‘Memoiries’ van Isabella Deutz van Lennep-Teding van Berkhout van Meer en Berg

Meer en Berg, nu Mariënheuvel in Heemstede

Meer en Berg, nu Mariënheuvel in Heemstede

 

Dankzij Zuster Marie-Wilhelma Tas van ‘Mariënheuvel’ kwamen we in het bezit van een ongepubliceerd geschrift een ongepubliceerd geschrift: “Enige details uit een serie herinneringen van I.Deutz van Lennep-Teding van Berkhout’. Deze zijn in 1955 op haar huisadres aan de Vondelkade geschreven op ruim 85-jarige leeftijd. Isabella Teding van Berkhout, uit een oud-adellijk geslacht, is in 1869 geboren (1). Zij was een dochter van jonkheer mr. Jan Pieter Adolf Teding van Berkhout (1831-1898), bewoner van de hofstede “Kennemeroord”, welk bezit ruim 7 hectare omvatte. Haar vader was o. a – conservatief gemeenteraadslid in Heemstede, lid van de Schoolcommissie en vanaf 1881 van het Haarlemse St Jacobsgilde. Hij ontwikkelde zich, daartoe aangezet door de gunstige agrarische conjunctuur, tot grootgrondbezitter in de Haarlemmermeer, van welke polder hij penningmeester was. Isabella huwde in 1888 met Hendrik Jan Deutz van Lennep, geboren op het landgoed “Meer en Berg”. Twee jaar later kochten zij “Ipenrode”, waar het paar 16 jaar heeft gewoond tot men in 1906 dit buiten verkocht aan Joh. Enschedé en zelf “Meer en Berg” betrok Na de bouw van het Nieuwe Meer en Berg op het oude duinterrein in 1908- gerealiseerd onder architectuur van Foeke Kuipers – is het niet goed meer bewoonbare witgepleisterde huis uit 1700 aan de Glipperweg afgebroken, met uitzondering van het rechterbouwhuis “Meerzicht”. Het nieuwe landhuis telde liefst 36 kamers die volgens overlevering tijdens het seizoen dagelijks met verse bloemen uit eigen tuin werden versierd, maar het verhaal dat de paarden met goud beslagen hoefijzers hadden is een legende. Dienstpersoneel van Meer en Berg woonde in het zogeheten “Omgekeerde Hofje” (met de achterzijde naar de Glipperweg) ter hoogte van de huidige mr. S. van Houtenstraat De familie Deutz van Lennep was schatrijk, maar haar familiekapitaal en dat van zwager Pieter Teding van Berkhout (1865-1935) (2) ging verloren toen de N.V. Hollandse Cultuurmaatschappij (“Bulb”), eigenaar van een kapitaal gebouw aan de Leidsevaart, tengevolge van de economische crisis in de bloembollencultuur en mismanagement van de bedrijfsleider C. Pruyser failliet ging. “Meer en Berg” moest men verlaten. Beelden en kunstwerken zijn verkocht aan kunsthandelaar Goudstikker. Omdat de veiling van het landgoed oktober 1931 te weinig opbracht (ƒ 285.000,-) ging de verkoop niet door en is het tot na de oorlog eigendom van de bank gebleven. De familie Deutz van Lennep woonde twee jaar in bij familie in Huize Te Manpad en vond in 1934 huisvesting in het Instituut voor Epilepsiebestrijding Meer en Bosch, als dank voor het vele dat de familie in goede tijden voor de instelling had gedaan. Jhr. Deutz van Lennep is aldaar in 1934 overleden. Met twee andere dames van stand: mevrouw E. Quarles van Ufford-Dólleman (’t Nieuw Clooster) en freule W.F. van der Goes (in “Kerkzicht” woonachtig, die sociaal werk deed in de Indische Buurt) heeft mw. I. Deutz van Lennep-Teding van Berkhout zich op filantropisch gebied verdienstelijk gemaakt Zij ontving kinderen om op “Ipenrode” later “Meer en Berg” te spelen, organiseerde de jaarlijkse bazar in het  Gebouw voor Christelijke Belangen aan de Voorweg en was bestuurslid van o. a. de Wijkverpleging en het instituut Meer en Bosch (3).

