg even ten noorden van de Manpadslaan en was gezamenlijk eigendom van de eigenaren van Bosbeek en Meer en Berg. Eertijds was de Doodweg de scheidingslijn tussen Bosbeek en Groenendaal. In de 17e eeuw is de Berglaan naast Voorweg ook Doodweg genoemd, omdat langs dit pad de verder gelegen inwoners hun doden naar het kerkhof achter het Kerkplein vervoerden. In 1885 is het Bullenwegje overgedragen aan Van Merlen, daarvoor ontving de gemeente de Doodweg. Bij de verkoop van Bosbeek en Groenendaal in 1873 door Adriaan Elias Hope werd het Bullenhofje genoemd, gewaardeerd voor ƒ 3.500,-. Jonkheer J.B.van Merlen was sindsdien bewoner van het landgoed. Hij kwam met financiële steun van zijn vermogende schoonvader in het bezit van de eigendomsrechten. Geen van de woningen op het Bullenhofje had rond 1922 stromend water. Er was wel een waterput waar men met behulp van een akertje water kon putten. Voor deze woningen was maar één toilet beschikbaar, die de naam toilet natuurlijk niet droeg. Later kwam er een gezamenlijk tappunt voor leidingwater. Dit was een grote koperen kraan, die aan die aan de zijde van Adrianus z’n woonhuis was geplaatst.
Bij de brandweer van Heemstede werd om “30 oktober 1922 om 11.30 per telefoon
melding gegeven dat op het Bullenhofje brand was ontstaan in de schoorsteen van perceel 10. Deze werd bewoond door familie Beerthuizen doch de bewoners hadden de brand al zelf geblust. De brand is vermoedelijk ontstaan door de kachel, van opzet of schuld is in deze niet kunnen blijken. Volgens de brandweercommandant Zwartkruis”.
In het voorjaar van 1913 kocht de gemeente Heemstede het 86 hectare landgoed Bosbeek inclusief het wandelpark Groenendaal voor ƒ 318.000,-. Het benodigde personeel wat op het Bullenhofje woonde was voor de verkoop aan de gemeente dienstig aan de eigenaar van Bosbeek. Na de verkoop kwam hier verandering in en werden de woninkjes voor de minst draagkrachtigen van de gemeente Heemstede. Adrianus woonde aan de Doodweg 17. Dit pad werd vroeger veel gebruikt door arbeiders die hun werk hadden bij het Amsterdamse waterleidingbedrijf. J.B.van Merlen kon door overleg met de gemeente Heemstede de huidige Van Merlenlaan tot stand brengen, waar overigens veel weerstand was van de zijde van de arbeiders die hun werk hadden bij Leiduin. Zij moesten nu 1.150 meter meer lopen om op het werk en weer thuis te komen. De Doodweg werd afgesloten voor het verkeer. De huisjes op het Bullenhofje stonden vanaf nu aan de Glipperweg, waarvan A.Beerthuizen en zijn gezin op nummer 101 woonden.

