Heemstede als uitwijkplaats van Dordts zwart schaap: Lambertus van den Bos (Sylvius) (1620-1698)

Verbitterd om een zijns inziens onterecht ontslag als conrector van de Latijnse School in Dordrecht begaf Lambert van den Bos zich in gezelschap van zijn echtgenote en enige dochter en in zijn bagage enkele kisten met boeken in een karos bespannen met twee paarden, eind december 1671, op weg naar Heemstede. Uitgebannen als het ware door de “waardige Dordtse kring”. Door ruwaard Cornelis de Witt, burgemeester van Dordrecht en uit dien hoofde curator van de Grote School, ontslagen om reden van “vadsigheyd, dronckenschap en ongebonden leven”, zet Van den Bos in Heemstede met tomeloze energie zijn werk voort, bij zijn dood een oeuvre achterlatende, dat niet wat kwaliteit betreft, echter wel naar omvang en veelzijdigheid gemeten niet onderdoet voor het verzameld werk van nu nog beroemde tijdgenoten als Hooft, Huygens en Vondel. Wie was deze veelweter en veelschrijver, vaak een broodpoëet genoemd, omdat hij schreef naar de smaak van het publiek, wiens werk getuigt van een opmerkelijke talenkennis en enorme belezenheid? Ofschoon zijn betekenis, zowel in de literatuurhistorie als geschiedschrijving gering is, geldt hij als een onvermoeibaar popularisator, méér epigoon als scheppend kunstenaar, die een welgevulde boekenkast vol schreef en talrijke literaire genres beoefende: toneelschrijver (treurspelen in verzen), prozaïst, dichter (arcadische poëzie en heldendichter), geschiedschrijver en vertaler. Zo staan op zijn conto een populair-wetenschappelijk werk over geneeskunde, een Engelse grammatica, naast bijvoorbeeld een reisgids voor Italië: ‘Wegh-wijzer door Italien’ (Dordrecht, 1661), 500 bladzijden, ontleend aan Italiaanse en Franse boekjes – van den Bos had geen voet buiten de Nederlanden gezet – en aangehoorde beschrijvingen van met name zijn Dordrechtse vriend Van Hoogstraten. Als dramaturg is hij langdradig en zonder verheffing. Van zijn dichtkunst zijn vooral de twee rond Dordrecht gesitueerde arcadische raamvertellingen (welke een groot aantal vertaalde novellen bevatten) een goede navolging van dit in de 17e eeuw geliefde genre. Zoals bekend in 1637 geïntroduceerd door Johan van Heemskerck:”Batavische Arcadia”. Op hun beurt namen Claes Bruin (in zijn lofdicht op de Zegenpralende Vecht) en anderen Van den Bos als voorbeeld. Lambert van den Bos maakte een onbekend aantal gelegenheidsverzen en een grafschrift op de zeehelden Jan en Cornelis Evertsen. Niet gespeend van zelfkennis en zelfkritiek gaf hij zelf de volgende karakteristieken van zijn dichtgave: “Mijn slappe pen, niet wel geleert op kloecke streecken. En die maer al te veel betaemlijckheên ontbreecken”. Tot de verdiensten van Van den Bos behoort het feit dat hij de eerste 17e eeuwer is geweest die oorspronkelijke Nederlandse epen schreef, vier in totaal. Vooral het derde Batavias of Batavische Aeneas” (1648), het heldendicht over Baeto: stamvader van de Nederlanders zoals Aeneas voor de Romeinen was geweest, had in zijn tijd succes, maar is in de loop der jaren in volslagen vergetelheid geraakt, totdat professor dr. W.A.P. Smit in 1971 een studie aan dit epos wijdde. In het stuk, bestaande uit zes boeken, zijn invloeden van zowel de Klassieke Oudheid Homerus en Vergilius) als Renaissance (lasso) herkenbaar. Joost van den Vondel, de prins onzer dichters, wees het af, o.a. omdat aan Amsterdam slechts zeventien regels zijn gewijd en verzekerde aan burgemeester de Graeff in het toewijdingsgedicht van zijn Vergilius-vertaling, dat als hem de tijd gegeven zou worden hij – Vondel dus – een ander heldendicht over Baeto zou schrijven, namelijk – gelijk Vergilius’ Aeneas – in 12 boeken en met alle aandacht voor de Amsterdamse regentengeslachten, die de Republiek groot gemaakt hebben. Vondel’s voornemen werd echter niet uitgevoerd… Van zijn historische werken zijn het meest van belang: Toneel des Oorlogs (1675) en Historiën onses tijds (1685), een vervolg op Lieuwe van Aitzema’s werk:’Saken van Staet en Oorlogh’. Verschillende folianten zijn verlucht met gravures, o.a. van dichter-graveur Jan Luyken. Om zijn partijdigheid – vijandschap ten opzichte der gebroeders De Wit – en vaak niet relevante (privé)levensgeschiedenissen kan hij de toets van objectiviteit niet doorstaan. Dr. Jan ten Brink schetst als Van den Bos’ voornaamste verdienste het bekend maken van de Nederlandse lezers met o.a. Spaanse auteurs, ook van tweede rang, van Franse heroïsche verhalen en Italiaanse vertellingen. Hij vertaalde met groot gemak werken uit het Latijn, Grieks, Spaans, Italiaans, Engels en Frans. Dr. Jan te Winkel merkt dienaangaande op: “Van Cervantes’ meesterwerk – deel l uit 1605, deel II uit 1615 – is in 1657 onder den titel “Den verstandigen vroomen ridder. Don Quichot de la Mancha” door Lambert van den Bos eene niet minder dan zeven maal herdrukte vertaling gegeven in een voortreffelijk proza, dat Van den Bos beter wist te schrijven dan verzen, maar dat zich zelf niet altijd gelijk blijft, omdat deze veelschrijver een zóó groot aantal vertalingen en oorspronkelijke – en dan vooral historische – werken heeft uitgegeven, dat het hem zeker dikwijls aan tijd ontbroken moet hebben om zóó goed te schrijven als hij dat wel kon”. De twee deeltjes in duodecimo formaat, beide met een titelprent en 12 gravures gestoken door Salomon Savry, zijn in feite de allereerste geïllustreerde uitgave van dit beroemde boek uit de wereldliteratuur.

