De eerste Heren van Heemstede en hun voorgeslacht uit Holy (circa 1250-1346) Deel l

Toen Adriaan Pauw, als ambachtsheer van Heemstede, zijn kasteel verfraaide liet hij omstreeks 1648 op een thans spoorloos verdwenen steen in de latijnse taal een tekst beitelen, waarin beknopt de geschiedenis van Huis en Heerlijkheid was beschreven. Vertaling van de eerste regels luidde: “Het slot te Heemstede, in zijn eerste opbouw, is tussen 1200 en 1300 met een grondgebied beleend. In 1346 is het begiftigd met volle rechtspraak. Door de ongunst der tijden is het in 1393 en 1404 tweemaal verwoest (…)”. De oudste charter die in het Heerlijkheidsarchief van Heemstede is overgeleverd stamt uit 6 september 1346, op welke datum ridder Gerrit (Gerard) van Heemstede na het overlijden van zijn vader Reinier door keizerin Margareta met het voorvaderlijk landbezit is beleend. Inhoudende: het Huis Heemstede, 45 morgen in het ambacht van De Lier, alsmede het ambacht van Heemstede, gelegen tussen het land van Jan Sceve en Willem van Tetrode, de Haarlemmermeer en de Hout. Tot de eerste verwoesting van het kasteel tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten zijn in totaal 8 authentieke akten in Heemstede bewaard gebleven (inventaris Van Doorninck nrs. l, 2,3,4, 368,369, 412, 465). De Haarlemse metselaars (= slopers) deden hun werk zo grondig, dat er “stock noch stake staan blive”. Het lijdt geen twijfel dat aan deze charters in de loop der eeuwen bijzondere aandacht is besteed, hetgeen niet wegneemt dat bijvoorbeeld de oorspronkelijke akte van belening zowel in het Heerlijkheidsarchief als in de Grafelijke kanselarij verloren ging. In voornoemde oorkonde uit 1346, in afschrift tevens bewaard in het register (nummer 49) van de Hollandse Leenkamer (Algemeen Rijksarchief) staat vermeld dat Huis en Ambacht van Heemstede en 45 morgen land in De Lier reeds door de vader van Gerrit: Reinier van Heemstede van de graaf van Holland in leen werd gehouden. Voorts wordt in deze charter gesproken over brieven die reeds uit de dagen van graaf Floris V stammen. Dit betekent zoveel als dat Heemstede ergens tussen 24 juni 1266, het begin van de regering van Floris V, en 23 juni 1296, het tijdstip van zijn gevangenneming, aan een landjonker – zijn naam wordt niet genoemd – in leen is gegeven. Ofschoon het jaartal van belening aan de hand van resterende archieven niet te traceren valt, zijn er minstens drie argumenten aan te voeren die doen vermoeden dat deze datum dichter bij 1296 dan 1266 ligt

1. In de rond 1281 opgestelde lijst van leenmannen van graaf Floris V komen drie telgen Van Hoylede voor, nochtans géén van Heemstede

2. Vermoedelijk is Reinier van Hoylede alias Reinier van Hoylede in Delfland geboren tussen omstreeks 1260 en 1270. Zelfs al is hij als jongeman naar het noorden getrokken om zich hier aan het Spaarne te vestigen, heeft hij enige ontwikkeling moeten doormaken alvorens hij voldoende vertrouwen van graaf Floris V had gewonnen om als leenman van een nieuw ambacht te fungeren;

3. Het oudheidkundig bodemonderzoek van 1947 wijst op de eerste bouw van het Huis te Heemstede aan het eind van de dertiende eeuw.

Inrijhek van Holy met in het midden het geslachtswapen van Holy (Allard van Heemstede)

Inrijhek van Holy met in het midden het geslachtswapen van Holy o.a. ook van Allart van Heemstede)

boerderij

Foto van het inrijhek Holy (in 1632 gebouwd in opdracht van dr. Johan Basius) op de oorspronkelijke plaats met op de achtergrond de boerderij die in 1964 moest wijken voor een nieuwe wijk . De woontoren stond op het grasveld links van het hek.

