Alva.jpg

Gedeeltelijke aftekening van een manuscript kaart van Chr.Sgrooten, circa 1569-1573, die zich bevindt in de Koninklijke Bibliotheek van België te Brussel, vervaardigd in opdracht van Alva. Onderaan het Haarlemmermeer; links daarvan Heemstede

Uitsnede van kaart Haerlem en omgeving zoals Heemstede en Berkenrode door Christiaan Sgrooten, cartograaf van Alva en koning Philips II van Spanje

Beeld

Fragment van de kaart van Joost Beeldsnijder uit 1575 met het Haerlemmermeer, Leitsemeer en Spieringmeer  en met vermelding van zowel Heemstee, Huis te Heemstee en  Berkenrode)

Gravure van ‘Durchbruch des Dammes zwischen Haarlem und Amsterdam’ in november 1575. De Spaarndammerdijk lag ten westen van Halfweg. Haarlemmermeer en IJ waren toen even één.

 

DE ‘HAARLEMMERMEER-KAART’ UIT 1591 HEEFT HEEMSTEEDSE OORSPRONG; ambachtsheer Vincent van Lockhorst verstrekte opdracht aan landmeter en kaartmaker Pieter Bruinsz.

“Op eenen winterdagh, omtrent den ruimen stroom, Daar ’t bloemryk Heemstee vloeit van versgemolten room, En ’t oude slot, vermaart door halsrecht voor veel jaaren, Zijn torens spiegelt in het Meer en scheepryk Sparen Lukas Schermer, in ‘Poëzy’ (1712)

'Ongewoone Waterbeweging in het Haarlemmer Meer, bespeurt op den 1 November 1755' Gravure door T.Houttuyn (Provinciale Atlas Noord-Holland)

‘Ongewoone Waterbeweging in het Haarlemmer Meer, bespeurt op den 1 November 1755’ Gravure door T.Houttuyn (Provinciale Atlas Noord-Holland)

Op 22 november 1995 berichtte het Haarlems Dagblad, dat een dag eerder, door de burgemeester van Heemstede een oude landkaart uit 1724 “uit de omvangrijke collectie van het Heemsteedse gemeentearchief” was geschonken aan haar Haarlemse collega, bij gelegenheid van het memorabele feit dat Haarlem 750 jaar geleden stadsrechten ontving (1). De kaart toont het grootste deel van Zuid-Holland, alsmede Zuid-Kennemerland en Amstelland, doch heeft vanuit een historisch-kartografisch oogpunt voornamelijk vanwege het ‘Haarlemmermeer’ betekenis gekregen. Het is dezelfde kaart die als jaarpremie in 1976 in facsimile werd uitgegeven door de Vereniging ‘Oud Heemstede-Bennebroek’, in samenwerking met het Genootschap’ Oud-Zandvoort’, de Stichting ‘Meer-Historie’ en de Vereniging ‘Haerlem’. In VOHB-Nieuwsbrief nummer 10, oktober 1976, zijn slechts enkele regels aan die heruitgave gewijd (2). Thans volgt een wat uitgebreidere beschrijving over de oorsprong, in de context ook van de heerlijkheid Heemstede en de voortdurende strijd aan de Oostzijde tegen het oprukkende Meer tot de uiteindelijke droogmaking. Uit nader onderzoek blijkt dat de oorspronkelijke kaart uit 1591 is vervaardigd op verzoek van de toenmalige adellijke Heer ridder Vincent van Lockhorst, die twee jaar voordien door dezelfde landmeter Pieter Bruinsz. een overzichtskaart van Heemstede had laten tekenen. De druk uit 1724 is gebaseerd op een kopergravure uit 1644 en deze laatste op een manuscripttekening van 1591 die deel uitmaakte vanuit van het vroegere Heemsteedse heerlijkheidsarchief. Deze is echter niet in 1910 door de familie Beels aan de gemeente Heemstede gegeven, maar in 1932 door aankoop bij het provinciaal Rijksarchief te Haarlem terecht gekomen.

De signatuur van Vincent van Lockhorst, heer van Heemstede, die wèl ondertekende.

Handtekening van Vincent van Lockhorst

 

 

Lockhorst1

Fragmentgenealogie van Lockhorst. Uit: Maarten van Bourgondiën, Grondbezit en grondgebruik te Heemstede halverwege de zestiende eeuw. In: Jaarboek Haerlem 2008. Haarlem, 2008, p. 9-37,

 

Pieter van der Aa (1724)

Bij de uitgever Pieter van der Aa, werkzaam in Leiden van 1682 tot 1733 zijn naast losse prenten ook verscheidene fraaie plaatwerken verschenen. De kopie uit 1724 is in een beperkte oplage gedrukt op bestelling van de burgemeesters van die stad. In de linker benedenhoek komt voor: “C.Visscher Excudit A’1644”, waarmee deze kaart geheel overeenkomt. Volgens kaarthistoricus drs.P.van den Brink zijn hooguit tien overgeleverde exemplaren bekend. Tot voor kort 2 stuks, thans nog l, in het gemeentearchief van Heemstede (3), destijds verworven door ambachtsheer Gerard Pauw, geboren Hoeufft als aanvulling op de kaarten uit 1591 en 1644 in zijn bezit. Voorts o.a. in de Collectie Bodel Nijenhuis (U.B.- Leiden), het Hoogheemraadschap van Rijnland in Leiden, de stadsarchieven van Haarlem en Leiden en het Geografisch Instituut van de Rijksuniversiteit Utrecht. Nochtans ontbreekt deze in het archief van de gemeente Haarlemmermeer. De originele gegraveerde plaat is bewaard gebleven in stedelijk museum De Lakenhal te Leiden. Op de kaart is het gebied weergegeven globaal gelegen tussen Zandvoort, Noordwijk, Katwijk, Leiden, ‘s-Gravenhage, Delft, Gouda, Oudewater, Woerden, Vinkeveen, Amsterdam, Haarlem en Bloemendaal. Voor de vissersplaatsen aan de kust zijn scheepjes ingetekend evenals op ’t IJ in de haven van Amsterdam. Interessant is ook de weergave van de verdronken vesting ’t Huys te Britten nabij Katwijk aan Zee “droogh gesien Anno 1510, 1552, 1562, 1572 en 1588 is hrtgh 20 roeden en oock so breet”. In het opschrift, rechtsboven van de kaart, is de volgende tekst gedrukt: “Kaerte van Suyt-Hollands Grootste deel, vervatende geheel Rijnlandt ende Suytkennemerlandt, mitsgaders een gedeelte van Delftlandt, Amstellandt ende het Sticht van Uytrecht, uertoonende alle de Steeden, Dorpen, Casteelen, weegen, uytwateringen ende Sluysen waerin mede te sien is hoe eertijts de Haerlemmermeer ende de Leytsemeer van een gescheyden waren, ende geen gemeenschap en hebben gehat met de Spieringmeer, oock hoe men met de Wagen konde ryden van Haerlem door Vyfhuysen ende Nieuwerkerck na Amsterdam en öytrecht, mede van Hillegom over de Vennep (alwaer men aen ’t Veer met een Schouwe wierde overgeset) ende rijden konde door Aelsmeer, Ryck ende Slooten naer Amsterdam alsmede op Utrecht, ende was doen ter tijt het vastelandt van den Ruygenhoeck sich streckkende tot aen ’t voornoemde Veer, gelyck sulx in dese kaerte is afgebeelt, welcke kaerte by Pieter Bruyns (in syn leeven geswooren Landtmeeter van Rijn ende Kennemerlandt woonachtich tot Haerlem) is gekopleert in den Jare 1591, na sekere kaerte gedateert int laer ons Heeren 1531, ende is nae de voorsz. Copye in Druck uytgegeven door Claes lansz. Visscher. En nu wederom op ordre van de Heeren Burgemeesteren van Leiden op nieuws gedrukt, door Pieter vander Aa, in ’t Jaer 1724″. Van de heerlijkheid Heemstede zijn in vogelvlucht ingetekend: 1) de plaatsnaam (met kerkje), 2) ’t Huys te Heemstede, 3) Manpadslaan. Verder Berkenrode (met kasteel) en de nog niet afgezande duinen – van welke Groenendaal resteert – tussen Hillegom en de met bomen beplante Haarlemmerhout. Zonder naamgeving zijn van de toenmalige straten aangegeven: de Hoflaan, de Voorweg, de Achterweg, de Camplaan, de oude Heemsteder Binnenweg, de Driesprong, de Herenweg, de ’s Gravelaan naar Vogelenzang en de Gasthuislaan (richting Zandvoort). In de tijd dat Adriaan Pauw ambachtsheer was is ‘Schoubrouck’, ter hoogte van het huidige Spaarne Ziekenhuis en Hageveld, bedijkt geworden, bekend onder de naam Schouwbroekerpolder. In 1608 is de Roodehellervaart gegraven; een zandvaart in het zuiden van Heemstede (Benne- broek), die uitmondde in het Meer op een plaats genoemd de Roode Hel.