Frontispice van Don Quichotte van Cervantes in vertaling van Lambert van den Bosch

Frontispice van Don Quichotte van Cervantes in vertaling van Lambert van den Bosch

Gravure van Salomon Savry uit de vertaling van Cervantes' Don Quichot de la Mancha door Lambert van den Bos (1657)

Gravure van Salomon Savry uit de vertaling van Cervantes’ Don Quichot de la Mancha door Lambert van den Bos (1657)

Nog een gravure van Don Quichot vertaald door Lambert van den Bos uit 1657

Nog een gravure van Don Quichot vertaald door Lambert van den Bos uit 1657

Twee auteurs, namelijk de Dordtse dichter-schilder Samuel van Hoogstraten en Amsterdamse boekhandelaar-romanschrijver Baltus Boekholt vereerden deze vertaling met een lofdicht. In Heemstede maakte van de Bos een vertaling van de boeken der Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus. Amsterdam (1620-1652) Lambert van den Bos(ch) werd op 9 april 1620 in Amsterdam geboren. Reeds op twintigjarige leeftijd deed hij met succes het apothekersexamen. Aangenomen wordt dat hij tot zijn benoeming in Helmond in de hoofdstad als apotheker werkzaam was. Zijn eerste boek dat in druk verscheen was een historisch treurspel, getiteld: ‘Carel de Negende'( 1645), één jaar later gevolgd door: ‘Poëtische Betragtingen’. Wellicht mogen we veronderstellen dat het apothekerschap hem weinig voldoening gaf. Hoe dan ook, zijn ambities gingen uit naar een functie aan een Latijnse School.

Helmond (1652-1655)

