De Karthuizer-monniken DIRK EN JAN VAN HEEMSTEDE in Leuven

Deze bijdrage handelt over twee broers uit Heemstede uit de late middeleeuwen die zich in Leuven verdienstelijk gemaakt hebben. In de kronieken Dirk en Jan van Heemstede, naar hun geboorteplaats genoemd en aldus bekend gebleven (1). In de archivalische bronnen wordt Dirk vermeld als de zoon van Symon Claesz. (in het latijn: Simonis Nicolay) te Heemstede. Ten minste twee maal komt de naam van Symon Claesz. in de archieven voor als wijkmeester (raadslid), eerst onder Dirrick Jan en later Jacob Dirriczoon. In “Enqueste ende Informatie…. Hollant ende Vrieslant” (1494) staat: “Symon Claesz, oudt 40 jaer of daeromtrent: Buyrluyde van Heemstede.” Voorts in “Enqueste…” (1514): “Symon Claeszoon, oudt 62 jaar. Buyrluyde in 1514.” Om aan te duiden hoe groot (eigenlijk klein) de banne Heemstede in die tijd was: in 1494 worden 65 en in 1514 omtrent 82 woningen aangegeven (inclusief 7 leegstaande panden). In 1522, het jaar dat zoon Jan in de Chartreuse van Leuven zijn priesterwijding ontving, is Symon Claesz. overleden. O.a. omdat in de bekende “Acta Sanctorum” gesproken wordt van een monnik van Eymstede (Heemstede) – die zeer vroom van leven was en stipt de kloosterregelen volbracht – is deze in sommige publicaties (bijv. door Binnewiertz, blz. 28) in verband gebracht met het cisterciënzerklooster “Porta Coeli” (Hemelspoort) te Heemstede. Ten onrechte, immers zeker onder de priors en subpriors van het Bernadietenklooster aan het Spaarne zijn geen Heemstedenaren te vinden. Laatstgenoemd klooster, gesticht door de priesters Jan Claesz. uit Haarlem en Hugo van Assendelft werd in 1458 gebouwd. De gebroeders Dirk en Jan moeten de abdijkerk met z’n typisch achthoekige toren met peervormige spits in hun jeugd goed gekend hebben en wellicht ligt hierin de inspiratie voor hun latere intreding. Karthuizers De orde der Karthuizers is in 1084 gesticht door Bruno van Keulen in het gebergte bij Grenoble. Na het overlijden van deze heilige hielden zijn gezellen vast aan een levenswijze van contemplatie via gebed en geestelijke oefeningen. Het hoogtepunt van de orde werd in de 11e eeuw tot de eerste helft der 16e eeuw bereikt. In de Nederlanden hebben een twintigtal Karthuizerkloosters gebloeid, onder meer in Raamsdonk, Ceertruidenberg, Monnikenhuizen bij Arnhem, Amsterdam en Roermond (maar niet in Haarlem). Thans beschikt de orde nog slechts over 19 kloosters, géén in België noch in Nederland. Naoorlogse pogingen der Karthuizers van Nederlandse stam die over een eigen communiciteit in Calci bij Pisa beschikken in ons land terug te keren hebben gefaald. De wetenschap stond bij de Karthuizers in hoge ere. Boeken beschouwden zij als een blijvende spijs van hun zielen. De Karthuizers hebben zich ijverig toegelegd op het kopiëren en verluchten van boeken. Zowel Dirk als Jan van Heemstede hebben zich in de Leuvense Chartreuse hiermee beziggehouden. Een in 1976 door dr. Albert Gruys uitgegeven bibliografie bevat niet minder dan 8.000 titels van publicaties door Karthuizer-monniken, terwijl moeilijk toegankelijke kloosterboekerijen nog massa’s ongepubliceerde geschriften bevatten. In België hebben oudtijds zo’n 15 Chartreuses gebloeid, die van Leuven werd in 1491 gesticht en in 1783 op last van keizer Joseph II opgeheven. Verschillende Hollanders die naar de toenmaals enige universiteit der Nederlanden in Leuven trokken kozen voor het Karthuizer-klooster aldaar. Ten tijde van Dirk en Jan Simonis van Heemstede o.a. ook Floris Floriszoon van Haarlem, Frans Oosterlinck uit Haarlem en Gerrit van Bennebroek (in 1513 ingetreden). Voorganger van Dirk van Heemstede als prior was Franciscus Taleman uit Edam om zijn geweldige gestalte “Goliath” bijgenaamd, geprezen als “homo litteratus et industrius“. Opvolger van Dirk werd in 1542 Florentius van Haarlem, begaafd met een natuurlijke welsprekendheid, die een spiritueel boekje schreef “Den Wech des leven”, dat zowel in de Nederlandse als Latijnse taal verscheen. De stad Leuven gold in die tijd als een bij “uitstek onderwijs- en cultureel centrum van de Nederlandse gewesten. Omstreeks 1520 stonden niet minder dan 3.000 studenten aan een van de Colleges der Universiteit ingeschreven.

