Historisch-geografische situering van Kennemeroord en Kennemerduin

Van Noord naar Zuid liggen op de oude strandwal aan de oostzijde van de Herenweg tussen de Koediefslaan en de Kerklaan enkele aaneensluitende terreinen. Hier zijn in de tweede helft van de 20ste eeuw drie bejaardenhuizen gebouwd. Respectievelijk Kennemeroord (Nederlands Hervormd) in 1961, Kennemerduin (Gereformeerd) in 1965 en het Overbos (Rooms-katholiek), geopend in 1968. Vanouds zijn deze terreinen gelegen tegenover de heerlijkheid Berkenrode met de buitenplaatsen Oud-Berkenroede, Berkenrode (Westerduin) en Knapenburg. Op de grens van Heemstede en Berkenrode lag Duin en Vaart, waar tegenwoordig de Geleerdenwijk en het nieuwe Westerduin zijn gesitueerd.

Berkenrode ligt op de strandvlakte ten westen van de Herenweg. Dit door zekere Willem Terninc van berken gerooide terrein is op Sint Nicolaasavond 1284 door graaf Floris V beleend aan Jan van Haarlem, stamvader van het geslacht Van Berkenrode. Op 18 augustus 1466 deed de toenmalige ambachtsheer Jan van Heemstede, nadat deze in financiële problemen was geraakt, afstand van zijn heerlijke rechten ten gunste van de toenmalige eigenaar Gerrit van Berkenrode Janszoon. Na de Franse Tijd nog enige tijd een zelfstandige gemeente, is Berkenrode in 1857 wederom met Heemstede verenigd. Het kleine gebied met rond 1800 nauwelijks 60 inwoners werd ten noorden begrensd door de Gasthuislaan (Zandvoortselaan), ten westen de Houtvaart (later de Leidsevaart), ten zuiden de Jan Lottenlaan – in een rechte lijn lopend van het  Oude Posthuis aan de Herenweg tot de Houtvaart – en ten oosten door de Herenweg.

Wildernisse

Grenssteen Oude Gasthuis en de duinen van Heemstede uit 1651

Grenssteen Oude Gasthuis en de duinen van Heemstede uit 1651

Oorspronkelijk maakten Kennemerduin en Kennemeroord deel uit van de zogeheten Heemsteedse ‘wildernisse’, natuurlijke duinen met bomen begroeid, zoals tegenwoordig nog te vinden aan de achterzijde van Kennemeroord en in Groenendaal. In de loop der tijd vond elders afgraving plaats voor bleekvelden, bloembollenteelt en woningbouw. Met de aanleg van de Gasthuiszandvaart (=Crayenestervaart) stelde men zich drie doelen voor ogen: de verkoop van zand, een mogelijkheid te creëren van vervoer te water en het herscheppen van ledige duingrond in teelgrond en bleekvelden. Aan de Crayenestervaart ontstond in de 17e eeuw de buurtschap Crayenest, vanwaar een eenvoudige verbindingsweg tussen Heemstede en Haarlem liep.

Op 5 april 1461 had hertog Philips van Bourgondië aan het Haarlemse Sint Elizabethsgasthuis in een giftbrief een stuk grond (verwaaid zandduin) in eeuwigdurende erfpacht gegeven in de banne van Heemstede. Tussen de Voorhout en iets ten zuiden van de Koediefslaan. Dat werd bevestigd door ambachtsheer ridder Jan van Heemstede in een akte van 12 oktober 1462, zodat een belangrijk deel van Heemstede aan het ziekenhuis toekwam. De inkomsten van verhuur van het nieuwe cultuurland bedroegen in dat jaar 555 gulden, bijna een eeuw later gestegen tot de som van 1.836 gulden.

In de hal van Kennemeroord is een fraaie originele steen ingemetseld, die een interessante trait d’union vorm tussen de oude en nieuwe tijd. De gebeitelde tekst luidt: “Het Scheyt van de Duynen in Heemstede ende vant Gasthuys binnen de stad Haerlem. 1651″.

Een galg en de Trappenberg

In de 16e eeuw, vóór het Beleg van Haarlem, hebben niet minder dan drie galgen op de binnenduinen van Heemstede gestaan, waar in Haarlem ter dood veroordeelde personen zoals moordenaars en eenmaal een valsemunter werden opgehangen. Meest bekend is de houten – sinds 1631 – stenen galg ten zuiden van de Crayenestervaart nabij het Spaarne. Voorts heeft er een gestaan in de Hout omtrent de Pijlslaan ter plaatse van Spruitenbosch. Een derde galg van hout lag ter hoogte van de Dorstige Kuil (Kennemeroord) aan de Herenweg, aldus binnen de heerlijkheid Heemstede. Deze is volgens een verklaring in 1631 van de toen 71-jarige Cornelis Oudt, oud-fabriek der stad (=hoofd openbare werken) aan het eind van de 16e eeuw verdwenen (1).

Mogelijk op het grondgebied van Kennemeroord of iets oostelijker lag een hoog duin met de naam Trappenberg of Trappersberg. Deze heuvel was omstreeks 1670 het uitgangspunt voor Jacob van Ruisdael en andere kunstschilders zoals Jan Vermeer II van Haarlem (1628-1691) en Jan van Kessel (1641/42-1680) om vanaf die plaats een aantal “Haerlempjes’ te schilderen (2). Panorama’s van Haarlem met bleekvelden en wildernisse op de voorgrond en de Grote of Sint Bavokerk aan de horizon.

Kennemeroord  was oorspronkelijk gedurende ongeveer 1,5 eeuw een herberg onder de naam ‘De Dorstige Kuil’ en vervolgens bijna 1,5 eeuw een buitenplaats. De tuinmanswoning is afgebroken, evenals het oude herenhuis, doch de theekoepel, ‘Appelkamer’, ijskelder en het monumentale inrijhek hebben de tand des tijds doorstaan.

