Tags

,

Het verhaal van verzetsman  ADRIANUS A. VAN AMERONGEN (1902-2001) en de groep EH/3 rond Broeder Jozef Klingen

Graf van A.A.van Amerongen op de Algemene Begraafplaats in Heemstede

Op grond van door het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie verstrekte informatie staat in diverse publicaties ten onrechte vermeld dat A.A. van Amerongen in Duitse gevangenschap is overleden.  Dat is waarschijnlijk de reden dat hij tot 1990 zelf nimmer door een journalist of historicus is gehoord. Na ernstige teleurstelling over de gang van zaken direct na de bevrijding heeft de heer Van Amerongen nimmer de publiciteit gezocht en zich na de bevrijding gewijd aan het werk en zijn gezin. In 1941 door het ‘Kriegsgericht’ tot levenslang veroordeeld is hij in 1945 in Duitse gevangenschap door de Amerikanen bevrijd, 2 juni van dat jaar in Heemstede teruggekeerd en uiteindelijk 99 jaar geworden. Hier volgt zijn levensverhaal zoals aan mij in april 1990 verteld.

Zijn ouders waren afkomstig uit de Oude Wetering en begonnen in Heemstede een slagerij aan de Binnenweg, op de plaats waar zich thans het Kristalhuys bevindt. Geboren op 15 juli 1902 is de familie uiteindelijk met 11 kinderen – in 1910 verhuisd naar de Raadhuisstraat, in het pand waar nu café ’t Okshoofd is gevestigd. De jonge Adriaan volgde de katholieke lagere school van mijnheer Pronk aan de Herenweg. De straten waren in die tijd bij slecht weer nog modderwegen. Hij heeft de oude dorpspomp nog meegemaakt en later de stoomtram die voorbij het ouderlijk huis denderde. Het “Vereenigingshuis” op de Herenweg nam vroeger een centrale plaats in in het katholieke sociale leven van Heemstede. In 1934 is door zijn jongere broer Theo de zaak gestart voor radio en fotografie, die na enkele verhuizingen, alweer vele jaren te vinden is op het adres Raadhuisstraat 26. Zijn vrouw Anny Broens vond hij in Tilburg en 12 januari 1937 zijn zij getrouwd en heeft het echtpaar zich gevestigd op het adres Zomerlaan 25

Broens

Bericht van ondertrouw uit de Nieuwe Tilburgsche Courant van 12-12-1936; op 1januari 1937 vond het huwelijk  plaats en uit deze echtverbintenis zijn 5 kinderen geboren.

Na de electrotechnische school in Haarlem te hebben doorlopen is A.A. van Amerongen, samen met de plaatselijke radiohandelaar H.A.C.Horn op 28 juni 1929  begonnen met wat voluit heette: de N.V. Heemsteedsche Radio Centrale en Technisch Bureau, in een huis ingericht, Havenstraat nummer 8.

Advertentie uit ‘Ons Blad’ van de Hervormde Gemeente, 18 mei 1940

Aandeel n.v. Heemsteedsche Radio Centrale

Aandeel n.v. Heemsteedsche Radio Centrale

Hij hield zich voornamelijk bezig met de distributie van radiomuziek en telde tot 1940 ruim 1.000 aansluitingen. Intussen was hij in Tilburg getrouwd met mej. A.M.J.Broens.

A.A.van Amerongen, circa 35 jaar (foto A. van Beurden, hoffotograaf Tilburg)

Rond Kerstmis 1940 is door de Duitse bezetters verordonneerd dat de distributie van radio naar de PTT overging en Van Amerongen is daarmee, zij het met enige tegenzin, ambtenaar geworden. Via de Radiocentrale kwam Van Amerongen in kontakt met Henk Schoenmaker, een electromonteur die in de Soendastraat woonde en om zijn belangstelling voor radiozenders en -ontvangers de meest nauwe medewerker werd van broeder Joseph Klingen (2). Laatstgenoemde was onderwijzer aan de lagere school en ULO en woonde in het thans afgebroken Broederhuis Jean Baptiste de la Salle aan de Herenweg. Zijn grote passie was het knutselen aan oude radio’s, ontvangst- en zendapparatuur en om die reden regelmatig bij Van Amerongen te vinden die hem hielp met onderdelen en broeder Jozef ook geld gaf. Zelf nam Van Amerongen feitelijk niet direct deel in de verzetsgroep rond broeder Jozef die plannen ontwikkelde inlichtingen uit Zuid-Kennemerland over te seinen naar de Nederlandse regering in Engeland en later ook is genoemd naar de codenaam van de zender ECH/3.

Verzetsgroep ECH/3

Broeder Jozef Albertus (Jan Klingen) Deze fotokaart werd als een in memoriam onder bekenden verspreid

Facsimile van de brief die Broeder Jozef Klingen op 24 januari 1942 enkele uren voor zijn terechtstelling aan zijn familie schreef.

Facsimile van de brief die Broeder Jozef Jan Klingen op 24 januari 1942 enkele uren voor zijn terechtstelling aan zijn familie schreef.

