Tags

, , , , , , , ,

 

Ingekleurde steendruk van hofstede 'Bosch en Vaart' door P.J.Lutgers (1837-1844)

Ingekleurde steendruk van hofstede ‘Bosch en Vaart’ door P.J.Lutgers (1837-1844)

Theekoepel van 'De Rijp'. Foto Harm Botman, Ons Bloemendaal, 1984

Theekoepel van ‘De Rijp’. Foto Harm Botman, Ons Bloemendaal

NAAMLIJST VAN BOORD-HOLLANSCHE BUITENPLAATSEN EN DERZELVER EIGENAREN 1838 [gepubliceerd in De Navorscher, jrg.55, 1905, p.339-340]. ZUID-KENNEMERLAND

– Bosch en Berg             J.van Lith

Advertentie verhuur van Bosch en Berg door J.van Lith uit het Algemeen Dagblad van 23 maart 1847

Advertentie verhuur van Bosch en Berg door J.van Lith uit het Algemeen Dagblad van 23 maart 1847

– Duinlust                      T.L.de Suermondt de Bas

–  Huis te Bennebroek      A.D.Willink

Het Huis te Bennebroek, getekend door P.J.Lutgers omstreeks 1840

Het Huis te Bennebroek, getekend door P.J.Lutgers omstreeks 1840

– Middendorp                 W.H.Gerlings [van 1719-1731 Herndrik Stockman, van 1731-1734 Marinus van der Grijp Henrikszoon), vervolgens  Judith Magua, weduwe van Samul le Febre]

Marinus van der Grijp: Een wittekragencrimineel te Bennebroek; door Marie-Christine Marres (uit: Ons Bloemendaal, voorjaar2016, p.16-17)

vervolg Marinus van der Grijp en Middendorp,

Vervalste posten door Marinus van der Grijp (Stadsarchief Amsterdam)

 

De hofstede Middendorp, gelegen nabij de Hervormde Kerk (Uit L.van Ollefen, gegraveerd door Anna C.Brouwer, 1796)

De hofstede Middendorp, gelegen nabij de Hervormde Kerk (Uit L.van Ollefen, gegraveerd door Anna C.Brouwer, 1796)

– Duinzigt                       idem W.H.Gerlings – Duinlaan                      Pieter Calkoen

Duinlaan door P.J.Lutgers, circa 1842

Duinlaan door P.J.Lutgers, circa 1842

De gefortuneerde koopman Pieter Calkoen (1784-1863) overleed op zijn buitenplaats Duinlaan in Bennebroek

De gefortuneerde koopman Pieter Calkoen (1784-1863) overleed op zijn buitenplaats Duinlaan in Bennebroek

– Huis te Bijweg             De wed. Valckenaer

De voormalige koepel van Huis te Bijweg nabij de Leidsevaart in de tijd van Johan Valckenaer, 25vb januari 1821 in Bennebroek overleden.

De voormalige koepel van Huis te Bijweg nabij de Leidsevaart in de tijd van Johan Valckenaer, 25 januari 1821 in Bennebroek overleden.

BERKENRODE – Knapenburg                J.J.Meder

De hofstede Knapenburg aan de Herenweg in Heemstede/ Berkenrode. (P,J,Lutgers, 1837-1844)

De hofstede Knapenburg aan de Herenweg in Heemstede/ Berkenrode. (P.J.Lutgers, circa 1840)

– Berkenrode                 J.P.van Wickevoort Crommelin

Het in 1573 ten dele verwoeste kasteel Berkenrode op een ets van Pieter Saenredam uit 1628.

Het in 1573 ten dele verwoeste kasteel Berkenrode op een ets van Pieter Saenredam uit 1628.

Naschildering door A.A.v.d.Berg naar een tekening van het kasteel Berkenrode door P.Saenredam uit 1628

Naschildering door A.A.v.d.Berg naar een tekening van het kasteel Berkenrode door P.Saenredam uit 1628

De ruïne van het huis Berkenrode, gegraveerd door J.Schijnvoet naar een oude tekening van S.Roghman. 1711

De ruïne van het huis Berkenrode, gegraveerd door J.Schijnvoet naar een oude tekening van R.Roghman, 1711)

Het herstelde kasteel Berkenrode, in 1647 getekend door Roeland Roghman

Het herstelde kasteel Berkenrode, in 1647 getekend door Roeland Roghman

Mogelijk slechts ten dele uitgevoerde geometrische tuinaanleg, omstreeks 1712 vervaardigd door S.Stopendaal. Vooraan de Herenweg, helemaal boven de Leidsevaart.

Mogelijk slechts ten dele uitgevoerde geometrische tuinaanleg, omstreeks 1712 vervaardigd door S.Stopendaal. Vooraan de Herenweg, helemaal boven de Leidsevaart.

Portret van mr. Jan Trip (1664-1732), hier 51 jaar. Met rechtsonder afbeelding van huize Berkenrode. Anonieme gravure vermoedelijk vervaardigd door Pieter van Gunst

Portret van mr. Jan Trip (1664-1732), hier 51 jaar. Met rechtsonder afbeelding van huize Berkenrode. Anonieme gravure vermoedelijk vervaardigd door Pieter van Gunst

Voorzijde van kasteel Berkenrode na de brand van 4-5 mei 1747. Schilderij van Jan ten Compe (Rijksmuseum)

Voorzijde van kasteel Berkenrode na de brand van 4-5 mei 1747. Schilderij van Jan ten Compe (Rijksmuseum)

Voorzijde van het kasteel Berkenrode na de brand in de nacht van 4 op 5 mei 1747. Schilderij door Jan ten Compe in het Rijksmuseum

Voorzijde van het kasteel Berkenrode na de brand in de nacht van 4 op 5 mei 1747. Oorzaak was de feestilluminatie ter gelegenheid van de benoeming van prins Willem IV tot erfstadhouder. Na de brand is het huis snel herbouwd. Schilderij door Jan ten Compe in het Rijksmuseum

Huize Berkenrode na de brand. Tekening door Hendrik Spilman (1721-1784).

Huize Berkenrode na de brand. Tekening door Hendrik Spilman (1721-1784).

't Huis Berkenrode buiten Haarlem. Gravure Hendrik Spilman, 1752

’t Huis Berkenrode buiten Haarlem. Gravure Hendrik Spilman, 1752

'Het Tol-hek aan de Leidse Vaart' Links het huis Berkenrode. Gravure Gravure door H.Spilman, 1763

‘Het Tol-hek aan de Leidse Vaart’ Links het huis Berkenrode. Gravure Gravure door H.Spilman, 1763

Toegang en oprijlaan van Berkenrode. Tekening in O.I.inkt uit circa 1780 van een prinselijk bezoek, vermoedelijk door Vincent Janszoon van der Vinne

Nog een tekening van de ingang van Berkenrode, getekend door Jan Vincentszoon van der Vinne in 1780

Nog een tekening van de ingang van Berkenrode, getekend door Jan Vincentszoon van der Vinne in 1780

Huize Berkenrode vanuit de overplaats (P.J.Lutgers, circa 1840)

Huize Berkenrode (Westerduin) vanuit de overplaats (P.J.Lutgers, circa 1840)

Berkenrode; door Chris Schut, 1990

Berkenrode; door Chris Schut, 1990

– Oud Berkenrode          J.Hodshon Dedel

De koepel van Oud Berkenro(e)de en links herberg de Dorstige Kuil op een tekening van Aart Schouman uit circa 1750

De koepel van Oud Berkenro(e)de en links herberg de Dorstige Kuil op een tekening van Aart Schouman uit circa 1750

Tekening van Oud Berkenrode aan de Herenweg door Cornelis Pronk (1706-1759) (RKD)

Tekening van Oud Berkenrode aan de Herenweg door Cornelis Pronk (1706-1759) (RKD)

'Aan de Heerenweg by Oud-Berkenrode na de Dorstige Kuil' gravure naar Hendrik Spilman (1762)

‘Aan de Heerenweg by Oud-Berkenrode na de Dorstige Kuil’ gravure naar Hendrik Spilman (1762)

Ontwerp van ijskelder met paviljoen op Oud-Berkenrode door J.G.Michael, 1794. Aanzicht en plattegrond vloer. Het is niet zeker dat het ontwerp werd uitgevoerd

Ontwerp van ijskelder met paviljoen op Oud-Berkenrode door J.G.Michael, 1794. Aanzicht en plattegrond vloer. Het is niet zeker dat het ontwerp werd uitgevoerd. Gekleurde tekening Noord-Hollands Archief Haarlem

‘Op deze tekeningen ziet men boven de kelder, die aan de achterzijde van een toegangspoort met één compartiment was voorzien, een paviljoen met perystile in een streng klassieke vorm ontworpen. De muur van de put is met een spouw uitgevoerd, terwijl boven de koepel een grote iolerende ruimte aangehouden werd. Kennelijk waren de kelder met portaal in steen en het paviljoen in hout gedacht. De aanduiding op de tekening ‘Coupel van vooren oover ’t Water te Sien’ doelde vermoedelijk op de scheidingsvaart tussen Groot- en Oud-Berkenrode. Indien deze kelder met paviljoen ooit is uitgevoerd, is hij geheel verdwenen (thans een woonwijk op deze plaats)’. A.W.Reinink en J.G.Vermeulen. IJskelders; koeltechnieken van weleer. Nieuwkoop, Heuff, 1981, p. 208. Gelet op de steendruk van H.Numan uit 1797 mag worden aangenomen dat uitvoering van dit project wèl heeft plaatsgevonden.

Dwarsdoorsnede ijskelder en paviljoen Oud-Berkenrode door architect J.G.Michael, 1794

Dwarsdoorsnede ijskelder en paviljoen Oud-Berkenrode door architect J.G.Michael, 1794. Doorsnede en plattegrond-constructietekening van het paviljoen. De tweeslachtigheid van het bouwsel komt in de doorsnede goed tot uitdrukking: Boven de (thee)koepel als verblijf van genoegen en vormt de peristyle een soort aangezicht, een optische accessoire, in het park; terwijl daaronder zich het areaal van de arbeid bevindt: de tuinman kan de ijskelder alleen via de ‘cloaak’ (van onder en van achter) betreden. Het is bijna een  antropomorf bouwsel, waarin het klassenonderscheid op het landgoed treffend is ondergebracht. Gekleurde tekening. Noord-Hollands Archief Haarlem.

Litho van ijskelder op Oud-Berkenroede door Numan, 1797 (Chart Room)

Litho van ijskelder op Oud-Berkenroede door Numan, 1797 (Chart Room)

Ontwerptekening tuin Oud Berkenrode door Zocher, 1797 (Charter Room)

Ontwerptekening tuin Oud Berkenrode door Zocher, 1797 (Charter Room)

Bosbedrijfskaart Oud Berkenrode Heemstede 1797-1806 (Chart Room)

Bosbedrijfskaart Oud Berkenrode Heemstede 1797-1806 (Chart Room)

Detail Oud Berkenrode (Chart Room)

Detail bosplan Oud Berkenrode (Chart Room)

Oud Berkenroede. Litho door P.J. Lutgers, circa 1840

Oud Berkenroede. Litho door P.J. Lutgers, circa 1840

BLOEMENDAAL –  Huis te Vogelenzang      W.P.Barnaart

Vogelenzang

Voorzijde van boek ‘Huis te Vogelenzang’, 2016 door Martin Bunnik

Vogel3

Achteromslag van boek ‘Huis te Vogelenzang’  door Martin Bunnik, 2016 

 

Aankondiging van in 2016 te verschijnen boek over Huis te Vogelenzang en de familie Barnaart door Martin Bunnik

Aankondiging van in 2016 te verschijnen boek over Huis te Vogelenzang en de familie Barnaart door Martin Bunni

Situering van het Huis te Vogelenzang. Detail van een 18e eeuwse kaart. DE oudste vermelding in een charter dateert van 4 mei 1297. Daarin is sprake van een lijftocht voor de vrouw van graaf Jan 1 met een rente van 8000 Tournoijsen, per jaar uit de grafelijke huizen in Den Haag en Vogelenzang alsmede uit alle grafelijke goederen en rechten in Noordholland, Kennemerland en Waterland.( J.G.Kruisheer, De oorkonden en de kanselarij van de graven van Holland tot 1299. II (1972), nummer 961).

Situering van het Huis te Vogelenzang. Detail van een 18e eeuwse kaart. DE oudste vermelding in een charter dateert van 4 mei 1297. Daarin is sprake van een lijftocht voor de vrouw van graaf Jan 1, Elisabeth van Ruddlan, dochter van de Engelse koning,  met een rente van 8000 Tournoijsen, per jaar uit de grafelijke huizen in Den Haag en Vogelenzang alsmede uit alle grafelijke goederen en rechten in Noordholland, Kennemerland en Waterland.( J.G.Kruisheer, De oorkonden en de kanselarij van de graven van Holland tot 1299. II (1972), nummer 961).

Huis te Vogelenzang. Tekening door H.Pola uit 1718.

Huis te Vogelenzang. Tekening door H.Pola uit 1718.

Nieuwe Huis te Vogelenzang in Atlas Schoemaker. 1726

Nieuwe Huis te Vogelenzang in Atlas Schoemaker. 1726

Ruïne van het Huis te Vogelesang buyten Haarlem, 1600. Uit: Atlas Schoemaker, 1710-1735 (Koninklijke Bibliotheek)

Ruïne van het Huis te Vogelesang buyten Haarlem, 1600. Uit: Atlas Schoemaker, 1710-1735 (Koninklijke Bibliotheek)

Huis te Vogelenzang van de zijkant gezien ten tijde van eigenaar Jan van Marcelis (1731-1791) Tekening door Jacobus Stellingwerf, 1726 (Bibliotheek Rotterdam)

Huis te Vogelenzang van de zijkant gezien ten tijde van eigenaar Jan van Marcelis (1731-1791) Tekening door Jacobus Stellingwerf, 1726 (Bibliotheek Rotterdam)

Huys te Vogelenzang en Teylingenbosch. Detail uit een kaart van landmeter Daniël Engelman, 1794 (coll. Huize Vogelenzamg)

Huys te Vogelenzang en Teylingenbosch. Detail uit een kaart van landmeter Daniël Engelman, 1794 (coll. Huize Vogelenzamg)

Tussen Hillegom, De Zilk en Vogrlenzang moest de trekvaart dwars door de strandwal (Leyduin) worden gegraven. Nabij Bennebroek zijn de buitenplaatsen de Hartekamp en Croesbeek ingetekend (Hoogheemraadschap van Rijnland, A0081 A) Uit: Blauwe adel van de Bollenstreek; 350 jaar Haarlemmertrekvaart - Leidsevaart 1657-2007. 2007

Tussen Hillegom, De Zilk en Vogelenzang moest de trekvaart dwars door de strandwal (Leyduin) worden gegraven. Nabij Bennebroek zijn de buitenplaatsen de Hartekamp en Croesbeek ingetekend (Hoogheemraadschap van Rijnland, A0081 A) Uit: Blauwe adel van de Bollenstreek; 350 jaar Haarlemmertrekvaart – Leidsevaart 1657-2007. 2007

Situatietekening van 't Huys te Vogelesang, o.a. naar Floris Balthasar van Berckenrode en het Caertboeck (vervaardigd door Publieke Werken Bloemendaal).

Situatietekening van ’t Huys te Vogelesang, o.a. naar Floris Balthasar van Berckenrode en het Caertboeck (vervaardigd door Publieke Werken Bloemendaal).

Westgevel van Huis te Vogelenzang met tuin in landschappelijke aanleg. Aquarel door Geevers van Endegeest uit 1823 (N.H.A.)

Westgevel van Huis te Vogelenzang met tuin in landschappelijke aanleg. Aquarel door Geevers van Endegeest uit 1823 (N.H.A.)

Landschap te Vogelenzang. Schilderij uit 1834 van Gerrit Jan Michaëlis (1775-1857) in Teylers Museum

Landschap te Vogelenzang. Schilderij uit 1834 van Gerrit Jan Michaëlis (1775-1857) in Teylers Museum. Op het doek is het huis Vogelenzang niet afgebeeld, maar de voorstelling toont overeenkomsten met de parkachtige aanleg van het nog bestaande landgoed. )

Litho van Huis te Vogelenzang door P.J.Lutgers, circa 1842

Litho van Huis te Vogelenzang door P.J.Lutgers, circa 1842

'Gezigt in de Vogelezang' Steendruk P.J.Lutgers, circa 1842

‘Gezigt in de Vogelezang’ Steendruk P.J.Lutgers, circa 1842

Huis te Vogelenzang; schilderij door G.C.Jongh Visscher

Huis te Vogelenzang; schilderij door G.C.Jongh Visscher

Huis te Vogelenzang; tekening door Chris Schut (uit: A.M.Hulkenburg,Gezichten in Zuid-Kennemerland, 1990)

Huis te Vogelenzang; tekening door Chris Schut (uit: A.M.Hulkenburg,Gezichten in Zuid-Kennemerland, 1990)

scannen0021

Huis te Vogelenzang, 1999

Huis te Vogelenzang, 1999

Links: Laantje bij Vogelenzang en rechtse foto: beeldengroep in het park van Huize Vogelenzang, circa 1920

Scan1344

Teijlingerbosch; door Chris Schut, 1990

Teijlingerbosch; door Chris Schut, 1990

– Kroesbeek                    De wed. Valckenaer – Woestduin                    J.C.Roëll. Ed. van den Burg

WOESTDUIN is van 1832 tot 1845 tijdens de zomermaanden bewoond (via huur voor 300 gulden per jaar) door Jacob van Lennep met zijn echtgenote en vijf kinderen (1) (een zesde is jong overleden), eerst in Groot-Woestduin en van 1841 tot november 1845 in het nabijgelegen Klein-Woestduin Nabij het huis te Manpad van zijn vader en eerder grootvader. In het nabijgelegen Leyduin verbleef een zuster van Jacob, Anna Louisa,  getrouwd met H.A.van Lennep. Verder woonde een familelid J.A.van Lennep op de nabijgelegen hofstede Meer en Berg in Heemstede.

(1) De namen en geboorte- en sterfjaren van de 6 kinderen, 1 dochter en 5 zonen zijn: 1) Sara Cornelia (1825-1899), David Jacob Cornelis (1827-1895), Christiaan (1828-1908), Maurits Jacob (1830-1913) en Willem Anne (1831-1833) en Willem (1834-1897). De broers Christiaan en Maurits Jacob hebben ons hun herinneringen nagelaten.

Recente foto van toegng naar Woestduin

M.F.van Lennep schreef in zijn biografie van 1909: ‘Had J.v.l. in vroegere jaren des zomers met de zijnen eenige weken op het Manpad of te Warnsborn,Bij Arnhem, bij zijn zwager Röell gelogeerd, in het jaar 1832 huurde hij de buitenplaats Woestduin, aan de andere zijde van de Leidsche Vaart, tegenover het Manpad gelegen. Daar werden derien jaren achtereen, van Mei tot November, vele gelukkige weken doorgebracht en droef zou het den dichter te moede zijn, indien hij het vroeger zoo schoone nu bedorven en tot een renbaan verlaagde buiten thans kon aanschouwen. Het was daar in de buurt een gansche kolonie Van Lennepen. Op het Manpad woonde, gelijk wij zagen. de nu bijna zestigjarige, maar krasse D.J.v.L., met zijn gezin, dat nogaanhoudend in getal vermeeeerdede, en Leyduin aan Woestduin grenzende, behoorde aan J.v.L.’s zwager Mr.H.A.v.L., zodat de drie buitens te zamen als één groot familieleven vertoonden en de ele kinderen – ooms en neven, tantes en nichten ongeveer van denzelfden leeftijd – met elkander een genotvollen tijd hadden. Op woestduin waren twee huizen, het “groote” en het “kleine”, naast het hek; dit laatste werd in 1835 door Mr.F.an de Poll, den burgemeester van Amsterdam, met zijn gezin betrokken; zes jaar later verhuisde J.v.L. naar het kleine huis en betrok Jhr.Jacob Hartsen het groote. Natuurlijk kon J.v.L. slechts een gedeelte van den tijd, dien de zijnen te Woestduin vertoefden, met hen zijn, daar zijne bezigheden hem te Amsterdam riepen; doch was hij buiten, dan genoot hij er zeer, daar hij een buitenman in zijn hart was en de natuur tot het einde zijns levens tot zijn dichterlijk gemoed bleef spreken. Hij maakte er groote wandelingen, soms met de lange pijp in den mond en een opengeslagen boek in de hand, en wanneer het najaar gekomen was, vertoefde hij nu en dan aan de vinkebaan, doch bleef er gewoonlijk niet lang; jagen heeft hij noot gedaan,’ (deel 1, pagina 187). 

Woestduin: parkaanleg 18de eeuw

 

Woestduin

Het bruggetje bij Woestduin. Gewassen tekening van Paul van Liender (1731-1797).

 

G.J.Michaelis, tekening van Woestduin, circa 1810 (NHA)

De hofstede Woestduin, aangelegd door Van Hove en omstreeks 1844 toebehorend aan Van der Burch (P.J.Lutgers)

De hofstede Woestduin, aangelegd door Van Hove en omstreeks 1842 toebehorend aan Van der Burch (P.J.Lutgers). Jacob van Lennep bewoonde Woestduin ontving hier vele gasten. In 1845 kwam daaraan een einde. In een brief aan Willem Veder van 20 februari 1845 schreef hij ‘Zeven november gaan wij naar Amsterdam en verlaten Woestduin, wellicht voor altijd. Er waren honderd goede redenen om hier te blijven; doch behalve twee a drie schijnredenen is er een causa sontica om van hier weg te trekken, welke alle goede redenen opweegt. Ik zou mijn eigen wel de neus af kunnen snijden van spijt, doch die zijn neus snijdt schendt zijn aangezicht, gelijk Cats te recht aanmerkt’.  Verondersteld wordt dat zijn verhouding in 1834 met buurvrouw Johanna Dorothea ‘Doortje’ Ringeling (1804-1856, dochter van een suikerraffinadeur, verhuisd naar Haarlem en begraven in Lage Vuursche) aanleiding is geweest voor zijn vertrek.

