Appartementencomplex Eikenrode nu (foto Fred Belt)

(Ir. J.A.G. van der Steur als vertolker van de aristocratische bouwtrant)

HISTORIE VAN EIKENRODE (OVERPLAATS DE HARTEKAMP)

De villa Eikenrode kort na de bouw. Uit: De Bouwwereld, 12 augustus 1908

1809/1810: Oude Slot gesloopt; afbraak de Hartekamp verhinderd

In de arme Franse Tijd, toen ons land schatplichtig was aan het Franse keizerrijk, zijn veel buitenplaatsen, kastelen en andere architectonische monumenten afgebroken. In Heemstede o.a. het door verzakking en nalatig onderhoud bouwvallig geworden Oude Slot, waarvoor vergunningen van “geen bezwaar” door zowel de gemeenteraad als de ministervan Financiën zijn verleend aan toenmalig eigenaar schout Jan Dölleman. Een begin 1810 door koning Lodewijk Napoleon uitgevaardigde wet die het slopen van historische panden moest voorkomen, heeft de afbraak niet meer kunnen voorkomen. Het heeft weinig gescheeld of in hetzelfde jaar zou ook het buitenhuis de Hartekamp zijn gesloopt, waarvoor de municipaliteit van Heemstede al goedkeuring had verleend. Enkel dankzij alert reagerende personen met belangstelling voor geschiedenis, die in een request aan de Landdrost het historisch erfgoed als argument voor behoud aanvoerden, is de Hartekamp van de ondergang gespaard gebleven. Na het overlijden van toenmalig eigenaar Johan Christian Meijer (1765-1809) – die tijdens zijn leven twee naast elkaar gelegen buitenplaatsen in Heemstede van zijn vader had geërfd: “Valkenburg” en “Duin-en-Dorp”, deze liet slopen en de grond met winst verkocht – heeft zijn weduwe de Hartekamp medio 1809 verkocht aan de Beverwijkse makelaar en grondspeculant (+ sloper) Christiaan Stumphius voor ƒ 42.354,-. De Hartekamp is toen handelsobject geworden. Al direkt zijn ruim 10 morgen aan landerijen, gelegen op grondgebied van Bennebroek, doorverkocht. 24 Augustus volgde een stuk land aan Archibald Hope, eigenaar van het buiten Waterland in Velsen, die al eerder in het bezit was gekomen van weilanden in Bennebroek.

Buitenplaats de Hartekamp, getekend door Hendrik Tavenier in 1773 (Noord-Hollands Archief)

Buitenplaats de Hartekamp, getekend door Hendrik Tavenier in 1773 (Noord-Hollands Archief) Bij de entree o.a twee voormalige kanonslopen bedoeld als schamppalen, welke intussen verdwenen zijn, nog wel aanwezig bij de ingang van Meer en Berg.

Het hoofdgebouw van de Hartekamp, intusen meer dan een eeuw oud, beschouwde Stumphius als “uit de tijd” en wilde de exploitant slopen, teneinde op dezelfde grond een modern pand te bouwen. De vroedschap van Heemstede ging hiermee accoord, doch de Landdrost van Amstelland verordonneerde dat het gemeentebestuur moest verhinderen dat de Hartekamp zou worden afgebroken. Hierop ging Stumphius verder met de verkoop van stukken land, o.a. aan de herbergier Jan Janse Duijn van “de Geleerde Man”, en op 6 april 1810 aan de Bennebroekers Carel Luderhas, smid en Jan van Es, wagenmaker. Het restant van het door Linnaeus internationale bekendheid gekregen buiten is tenslotte op 8 september van dat jaar verkocht voor ƒ 28.000,- aan Daniel Ruysch uit Amsterdam, o.a. oud-burgermeester van Arnhem. Berekend is dat de bruto-winst op alle transacties van makelaar Stumphius in ongeveer 1,5 jaar ƒ 669,- heeft bedragen (1).

De wildernis rondom de overtuin van de Hartekamp op een tekening door G.van Rossum uit 1762 (Noord-Hollands Archief)

De wildernis rondom de overtuin van de Hartekamp op een tekening door G.van Rossum uit 1762 (Noord-Hollands Archief)

1863: bouwen en slopen

Gedurende de hele 19e eeuw en begin 20e eeuw zijn veel buitenplaatsen gesloopt en door weiden of bollenvelden vervangen, maar ook zijn nieuwe huizen en villa’s gebouwd. Of all names P.H. Witkamp (2), in een artikeltje over ’t Keukenduin (= Dennenheuvel) dat dankzij toenmalig eigenaar Paul van Vlissingen, die “Soeka Brenti” had laten bouwen en tuinarchitect Zocher “een sieraad belooft te worden in Heemsteê’s lustwarande”, beklaagde zich in 1863 over de voortdurende sloop van fraaie buitenhuizen in de prachtige Duinzoom van Noord-Holland. Ik citeer: “Doch laat ons niet voorbijzien, dat ook Holland meer dan één Tempe heeft. Deze heuvelen met hun bosch, vormen een trotsch geheel, maar ik zag bij Leiduin, bij Jagtlust, bij Bergen en Schoorl even zoo fiere stammen op een even zoo golvenden grond; en heeft dit beekje liefelijke oevers, ik stel de waterpartijen om Watervliet niet minder op prijs. Watervliet! Die naam deed mij pijnlijk aan want hoe meer ik het schoon waardeer dat onze landouwen oog en hart aanbieden, des te meer betreur ik het, dat het geschapen staat alsof dat heerlijke landgoed onder de handen van sloopers het lot zal volgen van Bronsteê, van Middelloo, van Oosterduin, van Spaarnhove”.

1989/1990: de dreigende teloorgang van villa Eikenrode “een stijlbloemje van weleer”

Het Haarlems Dagblad berichtte op zaterdag 3 juni 1989 onder de kop: “Verontrusting over sloop van landhuizen”: “Steeds meer landhuizen en andere oudere gebouwen in de regio worden afgebroken, veelal om plaats te maken voor appartementenbouw. Het Kareol in Aerdenhout, Lindenheuvel in Bloemendaal, De Nagtegaal in Overveen en Beuckenhaghe in Vogelenzang zijn er niet meer. Op de nominatie om te verdwijnen staan in Heemstede het landgoed Eikenrode en in Bloemendaal de rooms-katholieke kerk aan de Korte Kleverlaan (3).” De VHOB had kunnen weten dat in de zeventiger jaren nog geen bouwwerken van na 1850 op de lijst van beschermde monumenten door het Rijk werden opgenomen. Pas in een zeer laat stadium, namelijk in 1990, bemerkte het bestuur van de historische vereniging dat sedert 1971 wél -delen van? – het terrein van Eikenrode, nochtans niet de twee opstallen (villa en voormalig koetshuis) in de monumentenregistratie voorkwamen, ook al deed het rapport “Landgoederen van Zuid-Kennemerland”, april 1984 verschenen in opdracht van de Stichting Contact commissie Monumentenbescherming, geheel anders vermoeden, waarin letterlijk staat op bladzijde 58: “Bescherming op grond van de Monumentenwet genieten niet alleen een aantal gebouwen op de landgoederen, maar ook enkele terreinen. Dat zijn: Beeckestein (…) en de overplaats van de Hartekamp, waartoe Eikenrode, Hertenduin en Hagenduin behoren”. In een onder auspiciën van de VOHB omstreeks 1980 samengestelde lijst van Rijks- en Gemeentelijke Monumenten en Beeldbepalende bouwwerken in de gemeente Heemstede zijn 111 panden geïnventariseerd, inclusief: Hertenduin (nr. 109), Eikenrode (nr. 110), en Dennenheuvel (nr. 111), alledrie als Rijksmonument. De enige toelichting die is opgenomen in het register van beschermde monumenten (nr. 21128) ingevolge artikel 6 van de Monumentenwet 1988 betreft de volgende omschrijving onder Eikenrode (kadastrale aanduiding: sectie C, nummer 3779): “Delen van 18e eeuws park aanwezig”, hetgeen in historisch opzicht volstrekte onzin is. Archieven en literatuur zijn op dit punt eenduidig: dit terrein was in genoemde periode kaal duingebied waar de konijnen vrij spel hadden (4). In een notitie van de gemeente Heemstede, gedateerd 22 februari 1989, wordt als architect van de villa A.C. Steur genoemd, in plaats van ir. J.A.G. van der Steur. De kritische lezer kan bovendien konstateren dat in de bijlage van voornoemde nota “Een korte schets van de ontwikkeling en aanleg van de buitenplaatsen in Heemstede” welhaast in enkele alinea een fout voorkomt, enerzijds omdat de samensteller vermoedelijk verouderde literatuur heeft gehanteerd, anderzijds omdat men vanachter een bureau met pc de dingen soms anders waarneemt, dan wanneer men ter plaatse de situatie in ogenschouw neemt (5). Ernstiger is: op enkele situatieschetsen van de gemeente Heemstede wordt de over te dragen oppervlakte door de Dienst der Domeinen aan de gemeente ca. 3,7 ha. genoemd, hetgeen 6236 vierkante meter meer is dan de feitelijkheid (= 3,0764 hectare). Kortom, reden genoeg voor een geschiedkundig overzicht van het landgoed Eikenrode, waarin zeer beknopt zowel aan de tuin, het hoofd- en bijgebouw, de architect en de bewoners/gebruikers aandacht wordt besteed.