Verschillende van de informanten die broeder Joseph [Johannes Klingen] aantrok heeft Van Amerongen nooit gekend. Als zodanig was hij hooguit een man op de achtergrond die de groep, dat wil zeggen broeder Jozef, technisch en financieel ondersteunde. Uit naoorlogse geschriften is bekend geworden dat de spionagegroep direct of indirect uit meer dan 20  personen (technici en informanten) zou hebben bestaan: broeder Jozef = Johannes Klingen (Heemstede), Henk Schoenmaker (Heemstede), Cees L.J.van Lent (Heemstede), Hans (Johannes) Bierhuijs (Haarlem/Heemstede), Charles A. Boom (Haarlem), Bernhard Zegger (Amsterdam), prof. ir. R.L.A. Schoemaker (Delft), Adrianus A. van Amerongen (Heemstede), Henk Schoenmaker (Heemstede), Wim Zietse (Badhoevedorp), Jan E. Tillema (Vogelenzang), Egbertus  Spreeuw (Hillegom), Luc  Schoonderbeek (Hillegom), A.P. (Ton) Preijde (Heemstede), Anton van Aggelen (Haarlem), Henk  Klaver (Heemstede), Jan Oom (Heemstede), Alex O.L.Strijkers (Utrecht), Gerrit C.Schuijlenburg (Soest), Simon M.A.Pijnenburg (Amsterdam), Charles Boom (Amsterdam), Jacob Lopes de Leao (Amsterdam/Heemstede) en Aus J. Greidanus (Amsterdam).

Opsporingsbevelen van Embertus Spreeuw en Lucas Schoonderbeek uit Hillegom, die zijn verschenen in het Buitengewoon Politieblad van 31 mei 1941. Schoonderbeek kwam eind januari 1945 om in Monowitz-Gör;itz, bezweken bij deportatie naar Auschwitz (Uit: Frans Out: Hillegom '40-'45', 1987).

Opsporingsbevelen van Embertus Spreeuw en Lucas Schoonderbeek uit Hillegom, die zijn verschenen in het Buitengewoon Politieblad van 31 mei 1941. Schoonderbeek kwam eind januari 1945 om in Monowitz-Gör;itz, bezweken bij deportatie naar Auschwitz (Uit: Frans Out: Hillegom ’40-’45’, 1987).

Tenminste acht personen uit deze verzetsgroep hebben de oorlog niet overleefd; Johannes Klingen, Henk Schoenmaker en Hans Bierhuys zijn in 1941 op de Waalsdorpervlakte gefusilleerd. Bernardus Zegger bezweek één week voor de Bevrijding. Voorts overleed Heemstedenaar Henk Klaver in 1946 in Davos mede aan de gevolgen van zijn gevangenschap. Jan Oom  overleed op 6 april 1944 in vernietigingskamp Bergen-Belsen en G.J.Schuijlenburg (voormalig politieagent in Amsterdam) kwam op 7 augstus 1942 om in Dachau. Cees van Lent overleed op 13 juni 1942 in de gevangenis van Lüttringhausen, waar ook Van Amerongen gevangen zat. Laatstgenoemde had broeder Jozef nadrukkelijk verzocht nimmer zijn naam te zullen noemen.

Voorzijde van bidprentje ter nagedachtenis van C.L.J. van Lent

Collaborateur Antonius van der Waals

De collaborateur Antonius van der Waals (1912-1950) is in 1934 lid van de NSB geworden en trad van mei 1941 tot februari 1945 op als V(ertrouwens)man van de Duitse Sicherheitspolizei. In die judasrol zaaide hij dood en verderf binnen de Nederlandse illegaliteit. Door technisch goed onderlegd te zijn en zich voor te doen als de vanuit Engeland gedropte geheime agent Anton de Wilde wist hij het volledige vertrouwen te wekken van broeder Jozef, welke laatste alle namen van zijn medewerkers in goed vertrouwen aan Van der Waals heeft doorgegeven. Nog voordat één bericht naar Engeland is geseind is op maandag 26 mei 1941 het Broederhuis omsingeld door een tiental auto’s en 25 tot 30 Gestapo’s onder leiding van de chef der Sicherheitspolizei te ’s Gravenhage, Kriminalrat en SS- Sturmbannführer Joseph Schreieder. Op een boekenplank in de huisbibliotheek van het Broederhuis aan de Herenweg is de miniatuurzender gevonden en toen broeder Jozef uit de nabijgelegen ULO thuiskwam is hij gearresteerd en niet meer teruggekeerd.

Drie weken eerder waren marconist Henk Schoenmaker en zijn vriend Willem Zietse, een vroegere marine officier, door een list van.Van der Waals op weg naar Engeland om de geheime code over te brengen in de val gelokt en in hun auto door de ‘Grüne Polizei’ vastgenomen. J.E. Tillema, oud-gemeentesecretaris van Bennebroek, werd veroordeeld tot twaalf jaar tuchthuis en overleed op 23 april 1944 tijdens een bombardement in Düsseldorf. De Haarlemse student Bierhuys, die overigens een Duitser in de Spaarnestad heeft doodgeschoten, is in 1941 in Scheveningen gefusilleerd. Professor Schoemaker die de geheime code had ontwikkeld vond de dood in 1942 in het kamp Sachsenhausen. Heemstedenaar Cees van Lent werd veroordeeld tot tien jaar tuchthuis en overleed op 23-jarige leeftijd in de gevangenis van Remscheid-Lüttringhausen. De Heemstedenaren Henk Schoenmaker en broeder Joseph Klingen die als leiders van de groep beschouwd werden kregen de doodstraf wegens spionage. Een verzoek om gratie ingediend bij Christiaansen in Den Haag, gesteund door meer dan 3.500 handtekeningen van Heemsteedse ingezetenen, mocht niet baten. Ze zijn op 24 januari 1942 te Scheveningen terechtgesteld. Klingen werd 28, Schoenmaker 27 jaar. De Duitse legeraalmoezenier die het droeve bericht nog dezelfde dag in het Broederhuis overbracht verklaarde dat de gevangenisdirecteur verbaasd had gestaan over de kalme, fiere houding, die de twee ter dood veroordeelden in het aangezicht van de dood bewaarden. In de afscheidsbrief aan zijn familie schreef broeder Joseph iedereen te bedanken die iets voor zijn gratieverzoek had gedaan en alle bekenden in Heemstede te groeten “en zeg hun dat ik als een kerel de dood in ga”. Van der Waals Ontving een premie van 5.000 gulden en is later begiftigd met een hoge Duitse onderscheiding.

