Huis te Heemstede

Het Huis te Heemstede op een schilderij door Gerrit Berckheyde uit 1667

Het kasteel van Heemstede werd ook wel ‘Huis te Heemstede’ genoemd en was meer een kasteelachtig landhuis dan een zwaar versterkt kasteel. Kastelen zoals het Huis te Heemstede worden daarom ook wel ‘coulisenkastelen’genoemd: zij hadden een middeleeuws uiterlijk, maar vrijwel geen verdedigbare functie. Het Huis te Heemstede werd gebouwd omstreeks 1290door een lid van de adellijke familie Holy of Van Hoylede. Deze familie was in de dertiende eeuw woonachtig en gegoed in Vlaardingerambacht. Daarnaast had de familie Van Hoylede ook bezittingen in Haagambacht (in de “Haetscamp”) en nabij Rotterdam (Hillegersberg). Tijdens de regering van graaf Floris V (1256-1296) werd een lid van de familie Van Hoylede met de ambachtsheerlijkheid Heemstede beleend. Deze tak noemde zich vervolgens ‘Van Heemstede’ en hanteerde een wapen dat bestond uit een gouden schild met een rood vrijkwartier en zeven rode merletten (dat zijn heraldische vogels zonder snavels en poten). De Van Heemstede’s waren een aanzienlijke familie: ze vervulden in de veertiende en vijftiende eeuw diverse belangrijke bestuursfuncties in het graafschap Holland en sloten goede huwelijken. In de steeds weer oplaaiende partijstrijd tussen de Hoeken en Kabeljauwen bevond de Hoeksgezinde familie Van Heemstede zich echter regelmatig in de hoek waar de klappen vielen: Gerrit van Heemstede werd verbannen en het Huis te Heemstede werd diverse malen verwoest (o.a. in 1392 en 1404/1405). Om herhaling te voorkomen probeerde de toenmalige ambachtsheer van Heemstede (Jan van Heemstede) zich in 1409 met zijn belagers te verzoenen. In de loop van de vijftiende eeuw raakte de familie Van Heemstede in financiële problemen. Om de ergste financiële nood te ledigen verkocht de familie zonder toestemming van de graaf van Holland verschillende leengoederen. De graaf kwam hier achter en hield de ambachtsheerlijkheid Heemstede tussen 1446 en 1462 voor straf in eigen beheer. Pas in 1462 was de relatie tussen de graaf van Holland en de familie Van Heemstede weer dusdanig hersteld dat Jan van Heemstede kon worden beleend met de ambachtsheerlijkheid. De financiële problemen bleven echter aanhouden. Daarom werd de ambachtsheerlijkheid (inclusief het Huis te Heemstede) door Jan van Heemstede in 1472 verkocht aan Lodewijk van Brugge, heer van Gruuthuuse en stadhouder van Holland, Zeeland en West-Friesland. Hadewig van Heemstede (de erfdochter van de laatste ambachtsheer van Heemstede) trouwde echter met de Vlaming Roeland Lefèvre, die de ambachtsheerlijkheid Heemstede in 1486 weer terugkocht van Lodewijk van Brugge. De nakomelingen van Roeland noemden zich vervolgens ‘Van Heemstede’. Roeland van Heemstede (de kleinzoon van Roeland Lefèvre) raakte eveneens in financiële problemen, waarna de ambachtsheerlijkheid in 1552 werd verkocht aan Cornelia van Driebergen, weduwe van Gerrit van Lokhorst. Zij heeft waarschijnlijk nooit in Heemstede gewoond. In 1557 wordt namelijk verklaard dat het Huis te Heemstede het hele jaar leeg had gestaan. Cornelia van Driebergen deed de ambachtsheerlijkheid Heemstede in 1565 over aan haar zoon Vincent van Lokhorst, die het op zijn beurt bij testament vermaakte aan Anna van Arkel, gehuwd met Walraven van Gent. Zij was de laatste adellijke bezitter van het Huis te Heemstede.

Portret van Adriaan pauw door Gerard Terborch, circa 1646. In langdurig bruikleen Frans Hals Museum

Portret van Adriaan pauw door Gerard Terborch, circa 1646. In langdurig bruikleen Frans Hals Museum

Anna van Ruytenburch, (tweede) echtgenote van Adriaan Pauw. Door Gerard Terborch circa in 1646 of 1647 geportretteerd toen zij al ziekelijk was. 3 november 1648 overleden , bijgezet in het koor van de kerk te Heemstede. Schilderij in bruikleen Frans Hals Museum

Anna van Ruytenburch, (tweede) echtgenote van Adriaan Pauw. Door Gerard Terborch circa in 1646 of 1647 geportretteerd toen zij al ziekelijk was. 3 november 1648 overleden , bijgezet in het koor van de kerk te Heemstede. Schilderij in bruikleen Frans Hals Museum

Van de hierna volgende rij niet-adellijke bezitters was raadpensionaris Adriaan Pauw veruit de bekendste. Hij was tweemaal raadpensionaris en in die functie was hij in 1648 nauw betrokken bij het sluiten van de Vrede van Munster, waarmee de strijd tussen Spanje en Nederland werd beëindigd. Ter herinnering liet Adriaan Pauw daarna bij het Huis te Heemstede de Pons Pacis (of Brug van de Vrede) bouwen. Daarnaast werd het Huis te Heemstede onder zijn supervisie verder uitgebreid en verfraaid tot een renaissancistisch kasteel. Er werd o.a. een lusthof aangelegd met tuinen, lanen en boomgaarden. Adriaan Pauw gebruikte het Huis te Heemstede als buitenverblijf en ontving er vele gasten (waaronder Frederik V, koning van Bohemen,  Maria de’ Medici, koningin van Frankrijk, en koningin-moeder Maria Henrietta uit Engeland).

J.J.Gerstel, gepensioneerd tekenleraar schilderde het middeleeuwse Huis te Heemstede na naar oude afbeelding, zoals in welstand in 1607 (HVHB)

J.J.Gerstel, gepensioneerd tekenleraar schilderde het middeleeuwse Huis te Heemstede na naar oude afbeelding, zoals in welstand in 1607 (HVHB)

Deel van opticaprent omstreeks 1780 vervaardigd in Parijs bij Basset, voorstellende het slot te Heemstede

Deel van opticaprent omstreeks 1780 vervaardigd in Parijs bij Basset, voorstellende het slot te Heemstede

Rechterdeel van opticaprent Basset (1780) met de poort en brug naar kasteel Heemstede

Rechterdeel van opticaprent Basset (1780) met de poort en brug naar kasteel Heemstede

Het Huis te Heemstede bleef lange tijd eigendom van de nakomelingen van Adriaan Pauw. Na 1793 kwam het via verschillende verkopen op 30 oktober 1809 uiteindelijk in handen van Jan Dolleman (secretaris en schout van Heemstede). Hij liet het ooit zo statige kasteel direct slopen. Tegenwoordig resten nog slechts de Brug van de Vrede het Nederhuys en de Duivenpoort. De tegenwoordige theeschenkerij is een 19e eeuws pand gehuisvest.

(Buitens in de Bollenstreek; Museum de Zwarte Tulp, 2012)

(Buitens in de Bollenstreek; Museum de Zwarte Tulp, Lisse, 2012)

(Vervolg: Buitens in de Bollenstreek; Museum De Zwarte Tulp, 2012)

(Vervolg: Buitens in de Bollenstreek; Museum de Zwarte Tulp, Lisse, 2012)

Eigenaren Huis te Heemstede Reinier van Heemstede                                  ca. 1285 – ? (Floris (Florentius) van Heemstede                 (1304) ?) Reinier van Heemstede                                  circa 1320 tot 1345 of 1346 Gerrit van Heemstede                                   1346-1351 De graaf van Holland                                    1351-1355 (na verbanning van Gerrit van Heemstede) Gerrit van Heemstede                                  1355-1375 (na verzoening met de graaf)  Jan van Heemstede                                      1375-1412 Jan van Heemstede                                      1412-1437 Gerrit van Heemstede                                   1437-1446 De graaf van Holland                                    1446-1462 (als straf voor verkoop leengoederen) Jan van Heemstede                                      1462-1472 (na verzoening met de graaf) Lodewijk van Brugge (Gruuthuse)                 1472-1486 (door koop van Jan van Heemstede)

Portret van Lodewijk van Gruuthuse in olieverf op paneel van eikenhout in Brugge

Portret van Lodewijk van Gruuthuse in olieverf op paneel van eikenhout in Brugge

Roeland Lefèvre                                           1486-1516 (door koop van Lodewijk van Gruuthuse) Jan van Heemstede, geboren Lefèvre             1516-1522 Roeland van Heemstede, geboren Lefèvre      1522-1552 Cornelia van Driebergen                                1553-1565 (door koop van Roeland van Heemstede) Vincent van Lockhorst                                     1565-1595

Eén van de oudste afbeeldingen van het Huis te Heemstede op de kaart van Pieter Bruynsz. uit 1589

Eén van de oudste afbeeldingen van het Huis te Heemstede op de kaart van Pieter Bruynsz. uit 1589

Anna van Arkel                                               1595-1607 Hendrik van Hovine                                       1607-1617 (door koop van Anna van Arkel)

Oud Heemstede buiten Haarlem, door Hendrik Spilman (1721-1784) nagetekend naar een originele tekening van D.Vinkebooms (Vingbooms) uit 1607

Oud Heemstede buiten Haarlem, door Hendrik Spilman (1721-1784) nagetekend naar een originele tekening van D.Vinkebooms (Vingbooms) uit 1607

Het Huis te Heemstede naar een schilderij gedateerd 1610.