Christiaan van Lennep schrijft in zijn jeugdherinneringen: ‘De jaarlijksche huur die Papa betaalde bedroeg slechts ƒ300,-. (Van de Poll enJacob Hartsen betalden evenveel) werd jaarlijks in persoon ontvangen door de Heeren Willem Pauw en Jan Louis van den Burch, de eerste was altijd op klompen. J.W.Pauw geboren te Delft 22 april 1787 gestorven te Voorschoten 12 december 1863, landsoeconoom was den 25 October getrouwd met Beatrix van den Burch, dochter van Jan Louis van den Burch en Johanna Catharina Röell, die te voren eigenares van Woestduin was. Na haar overlijden, 15 februari 1832, viel het haar dochter ten deel en daarom was het natuurlijk dat J.W.Pauw, de man van Beatrix van den Burch bij Papa kwam ontvangen. Dat Louis van den Burch hem vergezelde was ook niet vreemd. Hij was namelijk de zoon [van] Frank van den Burch, broer van Beatrix, en Anna Petronella Henriëtte Pauw, zuster van Jan Willem en dus zijn neveu, Jan Louis van den Burch, was dus de kleinzoon van Mevrouw van den Burch, geb. Röell. Hij was geboren in 1811 en stierf in 1883. Mevrouw van den Burch, geb. Röell geb.Utrecht 19 Jan. 1758 gest. te Bloemendaal 15 februari 1832 kan zeer goed te Woestduin, dat onder die gemeente lag, gestorven zijn. Ik acht het niet onmogelijk dat toen de buitenplaats in 1832 zonderbewoonster werd, zijn door papa gehuurs is op aanraden van Grootpapa, die het aangenaam vond in den zomer Papa in de buurt te hebben, te meer daar Leyduin in 1830 door Tante Antje van Tante Gonne van Orsoy, mijn peettante geërfd was. Woestduin werd na het vertrek van mijn ouders verkocht aan den Heer Crommelin van Haarlem, vader va de echtgenote van mijn cousain germain [= volle neef] den Vice Admiraal Jhr. J.Röell (…)’.  Nota Bene: genoemde Jan Willem Pauw was een telg uit het bekende regentengeslacht van de Deltfse tak. Door Maurits Jacob van Lennep in diens memoires wordt hij per abuis ‘Heer van Heemstede’ genoemd. De Amsterdams-Heemsteedse tak Pauw was echter al in 1745 uitgestorven.

Portret van Christiaan van Lennep, mogelijk geschilderd voor zijn vertrek in 1842 naar Ned.Oost Indie vertrok (foto uit biografie Jacob van Lennep door Marita Mathijsen)

Over Woestduin schreef Jacob van Lennep bij de uitgave van ‘Gezigten in de omstreken van Haarlem'(P.J.Lutgers, 1842-1844), toen hij daar in de zomermaanden woonde: ‘De Hofstede Woestduin, in het laatst der vorige eeuw met groote kosten en weelderigheid langs de de Leidsche trekvaart aangelegd door den Heer van Hove, behoort thans aan den Erven van der Burch. De romantische wildheid van het oord, de gedurige oneffenheden van den boden, verplaatsen den bezoeker als het ware buiten Holland, en brengen hem in dn waan, dat hij zich in een Geldersch lustverblijf bevindt’.   Archivaresse mej. A.M.G.Nierhoff chreef hij haar beschrijving van de Woestduinweg: ‘Woestduin genoot vooral in het tweede kwart van de 19de eeuw grote bekendheid toen de gevierde schrijver Jacob van Lennep de hofstede als zomerverblijf gedurende vele jaren bewoonde. In het eerste decennium van de 20ste eeuw was Woestduin in het hele land bekend al paardensportcentrum doch in minder gunstige zin door de daaraan verbonden weddenschappen, die velen naar Vogelenzang lokten’. Voor 1712 was Willem Wzn Six (1669-1712) eigenaar van de hofstede Woestduin, gelegen onder jurisdictie van zowel Heemstede als Vogelenzang (Aelbertsbergh en Tetterode, in 1715 verkochten Diederik Speyart van Woerden en Vrouwe Eva Maria Kees van Wissen  Woestduin voor ƒ 16.000,- aan de Amsterdamse aristocraat mr.Jan Trip de Jonge (1691-1721). Hij was de zoon van magistraat mr.Jan Trip door zijn tweede huwelijk met de vermogende Elisabeth Tiellens Heet van Berkenrode geworden. Al op 11 juni 1717 is Woestduin voor ƒ 20.000,- getransporteerd aan de rijke Amsterdamse koopman Abraham Cromhuysen. In 1751 erfde diens zuster Johanna Maria Cromhuysen, weduwe van mr.Melchior ten Hove, de buitenplaats. Toen zij twee jaar later overleed legateerde de weduwe een bedrag van liefst ƒ 300.000,- aan de Evangelisch Lutherse Diaconie in Amsterdam voor de bouw van een bejaardenhuis. In 1764 is zoon Daniel ten Hove, heer Van Rhijnauwe, Sieburg en den Breul, zoonen erfgenaam van vrouwe Johanna Maria Cromuysen, eigenaar geworden van Woestduin, groot 11 morgen en 454 roeden. met een stuk wildernis.  Ten Hove, een vermogend man,  had Woestduin tot een fraaie buitenplaats laten aanleggen en heeft er het grote witte herenhuis laten bouwen, dat in 1955 werd gesloopt.  Aan de zuidzijde van de Woestduinweg plaatste Ten Hove twee grenspalen, gemerkt: D.H.T. (= David ten Hove). Na de dood van David ten Hove transporteerden diens erven Woestduin op 29 november 1789  aan Jean Louis van den Burch, die was gehuwd met Johanna Cornelia Maria Röell, nog altijd zijnde groot 11 morgen en 454 roeden. met nogeen huis en tuin, gelegen bij Teylingerbosch, groot 2 morgen 259 roeden en bovendien 35 morgen 467 roeden duinengrond en wildernisse, samen voor ƒ 35.500,-. Genoemde Van den Burch en zijn echtgenote  hebben lang op Woestduin gewoond. Op 25 mei 1821 overleed hier een van hun 5 kinderen, de ongetrouwde zoon Jan Willem Frederik. De erven van der Burch verhuurden in 1832 de buitenplaats aan mr.Jacob van Lennep, in 1824 getrouwd met een telg uit het adellijk geslacht Röell, Henriëtte Sophia Wilhelmina. Veelal gedurende de maanden mei tot november bewoonde hij met zijn gezin het grote huis, maar vanaf 1841 tot 1845 gebruikte hij Klein-Woestduin als zomerverblijf.  Daarna verbleef het gezin in het huis aan de Keizersgracht 568 te Amsterdam. In het derde kwart van de 19e eeuw bewoonde mr.Henri Samuel van Wickevoort Crommelin de buitenplaats Woestduin. Geboren in 1804 trouwde hij in 1830 met jonkvrouw Elisabeth Cornelia Amalia Barnaart (1809-1890). De jongste zoon Iman is op Woestduin geboren. Henri Samuel overleed er in 1874, waarna jonkheer Volkert Barnaart, al eigenaar van Huis te Vogelenzang, eigenaar is geworden voor een bedrag van ƒ 71.000,-.  Tijdelijke bewoners zijn verder geweest archivaris-bibliothecaris mr.A.J.Enschedé, H.J.D.D.Enschedé (1885-1886) en van 1894 tot 1900 jonkheer Willem Hartsen.In 1901 kwam het landgoed in handen van de Hotel- en Terrein Maatschappij Woestduin onder directie van Jacobus van Stolk. Het huis kreeg een bestemming als hotel-restaurant. Tevens is een paardenrenbaan aangelegd, bij de aanleg waarvan tuinarchitect Leonard A.Springer Na het in mei 1909 aangenomen wetsontwerp op de Weddenschappen moest de renbaan op zondag sluiten en kwam daarmee een einde omdat wedrennen op doordeweekse dagen te weinig inkomsten opleverde. Woestduin is daarna nog enkele malen van eigenaar gewisseld.

Vooromslag van: Souvenir Woestduin. Herinneringsalbum gewijd aan de paardenrenbaan op Woesrduin, 1904

Na Dorhout Mees (1921), J.Dólleman, H.Smidt van Gelder en in 1940 C.H.Laan die de toen nog bestaande tribune liet slopen, en is een stal tot bungalow verbouwd door architect H.W.van Kempen.

Van 1946 tot 1947 was Woestduin in gebruik als opleidingscentrum van de MARVA

Uit; Het Kapersnest Bloemendaal, pamflet van de CPN, dagblad de Waarheid, 1957

In 1954 is het deel van Dolleman verkocht aan N.V.Cacaofabriek ‘De Zaan’ te Koog aan de Zaan. na afbraak van het huis is Manpadslaan 2 een nieuwhuis gebouwd voor H.J.R.Huysman, één van de directeuren, naar een ontwerp van architect D.Romeyn uit Amsterdam. Mej. Nierhoff schrijft verder dat ‘op verzoek van het gemeentebestuur de directie van de N.V. aan de buitenzijde van het nieuwe huis een gedenksteen aanbrengen, waarop voorkomt een afbeelding van het oude huis Woestduin met als onderschrift: “In de jaren 1832-1845 had de schrijver Jacob van Lennep op Woestduin zijn zomerverblijf”.’  Omstreeks 1970 werd dit gedeelte van Woestduin wederom verkocht, toen aan de heer Eymert Teekens, eigenaar van een aantal slagerijen en paardenliefhebber. Onder zijn beheer zijn de vervallen stallen opgeknapt. De terreinen van de oude renbaan zijn nadien eigendom geworden van de Provincie – Landschap – Noord-Holland en voor het publiek opengesteld.

De stal van Woestduin (foto Scholten Haarlem)

In zijn memoires schreef op latere leeftijd Maurits Jacob van Lennep, zoon van Jacob van Lennep,  o.a. het volgende over Woestduin: ‘Woestduin was een heerlijke plaats; er stonden twee huizen, het ene tot 1900 door W.Hartsen, het andere thans door arbeidergsezinnen bewoond bij de sloot langs de Manpadslaan [Waarom die tautologie? waarom niet eenvoudig Mannepad? en waarom laan, ofschoon er geen enkele boom, enkel hakhout langs goeit?] Beurt om beurt hebben wij beide huizen bewoond en mijn moeder beweerde dat er meer ruimte was in laatstgemeld huis. Het andere is later vergroot. Tegen het huis bij de sloot groeide aan de zuidzijde een wingerd die heerlijke druiven gaf. Toen het grote huis door ons bewoond werd, woonde familie Van de Poll van 1835 tot 1840 in het andere bij de sloot, later bewoonden de heer en mevrouw Jacob Hartsen-van de Poll het grote huis met hun 3 zoontjes: Cees, die een grote rol in mijn keven heeft gespeeld, Frederik en Jacob. Mevrouw Hartsen, later hertrouwd met Hendrik Röell, was een dochter uit het eerste huwelijk van de heer Frederik van de Poll, burgemeester van Amsterdam, later gouverneur van Utrecht. (…) Toen de Van de Pollen naar Utrecht verhuisd waren kwamen de heer en mevrouw Hartsen Woestduin bewonen en speelden wij met hun oudste zoon Cornelis of Kees, gelijk hij steeds genoemd werd. (…) Papa was sinds 1825 adjunct geweest van de Rijksadvocaat van de Poll, later in 1829 zelf Rijksadvocaat, maar toen Domeinzaken erbij kwamen, en ook andere ministers hun adviezen vroegen, verzocht hij in 1854 Z.M. om mij tot zijn adjunct te benoemen. Dit geschiedde bij K.B. van 19 pril 1854. Ongelooflijk was Papa’s werkkracht. Hij stond vroeg op en schreef reeds voor ’t ontbijt ettelijke brieven. De gansche voormiddag werd hij door bezoekers opgehouden en van 4-5 uur schaakte hij in Concordia, een door zijn grootvader opgerichte sociëteit. ’s Avonds bleef hij zelden thuis daar hij meestal een vergadering moest bijwonen, maar als hij thuis bleef werkte hij bij Mama in de kamer. Zijn grootste werk waaraan hij 20 jaar van zijn leven besteed heeft, is de uitgave van Vondels werken, en van Vondel die een universele kennis had beweerde Papa alles geleerd te hebben. (…) De man, die genees- en heelkundige hulp verleende, heette Groos, die te Heemstede woonde en een ongestudeerde plattelande was, maar dikwerf toonde de ziekte goed te raden en goed te kunnen genezen.Hij verdeeld de ziekte in catarrhale en saborale en stond nooit verlegen. Hij gaf ons altijd zwarte of witte drop, die ik even lekker vond als de pepermuntjes welke Koos Nijhoff mij in haar winkel in de Vijzelstraat gaf als ik mama vergezelde en op het bankje getild werd. Groos is door een echte dokter Langelaan en later door dr.Colenbrander’ .

Een broer, Christiaan van Lennep, dier evenals Maurits Jacob, zijn herinneringen aan de familie op papier zette noemt ook veerschipper Pieter Kroon van Berkenrode. Eerstgenoemde noteerde: ‘Als ik over Woestduin schrijf komt er zooveel in mijn geheugen terug van wat er gebeurde toen wij in dat lustoord woonden. Zoo heugt mij de schipper Kroon die van moord beschuldigd was en uit dankbaarheid dat pap hem gratie bezorgde (1) ons goed van Amsterdam naar Woestduin en vice-versa jaarlijks gratis vervoerde’.

Eenvoudig portret van veer- en kleerschipper Pieter Kroon senior uit Berkenrode die tussen Heemstede en Amsterdam voer.

(1) Over de schippersfamilie Kroon, zie o.a.: Hans Krol, Berkenrode;  Heerlijkheid – Landgoed en Huis,  2002, p. 119-122. Artikelen over de gevoerde processen in verband met beschuldiging van ernstige mishandeling en het niet betalen van tolgelden, zie ‘Delpher’ met diverse  persartikelen. Over het langdurige proces voor de Hof van Assisen correspondeerde Jacob van Lennep verder met Willem en mr. Aart Veder in brieven van 1835 tot 1839.

Gewaardeerd als huisarts bij de familie van Lennep waren vader Jacobus Groos ((1755-1829) en diens zoon Johannes Groos (1786-1858, alls chirurgijn ofwel heelmeester in Heemstede gevestigd aan de Zandvaart. Jacob van Lennep schreef in zijn Levens van mr. Cornelis van Lennep en  mr.J.van Lennep (Tweede deel, 1862): ‘(…) Ik begin met Johannes Groos – zoon van Jacobus Groos – . Deze thands overleden, was, als zijn vader voor hem plattelands-heelmeester en apotheker te Heemstede, en met hun beiden hadden zij op ’t Manpad aan vijf geslachten van de familie van Lennep hun diensten als zoodanig gewijd; zij waren daardoor met de erfelijke en gewone kwalen harer leden door en door bekend en vergoedden bovendien door ervaring en praktische kunde het gemis eener academische opleiding. Zij volbrachten hun taak bovendien met hartelijkheid en mocht men al een meesmuilen over het potjens-latijn, waar zij nu en dan hun gesprek – wel te verstaan, als D.J.v.L. niet aanwezig was – mede kruidden, men had vertrouwen in hun scherpzienden blik, men had achting voor hun karakter en men was gemeenzaam met hem als met langbeproefde en verknochte vrienden.’  Christiaan van Lennep, zoon van Jacob van Lennep schreef bovendien in zijn ‘Jeugdherinneringen’: ‘(…) Van de zoons van den Heer Van de Poll was Jacob, bijgenaamd Breukelaartje, mijn vriendje en wij speelden gewoonlijk in de boomgaard achter het kleine huis. een dat hij een koperen kanonnetje had geladen en n vruchteloze pogingen om het af te laten aan, met de kruidhoorn kruid op het zandgat goot, sprong de kruidhoorn in zijn handje aan honderd stukken, zoodat deze bebloed en deerlijk toegetakeld werd. Het was een akelig gezicht en toen de geneesheer Groos uit Heemstede na lang  wachten eindelijk aankwam en hij de wond bezichtigde viel ik bijna flaauw van het bloedig tooneel. Ik weet niet hoe die hand nog terecht gekomen is (…)  De heer Groos, waarvan hierboven sprake is, reeds door Papa in het leven van Grootpapa vereeuwigd. Hij was plattelandsheelmeester maar een knap prakticus en de beroemde Dr.Willet uit Amsterdam beweerde dat hij zijn zieken als ze naar buiten gingen gerust aan zijn collega Groos kon toevertrouwen. De zieken verdeelde hij in 2 klassen, catharral en laboraal [zijn  broer Maurits Jacob schrijft ‘lamoraal’]; wat dat laatste beduidde is niemand ooit te weten gekomen. Hij genas onze kinderkwalen met een koelende laxeerdrank, een afschuwelijke pruimenpot, wat nog zoo dom niet was. Als Groos zelf ziek was zond hij in zijn hoogen sjees zijn provisor [assistent] Hanau die ook een type was en behalve pillen draayen wel wat, uit routine, van geneeskunst afwist en een verband wist te leggen.’ 

Professor David Jacob van Lennep, vader van Jacob van Lennep. Gravure van P.Blommers, 1852, uitgegeven door J.J.van Brederode

Jacob van Lennep was een zeer productief schrijver. Naast talrijke verzen publiceerde hij in de stijl van sir Walter Scott  (historische) romans als ‘De Pleegzoon'(1833), ‘De Roos van Dekama’, over de strijdtussen graaf Willem IV en de Friezen, zich ten dele afpelende rond Haarlem (1836), ‘Ferdinand Huyck'(1840), Elizabeth Musch, 3 delen (1850), met een historisch onjuiste voorstelling van Johan de Witt, de zedenroman Klaasje Zevenster etcetera. Verder Dramatische werken, opera’s, zedenschetsen, een vierdelige biografie over zijn vader en grootvader, met Hofdijk ‘Merkwaardige Kasteelen, met archivaris J.ter Gouw twee delen over ‘de Uithangteekens (167) en 1 deel over ‘Opschriften’ etcetera.

Vooromslag van luxe editie van Klaasje Zevenster, door Jacob van Lennep

 

Beschrijving van ‘De Geleerde Man’ in het naslagwerk ‘De Uithangteekens’ tweede deel. met etsen van F.W.Zürcher. facs. uitgave van J.J.Couvreur.