IJskelder Kennemeroord

In 1746 verscheen voor de derde maal, toen sterk herzien, een door landmeter en kaarttekenaar Melchior Bolstra (1704-1779) vervaardigde kaart, gedrukt op kosten van het Hoogheemraadschap van Rijnland. Gegraveerd door David Coster in Den Haag en in een oplage van 650 stuks uitgegeven door Isaak Tirion te Amsterdam. Hierop zien we tegenover Berkenrode duidelijk de ‘wildernisse’ ingetekend. Vanaf de Dorstige Kuil richting Bosbeek/Groenendaal tussen de Groote Heemsteder Wech (=Herenweg) en de Heemsteder Wech (=Binnenweg). Het gebied ten noorden van de Koediefslaan richting Crayenest is dan reeds afgegraven voor weilanden, bleekvelden en naar de Hout met een cultuurbos. In de Heeren(zand)vaart is de toenmaals geheten Heerebrug (thans IJzeren brug) aangegeven.

Noten

(1)   W.P.J.Overmeer. Lijfstraffelijke rechtspleging in vroeger eeuwen te Haarlem, Heemstede en Spaarndam. In: Jaarboek Haerlem 1942. 1943, pagina 91.

(2)   Een aantal ‘Haerlempjes’ met bleekvelden vanuit Heemstede geschilderd. In: Heerlijkheden, nummer 98, november 1998, pp.230-231.

BUITENPLAATS KENNEMEROORD NA 1795

Ik stel mij althans zeer levendig voor, hoe wij na Oud-Berkenroede aan de overzijde Kennemeroord ontmoeten zouden, waar in vroeger tijd het Logement de Dorstige Kuil lag” (Adriaan Loosjes, in de Derde Wandeling van zijn ‘Hollands Arkadia’, 1804, pagina  406).

Omstreeks 1795 heeft J.B.van Keulen de herberg laten afbreken om op deze plek een fraai landhuis voor hemzelf en zijn familie te bouwen. Het intussen nog uitgebreide grondgebied kreeg een nieuwe toepasselijke naam: ‘Kennemeroord’. Voor hem als Amsterdammer een lustoord in Kennemerland.  Na sloop van de oude herberg kwam hiervoor in de plaats een kubusvormig witgepleisterd herenhuis met een biljartkamer. Verder verrezen op het nieuwe landgoed een koetshuis, stalling, tuinmanswoning, oranjerie en zelfs een menagerie met vogels en kleine dieren. Uiteraard ook een (thee)koepel die zich hedentendage nog bevindt aan de Koediefslaan. Voorts, vanwege de constructie, een bijzondere ijskelder. Die bevat een stenen koepel en is tegenwoordig omgeven door eiken, esdoorns en kastanjes. De kelder is tot in de Eerste Wereldoorlog in gebruik geweest en hedentendage dichtgemetseld (1).

Achtereenvolgens zes Amsterdamse eigenaars

De naam van de ontwerper is onbekend maar gelet op de stijl van huis en tuin zou dat heel goed de architect J.Zocher senior kunnen zijn. Het terrein van Kennemeroord werd in vroeg-landschappelijke stijl aangelegd, wat vandaag de dag nog duidelijk te zien is (2). Behalve lage struiken in het park gaven hoogoprijzende beuken het buiten de nodige lommer. Zoals op veel buitenplaatsen is ook een moestuin aangelegd, zowel voor eigen gebruik als verkoop aan derden. Blijkens een akte van 24 augustus 1813 is in opdracht van Van Keulen een partij aardappelen verkocht die ƒ 114,15 opbracht. Op 5 november van datzelfde jaar zijn bovendien vee en enige goederen verkocht voor ruim 934 gulden verkocht. Intussen had de Amsterdamse koopman zijn grondbezit in Heemstede uitgebreid met een stuk land in de Schouwbroekerpolder. Hiervan deed hij op 21 september 1808 afstand voor 950 gulden aan Jan Feij tijdens een verkoping in herberg ‘Het Wapen van Heemstede’.  Kennemeroord, door Jan-Baptist van Keulen tot een nieuwe buitenplaats geschapen,  was toen al verkocht. Namelijk op 10 december 1803 aan de Amsterdammer Herman Rahuzen. Die betaalde / 19.750,- voor ‘Kennemeroord’, groot 4,5 morgen, tegelijk met o.a. twee percelen weilanden gelegen aan de Herenzandvaart, groot 863 roeden. De nieuwe eigenaar was een  succesrijk koopman in Amsterdam, oorspronkelijk afkomtig uit Leer in Oost-Friesland (Duitsland) en gehuwd met Sara de Clercq, een zuster van de vader van koopman en Réveil-auteur Willem de Clercq (1795-1844). Laatstgenoemde verbleef vooral in zijn jeugdjaren met zijn vader veelvuldig op Kennemeroord. Van daaruit maakte hij tochtjes in Kennemerland, zoals blijkt uit zijn dagboeken. Op 26 juni 1806, op 11-jarige leeftijd, beschreef hij een bezoek aan het Slot te Heemstede. Verontrust zag men op de terugweg een koe die met de kop aan  zijn poot was vastgebonden.  Ten slotte ging men thee drinken in de biljartkamer (3). Pieter van Eeghen huwde in 1816 met Maria Rahuzen, het enige kind van het echtpaar Herman en Sara Rahuzen-de Clercq. “Huwelijkszangen vermelden, hoe met zijn chais (sjees) naar Heemstede reed om haar op ‘Kennemeroord’, het buiten van haar ouders, het hof te maken” (4).

