Tags

, , , , , , , ,

fontein

Uitnodiging bezoek Fonteynhuis 10 september 2016, zetel van scoutinggroep St..Paschalis Baylon

 

fontein1

Tekenwaterval Fonteynhuis, onder leiding van Toos van Haaften

Circa een halve eeuw geleden vond de heer Akersloot uit Haarlemmermeer deze palmet, een houten reliëfafbeelding van 50 x 30 centimeter, afkomstig van een pilaster bij de Ruïne van Meer en Berg. Links en rechts zijn de gaten van de spijkers zichtbaar van de decoratie op de waterbuis. Schenking aan Historische Vereniging Heemstede Bennebroek, 2012

De Ruïne van Meer en Berg in historisch perspectief

Gezicht bij de hofstede Meer en Berg met inrijhek. Gravure Hendrik Spilman circa 1761

18e eeuwse tekening van de hofstede Meer en Berg door H.Schouten.

18e eeuwse tekening van de hofstede Meer en Berg door H.Schouten.

Tekening van Hendrik Tavenier uit 1775. Met links Meer en Berg en tussen de bomen zijn twee torens van het Slot zichtbaar

Hendrik Tavenier (1775) tekening met links Meer en Berg en tussen de bomen zijn twee torens van het Slot zichtbaar (N.H.Archief)

Alvorens in te gaan op de parkaanleg en het ‘fonteyn-huys’ van de vroegere buitenplaats Meer en Berg in Heemstede volgt eerst een schets van de ontwikkeling van deze hofstede, gelegen tussen het buurtschap De Glip en aan de Heemsteedse zijde Bosbeek en Groenendaal. ‘Meer’ herinnert aan het Haarlemmermeer en ‘Berg’ aan het hellende duinterrein waar nu Mariënheuvel staat. Ook de naam Meerzicht (restant van de buitenplaats) houdt verband met de grote waterplas, in 1852 drooggelegd. Op de terreinen van Meer en Berg, waar in de 17e eeuw ook het buiten Leeuwenbergh lag, bevonden zich in genoemde eeuw blekerijen, die allen na 1700 verdwenen zijn.

Tot de monumenten die Heemstede nog rijk is behoort zonder enige twijfel het prachtig gesmede toegangshek aan de Glipper dreef, met sierlijke hardstenen, nieuw gemetselde, pilasters en gebeeldhouwde geslachtswapens. Links in de richting van De Glip, lagen de paardenstal en tuinmans-/koetsierswoning. Daarachter het pomphuis, de Ruïne, waarover straks meer. Rechts van het inrijhek heeft het witte herenhuis gestaan dat circa 1908 gesloopt werd, wegens vervanging van een nieuw huis, het huidige Mariënheuvel.

De hofstede Meer en Berg vanuit de tuin. Met links de Oranjerie. Litho van P.J.Lutgers uit 1842

De hofstede Meer en Berg vanuit de tuin. Met links de Oranjerie. Litho van P.J.Lutgers uit 1842

Behouden werd het aangrenzende Meerzicht, in welk pand in de jaren 80 van de vorige eeuw een tiental wooneenheden is ingericht. Achter het monumentale hek stond vroeger de Oranjerie, waar citrusbomen en andere exotische planten werden gekweekt. Na de Tweede Wereldoorlog verkeerde deze in een deplorabele staat. Gezegd wordt dat door Duitse soldaten op de aanwezige ‘witjes’ werd geschoten. Baldadige jeugd voltooide het afbraakwerk. In 1953 viel definitief het doek nadat plannen voor restauratie of overplaatsing naar het Openluchtmuseum in Arnhem op niets waren uitgelopen. In het bos lag in een duin bij de vijver ook een ijskelder waar in de jaren twintig van de vorige eeuw zieke inwoners uit de omgeving is konden halen voor het aanleggen van kompressen.

Nadat eerst een eigenaar van enkele blekerijen (Cornelis van Goor) eigenaar was werden de broers Hendrik en Louis Trip in 1636 door aankoop van Jan Lubbertszoon Busch eigenaars van een hofstede, gelegen tegenover die van Nicolaes Crabbenmorsch, Meervliet.  Op 15 mei 1655 droegen de erfgenamen van schoonzoon van Nicolaas Crabbenmorsch , mr. Gregorius van de Velde de nog anonieme hofstede over aan de broers Trip, inclusief Jacob, uit het bekende Amsterdamse geslacht van kooplui in ijzer en wapens: Meer en Berg, die hun bezit uitbreidden met o.a. vereniging van Meervliet.

Schilderij van Ferdinand Bol uit 1654 thans in het Louvre. Voorstelling van twee putti en een bokkenwagen met drie kinderen van het echtpaar Hendrik Trip en Johanna de Geer. V.l.n.r. Mathias (1648-1695), Jacob (ca. 1650-1695) en Louis Trip (1653-1707). (RKD, iconografisch bureau)

Schilderij van Ferdinand Bol uit 1654 thans in het Louvre. Tafereel op de hofstede in Heemstede. Voorstelling van twee putti en een bokkenwagen met drie kinderen van het echtpaar Hendrik Trip (overleden in 1666) en Johanna de Geer. V.l.n.r. Mathias (1648-1695), Jacob (ca. 1650-1695) en Louis Trip (1653-1707). (RKD, iconografisch bureau)

In 1696 kwam de buitenplaats Meer en Berg voor ruim ƒ 12.000,- in handen van David de Neufville. Deze gold als een vermogend koopman uit de hoofdstad, die op zijn nieuw verworven landgoed in Heemstede een fraai lusthuis liet bouwen.

Bouwheer David de Neufville (1624-1729) met zijn echtgenote Agneta en helemaal links dochter Catharina de Neufville , die huwde met 1. Pieter de Wolff, 2) Dirk van Lennep. Op de achtergrond links de tuin van Meer en Berg (RKD; iconografisch bureau)

Bouwheer David de Neufville (1624-1729) met zijn echtgenote Agneta en helemaal links dochter Catharina de Neufville , die huwde met 1. Pieter de Wolff, 2) Dirk van Lennep. Op de achtergrond links de tuin van Meer en Berg (RKD; iconografisch bureau)

Ontwerp voor Meer en Berg door Daniel Marot uit 1704 (collectie gemeente Heemstede/N.H.Archief Haarlem)

Ontwerp voor Meer en Berg door Daniel Marot uit 1704 (collectie gemeente Heemstede/N.H.Archief Haarlem)

Tuinbank van grenenhout afkomstig van Meer en Berg, vermoedelijk ontworpen door Daniel Marot, circa 1730. Via Deutz van Lennep en kunsthandelaar Goudstikker in het Rijksmuseum terecht gekomen

Tuinbank van grenenhout afkomstig van Meer en Berg, vermoedelijk ontworpen door Daniel Marot, circa 1730. Via Deutz van Lennep en kunsthandelaar Goudstikker in het Rijksmuseum terecht gekomen

Na zijn overlijden komt dit in 1729, samen met Leeuwenbergh (1730), in handen van het geslacht Van Lennep via Aarnout  door huwelijk verwant met de vorige eigenaar De Neufville. Aan de hand van het ontwerp van tuinarchitect Daniël Marot wordt dan het toegangshek geplaatst, de oranjerie gebouwd, het fonteinhuis neergezet en het park verfraaid. Meer en Berg is in handen gebleven van de familie van Lennep tot 1927. Dirk van Lennep besteedde zoveel geld aan de verfraaiing van Meer en Berg dat familieleden moesten bijspringen om faillissement te voorkomen.  Een andere tak van dit geslacht bewoonde in de zomermaanden het aan de overzijde van de Herenweg gelegen ‘Huis te Manpad’. Jonkheer Hendrik Jan Deutz van Lennep bouwde in 1908/1909 onder architectuur van Foeke Kuipers op de berg aan de bosvijver van Meer en Berg een nieuw herenhuis bestaande uit liefst 36 kamers, voorzien van snijbloemen uit eigen tuin. De eigenaar verloor kapitalen die hij als geldschieter met o.a. Teding van Berkhout in de ‘Bulb’ had gestoken en door geldproblemen was de familie in de crisisjaren gedwongen het huis te verlaten, dat eigendom werd van een bank. Omdat verkoop niet lukte bleef het leegstaan totdat de Duitsers er bezit van namen en in 1945 in een ontredderde staat achterlaten. Hierna is Meer en Berg opgesplitst. Het herenhuis en een deel van het bos werden aangekocht door de zusters Augustinessen (toen van Delft, nu van Heemstede), die naar hier het moederhuis overbrachten en een bezinningscentrum stichtten. Mede om verwarring te voorkomen met het gesticht Meer en Berg in Santpoort is de nieuwe naam Mariënheuvel aangenomen.

Meer en Berg, tegenwoordig Mariënheuvel

Meer en Berg, tegenwoordig Mariënheuvel

Een ander deel kwam in 1948 in handen van de gemeente Heemstede en werd als wandelbos voor publiek opengesteld. Verder zijn de gronden richting Glip, links en rechts van de Glipper dreef toen voor woningbouw aangewend (Staatsliedenbuurt).

Geometrische ofwel Franse parkaanleg  1728-1730

galant gezelschap in het park van Meer en Berg. Schilderij van Jacob Appel (1680-1751) uit omstreeks 1731/1735.

Een galant gezelschap in het park van Meer en Berg, waarbij het pluimbalspel wordt beoefend. Recht op de bank zit het echtpaar Dirk van Lennep (1693-1755) en echtgenote Catharina de Neufville (1684-1729) (1).Aangenomen wordt dat de 3 kinderen Van Lennep zijn afgebeeld, te weten de 9-jarige Suzanna Theodora van Lennep (1720-1756), het 6-jarige broertje David de Neufville van Lennep (1724-1795) en het tweelingbroertje Dirk van Lennep Jr. (1724-1782). Schilderij van Jacob Appel uit 1730 (1680-1751) (RKD)

(1) Dr. I.H.van Eeghen meent dat de  twee personen rechts op het bankje van het schilderij van Jacob Appel de twee kinderen De Wolff verbeelden, de 20- of 21-jarige Pieter en de 18- of 19-jarige Margaretha, hij in het bruin, zij in het wit

Lange tijd heeft men gemeend dat de oorspronkelijke parkaanleg op Meer en Berg stamde van de Franse tuinarchitect André le Nôtre, die wereldberoemd werd door de tuinen met fonteinen en waterpartijen rond het paleis van Lodewijk de Veertiende in Versailles. Totdat SLeonard pringer in het begin van de vorige eeuw in het herenhuis een verfomfaaide tekening vond – thans bewaard in de Provinciale Atlas van Noord-Holland – met een in kleuren getekend ontwerp, ondertekend door Marot.