Het Huis te Heemstede naar een schilderij gedateerd 1610.

Het Huis te Heemstede. Zuidwestzijde. Tekening door Abraham Rademaker, circa 1720 (NHA)

Het Huis te Heemstede. Zuidwestzijde. Tekening door Abraham Rademaker, circa 1720 (NHA) [Verhoudingen kloppen niet, torens te laag getekend].

Adriaan Pauw                                                1620-1653 (door koop v/d erfgenamen van Hendrik van Hovine)

Spaarne

Gezicht op het Spaarne met een tjalk en op de achtergrond het Huis te Heemstede; door Allaert van Everdingen (1621-1675)

Gezicht in vogelvlucht op het Huis te Heemstede en omgeving, circa 1646. Uit een tekening in het Heerlijkheidsarchief Heemstede (Van Doorninck, nr.178)

Gezicht in vogelvlucht op het Huis te Heemstede en omgeving, circa 1646. Uit een tekening in het Heerlijkheidsarchief Heemstede (Van Doorninck, nr.178)

Het Huis te Heemstede en de Vredesbrug, poortgebouw en Nederhuis, getekend door Roeland Rorghman (1627-1692)

Het Huis te Heemstede en de Vredesbrug, poortgebouw en Nederhuis, getekend door Roeland Roghman (1627-1692)

Achterzijde van het Huis te Heemstede, getekend door Roeland Roghman (1627-1692)

Achterzijde van het Huis te Heemstede, getekend door Roeland Roghman (1627-1692)

Het Huis te Heemstede. Voorzijde met stenen Vredesbrug en linkervleugel. Ongedateerd schilderij van Claes Pieterszoon van Berghem (1620-1683) uit 1646 of wat later.

Het Huis te Heemstede. Voorzijde met stenen Vredesbrug en linkervleugel. Ongedateerd schilderij van Claes Pieterszoon van Berghem (1620-1683) uit 1646 of wat later.

Tekening van ontvangst der Franse koningin-moeder Maria de' Medicis in september 1638 op het Huis te Heemstede; door de Haarlemse kunstenaar Jan Martszen de Jonge (1609-1647_)

Tekening van ontvangst der Franse koningin-moeder Maria de’ Medicis in september 1638 op het Huis te Heemstede; door de Haarlemse kunstenaar Jan Martszen de Jonge (1609-1647_)

Beleefdheidsbezoek van de Engelse koningin Henriette Maria aan Adriaan pauw op het voorterrein van het Oude Slot in 1642. Gravure door Cornelis Visscher

Beleefdheidsbezoek van de Engelse koningin Henriette Maria en haar schoonzoon prins Willem aan Adriaan Pauw op het voorterrein van het Oude Slot in 1642. Anonieme gravure uit het boek: ‘Beschrivinge van de Blyde Inkoomste….'(Amsterdam, Nicolaes van Ravesteyn), 1642 door Pieter Nolpe of Claes Janszoon Visscher, met zekerheid naar een authentieke tekening van de Haarlemse kunstenaar Jan Martszen de Jonge.

Gerrit Pauw                                                    1653-1676 (weduwe) Agatha Hartighsveld                      1676-1697 Adriaan Pauw                                                 1698-1704 Gerrit Pauw, geboren Hoeuft                          1704-1729

Gravure van het Huis te Meemstede en de Pons Pacis door Jacobus Schijnvoet uit 1711 naar een tekening van R.Roghman. In 1721 met 59 andere kastelenprenten gepubliceerd onder de titel 'Nederlandsche Oudheden' van Ludolf Smits. In 1737 verscheen een tweede, door P.Langendijk vermeerderde druk.

Gravure van het Huis te Heemstede en de Pons Pacis door Jacobus Schijnvoet uit 1711 naar een tekening van R.Roghman. In 1721 met 59 andere kastelenprenten gepubliceerd onder de titel ‘Nederlandsche Oudheden’ van Ludolf Smits. In 1737 verscheen een tweede, door P.Langendijk vermeerderde druk.

Het Huis Te Heemstede in 1727, pentekening toegeschreven aan Abraham de Haen (Iconografisch Bureau)

Het Huis Te Heemstede in 1727, pentekening toegeschreven aan Abraham de Haen (Iconografisch Bureau)

Het Huis te Heemstede in 1722, toegeschreven aan Abraham de Haen.

Het Huis te Heemstede in 1722, toegeschreven aan Abraham de Haen (Iconografisch Bureau)

Huis te Heemstede. Tekening van Antonina Houbraken (1686-1736) uit circa 1728 (UB-Leiden)

Huis te Heemstede. Tekening van Antonina Houbraken (1686-1736) uit circa 1728 (UB-Leiden)

Geertruida Dutry                                                1729-1734 Jan Diederik Pauw, geboren Hoeuft                  1734-1737 Benjamin Pauw, geboren Hoeuft                        1737-1747

Tekening van het Huis te Heemstede door H.de Winter uit omstreeks 1750 toen het kasteel in eigendom was van de familie pauw geboren Hoeufft.

Tekening van het Huis te Heemstede door H.de Winter uit omstreeks 1750 toen het kasteel in eigendom was van de familie Pauw geboren Hoeufft.

Jan Diederik Pauw, geboren Hoeuft                  1748-1792

Portret van Jan Diderik Pauw geboren Hoeufft (1730-1792)

Portret van Jan Diderik Pauw geboren Hoeufft (1730-1792)

Het Huis te Heemstede omstreeks 1780. Naar een aquarel van F.A.Milatz (Rijksdienst voor de Monumentenzorg)

Het Huis te Heemstede omstreeks 1780. Naar een aquarel van F.A.Milatz (Rijksdienst voor de Monumentenzorg)

Etsen van 't Huis te Heemstede, van voren en achteren, door Hendrik Spilman, 1752

Etsen van ’t Huis te Heemstede, van voren en achteren, door Hendrik Spilman, 1752

Huis te Heemstede. Tekening door Hendrik Spilman uit omstreeks 1750 (UB-Leiden)

Huis te Heemstede. Tekening door Hendrik Spilman uit omstreeks 1750 (UB-Leiden)

Het Huis te Heemstede door Johannes Janson, 1766 (Rijksmuseum Amsterdam)

Het Huis te Heemstede door Johannes Janson, 1766 (Rijksmuseum Amsterdam)

Leonard Pauw, geboren Hoeuft                     1792-1793 Johanna Maria Dutry                                      1793-1809 (door koop van Leonard Pauw)

Het Huis te Heemstede omstreeks 1800 enkele jaren voor de afbraak getekend door Wybrand Hendriks (NHA)

Het Huis te Heemstede omstreeks 1800 enkele jaren voor de afbraak getekend door Wybrand Hendriks (NHA)

Jacob Scholting                                              1809-1816 (door koop van Johanna Maria Dutry) Jan Dolleman                                                  sloopt huis in 1809-1810 na koop van Jacob Scholting

Tekening van restanten na afbraak van het kasteel, door Daniël Kerkhoff, 1818 (Teylers Museum)

Tekening van restanten na afbraak van het kasteel, door Daniël Kerkhoff, 1818 (Teylers Museum)

[Marten Adriaan Beels                                    1816-1859]

Geschilderd portret van Marten Adrian Beels (1790-1859) door Jan Adam Kruseman uit 1825

Geschilderd portret van Marten Adrian Beels (1790-1859), sinds 1816 heer Van Heemstede, Rietwijk en Rietwijkeroord,  door Jan Adam Kruseman uit 1825 (foto Iconografisch Bureau Den Haag)

Foto van mr.M.A.Beels, 17 november 1859 overleden in Haarlem en begraven op de begraafplaats van de Kleverlaan

Foto van mr.M.A.Beels, 17 november 1859 overleden in Haarlem en begraven op de begraafplaats van de Kleverlaan

P.J.C.Gabriël. De Vredesbrug van het Oude Slot in 1853. (Gemeentemuseum Den Haag)

P.J.C.Gabriël. De Vredesbrug van het Oude Slot in 1853. Schilderij in Gemeentemuseum Den Haag. (Iconografisch Bureau)

Willem Vester: de Vredesbrug van het Oude Slot Heemstede, in 2013 geveild bij Venduehuis 's-Gravenhage

Willem Vester: de Vredesbrug van het Oude Slot Heemstede, in 2013 geveild bij Venduehuis ‘s-Gravenhage

[Leonard Marius Beels]    1859-1881 Beels2

[Carel Adriaan Beels]   1881-1894

[Agnes Henriëtte van Loon, weduwe van Leonard Marius Beels]   1894-1901

[Herman Hendrik Beels]   1902-  [was broeder van Leonard Marius Beels].

