De ambachtsheerlijkheden van Adriaen Pauw

Portret van Adriaan Pauw in het kasteel van Gripsholm, Zweden (foto A.C.Moleman)

slotbasset

Gravure met optisch gezicht van Basset uit Parijs met het slot van Heemstede (abusievelijk genoemd ‘maison du professeur’; (stads)poort van Haarlem klopt ook niet)

affiche

Affiche van tentoonstelling gewijd aan Adriaan Pauw in het Oude Slot Heemstede, in 1985 georganiseerd bij gelegenheid van zijn 400ste geboortejaar (1585-1985)

In de graventijd beleenden de graven van Holland vaak gedeelten van hun grondbezit als beloning aan hun edelen. Deze goederen, die erfrecht hadden, werden ambachtsheerlijkheden genoemd. Later, toen de burgerij was opgekomen, verkochten veel verarmde edellieden hun heerlijkheden aan rijke kooplieden, die daardoor hun bezit maar vooral ook hun aanzien vergrootten. Zij konden zich dan bijvoorbeeld “Heer van Heemstede” of “Heer van Wassenaar” noemen. Verder bracht zo’n heerlijkheid allerlei rechten met zich mee, die de ambachtsheer door schout en schepenen in zijn naam en dienst liet uitvoeren. Een ambachtsheerlijkheid kende slechts de lage rechtspraak, d.w.z. burgerlijke kleine strafzaken. Halsmisdrijven kwamen voor rekening van de baljuw. Ook het wapen van een heerlijkheid werd door de nieuwe eigenaar gevoerd. Zo ontstond een nieuwe adel, waar ook Adriaan Pauw en zijn nakomelingen deel van gingen uitmaken. Pauw heeft in de loop van zijn leven verscheidene heerlijkheden gekocht en geërfd, zodat hij zich tenslotte kon noemen Heer van Heemstede, Bennebroek, Zuid-Schalkwijk, Vijfhuizen, Nieuwerkerk, Rietwijk, Rietwijkeroord, Oosterwijk, Schakenbosch en Hogersmilde. Smalend sprak men in de 17e eeuw wel een van een ‘pauwenstaart’ . Waar lagen al die heerlijkheden eigenlijk precies? Over Heemstede, dat ook Bennebroek omvatte, zijn oudste aankoop en belangrijkste bezit, zullen we kort zijn, want daarover is al veel geschreven.

DE AMBACHTSHEERLIJKHEID HEEMSTEDE

In december 1620, vijf-en-dertig jaar oud, pensionaris van Amsterdam, bewindvoerder van de Oost-Indische Compagnie en reeds door de Engelse koning Jacobus l tot ‘eques auratus’ (guldenvliesridder) geslagen, kocht Adriaan Pauw van de erfgenamen van jonkheer Hendrik de Hovine (gest. 1617) de heerlijkheid Heemstede-Bennebroek voor ƒ 36.000. Het kasteel, dat bij de aankoop in vervallen staat verkeerde, liet Pauw grondig herstellen en verfraaien om het vervolgens als buitenplaats te gaan gebruiken. Hier ontving hij o.a. prins Frederik V, de Boheemse Winterkoning,  in 1623, koningin-moeder Maria de’ Medicis uit Frankrijk in 1638 en de Engelse koningin Henriette Maria in 1642.

Na Pauw’s overlijden in 1653 werden Heemstede en Bennebroek twee zelfstandige heerlijkheden met Cerard Pauw, de oudste zoon, als Heer van Heemstede en Adriaan Pauw, de jongste zoon, als Heer van Bennebroek. In 1633, inmiddels, raadpensionaris van Holland en West-Friesland geworden en verhuisd naar Den Haag, kocht Pauw van Gerrit Willemsz van den Uytwech de ambachtsheerlijkheid Nieuwerkerk/Zuid-Schalkwijk/Vijfhuizen, benoorden de Haarlemmermeer. Bovendien kocht hij in dat jaar van dezelfde Van den Uytwech de ambachtsheerlijkheid Rietwijk/Rietwijkeroord, aansluitend aan Nieuwerkerk op de oostoever van de Haarlemmermeer. Deze gebieden, die voor Pauw interessant waren in verband met de turfwinning, brachten hem ongetwijfeld ook veel kopzorgen door de voortdurende af kaveling van de oostelijke oever van de Haarlemmermeer. Het meer werd steeds groter, waardoor de kracht van de golfslag steeds groter werd. Bij westenwind spoelden grote stukken land weg en verdwenen hele dorpen in de golven. Claas Bruin dichtte in 1732 in zijn Noordhollandse Arcadia:

“Hier zien we ’t Meir van Haarlem in den mond.

Daar Nieuwerkerk, een dorp, voorheenen stond.

En Rijk, doch voor veel jaren ingezwolgen,

Door deeze wolf, die, woedende en verbolgen,

Veel lands vernielt, tot schae voor ’t algemeen.”

Indijken en droogmaken was in Pauws tijd al actueel. In 1630 trachtte Jan Adriaensz. Leeghwater hem te interesseren voor een droogleggingsplan van het Haarlemmermeer.

Fragment van kaart van Holland door Jacob Aertsz. Colom uit 1639, herzien in 1647, met vermelding van Nieuwerkerck, Rijck (Rietwijk) en Rijcker oord (Rietwijkeroord)

Fragment van kaart van Holland door Jacob Aertsz. Colom uit 1639, herzien in 1647, met vermelding van Nieuwerkerck, Rijck (Rietwijk) en Rijcker oord (Rietwijkeroord)

DE AMBACHTSHEERLIJKHEID NIEUWERKERK-ZUID-SCHALKWIJK-VIJFHUIZEN

Kerk van Nieuwerkerk in 1531.Kerk van Nieuwerkerk KKKKNieuwerkerk

                                                                 Kerk van Nieuwerkerk in 1531.

Van Ollefen schreef in 1797 in De Nederlandsche Stad en Dorpbeschrijver van Kennermerland: “Deze gedeelten hoezeer ééne ambachtsheerlijkheid uitmakende, worden door de Helle of Spieringmeer, thans een gedeelteder Haarlemmer-meir gescheiden, zijnde Nieuwerkerk ten oosten, en zuid-Schalkwijk en Vijfhuizen ten westen der meir, digt bij ’t vrolijk en aangenaam Spaarne.” In 1632 was de grondoppervlakte van Nieuwerkerk 655 morgen groot; er lag het dorp Nieuwerkerk met een kerk en 28 huizen, dat in de 16de eeuw tot de belangrijkste onder de dorpen van Kennemerland werd gerekend. Vijftig jaar later werd vrijwel het gehele gebied met het dorp door het water overspoeld. Wat over bleef werd ingepolderd en grensde ten zuiden aan Slooten. In het wapen van Pauw is Nieuwerkerk vertegenwoordigd met een blauwe golvende dwarsbalk met drie rode zwemmende vissen op een zilveren fond. Zuid-Schalkwijk en Vijfhuizen waren in 1632 bijna half zo groot als Nieuwerkerk, namelijk 357 morgen met het dorp Vijfhuizen en verspreid over het gebied nog 17 huizen. Doordat Zuid-Schalkwijk en Vijfhuizen gunstiger gesitueerd waren, is er minder land verloren gegaan dan van Nieuwerkerk. Het dorp Vijfhuizen was echter in 1687 geheel verdwenen in het water. Het huidige dorp ligt thans aan de Ringvaart. Zuid- Schalkwijk werd ingepolderd tussen het Spaarne en de Ringvaart en is nu een stadswijk van Haarlem. In 1653, het sterfjaar van Adriaen Pauw, is deze ambachtsheerlijkheid geërfd door zijn kleinzoon Adriaen, oudste zoon van Reinier Pauw, die in 1652, dus juist voor zijn vader, stierf.

Nieuwerkerk

18e eeuwse ets met gezicht op de kerk van Nieuwerkerk voordat gebouw en plaats in Haarlemmermeer is verzwolgen.