Kaart van afgeslagen land van Heemstede in het Haarlemmermeer. Tekening door Anthony van Velsen (1691-1733). Kopie van 'schijdinge in de jurisdictie Heemstede in de Groote Meer' door Balthasar Floriszoon van Berkenrode uit 1627

Kaart van afgeslagen land van Heemstede in het Haarlemmermeer. Tekening door Anthony van Velsen (1691-1733). Kopie van ‘schijdinge in de jurisdictie Heemstede in de Groote Meer’ door Balthasar Floriszoon van Berkenrode uit 1627 (NHA)

Ruishout (Rijsenhout) afgeslagen van Heemstede in het Meer. Kaart van Balthasar Floriszoon Berckenrode, 1629

Claes Janszoon Visscher (1644)

In tegenstelling tot bij Van der Aa in 1724 staat op de door Visscher gegraveerde kaart in een afzonderlijke lijst de volgende toelichting: “En werd voorts hier bij vertoont, hoe dat de vaste en verdere Landen, ja geheele dorpen ende Kercken, tusschen, om ende omtrent de de vier Meeren (4) gelegen hebbende wech gespoeld zijn, ende hoe verre het water tot in den lare 1642 is verspreyt, makende alsoo de Tegenwoordige Groote Heer”. Van deze gegraveerde kaart noemt dr.Marijke Donkersloot-de Vrij (5) in haar standaardwerk over handgetekende en gedrukte kaarten aanwezig in de Nederlandse rijksarchieven twee vindplaatsen: het gemeentearchief-Haarlem (inventaris Enschedé nr.148) en de bibliotheek van de Landbouwuniversiteit Wageningen (kaart nr.Ct.234 catalogus p.41). Tevens bevindt zich een exemplaar in de kaartencollectie van het Hoogheemraadschap Rijnland, één in het gemeentearchief van de Haarlemmermeer (zie catalogus van kartografische documenten. KO 003) en één in Museum De Lakenhal te Leiden (catalogus 1886). Deze kaart is vervaardigd in een tijd dat mogelijke inpoldering van het Haarlemmermeer (‘de waterwolf’) volop ter discussie stond. Adriaen Pauw heeft met zekerheid de manuscriptkaart, vervaardigd door Pieter Bruynsz. in 1591, aan Visscher ter inzage gegeven, uit zijn Amsterdamse tijd als pensionaris en boekverzamelaar kende. Claes Janszoon Visscher (1587-1652) was graveur, drukker, uitgever en boekverkoper. Stichter bovendien van het in de Gouden Eeuw bloeiende uitgeversfamiliebedrijf, voortgezet door zijn zoon Claes Janszoon Visscher de Jonge (1618-1679). Hij ondertekende soms ook met de naam Nic.J.Piscator. Van zijn hand zijn ook de gravures ‘Onder weegen Heemstede’, ‘Bleeckerijen door den Houdt’ en de beleefdheidsvisite van Koningin Henriette Maria aan Adriaan Pauw op het Slot te Heemstede in 1642. Dat de in druk vermenigvuldigdekaart van Visscher deel heeft uitgemaakt van het heerlijkheidsarchief blijkt uit de catalogus van kaarten en tekeningen die schout Willem Dólleman (1724-1800) na zijn pensionering heeft samengesteld (6). Thans niet meer aanwezig in Heemstede, wél zijn bewaard gebleven een door Claes J. Visscher en P. Schenk jr. uitgegeven kaart voor het droogmakingsplan: ‘Provisioneel concept, ontwerp ende voorslach dienende tot de bedijckinge van de groote watermeeren. Geinventariseerd door Jacob Baetelsz. Veeris, op verzoek en assistentie Een door W.J.C.van Hasselt in de 13e editie van het ‘Haarlemmer-Meer-Boek’ van Leeghwater opgenomen kaart met o.a. de in historisch opzicht onjuiste limieten van het Meer overeenkomstig een legendarische kaart van 1531 en de tekening van landmeter Pieter Bruynszoon uit 1591. (Steendruk van H.J.Backer) van seeckere gecomiteerde van verscheijdene principale geïnteresseerden van de afgespoelde landen’. Tevens in twee onderscheiden gravures door Daniel van Breen en Willem van der Laeck (in diverse staten) in koper gebracht (7). Veel bekender dan het ontwerp van landmeter Veeris is het plan van waterbouwkundige en molenmaker Jan Adriaanszoon Leeghwater (1575-1650) geworden. In het gemeentearchief-Heemstede bevindt zich een verzameling stukken, tot twee registers ingebonden, met diverse plannen tot bedijking en drooglegging van de Haarlemmer, Leidse en Spiering meren, met daarbij behorende begrotingen van kosten. Daaronder een eerste project van de hand van Leeghwater uit 1629-1630, inclusief een vanuit zijn woonplaats De Rijp geschreven brief aan Pauw (8). In 1641 verscheen de eerste editie van het ‘Haerlemmer-Meer-Boeck’, een uitgave die in naam dertien, doch feitelijk 17 herdrukken zou beleven (9). De kosten in 1630 geraamd op 28 tonnen gouds ofwel fl 2.800.000,- zijn door Leeghwater later bijgesteld tot uiteindelijk fl 3.600.000,- overigens zonder rekening te houden met onvoorziene omstandigheden. Raadpensionaris Jacob Cats, de Staten van Holland, de vroedschappen van Haarlem en Leiden en ook Rekenmeester Adriaen Pauw achtten de zaak nochtans financieel te riskant. Al in 1642 verscheen een Leids tegenbetoog van C.A.Colevelt: ‘Bedenckingen over het droogmaken van de Haerlemmer ende Leydsche Meer’, waarin gewezen wordt op de gevaren voor noodzakelijke waterverversing door in de bestaande waterhuishouding verandering aan te brengen. Voorts op het verlies voor de visserij en de vervoersfunctie te water, toen landwegen nog slecht waren e.d.(10). Niettemin baarden de voortdurende oeverafslag en incidentele watersnoodrampen bij stormweer grote zorgen zowel in Haarlem als Leiden, niet in het minst ook bij Adriaen Pauw als eigenaar van een aantal ambachten rond het Meer. S.J.Fockema Andreae schreef in 1955: “En om het schrikbeeld van het landverlies eerst recht voor ogen te stellen doet men bij Claes Janszoon Visscher in druk verschijnen een kaart, waarin de “oude” toestand (van 1531, zo men zeide) met die van 1591 – de kaart van Pieter Bruynsz. van dat jaar, thans berustend in het Rijksarchief te Haarlem – en deze wederom met Jan Douw’s meting van 1641 worden vergeleken” (11). Al in 1892 is door J.C.Ramaer (12) een zeer uitgebreide en met de gegevens van zijn tijd voortreffelijke, maar moeizaam lezende, studie gepubliceerd over de omvang van het Haarlemmermeer. Hoofdstuk XII van dat boek handelt over de oevers van het Meer op verschillende tijden. Op basis van diverse bronnen heeft hij berekend dat van 1544 tot 1613 49 hectare van de oevers in Heemstede, tevens Bennebroek omvattende, is afgeslagen door de ‘ongetemde waterwolf’, zijnde over 3.550 meter lengte gemiddeld 140 meter (12). Tussen 1613 en 1645 bedroeg de verdere afname circa 16 hectare. Vergelijking der kaarten van Rijnland geeft van 1645 tot 1740 tengevolge van zware zuidwesters een afslag van nog eens 52 hectare, door Ramaer echter bijgesteld tot zijns inziens 23 hectare werkelijke afname. Talrijke requesten van schout en schepenen van Heemstede aan de Dijkgraaf van Rijnland om passende maatregelen “tegen het geweid en magtig gewoel des Meerwaters” bleven in de 17e eeuw zonder veel resultaat. Ramaer stelt: “Het is zeer waarschijnlijk dat de afslag na 1740 zeer gering is geweest. Bij de weinig blootgestelde ligging dezer landen was hier eene puinbestorting reeds een goede verdediging”. In een beschrijving van dorpen en steden uit 1746, verschenen bij Isaak Tirion, lezen we dat de gehele streek langs Lisse, Hillegom, Bennebroek en Heemstede reeds vele jaren niet of nauwelijks is afgebrokkeld. Enerzijds omdat de grond hier harder en taaier is dan bijvoorbeeld langs de oevers van Schalkwijk, vijfhuizen en Rietwijkeroord, maar ook omdat de ingelanden aldaar deze beter beschermen met schoeiingen, puin en zand. Uit stukken in het heerlijkheidsarchief blijkt dat in opdracht van de Heer van Heemstede in 1768 en volgende jaren veel zand en puin is gestort om een dam te werpen tegen de afname van land tot dichtbij het Slot. Voornoemde waterstaatsingenieur Ramaer houdt de afslag in Heemstede in de periode 1740-1848 op hooguit 6 hectare. Dit betekent dat gedurende ongeveer drie eeuwen in totaal ongeveer 94 hectare grondgebied verloren ging, exclusief de eilanden ‘Mient’ en ‘Voorburch’ ofwel ‘Gravensloot’ in de monding van het Spaarne (13). Het totale verlies van in totaal 20 ambachten rond het Haarlemmermeer zou tussen 1544 en de droogmaking naar schatting 3.600 hectare bedragen hebben. Veel, maar aanzienlijk minder dan voorheen was aangenomen. Met het oog op de juiste limieten en mede vanwege de oeverafslag is een Heemstede-plattegrond uit omstreeks 1556 – vóór die van P.Bruynsz. uit 1589 -in 1622 gekopieerd én herzien door Balthasar Floriszoon van Berckenrode. Adriaan Pauw kwam het namelijk slecht uit dat hij grondbelasting, het zogeheten morgengeld, moest betalen over territoir van Heemstede dat door de uitbreiding van het Haarlemmermeer was afgenomen en waarover hij dus de facto geen vruchtgebruik had. Naast visrechten maakte de Heer van Heemstede aanspraak op het heffen van tolgelden van de schepen die uit het Spaame het Haarlemmermeer opvoeren. Als het ijs bevroren was gedurende de winter moesten zelfs de talrijke paardensleden die van Haarlem uit over het Meer naar Leiden met vracht sleden tol betalen.

