Linnenblekerij Bleeklust. Schilderij van J.Mensing, 1737 (Historisch Museum Haarlem)

DE BUITENPLAATSEN VAN HEEMSTEDE

Het naar buiten trekken van de welvarende stedelingen werd destijds verwoord door de 18e eeuwse dichter J.B.Wellekens:

De Stad bij wijlen watertandt naar buitenlucht en geur van het land

De duinrand met minder drassige boden en bescherming tegen de westenwind was een zeer gewilde streek voor de rijke stedeling. Ook de vermogende heren kenden rangen en standen wat tot uitdrukking kwam in de omvang van de buitenplaatsen. Heemstede heeft, inclusief het deel in 1927 bij Haarlem geannexeerd, in de (na)bloeitijd rond 1800 liefst zesendertig hofsteden gekend.

Dit Heemstee land’lijk schoon gelegen

Dat in de aloude rol van ’s lands geschiedenis bekend

En thans beroemd om zijn hofsteê is

Aldus L. van Ollefen in 1796. De bewoners van die buitenplaatsen waren veelal afkomstig uit Amsterdam en in mindere mate uit Haarlem, Leiden en Den Haag. Telgen uit het geslacht Van Lennep bewoonden een stadspand in de Amstelstad aan een van de Amsterdamse grachten, maar trokken zich in de zomermaanden terug op hun buitenplaatsen aan de duinenrij. In Heemstede troffen zij een landelijke omgeving aan met een overwegend agrarische bevolking. Een speciale beroepsgroep vormden de blekers, geconcentreerd aan de Zandvaart, Blekersvaart, in het buurtschap Crayenest en op de Glip. Tussen de blekers en stadse heren bestond een relatie, doordat zij voor hen twee maal per jaar de was deden van lijf- en linnengoed. De buitenplaatsen verschaften ook werk aan de plaatselijke bewoners variërend van tuinman tot koetsier. Van de 36 grotere en kleinere buitens zijn er thans nog ongeveer tien in gebruik voor uiteenlopende doeleinden. Tot die van bescheiden omvang behoort De Gliphoeve, oorspronkelijk een linnenblekerij genaamd Bleeklust.

Meerzicht behoorde vroeger tot een veel groter gebouwencomplex van Meer en Berg. Het oude huis werd in 1910 afgebroken – met uitzondering van Meerzicht, nu met appartementenhuisvesting – en daarvoor in de plaats kwam een nieuw huis, gebouwd onder architectuur van Foeke Kuipers en tegenwoordig Mariënheuvel genaamd.

Het daaraan grenzende Bosbeek werd gebouwd in de begin 18e eeuw. Bors van Waveren en later John Hope kochten aanpalende gebieden waardoor een groot terrein in hun bezit kwam. Adrian Elias Hope liet een belvedère met gietijzeren trap bouwen en een schelpen-nis met tuinbeeld aanbrengen. Een bekende bewoner was jonkheer J.B. van Merlen, die ook in de gemeenteraad en provinciale staten zitting had. Na 1784 werd het verenigd met Groenendaal en na 1913 weer gescheiden. De uit Duitsland gevluchte joodse  bankier F.B.E.Gutmann kocht het landgoed aan in 1924 en maakte van het huis een privémuseum. Op weg naar Italië is hij met zijn echtgenote uit de trein gehaald en is het paar door de nazi’s  in concentratiekampen omgebracht. Sinds tientallen jaren zijn nakomelingen bezig om een vergoeding te ontvangen voor tijdens de Tweede Wereldoorlog geroofde kunst.

Meer en Bosch dateert uit de 17e eeuw enwas aanvankelijk een hofstede genaamd Het Paradijs en werd later verbouwd tot een klein vierkant herenhuis. Het huidige aanzien dateert van 1807 uitr de periode dat de staatsman Johan Valckenaer eigenaar was. De gang die midden door het pand loopt werd toen aangebracht. Vanaf die tijd draagt het buiten de naam Meer en Bosch. Omstreeks 1850 was het huis nog burgemeesterswoning. Burgemeester M.S.P. Pabst was ook burgemeester van de toen drooggelegde Haarlemmermeer. Sinds 1885 is hier een instituut voor epilepsiebestrijding gevestigd.