Vanaf 1826 tot aan zijn overlijden bekleedde de in zijn tijd alom bekende schrijver het ambt van Rijksadvocaat.  Woestduin was hem al uit zijn kinderjaren bekend omdat zijn vader professor David Jacob van Lennep eigenaar was van het nabijgelegen Huis te Manpad. Jacob van Lennep was weliswaar een echte buitenman, maar in tegenstelling tot zijn vader en grootvader Cornelis van Lennep geen liefhebber van de vinkerij en de jacht. Op Woestduin ontving hij gasten als zijn studievriend en predikant in Dordrecht W.R.Veder en tweelingbroeder advocaat te Rotterdam mr.Aart Veder, burgemeester Jan Messchert van Vollenhoven, de latere burgemeester van Amsterdam van 1858 tot 1864, Nicolaas Beets, de Vogelenzangse pastoor Adr.Jac.Henr. Coppens (1) met wie hij schaakte, staatsraad en schrijver Jan van ‘s-Gravenweert en de dichter-theoloog Gerrit van de Linde (‘de Schoolmeester’) die in de kerk van Bennebroek een proefpreek hield. Vanwege schulden persoonlijke omstandigheden verhuisde Van der Linde naar Engeland, waar hij met steun van Van Lennep een kostschool kon overnemen om in zijn onderhoud te kunnen voorzien. In een opwelling was Jacob van Lennep in 1834 van plan met de jonge Doortje Ringeling de boot naar Engeland te nemen, maar zijn vader wist hem te overtuigen terug te keren naar zijn vrouw en gezin, wat na 1 nacht verblijf in Rotterdam is gebeurd. Doortje Ringeling bleef haar verdere leven alleen en is ongetrouwd in 1854 in gestorven. De biografe Marita Mathijsen vertelde in Haarlem dat zij onlangs een brief had ontvangen van een persoon Ringeling die na het lezen van haar boek bloemen heeft gelegd op haar graf in Lage Vuursche. Naar aanleiding van verschijning van het derde deel van de zedenroman over Klaasje Zevenster uit 1866 en de verhouding met Doortje Ringeling publiceerde Rody Chamuleau een artikel ‘Het verborgen leven van Mr. Jacob van Lennep’, in: Maatstaf, 29e jaargang, nummer 5, april 1981, p.71-75. Hij citeert een brief van Potgieter aan Conrad Busken Huet, gedateerd 18 januari 1870: ‘Jonkvrouw Ringeling stierf den eersten dezer ten huize van haren behuwdbroeder Insinger, Mevrouw de Douairiere Van Lennep Röell verliet het aardsche tranendal zes of zeven dagen later in aller ijl. Waarom zoo haastig? Men beweert dat zij Jonkvrouwe Ringeling in de andere wereld wil inhalen, Jakob mogt ook daar le plus inconstant des maris blijken. Het Hollandsch publiek heeft zelden zooveel geest, als de aardigheid verraadt – jammer maar dat de belle Ringeling van Cootje al voor enige jaren overleed – en hij geen verlangen toonde haar spoedig te volgen.’ Chamuleau schrijft als reactie daarop: ‘Met de belle Ringeling is ongetwijfeld bedoeld Johanna Dorothea Ringeling (1804-856), kortweg Doortje, dochter van een suikerraffinadeur uit Curaçao. Uit de briefwisseling van Van Lennep met De Schoolmeester kan men opmaken dat Jacob in 1834 met Doortje naar Engeland heeft willen vluchten, maar dat hij bij de stoomboot te Rotterdam werd tegengehouden. ‘Het verhaal dat de zoon van de achtenswaardige Professor Van Lennep zich in een dergelijk avontuur had gestort was natuurlijk koren op de molen van de sprekende roddelpers van die dagen. Een tijdgenoot meldt zelfs ‘Men heeft hier openbaar in de Kalverstraat veelbeteekenende karrikaturen over zijn geschondene huwelijkstrouw en malitieuse desertie ten toon gehangen. Dit is een hoon, anders onder onze bedaarde Hollanders zeldzaam’. ‘Een vriend van de professor, de oud-minister en ambassadeur Anton Reinhard Falck, dit verslag van de gebeurtenissen in een soort dagboek. Zelf heeft hij het verhaal van oog- en oorgetuige Jan Dedel, die op 21 november 1834 zat uit te rusten van een jachtpartij: ‘toen men op eene onrustbarende wijze aan de schel hoort trekken en binnen komt de heer Röell, zwager van den dichter der Legenden, met het berigt dat deze laatste, sedert etlijk uren uit Amsterdam vermsit werd. Toen, namelijk, zijne vrouw op etenstijd naar hem vernam toonde zich de dienstbode eer bevreemd daar zij niet voorstellen kon dat Mevrouw onkundig was gebleven van het inpakken van Mijnheer’s koffers. door Mijnheer zelven, met oogmerk om op eis te gaan en van het werkelijk aanvaarden van de reis in de loop van den voormiddag Röell, dadelijk geroepen, vond de zaak hoogst suspect, want het was hem onmogelijk ze niet in verband te beschouwen met eene praedikatie, als sedert een geruime tijd en niet alleen door hem opgemerkt. Toen, namelijk, Koo van Lennep in den zomer van 1833 zich met zijn gezin op Woestduin gevestigd had vond of kreeg hij tot buurvrouw zekere Mevrouw Ringeling wier bekoorlijke dochter een warme liefhebster was van Nederduitsche verzen en die bijzonder de Legenden bewonderde. Hoe natuurlijk dat zij haren goeden maak van het gewrocht overdroeg op den maker”. “Röell reist dan met de professor, de schoonvader van zijn zuster, naar Rotterdam om de vluchtelingen te achterhalen. ’s Ochtends om 5 uur arriveren ze bij Hotel des P.B. [Pays Bas] in de Boomjes, waar de gelieven de nacht doorbrengen en daar bij de haard wachten ze totdat meneer en mevrouw zijn opgestaan. Als dan de dichter geheel aangekleed alleen uit het slaapvertrek komt is in een oogwenk de schuld bekend en de zaak geschikt. Hij “liet zich zelfs gereedelijk overhalen om zijne laarzen, welke hij nog wachtende was op te offeren an het regtmatig ongeduld van den professor om hem nevens zich op de gereed staande wagen te zien.’ Uit de correspondentie met De Schoolmeester blijkt voorts dat Van Lennep gespeeld heeft met de gedachte zich van zijn vrouw te laten scheiden (…)’ , tot zover Chamuleau. Nota Bene. Over de affaire met Doortje Ringeling, zie ook: Marita Mathijsen: Moeders, minaressen, echtgenoten, hartsvriendinnen en bijzitten, In: Ellendige levens. Nederlandse schrijvers in de negentiende eeuw. Ed. Rick Honings & Olf Praamstra. Hilversum, Verloren, 2013.

Geschilderd portret van Gerrit van der Linde uit 1833

Medio 1834, maakte Jacob van Lennep voor het eerst een bezoek aan Engeland Het was een plezierreis in gezelschap van zijn zwager mr. H.A.van Lennep van Leyduin en enkele vrienden, waarbij in eerste instantie Londen werd bezocht. De indrukken die deze wereldstad op hem maakten zijn weergegeven in brieven aan zijn echtgenote de dato 27 en 30 mei. Er volgde ook een excursie naar de opkomende bronbadplaats Leamington Spa en in de tweede week van juni keerde het gezelschap terug, waarbij Jacob van Lennep met een boodschap kwam voor de toenmalige eigenaar van Bosbeek:  Adrian Elias Hope.

Op zondag 8 juni scheef Jacob van Lennep een opgetogen brief aan zijn echtgenote vanuit Leamington Spa die als volt aanvangt: ‘Zoek eens op de kaart of gij ook kunt vinden in het koninkrijk Groot-Britanje de badplaats Leamington Spa – en nu gij genoeg gezocht hebt zal ik u maar uit de droom helpen en u zeggen dat gij het op geen kaart kunt vinden, daar het gisteren pas gebouwd is, nier ver van Warwick, in het graafschap Warwickshire, 110 mijlen vaan Londen. Gij zult dezen brief waarschijnlijk eerst ontfangen wanneer ik reeds in uw liefdesarmen ben teruggekeerd. Lees hem in dat geval maar niet.’   Alvorens een en ander over Leamington en omgeving te berichten schrjift van Lennep over Liverpool en Manchester, waar hij winkelde, een kermis bezocht en de Dierentuin ‘zijnde een groote tuin in Regents Park, waarin evenals in de arke Noachs alle dieren des aardbodems, paar aan paar vermeld zijn; wij zagen er een olifant sla eten en zwemmen, een condor op ons aanvliegen, zodat wij allen over elkander rolden van schrik, een rhinoceros slapen, herten zoo groot als dromedarissen enz. enz.’ Na nog Coventry te hebben gezien, vervolgt van Lennep aldus ‘Langs een godlijk schoonen weg reden wij naar Kenilworth, het oude kasteel van Leicester en vervolgens naar Warwick, van welke badplaats wij ons naar den badplaats begaven, waar wij in een hotel van 15 schufiramen gelogeerd bevinden als prinsen en waarschijnlijk als prinsen zullen moeten betalen. Deze plaats, die eerst kort geleden gebouwd werd, zal in weinigen jaren alle badplaatsen in Engeland in vermaardheid en pracht overtreffen. De straten zijn hier zoo goed met gas verlicht en zoo fraai als te Londen en de hotels even prachtig. Overigens gelijkt het hier veel op Spa. Morgen denken wij hier wat te blijven en het land te gaan zien dat boven alle beschrijving schoon is. Wij hadden eerst gedacht over Oxford herwaarts te komen, doch daar Lord Wellington kanselier van de Universiteit aldaar is geworden, en morgen geïnstalleerd wordt, waren er geen plaatsen te krijgen, want men geeft hier geen bijwagens. Ik ben moede en ga naar bed. Vaarwel lieve engel!’   Tot zover een brief van Jacob van Lennep, die in Londen eerder ook Gerrit van de Linde, in de literatuur bekend geworden door de door Van Lennep uitgegeven ‘Gedichten van den Schoolmeester’. In grote persoonlijke problemen geraakt nam Van der Linde na enige tijd ondergedoken te zijn geweest, de boot richting Engeland. Aanvankelijk lukte het hem niet een kostwinning te vinden en leefde hij in behoeftige omstandigheden, financieel enigszins ondersteund door zijn grote vriend Jacob van Lennep, mogelijk met geld dat van diens vader kwam.

Vanuit Engeland schreef Van Lennep nogmaals naar Gerrit van de Linde, die in zijn antwoord bij herhaling wijst op zijn benarde situatie. Hij vraagt aan Van Lennep die via het familiezomerhuis Te Manapd bekend is met Bosbeek bij de rijke en excentrieke eigenaar Adrian Elias Hope aan te dringen op financiële steun, zo mogelijk via een lening. Dat lukte enige tijd later bij diens al even excentrieke broer Henry Philip Hope die voor Gerrit van de Linde een weldoener wordt. Toen in 1839 een zoontje in Londen werd geboren noemde hij deze Henry Philip en maakte hij Hope – die overigens in datzelfde jaar overleed – tot peetvader. In 1838 kocht Van der Linde dankzij financiële ondersteuning een kostschool in Islington. Twee jaar later trouwde hij met de dochter van een Franse kostschoolhouder. In 1843 nam hij met succes een kostsschool in Highgate Londen over. Gerrit van der Linde overleed in 1858 en is begraven op Hornsey Churchyard.

Het was in de zomer van 1834, aldus na zijn eerdere geplande maar niet doorgegane reis dat jaar naar Engeland in navolging ook van Gerrit van der Linde- die in 1833 een kind had verwekt bij een Leids dienstmeisje èn met de echtgenote van een Leidse hogleraar de wijk had genomen naar Engeland – dat Jacob van Lennep met zijn jongere geliefde Doortje Ringeling naar Engeland wilde vluchten, zoals hierboven uitvoeriger beschreven.

Personeel van Woestduin in 1885

Woestduin omstreeks 1900 met rechts de familie en links het huishoudelijk personeel NHA)

(1) Dr.P.Hoekstra schrijft in zijn dissertatie; proeve ener streekgeschiedenis (1947) op pagina 47: Ook de jeugdige predikant Nicolaas Beets, wiens preken te Heemstede veel opgang makten, was een zeer gezien gast bij de Van Lennep’, en ook andere figuren uit de buurt wisten zich bij hen bemind te maken. “Te Vogelenzang” schrijft jhr.M.F.van Lennep “stond destijds pastoor Coppens [officieel van een verlicht en kundig man, met wien J.v.L. ging schaken. Ook kwam hij wel bij J.v.L. eten, eens zelfs in gezelschap van Beets, toen predikant te Heemstede, doch spoedig daarop werd hij verplaatst en door een meer ultramontaanschen pastoor vervangen; misschien was de Kerk over een al te intieme omgang met den begaafden jongen predikant enigszins ongerust’.  

Kaart van Woestduin en omgeving. Leyduin en Vinkenduin

Meer informatie geeft L.J.van Emmerik in de jubileumuitgave: ‘Vogelenzang 125 jaar kerk 1861-1986. Onder de titel “Een vreemde vogel op Vogelenzangs nest” schrijft hij: ‘Na pastoor Hoffman werd hier – in 1830 – de 30-jarige Adr.Coppens, leraar aan het seminarie, gestationeerd. Hij was een ontwikkeld man, die al spoedig contacten legde op Woestduin met de schrijver .Jacob van Lennep. Van Lennep had contact met de schrijvende dominee uit Heemstede, Nicolaas Beets, beter bekend als Hildebrand. Deze drie heren ontmoetten elkaar regelmatig voor een genoeglijk gesprek of een partijtje schaak. Deze ontmoetingen waren een grote ergernis voor een collega van pastoor Coppens. Deze collega deed hiervan melding aan de aartspriester. Ook deze vond Coppens’ leefwijze niet gepast. De aartspriester zag hem dan ook liever gaan. Hij wilde hem overplaatsen, maar had niet gerekend op de storm van protesten die de Vogelenzangse parochianen over hem uitstortten. De aartspriester stelde de overplaatsing toen uit. Inmiddels benoemde hij in 1851 wel kapelaan M.van Elsen, die door de parochianen echter als pottenkijker werd beschouwd. In 1853 werd pastor Coppens zwaar ziek en de kapelaan diende hem het H.Oliesel toe. Hij kreeg van zijn stervende pastoor de opdracht een Haagse notaris te waarschuwen. Dat was echter niet zoals het hoorde. Iedere priester benoemde een andere priester tot executeur-testamentair. Kapelaan van Elsen rapporteerde de opdracht van de pastoor natuurlijk aan de aartspriester. Zo alleen als hij als priester door het leven was gegaan, zo eenzaam was zijn heengaan. Alleen, maar met zijn parochianen’[p.14-15] in 1853 vond herstel van de kerkelijke Hiëarchie plaats en na het overlijden van Borret in 1853 is dr.Borret in overleg met de president van het Groot-Seminarie in Warmond, en vervolgens, mgr.F.J.van Vree  – die zelf tot bisschop werd benoemd – besloten dr.ThBorret te benoemen. Laatstgenoemde was ook kandidaat geweest voor het bisschopambt welke functie hem daarmee ontging. Van Emmerik schrijft verder: ‘Velen, waaronder ook niet-katholieken vonden de benoeming van dr.Borret tot pastoor van Vogelenzang voor hem een vernedering. Hij was tenslotte zoon van een gouverneur en de broer van de minister van justitie. Dr.Borret was hierdoor een beetje aangeslagen. In zijn afscheidsreden op het Seminarie liet hij iets blijken van zijn gevoelens” [p.15].  Dr.Borret ontving de eretitel van monseigneur en heeft zich als bouwpastoor in zijn nieuwe parochie verdienstelijk gemaakt. Toen mgr.Wilmer in 1877 als bisschop van Haarlem stierf is Borret nogmaals genoemd als opvolger, ondersteund door koning Willem II, maar ook toen is hem die benoeming ontgaan. In 1886 verliet hij Vogelenzang en vestigde zich als emeritus-pastoor in Bergen N.H.

Waarom Jacob van Lennep in 1939  – mede – geen hoogleraar werd (Uit: Algemeen Handelsblad van 10-11-1909) De mening van een kleinzoon Maximiliaan Frederik over een ‘flirtation’ die in zijn uitvoerige biografie in 2 delen over grootvader Jacob van Lennep onvermeld bleef. Overigens mag het achteraf een zegen worden genoemd dat die benoeming hem ontging. Jacob van Lennep was voor alles schrijver, dichter, organisator (Waterleidingduinen!), mecenas en uitgever/bezorger van Vondel, van Multatuli en Van der Linde (de Schoolmeester) en organisator. Meer dan een archiefonderzoeker zoals de historici Fruin of Blok.

Voor de Heemstede-collectie, thans in de bibliotheek van het Noord-Hollands Archief verzamelde ik een zestigtal publicaties van Jacob van Lennep, o.a. het controversiële ‘Tafereelen uit de geschiedenis des vaderland tot nut van groot en klein’in 3 delen (Amsterdam. M.H.Binger & Zonen, 1854). Mogelijk afkomstig uit de collectie Tollens in de voormalige seminariebibliotheek van Hageveld in Heemstede kwam ik bovenstaand niet gebruikt ontwerp tegen voor vooromslag. Daaronder het gebruikte ontwerp van de eerste aflevering.

Karikatuur van Jacob van Lennep, uit: Asmodée van 18 juni 1856 [Van Lennep zat namens het district Steenwijk 1termijn in de Tweede Kamer]

Jacob van Lennep (met zijn vader David Jacob van Lennep) grondlegger van de Amsterdamse Waterleidingduinen

Folder van bopek door J.A.Groen Jr.: Een cent per emmer; Het Amsterdamse drinkwater door de eeuwen heen’

de Oranjekom in Vogelenzang (NHA)

portret van Henriëtte Sophia Wilhelmina Röell (1792-1870), echtgenote sinds 1824  van Jacob van Lennep (RJA -iconografisch bureau) In 1845 heeft N.Pieneman een geschilderd portret van haar gemaakt.

Schetsje van Woestduin door Jacob van Lennep in een brief aan Willem Veder, 28 juni 1845

Mathijsen

In 1909 verscheen in 2 delen ‘Het leven van mr.Jacob van Lennep’ (Amsterdam, P.N.van Kampen), geschreven door een kleinzoon mr.M.F.van Lennep, respectievelijk 355 en 397 pagina’s omvattend.  In 2018 is een nieuwe biografie gepubliceerd inclusief persoonlijke gegevens over zijn turbulente leven die in de biografie van 1909 bewust zijn weggelaten. Geschreven door Neerlandica dr. Marita Mathijsen  onder de titel: ‘Jacob van Lennep, een bezielde schavuit’ (uitgeverij Balans, 2018, 592 pagina’s)

 

jacob2

De auteur mw. Marita Mathijsen tijdens een druk bezochte presentatie bij de Kennemer Boekhandel op 23 februari 2018 (foto J.P.Teengs)

 

jacob3

De auteur signeert het exemplaar van Hans Krol na haar voordracht in de Kennemer Boekhandel (J.P.Teengs)

Recensie boek over Jacob van Lennep in NRC van 19 januari 2018

 

In 2006 is een wat armetierig standbeeld voor Jacob van Lennep opgericht aan het Haarlemmerplein in Amsterdam (Echt Amsterdams Nieuws)

Poort naar Woestduin (foto 1968 NHA)

Op Woestdion, 18 november 1835, geschreven vers voor Nicolaas Beets

 

 

Het toegangshek van landgoed Woestduin. Uit: De gedichten van de Schoolmeester, uitgegeven door mr.J.van Lennep, 1860.

Het toegangshek van landgoed Woestduin. Uit: De gedichten van de Schoolmeester, uitgegeven door mr.J.van Lennep, 1860. In 1845, het jaar dat Jacob van Lennep Woestduin zou verlaten, schreef Gerrit van de Linde (1808-1858) een vers dat als volgt met de eerste strofe aanvangt:

 

 

 

 

Vers van Gerrit van der Linde uit 1845 gewijd aan Woestduin. Een ander vers van Van der Linde eindigt als volgt: ‘Ons naar ’t gewest van smart en zegen, Naar ’t ontoegankelijk”Woestduin”.’

Preek van de kansel (uit: Gedichten van den Schoolmeester)

Op 22 september 1833 hield Gerrit van de Linde op instigatie van Van Lennep een proefpreek in de Hervormde Kerk van Bennebroek rond het Bijbelse thema van de verloren zoon. De familie Van Lennep was enthousiast en Van de Linde wilde wel nogmaals een preek houden, maar dat hield dominee Henny tegen, die Van der Linde berichtte dat hij al aan zijn neef Franciscus Wijers had toegezegd een dienst te houden. De toorn van Van der Linde uitte zich in een schimpdicht dat hij in een brief aan Jacob van Lennep toezond: ‘…dat ik het vierkant zal verdommen = om ooit weer met een preek te kommen – in ’t farizeeuwse Bennebroek – dat neeffie was maar donderkoek – of ’t preekwerk in zijn aarsgat steken’. 

Simpel portret van Pieter Kroon, vermoedelijk vervaardigd door een mindere telg uit het kunstenaarsgeslacht Jelgerhuis. Hij was beurtschipper, woonachtig op Berkenrode en is ten onrechte beschuldigd van ernstige mishandeling tot 7 jaar gevangenisstraf veroordeeld en na jarenlange bemoeienissen advocaat Han Lennep uiteindelijk in 1839 vrijgelaten.

Zoon Christiaan van Lennep schreef in zijn ‘Jeugdherinneringen over Pieter Kroon: ‘Als ik over Woestduin schrijf komt er zooveel in mijn geheugen terug van wat er gebeurde toen wij in dat lustoord woonden. Zoo heugt mij de schipper Kroon, die van moord beschuldigd was, en uit dankbaarheid dat Papa hem gratie bezorgde ons goed van Amsterdam naar Woestduin en vice-versa jaarlijks gratis vervoerde.’ 

Beschrijving van David Jacob en zoon Jacob van Lennep, in: Querido’s letterkundige reisgids van Nederland, onder het lemma Heemstede, p. 389 door Willem van Toorn.

zang

illustratie uit Zangspel van Haarlem: Haarlems Verlossing (1e bedrijf) door Jacob van Lennep

Stofomslag van ‘Nederland in den goeden ouden tijd, zijnde het dagboek van junne reise te voet, per trekschuit en per diligence van Jacob van Lennep en zijn vriend Dirk van Hogendorp door de Noord-Nederlandsche provintiën in den jare 1823. Volgens het nagelaten manuscript van mr.Jacob van Lennep verzorg door M.Elisabeth Kluit (was beheerder van het Réveilarchief in de Universiteitsbibliotheek van Amsterdam).

Uit manuscript van Dagboek 1823 (Stadsarchief Amsterdam, foto J.P.Teengs)

Heruitgave in 2000 van het dagboek van een voetreis in 1823 door Nederland. Bezorgd door Marita Mathijsen en Geert Mak, welke laatstgenoemde tevens een televisieserie verzorgde.

Op 28 mei 1923 vertrokken uit Amsterdam twee jonge pas afgestudeerde juristen, de jonge toen al om zijn geestigheid bekend staande hoogleraarszoon Jacob van Lennep, op nieuwe hem al spoedig zeer knellende schoenen, en zijn metgezel Dirk van Hogendorp, zoon van de vermaarde politicus Gijsbert Karel van Hogendorp, meer zwaar op de hand dan zijn makker, voor een voetreis – met diligence en trekschuit reizend –  die drie maanden zou duren door de noordelijke Nederlanden. Een soort inspectie- of studiereis waar beiden schriftelijk verslag van uitbrachten aan de familie thuis. Aangezien beiden in hun Leidse tijd aan voeten van de bewonderde Bilderdijk hadden gezeten. Het manuscript van het dagboek kwam in het Van Lennep-archief, onderdeel van het grote Reveilarchief, evenals de antwoordbrieven van vader Van Lennep. Mevrouw E.M.Kluit, jarenlang beheerder van het archief, diepte het op en gaf het in de oorlogsjaren voor het eerst uit onder een titel die zeker enige nationalistische bijklank zal hebben gehad. Oud en goed was de tijd zeker voor hen die geen veranderingen wensten, van belang is het reisboek vooral vanwege de beschrijvingen van tal van plaatsen met hun specifieke eigenaardigheden en gebruiken. Van die oorlogseditie verscheen in 1980 een reprint, inclusief de anonieme tekeningen, meest naar authentieke gravures, voor het overige illustraties bij de verhaalde wederwaardigheden. Een mooi en authentiek tijdsbeeld.