Dirk van Heemstede (2)

Dirk van Heemstede (circa 1485-1542) wordt in de neolatijnse literatuur aangeduid als Theodoricus Heemstedius. Geboren in Heemstede liet hij zich in 1504 inschrijven in de universiteitsstad Leuven (3) om rechten te studeren. Eerst volgde hij – destijds verplicht – de leergang (ongeveer 2,5 jaar) in de faculteit van de Vrije Kunsten. Als student kwam hij echter in contact met de orde van Sint Bruno en stopte met zijn studies om op twintigjarige leeftijd in te treden onder het prioraat van Jan van Delft. In het volgende jaar (21 februari 1506) legde hij zijn kloostergeloften af, in tegenwoordigheid van zijn ouders die uit Heemstede waren overgekomen De eerste Heilige Mis celebreerde hij op 2 juli van dat jaar. De kroniek van het klooster prijst Dirk als een goed copiist en een ijverig en kunstvaardig illuminator van boeken. Volgens A. Siret (4) was hij een behendig schilder van historische thema’s. Gedurende dertig jaar is Dirk van Heemstede vicaris ofwel plaatsvervangend overste van zijn abdij geweest en tegelijkertijd kweet hij zich op een voorbeeldige wijze van de moeilijke taak van novicenmeester. Dirk beschikte volgens dezelfde kloosterkroniek over een bijzondere gave om zijn jongere medebroeders in de vrede van het kloosterleven te bevestigen en was om die reden ook uitermate geschikt om novicen (nieuwelingen) op te leiden en in te wijden. Zowel zijn huisgenoten als bezoekers droegen hem een bijzondere achting toe om zijn gedienstigheid, vroomheid en vredelievendheid. Op 55-jarige leeftijd werd hij begin 1540 na de dood van Franciscus Taleman (21-12-1539) om zijn goede kwaliteiten, met name in de sfeer der intermenselijke verhoudingen, gekozen als vierde prior van het klooster. Deze functie vervulde hij met kundigheid tot zijn plotseling overlijden op 3 april 1542. Tijdens zijn officie als prior werden twee personen als monnik geprofest, te weten Pierre van der Heyden, afkomstig uit Leuven, en Jean Eschius uit Keulen. Op het kerkhof van het klooster werd Dirk van Heemstede door zijn medebroeders begraven, als prior opgevolgd door zijn streekgenoot Florentius van Haarlem (5).

Jan van Heemstede en Erasmus

Rechtsonder: beeld van Erasmus aan de voorgevel van het stadhuis in Leuven

Rechtsonder: beeld van Erasmus aan de voorgevel van het stadhuis in Leuven

Ook Jan verliet Heemstede richting Leuven, naar mag worden aangenomen in het spoor van zijn oudere broer Dirk, om in 1510 te gaan studeren aan het Pedagogisch College van Standonck. In tegenstelling tot zijn broer voltooide Jan wél zijn studies. Tijdens het vicariaat van Dirk van Heemstede en prioraat van Jan van Delft trad magister Johannes Simonis op 10 juni 1520 als novice in de Karthuizer-abdij van Leuven in om tot zijn dood het habijt van Sint Bruno te dragen. In 1521 werd hij als monnik geprofest en het jaar daarop als priester gewijd, in het jaar dat zijn vader, Symon Claesz., in Heemstede overleed. Volgens de kloosterkroniek muntte pater Johannes, evenals zijn broer, uit in het versieren van boeken. In 1529 volgde zijn benoeming tot procurator, als opvolger van Henricus Rodolphi uit ‘s-Hertogenbosch. De procurator was de onmiddelijke overste der broeders, aan wie de tijdelijke zorgen der kloosterlingen waren toevertrouwd. Johannes van Heemstede was niet enkel kunstzinnig, maar gold tevens als een geleerd man, die in briefwisseling stond met bekende theologen en humanisten uit zijn tijd. Niet ontkend kan worden dat Jan van Heemstede zijn bekendheid te danken heeft aan de man met wie hij in briefwisseling stond: Desiderius Erasmus (1469-1536), met betrekking tot wie Jan en Annie Romein in hun magistrale boek “Erflaters van onze beschaving” schreven dat “de beroemdste geleerden hun roem pas volmaakt achtten als zij een brief van de alom gevierde humanist konden tonen, er onder zijn Nederlandse relaties en correspondenten enkel tweede- en derderangs figuren aan te wijzen”. Overigens heeft Jan van Heemstede, in tegenstelling tot o.a. zijn medebroeder Florentius van Haarlem, geen publicaties op zijn naam staan. Samuel Ampzing in zijn “Beschrijvinge ende lof der stad Haerlem” (1628) schrijft over hem onder het hoofdstuk: “Celeerden der stad Haerlem”:

“Hoe kan ik dijnen naem ab Heemste hier ook sparen?

Hoe kan ik dijnen naem ab Heemste laten varen?

Al vind men schoon van dij geen schriften in het licht,

Erasmus geeft dan noch van dij hier goed bericht”.

Uit: S.Ampzing over Johannes van Heemstede

Uit het boek van  Samuel Ampzing uit 1628 over Johannes van Heemstede

In de door de Engelse wetenschapper P.A. Allen (6) uitgegeven correspondentie van en aan Erasmus zijn drie brieven aan Jan van Heemstede f (nrs. 1646, 1900 en 2771 uit respectievelijk 1525 (Bazel), 1527 (Bazel) en 1533 (Freiburg) opgenomen, evenals één brief (nr. 2353), gedateerd 14 juli 1530 van loannes Heemstedius, zoals te doen gebruikelijk geschreven in neo-latijn. Ook in aan Erasmus gerichte brieven van Gerardus Morinck (nr. 1994) en Martinus Lipsius (nr. 1837) wordt Jan van Heemstede aangehaald. Erasmus van Rotterdam, die verschillende keren in Leuven verbleef, ontmoette Johannes van Heemstede meermaals als jonge monnik in 1520-1521. Aan het slot van zijn bewaarde brief uit 1530 noemt Jan van Heemstede Erasmus “mijn hoogvereerde leermeester”. Zijn groot respect voor de Karthuizers blijkt uit Erasmus’schrijven over Martinus Dorpius (7) , begraven op het Karthuizer-kerkhof in Leuven. Aan Maarten van Dorp wijdde Erasmus in zijn brief aan Jan van Heemstede een zeventien regelig grafschrift in dichtvorm. Dorpius, hoogleraar in Leuven, wierp zich in zijn leven op als tolk van de scholastische theologen die Erasmus van ketterij beschuldigden. Erasmus reageerde echter zo voortreffelijk, dat Dorpius zijn dwaling inzag en zijn eigen ongelijk erkende. Eén brief handelt over de dood van Erasmus’ vriend, de Bazelse drukker Johannes Froben. Een derde over de editie van prior en bisschop Haymo’s (gestorven in 1853) commentaren op de psalmen. In de aanhef noemt Erasmus de Leuvense karthuizer Jan van Heemstede “een man van opmerkelijke vroomheid”. De enig overgebleven brief van de hand van Jan van Heemstede, deel uitmakend van de Breslau-manuscripten, gaat over Eustochius van Zichem (overleden in 1538), Dominicaner-pater en een van de leidende theologen in Leuven, die controversiële werken tegen zowel Luther als de “neutrale” Erasmus schreef. Deze brief geeft verder vriendschappelijke informatie over het leven in Leuven. Van het intussen alweer 230 jaar geleden opgeheven Karthuizer-klooster in Leuven zijn tot op de dag van vandaag enkele cellen overeind gebleven. Op het nabijgelegen kerkhof zijn, met zovele andere Noord-Nederlanders, de stoffelijke resten der gebroeders Dirk en Jan van Heemstede aan de eeuwigheid toevertrouwd.

Bouwplan van de katholieke Universiteit Leuven om de voormalige kartuizerij van Leuven (1491-1783) op de historische restanten van de site te herbouwen.

Bouwplan van de katholieke Universiteit Leuven om de voormalige karthuizerij van Leuven (1491-1783) op de historische restanten van de site te herbouwen.