Het vroegere Broederhuis aan de Herenweg

Opsporing Van Amerongen

Drie dagen na de arrestatie van broeder Joseph, op 29 mei 1941, arriveerde een auto met vier personen in de Zomerlaan en belde men bij Van Amerongen aan. Daarbij de Duitse agenten van de Sicherheitspolizei Flemich en Otto Haubrock, een Hollandse rechercheur en Van der Waals. Men kwam hem verhoren en arresteren. Van Amerongen vroeg of hij boven nog even afscheid mocht nemen van zijn kinderen, hetgeen werd toegestaan. Boven gekomen is hij via het balkon en de goot naar beneden gegleden en in de zandbak terecht gekomen. Daarna zette hij het op een hollen. Hij zag kans Luc Schoonderbeek in Hillegom telefonisch te waarschuwen die net op tijd kon ontvluchten. Dezelfde dag is wèl E. Spreeuw gearresteerd. Deze is op het politiebureau in Hillegom gevangen gezet, maar kon nog dezelfde dag ontsnappen, omdat de dienstdoende agent zijn celdeur opzettelijk niet had afgesloten (“De vogel is gevlogen” zei men toen in Hillegom). Toen was gebleken dat Van Amerongen zijn belagers had verschalkt verlieten de ongenode gasten woedend de woning, maar zij zouden het er niet bij laten zitten. Een opsporingsactie werd op touw gezet, uitgezonden via de radio, gepubliceerd in kranten en in het ‘Buitengewoon Politieblad’ van 31 mei 1941. Voorts zijn affiches met opsporingsbevelen naar alle Nederlandse politiebureaus verzonden onder de kop “500 gulden belooning” (3). Van Amerongen: “In Heemstede werd dit opsporingsbiljet met foto herhaaldelijk door illegale werkers van het aanplakbord verwijderd. Zulks begon de hoofdinspecteur gruwelijk te vervelen en daarom werd op zijn last tegenover het politie-bureau bij de heer F.L. Vosse in diens voorkamer, Raadhuisstraat 22, de agent De Greef met diens politiehond op wacht gezet, om te trachten de daders hiervan te arresteren”.

De letterlijke tekst van het opsporingsbevel luidde:

“Namens den Officier van Justitie te ’s Gravenhage verzoekt de Burgemeester van Hillegom opsporing, aanhouding en voorgeleiding van: 1. Embertus Spreeuw (….), 2. Lukas Schoonderbeek (….), 3. Adrianus Antonius van Amerongen. Geb. te Heemstede 15 juli 1902, directeur der N.V. Heemsteedsche Radiocentrale, wonende aldaar, Zomerlaan 25. Signalement: lang ong. 1,77 m, eenigszins gezet postuur, donker uiterlijk, donker achterovergekamd haar, kijkt stroef, mist een stukje uit rechteroorlel; gekleed met blauwe winterjas, grijs kostuum en lage zwarte schoenen; draagt bril met donker montuur en verbandje om linkermiddenvinger, blootshoofds. Hij is in het bezit van een donkerbruine aktentasch, inhoudende eenig ondergoed, en heeft ong. ƒ 8 à  ƒ 10 bij zich. Genoemde personen worden verdacht van diefstal van auto’s en motorrijwielen en van valsheid in geschrifte”.

Ondertekend door jhr. O. van Nispen, burgemeester van Hillegom (ter voorkoming van misverstanden: welke persoon als burgemeester in oorlogstijd in Hillegom zich als een goed Nederlander heeft gedragen). Van Amerongen: “In Heemstede deed de politiechef actief mee aan mijn opsporing, nochtans zonder resultaat. Ook de heer Eggers, alhier een bekend staand en zeer gevaarlijk N.S.N.A.P. lid – één van de drie landverraders, die onmiddellijk na de Bevrijding in Vught, is doodgeschoten – probeerde achter mijn verblijfsplaats te komen” (4).

ddd_010905239_mpeg21_p002_image

Een oproep met beloning van de burgemeester van Hillegom verscheen in het Leidsch Dagblad van 4 juni 1941, evenals in diverse andere regionale kranten, zelfs in Noord-Brabant.

Hillegom1

Ook voor verzetsman Hillegommer Lukas Schoonderbeek, geboren in 1897, verscheen een opsporingsbericht. Hij dook onder maar is later door verraad van Anton van der Waals alsnog opgepakt en via gevangenis  Scheveningen, kamp Amersfoort, vervolgens kamp Vught, in 1944 naar Dachau overgebracht. Pas op 10 augustus 1950 kon het informatiebureau van het Nederlands Rode Kruis aan de familie berichten dat hij tussen 22 en 31 januari 1945 in Silezië is overleden tijdens de evacuatie van Monowitz naar Görlitz. Een stoffelijk overschot is niet gevonden.

Hillegom3

Het Electro Technisch Bueau van Lucas Schoonderbeek, Hoofdstraat 122, Hillegom, dat is voortgezet door zijn zoon.