De achterkant van Meer en Berg. Jhr. Deutz van Lennep met hond en tegen het huis zittende mw. Isabella Deitz van Lennep-Teding van Berkhout met een onbekende. Gefotografeerd door Adriaan Boer uit Bloemendaal

De achterkant van Meer en Berg. Jhr. H.J. Deutz van Lennep met hond en tegen het huis zittende mw. Isabella Deutz van Lennep-Teding van Berkhout met een onbekende. Gefotografeerd door Adriaan Boer uit Bloemendaal

Het typoscript telt 18 bladzijde. De pagina’s 1-3 hebben betrekking op bezoeken aan adellijke families in de Dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije, Bohemen en Italië, o.a. bij Prins Auersperg op een kasteel in Tirol of een paleis in Wenen. In Nederland is deze met zijn familie als hij in Noordwijk logeerde diverse malen bij de familie op “Meer en Berg” op bezoek geweest. Wat het vertier bij de adellijke families in Midden- en Zuid-Europa betreft: de heren gingen op hazen-, gemzen- of fazantenjacht; de dames ’s middags uit in een met vier paarden bespannen calèche met jockeys en dronken thee. ’s Avonds genoot men van een salonorkest en sommige heren speelden bridge. Bij die gelegenheden heeft men de in 1914 vermoorde Aartshertog Frans Ferdinand ontmoet evenals de latere – tevens laatste – keizerin Zita (die wordt getypeerd als “een klein bijdehand meisje”). In Stiermarken logeerde de familie Deutz van Lennep bij een kleindochter van het echtpaar Van Verschuer van De Hartekamp, de graaf en gravin Von Stürgk, geboren Spaur, die een oude burcht bewoonden (4). De volgende bladzijden geven herinneringen aan reizen naar Engeland, Egypte en Palestina, Zuid- Afrika, Brazilië en Argentinië. Hoe klein de wereld soms is blijkt uit het volgende verhaal. Op het dek van een passagiersboot naar Alexandrië trok een heel oude dame de aandacht van mevrouw Deutz van Lennep “omdat zij zo’n beeldig pekineesje (hondje) bij zich had”. Het kwam tot een gesprek waaruit bleek dat zij Louisa Carnegie was, die vroeger op “Bosbeek” woonde en vriendin was van de bewoonster van “Meer en Berg” (schoonmoedervan de schrijfster). “Deze Louisa Carnegie was toen Miss Hope. Van haar schoonheid was niets meer te zien. Zij was echter zeer pienter en aardig om mee te praten.Ik vond deze ontmoeting heel bijzonder. Haar zuster Lady Haversham had een kasteel in Engeland, waar ze ons te logeren vroeg.Ik denk nog wel eens aan Louisa Carnegie als ik in het bos Groenendaal loop. Als men oud wordt beleeft men de vergankelijkheid wel in alle phasen”. De bladzijden 14-16 handelen over “Meer en Berg” en de beknopte memoires worden besloten met enkele jeugdherinneringen, o.a. aan de bewoners van “De Keukenhof’ (Van Lijnden) en buitenlandse vrienden. Hier volgen de passages die betrekking hebben op “Meer en Berg”, De Glip, en “Meer en Bosch”. “Thuis gekomen had ik altijd veel te doen om vele zieken te bezoeken op de Glip en in Heemstede, want er bestond nog geen wijkverpleging (5). Ook bezocht ik de kermiswagens die tegenover de Cruquius stonden. Daar heb ik het gezin “Missink” gevonden (werkelijk aardige mensen) die leefden van bedelen met een aapje (Corrie). Zij kwamen ook op Meer en Berg en lieten dan een vreselijke lucht achter. Het aapje was eigenlijk het schoonste van het gezin, die mensen wasten zich nooit Zij kregen grote pannen met soep van “Meer en Berg”, waar zij van smulden. De Glip – toen het duistere Heemstede trok zéér mijn aandacht Er waren onder deze stropers en dergelijken wel aardige types. Broeder Scheffer van “Meer en Bosch” deed daar ook het z.g. maatschappelijk werk en riep dikwijls mijn hulp in. Onlangs bracht mr. A Diepenbrock, de priester, mij met zijn auto naar een der oudste bewoners (Barend van den Putten) die 92 jaar was en de wens geuit had, mij nog eens te zien (6). Wij gingen er op een Zondagmiddag heen en vonden de gehele familie in het oude huisje. Hij huilde dan ook van blijdschap toen hij mij zag. We bleven er ongeveer een half uur en hadden de indruk, die