 

Ferdinand

Vooromslag van een editie van ‘De avonturen van Ferdinand Huyck’  door Jacob van Lennep. We zien v.l.n.r. Amelia Bos, Ferdinand Huyck, een onbekende en op het paard de schurk Lodewijk Blaeck.

Op weg naar huis van een reis naar Italië bevindt Ferdinand zich, overvallen door een regenbui, nabij een buitenhuis. ‘Het was echter niet in het herenhuis dat ik, arme wandelaar een schuilplaats hoopte te vinden. Mijn uiterlijke tooi, vooral nu ik doornat en druipende was, maakte mij ongeschikt om mij in zulk aanzienlijk verblijf te vertonen; maar bovendien stond dat gebouw nog te ver van mij af en zag ik naderbij een gelegenheid, waarvan ik mij ongestoord gebruik hoopte te maken. Het hek was open en kort daarbij stond een achtkante koepel van witte steen. Ik snelde het hek binnen, geen andere vrees koesterend dan de koepel gesloten te vinden, maar ook kon ik tegen de deur postvatten en onder de vooruitspringende lijst enige beschutting vinden.’ 

 

Tekening van de koepel van Groenendaal, uit Het merckwaerdigste meyn bekent; door Jan Bouman. olgens de overlevering is dit de biljartkoepel waar Ferdinand Huyck en Henriëtte Blaeck elkaar ontmoetten. Anderen menen dat het om een theekoepel bij Soest zou zijn gegaan.

In 2002 publiceerde Marita Matijsen: ‘De gemaskerde eeuw’ over de 19de eeuw (Amsterdam Querido). Op achterflap schreef zij: ‘Jacob van Lennep had tenminste drie buitenechtelijke kinderen, maar zijn vrouw wist van niets. Willem Bilderdijk bedonderde zijn achuldeisers, maar predikte anderen de maat. Johannes Kneppelhout huwde zijn nichtje om zijn homoseksuele neigingen te onderdrukken. Het masker van de geheimhouding verstikte het leven van de mensen in de negentiende eeuw (…)’ Behalve zes kinderen met zijn echtgenote Henrietta Röell had Jacob van Lennep nog 3 buitenechtelijke kinderen: Geertruijda Elisabeth Tulle, geboren in 1822 [door de vader in 1855 erkend als zijn natuurlijk kind] en bij Zwaantje Ockenburg uit Den Haag twee kinderen, geboren in 1857 en 1865.

Portret van professor David Jacob van Lennep, vader van Jacob van Lennep en eigenaar van Huis te Manpad onder Heemstede

Vooromslag van verzenbundel ‘Academische Idyllen’ van Jacob van Lennep met een prentje van de dichter als student door J.E.Marcus. 1824.

Portret van Jacob van Lennep. Staalgravure van J.Sluyter, circa 1880, naar J.G.Schwartze

Behalve dichter, roman-, toneel en geschiedschrijver was mr.Jacob van Lennep o.a. rijkadvocaat in de provincie Noord-Holland (vanaf 1826), lid van provinciale staten van NH (1853-1854), lid Tweede Kamer (1853-1856), curator van het Gymnasium te Amsterdam (1826-na 1853), secretaris van curatoren van het Athenaeum Illustre te Amsterdam, (1826-), directeur N.V.Duinwater Maatschappij te Amsterdam; commissaris van de Stadsdrukkerij te Amsterdam (1853); secretaris Commissie van Landbouw (-1851); vice-president Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten te Amsterdam (1853).

Door Nederlands Bibliotheek en Lectuur Centrum  (NBLC) in 1990 uitgegeven boekenleggers, gewijd aam de historische roman in de negentiende eeuw.

 

Enkele van de in loop van de tijd verschenen prentbriefkaarten gewijd aan Jacob van Lennep

Vooromslag van ‘De weduwe Ida’ van het Letterkundig Museum, nummer 100, 2000, naar aanleiding van de tentoonstelling van 29 april tot en met 17 september 2000. ‘Jacob van Lennep (1802-1868) vijand van ledigheid.’

Uit: De Weduwe Ida LM, 1999 (1)

Vervolg Jacob van Lennep (De Weduwe Ida, 1999, L.M.100)

Twee foto’s in kabinetformaat  uit ‘Tafereelen uit de romans van mr.J.van Lennep, naar teekeningen van Ch.Rochussen, H.A.van Trigt, David Bles, C.Springer, H.J.Scholten, Aug. Allebé en Marie ten kate (Leiden, A.W.Sijthoff). een fotografische reproducties is van C.Springer: Van Aylva, Madzy en Deodaat op weg naar Haarlem en de bovenste van H.J.Scholten, voorstellende: Dansfeest in de Hofzaal te Haarlem – beide uit de historische roman ‘De Roos van Dekama’, zich ten dele afspelende in Haarlem en omgeving.

Illustratie uit Jacob van Lennep’s ‘De Roos van Dekama’

Uit de Roos van Dekama. Charles Rochussen: Toernooispel in Harlem

Beschrijving van herberg de Geleerde Man in Bennebroek, waar Jacob van Lennep menigmaal verbleef, uit: ‘De Uithangteekens’, deel 2.

Uitnodiging voor presentatie in 1986 van bibliofiele heruitgave van Weeklacht op de Geleerde Man, verschenen bij het afscheid van herbergier Jan Duin. Gedrukt door de Mercatorpers op instigatie van de gemeentelijke openbare bibliotheek Heemstede

Omslag – met prent van Lutgers – van de Weeklacht over de veranderde bestemming, gegeven aan het gebouw onder Bennebroek, van ouds bekend onder den naam: De Geleerde Man door Jacob van Lennep uit 1859, heruitgave van de Mercator Pers in 1986

Vers in acrostichon ‘De Gelleerde Man’, gedrukt in 130 exemplaren op de bibliofiele Mercator Pers bij gelegenheid van de vernieuwing van het restauarant in Bennebroek, 1 september 1986.

Door kunstenaar Willem Snitker vervaardigde zeefdruk met moderne voorstelling van ‘De Geleerde Man’, opgenomen in de uitgave ‘Weeklacht’

Boekenleggers van de Mercator Pers voor de openbare bibliotheek Heemstede, 1981 (Godfried Bomans), 1986 (o.a. Jacob van Lennep en Nicolaas Beets)

De Herenweg in Heemstede met de koepel van Meer en Berg tegenover de Beukenlaan en wat verderop herberg de Konijnenberg ofwel Konijnsberg, tegenwoordig pannenkoekenhuis.

Konijnsberg of Konijneberg?

In 1868 publiceerden de schrijver Jacob van Lennep en historicus/volkskundige Johannes ter Gouw (1814-1894) een tweedelig standaardwerk “De uithangteekens in verband met geschiedenis en volksleven beschouwd’, waarin het hoofdstuk “viervoetige dieren” het volgende wordt opgemerkt.’Zeldzamer dan ’t Haas komt het Konijn voor, voor de kroegen aan den duinrand, des te meer Konijnsbergen, waar men een duin – alias “een hoop zand” geschilderd ziet – met twee of drie graszooden of helmsprieten en een troep konijnen, deels zittende, deels uit hun holletje kijkende. er om heen. ook bij de steden zag men vroeger wel een KONIJNENBERG buiten de poort, als de kastelein et tot vermaak der bezoekers zoo’n bergje  met konijnen in zijn tuin op na hield (deel 2, p/330). Op 31 mei 1868, kort voor zijn dood, schreef Jacob van Lennep aan zijn co-auteur een brief, welke eindigt met een vijfregelig vers bedoeld als een ode aan de door hem – evenals ‘de Geleerde Man’ – graag bezochte herberg. In dat jaar was de oude Konijnenberg al verdwenen ten gunste van een nieuwe kroeg aan de overzijde van de Herenweg. Jacob van Lennep die geen groot bezoeker van musea, bibliotheken en archieven was, is historisch niet altijd even betrouwbaar. Opmerkelijk is verder dat ofschoon op het uithangbord blijkens een schilderij ‘”de Konijnsberg” stond, in tapvergunningen en overdrachtaktes van het perceel veelal sprake is van de Conijneberg, incidenteel van Conijnsberg – de spelling van de eerste letter is wisselend met C en K. De bedoelde brief aan Ter Gouw luidt letterlijk: “Gij hebt Konijnsberg in Konijneberg veranderd en ik de e weer in een s. Als gij van Haarlem komt, is ’t laatste huis aan uw linkerkant voor dat gij aan ’t Manpad geraakt, een eeuwenoude kroeg, waar mijn overgrootrvader, mijn grootvader en ik (mijn vader rookte niet) duizendwerven onze respektieve pijpen gekocht en opgestoken en onze respektieve slokjes jenever – bitter was er niet – genuttigd hebben. e kroeg nu heeft een uithangbord, zoo als ik het op de bewuste bladzijde beschrijf, en is van oudsher altijd wijd en zijd in den omtrek beroemd geweest onder den naam van de Konijnsberg. Ik zou zelf, als ik niet ik, maar een ander geweest ware, die ’t boek hielp schrijven, de bovengenoemde bijzonderheden niet verzwegen hebben. Liet ik nu de Konijneberg staan, mij heele famielje, heel de omtrek zou roepen”” wat een drukfout! hoe heeft Koo [koosnaam binnen de familie van Jacob] die over ’t hoofd kunnen zien! een zoo bekende plaats zoo te vernoemen! Zoo brengt hij immers zelf later zijn levensbeschrijvers, de Van der Aa’s en Koenen’s in de war!”- Ergo! wat ik u bidden mag: laat Konijnsberg blijven zoo als ’t is: – wat die Konijnebergen betreft aan herbergen bij de stad, die gaan mij niet aan. ‘

Ach! Wil de zucht om zuivere taal te schrijven,  Toch – ‘k bid het u, zoo ver niet drijven,  Dat ge ooit een opschrift gaaft Aan ’t kroegje, dat bij Manpads dreven, Steeds roemvol is bekend gebleven, Wijl ’t vier, ja meer geslachten heeft gelaafd’. 

[Geciteerd uit: M.F.van Lennnep:  Mr.Jacob van Lennep, deel 2, pagina 290]. Tot de cliëntèle van genoemde herberg hebben o.a. behoord de beeldend kunstenaar Jurriaan Andriessen en dichter Gerrit van de Linde. Laatstgenoemde schreef onder het pseudoniem ‘De Schoolmeester’ een niet-gemeend schimpdicht aan zijn vriend Jacob van Lennep met daarin de volgende regels: ‘(…) dat uw misdadig overleg – mij lokte van den Heeren-weg – En langs den ongebaanden grond – Doorweekt met koe- en varkensstront – Waar nooit een kroeg of hoerhuis stond (…) [geciteerd uit: Waarde van Lennep. Brieven van de schoolmeester. Toegelicht door M.Mathijsen. Amsterdam, 1977, p.134. ]

Schilderij van de Konijnsberg/Konijnenberg door F.T.Renard uit omstreeks 1800. In bruikleen van het Frans Hals Museum helaas gestoken uit het raadhuis van Heemstede

Jonkheer Frederik Antony Hartsen, arts en publicist, zoon van Jacob Hartsen (directeur van de Hollandsche Sociëteit van Levensverzekering) en Jacoba Elisabeth van de Poll,  verbleef tijdens zijn jeugd tot 1845 met zijn ouders op ‘Woestduin’ en schreef daarover in 1870 zijn herinneringen in: ”Nederlandsce toestanden’, in1996 met annotaties heruitgegeven door dr.Nop Maas in de serie Egodocumenten, deel 13, met als ondertitel ‘Uit het leven van een lijder’., waarvan onderstaand een scan

Woestduin door F.A.Hartsen (1)

Woestduin (2)

Hartsen: Woestduin (3)

Hartsen: Woestduin (4)

Hartsen: Woestduin (5)

Hartsen: Woestduin (6)

A.F.Hartsen: Woestduin (7)

Annotaties door Nop Maas

Noten (1)

Noten (vervolg)

In hoofdstuk 2 schrijft Van Harten over zijn vader en in hoofdstuk 3 over o.a. de natuurlijke historie van Woestduin.

De zoon Christiaan van Lennep (1828-1908) beschreef zijn jeugdherinneringen – in 1852 verhuisde hij naar Nederlands Oost-Indië waar hij deelgenoot werd in de firma Dorrepaal & Co, en in 1873 keerde hij terug in het vaderland toen zijn beide ouders al waren overleden.gepubliceerd en bezorgd door Nop Maas in “Haerlem Jaarboek 2001 (Haarlem, 2002). Kleinzoon Max F.van Lennep heeft in de 2delige biografie over Jacob van Lennep van zijn herinneringen ten dele gebruik kunnen maken. Allerlei plaatselijke personen en zaken komen ter sprake, zoals huisarts Groos uit Heemstede, Van Koppen als bekend rijtuigverhuurder aan de Herenweg, leveranciers en ambachtslieden uit Bennebroek zoals wagenmaker Stam, smid Ludegras, tuigenmaker Wakker en behanger Rijfkogel. Christiaan van Lennep schrijft: ‘Wij woonden te Woestduin eerste in het grote huis en later in 1841 in de gewezen oranjerie die tot woonhuis was ingericht en het voorrecht had de boomgaard te bezitten’. In het grote huis kwam als gouverneur ofwel mentor van de kinderen Van Lennep Leopold James Lardner wonen. Die was weliswaar in Haarlem geboren maar uit Engelse ouders van goede stand. Hij sprak verscheidene vreemde talen en is in 1845 dankzij bemiddeling van Jacob van Lennep als conservator bij het British Museum aangesteld voor de Hollandse, Zweedse en Deense boeken [De Britse bibliotheek was toen nog verbonden met het Museum; depressief sprong Lardner in 1855  ‘in een ijlende koorts’ uit het raam en kwam om, aangeduid als zelfmoord, wat bij de familieleden Van Lennep als een schok werd ervaren]. Citaat: ‘Onder de vrienden waarmee Papa op Woestduin omging behoorde vooral de pastoor Coppens van de Vogelenzang, een zeer verlicht en kundig man met wien Papa eens of meermalen in de week op zijn pastorie of bij ons schaakspeelde. Wij werden als jongens wel bij hen uitgenodigd om bij koffie te koen drinken en vonden daar een heerlijker maal dan bij ons aan huis., waar wij niet verwend werden zo als ik hierna zal vertellen. Pastoor Coppens kwam zelfs bij ons middagmalen en eens dineerde hij bij ons met Dominee Beets maar dat heeft de Kerk hem nooit vergeven. Toen ik bijna 40 jaar daarna aan tante Ansje vroeg waar Pastoor Coppens was gebleven vertelde zij mij dat hij kort na de Syllabus overgeplaatst was geworden, niemand wist waarheen. Zijn oude vrienden en bekenden hadden geen spoor meer van hem kunnen vinden.’

Over buurman jonkheer Jacob Hartsen (101-1845), directeur van een verzekeringsmaatschappij en getrouwd met Jacoba Elisabeth van de Poll (1807-1882) schreef Christiaan van Lennep: ‘Na onze verhuizing in 1841,na het vertrek van de familie Van de Poll, in het kleine huis, kwam de Heer jhr. Jacob Hartsen gehuwd met Jcoba Elisabeth van de Poll in het groote huis den zomer doorbrengen. Omdat zij beiden denzelfden voornaam hadden werden zij he-co en she-co genoemd. Hij was een beste man, met een zwak gestel en heel podagreus zoo dat hij er als een oud mannetje uitzag. Toen hij in 1845 stierf was iedereen verbaasd dat hij pas in zijn 43ste levensjaar was. Hij was een heel vriendelijk man voor kinderen en het waren aangename buren. Eens dat hij in het weiland een groote staak met een houten vogel er op had laten plaatsen liet hij er ons met een zware buks op schieten. Ik had nog nooit een geweer afgeschoten, maar het toeval ofwel mijn keep oogen wilden dat ik er met het eerste schot de houten vlerk afschoot, waarop de Heer Hartsen zei: “coup d’essai coup de maitre”. Ik heb het daarbij gelaten en nooit meer geweer of kolf afgeschoten. De tijd heeft mij als kantoorbediende ontbroken om mij in het schieten te oefenen en op de jacht te gaan. Ik heb meer mijn liefhebberij gevonden in paard rijden en van de bok mennen,’ 

 

portret1

Geschilderd portret van Jacob van Lennep door J.A.Kruseman

Borstbeeld (anoniem) van Jacob van Lennep (Letterkundig Museum; foto Top te Riet)

Drukwerk met reclame voor een buste van Mr.J.van Lennep, vervaardigd in de ateliers van Erve L.Grisanti te Amsterdam en destijds voor 10 gulden verkrijgbaar.

Beeldje van Jacob van Lennep dat in serie in Denemarken, het land van Andersen, is vervaardigd en oor 200 Deense kronen is aangeboden.  Hans Christiaan Andersen werd juni 1847 in ons land door Jacob van Lennep ontvangen en genoot bij hem het middageten.

Handschrift van Jacob van Lennep. Facsimile van een vers aan vriend mr.J.J.Rochusen, Lid der Tweede Kamer voor departement Alkmaar, 28 juni 1855.

Het pand Keizersgracht 560 te Amsterdam waar Jacob van Lennep met zijn gezin woonde

Opregte Haarlemsche Courant, 10-9-1869

graf1

Grafstede van Jacob van Lennep, geboren te Amsterdam 24 maart 1802 en overleden te Oosterbeek 25 augustus 1868,  in Oosterbeek ontworpen door de Haarlemse beeldhouwer Johan Theodore Stracké

 

Personeel van Woestduin in 1885

Personeel van Woestduin in 1885

Het voormalig huis Woestduin voor de afbraak (NHA)

Portret van de derde zoon van Jacob van Lennep: Maurits Jacob van Lennep

Fragmentgenealogie van Maurits Jacob van Lennep (Amsterdam 1830 – Haarlem 1913), zoon van Jacob van Lennep. Zijn memoires omvatten uitgetypt 1397 pagina’s en bevatten een schat aan gegevens over het leven van zijn familie. Hij studeerde rechten, was o.a. advocaat en officier van Justitie en van 1877 tot 1900 raadsheer aan het Gerechtshof te Amsterdam Bovendien van 1866 tot 1900 lid van Provinciale Staten van Noord-Holland. Hij trouwde met Caroline Wilhelmina van Loon, uit welk huwelijk 9 kinderen zijn geboren. Bij koninklijk besluit van 22 december 1903, nummer 42, werden Jacob Maurits van Lennep en zijn mannelijke en vrouwelijke nazaten in de adelstand verheven.

===================================

Leiduin                         A.L.van Lennep [voor 1596 Nicolaas van der Weve; 1596 Engeltje Huygens x Jan Frans Sluiswal; 1630 Gerard van Teylingen; tot 1717 Johan van Romswinckel; vervolgens kinderen Van Loon; [in nieuwe huis 1920: P.Dohout Mees]

Loon

In 1717 kochten drie ongehuwde kinderen van Willem van Loon:Nicolaas, Emerentia en Cornelia, de buitenplaats Leiduin van Johan Romswinckel (‘Leven op Leyduin, uitgave van Landschap Noord-Holland).

Leiduin

Dochter van eigenaar Van Loon in de bokkenwagen

Woestduin als hotel in gebruik begin vorige eeuw toen op Woestduin een renbaan voor paarden was gevestigd

Afbraak van ‘Woestduin” Uit: Het Parool, 4-1-1953

'Leiduin', tekening in O.I.inkt door E.van Drielst uit omstreeks 1790

‘Leiduin’, tekening in O.I.inkt door E.van Drielst uit omstreeks 1790

Gezicht in de hofstede Leiduin aan de Leidse Trekvaart, toebehorende aan mr.H.A.van Lennep uit Amsterdam (P.J.Lutgers, circa 1840)

Gezicht in de hofstede Leiduin aan de Leidse Trekvaart, toebehorende aan mr.H.A.van Lennep uit Amsterdam (P.J.Lutgers, circa 1840)

 

 

Het oude huis van Leiduin op een oude ansichtkaart. Het huis is omstreeks 1920 afgebroken ten gunste van een nieuw pand ontworpen door Andries de Maaker

Het oude huis van Leiduin op een oude ansichtkaart. Het huis is omstreeks 1920 afgebroken ten gunste van een nieuw pand ontworpen door Andries de Maaker

Leyduin

Leiduin1

Koepelje met waterval op Leiduin nabij Vogelenzang

Twee generaties Van Lennep op de veranda van het grote huis Leyduin. Staand midden Gerard Louis van Lennep, voor hem Anna Sophia van Lennpe-Lreye bij de kinderwagen. Rechts leunend tegen de zuil Henrick Samuel van Lennep, zittend links van hem zijn echtgenote Anna Cecilia van Lennep-van Eeghen. Om hen heen de 9 kinderen van het echtpaar Van Lennep-Kreye. Foto uit 1895

Twee generaties Van Lennep op de veranda van het grote huis Leyduin. Staand midden Gerard Louis van Lennep, voor hem Anna Sophia van Lennep-Kreye bij de kinderwagen. Rechts leunend tegen de zuil Henrick Samuel van Lennep, zittend links van hem zijn echtgenote Anna Cecilia van Lennep-van Eeghen. Om hen heen de 9 kinderen en het echtpaar Van Lennep-Kreye. Foto uit 1895.

