Lijnwaadblekerij Bleeklust. 19e eeuwse litho naar een tekening van Joseph Charles uit 1797

Bleeklust4

Tweede tekening van Bleeklust op de Glip Heemstede [thans Gliphoeve] door Joseph Charles (Noord-Hollands Archief)

ENKELE BEWONERS VAN DE GLIPHOEVE

Aan de Glipperweg tussen Heemstede en Bennebroek ligt een klein buiten “De Gliphoeve”, verscholen tussen kastanje-, eiken-, linden- en beukenbomen. Buitenplaats sedert 175 jaar en voordien ongeveer 180 jaar linnenblekerïj, vanouds “Bleeklust” geheten. Onderwerp van de roman “Cathalijne van Ingelmunster; een meisjesleven in het begin der zeventiende eeuw” (1938) door mevrouw S.C. Regtdoorzee Greup-Roldanus. De gecompliceerde geschiedenis van de verschillende blekerijen op de Glip moet nog geschreven worden, zeker is wél dat de lijnwaadblekerij “Bleeklust”, in de periode van haar bestaan tussen circa 1630 en 1811 ondanks het faillissement van enkele eigenaren somtijds tot grote bloei kwam.

Schilderij van 'Bleeklust' uit 1737 door J.Mensing

Schilderij van ‘Bleeklust’ uit 1737 door J.Mensing. Jan Mensing leefde van 1685-1741, geboren en gestorven in Haarlem. In 1726 is zijn portret geschilderd. Volgens A.van der Willigen was hij een leerling van Jan van der Vinne. Mensing was lid van het St. Lucasgilde. Van hem is slechts 1 schilderij overgeleverd, Bleeklust, nu de Gliphoeve te Heemstede. Was in het bezit van freule A.L.Willink en is in 1950 geveild en voor 250 gulden gekocht door kunsthandelaar en toenmalig bewoner van de Gliphoeve, de heer S.J.Fonteijn. Tegenwoordig in het Historisch Museum Haarlem.

Jurriaan Andriessen (1742-1819): gezicht op de Glip Heemstede met blekerij Bleeklust en molen de Nachtegaal. Daarachter het Haarlemmermeer (Nootd-Hollands Archief).

Jurriaan Andriessen (1742-1819): gezicht op de Glip Heemstede met blekerij Bleeklust en molen de Nachtegaal. Daarachter het Haarlemmermeer (Nootd-Hollands Archief).

In 1630/1631 is de Heerenzandvaart (Zandvaart/Blekersvaart) gegraven, op initiatief van ambachtsheer Adriaan Pauw, waarna zich diverse blekerijen aan deze vaart vestigden. De Prinsenzandvaart (Glipper Zandvaart) dateert al van 1608, op 24 november van dat jaar werd de eerste spade in de grond gestoken en eerst enkele  decennia later is de Prinsenlaan afgegraven en beplant, ofschoon dit pad al in 1580 genoemd wordt. In de 17e eeuw heette het buurtschap “Prinsen-buurt” of “Prinsenzandvaart”, vernoemd naar de Prins van Oranje. Sedert de 18e eeuw is de huidige naam “De Glip” in zwang gekomen. Om een indruk te geven: in de tweede helft van de 18e eeuw woonden hier rond 250 mensen in een 50tal stenen huizen en waren er gemiddeld 5 blekerijen. Voorts één korenmolen, minstens één herberg (“Het Schippershuis”), maar geen school of kerk.

De Gliphoeve; anno 2013 te koop aangeboden voor nog geen 3 miljoen euro

Voorgeschiedenis: Bleeklust

Het huidige landhuis “De Gliphoeve”, gelegen op een binnenduin, was in de 17e-18e eeuw een blekerij waarvan de bedrijfsruimten zijn verdwenen, en aan het woonhuis na 1811 de nodige verbouwingen zijn verricht. Nabij het tegenwoordige Hagenduin lag het oorspronkelijke bleekveld, omringd door de vroeger bij de blekerij behorende hoossloot of stinckert, de afvalput van de “witmakers”, destijds tevens zorgend voor de aanvoer van helder duinwater. Gedurende de bestuursperiode van Adriaan Pauw is omstreeks 1622 de “wildernisse” geschikt gemaakt voor blekerijgebruik. Het oudste deel van het huidige woonhuis en intussen verdwenen looggebouw dateren uit omstreeks 1625. Vanaf 1630 zijn talrijke transportacten van de blekerij en stukken land op het Rijksarchief van Noord-Holland te Haarlem bewaard gebleven. In 1689 is in één van die acten voor het eerst sprake van “een vermaarde bleekerij”. Ongeveer in 1725 hebben wederom uitbreidingen plaatsgevonden, o.a. van de bergplaats en het looghuis. Op de z.g. “tuinbel” op het dak van de Gliphoeve staat gegraveerd: “I.A.D. Grave Fct. Amsterdam 1725”.

Schets van Bleeklust gemaakt op basis van schilderij J.Mensing, uit 1990/1994, vervaardigd door architect Teun Jongh Visser

Schets van Bleeklust gemaakt op basis van schilderij J.Mensing, uit 1990/1994, vervaardigd door architect Teun Jongh Visscher

