DE HAARLEMSE ANNEXATIE VAN 1927 EN WAT DAARAAN IN HEEMSTEDE VOORAFGING

“Welke metafysische experimenten de burokratie met de mens pleegt te nemen, blijkt uit het feit dat hij [= vader Mulisch] moest melden, eerst in Amsterdam, vervolgens in Heemstede en dan in Haarlem te hebben gewoond. Maar een verhuizing van Heemstede naar Haarlem heeft nooit plaatsgehad. Heemstede verhuisde naar Haarlem. Op een dag werd het Heemsteedse Westerhoutkwartier door Haarlem geannexeerd. Zo laat de poiltiek hele steden verhuizen en rekent de mens aan (…)” Harry Mulisch, Mijn Getijdenboek, 1975.

Voorgeschiedenis; afscheidingen in 1349, 1426 en 1653 ‘Haarlemmerambacht’ (ofwel Groot- Haarlem) was van oorsprong een waterschapsterritoir, vervolgens ook politiek bestuurscentrum en omvatte behalve de Vrijheid van Haarlem het gebied van Schoten, Spaarndam, Bloemendaal, Heemstede met Bennebroek, Haarlemmerliede en Raasdorp alsmede een deel van Spaarnwoude. Later een kerkelijke en een bestuurlijke indeling, die niet altijd gelijk zijn geweest – Haarlem-Zuid behoort voor wat de Hervormde Kerk betreft nog altijd tot de kerkelijke gemeente Heemstede. Haarlem ontving 23 november 1245 stadsrechten van graaf Willem II. Na verheffing tot stad werd Haarlem onmiskenbaar het centrum van wat we Zuid-Kennemerland noemen: politiek, economisch, kerkelijk, cultureel etc. Geleidelijk zijn ambachten ofwel heerlijkheden (ambachtsheerlijkheden) ontstaan. Heemstede omstreeks 1290 door toedoen van graaf Floris V die ene Reinier van Heemstede, afkomstig van Holy (Vlaardingen), met genoemde ‘heerlijke rechten’ beleende. De noordgrens lag bij de Anegang, terwijl als zuidgrens met Hillegom de Kennemerbeek fungeerde. De noordelijke grenslijn is in de loop der eeuwen drie (eigenlijk vier) maal verlegd ten nadele van Heemstede In het zuiden is Bennebroek sinds 1653 een zelfstandige gemeente. Toen ridder Gerrit van Heemstede, tijdens zijn leven als lid van de Raad van Holland hoog in aanzien bij hertogin Margaretha. in ongenade viel bij haar zoon graaf Willem V moest hij rond 1349 het gebied van Anegang tot Gasthuisvest/Kampervest aan Haarlem afstaan. Op 17 november 1426 dolven Jan Van Heemstede en diens zoon Gerrit, protégés van hertogin Jacoba van Beieren, het onderspit tegen kroonpretendent Philips van Bourgondië die als overwinnaar uit de strijd kwam. Als gevolg hiervan verloor Heemstede aan Haarlem het gebied tussen Raamsingel, Houtplein, Gasthuissingel, Kampersingel en Meester Lottelaan; oostelijk via de Van Heijthuizenweg tot aan het Spaarne (gebied o.a. het Rozenprieel omvattende en westelijk de Schouwtjeslaan en Pijlslaan). In totaal schonk Philips blijkens zijn giftbrief aan de stad 180 roeden, waarvoor Haarlem als schadeloosstelling een bescheiden bedrag van 20 gouden Franse kronen moest betalen aan de Heer van Heemstede. Aanvankelijk (13e eeuw) behoorde de (Haarlemmer)hout tot de Grafelijke domeinen. Dit ‘boschaadje’ viel blijkens de ‘Hollandse Kronijk’ al in 1406 toe aan de eigendom en het rechtsgebied (jurisdictie voor de lagere rechtspraak) aan de Heren van Heemstede. Haarlem genoot ingevolge een beschikking van de Staten van Holland uit 1583 een eeuwigdurende erfpacht voor 325 pond per jaar Haarlem en was dus feitelijk huurder. De talrijke herbergen in de Hout hebben sedert de late middeleeuwen regelmatig tot conflicten geleid tussen de ambachtsheren van Heemstede en het stadsbestuur of de baljuw van Kennemerland. Gezegd moet worden dat de magistratuur van Haarlem sinds 1429 voor eigen rekening voor de aanplant zorgde en zelfstandig houtvesters en onderhoutvesters aanstelde. De Heren van Heemstede bemoeiden zich daar niet mee, in het besef dat zij er niet slechter van werden…

De 17e eeuwse grenspaal van Haarlem en Heemstede die oorspronkelijk stond hij het Hofje van Heythuyzen en tegenwoordig op het voorgazon van Sparenhout

Haarlem

Een tweede grenspaal Haarlem – Heemstede die de tand des tijds beter heeft doorstaan is verplaatst naar het binnenterrein van het Frans Hals Museum in Haarlem. Op deze zijde de plaatsnaam en het wapen van Heemstede; op de andere zijde van Heemstede

HAARLEM EN HEEMSTEDE een gedicht door J.Luyken uit 1917

Gij spreekt gestaag van Haarlems Hout,

Maar ’t is toch Heemstee’s eigen,

En Haarlem zal met geen geweld

Dit kleinood ooit verkrijgen.

Maar gaarne deelt de klein’re zus

Haar rijkdom met de grote . . .

Die gunn’ haar steeds haar eigendom

En blijv’ haar bondgenote!

Wat zegt die naam: Haarlemmer-Hout?

Dit: ’t Is de taak der sterken

Ook bij de zwakken veiligheid

En rechtsbesef te werken.

Laat, Haarlem! uw tienduizenden

In Heemstee’s Lusthof wand’len,

Maar blijf uw gastvrouw te allen tijd

Met ridderzin behand’len!

Draag dan uw naam: Haarlemmer-Hout!

Die heeft thans recht verkregen.

Maar weet, gij zijt, o schone Hof!

In veil’ge schuts gelegen.

Fier Haarlem draagt een sterrenzwaard

En zal het recht nooit buigen —

Daarvan moog’ ook de schone Hout

Nog eeuwenlang getuigen!

Uit de VVV-gids voor Heemstede en Bennebroek uit 1907 citeren we: “Heemstede is zeer dicht bijHaarlem gelegen en menigeen, die deze Gids leest en met den plaatselijken toestand niet op de hoogte is, zal het bevreemden, dat de bewoners van den Haarlemmerhout en omgeving geen ingezetenen van Haarlem, doch wel van Heemstede zijn. Zelfs de beide welbekende Hotels Van den Berg aan de Dreef liggen nog op Heemsteeds grondgebied”.

Aan de oostgrens met het Haarlemmermeer heeft Heemstede aan de ‘vratige waterwolf’ tot de droogmaking tussen de 90 en 100 hectare land verloren. Het zuid-oostelijke deel, vanouds Bennebroek geheten, is in 1630 onderhands door ambachtsheer Adriaan Pauw aan zijn oudste zoon Nicolaas geschonken, waarmee het officieus zelfstandigheid kreeg. Officieel – bekrachtigd door de Staten van Holland – werd Bennebroek in 1653 beleend aan Adriaan Pauw jr., en zijn grenspalen geplaatst om de scheiding van Heemstede te markeren. Een splitsing die niet meer ongedaan is gemaakt, met uitzondering van de Napoleontische Tijd (1811-1816). Zo’n vijf eeuwen heeft de statusquo geduurd met betrekking tot de expansie van Haarlem naar het Zuiden. Voornaamste redenen zijn vermoedelijk geweest:

– De welvaart van Haarlem was door het Spaans beleg en de daarop gevolgde overgave geknakt;

– Haarlemmerhout vormde een natuurlijke bufferzone tussen Haarlem en Heemstede;

– invloedrijke geslachten als Lodewijk van Brugge, Le Fèvre, Van Lockhorst en Pauw regeerden als ambachtsheer van Heemstede.

