Tags

,

Heemstede na 1300

In zijn artikel van mei 1988 over de oorsprong van de gemeente heeft H. Krol een voortreffelijke uiteenzetting gegeven over de oorsprong van Heemstede. De belangstellende vindt het maar verdrietig als historici met ingewikkelde verhalen komen, wanneer hij denkt, iets goed te weten, maar daar is nu eenmaal niets aan te doen. Het verhaal is zó duidelijk, dat ik niets zou willen wijzigen. Ik wil het alleen voortzetten. In het voortreffelijk bewaarde archief van de gemeente bevindt zich een origineel document, gedateerd maandag na palmzondag 1347. Palmzondag is de zondag vóór pasen en pasen viel in 1348 op 20 april. Men had toen de gewoonte om pas met pasen het jaartal te wisselen, zodat de week vóór pasen volgens ons al in 1348 viel. Het stuk dateren wij dus op 14 april 1348. In dat document verklaart Willem van Holland (later graaf Willem V) dat hij in Heemstede een kapel sticht voor de nagedachtenis van zijn oom Willem IV. Deze was graaf van Holland geweest van 1337 1345. Hij had in 1340 in de vacature in het bisdom Utrecht zijn vriend Jan van Arkel candidaat gesteld, maar de paus benoemde een inwoner van Rome. Pas toen die bedankte (wegens de slechte financiën van Utrecht), werd Jan van Arkel in 1342 benoemd. Hij was minder onderdanig dan Willem bedoeld had en toen de bisschop zich in 1345 buiten Utrecht bevond, kwam graaf Willem IV er de zaken regelen. Hij werd met een pijl in zijn voet geschoten en de bisschop moest haastig terugkeren om de zaak te sussen. Een aantal burgers moest blootsvoets om genade smeken en na een schadevergoeding te hebben geëist ging graaf Willem verder, want hij wilde Friesland onderwerpen. Daar sneuvelde hij op 26 september 1345 bij Staveren (1). Hij was kinderloos en zijn zuster Margareta volgde hem op, maar omdat zij ook in Henegouwen te regeren had, benoemde zij haar zoon Willem als stadhouder. Dat is onze Willem van het document. Hij was toen 15 jaar. Die kapel is gebouwd en gewijd aan Maria, maar Willem had ook toegezegd, dat er een afzonderlijke parochie Heemstede zou worden gesticht. Daar had hij niets over te zeggen en hij stuurde een latijnse vertaling van het document aan de bisschop, met een aanbeveling van een Haarlemse geestelijke. Maar de bisschop was nog niet tevredengesteld wegens het optreden van de vorige graaf en kort erna waren de jonge Willem en bisschop Jan van Arkel in volle oorlog. Op de brief van Willem is nooit een antwoord gekomen; hij is ook niet in Utrecht bewaard gebleven, maar gelukkig wel in een copie in het grafelijk archief. De kapel is er geweest en is verwoest tijdens het beleg van Haarlem 1573. De parochie is er echter niet gekomen en daarover heerst nog onduidelijkheid; of liever: de parochie is er wél gekomen in 1856, en de gereformeerde gemeente is in 1622 van Haarlem afgescheiden. Beide formaties geschiedden volgens het kerkrecht De kapel moest worden bediend door een kapelaan. Het is niet geheel duidelijk, wie daarvoor heeft moeten zorgen. De stichter van de kapel was de graaf van Holland, en de oorkonde van 1348 is dan ook uitgegeven door de (aanstaande) graaf, maar G(errit) van Heemstede is mede- ondertekenaar. Bij een kerkstichting in de middeleeuwen hoorde het bouwen, maar ook het verschaffen van het kapitaal voor het onderhoud van de geestelijke. Wij vragen, wie dat betaalde, maar krijgen geen duidelijk antwoord: eigenlijk twee antwoorden. Want er is een serie kapelaans bekend (2), die hier en daar is onderbroken, terwijl er in de bekende Informatie van 1514, een enquête door de landsregering ingesteld, wordt genoemd Pieter Florisz., Cappellaen te Heemstede, die niet in de genoemde lijst voorkomt Ik waag de veronderstelling, dat er kapelaans zijn geweest, die door de graaf werden bekostigd en kapelaans die door de heer van Heemstede werden betaald, misschien wel om de beurt. Er is nog een kapelaan in Heemstede bekend, nl. Willem Vaders, die beschikt over een vicariegoed, dat is het bezit waaruit de geestelijke werd betaald. Hij sterft in 1615 en vijf jaar later is dat goed “verachterd” en niet meer beschikbaar. De bezitter zal niet worden aangesproken en als Adriaan Pauw de heerlijkheid Heemstede koopt, moet hij het tractement van de predikant elders vandaan halen. De gegevens zijn onvoldoende om ons een duidelijk beeld te geven, maar voldoende om te laten zien, dat er geen afzonderlijke parochie Heemstede is geweest maar wel een bescheiden geestelijke verzorging. Die kapel moest dienen voor een gebied dat zich uitstrekte van de Houtpoort tot en met Bennebroek. Als verklaring van die verwaarlozing kan dienen de omstandigheid dat Heemstede in 1500 op 224 inwoners kan worden gesteld, anderhalve eeuw later 400, dat dan snel oploopt tot 1.400 in 1651 (3). Zo weinig inwoners kunnen onmogelijk veel opbrengen en het verzorgen van kerkdiensten loonde niet (4). Heemstede staat politiek onder een ambachtsheer, maar blijft kerkelijk een deel van Haarlem; de R.K. parochie is eerst uit de vorige eeuw, de protestantse gemeente is gevormd in 1622. Het is leuk om heel oud te schijnen, maar schijn is geen wezen.Er zijn meer voorbeelden van dergelijk bijgeloof. Zo is men nog steeds niet overtuigd, dat de dorpskerk in 1624 en niet een jaar later is in gebruik genomen, zoals (onjuist) op een der balken aan de zoldering staat. Men heeft nl. al dienst gehouden in de zomer van ’24 toen het dak er nog niet op was. De bouwgeschiedenis is uitvoerig verteld in een verhandeling (5) waarheen we verwijzen.