Tuin van Meer en Berg naar een ontwerp van Daniel Marot uit 1704 (Noord-Hollands Archief)

Nog een bewaard gebleven tuinontwerp toegeschreven aan Daniel Marot uit circa 1705 (aanwezig bij Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Nog een bewaard gebleven tuinontwerp van Daniel Marot uit circa 1704  Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Ook kwam een speciale tekening tevoorschijn van de fonteinen waterleidingen, vervaardigd door A.Snoek naar een schets (kladkaartje) van landmeter Chr. Gebhard uit ongeveer 1728. Uit een vergelijking blijkt dat bij de uitvoering rond 1730 veranderingen zijn aangebracht op het aanvankelijke plan van Marot, o.a. ten aanzien van de plaats van de oranjerie, de vormen der fonteinkommen e.d.

Fonteinleidingen Meer en Berg, ontworpen door Daniel Marot, 1728 (Noord-Hollands Archief).

In die tijd is ook een verbindingsallee naar de Herenweg aangelegd. Marot koos voor een langgerekte Franse baroktuin met vijvers, klaterende fonteinen, beelden en arcaden, maar op kleinere schaal. En – op verzoek van zijn opdrachtgever – met een behoorlijke moestuin, grasbaan en boomgaard, want Hollanders wilden nu eenmaal ook praktisch nut van hun tuin hebben. In familiebezit van Van Lennep bevindt zich een romantisch schilderij van Jacob Appel (circa 1731) met daarop afgebeeld vijf personen, en een deel van de tuin met perspectivisch doorzicht, een vijver, pedestallen, een vaas en beelden – duidelijke kenmerken voor het ontwerp van Marot. Toen de Zweed Bengt Ferrner in 1759 en reis maakte door Nederland noteerde hij o.a. het volgende in zijn dagboek: “Hier in de duinen lag het buiten Meer en Berg van de heer Van Lennep, dat uitzag op het Haarlemmermeer. Wij zagen alleen van buiten wat grotten, beelden, waterwerken, berceaux (loofgalerijen) betreft, is het heel mooi. De heer Van Lennep is een van de rijksten van Amsterdam, maar hij zou zich met de aanleg van de tuin geheel geruïneerd hebben, wanneer zijn familie niet op middelen gezonnen had om hem in zijn grootse plannen van aanleg te verhinderen.”

Bovenstaande heeft betrekking op Dirk van Lennep, die de rekeningen van o.a. vader en zoon Marot niet meer kon betalen, waarna de familieleden met verschillende bedragen bijsprongen.  Dirk van Lennep aanvaardde het geld en zo kon “het fatsoen van de familie blijven geconserveerd” aldus de archieven.

Tekening van Hendrik Tavenier uit 1775. Met links Meer en Berg en tussen de bomen zijn twee torens van het Slot zichtbaar

Tekening van Hendrik Tavenier uit 1775. Met links Meer en Berg en tussen de bomen zijn twee torens van het Slot zichtbaar (origibeel aanwezig in N.H.Archief)

Van de Marot-tuin is vandaag weinig over. In 1794 had een tamelijk ingrijpende verbouwing plaats door Jan David Zocher sr., volgens de toen geldende inzichten van de Engelse landschapsstijl; brede, statige verbindingslanen, natuurlijk gevormde waterpartijen en open ruimten met hier en daar een boom.

Ontwerp Meer en Berg voor landschappelijke aanleg door J.D.Zocher sr. uit 1794. Hierbij is de basisopzet van Daniel Marot zichtbaar (Noord-Hollands Archief)

Weliswaar bleven de door Marot aangegeven contouren, evenals de vijver en het doorzicht gehandhaafd. Naar ik aanneem zijn de in het ongerede geraakte installaties van het pomphuis, nodig om de fonteinen en vijvers van stuwend water te voorzien, niet meer hersteld.

Meer en Berg, Heemstede in 1893 gefotografeerd (Stadsarchief Amsterdam)

Meer en Berg, Heemstede in 1893 gefotografeerd (Stadsarchief Amsterdam)

Meer en Berg rond 1900

In 1909 is de bekende Haarlemse tuinarchitect Leonard Springer in opdracht van de toenmalige eigenaar Hendrik Jan Deutz van Lennep ingeschakeld. Na de komst van de zusters Augustinessen van Delft in 1948/1949 naar Heemstede is het huis gerestaureerd en uitgebreid. Onder leiding van de heer Warmerdam is, aanvankelijk met zeven tuinlieden, het verwaarloosde bos van Mariënheuvel opgeknapt en is nabij het grote huis nog een vijver aangelegd.

Beeld van 2 kinderen door Jan van Logteren, 1739, dat tot de tijd van H.Deutz van Lennep in de tuin van Meer en Berg stond.

Beeld van 2 kinderen door Jan van Logteren, 1739, dat tot de tijd van H.Deutz van Lennep in de tuin van Meer en Berg stond.

Tuinbeeld door Van Logteren in 1739 vervaardigd en in de jaren 30 vorige eeuw verhuisde van Meer en Berg naar een buiten aan de Amstel.

Tuinbeeld door Van Logteren in 1739 vervaardigd en in de jaren 30 vorige eeuw verhuisde van Meer en Berg naar een buiten aan de Amstel.

HET FONTEYN-HUIS

Het overblijfsel van een gebouw op meer en Berg dat in de 19e eeuw dienst heeft gedaan als pomphuis en waterreservoir is sinds 1951 in gebruik bij scoutinggroep St.Paschalis Baylon. Landmeter Snoek noemt het op zijn tekening van circa 1728

Kaart uit 1728 met verklaring van loden en stenen pijpen Meer en Berg, gemaakt door landmeter Snoek naar een eerste ontwerp van landmeter Gerhard. Leonard Springer maakte begin 19e eeuw een kopie van de ‘houtte en steene riolen en pijpen’ ten behoeve van de 18e eeuwse waterwerken van Meer en Berg.  (Noord-Hollands Archief)

‘Fonteyn-huys’.

Het ‘Fonteyn-huys’ diende om de vijvers en fonteinen van water te voorzien door middel van een buizenstelsel. De watertoren gaf aansluiting op een vijftal fonteinen via – ondergrondse – leidingen; houten en stenen riolen en loden pijpen. Waarschijnlijk vooral bij bezoek haalde een van de familieleden Van Lennep-de Neufville de hendel over, zodat het water uit het reservoir vrije toegang kreeg tot het buizenstelsel ven uit de fonteinen spoot – uiteraard zo lang de watertoren voldoende gevuld was. Even simpel kon men de watertoren weer afsluiten. Voor die tijd overigens een staaltje van technisch vernuft. De met de Franse lelie gedecoreerde  houten buizen liepen langs de voorgevel naar boven, listig verborgen achter een houten schijngevel, die het pomphuis het aanzien van een romantisch lustslot gaf. Tot in de jaren zestig van de vorige eeuw was van dat decor nog één fragment overgebleven, te weten een holle pilaster die de waterleidingbuis bedekte, doch deze is intussen voorgoed verdwenen. Eerder, namelijk in 1910, schreef L.A. Springer: “De ruïne is ’t  rampzalig overschot van het fonteinhuis, waaraan nog te zien is, hoe men destijds dergelijke gebouwen versierde. Een deel van de wandschilderingen is nog te zien. Ook een paar beelden zijn er nog, maar overigens is alles verdwenen dankzij het vandalisme dier dagen. De natuurvergoders hebben alles wat los en vast was en niet in haar inrichting te pas kwam meedogenloos verwoest, zo zijn er honderden voorwerpen verloren gegaan, waarvoor men thans enige duizenden guldens zou besteden.”

Pompbuis met decoraties bij het voormalig fonteinhuis van Meer en Berg.

Pompbuis met decoraties bij het voormalig fonteinhuis van Meer en Berg.

Er is niet meer na te gaan tot welk jaar de fonteinen gewerkt hebben, vermoedelijk tot ongeveer 1780. In laat 18e en 19e eeuwse beschrijvingen (Van Ollefen, Van der Aa e.d.) worden de waterwerken van Meer en Berg niet meer genoemd, laat staan geroemd. Ook hier geldt de uitdrukking: sic transit gloria mundi…

Het in de vorige eeuw gesloopte herenhuis Meer en Berg aan de Glipper dreef is door verscheidene kunstenaars vereeuwigd, onder meer door Schouten, Tavenier, Spilman en Lutgers. Jammer dat van het fonteinhuis in volle glorie, althans bij mijn weten, geen tekening of gravure bestaat. De spookachtige ruïne, begroeid met klimop en struiken, is in 1962 voor De Volkskrant getekend door Jan Bouman en ook opgenomen in ‘Het merckwaerdigste meyn bekent’ (deel 5 van de boekenserie).

Men bedenke dat ook de aanwezige kuil voor de Ruïne eens een vijver was, waaruit bijna drie eeuwen geleden een klaterende fontein opspoot.

Ruïne van Meer en Berg, foto van Jacob Olie uit 1893 (Stadsarchief Amsterdam)

Ruïne van Meer en Berg, foto van Jacob Olie uit 1893 (Stadsarchief Amsterdam)

Het Fontein- of waterhuis op Meer en Berg (foto V.C.Klep)

Restant watertoren Meer en Berg. Houten buis, 1928

Restant watertoren Meer en Berg. Buis met pilaster en palmetten, 1928

Literatuur:

Buitenplaats ‘Meerenberg’ met haar tuinen. In: Catalogus Stadspark en buitenplaats. Speciale uitgave van het tijdschrift Wonen-TA/BK/10-77.

Colllectie Heemstede, Meer en Berg, Noord-Hollands Archief.

I.H.van Eeghen. Het drama van Meerenberg. In: Amstelodamum, 59e jaargang, november 1972, p. 193 -200.

I.H.van Eeghen. Herengracht 474, het huis van Juffrouw De Neufville. In: Amstelodamum, april 1972, p. 73-77.