Henrick S. van Lennep voor het huis Leiduin in 1914. Hij was de laatste Van Lennep die Leiduin bewoonde en overleed in 1914

Henrick S. van Lennep voor het huis Leiduin in 1914. Hij was de laatste Van Lennep die Leiduin bewoonde en overleed in 1914

Schrijven van jonkheer M.A.van Lennep, de dato 5 december 1994 naar aanleiding van enkele van hem ontvangen afdrukken van foto’s uit familiebezit van Leyduin

Leiduin2

                                           Portret van Henrick S. van Lennep op latere leeftijd

juffershuis

Het oudste pand op Leuduin dateert uit de 18e eeuw, heet Juffers- of Tweelinghuis en werd als zomerverblijf benut. Het is onlangs gerestaureerd door het Noord-Hollands Landschap

Six

Portret van dce knappe en vermogende Lucretia Johanna Six-van Winter; door A.J.Dubois Drahonet 1825. In 1813 kocht zij een gedeelte van Leyduin. Geert Mak wijdde een hoofdstuk aan haar in zijn boek: De levens van Jan Six; een familiegeschiedenis. 2016. (Collectie Six Amsterdam)

Jonkheer M.A.van Lennep, destijds woonachtig in de Johannes Verhulstlaan te Heemstede en vervolgens in de Burghave aan de Provinciënlaan in Heemstede schreef me op 5 december 1994: ‘Conform toezegging hierbij twee briefkaarten van Leiduin. Het huis stond vroeger vóór de stallen en de koetsierswoning op het grasveld naast de beuk, rechts van het theekoepeltje. Na de dood van de oude heer Henrick S.van Lennep in 1914 is het leeg blijven staan tot begin 19120, toen het hele terrein door zijn erven – de kinderen van zijn broer Gerard Louis – verkocht werd aan de heer Dorhout Mees, die het oude huis liet afbreken en meer zuidelijk het nieuwe huis Leiduin liet bouwen als een replica van het door de familie van Dedem bewoonde huis in Aerdenhout, Boekenrodeweg 6’. 

De Belvedère van Leiduin, een zeshoekig gebouwtje, is eind 18e eeuw gebouwd op een kunstmatige heuvel

De Belvedère van Leiduin, een zeshoekig gebouwtje, is eind 18e eeuw gebouwd op een kunstmatige heuvel

De gerestaureerde Belvedère van Leyduin (29-9-2014)

De gerestaureerde Belvedère van Leyduin (29-9-2014)

Bord met uitleg Bevedère Leyduin

Bord met uitleg Bevedère Leyduin

Het voor de familie Dorhout Mees in 1921 ontworpen huis voor het nieuwe Leyduin in het zuiddeel van het landgoed te Vogelenzang (Bloemendaal)

Het voor de familie Dorhout Mees in 1921 ontworpen huis voor het nieuwe Leyduin in het zuiddeel van het landgoed te Vogelenzang (Bloemendaal)

Ansichtkaart van het oude Leyduin-huis

Ansichtkaart van het oude Leyduin-huis

Huize Leyduin op een foto van Articapress uit 1961

Huize Leyduin op een foto van Articapress uit 1961

Bruggetje op landgoed Leyduin

Bruggetje op landgoed Leyduin

Vleugelnootboom Leyduin (foto Freek Baars, 1989, voor Sichting Ons Bloemendaal).

Vleugelnootboom Leyduin (foto Freek Baars, 1989, voor Sichting Ons Bloemendaal).

Leiduin; door Chris Schut 1990

Leiduin; door Chris Schut 1990

Plattegrond Leyduin

Plattegrond Leyduin

Vinkenduin; tekening door Chris Schut, 1990

Vinkenduin; tekening door Chris Schut, 1990

Situering van landgoederen Leyduin, Vinkenduin en Woestduin (Landschap Noord-Holland)

Situering van landgoederen Leyduin, Vinkenduin en Woestduin (Landschap Noord-Holland)

foto van de gerestaureerde belvedere van Leyduin (foto Henk van Bruggen; Ons Bloemendaal)

Interiue van Leyduin,in 1922 bewoond door de familiie Dorhout Mees

Leiduin

Kaart Leiduin (provincie Noord-Holland)

– Oosterduin                   J.Hodshon Dedel

Oosterduin op een ingekleurde prent van Hendrik Numan uit 1794

Oosterduin op een ingekleurde prent van Hendrik Numan uit 1797

De hofstede Oosterduin. Aquarel door Herman Numan uit 1797

De hofstede Oosterduin. Aquarel door Herman Numan uit 1797

– Elswout                        De Erven Borski

Elswout was in de 16e eeuw een hofstede, en is in 1654 aanzienlijk uitgebreid. G.A.Berckheijden vervaardigde een schilderij dat zich in het Frans Hals Museum bevindt.

Elswout was in de 16e eeuw een hofstede, en is in 1654 aanzienlijk uitgebreid. G.A.Berckheijden vervaardigde een schilderij dat zich in het Frans Hals Museum bevindt.

De lustplaats Elswout bij Overveen. Gravure uit 1746 Uit: De Tegenwoordige Staat, Het Verheerlijkt Nederland en de Vaderlandsche Gezichten.

De lustplaats Elswout bij Overveen. Gravure uit 1746 Uit: De Tegenwoordige Staat, Het Verheerlijkt Nederland en de Vaderlandsche Gezichten.

Elswout door H.Numan, circa 1795

Elswout door H.Numan, circa 1795

Landschappelijk gezicht in Elswout door Hendrik Schwegman (1761-1816) uit Haaelem, (die een neef was van de hovenier van Elswout), 1796. Prent naat een tekening van Egbert van Drielst uit datzelfde jaar, waarbij Jacob Cats de figuren tekende.

Landschappelijk gezicht in Elswout door Hendrik Schwegman (1761-1816) uit Haaelem, (die een neef was van de hovenier van Elswout), 1796. Prent naat een tekening van Egbert van Drielst uit datzelfde jaar, waarbij Jacob Cats de figuren tekende.

De buitenplaats Elswout op een aquarel door Jan de Beijer, 1745 (particuliere collectiE

De hofstede Elswout van mevrouw de weduwe Borski (litho P,J,Lutgers, 1837-1844)

De hofstede Elswout van mevrouw de weduwe Borski (litho P.J.Lutgers, 1837-1844)

Voorpoort van de hofstede Elswout. Tekening van J.H.van West. Uitgaaf van J.J.van Brederode (lith. Emrik en Binger)

Voorpoort van de hofstede Elswout. Tekening van J.H.van West. Uitgaaf van J.J.van Brederode (lith. Emrik en Binger)

Binnenzijde van het poortgebouw Elswout, in 1979 getekend door Anton Pieck in opdracht van de gemeente Bloemendaal

Binnenzijde van het poortgebouw Elswout, in 1979 getekend door Anton Pieck in opdracht van de gemeente Bloemendaal

Elswout; door Chris Schut 1990

Elswout; door Chris Schut 1990

Tuinhuisje Elswout (Harm Botman; Ons Bloemendaal, 1984)

Tuinhuisje Elswout (Harm Botman; Ons Bloemendaal, 1984)

Nog een tuinhuisje op landgoed Elswout. Foto van Harm Botman, Ons Bloemendaal, 1984.

Nog een tuinhuisje op landgoed Elswout. Foto van Harm Botman, Ons Bloemendaal, 1984.

 

elswout2

Plattegrond van het landgoed Elswout in Overveen (Bloemendaal)

Elswout

Kaart oranjerie Elswout (provincie Noord-Holland)

Wim Post publiceerde in Ons Bloemendaal, nummer 4, jaargang 38, winter 2014, een arikel over een tot dan toe onbekend gezin op Elswout op een schilderij in het Rijknuseum Twenthe te Enschede.

De personen op het schilderij [door Wim Post]: ‘Maar wie heeft De Lelie nu afgebeeld? Het ligt voor de hand hij de eigenaars van het landgoed heeft geschilderd. Er zijn goede redenen om aan te nemen dat…

– Mariënbosch                 D.M.de Neufville

Tekening van Mariënbosch door Hendrik Spilman uit 1735 Noord-Hollands Archief)

Tekening van Mariënbosch door Hendrik Spilman uit 1735 Noord-Hollands Archief)

– Boekenrode                  J.A.van Lennep (kinderen)

De buitenplaats Boekenrode in 1795 geaquarelleerd door H.Numan

De buitenplaats Boekenrode in 1795 geaquarelleerd door H.Numan

Het weidse uitzicht rond Boekenrode in 1795, door Hendrik Numan.

Het weidse uitzicht rond Boekenrode in 1795 met in de verte de Oude Bavokerk van haarlem, door Hendrik Numan.

De hofstede Boekenrode in den Aerdenhout op de grens van Heemstede. In 1844 toebehorend aan het nageslacht van de heer P.van Lennep (P.J.Lutgers)

De hofstede Boekenrode in den Aerdenhout op de grens van Heemstede. In 1844 toebehorend aan het nageslacht van de heer P.van Lennep (P.J.Lutgers)

Boekenrode lag in Aerdenhout (Bloemendaal) op de grens van Heemstede

Boekenrode/Alverna. Tekening door Chris Schut 1990

Boekenrode/Alverna. Tekening door Chris Schut 1990

Theekoepel Boekenrode.Foto Harm Botman, Ons Bloemendaal.

Theekoepel Boekenrode.Foto Harm Botman, Ons Bloemendaal. 1984.

In 1987 verscheen een fotoalbum gewijd aan Alverna/Nieuw Boekenrode

Duinvliet                     De Erven Borski

De hofstede Duinvliet van mw. de weduwe Borski (P.J.Lutgers)

De hofstede Duinvliet van mw. de weduwe Borski (P.J.Lutgers)

Elswoutshoek               —

Hofstede Elswouthoek Overveen. Aquarel toegeschreven aan H.Tavenier (Provinciale atlas Noord-Holland)

Hofstede Elswouthoek Overveen. Aquarel toegeschreven aan H.Tavenier (Provinciale atlas Noord-Holland)

De hofstede Elswouthoek, bewoond door de heer J.van der Vliet (P.J.Lutgers, circa 1840)

De hofstede Elswouthoek, bewoond door de heer J.van der Vliet (P.J.Lutgers, circa 1840)

Schoonoord                 J.Hodshon Vaart en Duin              Wed. Hooft geb. Warin

De hofstede Vaart en Duin te Overveen van de weduwe Borski, betrokken door haar zoon W.Borski te Amsterdam (P.J.Lutgers)

De hofstede Vaart en Duin te Overveen van de weduwe Borski, betrokken door haar zoon W.Borski te Amsterdam (P.J.Lutgers)

Duinzigt                       idem Bellevue                      Erven van Dam Welgelegen                  Machielse Bijduin                        C.H.Dull huisvr van Hebert De Nachtegaal             C.J.van der Vliet Willemsoord                 W.H.Warnsinck Bz. Het Anker                     De wed. Gogel Bloemenheuvel             P.R.Plateau de Beck F.Taunay

Buitenverblijft Bloemenheuvel gesticht door jonkheer O.W.Berg van Dussen, afgebouw door J.D.Zocher, bewoond door de weduwe Planteau (Lutgers, circa 1840)

Buitenverblijft Bloemenheuvel gesticht door jonkheer O.W.Berg van Dussen, afgebouw door J.D.Zocher, bewoond door de weduwe Planteau (Lutgers, circa 1840)

Bloemenheuvel, tussen Overveen en Bloemnendaal op een lithoprent uit 1863

Bloemenheuvel, tussen Overveen en Bloemnendaal op een lithoprent uit 1863

de Rijp                         W.H.Backer

Hofstede de Rijp nabij Sparrenheuvel gelegen en ook eigendom van W.H.Backer (P.J.Lutgers)

Hofstede de Rijp nabij Sparrenheuvel gelegen en ook eigendom van W.H.Backer (P.J.Lutgers)

Sparrenheuvel              (idem) W.H.Back

Sparrenheuvel

De hofstede Sparrenheuvel nabij Overveen, aangelegd door J.D.Zocher, toebehorend aan jonkheer W.H.Backer

Deel van litho 'koffieprent' uit 1863 met 'Gezigt te Bloemendaal, een uur afstands van Haarlem'met rechts het huis Sparrenheuvel

Deel van litho ‘koffieprent’ uit 1863 met ‘Gezigt te Bloemendaal, een uur afstands van Haarlem’ met rechts het huis Sparrenheuvel

Sparrenheuvel, Bloemendaal. Zondagsblad, 1909

Sparrenheuvel, Bloemendaal. Zondagsblad, 1909

Hartenlust                   C.J.van der Vliet

De hofstede Hartenlust in Bloemendaal. Gravure van Hendrik de Leth, 1762

De hofstede Hartenlust in Bloemendaal. Gravure van Hendrik de Leth, 1762

De hofstede hartenlust aan de straatweg tussen Overveen en Bloemendaal. Aangelegd door J.D.Zocher en omstreeks 1840 toebehorende aan Vrouwe J.A.van Vollenhoven Douairière Baron Mr. J.van Styrum

De hofstede Hartenlust aan de straatweg tussen Overveen en Bloemendaal. Aangelegd door J.D.Zocher en omstreeks 1840 toebehorende aan Vrouwe J.A.van Vollenhoven Douairière Baron Mr. J.van Styrum

Het park van Hartelust, getekend door P.J.Lutgers

Het park van Hartenlust, getekend door P.J.Lutgers (steendruk)

Duin en Daal               B.C.de Lange

Duin en Daal; ets door F.A.Milztz. Uit: Adriaan Loosjes' Hollands Arkadia, 1804

Duin en Daal; ets door F.A.Milatz. Uit: Adriaan Loosjes’ Hollands Arkadia, 1804

– Gewezen huis Bloemendaal  J.P.Teding van Berkhout – Wildhoef                              Wed. J.Willink geb. Kops

De koepel van Woldhoed in Bloemendaal. Daarachter de Hervormde Kerk. Tekening van J.E.Grave uit omstreeks 1792

De koepel van Wildhoed in Bloemendaal. Daarachter de Hervormde Kerk. Tekening van J.E.Grave uit omstreeks 1792

De hofstede Wildhoef, opnieuw aangelegd door architect J.D.Zocher. Omstreeks 1840 in eigendom van mr. J.P.A.van Wickevoort Crommelin

De hofstede Wildhoef, opnieuw aangelegd door architect J.D.Zocher. Omstreeks 1840 in eigendom van mr. J.P.A.van Wickevoort Crommelin (steendruk P.J.Lutgers)

Omgeving van hofstede Wildhoef (P.J.Lutgers)

Omgeving van hofstede Wildhoef (P.J.Lutgers)

Rechts de koepel van Wildhoef, in 1979 getekend door Anton Pieck in opdracht van de gemeente Bloemendaal

Rechts de koepel van Wildhoef, in 1979 getekend door Anton Pieck in opdracht van de gemeente Bloemendaal

– Aelbertsberg                         J.P.Teding van Berkhout

Het huis Aelbertsberg. Omstreeks 1840 toebehorend aan jhr. J.P.Teding van Berkhout, die het verfraaide (P.J.Lutgers)

Het huis Aelbertsberg. Omstreeks 1840 toebehorend aan jhr. J.P.Teding van Berkhout, die het verfraaide (P.J.Lutgers)

– Meer en Berg                       P.J. van Hoorn – Bloemendaals Begin             J.P.Taunay

HAARLEM – Plantlust                       M.van Marum Meerlust H.Veldmaat – – Buitenrust                         Mevr. De wed. Koene Klein

Ontwerp van architect P.E.Duyvené uit 1789/1790 voor Jan Anabias Willink van een nieuw Buitenrust

Ontwerp van architect P.E.Duyvené uit 1789/1790 voor Jan Anabias Willink van een nieuw Buitenrust

– Paviljoen                            W.M.van der Aa Cz. – Bellevue                                   M.Hoofman

paviljoen

Het Paviljoen Welgelegen in de Haarlemmerhout op een litho van drukkerij Vernhout & Sluyters Haarlem naar een tekening van Auke A.Tadema

De koepel van Bellevue aan de Kleine Houtweg. Al in 1682 stond hier een gebouwtje. Maria Hoofman liet hier in 1801 aan de Van Heythuijzenweg een koepel bijbouwen naar een ontwerp van Abraham van der Hart. Na haar overlijden in 1846 veranderde de koepel verscheidene malen van eigenaar. Hier woonde na terugkeer uit Duitsland  de letterkundige Leo Tepe (1842-1928), die voornamelijk in de Duitse taal schreef onder schuilnaam van zijn geboortepaats Leo van Heemstede. Onderzoek naar de koepel van Bellevue deed kunsthistorica Fanda van der Steenstraten.

In 1801 ontving de Amsterdamse architect Abraham van der Hart van Maria Hoofman de opdracht een koepel voor haar buitenplaats aan het Spaarnne te bouwen. Hiervoor moest het buitentje Overlaan gesloopt worden. Bovenstaande tekening van Zoutendijk toont het resultaat. De koepel staat nu even ten noorden van de Heythuizenweg.

In 1801 ontving de Amsterdamse architect Abraham van der Hart van Maria Hoofman de opdracht een koepel voor haar buitenplaats aan het Spaarnne te bouwen. Hiervoor moest het buitentje Overlaan gesloopt worden. Bovenstaande tekening van Zoutendijk toont het resultaat. De koepel staat nu even ten noorden van de Heythuizenweg.

Informatie over koepel Bellevue uit C.A.van Swigchem: 'Abraham van der Hart 1747-1820' Utrecht, 1965, pagina 234.

Informatie over koepel Bellevue uit C.A.van Swigchem: ‘Abraham van der Hart 1747-1820’ Utrecht, 1965, pagina 234.

– Welgelegen                              Domein

Paviljoen Welgelegen, zuidzijde, 1791. H.P.Schouten, 1791.

Paviljoen Welgelegen, zuidzijde, 1791. H.P.Schouten (1747-1822)

Rechterdeel van een prent door Benjamin Comté en Chr. à Mechel te Basel, 1792

Rechterdeel huis Welgelegen van een prent door Benjamin Comté en Chr. à Mechel te Basel, 1792

Linkerdeel van prent door August Comté: het huis Welgelegen van Henry Hope, 1792.

Linkerdeel van prent door August Comté: het huis Welgelegen van Henry Hope, 1792.

't Paviljoen, aquatint door H.W.Hoogkamer, 1820 (Buffa)

’t Paviljoen, aquatint door H.W.Hoogkamer, 1820 (Buffa)

Kopergravure en kleurpenseel van Welgelegen/'t Paviljoen uit 1825

Kopergravure en kleurpenseel van Welgelegen/’t Paviljoen uit 1825

Luchtfoto met toegangswegen vanuit het zuiden (Heemstede) naar Haarlem. Links de Wagenweg, recht de Dreef. In het midden rechts het Paviljoen, tegenwoordig Provinciehuis van Noord-Holland

Luchtfoto met toegangswegen vanuit het zuiden (Heemstede) naar Haarlem. Links de Wagenweg, recht de Dreef. In het midden rechts het Paviljoen, tegenwoordig Provinciehuis van Noord-Holland

– Land en Bosch                          M. van Houten – Oostenhout                              idem – (naamloos)                              J.Carp – Zwanenburg                            L.Kleermaker – Schoonzigt                                Heemskerk – Stad en Vaart                            Wilson – Mijn Genoegen                        G.Feije (Kwekerij en bloemisterij J.B.Zocher)

HEEMSTEDE (vanaf Bosch en Hoven/Leeuwenhooft – op de grens – sinds annexatie 1927 Haarlem) – De Hartekamp                        Erven  Brants

Hofstede de Hartekamp, in 1773 getekend door Hendrik Tavenier (Noord-Hollands Archief)

Hofstede de Hartekamp, in 1773 getekend door Hendrik Tavenier (Noord-Hollands Archief)

Anonieme tekening uit omstreeks 1800 van de Oranjerie van de Hartekamp en de Linnaeus geplante tulpenboom (NHA)

Anonieme tekening uit omstreeks 1800 van de Oranjerie van de Hartekamp en de Linnaeus geplante tulpenboom (NHA)

Tekening uit 1795 van de Herenweg langs de Hartekamp richting de Geleerde Man in Bennebroek (Noord-Hollands Archief)

Tekening uit 1795 van de Herenweg langs de Hartekamp richting de Geleerde Man in Bennebroek (Noord-Hollands Archief)

de Hartekamp in Heemstede nabij Bennebroek (P.J.Lutgers, circa 1840)

de Hartekamp in Heemstede nabij Bennebroek (P.J.Lutgers, circa 1840)

'Le Hartenkamp' Heliogravure van Maxime Lalanne, 1877-1881. , opgenomen in 'La Hollande à vol d'Oiseau' van H.Havard

‘Le Hartenkamp’ Heliogravure van Maxime Lalanne, 1877-1881. , opgenomen in ‘La Hollande à vol d’Oiseau’ van H.Havard

De Hartekamp door Chris Schut, 1990

De Hartekamp door Chris Schut, 1990

Hartekamp1

                       De Hartekamp op een pentekening van Piet Wiegman, circa 1980

 

– Gliphoeve                               P.J.Nicols

Recente foto van de Gliphoeve

Recente foto van de Gliphoeve

– Mannepad                              D.J.van Lennep

Emblematische voorstelling van Huis te Manpad door Job van Meek'ren. Uit: Liber Amicorum Jacob Heiblocq, 1650

Emblematische voorstelling van Huis te Manpad door Job van Meek’ren. Uit: Liber Amicorum Jacob Heiblocq, 1650

17e eeuwse tekening van Huis te Manpad door A.van de Velde

17e eeuwse tekening van Huis te Manpad door A.van de Velde

Tekening door A.Rademaker van Huis te Manpad met ophaalbrug uit 1723

Tekening door A.Rademaker van Huis te Manpad met ophaalbrug uit 1723

Tekeninh Huis te Manpad in Atlas Schoenmaker 1710-1735 (Koninklijke Bibliotheek)

Tekening Huis te Manpad in Atlas Schoemaker 1710-1735 (Koninklijke Bibliotheek)

Huize te Manpad op een tekening uit 1760 van Pieter van Loo (1735-1782) (Uiversiteitsbibliotheek Leiden)