Detail van een kaart door landmeter Pieter Bruynsz, oktober 1589 met het kasteel van Heemstede (Uit Heelijkheidsarchief Heemstede, NHA)

Detail van een kaart door landmeter Pieter Bruynsz, oktober 1589 met het kasteel van Heemstede (Uit Heerlijkheidsarchief Heemstede, NHA)

De mond van het Spaarne. Kaarttekening door Pieter Bruynszoon uit 1602. Links onderaan de korenmolen (Molenwerf). Rechts daarvan het Huis te Heemstede. De Scravesloot is het in 1440 rechtgetrokken gedeelte Spaarne. Op het eiland de Mient zijn nog enkele huizen zichtbaar. (Hoogheemraadschap Rijnland)

De mond van het Spaarne met de houten ton (vuurbaak) voor het scheepvaartverkeer van het Haarlemmermeer.  Kaarttekening door Pieter Bruynszoon uit 1602. Links onderaan de korenmolen (Molenwerf). Rechts daarvan het Huis te Heemstede. De Scravesloot is het in 1440 rechtgetrokken gedeelte Spaarne als gevolg waarvan 2 eilandjes zijn ontstaan;  Voorburch en het wat grote Mient. Op het eiland de Mient zijn nog enkele huizen zichtbaar. (Hoogheemraadschap Rijnland)

In 1640 vervaardigde waterbouwkundige A.Veris (11 jaar na Leeghwater, 1629) een nieuw inpolderingsplan om met 108 molens het Haarlemmermeer droog te malen. Een plan dat niet werd uitgevoerd. Op de bijgevoegde kaart van het Meer zien een Hollandse Leeuw afgebeeld die vecht tegen de wrede waterwolf, een allegorie op de Hollandse strijd tegen het water.

In 1640 vervaardigde waterbouwkundige A.Veris (11 jaar na Leeghwater, 1629) een nieuw inpolderingsplan om met 108 molens het Haarlemmermeer droog te malen. Een plan dat niet werd uitgevoerd. Op de bijgevoegde kaart van het Meer zien we aan de top een Hollandse Leeuw afgebeeld die vecht tegen de wrede waterwolf, een allegorie op de Hollandse strijd tegen het water.

Haarlemmermeerboek.jpg

Titelblad van Haerlemmer-Meer-Boeck door J.A.Leeghwater, editie 1643

 

De vuurtoren – ook tonne(camp), vuurboot, baken of lantaren genoemd – aan de mond van het Spaarne – aanvankelijk van hout, later van steen – was overigens geplaatst en betaald door de stad Haarlem. Het baken, door het water en ijsgang overhellende, is omstreeks 1622 circa 150 voet landinwaarts verzet. Uit 1624 dateert een kaart in het heerlijkheidsarchief van het Meer tussen Leiden, Haarlem en Amsterdam met het Spieringmeer, gemeten op verzoek van mr.Rosa, griffier in de Hoge Raad. Het Grote Meer is daar gemeten op 14.967 morgen, het Spieringmeer 1.786 morgen en de eilanden Vennep en Beijnsdorp 72 morgen. De rentmeester van het Huis maakte inspectietochten op het ijs om te controleren of binnen de limieten van Heemstede en Rietwijk in tenten geen bier getapt werd zonder voorkennis en vergunning van de schout. Op 3 februari 1644 reden Adriaan Pauw en zijn echtgenote met hun zonen Gerard en Adriaan, de rentmeester van het Huis Hendrik de Goyer en zijn vrouw, oudschepen Anthony van Aelst alsmede Jan Dirk Huygen, vaartmeester op de Prinsen-zandvaart, in twee paardensleden op inspectie rond de gehele Meer langs alle ambachten van Pauw teneinde de grenzen vast te stellen. Sedertdien zijn jaarlijks ‘Meerschouwingen’ uitgevoerd en werd acte opgemaakt van het verlies aan land. In 1654 committeerde Gerard Pauw de Heemsteder Cors Comelis Kop tot veenschipper op Amsterdam, op voorwaarde dat deze jaarlijks voor schout en schepenen met zijn schuit de meerschouwing zou uitvoeren. In het Heemsteedse gemeentearchief bevinden zich ook de rekeningen voor een nieuwe beschoeiing aan de Oostzijde van het ambacht met kaart uit 1694 en 1695 (Van Doorninck, inv.nr.345).

Tekening van James Forbes (1749-1819) uit 1803 met het Haarlemmermeer getekend vanuit de kasteeltuin Heemstede met zicht op de vuurbaak en een windmolen. (Provinciale atlas Noord-Holland)

Tekening van James Forbes (1749-1819) uit 1803 met het Haarlemmermeer getekend vanuit de kasteeltuin Heemstede met zicht op de vuurbaak en een windmolen. (Provinciale atlas Noord-Holland)

Uitsnede van kaart door Thomas Thomaszoon uit 1590. Met de loop van het Spaarne tussen de monding in het Haarlemmermeer richting Haarlem en de sluizen van Spaarndam. NHA

Uitsnede van kaart door Thomas Thomaszoon uit 1590. Met de loop van het Spaarne tussen de monding in het Haarlemmermeer richting Haarlem en de sluizen van Spaarndam. NHA

Pieter Bruynszoon (1591)

Toen J.C.Ramaer, ingenieur van de Waterstaat, omstreeks 1891 zijn grondige studie van de historie van het Haarlemmermeer maakte, kreeg hij een kaart te zien uit het bezit van mr.Carel Adriaan Beels te Heemstede, eigenaar der Heerlijkheid Heemstede (het Slotterrein e.d.). Deze laatste was een kleinzoon van Marten Adriaan Beels, die in 1816 door koop ambachtsheer was geworden, waaraan sedert de Franse Tijd nog maar weinig rechten konden worden ontleend. Enigszins afwijkend van de gedrukte tekst uit 1724 heeft de kaart tot titel: “Beschrivinghe van Zuyt Hollant met een deel van den gestichte streckende uan Utrecht tot de noort zee ende van ’t Ye tot Over Maes tot den Briel toe waer in dat begreepen zijn. Als Amsterdam Zuyt Kermerlant Rynlant Delflant ende Schielant etc. elck met sijne Steden Dorpen ende Casteelen mit alle haere Sluysen uut Waetreringhen Dycken dammen ende weghen soo die zijn geleegen waer in het noch mede stoet hoe dat de Spiering Meer ende de Haerlemmermeer van outs van malcander verschèyde geweest zijn zonder eenige doortochten ofte waterloosyngen tot malcander te hebben ende hoe men van outs mochte Ryden met de waegen van Haerlem door Vyfhuysen ende Niuwerkerck nae Amsterdam Ofte na Uytert toe ende noch hoe de Haerlemmermeer ende de Leytse Meer van malcander van outs Verscheyden waeren en hoe men van outs meede mocht met De Waegen Ryden van Hillegom de Vennip over ende worde met een schou overgeset van De Vennip op ’t veer toenterijd vast wesende aen den Ruygenhouck ende reden Alsoo door Aelsmeer door Rijck met den waagen naer Amsterdam ofte naer Uytert toe ende was doeter tijt Landt Alsoo hier caert gefigureert staet ende is aldus gedaan bij Pieter Bruijnsz geswooren Lantmeeter van Rijnlant en Kermerlant woonachtich tot Haerlem A’ 1591″.

Deel van een tekening door Pieter Bruynszoon, landmeter van Rijnland. De mond van het Spaarne nabij het Huis te Heemstede en de korenmolen bij Molenwerf in 1602. De Scravesloot is het in 1440 rechtgetrokken gedeelte Spaarne. We zien het daarop ontstane eiland met enkele huizen. Van de Mient is in 1602 alweer een deel afgekalfd.

Deel van een tekening door Pieter Bruynszoon, landmeter van Rijnland. De mond van het Spaarne nabij het Huis te Heemstede en de korenmolen bij Molenwerf in 1602. De Scravesloot is het in 1440 rechtgetrokken gedeelte Spaarne. We zien het daarop ontstane eiland met enkele huizen. Van de Mient is in 1602 alweer een deel afgekalfd.