Olga van der Klooster. Hofstede Meer en Berg in historisch perspectief. In: Oud-Heemstede-Bennebroek, nummer 87, februari 1997, p. 12-23.

Hans Krol. Het Fonteinhuis van Meer en Berg. In: St. Pascalis Baylon 50 jaar in touw. 1983

Leonard A. Springer. De hofstede Meer en Berg te Heemstede. In: Bouwkundig Weekblad, 29, 1906, p.131-133.

Meindert Stokroos. Fonteinen in Nederland. Historische watervoerende monumenten. Zutphen, Walburg Pers, 2005.

Verkenners poseren voor de vernieuwde ruïne in 1951

Verkenners poseren voor de vernieuwde ruïne in 1951

N.B. In zijn boek  ‘Ignatius en Jan van Logteren; beeldhouwers en stuckunstenaars in het Amsterdam van de 18de eeuw’ (Alphen aan den Rijn, 2005) schrijft P.M.Fisher, bezorgd door E.Munnig Schmidt over het voormalig fonteinhuis: ‘ (…) Tenslotte spreken wij een curiosum, dat evenmin een fatalae afloop bespaard bleef. Links aan de rand van de tuin staan nog de resten van het voormalige pomphuis – heden als de ‘ruïne’ bestempeld – van waaruit het water naar de vijf fonteinen werd geleid. Aan de tuinzijde verscheen een zeer aparte vorm van artistieke camouflage. Twee half-cirkelvormige, holle, dikwandige houten buizen stonden verticaal tegen de muur geplaatst om de loden leidingen aan het oog te onttrekken. Voor reparaties en andere ingrepen die opzij geschoven worden. Zij kregen het uiterlijk van fraaie pilasters, versierd met gesneden bijbehorende motieven: spiraalvormige banden met palmetten. Doordat de ertussen gelegen poort een plechtige toogafsluiting kreeg, had het geheel de schijn van een voorname voorgevel. Waarschijnlijk is Marot er de bedenker en ontwerper van geweest. Het is nog niet uit te maken of het pomphuis voor of na 1732 tot stand is gebracht, met andere woorden, of Ignatius, dan wel Jan van Logteren, de uitvoerder van de ‘pilasters’ was. Van de oorspronkelijke twee exemplaren was er al één op een onbekend tijdstip vóór 1935 verdwenen. Het andere was nog in de herfst van 1966 ter plaatse. Voorjaar 1967 troffen wij slechts een lege plek. Desgevraagd deelde de aldaar werkzame gemeentelijke tuinman mee, dat de sierpilaster in de afgelopen zeer strenge winter, als ware het weer oorlogstijd, was weggeroofd en hoogstwaarschijnlijk als brandhout in huiskachels geëindigd.”

Uit: ‘Het merckwaerdigste meyn bekent’, 1966, door Jan Bouman.

Ruïne van pomphuis Meer en Berg Heemstede (Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed)

Ruïne van pomphuis Meer en Berg Heemstede (Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed)

Ontwerp voor hoofdgebouw van Meer en Berg, toegeschreven aan Daniel Marot (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Ontwerp voor hoofdgebouw van Meer en Berg uit 1704, toegeschreven aan Daniel Marot (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Deel van bokaal, gegraveerd door S.J.Sang tussen 1765 en 1770

Deel van bokaal Meer en Berg, gegraveerd door S.J.Sang tussen 1765 en 1770

Fragment gravure Meer en Berg op bokaal door S.J.Sang, circa 1765-1770.

Fragment gravure Meer en Berg op bokaal door S.J.Sang, circa 1765-1770.

 Oranjerie Meer en Berg Heemstede, in 1899 uitgegeven fotokaart ter gelegenheid van het Zendingsfeest.

Oranjerie Meer en Berg Heemstede, in 1899 uitgegeven fotokaart ter gelegenheid van het Zendingsfeest.

De Oranjerie van Meer en Berg in 1954 kort voor de sloop. Het bouwwerk met fraaie interieurs (grisailles) dateerde uit 1732 en was ontworpen en geornamenteerd door Daniël Marot. De hoofdingang werd benadrukt door de tympaan met ingegraveerde zonnewijzer. Ton koot van 'Heemschut' noemde de oranjerie ooit de mooiste van ons land. De Duitse bezetters hebben er lelijk huis gehouden en schoten op de 'engeltjes' . In 1953 toen de proriteiten anders lagen vond afbraak plaats (foto G.Th.Delamarre)

De Oranjerie van Meer en Berg kort voor de sloop. Het bouwwerk met fraaie interieurs, zoals grisailles, dateerde uit 1732 en was ontworpen en geornamenteerd door Daniël Marot. De hoofdingang werd benadrukt door de tympaan met ingegraveerde zonnewijzer. Ton Koot van ‘Heemschut’ noemde de oranjerie ooit de mooiste van ons land. De Duitse bezetters hebben er lelijk huis gehouden en schoten op de ‘blote engeltjes’ . In 1953 toen de proriteiten anders lagen vond afbraak plaats (foto G.Th.Delamarre)

Op 23 februari 1951 publiceerde het Nieuwsblad van Heemstede onder de kop ‘Een probleem in het Wandelbos: de Oranjerie van Meer en Berg’ onder meer: “(…) Tijdens de bezetting hebben de Duitsers ook met dit gebouw weinig consideraties gekend en zij richtten het in als paardenstal, terwijl de muren zelfs als schietschijf werden gebruikt. De troosteloze toestand waarin zij de Oranjerie bij de bevrijding achterlieten, oefende zoals gewoonlijk een grote aantrekkingskracht uit op het baldadige gedeelte onzer jeugd en zij voltooiden met het enthousiasme, een betere zaak waardig, het werk, dat door de tand des tijds reeds meedogenloos was aangevangen. Vooral de laatste jaren hebben zij vrijwel onherstelbare schaduw aan het gebouw toegebracht, waarbij natuurlijk in de eerste plaats alle ruiten ten offer vielen, die in de loop der eeuwen een fraai violette kleur hadden aangenomen. Door de deuren, of liever de openingen met een stevig gaas af te rasteren, heeft men gepoogd de jeugd uit het gebouw verwijderd te houden, maar het bijna logische gevolg is geweest, dat ook deze afsluiting werd vernield. De jeugd heeft nu opnieuw vrije toegang en de zolder wordt zelfs als speelplaats gebruikt, hetgeen in verband met de gammele toestand der balkenlaag, niet geheel van levensgevaar is ontbloot. Bovendien is de fundering verzakt en zijn de stenen totaal vergaan. Wanneer iemand er enige vrije middagen aan wil besteden, zou hij in staat zijn met een hamer en een schroevendraaier de gehele Oranjerie binnen korte tijd en zonder verdere hulp te slopen. Door oxydatie van de ingebouwde ankers zijn de penanten tussen de ramen uiteengespat, waardoor ook de zandsteen bekledingsplaten van de gevel los gekomen zijn. Verder zijn de raamkozijnen voor het grootste gedeelte vergaan, evenals de grootbodems en kroonlijsten. De kapspanten verkeren nog in vrij goede staat, maar door lekkage van goten en dak is ook de zolderbalklaag zeer slecht geworden met het gevolg dat de gehele voorgevel uit het verband is geraakt. Alleen de koepel met het fraaie stucadoorswerk is nog vrijwel onbeschadigd, maar ook hier hebben het vocht en het binnenstromende water de kalklaag reeds aangetast. (…). 

Artikel uit het Haarlems Dagblad van 25 juli 1952 waarin wordt bericht dat vanwege verregaande aantasting de Oranjerie geen historische waarde meer heeft en dat Het Openluchtmuseum om die reden afziet van afbraak en opbouw in Arnhem.

Artikel uit het Haarlems Dagblad van 25 juli 1952 waarin wordt bericht dat vanwege verregaande aantasting de Oranjerie geen historische waarde meer heeft en dat Het Openluchtmuseum om die reden afziet van afbraak en vervolgens opbouw in Arnhem.

FOTO’S VAN MEER EN BERG IN HEEMSTEDE

Ten dele omgewaaide bomen achter Meer en Berg (Uit"Zondagsblad Opr.Haarl. Courant, 21 december 1903).

Ten dele omgewaaide bomen achter Meer en Berg (gravure uit: Zondagsblad Opr.Haarl. Courant, 21 december 1903).

Dressuur van politiehonden op het terrein van Meer en Berg Heemstede, 1911

Dressuur van politiehonden op het terrein van Meer en Berg Heemstede, 1911

Foto uit circa 1930. Nabij de muur van het toegangshek van Meer en Berg staan van links naar rechts: Ali van Iperen, haar man Coba Nijsse , Cornelia (kee) Nijsse en Henk van Iperen. Ze staan voor het huis (met open luiken) van Maarten van Iperen die als tuinman in dienst was van Hendrik Jan Deutz van Lennep, toenmalig eigenaar van Meer en Berg

Foto uit circa 1930. Nabij de muur van het toegangshek van Meer en Berg staan van links naar rechts: Ali van Iperen, haar man, Coba Nijsse (in Zeeuwse klederdracht) en Maarten van Iperen. Ze staan voor het huis (met open luiken) van Maarten van Iperen die als tuinman in dienst was van Hendrik Jan Deutz van Lennep, toenmalig eigenaar van Meer en Berg

Verbouwing van bijgebouwen Meer en Berg aan de Glipper dreef in 1995. Links naar achteren de vroegere paardenstal en rechts het koetshuis (foto Olga van der Klooster)

Verbouwing van bijgebouwen Meer en Berg aan de Glipper dreef in 1995. Links naar achteren de vroegere paardenstal en rechts het koetshuis (foto Olga van der Klooster)

Schilderij van Meerzicht door Herman van Tongeren

Gezicht op Meerzicht in Heemstede, circa 1950

Gezicht op Meerzicht in Heemstede, circa 1950

Foto uit 1911van Meer en Berg uit de periode van Jan Hendrik Deutz van Lennep

Foto uit 1911van Meer en Berg uit de periode van Jan Hendrik Deutz van Lennep

Foto van het nieuwe Meer en Berg uit omstreeks 1920

Foto van het nieuwe Meer en Berg uit omstreeks 1920

Nog een foto van Meer en Berg uit omstreeks 1920

Nog een foto van Meer en Berg uit omstreeks 1920

===============

Foeke4

Aanteding Meer en Berg, uit: Nieuws van den Dag, 8 juni 1907

ARCHITECT FOEKE KUIPERS

Kuipers

Portret van architect Foeke Kuipers (1871-1954 (NAi)