Huize te Manpad op een tekening uit 1760 van Pieter van Loo (1735-1782) (Universiteitsbibliotheek Leiden)

Achterzijde van Huis te Manpad vanuit de Leidsevaart op een tekening van Hendrik Keun uit 1773

Achterzijde van Huis te Manpad vanuit de Leidsevaart op een tekening van Hendrik Keun uit 1773

Huis te Manpad van de familie Van Lennep (P.J.Lutgers)

Huis te Manpad van de familie Van Lennep (P.J.Lutgers)

Ingekeurde litho van 'Gezigt over de vyver in 't Manpad' (P.J.Lutgers, circa 1842)

Ingekeurde litho van ‘Gezigt over de vyver in ’t Manpad’ (P.J.Lutgers, circa 1842)

Manpadsbrug over de Leidsevaart (Steendruk P.J.Lutgers)

Manpadsbrug over de Leidsevaart (Steendruk P.J.Lutgers)

Huis te Manpad. Tekening door Jan Wiegman uit 1939 (NHA)

Huis te Manpad. Tekening door Jan Wiegman uit 1939 (NHA)

Huis te Manpad. Tekening door Chris Schut 1990

Huis te Manpad. Tekening door Chris Schut 1990

– Meerenberg                            A.J.van Lennep

'Gezigt by de Hofstede Meer-en-Berg', gravure door Hendrik Spilman, 1763

‘Gezigt by de Hofstede Meer-en-Berg’, gravure door Hendrik Spilman, 1763

18e eeuwse tekening van hofstede 'Meer en Berg' door H.Schouten (N.H.Archief, haarlem)

18e eeuwse tekening van hofstede ‘Meer en Berg’ door Hermanus Petrus Schouten (N.H.Archief, Haarlem)

'Meer en Berg nabij Heemstede' Steendruk door P.J.Lutgers, 1842

‘Meer en Berg nabij Heemstede’ Steendruk door P.J.Lutgers, 1842

Meerzicht; vroeger deel uitmakend van Meer en Berg

De Oranjerie van Meer en Berg in 1954 voor de afbraak. In het verleden beschouwd als één van de fraaiste van ons land (foto G.Th.Delamarre)

De Oranjerie van Meer en Berg in 1954 voor de afbraak. In het verleden beschouwd als één van de fraaiste van ons land (foto G.Th.Delamarre)

Meer en Berg, door Chris Schut, 1990

Meer en Berg, door Chris Schut, 1990

– Groenendaal en Boschbeek      H.P.Hope

Bosbeek, in eigendom van de familie Hope (P.Lutgers)

Bosbeek, in eigendom van de familie Hope (P.Lutgers)

Bosbeek; getekend door Chris Schut 1990

Bosbeek; getekend door Chris Schut 1990

– Meerenbosch                          E.van Weede van Dykveld

Steendruk van Meer en Bosch circa 1842 door P.J.Lutgers

Steendruk van Meer en Bosch circa 1842 door P.J.Lutgers

meer

kaart van Meer en Bosch Heemstede

Meer en Bosch. Tekening van Chris Schut 1990

Meer en Bosch. Tekening van Chris Schut 1990

Gewezen Slot Heemstede        M.A.Beels

Het kasteel van Heemstede in 1607 naar een schets van D.Vinkeboons

Het kasteel van Heemstede in 1607 naar een schets van D.Vinkeboons

Het Huis te Heemstede omstreeks 1610

Het Huis te Heemstede omstreeks 1610 voor de grote renovatie na 1620

Het slot van Heemstede, achterzijde en rechtervleugel, in 1645 geschilderd door N.van Berghem

Het slot van Heemstede, achterzijde en rechtervleugel, in 1645 geschilderd door N.van Berghem

Voorzijde van het slot van Heemstede met de Pons Pacis en linkervleugel. Door N.van Berghem, circa 1646.

Voorzijde van het slot van Heemstede met de Pons Pacis en linkervleugel. Door N.van Berghem, circa 1646.

Beleefdheidsbezoek van Henriette Maria aan Adriaan Pauw op het Oude Slot, dat overigens in 1642 plaatsvond (Enkjuizer Almanak, 1811)

Beleefdheidsbezoek van Henriette Maria aan Adriaan Pauw op het Oude Slot, dat overigens in 1642 plaatsvond (Enkjuizer Almanak, 1811)

Visite op het voorterrein van het Huis te Heemstede door de Engelse koningin-moeder Maria Henrietta aan Adriaan Pauw op 19 mei1642

Visite op het voorterrein van het Huis te Heemstede door de Engelse koningin Maria Henrietta, haar schoonzoon prins Willem II en een groot gevolg aan Adriaan Pauw op 19 mei 1642. Anonieme ets door Pieter Nolpe of Claes Janszoon Visscher. Met zekerheid naar een originele tekening van Jans Martszen de Jonge.

Het Oude Slot te Heemstede. Tekening van Abraham de Haan uit 1727 (RKD)

Het Oude Slot te Heemstede. Tekening van Abraham de Haan uit 1727 (RKD)

Tekening van H.de Winter uit omstreeks 1750 van het oude slot nog in volle glorie. In 1810 is het kasteel zelf gesloopt in tegenstelling tot de bijgebouwen

Tekening van H.de Winter uit omstreeks 1750 van het oude slot nog in volle glorie. In 1810 is het kasteel zelf gesloopt in tegenstelling tot de bijgebouwen

Het Huis te Heemstede; door G.Berckheyde

Het Huis te Heemstede; door G.Berckheyde, 1677

Huis te Heemstede, circa 1727-1729. Tekening door Antonia Houbraken (1686-1736). (coll. Bodel Nijenhuis-UB Leiden).

Huis te Heemstede, circa 1727-1729. Tekening door Antonia Houbraken (1686-1736). (coll. Bodel Nijenhuis-UB Leiden).

't Huys te Heemstede. Tekening uit circa 1732 door Gijsbert Boomkamp (Gemeentearchief Alkmaar). Rechts de 'vuurboot' ofwel vuurtoren bij de monding van het Spaarne komende vanaf het Haarlemmermeer. Links daarvan de Oude Kerk en links het kasteel.

’t Huys te Heemstede. Tekening uit circa 1732 door Gijsbert Boomkamp (Gemeentearchief Alkmaar). Rechts de ‘vuurboot’ ofwel vuurtoren bij de monding van het Spaarne komende vanaf het Haarlemmermeer. Links daarvan de Oude Kerk en links het kasteel.

Het Huis te Heemstede, geschilderd door Johannes Janson in 1766 (Rijksmuseum)

Het Huis te Heemstede, geschilderd door Johannes Janson in 1766. Links het poortgebouw vanwaar een rijtuig vertrekt (Rijksmuseum) ‘Het is een helder, zonnig en evenwichtig geschilderd buitentafereel (doek 69×88,5 centimeter), dat ons ook weer op suggestieve vrije wil verzekeren, hoe onverstoorbaar vriendelijk het klimaat van ons land in die tijden was. Het is ditmaal een laag zonlicht, dat lange schaduwen werpt naast het gebouw en de bomen in de laan, waarvan de details naar de smaak van die tijd met een angstvallige precisie maar zeker niet zonder gevoel voor de samenhang zijn weergegeven.’

Het Slot te Heemstede omstreeks 1800. Tekening van Wybrand Hendriks (Noord-Hollands Archief)

Het Slot te Heemstede omstreeks 1800. Tekening van Wybrand Hendriks (Noord-Hollands Archief)

Het slot van Heemstede getekend door F.A.Milatz in 1809

Het slot van Heemstede getekend door F.A.Milatz in 1809

Slot Heemstede. Uit Atlas Schoemaker (1810-1835) (Kon. Oudh. Genootschap)

Slot Heemstede. Uit Atlas Schoemaker (1810-1835) (Kon. Oudh. Genootschap)

Slot Heemstede. Uit: Atlas Schoemaker, 1810-1835 (Kon. Oudh. Genootschap)

Slot Heemstede. Uit: Atlas Schoemaker, 1810-1835 (Kon. Oudh. Genootschap)

Slot Heemstede. Uit: Atlas Schoemaker (Kon. Oudheidk. Genootschap)

Slot Heemstede. Uit: Atlas Schoemaker (Kon. Oudheidk. Genootschap)

Gekeurde tekening van het Huis te Heemstede met voorplein, moestuin, plantage en naaste omgeving. tot en met de kerk op het huidige Wilhelminaplein en de Voorweg, Achterweg en Camplaan. Linksboven de vuurbaak aan het Haarlemermeer.

Gekleurde tekening van het Huis te Heemstede met voorplein, moestuin, plantage en naaste omgeving tot en met de kerk op het huidige Wilhelminaplein en de Voorweg, Achterweg en Camplaan. Linksboven de vuurbaak aan het Haarlemmermeer.

Gerrit Lamberts (1776-1850): Poort te Heemstede (aquarel uit 1813 (Rijksmuseum Amsterdam)

Gerrit Lamberts (1776-1850): Poort te Heemstede (aquarel uit 1813 (Rijksmuseum Amsterdam)

Poort van het slot Heemstede, getekend door Gerrit Lamberts in 1813 (Rijksmuseum)

Poort van het slot Heemstede, getekend door Gerrit Lamberts in 1813 (Rijksmuseum)

Poortgebouw van het Huis te Heemstede. Gewassen pentekening van J.Pannebakker, 1817

Poortgebouw van het Huis te Heemstede. Gewassen pentekening van Jan Pannebakker, 1817

Ruïne van het slot te Heemstede. Gewassen pentekening van J.Pannebakker, gedateerd 18-6-1817

Ruïne van het slot te Heemstede. Gewassen pentekening van J.Pannebakker (geb. 1760 -?), gedateerd 18-6-1817

Tekening van Poort naar het Slot te Heemstede; door Hendrik Gerrit ten Cate, 1834 (Rijksmuseum Amsterdam)

Tekening van Poort naar het Slot te Heemstede; door Hendrik Gerrit ten Cate, 1834 (Rijksmuseum Amsterdam)

Het Huis te Heemstede. Houtgravure uit 'Penning-magazijn voor de jeugd', 2e jrg. 1838

Het Huis te Heemstede. Houtgravure uit ‘Penning-magazijn voor de jeugd’, 2e jrg. 1838

De Pons Pacis ofwel Vredesbrug van het Oude Slot te Heemstede. Schilderij van P.J.C.Gabriël uit 853 (RKD - Gemeentemuseum Den Haag)

De Pons Pacis ofwel Vredesbrug van het Oude Slot te Heemstede. Schilderij van P.J.C.Gabriël uit 1853 (RKD – Gemeentemuseum Den Haag)

Kasteelruïne Heemstede, naar een aquarel van W.Verschuur, 1861 (NH-Archief).

Kasteelruïne Heemstede, naar een aquarel van W.Verschuur, 1861 (NH-Archief).

Het slot van Heemstede; door J.P.de Koning, 1865 (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Het slot van Heemstede; door J.P.de Koning, 1865 (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

'Overblijfselen van het kasteel te Heemstede' 1878. Litho van P.A.Schipperus

‘Overblijfselen van het kasteel te Heemstede’ 1878. Litho van P.A.Schipperus

Vester6

                      De Vredesbrug van het Huis te Heemstede door Willem Vester (1821-1895)

 Slot1

De ruïne van het kasteel te Heemstede (Vredesbrug) naar een tekening van Frits Grabijn (1681-1919, die omstreeks 1900 in Haarlem woonde)  Uitgave in De Hollandsche Illustratie door Maatschappij voor Photographie & Zincographie, procédé mr.E.J.Asser

Het Huis te Heemstede getekend door Anton Pieck

Het Huis te Heemstede getekend door Anton Pieck

De Vredesbrug van het Oude Slot. Ets van Anton Pieck, 1918

De Vredesbrug van het Oude Slot. Ets van Anton Pieck, 1918

Het Oude Slot. Tekening door Chris Schut 1990

Het Oude Slot. Tekening door Chris Schut 1990

Het Huis te Heemstede is talrijke malen afgebeeld op schilderijen, tekeningen, gravures etc. Zelfs na de sloop zoals in 2014 in Suske en Wiske album nummer 325, getiteld 'De zwarte tulp'.

Het Huis te Heemstede is talrijke malen afgebeeld op schilderijen, tekeningen, gravures etc. Zelfs na de sloop zoals in 2014 in Suske en Wiske album nummer 326, getiteld ‘De zwarte tulp’.

Nog een afbeelding uit het 2014 verschenen album 'De zwarte tulp' uit de Suske en Wiske albums van Willy Vandersteen.

Nog een afbeelding uit het 2014 verschenen album ‘De zwarte tulp’ uit de Suske en Wiske albums van Willy Vandersteen, getekend door Luc Morjaeu

– Het Klooster                           J.S. Schaap

Door landmeter Dirk Klinkenberg in 1744 vervaardigde kaart voor geometrische parkaan leg van 't Klooster

18e eeuwse kaart met geometrische parkaanleg van ’t Klooster door Dirk van Klinkenberg

Uitsnede kaart van Dirk Klinkenberg uit 1747 ,et hoofdgebouw van 't Klooster (uit boek F.R. Hazenberg)

Uitsnede kaart van Dirk Klinkenberg uit 1747 ,et hoofdgebouw van ’t Klooster (uit boek F.R. Hazenberg)

Hofstede 't Clooster; gekleurde prenttekening uit 1794 van H.Numan

Voorzijde van hofstede ’t Clooster; gekleurde prenttekening uit 1794 van H.Numan

Achterzijde van hofstede het Klooster op een prent van Hermanus Numan uit 1794

Achterzijde van hofstede het Klooster op een prent van Hermanus Numan uit 1794

Hofstede 't Clooster op een steendruk van P.Lutgers (1837-1844)

Hofstede ’t Clooster op een steendruk van P.Lutgers (1837-1844)

Advertentie afbraak herenhuis 't Klooster uit de Nieuwe Rotterdamsche Courant van 27 juli 1854.

Advertentie afbraak herenhuis ’t Klooster uit de Nieuwe Rotterdamsche Courant van 27 juli 1854.

– Overlaan                                P.Groos [zoon van dokter Jacob Groos] – Ipenrode                                De wed. J. van de Poll [geb. Anna Catharina Valckenier]

De Herenweg met inrijhek en( gesloopte) koepel van hofstede Ipenrode, Heemstede. Pentekening door Cornelis van Noorde (1731-1795) (Noord-Hollands Archief)

De Herenweg met inrijhek en( gesloopte) koepel van hofstede Ipenrode, Heemstede. Pentekening door Cornelis van Noorde (1731-1795) (Noord-Hollands Archief)

De hofstede Ipenrode aan de Herenweg in Heemstede

De hofstede Ipenrode aan de Herenweg in Heemstede

Heemstede Huize Ipenrode, achterzijde. Zondagsblad, 19 juli 1909

Huize Ipenrode, achterzijde. Heemstede. Zondagsblad, 19 juli 1909

                            – Ipenrode

Ipenrode in Heemstede; door Chris Schut, 1990 [Uit: Gezichten in Zuid-Kennemerland. Alphen aan den Rijn, Canaletto, 1991]

Ipenrode in Heemstede; door Chris Schut, 1990 [Uit: Gezichten in Zuid-Kennemerland. Alphen aan den Rijn, Canaletto, 1991]

– Kennemeroord                       L. Bisschofsheim

Kennemeroord. P.J.Lutgers, circa 1842

Kennemeroord. P.J.Lutgers, circa 1842

– Bronstee                              D.Splitgerber

De hofstede Bronstee onder Heemstede (P.J.Lutgers, 1837-1844)

De hofstede Bronstee onder Heemstede (P.J.Lutgers, 1837-1844)

– Land en Spaarnzigt                de Erven van G.G.van der Ulft (Nulft)

Land- en Spaarnzicht aan de Binnenweg on Heemstede omstreeks 1900. Gesloopt om in 1908 plaats te maken voor een villa gebouwd in opdracht van mw. P.van den Berg-Preijde

Land- en Spaarnzicht aan de Binnenweg in Heemstede omstreeks 1900. Gesloopt om in 1908 plaats te maken voor een villa gebouwd in opdracht van mw. P.van den Berg-Preijde

– Bosch en Hoven                    G.V.Willink /W.Willink vanaf 1793  [Gelegen tussen Herenweg, Crayenestersingel, Adriaan Pauwlaan, Caspar Fagelaan, Johan de Wittlaan. Eigenaren: Gillis van de Kamp 1669-1677 (juff. Elisabeth Valck);  Hendrik van Beuningen 1677-1687; Benjamin Dutry 1695-1701: diens zoon van 1719-1723; Jacob Alewijn Ghijsen van 1723-1727Wat resteert zijn de Zocher-vijver en Oranjerie aan de Caspar Fagellaan. Het herenhuis is in 1933 toen het al enige tijd leeg stond afgebrand. De koepel die oorspronkelijk aan de Herenweg stond is in 1937 overgebracht naar Aerdenhout: Bentveldseweg/hoek Zwarteweg].

Bosch en Hoven1

Bosch en Hoven. Tekening door Cornelis Pronk (1691-1759), NHA

 

Bosch en Hoven. Pentekening door Cornelis Pronk (1691-1759), circa 1730

Bosch en Hoven. Pentekening door Cornelis Pronk (1691-1759), circa 1730

Bos4

Cornelis Pronk: de tuin van Bos en Hoven circa 1730

 

 

18e eeuwse tuinplattegrond van Bosch en Hoven in het Noord-Hollands Archief

18e eeuwse tuinplattegrond van Bosch en Hoven in het Noord-Hollands Archief De aangegeven weg met bomen als ondergrens is de Gerenweg ofwel Wagenweg. ; links naar boven lopend de Emmauslaan, boven naar rechts vervolgend de Johan van Oldenbarneveltlaan.

Bosch en Hoven, de lusthof van Jacob Alewijn Ghijsen; gravure van Hemdrik de Leth, circa 1730

Bosch en Hoven, de lusthof van Jacob Alewijn Ghijsen; gravure van Hendrik de Leth, circa 1730. Links de beelden van Androcles en de leeuw en Hercules met Hydra; rechts Hercules verslaat Cacus

 

tekening6

tekening hofstede Bosch en Hoven 

 

 

Gezicht vanuit het huis Bosch en Hoven naar het amfitheater

Gezicht vanuit het huis Bosch en Hoven naar het amfitheater

De ‘salon’, een poortachtig gebouwtje (theekoepel), op het terrein van Bosch en Hoven, gegraveerd door Hendrik de Leth in ‘Het Zegenpralent Kennemerlant’ . Ongeveer op deze plaats is in 1927/1928 de kapel Nieuw Vredenhof gebouwd (en dus niet op het grondgebied van het buiten Vredenhof, zoals in sommige publicaties ten onrechte vermeld).

Hercules1

Tekening van Bosch en Hoven met rechts de sculptuur van Hercules verslaat Cacus Androcles en de leeuw, circa 1715. Het beeld is vervaardigd door Jan Pieter van Bauscheidt (1669-1728), dateert uit begin 18e eeuw en is in 1925 aan het Rijksmuseum geschonken.

Hercules

Het beeld van Hercules (Heracles) afkomstig van het buiten Bosch en Hoven, bevindt zich sinds 1925 in de tuin van het Rijksmuseum te Amsterdam

bos2.jpg

Kopergravure entree  en koepel Bosch en Hoven aan de Herenweg Heemstede door Hendrik Spilman

 

'Gezigt aan de Heerenweg van de hofstede Bosch en Hoven van vooren' Kopergravure door Hendrik Spilman, 1763

‘Gezigt aan de Heerenweg van de hofstede Bosch en Hoven van vooren’ Kopergravure door Hendrik Spilman, 1763

De Wagenweg/Herenweg ter hoogte van de buitenplaats Bosch en Hoven met theekoepel langs de weg. Omstreeks 1790 getekend door Hendrik Schouten

De Wagenweg/Herenweg ter hoogte van de buitenplaats Bosch en Hoven met theekoepel langs de weg. Tussen 1780 en 1790 getekend door Johannes Schouten (1716-1792), vader van de kunstenaar H.P.Schouten (1747-1822).

Bosch1

Entree en koepel van Bosch en Hoven aan de Heerenweg ofwel Wagenweg in Heemstede. Gewassen inkttekening toegeschreven aan Tako Hajo Jelgersma (1702-1795) verkoopcatalogus Th. Laurentius)

 

Bosch en Hoven, in eigendom van Jb Willink. Steendruk van P.J.Lutgers

Bosch en Hoven, in eigendom van Jb Willink uit Amsterdam. Steendruk van P.J.Lutgers

Boschenhoventheekoepelzwarteweg

Theekoepel van Bosch en Hoven

 

Bos1

Het koepeltje van Bosch en Hoven dat vanuit de Herenweg in zijn geheel wordt overgebracht naar Bentveld (Katholieke Illustratie, 1921)

 

Bos2

Verhuizing koepel Bosch en Hoven door aannemer Rijnierse uit Bloemendaal (Haarlems Dagblad, 9-1-1993) 

Theekoepel van Bosch en Hoven na verhuizing naar Zwarteweg 4 in aerdenhout (foto A.J.van der Wal)

Theekoepel van Bosch en Hoven na verhuizing naar Zwarteweg 4 in Aerdenhout (foto A.J.van der Wal)

Het herenhuis van de buitenplaats Bosch in Hoven met daarvoor de vijver nog in volle glorie op een foto uit 1917

hotel

Bosch en Hoven tijdelijk als hotel in gebruik , circa 1920

Bosch

Kaart van Bosch en Hoven circa 1930. Het herenhuis temidden van een park met grote allure aangelegd door J.D.Zocher in de 19de eeuw omgewerkt van de klassieke/geometrische stijl in de romantische landshapstijl , compleet met waterpartijen. De tuinen van de villa’s aan de Caspar Fagellaan en Crayenestersingel grenzen hieraan. De laatste particuliere bewoner was omstreeks 1920 de familie Onderwater. Tot 1926 heeft het huis dienst als hotel-restaurant. Het bleef daarna onbewoond en raakte in verval. Nadat het grotendeels was afgebrabnd volgde loop.

bos1

Kaart met plattegrond van landgoed Bosch en Hoven uit 1921 (NHA)

 

Het huis van Bosch en Hoven in 1922

Koepel van Bosch en Hoven op en foto uit 1922 [verhuisde naar Aerdenhout vlakbij Bentveld]

De voormalige koeienstal van Bosch en Hoven, Jacob Catslaan 7. Zie: artikel ‘Het terrein van landgoed Bosch rn Hoven na 1921’ door Frans harm, in: HeerlijkHeden, nummer 150, najaar 2011, p. 65-70

– Leeuw en Hooft                        Walraven van Heukelom

Leeuw

Crayenest: zicht op de hofstede Leeuw en Hooft. Aquarel door Hendrik Spilman, 1763 (NHA)

 

Het muzikale gezin van David de Leeuw en Cornelia Hooft, eigenaren van Leeuw en Hooft. Geschiklderd door Abraham van den Tempel, 1671. Bezit Rijksmuseum. Zie: Stichting familiearchief De Clercq.