mensen een groot plezier te hebben gedaan met ons bezoek Ik geloof niet dat ze ooit zo’n deftige verschijning als die van de Heer Diepenbrock in hun huisje hadden beleefd Tegenwoordig is de Glip heel anders en zijn zulke types er niet meer. Ook worden de oude krotten afgebroken. (…) Na mijn beschrijving van 50 jaar geleden, kom ik weer terug op mijn dierbaar “Meer en Berg” waar nu het klooster der Zusters Augustinessen is. Deze Moeder en Zusters zijn bijzonder hartelijk voor mij. De Heer Diepenbrock brengt mij er vaak ’s Zondagsmiddags en dan gaan we daar een praatje maken en rijden dan met zijn auto in de plaats, die mooit onderhouden is. Onlangs bracht ik een bezoekje aan mevrouw Schwartz (7). Zij woont in het huis aan de Meerweg (bedoeld wordt “Meerzicht”, Glipper Dreef (H. K.), waar mijn schoonmoeder vroeger woonde. Het is slechts een derde van het oude huis, omdat het erg zakte en gevaar voor instorten bestond Het is beelderig ingericht en men merkt niet dat het maar een half huis is. Na de eerste wereldoorlog werden er, via de Hongaarse “Liga” vele kinderen naar Nederland gezonden om wat op te knappen van alles wat ze meegemaakt hadden. Er waren er ook op Meer en Berg en wij beleefden veel goeds van hen. Het waren meestal beschaafde kinderen, die zéér spoedig Nederlands kenden. Zij vonden Meer en Berg een aards paradijs en het eten vonden zij heerlijk Zij gingen na drie of vier maanden terug naar Hongarije en mochten het volgend jaar terugkomen. Er waren op het “Manpad” ook kinderen die elkaar natuurlijk veel zagen. Zij waren zeer muzikaal en genoten als ik piano speelde. Bij het afscheid en vooral aan het station, waren zij in tranen. De Hongaren zijn demonstratief en vinden het nodig om hun verdriet te tonen. Dat begon al 24 uur van te voren wat ik hen verbood. Zij kregen zeer veel pakketten, waar van alles inzat, meer naar huis. Er gingen Nederlandse en Hongaarse leidsters mee; ik meen dat zij via Keulen en Wenen reisden. Sedert wij op “Meer en Berg” woonden, hadden wij vele scholen en verenigingen, die de dag kwamen doorbrengen. In het bijzonder kwamen de patiënten van Meer en Bosch veel wandelen. Ik wil hier ook over de Besturende Broeder Jonker spreken, met wie ik tot zijn dood zéér bevriend bleef. Wat hij voor ons deed, vooral in tijden van grote moeilijkheden, is met geen pen te beschrijven (8). Gedurende de vakanties kwamen ook veel jongelui enige dagen kamperen. Het Leger des Heils was bij ons z.g. kind aan huis en het kwam alles opluisteren met zijn orkest. Meer en Berg was zo gemakkelijk te bereiken via de halte Woestduin en de Ringvaart, waar de stoomboten aan onze weilanden konden meren. Op Hemelvaartsdag kwamen 600 mensen uit Amsterdam per boot de gehele dag doorbrengen. Het orkest speelde onafgebroken psalmen en marschen. In de laatste zomer dat wij op “Meer en Berg” waren, kwam Prins en Prinses Auersperg van Wertwörth een maand bij ons logeren, wat heel gezellig was. Zij zagen alle bezienswaardigheden en raakten later niet uitgesproken over “Meer en Berg” en Nederland. In 1930 begonnen voor ons zeer moeilijke jaren. Ik weet echter dat al dat onheil moest komen, want ik was innerlijk gewaarschuwd en aanvaardde zo rustig mogelijk wat God ons deed belevea Onze buren van “’t Manpad” waren allerliefst voor ons en vroegen ons dadelijk om als “paying guests” bij hen te komen. We bleven daar twee jaar en werden daarna door Broeder Jonker gevraagd, om op “Meer en Bosch” te komen, waar hij een gezellig appartement voor ons in orde maakte. Ook daar waren wij ttwee jaar toen mijn man en ik beiden een gevaarlijke griep kregen, waar mijn man aan overleden is. Ik bleef vele weken doodziek en werd zeer liefderijk verpleegd, door de aan allen bekende Zuster Jo. Nog even wil ik vertellen dat ik hier op de Vondelkade iemand leerde kennen, die mij veel bezocht en ook troostte, namelijk Mr. A Diepenbrock, priester. Ook hij was een “godsend” in mijn leven (9).