Bouwmeester van de villa Meer en Berg in Heemstede was Foeke Kuipers (1871-1954). Hij was de zoon van een timmerman-aannemer uit Friesland die zich omstreeks 1879 in Amsterdam vestigde. Hij volgde de Quellinusschool voor bouwkunde met H.P.Berlage en J.D.Klinkhamer als leermeesters en behaalde een zilveren medaille, de hoogste onderscheiding van de sshool. Kuipers heeft veel villa’s ontworpen in cottagestijl. Andere werem van hem zijn: het Polderhuis in Hoofddorp (1909-1913), ‘De Roode Leeuw’ (Damrak 93-94) en het clubgebouw van de Inustrieele Club, Dam 27 in Amsterdam. Verder was hij intensief betrokken bij de bouw van de villa Kareol in Aerdenhout in opdracht van Julius Carl Bunge. Mw.H.Slagter-Wieringa schrijft daarover in ‘Kareol te Aerdenhout en zijn Bouwheer’ (1974): ‘In 1908 begon men met de bouw van het huis, nar een ontwerp van de Zweedse architect Anders Lundberg, een goede vriend van de heer Bunge. Het is zeer waarschijnlijk, dat ook Bunge zelf heel uitgesproken ideeën heeft gehad over het huis en zeer veel invloed heeft uitgeoefend op de uiteindelijke vormgeving. Anders Lundberg is bij zijn werk geassisteerd door een andere Zweed Sven Silov en de Nederlandse architect Foeke Kuipers.

Kareol.jpg

            Vooraanzicht van het in 1979 afgebroken Kareol in Aerdenhout

Kareol

Tekening van Kareol uit Ons Bloemendaal, 21e jaargang, voorjaar 1997, p.15. ‘Velen raakte in de loop van de tijd in de ban van dit majesteitelijke, inmiddels afgebroken landhuis van Wagner-liefhebber Bunge.

Teding4

Prentbriefkaart van Boekenrode na de verbouwing en uitbreiding door Foeke Kuipers in 1907 in opdracht van eigenaar jhr. Pieter Teding van Berkhout. Sinds 1924 klooster van de Zusters Francisanessen met nieuwe naam ‘Alverna’

Polderhuis

Het polderhuis in Hoofddorp, ontworpen door Foeke Kuipers

Foeke3

Portret van 70-jarige Foeke Kuipers (Algemeen Handelsblad, 41

foeke1

Artikel in 1941 verschenen bij gelegenheid van 70ste verjaardag van Foeke Kuipers uit Leidsch Dagblad van 29-8-1941

=====================================================

Interieurfoto Meer en Berg uit 1928 (RMZ)

Interieurfoto Meer en Berg uit 1928 (Rijksdienst Cultureel Erfgoed)

De salon van Meer en Berg met 2 grisailles, 1928 (RMZ)

De salon van Meer en Berg met 2 grisailles, 1928 (Rijksdienst Cultureel Erfgoed)

18e eeuws toegangshek van Meer en Berg, Heemstede

Bijgebouwen Meer en Berg vanaf de Glipperdreef

Bijgebouwen Meer en Berg (achterzijde)

Meerzicht in Heemstede is na restauratie een bewaard gebleven restant van het vroegere Meer en Berg. Tot 1910 onderdeel van een complex witte paviljoenachtige gebouwen in Franse stijl, waarbij Meerzicht het oudste en stevigste bouwwerk was Richting naar de statige ingang was een kleiner vierkant gebouw en een achtkantig paviljoen. Particuliere bewoonster na WOII was mevrouw J.G.Schwartz-van Royen. Na 1966 had een restauratie plaats en na leegstand en kraakbezetting in 1983 een grotere van ongeveer 7 ton nodig om het gebouw appartementen voor één- of twee-persoonshuishoudens te vestigen.

Zijaanzicht van de oranjerie van Meer en Berg kort voor de sloop in 1953 (RMZ)

Zijaanzicht van de oranjerie van Meer en Berg kort voor de sloop in 1953 (RMZ)

Interieurfoto van oranjerie Meer en Berg, 1928 (RMZ)

Interieurfoto van oranjerie Meer en Berg, 1928 (RMZ)

Ruïne Fonteinhuis Meer en Berg, Heemstede

Weide Groenendaal vanuit toegang naar  Meer en Berg = Mariënheuvel, Heemstede

Op de achtergrond de Zochervijver van Meer en Berg, Heemstede en rechts een moderne sculptuur) (1)

(1) Dat kunstwerk is gemaakt door Raymond Spierings. De titel is ‘La Quadrature’ en is in het kader van de tentoonstelling Opposites Attract, georganiseerd door Ateliers 195-197, Glipper Dreef 195-197, in 2009 – met toestemming van de gemeente Heemstede geplaatst. Het is een beeld van een man en een vrouw die met hun rug tegen elkaar staan, alsof ze op het punt staan hun eigen weg te willen ingaan, maar elkaar niet los kunnen laten, hun handen zijn nog met elkaar verstrengeld. Pure gevoelens lijken in dit sculptuur te overheersen, zoals twee mensen elkaar ontmoeten, een bij elkaar blijven en weer hun eigen weg gaan. Het beeld staat op een reusachtige sokkel, waardoor de illusie ontstaat dat het liefdespaar de aarde reeds verlaten heeft. Raymond Spierings is ook bekend van de kolossale gevleugelde witte voet bij de Gravestenenbrug in Haarlem tegenover Teylers Museum. (Informatie Koen Siegrest).

'La Quadrature' door Raymond Spierings, Groenendaal, 2009

‘La Quadrature’ door Raymond Spierings, Groenendaal, 2009

MEER EN BERG HEEMSTEDE (1728-1732)

‘Terwijl de werkzaamheden aan de Amsterdamse stadswoning uit decoratieve verfraaiingen bestonden, deed David de Neufville Meer-en-Berg van 1728 af een volledige metamorphose ondergaan en van een reeds voornaam zomerverblijf omtoveren tot een vorstelijk ensemble van diverse bouwwerken en een park met waterwerken, colonnades en sculpturen. Daarbij streefde bij Spaar-en-Hout van zijn neef David Mattheusz. de Neufville ver voorbij. Bij zijn overlijden op Meer-en-Berg in juni 1729 moet al veel gerealiseerd geweest zijn: de nieuwe ‘huizing’, enige voorname bijgebouwen, waaronder de oranjerie en de hoofdingang. Op de crediteurenlijst van 1733 staan enige ons bekende personen, die zeer hoge vorderingen hadden: de meestertimmerman en bouwleider Jan van der Streng met ƒ 5217,13 en de ijzer- en edelsmid Leendert Uljé met ƒ 1.013,4. Beiden hadden beperkte bemoeienis met Herengracht 476, waar alleen aan de achtergevel gebouwd werd en smeedwerk slechts voor de stoepleuning en voor de schoorsteenboezems nodig was, maar des te meer met de buitenplaats. De bouw van het herenhuis moet al in 1728 begonnen zijn, en het ingangshek was in ieder geval vòòr 1729 ter plaatse. De ontstaansdatum van het ingangshek lijkt eenvoudig vast te stellen. De stijl van de pijlers met klassieke rusticablokken, de familiewapens en de pompoenen is die van Ignatius van Logteren. De tweemaal – aan voor- en achterzijde – aangebrachte mans- en vrouwenwapens betreffen beide de familie De Neufville. David Balthasarsz de Neufville was gehuwd geweest met Agneta de Neufville, die in 1719 overleden was. Het ligt daarom voor de hand een datering aan te nemen van kort voor juni 1729, toen David overleed. Er doen zich echter enige problemen voor. Een tweede De Neufville-De Neufville verbintenis heeft zich voorgedaan, namelijk sedert 1733, toen Davids dochter Petronella, na in december 1732 Meer-en-Berg in eigendom te hebben gekregen, huwde met Mattheus de Neufville. Het tweede probleempunt is het feit, dat tegen de vaste regel in, het vrouwenwapen zich links bevindt. Kan de verklaring hiervan zijn, dat David uit piëteit voor zijn overleden vrouw, haar zijn plaats heeft afgestaan? Of heeft later, Petronella, ten teken dat eigendom en aanspraken bij háár berustten, de schilden van plaats omgewisseld? Een dergelijke opstelling lijkt ons echter voor een fijnzinnige dame als Petronella de Neufville onvoorstelbaar. Een derde mogelijkheid zou kunnen zijn, dat de familie ten tijde van de Franse revolutie de wapenschilden uit voorzorg verwijderd heeft en in veiligheid bracht, en die later bij het herplaatsen, in de verkeerde orde heeft teruggezet – wat een meer voorkomend verschijnsel is geweest. Dit laatste zou ons echter in het geval van een familie zo ‘avertie’ als de Van Lenneps, de nazaten van De Neufvilles, hoogst verwonderlijk toeschijnen. Kortom: de ware reden blijft on nog onduidelijk. Het grootse, prachtige smeedijzeren hek is uiteraard vervaardigd door de Uljé’s in de Kalverstraat, met Leendert en mogelijk nog Joseph, die in hetzelfde jaar 1729 nog het beroemde hek te Hoorn signeerde, maar ook plotseling overleed. Van wie was het ontwerp? De stijl gaat geheel terug op Daniel marot, die ook op dit gebied in onze streken de grondlegger is geweest door zijn gegraveerde ontwerpen, maar vooral ook door de naar zijn ontwerpen uitgevoerde hekken van onder meer Het Loo en De Voorst. Op Meer-en-Berg echter schijnt zijn zeer bescheiden bijdrage – hij vorderde in 1733 ƒ 146,-  tegenover de ƒ 453,-  van zijn zoon – eerder de tuinaanleg betroffen te hebben. De Uljé’s  hanteerden zelf een veel ‘floraler’ stijl: zij hebben hier ongetwijfeld naar een hun ter hand gesteld ontwerp gewerkt. In aanmerking zou kunnen komen de tot de Marotomgeving behorende Jacues-Estienne Benoist, van wie enige zeer verwante hekontwerpen bekend zijn en die van Dirck van Lennep ƒ 401.9 te vorderen had. Hij was echter in de eerste plaats decorateur, ook koets- en wapenschilder en mogelijk heeft hij als zodanig voor Van Lennep gewerkt. De werkelijke ontwerper moet geen ander geweest zijn dan Ignatius van Logteren zelf, de maker van de pijlers, die, blijksens de Leidse ‘Versaameling’ allerlei complete hekken heeft ontworpen – denken wij ook aan Ottespoor en Oostermeer. Het meest overtuigt echter de stijl: afgezien van de Marotachtergrond, bestaat sterke verwantschap  van bepaalde elementen – bij voorbeeld het rozetmotief – met het hekwerk van de stoepleuning en de souterraindeur van Herengracht 472. Zo is dus het gehele ingangshek voor alles het werk van Ignatius van Logteren.