Met het sluiten van de Vrede van Munster in 1648 trad ook op onderwijsgebiedvoor de Katholieke Meyerij een periode van verdrukking in. Katholieke schoolmeesters werden ontslagen en vervangen door Gereformeerden, meestal zogeheten “vreemdelingen” uit het Noorden des lands. In Helmond was een “Duitse” school, waar enkel de Nederlandse taal onderwezen werd en een Latijnse school, waar ook in het latijn gedoceerd werd. De Latijnse school ontving tevens leerlingen uit de omgeving. In het midden van de 17e eeuw beleefde deze onderwijsinstelling in Helmond weinig bloei, omdat diverse katholieke ouders hun “paepsche kinderen” bij voorkeur naar plaatsen stuurden, zoals Gemert en Venray, die niet tot het gebied der Staten-Generaal behoorden of naar particuliere Roomse bijscholen (of zelfs het buitenland). Op instigatie van predikant Cornelius Corstius vond men een nieuwe rector van de Latijnse school in de persoon van de intussen als geleerd bekend staande Lambertus Sylvius. Deze is op order van de – katholieke – magistraat in Helmond op 16 mei 1652 met zijn bagage in ‘s-Hertogenbosch opgehaald. Behalve een jaarlijks landstractement van 250 gulden, kreeg van den Bos nog 100 gulden extra van de stadsregenten. Van den Bos moet zich om verschillende redenen in Brabant weinig thuis gevoeld hebben en toen zich in 1655 in Dordrecht een vacature voordeed (van conrector) bij de Grote of Latijnse school aldaar solliciteerde hij met succes naar deze nieuwe functie onder rector en oudpredikant Cornelis Schalcken.

Dordrecht (1655-1671)

Het geestelijk klimaat van Dordrecht, Hollands oudste stad, sprak van den Bos beter aan dan in het “verre Helmond”. Er was een bloeiende Latijnse school en een stadsbibliotheek van welke collectie in 1640 een eerste geschreven catalogus was gemaakt. Dordrecht gold als een centrum van geleerden en dichters (die o.a. in het nabij Zwijndrecht gelegen slot De Wevelstein regelmatig bijeenkwamen). Overigens wordt de Dordtse dichtersschool gekenmerkt door epigonisme van historische werken. In zijn nieuwe standplaats zet van den Bos zijn publicistisch werk onverdroten voort. Het ene boek na het andere verschijnt bij Dordtse drukkers/uitgevers als Abraham Andriesz., Jacobus Savry en Gillis Neering. Hoogtepunten zijn de twee eerder vermelde Arcadische vertellingen, waaruit zijn belangstelling voor stad en omgeving blijken: ‘Dordrechtse Arcadia’ (1662), één jaar later gevolgd door: Zuydthollandsche Thessalia, behorend tot het modegenre van die tijd, waarin een reisverhaal als kader dient voor half-histórische,soms erotische en andere vertellingen in proza en poëzie. Voorloper van het huidige Johan de Wittgymnasium in Dordrecht was de Latijnse school, die stond op de hoek van het Augustijnenkamp.

Titelblad van de editie van 1663 van Dordrechtsche Arcadia door L.v.Bos ofwel lambert van den Bosch

Roem verwierf de school mede omdat de geleerde Gerard Vossius er in de jaren twintig van de 17e eeuw rector was en Jacob Cats van 16281631 één van de curatoren. Johan en Cornelis de Witt en andere illustere personen bezochten de Latijnse school. Ten tijde van het conrectorschap van Lambert van den Bos was toezichthouder van de intussen “illuster” geworden school: burgemeester Cornelis de Witt. Deze laatste was het die van den Bos in 1671 ontsloeg vanwege nalatenschap en een lichtzinnige levenswandel. L. van den Bos was door dit congé zo gegriefd, dat hij na zijn vestiging in Heemstede niets nagelaten heeft in publicaties de gebroeders de Witt zo zwart mogelijk voor te stellen. Dr .P. J .Verkruijsse (in: Moderne Encyclopedie van de Wereldliteratuur; 2e editie) meent dat Lambert van den Bos de periode tussen zijn ontslag en verhuizing naar Heemstede overbrugd heeft met het opnemen van zijn vroegere baan als apotheker, hetgeen mij echter als volstrekt onwaarschijnlijk voorkomt.

Titelblad van 'Dordrechtsche Arcadia' door L. van den Bos

Heemstede (1672-1682)

Titelblad van 'Leven en daden der doorluchtige Zeehelden (...) door Lambert van den Bosch met 33 gravures door H. Padtbrugge. 1676.

Titelblad van ‘Leven en daden der doorluchtighste Zeehelden (…) door V.D.B. = Lambert van den Bosch met 33 gravures door H. Padtbrugge. Amsterdam, 1676.