Bovenvermelde buitenplaatsen hadden destijds uitzicht op het Haarlemmermeer, vandaar namen als Meer en Berg, Meerzicht, Rustmeer [= Bosbeek] en Meer en Bosch.

Aa de Herenweg lag de buitenplaats Berkenrode op het grondgebied van de afzonderlijke ambachtsheerlijkheid Berkenrode met tot 1857 eigen bestuur en rechtspraak. Omstreeks 1700 werd een vorstelijk buitenverblijf gebouwd dat in 1747 totaal uitbrandde. De brand was veroorzaakt door vetpotjes en kaarsen, een illuminatie ter gelegenheid van de verheffing van Prins Willem IV van Oranje tot stadhouder van Holland. De kapitaalkrachtige Benjamin Poulle liet terstond een nieuw huis bouwen en 1750 stond er Nieuw Berkenrode opgetrokken in de plechtstatige regentenstijl. Generaties lang bewoonde de familie Van Wickevoort Crommelin – in hun tijd bekende paardenliefhebbers – de buitenplaats Berkenrode.

Nabij Berckenrode door Jan Vincentsz van der Vinne, 1780

De buitenplaats Oud Berkenroede behoorde van oudsher ook tot het territoir van Berkenrode. Ook deze buitenplaats van oorspronkelijk een boerenhofstede later uitgebreid tot het huidige aanzien. Er is in het verleden zo’n honderd jaar juridische strijd gevoerd welke van de buitenplaatsen de toevoeging Oud mocht dragen. Het ging tot de Hoge Raad, die wijselijk geen vonnis wees. Ofschoon Berkenrode feitelijk ouder was is om gezichtsverlies te voorkomen is Oud Berkenrode vervolgens Oud Berkenroede genaamd.

De buitenplaats Ipenrode dateert van 1643 onder de naam Voor- en Achter Koekoek gelegen op de grens van Heemstede en Vogelenzang (Bloemendaal). Ook dit huis heeft veel wijzigingen ondergaan en in 1733 kreeg Voor Koekoek de naam Ipenrode. De Amsterdamse burgemeester Dedel liet aan de achterzijde een aanbouw plaatsen in de late Lodewijkstijl. Een paar generaties werd Ipenrode bewoond door de Haarlemse drukkersfamilie Enschedé.

Het Manpad [Huis te Manpad] komt voor op een kaart van de ambachtsheerlijkheid uit 1643. Het was een huis op een omgracht terrein. De grondslag van het park is gelegd in 1721 toen Wigbold Slicher het huis verbouwde en park uitbreidde. Circa 1737 is de zogeheten slangemuur voor het kweken van de leifruit in de moestuin geplaatst met rondingen aan twee kanten. Deze is de langste in Nederland – ook Beeckesteijn kent een dergelijke muur uit 1772 – en mogelijk zelfs van Europa.  Eind 18e eeuw kwam het huis in het bezit van de familie Van Lennep, dat dit buitengoed bijna twee eeuwen in bezit hield. De geleerde en dichter professor D.E. van Lennep trok zich in 1844 na een vijftigjarig hoogleraarschap terug op het Manpad met de verzuchting: “de colleges zijn afgelopen en ik ben er blij om. De geest van de jongelui is er de laatste tijd niet beter op geworden.” De kunstzinnig aangelegde Van Lenneps hadden ook een praktische geest. Zo hielden zij zich ook bezig met de aardappelteelt en waterwinning uit de duinen, waaruit de Amsterdamse Waterleiding Maatschappij is ontstaan. Incidenteel worden rondleidingen op de buitenplaats gehouden. Hiervoor dient men contact op te nemen met mevrouw Mieke Wilmink, telefoon 023 528 7528.

Het park van Huis te Manpad omstreeks 1741-1742 in welke tijde de moestuin is aangelegd. De slangemuur links is helemaal bewaard gebleven.