Meer en Berg op een aquarel van H.P.Schouten uit 1802

Meer en Berg op een aquarel van H.P.Schouten uit 1802

Twee afbeeldingen, een gravure en een geaquarelleerde tekening tonen de aanblik vanaf de Glipperdreef van de ingang en de voormalige ‘huizinge’, rechts daarvan. Die van Spilman is, als naar zijn gewoonte, artistieker maar vrij vervlakkend, die van Schouten, eveneens naar diens gewoonte, braver maar veel gedetailleerder. Zij stemmen met elkaar overeen, in dat zij op de vier hoeken van de driezijdige achteruitbouw kinderbeeldjes hebben afgebeeld. De uitbouw was een deel van de achthoekige centrale woonruimte. Waarschijnlijk hebben ook nog vier beeldjes op de uitbouw aan de tuinzijde gestaan. Daar ‘kindertjes’ ook in de bouwperiode uitermate geliefd waren en Ignatius van Logteren een specialist was in het genre, mogen wij veronderstellen dat die door hem zijn vervaardigd, of anders, even later, door zijn zoon Jan. Vreemd genoeg geeft alleen Schouten ook nog vier kindertjes te zien op de bakstenen pilasters van de muur aan weerszijden van het ingangshek, terwijl toch de afbeelding van Spilman de toestand van veertig jaar eerder betreft. Wij zijn geneigd hier Spilmans weergave in het ongelijk te stellen. Deze beeldjes aan de openbare weg zullen niet in natuursteen uitgevoerd geweest zijn, maar in hout. Omstreeks 1978 trof Hans ’t Manntje, beeldhouwer van het Amsterdamse Monumentenbureau, fragmenten van houten kinderbeeldjes aan op de zolder van de Wildhoef. Verder dan een suggestie kunnen wij voorlopig niet gaan: de historie van die fragmenten moet nog worden uitgezocht. Kwartetten van kindertjes doen denken aan de geijkte thema’s van de Jaargetijden, de Elementen enzovoort. Maar misschien had de onafhankelijke geest van Petronella de Neufville daarvoor andere, meer op Meer-en-Berg toegesneden emblemen bedacht. (…)’ [P.M.Fischer: Ignatius en Jan van Logteren. Herdr. 2005, p. 278-281].

Geslachtswapen De Neufville

Geslachtswapen De Neufville

Tuinsculpturen, Meer-en-Berg (1730-1732)

Van Ignatius van Logteren is geen werk voor de tuin van Meer-en-Berg bewaard of bekend. De beelden van Jan van Logteren uit 1734 die eens deze tuin sierden, de Bacchus en Adriadne op het Huis te Manpad en het Jaargetijdengroepje op Oostermeer, schijnen er op te wijzen dat eerst Petronella de Neufville aan dit onderdeel van de verfraaiing van de buitenplaats aandacht is gaan besteden. Er is echter een getuige uit die jaren 1730 tot ’32 in de vorm van een schilderwerkje van Jacob Appel, dat van ouds in het bezit is van de familie Van Lennep en dat ons mogelijk sculpturen van verscheiden en ook belangrijke aard van Ignatius van Logteren voor ogen stelt. Juffrouw Van Eeghen interpreteert dit schilderijtje als een gezicht vanaf het achterterras in de tuin van Meer-en-Berg met de nog ongehuwde kinderen Van Lennep en De Wolff. Haar datering is ‘omstreeks 1750’, en in ieder geval van voor het débacle, dat wil zeggen het faillissement van Dirck van Lennep einde 1732. Aan beeld- en steenhouwwerk zien wij afgebeeld: op de voorgrond een het terras afsluitende ballustrade waarop een beeld van een mannengestalte, in het midden een fonteinsculptuur met dolfijnen en even ervoor een witmarmeren vaas op pedestal; op de achtergrond twee delen van een colonnade met een doorkijk. In hoeverre de schilder hier fantasie een rol heeft gegeven is niet na te gaan. Hoewel er ook ouder beeldhouwwerk op Meer-en-Berg was, – bij de overname door David de Neufville in 1696 was al sprake van “loode beelden en marmere en zandsteene vasen “- vertoont al het hier afgebeelde werk stijlkenmerken van rond 1730. Een ‘visstuk’ vervaardigd door een der Van Logterens troffen wij al aan op Oostermeer. De ovalen vaas – niet van het meest gangbare Marot-type – met de voorstelling in reliëf van een meermin, die een cornucopia en een mandje draagt en het voetstuk met guirlande tonen verwantschap met die van de beelden van Ignatius van Boom en Bosch nu te Arnhem. Intrigerend en onthullend is echter de in de wazige verte verschijnende colonnade. Marots ontwerp voor de tuin, dat naar onze mening in de periode 1728-’29 is ontstaan, laat op die plaats een driedelig poortgebouw met kolommen zien, waarvan het middelste gedeelte, dat een iets lagere overhuiving draagt, open is en een doorzicht biedt. De Uiteindelijke verwezenlijking zou dan op Appels schilderstuk te zien zijn, wat betekent, dat die in zoverre van het ontwerp afweek, dat de koepels van de buitenste delen niet tot uitvoering kwamen en de overkapping van het middendeel geheel werd weggelaten. Een dergelijke gang van zaken stemt ook overeen met wat Ozinga schreef: “Marots tekening voor Meer-en-Berg bedoelde blijkbaar de tuinarchitectonische opzet aan te geven, die dan vervolgens in overleg met hem enigszins gewijzigd of vereenvoudigd kon worden.”Een colonnade in twee delen moet op Meer-en-Berg werkelijk bestaan hebben. En in dat geval moet de steenhouwkundige en decoratieve uitwerking ervan voltooid vóór het ontstaan van Appels schilderijtje, in handen van Ignatius van Logteren en zijn atelier gelegen hebben.’ [P.M.Fischer: Ignatius en Jan van Logteren. herdr. 2005]

Herengracht 475 en Meer-en-Berg (1733-’36)

‘Toen Petronella de Neufville, weduwe van Jacob van Lennep, op 11 mei 1730, het oude huis Herengracht 475 kocht, waardoor zij van huurster eigenares werd, deed zij dat met de vooropgezette bedoeling het te moderniseren en naar haar smaak te verfraaien. Het gold hier niet een op zichzelf staand plan, maar een wezenlijke samenhang met wat in Petronella’s geboortehuis, schuin aan de overkant, Herengracht 476 en op het familiebuiten Meer-en-Berg sedert 1728 aan vernieuwingen was begonnen. Tweemaal had intussen de dood gedreigd hieraan een eind te maken – vader David overleed in Juni 1729, zijn oudste dochter Catharina, Petronella’s zuster dus, in november van datzelfde jaar. Echter, Catharina’s echtgenoot, Dirk van Lennep, zette het 1730 met kracht voort. Petronella wilde hierbij niet achter blijven en trok na de aankoop van haar huis dezelfde équipe aan, die voor nr. 476 werkzaam was, waarvan in de eerste plaats Jacob de Wit en Ignatius van Logteren. De Wit die in 1730 voor Dirk van Lennep een plafondschildering maakte, deed in 1731 hetzelfde in Petronella’s huis. Enige ontwerptekeningen van Ignatius van Logteren doen vermoeden dat er ook al plannen waren voor stucversiering, die om een of meer redenen niet tot uitvoering zijn gekomen, zoals in het verband van Ignatius’ werken al is besproken (…)’.  [P.M.Fischer, Ignatoius en Jan van Logteren. Herdr. 2005, pagina 332].

Over de periode dat Dirk van Lennep eigenaar sinds 1729 na het overlijden van zijn schoonvader David de Neufville is geschreven door archivaresse Isabelle van Eeghen. Het huis aan de Herengracht werd getaxeerd op ƒ 73.000,- en Meerenberg op 31.500 gulden.  In 1730 kocht Van Lennep  het aangrenzende Leeuwenberg aan voor  4.000 gulden. Aan de uitbreiding en verfraaiing van het park  Meerenberg werd veel geld besteed. Dirk van Lennep gebruikte daarbij het geërfde geld van zijn kinderen en maakte schulden die opliepen tot ƒ 113.724,- Daarvan meer dan 50.000 gulden aan onbetaalde rekeningen – zoals aan de overleden crediteur Ignatius van Logteren en vader en zoon Marot – en de rest aan leningen van familieleden. Teneinde een faillissementen te voorkomen sprongen zijn familieleden met grote sommen bij en kocht zijn schoonzuster eind 1732 Meerenberg voor ƒ 55.000,-. Mw. van Eeghen schrijft: “Er werden, zoals te begrijpen, eindeloze onderhandelingen gevoerd. Maar uiteindelijk waren het Dirks twee broers, Jacob van Lennep Dirksz, en David Leeuw van Lennep, zijn zwagers Pieter Roeters en Mattheus de Neufville en zijn behuwd stiefzonen Leendert de Neufville Jansz. en Nicolaes van der Haer, die bijsprongen met verschillende bedragen, in totaal ƒ 78.000,- Ook stonden zij borg voor het geval, dat later een der minderjarigen in verzet zou komen, omdat het moederlijk erfdeel was aangetast. Dirk van Lennep accepteerde alles en zo kon “het fatsoen van de familie blijven geconserveert.” Op 15 mei 1733 beloofde hij indien mogelijk tot restitutie van deze sommen te zullen bijdragen. Het belangrijkste voor ons is, dat voor zover mogelijk natuurlijk ook de huizen werden verkocht. Van 18 november 1732 dateert de machtiging van Dirk van Lennep aan de twee voogden van zijn kinderen om die huizen over te dragen, o.a. het huis op de Herengracht en Meerenberg met “duinen, landerijen, wildernissen, mitsgaders ornamenten, beelden, oranjerij als andersints”. In Op 27 december 1732 vond de overdracht te Heemstede plaats. Zij betaalde  40.000 gulden en nog eens ƒ 10.000,-  voor de tuinaanleg en ƒ 5.000,- voor de inboedel.’  