Arrestatie

Van Amerongen: “Na ruim drie maanden in het Kleverpark in Haarlem te zijn ondergedoken, werd ik verraden door de NSB’er Mantz (5), wonende Brouwersgracht 92. Ik werd gearresteerd door vier Haarlemse rechercheurs en afgeleverd aan het politiebureau in de Smedestraat. Opgevangen door twee politieagenten die mij alles afnamen en verder behandelden als een crimineel door mij zonder eten op te sluiten in een politiecel. In de nachtdienst permanent bewaakt door twee agenten. De volgende ochtend werd ik begeleid naar het waslokaal en klaar gemaakt voor transport door wederom twee politieagenten. Ik vroeg aan een dienstdoende functionaris: ‘Ben ik hier in een Duits kantoor terechtgekomen?’. Deze ambtenaar maakte zich over deze vraag zeer kwaad en vroeg mij wat minder brutaal te willen zijn. Mijn antwoord was: ‘Ik hoop jullie na de oorlog nog eens tegen te komen’. Nu werd ik afgeleverd aan twee agenten van de rijkspolitie die mij in een celwagen als een crimineel naar het Weteringplantsoen in Amstrerdam brachten. Nadat de portier de grote poorten had geopend en mij bij de directeur had afgeleverd bracht die mij naar de Duitse afdeling. Alzo werd aan mijn arrestatie door niet minder dan 16 Nederlanders hun medewerking verleend. Deze ergernis ben ik nimmer te boven gekomen”.

Intussen had Van der Waals zich ingewerkt in de ID-verzetsgroep van Jan Kwak. Eén van diens medewerkers was P.J. van der Smit, welke op 27 juni 1941 door Haubrock is gearresteerd en naar de cellenbarakken te Scheveningen overgebracht. F. Visser in diens uitvoerige boek over Antonius van der Waals schrijft op pagina 59: “Celgenoten van Van der Smit waren leden van de groep Broeder Joseph, w.o. Zietse, Spreeuw en A. van Amerongen; deze laatste kon Van der Smit vrij nauwkeurig vertellen wat het aandeel van Van der Waals in de arrestaties was geweest, waarna Piet van der Smit een briefje naar zijn vrouw wist te smokkelen met de mededeling ‘Van der Waals is de verrader” in de hoop dat de verrader kon worden geliquideerd. Van der Smit werd ter dood veroordeeld, kreeg gratie en zat tot zijn bevrijding in een Duits tuchthuis”.

Doodstraf geëist en vonnis: “Levenslang”.

Door het Kriegsgericht in Utrecht is Van Amerongen veroordeeld. Voor zijn verdediging kreeg hij van de Duitsers advocaat jhr. Schorer uit de Domstad aangewezen (6). De rechtspleging had plaats in de Duitse taal en ontging hem grotendeels. Zelf mocht hij niets zeggen. De Duitse aanklager achtte Van Amerongen schuldig aan “Feindseligkeit” en eiste daarom de doodstraf. De uitspraak van de Duitse rechter was milder, namelijk levenslang. Dat vonnis vond plaats uitgerekend op de dag dat zijn broer Theo in het huwelijk trad (waarop men grapte: “beiden hebben levenslang gekregen”….).

Duitse aanklacht tegen E.Spreeuw en A.A.van Amerongen de dato 12 november 1941

Afschrift van Duitse aanklacht tegen E.Spreeuw en A.A.van Amerongen de dato 12 november 1941

Vervolg Duitse aanklacht tegen E.Spreeuw en A.A.van Amerongen. Utrecht, 12-11-1941.

Vervolg Duitse aanklacht tegen E.Spreeuw en A.A.van Amerongen. Utrecht, 12-11-1941.

Van Amerongen is op verschillende plaatsen in Nederland en vervolgens Duitsland geïnterneerd geweest, maar het grootste deel van de oorlogstijd in het huis van bewaring te Lüttringhausen, sedert 1929 gemeente Remscheid. Daar kwam hij ook zijn plaatsgenoten Ton Preijde en Cees van Lent tegen, van wie laatstgenoemde op 13 juni 1942 in de gevangenis aan de gevolgen van een longontsteking is overleden.

De vm. gevangenis van Lüttringhausen

De vm. gevangenis van Lüttringhausen

Gedenkplaquette met een ‘excuus’ tekst, aangebracht bij de gevangenis van Lüttringhausen (gemeente Remscheid) waar A.A.van Amerongen vier jaar gevangen zat en Kees van Lent in 1942 overleed aan een longontsteking (foto’s Ad van Amerongen)

Ad

                                    (Uit: Nederland en Oranje, van 21 mei 1945)

Ad1

 

(Trouw, 23 mei 1945; vermelding van bevrijde en gerepatrieerde politieke gevangenen uit o.a. Luttringshausen, tevens vermeld in de Waarheid van 25 mei 1945)

A.P.Preijde

A.P. Preijde (geb. 22-9-1918), uit het geslacht van bloembollenkwekers, had een baan bij Philips en nam toen hij het ouderlijk huis verliet in Heemstede materiaal voor broeder Joseph mee. Via zijn Eindhovense werkgever kon hij gemakkelijk aan lampen voor zenders komen. Hij maakte de seintoestellen, samen met Van Aggelen (welke laatste kort na de oorlog bij een vliegtuigongeval is omgekomen). Omdat zijn aandeel voor het Kriegsgericht zoveel mogelijk is geminimaliseerd kwam Ton Preijde er vanaf met ‘slechts’ drie jaar tuchthuis. Uiteindelijk heeft hij bijna even lang vastgezeten als degenen die ‘levenslang’ waren gevonnist. De heer Preijde woont thans in Hilversum en is drager van het verzetsherdenkingskruis. Na drie maanden in Essenhausen in een steengroeve te hebben gewerkt is de heer Van Amerongen door de Amerikanen bevrijd, naar Maastricht gebracht en op 2 juni 1945 in Heemstede teruggekeerd.

Na de Bevrijding.