Wapen van Holy op het historische inrijhek te Holy, gemeente Vlaardingen

Wapen van Holy op het historische inrijhek te Holy, gemeente Vlaardingen

motte

Detail van kaart uit 1572 van ’t Lant genaemt ‘De Voetacker’ door Jan Jansz. Potter. Goed te zien is dat de woontoren van Holy op een omgrachte terp, een ‘motte’ staat, vandaar dat men ook van een mottekasteel spreekt (gemeentearchief Schiedam)

Eerste vermelding van plaatsnaam Heemstede in 1284

Ook al ontbreken duidelijke bewijzen hiervoor is het niet onwaarschijnlijk dat in de 10e – 12e eeuw verspreid over het latere territoir van Heemstede enkele boerderijen en houten huisjes hebben gestaan. Op de schrale zandgronden heeft men zich met landbouw en veeteelt beziggehouden en langs het Spaarne en meer zuidelijk (Bennebroek) aan turfgraverij gedaan – een activiteit tevens verricht door burgers van Haarlem – welke activiteit na ongeveer 1477 onmogelijk is geworden door het uitgeput raken van het veen, aldus een bericht in de “Informacie” van 1494. Vòòr 1245, in welk jaar Haarlem een aantal privileges (stadsrechten) ontving van graaf Willem II – in 1274 zijn deze vergunningen nog uitgebreid door diens zoon Floris V- behoorde het “Haarlemmerambacht” (met Spaarndam en Spaarnwoude in het noorden en Heemstede in het zuiden) tot de grafelijke domeinen. Nadien is de lagere regeermacht op het platteland rond Haarlem, verdeeld in ambachten, aan edellieden in leen gegeven door de landsheer ofwel graaf van Holland. Bloemendaal en Zandvoort kwamen o.a. in het bezit van de heren van Brederode en Heemstede van de heren van Heemstede. Sedert de belening door graaf Floris V sprak men ook wel van “de banne” (=rechtsgebied) van Heemstede. Tot de heerlijke rechten (die pas in de Franse tijd merendeels zijn afgeschaft) kunnen worden gerekend: het dijkrecht, jacht- en visrecht, windrecht, maalrecht, zwanendrift, tienrecht recht van veer, recht van collatie (benoemen van schout, schepenen, predikant onderwijzer etc) alsmede de lagere jurisdictie of rechtspraak. Voorzover heden bekend dateert de eerste vermelding van de naam Heemstede (in Zuid-Kennemerland) in oude perkamenten uit 1284, al of niet toevallig hetzelfde jaar dat de belening van Berkenrode door graaf Floris V plaatsvond aan Jan, dochter van Aleide, woonachtig in Haarlem. Willem Dirkssoon bezat in 1284 van de heer van Teilingen in leen éénderde van de koren- en vlastiende van Heemstede. Elders wordt dit leen toegekend aan Willem Badelogen, zoon van Heemstede (1). Er zijn weliswaar talrijke oudere akten bekend waarin sprake is van lenen buiten de zuidelijke “uterste veste van Haarlem”, met andere woorden het grondgebied van Heemstede. Bijvoorbeeld de dato 20 januari 1250 ten aanzien van Jacob van Hilsebroek, poorter van Haarlem, doch de naam “Heemstede” ontbreekt daarin. Eerst in de veertiende eeuw komt de plaatsnaam veelvuldig voor en kunnen we, rekening houdende met een ambachtsheer, schout kerk e. d., spreken van een nederzetting of dorp. In die periode was het vrachtvervoer van de graaf binnen Holland onder meer opgedragen aan inwoners van Heemstede. De eerste huizentelling in Heemstede, dat tevens Bennebroek en de Hout omvatte, had plaats in 1477, bij het overlijden van Karel de Stoute. Geteld werden in totaal 65 haardsteden, hetgeen neerkomt op tussen de 300 en 350 inwoners.