 

Volgens expert ir.J.C.Ramaer hebben er achtereenvolgens drie dorpjes Nieuwerkerk bestaan, alle in het noorden gelegen van wat nu de gemeente en polder Haarlemmermeer is. Het eerste dorpje van die naam lag op een denkbeeldige lijn Schipholbrug-Heemstede. Het tweede werd gebouwd nadat het eerste door de golven verzwol;gen was, iets noordelijker (ten noorden van een lijn Vijfhuizen-Schoten), terwijl het laatste Nieuwerkerk vlak aan het Lutkemeer, ongeveer daar waar nu het gemaal ‘de Lijnden’ staat, gelegen heeft. Volgens Ramaer was Nieuwerkerk een onbeduidend dorpje, evenals Rietwijk (Rijk); dorpjes die nooit meer dan 350 respectievelijk 200 inwoners hebben geteld.

DE AMBACHTSHEERLIJKHEID RIETWIJK EN RIETWIJKEROORD (Ook wel Rijk en Rijkeroord genaamd)

Deze beide gebieden werden doorsneden door de Oude en de Nieuwe Meer. Rietwijk grensde ten noorden aan Slooten en Rietwijkeroord ten oosten aan Amstelveen en ten zuiden aan Aalsmeer. In 1632 waren er slechts 18 huizen in beide landerijen en het dorp Rijk, dat in 1647 op last van Adriaen Pauw zover naar het noorden werd verplaatst, dat men op die afstand “… ternauwernood een wit paard onderscheiden konde.” Maar het mocht niet baten, want ook dit dorp werd een prooivan het water, evenals al het omliggende land. Van Rietwijkeroord rest nog een polder bij Amstelveen, die al in Pauws tijd is ingedijkt. In 1637 maakte Hendrik Simonsz Duindam voor Pauw een ‘caerte van de bepolderinge van de landen van Rietwijck gemeen met die van Slooten, ende hoeverre die van Rietwijck in de bepoldering begrepen ende daer buyten gelaten syn.’ De ambachtsheerlijkheid werd door Pauws kleinzoon Adriaen geërfd en in 1701 afgestaan aan diens neef, Gerard Hoeuft. Een gouden rietschoof waarover een golvende gouden dwarsbalk loopt op een rood fond vertegenwoordigt dit ambacht in Pauws wapen.

Ligging van verdwenen dorpen Nieuwerkerk, Rijk = Rietwijk [boven Oude Meer] en Rijkeroord = Rietwijkeroord  [onder Nieuwe Meer].

DE AMBACHTSHEERLIJKHEID HOGERSMILDE

Al in de 16de eeuw begon men in de omgeving van Diever, ten zuidwesten van Assen, turf te graven. Er ontstond een veenkolonie die Hogersmilde werd genaamd. Omstreeks 1625 behoorden de ontveende gronden van die kolonie aan de familie Pauw (Adriaen en diens broers Reinier en Michiel) en enkele andere families in Holland, daartoe verenigd in een compagnie. Door hun toedoen werd de landontginning sterk uitgebreid en nam de bevolking toe. Een groot stuk woest veenen heidegebied werd tot bos- en akkerbouw herschapen. Het landschap Drenthe besloot op 19 februari 1633 de Dieverder, Leggeler en Smilder Veenen tot één heerlijkheid Hoogersmilde te verheffen en wel ten behoeve van Adriaen Pauw en zijn nakomelingen “… om sonderlinge goede reden ende consideratien …” Deze niet nader omschreven goede reden kan louter een blijk van erkentelijkheid zijn geweest of wel eigenbelang van Drente, dat politiek voordeel verwachtte van de machtige raadpensionaris Pauw, die zijn kapitaal had gestoken in de exploitatie van de Drentse venen. Het mes zal wel aan twee kanten hebben gesneden maar de overige deelnemers aan de veencompagnie waren niet met Pauws voorrecht tevreden. Zij stelden uit protest een commissie in bestaande uit Andries Bicker, Jan ten Grootenhuys, Willem Boreel en Charles Looten, die hun rechten moesten verdedigen. mHet duurde tot 1642 voordat het conflict was opgelost en een college uit de veencompagnie recht van beslissing over de venen kreeg. Pauw behield de overige rechten, die aan een ambachtsheerlijkheid zijn verbonden. De drost van Drente verleende Pauw in dat jaar op diens verzoek het recht tot het voeren van een wapen en zegel: een omziende zwarte arend van opzij gezien en vliegend boven een water opeeen zilveren fond. Na Pauws overlijden is zijn zoon Michiel hem opgevolgd als Heer van Hogersmilde.