Toegangshek van Huis te Manpad (foto V.C.Klep)

Huis te Manpad op een ansichtkaart uit omstreeks 1950

Huis te Manpad op een ansichtkaart uit omstreeks 1950

Ten slotte dient de Hartekamp genoemd te worden met internationale faam omdat George Clifford de botanicus Linnaeus tussen 1735 en 1737 in dienst had en deze buitenplaats bezoekers trok van heinde en verre.

De koepel van de Hartekamp in de vorm van een tempeltje met Dorische zuilen nog in welstand

In de 19e eeuw bewoond door het echtpaar Van Verschuer-Brants, van wie de enige en beeldschone dochter Mathilde Agatha – met haar instemming en tot groot verdriet van de ouders – in de late avond van 1 september 1861 werd geschaakt door een Oostenrijkse officier Maximilian Graf von Spaur Flavon.

Voorgevel van de Hartekamp op een prentbriefkaart uit circa 1950

Voorgevel van de Hartekamp op een prentbriefkaart uit circa 1950

In grote staat leefde na 1921 tot de Tweede Wereldoorlog mevrouw Catalina von Pannwitz-Roth – via een erfenis van haar vader in Argentinië schatrijk geworden –  die onder andere bevriend was met vorstelijke personen, diplomaten en museumdirecteuren. Ofschoon vaak barones genoemd was zij feitelijk niet van adel. Zij had, mede opgebouwd door haar vroeg overleden echtgenoot opgebouwd, een enorme collectie kunst. Walter Von Pannwitz was advocaat, burgemeester en auteur en is in 1920 in Buenos Aires overleden.

Met een vrijgeleide naar Zwitserland verkocht mevrouw von Pannwitz aan ‘kunstverzamelaar’ Hermann Goering – die 1 of 2 keer voor de oorlog en eenmaal in 1940 de Hartekamp bezocht –  enkele schilderijen en andere kunstwerken. Tijdens de Tweede Wereldoorlog hing op de Hartekamp de Argentijnse vlag en hielden de Duitse bezetters zich aan de afspraak dat het huis niet bezet zou worden. Haar enige dochter Ursula trouwde met een Britse diplomaat, graaf van Chichester, en verhuisde naar Salesbury. In 1944 midden in de oorlog kwam Ursula’s man, John Buxton Pelham, 8e graaf van Chichester, die haar een zoon had geschonken, bij een auto-ongeluk om het leven. Die zoon John Nicholas is tegenwoordig de 9e graaf. In 1982 bezocht Ursula nogmaals de Hartekamp toen een boek over het landgoed werd gepresenteerd. Mevrouw Von Pannwitz stierf 20 mei 1959 in Engeland en is bij haar man in Berlijn, waar hun eerdere ‘Palais Pannwitz’ in de dure wijk Grunewald geheten tegenwoordig het luxe vijfsterrenhotel ‘Alma Schlosshotel’ herbergt.

Het huwelijk van de 8e graaf van Chichester met Ursula von Pannwitz had plaats in het raadhuis van Heemstede, kerkelijk ingezegend in de Hervormde Kerk te Bennebroek (foto). De receptie vond ten slotte plaats op de Hartekamp, in aanwezigheid ook van prinses Juliana en prins Bernhard.

Kortom, de rustige Heemsteedse dreven zijn in het verleden afgewisseld met onrustige tijden, veelal als gevolg van economische maar vooral in politiek opzicht ongunstige ontwikkelingen.