Scan1545

De Vredesbrug van het Oude Slot. Ets door Willem Snitker uit serie 3×3= 9

Meer en Berg

Wat resteert van het oude Meer en Berg, huize Meerzicht

We beginnen de geschiedenis van de buitenplaats Meer en Berg in 1655. Op 15 mei van dat jaar kochten de in Amsterdam woonachtige broers Hendrik en Louis Trip namelijk de toen nog naamloze hofstede. De familie Trip was een zeer invloedrijk en welgesteld Amsterdams koopmans- en regentengeslacht. Hendrik en Louis zijn vooral bekend geworden als opdrachtgevers voor de bouw van het zogenoemde ‘Trippenhuis’ aan de Kloveniersburgwal in Amsterdam. Het hoofdgebouw van hun Heemsteedse buitenplaats werd uitgebreid en verfraaid en op het zelfde terrein werd door Hendrik en Louis Trip ook een geheel nieuw huis gebouwd. Dit nieuwe huis werd ‘Meerzicht’ genoemd en stond dus op grond die oorspronkelijk had toebehoord aan de buitenplaats Meer en Berg. In tegenstelling tot Meer en Berg is de buitenplaats Meerzicht tot op de dag van vandaag behouden gebleven (het doet tegenwoordig dienst als appartementencomplex). Na het overlijden van Louis Trip ging Meer en Berg in 1685 over in handen van zijn neef Jacob Trip (zoon van de bovengenoemde Hendrik Trip en Johanna de Geer). Jacob Trip overleed ongehuwd en kinderloos op 20 juli 1695. Bij testamentaire beschikking ging Meer en Berg nu over op zijn oudere broer Mathias Trip. Deze Mathias Trip zou de tot dan toe naamloze buitenplaats de naam ‘Meer en Berg’ hebben gegeven. Lang heeft hij niet van zijn buitenplaats kunnen genieten, want Mathias Trip stierf drie maanden na zijn broer Jacob. De voogden van zijn nog minderjarige kinderen verkochten Meer en Berg toen aan de Amsterdamse Doopsgezinde koopman David de Neufville, die er een echte lustplaats van maakte.

Bouwheer David de Neufville (1624-1729) met zijn echtgenote Agneta en helemaal links dochter Catharina de Neufville , die huwde met 1. Pieter de Wolff, 2) Dirk van Lennep. Op de achtergrond links de tuin van Meer en Berg (RKD; iconografisch bureau)

Bouwheer David de Neufville (1624-1729) met zijn echtgenote Agneta en helemaal links dochter Catharina de Neufville , die huwde met 1. Pieter de Wolff, 2) Dirk van Lennep. Op de achtergrond links de tuin van Meer en Berg. Scilderij door Michiel van Musscher (1645-1705) in Amsterdam Museum  (RKD; iconografisch bureau)

Vervolgens kwam de buitenplaats via dochter Catharina de Neufville in bezit van haar echtgenoot Dirk van Lennep (net als Petronella behorend tot een aanzienlijk Amsterdams Doopsgezind koopmansgeslacht). In 1730 kocht Dirk van Lennep de zuidelijker gelegen buitenplaats Leeuwenberg van Nikolaas van Strijen (1700-1757), secretaris van Amsterdam. Beide buitenplaatsen werden samengevoegd. De op deze wijze gevormde hofstede werd wederom ‘Meer en Berg’ genoemd. Op 27 december 1732 werd Meer en Berg door de kinderen van Dirk van Lennep verkocht aan Petronella de Neufville, weduwe van Jacob van Lennep. Daarna bleef de buitenplaats lange tijd in handen van het nageslacht van dit echtpaar. De laatste in de rij waren de echtelieden Hendrik Jan Deutz van Lennep en Isabella Teding van Berkhout. Na het faillissement van de N.V. Hollandse Cultuur Maatschappij (in 1930) verloren zij als investeerders veel geld en was het echtpaar gedwongen om Meer en Berg te verlaten. De buitenplaats werd in oktober 1931 geveild, maar er werd toen veel te laag geboden. Meer en Berg bleef daarom tot na de Tweede Wereldoorlog eigendom van de bank.

Meer en Berg in Heestede op een gravure van Hendrik Spilman uit 1762.

Meer en Berg in Heestede op een gravure van Hendrik Spilman uit 1762.

In 1948 nam de gemeente Heemstede het besluit om een deel van Meer en Berg aan te kopen. Op het tussen de ringvaart en de Glipperdreef gelegen land werden woningen gebouwd. Daar verrees de nieuwbouwwijk ‘Glip1’. Het overgrote deel van het grondbezit werd echter bij het wandelpark Groenendaal gevoegd. De meeste gebouwen van de buitenplaats Meer en Berg (waaronder het niet meer bewoonbare witgepleisterde huis uit 1700) waren al in 1910 gesloopt. De oranjerie van Meer en Berg onderging in 1953 het zelfde lot. Alleen een toegangshek, het achttiende-eeuwse koetshuis, de voormalige dienstwoning, de koepel, de ruïne van het pomphuis voor de fonteinen en een restant van het zeventiende-eeuwse hoofdhuis hebben de tand des tijds doorstaan. Tot slot is het nog aardig om te vermelden dat twee beroemde (tuin)architecten betrokken waren bij de tuinaanleg van de hofstede Meer en Berg. De Franse hugenoot Daniël Marot (1661-1752) was verantwoordelijk voor de oorspronkelijke tuinaanleg. Het bovengenoemde pomphuis werd speciaal gebouwd voor de door hem aangelegde classicistische tuin met fonteinen. Vervolgens werd er in 1794 door de uit Saxen afkomstige Jan David Zocher senior (1763-1817) een volledig nieuwe tuin aangelegd. Van de zeventiende en achttiende-eeuwse tuinaanleg is helaas niets meer bewaard gebleven. Het Rijksmuseum in Amsterdam bezit nog wel een tuinbank uit de eerste helft van de achttiende eeuw, die afkomstig is uit de tuin van Meer en Berg en die mogelijk is ontworpen door Daniël Marot. Ontworpen door Marot bestaat nog de toegangspoort – met wapens De Neufville – die tot de fraaiste hekken bij buitenplaatsen van Zuid-Kennemerland wordt gerekend. Van het fonteinhuis resteert een ruïne. Dirk van Lennep maakte overigens grote schulden bij Daniël Marot toen hij Meer en Berg door hem liet verfraaien. Slechts dankzij de hulp van zijn familie (zowel Van Lennep als De Neufville) werd een faillissement voorkomen.

Interieurfoto van Meer en Berg uit 1928

Interieurfoto van Meer en Berg uit 1928

Meer en Berg 1928

Meer en Berg 1928 met 2 ‘witjes’ die later zijn verdwenen

(Buitens in de Bollenstreek; museum de Zwarte Tulp; 2012)

(Buitens in de Bollenstreek; museum de Zwarte Tulp, Lisse; 2012)

Buitens in de Bollenstreek; museum de Zwarte Tulp, Lisse, 2012)

Vervolg van Buitens in de Bollenstreek; museum de Zwarte Tulp, Lisse, 2012)

Eigenaren Meer en Berg Hendrik en Louis Trip                         1655-1684

Schilderij van Ferdinand Bol uit 1654 thans in het Louvre. Voorstelling van twee putti en een bokkenwagen met drie kinderen van het echtpaar Hendrik Trip en Johanna de Geer. V.l.n.r. Mathias (1648-1695), Jacob (ca. 1650-1695) en Louis Trip (1653-1707). (RKD, iconografisch bureau)

Schilderij van Ferdinand Bol uit 1654 thans in het Louvre. Voorstelling van twee putti en een bokkenwagen met drie kinderen van het echtpaar Hendrik Trip en Johanna de Geer. V.l.n.r. Mathias (1648-1695), Jacob (ca. 1650-1695) en Louis Trip (1653-1707). (RKD, iconografisch bureau)

Jacob Trip                                          1685-1695 Mathias Trip                                       1695 David de Neufville                               1695-1729 (door koop v/d erfgenamen van Mathias Trip) Dirk van Lennep (getrouwd met Catharina de Neufville en daarmee schoonzoon van David de Neufville)                             1729-1732

Rechts op dit schilderij van Jacob Appel uit 1730 zit het echtpaar Dirk van Lennep (1693-1755) en Catharian de Neufville (1684-1729). Drie kinderen Van Lennep beoefenen een balspel op Meer en Berg

Rechts op dit schilderij van Jacob Appel uit 1730 zit het echtpaar Dirk van Lennep (1693-1755) en Catharian de Neufville (1684-1729). Drie kinderen Van Lennep beoefenen een balspel op Meer en Berg

[Aankoop Leeuwenberg en bij Meer en Berg gevoegd    1730]

Petronella de Neufville                          1732-1749 (door koop v/d erfgenamen van Dirk van Lennep), weduwe van Jacob van Lennep en schoonzuster van Dirk van Lennep. Hertrouwd met haar neef Mattheus de Neufville