Het muzikale gezin van David de Leeuw en Cornelia Hooft, eigenaren van Leeuw en Hooft. Geschilderd door Abraham van den Tempel, 1671. Bezit Rijksmuseum. Links boven David Leeuw (1631/1632-1703) op een terras met zich op tuin, Leeuw en Hooft. Daaronder zijn echtgenote Cornelia Hooft en op schoot hun dochter Suzanna met een fluit. Naast haar Cornelia met een liedboek en Weyntje spelend op de clavecimbel. Rechts Pieter Leeuw spelend op een viola da gamba en Maria met een liedboek in de hand.

'De Hofstede Leeuw-en-Hooft aan het Krayenest. Gravure van Hendrik Spilman, 1762

‘De Hofstede Leeuw-en-Hooft aan het Krayenest. Op de hoek rechts de herberg Rosendael voorheen Emaus geheten. Gravure van Hendrik Spilman, 1762

Achter Leeuw en Hooft nabij 't Blauw Bruggetje. Tekening uit 1776 van Hendrik Tavenier (RKD Den Haag)

Achter Leeuw en Hooft nabij ’t Blauw Bruggetje. Tekening uit 1776 van Hendrik Tavenier (RKD Den Haag)

Litho van hofstede Leeuw en Hooft door P.J.Lutgers, circa 1842

Litho van hofstede Leeuw en Hooft door P.J.Lutgers, circa 1842

Leeuw en Hooft op een schilderij van P.J.C. Gabriel uit 1851

Leeuw en Hooft aan de Crayenestervaart in Heemstede begin 1920

Leeuw en Hooft aan de Crayenestervaart in Heemstede begin 1920

Leeuw en Hooft op een prentbriefkaart uit omstreeks 1910

Leeuw en Hooft op een prentbriefkaart uit omstreeks 1910

Gezicht op Leeuw en Hooft vanuit de Binnenweg/Bronsteeweg op een foto uit begin 1900

Gezicht op Leeuw en Hooft vanuit de Binnenweg/Bronsteeweg op een foto uit begin 1900

 Leeuw en Hooft met uitrijdende koets op een 29 mei 1908 door P.H.Zweers vanuit Heemstede verzonden kaart aan de familie Schild in Nieuwe Niedorp

Leeuw en Hooft met uitrijdende koets op een 29 mei 1908 door P.H.Zweers vanuit Heemstede verzonden kaart aan de familie Schild in Nieuwe Niedorp

De villa Leeuw en Hooft op een ansichtkaart uit circa 1930

De villa Leeuw en Hooft op een ansichtkaart uit circa 1930

– Zuiderhout                             M.A.Beels

Kopergravure van H.Spilman uit circa 1763 met links Zuiderhout en rechts Leeuwenhooft

De Gasthuislaan met links Zuiderhout, getekend door W.Horstink in 1789 (NHA)

De Gasthuislaan met links Zuiderhout, getekend door W.Horstink in 1789 (NHA)

De hofstede van Zuiderhout van jhr. M.A.Beels (P.J.Lutgers, 1ca. 1840)

De hofstede van Zuiderhout van jhr. M.A.Beels (P.J.Lutgers, ca. 1840)

Ansichtkaart van het grote huis van Zuiderhout omstreeks 1920

Ansichtkaart van het grote huis van Zuiderhout omstreeks 1920

Villa Zuiderhout, Zuiderhoutlaan Haarlem, eigenaar P.H.Kaars Sijpersteijn (uit: woninggids C.Kwak, 1930)

Villa Zuiderhout, Zuiderhoutlaan Haarlem, eigenaar P.H.Kaars Sijpersteijn (uit: woninggids C.Kwak, 1930)

– Uitenbosch                             P.van Eeghen

De moestuin van Uitenbosch, door Hendrik de Leth (1727). Op de plaats van Uit den Bosch stond oorspronkelijk de herberg ‘Bethlehem’ later ”t Vossie’ geheten. Benjamin Dutry van Haeften die van 1711 tot 1722 eigenaar was veranderde de naam in ‘Uyttenbosch’.

Buitenplaats Uit den Bosch in 1727 door Hendrik de Leth getekend. Tot 1711 was op deze plaats herberg het Vosje gevestigd.

Buitenplaats Uit den Bosch in 1727 door Hendrik de Leth getekend. Tot 1711 was op deze plaats herberg het Vosje gevestigd.

Bloemparterre bij Uitenbosch, het huis van Brouerius van Nidek; door Hendrik de Leth, 1727 (NHA)

Bloemparterre bij Uitenbosch, het huis van Brouerius van Nidek; door Hendrik de Leth, 1727 (NHA)

Plattegrond van Uit den Bosch; kopergravure door Hendrik de Leth, circa 1730

Plattegrond van Uit den Bosch; kopergravure door Hendrik de Leth, circa 1730

Gezicht op het park van Uit den Bosch. Gravure door Hendrik de Leth, ca. 1730

Gezicht op het park van Uit den Bosch. Gravure door Hendrik de Leth, ca. 1730

'Gezigt in den Hout by Uit den Bosch, 'gravure door Hendrik Spilman, 1762

‘Gezigt in den Hout by Uit den Bosch, ‘gravure door Hendrik Spilman, 1762

schouwburg4spilmanvannoorde

Uit den Bosch; door Spilman en Van Noorde, 1761-1763.

Uitenbosch in 1783 vanuit de Spanjaardslaan getekend door Hendrik Tavenier (1734-1807 (NHA)

Jan en Willem van Eeghen aan het tekenen bij Uit den Bosch. Tekening vermoedelijk van A.C.van Eeghen-Huidekoper uit omstreeks 1835.

Jan en Willem van Eeghen aan het tekenen bij Uit den Bosch. Tekening vermoedelijk van A.C.van Eeghen-Huidekoper uit omstreeks 1835.

De hofstede Uit den Bosch, toebehorend aan P.van Eeghen te Amsterdam (P.J.Lutgers, circa 1840)

De hofstede Uit den Bosch, toebehorend aan P.van Eeghen te Amsterdam (P.J.Lutgers, circa 1840)

Ingekleurde litho van 'Gezigt achter de hofstede Uit den Bosch' (P.J.Lutgers, circa 1842)

Ingekleurde litho van ‘Gezigt achter de hofstede Uit den Bosch’ (P.J.Lutgers, circa 1842)

Prentbriefkaart van koepel Ut den Bosch uit omstreeks 1910

Prentbriefkaart van koepel Uyt den Bosch uit 1904, uitgegeven dr Dr.Trenkler Co.

Het oude Uit den Bosch ten tijde van A.L.Dyserinck. In 1914 is na sloop een nieuw pand tot stand gekomen dankzij A.H.Baron van Hardenbroek van Ammerstol

Het oude Uit den Bosch ten tijde van Taack Trakanen. Op 18 mei 1860 had Abraham Lodewijk Dyserinck (1812-1886), o.a. gemeenteraadslid in Haarlem, het buitengoed Uit den Bosch gekocht voor ƒ 5.212,-.  In 1914 is na sloop een nieuw pand tot stand gekomen dankzij A.H.Baron van Hardenbroek van Ammerstol

Een familietafereel even na 1900 in de tuin van Uit den Bosch, waarbij ook de tuinman en dienstbode van de partij waren (foto N.H.Archief)

Foto van een familietafereel uit 1902 in de tuin van Uit den Bosch, waarbij ook de tuinman en dienstbode van de partij waren (foto N.H.Archief)

Uitenbosch/Uijt den Bosch aan de Spanjaardslaan, omstreeks 1920 gefotografeerd door Leonard Baruch

Uitenbosch in Haarlem, voor 1927 in Heemstede gelegen

Uitenbosch in Haarlem, voor 1927 in Heemstede gelegen

Villa van A.H.Baron Van Hardenbroek van Ammerstol, Spanjaardslaan Haarlem, in 1930 te koop aangeboden in Woninggids 1930 van Heemstede's Woningbureau Corn's L.Kwak

Villa van A.H.Baron Van Hardenbroek van Ammerstol, Spanjaardslaan Haarlem, in 1930 te koop aangeboden in Woninggids 1930 van Heemstede’s Woningbureau Corn’s L.Kwak

– Vredenhof                              J. de Jong

Vredemhof

Vredenhof omstreeks 1840 bewoond door Vas Visser, op een litho van P.J.Lutgers

Vredenhof aan de Wagenweg (1999)

Tekening Vredenhof (Noord-Hollands Archief)

Tekening Vredenhof (Noord-Hollands Archief)

Vredenhof (2006)

Vredenhof (2006)

– Eindenhout                            A.W. Baron van Brienen

Het oude Eindenhout, getekend in Oost Indische inkt door H.Schouten, circa 1780 (N.H.Archief)

Het oude Eindenhout, getekend in Oost Indische inkt door H.Schouten, circa 1780 (N.H.Archief)

Nog een tekening van het eerste Eindenhout, getekend door Hendrik Spilman omstreeks 1780 (Noord-Hollands Archief)

Nog een tekening van het eerste Eindenhout, getekend door Hendrik Spilman omstreeks 1780 (Noord-Hollands Archief)

Tekening van Eindenhout uit 1896 door F.Milatz toen de beelden voor het bouwwerk nog ontbraken en vier jaar later zijn geplaatst

Tekening van Eindenhout uit 1896 door F.Milatz toen de beelden voor het bouwwerk nog ontbraken en vier jaar later zijn geplaatst (NHA)

Prent van Eindenhout 'Maison de campagne prez de Harlem) door de Belg P.J.Goetghebuer uit circa 1810.

Prent van Eindenhout ‘Maison de campagne prez de Harlem’ door de Belg P.J.Goetghebuer uit circa 1810.

De hofstede Eindenhout, toebehorende aan de heer A.W.Baron van Brienen van de Groote Lindt, lid der Eerste kamer van de Staten Generaal (P.J.Lutgers)

De hofstede Eindenhout, toebehorende aan de heer A.W.Baron van Brienen van de Groote Lindt, lid der Eerste kamer van de Staten Generaal (P.J.Lutgers)

Eindenhout; door Chris Schut 1990

Eindenhout; door Chris Schut 1990

– Bosch en Vaart                      A.D.Willink

De hofstede Bosch en Vaart, de lustplaats van David Leeuw van Lennep. Kopergravure door Hendrik de Leth, 1730.

De hofstede Bosch en Vaart, de lustplaats van David Leeuw van Lennep. Kopergravure door Hendrik de Leth, 1730.

Aquarel van Hendrik Spilman uit 1759 met een uitzicht baar het westen vanuit de buitenplaats Bosch en Vaart

Aquarel van Hendrik Spilman uit 1759 met een uitzicht baar het westen vanuit de buitenplaats Bosch en Vaart

Bosch en Vaart 'aan de Heereweg na de stadt te zien' Tekening van Hendrik Spilman, zuidoostzijde en Wagenweg ziende naar het Noorden, circa 1760

Bosch en Vaart ‘aan de Heereweg na de stadt te zien’ Tekening van Hendrik Spilman, zuidoostzijde en Wagenweg ziende naar het Noorden, circa 1760 (N.H.Archief)

'Gezigt aan de Heerenweg by de hofstede Bosch en Vaart'. Gravure Hendrik Spilman, 1762

‘Gezigt aan de Heerenweg by de hofstede Bosch en Vaart’. Gravure Hendrik Spilman, 1762

Swertner1

Buyte Haarlem aan de Wageweg met zich op hofstede Bosch en Vaart. Johannes Swertner, 1763.

'De hofstede Bosch en Vaart aan de Heerenweg te Heemstede ' Aquarel uit 1764 van Cornelis van Noorde (1731-1795)

‘De hofstede Bosch en Vaart aan de Heerenweg te Heemstede ‘ Aquarel uit 1764 van Cornelis van Noorde (1731-1795)

Bos en Vaart aan de Wagenweg/Herenweg onder Heemstede. Tekening door Claes Janszoon Visscher, 1607 (Noord-Hollands Archief)

Bos en Vaart aan de Wagenweg/Herenweg onder Heemstede. Tekening door Claes Janszoon Visscher, 1607 (Noord-Hollands Archief)

De hofstede Bosch en Vaart door P.J.Lutgers, circa 1840

De hofstede Bosch en Vaart door P.J.Lutgers, circa 1840, in eigendom van A.D.Willink van Bennebroek

– Spruitenbosch                       idem

De hofstede Spruitenbosch, lustplaats van de heer Marcus Bavelaar. Gegraveerd door Hendrik de Leth, 1730

De hofstede Spruitenbosch, lustplaats van de heer Marcus Bavelaar. Gegraveerd door Hendrik de Leth, 1730

'Gezigt in den Haarlemmerhout na de buitenplaats genaamt Spruitenbosch' Gravure door Hendrik Spilman, 1763

‘Gezigt in den Haarlemmerhout na de buitenplaats genaamt Spruitenbosch’ Gravure door Hendrik Spilman, 1763

Tekening van Hendrik Keun uit 1767 met helemaal rechts de buitenplaats Houtlust en op de achtergrond Spruitenbosch

Tekening van Hendrik Keun uit 1767 met helemaal rechts de buitenplaats Houtlust en op de achtergrond Spruitenbosch. We zien de Oude Houtweg (tegenwoordig Koningin Wilhelminalaan) waar enkele buitenverblijven lagen.

Nog een tekening van H.Keun uit 1767 in de Haarlemmerhout, vooral op zondag geliefd als wandelgebied (NHA)

Nog een tekening van H.Keun (1738-1787)  uit 1767 in de Haarlemmerhout, vooral op zondag geliefd als wandelgebied (NHA)

Wijbrant Hendriks: den Hout, bij de Kleine Houtweg in de sneeuw, 1794 (N.H.Archief)

Wijbrant Hendriks: den Hout, bij de Kleine Houtweg in de sneeuw, 1794 (N.H.Archief)

– Westerhout                            G.Visser

Neufville.jpg

Schilderij van Nikolaes Verkolje, voorstellende Jan Isaac de Neufville (1706-1772), eigenaar van Westerhout en daar vanaf 1764 permanent woonde en in 1772 is overleden, met zijn echtgenote Anna de Neufville en hun zoontje Jan Isaac (1741-1747) en dochtertje Anna Maria de Neufville (1742-1782)

Weterhout op een getinte ets van R.Dekker uit 1907. Uit: Landhuizen in Kennemerland net bijschriften van D.Kouwenaar, 1908 (NHA)

 

Westerhout2

De hofstede Westerhout door P.J.Lutgers, circa 1842 Correctie: bovenstaande litho is van de hofstede Westerhout in Beverwijk, in de 17e eeuw eigendom van Balthazar Coymans, heer van Streefkerk en omstreeks 1842 van jonkheer  L.Boreel.

Westerhout1

Prentbriefkaart van Westerhout aan de Wagenweg. Het was een betrekkelijk kleine buitenplaats aan de Wagenweg, ten zuiden van de Meesterlottenlaan. Naast het grote huis lagen de bijgebouwen zoals koetshuis. Omstreeks 1900 werd de buitenplaats als bouwterrein verkocht. Het merendeel van de daarop gebouwde huizen was al voltooid toen het oude huis kort na 1920 werd afgebroken.

 

 

Westerhout

Westerhout op een ansichtkaart uit circa 1910

Voor uitvoerige informatie over de historie van WESTERHOUT, zie: Arne C. Jansen, Westerhout en de Wagenweg in Heemstede

http://bernard-mandeville.nl/_files/116%20Westerhout%20aan%20de%20Wagenweg.pdf

– Sparenhout                            M.J. de Neufville c.s.

Sparenhout met tuinaanleg in vogelvlucht. Tekening uit circa 1700 (NHA)

Sparenhout in classicistische stijl  met geometrische tuinaanleg in vogelvlucht. Tekening uit circa 1700 (NHA)

'Gezigt aan het zuyder buyte Spaaren na de Hofsteede Spaarenhout' tekening van Cornelis van Noorde, circa 1824 (NHA)

‘Gezigt aan het zuyder buyte Spaaren na de Hofsteede Spaarenhout’ tekening van Cornelis van Noorde, 1760 (NHA)

Ingekleurde gravure van Sparenhout door Hendrik de Leth uit circa 1830

Ingekleurde gravure van Sparenhout, lustplaats van weduwe David Mattheus  de Neufville door Hendrik de Leth uit circa 1830

Gezicht op de achterzijde van Sparenhout aan het Spaarne met links de weg naar Schalkwijk. Gravure door Hendrik de Leth, circa 1730.

Gezicht op de achterzijde van Sparenhout aan het Spaarne met links de weg naar Schalkwijk. Gravure door Hendrik de Leth, circa 1730.

Aquarel van het Spaarne en Sparenhout door Isaac de Moucheron, 1741.

Aquarel van het Spaarne en Sparenhout door Isaac de Moucheron, 1741.

De hofstede Spaar en Hout. Litho P.J.Lutgers, 1842

De hofstede Spaar en Hout. Litho P.J.Lutgers, 1842

Het Zuider Buiten Spaarne, de zogeheten 'Gouden Bocht' met de buitenplaatsen Lustenburg, Rustenburg en Sparenhout, getekend door F.A.Milatz in 1805

Het Zuider Buiten Spaarne, de zogeheten ‘Gouden Bocht’ met de buitenplaatsen Lustenburg, Rustenburg en Sparenhout met zijn koepeltje, getekend door F.A.Milatz in 1805. In de roeiboot zien er vader, moeder en dochter Wurfbain, die in de zomer de buitenplaats Zorgvrij huurden, tot zij het in 1812 kochten.

Sparenhout; door Chris Schut 1990

Sparenhout; door Chris Schut 1990

– Oosterhout                             M. Broen

'Gesigt van 't Spaarne naar Haarlem genoome van de stijger van dhr. Francois Lestevenon genaamt Oosterhout in 't jaar 1750 door J.ten Compe', aldus de tekst op de achterzijde van het schilderij, in eigendom van Museum Van Gelder, Antwerpen. Aan de linkeroever zijn koepels of gebouwen zichtbaar van de buitenplaatsen Oosterhout, Spaar en Hout, Zorgvrij, Ruhe Orth, Vliedzorg, Buitenrust en Klein Rustenburg (foto RKD, Den Haag).

‘Gesigt van ’t Spaarne naar Haarlem genoome van de stijger van dhr. Francois Lestevenon genaamt Oosterhout in ’t jaar 1750 door J.ten Compe’, aldus de tekst op de achterzijde van het schilderij, in eigendom van Museum Van Gelder, Antwerpen. Aan de linkeroever zijn koepels of gebouwen zichtbaar van de buitenplaatsen Oosterhout, Spaar en Hout, Zorgvrij, Ruhe Orth, Vliedzorg, Buitenrust en Klein Rustenburg (foto RKD, Den Haag).