Relatie tussen Hoylede en Heemstede

Het is de verdienste geweest van professor dr. J.G.N. Renaud, onder wiens leiding het archeologisch onderzoek in het najaar van 1947 bij het Oude Slot plaatsvond, aan de hand van grondige archivalische research de origine van het geslacht Van Heemstede te ontdekken (2). Latere onderzoekers, zoals mr. J.W. Groesbeek en M. Thierry de Bye Dólleman (3), hebben de familieband tussen Van Hoylede en Van Heemstede bevestigd In 1968 verscheen de voor ons belangwekkende publikatie van C Hoek over de oudste heren van Hoylede (later Holy geheten) (4). Aannemelijk maar nog altijd niet bewijsbaar is de relatie tussen de adellijke geslachten van Hoylede en Heemstede. Beide geslachten voerden hetzelfde heraldische wapen en in de dertiende eeuw de voornaam Reinier. Hier kan ik thans een derde argument dat voor deze stelling pleit aan toevoegen. Zowel de eerste heren van Hoylede (met name de vermoedelijke vader van Reinier van Heemstede), als eerste ridders van Heemstede hadden land van de graaf in leen in De Lier en Haetskamp (bij Wateringen/ Rijswijk). De Lier ligt op luttele kilometers van Holy en het is geloofwaardig te veronderstellen dat Reinier van Heemstede de 45 morgen in dat ambacht van de graaf in leen ontving op grond van zijn herkomst uit Delfland. Indien alle schakels in de genealogische reeks kloppen was Reinier van Hoylede de bedoudovergrootvader van de plaatselijk en landelijk bekende Gerrit van Heemstede. Laatstgenoemde wordt in 1344 wordt het eerst genoemd, werd twee jaar later ambachtsheer en heeft een belangrijke rol gespeeld in het grafelijk landsbestuur. Met hem en zijn nageslacht heeft de edele familie Van Heemstede zich in de latere middeleeuwen ontwikkeld tot een van de aanzienlijkste geslachten in Kennemerland. De voorbije twee decennia heb ik afschriften verzameld met relevante informatie uit archivalia en literatuur met betrekking tot de vroegste heren van Hoylede en Heemstede. Hiermede is het thans mogelijk de door Renaud beschreven gegevens aan te vullen en uit te breiden, hetgeen in dit kader summier zal geschieden. Voor meer uitgebreide beschrijvingen van charters e. d. wordt belangstellenden verwezen naar de Heemstede-collectie in het Noord-Hollands Archief.

In de historische literatuur ten onrechte vermelde heren van Heemstede: AREND, SANDER, BORREUS, NICOLAES, ARNOUT, ALLARD, JAN (1), JAN (2)

De genealoog mr. Stmon van Leeuwen laat in zijn “Batavia Illustrata” (1685) het geslacht Heemstede aanvangen met “Arent van Heemstede, Ridder, wert vermelt anno 1330” (overgenomen door Halma, Kok, Allan e.v.a.). Cornelis de Koning wijdde zelfs een lofdicht aan deze ten onrechte veronderstelde stamvader (5). “(…) ‘k Zie Arend aart het hoofd van zoo veel dapp’re knapen, Hij streeft door vuur en staal, en draaft om roem en eer, Hij heeft op ’t zilv’ren schild het adelijke wapen; Dus werd zijn trouw beloond door Hollands opperheer (…)”.

Vermoedelijk heeft Van Leeuwen een vergissing gemaakt met Arend van Haemstede, zoon van Witte van Haemstede, heer van Moermont (bij Renesse) die van de graaf van Holland in 1339 vijf ambachten ontving, waaronder Hillegom. M.Z. Boxhorn in zijn “Toneel en beschrijving der steden van Hollant” (1634) schreef over Heemstede: “Daer wordt ghemelt van Sander, Borreus, ende Niclaes van Heemstede, ghebroeders in de brieven die ick ghesien hebbe geschreven in ’t jaer 1334″ (overgenomen door Binnewiertz, Allan e.a.). Feitelijk wordt Borre aan het eind van de 14e eeuw vermeld als eigenaar van ridderhofstad Heemstede in het Sticht/Utrecht, als zoon van Everard van Heemstede (1322-1392) en broer van Sander. Clays (Nicolaas) van Heemstede is vermeld op een Stichtse lijst met namen van 20 januari 1430. J.G. Kruisheer (6) noemt in regest 426 de dato 26 augustus 1269 een heer Amoud van Heemstede. Met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid wordt echter ridder Arnoud van Heemskerk bedoeld, woonachtig in Haarlem van 1254 tot 1290.