Noten

(1) Beslist onjuist is de mededeling van enkele auteurs zoals L. de Vasseur (“Patria Harlemensis”) en in ons land Corn. de Koning, A.J. van der Aa en H.H.B. Binnewiertz dat Dirk en Jan van Heemstede in Haarlem geboren zouden zijn.

(2) Zijn naamgeving leidde tot een merkwaardig misverstand. In deel 5 van het Nieuw Nederlandsen Biografisch Woordenboek verscheen zijn levensbeschrijving van de hand van archivaris Fruytier, onder de naam Simonis (Theodoricus) d’Eemstede; in deel 7 van dezelfde uitgave nogmaals, thans door de bekende Karthuizer-deskundige H.J.J, Scholtens, nu onder de naam Heemstede (Diederik van).

(3) A. Schillings, Nederlandse studenten aan de Leuvense universiteit 1486-1527. In: Jaarboek centraal bureau voor genealogie, 1953, blz. 192.

(4) A. Siret, Dictionnaire historique des peintres. 1866, blz. 913. Ook in de werken over Nederlandse kunstenaars van Edward van Even en Chr. Kramm worden beide gebroeders als “meester in de kunsten” genoemd. Hun namen ontbreken daarentegen in het standaardwerk van Paolo D’Ancona en Erhard Aeschlimann, Dictionnaire des miniaturistes. Milan, 1949. Tot op heden is geen studie verricht naar de miniatuurkunst van beide copiïsten en verluchters van boeken.

(5) Over deze schreef Ampzing (1628): “Ook moet ik Diderick in mijn gedicht verhalen: So kan ik Floris me alhier niet achterlaten: Karthuisers in de kap / uw schriften ende pen Doen dat ik uwer hier ook me gedachtig ben”.

(6) P.S. Allen, Opus epistolarum des Erasmi Roterdami. Oxford, 1906-1958. Met dank aan mevrouw J.M. Meijer, hoofd Erasmuscollectie, Cemeentebibliotheek Rotterdam.

(7) De veronderstelling van H.H.B. Binnewiertz (blz. 14) dat Martinus Dorpius een zoon was van de Heemstedenaar Pieter van Dorp, schrijver van historische manuscripten en verdienstelijk lid van het Haarlemse Kerstmisgilde, blijkt onjuist.

Geraadpleegde literatuur

– Binnewiertz, H.H.B. Heemstede. Rotterdam, J.A. van Belle, 1854.

– Diverse levensbeschrijvingen in het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek.

– Kroniek van het Karthuizerklooster te Leuven (handschrift nr. 4054 Koninklijke Bibliotheek Brussel).

– Le Vasseur, dom Léon. Ephemerides Ordinis Cartusiensis. Monstrolii, 1890-1895, 2 delen.

– Monasticon Beige. Tome IV, Province de Brabant. Cinquième volume. Liège, 1971.

– Nederlands Familie Blad 16, 1903, blz. 372 (Schouten van Heemstede).

– Reusens, E. Chronique de la Chartreuse de Louvain depuis sa fondation. In: Analectes pour servire a l’histoire ecclésiastique de la Belque, XIV (1877) en XVI (1897).

– Scholtens, H.J.J. Een boek over Karthuizers. Roermond, 1923.

Hans Krol

Bijlage: brief van Erasmus van Rotterdam, 8 november 1525 vanuit Bazel geschreven aan Johannes van Heemstede

Brief van Ersamus aan Johannes van Heemstede betreffende een grafschrift voor Martinus Dorpius (Maarten van Dorp), circa 1485 geboren en eind mei 1525 in Leuven overleden. Een Nederlandse humanist en theoloog die hoogleraar en rector magnificus aan de Universiteit van Leuven is geweest.

Brief van Erasmus aan Johannes van Heemstede betreffende een grafschrift voor Martinus Dorpius (Maarten van Dorp), circa 1485 geboren en eind mei 1525 in Leuven overleden. Een Nederlandse humanist en theoloog die hoogleraar en rector magnificus aan de Universiteit van Leuven is geweest.

Vervolg grafschrift van Erasmus voor Martinus Dorpius in een schrijven van 8 november 1525 aan karthuizer monnik Johannes van Heemstede in Leuven geschreven.

Vervolg grafschrift van Erasmus voor Martinus Dorpius in een schrijven van 8 november 1525 aan karthuizer monnik Johannes van Heemstede in Leuven geschreven. Uit: La correspondence d’Erasme. Bruxelles, University Press, 1977, volume VI, pp. 281-282.