Het zou ondankbaar zijn om biet te zeggen hoe lief mijn nichten Bella, Paulien en Agneta voor mij zijn die mij dagelijks bezoeken. Ik wil ook mijn achternichtje Aurelia Groeninx, die mij bijzonder dierbaar is, hier gedenken. Toen Prins en Prinses Auersperg van Wertwörth bij ons logeerden, is zij geboren, de laatste dag van hun verblijf toch mochten wij haar even zien. Liever baby kon men zich niet denken, met hele donkere oogjes en een bosje zwart haar! Zij is nu 26 jaar en nog lief! Ik wil nog iets over mijn prille jeugd vertellen, omdat die tijd zo heel anders was dan nu. Men werd door niets verstoord en ik weet nog, dat mijn moeder pluksel maakte voor de gewonden van de Frans-Duitse Oorlog van 1870. Ik was toen één jaar oud. Even na de  oorlog kwam er bij ons een zeer sympathieke Fransman, Monsieur Maurenge, die kleine vogelkastjes maakte en ze in de grote lindenbomen bij ons huis plaatste ter beschutting van meesjes en kleine vogeltjes. Mussen gaan er nooit in. Zij kunnen er rustig broeden zonder met kindertjes verstoord te worden. Ik moest kruiden zoals dragon, pimpernel enz  afrissen voor een heerlijke sause ravigotte die mijn moeder daarmee maakte. Er werden toen allerlei jams en geleien ingemaakt, waar men nu geen tijd voor heeft. Toen ik twee jaar was kwam er een Zwitserse juffrouw  die heel aardig was voor mijn broer, maar niet voor mij, want zij sloeg mij. Ik durfde het aan niemand te zeggen uit vrees nog meer geslagen te worden. Deze bleef drie jaar en toen kreeg ik een gouvernante, Melle van Orzag, die allerliefst voor mij was. In die tijd bleven de kinderen meer op de kinderkamer dan nu. Er werd niet zo veel notitie van hen genomen. Het was voor mij een feest, als ik een enkele keer met mijn ouders mocht eten. Op de kinderkamer kregen wij vaak beschuit geweekt in bessensap als toetje en dat vond ik verschrikkelijk. Ik loop er nog voor weg. Op 10 jarige leeftijd kreeg ik een rijpaardje, dat zeer vertrouwd was en waar ik alleen in de duinen mee mocht gaan. Ik ging er mee naar het beroemde vlokje van Vrouw van de Bunt, die bleef daar een uurtje uitrusten, terwijl Irma (het paardje) in een schuur stond en geitenmelk van Vrouw van de Bunt kreeg. De weg terug ging ook weer gedeeltelijk door de duinen. Er was toen helemaal geen verkeer, zodat de grote straatweg geen gevaar voor mij was. Enige jaren geleden bevond ik mij eens heel ver in de duinen (bij het zogenaamde Rozenkanaal) toen er een zwarte mist uit zee kwam opzetten en ik geen hand voor ogen meer kon onderscheiden. Ik moest mij aan de intuïtie van mijn paard overgeven en zei tegen haar, wij gaan naar huis. Dit bevel werd snel uitgevoerd, eerst in draf en later in galop. Binnen een uur waren wij veilig en wel op ‘Meer en Berg’. Gedurende de laatste wereldoorlog logeerde ik vele maanden op ‘Keukenhof’ waar ik het heerlijk had. Gravin Van Lynden was de liefste en trouwste vriendin die ik ooit gehad heb en zij bewees mij zulks op alle mogelijke manieren. Ook haar zoon Carel van Lijnden was altijd bereid mij te helpen. Er waren daar ’s avonds grote open haarden met houtblokken, wat zeer gezellig was. Voor de eerste wereldoorlog logeerden wij dikwijls bij de Schönborn’s op Schloss Weissenstein in Pommersfelden, één van de grootste en mooiste kastelen van Beieren.