Allart van Heemstede.  De historici Wouter van Gouthoeven (1636) en Simon van Leeuwen (1685) ontdekten al in de 17e eeuw op grond van het wapen een samenhang tussen de riddermatige geslachten van Holy en Heemstede. Onjuist was de conclusie dat het wapen van Muys van Holy stamde van de heren van Heemstede. Van Leeuwen schreef: “Allart, jonger soone uyt den Huyse der Heeren van Heemstede, kreeg voor zijn vaderlijk erfdeel de hofstede van Holy bij Schiedam, waar van sijne descendenten de toenaam aangenomen hebben“. O.a. dankzij een gepubliceerd vertoog van mr. Nicolaas Muys van Holy uit 1705 (herdrukt in 1856) zijn deze foutieve gegevens in de historische literatuur een eigen leven gaan leiden. Nog in 1968 is in opdracht van de Historische Vereniging Vlaardingen een boekje verschenen (7), waarin op grond van verkeerde bronnen Allard van Heemstede wordt beschreven. Overigens al in 1915 toonde jonkheer dr. W.A. Beelaerts van Blokland (8) aan dat de oudste generaties van de 17e eeuwse genealogie door Van Leeuwen gepubliceerd evident fout waren en dat het geslacht Muys van Holy pas aanvangt met Jacob Muysz. die in het midden der 15e eeuw te Schiedam leefde en niets uitstaande heeft met de toren van Holy. Een en ander is op grond van nader archiefonderzoek bevestigd door reeds genoemde C. Hoek in 1968. Dat Allard van Heemstede de heerlijkheid Holy van zijn vader erfde is mogelijk, maar de verbintenis met Heemstede bij Haarlem is onwaarschijnlijk. Archivaris M.A.Struijs uit VLaardingen (overleden in 2004) schreef me in dit verband in 1998: ‘De voornaam Allard heeft overigens ook om andere redenen mijn belangstelling, waarbij ik ook al heb gedacht aan een band van Holy met die naam: in Vlaardingen leefde een Pieter Allartsz die ook  Huytgenshoeck’ wordt genoemd en dat lijkt erg veel op Uyt den Hoeck, de ‘zoon’ van Allart van Heemstede. Huytgensdhoeck was een terrein ten westen van Vlaardingen dat in 1359 al wordt genoemd. Dit zal nog eens verder uitgezocht moeten worden’. 

Jan van Heemstede 1. W. Dólleman die een inventarislijst vervaardigde van kaarten en tekeningen van het Huis en de Heerlijkheid Heemstede vermeldde onder nummer 69, A (9). “Wapens van de Ridders op zeker Tournooy spel te Rijsel in 1298, waer onder dat van Jan van Heemstede en Woutier Hoeufft”. Nader onderzoek leert dat op de lijst van edellieden 22 baanderheren (ridders met het recht tot het voeren van een banier), 15 ridders zonder vaandel en 17 schildknapen voorkomen. Onder de ridders zonder banier komt de naam voor van Jean de Hemstede, voerende het wapen van de heerlijkheid Heemstede. Door schrijvers over adeldom wordt het voeren van eenzelfde wapen gehouden voor een bewijs van de identiteit van het geslacht. Intussen is vastgesteld dat de bij de naamlijst voorkomende wapenkaart uitermate onbetrouwbaar is (10). Het is onmogelijk dat deze Jan van Heemstede identiek is met de bottelier van het Gravenhuis, die in 1298 zelfs nog niet geboren was. Er is geen grond aan te nemen dat genoemde Jean de Hemstede iets uitstaande heeft met ons geslacht Van Heemstede, voorzover al een historische figuur (11).