Behalve de Mient, Voorburch (en Rijsenhout bij Aalsmeer) onder Heemstede lagen de grotere eilanden Beinsdorp (bij Leimuiden) en Vennip tussen het Leidse Meer en het Haarlemmermeer. De manuscriptkaart is getekend op perkament en zoals uit later onderzoek zou blijken verre van nauwkeurig. Enige delen van Holland en (Zuid)Kennemerland, Rijnland, Delfland en Amstelland zijn met verschillende kleuren aangegeven. Voorts zijn afzonderlijk nog met gekleurde rand voorzien: de Sloterban en het deel van Kennemerland, bestaande uit het land dat later de gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude vormt, de verzwolgen dorpen Nieuwerkerk en Rijk (Rietwijk) en de polder Rietwijkeroord (14). Er komen op deze kaart met betrekking tot Haarlemmermeer twee toestanden voor, die van 1591 en één zoals die volgens Bruynsz. “vanouds” was, waarvan men later 1531 heeft gemaakt. Het is niet zo, hetgeen latere schrijvers afleidden uit de tekst van Visscher, dat Pieter Bruynszoon de kaart van 1591 kopieerde naar één van zijn hand van 1531. Buitengewoon merkwaardig is dat Visscher in 1644 de originele kaart van Bruynszoon, bij welke laatste het Noorden boven is getekend, een kwart slag heeft gedraaid, zodat bij hem – evenals op de herdruk van Pieter van der Aa -het westen boven is. “Eene zeer verkeerde wijze van voorstelling waarvan ons niet weinige bewijzen zullen voorkomen”, aldus de 19e eeuwse verzamelaar en kaarthistoricus mr.J.T.Bodel Nijenhuis. De gekleurde kaart is door Pieter Bruynsz. getekend op een schaal van circa 1:90.000 en meet 87×78 centimeter. Voornoemde dr. Marijke Donkersloot-de Vrij (zie noot 5) geeft de volgende omschrijving: “Volgens Ramaer gaf de Heer van Heemstede vermoedelijk de opdracht tot de vervaardiging van de kaart. Het accent ligt op de waterstaatkundige situatie van het gebied. Er is aangegeven hoe Spieringmeer en Haarlemmermeer evenals Haarlemmermeer en Kagerplassen (bedoeld wordt het Leidse Meer.H.K.) vroeger van elkaar gescheiden waren door land, waarover verbindingswegen liepen. Steden, kerken en belangrijke gebouwen zijn in vogelvluchtperspectief weergegeven, waarschijnlijk niet altijd naar de werkelijkheid (…)”. In de inventaris der kaarten van het heerlijkheidsarchief door W.Dólleman is deze kaart gecatalogiseerd onder hoofdletter V. Via een latere bezitter uit de familie Beels is deze – thans niet meer ingelijste – kaart uit het Heemsteedse archief gesepareerd en in 1932 door aankoop eigendom geworden van het Rijksarchief Noord-Holland in Haarlem (15). Ramaer vermoedt dat Bruynsz. de in 1575 vervaardigde fraaie maar niet erg nauwkeurige kaart van Noord-Holland door J.J.Beeldsnijder, landmeter van Amstelland, mede als voorbeeld heeft aangewend. Terecht stelt hij: “Dat het werkelijk die in het bezit van Mr.Beels en geen andere kaart van Bruyns is waarnaar Visscher de zijne vervaardigde, blijkt uit de geheele overeenstemming van de voorstelling der meeroevers ‘van ouds’ bij Bruynsz met die van 1531 bij Visscher, en van de oevers van 1591 op belde”. In hoofdstuk XIII van zijn studie heeft Ramaer aangetoond hoezeer de voorstelling van Visscher van de toestand in 1531 van de toenmalige werkelijkheid afwijkt. Kaarttekenaar Bruynszoon noemde zichzelf “landmeter van Rijnland, Kennemerland en Waterland”. Hij was in Haarlem woonachtig en geadmitteerd bij het Hof van Holland. Bruynszoon was werkzaam voor Rijnland van 1578-1603 en hij heeft voor ridder Vincent van Lockhorst, ambachtsheer van Heemstede van 1565-1595 behalve de beschreven kaart uit 1591, in drie vellen folio bijeengebracht met een perkamenten rug, een overzichtskaart van Heemstede gemaakt: “Caerten ende meetingen van de landen behoorende tot den Huyse van Heemstede (in den banne van Heemstede ende Hillegom), bij tijde van Heere Vincent van Lockhorst gemaakt ende gedaan bij Pieter Bruynse gesw. landmeter van Rhijnlant en Kermerlant in October des jaers 1589″. Ridder Vincent van Lockhorst uit een oud-adellijk geslacht was sedert 1565 wisselend woonachtig in het Huis Lokhorst (Oud-Teylingen) te Warmond en Heemstede, alwaar hij in 1565 door zijn moeder Cornelia van Driebergen, na de dood van zijn oudere broer Willem, met de Heerlijkheid is beleend. Hij was gedurende 30 jaar ambachtsheer, maar vertoefde sedert de Spaanse Beroerten, het mislukt ontzet van Haarlem in 1573, veelvuldig in Utrecht. Tijdens het Beleg van Haarlem werd een hevige slag uitgevochten in de Haarlemmerhout (‘Slag aan het Manpad’) en zijn o.a. de molen aan het Spaame en Huis Berkenrode verwoest, de Oude kerk is geruïneerd en mogelijk ook het Bemardietenklooster, maar het Slot bleef intact (16). In de categorie overzichtskaarten, welke voor historisch onderzoek van groot belang zijn, omdat zij een inzicht geven over de ontwikkeling van de verkaveling en de ruimtelijke ontwikkeling in het algemeen heeft drs.P.van den Brink tijdens een lezing op 30 november 1993 het volgende medegedeeld: “De oudste kaart in het heerlijkheidsarchief is een kaart uit het bezit van de familie van Lochorst, die in 1552 in het bezit van het huis Heemstede en de bijbehorende landen kwam. De Familie Van Lochorst was een familie van prominente Hollandse adel waarvan verschillende leden voor de opstand representatieve functies in de Hollandse Ridderschap bekleedden. Ridder Vincent van Lochorst, die de ambachtsheerlijkheid in 1565 van zijn moeder erfde, week voor de komst van de Spanjaarden in 1572 echter naar Utrecht uit en bekleeddde sindsdien het lidmaatschap van de Utrechtse Ridderschap. Deze kaart, in feite een klein kaartboekje van drie bladen werd in october 1589 samengesteld door de landmeter van Rijnland Pieter Bruinsz., die zich ook landmeter van Kennemerland noemde. Op de kaart zien we het grondgebied van Lochorst in Heemstede en de banne van Hillegom. We zien het huis Heemstede met omliggende gebouwen, waaronder de ruïne van de 1573 gedeeltelijk verwoeste kapel. De kaart had vermoedelijk geen representatieve functie. Veeleer lag aan de samenstelling van de kaart een administratief doel ten grondslag. Van Lochorst wilde zijn grondbezit op een overzichtelijke en niet betwistbare wijze in kaart zien vastgelegd, een kaart hebben die hem inzicht kon verschaffen in de ruimtelijke situering van zijn bouw- en weilanden die aan particuliere en instanties in pacht waren uitgegeven. Daarover ontving hij huurgelden, maar tegelijk moest hij ook grondbelasting afstaan aan het hoogheemraadschap van Rijnland, waarvan de hoogte werd bepaald al naar gelang de grootte van het perceel. Bruinsz. berekende dat de totale grootte van het grondbezit 74 morgen, 5 hont en 212 roede. Ook van elk afzonderlijk perceel zijn de afmetingen en het totale oppervlak berekend”, De oudste afbeelding van het Huis te Heemstede is – zij het niet zeer nauwkeurig – getekend op voornoemde kaart uit 1589. Uit 1584 en 1602 dateren door Bruynsz. vervaardigde kaarten van de Meeroever nabij de Mond van het Spaarne bij Heemstede tot de tegenwoordige grens van Noord- en Zuidholland tussen Bennebroek en Hillegom, aanwezig in het Hoogheemraadschap van Rijnland, eveneens met een weinig gedetailleerd schetsje van het Huis te Heemstede. Voorts bevindt zich in het archief van Rijnland een onbekende kaart van de heerlijkheid Heemstede uit 1596, volgens P.van den Brink vermoedelijk van Pieter Bruynszoon, zijnde een kaart van het Heemsteder voetpad tussen de hofstede Bronstee en het Huis te Crayenest, en plattegronden van de buitenplaatsen Zuiderhout, Oosterhout, Croesbeek en het Klooster. Een afschrift van de Bruyns-kaart van Heemstede: een stuk grond onder erfpacht door H.S.Duyndam uit 1639 bevindt zich in het Heerlijkheidsarchief-Ben nebroek (thans Gemeentearchief-Haarlem). Afzonderlijke kaarten van Bruynsz. van Nieuwerkerk (december 1613) en kopieën uit 1634 door Floris Jacobse van kaarten van Rietwijkeroord (april 1582) en Rietwijk (mei 1582) bevonden zich eertijds in het Heerlijkheidsarchief van Heemstede (17).

Paul Potter:  ets van een eilandje met 2 paarden (waarvan 1 hinnikend) Heemstede nabij het Haarlemmermeer met rechts de torens van het Huis te Heemstede en links in de verte de Oude Bavokerk. Gedateerd 1652