Overplaats van de Hartekamp

Foto van deel van de Overplaats nabij de Prinsenlaan uit 1970

Komende vanuit Zuid-Holland (bollenroute) en Bennebroek kan Heemstede via de Herenweg bogen op een entree met grote landschappelijke en cultuurhistorische betekenis. Van de voornoemde ontwerplijst gemaakt voor een -overigens in 1982 door de gemeenteraad niet aangenomen -gemeentelijke monumenten-verordening zijn van de 111 geregistreerde objecten er niet minder dan 19 gelegen aan de Herenweg. Aan de Westelijke zijde hebben vijf oude hofstedes de tand des tijds doorstaan: De Hartekamp, Huize te Manpad, Ipenrode, Berkenrode (voorheen Westerduin) en Oud-Berkenro(e)de. Direkt voorbij de gemeentegrens (tot 1927 behorend tot Heemstede) ligt bovendien het buiten Eindenhout. Oostelijk van de Herenweg liggen een aantal nieuwe creaties uit de 19e en begin 20e eeuw. Tot de overplaats van de Hartekamp behoorden Linnaeushof, Hertenduin en Eikenrode (evenals Hagenduin en het bos voorheen eigendom van Staatsbosbeheer). Noordelijk hiervan, schuin tegenover Manpad, tussen Kadijk en Prinsenlaan ligt Dennenheuvel. Omstreeks 1800 was het een uithoek van Meerenberg en in eigendom van Abraham Jacob Van Lennep. De landschappelijke aanleg is in 1794 ontworpen door J.D. Zocher sr. Sedert ongeveer het midden van de 19e eeuw een zelfstandig landgoed, waar de Amsterdamse industrieel door J.D. Zocher jr. een classicistische villa liet bouwen, welke in 1888 is afgebroken en vervangen door een villa die na langdurige verwaarlozing in 1985 is gesloopt om plaats te maken voor het huidige appartementengebouw, ook genaamd “Dennenheuvel”.  Als overplaats van Berkenrode kunnen tenslotte Kennemeroord, (Overbos) en Kennemerduin genoemd worden. In 1976 heeft de gemeenteraad één bestemmingsplan van al deze (en andere) landgoederen “Natuurgebieden” aangenomen – op 12 december 1983 gedeeltelijk goedgekeurd door de Kroon – dat met name tegen grond- en huisspeculanten bescherming moet bieden op grond van landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwetenschappelijke waarden (6). Uit 1988 dateert voorts het aanvullende bestemmingsplan “Buitenplaatsen”. In “Natuurgebieden” staat Eikenrode geregistreerd als “woonhuis” met een oppervlakte van 410 vierkante meter en maximaal toegestane omvang van 450 m2; voor het voormalige koetshuis (“niet voor bewoning bestemd gebouw”) respectievelijk 135 en 150 vierkante meter. Via een artikel 19 procedure van de Wet op de Ruimtelijke Ordening kan het bestemingsplan worden gewijzigd. De landgoederen in deze regio zijn in trek vanwege de “nieuwe” woonvorm die wel wordt aangeduid met termen als “villavervangend” ofwel “residence” wonen, een chique woord voort luxe appartementen bouw, waarvan in Heemstede “Dennenheuvel”, “Gliphove” en “Beukenrode” (naast het historische Ipenrode) voorbeelden zijn (7). Zijn de Hartekamp en andere oude buitenplaatsen aan de Herenweg gebouwd op de strandvlakte (een ondergrond bestaande uit veen met duinzand onderstoven), aan de overzijde van de Herenweg ligt de zogeheten strandwal, vroeger duingebied, nadat in de Middeleeuwen ontbossing had plaatsgehad. Uit een landmeterskaart van Ch. Gebhard, vervaardigd voor George Clifford in 1731, blijkt dat de Prinsenlaan (in 1658 gegraven en beplant) en Herenweg waren beplant met gedeeltelijk één, ten dele twee rijen bomen (linden). Op het terrein, thans Eikenrode geheten, zijn kale duinen ingetekend en daarachter de droogbergen van Glipper en Bennebroeker blekers (zoals van Gerrit Bossu, Cornelis de Beer en juffrouw Bernard) (8). Nabij de Prinsenlaan, waar thans het bijgebouw van Eikenrode staat, stonden enkele eiken, die in 1902 op advies van Springer zijn gerooid om het koetshuis te bouwen, vandaar de naamgeving “Eikenrode”, in navolging van bijvoorbeeld Ipenrode en Berkenrode. In de eerste helft van de 19e eeuw zijn in de overtuin van de Hartekamp slingerpaden aangelegd in de vorm van de Engelse landschapsstijl. Waar het grasveld ligt werden aardappels geteeld en ongeveer ter hoogte van het tennisveld is een tuinmanswoning gebouwd, die in het begin van deze eeuw is gesloopt. Op het terrein waar Eikenrode ligt, bevonden zich vooral eiken en beuken en aan de Herenweg lindebomen. Rond 1900 bestond het landgoed uit drie delen:

1) de buitenplaats met stallingen, bijgebouwen, oranjerie enz. tussen de Herenweg en de Leidse Trekvaart;

2) de Overplaats met hertenkampen, koepel, bos- en teelland tussen de Herenweg en de (Bennebroekse) Binnenweg;

3) de boerderij Rusthof met weilanden (20 ha.) nabij de Ringvaart der Haarlemmermeer, waar “paardenbaron” Van Verschuer de paarden van zijn stoeterij liet lopen, evenals op uitgestrekte weidegebieden in de Haarlemmermeer.

Na het overlijden van baron Barthold van Verschuer op 3 januari 1901 en zijn echtgenote op 11 maart van dat jaar besloten de in Oostenrijk levende kleinkinderen als enige erfgenamen het complex van ruim 76 hectare te laten veilen, met uitzondering van het stukje grond waar zich thans het hofje Van Verschuer-Brants bevindt. De publieke veiling die grote belangstelling trok, had plaats in hotel Scholten in de Haarlemmerhout. De angst dat het buiten in delen zou moeten worden verkocht bleek (vooralsnog) onterecht en er ging een gejuich in de zaal op toen de notarissen Boerlage en Eikendal de Hartekamp als geheel konden afmijnen voor een bedrag van ƒ 263.590,-. Nieuwe eigenaar werd niet een particulier, doch de n.v. Binnenlandsche Exploïtatie Maatschappij voor Onroerende Goederen te Haarlem. Deze n.v. was in 1895 opgericht door zes personen, onder wie architect A. van der Steur en zijn zoon J.A.G. van der Steur en had als doel “verkrijging, vervreemding en exploitatie van onroerende goederen en handel in roerende zaken” (9). Nog in hetzelfde jaar is een deel van de overtuin tussen de Prinsenlaan, Gliphoeve, Glipperweg, voorste deel van het hertenkamp (Hertenduin) en Herenweg verkocht aan de heer N. Vas Visser. Het restant van de overplaats, circa 20 hectare, kocht jonkheer H. Texeira de Mattos uit Vogelenzang in 1902 (10). Voorts is op l september 1902 ruim 13 hectare van de eigenlijke buitenplaats aangekocht door mr. W. de Ridder, directeur van de Haagsche Bank. Buiten die koop bleef een ongeveer evengroot terrein met bos en weiden tegenover Dennenheuvel tussen Huis te Manpad en de Hartenkamp, waarvoor plannen zijn ontwikkeld een nieuw buitenhuis te bouwen, welke uiteindelijk geen doorgang vonden, omdat dit gebied werd aangekocht door ir. D.J. Van Lennep van Huis te Manpad die het in 1905 doorverkocht aan de nieuwe eigenaar van de Hartekamp.

Eikenrode1

Eikenrode (R.C.E.)

Eikenrode2

Hal Eikenrode (foto Rol, 1990, R.C.E.)

 

Hoek van Eikenrode (foto G.J.Dukker, 1990)

Hoek van Eikenrode (foto G.J.Dukker, 1990)

Detail van achterzijde Eikenrode (foto G.J.Dekker, 1990)

Detail van achterzijde Eikenrode (foto G.J.Dukker)

Bouwheer N. Vas Visser

In 1902 schreef de toenmaals bekende auteur van mooie plekjes in Nederland J. Craandijk: “De wensch der Exploitatie-Maatschappij is in zoover vervuld, dat het schoone van de Hartenkamp voor verwoesting is bewaard, al kan hij niet als geheel behouden blijven. Een gedeelte van de overplaats, tusschen den voorsten hertenkamp en de buitenplaats Dennenheuvel (vroeger Soeka Brenti), vond reeds spoedig een kooper in den heer Vas Visscher te Haarlem, die er een landhuis stichtte en een fraaie lustplaats aanlegde, veel meer een aanwinst dan een schade voor dit deel van den straatweg”. Eikenrode omvatte toen tevens het bosterrein dat voor het Noord-Hollands Landschap werd “beheerd” door Staatsbosbeheer, lijkende op een restant lijkt der “Wildernisse”. Nicolaas Vas Visser sproot uit een voornaam geslacht in de Zaan streek, dat via de houthandel en papierfabricage fortuin heeft gemaakt. Zijn vader was Vasterd Vas Visser (11), geboren te Wormerveer in 1811, die in 1844 overleed op zijn buiten “Vredenhof” in Heemstede, gelegen naast “Eindenhout”, nalatende zijn weduwe en zes minderjarige kinderen, onder wie de ruim twee maanden oude Nicolaas. Met de niet geringe erfenis van zijn vader werd deze van beroep “landeigenaar” en huwde op 4 december 1879 met jonkvrouwe L.C.E. Tindal uit een bekend Bloemendaals geslacht. Nicolaas Vas Visser was al in 1867 koper van het herenhuis “Elsbroek” met omgeving in Hillegom, welk trotse huis in 1870 werd gesloopt, evenals van andere percelen in Hillegom, zoals de boerderij en woningen genaamd Welgelegen, Schoonzicht, Overvaart, Spooren Duinzigt, Maryland, Betsyhof en Nelia’s hoeve. Hij was ook eigenaar van de zogeheten Lokhorsterduinen (waar thans de psychiatrische inrichting de Geestgronden ligt) en had sedert 1869 van de Commissaris des Konings vergunning “schadelijk wild te mogen afschieten”. Hij was een man van onbesproken gedrag, woonde in de villa Florapark 33 te Haarlem en behoorde blijkens een opgave uit 1884 tot de hoogstaangeslagenen in de grondbelasting van de provincie Noord-Holland met percelen in Haarlem, Beemster, Haarlemmermeer, Purmerend, Wijk aan Zee en Duin, Bennebroek, Wijde Wormer, Bloemendaal, Nieuwe Niedorp en Winkel. Gecharmeerd door de villa voor mevrouw H. de Petit in het Florapark, gebouwd naar een ontwerp van ir. J.A.G. van der Steur, gaf hij deze architect opdracht het landhuis voor Eikenrode te bouwen en voor het park werd landschapsarchitect Leonard Springer (1855-1940) aangetrokken. De schets van het tuinontwerp is bewaard gebleven en toont aan dat Springer weinig hoefde toe te voegen dan wel te wijzigen aan de oorspronkelijke tuinaanleg van Zocher jr. met boomgroepen, bos en slingerpaden (12).