DE AMBACHTSHEERLIJKHEID OOSTERWIJK

De heerlijkheid Oosterwijk bij Beverwijk heeft Adriaen Pauw niet door aankoop maar door vererving gekregen enwel van zijn oudste zoon Nicolaas, de enige zoon uit Pauws eerste huwelijk met Anna Seys. Deze zoon, die Nicolaas Seys Pauw werd genoemd, had als jongeman Oosterwijk geërfd van de vader van zijn echtgenote Claes Seys, een Amsterdamse koopman. Het gebied was 29 morgen groot. Toen Seys Oosterwijk kocht was het nog slechts een ruïne met een boerderij en landerijen. Oorspronkelijk lag hier het stamhuis van het adelijke geslacht Uter Wijc. In 1366 was de bezitting overgegaan op Coenraad Cuser (stichter van het Heilige Geesthuis in Haarlem), die het Oosterwijk noemde. Later, van 1407 tot 1573, heeft de familie Van Foreest Oosterwijk in bezit gehad. Door het huwelijk van Magdalena van Foreest met Johan van Duvenvoorde kwam het gebied tenslotte in handen van dit bekende Haarlemse geslacht maar het zou spoedig ten onder gaan. Na het beleg van Haarlem stierf Van Duvenvoorde in de gevangenis en werd zijn slot verwoest. Toen verkochten zijn erfgenamen Oosterwijk aan Claes Seys. Zoals gezegd, kwam het via diens kleinzoon Nicolaas Seys Pauw aan diens vader Adriaen Pauw. Onder het erfgoed viel ook een hofstede in Beverwijk genaamd de Schans, die hij doorverkocht aan de weduwe van Elias Trip. Michiel Pauw erfde Oosterwijk van zijn vader.

Overblijfselen van het middeleeuwse huis Oosterwijk. Gravure van C.Pronk en H. Spilman uit 1740. Tegenwoordig resteren nog slechts enkele fundamenten.

Overblijfselen van het middeleeuwse huis Oosterwijk. Gravure van C.Pronk en H. Spilman uit 1740. Tegenwoordig resteren nog slechts enkele fundamenten.

DE HEERLIJKHEID SCHAKENBOSCH

De Staten van Holland en West-Friesland verleenden op 24 november 1618 aan Adriaan Pauw de rechten over het ‘afgehouwen schakenbosch’ voor een jaarrente van 287 pond en 16 schillingen. Dit Schakenbosch was in 1569 deel van de heerlijkheid Voorschoten in Zuid-Holland. Op 26 april van dat jaar kreeg de toenmalige eigenaar, Philips, Graaf van Ligne en Faulcquenbergen en Heer van Wassenaar en Voorschoten, van koning Philips II octrooi om het Schakenbosch te rooien. Volgens een kaart uit dat jaar was het bos ruim 47 morgen groot. Pauw kocht Schakenbosch op 22 april 1615 van vrouwe Maria van Melun, in opdracht van haar echtgenoot Lamoraal, Prins van Ligne en Heer van Wassenaar. De rechten van deze heerlijkheid gingen over op zijn jongste zoon Adriaan, Heer van Bennebroek.