Kennemeroord aan de Herenweg omstreeks 1840; steendruk door P.J.Lutgers

In 1835 is ‘Kennemeroord’ voor 28.000 gulden in bezit overgegaan aan Lodewijk Raphael Bisschoffsheim van Duits-joodse origine. Als zodanig komt diens naam voor op een lijst van eigenaren of bewoners van buitenplaatsen in de regio uit 1836 (5). Evenals Rahuzen was Bisschoffsheim, afkomstig uit Duitsland, heeft hij in Amsterdam fortuin gemaakt. Op zijn bezit ontving hij nochtans 5.000 gulden minder toen het landgoed in 1843 overging naar Gerrit Jan Dijk. Omstreeks deze tijd is de bekende lithogravure vervaardigd van het huis door de kunstenaar P.J.Lutgers. Hierbij gaf de schrijver Jacob van Lennep enkel als toelichting: “De Hofstede Kennemer-oord, schuin over Berkenrode gelegen, behoort tot den Heer G.J.Dijk te Amsterdam” (6).

Na de heer Dijk is Kennemeroord met enige percelen in 1851 opnieuw aan een hoofdstedeling verkocht. Thans aan Johannes Stephanus Kleinpenning, assuradeur aan de Herengracht te Amsterdam. Deze heeft niet lang van zijn nieuw verworven bezit genoten. In 1857 verkocht hij het landgoed immers aan Johannes Roos, zonder beroep,wonend te Amsterdam (7). Deze Johannes Roos was gehuwd met Maria Galleran en is vermoedelijk in Nederlands Oost-Indië rijk geworden. Hun dochter Andina Maria Francina Roos, geboren in Banjoemas, huwde in 1863, oud 19 jaar, in Heemstede met Jacobus Engel Weyerman. Dat was een zoon van Jacobus Weyerman, commissionair te Amsterdam die van 1862 tot 1886 eigenaar was van de nabijgelegen buitenplaats Knapenburg. Een tweede dochter van het echtpaar Roos-Gallerom, Henriette Roos, ook in de Oost geboren, is op 23-jarige leeftijd in 1866 te Heemstede getrouwd met Wilhelm Anton Koller, geboren in Olmütz en woonachtig te Brussel.

Teding van Berkhout

In 1867 werd Kennemeroord, dat toen ruim 7 hectare omvatte, in zijn geheel gekocht door mr.Jan Pieter Adolf Teding van Berkhout, advocaat en penningmeester bij de Haarlemmermeerpolder. Een telg uit een gefortuneerde adellijke familie in Kennemerland (8). Zoon van de Haarlemse rechter mr.Pieter Teding van Berkhout (1801-1877), gehuwd met Hester van Wickevoort Crommelin (van Berkenrode). Jonkheer J.P.A.Teding van Berkhout (1831-1898) trouwde met met de rijke Isabella de Wildt uit Amsterdam. Tussen 1869 en 1872 verwierf hij nog diverse percelen in de omgeving, onder meer van de kleerbleker Henricus Peeperkorn. Hij maakte in Heemstede vele jaren deel uit van de gemeenteraad en sinds 1877 van de plaatselijke schoolcommissie. Ook was Teding van Berkhout lid van het Haarlemse St.Jacobsgilde. Hij verzette zich steeds fel tegen de dreigende annexatie door Haarlem. Zijn zuster Sophia was gehuwd met Cornelis van Lennep, burgemeester van Heemstede, die na 1857 het huis ‘Welgelegen’ aan de Herenweg bewoonde. Teding van Berkhout ontwikkelde zich, daartoe aangezet door de gunstige agrarische conjunctuur, tot grootgrondbezitter door stukken land in de Haarlemmermerpolder en Aerdenhout te kopen. Uiteindelijk bedroeg zijn bezit liefst 333 hectare. Hij gold als een van de rijkste personen in de provincie. Het gezamenlijk vermogen van het echtpaar op Kennemeroord bedroeg aan het eind van hun leven / 1.212.629,-, dat voor een groot deel was belegd in effecten.

 

In 1880 schreef F.W.van Eeden (9) over Kennemeroord en omgeving onder andere:  “Op Bosch-en-Hoven zijn nog eenige hoogten; de meeste duinen zijn hier echter omstreeks vier eeuwen geleden afgezand en de gronden thans meer en meer voor de hyacinthenkwekerij gebezigd. Verder zuidwaards ligt de Koediefslaan en daarachter op de overplaats der hofstede Berkenrode en op Kennemeroord een kleine duingroep met hooge dennen en sparren begroeid, die van verre zigtbaar zijn B een stukje wilde natuur tusschen de prozaische weiden en bonte hyacinthenvelden. Op slechts 50 schreden van den straatweg kunt ge daar op die heuveltjes uitrusten. Zoo ge u ordelijk gedraagt en geen boomen schendt, zal de vriendelijke eigenaar van Berkenrode u dit gaarne vergunnen. De laatste duintjes tusschen de overplaats van Berkenrode en de hofstede Groenendaal zijn voor eenige jaren verdwenen bij den bouw der nieuwe sierlijke R.K.Kerk van St.Bavo”.