Uit 1737 stamt het fraaie schilderij van de Haarlemse kunstenaar J. Mensing (1685-1741). Op dit doek ziet men links de blekerij en het grote wiel onder geboomte, met op de achtergrond de contouren van een molen en zeilschepen op het Haarlemmermeer. Als romantische stoffering zijn verder nog twee keurige heren die terugkeren van de jacht afgebeeld. Het schilderij was eigendom van freule Arnoldine L. Willink van Bennebroek en is via de heer S.J. Fonteijn in bezit gekomen van de huidige bewoners van “De Gliphoeve”. In 1985 is het tijdens de Adriaan Pauw-herdenkingstentoonstelling in cultureel centrum Het Oude Slot voor het publiek tentoongesteld geweest en sins kort is het in bezit van het Historisch Museum Haarlem. Op 3 mei 1758 is de “welgelegen kleerbleekerij C.A.”- let wel: intussen is niet enkel sprake meer van lijnwaadblekerij! – door curator Cornelis van Mekeren in de herberg “Het Wapen van Heemstede” geveild uit de insolvente boedel van Jacob van Hoogte. Koper was Leendert Luyten voor ƒ 7310,-, die voor ƒ 75,- + 6 stuivers tevens gebruik mocht maken van de brug over de Vaart. Bijna een kwart eeuw later is de blekerij door mej. Sara Cardoes overgedaan aan Laurens Gunst te Amsterdam. In 1797 maakte Joseph Charles twee tekeningen van “Bleeklust”, in die tijd in bezit van Catharina Vlek, de weduwe van Louis Gunst. Op één tekening vindt men huis en opstallen voorgesteld, terwijl op de voorgrond vrouwen bezig zijn de gewaden uit te leggen op het bleekveld. De andere tekening heeft vooral bekendheid gekregen als steendruk van Emrik en Binger, uitgegeven door J.J. van Brederode en opgenomen in het boek van F. Allan (1877). Op de achtergrond zijn mannen bezig met schepspanen het uitgelegde linnen nat te hozen. Het grote wiel gebruikte men om de linnen “webben” uit te wringen. Links daarvan bevindt zich de “spoel”, waarin het lijnwaad wordt uitgespoeld. Interessant is voorts de koepel achter de houten afrastering, deel uitmakend van de overplaats van De Hartekamp.

 Van Bleeklust naar Bleekrust

In 1811 is de Amsterdamse koopman Carel Hendrik Asschen eigenaar geworden van “Bleeklust”, met enkele andere blekerijen van andere families intussen uitgegroeid tot meer dan 15 morgen.

Dubbele koopmanswoning met winkel van Carel Hendrik Asschen, Kloveniersburgwal, tegenwoordig 7-9 (foto Stadsarchief Amsterdam)

Dubbele koopmanswoning met winkel van Carel Hendrik Asschen, Kloveniersburgwal, tegenwoordig 7-9 (foto Stadsarchief Amsterdam)

De kapitaalkrachtige Asschen maakte van de failliete blekerij een lustoord en wijzigde de naam zeer toepasselijk in “Bleekrust”. Verschillende bedrijfsruimten werden gesloopt en op het huis een verdieping gezet. Bovendien werd de buitenplaats verfraaid met een nieuwe tuin,  een orangerie en een koepel, een zogeheten rondgemetselde belvedère. Na het overlijden van C.H. Asschen is Bleekrust in 1820 in Amsterdam geveild voor ƒ 20.000,-. Koper was de in deze regio bekende Heemsteedse meester-timmerman (en speculant) Gerrit Munk jr., die binnen vier maanden een groot deel van het verworven grondgebied doorverkocht aan Mattheus Brants en een stuk grond, inclusief Bleekrust, als pure winst voor zichzelf behield. Het spreekt vanzelf dat De Hartekamp intussen weer aanzienlijk was uitgebreid in de richting van de overplaats, zoals in de roemrijke tijd van Clifford en Linnaeus.

Bleekrust

Verkoop Bleekrust de Glip Heemstede, uit: Opregte Haerlemsche Courant, 11 april 1820

De Gliphoeve

Vermoedelijk heeft Cerrit Munk “Bleekrust” verkocht aan P.J. Nicols, die o.a. in een publikatie uit 1836 staat vermeld als nieuwe eigenaar van “De Gliphoeve”. Aangenomen wordt dat Nicols de naam gewijzigd heeft. Iets noordelijker, richting Heemstede, lag toenmaal de buitenplaats “Gliplust”, in eigendom bezeten en bewoond door J. Kramer. In 1840 is de illustere Réveil-schrijver en historicus H.J. Koenen eigenaar geworden van de Gliphoeve. Deze zal zich op zijn buiten doen kennen als een gul en gastvrij gastheer.