Petronella de Neufville (1688-1739) en haar zoon Jacob Pieter van Lennep

Petronella de Neufville (1688-1749) en haar zoon Jacob Pieter van Lennep

Mattheus en Petronella de Neufville met hun drie zonen: 1) Aarnout van Lennep (1718-1791), David van Lennep (1721-1771) en Jacob Pieter de Neufville van Lennep (1723-1771). Schilderij van B.Denner uit 1738. [Aan de wand een schilderij met portret van Jacob van Lennep (1686-1725)] Foto: Iconografisch Bureau

Aernoud van Lennep  (zoon van Petronella de Neufville en Jacob van Lennep)                    1749-1791 Jacob Abraham van Lennep                  1791-1828 Abraham Jacob van Lennep                  1828-1841 Dirk Jacob Carel van Lennep                 1841-1880 (weduwe) Paulina Agneta Deutz van Assendelft     1880-1913 (hoofdgebouw gesloopt in 1910; vervangen door nieuw gebouw)

Paulina Agneta Deutz van Lennep (1835-1913) carte-de-visite

Paulina Agneta Deutz van Lennep (1835-1913) carte-de-visite

(zoon) Hendrik Jan Deutz van Lennep    1913-1931 Eigendom van de bank                         1931-1946 (na mislukte veiling) Zuster Augustinessen van Delft, sindsdien van Heestede)  (Mariënheuvel)  1946-   (door koop) [Gemeente Heemstede                         1948 (door koop een deel van vm. Meer en Berg, samengevoegd bij wandelbos Groenendaal, in 1949 opengesteld voor publiek)] [1949  Komst van Zusters Augustinessen, Meer en Berg gaat Mariënheuvel heten.

Bosbeek

De voorgeschiedenis van dit landgoed gaat terug tot omstreeks 1630. Toen was een Haarlemse grootgrondbezitter Jan Lubbertsz. Bus(ch) eigenaar van dit terrein: “een wooninghe en boomgaart mette huysinge en landeijen.” Na 1661 is de tot dan naamloze hofstede ‘Rustmeer’ genoemd door Edmond Schardinel. Omstreeks 1700 heeft toenmalig bezitter mr. Cornelis Bors van Waveren, vermaard ossenweider en pensionaris van Amsterdam, opdracht gegeven het tegenwoordige huis te bouwen. Sindsdien met park ‘Bosbeek’ geheten. Een latere eigenaar was de Amsterdamse burgemeester mr. G.A.Hasselaer. Deze liet door zijn stadgenoot Jacob de Wit de salon verfraaien met een plafondschildering. Afgebeeld is een mythologisch tafereel van Bacchus en Ceres op de wolken. Dit kunstwerk, omgeven door fraai stuckwerk, is nog in volle glorie aanwezig.

Plafondschildering Jacob de Wit

Dit in tegenstelling tot de grisaille boven de toegangsdeur ‘de Herfst met vier engelachtige kinderen’, momenteel in een museum te Assen. Na nog in het bezit te zijn geweest van een kleinzoon van Hasselaer, mr.Lieve Geelvinck – in zijn tijd een notoire losbol, die met dronken vrienden op het Haarlemmermeer een zeilschip enterde –  is Bosbeek in bezit gekomen van de schatrijke bankier John Hope [neef van compagnon Henry Hope van ‘het Paviljoen’, tegenwoordig Provinciehuis]. John Hope was al eigenaar van het nabijgelegen Groenendaal. Hij overleed in het jaar van de aankoop van Bosbeek, 1784. Beide landgoederen zijn conform zijn laatste wil met elkaar verenigd. Het landhuis van Groenendaal heeft men vervolgens afgebroken, op een middendeel na – de zogeheten theekoepel – intussen ook gesloopt. Bosbeek is als zomerverblijf in gebruik genomen. De familie Hope, die in de Franse Tijd naar Engeland terugkeerde is niettemin tot 1873 eigenaar gebleven. Adriaan Elias Hope, bijgenaam ‘Malle Jas’, verbleef sinds 1802 wisselend  op Bosbeek. Hij liet de Belvedère ofwel uitzichttoren bouwen op een kunstmatige heuvel. Voorts een bank met walvisbeenderen plaatsen, evenals aan het eind van de Adriënnelaan een schelpenhuisje met beeld van een zeenimf. Al deze cultuurhistorische elementen zijn in de loop van de tijd verdwenen, tengevolge van vandalisme of bouwvalligheid. Het verhaal wil dat de excentrieke vrijgezel in krankzinnige toestand ‘door zijn familie’ op Bosbeek is opgeslate en daar op 16 september 1834 levenloos werd aangetroffen. Van 1873 tot 1912 is jonkheer J.B. van Merlen met zijn echtgenote Clasina Alida Visser eigenaar/bewoner geweest van Bosbeek en Groenendaal. In 1913 kocht de gemeente het landgoed van de Erven Van Merlen voor een bedrag van ruim 3 ton. Het buiten is toen weer gescheiden. Groenendaal werd ingericht als openbaar wandelbos. Bosbeek is vervolgens voor korte tijd bewoond door jhr. Charles van de Poll, gevolgd door P. Smidt van Gelder. In 1924 heeft de uit Duitsland gevluchte joodse bankier F.B.E.Gutmann zich op het landgoed met zijn echtgenote, zoon en dochter gevestigd. Hij beschikte uit de erfenis van zijn vader Eugen Gutmann een kostbare collectie antiek Duits zilverwerk en verzamelde schilderijen van oude meesters. Beide echtelieden zijn door toedoen van de nazi’s in Duitse concentratiekampen omgekomen. Vanaf eind 1950 tot heden is Bosbeek in handen van de Congregatie der Zusters van de Voorzienigheid. Op het terrein zijn bouwkundige voorzieningen gerealiseerd ten behoeve van een rustoord en verpleeghuis. In de tuin ligt een geometrische vijver. Ook vindt men hier een marmeren bad met aan weerszijden uitgewerkte satermaskers, in Rome vervaardigd en omstreeks 1761 door John Hope naar Heemstede overgebracht. Een nogal naakt 18e eeuws tuinbeeld van Venus (Aphrodite) en Cupido (Eros) is na 1951 in overleg tussen rector mgr. J.Starrenburg en burgemeester ridder Van Rappard verplaatst  naar de tuin van het raadhuis.

Luchtfoto van Bosbeek

Luchtfoto van Bosbeek

Eigenaren/bewoners van Bosbeek (voorheen Rustmeer)

Jan Lubberttz. Bus(ch)                       vòòr 1631 1631-1642

Hendrik Coymans 1642-                                                (zoon) Caspar Coymans 1661                                                  Coenraat Coymans 1661-1690

Coymans

Het grachtenpand van de dankzij internationale handel schatrijk geworden familie Coymans in Amsterdam

Edmont Schardinel (hofstede ‘Rustmeer’geheten) vervolgens zoon Severijn Schardinel 1699-1722                                         mr.Cornelis van Waveren 1722-1731                                         (ongetrouwde dochter) jonkvrouw Elisabeth Jacoba Bors van Waveren 1731-1736                                         Hendrik Hermans 1736-1766                                        mr. Gerrit Aarnout Hasselaer

Gravure door Jacobus Houbraken van Gerard Aarnout Hasselaer, burgemeester van Amsterdam, eigenaar van Bosbeek

Gravure door Jacobus Houbraken van Gerard Aarnout Hasselaer, burgemeester van Amsterdam, eigenaar van Bosbeek

1766-1776                                   Elisabeth Clignet, weduwe van G.A.van Hasselaer 1776-1783                                   mr. Lieve Geelvinck, kleinzoon van Hasselaer 1783-1784                                  Anna Maria van de Poll, weduwe van Geelvinck 1784-1789                                  Philippina Barbara van der Hoeven, echtgenote van wijlen John Hope 1790-1802                                  twee van drie zonen van John Hope: Adrian Elias Hope en Henry Philip Hope 1802-1834                                  Adrian Elias Hope (= tweede zoon van John Hope) 1834-1839                                  Henry Philip Hope (= derde zoon van John Hope) 1840-1850                                  nazaten van Thomas Hope (= oudste zoon van John Hope): Henry Thomas Hope, Adrian Hope en Alexander James Beresforth Hope 1850-1863                                  Adrian John Hope (overleden 18-12-186) 1864-1873                                 (zoon) Adrian Elias Hope (1845-1919) 1873-1912                                 jonkheer Jean-Baptiste van Merlen (overleden in 1909) en echtgenote Clasina Aleida Visser) 1913-1914                                 gemeente Heemstede 1915-1919                                 jonkheer Charles Frederik van de Poll 1919-1922  (’24)                        P.Smidt van Gelder 1924-1944                                 F.B.E.Guttmann (laatste oorlogsjaren in bezit genomen van Duitse bezetters; na de bevrijding in beheer van een bankinstelling) (Na de Bevrijding in gebruik als heropvoedingsgesticht o.a. voor kinderen van wie de ouders geïnterneerd waren ) 1950                                        Broeders van Onze Lieve Vrouw van Lourdes 29-12-1950 – heden:                 is Huize Bosbeek door de erfgenamen van Fritz Gutmann verkocht aan de Congregatie van de Zusters van de Voorzienigheid (Sint Hiëronymus Aemilianusstichting in Amsterdam).