Een op fantasie berustende kaart van 1531

Ouder dan het Haarlemmermeer, oorspronkelijk veengebied, poelachtig en moerassig, is het Spaarne, welke rivier vermoedelijk al circa 4.000 jaar geleden ontstond en zijn oorsprong vond in het gebied van de huidige Haarlemmermeer. De rivier verzorgde de afwatering van het hoogveen, dat zich daar eertijds bevond, maar ook van het omringende land in zijn stroomgebied, zoals de oude strandwal van Haarlem waarop delen van Heemstede en Bennebroek zijn gelegen (18). Tengevolge van de vereniging van kleinere veenplassen en kreken, waar het water uit de veenachtige grond bijeenliep, onstond de zich uitdijende waterplas. Omstreeks 1300 was het Haarlemmermeer via een watertje bij De Vennep met het Leidse Meer verbonden en het noordelijk gelegen Spieringmeer nog een binnenmeer. Het boezemgebied Rijnland waterde uit over de meren die door landverlies het vergrote Haarlemmermeer zouden gaan vormen. Schalkwijk/Vijfhuizen en Nieuwerkerk/Boesingheliede waren nog buurgemeenten zonder het tussenliggende water. Een belangrijke bron van inkomsten voor de Heemsteders in de late middeleeuwen was naast vrachtvervoer voor de graaf de turfwinnerij langs het Meer. Deze turf werd als brandstof voor eigen haardstede gebruikt, doch ook naar elders geëxporteerd. Vanwege de onbeperkte mogelijkheid van het turfsteken breidde het Meer zich allengs uit. Tijdens de ‘Informacie’ van 1494 hielden de vroede vaderen een klaaglijk betoog en probeerden zij de heren commissarissen er van te overtuigen dat de gemeentenaren hooguit één-derde verdienden, vergeleken met 20 jaar voordien. Gevraagd naar de oorzaak van deze drastische vermindering van het inkomen verklaarde men dat vroeger veel geld verdiend werd met het delven van turf, maar dat de turfgraverij na 1477 onmogelijk was geworden door het uitgeput raken van het binnen binnen het ambacht. Tijdens de ‘Enqueste ende Informacie’ van 1514 verklaarde men ook dat weliswaar geen zeedijk behoefde te worden onderhouden, maar de inwoners van Heemstede wel moesten meehelpen om de sluizen van Spaarndam te onderhouden. Ruim 20 jaar eerder was de Kolksluis te Spaarndam hersteld en vergroot. In 1497 (of 1509?) zou als gevolg van het doorbreken van de gaten het meer gevormd zijn, dat in het Haarlemmermeer op vroege kaarten Hellemeer wordt genoemd, nabij het oude Nieuwerkerk en Vijfhuizen tussen het Spieringmeer en het Haarlemmermeer. In zijn boek over de geschiedenis van Heemstede heeft mr. J. W.Groesbeek (19) het tot op heden onopgeloste raadselvan ‘het oude kerkhof’ aangestipt. Beschreven in een archiefstuk uit 1303 als een stuk land, dat door het water verzwolgen moet hebben gelegen ten zuiden van de plaats waar het (oude) Spaarne in het Haarlemmermeer uitmondde. In latere kaarten, o.a. ook in de atlas van Rijnland, in 1746 uitgegeven, gebaseerd op de kaart van 1647door de landmeter Jan Janszoon Dou(w) en Steven Broekhuysen, in 1739-1740 herzien door Melchior Bolstra, is op basis van de beschreven kaart van Pieter Bruynsz. – later gedrukt door Claes J.Visscher – sprake van een originele kaart uit 1531. Visscher heeft de tekst: ‘van ouds’ te onbestemd geacht en deze woorden van de jonge P.Bruynsz. die de nodige inlichtingen moet hebben gekregen van oude Heden die de situatie van het Meer uit hun jeugd kenden, op eigen gezag gewijzigd in 1531. De toestand ‘in 1531’ is mede door mr.W.J.C.van Hasselt opgenomen in de herdruk van het ‘Haarlemmer-Meer-Boek’ van J.A.Leeghwater uit 1838. Ramaer toonde aan dat Bruynszoon op diverse punten dwaalde. Bijvoorbeeld dat tegenover een ‘Nieuwe Meer’ een ‘Oud Meer’ moest staan en dat men vroeger kon rijden van Hillegom naar Aalsmeer en daarbij aan het Veer bij Vennep overgezet kon worden. “Dit is onjuist. Men kon met een wagen komen van Hillegom tot de Vennep, van daar naar Zuid-Vennep was een voetveer, en van laatstgenoemd eiland kon men, met een polsstok gewapend, een aantal slooten overspringende, Aalsmeer bereiken, maar er is hier nimmer een dergelijke weg geweest als tusschen het Spieringmeer en het Oude Haarlemmermeer” (20). De afkalving van de meeroevers is geleidelijker geweest dan de ‘legendarische kaart van 1531 suggereerde . Deze gaf eerder de situatie weer zoals deze vermoedelijk ongeveer in de 13e in plaats van de 16e eeuw was. Ook S.J.Fockema Andreae sloot zich hierbij aan en schroomt niet de reconstructiekaart fantastisch te noemen, waarmee hij aan de intekening van de meeroevers van 1531 weinig positieve waarde toekende: “In dit: grondige werk (bedoeld wordt Ramaer. H.K.) is, zou men menen de oude legendarische voorstelling, o.a. aangaande de grootte van het meer in 1531 afdoend weerlegd. Toch niet afdoende genoeg; in populaire geschriften duikt de oude voorstelling ook nu telkens op” (21). In 1969 is de atlas ofwel het kaartboek van Rijnland uit 1746 heruitgegeven, die een veelvuldig gebruikte kaart bevat van landmeter Melchior Bolstra van “de Groote Haarlemmer of Leydse meer”, waarbij enkel de 17e en 18e eeuwse oeverlijnen redelijk juist zijn, in tegenstelling tot die van 1591 (van Pieter Bruynszoon) en al helemaal niet van 1531. In de inleiding van G.’t Hart, chartermeester van Rijnland, maakt deze melding van een “fantastische” kaart met opdruk 1531, welke deel uitmaakt van een serie kopie-kaarten uit circa 1855 door een onbekende tekenaar gereproduceerd (22). Ook de ‘Caerte ofte ontwerp van de Haerlemmermeer, gemaakt en ontworpen by Gerbrandt Meuss, lantmeter’, die ongedateerd is maar =====================================================

Brief van J.A.Leeghwater aan Adriaen Pauw (1630) in gemeentearchief Heemstede

Brief van J.A.Leeghwater aan Adriaen Pauw (1630) in gemeentearchief Heemstede

Transcriptie van brief Leeghwater aan Pauw uit gemeentearchief-Heemstede: “1630 Loff sy Godt bovenal. In de Ryp d.8 Septem. Mon bon Amy Myn Heer Rekenmeester, uyt vriendelycke groetenisse dient deesen, men seyt gemeenleek voor een spreekwoort, daart harte vol van is, daer spreekt de mont garne van. Het is omtrent 3 maanden geleden dat ick u de peylinghen gesonden heb, van de diepte en oock van de gront van de Haerlemmer Meer, en nadatem van dien, heb ick daer inne ghespeculeert en een Overslach gemaeckt, wat het morgen lants omtrent soude costen, (hetwelck ick Ve hier sende) het leyt my altoos in den sin dat het de alderprofytelyckste dyckage soude wesen, die noch ooyt in Hollant gedaen is. – My dunckt datter in Oostindyen noch Westindyen sulcke profyten niet te halen en syn. Daerenboven is die voorschr.wercke noodlyck om te bedycken, het is ook eerlyck en Godlyck, en is seer schadelyck voort gemeene lants bestes so se niet bedyckt en wordt. Daeromme salt oock nodig wesen om die saeck wat aen te porren daert in bestaat hetwelck mijn goede vrient beter weet als ick schryven ofte seggen can. Ick ben van meening om met myn Heer Van der Dussen eens in den Haag te comen om met Ue. te spreken, my dunckt het best te weesen dat dese calculatye niet onder de gemeene Man en coomt. Myn goede vriend macht eenighe goede vrienden by deelen so veele alst hem belieft. Het gene dat Ick hier Inne gedaen heb, dat heb ick uyt goede meynighe gedaen, en ist so … alst int bedycken wel bevonden soude werden, hout my dat ten beste, hier mede den Almogende Godt In genade bevolen en hartelyck gegroet met alle goede vrienden. Jan Adryaense Leeghwater, Ryp, vostre servyteur et bon Amy”.

Eigenhandig door Leeghwater getekende poldermolen op zijn plan voor droogmaking van het Haarlemmermeer, 1629 (Ben Speet, Historische atlas van Haarlem)

Eigenhandig door Leeghwater getekende poldermolen op zijn plan voor droogmaking van het Haarlemmermeer, 1629 (Ben Speet, Historische atlas van Haarlem)

Portret van Leeghwater; steendruk door H.J.Backer

Portret van Leeghwater; steendruk door H.J.Backer

============================================================

anterieur aan het plan van Leeghwater uit 1629 moet zijn, heeft zich in het bezit van Adriaan Pauw bevonden (23). Met zekerheid kan tenslotte gesteld worden, dat zowel Leeghwater (24) als Balthasar Floriszoon van Berckenrode, die diverse kaarten van het Meer voor ambachtsheer Pauw maakte (25), de manuscriptkaart van P.Bruijnszoon uit het Heerlijkheidsarchief hebben bestudeerd, waarmee ondanks alle feilen van die kaart eens te meer de cartografisch-historische betekenis aantoonbaar is.

 

Goyen

Zeilschepen op het Haarlemmermeer. Tekening uit een schetsboekje van Jan van Goyen (1596-1656), uit cirac 1645 (Bredius Museum)

 

 

De Haarlemmermeer, in 1656 geschilderd door Jan van Goyen. Aan de einder links Hillegom, midden Heemstede, rechts de St.Bavokerk in Haarlem. Het eilandje is mogelijk Ruyshout/Rijjsenhout, in de 16e eeuw bij een hevige storm afgeslagen van Heemstede

De Haarlemmermeer, in 1656 geschilderd door Jan van Goyen. Aan de einder links Hillegom, midden Heemstede, rechts de St.Bavokerk in Haarlem. Het eilandje is mogelijk Ruyshout/Rijsenhout, in de 16e eeuw bij een hevige storm afgeslagen van Heemstede

Gezicht op het Haarlemmermeer door Jan van Goyen

Jan van Goyen: panoramisch gezicht op het Haarlemmeermeer, aanwezig in het Metropolitan Museum in New York.