Zeven grenspalen (zogeheten blauwe stenen) – met aan de ene zijde het wapen van Heemstede en aan de andere van Haarlem – bewaakten de grenzen. Deze zijn in 1428 neergezet en na 170 jaar in 1698 vernieuwd. Ze stonden: 1) nabij de Pijlslaan, 2} omtrent de Meester Lottelaan en 3) op de Kleine Houtweg voor het Hofje van Heijthuizen. Die laatste steen heeft de tand des tijds doorstaan en een plaats gekregen op het voorterrein van Sparenhout. Tijdens de Franse Tijd in 1809 heeft een bestuurlijke reorganisatie plaats met voor wat betreft het noordelijk deel van Holland een splitsing in het 1e kwartier en het 2e kwartier. Het Ie kwartier met 56 steden en ambachten en ruim 270.000 inwoners, waarvan alleen al Amsterdam 201.714. Haarlem volgde met ruim 20.000 inwoners en Heemstede – dat pas in de periode 1880-1890 als vestigingsplaats betekenis kreeg – met 1869 ingezetenen toch nog 9e in grootte. Bennebroek met 355 inwoners en Berkenrode met welgeteld 57 zielen zijn in de Franse Tijd bij Heemstede gevoegd. Berkenrode was nog even zelfstandige gemeente maar is sinds 1857 definitief (zoals ook vóór 1466 het geval was) Heemsteeds territoir. Na een minimale grenscorrectie in 1833, toen de noordzijde van de Meester Lottelaan – evenals een deel deel van Schoten – bij Haarlem werd gevoegd heeft de Haarlemse vroedschap in 1867 met een voorstel aan Gedeputeerde Staten de annexatiekwestie aangezwengeld, die met ingelaste rustpauzes de gemoederen tussen Haarlem en zijn buurgemeenten jarenlang hebben verhit. Uiteindelijk heeft effectuering van het ‘kleine plan’ zestig jaar geduurd, enorm veel energie gevergd van voor- en vooral tegenstanders, tientallen rapporten en verweerschriften en memories op verweerschriften enz. opgeleverd. Verder zijn honderden brieven geschreven en waarschijnlijk duizenden gesprekken gevoerd. Enkel het gesproken woord is niet overgeleverd, maar er resteert meer dan genoeg belangwekkend op schrift gesteld materiaal om aan deze kwestie een academisch proefschrift te wijden. Met betrekking tot het Ramplaankwartier in Bloemendaal en ook ten aanzien van Spaarndam zijn de annexatie-perikelen in publicatievorm verschenen. Aan Heemstede, dat zich het meest heeft verzet, is door mw. J.W. Groesbeek slechts een beknopt hoofdstuk gewijd in diens boek ‘Heemstede in de historie’ (1972).

Een curieus intermezzo: Berkenrode zelfstandig (1466-1810 en 1813/1816-1857)

Omdat de toenmalige heer Jan van Heemstede tengevolge van zijn exuberante levenswandel in financiële problemen was geraakt is het grondgebied der Berkenrode’s op 18 augustus 1466 met alle heerlijke rechten overgedragen en daarmede een zelfstandig ambacht geworden. Gelegen tussen de huidige Kerklaan en Zandvoortselaan (Gasthuislaan) ter hoogte van het Overbos, Kennemerduin en Kennemeroord aan de oostzijde van de Herenweg en ten westen van de Binnenweg omgeven door Heemsteeds territoir. Nadat Holland in 1810 bij het Franse Keizerrijk was ingelijfd, is Berkenrode – met precies 60 bewoners – geruisloos bij Heemstede gevoegd maar enkele jaren later wederom een zelfstandige gemeente geworden. Na voorstellen van de Provincie tot opheffing in 1829, 1848 en 1852 – steeds onder heftig verweer van de spaarzame Berkenroders – is Berkenrode bij wet van 13 juni 1857 definitief met de gemeente Heemstede verenigd.

Zestig jaar grensstrijd(1867-1927)

Installatie van burgemeester Van Doorn in 1916

In Haarlem en Heemstede gedroegen bestuurders zich onderling meestal als goede buren, zelfs ten tijde van de snel aangebrande Adriaan Pauw, die weliswaar geen conflict uit de weg ging, maargenoeg diplomaat was om een geschil met de Haarlemse burgemeesters niet op de spits te drijven. Na 1867, toen de Spaarnestad een annexatieplan bekendmaakte, komen we steedsmeer kleine irritaties tegen. Eén voorbeeld daarvan uit 1877/1878. De Haarlemsche Tramway Maatschappij vroeg concessie een tramlijn aan te leggen van het Stationsplein via het centrum tot aan de grens van Haarlem in de Haarlemmerhout, om met goedvinden van het gemeentebestuur van Heemstede tot nabij de Buitensociëteit ‘Trou moet Blijcken’ (nu Dreef zicht) te worden voortgezet. De raad van Heemstede gooide echter roet in het eten en nam op 24 april 1878, slechts enkele weken voor de opening der lijn het besluit, dat het eindpunt niet bij de Buitensociëteit mocht worden gevestigd. Burgemeester en Wethouders van Haarlem vroegen daarop Heemstede om bekend te worden gemaakt met de gronden der weigering. B. en W. van Heemstede stelden in hun brief aan het Haarlemse college voor om met hen niet verder in correpondentie te treden over een niet Haarlem betreffende aangelegenheid! Burgemeester mr.E.A. lordens sprak de mening uit dat uit de opgedane ervaring eens te meer de noodzaak bleek de Hout bij Haarlem te voegen. De slechts 30 meter rails op het grondgebied van Heemstede moesten worden afgebroken. Hoe was de verstandhouding tussen de Haarlemmers en de Heemstedenaren – in die tijd sprak men veelal van ‘Heemsteders’ – rond 1900? Apie Prins, zoon van dokter Klaas Prins, heeft daarover geschreven in zijn omstreden autobiografie ‘ik ga m’n eige baan’. De familie Prins woonde in een groot huis naast de huidige Heemsteedse Apotheek aan de Binnenweg. In die tijd gingen kinderen van de plaatselijke notabelen, bijvoorbeeld van notaris Dólleman evenals van burgemeester Dólleman niet naar de ‘klompenschool’ aan de Voorweg maar naar een destijds bekende lagere school voor kinderen uit de hogere kringen in de Wilhelminastraat. Prins zegt daarover, schrijvend in spreektaal: “Op de terugweg van de school in de Wilhelminastraat naar Heemstee moesten we bijna elke dag door de spitsroeden lopen. Dan stonden de schooiers, de Haarlemse ‘baffen’ ons op het Houtplein op te wachten en dan moesten we vechten. Ze waren altijd verreweg in de meerderheid. Het ergste was als ik alleen was maar als ik genoeg op m’n ziel gekregen had was er altijdwel eentje die zei laat ‘m maar gaan nou heeft ie wel genoeg, die Heemsteedse ‘mug’! In de hitte van de strijd voelde je lekker toch niks van de stokslagenen de stenen uit de slingers als je ze maar niet in je gezichtkreeg alleen op weg naar huis begon je iets te voelen en te denken aan je kapotte kleren ze dejen het alleen maar omdat jebetere keren had. Van m’n vijfdejaar af elke dag anderhalf uur naar school en als je geluk had vijf kwartier terug want dan liep je iets harder bijvoorbeeld je liepde Dreef op een draf je al kreegje steken in je zij want als je eenmaal begonnen was mocht jeniet ophouwen voordat je voorbij de Hazepaterslaan was en bij de fontein waar de stoomtrein uit Haarlem ophield en de paardetram begon, de kleine met één en de grote met twee Belgische paarden”. Hieraan moet worden toegevoegd dat Apie Prins vanwege zijn extravagant gedrag, wat in hoge mate ook voor zijn vader gold, niet helemaal representatief is voor de toenmalige verhoudingen. Na 1867 volgen bijna zeven decennia lang steeds weer nieuwe annexatie-voorstellen vanuit Haarlem, onder meer in 1877, 1880/1881 en 1892. Op zaterdag 30 juli 1892 berichtte het Haarlem’s Dagblad: “De gemeenteraad van Haarlem behandelde het voorstel van Burgemeester en Wethouders, om aan Gedeputeerde Staten te verzoeken, de grenzen van Haarlem en Heemstede zoodanig te wijzigen, dat de Hout voortaan bijHaarlems grondgebied zal behooren. Vijfentwintig jareneerder werd een dergelijk verzoek afgewezen, evenals een tweede poging in 1877”. Haarlem en Heemstede kwamen na onderling overleg niet tot overeenstemming en om die reden schoof het provinciaal bestuur het plan op de lange baan. In 1893 begon een nieuwe discussieronde die tot 1896 zou duren. Tijdens het jaarlijkse volksfeest in 1895 pakte men voor Heemsteedse begrippen ongewoon royaal uit met een spectaculair vuurwerk van Bengaals vuur met beurtelings rode of blauwe letters, een transparant met de woorden: “Geen annexatie. Leve Heemstede”. De gemeenteraad sprak zich uit dat eerst de burgers geraadpleegd moesten worden over het nieuwe voorstel van Haarlem. Daartoe kwamen ruim honderd kiezers opdagen op een daartoe belegde bijeenkomst in ‘Het Wapen van Heemstede’. De voorzitter van de R.K.Kiesvereniging, Van der Horst, voerde het woord en wees op de onbillijkheid van deze grenswijziging, want “Heemstede had geen schuldenlast zoals Haarlem”. Daar Haarlem en Heemstede het wederom niet eens werden heeft Gedeputeerde Staten op 7 april 1896 besloten via een afkoelingsperiode de annexatie-kwestie voorlopig te laten rusten. Op 7 april 1896 stond in het Haarlems Dagblad: “Hedenmorgenhad in Heemstede de uitdeeling plaats van spek, eieren en krentenbrood aan behoeftigen, vanwege de voor deze gemeente blijde mare, dat de voorgestelde grensregeling met Haarlem geen voortgang zal hebben”. Na een rustpauze van 4 jaar kwam de kwestie in 1900 weer aan de orde In 1902 volgde een nieuw voorstel, doch op verzoek van Haarlem is het toen door Gedeputeerde Staten bij de Kroon ingediende wetsontwerp in 1906 ingetrokken.