Scan1651

(Uit: Henrick S.van Lennep, Genealogie van de Familie Teding van Berkhout. 2014, p.135)

De enige zoon en erfgenaam Pieter Teding van Berkhout (1865-1935) was Hoogheemraad van Rijnland. Hij ontwikkelde zich in navolging van zijn vader tot een actief financier. Echter minder succesvol door grote sommen gelds in de risicodragende sfeer te beleggen. Dat deed hij o.a. met zijn zwager jonkheer Hendrik Jan Deutz van Lennep (getrouwd met Isabella Teding van Berkhout), bewoner van de buitenplaats ‘Meer en Berg’. De investering van een miljoenenbedrag in de n.v.Hollandsche Cultuur Maatschappij (‘Bulb’, gebouw voor bloembollencultuur aan de Leidsevaartweg) ging in 1930 tengevolge van faillissement door mismanagement en een economische crisis in de bloembollencultuur verloren. 35 jaar eerder was Pieter Teding van Berkhout gehuwd met jonkvrouwe Ida van Lennep, dochter van een grondeigenaar-miljonair. Het echtpaar vestigde zich, komende van Kennemeroord, in 1895 op ‘Boekenrode’, welke buitenplaats liefst 123 hectare mat, na het twee jaar voordien te hebben aangekocht voor een bedrag van / 192.000,-. In 1898 overleed zijn vader op huize Kennemeroord. Zowel van J.P.A.Teding van Berkhout (begraven 30-09-1898) als van  zijn zoon Pieter (begraven 15-07-1935) is het graf nog aanwezig op de Algemene Begraafplaats Heemstede (lokatie E-S), hetgeen ook geldt voor beide echtgenotes (10).

 

Quarles van Ufford

Als dochter van het Kennemeroord-paar mr. Pieter Teding van Berkhout en Hester van Wickevoort Crommelin is in 1838 Wilhelmina Teding van Berkhout geboren. Zij huwde op 20-jarige leeftijd met jonkheer Pierre Nicolas Quarles van Ufford. Uit dit huwelijk is als oudste zoon in 1860 Pieter Quarles van Ufford geboren. Die huwde in 1885 met Henriette Cornelia de Favauge. Hij was met andere andere vermogende grondeigenaars commissaris van de Zandvoorterweg die in 1918 overging aan respectievelijk de gemeenten Zandvoort, Bloemendaal en Heemstede. Voornoemde echtelieden waren de laatste particuliere bewoners van Kennemeroord. Uit hun echtverbintenis sproten 4 zonen en 1 dochter. De echtgenote maakte zich o.a. verdienstelijk als regentesse van het Sint Elizabeths Gasthuis. Tot zijn overlijden 5 november 1921 heeft naast P.Quarles van Ufford ook Joannes Deodatus Waller, lid van de firma Calkoen & Co te Amsterdam enige tijd op Kennemeroord gewoond. Laatstgenoemde is op 8 november van dat jaar op de Algemene Begraafplaats in Heemstede begraven.

Het 19e eeuwse huis omstreeks 1920 voor de afbraak wegens verbreding van de Herenweg

Kennemeroord omstreeks 1920 voor de sloop vanwege verbreding van de Herenweg

De Rijksstraatweg (Herenweg) diende met het oog op de Olympische Spelen in Amsterdam van 1928 te worden verbreed tot ongeveer 12 meter. Voor het grootste deel in oostelijke richting, ofschoon westwaarts de theekoepel van Berkenrode zes meter naar achteren moest worden gerold. Door ondergraving en de koepel op ijzeren balken te zetten was hierbij sprake van een technisch hoogstandje. Omdat Kennemeroord letterlijk in de weg stond  diende het huis na aankoop door de provincie voor / 78.000,- in zijn geheel te worden afgebroken, echter niet voordat de nieuwe behuizing – een flink stuk naar achteren gebouwd – was voltooid (11). Op 29 december 1926 is door Pieter Quarles van Ufford de unieke historische limietsteen tussen de Heemsteeedse duinen de die van het Haarlemse Gasthuis uit 1651 herplaatst in het nieuwe herenhuis.

De villa Kennemeroord in 1926 ontworpen door Andries de Maaker na afbraak van het oude herenhuis vanwege verbreding van de Herenweg

De bouwvergunning, nummer 2444, dateert van 26 juli 1926. Het nieuwe landhuis werd gebouwd naar een ontwerp van de bekende architect A.A.de Maaker (1868-1964). Deze ontwerper was zijn loopbaan als opzichter begonnen bij Johannes Wolbers en bouwde talrijke landhuizen in de omgeving van Haarlem. O.a. het nieuwe Leiduin en nabijgelegen Vinkenduin, Klein Bentveld, Nijenberg in Aerdenhout, Belvedère in Overveen etc. Verder in opdracht van Bouwbureau Baalbergen en Volkers in Heemstede de huizen Crayenesterlaan 44 (1925) en Willem de Zwijgerlaan 2 (1925). De tuin van Kennemeroord is in 1926/1927 op onderdelen gewijzigd door de vermaarde Haarlemse landschapsarchitect Leonard Springer. Pieter Quarles van Ufford stierf 2 oktober 1932 op Kennemeroord. De weduwe bleef hier nog tot 1 oktober 1947 wonen tot zij naar Vogelenzang verhuisde en aldaar op 29 maart 1948 overleed. Tussen 1918 en de oorlogsjaren hebben in totaal minstens 18 dienstboden in het pand tijdelijk huisvesting gehad, waaronder een aantal uit Duitsland.

Kennemeroord op een foto uit 1939

Kennemeroord op een foto uit 1939

De hal in het oude huis van Kennemeroord

De hal in het oude huis van Kennemeroord ten tijde van de bewoning door Quarles van Ufford

In 1948 is het huis met landgoed aangekocht door de Hervormde Gemeente Heemstede, die hier enige tijd het kerkelijk bureau vestigde. Tevens was in de villa de Protestants Christelijke ULO Gerrit Barger tot 1956 gehuisvest. In 1959 is de solide villa afgebroken om twee jaar later plaats te maken voor de bouw van een bejaardenhuis.