 

tjalken

                    Tjalken op het woelende Haarlemmermeer; door Ludolf Bakhuizen (1630-1708)

storm

Storm op het Haarlemmermeer, met de Bavokerk aan de einder. Pen en penseel door marineschilder Ludolf Backhuizen (Amsterdam Museum)

Aan de mond van het Haarlemmermeer bij Heemstede. Tekening uit circa 1770 door Dirk Verrijk. (Universiteitsbibliotheek Leiden).

Ets van schepen in een storm op het Haarlemmermeer; door Charles Meryan (1821-1868, vervaardigd naar Zeeman in 1850. (Kröller-Müller Museum)

spaar1

Vanuit het Haarlemmermeer het Zuider Buiten Spaarne met links een van de torens van het Huis te Heemstede. Tekening van Warnaar Horstink (N.H.A.)

spaar2

Gezicht vanaf het Haarlemmermeer op het Zuider Buiten Spaarne. Links het Huis te Heemstede. Tekening door Cornelis van Noorde (N.H.A.)

van de Velde, Adriaen; – een vredig tafereel van kolfspelers op het Haarlemmermeer nabij Heemstede met on de verte de Bavokerk. Golfers on the Ice near Haarlem; The National Gallery, London; http://www.artuk.org/artworks/golfers-on-the-ice-near-haarlem-114585

Haarl

                                        Het Haarlemmermeer en omgeving op een kaart rond 1800

Toevoegsel:’De vratige wolf’ getemd; het Meer is droog (1852); vroege relaties met van de Haarlemmermeer als gemeente met Heemstede Na het serieuze plan uit 1742 tot bedijking en droogmaking van het Haarlemmermeer met minstens honderd molens – na een bedreiging door hoogopzwepende golven van Leiden vier jaar eerder – door waterbouwkundige Cruquius, zou het nog ruim een eeuw duren voordat met de uitvoering een begin werd gemaakt. De hevige zuidwesterstorm van november 1836, waarbij de dijken op vele plaatsen bezweken,het water tot nabij Amsterdam reikte en ook een deel van Heemstede onder water kwam te staan (o.a. de Haarlemmerhout), hebben de realisering bevorderd (26). Op 22 maart 1839 is een voorstel van Koning Willem l tot drooglegging door de Tweede Kamer aangenomen en op 5 mei 1840 zijn de eerste werkzaamheden begonnen. Acht jaar later kwam de ruim 60 kilometer lange dijk om de ringvaart klaar, dankzij de noeste arbeid van honderden dagloners – van wie een groot aantal tijdelijk in Heemstede onderdak vond. Vervolgens begon in 1848 het uitpompen van het water, eerst door stoomgemaal de ‘Leeghwater’, gevolgd door de ‘Cruquius’ en de ‘Van Lijnden’, elk met een vermogen van 400 pk. Op 12 juli 1852 berichtte de ‘Oprechte Haarlemsche Courant’: “Den 10en July hebben eenige personen den drooggemaakten grond binnen den polder bezocht en hebben zich naar Aalsmeer begeven, zonder eenig water te kunnen ontdekken. Alleen aan de zijde van Aalsmeer heeft de nog diepe modder eenige moeilijkheden gebaard”. Op 4 augustus 1852 – en dus niet l juli zoals in veel geschriften abusievelijk staat vermeld – berichtte de Staatscourant: “In de afgeloopene maand July is het Haarlemmer-Meer door de werking der machines en de gunstige weersgesteldheid van het nog overgeblende water ontlast, en alzoo droog geworden “. Bij wet van 16 juli 1855 is de Haarlemmermeer tot gemeente verheven. Een vlakte van bijna 18.500 hectare bouwland, met een bodem van deels klei, zand en veen, waarop anno 1996 meer dan 100.000 mensen wonen. De kosten hebben, inclusief rentelast, bijna 14 miljoen gulden bedragen. De verkochte gronden brachten bijna fl 9.400.000,- gulden op (volgens een andere – officiële – opgave fl 7.972.400,-). Het eerste land werd na de drooglegging verdeeld onder ruim 250 belangstellende personen. Daaronder ook diverse Heemsteders, zoals burgemeester M.S.F, de Moraaz Imans, zijn opvolger M.S.P. Pabst en jhr. A. van de Poll. A.H.van Wickevoort Crommelin van Berkenrode kocht zelfs 240 hectare voor een bedrag van fl 73.500,-. In 1855 zou de ‘paardenbaron’ Barthold van Verschuer van de Hartekamp 255 ha grond kopen voor fl 100.000,- en een boerderij stichten. Jacob Craandijk vertelt in zijn ‘Wandelingen door Nederland rnet pen en potlood’ (1878, 3e deel): “Tegenwoordig is de Harte/camp beroemd om de stoeterij, die er gevestigd is en waaruit fraaije paarden voortkomen. Bij een bezoek aan de plaats laat de koetsier hen door de liefhebbers bezigtigen, voor zover zij in de stallen aanwezig zijn, maar de meeste jonge paarden brengen den zomer in de Haarlemmermeer door”. Het was de Heemsteedse predikant Bemard Gewin – in 1854 Nicolaas Beets als ‘herder’ opgevolgd – die in de Haarlemmermeer voorging bij de eerste openbare protestants- christelijke godsdienstoefening in een noodkerk, staande op de hoek van de Hoofdvaart en de Bennebroekerweg. “De gemeenteraad kwam voor het eerst bijeen op 16 november 1855. Aanvankelijk vergaderde men in het raadhuis in Heemstede – waarvoor door de burgemeester een vriendenprijs van fl 54,- werd betaald H.K. – omdat de gemeente Haarlemmermeer geen eigen raadhuis had. Bovendien was Pabst nog burgemeester van Heemstede, Bennebroek en Berkenrode tot l september 1856 en maakte hij voor de uitoefening van zijn gecombineerde functie gebruik van de faciliteiten in Heemstede” (27). Ook de eerste huwelijken werden in Heemstede gesloten, hetgeen in strijd met de wet tot de moeilijkheden leidde met de officier van justitie in Haarlem, waarna gemeentesecretaris in Kruisdorp, de vroegere benaming van Hoofddorp, een huis liet bouwen met ruimte voor de secretarie en het archief. Pas op 21 september 1867 kon het nieuwe raadhuis in gebruik worden genomen. De (geplande) droogmaking van het Haarlemmermeer heeft niet slechts waterbouwkundigen, maar ook dichters geinspireerd. Joost van den Vondel schreef in 1642 een vers ‘Op het uitmalen van ’t Haarlemmermeir’, waarin hij de Kennemers, Rijnlanders en Amsterdammers oproept de “wreede Waterwolf” te temmen, opdat, zoals de laatste regel luidt: Zoo wint de Lantleeuw lant: zoo puurt hy gout uit schuim”. Nicolaas Beets maakte in 1853 een vers op de droogmaking, weliswaar van minder niveau vergeleken metVondel. In 1855 volgde van zijn hand een gedicht onder de titel: ‘Wapen voor de gemeente Haarlemmermeer’, opgedragen aan de eerste burgemeester van de in dat jaar ingestelde nieuwe gemeente Haarlemmermeer. Mr.M.S.P.Pabst had Beets – intussen beroepen in Utrecht – tijdens zijn Heemsteedse tijd leren kennen. Pabst woonde vanaf 1853 op het buiten Meer en Bosch, eerst als huurder en sedert 1861 tot zijn overlijden 11 juli 1863 als eigenaar (28). Beets voorstel voor het nieuwe gemeentewapen: “op een veld van hemelsblauw drie gulden korenaren oprijzend uit de baren” is bij koninklijk besluit van 19 september 1856 officieel als wapen geregistreerd en in 1867 boven de voordeur in de gevel van het raadhuis aangebracht. Weliswaar was met de droogmaking aan de voortdurende oeverafslag en lange reeks van overstroningen een eind gekomen, maar evenzeer aan de noodzakelijke waterverversing van grachten en vaarten in o.a. Haarlem, Heemstede en Bennebroek. Deze versterkten vuil en verspreidden een enorme stank. In het bijzonder de Blekersvaart met zijn talrijke blekerijen gaf tot in onze eeuw problemen en de klachten bij het gemeentebestuur waren niet van de lucht. Menig advies en rapport in de archieven herinnert hieraan. Tot besluit: de Meerweg, het instituut Meer en Bosch, de Meer en Boslaan, Meerzicht, Meer en Berg e.d. houden de herinnering levendig aan wat eens een grote waterplas was, terwijl ook Nederlandse waterbouwkundigen als Cruquius, Van Lijnden, Lely en Leeghwater in Heemstede met straatnamen zijn herdacht (28). Hans Krol

Kaart van het Haarlemmermeer op basis van de plannen van Jacob Veeris en Jan Adriaanszoon Leeghwater om het meer met molens droog te leggen. Midden boven: Heemstede

Kaart van het Haarlemmermeer op basis van de plannen van Jacob Veeris en Jan Adriaanszoon Leeghwater om het meer met molens droog te leggen. Midden boven: Heemstede

Spaarne1

Jan van der Vinne. Ets van gezicht zeilboten op op het Spaarne met in de verte het Haarlemmermeer

 

 

De stenen ‘vuurboot’ ofwel vuurbaak,lantaren, tonnecamp op de grens van het Spaarne en het Haarlemmermeer met op de achtergrond het kasteel en de Oude Kerk te Heemstede. Tekening door Gijsbert Boomkamp uit 1732.

Haar3

Uit: Lucas Schermer. Poëzy (Mengel-dichten; ‘Op het Haarlemmer Meer’), 1712. met een ets: ‘Gezicht op het Haarlemmermeer, rechts het slot te Heemstede’ van Jan van Vianen.

