HEEMSTEEDSE OPSCHRIFTEN OP LUIFELS, UITHANGBORDEN EN SCHUTTINGEN in oude literatuur vermeld

– Opschrift op gefingeerde graftombe en lijkbus: het graf van Rousseau op ‘Keukenduin’ (Meer en Berg/Soeka Brentie): “Schuins over het Manpad vond men vroeger het graf van Rousseau, een heel schilderachtig plekje, zoo genoemd omdat het eenige gelijkenis had met “het populieren-eiland” te Ermenonville. ’t Was een vijvertje te midden van ’t begroeide duin, waarin een landtong uitstak met berken en populieren beplant. Onder deeze boomen had de eigenaar, Jacob Abraham van Lennep, de neef en vriend van Cornelis van Lennep (1), een lijkbus geplaatst; en op het voetstuk las men dit opschrift:  “Eh! qui n’a pas pleuré quelque perte cruelle!” Maar nu was de lijkbus, wat den vorm betrof, juist niet bijzonder gelukkig uitgevallen en had weleens den spotlust van den laatstgenoemden opgewekt. Eens gebeurde het, dat baldadige knapen haar van het voetstuk en aan stukken smeten, en nu schreef C. v. L. op een der scherven: “Zie hier het deerlijk overschot Van een gebrooken oliepot.” Zijn neef deed de bus vervangen door een antieke vaas, waarop dansende Saters en Nymfen waren gebeiteld. Het kontrast, dat dit opleverde met het opschrift op het voetstuk, gaf aanleiding dat Cornelis van Lennep van het aan de andere zijde van de Herenweg gelegen Huis te Manpad er nevens schreef: “Zie ’s waerelds wisselvalligheden: Men lacht omhoog; men schreit beneden”. De eigenaar liet daarop het basrelief overpleisteren, maar nu kwam er een derde opschrift van dezelfde hand: “Hoe schielijk snelt, helaas! alle aardsche vreugde heen; Het lachen is voorbij: het weenen blijft alleen.”

In 1862 is deze plek geheel veranderd, en sindsdien niet of nauwelijks meer te herkennen.

(1) J.van Lennep: Leven van Mr. C. van Lennep, blz. 291.

Bron: J. van Lennep en J. ter Gouw. Het boek der opschriften; eene bijdrage tot de geschiedenis van het Nederlandsche volksleven. 1869.

Houtgravure van J.H.Morrien, in Nederlandsch Magazijn, 1863: Het 'graf van Rousseau' in 't Keukenduin (1859)

– Glasschrift bij herberg Rustenburgh in den Hout:

“’t Is gewis twee vrouwen billen konnen meer lokken

als alle kloosters kloeken laatste vrij luijen

datze haar moer bruijen.

Bij mij Jan Cornelisz. Koster te Rarep”

Bron: Jeroen Jeroense (ps. van Hieronymus Sweerts). Koddige en ernstige Opschriften op Luifels, Wagens, Glazen, Uithangborden en andere Tafereelen. 1682.

– Beroepsaanduiding in rijm: de bleeker.

Aan de Heeren-zandvaart, onder Heemstede, schreef eens een lid van de Kamer: ‘Trouw moet blijken’ met krijt op een schutting:

“Loop je rechts of loop je links, het is zeker

Je komt altijd terecht bij een bleeker.”

Bron: J. van Lennep en J. ter Gouw. Het boek der opschriften,1869.

– Twee Heemsteedse luifelschriften:

“Hier verkoopt men lake, serge en grijne fijn

ook garen en zij daar zij me genaait moeten zijn.”

Bron: Jeroen Jeroense. Koddige en ernstige Opschriften etc. 1682.

– Te Heemstede zag men weleer aan een luifel een Kat en een Muis geschilderd, met dit onderschrift:

“Heemstee is wel schoon

Maar Haarlem spant de kroon”  [Jeroense, deel II, blz.121]

Niemand begreep wat die kat en muis met Haarlem en Heemstede te maken hadden. En zij hadden ook niets gemeen; onder die beide diertjes had weleer een ander onderschrift gestaan, doch dat, als meer onderschriften een weinig aanstootelijk was. Een nieuwe bewoner had het uit laten strijken, doch de onschuldige diertjes laten staan, en er een nieuw rijm van eigen maaksel onder gezet”. Bron: J. van Lennep en J. ter Gouw. De uithangtekens in verband met geschiedenis en volksleven beschouwd. Eerste deel, 1867.

– Tenslotte nog een pikant opschrift bij een herberg in de Hout:

“De Waard van dit huijs heet Jan Cod

Die hem meent uijt te zuijpen, geen sot,

Want hij heeft zelfs veel waarden bescheten

Men moet geen verken stront leeren eten.”  [Bron: Jeroense, deel II, blz. 48].