Hans Krol

APPENDIX

Aan het eind van het leven van ambachtsheer Adriaan Pauw 1651-1653 is ten aanzien van Heemstede sprake van 330 woningen waaronder ’28 notabele hofsteden’, waaronder het Huis te Heemstede

Schilderij van Johannes Mijtens uit 1654 met rechtsboven het Huis te Heemstede. Lang is gedacht dat hier Gerard van Heemstede en echtgenote Agatha van Hartighsvelt en twee kinderen waren afgebeeld. Nader onderzoek heeft geleerd dat een andere zoon van Adriaan pauw, namelijk Michiel Pauw (heer van Hogersmilde) is afgebeeld met diens vrouw Anna Maria Fassin

Schilderij van Johannes Mijtens uit 1654 met rechtsboven het Huis te Heemstede. Lang is gedacht dat hier Gerard van Heemstede en echtgenote Agatha van Hartighsvelt en twee kinderen waren afgebeeld. Nader onderzoek heeft geleerd dat een andere zoon van Adriaan Pauw, namelijk Michiel Pauw (heer van Hogersmilde) is afgebeeld met diens vrouw Anna Maria Fassin evenals hun twee oudste kinderen Adriana Pauw (1652-1713) en Johan Pauw (1653-1686).  (Iconografisch Bureau)

In 1794 worden op de kaart van landmeter Engelman onder Heemstede, naast ’t Posthuis, de R.C.Kerk, bloemisterij Rozenburg en herberg ’t Laatste Stuivertje de volgende 23 hofsteden genoemd: Hartekamp, Huis te Manpad, Meerenberg, Bosbeek en Groenendaal, Westermeer, Paradijs [= Meer en Bosch], Huis of Slot te Heemstede, Barnarditen Clooster, Valkenburg, Over laan, Ipenrode, Knapenburg, Groot Berkenrode, Westerduin, Oud Berkenrode, Kennemer Oord, Land en Sparenzigt, Bronstee, Bos en Hoven, Vreedenhof, Uittenbos, Leeuwenhoofd, Middellaan. Voorts in Bennebroek behalve Logement De Geleerde Man de volgende 5: ’t Huis te Bennebroek, Middendorp, Duin laan, Huis ter Rust en Huis te Bijweg.

Boschenhoven

Vooraanzicht van het herenhuis van de buitenplaats Bosch en Hoven op een foto uit 1921. Na een brand in 1934 gesloopt

Adriaan Loosjes vermeldt in zijn Hollands Arkadia 1804-1805 de namen van 32 hofsteden in Heemstede (tevens de namen van eigenaren of bewoners), inclusief 4 in Berkenrode en 11 op grondgebied dat sinds 1927 bij Haarlem is gevoegd.  Zie: Naamlijst buitenplaatsen Zuid-Kennemerland in 1836 / annex 1804.  Op een kaart/lijst uit 1836 zijn de namen te vinden van 24 hofsteden.

A.J.van der Aa noemt in zijn Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden uit 1844 onder Heemstede (exclusief Berkenrode) de volgende 21 buitenplaatsen: de Hartencamp, het huis te Manpad, Meer en Berg, Bosbeek, Groenendaal, Meer en Bosch, Het Klooster, Ypenrode, Land en Spaarnzigt, Kennemeroord, Bosch en Hoven, Bronstee, Leeuwenhooft, Zuiderhout, Oosterhout, Bosch en Vaart, Sparenhout, Westerhout, Eindenhout, Vredenhoff, Gliphoeve.

H.H.Binnewiertz schrijft in zijn boek ‘Heemstede’ uitgegeven in 1854: “Zoo zijn er in de laatste jaren vele buitenplaatsen gesloopt geworden. Intusschen zijn niet minder dan 19 lustwaranden tegenwoordig in grooten luister. De voornaamste zijn: Groenendaal en Bosbeek (de Heer Hope), Hartenkamp (Baron Verschuur), Mannepad (Familie Van Lennep), Meerenberg (Familie Van Lennep), Ypenrode (mevrouw Calkoen), Eindehout (Baron van Brienen), ’t Vredehof (Mevrouw Visser), Zuiderhout (de heer Beels van Heemstede), Leeuwenhooft (Familie van Heukelom), Gliphove (de Heer Sterneberg) enz.’