Schloss Weissenstein in Pommersfelden

Schloss Weissenstein in Pommersfelden

Het gezin bestond uit de oude graaf Schönborn, twee dochters en de zoon Erwin Schönborn, die meer van studie hield dan op het kasteel te zijn. Hij studeerde voor dokter en was als jong chirurg  verbonden aan het grote Cancer Hospital in Londen. Meestal gingen wij er in het najaar heen en reden daar veel paard. ‘Pommersfelden’ is tegenwoordig museum, daar men zulke enorme paleizen niet meer kan bewonen. Gedurende de oorlog heeft het helemaal niet geleden van bommen of plunderingen. Het ligt in de buurt van Bayreuth, waar in juli de Wagner-opvoeringen waren. De dochters gingen uit in Wenen, zodat wij er vele bekende Oostenrijkers ontmoetten. De Auersperg’s kwamen er ook. Meestal onderweg naar Noordwijk. Zij hielden niet van Zandvoort en vonden Noordwijk veel sympathieker. Nu moet ik nog iets zeggen van Prins Festetics die wij in Sankt Moritz ontmoet hebben. Hij trouwde de zuster van de Hertog van Hamilton. De Schotse Mary Hamilton was beelderig en voelde zich wel thuis in Hongarije. Prins Festertics reisde altijd in een eigen reis-salonwagen, die aangekoppeld werd aan de internationale trein. Koning Edward VII van Engeland ging ook bij hen logeren en trachtte daar eens een van zijn Jodenvrienden mee te brengen. Hij telegrafeerde “Can I bring Lord Sassoon?” , waarop Prins Festetics antwoordde: “Your majesty will be welcome without Lord Sassoon”.  Koning Edward ging toch, hij vond het antwoord zeker nogal geestig. Prins Festetics was ouder dan wij, dus zal hij wel niet meer van deze wereld zijn. Een bekend gezegde van hem was: “Geen enkele goede daad blijft ongestraft.” Nu heb ik al mijn buitenlandse en binnenlandse vrienden wel de revue laten passeren en daarom eindig ik.” I. Deutz van Lennep Teding van Berkhout.  Aerdenhout ‘1955.

Bron: Enige details uit een serie herinneringen van mevr. I.Deutz van Lennep-Teding van Berkhout (vorige eigenaresse van ons Moederhuis). Aerdenhout, ’55. [In map Meer en Berg, Heemstede-collectie, Noord-Hollands Archief, Haarlem].

Jonkvrouw Isabella Deutz van Lennep-Teding van Berkhout, geboren 25 november 1867 en vaf 1869 op Kennemeroord woonachtig,  is in 1957 op 88-jarige leeftijd in Heemstede overleden en op 18 december begraven op de Algemene Begraafplaats.

In het 'gebouw voor Christelijke Belangen'a an de Voorweg. Mevrouw Teding van Berkhout is de staande dame midden-rechts met bontjas en hoed.

In het ‘gebouw voor Christelijke Belangen aan de Voorweg. Mevrouw Teding van Berkhout is de staande dame midden-rechts met bontjas en hoed.

Foto van een in 1922 gehouden bazar voor de Hervormde Kerk, gehouden in het toenmalig gebouw voor Christelijke belangen aan de Voorweg, waarvan de opbrengst ten goede kwam van de diaconie. Te zien zijn op de eerste rij v.l.n.r. mevrouw Moolenaar en haar dochter Joke, freule Sylvia van Lennep (van Huis te Manpad), mevrouw Korff (echtgenote van de predikant), mevrouw Ida Teding van Berkhout-Van Lennep (dochter van vm. burgemeester jhr.mr.D.E.van Lennep) en diaken J.Moolenaar. Hierachter staan: mw. Muller, mw. Heydanus, onbekende, mw. Steenbergen, onbekende, mej. A.Keune, onbekende, zuster R.Luuring (diacones), mw. Spoor, dominee dr.F.Korff, P.van Dort, dominee Ten Kate, freule Henriëtte van Lennep (zuster van Sylvia), mej. M.Moolenaar, mw. Isabella  Deutz van Lennep-Teding van Berkhout, mw.W.de Wit-Van Amstel, W.Moolenaar, mej. Tonny Bennink, mej. T.Korringa, mw.Van Gulik en W.Muller.