De heer Brokke, later bewoner van het bejaardenhuis was voordien werkzaam als tuinman bij de familie Quarles van Ufford op Kennemeroord

De heer Brokke, later bewoner van het bejaardenhuis was voordien werkzaam als tuinman bij de familie Quarles van Ufford op Kennemeroord

 ========================

HERVORMD BEJAARDENHUIS; VOORBEREIDINGEN 1948-1960

Tot 1900 was Heemstede een typische plattelandsgemeente met een aantal buitenplaatsen. Tijdens het Interbellum ontwikkelde de gemeente zich tot een forenzenplaats. Er kwamen hier veel renteniers en gepensioneerden wonen in nieuwgebouwde huizen. Na de Tweede Wereldoorlog steeg de behoefte voor een groeiend aantal ouderen aan groepsverzorging. Heemstede beschikte al over een katholiek bejaardenhuis ‘Sint Bavo’ De Hervormde Gemeente voelde zich door allerlei maatschappelijke ontwikkelingen ook genoopt een bejaardenhuis te stichten.Toen in 1947 bekend werd dat Kennemeroord te koop zou komen is door de Diaconie van de Hervormde Kerk op initiatief van Ds. G.A.Barger het landgoed op 15 januari 1948 aangekocht voor een bedrag van / 175.000,-. Daarmee was men eigenaar geworden van een kapitaal herenhuis, tuinmanswoning, garage annex koetshuis, orangerie, kassen, boomgaard, tuinhuisje, moestuinen en een bos. Om het voor die tijd forse bedrag te kunnen betalen moesten de effecten met een waarde van ongeveer / 40.000,- worden verkocht en leningen aangegaan. Uiteindelijk zou het nog 13 jaar duren voordat men het gewenste bejaardencentrum kon betrekken. Als leden van een eerst voorlopige en latere ‘commissie tot beheer van Kennemeroord’ zijn benoemd ds.G.A.Barger (voorzitter), A.Franken, A.W.Voors, Jac.F.Roest (penningmeester), P.C.Oosterhoorn (secretaris), G.H.Onstein (spoedig vervangen door H.L.Leffelaar) en mr.J.den Dulk. De predikant van de Hervormde Kerk ds.Bartlema was gerechtigd de vergaderingen bij te wonen, waarvan de eerste op 21 april 1948 plaats vond. Wegens vertrek naar elders is dominee Barger als voorzitter opgevolgd door de heer A.W.Voors, bekend als notaris en werkend en wonende aan de van Merlenlaan.

Tijdelijke schoolhuisvesting (1948-1958)

De commissie onderhield al voor de aankoop contact met de Vereniging van Protestantse Scholen in Heemstede. Die had plannen voor de bouw van een kleuterschool en een ULO, welke laatste was gehuisvest in enige lokalen van de Bosch en Hovenschool. Medio 1948 werd besloten aan de Schoolvereniging een terrein van 3.000 vierkante meter te verkopen alsmede de woning ‘De Dorstige Kuyl’ inclusief 1.375 vierkante meter grond. Met wat aan de gemeente verkochte grond voor plantsoenaanleg kwam daarmee een bedrag van ƒ 43.000,- vrij. Het voormalige koetshuis werd bovendien verkocht aan houthandelaar Ph.de Jager. Dominee A.Dondorp mocht het tuinhuisje huren en het park met bos is gebruikt om te kamperen, buitendagen te houden e.d.

Het hoofdgebouw dat in de toekomst als tehuis zou worden omgebouwd is voorlopig voor 5 jaar verhuurd aan de Vereniging van Protestantse Scholen. Intussen werden plannen gemaakt om zodra de ULO het pand zou hebben verlaten twee vleugels aan het bestaande huis te bouwen. Er bleek meer tijd nodig voor voorbereiding, terwijl bouw van de ULO vertraging had opgelopen zodat men het huurcontract van de villa kon verlengen. De eerst aangetrokken architect werd vervangen door de Bloemendaler H.W.van Kempen (12) die tevens als coördinator optrad  tussen school en diaconie. In 1955 verscheen van zijn hand een voorlopig ontwerp. Bouwbelemmeringen  gaven de commissie en architect veel hoofdbrekens. Toen eind 1956 de Gerrit Barger Ulo klaar kwam waren de plannen voor een rusthuis financieel nog niet rond. De vernoeming naar een Heemsteedse predikant was uit erkentelijkheid voor wat hij als voorzitter van het schoolbestuur voor de onderwijsinstelling had betekend.

Eind 1957 is de gemeente Heemstede akkoord gegaan met een geldlening tegen 4,5% tot een totaalbedrag van ƒ 1.300.000,-. Intussen was wegens eisen van overheidswege duidelijk geworden dat verbouw en uitbreiding van het landhuis geen haalbare optie bleek. Architect Van Kempen, die eveneens betrokken was bij de scholenbouw, had inmiddels een nieuw bouwplan vervaardigd.

Omdat de (katholieke) Jacobaschool toen ruimte te kort kwam heeft men nog twee jaar gebruik gemaakt van Kennemeroord.

In 1958 werd de Commissie tot Beheer omgezet in een Stichting, die een deel van het landgoed aankocht. Een jaar later is het landhuis afgebroken en kon de bouw van een nieuw Kennemeroord beginnen, doch niet dan nadat talrijke vergunningen waren verkregen en financiële obstakels overwonnen. Bij de nieuwbouw moesten de funderingspannen worden herzien. De tuinaanleg kwam in handen van tuinarchitect H.J.Voors, waarbij de tegenwoordige vijver iets is verlegd.

De eerste steen heeft het oudste Kerkeraadslid, de heer J.J.Kreutzberg, gelegd op 22 januari 1960. Deze bevat de tekst: “ANNO DOMINO 1960 Tot de ouderdom ben ik dezelfde en tot de grijsheid zal ik u torsen”, afkomstig uit het bijbelboek Jesaja 46:1. Deze steen bevindt zich in de buitengevel links van de entreé. Eerder was besloten dat de antieke limietsteen uit 1651 in de hal zou worden herplaatst. Begin 1960 waren al 245 aanvragen bij de diaconen binnengekomen voor een plaats in het rusthuis.