Uit de krant van 1905

Een jaar eerder had L.C.Dumont, directeur van Openbare Werken, het eerste officiële Haarlemse uitbreidingsplan gepresenteerd. ” Wat voor Haarlem nodig wordt beschouwd, behoeft dat niet voor de aanliggende gemeenten te zijn, doch zal mijns inziens het belang van Haarlem zodanigoverwegend zijn, dat het belang van de kleinere gemeenten voor dat van Haarlem moet wijken”. Deze woorden werden hem door de gemeentebestuurders van Heemstede niet in dank afgenomen. Uit 1914 dateert een ‘Groot plan’, maar het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland was met klem tegen en het werd ingetrokken.

'Bloemendaals 'Bloei' liet door mej. B.Blake in de zomer van 1917 een sluitzegel vervaardigen met de tekst: 'Klein Bloemendaal krachtig zich weet, als groot Haarlem te grijpen begeert.' Afgebeeld is een grote krab, het wapen van Haarlem op haar schild voerende, die de kleine krab met het wapen van Bloemendaal op haar schild, tracht te omgrijpen, tegen welke poging het kleine diertje zich krachtig en met succes verzet. Iedere ingezetene van Bloemendaal ontving 24 exemplaren.

‘Bloemendaals ‘Bloei’ liet door mej. B.Blake in de zomer van 1917 een sluitzegel vervaardigen met de tekst: ‘Klein Bloemendaal krachtig zich weert, als groot Haarlem te grijpen begeert.’ Afgebeeld is een grote krab, het wapen van Haarlem op haar schild voerende, die de kleine krab met het wapen van Bloemendaal op haar schild, tracht te omgrijpen, tegen welke poging het kleine diertje zich krachtig en met succes verzet. Iedere ingezetene van Bloemendaal ontving 24 exemplaren.

In 1917-1918 kwam hiervoor een ‘Klein plan’ in de plaats, gereduceerd tot een deel van Heemstede in plaats van de gehele gemeente. In zijn causerie over Haarlem merkte K.J.L.van Deyssel, beter bekend onder schuilnaam Lodewijk van Deyssel, op: “Haarlem moet overigens begrepen worden als, in de zelfde mate als Amsterdam met zijn Zuid, verbonden te zijn met de plaatsen der onmiddellijke omgeving: Heemstede, Bloemendaal en Aerdenhout”. Omstreeks 1920 is overwogen als compensatie voor het verlies Bennebroek bij Heemstede te voegen. In Heemstede is de bevolking althansnaar buiten toe – altijd eensgezind opgetreden. Bloemendaal telde in 1922 plotseling 2 dissidenten in de raad. Twee raadsleden, de heren C.Schulz en W.Noorman, een minderheid vormende, konden zich niet verenigen met een door het dagelijks bestuur van Bloemendaal uitgebracht rapport en schreven op 4 oktober 1922 op eigen houtje en zonder ruggespraak met de overige bestuurders een brief aan Gedeputeerde Staten van Noordholland. Daaruit één citaat: “Uit het bovenstaande blijkt, dat de gemeente Bloemendaal niet kan voldoen aan den eisch, dat degene, die binnen haar grenzenwerkzaam zijn, niet gedwongenworden, door het niet beschikbaar zijn van terreinen voor arbeiders-woningen, buiten de gemeente te wonen. Ons inziens mist een dergelijke gemeentehaar recht op zelfstandigheid en zou eene annexatie, die hieraan een einde maakt, niet anders dan billijk genoemd kunnen worden.” Zo eindigden hun schrijven met de mededeling volledig achter annexatie te staan. De 11 andere raadsleden waren laaiend en het anders zo rustieke gemeentehuis van Bloemendaal moet volgens overlevering even op tilt gestaan hebben. Er is op 9 november in drukvorm een keurige brief uitgegegaan naar Gedeputeerde Staten, waarin met ‘leedwezen en verontwaardiging’ kennis is genomen van het adres, dat met argumenten krachtig wordt bestreden. In 1924 drukte de Oprechte Haarlemsche Courant onder de kop ‘Brieven uit Heemstede’ een lang ingezonden stuk af, waaruit een tweetal passages: “De bewoners van heel Bosch en Vaart en Haarlemmerhoutpark winkelen zoo ongeveer in Haarlem, dus de Haarlemsche winkelstand profiteert uan deze menschen op alle mogelijke manieren. Bovendien brengen zij hun geld naar schouwburgen, concertzalen, café’s enz. enz… en dan smeedt Haarlem dit om tot een motief voor de annexatie en zegt: “Ja ziet u die menschen profiteeren van al de voordelen van een groote stad“. Maar krijgen wij de boel cadeau? Ontvangen wij in Heemstede soms vrijbiljetten voor Schouwburg en Concertzaal en moeten we in de Café’s ook niet betalen met klinkende munt. Neen zegtHaarlem dat is alles comfort vande groote stad en omdat een gedeelte van Heemstede in Haarlem de dubbeltjes mag verteeren eisch ik ook de belastingpenningen” (…) En de belastingdruk zal in Haarlem natuurlijk dezelfde blijven; bij den groei van een gemeente groeit bijna zeker de belasting evenredig. En daarom is het onrecht. Onrecht is het, dat de helft + l van de landsregeering straks het lot van bloeiende gemeenten in de waagschaal werpt, om tegemoet te komen aan de machtszucht van Haarlem. Onrecht is het, dat die helft + l maar heel de bevolking zich tegen de annexatie verzet. En wij zullen hier in Heemstede wakende blijven en als Heemstede’s gemeentebestuur dit pleit ooit verliest (maar dit zal niet gebeuren toch wanneer er recht is) dan verliest ze het in het harnas, wij zijn geen koppel kerstganzen, waar Haarlenu al vast onder schrijven kan: die gaan sterven, groeten U”. Was ondertekend: Witte van Haemstede.” De redactie voegde hieraan toe: “Dit betoog laten we natuurlijk voor rekening van onzen Heemsteedschen briefschrijver, die als Heemsteder zeker niet anders kan”. 1925 is een cruciaal jaar.