P.S. A.van Damme bericht de transportactes van ruim 50 buitenplaatsen in diens: ‘De buitenplaatsen te Heemstede, Berkenrode en Bennebroek 1628-1811. Uitgave Haarlem, 1903.  Joh.E.Elias noemt in ‘De vroedschap van Amsterdam 1578-1795 2 delen (Uitgave Haarlem 1903-1905) 32 buitenplaatsen onder Heemstede (1), 3 in Berkenrode en 4 in Bennebroek. In Noord-Hollands Arcadia, samengesteld door Christian Bertram, uitgegeven in 2005, beschrijft uit Bennebroek de hofsteden: huis te Bennebroek (vh. Duynwyck), Bos en Berg, huis te Bijweg, Duinlaan, Duinlust, Duinwijk, Middendorp, huis ter Rust; onder Heemstede: Berkenrode, Bernardijnenklooster, Bosbeek (vh Rustmeer), Bronstee, Croesbeek, Duin en Vaart, Gliphoeve, Groenendaal, de Hartekamp, huis of slot te Heemstede, Ipenrode, Kennemeroord, Knapenburg, Land- en Spaarnzicht, Leeuwenhooft, Leiduin, huis te Manpad,  Meer en Berg, Meer en Bos (vh. Paradijs), Oud Berkenrode, Overlaan, Valkenburg (vh. Duin en Dorp), Westerduin, Westermeer. Verder onder Haarlem, voor 1927 Heemstede: Bos en Hoven, Bos en Vaart, Eindenhout, Middellaan, Oosterhout, Spaarenhout, Spruitenbos, Uitenbos, Vredenhof (vh. Hout- en Duinzicht), Westerhout, Zuiderhout.

Leyduin met herten in de tuin omstreeks 1950.

Leyduin met herten in de tuin omstreeks 1950.

Het zgn,. Tweeling- ofwel Juffershuis nabij Leyduin

Het zgn. Tweeling- ofwel Juffershuis nabij Leyduin.Een 18e eeuws houten pand dat altijd particulier is bewoond en zal na een restauratie op initiatief van Landschap Noord-Holland met ingang van 2016 een nieuwe functie krijgen als hotel en restaurant.

In de collectie Bettink  [Noord-Hollands Archief Haarlem] zijn gegevens over transportactes van de volgende buitenplaatsen aanwezig: Berkenrode, Boekenstein, Bosbeek/Rustmeer, Bronstee, Clooster, Crayenest, Croesbeek, Driesprong, Duin en Dorp, Duin en Vaart, Engelrust zie Meermin, Gliphoeve, Groenendaal, Hartekamp, Hofje van Panhuys, Hofstede ?(aan Herenweg), Hofstede (tegen de Meer in Bennebroek), Ipenrode, Kennemeroord, Knapenburg, Lanckhorst, Land- en Spaarnzicht, ’t Lam, Leeuwenberg, Huis te Manpad, Mariënbosch, Meer en Berg, Meermin/Engelrust, Meermond, Meervliet, Oosterduin, Oud Berkenrode, Overlaan, Overmeer, Overthoorn, Posthuis, Postlust, Schapenbosch, Spaarne (Hofstede aan /t), Sparenberg, Valkenburg, Westerduin, Westermeer en Woestduin.

(1) In Register Elias komen voor: Berkenrode, Berkenrode Oud, Bernarditen Clooster, Boekenrode, Boekenstein, Bosbeek en Groenendaal, Bronstee, Croesbeek, Duyn en Dorp, Duyn en Vaart, Engel-rust (Meermin), Hartenkamp, Heemstede Huis te, Hout en Baan, Hout en Duynzigt, Ipenrode (Voor-Koekoek), Leeuwenberg, Leeuwenhooft, Leyduin, Manpad Huis te, Manpad Cleyne Huis, Meer en Bergh, Meermin, Meervliet, Middel-laan, Oosterhout, Paradijs ’t (Meer en Bosch), Rozenburg, Rustmeer [=Bosbeek], Sparenhout, Spruitenbos, Valckenburg [= Duyn en Dorp], Vredenhoff, Westerduin, (Westermeer), Woestduin en Zuiderhout. Voorts: Bennebroek ’t Huis te en Bijwegh (’t Huys te),

Panorama van terreinen langs het Spaarne: Meermond en ruimer het Heemstederveld, dat tevens Spaarne Ziekenhuis, Hageveld, en het Oude Slot omvat.