Beeld op Oostermeer, door Jacques Goudstikker in 1930 overgenomen van H.Deutz van Lennep van Meer en Bosch

Beeld op Oostermeer, door Jacques Goudstikker in 1930 overgenomen van H.Deutz van Lennep van Meer en Bosch (foto G.J.Dukker)

P.M.Fischer schrijft in zijn ‘Ignatius en Jan van Logteren’, bezorgd door E.Munnig Schmidt  (Alphen aan den Rijn, 2005) het volgende: ‘(‘..) De Van Logteren-herleving bracht, onverwacht, in de jaren ’30 al heel snel een fraai monument, een merkwaardige bezegeling voort. Geleid door deze impuls, en door een gunstig lot in de gelegenheid gesteld, heeft Jacques Goudstikker, de toenmalige prins der kunsthandelaren, een in hem opgekomen ideaal verwezenlijkt: het herstel van de buitenplaats Oostermeer aan de Amstel, en met name van de tuin, als Van Logteren-domein. Goudstikker had in 1931 de hand kunnen leggen op een ongemeen belangrijke partij tuinbeelden, afkomstig van de voorheen befaamde, vorstelijke, unieke maar in verval geraakte buitenplaats Meer-en-Berg bij Heemstede, waaronder een aantal werken van de Van Logterens en aan hem toegeschreven stukken. Het dagboek van Bicker Raye kennende en de passage daarin over de in 1757 verkochte Van Logteren-tuinbeelden, bestemde hij de waardevolste Meer-en-Berg-stukken, waaronder die van Jan van Logteren, voor de buitenplaats Oostermeer, die hij in 1932 aankocht. Het lijkt aannemelijk, dat deze in 1940 zo tragisch om het leven gekomen grote kenner zich bewust was van de tot voor kort nooit uitgesproken mogelijkheid, dat ook het schitterende stuc- en snijwerk in het interieur van Oostermeer uit de Van Logteren-handen was voortgekomen. De huidige bewoners zijn in die lijn verder gegaan en hebben nog enige Van Logteren-werken verworven en in de tuin geplaatst. Zo is deze altijd-door bewoonde buitenplaats tot een onvergetelijk Van Logteren-museum geworden.’

Via Goudstikker is een spectaculaire zogeheten ‘Marot-zitbank’ afkomstig uit Meer en Berg en toegeschreven aan Ignatius van Logteren in het Rijksmuseum te Amsterdam terecht gekomen.

Keizersbeeld afkomstig van Meer en Berg (Oostermeer, foto G.J.Dukker)

Keizersbeeld afkomstig van Meer en Berg (Oostermeer, foto G.J.Dukker)

Vier keizer-beelden van Bartholomeus Eggers in 1892 aangekocht door het Rijksmuseum van de weduwe Pauline Agneta Deutz van Lennep-Deutz van Assendelft van Meer en Berg

In het Bulletin van het Rijksmuseum, jaargang 36, 1988, nummer 1 publiceerde mw. W.Halsema-Kubes een artikel: ‘Bartholomeus Eggers’ keizers- en keizerinnenbusten voor keurvorst Friedrich Wilhelm van Brandenburg’.  Hieruit enkele citaten: “In de tuin van het Schloss Charlottenburg in Berlijn bevindt zich een serie marmeren borstbeelden van de eerste twaalf Romeins keizers en hun gemalinnen, die te dateren is in de tweede helft van de zeventiende eeuw. De beelden zijn niet voor Charlottenburg gemaakt, daar met de bouw hiervan eerst in 1695 is begonnen, maar waarschijnlijk voor Oranienburg. Dit paleis is enige kilometers ten noorden van Berlijn gelegen en werd gebouwd tussen 1651 en 1655 door Louise Henriette, prinses van Oranje, de Hollandse gemalin van Friedrich Wilhelm, keurvorst van Brandenburg. Bekend is dat voor Friedrich Wilhelm tenminste twee series keizersbeelden zijn gemaakt: in 1663 door de beeldhouwer Kaspar Günther uit Danzig en in 1674 (keizers) en 1682 (keizerinnen) door de Amsterdamse beeldhouwer Bartholomeus Eggers. (…) Van Eggers is bekend, dat hij niet slechts een serie marmeren borstbeelden van de twaalf eerste keizers van Rome Voor Friedrich Wilhelm maakte, maar ook een serie van de twaalf bijbehorende keizerinnen. Bartholomeus Eggers (ca. 1637-1692) was in 1646 leerling van Pieter Verbruggen in Antwerpen. Waarschijnlijk trok hij in 1654 naar Amsterdam om in het atelier van Artus Quellinus mee te helpen aan de totstandkoming van het beeldhouwwerk  voor het nieuwe stadhuis. Tot 1663 bleef hij in Quellinus’ atelier werkzaam. In dat jaar liet hij zich inschrijven als lid van het St.Lucasgilde en vestigde hij zich als zelfstandig meester. Uit correspondentie is bekend, dat Eggers al in 1663 werk uitvoerde voor de Grote Keurvorst. In 1674 kreeg hij van deze vorst de opdracht marmeren borstbeelden van twaalf keizers te maken “die seer kurieus zullen moeten worden gemaeckt”. (…) Het Rijksmuseum bezit een viertal keizersbusten van lood, die tot in details overeenstemmen met vier van de borstbeelden in Berlijn. Ze stellen voor Julius caesar, Gaius Julius Caesar Germanicus (Caligula), Marcus Salvius Otho en Titus Flavius Domitianus, zoals men kan opmaken uit de namen die op de plinten van de Berlijnse serie zijn aangebracht (…) De loden beelden zijn in 1892 door het Rijksmuseum van Schilderijen gekocht van de handelaar B.Kalf te Amsterdam om ze in de tuin van het museum te plaatsen. Ze zijn afkomstig uit het buiten Meer en Berg te Heemstede. Dit landgoed werd in 1655 gekocht door de Amsterdammers Louis en Hendrik Trip en bestond toen nog slechts uit een woning, enkele schuren, een boomgaard en plantagien. In 1696 verkochten de voogden van de kinderen van Matthias Trip Meer en Berg aan David de Neufville. Bij de verkoop werden de “loode beelden, marmere ende hardsteene vasen” en behangsels uitgezonderd. Deze zouden apart getaxeerd worden. In 1729 vond er na de dood van David de Neufville een boedelscheiding plaats, waarbij Dirk van Lennep, gehuwd met Catharina de Neufville, de nieuwe eigenaar van Meer en Berg werd. Al in 1732 verkocht Dirk van Lennep het landgoed voor ƒ 40.000,- aan zijn schoonzuster Petronella de Neufville, weduwe van Jacob van Lennep en in 1733 hertrouwd met haar neef Mattheus de Neufville. Voor de beelden en de tuininventaris werd nog apart  10.000 gulden berekend. Na de dood van Petronella kwam Meer en Berg in handen van Aernout van Lennep, die in 1791 stierf en het buiten naliet aan zijn zoon Abraham van Lennep. Deze stief in 1828 en zijn zoon Jhr. Abraham van Lennep werd eigenaar. Na diens overlijden in 1841 erfde zijn zoon Jhr. Dirk Jacob Carel van Lennep, gehuwd met Pauline Agneta Deutz van Assendelft, het landgoed. Haar zoon Jhr. Hendrik Jan Deutz van Lennep liet op het terrein een nieuw huis bouwen en de vervallen ouude woning werd omstreeks 1910 afgebroken. In 1948 kocht de Gemeente Heemstede een deel van Meer en Berg. De bij het oude huis behorende Oranjerie heeft men in 1953 gesloopt.”  Het is niet bekend wanneer de 4 loden keizersbeelden,evident afkomstig van Bartholomeus Eggers, op Meer en Berg zijn terecht gekomen, vermoedelijk al ten tijde van de eigenaren Trip voor 1696, anders bij de tuinverfraaiing door Dirk van Lennep omstreeks 1730.

Bartholomeus Eggers, na 1674 Julius Caesar. lood Tuin Rijksmuseum, afkomstig van Meer en Berg

Bartholomeus Eggers, na 1674 Julius Caesar. lood Tuin Rijksmuseum, afkomstig van Meer en Berg

Bartholomeus Eggers, ba 1674 keizer Calligula. lood. tuin Rijksmuseum Amsterdam, afkomstig van Meer en Berg Heemstede

Bartholomeus Eggers, na 1674 keizer Calligula. lood. tuin Rijksmuseum Amsterdam, afkomstig van Meer en Berg Heemstede

2 borstbeelden van Bartholomeus Eggers in marmer van links Julius Caesar en rechts Caligula in de tuin van Schloss Charlottenburg, Berlijn

2 borstbeelden van Bartholomeus Eggers in marmer van links Julius Caesar en rechts Caligula in de tuin van Schloss Charlottenburg, Berlijn

Bartholomeus Eggers. circa 1674 keizer Domitianus. lood. Tuin Rijksmuseum, afkomstig van Meer en Berg

Bartholomeus Eggers. circa 1674 keizer Domitianus. lood. Tuin Rijksmuseum, afkomstig van Meer en Berg

Bartholomeus Eggers, circa 1674. Romeinse keizer Otho. lood. Tuin Rijksmuseum, in 1892 gekocht van eigenaresse Meer en Berg

Bartholomeus Eggers, circa 1674. Romeinse keizer Otho. lood. Tuin Rijksmuseum, in 1892 gekocht van eigenaresse Meer en Berg

Twee borstbeelden van Bartholomeus Eggers, circa 1674. Links keizer Otho en rechts keizer Domitianus, te vinden in de tuin van kasteel Charlottenburg bij Berlijn.

Twee borstbeelden van Bartholomeus Eggers, circa 1674. Links keizer Otho en rechts keizer Domitianus, te vinden in de tuin van kasteel Charlottenburg bij Berlijn.