H. J. Koenen; bewoner van 1840-1847

Hendrik Koenen

Mr. Hendrik Jacob Koenen (1809-1874), financieel onafhankelijk dankzij een familiefortuin verworven via de handel, vestigde zich 31 jaar oud op De Gliphoeve, dat hij bijna acht jaar doorverkoopt na zich in Haarlem te hebben gevestigd op de hofstede “Buitenrust” aan het Zuiderspaarne. Hij was sedert 1852 gemeente raadslid en voorts enige tijd wethouder van Amsterdam (1847-1851), vervolgens lid der Provinciale Staten van Noord-Holland. Ook nog president-curator van het Atheneum Illustre in de hoofdstad. Als volijverig publicist heeft deze veelzijdige geleerde en magistraat enige tientallen geschriften op zijn naam staan, poëzie, maar vooral economisch- en religieus-historische publikaties, lijkreden en voorlezingen. Van groot belang is Koenen’s funktie in de ontwikkeling van het Réveil. Voor zijn verdiensten is hij tijdens zijn leven enkele keren gedecoreerd en in 1925 is in de gemeente Haarlem een straat naar hem vernoemd. Op 20 october 1840 zond Koenen vanuit de Gliphoeve een lang “Avondmaals-Danklied” met begeleidend schrijven aan Nicolaas Beets, door hem gedicht naar aanleiding van een in de Hervormde Kerk bijgewoonde Avondmaalsviering. Uit 1813 dateert zijn grote werk “Geschiedenis der Joden in Nederland” (2). Een jaar eerder had hij een monografie uitgegeven over Adriaan Pauw (sr.). Later wijdde hij afzonderlijke studies aan de zoon Reinier Pauw (burgemeester van Amsterdam) en diens zonen Michiel en Cornelis, twee broers van Adriaan Pauw, ambachtsheer van Heemstede. Aan laatstgenoemde, tevens belangrijkste telg uit het geslacht Pauw, zoals bekend tweemaal raadpensionaris, heeft Koenen weliswaar een essay willen wijden, doch de talrijke historische voetangels en klemmen hebben hem helaas van dit voornemen doen afzien. De speciale belangstelling van Koenen voor het regentengeslacht Pauw had te maken met het gegeven dat zijn moeder Francona A.C. Pauw in een rechte lijn afstamde van Adriaan Pauw sr. Koenen vestigde zich in hetzelfde jaar in Heemstede als Nicolaas Beets zijn intrede doet als predikant. Beiden raken spoedig bevriend, terwijl uit die tijd ook de kontakten dateren met David Jacob van Lennep, de zoon Jacob van Lennep, en publicist Jeronimo de Vries. Doelend op de talrijke persoonlijke banden tussen Beets, Koenen, van Lennep, Da Costa, Ten Haar, de Clercq, Pierson en anderen schreef J.P. Hasebroek in een brief van 1849 “Heemstede is een klein rad, maar dat grote en machtige raderen drijft”. (3) De “Kring van Heemstede”, ofschoon minder intiem en geprononceerd als de “Kring van Heiloo” heeft op een groot aantal schrijvers, predikanten en wetenschapsmensen wederzijdse invloed uitgeoefend – een overigens nog volstrekt ononderzocht terrein in onze 19e eeuwse kultuurgeschiedenis. In zijn onuitgegeven autobiografie schreef J.H. Koenen in 1848: “Het was dit jaar de eerste zomer dien wij op het buitengoed mijner overledene Moeder, Buitenrust aan het Zuiderspaarne, niet ver van den Kleinen Houtweg doorbrachten. Ik was in het najaar des vorigen jaars gelukkig geslaagd in het verkoopen van Gliphoeve, hetwelk, nadat het reeds een geruimen tijd was aangeslagen geweest door den Heer Mr. C. Snellen van Vollenhoven, voor ene som van 14.000 gulden van mij werd overgenomen. Ik zag daarin eene bijzondere en weldadige schikking mijns getrouwen Gods over mij, daar ik juist omstreeks dien zelfden tijd met mijne geliefde Echtgenoote besloten had, het huis mijner waardige moeder, dat wij gaarne zouden gehad hebben, om den vrede te bewaren, aan mijne zuster, dier er geweldig sterk opgezet was, over te laten”. In het Réveil-archief (U. B.-Amsterdam) bevindt zich tussen de talrijke brieven van en aan H.J. Koenen ook een schrijven van de toenmalige titulair-ambachtsheer Beels van Heemstede, gedateerd 37 januari 1867 van de volgende inhoud: “Volgaarne voldoe ik aan Uw verlangen om eenige inlichtingen omtrent het Archief van Heemstede te geven. Het bestaat nog geheel compleet en goed gerangschikt, en omvat eenige duizenden stukken; het oudste charter is van 1346, maar het belang dier stukken is zoo zeer plaatselijk, dat ik bij herhaalde onderzoekingen daarin weinig meer heb kunnen vinden dan hetgeen mij als eigenaar interesseerde. Eigenlijke geschiedenis heeft de Heerlijkheid niet gehad. Daar al de gift- en verlijbrieven bestaan is de opvolging tot dezen tijd te constateren, het voornaamste bepaalt zich tot de volgende punten (…). Zoo als U bekend is hebben slechts 2 geslachten den naam van Pauw dragende de Heerlijkheid bezeten die daarna in handen der Hoeufften is gekomen. Het merkwaardigste feit is het bezoek door Maria de’ Medicis aan het Huis te Heemstede gebragt, waarvan ik vele teekeningen maar geene beschrijving bezit. Indien Uw vriend die teekeningen, en eenige kaarten en stukken van Leeghwater wenscht te zien zal ik daartoe met genoegen de gelegenheid geven. Van het Klooster zijn geene papieren in mijn bezit behalve eene geschreven beschrijving van V. Alkemade. Het spijt mij Weledelgeboren Heer U niets meer van eenig werkelijk belang te hebben kunnen berigten, maar daartoe bestaat de stof niet. (…)”.

In zijn herinneringen aan “Oudere tijdgenooten” (Amsterdam 1888) schreef de geleerde Allard Pierson o.a. over H.J. Koenen: “In zijn ruime wooning op de Heerengracht bij de Utrechtsche straat of op zijn buitengoed vond men hem elk uur, dat hij aan huiselijk leven en bezigheden kon ontstelen, in het midden van een weivoorziene bibliotheek, die allerminst bij hem alleen tot veriering diende voor zijn vertrek. Hij las buitengewoon veel, en dat vele was in den regel ontleend aan het gebied van godgeleerdheid, wijsbegeerte, letterkunde, geschiedenis en koophandel. De vruchten dier uitgebreide lektuur zijn slechts ten deele nedergelegd in zijne vrij talrijke geschriften; zij kunnen nog heden ten dage aanwezig zijn in een schat van aanteekeningen en uittreksels, die met een voorbeeldige, – kleine maar sierlijke, – hand, geschreven, en in even voorbeeldige orde gerangschikt, hem te allen tijde in staat stelden, het gelezene voor zijn aandacht terug te roepen en er dat gebruik van te maken, dat hij begeerde. Moeilijk kon men een punt aanroeren, waarover hij iets had geleezen, of aanstonds, wanneer het pas gaf, was een aanteekening of een uittreksel bij de hand, waardoor hij zijn bezoeker in weinige oogenblikken op de hoogte bracht van zijne eigene lektuur. Ook anderen dan bezoekers deden hun voordeel met dien schat. Want Koenen behoorde nog tot de epistolaire geesten, indien deze uitdrukking mij vergund is. Hij schreef gaarne en uitvoerig brieven; dank zijn handschrift, behoefden zijne brieven niet te worden ontcijferd, terwijl zij met een zorg waren gesteld, die omtrent de bedoeling van den schrijver evenmin twijfel overliet. In zijne brieven vonden zijne aanteekeningen, verkort, allicht een plaats.”.

De predikant-dichter P.J. Hasebroek maakte na Koenen’s dood een uitvoerig levensbericht met daarin o.a. de volgende kenschets: “Voor zijne vrienden – daarvan weet ik zelf te spreken – was hij een gul, gastvrij, hartelijk en trouw vriend, en niet alleen in zijn ruim en schoon huis te Amsterdam, maar ook op de buitenwoningen Gliphoeve en Buitenrust, die hij achtereenvolgens betrok”.

Hendrik Jacob Koenen werd begraven op het Westerkerkhof in Amsterdam. Het was niet nodig naar een opschrift op de wit-marmeren zerk boven zijn overschot te zoeken. Hij had er dat al bij zijn leven op doen plaatsen; aldus luidend: “Blijmoedig aan het graf te denken is ook een vrucht, die ’t Kruis ons gaf”.