In Heemstede is het verzet voor zover mogelijk na 1943 gecoördineerd in de Raad van Illegaliteit, bestaande uit 11 mannen en 1 vrouw, te weten: C. Kuiper, mr. B. Stomps, J. Paternostre, M. Minnema, C. Scharpf, A. Berendsen, H.C. Canton, M. Mauve, H. Mos, H. v.d. Briel, A. Verspoor en mevrouw E. Schreuder-Zegwaard. In 1943 toen hoofdinspecteur van politie A.J. Berendsen door de Duitsers onvoldoende loyaal werd geacht is hij in Heemstede ontslagen en vervangen door een NSB’er P.Kramer als korpschef. De heer Berendsen was vervolgens plaatselijke commandant van de Bewakingstroepen en werkte nauw samen met de commandant van het Strijdend Gedeelte van de Binnenlandse Strijdkrachten, de heer J. Paternostre. Bij de bevrijding zijn door de Binnenlandse Strijdkrachten en Politie Heemstede arrestatieteams samengesteld die niet minder dan 900 personen in deze gemeente (NSB’ers en collaborateurs) voor enige tijd hebben aangehouden en verhoord: Teruggekeerd in Heemstede vertelde Van Amerongen o.a. aan A. Verspoor over de actieve bemoeiingen van de toenmalige politieleiding om hem tijdens zijn onderduik-periode op te sporen, welke daarover zeer verbaasd was en hem aanraadde een brief met concrete gegevens te sturen naar de Zuiverings-commissie van de Politie te Heemstede. Omdat dit schrijven zonder enig gevolg bleef stuurde hij voorts op 31 december 1945 een request naar de minister van justitie. Door de Procureur-Generaal dr. mr. J.A. van Thiel uit Amsterdam is toen een onderzoek gelast, hetgeen nauwgezet plaatsvond door rijkspolitie A. van Neuren. Vervolgens is de zaak ter verdere behandeling doorgegeven aan de in Heemstede woonachtige procureur-fiscaal bij het Amsterdams Bijzonder Gerechtshof mr. N.J. Sikkel. Die belastte op zijn beurt de inspecteur van politie C.J. Schön uit Hilversum met een nieuw onderzoek, wat volgens Van Amerongen ertoe leidde dat diens aanklacht zodanig werd verdraaid dat het strafbaar element verdween. Verbitterd stuurde Van Amerongen op 6 februari 1946 opnieuw een brief aan de minister van justitie en een afschrift aan dr. Van Thiel om zich over de gang van zaken te beklagen. Dat was de laatste actie die hij heeft ondernomen. Een reactie werd nimmer ontvangen. De rode draad van Van Amerongens persoonlijke ervaringen in oorlogstijd is dat Nederlandse politiemensen gevaarlijker waren dan NSB’ers (7). Eerstgenoemde categorie was gerechtigd invallen en huiszoekingen te doen, kon arrestaties verrichten en beschikte over wapens. Hij heeft zijn mening hieromtrent bevestigd gevonden in het standaardwerk over de Tweede Wereldoorlog van dr. L de Jong. Bij dit alles dient aangetekend te worden dat de Nederlandse politie als wellicht geen andere organisatie in ons land zo zwaar onder Duitse druk is gezet. Eén van de verdachten in de zogeheten Velser-affaire mr. J.P. Engels schreef op 30 juni 1951 in een kort exposé een afsluitende apologie, waaruit naar voren komt dat een oordeel niet te gauw geveld mag worden: “Voeg daarbij dat bij een haarfijn uitkammen van iemands verleden vooral in de bezettingstijd van letterlijk iedereen wel fouten kunnen worden gevonden, voeg daarbij tevens dat zeker iedere politieman zich in bezettingstijd heeft moeten aanpassen aan totaal gewijzigde omstandigheden en heeft moeten wennen aan obstructie tegen overheidsmaatregelen in stede van daaraan mede te werken, en het zal duidelijk zijn, dat ook ikzelf geenszins van mening ben, dat mijn politiewerk en mijn illegale activiteit volkomen foutloos zijn verlopen” (8).

Verzetsherdenkingskruis

Op vrijdag 11 februari 1983 aan vier plaatsgenoten en op 2 december 1983 zijn door de burgemeester van Heemstede, jhr. mr. O.R van den Bosch, in een geheel bezette Burgerzaal van het Raadhuis 13 verzetherdenkingskruisen uitgereikt (vijf posthuum), o.a. aan wijlen Herman van der Linde en echtgenote mevrouw J.M. van der Linde-van Vugt, welke familie zich zeer verdienstelijk heeft gemaakt voor (joodse) onderduikers. Toen was mij overigens al opgevallen dat ingezetenen als J. Kruiderink, M. van Ravenstein en A.A. van Amerongen ontbraken. In het in boekvorm uitgegeven register van dragers van het verzetsherdenkingskruis kwam ik echter tot mijn verbazing de volgende vermelding tegen: ‘Amerongen, Adriaan A. van 15-07-1902’. Hem hiernaar gevraagd luidt het droge commentaar: “Op een dag toen mijn vrouw en ik thuis kwamen vonden we een enveloppe met inhoud op onze deurmat”. Achteraf blijkt dat de aanvraag door een ander is gedaan en er iets mis is gegaan bij het voorafgaand verzoek van gewenste uitreiking. Dat schoonheidsfoutje was hij alweer haast vergeten, maar het feit dat Nederlanders de oorzaak zijn geweest dat hij 3,5 jaar in nazigevangenschap heeft doorgebracht had hem óók na bijna een halve eeuw rationeel én emotioneel niet losgelaten.

amerongen

Burgemeester N.H.van den Broek-Laman Trip presenteert op 22 november 1995 het eerste exemplaar van ‘Heemstede 1940-1045’ aan de heer A.A.van Amerongen

Toen in 1995 het door Marcel Bulte en Hans Krol geschreven boek ‘Heemstede 1940-1945; een gemeente in bezettingstijd’ uitkwam bij uitgeverij de Vrieseborch in Haarlem is door de heer Frans Harm, voorzitter van de Vereniging Oud Heemstede- Bennebroek, in het raadhuis van Heemstede het eerste exemplaar aangeboden aan de heer A. van Amerongen.