 

Onderstaand: Vlietzorg en Zorgvliet aan het Zuider Buiten Spaarne. Anoniem, circa 1696-1700 (Amsterdams Historisch Museum)Scan1308

Huis Oosterhout, in 1945 getekend door G.C.Jongh Visscher

Huis Oosterhout, in 1945 getekend door G.C.Jongh Visscher

ZANDVOORT – Groot Bentveld                      C.F.Dull huisvr. Van Hebert Annex:  Adriaan Loosjes: Lijst der hofsteden en buitenverblijven in de omstreken van Haarlem en meestal voorkomende in Hollands Arkadia en op de kaart bij dezelve behorende met de namen der bewoners of eigenaars 1804 en 1805    Samenvatting Heemstede, Berkenrode, Bennebroek en het deel van Haarlem-Zuid tot 1 mei 1927 deel uitmakend van de gemeente Heemstede: – het Huis te Bennebroek:  Gerrit Nutges – Oud-Berkenrode: Cornelia Catharina Hodshon – Berkenrode: J.P.van Wickevoort Crommelin – Boekenrode: J.van Eys – Bosch en Hoven: Willem Wilmink – Bosch en Vaart:  Jan Willink – Bosbeek en Groenendaal: Adriaan Elias Hope – Bronstee: Frederik Lodewyk Braunsberg – Huis te Bijweg: Herman Gerlings – Duinlaan: Archibald Hope – Duin en Vaart; Abraham Feitama – Eindenhout: Jacob Temminck – Hartekamp: Johan Christian Meyer – ’t Slot van Heemstede: Johanna Maria Dutry douairiere De Drevon – Ipenrode: Jan van de Poll – Kennemeroord: Herman Rahusen – ’t Klooster (aan het Zuiderspaarne): Weduwe Cornelis Gerardus de Wyckerslooth van Grevenmachern – Knapenburg: Cornelis Hartsen – Leeuwenhoofd: weduwe Pieter Kops Gz. – Leyduin; Joh. Sebastiaan van Naamen – ’t Huis te Manpad: Cornelis van Lennep – Meerenberg (bij Heemstede): Jakob Abraham van Lennep – Middellaan: Adam Adriaan Bardon – Middendorp: Weduwe Abraham Vermande – Oosterhout: Marcus Broen Marcellus zoon – Spaarenhout: D.M.van Gelder de Neufville – Spruitenbosch; J. van Heukelom [Jan Willink] – Uittenbosch: Daniel Hooft  moet zijn: Jan Bronkhorst – Vredenhof: Hermanus Verwit Asschenberg – Westerhout: Jan Jakob Brants de Neufville

Westermeer: Jean Jacob de Jean Jacob Faesch

Toegang naar de hofstede Westermeer met rechts de theekoepel Tekening van Hendrik de Leth. (N.H.Archief)

Toegang naar de hofstede Westermeer met rechts de theekoepel en links van de toegangspoort het herenhuisTekening van Hendrik de Leth. (N.H.Archief)

Formele ofwel geometrische tuinaanleg van Westermeer [gelegen op de plaats van de Algemene Begraafplaats Heemstede] (N.H.Archief)

Formele ofwel geometrische tuinaanleg van Westermeer [gelegen op de plaats van de Algemene Begraafplaats Heemstede] (N.H.Archief)

Park met vijver, borstbeelden en vazen van Westermeer, getekend door Hendrik de Leth (1703-1786)

Park met vijver, borstbeelden en vazen van Westermeer, getekend door Hendrik de Leth (1703-1786) (NHA)

Gezicht op het park van Westermeer met in het midden een groot beeld (N.H.Archief)

Gezicht op het park van Westermeer met in het midden een groot beeld Faunus (N.H.Archief)

De tuin van Westermeer met een vergezicht op het Haarlemmermeer. Tekening van H.de Leth (N.H.Archief)

De tuin van Westermeer met een vergezicht op het Haarlemmermeer. Tekening van H.de Leth (N.H.Archief)

Titelprent door J.Wandelaar in: 'Westermeer. Lusthof van den heere Jacob Fruyt, bij Heemsteê, buyten Haarlem door Willem van der Hoeven, 1721 (Koninklijke Bibliotheek Den Haag)

Titelprent door Jan Wandelaar in: ‘Westermeer. Lusthof van den heere Jacob Fruyt, bij Heemsteê, buyten Haarlem’ door Willem van der Hoeven, 1721 (Koninklijke Bibliotheek Den Haag)

Wijnglas met versierd deksel. Met opschrift 't Grpeyen en Bloeyen van Westermeer en gravure van koepel. Circa 1725-1750 Rijksmuseum Amsterdam, 1796, legaat van A.J.Enschedé, Haarlem

Wijnglas met versierd deksel. Met opschrift: ‘ ’t Groeyen en Bloeyen van Westermeer’ en gravure van koepel. Circa 1725-1750 Rijksmuseum Amsterdam, 1796, legaat van A.J.Enschedé, Haarlem

– Woestduin;                   Van der Burg – Zomerlust:                   Zacharias Kemper – Zuiderhout:                  Pieter Vermeulen  

Huis te Crayenest door Cornelis Pronk (1691-1759) (Teylers Museum)

Huis te Crayenest (Leeuw en Hooft) door Cornelis Pronk (1691-1759) (Teylers Museum)

Krayenest2

Huis te Krayenest aan de Binnenweg door Cornelis Pronk ,circa 1730, Heemstede, atlas Noord-Hollands Archief

 

SELECTIE AFBEELDINGEN VAN HISTORISCHE BUITENPLAATSEN IN ZUID-KENNEMERLAND VALKENBURG

Kaart van het dorp Heemstede door Floriszoon van Berckenrode uit 1627 met de kerk en daarboven de hofstede Valckenburg

Kaart van het dorp Heemstede door Balthasar Floriszoon van Berckenrode uit 1627 met de kerk en daarboven de hofstede VALKENBURG (Noord-Hollands Archief)

18e eeuwse tekening (door Tavenier?) van het Dorpsplein/Kerkplein (sinds 1898 Wilheminaplein) met de Hervormde Kerk en links de toegangspoort naar hofstede Valkenburg

18e eeuwse tekening (door Tavenier?) van het Dorpsplein/Kerkplein (sinds 1898 Wilheminaplein) met de Hervormde Kerk en links de toegangspoort naar hofstede Valkenburg

'Heemstede, koomende van Haerlem te zien' Tekening van Hendrik Spilman uit omstreeks 1750. Links de herberg/schoutenhuis 'Het Wapen van Heemstede', dan de Hervormde Kerk, de Voorweg en rechts koetshuis/toengangspoort en theekoepel van de buitenplaats Meer en Berg.

‘Heemstede, koomende van Haerlem te zien’ Tekening van Hendrik Spilman uit omstreeks 1750. Links de herberg/schoutenhuis ‘Het Wapen van Heemstede’, dan de Hervormde Kerk, de dorpsschool,  huizen aan de Voorweg en rechts koetshuis/toegangspoort en daarachter de theekoepel van de buitenplaats Valkenburg

Kerkplein Heemstede door Paulus van Liender (1746-1797). Rechts koepel, toegangspoort en koetshuis van de hofstede Valkenburg (RKD)

Kerkplein Heemstede door Paulus van Liender (1731-1797). Rechts koepel, toegangspoort en koetshuis van de hofstede Valkenburg in Heemstede (RKD)

OVERMEER

'Aan de Glip tussen Heemstede en Bennebroek' . Links molen de nachtegaal en rechts hofstede Overmeer. Tekening van H.Tavenier uit 1782 (Noord-Hollands Archief)

‘Aan de Glip tussen Heemstede en Bennebroek’ . Links molen de nachtegaal en rechts hofstede Overmeer. Tekening van H.Tavenier uit 1782 (Noord-Hollands Archief)

DRIESPRONG

Huize Driesprong bij Groenendaal. Tekening van H.Tavenier uit 1775 (Noord-Hollands Archief)

Huize Driesprong bij Groenendaal. Tekening van H.Tavenier uit 1775 (Noord-Hollands Archief)

‘Hout Rust’ ofwel ‘Houtlust’ en ‘Groen en Hout’

De hofstede Hout Rust behoort aan jhr. mr.D.W.A.Tets van Goudriaan, voorzitter der Arrondissementsrechtbank en de hofstede Groen en Hout van de heer A.F.Insinger, wethouder der stad Amsterdam (P.J.Lutgers)

De hofstede Hout Rust behoort aan jhr. mr.D.W.A.Tets van Goudriaan, voorzitter der Arrondissementsrechtbank en de hofstede Groen en Hout van de heer A.F.Insinger, wethouder der stad Amsterdam (P.J.Lutgers)

Houtrust ofwel Houtlust moet gedurende de eerste helft van de 18de eeuw in gebruik zijn genomen, immers in 1738 is sprake van een ‘gewesene herberg’. De oudste bekende vermelding van een herberg op deze plaats dateert uit 1698: ‘het Oude Verbrande Huis’. Meermalen heeft een verbouwing of herbouw plaatsgehad. Hedentendage bevindt zich op deze plaats een in 1910 door J.B.van Loghem ontworpen herenhuis met de naam Houtrust.

Situering van o.a. Houtlust, Groenenhout en Lommerrijk (tekening door Paul Marselje, 1984)

Situering van o.a. Houtlust, Groenenhout en Lommerrijk (tekening door Paul Marselje, 1984)

Groen en Hout ofwel Groenhout was een buitenplaats in de Haarlemmerhout. Tussen de Dreef en Wagenweg en van noord naar zuid gesitueerd tussen de Meesterlottenlaan en (latere) Wilhelminalaan, tot 1927 gelegen op grondgebied van Heemstede. Groenenhout lag tussen de buitens Houtlust, meer westwaarts en Lommerrijk, meer oostwaarts. Het 17e eeuwse buiten was vrijwel doorlopend in handen van Amsterdammers. In 1844 werd het eigendom van de Amsterdamse wethouder A.F.Insinger. In de 20ste eeuw onderging het een beperkte uitbreiding. Voor het laatst in 1950 toen het is ingericht als woonruimte voor verpleegsters van het Diaconessenhuis.

De villa Groen en Hout heeft gediend als rusthuis voor gepensioneerde diaconessen

De villa Groen en Hout heeft gediend als rusthuis voor gepensioneerde diaconessen

In het boek ‘J.B.van Loghem 1881-1940’schrijft Wim de Wagt o.a.: ‘(…) H.H.van Waveren bemachtigt de bouwgrond  voor het nieuw te bouwen ‘Houtrust’ naar een ontwerp van J.B.van Loghen – pas nadat deze op een veiling gehouden op de maandag 18 juli 1910 in Hotel Roozen aan de Dreef in de Haaelemmerhout, door de weduwe W.B.F.A.Bakker-Backer is opgekocht, samen met het daarnaast gelegen perceel van de buitenplaats Groen en Hout. Vervolgens koopt Van Waveren van haar het perceel Houtlust, inclusief het koetshuis van Groen en Hout dat zich aan de Meesterlottelaan bevindt achterin de toekomstige tuin van Houtrust. Koopprijs: 20.000 gulden. Overigens overkwam het zeventiende-eeuwse herenhuis van Groen en Hout niet hetzelfde lot als het oude huis van Houtlust: het bleef gespaard en is tegenwoordig nog altijd te vinden aan de Wilhelminalaan, ofschoon in verbouwde staat (…)’. Buitenzorg

Gewassen pentekening van de tuinzijde van buitenplaats Buitenzorg aan het Zuider Spaarne, na 1810 gesloopt (NHA)

Gewassen pentekening van de tuinzijde van buitenplaats Buitenzorg aan het Zuider Spaarne, na 1810 gesloopt (NHA)

Lommerrijk

Hofstede Lommerrijk, P.J.Lutgers, circa 1842

Hofstede Lommerrijk, P.J.Lutgers, circa 1842

Meervliet

De hofstede Meervliet ten zuiden van Velsen. Aangelegd door mr. Lucas Trip, burgemeester van Amsterdam en omstreeks 1840 in eigendom van mr.W.F.Mogge Muilman die het huis vergrootte. (P.J.Lutgers)

De hofstede Meervliet ten zuiden van Velsen. Aangelegd door mr. Lucas Trip, burgemeester van Amsterdam en omstreeks 1840 in eigendom van mr.W.F.Mogge Muilman die het huis vergrootte. (P.J.Lutgers)

Duinlust

De hofstede Duinlust, in 1840 in eigendom van Jacobus Enschedé, gelegen in de gemeente Velsen (P.J.Lutgers)

De hofstede Duinlust, in 1840 in eigendom van Jacobus Enschedé, gelegen in de gemeente Velsen (P.J.Lutgers)

Lindenheuvel

Buitenverblijf van D.Borski te Bloemendaal, genaamd Lindenheuvel (P.J.Lutgers)

Buitenverblijf van D.Borski te Bloemendaal, genaamd Lindenheuvel (P.J.Lutgers)

Belvedere en Bijduin

De hofstede Belvedere en Bijduin in Overveen, behorend aan A.Pluijm te Amsterdam (P.J.Lutgers)

De hofstede Belvedere en Bijduin in Overveen, behorend aan A.Pluijm te Amsterdam (P.J.Lutgers)

De Beek

Hofstede de Beek van de heer F.Taunay, gewijzigd door J.D.Zocher en in versvorm bezongen door de dichter J.Messchert van Vollenhoven

Hofstede de Beek van de heer F.Taunay, gewijzigd door J.D.Zocher en in versvorm bezongen door J.Messchert van Vollenhoven in ‘Gedichten’, pagina 68.

  Duin en Daal

De hofstede Duin en Daal in Bloemendaal, aangelegd door J.D.Zocher nabij de destijds druk bezochte herberg Zomerzorg. In eigendom van mr.B.C.de Lange, lid van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland (P.J.Lutgers)

De hofstede Duin en Daal in Bloemendaal, aangelegd door J.D.Zocher nabij de destijds druk bezochte herberg Zomerzorg. In eigendom van mr.B.C.de Lange, lid van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland (P.J.Lutgers)

Gezicht van Duin en Daal richting Haarlem met aan de einder de Oude Sint Bavo (P.J.Lutgers, 1837-1840)

Gezicht van Duin en Daal richting Haarlem met aan de einder de Oude Sint Bavo (P.J.Lutgers, 1837-1840)

MIDDELHOUT

De Kleine Houtweg in 1656 geschilderd door Claes Molenaar. Rechts de toegang tot Middelhout, in 1702 bij Sparenhout getrokken.

De Kleine Houtweg in 1656 geschilderd door Claes Molenaar. Rechts de toegang tot Middelhout, in 1702 bij Sparenhout getrokken.

HOUT EN BAAN

'Gezigt aan de Dreef van den Hout', tekening van Hendrik Spilman met links 'Welgelegen', dat moest wijken voor het tegenwoordige provinciehuis Paviljoen Welgelegen (Noord-Hollands Archief)

‘Gezigt aan de Dreef van den Hout’, tekening van Hendrik Spilman (die hiervan ook een gravure maakte) met links de buitenplaats ‘Hout en Baan’ die moest wijken voor het tegenwoordige provinciehuis Paviljoen Welgelegen (Noord-Hollands Archief)

SPAARNOOG

De buitenplaats Spaarnoog aan het Zuider Buiten Spaarne bij de Kamperlaan, begin 19e eeuw eigenaar van predikant Hermanus manger. Tekening van H.P.Schouten uit 1808 (Noord-Hollands Archief)

De buitenplaats Spaarnoog aan het Zuider Buiten Spaarne bij de Kamperlaan, begin 19e eeuw in eigendom van de afgebeelde predikant Hermanus Manger. Tekening van H.P.Schouten uit 1808 (Noord-Hollands Achief)

BUITENRUST

De hofstede Buitenrust aan het Zuider Buiten Spaarne (P.J.Lutgers, 1842)

De hofstede Buitenrust aan het Zuider Buiten Spaarne (P.J.Lutgers, 1842)

HOUTLUST EN SPRUITENBOSCH

Tekening van H.Keun uit 1767 met een gezicht op de haarlemmerhout, de Oude Houtweg, tegenwoordig Koningin Wilhelminalaan. Rechts de hofstede Houtlust en aan het eind van de weg: Spruitenbosch (NHA)

Tekening van Hendrik Keun uit 1767 met een gezicht op de Haarlemmerhout, de Oude Houtweg, tegenwoordig Koningin Wilhelminalaan. Rechts de hofstede Houtlust en aan het eind van de weg: Spruitenbosch (NHA)

WESTERDUIN

Westerduin, detail op grote kaart van Berkenrode door J.Leupenius uit omstreeks 1683 (Noord-Hollands Archief)

Westerduin, detail op grote kaart van Berkenrode door J.Leupenius uit omstreeks 1683 (Noord-Hollands Archief)

Weterduin. Een lezende heer op een tekening van Simon Fokke uit 1762 (Stadsarchief Haarlem)

Weterduin. Een lezende heer op een tekening van Simon Fokke uit 1762 (Stadsarchief Haarlem)

LANDRUST

Het kleine buitenverblijf 'Lanrust' aan de Kleverlaan in Bloemendaal. Schilderij van Melis Lameer (1848-1901) uit 1859. Het huis was het laatst in eigendom van bloembollenhandelaar C.H.Kramer en is begin 1954 gesloopt.

Het kleine buitenverblijf ‘Landrust’ aan de Korte Kleverlaan in Bloemendaal. Schilderij uit 1859 van Johannes Lameer (1811-1878). Het huis was het laatst in eigendom van bloembollenhandelaar C.H.Kramer en is begin 1954 gesloopt.

BUITENPLAATSEN AAN HET SPAARNE

Het Zuider buiten Spaarne in noordelijke richting op een tekening van Laurens van der Vinne uit 1676 met achtereenvolgens de volgende buitenverblijven: 1) Bellevue, 2) Sparenrust-Zuid, 3) Sparenrust-Noord, 4) 't Is Genoeg, 5) Lustrust, 6) Spaarnzicht-Zuid, 7) Spaarnzicht-Noord, 8) Vlietvliet, 9) Zorgvliet, 10) Buitenzorg, 11) Spaarnelust, 12) Buitenrust, 13) Garenrust, 14) Rustenburg.

Het Zuider buiten Spaarne in noordelijke richting op een tekening van Laurens van der Vinne uit 1676 met achtereenvolgens de volgende buitenverblijven: 1) Bellevue, 2) Sparenrust-Zuid, 3) Sparenrust-Noord, 4) ’t Is Genoeg, 5) Lustrust, 6) Spaarnzicht-Zuid, 7) Spaarnzicht-Noord, 8) Vlietzorg, 9) Zorgvliet, 10) Buitenzorg, 11) Spaarnelust, 12) Buitenrust, 13) Garenrust, 14) Rustenburg.

Vlietzorg

Vlietzorg aan het Spaarne door A.L.Koster (1859-1937)

Vlietzorg aan het Spaarne door A.L.Koster (1859-1937)

Vlietzorg en Zorgvliet

Anoniem schilderij van de hofstedes Vlietzorg en Zorgvliet aan het Zuider Buiten Spaarne uit circa 1700 (Amsterdams Historisch Museum)

Anoniem schilderij van de hofstedes Vlietzorg en Zorgvliet aan het Zuider Buiten Spaarne uit circa 1700 (Amsterdams Historisch Museum)

Lustenburg, Rustenburg en Zorgvrij

Tekening uit circa 1805 van F.A.Milatz met Spaarneprofiel. Helemaal rechts is ten dele Lusenburg zichtbaar, dan de uitstekende koepelkamer Rustenburg en daarnaast het buiten Zorgvrij, later - in 1821 - door Johannes Samuel Wurfbain aangekocht, die met zijn familie vooraan in een roeiboot is afgebeeld (N.H.A.)

Tekening uit circa 1805 van F.A.Milatz met Spaarneprofiel. Helemaal rechts is ten dele Lusenburg zichtbaar, dan de uitstekende koepelkamer Rustenburg en daarcahter het buiten Zorgvrij, later – in 1821 – door Johannes Samuel Wurfbain aangekocht, die met zijn familie vooraan in een roeiboot is afgebeeld (N.H.A.)

MUURZICHT

Bericht over sloop van huize 'Muurzicht' uit het Haarlems Dagblad van 26 september 1938

Bericht over sloop van huize ‘Muurzicht’ uit het Haarlems Dagblad van 26 september 1938

WEG- EN LANDZICHT  

Foto van 'Weg- en Landzicht' vanuit de Koediefslaan omstreeks 1980.

Foto van ‘Weg- en Landzicht’ vanuit de Koediefslaan omstreeks 1980.

‘Weg- en Landzicht’ ligt tegen Welgelegen aan, op de hoek van de Herenweg en Koediefslaan. Het zijn twee aparte percelen, compleet gescheiden, zoals ook aan het pleisterwerk aan de buitenkant duidelijk is te zien. De historie gaat terug naar 1698 toen de uit Leidschendam afkomstige timmerman Huibert van Meurs op erfpachtgrond van het Elisabeths of Grote gasthuis te Haarlem zijn huis bouwde. Over de latere eigenaren schreef J.W.G.van Doorn onder de titel ‘Welgelegen en Weg- en Landzicht’ een artikel in Heerlijkheden, nummer 127, 2006, p. 18-20.

DE WILDVANCK (Heemstede?)

Gravure van 'de Wilvanck' Heemstede (?) (get. S.F.Cust, 1835)

Gravure van ‘de Wildvanck’ Heemstede (?) (get. S.F.Gust, 1835)

 

zegenpralent

Titelgravure van Het Zegepralent Kennemerlant; door Hendrik dce Leth uit 1730 met in de cartouches de kastelen Cronenburg, Out Haerlem, oosterwijk, Velsen, Brederode, Albrechtsberg, Kleef en Berkenrode

Berk

Afzonderlijk kasteel Berkenrode, uit Het Zegenpralent Kennemerland, Hendrik de Leth, 1730

Kaart van de Haarlemmerhout, door Daniel Engelman, 1794 gegraveerd door Jan van Schagen met ligging van o.a. Zuiderhout, Westerhout, Oosterhout en Spaar en Hout

LIGGING VAN OUDBUITENPLAATSEN IN BLOEMENDAAL

Bloemendaal1

Historische landgoederen in Bloemendaal, Ons Bloemendaal. 33e jaargang, nummer 2, zomer 2009

Bloemendaal2

Legenda van landgoederen (buitenplaatsen en villaparken) in Bloemendaal

B;loemendaal3

Sitering van historische buitenplaatsen in Bloemendaal overeenkomstig de kaart van Daniel Engelman uit 1794

land

Overzicht van landgoederen in de gemeente Bloemendaal. Uit Haarlems Dagblad van 18 oktober 2016. Gespecifieerd, in Bloemendaal 3, Overveen 7, Aerdenhout 4, Vogelenzang 4  en Bennebroek 1, namelijk Reyigersbosch.

 

Buitens in de Bollenstreek, uitgegeven in 2012 bevat beschrijvingen van buiten in Heemstede: Huis te Heemstede, Meer en Berg, Huis te Berkenrode. Tevens Huis te Bennebroek en buitens in Hillegon, Lisse, Sassenheim, Voorhout, Noordwijkerhout, Warmond, Oegstgeest en Leiden

DE ZOCHERS

zocher

Artikel over Zocher uit NRC Handelsblad 7 juli 1984.

Leeuw