Noten

(1)   Zie: A.W.Pronk en J.G.Vermeulen. IJskelders: koeltechnieken van weleer. Nieuwkoop, Heuff, 1981,pp. 223-224.

(2) “Een halfrond pad met linden erlangs, slingerpaden, een opgehoogde heuvel, waar een pad overheen leidt met in de kom naast de heuvel een linde, de vijver met steile taluds en een van de vrijgekomen zand opgeworpen wal erachter, duiden op een mogelijke aanleg door Zocher sr”(Lucia Albers, Landgoederen van Zuid-Kennemerland. 1984, pagina 113).

(3)   Zie: Hans Krol. Een bezoek van Willem de Clercq aan het oude slot in 1806. In: Nieuwsbrief VOHB, 90, november 1996,pp. 189-200.

(4)   Zie: Mr.P.van Eeghen. Driehonderd  jaar de stad uit. In: 54e jaarboek van het genootschap Amstelodamum 1962, pagina 123.

(5)   Manuscript uit omstreeks 1836, gepubliceerd in ‘De Navorscher’, 1905, pagina 339. Onder Heemstede worden exclusief Berkenrode 21 buitenplaatsen genoemd; de Hartekamp, Gliphoeve, Mannepad, Meer en Berg, Groenendaal/Bosbeek, Meer en Bosch, gewezen Slot te Heemstede, het Klooster, Overlaan, Ipenrode, Kennemeroord, Land en Spaarnzigt, Bronstee, Bosch en Hoven, Leeuwenhooft, Zuiderhout, Uitenbosch, Vredenhof, Eijndenhout, Bosch en Vaart en Spruitenbosch.

(6)   P.J.Lutgers. Gezigten in de omstreken van Haarlem. Circa 1844. Opnieuw uitgegeven in 1979.

(7)   Met dank voor informatie uit het Kadaster van Noord Holland van de heer ir.A.Kamphorst uit Wageningen.

(8)    C.Schmidt. Om de eer van de familie; het geslacht Teding van Berkhout 1500-1950 een sociologische benadering. Amsterdam, De Bataafse Leeuw, 1986.

(9)    F.W.van Eeden. Botanische wandelingen. 1886.

(10) Naar jonkheer Pieter Teding van Berkhout is de in 1923 aangelegde Teding van Berkhoutlaan in Aerdenhout vernoemd. Deze bracht zijn jeugd door op Kennemeroord en  woonde van december 1895 tot maart 1923 op Boekenrode. Vervolgens woonde het echtpaar  tot 1931 weer in Heemstede, eerst op Berkenrode en vervolgens in Klein Berkenrode om ten slotte te verhuizen naar het tot woning verbouwde diensthuis van Boekenrode, Boekenroodeweg 47.

(11)Enige herinneringen van kantonnier M.Geluk zijn vastgelegd in: Nieuwsbrief VOHB, 28, september 1981, pp.6-10.

(12) Over de Bloemendaalse architect H.W.van Kempen (1899-1984), zie: Wim Post. Bouwen aan Bloemendaal; architectuur en bouwhistorie van 1883. Haarlem, 1997, blz.91. Voorts: In gesprek met architect H.W.van Kempen. In: Ons Bloemendaal, 24e jaargang, nummer 2, zomer 2000,pp.5-12.

ZORGCENTRUM STICHTING KENNEMEROORD 1961-1999

Mevrouw L.C.A.H.van Rappard-Mundt, echtgenote van Heemsteeds burgemeester, opende op 18 maart 1961 het nieuwe tehuis Kennemeroord via het luiden van de vroegere tuinbel

Mevrouw L.C.A.H.van Rappard-Mundt, echtgenote van Heemsteeds burgemeester, opende op 18 maart 1961 het nieuwe tehuis Kennemeroord via het luiden van de vroegere tuinbel

Aanvankelijk was het de bedoeling geweest het herenhuis te verbouwen en uit te breiden tot een bejaardenhuis. Geleidelijk kwam men er achter dat, gelet op de gestelde eisen, afbreken en opnieuw bouwen voordeliger zou zijn. In 1955 kwam een voorlopig plan ter tafel van de hand van de reeds genoemde architect H.W.van Kempen. Nadat de gemeenteraad met een geldlening akkoord was gegaan kon de aanbesteding op 12 november 1958 plaatsvinden. Als laagste inschrijver is het werk gegund aan aannemersfirma Schram uit Beverwijk. Begin 1959 is de villa afgebroken. Het monumentale inrijhek en de ijskelder in het park zijn op de rijksmonumentenlijst geplaatst. De inmiddels gevormde Stichting Kennemeroord besloot het terrein aan te kopen van de Diaconie voor een bedrag van / 115.000,-.  Diverse onderaanbestedingen hadden plaats. Per 1 mei 1960 is mej.C.L.J.Grin uit Huizen als directrice aangesteld. Via de kerkelijke gemeente is een actie gevoerd teneinde middelen te verkrijgen als bijpassing voor personen die niet de volledige pensionprijs zouden kunnen betalen. Ook al was op dat moment de bouw nog niet voltooid vestigden zich in januari 1961 de eerste bewoners op Kennemeroord. Op 18 maart van dat jaar  verrichtte mevrouw L.C.A.H.van Rappard-Mundt, echtgenote van Heemsteeds burgemeester, de opening door het luiden van de tuinbel afkomstig van de oude buitenplaats. Er volgden toespraken van onder anderen de voorzitter, notaris A.W.Voors, de voorzitter van het college van diakenen P.C.Oosterhoorn en de burgemeester. Onder de aanwezigen bevond zich ook jonkheer P.M.Quarles van Ufford, de oudste zoon van de laatste bewoners van de vroegere buitenplaats.