Advertentie uit Eerste Heemsteedsche Courant van 30-11-1928

Advertentie uit Eerste Heemsteedsche Courant van 30-11-1928

Advertentie van de N.V.Heemsteedsche-Radiocentrale uit 1931

Advertentie van de N.V.Heemsteedsche-Radiocentrale uit 1931

In 1998 publiceerde de heer V.C.Klep een brochure ‘Geschiedenis van de n.v. Heemsteedsche Radio Centrale en deel van de radiodistributie in Nederland’. De samensteller geeft in het voorwoord twee redenen aan deze historie voor het nageslacht vast te leggen. Door het initiatief van de heer A.A.van Amerongen liep Heemstede in 1929 voorop met de toepassing van het betrekkelijk nieuwe medium de radio en verwant daarmee de radiodistributie. De N.V. Heemsteedsche Radio Centrale heeft bovendien een pioniersfunctie vervuld om de radio-omroep binnen het bereik van een groot publiek in Heemstede te brengen. De versterkers waren opgesteld in het pand Havenstraat 8 en de ontvangers + antennes in het ontvangst-gebouwtje op de bollenvelden bij Hageveld dat tot 1938 dienst heeft gedaan, waarna via het telefoonnet rechtstreekse verbindingen tussen de studio’s in Hilversum en radiocentrales in Nederland tot stand kwamen. Begin 1940 waren meer dan 1.000 aansluitingen gerealiseerd. Opgericht in 1929 staakte na de Tweede Wereldoorlog de draadomroep-activiteiten in het Telefoondistrict Haarlem, waaronder toen ook de voormalige Heemsteedse Radiocentrale ressorteerde.

Op zaterdag 27 oktober 2001 overleed na een kort ziekbed op 99-jarige leeftijd, Ad van Amerongen, als laatste verzetsman uit de groep rond Broeder Joseph Klingen. Hij was ook het oudste lid, tevens erelid, van de Bond van Oud-Illegale Werkers B.O.I.W, Haarlem. Hij rust nu op de Algemene Begraafplaats in Heemsteedse grond, waar hij bijna een eeuw eerder het levenslicht zag.

Noten:

(1) Zie o.a.: F. Visser. De zaak Antonius van der Waals, blz. 496-497 en F. Out. Hillegom ’40-’45, blz. 106.

(2) Het is zeer betreurenswaardig dat dr. L. de Jong in zijn onvolprezen standaardwerk: ‘Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog’, in deel 5, blz. 840-841, de Delftse hoogleraar ir. R. Schoemaker en de Heemsteedse marconist H. Schoenmaker met elkaar heeft verward, hetgeen overigens in meer publicaties is gebeurd.

(3) L. Schoonderbeek heeft zijn ondergrondse activiteiten voortgezet en is in 1942 alsnog met hulp van A. van der Waals gearresteerd en waarschijnlijk eind januari 1945 bezweken bij evacuatie uit Auschwitz. E. Spreeuw is door iemand aangegeven en op 4 oktober 1941 opnieuw in hechtenis genomen. Hij overleefde de oorlog en was in 1948 één van de getuigen tegen aartsverrader Van der Waals. F. Out meldt nog dat de SP/SS in november 1941 van de gemeente Hillegom de vijfhonderd gulden terugvorderde die was uitgeloofd. Enige tijd geleden is een origineel exemplaar van het opsporingsaffiche (Spreeuw, Schoonderbeek, Van Amerongen) opgespoord in het gemeentearchief van Leeuwarden en een kopie hiervan bevindt zich thans in de local-history-collection van de Heemsteedse Bibliotheek [verhuisd naar ‘Heemstede-collectie’ in het Noord-Hollands Archief, Haarlem, locatie Kleine Houtweg].

(4) Naast dr. E.H. van Rappard was de Heemstedenaar oud-majoor C.J.A. Kruyt die vlakbij het Broederhuis van de la Salie aan de herenweg woonde) leider van de Nationaal-Socialistische Nederlandsche Arbeiderspartij (N.S.N.A.P.). Deze partij is later op last van de Duitsers opgegaan in de grotere NSB. Informatie over deze fascistische partij is o.a. te vinden in de boeken van dr. L. de Jong en in het vierdelige werk: ‘Onderdrukking en Verzet; Nederland in bezettingstijd’.

(5) Frank Visser schrijft: “(….) Druijf kwam daarop met de mededeling, dat Mantz inmiddels als echte verrader was opgetreden: hij had de heer Van Amerongen, een medewerker van de door Van der Waals opgerolde groep van Broeder Joseph, aan de SD verraden voor vijfhonderd gulden”. Hij gaf veel geld uit aan drank en vrouwen  en maakte zich schuldig aan afpersing en oplichting. Vanwege het feit dat Mantz gelden uit inlichtingen van de illegaliteit niet aan de SD afdroeg, maar ten eigen bate aanwendde is hij later door de SD gearresteerd en op 26 oktober 1942 gefusilleerd. (Hoofdstuk XII, blz. 134 vv.).

(6) Na de oorlog stuurde deze advocaat een declaratie voor verleende diensten, welke rekening door de familie Van Amerongen per kerende post is geretourneerd.

