‘Hantvesten Van Karmerlant’ een zeer zeldzaam boekje in Heemsteeds bezit

Bij de inventarisatie van het rijke Heerlijkheidsarchief in Heemstede trof P.N. van Doorninck een gedrukt boekje aan, getiteld: “Hantvesten van Karmerlant” (Kennemerland), dat hij als laatste nummer (500) opnam in zijn in 1911 uitgegeven Inventaris (bladzijde 163): No. 500 Handvesten van Kennemerland Gedrukt te ‘s-Gravenhage (?) kl. 1°, 32 bladzijden. Op de eerste bladzijde staat gedrukt: Een houtsnede voorstellende een graaf van Holland, daaronder: Dit zijn die Hantvesten van Karmerlant. Aan de keerzijde: een wapen . Als annotatie vermeldde Van Doorninck: zeer zeldzaam boekje.

Titelblad van het boekje met houtgravure Philips de Schone, graaf van Holland

Tot december 1985 gold deze publicatie als het enig bekende exemplaar in een openbare verzameling, hetgeen opmerkelijk mag worden genoemd voor dit inhoudelijk niet onbelangrijke werkje. De boeken gedrukt tussen 1451/52 (Gutenberg) en ultimo 1500 heten wiegedrukken of incunabelen. Het totale aantal wordt geschat op ruim 35.000, waarvan omstreeks 2.100 titels gedrukt in Noord- en Zuid-Nederland. De speculatieve “Costeriana” buiten beschouwing gelaten zijn de eerste in de Nederlanden gedrukte boeken (Aalst en Utrecht) gedateerd op 1473. De Koninklijke Bibliotheek in Den Haag bezit momenteel meer dan 1.000 Nederlandse incunabelen, de grootste collectie op dit gebied. De in 1596 opgerichte Stadsbibliotheek van Haarlem beschikt blijkens recente onderzoekingen over tenminste 215 wiegedrukken. Voor de postincunabelen, gedrukt tussen 1501 en 1540, is de productie in de Lage Landen meer dan het dubbele geweest: ruim 4.500 verschillende edities. Van “Handvesten van Karmerlant” is het jaar van uitgave niet bekend, maar met zekerheid is sprake van een postincunabel. In ons land zijn de postincunabelen grondig bestudeerd en beschreven door kundige bibliografen als Wouter Nijhoff, dr. Maria Elizabeth Kronenberg en pater dr. Bonaventura Kruitwagen. Weliswaar ontbreekt onderhavige publicatie bij E.W. Moes en C.P.Burger, auteurs van “De Amsterdamse boekdrukkers en uitgevers in de zestiende eeuw”. In de twintiger jaren van onze eeuw is de editie in Heemsteeds bezit aan een nader onderzoek onderworpen door mej. M.E. Kronenberg en als nummer 3141 opgenomen in de “Nederlandsche Bibliografie van 1500-1540”. Haar veronderstellingen zijn overgenomen door o.a. F.J. Dubiez (1) doch later ter discussie gesteld en herzien door Gerard van Thienen (2). Zoals bekend hechtte Adriaan Pauw grote waarde aan een goede ordening van het Heerlijkheidsarchief, waarin de oudste stukken teruggaan tot 1347 (3). Mijn vermoeden is dat “Hantvesten van Karmerlant” is aangeschaft door of in ieder geval ten tijde van Jan van Heemstede (eigenlijk Le Fevre), Heer van Heemstede van 1516-1522 of diens zoon Roeland die in 1522 met Heemstede is beleend. Het exemplaar was in 1645, mogelijk tengevolge van het gebruik, beschadigd en incompleet geraakt. Op 5 juli van laatst genoemd jaar is de tekst door notaris Cornelis Buys in Heemstede met de hand bijgewerkt en aangevuld naar een (handgeschreven) kopie van de druk, gemaakt op 18 juni 1529 door Cornelis Copel, notaris en secretaris van Alkmaar. Op grond van dit laatste gegeven dateerde dr. Kronenberg het boekje op omstreeks 1528. Ondanks de slotmededeling “Gheprint inden Haghe. Cum gracia et privilegie” meende zij dat de Amsterdammer Pieter Janszoon Tyebout, gevestigd in de Sint Annastraat, het gedrukt zou hebben en dat het evenals een ander werk (Instructie…11.) slechts te koop was bij Hugo Janszoon van Woerden te ‘s-Gravenhage. Verwarring van drukker en uitgever (verkoper) kwam meer voor in die dagen. Deze veronderstelling was gebaseerd op een vergelijking van typografisch materiaal. De houtsneden en (Gotische) letters zijn dezelfde die voorkomen in: “Instructie vanden Hove van Hollant.. .enz.” (1516-17), waarop het bestuur in deze gewesten berustte. De publicatie met 33-34 regels per pagina bevat in houtsnede een portret van Philips de Schone, evenals diens wapen, gelijk in eerdergenoemde “Instructie”. In een latere “Instructie” (1521-22) is het geslachtswapen vervangen door dat van Karel V. De “Hantvesten van Karmerlant” vangt aan niet de historische charters van graaf Floris, gevolgd door die van andere Hollandse graven (Willem, Jan), hertog Aelbrecht en hertog Philips de Schone (4). De werkzaamheden van de drukker Pieter Janszoon Tyebout in de hoofdstad van Holland moeten hebben gelegen tussen 1517 en 1531, in welke periode een tiental boeken etc. zouden zijn gedrukt, inclusief enkele belangrijke semi-officiele uitgaven.