Plattegrond van omgeving: Hartekamp, Overplaats en Boerderij (Rusthof) waren begin 1902 nog in bezit van maatschappij de “Binnenlandsche”

Karakteristiek, óók na bijna 90 jaar, is de harmonie tussen koetshuis, villa én parkaanleg, met een gazon voor het herenhuis zicht op de Herenweg – en daaromheen bomen en sierplanten. De in Heemstede unieke villa, in neo-Renaissance stijl, waarin ook motieven uit de laat-Gotiek zijn verwerkt, is gebouwd op een heuvel (circa 3 meter boven het maaiveld), waarbij het zand uit de enorme kelder is gebruikt voor de verhoging en mogelijk het grasveld enigszins is verdiept. De plattegrond van het bouwwerk is onregelmatig onder een samenspel van schild- en zadeldaken. Aan de Noord-Oostzijde bevindt zich een lage aanbouw voor de dienstvertrekken, die aldus gescheiden zijn van het woongedeelte. In overeenstemming met de tuin zijn het torentje, de loggia’s, oriels, polygonale uitbouw e.d. gesitueerd aan de West- en Zuidzijde van het huis.

Loggia, deel uitmakende van de villa Eikenrode. Foto: Vic Klep

Het bekende torentje met de steile spits is ook gerealiseerd in verschillende andere door Van der Steur ontworpen villa’s, o.a. in het kleiner en soberder huis “Stella Duce”, Herenweg 143. Door het gebruik van baksteen, afgewisseld met natuursteen, erkers en klassieke zuilen heeft de villa een neo-Hollands Renaissance uiterlijk, in combinatie met invloeden van de Engelse landhuisbouw en italianiserende stijlontleningen. Eenvoudig is de Noordzijde met twee frontons (driehoekige bekroning van de gevel), daarentegen de Oost- en Zuidgevel rijk aan detailleringen. Enkele kamers hebben dubbele tuindeuren die uitkomen op de verschillende veranda’s. De goothoogte is 8 meter, de nokhoogte van het dak 13 meter twintig, waarboven het torentje nog ongeveer twee meter uitsteekt. De loggia aan de zijde van de Herenweg geeft aan de villa een weldadige ruimte werking. Aan het begin van de Prinsenlaan, nabij de Herenweg, is een stal en koetshuis in één pand gebouwd. De bouwtekeningen van de villa, óók van de gevels, zijn bewaard gebleven in het archief van Bouwkunde. De hoofdingang bevindt zich aan de Noordzijde met een hal/vestibule en trappenhuis, links toiletten en poetskamer, en rechts een spreekkamer. Aan de zijde van de Herenweg: boudoir van mevrouw Vas Visser en een werkkamer voor mijnheer met terras (loggia). Aan de Zuidkant ligt de grote salon met serre en een eetkamer. Voorts in een aanbouw aan de Noordoostkant een dessertkamer en dienstvertrekken zoals een keuken, eetkamer voor personeel, spoelkeuken e.d., evenals een aparte dienstingang. Van de brandkluis is een afzonderlijke doorsnede getekend, en ook van de binnen- en buitenmuren. Op de verdieping zijn gesitueerd: boven de salon een grote slaapkamer met balkon en nog vier slaapkamers (drie daarvan gelegen aan een balkon) en verder een kleedkamer, boudoir, twee toiletten, veel kastruimte en een badkamer. Tenslotte een zolder als woonruimte voor het dienstpersoneel en ondergronds een kelderplan ( met brandstoffenbergplaats, wijnkelder en twee provisieruimten). De bouwbeschikking van het college van Burgermeester en Wethouders is gedateerd 29 maart 1902 en reeds binnen enkele maanden (!) is de zeer solide villa met zware buitenmuren en gebruik van eerste-klasmaterialen gebouwd door  aannemer Beccari. De heer Vas Visser was zeer tevreden over het resultaat en is in de herfst van dat jaar met zijn echtgenote, twee kinderen, koetsier en dienstpersoneel vanuit het Florapark in Haarlem-Zuid naar Eikenrode verhuisd.

Tuinontwerp Eikenrode (1901/1902) door Leonard Springer. (Uit: Bibliotheek Universiteit Wageningen)

BOUWMEESTER IR.J.A.G.VAN DER STEUR

Ir. J.A.G.van der Steur (1865-1945)

Ir. J.A.G.van der Steur (1865-1945)

Ofschoon professor ir. J.A.G. van der Steur (1865-1945) in de Nederlandse architectuurgeschiedenis niet wordt gerekend tot de grote vernieuwers, zoals Cuypers, Berlage en Gratama, wordt hij algemeen gerekend tot de betere en bouwtechnisch knappe architecten, die uitgaande van eclectisme en historisme een eigen stijl ontwikkelde. Blijvende roem heeft van der Steur zich verworven als co- architect van de Carnegie-Stichting bij de bouw van het Vredespaleis in Den Haag (tussen 1907 en 1913 tot stand gekomen). Hij verbeterde de schetsontwerpen van de Fransman .LM. Cordonnier en de uitwerking en uitvoering van het gehele project, evenals de ontwerpen voor het interieur en latere uitbreiding van de bibliotheekvleugel staan feitelijk op zijn conto. Ook op diverse andere terreinen was hij aktief, o.a. als mede-oprichter van de E(eerste) N(ederlandsche) E(lectrische) T(ramverbinding), voorzitter van de Rijkscommissie voor de Monumentenzorg, hoogleraar aan de Technische Hogeschool Delft (tussen 1914 en 1931) en samensteller van het standaardwerk “Oude Gebouwen te Haarlem” (1907). Reeds in 1907 verscheen een uitgebreide karakterschets, maar nog altijd ontbreekt een moderne monografie van zijn veelomvattend werk, dat vooral in en om zijn woonplaatsen Haarlem (18891907), Den Haag (1907-1917) en Delft (1918-1931) tot stand kwam (13). Voor een hoogleraarschap te Santiago in Chili bedankte hij, tevens voor bouwopdrachten in het buitenland. Wél verzorgde hij diverse Nederlandse ambassades, onder andere in Turkije. Na zijn studie als bouwkundig ingenieur in Delft en enkele studiereizen naar o.a. Engeland en Italië werkte hij aanvankelijk (tussen 1889 en 1902) samen met zijn vader, de Haarlemse architect Adrianus van der Steur (1836-1899). Laatstgenoemde bouwde talrijke huizen in de Spaarnestad, ontwierp Bethesda, onder zijn leiding nam een grote restauratie van de Grote of Bavokerk een aanvang en met C. Ulrich was hij betrokken bij de bouw van het “Nieuwe Museum” van Teyler’s Stichting (1877-1885). In samenwerking met zijn vader ontwierp hij het familiehotel Scholten (later de Hout geheten) met balkons voor alle vensters, dat werd afgebroken om plaats te maken voor de Nutsspaarbank. Voorts in 1892 het herenhuis ‘Stella Duce’ Herenweg 143, vroeger bewoond door onder meer de heer A. Teves (in 1925 naar Locarno verhuisd) en na 1939 kantoor en woonhuis van notaris M.E.A. van Oppen (14). Het eerste zelfstandige ontwerp betrof de villa Florapark te Haarlem, tamelijk overdadig, doch qua bouwkunst representatief voor de bebouwing van het Florapark. Ofschoon het omvangrijkste huis het laatste was dat daar werd gebouw is het anno 1990 het enige dat is afgebroken, om in 1939 plaats te maken voor de huidige

pagina uit een artikel van J.A.G.van der Steur, in: De Hollandsche Revue, 1907, nummer 4

Pagina uit een artikel van J.A.G.van der Steur met villa Eikenrode voor Vas Visser, in: De Hollandsche Revue, 1907, nummer 4

Portret van professor ir. J.A.G.van der Steur; door Reinier Sybrand Bakels, 1936 (Europeana)

Portret van professor ir. J.A.G.van der Steur; door Reinier Sybrand Bakels, 1936 (Europeana)