=================================================

Appendix: BIJZONDERHEDEN TEN AANZIEN VAN MEER EN BERG

Titelvignet met voorstelling van nabootsing graf van Rousseau op Keukenduin, Meer en Berg, in: Hollands Arkadia van A.Loosjes, 1804

Titelvignet met voorstelling van nabootsing graf van Rousseau op Keukenduin, Meer en Berg, in: Hollands Arkadia van A.Loosjes, 1804

Soeka Brentie bij Heemstede. Het 'graf van Rousseau' in het Keukenduin, zuidelijk van Meer en Berg. Houtgarvure van J.H.Morrien uit 1859. Gepubliceerd in: Nederlandsch magazijn, 1863. nr.30, pagina 233.

Soeka Brentie bij Heemstede. Het ‘graf van Rousseau’ in het Keukenduin, zuidelijk van Meer en Berg. Houtgravure van J.H.Morrien uit 1859. Gepubliceerd in: Nederlandsch Magazijn, 1863. nr.30, pagina 233.

Over Mattheus de Neufville (1686-1743) eigenaar van Meer en Berg en zijn zuster Maria de Neufville. Isabella van Eeghen schrijft in Amstelodamum, 59e jaargang, april 1972, over het pand Herengracht 475 van De Neufville en de buitenplaats Meer en Berg o.a. ‘(…) Er zijn brieven, die Mattheus de Neufville van Meerenberg naar zijn broer Jan Isaac schreef, over een hond, de vangst van snippen, turf en een logeerpartij daar. Er is ook nog een enkle brief over zaken o.a. de verzending van juwelen naar zijn correspondent te Londen, want op bescheiden wijze bleef Mattheus zaken doen. Het merkwaardigste is echter het droevige levensverhaal van een van de ongetrouwde zusters van Mattheus, Maria de Neufville. Het huwelijk van haar broer was een van de hoogtepunten van haar leven: “Ondertussen kwam mijn oudste broer te trouwe ook met onse volle nigt P.de Neufville de weeuw van Lennep, dat een groot huwelijk was van geld en omstandigheden, doch had drie soons.” Maar de dood, die van het begin van haar leven al geliefden had weggerukt, sloeg ook hier weer toe: “Mijn oudste broer die voor mijn een buytenplaatsie huurde met de meubel te Bennebroek digt bij Meerenberg en mijn dikwijls kwam besoeke moest ook nog weg. Ik had nog niet genoeg geleeden en die onversaadelijke dood nam die ook weg. Dat weer een nieuwe en allerbitterste slag voor mijn was en ik nog niet weet hoe ik dat alles over gekome ben en doe ik mijn lieve broer niet meer op Meerenberg vond, so wilde ik op Bennebroek niet blijven, al hoewel ik veel vriendschap van mijn  aangehuylikte suster en voornamelijk van susters oudste soon had. Als daar rijs wat lekkere fruyt of een mooye baars was, dan bragt hij mijn die, maar de droefheyd had myn so overkropt dat ik geen mens wilde spreken en ging doe woone aan de Utrehtste trekvaert op Lindenhof, daer er te Bennebroek soo veel traane legge als ik geloof eenig nens geschreyd heeft. (…)”.

Schilderij van Balthasar Denner uit 1738. Van links naar rechts: Mattheus de Neufville (1686-1743), Aernout van Lennep (1718-1791), Jacob Pieter van Lennep (1723-1772), Petronella de Neufville (1688-1749) = echtgenote van Mattheus de Neufville, en helemaal rechts David van Lennep (1720-1771). Olieverf in particulier bezit (foto RKD-Den Haag).

Schilderij van Balthasar Denner uit 1738. Van links naar rechts: Mattheus de Neufville (1686-1743), en drie zonen:Aernout van Lennep (1718-1791), Jacob Pieter van Lennep (1723-1772), Petronella de Neufville (1688-1749) = echtgenote van Mattheus de Neufville, en helemaal rechts zoon David van Lennep (1720-1771). Olieverf in particulier bezit (foto RKD-Den Haag).

Uit Bengt Ferner’s dagboek van zijn reis door Nederland in 1759: “Hier in de duinen lag het buiten Meer-en-Berg van den heer van Lennep, dat uitzag op het Haarlemmermeer. Wij zagen het alleen van buiten; wat grotten, beelden, waterwerken en berceaux betreft, is het heel mooi. De heer Aarnout van Lennep is een van de rijksten in Amsterdam; maar hij zou zich met den aanleg van dit buiten geheel geruïneerd hebben, wanneer zijn familie niet op middelen gezonnen had om hem in zijn grootsche plannen van aanleg te verhinderen.’

Een bloem met ontelbare bloemknoppen

Uit de Leeuwarder Courant van 3 september 1768: ‘Op de hofstede, genaamd Meer en Berg, gelegen buiten de stad in de Heerlykheid Heemstede, bloeid thans eene Aloë Mucronato Folio Americana major, Fol. 310. Fig. 91, welke verscheidene Stengen en ontelbare Bloemknoppen heeft: waarvan reeds eenige open zyn. Dezelve kan gedurende 3 à 4 Weeken dagelyks (des Saturdags uitgezonderd) door de Liefhebbers bezigtigd worden, mits zig by den Hovenier, op gemelde Hofstede, alvorens adresserende. NB. Deze soort is gantsch verschillende van die zederd eenigen tyd alhier te lande gezien zyn.’

Jeugdherinneringen van schrijver Jacob van Lennep uit de periode  circa 1810-1819 aan Meer en Berg en de Ruïne: “(…) Niet alleen mijn studiën, voor zoverre zy dien naam verdienen mochten, maar ook mijn hoofduitspanningen van die dagen hadden betrekking op mijn liefhebberij voor het theater. Want voor alles was ik akteur. Waar ik kon zocht ik lappen en lorren op om my te verkleeden en dan rollen te deklameeren, waarby ik telkens van kostuum verwisselde, en naarmate ik een ander persoon moest voorstellen; mijn speelkameraadtjens dwong ik met my tooneelen voor te dragen uit bestaande stukken, of ook wel rollen te vervullen in stukken welke ik improvizeerde, en waarby ik te gelijk zelf akteur en souffleur van de overigen was. Het was vooral buiten, dat ik my daarmede bezig hield. Een neef mijns grootvaders had een fraaie buitenplaats die aan de onze grensde en waarin zich kunstmatige bouwvallen bevonden. [“De hofstede Meer en Berg, thans bewoond door Douairière van Lennep waar zich die bouwvallen nog bevinden.” jhr.dr.M.F.van Lennep]. Daarheen bracht ik mijn neefjens en nichtjens en daar werden de treurspelen van mijn maaksel opgevoerd. Gewoonlijk was het onderwerp de inneming van Jeruzalem door de kruisridders en eindigde het spel met de vlucht van een der heldinnen, die de gevangen prinses had moeten voorstellen en, daar zy weigerde zich te laten binden, by de kindermeid was gaan klagen!” [Uit: jhr. mr.M.F.van Lennep. Het leven van mr. Jacob van Lennep. Amsterdam, P.N.van Kampen & Zoon, 1909. Eerste deel, bladzijde 22].

Mattheus Geutskens was 55 jaar in dienst van de familie Deutz van Lennep op Meer en Berg

Bericht uit de Oprechte Haarlemsche Courant van 1906 waarin melding wordt gemaakt van het 60-jarig huwelijksfeest van Mattheus Guetskens en Magdalena Langeveld, woonachtig op de Glip in Heemstede

Bericht uit de Oprechte Haarlemsche Courant van 1906 waarin melding wordt gemaakt van het 60-jarig huwelijksfeest van Mattheus Guetskens en Magdalena Langeveld, woonachtig op de Glip in Heemstede nabij Meer en Berg.

Tragisch einde van een jachtpartij

Uit de Zierikzeesche Nieuwsbode van 2-11-1936: ‘Op het buiten ‘Meer en Berg’ te Heemstede, waar zich eenige jagers bevonden, is een ongeluk gebeurd, waardoor een der deelnemers, de 34-jarige M.Majoor uit Soestdijk, doodelijk werd gewond. Een lid van het gezelschap was bezig zijn jachtgeweer te laden, toen plotseling het schot afging; de kogel trof den heer Majoor in den buik. In zeer zorgelijke toestand is de gewonde naar het Maria-ziekenhuis te Haarlem overgebracht, waar hij later is overleden.’

================================

De vroegere bijgebouwen van Meer en Berg (koetshuis, stal e.d.) zijn gerestaureerd en worden thans particulier bewoond, tegenwoordig o.a. de talentvolle graficus en beeldend kunstenaar Jack Prins

De vroegere bijgebouwen van Meer en Berg (koetshuis, stal e.d.) zijn gerestaureerd en worden thans particulier bewoond, tegenwoordig o.a. de talentvolle graficus en beeldend kunstenaar Jack Prins

KUNSTENAAR JACK PRINS OVERLEDEN

Medio september 2015 werd bekendgemaakt dat op 11 september onverwacht aan de gevolgen van een hartstilstand de Heemsteedse kunstenaar Jack Prins is overleden. Hij was betrokken lid van Kunstenaarsvereniging De Vishal en richtte in 2005 de Stichting Ateliers 195-197 op Meer en Berg op met zijn toenmalige buurvrouw, kunstenares Willemijn Faber. Jack Prins was gehuwd met Hanneke Prins-Roozen, met wie hij twee zonen kreeg. Bovenstaande foto van Jack Prins aan het erk in zijn atelier is gemaakt door fotografe Inger Loopstra uit Heemstede.

Medio september 2015 werd bekendgemaakt dat op 11 september onverwacht aan de gevolgen van een hartstilstand de Heemsteedse kunstenaar Jack Prins is overleden. Hij was betrokken lid van Kunstenaarsvereniging De Vishal en richtte in 2005 de Stichting Ateliers 195-197 op Meer en Berg op met zijn toenmalige buurvrouw, kunstenares Willemijn Faber. Jack Prins was gehuwd met Hanneke Prins-Roozen, met wie hij twee zonen kreeg. Bovenstaande foto van Jack Prins aan het erk in zijn atelier is gemaakt door fotografe Inger Loopstra uit Heemstede.(Werk in uitvoering; Heemsteedse kunstenaars in beeld, 2015)

Heemstedenaar Jack Prins ontwerpt Z voor Universiteitsbibliotheek Groningen (Haarlems Dagblad, 22 november 1990).