(7) De rol van de politie in oorlogstijd verschilde van gemeente tot gemeente. In Hillegom behoorden de agenten geheel tot de ondergrondse en ook Hoofddorp had een goede naam. Daarentegen waren in Haarlem beruchte rechercheurs werkzaam als Smit, Faber, Bruinsma, Willemsen en Fake Krist, welke laatste door het verzet is doodgeschoten. Dat lot overkwam ook de Heemsteedse politie en SS-man J. van Duijn, toen deze op 6 oktober 1943 in de Haarlemmermeer op weg was naar een boerderij waar joodse kinderen verborgen waren. De collega’s van Van Duijn namen de benen. Nog dezelfde dag verschenen tussen de 300 en 400 man, Duitse militairen, Sicherheitspolizei uit Amsterdam en Nederlandse politie, die uiteindelijk 34 onderduikers, onder wie 30 joden, hebben gevonden, welke met uitzondering van dochter Agie Bogaard niet meer terug zijn gezien. Van Heemstede was bekenddat naast uitermate goede agenten (zie o.a. het boek van de joodse schrijfster Leesha Rose) helaas ook notoir onbetrouwbare personen op het politiebureau aan de Raadhuisstraat werkzaam waren. Zie o.a. het boek van C. van Stam coördinator in de jaren 1940-1945 van het verzet in de Haarlemmermeer- uit 1986: ‘Wacht binnen de dijken; verzet in en om de Haarlemmermeer’, blz. 164. Laatstgenoemde prijst expliciet de Heemsteedse verzetsmensen J. Paternostre en M. Minnema en noemt ook de plaatselijke LO-leider M. Vaumont, die zoals bekend na een overval op het politiebureau om gevangen onderduikers te bevrijden op de vlucht door een “goede” Heemsteedse politieagent is doodgeschoten. Eén dag voor de Bevrijding van Heemstede toen de Duitsers via de Raadhuisstraat richting Haarlem afmarcheerden is nog een “foute” agent (die óók goed werk zou hebben gedaan door bij voorgenomen razzia’s de mensen te waarschuwen) doodgeschoten door een Duitse soldaat die zich bedreigd voelde. Ook in de Velser affaire komt Heemstede enige malen ter sprake. Ton Kors in zijn boek over Hannie Schaft (1976) beschrijft de zaak van een joodse vrouw die in Amsterdam werd beroofd en vervolgens vermoord. “Het lijk, in stukken gehakt, verdween in het Haarlemse Spaarne. In februari 1945 werd de ambtenaar J. Hogenkamp van de Crisis Controle Dienst in Velsen doodgeschoten en in een sloot gegooid. Eén van de drie daders, De Kruyf, werd in eenzelfde spel, zoals gespeeld werd met de Van der Haas-groep, opgepakt en overgebracht naar een Heemsteeds politiebureau. Daar zou hij bevrijd worden door de Velsense illegaliteit, maar toen de man later in zijn cel zijn “bevrijders” tegemoet liep kreeg hij een kogel door zijn hoofd” (blz. 145).

(8) Papieren Engels, doos 436 1, Exposé inzake de Velser-Affaire, d.d. 30 juni 1951, p.2. Overgenomen in het onderzoekrapport Menten.

                                                  Bibliografie

Voor achtergrondinformatie over de verzetsgroep rond broeder Jozef is gebruik gemaakt van de volgende publikaties:

Achterzijde bidprentje

– ECH/3. In: Katholieke Illustratie, 3 juni 1948, nummer 12.

– F. Visser. De zaak Antonius van der Waals. Den Haag, Forum Boekerij, 1974.

– J. Rep. Englandspiel; spionagetragedie in bezet Nederland 1942-1944. Bussum, Van Holkema en Warendorf.

– Heemstede ten voeten uit 1945-1995; door J.L.P.M.Krol en E. van der Zwaag. Gemeente Heemstede, 1995.

– Heemsteedse verzetslieden door verraad de dood in. In: Heemsteedse Koerier, 20 januari 1982.

– Broeder Willibrordus Gehling. De geschiedenis van het Broederhuis aan de Herenweg. 1987.

– V.C.Klep (samenst.) Uitreksel dagrapporten gemeentepolitie Heemstede 1939-1945. Tweede herziene uitgave. 1996. Bijlage E. Ontvluchting, arrestatie en gevangenschap van verzetsman A.A. van Amerongen, blz. 165-170.

– F. Out, m.m.v. M. Bultink. Hillegom ’40-’45. Hillegom, Stevens, 1987 (Hoofdstuk 15, Spionage en verraad).

– W. Helversteijn. Het Engelandspiel en het drama van Broeder Josef in Heemstede. In: Haarlems Dagblad, 19 januari 1979.

– Joseph Schreieder. ‘Broeder Josef’. In: Ons Vrije Nederland, 29 oktober 1949.

Voor verdere informatie wordt verwezen naar: Uittreksel dagrapporten gemeentepolitie Heemstede 1939-1945; samengesteld door V.C.Klep. Tweede herziene uitgave juni 1996. Bijlage D: Verzetsgroep Broeder Joseph door verraad opgerold, blz. 159-164 en Bijlage E: Ontvluchting, arrestatie en gevangenschap van verzetsman A.A.van Amerongen, blz. 165-171 [Bevat schets van A.A.van Amerongen uit maart 1996 waarin hij zijn vluchtroute heeft getekend].

Hans Krol

Bericht in Haarlems Dagblad van 5 mei 1990

Bijlage: in maart 1966 tekende heer A.A. van Amerongen zijn vluchtroute op verzoek van de heer V.C.Klep en gaf daarbij de volgende uitleg: drie dagen na de inval in het Broederhuis kwam de Sicherheitsdienst naar het huis van Van Amerongen aan de Zomerlaan 25. Hij was thuis en liet hen binnen: de Duitsers Otto Haubrock en Flehmig alsmede de Nederlandse verrader Anton van der Waals. De Duitsers verhoourden en Van der Waals trad als tolk op. Het werd hem snel duidelijk dat hij moest weg zien te komen. Van Amerongen stelde daarom voor mee naar Den Haag te gaan waar ook Broeder Joseph was. Hij vroeg toestemming om boven wat spullen te pakken voor de reis. De Duitsers stonden dat toe. Bovengekomen ging hij de kinderkamer aan de achterzijde van zijn huis binnen en sloot de deur af. Via het balkon en de goot van de keuken naar de kant van de garage.