Haarlemmerhoutschool, naar een ontwerp van G. Friedhoff. Nadien volgden talrijke woonhuizen, winkels en fabrieken. Hij bouwde de Protestantse kerk te Schagen, het raadhuis van Bergen, het grootste deel van hotel “Duin en Daal” in Bloemendaal en in Haarlem o.a. de weeshuizen van de Lutherse en Nederlands Hervormde Gemeente, het Brongebouw (samen met D.E.L van den Arend) (15), de Oosterkerk en werkte aan de restauratie van de Grote Bavokerk. Verder in Den Haag en Scheveningen verschillende villa’s, in Leiden het kantoor van de Nederlandse Bank en in Delft de afdeling Bouwkunde van de Technische Hogeschool. Zijn latere ontwerpen zijn minder gedetailleerd van opzet en zuiverder van stijl, bijvoorbeeld de stadsschouwburg in Haarlem (1915-1918). In 1902 liet de nieuwe eigenaar van de Hartekamp zijvleugels aan het buiten bouwen door van der Steur, met aan de rechterzijde een dienstingang – in 1921 uitgebreid door de Amsterdamse architect H.C. Berchtenbreiter – en in hetzelfde jaar kwam Eikenrode tot stand (16), welk ontwerp de architect weliswaar niet als zijn fraaiste villa beschouwde, nochtans hem zeer dierbaar was in relatie tot de landschappelijke parkaanleg en ligging aan de oude hoofdweg tussen Haarlem en Leiden. In 1903 maakte hij bestek en tekeningen van de Christelijke School (Willinkschool) in Bennebroek, die op verzoek van de schoolopziener twee maal door hem zijn gewijzigd, waarna de bouw in 1904 een aanvang nam en na vier maanden werd opgeleverd. In diezelfde periode (1900-1905) ontwierp van der Steur zes villa’s en één koetshuis voor het villapark Duin en Daal te Bloemendaal. Deze staan beschreven in het boek “Villaparken in Nederland”, waarin de auteur Jannes de Haan het werk van architect als volgt karaktiseert (blz. 143): “Engelse stijlinvloeden en bouwkundige elementen, met name uit het Old English, waren zeer duidelijk in het uitgebreide oevre van J.G.A. van der Steur. Hij combineerde Engelse elementen (oriels, “bay-windows”, overstekende zolderverdiepingen, vakwerk) met Berlagiaans aandoende detailleringen (gekoppelde rondbogen, ongepleisterde strekken) en een gevarieerd kappenbestand. Zijn verschillende villa’s, maar ook veel van zijn middenstandswoningen in Haarlem, vertoonden een mengeling van Engelse en Nederlandse schilderachtige elementen met als resultaat een zeer herkenbare, eigen stijl”. Over deze en zijn andere villa’s werd al in 1907 geschreven: “Bij aandachtige beschouwing zult ge moeten toegeven, dat deze zich goed aansluiten bij de plaatsen waar ze staan, dat er rekening is gehouden met hun omgeving en dat er gedacht is aan het eigenaardig mooi van het Hollandsche landschap, uit welk milieu ze niet mogen vallen. (…) Pittoresk is ’t ook, door groepeering der verschillende onderdeelen, pittoresk, wanneer ’t mogelijk is, ook door de plaatsing in het landschap. En dat pittoreske wordt verkregen zonder in een imitatie van den Engelschen cottage-stijl te vervallen, die bovendien voor den Hollandschenaard, het Hollandsen landschap en de Hollandsche eischen niet blindelings over te nemen zijn”. J. A.G. van der Steur stond tijdens zijn leven bekend als een harde werker met een grote scheppingskracht en ontving enkele hoge onderscheidingen. Na de oorlog spoedig in vergetelheid geraakt vindt allengs een herwaardering van zijn bouwkundig werk plaats, wellicht mede omdat het post-modernisme – via verwerking van allerlei bouwstijlen (eclecticisme) -in feite hetzelfde doet. Hoewel over de villa’s van van der Steur in het algemeen en Eikenrode in dit speciale geval verschillend geoordeeld wordt, hebben bouwkunst-deskundigen zich veelal enthousiast uitgelaten. Al in 1917 schreef architect jonkheer J.A. Graafland: “Gedurende zijn architectonischen loopbaan heeft van der Steur zich op velerlei gebied bewogen, doch uit zijn arbeid blijkt overal, dat deze steunde op een degelijke academische opleiding. In tegenstelling met onze hedendaagsche bouwmeesters heeft hij op enkele uitzonderingen na, een sterk naar voren tredende voorliefde voor de opvattingen der Renaissance en hij is daarin dan ook een van de beste vertolkers van ons land. Echter werd de Renaissance nooit slaafs gevolgd, veeleer mag men daar in zien een weloverwogen toepassing van hare beginselen, steunende op moderne opvattingen”. J.A. de Haan acht diens schilderachtige landhuizen zowel van architectonisch als beeldbepalend belang. Mevrouw H. Pronk noteerde op een monumenten-inventarisatieformulier, gedateerd juli 1985, ten aanzien van Eikenrode: goed en gaaf voorbeeld van villa/landhuisbouw, in een goede bouwkundige staat. Drs. C. van Steynen, voorzitter van de vereniging Haerlem, wijst er op dat veel van de door van der Steur gebouwde winkels en woonhuizen intussen reeds diverse malen zijn verbouwd en Eikenrode juist een vrijwel onaangetast voorbeeld is van deze rond 1900 toonaangevende bouwmeester. De Kring Kennemerland van de Koninklijke Maatschappij ter Bevordering der Bouwkunst van de Nederlandse Architecten acht de villa een mooi voorbeeld uit het oeuvre van Van der Steur en wijst op de landschappelijke eenheid met de omgeving. De Bond Heemschut betreurt het dat dit pand niet op de monumentenlijst staat. Architectuurpublicist Ids Haagsma (medewerker van de Volkskrant) vond Eikenrode na een bezoek ter plaatse een treffend voorbeeld van de statige eclectische stijl van rond de eeuwwisseling, bijna de laatste stuiptrekking van “het grote leven” en daarom alleszins waard om als erfgoed behouden te blijven. Hij beschouwt deze zeer goede architectuur uit de fin-de-siècle jaren anno 1990 de meest bedreigde architectuurperiode en acht het van groot belang nu steeds meer villa’s van rond 1900 worden afgebroken dat het casco van Eikenrode overeind blijft.

Wethouder jhr. A. van de Poll, 36 jaar bewoner van Eikenrode

Nicolaas Vas Visser is op 27 februari 1906 op huize Eikenrode overleden en evenals zijn broer Gerrit in Heemstede begraven. In de “Gids voor Heemstede en Bennebroek” uit 1907 lezen we ondermeer op bladzijden 17/18: “De zuidgrens van Heemstede gaat voor een groot deel door de buitenplaats “de Hartekamp” een der uitgestrekste landgoederen van Heemstede en Bennebroek. Het gedeelte, dat zich bevindt achter Dennenheuvel, een bezitting van Mevrouw weduwe Lucassen, vormt thans een afzonderlijk buiten “Eikenrode” geheeten, dat bewoond wordt door Mevrouw weduwe Vas Visser, Het groote nieuw gebouwde huis is door zijne hooge ligging aan alle zijden zichtbaar en bekoort het oog door zijn fraaien bouw”. Ten aanzien van het nabijgelegen bezit van jhr. Texeira de Mattos wordt vermeld dat men nog steeds in afwachting is van “eene heerenhuizing” [=Hertenduin].  Na het overlijden van douairière N. Vas Visser op 24 april 1908 is het landgoed overgegaan naar de twee kinderen Ernst (geboren in 1880) en Mary Vas Visser (geboren 1882). Eerstgenoemde, evenals zijn vader van beroep landeigenaar is vanuit Eikenrode in Bloemendaal gaan wonen en na zijn huwelijk in 1923 met Mary Wilson uit Bennebroek naar Brussel en vervolgens Argentinië verhuisd. Mary Vas Visser huwde met Hendrik Smidt van Gelder, zoon van papierfabrikant Pieter Smidt van Gelder, die met zijn gezin van 1904 tot 1921 de Hartekamp bewoonde. Het huwelijk met Hendrik Smidt van Gelder was reden Eikenrode te verkopen en vanaf 1 september 1914 is Eikenrode bewoond door jonkheer André van de Poll en zijn gezin. Hij was een zoon van jhr. C.F. van de Poll, directeur van de Haarlemsche Katoenmaatschappij en van 1915-1919 eigenaar van het nabijgelegen buiten Bosbeek. Behalve enkele gedurende korte tijd inwonende personen zijn in totaal enige tientallen dienstbodes als inwonend op Eikenrode geregistreerd geweest, die veelal slechts korte tijd bleven en voornamelijk afkomstig waren uit Bloemendaal en Heemstede, in de vooroorlogse jaren ook een aantal uit Duitsland.

Jonkheer André van de Poll als bewoner van Eikenrode

Op 65-jarige leeftijd toen het huis voor hem te groot was geworden is hij met zijn huisgenoot J.C. Hofland naar Noordwijkerhout verhuisd, waar jhr. Van de Poll op 23 mei 1966 overleed. Hij gold binnen de Heemsteedse gemeenschap als een populaire persoonlijkheid die van 1919 tot 1949 wethouder is geweest van de gemeente Heemstede, waarbij met name financiën, woningbouw en sport zijn aandacht hadden. Tevens trad hij op als locoburgemeester. Jhr. Van de Poll was o.a. voorzitter van de woningbouwvereniging “Haemstede” en van 1932 tot na de oorlog voorzitter van de Stichting Heemsteedse Sportparken. In sportkringen was hij een bekende figuur, onder meer als hockeyer, tennisser en schaatser. Éénmaal speelde hij als lid van de Musschen Haarlem Combinatie in het Nederlands hockey-elftal. Ook als tennisser blonk hij uit en liet achter Eikenrode een tennisbaan aanleggen. Het Haarlems Dagblad schreef 2 juni 1925 bijv. naar aanleiding van gedurende de Pinksterdagen gehouden tenniskampioenschappen van Haarlem, waarbij hij voor de derde maal in successie kampioen enkelspel werd en voor de eerste keer het dubbelkampioenschap met mr. Bijleveld won: “Van de Poll is nog steeds de sterkste enkelspeler van Haarlem. Zijn slagen scheerden, voor het merendeel gekapt, over het net tot diep in de hoeken. De gevarieerde lengte van zijn slagen maakte het zijn tegenstanders juist zo moeilijk, om in een doodlopende inval tegen te zetten. Hij die Van de Poll wil verslaan, moet behalve tactisch manouvreren, over een uitstekende smash beschikken, want de lob is een van de meest constante slagen in Van de Poll’s verdediging”. In bedoeld toernooi versloeg hij in de finale D Mac Neill met 6-4 en 8-6. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Dennenheuvel bleef Eikenrode gedurende de oorlogsjaren bespaard van vordering en bezetting door de Duitsers. De journalist A.J. Kramer herinnert zich dat menig Heemstedenaar in de hongerwintervan 1944 toen er geen brandstof meer was, dankzij de medewerking van jonkheer Van de Poll, die Eikenrode openstelde voor het omkappen van bomen, de kachel brandende heeft weten te houden. Na de verhuizing eind juli 1950 naar Noordwijkerhout stond het pand bijna tien jaar leeg en werd het park bijgehouden door zijn vroegere tuinman en chauffeur de heer Van Lunteren.