Samuel Constant Snellen van Vollenhoven; 1816-1873

S.C.Snellen van Vollenhoven als student van prof. Noorthey.

S.C.Snellen van Vollenhoven als student van professor Noorthey in de periode 1828-1834

Samuel Constant Snellen van Vollenhoven is 18 oktober 1816 in Rotterdam geboren en 23 maart 1880 te Den Haag overleden. Meester in de rechten te Leiden 25 september 1839, doctor. in de filosofie honoris causa, Groningen 5 april 1862, conservator van het Museum van Natuurlijke Historie te Leiden, lid der Koninklijke Academie van Wetenschappen. Zoon van Jan en Constantia Elisabeth Luchtmans. Hij trouwt te Rotterdam 4 september 1844 Jeanne Everdine Meyer, met wie kinderen.

Samuel Constantinus Snellen van Vollenhoven

Snellen van Vollenhoven, die in het najaar van 1847 voor f. 14.000,eigenaar van de Gliphoeve was geworden door koop van mr. J.H. Koenen, ontwikkelde zich tot een entomoloog (4) van Europese vermaardheid. Na zijn promotie als advocaat te ’s Gravenhage trad hij in het huwelijk. Zijn liefde tot zijn vroegere studiestad Leiden en de natuurlijke historie lokten hem meer dan de advocatuur. Nadat hij twee jaar later de Gliphoeve betrokken had hield hij zich hier hoofdzakelijk bezig met entomologie en leverde weldra een “Naamlijst der Nederlandsche schildvleugelige insecten”. In 1845 behoorde hij tot de eerste toetredende leden der Nederlandsche Entomologische Vereeniging en werd in 1852 haar voorzitter. Snellen van Vollenhoven was zich er terdege van bewust dat ruim een eeuw eerder de grote en veelzijdige geleerde Carolus Linnaeus op dezelfde terreinen in Heemstede en Bennebroek natuurwetenschappelijke onderzoekingen had verricht. In een beknopte necrologie schreef jonkheer dr. E. Everts in het populaire tijdschrift “Eigen Haard” (1879) onder meer: “Gedreven door de zucht om zich vrij in de natuur te bewegen, en als vriend van het buitenleven, vestigde hij zich op de Gliphoeve, nabij Heemstede, waar hij zich vooral toelegde op de studie der insecten en er de eerste grondslagen legde voor de meer nauwkeurige kennis der nederlandsche insecten-fauna. Hij was het die op dat tijdstip voor het eerst hier te lande eene degelijke naamlijst gaf der in ons land bekende schildvleugelige insecten”. In 1851, toen Snellen van Vollenhoven tot conservator aan ’s Rijks Museum van Natuurlijke Historie was geworden, begaf hij zich metterwoon naar Leiden, na de Gliphoeve te hebben verkocht aan de heer Sterneberg. Laatstgenoemde wordt als zodanig vermeld in het boek ; Heemstede’ (1854) van onderwijzer H.H.B.Binnewiertz.

Aan de Glipperweg lag vanaf circa 1840 nog een buitenverblijf, Gliplust geheten, dat door de eigenaar J.Kramer zomers verhuurd werd. (adv. OHC, 16-6-1849)

Aan de Glipperweg lag vanaf circa 1840 nog een buitenverblijf, Gliplust geheten, dat door de eigenaar J.Kramer zomers verhuurd werd. (adv. OHC, 16-6-1849)

BRONNEN:

Archief V.O.H.B. en collektie gem. openbare bibliotheek Heemstede; rijksarchief van Noord-Holland in Haarlem (kopieën van acten verkregen via de heer A.H. Suerink).

Annabelle Meddens-van Borsselen. Bewoners en eigenaren van de Gliphoeve in Heemstede, 1782-1940. In: Oud-Heemstede-Bennebroek, 97, augustus 1998, p.120-129.

I. van Thiel-Stroman, De Hartekamp; van boerenhofstede tot buitenplaats, in: Het landgoed De Hartekamp. Heemstede, 1982.

B. Sliggers, Buitenplaatsen aan het Zuider Buiten Spaarne, in: Haarlemmerhout 400 jaar. Haarlem, 1984.

Voor mondelinge of schriftelijke informatie is dank verschuldigd aan de heer S.J. Fonteijn, de familie Oldewelt en de heer T.J. Jongh Visscher.

Een foto uit 2008 toen 4 kleinschalige appartementencomplexen zijn gerealiseerd in de vroegere overtuin van de Hartekamp. Op deze foto 2 daarvan + de vroegere bleekvelden en rechts buitenplaats de Gliphoeve.

Noten:

(1) Andere blekerijen die omgebouwd werden tot buitenplaatsen zijn “Spaarnberg” (Santpoort), “De Rijp” in Bloemendaal (voorheen blekerij “De Mol”) en “Bleek en Berg”, eveneens te Bloemendaal. De blekerij der familie Cehrels uit Overveen is in haar geheel overgebracht naar het Openluchtmuseum in Arnhem.

(2) In 1982 wijdde de in Heemstede woonachtige historicus dr. Jaap Meijer een studie aan H.J. Koenen: Geschiedenis der Joden in Nederland (1843); historiographische analyse. Heemstede, 1982 (Balans der Ballingschap. Bijdragen tot de Geschiedenis der joden in Nederland. Il/Ml).