Noten, inclusief vermelding bronnen en literatuur.

Gravure: ‘De Mond van ’t Sparen’ uit 1739 met links de vuurbaak en rechts het Huis te Heemstede

Schepen op het Haaelemmermeer (vooraan met het wapen van Amsterdam) en de Bavokerk in de verte (Nicolaas Visscher, circa 1670 . NHA)

Schepen op het Haaelemmermeer (vooraan met het wapen van Amsterdam) en de Bavokerk in de verte (Nicolaas Visscher, circa 1670 . NHA)

(1) Zie ook een artikel van F.Belt in het ‘Weekblad van Heemstede’ van 25 november 1995. (2) Een verslag van de presentatie op 12 november 1975 is gepubliceerd in Nieuwsbrief, nummer 11, 1977. De eerste exemplaren zijn door voorzitter ing.B.van Tongeren uitgereikt aan de heren C.Sprangers, wethouder van de gemeente Heemstede en S. Schutte, gemeentesecretaris van Bennebroek, waarna de heer J.A.van den Hoek, archivaris bij het Hoogheemraadschap Rijnland, aan de hand van dia’s een voordracht hield over vroegere kaarten en kaartenmakers, en de heer G.F.Schmit, verbonden aan de afdeling cartografie en landmeten van de Dienst Publieke Werken van de gemeente Amsterdam het bedrijf van de cartograaf van heden uiteenzette. (3) P.N.van Doorninck, Inventaris van het archief van de Heerlijkheid Heemstede (1911), nummer 219. De koperen plaat van deze kaart bevindt zich in Leiden. Zie: Catalogus van voorwerpen in het Museum De Lakenhal (1924), XXIII, omgeving Leiden: 1. Rijnland. (4) Met de oorspronkelijke vier meren zijn bedoeld: het Haarlemmermeer, het Leidse Meer, het Spiering Meer en het Oude Meer. Ramaer (zie noot 12) acht de onderscheiding in Oude Meer en Haarlemmermeer onjuist. (5) Dr.Marijke Donkersloot-de Vrij, Topografische kaarten van Nederland vóór 1750. Groningen, Wolters-Noordhoff, 1981, bladzijde 135. (6) W.Dólleman, Inventaris van alle de Documenten, Boeken, Caerten, Chartres en Papieren – in 1793 – op ’t groot Comptoir van den Huyse van Heemstede berustende. Gepubliceerd in: J.C.Tjessinga, Het Slot van Heemstede onder Adriaan Pauw (1949), blz.66-72. Op 11 juli 1794 bevestigde Leonard Pauw geboren Hoeufft (ambachtsheer van Heemstede en burgemeester der stad Haarlem), bij schriftelijke, door hem ondergetekende verklaring, dat hij “uan den Rentmeester ontvangen heeft, ingevolge het op 12 en 14 Dec. 1793 tusschen hem en de Hoog WeiGeboren Vrouwe Johanna Maria Dutry gesloten contract van verkoop der Heerlijkheid Heemstede, alle de papieren concernerende de Familie van Pauw, op de Charterkamer van den Huyse van Heemstede berustende” (6)  Citaat uit: S.J.Fockema Andreae, Wat er aan de droogmaking van de Haarlemmermeer voorafging. Med. Kon. Ned. Ak. van Wetenschappen. Nieuwe Reeks, deel 18, nr.15,1995, blz. 388. (12) J.C.Ramaer, De omvang van het Haarlemmermeer en de meren waaruit het ontstaan is, op verschillende tijden van de droogmaking. In: Verhandelingen der Koninklijke Akademie van Wetenschappen. 29ste deel. Amsterdam, Johannes Muller, 1892. (13) Blijkens gegevens in het gemeentearchief-Heemstede (Van Doorninck, nrs.456 en 494 met gegevens over de periode 1583-1652) hadden de blekers aan de oostzijde te lijden van oeverafslag en vanuit het westen van stuifzand uit de duinen. Het verlies aan “afgespoelde en overstuijfde” landen was aanzienlijk. In 4 jaar (1578- 1582} zijn onder Bennebroek 17 morgen afgekalfd, in 1584 onder Heemstede 38 morgen door afslag verloren, in 1596 zelfs ruim 50 morgen. De vastgelegde cijfers zijn met zekerheid te hoog ingeschat. Vanwege de afslag werd vermindering van belastinggeld bij de Staten van Holland en West-Friesland aangevraagd. Op het eiland ‘Mient’ (Myent), ontstaan nadat in 1440 het Spaame was rechtgetrokken (Gravensloot geheten) zijn huizen gebouwd. De omvang bedroeg in 1544 6 hectare, na 40 jaar door oeverafslag gehalveerd en een eeuw later geheel verdwenen. Ook het kleinere eilandje ‘Vóórborch’ (in 1630 op twee kaarten getekend door Hendrik S.Duindam op verzoek van Adriaan Pauw) was vóór het overlijden van Pauw geheel verdwenen. Zie: Ramaer (noot 12), o.a. bladzijde 62 en het boek: ‘De loop van het Spaarne’ (1987), bladzijden 18-19 met afbeelding tekening van Pieter Bruijnszoon uit 1602. Een verhaal apart betreft het eiland Ruishout/Rijsenhout, aan het eind van de 16e eeuw bij stormtij van Heemstede afgeslagen en naar de overkant afgedreven, waar het nabij Aalsmeer was blijven liggen. Op 28 januari 1627 begaven de schout en twee schepenen van Heemstede, geassisteerd door de secretaris van het Huis en landmeter B.F.van Berkenrode per slee over ’t ijs meerwaarts naar de banne van Aalsmeer om een en ander op schrift vast te leggen en in kaart te brengen. Adriaan Pauw beschouwde het eiland als behorend tot de Heerlijkheid Heemstede (zie Van Doorninck nrs. 138 en 198; alsmede enkele artikeltjes in ‘Oud Nuus’ (Aalsmeer), nrs. 18,19 en 20 (1975) en 22 (1976); voorts ‘Meer-Historie, decembernummer 1985).

Storm op het Haarlemmermeer. Pen en penseel door marineschilder Ludolf Backhuizen (1631-1708) (Amsterdams Historisch Museum).

Storm op het Haarlemmermeer. Pen en penseel door marineschilder Ludolf Backhuizen (1631-1708) (Amsterdams Historisch Museum).

Schepen op het Haarlemmermeer, door Jacob Isaaksz. van Ruisdael (1628-1692) (Kon. Musea voor Schone Kunsten van België, Brussel)

(14)  Adriaan Pauw was ambachtsheer van Nieuwerkerk/Zuid-Schalkwijk/ Vijfhuizen alsmede van Rietwijk (Rijk) en Rietwijkeroord (Rijkeroord), welke door landverlies ernstig van het Haarlemmermeer te lijden hadden. Nieuwerkerk dat nog in de 16e eeuw tot een niet onaanzienlijk dorp werd gerekend telde in 1632 nog slechts 28 huizen en een kerk. Ruim een halve eeuw later was vrijwel het gehele gebied door water overspoeld. In 1696 berichtte de Vrouwe van Heemstede gunstig op een verzoek de doden van Nieuwerkerk in Heemstede te mogen begraven “daar zij door de overstroming van de Meer van hun begraafplaats te Nieuwerkerk zijn beroofd, terwijl zij geen hogere rechten dan de ingezetenen van Heemstede daarvoor behoeven te betalen” (Van Doorninck, inv.nr.395). (15) Vriendelijke mededeling mw.J.van der Aar. In het Rijksarchief Utrecht, topografische atlas nummer 8, bevindt zich voorts de kopie van een deel door A.Gevenstuk, 1877. (16) Inventaris W.Dólleman: G, vgl. Van Doorninck,nummer 179. Telgen uit de riddermatige familie Van Lockhorst en aangetrouwd de patricische families Van Driebergen, Van Arkel en Van Gent zijn van 1552/1553 tot 1607 eigenaar geweest van de heerlijkheid Heemstede. (17) Zie: inventaris kaarten en tekeningen van W.Dólleman (1793), nummers Gd,Hd en Sd. Voor zover valt na te gaan bevinden zich de originelen thans respectievelijk in het Stadsarchief- Haarlem en het archief van het Hoogheemraadschap Rijnland te Leiden. (18) J. de Jong, Ontstaan en geschiedenis van het Spaame. In: De loop van het Spaarne, 1987,blz.9-16. (19) J.W.Groesbeek, Heemstede in de historie, 1972, blz.14. (20) Ramaer, zie noot 12,blz. 252-253. (21) S.J.Fockema Andreae, zie noot 11, blz. 382 en 399. (22) Op het titelblad staat geschreven: ‘De Haarlemmermeer in deszelfs aanwas en verandering naar oude kaarten’, met zeven kaarten’ , weergevende de toestand in 1531,1591,1610,1647, 1740 en 1854. – zich bevindend in het Leids gemeentearchief, berustend onder bibliotheeknummer 91463. (23) Inventaris W.Dólleman, drukletter d. (24) Over de relaties van Leeghwater met Adriaan Pauw veel informatie, zij het speculatief, in: J.Spaander, De erfenis van Leeghwater. Amsterdam, 1952, blz.38-60. (25) Zie o.a: Van Doorninck, nrs. 198, 214 en 216. Balthasar Floriszoon van Berkenrode (geboren in Delft 1591/1592, overleden in Den Haag 1644) woonde in de periode dat hij Pauw leerde kennen in Amsterdam en vermoedelijk sedert 1638 in Den Haag. De toevoeging ‘van Berkenrode’ heeft betrekking op een naam in de omgeving van Delft en slaat niet op het ambacht bij Heemstede, zoals in veel geschriften ten onrechte vermeld- Zowel zijn vader Floris Balthasars, als broers Frans Floriszoon van Berkenrode en Comelis Floriszoon van Berkenrode waren graveurs en kaarttekenaars. Van Baltasar Floriszoon bevinden zich in totaal niet minder dan 11 gesigneerde kaarten uit de periode 16221643 in het gemeentearchief van Heemstede. Op een in januari 1627 opnieuw bewerkte kaart uit 1623 heeft hij de strekking van de visserijgronden van de Heer van Heemstede in het Haarlemmermeer ingetekend. (26) Zie: Charles Jeurgens, De stormen van 1836 en het besluit tot droogmaking van het Haarlemmermeer. In: Holland, regionaal-historisch tijdschrift, 21e jaargang, 1989, blz. 3-23. (27) Uit: De gemeente Haarlemmermeer in de periode 1855-1909; bijlage II van Verslag Oud-Archief Gemeente Haarlemmermeer over de jaren 1986-1987-1988. De heer Pabst is begraven op het oude gedeelte van de Algemene Begraafplaats. De verwaarloosde zerk is in 1964 op kosten van de gemeente Haarlemmermeer vernieuwd en het graf wordt sedertdien voor rekening van die gemeente onderhouden. Een fotoportret is behalve in het raadhuis van de Haarlemmermeer sinds kort tevens te zien in de burgemeestersgalerij van het gemeentehuis te Heemstede. (28) In gepubliceerde boeken over het Spaarne en de periode voor en kort na de droogmaking van het Haarlemmermeer is tot op heden spaarzaam gebruik gemaakt van de aanwezige bronnen in het gemeentearchief-Heemstede. Zoals bekend schreef W.Slob enige artikelen in het tijdschrift van de VOHB en in ‘Meer-Historie’ over de historische relaties tussen de gemeenten Haarlemmermeer en Heemstede. De volgende inventarisnummers uit Van Doominck zijn ten aanzien van de periode voor 1840 van belang:19,48,138,152,173, 179,182-183,197-198,213-216, 219,353,395,456,470-472,494- 495. Verder over de heerlijkheden Rietwijk, Nieuwerkerk etc.: 59,67,69,72, 74,77-81,85,96-97,105,111,115, 117,121,131,140,173,181,198, 214,351,356,395 en 470.