Langs de schutting ging hij naar beneden en zette het via de achtertuin op een lopen naar de Groenendaalkade. Langs de kade liep hij vervolgens langs het vaartkantje tot het bruggetje bij H.J.van Honschoten, Zandvaartpad 1 (ook wel het Vaartkantje genoemd), dat was achter de voormalige Wasserij ”t Raedhuys’ aan de Raadhuisstraat 11. Daar ging hij de vaart over en liep terug naar de sloot welke parallel met de Van Merlenlaan liep. Hij besloot in de sloot te stappen en door het water verder te gaan. Zijn bestemming was Huize Sint Bavo aan de Kerklaan 85, een gesticht voor bejaarden. Het huis had meerdere aansluitingen op de radiocentrale en daardoor wist hij de weg in de gebouwen en zou zijn aanwezigheid geen vragen oproepen. In een telefooncel belde hij eerst naar Luc Schoonderbeek in Hillegom om die te waarschuwen. Nog dezelfde middag kwamen de SD’ers bij Schoonderbeek die intussen een goed heenkomen had gevonden. Na zijn verblijf in huize Sint Bavo is Van Amerongen met een nat pak naar kapper Hendrik Prins, Raadhuisstraat 89a gelopen en kreeg hij daar een nacht onderdak. Een medewerker van de Radiocentrale regelde een onderduikadres in Haarlem waar hij ’s avonds op de fiets is gereden. Op een adres in de Marnixstraat bleef hij een week en vervolgens drie maanden in de Aelbertsbergstraat.  Dat onderduikadres werd ontdekt en verraden door Heinrich Alexander Vincent Victor Mantz, geboren op  1 maart 1907 in Rotterdam. Deze man woonde aan Brouwersvaart 92. Hij incasseerde de uitgeloofde beloning van ƒ 500,-. Overigens viel Alex Mantz later bij de Duitsers in ongenade wegens afpersing van Joden en het zich ongeoorloofd toeëigenen van goederen. Hij werd op 2 december 1941 gearrresteerd en is op 26 oktober 1942 doodgeschoten. Hoe Mantz achter de verblijfplaats van Van Amerongen is gekomen blijft ongewis.

BIJLAGE 2: Verzetsgroep ECH/2 rond Broeder Jozef Klingen

Deel aanklacht Verzetsgroep ECH/3 [wordt vervolgd]

Deel van rapport opgesteld door Krieggerichtsrat Rampacher voor Gerichtsherr tevens Generalleutnant Lehmann.

Bovenstaand een deel van de aanklacht waarbij als getuigen worden genoemd: – de SS Hauptscharfürer Flemig en Haubrock van de SD en Sipo in Den Haag; Charles Boom in Haarlem en Johan Habel, Reichsbahngehilfe z.Z im Luftwaffelazarett in Amsterdam.

De heer A.A.van Amerongen ontvangst het eerste exemplaar van 'Heemstede 1940-1945; een gemeente in bezettingstijd' uit handen van burgemeester N.H.van den Broek-Laman Trip (Weekblad Heemstede, 1995 foto Jan Vermey).

De heer A.A.van Amerongen ontvangst het eerste exemplaar van ‘Heemstede 1940-1945; een gemeente in bezettingstijd’ uit handen van burgemeester N.H.van den Broek-Laman Trip (Weekblad Heemstede, 1995 foto Jan Vermey).

BIJLAGE. Na de arrestatie van Broeder Joseph op 26 mei 1941 is door de SD ook gezocht naar Lucas Schoonderbeek en Bertus Spreeuw, allebei afkomstig uit Hillegom. Mevrouw Dien Booms-Bultink, die destijds bij Schoonderbeek in dienst was als winkel- en kantoormeisje herinnerde zich alles nog in detail, door Frans Out i.s.m. Marca Bultink vastgelegd in het boek ‘Hillegom ’40-’45’ Boekhandel Stevens, 1987:

    

Over Lucas Schoonderbeek. Uit: 'Hillegom '40-'45'

Over Lucas Schoonderbeek van de verzetsgroep Broeder Joseph. Uit: ‘Hillegom ’40-’45’

Vervolg Lucas Schoonderbeek. Uit: 'Hillegom '40-'45.

Vervolg Lucas Schoonderbeek. Uit: ‘Hillegom ’40-’45.

         

Over Egbert Spreeuw uit Hillegom [verzetsgroep Broeder Joseph]. Uit: 'Hillegom '40-45'.

Over Egbert Spreeuw uit Hillegom [verzetsgroep Broeder Joseph]. Uit: ‘Hillegom ’40-45’.

Bijlage: afschrift van ‘Anklageverfüging’ jegens 16 personen uit de verzetsgroep rond Broeder Jozef, 1941 Kriesgericht Utrecht, ondertekend door Gerichtsherr Lehmann Generalleutnant,  en Rampacher, Kriegsgerichtsrat.  Toevoegingen: Egbertus Spreeuw en Adrianus Antonius van Amerongen.

aanklacht7

 lehmann2

     dr.Rudolf Lehmann, Gerichtsherr/Obersturmbannführer/Generalstaboffzier in uniform

lehmann

R.Lehmann (1914-1983) als juridisch getuige in het Neurenberger tribunaal. In 1940 kreeg hij een straf opgelegd van 7 jaar gevangenisstraf.