Interieurfoto van Bosbeek als verzorgings- en verpleeghuis van Zusters van de Voorzieningheid, Glipper Dreef 209

Interieurfoto van Bosbeek als verzorgings- en verpleeghuis van Zusters van de Voorzienigheid, Glipper Dreef 209

Eigenaren Overthoorn 1633-1640   Jan Lubbertsz. Bu(ch) 1640-1688   Daniel Godin 1689-1690   Catharina Godin (gehuwd met mr. Cornelis Bors van Waveren) 1691-1717   Benjamin Witheijn 1717            Anthony Turck 1717            mr. Cornelis Bors van Waveren Vervolgens, evenals Meervliet, opgegaan in Bosbeek

Tekening van boerderij 'Overthoorn' door P.van Loo, 1774 (Noord-Hollands Archief)

Tekening van boerderij ‘Overthoorn’ door P.van Loo, 1774 (Noord-Hollands Archief)

Eigenaren Meervliet vòòr 1636     Jan Lubbertsz. Bus(ch) 1636-           3 gebroeders Trip: Jacob Trip (overleden 1677), Hendrik Trip (overleden 1666) en Louis Trip (overleden 1684) 1681-1684    broers Jacob Trip en Louis Trip (zonen van Hendrik Trip); tevens van Meer en Berg. 1684-1695     enkel Jacob Trip 1695-1696     (broer) Matthias Trip 1696             door executeurs testamentair van Matthias Trip verkocht aan mr. Cornelis Bors van Waveren Vervolgens verenigd met Rustmeer/Bosbeek. Meervliet na 1700 afgebroken. Eigenaren van Groenendaal vòòr 1634      ambachtsheer van Heemstede (Adriaan Pauw 1634-1644     Francois Tierens 1644-1648     Abraham de Wijs 1648-1671     Johan Boots 1671-1677     Margaretha Goos (weduwe van Daan ter Eycke) 1677              Philip op de Beeck en Adriaan Hagoort (gehuwd met Anna Paradijs) 1677-1683     Mijnert van Vyanen 1683-1701     Nicolaas Schuyt, gehuwd met Maria van Cuyk [koopt in 1683 tevens ‘Het Pauwenbosch’ van Catharina van Bronckhorst]. Via hen naar (dochter Johanna Schuyt, gehuwd met Reynier Gerrit van Ruytenburgh. 1701-1709      juffr. Catharina Straatman, weduwe van Jacob Denijs 1709-1739      Johan d’Orville 1739-1751      (zoon) professor Jacob Philippe d’Orville 1752-1767      mr. David van Lennep 1767-1784      John Hope Vervolgens tot 1912 samengevoegd met Bosbeek 1913 tot heden  gemeente Heemstede.

De koepel was een restant van het oorspronkelijk herenhuis Groenendaal

  De Hartekamp

De Leidse burgemeester Franc van Thorenvliet gaf de naam aan een hofstede naar de eigenaar Thorenvliet genoemd. In 1662 is de Amsterdamse koopman Hendrik Zegerszoon van de Camp in bezit gekomen en gaf de naam Hartecamp.

Kamp

Portret van Hendrik Zegerszoon van der Camp; door Bartholomeus van der Helst (RKD, iconografisch bureau)

Een latere eigenaar Jacob Heiblocq, dichter en rector van de Latijnse school in Amsterdam trouwde met een stiefdochter van Hendrik van de Camp, op dat moment eigenaar van Huis te Manpad, welk buiten door Heiblocq in gelegenheidsverzen is bezongen. Na 1692 toen postmeester van het Antwerpse Postcomptoir Johan Hinlopen eigenaar was geworden gaf deze opdracht een nieuw huis te bouwen ter vervanging van de bestaande bebouwing. In 1709 zijn huis en landgoed voor ƒ 22.000,- gekocht door bankier George Clifford Sr., telg uit een Amsterdams (oorspronkelijk Engels) koopmansgeslacht. zijn zijn dood kwam het in handen van zijn zoon mr. George Clifford jr, een liefhebber van botanie. De Hartekamp groeide uit tot één van de vermaardste tuinen van Europa. Hij zorgde ervoor dat de Zweedse botanicus Carl von Linné (Carolus Linnaeus) op voorspraak van Herman Boerhaave als zijn lijfarts en hortulanus kwam te werken (tussen 1735-1737). Naast diverse andere publicaties schreef Linnaeus hier het grote werk ‘Hortus Cliffortianus’ dat een inventarisatie bevat van de tuin, van het herbarium en de natuurwetenschappelijke bibliotheek. Na terugkeer van Linnaeus naar Zweden, die bovendien de Duitse tuinman Dietrich Nietschel meenam, raakte de tuin in erval. Nadien is het buiten meerdere malen van eigenaar gewisseld en in de 19e eeuw waren leden uit het Amsterdamse koopmamnsgeslacht Brants lange tijd eigenaar, van 1835 tot 1901 baron Barthold van Verschuer, gehuwd met Anna Maria Brants. Hierna is na aankoop van weduwe Catalina von Pannwitz-Roth (met de Argentijnse en Duitse nationaliteit) nogmaals tot grote bloei gekomen De karakteristieke naar voren springende zijvleugels zijn in haar opdracht aangebracht. Het landhuis was een privémuseum met kostbare schilderijen, meubilair, gobelins, porselein etc.  Tot de bezoekers behoorden behoorde o.a. Kaiser Wilhelm II, die 103 maal op bezoek en tijdens zijn verlovingstijd was prins Bernhard een regelmatige gast. In 1952 zijn het landgoed en het huis gekocht door de Congregatie van de Broeders Penitenten ten behoeve van de verpleging en behandeling van (jonge) zwakzinnigen. Aanvankelijk in het hoofdgebouw, vervolgens in gebouwde paviljoens. Op de begane grond van het kortgeleden okergeel geverfde exterieur zijn een een centrale hal en enkele vertrekken. Bij binnenkomst bevindt zich aan de rechterkant van de voorzijde de Oudhollandse kamer, met daarachter de Regentenkamer. Aan de achterzijde bevindt zich de Spiegelzaal. Aan de linkerzijde vindt men de Gouden Zaal, waarachter de Tuinzaal en voormalige Balzaal [met een Florentijns cassettenplafond en een brandkast verscholen achter een fake-boekenkast]. Het landgoed is vrij toegankelijk voor wandelaars. Aan de zijkant van het huis is het gerestaureerde prieel te bewonderen en de prieeltuin. Aan de achterzijde liggen een tuin en een vijverpartij, een gerestaureerde pergola en de voormalige Orangerie van de vrogere buitenplaats, tegenwoordig een rijksmonument. Ten gevolge van vandalisme ging de koepel op de Overplaats, gebouwd in neo-klassieke stijl, helaas verloren.

Kaart uit 1708 van de Hartekamp door landmeter M.Walraven (Noord-Hollands Archief, Haarlem)

Uitsnede van de Hartekamp-kaart uit 1708. De voorzijde vanaf de Herenweg

Uitsnede van Hartekamp-kaart uit 18708. De achterzijde vanaf de Leidsevaart

De Hartekamp, afgebeeld in atlas Schoemaker, circa 1730 (Koninklijke Bibliotheek)

De Hartekamp, afgebeeld in atlas Schoemaker, circa 1730 (Koninklijke Bibliotheek)

Eigenaren De Hartekamp 16e eeuw   Heren van Berkenrode 1543-1605  Adriaan van Berkenrode Vòòr 1662  (Leidse) familie van Thorenvliet [Catharina van Berckenrode, in 1599 gestorven was gehued met Franc van Thorenvliet (burgemeester van Leiden). Vervolgens Cornelis van Thorenvliet x Catharina van Rhijn en tot 1662: Weyduina van Rhijn x Gilles van Heussen Steffensz. 1662-1666 Hendrik van Camp [doopte ‘Thorenvliet’ om in ‘de Hartecamp’] 1666-168   (zoon) Gillis van de Camp 1680-1687  Jacobus Heiblocq (rector van Latijnse school in Amsterdam en dichter)

Jacobus Heiblocq (1623-1690). Gegraveerd portret uit 1673 door W.Vaillant

Jacobus Heiblocq (1623-1690). Gegraveerd portret uit 1673 door W.Vaillant

1687-1690  Andries van Breelofsbergen x Neeltje IJsbrands 1690 -1692 Crijn Crijnsz. de Jonge (gerechtsbode van Heemstede) x Geertrui Vermerck 1692-1709  Johan Hinlopen (postmeester op Antwerpen te Amsterdam) 1709-1727  George Clifford (sr.) (1685-1760) x Anna van Schuylenburgh

George Clifford, mecenas van Carolius Linnaeus

George Clifford, mecenas van Carolius Linnaeus

1727-1760  mr. George Clifford (jr.)  x Johanna Bouwens 1760-1788  Pieter Clifford x 1. Johanna Elisabeth Trip, 2. Constantia Catharina Sautijn