Hans Krol

Portret van Adriaen Pauw door Gerard ter Borch

Portret van Adriaen Pauw door Gerard ter Borch (bruikleen FHM)

Portret van Pauw's (tweede) echtgenpre Anna van Ruytenburgh uit omstreeks 1645 door Gerard ter Borch (bruikleen Frans Hals Museum)

Portret van Pauw’s (tweede) echtgenpre Anna van Ruytenburgh uit omstreeks 1645 door Gerard ter Borch (bruikleen Frans Hals Museum)

Hulle

Adriaen Pauw, heer van Heemstede,  als plenipotentiaris namens het gewest Holland in  Munster; door Anselmus van Hulle. Portret hangt in de Vredeszaal van het voormalig stadhuis in de Westfaalse stad Münster

Kopergravure Adriaan pauw uit 1648 vervaardigd door Paulus Pontius naar een schilderij van Anselmus van Hulle

Kopergravure Adriaan Pauw uit 1648 vervaardigd door Paulus Pontius naar een schilderij van Anselmus van Hulle

Vijf generaties uit het Goudse/Amsterdamse geslacht Pauw. Van links naar rechts: 1_ Johan Pauw (1645-1708), 2. Adriaen Pauw (1516-1578) = grootvader van Adriaen Pauw, heer van Heemstede, 3. Reinier Pauw (1564-1636 = vader van Adriaen Pauw, 4. Reinier Pauw (1591-1676) = broer van Adriaen Pauw, en 5. Dirk Pauw (1618-1688) = een zoon van voorgaande Reinier Pauw.

Vijf generaties uit het Goudse/Amsterdamse geslacht Pauw. Van links naar rechts: 1 Johan Pauw (1645-1708), 2. Adriaen Pauw (1516-1578) = grootvader van Adriaen Pauw, heer van Heemstede, 3. Reinier Pauw (1564-1636 = vader van Adriaen Pauw, 4. Reinier Pauw (1591-1676) = broer van Adriaen Pauw (was o.a. heer van Ter Horst en Teylingerbosch onder Wassenaar) en 5. Dirk Pauw (1618-1688) = een zoon van voorgaande Reinier Pauw.

Audiëntie van Adriaan pauw bij de Grote Keurvorst Friedrich Wilhelm II van Brandenburg in 1618. Om een zaal in Louis XIV-stijl, zitten de keurvorst en de ambassadeur. De secretaris van het gezantschap leest de brief van de Staten-Generaal (Atlas van Stolk, Rotterdam)

Audiëntie van Adriaan Pauw bij de Grote Keurvorst Friedrich Wilhelm II van Brandenburg in 1618. Om een zaal in Louis XIV-stijl, zitten de keurvorst en de ambassadeur. De secretaris van het gezantschap leest de brief van de Staten-Generaal (Atlas van Stolk, Rotterdam)

Adriaan pauw ontvangt de Franse koningin-moeder Maria de' Medicis september 1638 op het Huis te Heemstede. Tekening van Jan Martsen de Jonge (origineel in bezit van A.C.van Houten-Beels)

Adriaan Pauw ontvangt de Franse koningin-moeder Maria de’ Medicis september 1638 op het Huis te Heemstede. Tekening van Jan Martsen de Jonge uit Haarlem. (origineel in bezit van A.C.van Houten-Beels)

Visite op het voorterrein van het Huis te Heemstede door de Engelse koningin-moeder Maria Henrietta aan Adriaan Pauw op 31 augustus 1642

Visite op het voorterrein van het Huis te Heemstede door de Engelse koningin-moeder Henrietta Maria aan Adriaan Pauw op 19 mei 1642, naar een tekening van Jan Martsen de Jonge, gegraveerd en uitgegeven door Claes Jasnszoon Visscher