Grens van Haarlen en Heemstede tot de annexatie door Haar lemvan 1927

Grens van Haarlen en Heemstede tot de annexatie door Haar lemvan 1927

Er verschijnen een rapport van de gemeente Haarlem en verweerschriften van Heemstede en Bloemendaal, doch ook de burgers mengen zich in het politiekbestuurlijk debat. In Heemstede en Bloemendaal bestaan sinds eind 19e eeuw lokale anti-annexatie-comité’s. Als reactie werd te Haarlem het ‘Comité van een Redelijke Grenswijziging’ in het leven geroepen. Op 17 februari is in het Concertgebouw een bijeenkomst belegd met als sprekers Th.M. Ketelaar (oud-lid van Gedeputeerde Staten in Noord-Holland en Tweede Kamerlid) en mr. J.B.Bomans, (oud-wethouder van Financiën in Haarlem, bewoner van de stad, lid van Gedeputeerde Staten en lid van de Tweede Kamer der Staten- Generaal). Een cumulatie van belangen en functies die hem door sommigen nogal kwalijk genomen is. De stelling van Ketelaar was: “Niet de omliggende gemeenten breiden zich uit, maar Haarlem is reeds over zijn grenzen geschreden”. Als er één man is geweest die op annexatie heeft aangedrongen dan was dat wel de politicus mr.J.B.Bomans, die overigens zelf later (mei 1932) met zijn gezin in Heemstede het buiten Berkenrode betrok. In zijn rede kwamen vooral financiële argumenten naar voren. Bomans was onder meer tegen oases van geringe belastingdruk. Hij meende echter dat de afscheuring van Bosch en Vaart voor Heemstede zou kunnen worden gecompenseerd met de toevoeging van Zuid-Aerdenhout en Vogelenzang en mogelijk op termijn Bennebroek. De verslaggever van het ‘Algemeen Handelsblad’ noteerde: “Toen mr. Bomans het laatste blaadje van zijn rede omsloeg, klonk een langdurig applaus”. Hij haakte in op een verklaring van een andere spreker die meende dat hij als Rooms-Katholiek geloofde dat annexatie tegen de wil van God was. Die heeft namelijk het gezag ingesteld, dan dan ook geëerbiedigd diende te worden. Mr. Bomans bekende zich als medegelovige, maar vond toch dat de wereld voortdurend aan verandering onderhevig was en dat het dan wel heel merkwaardig was om te beweren dat het Gods wil zou zijn dat de grens van Haarlem achter het HFC-terrein liep.  volgden drie sprekers voor het debat. De communist L. Peper die uiteenzette waarom de communisten niet in ’t comité wilden zitten, omdat een kleine groep belanghebbenden, welke hun relaties in de ministeries hebben, tegen de kleine burgerij zijn. Ook in de gemeenteraad heeft Peper – de nagel aan de doodskist van burgemeester C.Maarschalk – zich heftig verzet tegen de annexatieplannen. Als zoon van een arbeider die na de lagere school geen opleiding had genoten, wist hij – weliswaar kansloos – op intelligente wijze een felle oppositie te voeren, onderwijl tot opperste verbazing van zijn gemeenteraadsleden en passant met citaten strooiend van Schiller, Victor Hugo, Shaw, Basilius van Caesarea, paus Sixtus III, Gregorius de Grote, dr. Abraham Kuyper en herhaaldelijk de bijbel. Hij stelde “dat ‘Groot-Haarlem’, als het na de annexatie voor de eerste maal ‘m de openbaarheid treedt, dat doet door zich belachelijk te maken”. Een tweede spreker in het Concertgebouw, de heer Vorstman, bezag de grensuitbreiding uit biologisch standpunt. “Elke zaak die groeit en bloeit, en Haarlem is iets levends – dat zal geen Bloemendaler of Heemsteder ontkennen – heeft behoefte aan uitbreiding. Haarlem moet als alle levende dingen – dat weten de kwekers in Heemstede en Bloemendaal -levenssappen hebben”. De heer Zwitser ten slotte bekeek de zaak als Rooms-Katholiek. Hij was van mening dat de annexatie in strijd is met Gods wil. “Het Gezag is door God ingesteld en dat gezag moet worden geëerbiedigd. Men mag niets veranderen aan wat door God is ingesteld en men moet die consequentie aanvaarden”. In zijn repliek gaf Bomans toe dat wij – de Rooms-Katholieken – een beginsel hebben, maar men moet niet alles uit een beginsel halen. “Als juist is dat volgens God Wil niets aan den bestaanden toestand worde veranderd, dan zouden wij hier nog hebben de naakte Kanninefaten, de Franken met hier en daar een Sakser, die er, ondanks het beginsel, wel zou tusschen gekropen zijn (vreugde!). Het heele menschdom, de heele schepping, is aan evolutie onderhevig en aan verandering. En zoo is ’t toch wel boud te willen beweren dat het de wil van O.L.Heer zou zijn, dat de grens van Haarlem loopt achter het H.F.C.-terrein, of door de Adriaen Pauwlaan. Dat is overdreven”. Men hoort hier bijna zoon Godfried spreken, die het zo mogelijk stylistisch nog fraaier gezegd zou bebben! Zekere Haarlemmer onder pseudoniem ‘Cassandrus’ wijdde in kromrijm een uitgebreid dichtwerk aan deze avond onder de titel: ‘Annex Annexatie!’, waarvan de eerste strofe luidde:

“Een geconcerteerde actie vindt plaats

In de Concertzaal van Haarlem’s gemeente;

t Ging om de grenslijnen…wee

het gebeenteVan hem of haar die hier maakt

te veel praats!

Had niet het Orgel als pruilendes choone

Zich in een (brandvrijen) sluier

gehuld,

Dan had om ’t al nu een waardig

te kronen,

 ’t Haarlemsche volkslied de

 ruimte gevuld!

 Thans liep de zaal vol met

 dames en heeren,

 En klonk door ’t ruim slechts

 des redenaars stem,

Ketelaar, Bomans, elk naar

begeeren

Kwamen betoogen met kracht en

met klem:

Haarlem verstikt, in een keurslijf

geregen,

Dat, veel te nauw d’ademhaling

belet!

Op d’argumenten heeft

Heemstee gezwegen,

Bloemendaal dito..géén had dit

gewed!

Toch wel aanwezig! dus mogen

we denken

Dat z’overtuigd zijn geworden

met kracht,

En spoedig beide adhaesie gaanschenken

Aan Haarlem’s noodkreet, uit al

hunne macht!

Schoon geen debat verder d’avond

kwam vullen (…)”.

Actie roept tegenreactie op. Onder schuilnaam ‘Oome Piet’ publiceerde een Heemstedenaar het volgende vers, dat hij onder het genot van een pint bier schreef in café-restaurant Van Ree aan de Camplaan, met als refrein ‘Onder deze parapluie…enz.

“Hier onder deze parapluie,

Daar gaan wij nooit verloren.

Dames-gezelschap staat ons aan,

Dit kan ons wis bekoren.

Wij zitten goed hier bij van Ree,

Een potje bier te drinken.

Op het welzijn van ons allemaal,

Zullen wij eens samen klinken.

De winkelweek in Heemstee was,

Een zakelijk bedoelen.

Voor ’t heil van Heemstee willen

wij,

Ook gaarne véél gevoelen.

Moge Heemstede’s burgerij,

Vooruitgaan, streven, groeien.

Tot vreugde van het dorpsbestuur,

Heemstede blijve bloeien!!

Maar Heemstee blijv’ in zijn

geheel!

Geen brok aan Haarlem geven!!

Geen kop,geen staart, geen middenmoot,

Want dat bedreigt ons Leven!!”

Tabel van de loop der bevolking van Haarlem en omliggende gemeenten. Uit: Critische beschouwingen omtrent de memorie van prof.mr.dr.J.van der Grinten (...). 1927.

Tabel van de loop der bevolking van Haarlem en omliggende gemeenten. Uit: Critische beschouwingen omtrent de memorie van prof.mr.dr.J.van der Grinten (…). 1927.

Waar Heemstede, Haarlem en Overveen bij elkaar kwamen. De toegangspoort van landgoed Elswout met bord 'Kom der Gemeente Heemstede ingevolge het reglement op de wegen in Noord-Holland (foto Jan Smit)

Waar Heemstede, Haarlem en Overveen bij elkaar kwamen. De toegangspoort van landgoed Elswout met bord ‘Kom der Gemeente Heemstede ingevolge het reglement op de wegen in Noord-Holland (foto Jan Smit)

In een serieus artikel bekritiseerde de ‘Eerste Heemsteedsche Courant’ de povere argumentatie pro-annexatie van Bomans en Keetelaar en riep aan het slot in een emotionele opwelling op: “Intusschen, Heemstede slaapt niet! Wij zullen ons niet als lammeren ter slachtbank laten voeren”. Op dinsdag 24 maart 1925 hielden de leden der Heemsteedse ‘Vereeniging tot bestrijding van Haarlem’s Annexatieplannen’ demonstratief een openbare vergadering in ‘Dreefzicht’. Soms liepen de emoties hoog op in woord en geschrift, maar zakelijke argumenten hebben toch de boventoon gevoerd. Sommige concepten van verweerschriften waren emotioneel geladen met onjuiste verwijzingen naar de grondwet of zelfs naar de bijbel. In het Heemsteeds gemeentearchief bevindt zich een reactie van de Haarlemse jurist mr.D.E.Lioni aan gemeenteambtenaar (later secretaris) N.Vos waarin hij adviseert het oordeel over te laten aan juristen en professoren en niet aan ‘heethoofdige medestrijders’.