(3) Dr. Jan ten Brink, de literatuurhistoricus van de 19e eeuw, schreef dienaangaande o.a. het volgende: “Des zomers was het lieflijk Heemstee de pleisterplaats van allerlei Nederlandsche geleerden en dichters. De beide van Lenneps plachten er hun Manpad of Klein-Woestduin te betrekken, als de deftige, statige, maar door- en-door achtenswaardige mr. H.J. Koenen zijne “Gliphoeve” kwam bewonen. Tot de logeergasten op het Manpad behoorde destijds ook de vertolker van Ilias en Odyssee in ouderwetse alexandrijnen. Jan van ’s Gravenweert. In herberg of optrekje vond men gedurende de zomermaanden te Heemstee den Leidschen predikant Bernard ten Haar, op het punt naar de hoofdstad beroepen te worden; vond men de professoren Bake en Den Tex; vond men Isaac da Costa die in 1840 met zijn “Vijf-en-twintig jaren” plotseling alle Nederlandsche harten had ontroerd en nu in den vollen luister van zijn genadeloos dichtgenie begon te schitteren”. Dr. P.D. Chantepie de la Saussaye schreef over de “Kring van Heemstede”: “Onder de gezinnen met wie Beets verkeerde waren niet alleen van de aanzienlijkste, maar ook van de uitnemendste mannen en vrouwen dier dagen. Met van Lennep was hij reeds in zijn studententijd in aanraking gekomen; hij vond hem en zijn familie in de Haarlemsche dreven terug. Vooral verkeerde hij in den kring van het Réveil: de Pierson’s, Oyensen, Waller’s, Koenen’s. De banden te Heemstede aangeknoopt zijn blijvend geweest: vooral met het gezin de Marez Oyens, ook met de jongere leden, heeft Beets tot zijn einde warme vriendschapsbanden onderhouden. De twee grootsten uit dien Amsterdamschen kring: W. de Clercq enda Costa brachten ook somtijds den zomertijd bij Heemstede door, gelijk in 1843, den laatsten zomer van W. de Clerq; in het vers op de zilveren bruiloft van da Costa in 1846 haalt Beets nog de herinnering aan die weken van vertrouwelijk verkeer op”.

(4) Toevalligerwijs hield in deze eeuw nog een entomoloog van naam en faam domicilie in Heemstede (Brederolaan 11), te weten Salomon Leefmans, dr. H.C. Hij was belast met het voortplanten van uit Amerika ontvangen sluipwespjes om vervolgens naar de plantages op Deli te worden doorgezonden als een probaat middel tegen schadelijke tabaksrupsen.

VERVOLG

Zo vaak als men in 19e eeuwse beschrijvingen hofsteden als De Hartekamp en Huize Te Manpad tegenkomt, zo weinig verwijzingen zijn te vinden naar De Gliphoeve, waarbij naast een eenvoudige architectuur mogelijk ook het verscholen in het groen liggende karakter een rol heeft gespeeld. L.J. Quarles van Ufford noemt de Gliphoeve in het geheel niet in zijn curieus boekje over de stad Haarlem en omgeving uit 1828. A.J. van der Aa vermeldde in zijn “Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden” (1844) naast de Gliphoeve nog 20 andere buitenplaatsen onder Heemstede. De samensteller verstrekt onder het trefwoord GLIPHOEVE de volgende gegevens: “buiten in Kennemerland, prov. Noord-Holland, arr., 1,75 uur ten Z. van Haarlem, gem. en 30 min. ten Z. van Heemstede. Het is eigenlijk eene boerderij (1), gedeeltelijk als buiten ingerigt. Zij beslaat, met de daartoe behoorende gronden, eene oppervlakte van 3 bunder 42 v. r. 40 ell., en wordt thans in eigendom bezeten door den Heer Mr. H.J. Koenen, woonachtend te Amsterdam”. Tien jaar later noemde H.H.B. Binnewiertz in zijn geschiedenisboek van Heemstede de heer Sterneberg als toenmalige eigenaar van de Gliphoeve. Ook een onbekende auteur uit 1867 vermeldt de Gliphoeve, maar verder dan de typering “een aardige hofstede” kwam deze anonymus niet, F. Allan wijst in zijn uitgebreide historie van Haarlem uit 1877 beknopt op de voorgeschiedenis van het pand, voor 1811 de bekende lijnwaadblekerij “Bleeklust”. H. Blink (1908) schrijft over de Gliphoeve als een centrum van letterkundige activiteit (H.J. Koenen). Meer recente beschouwingen zijn van C, Peper (Heemsteedse Courant, 31 juli 1969) en C.J. van Tilburg (Haarlemse Courant, 1969). Laatstgenoemde vangt zijn herinnering aan een oude Haarlemse nijverheid als volgt aan: “De wandelaar, die zijn pad van Heemstede naar Bennebroek kiest, ziet aan de Glipperweg, juist als hij de Zuidelijkste wijk van Heemstede, de Glip, achter zich heeft, aan zijn rechterhand, half in het lommer van zwaar geboomte verscholen, “de Gliphoeve”. Een pronkjuweel van oude bouwkunst is het wel niet, maar toch heeft het geheel – het witte huis steekt scherp af tegen de achtergrond van het bruin en groen van het omringende bos – iets bekoorlijks, dat wij niet gaarne zouden missen”. Een meer recente beschrijving van deze buitenplaats wordt gevonden in het rapport “Landgoederen van Zuid-Kennemerland” (1984), opgesteld door drs. Lucia Albers: (…) “Komende vanaf Heemstede tekent de Gliphoeve zich af door zijn hoog opgaand geboomte. Op de wal aan de noordzijde langs het afgegraven bollenveld staan voornamelijk iepen. Aan dezelfde kant achter het huis ligt een kromme laan met linden erlangs. Hier sluit het bosterrein van Staatsbosbeheer met slingerpaden en vijver bij aan. Vanaf deze vijver loopt een “beek” tussen het huidige terrein van de Gliphoeve en het vroeger bleekveld door. Langs het bleekveld, later weiland, lag een wal begroeid met abelen, die de “kraak” (2) genoemd werd. Deze was vermoedelijk ontstaan door het egaliseren van het bleekveld. Bij de bouw van de pedagogische academie werd de wal zonder noodzaak verwijderd. Langs het weiland langs de Glipperweg stond tot voor enkele jaren een boomgroep gevormd door een rode beuk en twee kastanjes, die deel waren van de aanleg van de Gliphoeve. Door deze boomgroep te herplanten zou het zicht op het schoolgebouw als vreemd element in het landschap enigszins gebroken worden. Achter de school [nu appartementencomlex Hagenduin. H.K.] rijst een verhoogd duin op, vanwaar men zicht had over de Haarlemmermeer. Op dit duin stond een achthoekig koepeltje met platgesnoeide linden in een ring er omheen. Het duin is nu met bos begroeid”.

Zoals hierboven beschreven was de entomoloog Samuel Constant Snellen van Vollenhoven in 1847 voor f. 14.000,- eigenaar van de Gliphoeve geworden. In 1854 begaf deze zich na een benoeming in Leiden metterwoon naar die gemeente en verkocht hij zijn Heemsteedse pand aan de heer Sterneberg. Een achterkleinzoon L.J. Sterneberg, woonachtig in Waalre, verstrekte nadere informatie.