Opgenomen wapen van Philips de Schone

Opgenomen wapen van Philips de Schone

De opdrachten hiervoor verkreeg hij dankzij de invloed van zijn zwager mr. Jan Bennink, schout van Amsterdam en vervolgens raad-extraordinaris in het Hof van Holland. Deze bezorgde hem o.a. de opdracht voor een kaart van het Amstelland en het Sticht. Uit een bewaard gebleven rekening is bekend dat Tyebout de kaart zelf sneed en 100 afdrukken leverde, waarvan tot op heden géén is teruggevonden. Ook van zijn werk “Der doenden scole” is voorzover bekend geen exemplaar bewaard. Tyebout drukte ook de kerkelijke statuten van het dekanaat Kennemerland: “Statuta Juridiciones Kennemarïe” (1527) (5). De twee houtsneden hierin worden toegeschreven aan de Haarlemse “meester van Bellaert”. Tengevolge van het drukken van obscene literatuur (“schandelicke en oneerlicke briefgens”) werd hij door de Amsterdamse overheid veroordeeld met de “briefgens” op zijn hals “op die kaeck” te staan en vervolgens een bedevaart naar Onze Lieve Vrouw van Eenzeel bij Rijssel te maken. Hij is in 1546 overleden. Ook zijn zoon Jan Pieterszoon (1517-1573) was boekdrukker en boekverkoper. Werd tot voor kort aangenomen dat het defecte exemplaar in het Gemeentearchief van Heemstede het enig overgebleven exemplaar was, op de veiling van 5-6 december 1985 bij Van Stockum in Den Haag kwam een volledig exemplaar te voorschijn uit particulier bezit. Dit Handvesten-boekje is voor ruim 5.000 gulden aangekocht door de Koninklijke Bibliotheek en tijdens een tentoonstelling(25 april – 26 juni 1986) uitgestald geweest. De conservator van de afdeling Oude Drukken Gerard van Tienen stelt dat zijns inziens een herinterpretatie van de aan Tyebout toegeschreven drukken noodzakelijk is. Een aantal kleine gedrukte initialen van “Hantvesten van Karmerlant” komt eveneens voor in een Haagse druk van Hugo Janszoon van Woerden uit 1519. Van Hugo Janszoon zijn slechts enkele Haagse edities bekend, de gedateerde daarvan zijn uit 1518 en 1519. Op grond hiervan dateert hij de Handvesten op circa 1518-1519. Er komt een grote initiaal P voor, die in 1527 in een druk door Pieter Janszoon Tyebout gebruikt is. Uit “Gheprint inden Haghe” blijkt volgens Van Tienen dat typografisch materiaal dat tot nu toe als bezit van Tyebout werd beschouwd, eerder in het bezit van Hugo Janszoon is geweest. “Verder zijn er grote houtsneden: een portret en een wapen van Philips de Schone, die later ook door Tyebout gebruikt zijn”. Indien deze suppositie juist is betekent het dat de vroegere (door Campbell) toeschrijving van de “Instructie vanden Hove van Hollant…” aan Hugo Janszoon van Woerden toch juist zou zijn. Deze boekdrukker, afkomstig uit Leiden, werkte tussen 1506 en 1510 in de Amstelstad en wordt als de eerste drukker van Amsterdam beschouwd, alwaar hij devote werken vervaardigde. Hij is teruggekeerd naar Leiden en vestigde zich tenslotte als drukker in ‘s-Gravenhage, waar hij in 1543 nog blijkt te wonen. Ook al staat niet met zekerheid vast of “Hantvesten van Karmerlant” een product is van Tyebout (Amsterdam) dan wel van Hugo Janszoon van Woerden (Den Haag), van een unicum in Heemsteeds bezit is thans geen sprake meer, wél van een bibliografische zeldzaamheid, tevens één van de talrijke historisch waardevolle stukken in het vroegere Heerlijkheidsarchief van Heemstede, dat zijn huidige betekenis aan velen, maar wel heel in het bijzonder aan Adriaan Pauw heeft te danken.

Hans Krol

Noten:

(1) “Op de grens van humanisme en hervorming; de betekenis van de boekdrukkunst te Amsterdam in een bewogen tijd 1506-1578”. Nieuwkoop, B. de Graaf, 1962.

(2) Gedrukte werken uit de vijftiende en zestiende eeuw. In: “Accoord C.R. Een keuze uit de bijzondere aanwinsten verworven tijdens het bibliothecariaat van dr. C. Reedijk” (tentoonstellingscatalogus). ‘s-Gravenhage, Koninklijke Bibliotheek, 1986.

(3) Ook de conteporaine geschiedenis had zijn warme belangstelling. Naast de (onvolledige) “Dorpssaecken tot Heemstede” (bijgehouden door de secretaris van Heemstede) zijn de “Memorieboeken beroerende Heemstede van de jaren 1621-1650”, geschreven door Adriaan Pauw, van immens belang voor onze kennis van Heemstede in die jaren van grote veranderingen.

(4) Deze zijn overigens ook via andere charterboeken bekend (Van Mieris, Van den Bergh, Koch, Kruisheer enz.).

(5) Informatie hierover in: “Post-incunabelen en hun uitgevers in de Lage Landen. Den Haag enz., Martinus Nijhoff, 1978.

Geschreven voorzijde van hantvesten van Kennemerlant

Geschreven voorzijde van hantvesten van Kennemerlant

Geschreven pagina in Hantvesten van Kennemerlant

Geschreven pagina in Hantvesten van Kennemerlant

Eerste gedrukte pagina van: Hantvesten van Kennemerlant

Eerste gedrukte pagina van: Hantvesten van Kennemerlant