Verweerschrift

Knipsel uit 1925

Knipsel uit 1925. Burgemeester Van Doorn (midden) en wethouder Van de Pol (rechts) begroeten minister de Geer bij de gemeentegrens van Heemstede

Inhoudelijk goed van toon en argumentatie is het in 1925 verschenen Verweerschrift tegen de Haarlemsche Annexatieplannen. De argumenten van Haarlem die voor annexatie pleitten zijn met tegenargumenten bestreden: 1. Haarlem is een dichtbevolkte gemeente, de bevolkingstoeneming blijft achter bij die van het Rijk en de provincie Noord-Holland, waartegenover enkele aangrenzende gemeenten zich bovenmatig kunnen ontplooien. Contra: o.a. de aanwas in de omliggende gemeenten is groter als reactie op de beklemmende, drukkende stadsomgeving. Een uittocht van Haarlemmers naar Heemstede is overigens een fabeltje. In 1924 vestigden zich te Heemstede: 531 personen uit Haarlem, 531 uit Amsterdam en 1554 uit andere gemeenten (totaal 2616). Daarentegen vertrokken uit Heemstede naar Haarlem 593 personen, naar Amsterdam 210 en 1234 naar overige gemeenten (totaal 2037). 2. Haarlem behoeft terreinen voor de volkshuisvesting, voor het uitvoeren van industrie- en havenplannen. Binnen de bestaande grenzen zijn deze niet voorhanden. Contra: in het Noordelijke deel van Heemstede zijn nagenoeg geen bouwterreinen meer aanwezig: De Hout, sportvelden, weiland met doorkijk, villaparken (Zuiderhoutpark) en woonwijken (Bosch en Vaart). 3. De omliggende gemeenten parasiteren op Haarlem, zij genieten wel de lusten die de stad biedt, maar onttrekken zich aan de daaraan verbonden lasten. Contra: Heemstede leeft allerminst ten koste van Haarlem. Het is veeleer andersom. De bloei van Haarlem (winkelstand, de handel, de neringdrijvenden, inrichtingen van kunst en vermaak, ziekenhuizen, onderwijsinstellingen enz.) profiteren van kapitaalkrachtige personen in de welvarende omgeving van tuinsteden en villadorpen. Bovendien: in het te annexeren deel van de 1500 belastingplichtigen, wonen 275 Amsterdamse forensen, daarentegen slechts 230 Haarlemse forensen. Het verweerschrift somt de volgende bezwaren op die tegen annexatie pleiten: a) staatsrechtelijke-polïtieke bezwaren, b) economische en financiële bezwaren, c) sociale bezwaren, d) administratieve bezwaren, e) historische bezwaren (o.a.de misère der ontelbare ambtenarij en het nodeloos smijten met (gemeenschapsgeld, e) historische bezwaren (“Op zichzelf al is de aantasting van de grenzen eerier gemeente, die eeuwenlang haar bestaansrecht en levensvatbaarheid heeft bewezen en een eigen geschiedenis heeft, die teruggaat tot op het jaar 989 niet onbedenkelijk, aan de historie valt echter nog een ander niet minder klemmend bezwaar te ontleenen”),  f) stedebouwkundige bezwaren, g) grenstechnische bezwaren. (“De gemeente verliest een vierde van het grondgebied, een derde van de bevolking, maar de helft van het belastbaar inkomen”).

Omstreeks 1925 is een uittocht van gegoede belastingbetalers die de bui zagen aankomen op gang gekomen. Veel huizen kwamen leeg te staan, hetgeen gepaard ging met een geleidelijke waardevermindering. Niet zonder pathos werden de bestuurders die hiervoor verantwoording wilden dragen gewaarschuwd, dat annexatie de ondergang van een kapitaalkrachtige gemeente tengevolge zou hebben. Tenslotte is betoogd: “De ontevredenheid bij de ingezetenen – aan het betere gewend -zou zich, stel dat men het toch zou willen beproeven, terstond uiten. Bovendien wordt alle energie gedood, want allicht ontstaat de meenïng, dat intensieve gemeentelijke werkzaamheid minder wenschelijk is, omdat bij gunstige resultaten de ontwikkeling tot verdere annexatie moet leiden. Van het tegenwoordige ambtenarencorps is dit resultaat van hun ingespannen arbeid zoo ontmoedigend en teleurstellend, dat vele van hen ontslag zouden wenschen”.

Jonkheer J.W.P.van Doorn (1884-1953), burgemeester van Heemstede van 1916-1942 en 1945-1949

Resumerend kan men stellen: Aanzetten voor gebiedsuitbreiding kwamen altijd van HAARLEM. De tegenactie werd ingezet door het gemeentebestuur van Heemstede {ook Bloemendaal en Haarlemmerliede) – nochtans niet va uit Schoten – via: 1) eigen rapporten. Burgemeester jhr.mr.J.P.W. van Doorn was een jurist, gemeentesecretaris A.A.Swolfs heeft zich niet slechts als ambtenaar maar ook als semi-bestuurder goed ontwikkeld en last not least heeft Heemstede in wethouder dr. E.A.M.Droog een meer dan voortreffelijk bestuurder gekend.

A.A.Swolfs, van 1906 tot 1927 gemeentesecretaris aan het werk in het raadhuis van Heemstede

annexatie

De Johan de Wittlaan kwam in Haarlem te liggen, met uitzondering van 1 huis waar gemeentesecretaris Swolfs woonde

 

Wat opvalt is dat men ook van de vakliteratuur goed op de hoogte was. Alle staatsrechtgeleerden die tegen centralisatie pleitten zijn aangehaald, maar ook bijvoorbeeld de Amerikaanse automobielfabrikant Henry Ford die in zijn autobiografie: ‘My life and work’ opmerkte: “Alle sociale kwalen waaronder wij thans lijden, hebben hun oorsprong en hun verspreidingshaard in groote steden”. 2) inschakeling van erkende bestuursdeskundigen. Voor Bloemendaal was dat de Leidse hoogleraar Meijer. Heemstede trok op advies van dr. Droog professor J.H.P.M van der Grinten aan. Deze leerling van professor Struycken was op 30-jarige leeftijd benoemd tot gemeentesecretaris van Nijmegen. Een autoriteit op het gebied van het gemeenterecht en sterk anti-annexatie gericht, die de oplossing van nabuurschaps-probtemen propageerde via intergemeentelijke samenwerking. Verschillende gemeentebesturen die zich als gevolg van grenswijzigingsplannen van naburige grote gemeenten in hun bestaan bedreigd voelden klopten bij hem aan. O.a. Voorburg en Rijswijk in 1926 en 1931 (uiteindelijk niet geannexeerd door Den Haag). Heemstede in 1926 en Aengwirden in 1932. In het Biografisch Woordenboek, deel 4 (1994), staat vermeld dat zijn juridische memories meestal het beoogde effect hadden. Dat gold nochtans niet voor Aengwirden (bij Heerenveen gevoegd) en evenmin voor Heemstede. In een opstel: ‘De zelfstandigheid der plaatselijke gemeenschap’ (1928) schreef hij: “De weg van annexatie is ongetwijfeld een eenvoudige, simpele weg. Zij brengt “de parasiteerende” buitengemeenten zonder eenige beperking in het groote stadsverband, zijstelt het bestuur der centrumgemeente volledig in staat de ontwikkeling der omgeving naar eigen inzicht te beheerschen, zij voorkomt of brengt tot oplossing tal van bezwaren en moeilijkheden die de nabuurschap oplevert”.(…)  Als voornaamste argumenten vindt men dan gewoonlijk: de noodzakelijkheid voor de groote stad om zich aan alle kanten te kunnen uitbreiden, de omstandigheid dat bebouwing van stad en kringgemeente een aaneengesloten geheel vormt, het bewijs vormend, dat men hier met een samengegroeide volksagglomeratie te doen heeft en tenslotte het financieele motief, dat meestal op den achtergrond blijft, doch soms, zooals ten aanzien van de annexatie van een deel van Heemstede, de eenige grond blijkt te zijn voor de grensuitbreiding. Ik ga hier op deze argumentatie niet verder in en moge bescheidenlijk verwijzen naar de Memoriën van mijne hand over de door Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland voorgestelde annexatie van Voorburg en Rijswijk en over de Haarlemsche annexatie van een deel van Heemstede. Wat deze laatste, sindsdien tot stand gekomen, annexatie betreft, komt het mij voor, dat de leden der Tweede Kamer, die deze annexatie toejuichten, wijl zij tot opheffing van een “asyl voor belastingplichtigen ” en dus tot partieele belastingnivelleering leidde, blijk gaven een opvatting te huldigen die ik niet kan nalaten bedenkelijk te noemen”. 3) De plaatselijke bevolking werd gemobiliseerd. In Heemstede hebben zowel de alhier geboortigen als de (gefortuneerde) forensen elkaar gevonden en dat kwam de gemeenschapszin ten goede. Van 1895 tot 1927 functioneerde vanuit de bevolking ononderbroken een antiannexatie comité. Laatstelijk geheten: ‘Vereeniging tot bestrijding van Haarlem’s Annexatieplannen’. Een breed samengesteld bestuur, met vertegenwoordigers uit alle lagen van de bevolking met een fabrikant als voorzitter, een bloembollenkweker als secretaris en een gemeenteambtenaar als penningmeester. Het comité was ook aangesloten bij de ‘Bond van anti-annexatiecomité’s’, die in 1926 een Rapport over het annexatie-waagstuk uitbracht.