Niet uitgesloten is dat van den Bos zijn plichten ten aanzien van de school wat verwaarloosd heeft, van een glas bier hield en niet vies wasvan vrouwen, maar “vadsigheid” kan hem bezwaarlijk aangewreven worden. Duidelijk is dat hij met zijn familie zo snel mogelijk de stad uit wilde, maar een officiële benoeming aan een Latijnse school elders was uiteraard voorlopig onmogelijk geworden. Hij zou nu gaan leven van zijn inkomsten als publicist, aangevuld met het geven van privé-les aan studenten in de vreemde talen. Zich vestigen in een heerlijkheid nabij een stad (Haarlem), niet ver ook van zijn geboortestad Amsterdam leek aantrekkelijk. Een Latijnse school heeft Heemstede, in tegenstelling tot het nabijgelegen Haarlem, nimmer gekend, maar in 1668 had de Heer Van Heemstede aan Coccejus uit Hoorn verlof gegeven particuliere lessen te geven in de klassieke en Hebreeuwse taal. In een niet uitgegeven boek over de geschiedenis van de Heerlijkheid Heemstede schrijft Willem Anthonie Dolleman: “Op den 26 December 1671 admitteerde de Heer van Heemstede Dominus Lambertus Sylvius, om in ’t Dorp van Heemstede eenige scholieren in de latijnsche, grieksche en Fransche talen te mogen oeffenen“( 1). Heer van Heemstede was in die tijd Gerard Pauw, zoon van AdriaanPauw, en predikant Th. Bortzenius die gaarne in het gezelschap van van den Bos moet hebben vertoefd. Over Pauw zou L. van den Bos later noteren: “Op den twintigsten deser (mei 1676) overleed in ‘s-Gravenhage de heer Geraard Paauw, Heer van Heemstede, President der Reeken-kamer van der Grafelijkheyds Domeynen van Hollandt; een heer waarlijk die wij op lange ondervindinge van treffelijke deugden heerlijk voorzien bevonden hebben en wiens doodt in sijn gebied van veelen seer beklaagt is geworden” (Historiën onses tijds; derde deel, 1685). Het was in de 17e eeuw niet ongebruikelijk dat studenten die voor de universiteit bestemd waren, in de kost waren bij een predikant of privé- leraar en niet onmogelijk is dat ook van den Bos een of meer jongens in huis nam. Zijn publicistisch werk vergde in ieder geval veel aandacht, waarover hij frekwent kontakt had met uitgever Jacob Lescaille in Amsterdam, die ook nauwe betrekkingen met Vondel onderhield (2). Maart 1672 huwde van den Bos’ dochter Maria met Willem van Beveren in Dordrecht (de latere predikant van Heusden en sedert 1671 rector en predikant te Tilburg). Opschudding verwekten zijn geschriften tegen de Dordtse magistraat Cornelis de Witt, die in het rampjaar 1672 op beestachtige wijze door het gepeupel (ook met janhagel of grauw aangeduid) in de Gevangenpoort te Den Haag tegelijk met diens broer werd vermoord. Cornelis de Witt was als vertegenwoordiger der regenten- kooplui bij het gewone volk gehaat en werd op beschuldiging van Willem van Tichelaar gearresteerd – hij zou een aanslag op de prins hebben beraamd -, van zijn waardigheden vervallen verklaard en gevangen gezet. Van den Bos, gedreven door persoonlijke rancune om zijn ontslag in Dordrecht, heeft in zijn geschriften in Heemstede vervaardigd niets nagelaten de nagedachtenis van de gebroeders de Witt te besmeuren, al betreurde hij wél de moord op deze staatslieden. Joachim Oudaen reageerde fel in een pamflet: ‘Aanmerkingen op de beschuldigingen raakende de gebroederen de Witten, van Lambert van den Bos in zijnen Reysenden Mercurius… 1674’. Oudaen noemt Sylvius een “Soldaet van de Fortuyn” en verwijt hem zelfs een Dordtse arcadia te hebben geschreven… Ik citeer: “Veel nutter dan tegen de Geschiedenis te schrijven, hadt Gij dan wederom eene tweede Dordrechts Arcadia toegestelt, vol zenuwlooze en ongezoute vertellingen van Laura en haar gezelschap en uwe vodderijen de Drukkers voor groot geld aangesmeerd, want dan hadt Gij maar de jeugd wat ontsticht”. “Het kan verkeren”, aldus een bekende zegswijze van Brederode. Immers enige jaren eerder had van den Bos nog een lofdicht geschreven op de terugkomst der Ruwaard! In deze periode zijn diverse boeken ondertekend met: “Gegeven tot Heemstede”.