Heemstedenaar Jack Prins ontwerpt Z voor Universiteitsbibliotheek Groningen (Haarlems Dagblad, 22 november 1990).

=================================

Door fotograaf Inger Loopstra is in 2015 een fraai fotoboek geubliceerd met afbeeldingen van 49 kunstenaars woonachtig in Heemstede., zoals Willem Snitker, Ellen Meuwese, Vera de Backker en Ellen Meuwese, Wolff. Meuwese. Een fraaie en aanbevelenswaardige uitgave, waarin ik persoonlijk enkel Annemieke Couzy mis. De prijs ibedraagt19,5 euro en het boek is in de boekhandel verkrijgbaar. ISBN 978-90-90288468

Door fotograaf Inger Loopstra is in 2015 een fraai fotoboek gepubliceerd: ‘Werk in uitvoering; Heemsteedse kunstenaars in beeld’ met afbeeldingen van 49 kunstenaars woonachtig in Heemstede, zoals Willem Snitker, Ellen Meuwese, Ger Daniëls, Vera de Backker en Ellen Wolff. Meuwese. Een fraaie en aanbevelenswaardige uitgave, waarin ik persoonlijk enkel Annemieke Couzy mis. De prijs bedraagt 19,5 euro en het boek is in de boekhandel verkrijgbaar. ISBN 978-90-90288468

In bovenstaand boek van Inger Loopstra, leerlinge van Rob Slooten en Harm Botman, bevat afbeeldingen van de volgende beeldend kunstenaars uit Heemstede: Vera de Backker, Gerlach van Beinum, Lucia Bezemer, Jook Boll, Vera Bruggeman, Jeanette de Bruin, Greetje Cuiper, Ger Daniëls, Fernande Daniëls-Laas, Astrid van Donselaar, Yvonne van Dreven, Jacqueline Emmmens, Jokelien Faber, Jur Fortuin, Sytske van Gilse, Mieke de Groot, Griet Halbertsma, Guusje Hamelynck, Ineke Hoekstra, Marjan Jaspers, Kees Juffermans, Olga van der Klooster, Henk Koelemeijer, Charles Koopmans, Margreet Lemm, Henk-Claire Loeffen, An Luthart, Francis van der Meer, Hieke Meppelink, Ellen Meuwese, Marianne Meuwese, Gonny Nierman, Rian Peeperkorn, Mariska Pisam, Jack Prins, Jacintha Reijnders, Albert Röllich, Gemma van Schendelen, Barbara Schröder, Rob Slooten, Willem Snitker, Annemarie Sybrandy, Christine van der Velden, Karola Veldkamp, Marianne Vrijdaghs, Jose van Waarde, Rosita van Wingerden en Ellen Wolff.

VERA DE BACKKER, ILLUSTRATOR VAN KINDERBOEKEN

Backker.jpg

Vera de Backker aan het werk in haar atelier aan de Blekersvaartweg in Heemstede (foto uit: Inger Loopstra, Werk in uitvoering; Heemsteedse kunstenaars in beeld. 2015.

backker2

Tentoonstelling Vera de Backker in bibliotheek Heemstede, de Heemsteder, 1997

backker3

Artikel over Vera de Backker, uit Haarlems Dagblad van 13 oktober 1999

backker6

Illustraties Vera de Backker (Gottmer)

backker4

Artikel over Vera de Backker, uit: Beeldaspecten 1995/9, pagina 16  (1)

backker5

Vervolg artikel over Vera de Backker, uit: Beeldaspecten 1995/9, pagina 17

 

 

 

backker.jpg

Artikel van Mirjam Goossens over Vera de Backker en Marieke Reehorn, uit de Heemsteder van 19 oktober 2016

 

 

 

 

Backker.jpg

Vera de Backker uit Heemstede maakte naam als schrijfster en illustratrice van kinderboeken. Bovenstaand vooromslag van het boek ‘Oh oh, wat een vriend!’ uit 1993.

vera1

Vera de Backker: Dikke vriendjes (Haarlem, Gottmer, 2000)

vera2

Marieke Reehoorn en Vera de Backker: Toeloeloe en Harrie ontdekken hun eiland  (Lilaluna Verteltheater), deel 1 .

 

vera3

Kaart van Marie Reehoorn en Vera de Backker

vera4

Kijk voor het verhaal bij de tekening op http://www.toeloeloe.nl

vera5

Vera de Backker, Heemstede

vera6

Vera de Backker, illustrator Zie: http://www.zegkleine.nl

vera7

Vera de Backker.  http://www.toeloeloe.nl  (verhaaltjeswebsite)

vera8

Illustratie Vera de Baccker, Heemstede

vera9

Kaart met illustratie van Vera de Backker

vera10

Vera de Backker. illustrator

 

backker7

Vera de Backker. Ansichtkaart. Prentenboeken, uitgeverij Elzenga (Stichting Kinderpostzegels Nederland Leiden)

backker8

Vera de Backker. Prentenboeken Uitgeverij Elzenga. Ansichtkaart Stichting Kinderpostzegels Nederland, Leiden

backker9

Prentenboeken Vera de Backker Uitgeverij Elzenga. Kaart door Stichting Kinderpostzegels Nederland, Leiden

backker10

Vera de Backker. Prentenboeken Uitgeverij Elzenga. Stichting Kinderpostzegels Nederland, Leiden

backker12

Vera de Backker. Prentenboeken. Uitgeverij Elzenga. Stichting Kinderpostzegels Nederland, Leiden

 

backker11

Kaart: illustratie van Vera de Backker voor Jumbo Puzzels 20002

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Baccker

Kaart mei illustratie van Vera de Backker, Heemstede, 023 5291360

In de bibliotheek van het Noord-Hollands Archief, locatie Kleine Houtweg, collectie Heemstede, zijn o.a. de volgende prentenboeken van Vera de Baccker aanwezig:

-Oh oh, wat een vriend! 1993 Depot Heemstede 3027

De g.van Ger en gans…/Anke de Vries [tekst]; Vera de Backker [ill.]. 1989 Depot Heemstede 1944

Koala câlin / Vera de Backker [texte français, trad.du néerlandais d’Isabel Finkenstaedt. 1997. Paris, Kaléidoscope, 1997. Vertaling van Koosje Koala. Gottmer, 1997 Depot Heemstede 2007.

Een roos en een sok / [verh. en tek. van Vera de Backker. 1991. Tilburg, Zwijsen, 1991 Depot Heemstede 1947.

Een bel in de pap [verhaal en tek.] Vera de Backker. 1991. Tilburg, Zwijsen, 1991 Depot Heemstede 1945.

Maan, vis en een roos / [verhaal en tek.] Vera de Backker. Tilburg, Zwijsen, 1991. Depot Heemstede 1946

-IJs voor poes / [verhaal en tek.] Vera de Backker. 1991. Tilburg, Zwijsen, 1991. Depot Heemstede 1948.

Een hut in de boom / [verhaal en tek.} Vera de Backker. 1991. Tilburg, Zwijsen, 1991. Depot Heemstede 1949.

-Koosje is boos / ill. by Vera de Backker; Korean translation. Munhakdongne Publishing Co., text by Karen van Hiolst Pelliekaan, 1998. Seoul, Sybille, 1998. Depot Heemstede 3360.

– Koosje Koala/ by Vera de Baccker; Korean translation Munhakdongne Publishing Co., 1997. Seoul, Sybill, 1997. Depot Heemstede 3359.

OVER VERA DE BACKKER: doos-map 387 Heemstede-collectie in NJA.

=====================================================================

Ook voorkomende aan het werk met een bronzen beeld in het fotoboek van Inger Loopstra is Guusje Hamelynck-Lambooy, woonachtig Valkenburgerlan 8 tegenover de algemene begraafplaats en Groenendaal in Heemstede. Geboren op 1 april 1936 overleed zij op 79-jarige leeftijd 21 juli 2015. Zij was de dochter van een destijds bekende Noord-Brabantse burgemeester in Deurne en vervolgens 's-Hertogenbosch en ontwikkelde zich als een gewaardeerd edelsmid en beeldend kunstenaar. Meest bebend werd haar bronzen 'Phoenix' in de vorm van een opvliegende gans, welke sculptuur in menige tuin van ons land is te vinden.

Ook voorkomende  in het fotoboek van Inger Loopstra is Guusje Hamelynck-Lambooij, destijds woonachtig Valkenburgerlaan 8 tegenover de algemene begraafplaats en Groenendaal in Heemstede. Geboren op 1 april 1936 in Hontenisse overleed zij op 79-jarige leeftijd 21 juli 2015. Zij was de dochter van een destijds bekende burgemeester R.J.J. Lambooij (1904-1992) in achtereenvolgens Hontenisse, Deurne, Waalwijk, Hengelo en ‘s-Hertogenbosch. Guusje Hamelynck-Lambooij ontwikkelde zich tot een gewaardeerd edelsmid en beeldend kunstenaar. Meest bebend werd haar bronzen ‘Phoenix’ in de vorm van een opvliegende gans, welke sculptuur in menige tuin van ons land is te vinden.

Bronzen sculptuur 'Samen op weg' door Guusje Hamelyck, in het Bispinckpark te Bloemendaal

Bronzen sculptuur ‘Met elkaar op weg’ door Guusje Hamelyck, in het Bispinckpark te Bloemendaal

=======================================================

Verkoop Mariënheuvel. Uit: Heemsteder, 9 september 2015

Verkoop Mariënheuvel. Uit: Heemsteder, 9 september 2015

Voorjaar 2016 is definitief bekend geworden dat het internationaal bedrijf Châteauform, met hoofdvestiging in Frankrijk, het hoofdgebouw van Mariënheuvel + kapel en aanbouwen met ingang van 2017 gaat gebruiken als seminarhotel (voor trainingen en korte opleidingen op doordeweekse dagen met 65 verblijfkamers) en dat het complex wordt gehuurd van Prospect Investments uit Wassenaar. De nog in leven zijnde Augustinessen-zusters blijven in het nabijgelegen klooster Tagaste.

Marienheuvel

Bericht over kloosterpand Tagaste in de Heemsteedse Courant van 6 juli 2016