Militair Object

De volgende decennia zijn voor wat het gemaakte gebruik van Eikenrode betreft tamelijk duister. Bij gebrek aan openbare informatie doen de meest wilde verhalen de ronde. De omwonenden weten niet veel meer dan dat op Eikenrode werkzame personen somtijds in het park tennis speelden of op kleiduiven schoten (17). De veiligheid van het solide bouwwerk wordt overigens nog eens kunstzinnig bevestigd door de publicatie van een afbeelding van Hans van der Horst die de toegangsdeur tekende met als onderschrift: “Een degelijke entree, waarachter je je veilig kunt voelen”. Na gebruik door het Provinciaal Militair Commando is de bestemming sedert eind 1980 filmdistributiebureau van de Krijgsmacht tot oktober 1987, toen Defensie in stilte het landgoed verliet na privatisering van deze dienst. Aan de Noord-Oostzijde van het pand (de vroegere dienstvertrekken) hadden in 1980 enkele kleine wijziginggen plaats (binnenmuur, schoorsteen e.d., gesloopt) in verband met een verbouwing tot kantoor en ontvangstruimte. Aan de Oostzijde is een filmkabine aangebouwd. Huis en park zijn in deze periode redelijk goed onderhouden. Blijkens aanwezige documentatie is “Eikenrode” tussen 1980 en 1987 maar  twee maal – uiteraard ongewild – in de openbaarheid gekomen. Één- maal toen feministisch georiënteerde vrouwen het landgoed bezetten, om aldus te protesteren tegen het aanschaffen en distribueren van vermeende soft-pornofilms voor de Nederlandse militairen. Het gevolg van deze bezetting is geweest een grondige bescherming van het landgoed met een ongeveer twee meter hoog hek omheind, een dubbel hek bij de toegang, installatie van camera’s e.d. De tweede maal in de begintijd nadat de antimilitaristische aktiegroep Onkruit op 22 mei 1980 een inval deed in het gebouw van het Provinciaal Militair Commando (PMC) in Amsterdam en uiterst geheim materiaal werd gestolen, over o.a. militaire operaties in Nederland tegen krakers en anarchisten, waaronder plattegronden van Eikenrode in Heemstede.

8 maart 1983: tijdens internationale vrouwendag vernietigen vrouwen pornofilms van het Filmbureau Leger op Eikenrode

8 maart 1983: tijdens internationale vrouwendag vernietigen vrouwen pornofilms van het Filmbureau Leger op Eikenrode (foto IISG)

Bezetting door kramers van Eikenrode, voormalig kantoor van de Leger Filmdienst, aangekocht door een projectontwikkelaar (1990)

Bezetting door kramers van Eikenrode, voormalig kantoor van de Leger Filmdienst, aangekocht door een projectontwikkelaar (1990)

Een deel van de zogeheten “PMC-papers” is in januari 1981 in beslag genomen bij de Amsterdamse boekhandels Athenaeum en Van Gennep, hetgeen tot arrestatie leidde van de bedrijfsleiders Guus Schut en Rob van Gennep, waartegen door boekhandels- en uitgeversorganisaties bij justitie scherp werd geprotesteerd. Óók in de tijd van het schijnbaar onschuldige filmbureau was Eikenrode voor belangstellende buitenstaanders een onneembare vesting. Het feit dat in het concept-register Heemstede van de Provinciale Monumenten in Noord-Holland (1987) een foto van Eikenrode is verschenen, genomen met telelens vanachter het hoge hek, spreekt in dit verband boekdelen (18). De trotse schepping van Van der Steur werd overigens niet belangwekkend genoeg geacht een plaats te verwerven als beschermd monument, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de watertoren, twee grenspalen, vier bruggen, alsmede het schaftlokaal en regulateurhuisjes voorfiltraat en regulateurhuisjes nafiltraat van de Gemeente Waterleidingduinen Amsterdam.

De bezetting van Eikenrode door krakers (ANP, 2 april 1996)

De bezetting van Eikenrode door krakers (ANP, 2 april 1996)

Luxueus appartementengebouw en 1 hectare openbaar wandelbos

De recente ontwikkelingen 1989-1990 rond het landgoed hebben min of meer uitvoerig in de regionale pers aandacht gekregen. De exploitatiemaatschappij Witkamp Beheer b.v. is intussen door aankoop van ongeveer 8,5 ton van de gemeente (die eerder Eikenrode van Domeinen had gekocht) economisch eigenaar van Eikenrode en deze heeft door het architectenbureau Alma + Dirks + Partners in Amsterdam een appartementenflat ter hoogte van 13,5 meter in vier lagen (acht stuks) laten ontwerpen, welke voor ruim acht ton per woning verkocht zullen worden. In een ultieme poging Eikenrode van de ondergang te redden is het landgoed op 25 maart 1990 door krakers bezet (19). Enkele personen en instanties hebben intussen verzocht het pand alsnog als rijksmonument aan te wijzen, o.a. de Vereniging Haerlem, en VOHB -lid ing. F.M.M. Roosen (zélf medebewoner van “Hertenduin”) die met het historisch aspect voorop vanaf het begin alert heeft gereageerd. Negatief advies is intussen uitgebracht door de gemeente Heemstede evenals de provincie Noord-Holland. (“Gezien het feit dat het pand op provinciaal niveau niet van monumentale waarde wordt geacht, zal het zeker niet van nationale betekenis zijn”.) In een eerste advies geeft de Rijksdienst voor de Monumentenzorg in Zeist zich wèl postief uitgelaten en wordt de cultuurhistorische waarde door deze instantie redelijk hoog ingeschat. (“Stilistisch is het pand puntgaaf. Ook de situering is prachtig”.) Binnen afzienbare tijd zal door de minister van WVC een besluit worden genomen. Tot die tijd geniet het totale landgoed Eikenrode tijdelijk bescherming als monument.

Voormalig koetshuis en tuinmanswoning Eikenrode

Koetshuis van Eikenrode aan de Prinsenlaan vanaf de Herenweg in Heemstede 1912 (NHA)

Koetshuis van Eikenrode aan de Prinsenlaan vanaf de Herenweg in Heemstede 1912 (NHA)

NOTEN

(1) Zie: I. van Thiel-Stroman,  landgoed De Hartekamp in Heemstede. VOHB, 1982, blz. 27. Zie ook: G. van Duinen, Heemstede in de Franse Tijd. VOHB, 1956, blz. 55 – 56.

(2) P.H. Witkamp, “Soeka Brenti bij Heemstede”. In: Nederlandsch Magazijn, nr. 30, 1863, blz. 233-234.

(3) In genoemd artikel van Hetty Gerbrands-Wassenaar en Jeannive Verhagen geeft de bekende makelaar Swen uit Bloemendaal als zijn mening dat gemeenten veel slagvaardiger kunnen reageren bij het behoud van monumentale panden. “Gemeenten nemen in dit opzicht veel te weinig initiatief. Er is gewoon een markt voor villa-vervangende appartementen. Als een projectontwikkelaar de kans krijgt om ze ergens neer te zetten, dan grijpt hij die. Dat is zijn vak. Je kunt de schuld dus niet op het bordje van de project ontwikkelaar schuiven. De gemeente is verantwoordelijk voor het behoud van beeldbepalende monumentale panden binnen haar grenzen”.

(4) Het Amsterdams gemeentearchief beschikt over een kaart van de overplaats uit 1731 waar bij de plaats van Eikenrode duinen zijn weergegeven. Een latere afbeelding uit dezelfde eeuw in krijt en penseel in kleur, aanwezig in het Gemeentearchief van Haarlem (nu Noord-Hollands Archief), toont: “De duinen van de overplaats van de Hartekamp, ziende naar het noordoosten”. Berichten van tijdgenoten bevestigen dit beeld.

(5) Ter staving van deze bewering enkele voorbeelden van gesignaleerde onjuistheden: – De buitens op het hoge terrein, de oude standwal of binnenduinen, verschenen eerst in de 19e en 20e eeuw. In tegenstelling tot wat staat beschreven was juist het lage gedeelte, de standvlakte westelijk van de Herenweg, vanouds het meest in trek; – J.D. Zocher jr. verzorgde niet het ontwerp van Meer en Berg, maar zijn vader J.D. Zocher sr.; – Leonard Springer heeft niet het tuinontwerp gemaakt van Kennemeroord; – De mening klopt niet dat bijv. “Hertenduin” vanaf de Herenweg wél zichtbaar is en “Dennenheuvel” niet; – De koepel die voorheen bij de Hartekamp hoorde en waarvan sprake, is tot de fundamenten afgebroken, zoals bericht in Heemstede Centraal, 22 maart 1989; – Het terrein van de Hartekamp is wél openbaar toegankelijk; “Hertenduin” is niet tegelijk met Eikenrode gebouwd, doch pas in 1930; Van de vroegere overplaats is wél een deel openbaar toegankelijk, namelijk het provinciaal bos op grondgebied van Heemstede en – na betaling van entreegeld – “Europa’s grootste speeltuin” de Linnaeushof in Bennebroek.

(6) De verwikkelingen rond o.a. Ipenrode en Beerents Vastgoed b.v., Hertenduin en J.M. Bakker b.v., evenals Meerzicht (door krakers bezet en geschikt gemaakt voor jongerenhuisvesting door het pand op te delen in appartementen) liggen in 1990 nog vers in het geheugen.

(7) Niet ontkend kan worden dat de gemeente Heemstede, inspelend op een reële behoefte, op dit punt een voortvarend beleid heeft gevoerd. Nochtans is het een taak van een historische vereniging de waarde van monumentaal erfgoed zoveel mogelijk te verdedigen, ook al is de VOHB realistisch genoeg niet elk antiek pand overeind te willen houden. Tegen sloop van de eens zo glorieuze villa “Dennenheuvel” is daarom geen verzet aangetekend, omdat na bezetting door de Duitsers tijdens de Tweede Wereldoorlog – de familie Rhodius verhuisde noodgedwongen naar het oorspronkelijk als gastenhuis gebouwde “Bloemenoord” – deze na meer dan veertig jaar nalatig onderhoud in een vervallen en vermolmde staat verkeerde.

(8) Bekend zijn ook de blekerij van Van der Elst in Bennebroek, die vroeger aan George Clifford en tot 1809 tot de Hartekamp behoorde, alsmede “Bleeklust”, na 1811 omgezet in een buitenplaats “Bleeklust”, vervolgens “De Gliphoeve” geheten.

Steendruk van lijnwaadblekerij Bleeklust naar een tekening uit 1797 van Joseph Charles

(9) De “Binnenlandsche” was veruit de belangrijkste exploitatiemaatschappij binnen de gemeente Bloemendaal. Ze ontwikkelde villaparken in alle delenvan de gemeente en in Aerdenhout was ze naast enkele particuliere grond eigenaren zelfs de enige ontwikkelaar van villaparken (zie: J. de Haan, Villaparken in Nederland, 1986 en G.C. Venema-Wildeboer, Van buitenplaats tot forensengemeente; de ruimtelijke ontwikkeling van Bloemendaal tussen 1870 en 1940, 1982). Blijkens in 1902 door een J. Craandijk beschreven boekje: “Kijkjes in de bezittingen der Binnenlandsche Exploitatie-Maatschappij van Onroerende Goederen”, met talrijke lichtdrukken geïllustreerd, omvatte het bezit toen Duin en Daal (Bloemendaal), het Kleverpark (Bloemendaal), ’t Klooster (Schoten), de Zwitsersche boerderij in Haarlem-Noord, villapark Aerdenhout en (delen van de Hartekamp op de grens van Heemstede en Bennebroek.