dr.H.Bruch

Bruch

Overlijdensadvertentie dr. J.Bruch (Haarlems Dagblad, 4-1-1997)

Dr.H.Bruch, geboren op 2 december 1903 in Amsterdam, promoveerde in 1931 op een proefschrift over de vijftiende-eeuwse kroniekschrijver Dirck Franckensz. Pauw uit Gorinchem (Gorcum). Tot zijn talrijke geschriften behoren een studie over ‘Bronnen van Vondel’s Gijsbrecht'(1932), een Supplement (1951) op ‘De geschiedenis van de Noord-Nederlandsche geschiedschrijving’ door Jan Romein. Verder verscheen  een serie artikelen over het Wilhelmus in het tijdschrift ‘Levende Talen”(1968-1969). Dr.Bruch was leraar aan het Eerste Christelijk Lyceum te Haarlem en sinds 1971 wetenschappelijk medewerker aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Tevoren was hij werkzaam aan het Openbaar Lyceum in Terneuzen en aan de Eerste Gemeente HBS en Christelijke HBS in Leeuwarden.  

Artikel over magnum opus van dr.H.Bruch over Johannes de Beke in de Heemsteedse Courant van 22-12-1982

Vooromslag van boekuitgave Slaat op en trommele over het Wilhelmus en de geuzenliederen; door dr.H.Bruch

Artikelen over dr.H.Bruch in archiefdoos 61 van Heemstede-collectie in het Noord-Hollands Archief. Bijdragen in ‘It Baeken’ over Johannes de Beke en Friesland nummer 6276K en: ‘Waren de bisschppen allemaal Friezen; nummer 6277K.

NOTEN

(1) In Friesland wordt die slag herdacht bij het dorpje Warns, maar G.R Groustra heeft De Slach by Starum, Bolsward 1978, aangetoond, dat de oude overlevering, Staveren, juist is.

Ligging van Warns en Staveren in Friesland

Monument ter herinnering aan de slag bij Warns in 1345 waarbij de Friezen de Hollanders versloegen.

(2) Grijpink, Register op de parochies, vicarieën en de bedienaars, 3e deel Kennemerland, door C.P.M.Holtkamp, leraar Hageveld te Heemstede, blz. 100.

(3) Groesbeek, Heemstede in de Historie (1972), blz. 29.

(4) Heel duidelijk blijkt dit uit de poging van 1558 tot stichting van een parochie Heemstede, Bruch, De kerk op het dorpsplein te Heemstede, Haarlem Jaarboek 1986, blz. 49-50.

(5) Aldaar, blz. 53-56. Daar is tevens de aandacht gevestigd op een tot nog toe onbekende kaart van Heemstede uit 1589.

Uitsnede van kaart met het dorpscentrum van Heemstede, 1627

Uitsnede van kaart met het dorpscentrum van Heemstede, 1627