Titelblad van 'Tooneel des Oorlogs...' door Lambert van den Bosch. Amsterdam, 1675.

Titelblad van ‘Tooneel des Oorlogs…’ door Lambert van den Bosch. Amsterdam, 1675.

Carel Rabenhaupt. Portret van Romeijn de Hooghe uit 'Tooneel des Oorlogs...'

Carel Rabenhaupt. Portret van Romeijn de Hooghe uit ‘Tooneel des Oorlogs…’

Vianen (circa 1682-1698)

In 1682 (of 1683) verwisselde Lambert van den Bos na tien jaar Heemstede voor “vrijplaats” Vianen, waar hij een benoeming kreeg als rector van de Latijnse school. Volgens drs. J.Heniger, die de lijsten van de magistraat van Vianen raadpleegde, was hij bovendien van 1686 tot en met 1689 schepen van het Zuidhollandse stadje. In die tijd bestond de Viaanse magistraat uit de drost-schout, de substituut-drost-schout, de stadsburgemeester, de schepenburgemeester, zes schepenen en de secretaris van de stad. Zij werden jaarlijks, en wel op 1 januari, benoemd door de Heer van Vianen. Onverminderd zette Sylvius zijn publicistische arbeid voort, vooral geschiedkundige werken, waarin soms heel wat schandaaltjes verwerkt zijn. Ook verscheen nog een medisch werk, gepubliceerd onder de vermomde naam L.S.M.D. et P. (= Lambertus Sylvius Med.Dr. et Prof.), getiteld ‘Het medicinale collegie over de practijk der Medicinen, behelsende d’oorsaken van de voorn, sieckten.. alsmede een korte beschrijving van een sceleton’ (Amsterdam, 1690). Op 78 jarige leeftijd overleed Lambert van den Bos omstreeks 1 augustus 1698 en werd in Vianen begraven. Het derde deel van ‘Historiën onzes tijds’ verscheen posthuum; diverse werken zijn voorts na zijn dood nog herdrukt.

Omstreden

Wellicht omdat Lambert van den Bos(ch) onder zeker 15 schuilnamen (eigenlijk spellingen van zijn naam) boeken publiceerde, bovendien sommige werken anoniem, is nog altijd geen goede en volledige bibliografie van zijn oeuvre beschikbaar. In de bekende literatuurgeschiedenissen van Van Vloten, Te Winkel, Ten Brink, Prinsen, Walch, G. Kalff e.a. wordt zijn werk wisselend beoordeeld. Bijna onvoorstelbaar is dat nog altijd geen betrouwbare biografie over deze, zoals Jacob van Lennep hem typeert, “niet onvermaarde geleerde” ontbreekt. Alle encyclopedieën en biografische naslagwerken geven foutieve informatie over zijn levensloop (3). Zowel van zijn literaire als historische werken zijn titels aanwezig in o.a. de Stadsbibliotheek-Haarlem. Deze zijn antiquarisch vrij zeldzaam geworden. In Querido’s letterkundige reisgids is zijn naam niet minder dan zes keer opgenomen, onder Dordrecht, Zwijndrecht, Heemstede en Vianen. Zelf middelmatig oorspronkelijk,heeft hij dankzij een fabuleuze belezenheid en kennis van talen een bemiddelende rol gespeeld bij de ontwikkeling van zijn tijdgenoten. Door middel van tienduizenden pagina’s boekdruk heeft van den Bos bewezen dat in elk geval één van de redenen voor zijn ontslag in Dordrecht, namelijk “ledigheid”, onterecht was. Wat van de andere redenen “dronkenschap” en “ongebonden leven” waar moge zijn, vast staat dat hij in zijn tijd zowel veel bewonderaars als vijanden had. In het Noord-Hollands Archief (collectie Heemstede: map L. van denm Bos) is een lijst van zijn werken beschikbaar.

Noten:

(1) In: ‘Verhaal van al hetgeen merkwaardig is voorgevallen in en omtrent de Heerlijkheid van Heemstede voor soo verre zulks heeft kunnen nagespoort worden uyt de geschiedenissen en uyt de charters, boeken, documenten, registers en papieren, op ’t comptoir aan den Huyze van Heemstede berustende van de oudste tijden af’ (bladzijde 240); oorspronkelijke bron: Dorpszacken B fol.189. N.B. Na het vertrek van Lambert van den Bos naar Vianen ontving Adolphus Loderus, ex-predikant in Terborg, toestemming zich in Heemstede te vestigen als rector in de Griekse en Latijnse taal, echter vanwege een ongebonden leven door ambachtsvrouwe Agatha van Hartighsveld spoedig uit de Heerlijkheid verbannen.