Judocus Henricus Josephus Sterneberg (1800-1867)

Portret van J.H.J.Sterneberg

Portret van J.H.J.Sterneberg

J.H.J. Sterneberg zag het levenslicht in de Westfaalse stad Munster en emigreerde in 1820 naar Holland, waar hij zich in de hoofdstad vestigde. Via een familierelatie trad hij in dienst van de firma Kaupé en Wilde, een maatschappij die zich bezighield met de im- en export van linnen en koloniale goederen, gericht op Oost- zowel als West- Indië. 18 december 1852 naturaliseert hij tot Nederlander, woont intussen op de Herengracht en in 1854 koopt hij het buiten de “de Gliphoeve”, na eerder opgeklommen te zijn tot mede-directeur van het destijds gerenommeerde handelshuis (2). Sterneberg die katholiek was, heeft zich doen kennen als een weldoener van de in 1860 gebouwde R.K. Kerk in Vogelenzang die tot stand kwam onder mgr.dr.Th. Borret. J. Sterneberg schonk de altaartrappen en altaartafel voor een bedrag van f. 1.726,-. Aan de achterzijde van dit altaar is later een gedenksteen aangebracht met daarop gegraveerd de namen van Judocus Sterneberg en zijn echtgenote Sophie Wilde en het familiewapen (een ster). Hij overleed op 18-12-1867 te Amsterdam en werd begraven op de 16e daaropvolgend op het R. K. kerkhof in Vogelenzang. Op 30 april 1869 is het stoffelijk overschot herbegraven in een inmiddels gereedgekomen familiegraf aan de noordzijde van de kerk achter het door hem gefinancierde altaar. Daar het herenhuis in Amsterdam aangehouden is wijst alles er op dat de familie Sterneberg “De Gliphoeve” enkel als zomerverblijf gebruikt heeft. De buitenplaats is na het overlijden van de echtgenote Sophie Sterneberg-Wilde in 1871 verkocht nadien in handen gekomen van verschillende familieleden waarbij vooralsnog onduidelijk blijft wat zij precies beoogd hebben. Een dergelijk bezit onder zoveel, bepaald niet vermogende, familieleden moest welhaast tot problemen leiden en in 1888 konden de hypothecaire verplichtingen niet meer nagekomen worden. De vijf eigenaren van de Gliphoeve waren toen: mevrouw C.Th.Allee (weduwe van Joseph Mast) te Haarlem, de onder curatele gestelde mevrouw Alida Fige (weduwe van Evert Roebers), E.J. Roebers, spoorwegbeambte, wonende in de gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude, H. Alberts (gehuwd met Alida Roebers) en Jacobus Roebers, arbeider, woonachtig te Haarlem. Tot veiling werd besloten van “Het zomer- en winterverblijf genaamdGliphoeve, bevattende Heerenhuizing met koetshuis en stalling en daarom gelegene gronden met opgaand geboomte, moesgrond en boomgaard, alles staande en liggende aan de Glip in de gemeente Heemstede”. De openbare verkoping had op 28 april 1888 voor notaris W.K.Loeff plaats in verkooplokaal ‘de Gouden Leeuw’ in de Zijlstraat te Haarlem. De nieuwe bezitter, de Haarlemmer Steven Mons, besloot het perceel na 5 jaar, namelijk op 8 juni 1893 door te verkopen aan zijn zoon Evert Cornelis Mons, in combinatie met J.W. Holterman, scheikundige in Haarlem, en J.P.F. Koster, leraar bij het middelbaar onderwijs en woonachtig in Leiden. Koopsom van huis, tuin, boomgaard en bos, “gelegen aan den stoomtramweg”, bedroeg zevenduizend gulden. Na het overlijden van E.C. Mons is de Haarlemse architect (ontwerper van “Brinkmann”) en speculant J.F.W. Stom mede-eigenaar geworden. In 1901 verhuren zij de buitenplaats aan Herman Francois Waller, voor een jaarlijkse huur van 500 gulden. Nog in hetzelfde jaar wordt tijdens een bijeenkomst in logement “Het wapen van Heemstede” door tussenkomst van notariskantoor mr. C.J. Boerlage de Gliphoeve (groot 1,5 hectare) verkocht aan bewoner H.F. Waller ten bedrage van ƒ 9.150,-. Deze in zijn tijd zeer gewaardeerde persoon zal de Gliphoeve tot zijn overlijden in 1919 blijven bewonen.

Bidprentje H.H.J.Sterneberg (1800-1867), begraven te Vogelenzang

Bidprentje H.H.J.Sterneberg (1800-1867), begraven te Vogelenzang

Herman Francois Waller (1831-1919) (3)

Schilderij, gemaakt ter gelegenheid van de gouden bruiloft van Francois Gerard Waller en Helena Albertina Waller-Beckman (circa 1867). Derde van links Herman Francois Waller; twaalfde van links diens zuster Catharina Rutgera Pierson-WAller, daarnaast staande haar echtgenoot Nicolaas Gerard Pierson

Schilderij, gemaakt ter gelegenheid van de gouden bruiloft van Francois Gerard Waller en Helena Albertina Waller-Beckman (circa 1867). Derde van links Herman Francois Waller; twaalfde van links diens zuster Catharina Rutgera Pierson-Waller, daarnaast staande haar echtgenoot Nicolaas Gerard Pierson

H.F. Waller, geboren in Amsterdam, studeerde aanvankelijk theologie. In 1858 is hij beroepen tot predikant te Loenen op de Veluwe, vanwaar hij in 1864 naar Steenwijk vertrok. Omdat de publicistiek hem meer trok nam hij al in 1871 zijn emeritaat. Waller vestigde zich in Haarlem, waar hij gedurende dertig jaar verbonden zou zijn aan de redactie van de “Oprechte Haarlemsche Courant”. Talrijke geschriften, vooral biografieën van wijsgeren (Schopenhauer, von Hartmann) en letterkundigen (Reuter, Andersen, Manzoni), verschenen in die periode van zijn hand, met name in de serie “Mannen van Beteekenis”. Gedurende 20 jaar was hij lid en voorzitter van het Leesmuseum, een bibliotheek bestemd voor de gegoede burgerij (leraren e.d.) die gevestigd was op het Prinsenhof in de tegenwoordige gemeenteraadszaal. Hij was ook bestuurder der afdeling Haarlem van het Nederlands Toneelverbond en van 1885-1899 voorzitter van de Haarlemsche Debating Society, welke destijds menigeen een aangename en leerrijke avond bezorgde. Waller publiceerde gedichten in “Eigen Haard” en trad sedert 1883 als factor op van de aloude sociëteit “Trou moet blijcken”, een functie die hij tot 1906 bleef vervullen. Als zodanig verzorgde hij 23 jaar lang de nieuwjaars-rijmkronieken. Dat hij overigens zijn dichtkunst zelf niet hoog aansloeg moge blijken uit o.a. het slot van de jaargang 1887:

“Verwijt ge mij tenslotte nu.