Jan van Heemstede 2. Uit enige akten staat vast dat ene Jan van Heemstede bottelier ofwel proviandmeester was van bij het Grafelijk Hof ten tijde van Willem III (1304-1337) en Willem IV (1337-1345). Zo ontving hij blijkens een oorkonde van 8 december 1339 van zijn graaf “tot zijnen lijve, de visscherij in de Boekelsluys te Akersloot” (12). Hij is bovendien vrijwel zeker dezelfde die als opvolger van Reinier van Heemstede (1332) in (tot?) 1346 staat geregistreerd in het repertorium op de lenen van de hofstede Haarlem ten aanzien van de halve grote tiende van Assendelft in het register nr. 49 f. 72 van de Hollandse Leenkamer (13), waarin sprake is van Jan van Heemstede Reinierszoon. Op basis hiervan is mijn conclusie dat hij een tot dusver onbekende telg was van het geslacht Van Heemstede, die in tegenstelling tot zijn oudere broer Gerrit geen ambachtsheer van Heemstede is geweest

In een tweede aflevering zullen alle tot op dit moment bekende akten die betrekking hebben op het voorgeslacht van Gerrit van Heemstede de revue passeren.

Hans Krol

Noten

(1) Namelijk in de zogeheten Teilingse lijst nr. 10, waarin Willem Badelogsoon van Heemstede het in 1329 nog op zijn naam heeft staan. Volgens het leenregister van graaf Floris V bezat deze persoon tevens lenen in Schoorl, Schoten en Aelbrechtsberg (Bloemendaal) Zie: S. Muller Hz., Het oude register van graaf Florens. In: Bijdragen en mededeeiingen van het Historisch Genootschap, 22ste deel, 1901 (nrs. 269, 288 en pagina 290).

( 2) Deze gegevens zijn vastgelegd in hoofdstuk V van het boek: “De Heren uit het geslacht van Heemstede” (VOHB, 1952).

( 3) In (ongedateerde) aantekeningen over Heemstede door M. Thierry de Bye Dólleman (in gemeentearchief Heemstede) wordt de hypothese geuit dat Reinier van Heemstede een kleinzoon was van Reinier van Hoylede, zonder het onderscheid te maken tussen Reinier (in of vóór 1304 overleden) en Reinier, genoemd als “cnape” in 1315, evenmin rekening te houden met Florentius ofwel Floris van Heemstede in de stamboom. Voorts is de veronderstelling van mr. J.W. Groesbeek dat graaf Floris V Heemstede al in leen gaf aan stamvader Reinier van Hoylede zeer onwaarschijnlijk, omdat deze leefde tijdens de bestuursperiode van graaf Willem II, Rooms koning van 1247 tot 1256. Ook diens zoon Dirk of Diederick van Hoylede komt mijns inziens niet in aanmerking, omdat deze in authentieke akten enkel in relatie tot Delfland wordt gemeld.

(4) C. Hoek, Twee middeleeuwse hofsteden in Vlaardingerambacht In: Jaarboek van het Centraal Bureau voor Genealogie, 22ste deel, 1968, blz. 124-159.

C.Hoek. artikel over Holy/Hoylede in deel XXII. Eindconclusie, pagina 15

(5) Cornelis de Koning LD.Z., “Heemstede”. In: Geschied en letterkundige mengelingen. Haarlem, Bohn, blz. 194-196.

(6) J.G. Kruisheer, De oorkonden en de kanselarij van de graven van Holland tot 1299. Deel II.’s Gravenhage-Haarlem, 1971, blz. 314.

(7) A. Bijl Mz., De voormalige heerlijkheid Holy in Vlaardingen-ambacht Vlaardingen, 1968. Bijgewerkte herdruk van een publikatie uit het Jaarboek Centraal Bureau voor Genealogie, deel 19, 1965.

(8) Jhr. dr. WA Beelaerts van Blokland, De toren van Holy in Vlaardingerambacht en het geslacht Muys van Holy, in: De Navorscher, 1915, blz. 441445 en 506-520.