Bovenstaande ets kan beschouwd worden als de fraaiste grafische afbeelding in relatie tot de historie van Heemstede. De gravure is afkomstig uit het boek van Pieter Nolpe: Beschrivinge vande Blyde Inkoomste, Rechten van Zeege-boogen en ander toestel op de Wel-koomste van Haare Majesteyt van Groot-Britanien, Vranckryk en Ierland. Tot Amsterdam,Den 20 May, 1642.Uitgegeven in groot formaat door Nicolaes van Ravesteyn in opdracht van Pieter Nolpe, kunsthandelaar in de Kalverstraat. De ets is anoniem en bevat twee foutjes in het onderschrift. Prins Willem II was niet haar neef maar schoonzoon en het bezoek had plaats in 1642, niet 1644. In particulier bezit bij een verzamelaar in Den Haag bevindt zich in spiegeschrift dezelfde afbeelding als tekening, vervaardigd door de Haarlemse kunstenaar Jan Martszen de Jonge (1609-1647). Zelf geen graveur neemt men aan dat de ets naar deze tekening is vervaardigd door ofwel Pieter Nolpe (1614-1652/1653), een uitnemend graveur, dan wel Claes Janszoon Visscher (1587-1652).   De in Frankrijk geboren Henriëtta Maria was een dochter van koning Hendrik IV en koningin Maria de’ Medicis en huwde in 1625 met de Engelse koning Karel 1.

De intocht in Munster van Adriaan Pauw met zijn echtgenote Anna van Ruytenburgh en een kleindochter (vermoedelijk de toen 15-jarige Anna van zijn zoon Reinier) in een koets met 6 paarden bespannen. Schilderij van Gerard Terborch. (Stadsmuseum Münster)

De intocht in Munster van Adriaan Pauw met zijn echtgenote Anna van Ruytenburgh en een kleindochter (vermoedelijk de toen 15-jarige Anna van zijn zoon Reinier) in een koets met 6 paarden bespannen. Schilderij van Gerard Terborch. (Stadsmuseum Münster)

Portret van Anna van Ruytenburch, echtgenote van Adriaan pauw. Gravure door Pieter Holsteyn naar het schilderij van Gerard Terborch uit 1646 [Zij was toen ziekelijk en overleed in 1648].

Portret van Anna van Ruytenburch, echtgenote van Adriaan pauw. Gravure door Pieter Holsteyn naar het schilderij van Gerard Terborch uit 1646 [Zij was toen ziekelijk en overleed in 1648].

Adriaan Pauw in zijn bibliotheek, gegraveerd door Cornelis Visscher naar een (verloren geraakt) schilderij van Gerard van Honthorst

Adriaan Pauw in zijn bibliotheek, gegraveerd door Cornelis Visscher naar een (verloren geraakt) schilderij van Gerard van Honthorst

Schilderij door Jan Mijtens met een afbeelding van Michiel Pauw *1617-1858) - broer van Adriaan Pauw - en echtgenote Anna Maria Fassin (1625-1668)  en hun twee oudste kinderen Adriana (1652-1713) en Johan (1653-1686) met op de achtergrond het kasteel van Heemstede. Alle 4 personen zijn na hun overlijden begraven in de familie-grafkelder van de Oude Kerk. [In het verleden meende men lange tijd dat de oudste broer van Michiel: Gerard Pauw (1615-1676) en zijn echtgenote en kinderen waren afgebeeld.

Schilderij door Jan Mijtens met een afbeelding van Michiel Pauw *1617-1858) – broer van Adriaan Pauw – en echtgenote Anna Maria Fassin (1625-1668) en hun twee oudste kinderen Adriana (1652-1713) en Johan (1653-1686) met op de achtergrond het kasteel van Heemstede. Alle 4 personen zijn na hun overlijden begraven in de familie-grafkelder van de Oude Kerk. [In het verleden meende men lange tijd dat de oudste broer van Michiel: Gerard Pauw (1615-1676) en zijn echtgenote en kinderen waren afgebeeld.

Bij de opening van een tentoonstelling gewijd aan Adriaan Pauw bij gelegenheid van diens 350ste geboortejaar in 1985, in het Oude Slote te Heemstede.Van links naar rechts: bibliothecaris en rondleider Hans Krol, minister president Ruud Lubbers en historica Clara Brinkgreve.

Bij de opening van een tentoonstelling gewijd aan Adriaan Pauw bij gelegenheid van diens 350ste geboortejaar in 1985, in het Oude Slot te Heemstede.Van links naar rechts: bibliothecaris en rondleider Hans Krol, minister president Ruud Lubbers en historica Clara Brinkgreve.