Dat ik zo weinig poëzy

Gebracht hen in mijn rijmlarij?

Maakt mij geen kwestie, bid ik U,

maar toont dit jaar u zelf en mij.

Dat kwesties zijn vol poëzy”.

H.F.Waller met zijn echtgenote in 1895

H.F.Waller met zijn echtgenote in 1895

Karikatiir van H.F.Waller (1831-1919) door W.J.H.Mulier in 1894/1895. Waller was van 1873 tot 1906 voorzitter van het Haarlemse Leesmuseum

Karikatuur van H.F.Waller (1831-1919) door W.J.H.Mulier in 1894/1895. Waller was van 1873 tot 1906 voorzitter van het Haarlemse Leesmuseum

Voorts vervulde Waller nog verschillende bestuurslidmaatschappen, zoals secretaris van het departement Haarlem der “Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen”, voorzitter van het Leesmuseum en en lid van de commissie van toezicht op het Middelbaar Onderwijs. Naast lezen, schrijven en het geven van lezingen was het schaakspel zijn grote passie en hij was een der beste leden van de Haarlemsche Schaakvereniging. Na zijn pensionering bij de krant kocht hij de Gliphoeve waar hij nog 18 jaar zou wonen en talrijke vrienden en familieleden ontving. Steeds vond men bij Waller een welwillend oor en een behulpzame hand. Hij maakte zich nog verdienstelijk als bestuurslid van de Vereniging tot ondersteuning van verwaarloosden en gevallenen en van de Vereniging “Weldadigheid naar Vermogen”, waarvan hij in een der commissies van huisbezoek zitting had. De Oprechte Haarlemsche Courant schreef dan ook na zijn dood dat “ondanks zijn hogen leeftijd zich steeds met opgewektheid en nauwgezetheid gekweten heeft van den plicht zichzelf op de schouderen gelegd”. Zijn zoon Francois Gerard Waller bracht het tot president-directeur van de Ned. Gist- en Spiritusfabriek in Delft. De dochter Petronella Alida was gehuwd met mr. W.F. van Leeuwen, in die tijd burgemeester van Amsterdam en vervolgens Commissaris der Koningin in Noord-Holland. Een frekwent bezoeker van de Gliphoeve was ook N.G. Pierson, de beroemde economist en staatsman, die in 1909 in het huis van zijn schoonbroer overleed en naar wie in Heemstede een straatnaam is vernoemd. Drie jaar eerder was Waller’s echtgenote Petronella Cornelia van Marken gestorven.

Nicolaas Gerard Pierson (1839-1909)

N.G.Pierson, getekend door Johan Braakensiek

Mr.N.G.Pierson op de Gliphoeve

Mr.N.G.Pierson op de Gliphoeve

Pierson vervulde talrijke prominente functies, o.a. als directeur van de Nederlandse Bank, hoogleraar in Staathuishoudkunde en Statistiek, minister van Financiën en verwierf zich internationale faam dankzij zijn economische studies. In 1862 huwde hij met Catharina Rutgera Waller, een zuster van Herman Francois Waller. In een levensbericht door C.A. Verrijn Stuart (4) wijst deze necroloog o.a. de volgende regels aan Pierson in relatie tot de Gliphoeve “(…) Na dezen 7den Februari 1909 ging zijn gezondheid ondanks korte vleugjes van beterschap steeds meer achteruit. In Mei was de huur van de Hilversumsche villa verstreken en wilde hij de terugreis naar Den Haag in twee étapes aanvaarden, door eerst voor een kort verblijf zijn intrek te nemen bij zijn zwager H.F. Waller op “de Gliphoeve” te Heemstede, waar hij zo vaak rust had gerust en gevonden van zijn arbeid. Hij heeft echter zijn eigen woning in Den Haag, waar hij zeer naar verlangde, niet teruggezien. Verder reizen was hem verboden, en de grootste rust aanbevolen. Na een verblijf van 8 maanden op “de Gliphoeve”, waar nog veel genoten, maar ook heel veel geleden is, kwam zacht en bij volkomen bewustzijn, in den vroegen morgen van 24 december 1909, het einde. Den 28sten van die maand had de indrukwekkende uitvaart plaats op het prachtig Westerveld. (…)” (*)

Penningportret met de beeltenis van N.G.Pierson (1839-1909)

Penningportret met de beeltenis van N.G.Pierson (1839-1909)

Foto uit omstreeks 1900 met de volgende ministers rond Pierson. Staand v.l.n.r. luitenant-generaal K.Eland, mr. W.H.de Beaufort, C.Lely, mr. W.A.Cort van der Linden; zittend v.l.n.r.  jhr. J.A.Roëll, mr.H.Goeman Borgesius, mr.N.G.Pierson en J.T.Cremer.

Foto uit 1897 met de volgende ministers uit het kabinet Pierson (1897-1901). Staand v.l.n.r. luitenant-generaal K.Eland, mr. W.H.de Beaufort, C.Lely, mr. P.A.Cort van der Linden; zittend v.l.n.r. jhr. J.A.Röell, mr.H.Goeman Borgesius, mr.N.G.Pierson en J.T.Cremer.