Bezwaren van haarlemse ingezetenen tegen een annexatie. Uit: Nieuwe Rotterdamsche Courant, 22-7-1926

Bezwaren van Haarlemse ingezetenen tegen een annexatie. Uit: Nieuwe Rotterdamsche Courant, 22-7-1926

Deel van overzichtskaart van het ontwerp tot uitbreiding der gemeente Haarlem. Uit: Waarom en in welken omvang grenswijziging van Haarlem. 1925. Blauw gearceerd = bij Haarlem te annexeren gebied van Heemstede; rood van Bloemendaal bij Haarlem en groen van Haarlemmerliede en Spaarnwoude.

Deel van overzichtskaart van het ontwerp tot uitbreiding der gemeente Haarlem. Uit: Waarom en in welken omvang grenswijziging van Haarlem. 1925. Blauw gearceerd = bij Haarlem te annexeren gebied van Heemstede; rood van Bloemendaal bij Haarlem en groen van Haarlemmerliede en Spaarnwoude.

1927 DE STRIJD IS GESTREDEN

Overzichtskaart van de gemeente Heemstede. Noordelijk gedeelte, schaal 1 op 20.000. Bij de Wet van 21 april 1927, Staatsblad No. 86 werd het op bovenstaand kaartje gearceerde deel van Heemstede bij Haarlem gevoegd.

In februari 1927 nam de Tweede Kamer het wetsontwerp aan. De zitting is bezocht door vele plaatsgenoten welke teleurgesteld huiswaarts keerden. Ook de allerlaatste hoop werd de bodem ingeslagen. Na een debat op 19 en 20 april stemde de Eerste Kamer met 30 stemmen voor en 13 tegen. Dit leidde tot de ‘Wet van 21 april 1927, tot wijziging van de grenzen der gemeenten Haarlem, Velsen, Bloemendaal, Heemstede, alsmede Haarlemmerliede en Spaarnwoude en opheffing der gemeenten Schoten en Spaarndam’, Staatsblad nr. 86 met 37 artikelen, o.a. over de grenswijziging, datum van intreding, schadeloosstelling etc. Ondertekend door J.B. Kan, minister van Binnenlandse Zaken en Landbouw (vader van cabaretier Wim Kan) en J.Donner, de minister van Justitie. De nieuwe grens kwam te liggen aan de Crayenestervaart en noordelijk hiervan de Chrysanthenumlaan en Claus Sluterweg. Opmerkelijk is de knik in de grens bij de Crayenesterlaan. Op nummer 30 woonde namelijk gemeentesecretaris Swolfs en om te voorkomen dat zijn huis in Haarlem kwam te liggen is deze om zijn woning verlegd.

Globale kaarttekening met grens omhet huis van gemeentesecretaris Swolfs, Crayenesterlaan 61 nabij de Crayenestervaart

Globale kaarttekening met grens, niet de weg volgend maar  om het huis van gemeentesecretaris Swolfs, Crayenesterlaan 61 (huis rood gearceerd) nabij de Crayenestervaart

Geschilderd portret van gemeentesecretaris A.Swolfs

Geschilderd portret van gemeentesecretaris A.Swolfs door Hendrik Jan Wesseling (1881-1950), bekend lid van ‘Kunst Zij Ons Doel’ in Haarlem. Toen Swolfs in 1927 op doktersavies zijn functie moest neerleggen – de annexatiekwestie was hem niet in de koude kleren gaan zitten – kreeg hij het portret van de gemeente aangeboden en schonk Swolfs het vervolgens aan de gemeente om in de raadszaal te worden opgehangen, waar het enige jaren heeft gehangen. De heer Swolfs heeft slechts kort van zijn Heemsteedse huis kunnen genieten. Na zijn ontslag verhuisde hij naar Den Haag waar hij in 1931 is overleden en begraven.

Op 21 april kwam de Gemeenteraad van Heemstede bijeen en hield de burgemeester een toespraak, uiteraard bedroefd van toon, maar ondanks het verlies naar buiten toch verheugd dat Raad en burgerij eensgezind hadden gestreden voor een goede zaak. Terecht is de burgerzin der ingezetenen geprezen voor de gemeenschappelijk strijd, aanvankelijk onder leiding van mr.Van der Plaats en vervolgens van baron Van Hardenbroek van Ammerstol gevoerd. De heer H.M. van Unen heeft vervolgens namens de gemeenteraad de voorzitter bedankt voor zijn jarenlange inzet. Professor Van der Grinten publiceerde een nabeschouwing over het Haarlemse Annexatie-ontwerp in de Tweede Kamer (maart 1927). waaruit één citaat: “Voor een niet gering deel schijnt mij de matige waardering, die het belang van Heemstede in de Tweede Kamer vond, het gevolg van de omstandigheid, dat we hier te doen hebben met een der zoogenaamde ‘vluchtheuvels der kapitalisten’. Door zulk een uluchtheuvel te willen sparen, zou men toch licht het odium van gemis aan democratisch inzicht op zich kunnen laden en voor dit odium wil men zich uiteraard liever behoeden”.

In 1927 publiceerde Panorama van de Stad Amsterdam o.a. deze foto van de Crayenestervaart als nieuwe grens van de gemeente Haarlem en Heemstede “De juffrouw midden op de brug staat op de grens”” .

Het bevolkingsaantal van Haarlem steeg in één dag van ruim 80.000 naar meer dan 113.000. Haarlem ging Groningen voorbij en was de vijfde stad van ons land geworden. Het inwonertal van Heemstede daalde daarentegen van ruim 17.000 naar 11.562. In de daarop volgende jaren heeft Heemstede zich ondanks de amputatie met bestuurlijk en ambtelijk élan voortreffelijk hersteld. Opvallend is dat Heemstede bij de annexatie het grootste deel van zijn (historische) vrouwenoverschot aan Haarlem overdeed. Op l januari 1927 woonden in Heemstede 1239 meer vrouwen dan mannen, op 31 december waren dat er nog maar 322! Kort na de annexatie stonden zes grote landhuizen in Haarlem-Zuid (voorheen Heemstede-Noord) te koop aangeboden. Om uiting te geven aan het ‘hun aangedane onrecht’ bood het Bosch en Vaartcomité het gemeentebestuur van de Spaarnestad een kunstwerk aan, voorstellende de Joods- Perzische landvoogd Nehemia, treurend bij de vernielde muren van Jeruzalem, die opnieuw moesten worden gebouwd. Deze ets van Josselin de Jong hangt hedentendage nog in één van de gangen van het Haarlemse stadhuis (althans in 1996).

Ets van de profeet Nehemia treurend bij de muren van Jeruzalem op een ets van Josselin de Jong.

Ets van de profeet Nehemia treurend bij de muren van Jeruzalem op een ets van Josselin de Jong.

Ook de gemeente Heemstede ontving een afbeelding met een voorstelling van de profeet Nehemia(gemeenteraadsnotulen Heemstede 27 mei 1927).

Ook de gemeente Heemstede ontving een gravure met een voorstelling van de profeet Nehemia(gemeenteraadsnotulen Heemstede 27 mei 1927).