Pieter Clifford (1712-1788) (Iconografisch Bureau)

Pieter Clifford (1712-1788), eigenaar van de Hartekamp van 1760-1788. (Iconografisch Bureau)

De Hartekamp in Heemstede getekend in 1773 door Hendrik Tavenier (Noord-Hollands Archief)

De Hartekamp in Heemstede getekend in 1773 door Hendrik Tavenier (Noord-Hollands Archief)

1788-1803  Jan Cliquet x  Maria Andrioli 1803-1809  Johan Christiaan Meijer 1809-1810  Christiaan Stumphius (makelaar uit Beverwijk) 1810-1815  Daniël Ruysch (oud-burgemeester van Arnhem) 1815   Arnout van Zuijlen van Nijevelt 1816-1835  Mattheus Brants x Agatha Hartsen 1835-1901  Barthold en Anna Maria van Verschuer-Brants

Baron en barones Van Verschuer-Brants met hun kleinkinderen en achterkleinkinderen op een foto uit 1893

Baron en barones Van Verschuer-Brants met hun kleinkinderen en achterkleinkinderen op een foto uit 1893

1901-1902  Binnenlandsche Exploitatie Maatschappij van Onroerende Goederen 1902-1903  mr. W. de Ridder (directeur van de Haagsche bank) 1903-1904 baron S.A.F.Creutz (uit Roozendaal, Gelderland) 1904-1921  Maria C.Kaars Sijpesteijn, gehuwd met Pieter Smidt van Gelder 1921-1952 Catalina F.G. von Pannwitz-Roth (weduwe van Adolf von Pannwitz)

Catalina von Pannwitz met ontvangen beket van naast haar keizer Wilhelm II. Links van haar prinses Hermine. Helemaal rechts staat dochter Ursula (Chichester) vo n Pannwitz. 14 mei 1935. In totaal bezocht de verdreven Duitse keizer 103 keer de Hartekamp (foto Huize Doorn)

Catalina von Pannwitz met ontvangen boeket van (rechts  naast haar) keizer Wilhelm II. Links van haar prinses Hermine. Helemaal rechts staat dochter Ursula (Chichester) von Pannwitz. 14 mei 1935 was de 75ste visite Iedere 25 maal is speciaal gevierd met een groots diner in de Spiegelzaal en werd een ereboog aangebracht. In totaal bezocht de verdreven Duitse keizer 103 keer de Hartekamp (foto Huize Doorn)

1953 Broeders Penitenten uit Boekel beginnen een inrichting voor zwakzinnige jongens. Momenteel de Hartekamp Groep, welke organisatie zorg en ondersteuning biedt aan mensen met een verstandelijke handicap Het groenbeheer is in 2012 overgedragen aan de stichting Landschap Noord-Holland.

Op 1 september 1968 ging het historische koetshuis van de Hartekamp in vlammen op. Oorzaak van de brand bleef onbekend.

Berkenrode

Huis te Berkenrode

Berkenrode omstreeks 1740 op een gravure door Hendrik Spilman. Onder de ets staat het jaartal 1752 [= uitgave van boekenserie ‘Hedendaagsche Historie of Tegenwoordige Staat der Vereenigde Nederlanden’. Het huis was toen echter al door een brand geruïneerd.

De oorspronkelijke tekening door Cornelis Pronk (1691-1759)

Op 5 december 1284 kocht Jan ver Aleydensone van graaf Floris V een stuk land genaamd ‘Berkenrode’. Hoewel hij ook wel ‘Jan van Haarlem’ werd genoemd, zijn er geen aanwijzingen dat hij een lid was van deze belangrijke Haarlemse familie. Over zijn ouders is nauwelijks iets bekend, maar zijn moeder Alijd moet een adellijke achtergrond hebben gehad, aangezien zij ‘ver Aleyd’ (of vrouwe Alijd) werd genoemd. Dat Jan er zo de nadruk op legde dat hij een zoon was van vrouwe Alijd duidt er op dat de familie van zijn moeder meer aanzien genoot dan de familie van zijn vader. Het nageslacht van Jan ver Aleydensone nam de naam ‘Van Berkenrode’ aan. De leden van deze familie woonden vooral in Haarlem, alwaar zij belangrijke stedelijke functies vervulden en tot grote rijkdom wisten te komen. Het is niet bekend of er in de veertiende eeuw al een woning was gebouwd op het stuk land dat Jan ver Aleydensone van de graaf had gekregen. Pas in 1451 wordt er in de bronnen gesproken over een huis dat omgeven werd door een slotgracht (het ‘Huis te Berkenrode’). Het was geen kasteel met dikke muren en zware torens, maar eerder een kasteelachtig landhuis. Een vijftiende-eeuwse oorsprong is dan ook het meest waarschijnlijk. Aanvankelijk maakte het grondgebied van Berkenrode deel uit van de ambachtsheerlijkheid Heemstede. Halverwege de vijftiende eeuw raakte de ambachtsheer van Heemstede in financiële moeilijkheden. De zeer rijke Haarlemmer Gerrit Janszn. van Berkenrode wist daar handig gebruik van te maken. In 1466 kocht hij van heer Jan van Heemstede namelijk de ambachtsheerlijke rechten die betrekking hadden op het grondbezit van de familie Van Berkenrode. Op 1 oktober 1466 werd Gerrit Janszn. van Berkenrode door de graaf van Holland beleend met deze ambachtsheerlijke rechten. Vanaf dat moment was Berkenrode een aparte ambachtsheerlijkheid en mochten de bezitters zich ‘heer van Berkenrode’ noemen. Het zou vervolgens bijna 400 jaar duren voordat Berkenrode en Heemstede definitief met elkaar herenigd werden.

De ruïne van kasteel Berkenrode na het Beleg van Haarlem in 1573, op een gravure van P.J. Saenredam (1597-1665)

Het beleg van Haarlem (1572-1573) bracht ook veel schade toe aan diverse gebouwen in de dorpen in de directe omgeving van de stad. Het Huis te Berkenrode leek aanvankelijk de dans te ontspringen, maar uiteindelijk viel het kasteel in 1573 toch ten prooi aan een brand. Het kasteel werd daarna slechts ten dele hersteld en bewoond. Pas in 1691 werd het Huis te Berkenrode verbouwd tot een zeer aanzienlijke buitenplaats in de Hollandse classicistische stijl. Dat gebeurde in opdracht van de schatrijke koopman Benjamin Poulle (eigenaar van het Huis te Berkenrode sinds 1690). De slotgracht werd verbreed en daar overheen liep een monumentale brug. Aan de oostkant van het kasteel kwam ook een nieuw voorplein met koetshuis, stallen, dienstwoningen en een oranjerie.

Vermoedelijk slechts ten dele uitgevoerde geometrische tuinaanleg, omstreeks 1712 vervaardigd door S.Stopendaal. Vooraan de Herenweg, helemaal boven de Leidsevaart.

Vermoedelijk slechts ten dele uitgevoerde geometrische tuinaanleg, omstreeks 1712 vervaardigd door S.Stopendaal. Vooraan de Herenweg, helemaal boven de Leidsevaart.

Berkenrode in 1725 door A.Rademaker

Rondom het Huis te Berkenrode werd een uitgestrekt park aangelegd (doorsneden door diverse grachten). Iets meer dan een halve eeuw vormde dit nieuwe Huis te Berkenrode het schitterende centrum van de ambachtsheerlijkheid. In de nacht van 4 op 5 mei 1747 ging het echter in vlammen op. Het Huis te Berkenrode werd die nacht door de toenmalige eigenaar Matheus Lestevenon verlicht met vele kaarsen en vetpotten.

Berkenrode na de brand in 1747 door Jan ten Compe [Schilderij in het Rijksmusem]

Hij vierde daarmee het feit dat prins Willem IV stadhouder van Holland was geworden. Blijkbaar is hierdoor een brand ontstaan, die helaas niet meer te blussen was. Matheus Lestevenon (die net als Benjamin Poulle over veel geld beschikte) liet het Huis te Berkenrode direct herbouwen, maar nu in de zogenoemde Regence-stijl. Tussen 1749 en 1792 was Matheus Lestevenon werkzaam als ambassadeur aan het hof van de Franse koning. Hij zal het Huis te Berkenrode in die tijd vermoedelijk niet frequent hebben bezocht. In 1754 was Matheus Lestevenon echter wel op zijn buitenplaats aanwezig, aangezien hij toen prinses Anna van Hannover ontving, die onderweg was van Den Haag naar Oranjewoud. Anna was de echtgenote van de bovengenoemde prins Willem IV, stadhouder van Holland. Net als zijn voorganger bestond ook het derde Huis te Berkenrode slechts een halve eeuw. Willem Anne Lestevenon (zoon van de bovengenoemde Matheus) verkocht de buitenplaats in 1797 namelijk aan de uit Amsterdam afkomstige mr. Jan Pieter van Wickevoort Crommelin, die het huis direct liet slopen. Er vond daarna geen nieuwbouw meer plaats: Jan Pieter van Wickevoort Crommelin betrok als ambachtsheer van Berkenrode namelijk de buitenplaats Westerduin.