(10) Het zou nog tot 1930 duren voordat hier op kosten en aanwijzingen van Alfred Rhodius een landhuis verscheen, met Engelse stijlelementen en een vlinderplattegrond, ontworpen februari/maart 1929 door architect H.C. Berchtenbreiter.

====================================================

HANNS CARL BERCHTENBREITER is architect van gebouwen in Nederland en in Canada ook van interieurs. Hij is 14 maart 1892 in München geboren. Na de middelbare school is hij aan de universiteit bouwkunde gaan studeren. In 1921 promoveerde Berchtenbreiter op een historische dissertatie: ‘Bürgerliche Wohnhausarbeiten der Barockzeit in Unterfranken’,

Vooromslag van boek door H.C.Berchtenbreiter

Vooromslag van boek door H.C.Berchtenbreiter (1925)

in 1925 tevens als handelsuitgave verschenen in Wenen/Leipzig bij uitgeverij Gerlach & Wiedling. Tijdens zijn studie leerde hij zijn (eerste) vrouw kennen, Margret Laura Grisar (geboren 1-6-1894 in Antwerpen), waar zij economie studeerde, na eerst enige tijd als verpleegster in Hamburg te hebben gewerkt.  Ze zijn op 7 augustus 1918 in Montenau in het huwelijk getreden.

Portret van de Belgische Margret Grisar die in 1918 huwde met de Duitse architect Hanns Carl Breitenbacher

Portret van de Belgische Margret Grisar die in 1918 huwde met de Duitse architect Hanns Carl Breitenbacher

Daarvoor heeft H.C.Berchtenbreiter als Duits militair (belast met inlichtingenwerk) gediend tijdens de Eerste Wereldoorlog. Na beëindiging van WO1 heeft het echtpaar zich eerst in Würzburg gevestigd waar in 1919 een zoon Tillmann Berchtenbreiter is geboren. In 1920 is Berchtenbreiter een architectenbureau begonnen in Amsterdam in een pand aan de Herengracht.

Advertentie uit

Advertentie uit De Telegraaf, 20 september 1924

In Bloemendaal (Aerdenhout) ontworpen villa’s door H.C. Berchtenbreiter tussen 1925 en 1928

Scan1458

Scan1459

Scan1460

Uit: Hittjo Kruijswijk, De Vondellaan is eeuwig; Vondellaan Aerdenhout 19143-2014. Bloemendaal, 2015.

Interieurfoto grachtenpand van Caspar Philips, Herengracht 134

Interieurfoto grachtenpand van Caspar Philips, Herengracht 134

Het echtpaar is in Bloemendaal gaan wonen, waar 22 maart 1922 een tweede zoon is geboren (Hans) Claus Berchtenbreiter. Van de architect zijn de volgende projecten bekend: in 1921: de twee naar voren stekende vleugels van de Hartekamp in Heemstede, ontworpen in opdracht van mevrouw Catalina von Pannwitz

Vooraanzicht van de Haertekamp in Heemstede, waaebij de 2 vooruitstekende aanbouwen, links en rechts, zijn ontworpen door Hanns Carl Berchtenbreiter

Vooraanzicht van de Hartekamp in Heemstede, waarbij de 2 vooruitstekende aanbouwen, links en rechts, zijn ontworpen door Hanns Carl Berchtenbreiter waarachter die van Van der Steur schuil gaan. De weduwe Van Pannwitz gaf in 1921  aan de Duits Amsterdamse architect opdracht het huis te verbouwen, zodat zij voldoende ruimte zou hebben om haar collectie antiek en kunst te exposeren en gasten te ontvangen. Berchtenbreiter trok ook de centraal gelegen uitbouw aan de achtergel tot aan het dak op. Daarnaast werd het interieur ingrijpend gewijzigd. In de eetzaal tussen de ramen liet mw. Von Pannwitz in plaats van gordijnen spiegels plaatsen die ’s avonds voor de ramen werden geschoven, sindsdien ook Spiegelzaal geheten.

Foto van H.C.Berchtenbreiter uit de tijd dat hij in Nederland verbleef

Foto van H.C.Berchtenbreiter uit de tijd dat hij in Nederland verbleef

; 1923 verbouwing -van 17e eeuwse panden (Caspar Philips) Keizersgracht 569-571, voorzien van een neogorische gevel,  voor de bankiersfirma Pröhl en Gutmann (Fritz Bernhard Eugen Gutmann werd in 1924 eigenaar van Bosbeek in Heemstede); 1924 Hoge Duin en Daalseweg 34 Bloemendaal (inf. Wim Post)

 

De panden Keizersgracht 569-571 gerenoveerd/verbouwd door H.C.Berchtenbreiter

De panden Keizersgracht 569-571 gerenoveerd/verbouwd door H.C.Berchtenbreiter

; 1926-1927 dubbel- en enkel woonhuis aan de Zandvoorterweg in Bloemendaal; 1926 Hoge Duin en Daalseweg 26 (inf. Wim Post); Jozef Israëlslaan 1 Bloemendaal (inf. Wim Post); 1927 drie huizen aan de Vondellaan (nummers 2-4-6) in Bloemendaal ( 2 van de opdrachtgevers kwamen uit Duitsland: Mönchengladbach); 1927 een villa aan de Hoge Duin en Daalscheweg in Bloemendaal; 1928 verbouwing herenhuis Van Eeghenstraat 64, Amsterdam; 1929 landhuis, Herenweg 2 in Heemstede op de overplaats van de Hartekamp in opdracht van A.E.E.Rhodius, later bekend onder de naam ‘Hertenduin’, een groot huis met Engelse stijlkenmerken en een vlinderplattegrond – sinds 1982 bewoond door 3 gezinnen.

Ontwerp landhuis Hertenduin, Heemstede door H.C.Berchtenbreiter, 1929.

Ontwerp landhuis Hertenduin, Heemstede door H.C.Berchtenbreiter, 1929.

Ontwerptekening voor pand Herenweg 2 door H.C.Berchtenbreiter, 1929

Ontwerptekening voor pand Herenweg 2 door H.C.Berchtenbreiter, 1929

Ansichtkaart van Hertenduin (Delcampe)

Ansichtkaart van Hertenduin (Delcampe)

Een foto uit omstreeks 1950 van Hertenduin, ontworpen door H.C.Berchtenbreiter

Een foto uit omstreeks 1950 van Hertenduin, ontworpen door H.C.Berchtenbreiter

Hertenduin, Heemstede

Hertenduin, Heemstede

Zicht op Hertenduin Heemstede, tegenwoordig bewoond door 3 gezinnen

Zicht op Hertenduin Heemstede, tegenwoordig bewoond door 3 gezinnen

Na ongeveer 10 jaar in Nederland is hij teruggekeerd naar Duitsland.

Advertentie uit..

Advertentie uit Algemeen Handelsblad, 27-11-1929.

Hij is op onbekende datum gescheiden en is begin jaren 30 van de vorige eeuw naar Vancouver verhuisd. De liefde voor ruimte en natuur had hem doen besluiten naar Canada te emigreren. Aldaar heeft hij als interieurarchitect o.a. werkzaamheden verricht voor ‘Woordward Department Store’, ontwierp het ‘Deutsche Cafe’ aldaar in 1936 en 3 jaar eerder het ‘Cianci House’ ook in Vancouver, tegenwoordig met monumentale status. In het rotsachtig gebied van Oak Bay ontwierp hij een aantal huizen in modernistische stijl met weinig ornamenterring, in die tijd omschreven als ultramodern.

Voorbeeld van een door H.C.Berchtenbreiter in Oak Bay, District of Columbia, Canada ontworpen huis in 1938

Voorbeeld van een door H.C.Berchtenbreiter in Oak Bay, District of Columbia, Canada ontworpen huis in 1938

Hij schreef in 2 delen het boek ‘Interior Design’ die nog in 2002 zijn heruitgegeven,  In 1939 leerde hij in Vancouver de kunstenares Irene Delores kende met wie hij nog in datzelfde jaar is getrouwd.

Irene Berchtenbreiter-Delores (geb. Lewis) (1914-200^) aan het werk in haar atelier in Californië

Irene Berchtenbreiter-Delores (geb. Lewis) (1914-200^) aan het werk in haar atelier in Californië

Mede omdat hij zich als Duitser in zijn nieuwe vaderland bij het uitbreken van WOII niet prettig voelde heeft het echtpaar zich in begin 1941 in Zuid-Californië gevestigd waar men ateliers inrichtte in Los Angeles en hun woonplaats Thousand Oaks, waar kunstwerken weerden verkocht.  Zijn vrouw Irene Berchtenbreiter-Delores (geboren Lewis) hield zich vooral bezig met kleisculpturen en maakte behalve als schilderes vooral furore als keramisch kunstenares; Hanns Berchtenbreiter is in zijn vrije tijd ook gaan schilderen.

Schilderij landschap door Hanns Berchtenbreiter uit 1945

Schilderij van een Amerikaans landschap door Hanns Berchtenbreiter uit 1945

Hij overleed aan een fatale hartaanval op 14 juni 1957 in Thousand Oaks bij Los Angeles. Zijn vrouw is 10 jaar later teruggekeerd naar Canada waar zij 15 december 2006 is gestorven.  Verdere literatuur o.a.: Donald Luxtor. ‘Building the West: The early architects of British Columbia’. Met dank voor informatie aan dr. Hittjo Kruyswijk uit Bloemendaal, die momenteel een publicatie over de Vondellaan in Aerdenhout, gemeente Bloemendaal, voorbereidt.