De eerste directrice mej. C.L.J.Grin met haar Dafje voor het huis Kennemeroord

De eerste directrice mej. C.L.J.Grin met haar Dafje voor het huis Kennemeroord

Kennemeroord, in drie lagen gebouwd,  beschikte over 61 kamers. Hiervan een deel tweepersoonskamers. De ziekenafdeling telde 9 eenpersoonskamers en nog een drietal ziekenzaaltjes. Het streven was dat wanneer men eenmaal in het huis was opgenomen tot het levenseinde verzorgd zou worden. In totaal startte Kennemeroord met 82 bejaarden, met een gemiddelde leeftijd van 79 jaar. Deze steeg in de jaren zeventig tot bijna 84 jaar. Niet enkel de geestelijke verzorging kreeg aandacht, evenzeer sociale activiteiten zoals ontspanningsavonden, de organisatie van bazaars e.d. Uit een door het bestuur op 25 oktober 1967 opgesteld Reglement blijkt de belangrijke rol die aan de directrice werd toegekend. Voor veel zaken was haar toestemming vereist, voor het houden van een vogel in een kooi tot het bespelen van een eigen muziekinstrument. Voorts konden de bewoners tenminste éénmaal per week gebruik maken van bad of diouche volgens door de directrice te bepalen regels.

Om personeel aan te trekken en te houden was in 1962 het pand Lanckhorstlaan 36 aangekocht dat 8 personen kon huisvesten. Later mede het perceel op nummer 30. Tengevolge van andere behoeften is daarmee begin jaren zeventig gestopt. Een plan uit 1967 om te komen tot vergroting van het huis haalde het niet, vooral omdat men de toenmalige bewoners niet wilde belasten met nog hogere prijzen. Vier jaar voordien was Kennemeroord verblijd met een schenking van mej.Druijvesteijn, die in ruil voor verzorging in Kennemeroord haar pand en erf, Crayenestersingel 65 te Haarlem, in schenking gaf. Men kreeg er aldus een dependance bij voor maximaal 11 personen, die na een aantal jaren om verschillende redenen weer is gesloten.

Na een kwarteeuw was het personeelsbestand van 22 toegenomen tot 35, berekend op volle krachten. Veroudering, hogere eisen, en meer verlof maakten het noodzakelijk in de loop der jaren meer personeel aan te trekken, waarvoor overigens landelijke normen golden. Na haar pensionering in 1970 werd mej.Grin opgevolgd door mej. J.E.Daubanton. Bij het zilveren jubileum van Stichting Kennemeroord in 1973 schreef bestuurslid N.van Walsum een gedenkboekje. Het tehuis telde nog 82 personen (plus de bewoners van huize Druijvesteijn).

De voordeligste kamer kostte in 1961 ƒ 260,- in 1973 opgelopen tot ƒ 755,- per maand. Van de duurste kamer respectievelijk ƒ 345,- en ƒ 875,-. De jaarbegroting, in 1961 ruim ƒ 287.876,- ,overschreed in 1973 voor het eerst de 1 miljoen gulden, waarvan ƒ 688.000,- personeelskosten.

In groter verband was de Stichting Kennemeroord aangesloten bij de Protestantse Vereniging van Instellingen voor Bejaardenzorg (P.V.I.B.) en bij de Vereniging van Bejaardenverzorgingshuizen in Zuid-Kennemerland, welke als centraal aanmeldings- en keuringsbureau voor bij alle tehuizen in Haarlem en omgeving fungeerde. In 1977 vond een Statutenwijziging plaats, waarbij de Stichting losser kwam te staan van de Hervormde gemeente. Drie jaar later is mevrouw I.W.Zweers-van Oldenborgh tot directrice benoemd. In 1980 heef men een aanvang gemaakt met plannen voor een uitgebreide renovatie teneinde te kunnen voldoen aan de nieuwe landelijke normen van huisvesting voor bejaarden. Hiervoor tekende wederom H.W.van Kempen. De meeste kamers zijn in grootte verdubbeld, met voorzieningen als een douche, toilet, keukenblok e.d., en enkele 1-persoonskamers anderhalf maal vergroot. Die geschiedde door van drie bestaande vertrekken twee nieuwe te maken. Om het aantal beschikbare verzorgingsplaatsen zoveel mogelijk in stand te houden zijn op de uit twee lagen bestaande oostvleugel aan de achterzijde te verhogen. Door de verbouwing in gedeelten te doen plaatsvinden hoefden de bewoners niet naar elders uit te wijken. De enige persoon die bij de provincie een bezwaar had ingediend was architect T.Jongh Visscher. Zijn bezwaarschrift omvatte slechts drie woorden: “Ik heb bezwaar” . Op een hoorzitting lichtte hij toe dat door dergelijke beslissingen het bestemmingsplan ‘Natuurgebieden’ ten gronde gaat. Gedeputeerde Staten gaven niettemin in 1981 een verklaring van geen bezwaar voor de uitbreiding. De renovatie is in 3 fasen uitgevoerd en na ruim 2 jaar kon in november 1982 Kennemeroord worden heropend.