(2) Lambert van den Bos schatte Vondel zeer hoog (volgde hem na) maar laakte – in dit geval mét Joachim Oudaen – diens hartstochtelijke strijd voor het Katholicisme, hetgeen uit de volgende schimpdichten, in de vorm van een kwatrijn, overduidelijk blijkt: Lambert van den Bos aan Vondel “Die Godt alleen om loon bemindt En God met hand en tand verslindt, (Ik geef op uw geweten) Mach die een Christen heeten?” Lese Religionis vindicandae, et amicae observantiae ergo ludebam ( = Ik schertste (rijmde) tot verdediging van de aangerande Godsdienst en welwillendheidshalve).  Vondels antwoord: “Die Godt niet by zijn woord gelooft En van zijn Almacht hem berooft, (Ik geef op uw geweten) Mach die een Christen heeten?  Deze pennetwist in dichtvorm is nog voortgezet met een mij onbekende R.l.l.v.L., gepubliceerd door Jan Koenerding.

(3) Het N.N.B.W. laat van den Bosch tien jaar te vroeg geboren worden en na Dordrecht verhuizen naar Beverwijk en vervolgens Amsterdam. Grote Ned. Larousse Encyclopedie veronderstelt dat hij in 1610 in Helmond is geboren. Ook Grote W.P. en Grote Oosthoek spreken in dit verband over Helmond. Meest nauwkeurig is de tweede uitgave der Moderne Encyclopedie van de Wereldliteratuur. Verantwoordelijk redacteur dr.J.P. Verkruijsse Iaat mij in een schrijven van 3 april 1984 weten: “Het doet me genoegen dat uw speurwerk weer een paar stukjes heeft doen toevoegen aan de toch nog steeds rare legpuzzel die Lambert van den Bosch heet. De gegevens die ik in de MEW heb kunnen opnemen, zijn niet louter gebaseerd op de bij dat lemma opgesomde literatuur. Ik heb kunnen putten uit enkele doctoraalscripties van studenten bij ons op de afdeling Documentatie Nederlandse Letterkunde in Amsterdam. Uw waardering voor het MEW-lemma moet op hun conto geschreven worden; zelf heb ik geen onderzoek gedaan. Het is echter niet goed mogelijk om scripties in de literatuuropgave te vermelden (…).