Voor zijn in 2016 te verschijnen publicatie over de Vondellaan in Aerdenhout schrijft dr.H.Kruyswijk bovenstaande over architect Hans Berchtenbreiter

Voor zijn in 2016 te verschijnen publicatie over de Vondellaan in Aerdenhout schrijft dr.H.Kruyswijk bovenstaande over architect Hans Berchtenbreiter

====================================================

(11) Informatie over de familie Vas Visser o.a. uit: G.J. Honing, Stamboek Familie Smit, 1935. Met dank aan A.G. van der Steur te Haarlem en E. Vas Visser in Aalsmeer.

(12) Voor nadere informatie hierover wordt verwezen naar een historische schets, gedateerd 23 november 1989, vervaardigd door dr. Lucia Albers. Het in 1989 op verzoek van de gemeente Heemstede door de Haarlemse tuinarchitect Victor van Boven vervaardigde ontwerp voor het nieuwe Eikenrode sluit aan op de in het terrein aanwezige gegevens.

(13) Een anonieme karakterschets (vermoedelijk van zijn eigen hand) verscheen in: “De Hollandsche Revue”, Haarlem, 1907, blz. 257 – 269. Tien jaar later publiceerde J.A. Graafland de fotouitgave: “J.A.G. van der Steur, architect te ’s Gravenhage, uitgevoerde gebouwen, projecten enz.” Bussum, 1917. Een necrologie verscheen o.a. in jaarboek Haerlem 1944-1945, 1946. Bureau Monumentenzorg in Haarlem beschikt over een lijst van meer dan 40 in Haarlem ontworpen of verbouwde panden, terwijl J. de Haan de door Van der Steur in Bloemendaal gebouwde villa’s inventariseerde ten behoeve van een plaatselijke monumentenlijst. Opmerkelijk is dat in de literatuur bouwontwerpen van de architectenfamilie Van der Steur (J.A.G., diens vader Adrianus en drie zonen Adrianus, Albert Johan en Johan Adrianus Gerard) meer dan eens door elkaar worden gehaald, o.a. in een beeld reportage van Haarlem, verschenen in het maandblad “De Architect” van september 1982. De oudste zoon Adrianus van der Steur was gemeentearchitect van Rotterdam en bouwde aldaar museum Boymans; verder in Haarlem de uitbreiding van het Stadhuis tussen 1938 en 1940. De tweede zoon A.J. van der Steur was voorzitter van de Bond van Nederlandse Architecten (B.N.A.); bouwde o.a. landhuizen, kerken en scholen en verbouwde paleis Soestdijkin samenwerking met ir. J. de Bie Leuveling Tjeenk. De derde zoon, óók ingenieur en genoemd naar zijn grootvader was werkzaam bij een bureau in Nijmegen en is het minst bekend gebleven, omdat hij vooral “ondergronds” werkte aan rioleringen.

(14) Na 1983 in het bezit van de heer F.J.M. Suykerbuyk en mevrouw M.H.J. Duivenvoorden en diverse malen van eigenaar veranderd. Het pand heet – met uitzondering van de oorlogsperiode “Stella Duce” [= onder leiding van de sterren]. Het vrijstaand gelegen herenhuis is 1892/1893 gebouwd voor de heer Egbert Kersten uit een bloemkwkersfamilie maar een ontwerp van vader en zoon A(drianus) van der Steur jr. (1835-1899) en professor ir. J(ohan) A(drianus) G(erardus) van der Steur (1865-1945). In 1903 ontwierp J.A.van der Aens een stal met koetshuis naast het herenhuis. De villa heeft een diepe achtertuin. De voortuin wordt van de Herenweg gescheiden door een haag en ijzeren hekwerk. Stella Duce is een gaaf voorbeeld van de ontwikkeling van villabouw rond 1900 langs de Herenweg en is tegenwoordig gemeentelijk monument.

Stella Duce

Advertentie verkoop 'Stella Duce' 8 april 2000 in het Haarlems Dagblad

Advertentie verkoop ‘Stella Duce’ 8 april 2000 in het Haarlems Dagblad

Voorgevel Stella Duce, Herenweg Heemstede, een creatie van J.A.G.van der Steur

Voorgevel Stella Duce, Herenweg Heemstede, een creatie van J.A.G.van der Steur

Stella Duce Heemstede op monumentenbordje van de ANWB

Stella Duce Heemstede op monumentenbordje van de ANWB waarop de naam van de hoofdarchitect J.A.G.van der Steur (1892/1893) per abuis is vergeten.

(15) Het gigantische “Brongebouw” in neo-renaissancïstische stijl ontworpen, is op 14 september 1894 aanbesteed voor ruim ƒ 100.000,- en reeds op 20 juni 1895 in gebruik genomen. De belangstelling bleek nochtans niet in overeenstemming met de hooggespannen verwachtingen en al na veertig jaar is het gebouw gesloopt om plaats te maken voor het huidige Sportfondsenbad.

(16) Afbeeldingen van de villa zijn verschenen in o.a. “Bouwwereld”, 12 augustus 1908. blz. 263 en “De Hollandsche Revue”, blz. 266 (Noordzijde). Een artikel in een vakblad kon niet achterhaald worden.

(17) In het bouwarchief van de gemeente Heemstede bevindt zich een tekening over de omzetting van een woonhuis in bureau van de Territoriale Commandant van Noord-Holland uit 1959. Volgens een provinciale bron zou Eikenrode in 1966 door het Rijk zijn gekocht en in dat jaar had een wijziging van de begane grond van het koetshuis plaats in kantoorruimte. Algemeen is bekend dat het Provinciaal Militair Commando op het landgoed gevestigd is geweest. Er zouden o.a. binnenlandse aktiviteiten van het leger zijn voorbereid. Geregistreerd als hoofdbewoners in het bevolkingsregister staan afwisselend enkele onbekende personen vermeld, waaronder Petrus Gelens van november 1971 tot 13 maart 1979 (verhuisd naar Zevenbergen). Was hij huismeester/conciërge? Voor opheldering geïnformeerd bij het kantoor van Domeinen in Haarlem, die naar een deskundige bij Defensie in Amsterdam verwees. Na eerst naar de doelstelling van mijn vraag te hebben geïnformeerd moet deze npersoon eerst zijn directeur raadplegen en vervolgens tot zijn spijt mededelen dat het archief in de kelder ligt, zodat een bezoek aan het Kadaster sneller werkt… De tijd ontbrak voor een onderzoek ter plaatse. Zeker is in ieder geval wél dat Eikenrode per november 1980 in Heemstede is onttrokken aan de woningvoorraad om plaats te maken als kantoor en ontvangstruimte van het filmbureau van de Landmacht.

(18) De architect T. Jongh Visscher, wonende in “De Gliphoeve” en buurman van Eikenrode was door alle in omloop zijnde verhalen in de veronderstelling dat het pand slooprijp was. Eerst nadat de krakers hem toegang verschafte heeft hij zijn mening moeten herzien. Zelf heb ik in de zomer van 1985 een vergeefse poging ondernomen het landhuis van binnen te mogen zien, bij welke gelegenheid ik mij ten overstaan van de wachtcommandant de opmerking veroorloofde: “Het lijkt wel dat hier kernbommen liggen opgeslagen in plaats van pornofilms”. Persoonlijk heb ik me er over verwonderd hoe na 90 jaar de zolder – waar in de loop der jaren 1 gouvernante, vier dienstknechten en 54 dienstmeiden domicilie hadden – de betimmering nog zo puntgaaf kan zijn. Hier moeten werklui met een groot ambachtelijk vakmanschap aan gearbeid hebben! Het is te betreuren dat tijdens de leegstand met grof geweld vernielingen zijn aangebracht aan de fraaie groene plavuizen, de schouwen e.d.

Uit; de Hollandsche Revue, jrg. 12, 1907, nr.4, blz. 266.

Uit; de Hollandsche Revue, jrg. 12, 1907, nr.4, blz. 266.

Bezetting van Eikenrode in 1990

Bezetting van Eikenrode in 1990

Affiche van de kraakbeweging (1992)

Villa Eikenrode na 1990 het domein van de kraakbeweging

(19) Hun argumenten zijn weergegeven in het blad “Omslag”, nummer 45 (april) en nummer 46 (mei 1990). Dat bij hen andere motieven meespelen dan historische belangstelling voor een architectonisch pand laat zich raden.

Demonstranten uit de krakersbeweging en sympathisanten, geëscorteerd door motorpolitie, 17 oktober 1992 op weg naar de burgemeesterswoning (foto Vic Klep)

Deel van oproep Steungroep villa Eikenrode aan inwoners van Heemstede. Vervolg oproep november/december 1991

VERVOLG VANAF 1990

Affiche-cartoon van krakersgroep die Eikenrode omdoopten in villa kakelbont

Uitgave van Release tegen afbraak van Eikenrode

Affiche van villa Kakelbont/Eikenrode uit 1992 (collectie I.I.S.H.)

Affiche van villa Kakelbont/Eikenrode uit 1992 (collectie I.I.S.H.)

Op 25 en 16 maart 1990 is Eikenrode bezet door een groep krakers, aangevoerd uit het gehele land met een autobus en een aantal bestelbusjes. De kraakactie had aanvankelijk een vriendelijk karakter Buurtgenoten en sympathisanten ontvingen een briefje waarin werd gepleit voor behoud van de villa om deze geschikt te maken voor jongerenhuisvesting. Verder werd een spandoek opgehangen met de tekst: ‘Geen luxe appartementen op dit terrein s.v.p.’. In 1991 lieten de krakers duidelijk hun aanwezigheid merken. Voor belangstellenden werden open dagen georganiseerd. De bezetters gingen ook het dorp in. Men hield een enquête en op de weekmarkt zijn handtekingen verzameld. Er verschenen Loesje posters met de tekst

“Eikenrode

mooi

niet

weg”

De verwaarloosde villa is enigszins bewoonbaar gemaakt, maar een wisselende groet van 15 tot 20 krakers verbleef hier uiteindelijk zo’n 2,5 jaar. De pogingen om Eikenrode de status van Rijksmonument te geven mislukten, doch er liepen nog een aantal juridische procedures rond het landgoed.  Met het oog op de te verwachten uitzetting is het huis gebarricadeerd. Op maandagochtend 16 oktober leek de Glip oorlogsterrein. Tussen de 100 en 150 man van de Mobiele Eenheid versterkt met o.a. politiehelicopter, bulldozer, shovel, waterwerper en een speciale breekeenheid (Brata) benaderden de villa. Vanaf het dak wierpen krakers stenen, uitwerpselen en verfbommen naar de politie. Een groepje verschanste zich op zolder. Via een gat in het dak kreeg de politie toegang en zijn zes krakers afgevoerd. Deze zijn na zes uur vrijgelaten, op één na die werd ingesloten in verband met openstaande boetes. Na ontruiming en inspectie is het pand overgedragen aan eigenaar, projectontwikkelaar Witkamp bv uit Weesp. Deze liet het terrein bewaken door een beveiligingsdienst met honden. Diezelfde avond 16 oktober kwam om 11 uur een melding binnen dat Eikenrode in brand stond. Toen de Heemsteedse brandweer arriveerde bleek dat op de zolderetage een uitslaande brand woedde. Samen met Bennebroekse collega’s werd de brand met groot materieel besteden. Omstreeks 3.30 uur in de ochtend van 27 oktober was men de brand meester.