Vanwege een forse stijging van de exploitatielasten zijn de pensionprijzen met tussen de 60% en 70% omhoog gegaan. Het tehuis telde nu 62 éénpersoons- en 4 tweepersoonskamers en een ziekenboeg met 6 bedden. Tegelijkertijd werd ook aan voorzieningen in de immateriële zin gewerkt om voor bewoners en medewerkers een goed woon- en leefklimaat te scheppen. Het centrum bevatte naast een gemeenschappelijke recreatieruimte van 135 vierkante meter op de begane grond en 25 op afdeling, ook een kapsalon, winkeltje, bibliotheek, biljart, bezinningsruimte, spreekkamer e.d. In mei 1986 heeft men aan het zilveren jubileum van Kennemeroord met allerlei activiteiten aandacht besteed. In die periode was de heer J.N.Loeber voorzitter van het Stichtingsbestuur. Bij gelegenheid van het 25-jarig bestaan deed Kennemeroord via interviews een onderzoek naar de motieven om juist voor dit tehuis in aanmerking te willen komen.  Behalve voor de prettige sfeer kozen ondervraagde ouderen voor de protestantse signatuur. Ook speelden de fraaie ligging en grootte van de kamers een rol bij de keuze. Op 3 januari 1986 overleed op 86-jarige leeftijd in huize Kennemeroord mevrouw Marie Christine Machteld Waller, de oudste dochter van H.A.Waller (1870-1923) die in leven directeur was van de Electrische Spoorweg Maatschappij en Eerste Electrische Tram te Haarlem en van 1912-1922 gemeenteraadslid van Heemstede.

Na het vertrek van mevrouw Zweers is mevrouw H.W.van den Tempel-Boonstra als waarnemend directrice opgetreden van september 1986 tot april 1989 (tevens fungeerde zij  gedurende ongeveer 10 jaar als predikant van de instelling). Zij werd opgevolgd door de heer S.van Keulen die al directeur van Kennemerduin was. Op 31 augustus 1990 nam deze afscheid in verband met zijn benoeming tot directeur van de Stichting Gereformeerde Bouwcorporatie voor Bejaarden te Hoofddorp. Zijn opvolger B tevens van Kennemerduin B was de heer S.L.Bakker. Op 22 oktober 1987 heeft een onbekende een antieke statenbijbel met vergulde sloten en een zilveren beeldje van Vrouwe Justitia, twee erfstukken van de Stichting, uit de bestuurskamer ontvreemd. Heuglijker was de viering van het 30-jarig bestaan eind augustus 1991. Reden voor grote vreugde was er nochtans niet tijdens een georganiseerde forumdiscussie waarbij de bezuinigingen van de overheid ter sprake kwamen, welke ten koste gaan van de kwaliteit van de zorg. Heemsteeds wethouder mevrouw M.Mous en provinciaal statenlid P.Op de Weegh stonden voor de ondankbare taak het overheidsstandpunt van voortdurende bezuinigingen te verdedigen.  Op 2 december 1992 bracht Tweede Kamerlid  mevrouw D.J.Beijlen-Geerts (PvdA) een werkbezoek aan Kennemeroord. Zij was uitgenodigd om te praten over de geplande bezuinigingen op de verzorgingstehuizen in 1993. Bewoners vroegen de politica in een brief de zorg op een aanvaardbaar niveau te handhaven. Directeur S.L.Bakker kon mededelen dat een bedrag van drie tot vier ton, te vergoeden door ziekenfonds Spaarneland, was toegezegd voor de opvang van maximaal achttien demente bejaarden. Naar zijn zeggen zouden een aantal psychogeriatrische bewoners van Kennemeroord en Kennemerduin eigenlijk in aanmerking komen voor een verpleeghuis.

In de jaren negentig zijn de twee protestants christelijke tehuizen Kennemerduin (met 89 bewoners) en Kennemeroord (met 70 bewoners) op een aantal terreinen, zoals ten aanzien van personeelsinzet (invalpool), gaan samenwerken. In 1996 ontstond de Stichting KennemerPark door fusie van de zorgcentra Kennemerduin, Kennemeroord en Parkzicht.

Van het einde naar een nieuw begin

Als gevolg van een door de Provincie gewenste vermindering van het aantal verzorgingstehuizen op basis van nieuw beleid dat ouderen langduriger zelfstandig dienen te wonen  is Kennemeroord in 1999 gesloten en zijn de bewoners naar elders overgegaan, o.a. naar Kennemerduin. Voor vervangende woonruimte is bovendien ‘Westerduin’ gebouwd – aanvankelijk Kennemerpark West genoemd – een wooncomplex van waaruit ZorgBalans en Thuiszorg allerlei diensten kunnen leveren. Medio 1999 waren er kortstondige plannen vluchtelingen uit Kosovo in het leegstaande pand te huisvesten. Sinds de aanvang van het nieuwe millennium (feitelijk per 26 november 1999) biedt het gebouw tijdelijke bewoning aan het Zandvoortse medisch kindertehuis Dr.Plantinghuis van het Spalier, waar jongeren tot 12 jaar  met psychosociale problemen uit Zuid- en Midden Kennemerland gedurende enkele maanden opgevangen worden. Van ouderen naar jongeren, de dichter Bredero zei het al: “Het kan verkeren”. En van ‘vloekprofeet’ Willem Bilderdijk zijn de woorden: “In het verleden ligt het heden, in het nu wat komen zal”.

Uiteindelijk zijn op deze plek 38 luxe seniorenappartementen verrezen. ZZDP Architecten uit Amstelveen tekende voor de vormgeving. De oude monumentale inrijpoort is herplaatst.

Hans Krol

Zie: Zorg aan de Duinrand; de historie van Kennemeroord – Kennemerduin – Parkzicht en het terrein van het nieuwe Westerduin. Door Marcel Bulte en Hans Krol. Haarlem, De Vrieseborch, 2000.

Het nieuwe Westerduin, een appartementencomplex ten noorden van de Geleerdenwijk aan de Herenweg

Het nieuwe Westerduin, een appartementencomplex ten noorden van de Geleerdenwijk aan de Herenweg

Toegangshek van Kennemeroord, Herenweg 138 Heemstede (foto Vic Klep)

Vooromslag van boek: Zorg aan de Duinrand, 2000.

Vooromslag van boek: Zorg aan de Duinrand, 2000.

Het huidige Kennemeroord met de 18e eeuw poort

Het huidige Kennemeroord met de 18e eeuw inrijpoort