 

NOTEN

(1) Over de totale familie is een voortreffelijke monografie gepubliceerd door dr. C. Schmidt ‘Om de eer van de familie; het geslacht Teding van Berkhout 1500-1950’. Amsterdam, 1986.

(2) Naar deze persoon, die zowel in Heemstede (“Kennemeroord” en tussen 1923 -1932 in “Klein Berkenrode”) als Bloemendaal (“Boekenrode”) woonde en dijkgraaf was van de Haarlemmermeerpolder, is in 1923 een laan vernoemd in de gemeente Bioemendaal. De financiële catastrofe leidde tot oprichting van de Stichting Teding van Berkhout ter voorkoming van publieke verkoop van o.a. de verzameling familie-portretten.

(3) Een familielid jonkvrouw A.J.M. Teding van Berkhout (1833-1909) geldt als oprichter van zowel het Diaconessenhuis in Haarlem als de “Christelijke Vereniging voor de verpleging van Lijders aan Epilepsie” (Meer en Bosch).

(4) Vier van de 17 hoofdstukken in het boek “Honderd jaar Hartekamp” van jhr. F. J.E. van Lennep zijn gewijd aan de familie Spaur en schaking van jonkvrouwe Mathilde, barones Van Verschuer door Maximilian Graf zu Spaur in september 1861, welke ontvoering destijds veel opzien baarde in deze regio.

(5) Opgemerkt zij dat al in 1896 het Witte Kruis in Heemstede is opgericht en in 1902 de Wijkverpleging. Mevrouw I. Deutz van Lennep-Teding van Berkhout maakte een aantal jaren deel uit van het bestuur.

(6) Barend van den Putten, los werkman bij de gemeente, woonde Glipperpad 1 langs de Glippenrvaart “Glip” betekent helling, maar diep was in het volksgeloof geworteld dat deze naam voor de “Princebuurt” in de 18de eeuw zou zijn ontstaan doordat vóór de droogmaking smokkelaars komende van het Haarlemmermeer door dit gebied heen “glipten”.

(7) Mevrouw J.G. Schwartz-van Rooijen (uit het edele geslacht De Negrie) huurde Meerzicht van de gemeente sedert 1949 tot haar overlijden 20 december 1976. Voordien, dat wil zeggen na 1910 bewoond door baronnesse A.C. Taets van Amerongen en vervolgens door de adellijke familie Van der Masch Spakler.

Portret van Broeder F.H.Jonker die mede als besturend broeder een rol van betekenis heeft vervuld binnen het instituut Meer en Bosch

Portret van Broeder F.H.Jonker die mede als besturend broeder een rol van betekenis heeft vervuld binnen het instituut Meer en Bosch

(8) De verpleging in Meer en Bosch vond plaats door Broeders of Diakonen en Zusters (Diakonessen). Broeder F.H. Jonker die in 1897 zijn intrede deed in de verpleeginrichting en in 1934 overleed was een man van betekenis die ook als bestuurder van het instituut fungeerde.

Mgr. A.A.W.M. (Alfons) Diepenbrock (1902-1977) (foto Katholiek Documentatie Centrum Nijmegen)

Mgr. A.A.W.M. (Alfons) Diepenbrock (1902-1977) (foto Katholiek Documentatie Centrum Nijmegen)

(9) “Godsend” = onverwacht geluk Mgr. mr. A.Diepenbrock (1902-1977) was onder andere 14 jaar leraar aan het klein-seminarie Hageveld en was bestuurlijk aktief binnen roomse propagandistische organisaties als ‘Actie voor God’ (samen met Herman Divendal) en de ‘Katholieke Actie’. In 1957 werd hij benoemd tot geheim kamerheer van de paus. Hij woonde, evenals mevrouw I. Deutz van Lennep- Teding van Berkhout op latere leeftijd, aan de Vondelkade op de grens van Heemstede en Aerdenhout.