Foto van de nachtelijk brand Eikenrode (door Vincent Martin)

Alleen de buitenmuren en enkele binnenmuren stonden toen nog overeind. Onderzoek wees uit dat met zekerheid sprake is geweest van brandstichting.

(foto Vincent Martin)

De vraag wie de brand heeft aangestoken is formeel nooit opgelost. Kinderboekenschrijver  Sjoerd Kuyper schreef geïnspireerd door alle ontwikkelingen een griezelverhaal: ‘De bende van het armpje; een bloedstollende vertelling rond het landgoed Eikenrode, dat zich twee eeuwen geleden bij Heemstede afspeelt.  ‘Gepubliceerd in o.a. Noord-Hollands Landschap, jaargang 22, nummer, 1995; en  in Bumper 3 (1996)

Na sloop en voorbereidingen voor nieuwbouw is vervolgens het appartementencomplex Eikenrode tot stand gekomen waar het prettig wonen is.

Nota Bene. Documentatie Eikenrode bevond zich voorheen in de gemeentelijke openbare bibliotheek Heemstede en vandaag de dag in de Heemstede-collectie van het Noord-Hollands Archief, locatie Kleine Houtweg 18 in Haarlem. Deze omvat 5 archiefdozen inclusief een dossier van wijlen Teun Jongh Visscher (1924-2004), destijds omwonende (woonachtig op de Gliphoeve), architect en lid van de commissie Karakterbehoud VOHB.  Zie ook Kees de Raadt e.a.: ‘Vijftig jaar van oud naar nieuw 1947-1997. Heemstede en Bennebroek. Heemstede, 1997, p.  117, 121, 124, 126, 127, 130,131.

Hans Krol

Een verhaal van schrijver Sjoerd Kuyper

Een verhaal van schrijver Sjoerd Kuyper, gepubliceerd in ‘Noordhollands Landschap’, 1995, nr.3, blz. 8-10

ANNEX:  EIKENRODE VAN 1987 – 1992

1987  Op de hoek van de Prinsenlaan en de Herenweg stond de villa Eikenrode. Dit gebouw werd aan het begin van de vorige eeuw ontworpen door architect ir.J.A.G.van der Steur. Het huis, gelegen op een heuvel, was in neo-renaissance stijl opgetrokken. karakteristiek voor de villa waren het torentje en de loggia’s. Na jarenlang als privé woonhuis te hebben gediend was Eikenrode in 1955 in het bezit gekomen van het Ministerie van Oorlog. Het lag in de bedoeling hier een marinehospitaal te vestigen. Dit plan ging niet door waarna het gebouw onderdak bood aan het Provinciaal Militair Commando. Vanaf 1980 was het Centraal Filmbureau Krijgsmacht er gevestigd. In oktober 1987 na privatisering van dit bureau kwam het huis leeg te staan.

1989  In maart besloot Heemstede de villa Eikenrode te kopen van de Dienst der Domeinen en voor ƒ 850.000,- door te verkopen aan de projectontwikkelaar Witkamp Beheer bv uit Bussum. Bij doorverkoop werd echter bedongen dat de gemeente juridisch eigenaar van Eikenrode bleef. Met deze constructie wilde Heemstede de landschappelijke, cultuurhistorische en wetenschappelijke waarden van het landgoed beschermen. Daarmee bloeef de gemeente invloed hopuden om een goed beheer van een landgoed te waarborgen. De projectontwikkelaar wilde het hoofdgebouw slopen om plaats te maken voor een luxueus appartementencomplex met onder andere: 8 wooneenheden, een parkeerkelder voor 16 auto’s, liften die rechtstreeks toegang gaven tot de appartementen en natuurlijk elektronische beveiliging. Eind 1989 lagen deze plannen ter inzage op het raadhuis te Heemstede. Wel moest het bestemmingsplan worden gewijzigd zodat een inspraakprocedure noodzakelijk was, waarna een begin met de bouw kon worden gemaakt.

1990 In de vroege ochtend van zondag 25 maart bezette een kleine groep krakers de met planken dichtgespijkerde villa Eikenrode. Deze zogenaamde ‘voorkraak’ was het sein voor de eigenlijke kraakactie. Die vond een dag later plaats. Op maandagmiddag stopten op de Prinsenlaan een autobus en een aantal bestelbusjes. Hieruit kwamen ongeveer 75 krakers die door een gat in het hek het terrein van het landgoed Eikenrode binnendrongen en de villa kraakten. Het was een bont gezelschap jongeren dat uit geheel Nederland kwam; er zouden zelfs buitenlanders bij zijn geweest. De kraakactie droeg in het begin een vriendelijk karakter. Buurtbewoners kregen van de krakers en hun sympathisanten een briefje waarin werd uiteengezet wat hun ideeeën waren: behoud van de villa en deze geschikt te maken voor betaalbare jongerenhuisvesting. Ook spandoeken met teksten als: ‘GEEN LUXE APPARTEMENTEN OP DIT TERREIN S.V.P.’, waren niet opruiend van aard.

1991 In de weken en maanden die op de kraakactie volgden was de aanwezigheid van krakers in Heemstede duidelijk merkbaar. Regelmatig organiseerde men op Eikenrode open dagen voor belangstellenden. Tijdens deze dagen was er in en rond Eikenrode van alles te doen: bandjes, een poppenkast, vuurspuwers, een tentoonstelling over de villa en een botanische rondwandeling door het park. De meeste bezoekers waren echter eerder nieuwsgierig naar de krakers dan naar het gebouw. Maat de bezetters gingen ook het dorp in. Op de weekmarkt hielden ze een handtekeningenactie en er was een enquête over de waardering van het oude en nieuwe gedeelte van het Raadhuis. Zogenaamde Loesje posters verschenen in het straatbeeld met de kernachtige zin: ‘EIKENRODE MOOI NIET WEG’. Intussen hdden de krakers de villa weer enigszins bewoonbaar gemaakt. Zo stond in de woonkamer een geïmproviseerde kachel, bestaande uit een op stenen geplaatste oliedrum met kachelpijp, en waren de dichtgemetselde schoorstenen opengemaakt. Onder deze toch wel primitieve omstandigheden woonde circa twee jaar een groepje krakers waarvan zowel het aantal, 15 tot 20, als de samenstelling vaak wisselde.

1992 In dat jaar moest de Heemsteedse brandweer 11 keer uitrukken. Twee keer voor een uitslaande brand, 24 keer voor een buitenbrand en 33 maal voor een binnenbrand. In 56 gevallen was sprake van loos alarm. Een van de twee uitslaande branden was die van Eikenrode. Na mislukte pogingen om de villa de status van Rijksmonument te geven vond de ontruiming van het pand plaats op maandag 26 oktober.

Ongeveer 150 politiemensen werden ingezet bij de ontruiming van Eikenrode (Haarlems Dagblad, 26-10-1992)

Ongeveer 150 politiemensen werden ingezet bij de ontruiming van Eikenrode (Haarlems Dagblad, 26-10-1992)

De krakers hadden maatregelen getroffen om de uitzetting zo moeilijk mogelijk te maken. De villa was gebarricadeerd en de ramen witgekalkt zodat men van buitenaf niet kon zien wat zich binnen afspeelde. Zo’n 100 man van de Mobiele Eenheid versterkt met o.a. een shovel en een waterwerper naderden de villa. Vanaf het dak wierpen krakers stenen, uitwerpselen en verfbommen naar de politie. Daarop werd met de waterwerper op het dak gespoten. Een groepje krakers had zich verschanst op zolder. Via een gat in het dak kreeg de politie toegang en konden ze worden afgevoerd. Na de ontruiming inspectueerde de ME het pand of alles veilig was en leverde het op aan Witkamp bv. Deze liet het gebouw en terrein bewaken door een beveiligingsdienst met honden. Die maandagavond omstreeks 11 uur kwam bij de politie een melding binnen dat Eikenrodfe in brand stond. Toen de Heemsteedse brandweer arriveerde bleek dat op de zolderverdieping een uitslaande brand woedde. Samen met de collega’s uit Bennebroek besteed men het vuur met groot materieel. Omstreeks 3.30 uur was de brand geblust. Van de villa stonden alleen de buitenmuren en enkele binnenmuren overeind. Onderzoek wees uit dat sprake is geweest van brandstichting. De vraag wie de brand heeft aangestoken is nooit opgelost.

Kaart van Overplaats De Hartekamp door DS landschapsarchitecten, 2007

Kaart van Overplaats De Hartekamp door DS landschapsarchitecten, 2007

Legenda kaart Overplaats van de Hartekmap door DS Landschapsarchitecten. Eikenrode = 14b.

Legenda kaart Overplaats van de Hartekamp door DS Landschapsarchitecten, Amsterdam. Eikenrode = 14b. Appartementencomplexen Hagenduin = 14c.

Het nieuwe appartementencomplexEikenrode

Het nieuwe appartementencomplex Eikenrode

Nog een foto van het nieuwe Eikenrode, gerealiseerd in 1998

Nog een foto van het nieuwe Eikenrode, gerealiseerd in 1998

Appartementencomplex Eikenrode aan de Prinsenlaan nabij de Herenweg

Appartementencomplex Eikenrode aan de Prinsenlaan nabij de Herenweg