======================================================

 (*) Door de weduwe van mr.N.G.Pierson is zijn grote wetenschappelijke boekencollectie gelegateerd aan de Universiteitsbibliotheek in Amsterdam evenals een marmeren buste van de oud-minister. Een en ander moest dienen tot vorming van een N.G.Pierson-kamer in het gebouw van de UB [in 1969 liep ik stage vanwege de Frederik Muller Academie in het nieuwe gebouw van de UB op de cataloguszaal die toen Piersonkamer heette]. In verschillende plaatsen zijn straten naar de staatsman vernoemd, ook in Heemstede sinds 1956 niet ver van de Gliphoeve waar hij overleed, de dr. N.G.Piersonstraat in De Glip 1 (Staatsliedenwijk).

=======================================================

Tot haar verscheiden in 1931 heeft de ongehuwde dochter van H.F. Waller, Catharina Rutgera op de Gliphoeve gewoond, gevolgd door de weduwe H.J. Koenen, geboren de Graaf. De hoeve bleef familiebezit en werd als woonhuis verhuurd aan de families Küpfer en Pimentel. Gedurende twee jaar (1931-1936) woonde de architect J.A. (Han)van Tienhoven in de tuinmanswoning. Van 1938 tot 1951 is het pand bewoond geweest door de heer S.J. Fonteijn, een kleinzoon van jonkheer Jean-Baptiste van Merlen. Eigenaren waren intussen geworden mej. J.C. van Scherpenberg uit Brussel en de heer P.C. van Scherpenberg, als koopman woonachtig in Rio de Janeiro.

Helemaal rechts de heer S.J.Fontein bij de presentatie van het boek 'Bosbeek' in het raadhuis van Heemstede in 1987. Naast hem jonkvrouw A.van Merlen douairiëre mr.E.E.van Till

Helemaal rechts de heer S.J.Fontein bij de presentatie van het boek ‘Bosbeek’ in het raadhuis van Heemstede in 1987. Naast hem jonkvrouw A.van Merlen douairière mr.E.E. baron van Till.

Op 29 december. In 1950 kwam de Gliphoeve voor 30.000 gulden in handen van de familie Oldewelt-van Leeuwen die het huis en omliggende gronden met zorg onderhouden. Zowel interieur als naaste omgeving herinneren aan het roemrijke blekerij-verleden, zoals de gietsloten, de tuinbel uit 1725, het schilderij van “Bleeklust” door J. Mensing, het bleekveld.

Tekening van de tuinbel van de Gliphoeve, vh. Bleeklust, uit 1725, getekend door Teun Jongh Visser

Tekening van de tuinbel van de Gliphoeve, vh. Bleeklust, uit 1725, getekend door Teun Jongh Visscher

Tot besluit kan terecht worden opgemerkt “dat de gemeente zich gelukkig mag prijzen dat particulieren zich inspannen een oude behuizing met rijke historische ambachtelijke aspecten te behouden, waarvan de Gliphoeve een goed voorbeeld is” (5). Anno 2012 staat de Gliphoeve opnieuw te koop, nu voor een miljoenenbedrag.

Foto van de Gliphoeve uit begin 1900

Foto van de Gliphoeve uit begin 1900

Noten

(1) “Een kraak is volgens Plettenburg een dijkje met een sloot aan weerszijden. Het was de afscheiding tussen twee blekerijbedrijven. Bij de Gliphoeve is echter geen aangrenzende blekerij bekend. Evenmin was er een sloot langs het dijkje. Het zal dus veeleer een afsluiting van het bleekveld geweest zijn. Het is ook mogelijk dat de kraak een stukje land was dat meest als paardenveld werd gebruikt.

(2) In 1923 verscheen een gedenkboek van de firma Kaupé en Wilde, bij gelegenheid van het 125-jarig bestaan.

(3) “Herman Francois Waller, geb. Amsterdam 21 okt. 1831, predikant, redacteur ‘Oprechte Haarlemmer Courant’, overl. Heemstede 11 maart 1919, tr. Amsterdam 18 nov. 1858 Petronella Cornelia van Marken, geb. Utrecht 21 febr. 1837, overl. Heemstede 26 sept. 1906, dr. van Jacob Cornelis en Petronella Alida van Voorthuijsen. Uit dit huwelijk: 1. Francois Gerard (1860-1935), 2. Petronella Alida (1862-1930)” [Uit: Jaarboek Centraal Bureau voor Genealogie 2013, deel 67, pagina 39].

(4) Gepubliceerd in: Levensberichten der afgestorven medeleden van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden. Bijlage tot de handelingen van 1910-1911. Leiden, Brill, 1911.

(5) C. Peper, in de Heemsteedse Courant, 31-7-1969.

Hans Krol

De lijnwaadblekerij Bleeklunst op de Glip van de weduwe Louis Gunst in 1797

De lijnwaadblekerij Bleeklust op de Glip van de weduwe Louis Gunst in 1797

De Gliphoeve in 1968 (foto G.J.Dukker)

De Gliphoeve in 1968 (foto G.J.Dukker)

Anonieme tekening van de Gliphoeve [door T.J.Jongh Visscher?]

Anonieme tekening van de Gliphoeve [door T.J.Jongh Visscher?]

TIEN FOTO’S VAN DE GLIPHOEVE UIT OMSTREEKS 1920

De Gliphoeve, Heemstede (1)

De Gliphoeve, Heemstede (1)

De Gliphoeve, Heemstede (2)

De Gliphoeve, Heemstede (2)

De Gliphoeve, Heemstede (3)

De Gliphoeve, Heemstede (3)

De Gliphoeve, Heemstede (4)

Een bijeenkomst op de Gliphoeve, Heemstede (4)

De Gliphoeve, Heemstede (5)

De Gliphoeve, Heemstede (5)

De Gliphoeve, Heemstede (6)

De Gliphoeve, Heemstede (6)

De Gliphoeve, Heemstede (7)

De Gliphoeve, Heemstede (7)

De Gliphoeve, Heemstede (8)

De Gliphoeve, Heemstede (8)

De Gliphoeve, Heemstede (9)

De Gliphoeve, Heemstede (9)

De Gliphoeve, Heemstede (10)

De Gliphoeve, Heemstede (10)

RESTAURATIE DE GLIPHOEVE

Restauratie De Gliphoeve. Uit Weekblad Heemstede, 20 maart 2014

Restauratie De Gliphoeve. Uit Weekblad Heemstede, 20 maart 2014