Hans Krol

Op deze foto heeft de jonge Gerben Ledeboer, zoon van de directeur van Meer en Bosch, de eerste steen gelegd van de Koningin Emma-kliniek (31 mei 1934)

Op deze foto heeft de jonge Gerben Ledeboer, zoon van de directeur van Meer en Bosch, de eerste steen gelegd van de Koningin Emma-kliniek (31 mei 1934)

Van links naar rechts: mevrouw I.Deutz van Lennep-Teding van Berkhout, mw. M.de Kock-van Leeuwen, Gerben Ledeboer, mevrouw Ledeboer, Broeder F.H.Jonker en dr. B.Ch.Ledeboer.

Fragmentgenealogie Isabella Teding van Berkhout. Uit: dr.C.Schmidt, Om de eer van de familie; het geslacht Teding van Berkhout 1500-1950. Uitg. De Bataafsche Leeuw, 1986.

Fragmentgenealogie Isabella Teding van Berkhout. Uit: dr.C.Schmidt, Om de eer van de familie; het geslacht Teding van Berkhout 1500-1950. Uitg. De Bataafsche Leeuw, 1986.

In 1882 opgericht door jonkvrouw A.J.M.Teding van Berkhout is het epilepsiecentrum sinds 1885 op Meer en Bosch gevestigd (SEIN). Hier poseert het bestuur omstreeks 1933. Van links naar rechts staan: ds. J.A.van Leeuwen, C.F.Bierens de Haan, dr.B.Ch.Ledeboer (geneesheer-directeur), dr. R.Burdet, T.Bruyn, Broeder F.H.Jonker, H.Franken jr. Zittend: mevrouw N.de Kock van Leeuwen-Mauve, mw.I.DEUTZ VAN LENNEP-TEDING VAN BERKHOUT, ds. C.J.van Passen (voorzitter), mw.J.J.Enschedé-Enschedé, mej. J.M.Bierens de Haan, zuster Mary Pot. Op deze foto ontbreken: jhr. F.J.E.van Lennep, W.F.C.Druyvestein, mr.dr.J.Schokking en drs. C.J.C.Burkens.

In 1882 opgericht door jonkvrouw A.J.M.Teding van Berkhout is het epilepsiecentrum sinds 1885 op Meer en Bosch gevestigd (SEIN). Hier poseert het bestuur omstreeks 1933. Van links naar rechts staan: ds. J.A.van Leeuwen, C.F.Bierens de Haan, dr.B.Ch.Ledeboer (geneesheer-directeur), dr. R.Burdet, T.Bruyn, Broeder F.H.Jonker, H.Franken jr. Zittend: mevrouw N.de Kock van Leeuwen-Mauve, mw.I.DEUTZ VAN LENNEP-TEDING VAN BERKHOUT, ds. C.J.van Passen (voorzitter), mw.J.J.Enschedé-Enschedé, mej. J.M.Bierens de Haan, zuster Mary Pot. Op deze foto ontbreken: jhr. F.J.E.van Lennep, W.F.C.Druyvestein, mr.dr.J.Schokking en drs. C.J.C.Burkens.

Op bovenstaande afbeelding van links naar rechts staand: ds. J.A.van Leeuwen (secretaris), C.F.Bierens de Haan (penningmeester), dr.B.Ch.Ledeboer (directeur), dr. R.Burdet, T.Bruyn Pzn., Broeder F.H.Jonker, H.Franken jr.  Zittend: mw. M.de Kock van Leeuwen-Mauve, mw.I.Deutz van Lennep-Teding van Berkhout, ds. C.J. van Paassen (voorzitter), mw, J.J.Enschedé-Enschedé, mej. J.M.Bierens de Haan, Zuster Mary Pot.

Foto uit 1911van Meer en Berg uit de periode van Jan Hendrik Deutz van Lennep

Foto uit 1911van Meer en Berg uit de periode van Jan Hendrik Deutz van Lennep tijdens een familiebijeenkomst in de tuin

BIJLAGE: Genealogische informatie betreffende Isabella Deutz van Lennep-Teding van Berkhout en haar vader jhr.mr.Jan Pieter Adold Teding van Berkhout

Isabella.jpg

Uit: Henrick S.van Lennep. Genealogie van de Damilie Teding van Berkhoit, 2014, pagina 135.