In 2003 is door de gemeente Heemstede een rapport aangenomen: ‘Landgoederen en groene gebieden; visie per deelgebied’, bestaande uit  beschrijvingen en toekomstvisies ten aanzien van: 1) omgeving Leidsevaart; 2) Berkenrode; 3) Ipenrode; 4) tuinbouwgebied Manpadslaan; 5) Huis te Manpad; 6) de Hartekamp; 7) Kennemeroord, het Overbos, Kennemerduin (het Sorghbosch); 8) Hageveld; 9) weiland Vrijheidsdreef; 10) Groenendaal; 11) Algemene Begraafplaats; 12) Bosbeek; 13) Mariënheuvel; 14) Bollenvelden Kadijk; 15) Dennenheuvel en Bloemenoord; 16) Eikenrode; 17) Hertenduin; 18) Natuurgebied Eikenrode/Hagenduin/Linnaeushof; 19) Gilphoeve/De la Salle; 20) gronden langs het Spaarne [Heemstederveld]; 21) Het Oude Slot e.o.; 22) weilanden De Glip.

 

Hertenduin, Herenweg 2 Heemstede

TUINLIEDEN VERENIGD (1920-1960)

In 1920 hebben de destijds zelfstandig werkende tuinlieden en de hoveniers, in dienst van vermogende personen met veelal een buitenplaats uit de omgeving Bloemendaal en Heemstede zich verenigd tot een sociëteit onder de benaming ‘Onderlinge Tuinliedenvereniging Aerdenhout en omstreken’.  Men wisselde onderlinge ervaringen uit, hield jaarvergaderingen, er werden lezingen over het vak georganiseerd en jaarlijks zijn 1 of meer excursies georganiseerd. In 1960 is nog het veertigjarig bestaan van de vereniging gevierd, maar al het jaar daarop is  de vereniging opgehouden te bestaan. De eerste drie voorzitters van deze vereniging hebben allen op een buitenplaats gewerkt, te weten: 1) J.Groenink (’t Clooster), 2) W.Hartman (Kennemeroord) en 3) W.I.Ratslaken (Leiduin), die promotie maakte als tuinbaas van paleis het Loo.

tuin

Groepsfoto van de leden der ‘Onderlinge Tuinliedenvereniging Aerdenhout en omstreken’. Op de eerste rij zitten van links naar rechts: C.van Iperen, J.Bloemendaal (tuinkecht op Buitenrust), diens vader M.Bloemendaal (tuinbaas op Bloemenhove), J.Platting, Maarsen en De Wilde. Op de volgende rij staan: W.Hartman (tuinman op Kennemeroord), Timmermans junior en senior, J.Huting (tuinbaas op Ipenrode), C.Ruijsenaars, Voordehaak, H.Ruijsenaars. Boven deze staat A,van Iperen (tuinbaas bij Kennemerduin); de laatste van de rij is tuinder Kramer.

tuinlieden1

Bericht over het veertigjarig bestaan van de Onderlinge Tuinliedenvereniging Aerdenhout en Omstreken uit het Haarlem’s Dagblad van 6 januari 1960.

In de uitgave ‘Buiten in de Bollenstreek’ in 2012 verschen bij Museum De Zwarte Tulp in Lisse is met medewerking van Brigitte Rink-Ensink, Maarten van Bourgondië, Wim Rossdorff en Klaas Egas een overzicht van kastelen en buitenplaatsen opgenomen, gelegen in Heemstede, Bennebroek en de Bollenstreek , waarvan onderstaand een scan:

 

over1.jpg

Overzicht van kastelen/buitens in de Bollenstreek (1)

over2

Vervolg van kastelen en buitenplaatsen in de Bollenstreek (2)

over3.jpg

Slot overzicht kastelen en buitenplaatsen in de Bollenstreek (3)