Maarten Planting Veertig jaar werkzaam op de Hartekamp

“…Dertig jaren achtereen is de heer Planting in dienst van mevrouw Von Panwitz geweest. Van 1922 tot 1942 bewoonde zij de villa aan de Herenweg en na de oorlog kwam ze af en toe nog op het landgoed terug. Totdat het in 1952 werd verkocht aan de Broeders Penitenten, die er een tehuis voor debiele jongens in vestigden.

Stoker en chauffeur

Voorsalon ofwel de Gouden zaal met grisailles (‘witjes’) in De Hartekamp

Maarten Planting was hovenier, maar toen hij een paar maanden op De Hartekamp in dienst was, leerde hij de ketel van de centrale verwarming stoken. Die ketel en hij zijn daarna onafscheidelijk gebleven. Sinds kort is er een centrale oliestookverwarming in de villa; een deel van de oude verwarmingsinstallatie werd toen benut voor verwarming van de kassen in de tuin, waardoor de heer Planting nu nog elke dag de zorgen heeft voor de ketel. Later had mevrouw Von Panwitz, die de Argentijnse nationaliteit bezat en afkomstig was uit Berlijn, waar ze voor 1922 een grote villa ‘Unter den Linden’ [Palais Pannwitz in Grunewald; nu Schlosshotel] had, een chauffeur nodig. Maarten Planting moest naar Kimman in Haarlem gaan en autorijden leren. “Toen ik daar kwam stond er net een ziekenauto met een nog lopende motor. Kimman zei: stap maar in en ga maar rijden. Maar ik zei: daar begin ik niet aan. Ik had bijna nog nooit een auto gezien. Toen reed hij met me naar de Jansstraat. We gaan eerst even een rijbewijs voor je halen, zei hij. Ja zo ging dat toen….”.  Zo leerde Maarten Planting autorijden en heel goed herinnert hij zich nog de oude Mercedes, waarmee hij in 1923 ging rijden. Mevrouw Von Panwttz had hem uit Duitsland meegenomen. “De chauffeur zat op een dakje van zeildoek en op een voorruit na helemaal onbeschermd. Portieren zaten er niet aan. Als de regen of de sneeuw van opzij kwam, werd je drijfnat”. Met die Mercedes moest hij de gasten van mevrouw von Panwitz van het station in Haarlem halen, of hij reed ze naar de Ringvaart in Heemstede, wanneer zijn meesteres met haar gasten ging spelevaren met het jacht ‘Olympia’. “Als ze op reis ging, moest ik de koffers naar Amsterdam brengen, niet naar Haarlem, dat was te dichtbij”, vertelt hij, glimlachend bij de herinnering.

planting

Foto genomen in 1923 of 1924 bij de voormalige theekoepel van de Hartekamp. Achteraan Staat Maarten Planting, zoon van de tuinbaas van de Hartekamp. De heer in het midden is predikant Jacob Lekkerkerker van de N.H.kerk (foto van mevrouw Vahl-Lekkerkerker uit HeerlijkHeden, nummer 138, pagina 214.

De achtersalon met Florentijns casettenplafond in huize De Hartekamp

Drukke bedoening

Over het leven op De Hartekamp zegt hij dat het er een “drukke bedoening was.”. Mevrouw Von Panwitz ontving zomers talloze gasten. Dan waren er grote diners. De Duitse keizer was een van de geregelde bezoekers van De Hartekamp. Maarten Planting weet precies hoeveel keer hij op het landgoed logeerde: 103 keer. “Als ze geen gasten had, dan leefde ze niet”, herinnert hij zich van mevrouw Von Pannwitz. “De eerste jaren woonde ze ’s winters ook hier, later om de winter, ze ging dikwijls op reis, vaak naar Zwitserland,” vertelt hij. De tweede wereldoorlog betekende, zoals dat met vele grote landgoederen ging, ook voor De Hartekamp het einde van zijn oorspronkelijke bestemming. “Van 1942 tot na de bevrijding heb ik mevr. Von Pannwitz helemaal niet gezien. Daarna kwam ze nog een paar keer terug. Van 1944 tot 1948 ben ik huisbewaarder geweest, toen woonde ik in de villa”, vertelt de heer Planting, die sinds zijn komst op het landgoed in 1922 een van de poortwoningen bewoont. In 1948 kwamen Engelse vrienden van mevrouw Von Pannwitz op de Hartekamp wonen, doch niet voor lang. Toen werd het landgoed te koop gezet. In 1952 namen de broeders er hun intrek. “Ik was er aldoor met de kijk- en koopdagen. Toen de broeders de villa kochten zeiden ze tegen mij: Hoe is het nu met u? Er werd even ruggespraak gehouden. Hoe oud bent u nu, vroegen ze. Ik zei van 60 jaar. Toen zeiden ze: U kunt bij ons blijven tot uw 65ste. Op 14 augustus word ik 70, ik ben er gelukkig nog”, zo besluit Maarten Planting zijn verhaal. Waaruit geconcludeerd mag worden, dat ook de broeders het werk van de heer Planting waarderen. “Een prettig mens, zeer plichtsgetrouw”, zei broeder-overste over hem”.

Uit Haarlems Dagblad, 18 april 1962.

Artikel uit de Heemsteedse Koerier van 4 mei 1983 naar aanleiding van 60-jarig huwelijksjubileum van de heer Maarten Planting en Grietje Stroosma in Bennebroek

Artikel uit de Heemsteedse Koerier van 4 mei 1983 naar aanleiding van 60-jarig huwelijksjubileum van de heer Maarten Planting en Grietje Stroosma in Bennebroek

Luchtfoto van de Hartekamp uit 1952

Luchtfoto van de Hartekamp uit 1952. In het midden het witte buitenhuis

De zware kluis van de Hartekamp bevond zich achter een fake-boekenkast

De zware kluis van de Hartekamp bevond zich achter een fake-boekenkast (foto Bob van der Lans, Hillegom)

De porseleincollectie van mevrouw Von Pannwitz in een zaaltje met grisailles van huize De Hartekamp omstreeks 1930