Kaart van T.W.M.Trap naar C.Decker jr. en oorspronkelijk P.Saenredam uit 1626.

Fragment van een kaart van het Beleg van Haerlem in 1573, door  T.W.M.Trap naar C.Decker jr. en oorspronkelijk P.Saenredam uit 1626.

Links boven de scheepsstrijd op het Haarlemmermeer tussen de Spaanse vloot onder Bossu en die van de Prins. Rechts daarvan de schansen van de prins. en rechts van het Spaarne is Heemstede ingetekend. Voor Haarlem het hoofdkwartier van Otto graaf van Eberstein, hoofd van een regiment Duits voetvolk.

“De onbedwingbare waterwolf”. Op deze illustratie scheepvaart op het Haarlemmermeer door Cornelis van Noorde, 1767 (Noord-Hollands Archief). Links in de verte de twee torens van het kasteel Heemstede

Kopergravure van Haarlemmermeer en omliggende plaatsen; door Hendrik de Leth, 1740

Kopergravure van Haarlemmermeer en omliggende plaatsen; door Hendrik de Leth, 1740 Linksboven Haarlem en Heemstede

Uitsnede kaart van Haarlemmermeer. Isaak Tirion, 1740 bevattende Haarlem, Haarlemmerliede, Zuid Schalkwijk, Heemstede en Bennebroek

Uitsnede kaart door landmeter Melcior Bolstra van Haarlemmermeer. Isaak Tirion, 1745 bevattende Haarlem, Haarlemmerliede, Zuid Schalkwijk, Heemstede en Bennebroek

Fragment van kaart Haarlemmermeer (steendruk van H.J.Backer)

cadeau1

Casdeau van burgemeester Heemstede aan collega in Haarlem: een gedrukte kaart uit 1724 als kopie van een manuscriptkaart uit 1591.

Tekening van het Haarlemmermeer tijdens de droogmaking, 1850 (Noord-Holllands Archief)

Democriet

Fantasietekening met leden van het Haatlemse genootschap DEMOCRIET  die het Haarlemmermeer leegpompen (Teylers Museum)

waterwolf

Moderne illustratie van Jurgen Wiersma bij een verhaal van Lennaert Nijgh: ‘de waterwolf getemd, in: Haarlem bestaat biet, 1996

vuurbaakschelhoutoudewetering

De lichtbaak op de voorstelling van een schilderij door Andreas Schelfhout uit 1852.

Bijlage; Het ontstaan en de uitbreiding van de Meer [bron: J.C.Ramaer: De omvng van het Haarlemmer meer en de meren waaruit het is ontstaan, op verschillende tijdstippen voor de droogmaking. 1892]:  

1497 Als gevolg van het doorbreken van de gaten wordt het meer gevormd dat in het Haarlemmer meer op de oude kaarten ‘Hellemeer’ wordt genoemd

1531 De Haarlemmer-, Spiering- en Leidse meren zijn nog niet verenigd. Men rijdt nog van Haarlem door Vijfhuizen en Nieuwerkerk naar Amsterdam en Utrecht, van Hillegom over de Vnnep, waar men met een schouw wordt overgezet. Man kon ook rijden over Aalsmeer, Rijk (Rietwijk) en Sloten naar Amsterdam en Utrecht. Het vaste land van de Ruigen Hoek loopt tot aan het genoemde veer. Het Haarlemmermeer is ongeveer 3040, het  Leidsemeer 2175, het Spieringmeer 850 en het zogeheten Oude Meer 520 morgen groot. Allles samen circa 6.585 morgen. 

route

Aangegeven is de route over het land voordat door landafslag o.a. Rietwijk en Nieuwerkerk  door de zogenaamde ‘waterwolf’ van het Haarlemmermeer zijn verzwolgen.

Nieuwerkerk

Tekening van de kerk van Nieuw(er)kerk 1531 (NHA)

1542 De landen van Zuid-Schalkwijk en Vijfhuizen zijn nog 767 morgen en 50 roeden groot

1591 Het Haarlemmermeer i dan in het geheel omstreeks 12.375 morgen groot.

(1633 Jonkvrouw Anna Pauw(geboren 1633) overlijdt 15 februari ‘seer ongeluckig met den slee in t Spaerne bij de Meer Heemstede in ’t ijs verdroncken neffens de huysvrou van den schout van Heemstede Bartholomeus van Hove: een fraye, welsprekende en in geselschap vroolijcke dame, doch ten op sicht van het ongeluck en proces en [om]dat [zij] van haer moeder straf wierde gehouden (als hebbende moeten bij een moeywe woonen) alleenich sijnde, swaermoedich’ [Hans Bontemantel over periode 1653-1677, uitgegeven door G.W.Kernkamp, Nijhoff, 1897]. )

1641 De laden in Zuid-Schalkwijk en Vijfhuizen zijn als gevolg van grondafslag verkleind tot 680 morgen en 108 roeden.

643 Nieuwerkerk en Rietwijk/Rietwijkeroord. die vroeger een oppervlak hadden van 2.400 morgen, zijn thans nog slechts 250 en 500 morgen groot. Men heeft een uur varens nodig om van Nieuwerkerk in Zuid-Schalkwijk te komen.

1647 Ten gevolge van het allengs uitbreiden der meren en het wegspoelen der tussenliggende dijken en van het vasteland, i het Haarlemmermeer bij een meting 17.082 morgen groot.

1687 Het Haarlemmermeer meet nu 18.100 morgen

1739 Een nieuwe meting leert dat sprake is van 19.500 morgen water

1839 Wet tot droogmaking van het Haarlemmermeer wordt aangekondigd

1840 De werkzaamheden tot de drooglegging nemen een aanvang

1843 15 juli eerste steenlegging van stoomgemaal ‘de Leeghwater’ door de commissie tot drooglegging van het Haarlemmermeer

1848 20 mei: het Haarlemmermeer is geheel door een ringdijk afgesloten

1852 augustus Het Haarlemmermeer is drooggemalen.

1853 Wegens de vele ondiepten die als gevolg van het droogmaken van het Haarlemmermeer aan de mond van het Zuiderbuitenspaarne bij Heemstede ontstaan, besluit de Rijksoverheid dit vaarwater voor haar rekening op diepte te brengen en te houden.

1853: 16 augustus Eerste openbare verkoping te Warmond van drooggevallen grond in de Haarlemmermeer 784 hectare en 20 are voor in totaal ƒ 742.450.Verdere verkopingen in Halfweg (1853), Sassenheim (1853), Lisse (1853), Lisse (nogmaals 1853), Haarlem (1854), Amsterdam (1854), Lisse (1854), Amsterdam (nogmaals 1854), Haarlem (1855), Amsterdam (1855). De elfde en laatste openbare verkoping had op 20 juli 1855 in Amsterdam plaats: 1487 hectare en 44 are wegens wanbetalingen opnieuw geveild voor in totaal ƒ 675.500,-.

In totaal zijn verkocht 16.822 hectare 57 are voor ƒ 7.972.400,-  ofwel gemiddeld  178 gulden  per hectare.