Berkenrode aan de zuid- en oostzijde op een eenvoudige tekening geschetst op 15 februari 1718 door Hendrik Pola

(Buitens in de Bollenstreek; museum de Zwarte Tulp, Lisse, 2012)

(Buitens in de Bollenstreek; museum de Zwarte Tulp, Lisse, 2012)

(vervolg: Buitens in de Bollenstreek; museum de Zwarte Tulp, 2012)

(vervolg: Buitens in de Bollenstreek; museum de Zwarte Tulp, 2012)

Eigenaren/Ambachtsheren Berkenrode Jan van Haerlem, zoon van Aleyde      1284-1305 Arent van Berckenrode                      1305-1357 Jan van Berckenrode                         1357-1380 Gerrit van Berckenrode                     1380-1412 Jan van Berckenrode                         1412-1465 Gerrit van Berkenrode                       1466-1497 mr. Gerrit van Berkenrode                 1497-1533 Hendrik van Berkenrode                    1533-1547 Dirk van Berkenrode                         1548-1558 Hendrik van Haarlem van Berkenrode 1559-1621 Dirk van Haarlem van Berkenrode      1621-1642 Goedela van Haarlem van Berkenrode , echtgenote Van Floris van Alkemade 1643-1648 Hendrik van Alkemade                        1649-1690 Benjamin Poulle                                 1691-1711 (door koop)

Portret van Benjamin Poulle door Nicolaes Maes uit 1677 (Iconografisch Bureau)

Portret van Benjamin Poulle door Nicolaes Maes uit 1677 (Iconografisch Bureau)

Elisabeth Tiellens                               1711-1724

Portret uit 1677 van Elizabeth Tiellens (1632-1724) door Nicolaes Maes

Portret uit 1677 van Elizabeth Tiellens (1632-1724) door Nicolaes Maes

Portretgravure van Jan Trip (1664-1732) die zich sinds zijn huwelijk in 1713 met Elizabeth Tiellens tooide met de titel van Heer van Berkenrode (RKD; iconografisch bureau)

Portretgravure van Jan Trip (1664-1732) die zich sinds zijn huwelijk in 1713 met Elizabeth Tiellens formeel ten onrechte tooide met de titel van Heer van Berkenrode (RKD; iconografisch bureau)

Matheus Lestevenon jr.                      1724-1797 (1)

Gezant Mattheus Lestevenon (1715-1797, midden, overhangt met G.Brantsen een gouden degen aan de Franse viceadmiraal Pierre André Bailly de Suffren (1729-1788)

Gezant Mattheus Lestevenon (1715-1797, midden, overhangt met G.Brantsen een gouden degen aan de Franse viceadmiraal Pierre André Bailly de Suffren (1729-1788)

Willem Anne Lestevenon                    1797-1798 Johanna Maria de Dutry, douairière de Drevon 1798-1809 Jacob Scholting                                  1809 Jan Pieter van Wickevoort Crommelin  1809-1837 Aarnoud Hendrik van Wickevoort Crommelin   1837-1881 Hendrik van Wickevoort Crommelin  1881-1901

Hendrik van Wickevoort Crommelin (1832-1901)

Hendrik van Wickevoort Crommelin (1832-1901)

Aarnoud Hendrik van Wickevoort Crommelin  1901-1912

Aarnout Hendrik van Wickevoort Crommelin (1864-1912)

Aarnoud Hendrik van Wickevoort Crommelin (1864-1912)

A.H.van Wickevoort Crommelin (1864-1912) met zijn paard 'Controleur' (Zobdagsblad Opr.Haarl. Courant en stadsedtie O.H.C., 30 maart 1903.

A.H.van Wickevoort Crommelin (1864-1912) met zijn paard ‘Controleur’ (Zondagsblad Opr.Haarl. Courant en stadseditie O.H.C., 30 maart 1903)

Hendrik van Wickevoort Crommelin  1912-1939 Olga Ernestine Henriëtte van Eeghen   1939-1954 Ernst Henri van Eeghen  1954 – 2007 Erven Van Eeghen (1) De bibliotheek van diplomaat Mattheus Lestevenon is op 19 maart 1798 in Den Haag geveild door Jacques Detune en bracht 5.998 gulden op.

Berkenrode; door Chris Schut, 1990

Berkenrode; door Chris Schut, 1990

Exif_JPEG_PICTURE

Exif_JPEG_PICTURE

Berkenrode, gefofografeerd vanuit een drone door Harm Botman

Huis te Bennebroek

Op de plek van de Huis te Bennebroek stond aanvankelijk een kleerblekerij, die op 2 oktober 1605 in handen was van Olivier Huibertszn. van Clarenbeek, alias Trompetter. Het betrof een “bleeckerije met een nieuw huijs, turfschuijt, paerdestal en nog twee huijskens met 2 boomgaerden en 2 tuijnen”. Dit alles werd op 26 maart 1628 eigendom van Andries Ramp (ca. 1596-1675), lid van een bekende Haarlemse familie. Na iets meer dan tien jaar verkocht hij de blekerij aan Pieter Longespee (behorend tot een bekend blekersgeslacht), die de op het erf staande woning de naam ‘Duinwijk’ gaf. Deze naam komt het eerst voor op 30 mei 1651. Niet lang daarna overleed Pieter. Zijn enige dochter verkocht de hofstede op 29 mei 1652 aan Jan Lucaszn. Hooft. Duinwijk bestond toen uit “de voornoemde hofsteede, sijnde een treffelijcke wel doortimmerde huijsinge, stallinge, wagenhuijs, schueren ende aencleven, met de boomgaerden, plantagie, weijlandt, elst en andere boomgewassen…en noch een huijsken ofte opstal op de voors. gront, omtrent de woning ‘de Nollenburch’ genaemt, verhuurd aan Gerrit Quirijnszn.” Enkele jaren later blijkt Adriaan Pauw interesse te hebben in de hofstede Duinwijk. Nadat hij in 1653 ambachtsheer van Bennebroek was geworden, had Adriaan Pauw een huis laten bouwen aan de overkant van de Zandvaart, maar die woning was volgens hem lang niet zo representatief als de hofstede Duinwijk. Adriaan Pauw nam dan ook contact op met Jan Lucaszn. Hooft, en op 15 januari 1657 ruilden beide heren hun hofsteden. Vanaf dat moment was Duinwijk dus de zetel van de ambachtsheren en ambachtsvrouwen van Bennebroek.

Huis te Bennebroek rond 1900

In de jaren zeventig van de zeventiende eeuw was Adriaan Pauw druk bezig met het verfraaien van zijn buitenplaats in Bennebroek. In het rampjaar 1672 (toen de Republiek werd aangevallen door Engeland, Frankrijk en de bisdommen Munster en Keulen) verzocht hij dan ook met klem aan de prins van Oranje om Duinwijk niet te gebruiken voor de huisvesting van soldaten. Inkwartiering veroorzaakte in veel gevallen namelijk nogal wat schade, en daar zat Adriaan Pauw op dat moment helemaal niet op te wachten. Adriaan Pauw overleed in 1697. De ambachtsheerlijkheid Bennebroek kwam toen in handen van zijn dochter Anna Christina Pauw. Zij werd daarmee ook de nieuwe eigenaar van Duinwijk. Anna Christina Pauw was op dat moment weduwe van de in 1690 overleden Nikolaas Sohier de Vermandois, heer van Warmenhuizen, Crabbendamme, Oud-Poelgeest en Meresteyn, hoogheemraad van Schieland en eigenaar van de in Lisse gelegen buitenplaats Zandvliet. Anna Christina Pauw overleed in 1719, waarna zij door haar dochter Adriana Constantia Sohier de Vermandois werd opgevolgd als ambachtsvrouwe van Bennebroek. Adriana overleed in 1735. Haar erfgenamen deden vervolgens afstand van de ambachtsheerlijkheid Bennebroek, die daarna enige tijd zonder eigenaar bleef. In 1738 werd de ambachtsheerlijkheid Bennebroek echter op een openbare veiling gekocht door de in Haarlem woonachtige Willem de Bruyn. Het was deze Willem de Bruyn die de oude naam ‘Duinwijk’ veranderde in ‘Huis te Bennebroek’. De ambachtsheer van Heemstede zetelde namelijk in het ‘Huis te Heemstede’ en de ambachtsheer van Berkenrode in het ‘Huis te Berkenrode’. Daarom moest de woning van de ambachtsheer van Bennebroek volgens Willem de Bruyn ‘Huis te Bennebroek’ worden genoemd. De ambachtsheerlijkheid Bennebroek werd in 1761 gekocht door de in Amsterdam woonachtige Johannes Nutges. Zijn nakomelingen (waaronder leden van de familie Willink) zouden vervolgens tot 1950 eigenaar blijven van deze ambachtsheerlijkheid en het daarbij horende Huis te Bennebroek. Het oude Huis te Bennebroek werd in de eerste helft van de negentiende eeuw afgebroken. Er kwam een nieuwe woning voor in de plaats, die werd ontworpen door de architect Elie Saraber. Het Huis te Bennebroek werd daarna met een zekere regelmaat bewoond door de familie Willink. In dit huis overleed in 1950 ook de laatste ambachtsvrouwe van Bennebroek: Arnoldine Leonie Willink. Arnoldine was ongehuwd. Daarom vermaakte zij het Huis te Benneboek bij testament aan de Nederlands Hervormde kerk van Bennebroek, onder voorwaarde dat er en “tehuis voor Hervormde bejaarden” in gevestigd zou worden. Het Huis te Bennebroek was hiervoor echter niet geschikt. Daarom werd het in 1972 afgebroken en vervangen door serviceflats. Daarbij ging ook de neogotische oranjerie verloren. Slechts de witgepleisterde bijgebouwen en de voormalige dienstwoning bleven bewaard. Het laatstgenoemde pand (Binnenweg 8) werd gebouwd in 1856 en deed aanvankelijk dienst als dubbele dienstwoning voor de koetsier en tuinman van het Huis te Bennebroek.