UIt: Haarlem's Dagblad van 16 mei 1927

Geschenk van het Bosch en Vaart Comité aan de gemeenten Haarlem en Heemstede. Uit: Haarlem’s Dagblad van 16 mei 1927

Na 1927

schade

Heemstede berekende op basis van een door financiële experts  van de provincie uitgebracht rapport een bedrag voor schadeloosstelling door Haarlem van meer dan 6 miljoen gulden (De Tijd van 4 september 1929)

schade2

Haarlem kwam ten aanzien van een reële schadeloossteling op een veel lager bedrag uit. In 1933 werd niettemin een lening aangegaan van 1 miljoen gulden af te lossen in 10 jaar vanaf 1938 (De Banier, 28 juni 1933)

 

 

Over de kwestie van de schadeloosstelling zijn nog enkele jaren ambtelijk de degens gekruist, maar om deze niet in een eindeloos geredetwist te doen verzanden is Heemstede met een schikking accoord gegaan. Wie veronderstelde, dat met de annexatie van 1927 een definitief einde was gekomen aan de Haarlemse ‘vraatzucht’ kwam bedrogen uit. Na ‘annexatie’ is thans ‘gemeentelijke schaalvergroting’ de ‘oude wijn in nieuwe zakken’. Voortbordurend op de richtlijnen tot uitbreiding van o.a. 1937, 1939 en 1941 verscheen in 1943  een dik boekwerk onder supervisie van de directeur van Openbare Werken van Haarlem ir.H.M.Maas bij uitgeverij De Toorts in Heemstede: ‘De sociaaleconomische structuur van Haarlem en omgeving’. Het werk is geïllustreerd met 60 tabellen en 45 kaarten en grafieken, gebaseerd op planologische en economische gegevens, om begrijpelijke redenen het politieke bestuur buiten beschouwing latende. Aan de hand van de bevolkingsbeweging, de inkomensverhoudingen, de structuur naar beroep e.d. is getracht aan te tonen dat Heemstede en Bloemendaal buitenwijken van Haarlem zijn, speciaal bestemd voor bewoning van de gegoede middenstand en der welgestelden, met als gevolg dat de (financiële) nadelen “alleen en uitsluitend voor Haarlem zijn!”. Ook Bennebroek als randgemeente van een randgemeente (Heemstede) maakt volgens de auteur deel uit van de stedelijke agglomeratie (Haarlem) en dient daarom bij de annexatie betrokken te worden. Op grond van verschenen artikelen en rapporten zijn de uitgangspunten gelijk aan de conclusies en komen hierop neer, dat de randgemeenten bloeien ten koste van Haarlem met andere woorden dat “de randgemeenten parasiteren op de kerngemeente, doordat ze levenssappen van de kerngemeente aftappen en haar bloei belemmeren”. Uit 1949 dateert het ‘Rapport der provinciale commissie ter bestudering van de gemeentelijke herindeling van Noordholland’. Eerder, in 1941, maar ook in 1949 kwam de gedachte van samenvoeging van Heemstede en Bennebroek weer op het bestuurlijk tapijt. “In de Heemsteedse Raad sprak slechts een enkeling zich voorde samenvoeging uit; de overgrotemeerderheid bleek daar tegen gekant te zijn, deels omdat men – toen vooral! -tegen elke gedwongen inlijving was,ten dele ook omdat men voor Heemstede enorme uitgaven duchtte“, aldus een krantenbericht uit 1949. Na een periode van rust gingen omstreeks 1969-1970 in Haarlem wederom stemmen op die voor annexatie pleitten, waarna weer een periode van windstilte volgde en zelfs op dit begrip een taboe rustte. PvdA-aanvoerder J.W. Haverkort (later wethouder) stelde met grote nadruk in een debat op 19 november 1988 over het Haarlemse ruimtetekort: “Wij zijn tegen annexatie van een andere gemeente”, terwijl ook WD- voorman C.Mooij (ook wethouder geworden) meende dat “het bestuurlijk niet gewenst is en in deze tijd waarschijnlijk ook niet mogelijk”, waarop toenmalig burgemeester mevrouw Schmitz repliceerde: “We moeten ook taboes kunnen verlaten, wanneer het gaat over annexatie”.

Groot-Haarlem in 1995 opnieuw ter discussie

In het in 1995 bij gelegenheid van het 750-jarig jubileum van Haarlem als stad verschenen handboek ‘Deugd boven geweld; een geschiedenis van Haarlem, 1245-1995’ zijn op twee plaatsen slechts weinig regels gewijd aan de annexatie en wordt o.a. opgemerkt: “Na een kwart eeuw touwtrekken, waarbij over en weer vele onvriendehjkheden over de tafel gingen, behaalde Haarlem in 1927 een eclatante overwinning”. Ook al blijkt dat niet uit het voorgaande verhaal, het verleden heeft bewezen dat Haarlem en Heemstede constructief kunnen samenwerken. Meest recente voorbeeld is het gezamenlijk gepresenteerde Spaarne-plan. De verwikkelingen binnen het Gewest (Kennemerraad) zijn wellicht voor Haarlem aanleiding geweest de aanval te kiezen. In het voornoemde rapport staat een suggestieve illustratie op de voorzijde waarbij het naambord Bloemendaal een vliegende val maakt en Heemstede al bijna begraven is. Uit een oogpunt van strategisch beleid zijn de randgemeenten Heemstede, Bloemendaal en Bennebroek in overleg gegaan met de mogelijkheid om op den duur te fuseren. Mede op basis van een KPMG-rapport hebben de drie gemeenteraden op 23 mei 1996 in meerderheid in principe besloten een toekomstige fusie na verder onderzoek na te streven, onder de naam Bloemenstede(broek).  Het bestuur van Bennebroek schaarde zich zelfs unaniem achter dit besluit; het CDA zei niettemin te gruwen van het idee “om Bennebroek te laten verworden tot ‘wijk 16’ binnen Groot-Haarlem “. Laten we ten slotte wijlen mr. J.W. Groesbeek aan het woord, die de historie van verschillende grote en kleine gemeenten in Noord-Holland aan een historisch onderzoek heeft onderworpen en op basis daarvan tot de volgende slotsom kwam: “Men krijgt wel eens de indruk dat de roep om annexatie van naburige gemeenten door de grote steden een soort van afleidingsmanoeuvre is, een kreet die de aandacht van de interne problemen moet afleiden. Alles zal wel beter gaan als men eerst maar het grondgebied van de buurman gekregen heeft. Deze geluiden kennen we a! jaren lang in de wereldpolitiek. Het valt moeilijk in te zien hoe annexatiezou kunnen meehelpen om interne problemen op te lossen. Hoogstzelden zal dit voorkomen. Ook het feit dat de grote stad een zogenaamde centrumfunctie vervult, dat wil zeggen allerlei kosten moet maken voor extra voorzieningen, die dan voor een belangrijk deel ten goede zouden komen aan de buitengementen, kan geen argument voor annexatie opleveren. Tegenover die extra kosten, die óók weer extra baten opleveren, staan weer inkomsten die de steden genieten door de trek naar de stad van het winkelende publiek etc. Als men bijvoorbeeld bekijkt hoe de door Amsterdam geannexeerde gemeenten boven het IJ in het algemeen nog steeds achtergebleven zijn, levert deze situatie bepaald geen argumenten op voor annexatie”.

Hans Krol (juli/augustus 1996)

In 1927 werd de grens van Haarlem mert Heemstede verlegd van de Meesterlottenlaan via hertenkamp en Sparenhout naar de Crayenestervaart met o.a. de Blauwe Brug tsusen de Heemsteedse Dreef en Fonteinlaan

In 1927 werd de grens van Haarlem mert Heemstede verlegd van de Meesterlottenlaan via hertenkamp en Sparenhout naar de Crayenestervaart met o.a. de Blauwe Brug tsusen de Heemsteedse Dreef en Fonteinlaan (foto Klaas de Jong)

APPENDIX:

OFFICIËLE ADVIEZEN, NOTA’S EN VERWEERSCHRIFTEN BETREFFENDE ANNEXATIEKWESTIE HAARLEM-HEEMSTEDE 1917-1927

– Verweer van Burgemeester en Wethouders van Heemstede tegen de door Haarlem voorgestelde grenswijziging, met een Vervolg-verweer. Uitgave Gemeentebestuur van Heemstede, 1917-1918, 2 deeltjes.

– Adviezen van den Raad der gemeente Heemstede en van de ingezetenen dier gemeente over het ontwerp van wet tot wijziging van de grenzen der gemeenten Haarlem, Velsen, Bloemendaal, Heemstede, alsmede Haarlemmerliede en Spaarnwoude en opheffing der gemeenten Schoten en Spaarndam, welk ontwerp door Gedeputeerde Staten van Noord-Holland is toegezonden den 23sten November 1921. 1922.

– Waarom en in welken omvang grenswijziging van Haarlem? Uitgave Gemeentebestuur van Haarlem, 1925.

annexatie1

Vooromslag van ‘Waarom en in welken omvang grenswijziging van Haarlem. 2925.

 

– Verweerschrift gemeente Heemstede tegen de Haarlemsche Annexatieplannen. 1925.