(9) zie: J.C. Tjessinga, Het slot van Heemstede onder Adriaan Pauw. Heemstede, VOHB, 1949, blz. 66.

(10) zie: W.H. Hoeufft, Genealogie van het geslacht Hoeufft 1905, blz. 8-10.

(11) J. Ruys, in “Wapenheraut”, 19, 1915, ving zijn lijst der Heren en Vrouwen van Heemstede aan met Jan van Heemstede in 1298. Hetzelfde deed W.P.J. Overmeer in de bijdrage “Het Oude Slot te Heemstede” (Haerlem, jaarboek 1941): “Neemt men nu aan, dat de genoemde Jan van Heemstede, aanwezig bij ’t tourmooispel in 1298 te Rijssel, de vader was van Reinier, dan ware de zaak opgelost” (pagina 63).

(12) J.C. Kort, Het archief van de Heren van Haarlem (1254-1321). ‘s- Gravenhage, Rijksarchief in Zuid-Holland, 1976, bladzijde 7.

(13) P.L Muller, Regesta Hannonensia; lijst van oorkonden betreffende Holland en Zeeland (1299-1345). ‘s-Gravenhage, 1881, bladzijde 267. Fragmentgenealogie Van Hoylede/Van Heemstede

motte

Nicolaas en Reinier van  Hoylede lieten rond 1240 twee zogeheten mottekastelen bouwen (woontorens op een terp en daarbij een boerderij), die later bekend stonden onder de namen Joffer Aechtenwoning en Holy. Bovenstaande tekening uit omstreeks 1700 is vervaardigd door Abraham Rademaker.  Rademaker ging er ten onrechte van uit dat de toren een restant was van een groter geheel, terwijl in werkelijk enkel sorake was van een (woon) met daarachter een boerderij.

Fragmentgenealogie Van Hoylede/Van Heemstede

Generaties

1. Heer Reinier van Hoylede

2. Diederic van Hoylede (vermeld 1269/1284) x vòòr 1269 Margriet, heer Vrank Stoopdochter

3.  Reinier van Hoylede   alias Reinier van Heemstede (1); vòòr 1296 door graaf Floris V met Heemstede beleend; overleden vòòr april 1304

4. Floris (Florentius) van Heemstede (vermeld in 1304) x NN. “Vrouwe van Heemstede”

5. Reinier van Heemstede als schildknaap vermeld 1315/1322; als ridder en heer van Heemstede overleden vòòr september 1346  x Vrouwe Beatrise (leeft nog in 1362)

6. Gerrit van Heemstede; eerste vermelding 1344, heer van Heemstede sinds 1346, overleden in 1375. In 1350 gehuwd met Maria van Polanen (4 kinderen). [Twee zusters van Gerrit waren Clara en Machteld van Heemstede en zijn broer Jan van Heemstede bottelier van het Grafelijk Hof].

(1) Het is ook mogelijk dat Reinier van Hoylede alias Reinier van Heemstede een zoon was van Reinier van Hoylede, dus broer van Diederic van Hoylede.

Generaties 1 en 2 waren (ambachts)heer van Holy ofwel Hoylede, 3, 4, 5 en 6 van Heemstede

BIJLAGE 1: fragmentgenealogie Van Holy (Hoylede) / Van Heemstede

Holy3

Een dochter van Gerrit van Heemstede en Maria van Polanen: Machteld Gerritsdochter van Heemstede trouwde omstreeks 1380 met Dirk Janszoon van Hodenpijl. (1321-1406), heer van Rijswijk-Blotinge, Maasland, Rodenrijs en Nieuwkerk aan den Alm. (Uit: Els N.G.van Damme. De adellijke stichting van Nederhorst den Berg in de vroege middeleeuwen. 2021, pagina 95.

Bijlage 2: Reconstructie van de oorspronkelijke hoeven in de Holierse polder nabij Vlaardingen

Holy4

Tekening Holy en omgeving (Vlaardingen) vervaardigd door (archeoloog) C.Hoek in 1968