Buitens in de Bollenstreek; museum de Zwarte Tulp. 2012)

Buitens in de Bollenstreek; museum de Zwarte Tulp. 2012)

(Vervolg Buitens in de Bollenstreek; museum de Zwarte Tulp, 2012)

(Vervolg Buitens in de Bollenstreek; museum de Zwarte Tulp, 2012)

Ansichtkaart van het Huis te Bennebroek nog in volle glorie

Ansichtkaart van het Huis te Bennebroek nog in volle glorie

Interieurfoto Huis te Bennebroek (foto G.J.Dukker, 1969)

Interieurfoto Huis te Bennebroek (foto G.J.Dukker, 1969)

Eigenaren Huis te Bennebroek Adriaan Pauw jr.                                            1657-1697 Anna Christina Pauw                                      1697-1719

Anna Christina Pauw (1649-1719), gehuwd met Nicolaas Sohier de Vermandois. Anoniem portret, mogelijk van J.Tilius (RKD)

Anna Christina Pauw (1649-1719), gehuwd met Nicolaas Sohier de Vermandois. Anoniem portret, mogelijk van J.Tilius (RKD)

Adriana Constantia Sohier de Vermandois        1719-1735

Sohier

Portret van Adriana Constantia Sohier de Vermandois (1675-1735) door Jan van Heinsbergen, circa 1700 (RKD, iconografisch bureau)

Zonder eigenaar                                            1735-1738 Willem de Bruyn                                            1738-1761 (door koop op een openbare veiling) Johannes Nutges                                           1761-1777 (door koop van Willem de Bruyn) Ida Maria van Hoogstraten                             1777-1784 Gerrit Nutges                                                1784-1816 Johanna Maria Nutges; in 1820 gehuwd met Arnoud David Willink     1816-1858 (oude huis vervangen door nieuw gebouw)

Arnoud David Willink (1783-1854). Naar een schilderij van F.Tozelli (1e helft 19e eeuw). Hij was door zijn huwelijk de eerste Willink op het Huis te Bennebroek

Arnoud David Willink (1783-1854). Naar een schilderij van F.Tozelli (1e helft 19e eeuw). Hij was door zijn huwelijk de eerste Willink op het Huis te Bennebroek (RKD-iconografisch bureau)

Het alliantiewapen van het echtpaar Willink (links) en Nutges (rechts), dat zich bevindt op de achterzijde van de bank van de ambachtsheer in de Hervormde Kerk te Bennebroek

Het alliantiewapen van het echtpaar Willink (links), drie gouden eikels aan en gouden takje met het wapen van Bennebroek als hartschild en Nutges (rechts), een pronkende pauw, dat zich bevindt op de achterzijde van de bank van de ambachtsheer in de Hervormde Kerk te Bennebroek

Portret van Johanna Maria Nutges (1784-1858), ambachtsvrouwe van 1816 tot 1858, gehuwd met Arnoud David Willink. Naar een schilderij van F.Tozelli. (RKD, iconografisch bureau)

Portret van Johanna Maria Nutges (1784-1858), ambachtsvrouwe van 1816 tot 1858, gehuwd met Arnoud David Willink. Naar een schilderij van F.Tozelli. (RKD, iconografisch bureau)

Johanna Maria Nutges (1784-1858) Portret togeschreven aan Heinrich Siebert (RKD)

Johanna Maria Nutges (1784-1858) Portret togeschreven aan Heinrich Siebert (RKD)

Grafsteen van David Aarnoud Willink, 47 jaar oud overleden, in grafkelder Nutges en Willink in Bennebroek

Grafsteen van David Aarnoud Willink, 47 jaar oud overleden, in grafkelder Nutges en Willink in Bennebroek

Gerrit Willink                                                 1858-1876

Gerrit Willink. Carte-de-visite uit circa 1865

Gerrit Willink. Carte-de-visite uit circa 1865 (RKD)

Elisabeth Aleida Willink-Nutges                       1876-1899 Johanna Georgina Maria Willink                       1899-1927

Johanna Georgina Maria Willink (1848-1927). Foto uit 1896. (RKD, iconografisch bureau)

Johanna Georgina Maria Willink (1848-1927). Foto uit 1896. (RKD, iconografisch bureau)

willink

Jacob Willink die Oud-Poelgeest in Oegstgeest bewoonde was vader van Arnoldine Willink 

Arnoldine Leonie Willink                                  1927-1950

Freule Arnoldine Leonie Willink (1872-1950) op jeugdige leeftijf (foto Ebner, Den Haag)

Freule Arnoldine Leonie Willink (1872-1950) op jeugdige leeftijd (foto Ebner, Den Haag)

Cartoontekening van H.Rotgans. Freule Arnoldine Leonie Willink komende vanuit de poort in de oranjerie wordt in haar cabrio mogelijk gereden door haar chauffeur J.F.Krullaards, sinds 1906 in deients van de 'paarse freule', zoals haar bijnaam was, namelijk altijd deftig gekleed, meestal in lila kleur.

Tekening van H.Rotgans. Freule Arnoldine Leonie Willink komende vanuit de poort in de oranjerie wordt in haar cabrio mogelijk gereden door chauffeur J.F.Krullaards, sinds 1906 in dienst van de ‘paarse freule’, zoals haar bijnaam was, vanwege haar altijd deftige kleding, meestal in lila kleur.

Nederlands Hervormde kerk van Bennebroek  1950-1972 (bij testament; huis gesloopt)

————————————————————————————-

Huis te Bijweg Pieter Woutersz.                                             1596-1633 Pieter Janszoon Dommer                                 1633-1653 Mathias Eijer                                                   1653-1678 Johan Duquesne en Gabrielle Bert                     1678-1697 Pieter de Wit                                                   1697-1739 Pieter Martens de Jonge                                   1762-1775 Herman Geerlings en echtg. Sophia Magdalena Crommelin        1775-1812 Johan Valckenaer en echtg. Marie-Françoise Gervais                  1821-1845 [huisgenoot: Theodorus van Kooten] Christiaan Diemont en echtg. Catharina Margaretha Kemper       1845-1867 Anne Johan Elisa Baron van Ittersum en echtg. Catharina Diemont  1867-1924

Het Huis te Bijweg in Bennebroek begin 1900

Het Huis te Bijweg in Bennebroek begin 1900

A.J.E.Baron van Ittersum met echtgenote en 2 dochters

A.J.E.Baron van Ittersum met echtgenote en 2 dochters

(Excecuteur) Jan Rudolph Kemper Baron van Ittersum                    1924-1930

bijweg

A.J.E.baron van Ittersum (in 1922 overleden), de laatste eigenaar van Huis te Bijweg

Na 1928 aankoop door Herman van der Pol, sloop en aanleg van een villawijk; in 1956 zijn de laatste kavels verkocht.

HUIZE TE BIJWEG IN BENNEBROEK BERDWIJNT

0581938a-b34e-3ea5-e892-4a7fe66d9dc6

(Uit: Alkmaarsche Courant, 27 december 19309)

Huis te Bijweg op een foto uit 1917

Huis te Bijweg op een foto uit 1917

Huis te Bijweg In Bennebroek op een prentbriefkaart uit circa 1925

Huis te Bijweg In Bennebroek op een prentbriefkaart uit circa 1925

————————————————–

Met dank aan Maarten van Bourgondiën en Peter van der Werff

Kaart van Balthasar Floiszoon van Berkenrode uit 1643 van Heemstede. Rechts de stad Haarlem.

Kaart van Balthasar Floriszoon van Berkenrode uit 1643 van Heemstede, vervaardigd in opdracht van ambachtsheer Adriaan Pauw. Rechtsmidden de stad Haarlem. Het Spaarne lopende naar het Haarlemmermeer.

Ingekleurde gravure van 'Het Zegenpralent Kennemerlant' met prenten van Henbdrik de Leth (1703-1766). Rechtsonder is de ruïne van Berkenrode afgebeeld.

Ingekleurde gravure van ‘Het Zegenpralent Kennemerlant’ met prenten van Hendrik de Leth (1703-1766). In dec rechterkolom onderaan is de ruïne van Berkenrode afgebeeld.