Naschrift: Lambertus van den Bos in Heemstede

Dr. Verkruijsse was zo vriendelijk mij in 1985 de (ongepubliceerde) scriptie  ter inzage te geven van mej. F.A. S. Wilke die in 1969 aan het Amsterdamse Instituut voor Neerlandistiek onder professor Garmt Stuiveling een uitgebreide en gedegen studie maakte van Lambert van den Bos. Hiervoor deed zij naast literatuurresearch bronnenonderzoek in het Algemeen Rijksarchief te Den Haag (betreffende het recht, archief Vianen) en in de gemeentearchieven van Amsterdam, Rotterdam, Helmond en Dordrecht. Voor de periode dat Van den Bos in Heemstede verbleef zij ook in het Rijksarchief van Noord-Holland in Haarlem, alwaar zij het lidmaten- en attestatieboek (1623-1883) van de Gereformeerde (Hervormde) Kerk en voorts de schepenrollen (nr. 550) heeft geraadpleegd. Uit het attestatieboek blijkt dat Lambert van den Bos op 15 april 1672 is ingeschreven als lidmaat van de Hervormde Kerk te Heemstede, tegelijk met zijn echtgenote Maria van den Bos-van der Beeck (oorspronkelijk afkomstig uit Delfshaven), terwijl ook de dochters Johanna en Ceertruyd genoemd worden. Johanna trouwde op 13 augustus 1675 in Heemstede met een Amsterdamse chirurgijn, een weduwnaar, Isaac Christiaansz. Zowel in de attestatie als schepenrollen van de jaren 1671-’76 wordt Van den Bos als “rector” aangeduid. Weliswaar was in Heemstede geen Latijnse school gevestigd, al is bekend dat bijvoorbeeld op 25 october 1625 de toenmalige ambachtsheer Adriaan Pauw een door de Staten van Holland  en Westfriesland ontworpen schoolorde ontving betreffende Latijnse scholen, teneinde deze in zijn Heerlijkheid te doen introduceren. Ongetwijfeld slaat de titel op zijn functie als “rector” van een “privé-school” waarbij hij een aantal leerlingen onderwees in de klassieke talen (1).  Niet geheel onmogelijk is dat Van den Bos – die nogal eens over geldgebrek klaagt – behalve uit zijn publicaties in Heemstede ook enige tijd een bijverdienste heeft gehad a|s apotheker. Immers op 4 augustus 1672 eist Jan Jacob Meyer uit Amsterdam van “Lambertus Silvius, rector tot Heemstede” betaling tot ƒ 101,- voor geleverde “medicamenten en droochgisterijen”. Van den Bos verschijnt niet voor de schepenen. Pas drie jaar later volgt het vonnis. Hij moet alsnog het gevorderde bedrag betalen alsmede rente en de kosten van het geding. Dat alles binnen acht weken, anders volgt gerechtelijke executie van goederen. Van den Bos erkende de schuld, maar voert tot zijn verontschuldiging aan dat hij het geleverde had gekocht voor zijn principaal voor wie hij borg zou hebben gestaan. Uit de stukken wordt niet duidelijk wie zijn baas was. Voorts voerde hij nog ter verdediging aan dat de door Meyer gevorderde som niet geïnd kan worden omdat deze volgens een placcaat (verordening) uit 1649 ten plattelande niet executabel is. Mevrouw Wilke vraagt zich af of de schepenen van Heemstede hun gemeente tot het platteland wilden rekenen. In elk geval achtten ze de argumenten van Silvius niet steekhoudend en veroordeelden hem alsnog tot betaling. Wilke verbindt aan de hoogte van de schuld de volgende hypothese. “Opmerkelijk is de grootte van het bedrag: ƒ 101,-. In Dordrecht verdiende hij als conrector ƒ 600,- per jaar, voor hem was dit dus zo’n twee maanden salaris. Deze uitgave kan toch moeilijk voor gewoon huishoudelijk gebruik geweest zijn en ook de vermelding van een “principaal” leidt tot de veronderstelling , dat hij tussen 1671 en 1672 b.v. in een drogisterij of bij een apotheker gewerkt heeft. In Amsterdam had hij eertijds (1640) zijn apothekersexamen afgelegd”. Ondanks dit voorval moet de reputatie van Van den Bos in Heemstede goed geweest zijn, immers in 1674 (2) werd hij tot ouderling van de kerk gekozen (3). Drie maanden na het huwelijk van zijn oudste dochter moest Silvius wederom een zaak voor de schepenen bepleiten. Thans als gedaagde tegenover de eigenares van zijn huis juffrouw Cocceus (4). Zij eist de onmiddellijke betaling van een achterstallige huurschuld – van één jaar – ad ƒ 120,-. Van den Bos verschijnt voor de schepenbank en erkent schuld, maar voert aan dat hij grondige reparaties aan de woning heeft moeten verrichten en de lieve som van ƒ 123,- heeft voorgeschoten. Mejuffrouw Cocceus ontkent ten stelligste opdracht voor herstelwerkzaamheden aan het huis te hebben verstrekt, met uitzondering van het maken van een defecte pomp. Ten opzichte van het vorige geding komt Van den Bos er nu goed af. Na beide partijen “int lange en brede gehoort” te hebben wordt besloten dat na wat hij aan reparatiekosten heeft betaald, niet nog eens huur hoeft af te dragen. Wel moet hij alsnog de helft van een openstaande rekening van een “glasenmacker” voldoen, te weten ƒ 10,- van een nota van ƒ 20,-. Gelet op de hoge kosten moet het Heemsteedse woonhuis in een slechte staat verkeerd hebben. In 1680 werd zijn zoon Theodorus als predikant beroepen in Heinenoord en op 4 mei 1681 geschiedde de bevestiging, in aanwezigheid van beide ouders, door zijn zwager Willem de Beveren die er voor uit Tilburg kwam. Vermoedelijk eind 1682 is Van den Bos met echtgenote naar Vianen vertrokken, waar hij een benoeming kreeg als rector van de Latijnse school aldaar en dit waarschijnlijk tot zijn dood in 1698 is gebleven. Bovendien werd hij als man van aanzien opgenomen in de stedelijke magistraat. Ten slotte: in de literatuurhistorie is Lambert van den Bos intussen talrijke malen – van Oudaen tot Knuvelder – aangeduid als “de dronken rector”. Deze betiteling sprak kennelijk nóg meer tot de verbeelding dan de ver over de honderd edities die van zijn soms zeer volumineuze boekwerken verschenen. Mevrouw Wilke die de archivalia in Dordrecht intensief heeft nagespeurd heeft daarin niet het bewijs gevonden dat Lambert van den Bos om redenen van dronkenschap, ledigheid en vadsigheid ontslagen werd.