Vooromslag van Verweerschrift gemeente Heemstede, uit 1925, 64 pagina's tellend.

Vooromslag van Verweerschrift gemeente Heemstede, uit 1925, 64 pagina’s tellend.

– J.van der Grinten, Memorie omtrent de toevoeging van een gedeelte der gemeente Heemstede bij de gemeente Haarlem, voorgesteld in het bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal aanhangige ontwerp van wet tot wijziging van de grenzen der gemeenten Haarlem, Velsen, Bloemendaal, Heemstede, alsmede van Haarlemmerliede en Spaarnwoude en opheffing der gemeenten Schoten en Spaarndam. Nijmegen, 1926.

– Memorie van antwoord…. Uitgave Gemeentebestuur van Haarlem, 1926.

– Beschouwingen van prof. mr dr. J.van der Grinten, Hoogleraar te Nijmegen, over de behandeling van het Haarlemsche annexatieontwerp in de Tweede Kamer. Nijmegen, 1927.

– Critische beschouwingen omtrent de memorie van prof. mr.dr. J.van der Grinten, Hoogleraar te Nijmegen, over de behandeling van het Haarlemsche annexatieontwerp in de Tweede Kamer. Nijmegen, 1927.

– Critische beschouwingen omtrent de memorie van prof. mr. dr. J. van der Grinten inzake de voorgenomen toevoeging van een gedeel te van Heemstede bij de gemeente Haarlem. Haarlem, 1927.

annexatie3

Vooromslag van Critische beschouwingen omtrent de memorie van prof.mr.dr.I.van der Grinten. 1927

 

– Verweer tegen de critische beschouwingen der gemeente Haarlem omtrent de memorie van prof. mr. dr. J. van der Grinten inzake de grensregeling. Heemstede, 1927.

– Korte samenvatting der Heemsteedsche bezwaren tegen annexatieplan Haarlem. Uitgave Gemeentebestuur van Heemstede, 1927.

– Een laatste woord van Haarlem naar aanleiding van de ‘korte samenvatting der Heemsteedsche bezwaren tegen annexatieplan Haarlem’. Haarlem, 1927.

– Wet van den 21sten April 1927, tot wijziging van de grenzen der gemeenten Haarlem, Velsen, Bloemendaal, Heemstede, alsmede Haarlemmerliede en Spaarnwoude en opheffing der gemeenten Schoten en Spaarndam. ‘s-Gravenhage, 1927.

———-

Zie ook:  – Het Ramplaankwartier; wijk tussen Stad en Duin. Uitgave van Stichting Ramplaankwartier, 1995. – H.Spijkerman. De annexatieproblematiek van 1927, in ‘Ons Bloemendaal’, 20e jaargang,m nr.4, 1996.

Heem5

Vergelijking gemeentelijke tarieven 1927/1928

Heem1

Vooromslag van heruitgave: Heemstede na de grenswijziging, door Jac.J.Janzen Jz. HVHB, 2008

Uit: J.Luyken, ‘Versjes op de Haarlemmerhout’, gepubliceerd in ‘Pniël’, nr. 1307.

Eerste pagina van Staatsblad, wet van 21 april 1927 betreffende annexatie omgeving Haarlem.

Eerste pagina van Staatsblad, wet van 21 april 1927 betreffende annexatie omgeving Haarlem.

Bijlage: selectie foto’s uit jaarverslagen gemeente Heemstede 1927-1928

De gemeentelijke Gas-, Duinwater- en Elekriciteitsbedrijven aan de haven van Heemstede (1927)

De gemeentelijke Gas-, Duinwater- en Elekriciteitsbedrijven aan de haven van Heemstede (1927)

De uitbreiding van de Algemene Begraafplaats in Heemstede is in 197 voltooid. Op de voorgrond de nieuwe aula en doodgraverswoning

In 1927 is uitbreiding van de Algemene Begraafplaats in Heemstede voltooid. Op de voorgrond de nieuwe aula en doodgraverswoning

Het nieuwe hoofdschakelstation van het Gemeentelijk Electriciteits Bedrijf Heemstede aan de Herenweg

Het nieuwe hoofdschakelstation van het Gemeentelijk Electriciteits Bedrijf Heemstede aan de Herenweg

Interieur van het in 1928 nieuwe hoofdschakelstation aan de Herenweg Heemstede

Interieur van het in 1928 nieuwe hoofdschakelstation aan de Herenweg Heemstede

Villavouw in het Grotstuk, Groenendaal Heemstede

Villabouw in het Grotstuk, Groenendaal Heemstede

De nieuwe brug over de Crayenestervaart, 'Marisbrug' genaamd

De nieuwe brug over de Crayenestervaart, ‘Marisbrug’ genaamd

Ter verbindiding van de Esdoornlaan met de Kerklaan werd deze brug van aannemer Gebr. Van den Putten aanvaard

Ter verbinding van de Esdoornlaan met de Kerklaan werd deze brug van aannemer Gebr. Van den Putten aanvaard

Het nieuwe wegdenk over de Herenweg werd in 1927-1928 gerealiseerd. Op de achtergrond links de H. Bavokerk.

Het nieuwe wegdenk over de Herenweg werd in 1927-1928 gerealiseerd. Op de achtergrond links de H. Bavokerk.

Verbreding van de Zandvaart kwam in 1928 gereed. In de verte is de koepel van Hageveld zichtbaar en rechts de Watertoren.

Verbreding van de Zandvaart kwam in 1928 gereed. In de verte is de koepel van Hageveld zichtbaar en rechts de Watertoren.

De Spoorweghalte Heemstede-Aerdenhout is op 7 oktober 1928 in gebruik genomen.

De Spoorweghalte Heemstede-Aerdenhout is op 7 oktober 1928 in gebruik genomen.

Bijlage: door de gemeente Heemstede ontwikkelde activiteiten in de periode 1906 tot 1925. Uit: Verweerschrift tegen de Haarlemsche Annexatieplannen, 1925, p.40-41

Ontwikkelingen gemeente Heemstede 1906-1925

Ontwikkelingen gemeente Heemstede 1906-1925

Vervolg van ontwikkelingen gemeente Heemstede in de periode 1906-1925

Vervolg van ontwikkelingen gemeente Heemstede in de periode 1906-1925

In 2008 publiceerde sociograaf en lokaal bestuurder P.J.van der Ham een boek, getiteld: 'De magie van een gemeentegrens; de veranderingen in het grensgebied tussen Bloemendaal en Haarlem na de annexatie van 1927'.

In 2008 publiceerde sociograaf en lokaal bestuurder P.J.van der Ham een boek, getiteld: ‘De magie van een gemeentegrens; de veranderingen in het grensgebied tussen Bloemendaal en Haarlem na de annexatie van 1927’.

 

Een beknopte beschrijving van de annexatie van een deel van Bloemendaal bij Haarlem is beschreven door H.Pieterson, in: De Parel van Kennemerland: Bloemendaal van A tot Z. , 2008

annexatie1

                                                 Beschrijving historie annexatie, pagina 12

annexatie2

                      Vervolg van beschrijving historie annexatie deel Bloemendaal bij Haarlem, pagina 13

grens1

De grens van Heemstede met Bloemendaal is altijd grotendeels ongewijzigd gebleven. In Heemstede Zandvoortselaan geheten, in Bloemendaal Zandvoorterweg [voordien ook Aerdenhoutslaan], lange tijd een zandweg is in 1825 op particulier initiatief verhard, vervolgens bestaat  (tegenwoordig geasfalteerd). De grens werd midden op de weg aangegeven, aan de ene kant met gemeente Heemstede en de foto is vanuit Heemstede genomen met aanduiding ‘gemeente Bloemendaal’. Rechts daarvan lag het in 1909 gebouwde tolhuis, dat met de goed zichtbare woning, in 1944 door de Duitse bezetters gesloopt.

driehoek

In 1993/1994 zijn pogingen ondernomen de drie gemeenten Bennebroek, Bloemendaal en Heemstede tot één gemeente samen te voegen onder de naam: Bloemenstede(broek). Op bovenstaande foto de drie toenmalige burgemeesters v.l.v.r. mw. L.Dalhuizen-Polano (Bennebroek), mr.H.Kamphuis (Bloemendaal) en mw, H.N.van den Broek-Laman Trip (Heemstede). Edoch, eerst trok het gemeentebestuur zich terug, gevolgd door Bennebroek. Per 1 januari 2009 is Bennebroek de vijfde kern geworden van de gemeente Bloemendaal