foto van het gouden echtpaar A.Beerthuizen-J.M.Planting in 1946

Problemen met honden
De bewoners van het Bullenhofje hadden door middel van hun honden bepaalde vrijheden. Als iemand onaangekondigd op het hofje kwam, zou het kunnen gebeuren dat hij of zij werd aangevallen door een blaffende viervoeter. Dit overkwam Mej.A.M.Mulder uit Schoten die op 11 juni 1922 naar het Bullenhofje moest. Een gestroomde herdershond had een gat van 4 centimeter in haar kous getrokken. De herdershond bleek na onderzoek van agent Te Marvelde toe te behoren aan A.Beerthuizen. Het zullen geen schoothonden geweest zijn of juist speciaal afgericht om onbekende personen te waarschuwen van, hier en niet verder, want de kwitantieloper Gerrit Maarsen wonende te Velseroord klaagt op 23 februari 1925 “Over een hond die daar los loopt en hem al meerdere malen te pakken heeft gehad. Hij verzoekt den eigenaar hierover te onderhouden”.
Nabij de Glipperbrug is was deze vroeger de overstapplaats van de tram. Op deze plaats was altijd iets van trammateriaal aanwezig. Zo liet de E.S.M. op 5 augustus 1922 een werkwagen staan waarvan Adrianus melding maakte. “Dat er kinderen bovenop een wagon aan het spelen waren waardoor de kinderen eventueel aan de elektriciteitsdraden konden komen”.
Dat de honden van Beerthuizen hun werk vol ijver deden ondervond ook de heer J.A.Pel, agent van verrekeningen, wonende Prinsenlaan te Heemstede. Hij werd op 4 september 1923 door een hond van A.Beerthuizen gebeten waardoor hij een scheurtje in zijn pantalon kreeg. “Hij verklaarde al meerdere malen last ondervonden te hebben van de honden van Beerthuizen. Door de politie van Heemstede is de vrouw van Beerthuizen ten opzichte van haar honden gewaarschuwd”.
Excuses aan burgemeester
Adrianus Beerthuizen kon van alles gebruiken. Voor zijn kleinvee had hij materiaal nodig voor hun verblijven. Zo zag hij achter de zwemvijver een schot van 2 bij 1 meter liggen, waarvan de dikte van de planken 2 centimeter was. Baas J.Neeskens van Gemeentewerken Heemstede had Adrianus betrapt van het meenemen van het schot en meldde dit aan agent Schoo op 26 augustus 1923. Het schot werd door de politie in beslag genomen en er werd een proces verbaal opgemaakt. De zaak bleek hiermede niet beëindigd te zijn. Adrianus moest voor dit strafbare feit zijn excuus bij burgemeester Van Doorn aanbieden. En kreeg van hem de opdracht dat het schot weer teruggebracht zou worden, precies op de plaats waar hij het had weggenomen.
“Last van de jongens van Beerthuizen en consorten”
Op 22 augustus 1925 werd door boer Milatz wonende aan de Glipperweg toezicht gevraagd op zijn weilanden gelegen aan de Meerweg. “Hij heeft veel last van de jongens van Beerthuizen en consorten die geregeld met hun honden op het land komen en daar ook komen vissen, lopen door het land waarbij zij dan tevens de hekken laten openstaan met als gevolg dat de koeien over de weg lopen. Hedenmiddag liep er een koe voor de tram waardoor deze moest stoppen. Een tweetal rijwielen en hengelstokken zijn door Milatz tijdelijk door hem in beslag genomen, daarmede waren de jongens in het weiland. De jongens gingen op de komst van boer Milatz op de vlucht en lieten bedoelde rijwielen en hengelstokken achter. Door de ouders kunnen deze worden afgehaald”.
Voor dit vergrijp werd toezicht aan boer Milatz toegezegd. Naar aanleiding van deze zaak werd Adrianus op 21 oktober door agent van politie Van Emmerik gehoord. Deze ontkende bovenbedoelde rijwielen te hebben weggenomen, bij visitatie werd echter niets bij Adrianus gevonden.
Het bleek dat Cornelis Johannes Breuchel oud 27 jaar wonende Lombokstraat 4 een paar dagen te voren aangifte had gedaan betreffende ontvreemding van zijn rijwielbelastingplaatje. Hierbij beschuldigde hij A.Beerthuizen omdat hij in de poort van één der woningen aan het werk was. Hij, Adrianus, was volgens hem de enige die hier werk uitvoerde, de incasseerder moest namelijk op nummer 106 zijn.
Of de tuin van Adrianus te weinig had opgeleverd weten we niet. In elk geval hadden de kinderen van Beerthuizen en van Wijnen (was gehuwd met Pietertje Treffers, een volle nicht van Pietertje Tichelman) van de tuin van Booms wonende aan de Binnenweg aardappelen gerooid en erwten geplukt. Hij deed hiervan aangifte op 27 juli 1926 bij de politie. “De kinderen zijn daarvoor onderhouden en moesten de kleine hoeveelheden teruggeven”. Ook de moeders van de kinderen werden verhoord, tevens werd aan de heer Booms toezicht toegezegd.

het Bullenhofje nageschilderd door Gabe de Vries

Einde van het Bullenhofje

afbraak van het Bullenhofje

Nadat het Bullehofje door gebrek aan onderhoud en een uitslaande brand onbewoonbaar was verklaard, werd het gezin van Adrianus op 15 oktober 1927 in een noodwoning aan de Molenwerfslaan 186 geplaatst. Hier kwam geen verhuiswagen of bedrijf aan te pas. Adrianus vervoerde alles zelf. Zijn varkens en geiten werden met een aangelijnd touw van het Bullehofje naar de Molenwerfslaan verplaatst.
Op 8 juni 1928 is vanwege bouwvalligheid het doek gevallen voor het Bullenhofje. Omdat de woningen vol met ongedierte zaten is besloten het wooncomplex in brand te steken met als bijkomend voordeel van een goede oefening voor de vrijwillige brandweer.                                                                             W.A.Hoefakker