Noten

(1) Vóór hem was aan dominus Cocceus toegestaan (1668) scholieren in de Griekse, Latijnse en Hebreeuwse talen te onderwijzen en na zijn vertrek naar Vianen werd Adolphus Loderus (gewezen predikant in Terborg) door de toenmalige Ambachtsvrouw geadmitteerd om zich als rector in Heemstede te vestigen. In juni 1683 richtte Loderus een verzoekschrift aan het Hof van Holland waarin hij zich beklaagde door Johannes van Hoven, schout te Heemstede, op allerlei wijzen in zijn functie te worden gehinderd en thans zelfs bevel te hebben gekregen om binnen acht dagen uit de Heerlijkheid te vertrekken. Uit een onderzoek was namelijk gebleken, dat Loderus gedurende zijn verblijf te Amsterdam in April 1679 een amorele levenswandel had geleid.

(2) “Dit is juist het jaar waarin Joachim Oudaen zich fel tegen hem keerde. Een beschuldiging van dronkenschap e.d. zal hem niet erg welkom geweest zijn” (F.A.S. Wilke, Lambert van den Bos, blz. 39).

(3) Nadere gegevens hieromtrent zijn mogelijk te vinden in het oud archief der Hervormde Gemeente of van de Haarlemse Bavo-kerk.

(4) Mogelijk echtgenote of een dochter van de rector in de klassieke talen Cocceus, voorganger van Lambert van den Bos.

Hans Krol

Zie ook: J.Heniger en H.Krol: Lambert van den Bos of Lambertus Sylvius (1620-1698), een veelschrijver, rector te Vianen. In het land van Brederode, 15e jaargang, nr.3/4, 1990, p.3-4 en 38-43.

BIJLAGE:  LIJST VAN DOOR LAMBERT VAN DEN BOSCH (SYLVIUS) IN HEEMSTEDE GESCHREVEN BOEKEN (1672-1683):

– Gedenkweerdige spreuken van Erasmus (uit het Latijns vertaald). Leeuwarden, 1672.

– De Reysende Mercurius; staet en verrichtingen van Europa. Amsterdam, 1673.

– De Fransche Mercurius. Amsterdam, 1674.

– De Spaensche Mercurius. Amsterdam, 1674.

– Leeven en bedrijf van sijn Hoogheyt Willem Hendrik de Derde, Koning van Groot-Brittannië, Prince van Orangien. Amsterdam, 1675.

– Leeven en Daden der doorluchtighste zee-helden en ontdeckers van landen deser eeuwen, beginnende met Cr. Columbus en eyndigende met M.A.de Ruyter. Amsterdam, 1676. 2 delen.

– Prael-tooneel der doorluchtige mannen. Amsterdam, 1676. [Ondertekend met: Gegeven tot Heemstede, desen 4 September 1676. L.van den Bosch].

– Treurstof deses tijds. Amsterdam, 1676.

– Tooneel des Oorlogs, … in de Vereenigde Nederlanden, door de wapenen van de koningen van Vrankryk en Engeland, Keulsche en Munstersche bisschoppen tegen de Staten der Vereenigde Nederlanden en hare geallieerden. 4 delen. Amsterdam, 1675

Tooneel des Oorlogs… (1675). Band uit de Bayerische Staatsbibliothek, München

– Krachtig antwoordt op de flaemsche t’samenspraeck tussen de Duyvel en de eerste Paus van Roomen. Antwerpen, 1683 –  Amsterdam, 1682.

– Leeven en daden der doorluchtighste zeehelden beginnende met de tocht na Damiaten in 1217, en eindigende met M.A.de Ruyter, vertoonende alle de voornaamste zeehelden der Hollanders en Zeelanders. Amsterdam, 1683.