Societyleven en hofmuziek in Heemstede en Haarlem rond 1400

Portret van Jean Froissart (1333-circa 1405), hofdichter en geschiedschrijver

Portret van Jean Froissart (circa 1337-1405), hofdichter en geschiedschrijver

In de 14e en 15e eeuw zijn talrijke hoge en lage edellieden te gast geweest op het Huis te Heemstede. Telgen uit het adellijke geslacht van Wassenaar, zo goed als graaf Willem V en Jacoba van Beijeren. Tot de geregelde bezoekers behoorden ook de graven Jan en Guy van Blois en zelfs de historicus en dichter Jean Froissart (circa 1337-1405) moet in Heemstede aan zijn vermaarde kroniek hebben gewerkt. Uit enkele publicaties samengevat (1) kan hierover het volgende worden bericht. Heer Jan van Heemstede breidde zijn bezit uit door aankoop van het ambacht van Benthuizen met alles, wat daartoe behoorde. Hij kocht deze goederen, natuurlijk met toestemming van de Hertog, van Jan de Bastaard van Blois, ridder, in September 1399. De betrekkingen tussen Blois en Heemstede blijken niet slechts een zakelijk karakter te hebben. In de acte van overdracht noemt Jan van Blois de koper zijn “zweer”, zijn schoonvader dus. Klaarblijkelijk had Amor wel iets met de bezoeken van Blois aan Heemstede te maken; Jan’s dochter Maria werd door van Blois – om in stadhuistaai te spreken – naar het altaar geleid. De verhouding tussen schoonzoon en schoonvader werd op den duur vertroebeld door geldkwesties. Het geschil liep zo hoog op, dat Willem VI in 1406 tussenbeide moest komen. Als verstandig man onthoudt hij zich van een oordeel over dingen, die Maria – de Vrouwe van Treslong – van haar vader gehoord had en lichtelijk kwaadsprekerig aan haar man had overgebracht. Het moet nu maar eens uit zijn met de ruzie: “so willen wij dat heer Jan die bastairt van Blois heren Jan van Heemstede sinen sweer dath gheven siinen gelde als him gebreect“.

Heraldisch wapen van de graven van Blois-Châtillon

De Hertog meende dus, dat Jan van Blois zijn schuld maar eens moest afdoen. Meestentijds woonde zijn broer Guy van Blois te Beaumont. Nu en dan kwam hij naar Holland om zijn belangen te behartigen. Zo bracht hij de wintermaanden 1388-1389 met zijn gemalin en zijn gevolg op het slot te Heemstede door. Jan van Heemstede was in dat najaar door graaf Guy bekleed met het baljuwschap van Beverwijk en van Noordwijk. De gravin hield er een papegaai op na, die zij overal met zich mee liet reizen. De graaf was onder anderen vergezeld door zijn nar, Jacques Ie Sot, en vier muzikanten. Het societyleven is nu duidelijk tot ontwikkeling gekomen, ’s Morgens gaat men in de Haarlemmerhout vossen jagen, de dames zijn gewoonlijk van de partij, ’s Avonds maakt men muziek of dobbelt men. Soms ontbiedt men een “sprookspreker” op het slot.

Het Middeleeuwse slot van de ridders van Heemstede

Het Middeleeuwse slot van de ridders van Heemstede

In een logement in Haarlem biedt men de heren van St. Jan een maaltijd aan en vraagt men daarop ook de schout, de schepenen en andere burgers. Van Heemstede uit ondernamen zij de 8ste maart een reisje naar Beverwijk. Men ging op weg met niet minder dan 37 wagens, welke “myn heren, die vrouwen, ’t ghesinde, camer ghewant en alrehande provance vurden van Hemstede in den Wijc”. Wegens hun zwaarlijvigheid reisden graaf Guy en zijn gemalin, naar gewoonte, ieder in een afzonderlijke wagen. Bovendien was men nog in het natte jaargetijde, wanneer de ongeplaveide wegen zware eisen stelden aan voerlieden en bespanningen. In hun gezelschap bevond zich ook Maria van Dunois, de jeugdige weduwe van ’s graven enige zoon. Zij brachten onder Wijk aan Duin de nacht door op het kasteel van Floris van Adrichem, een der voornaamste leenmannen van de graaf van Blois. De volgende dag vervolgde het gezelschap zijn reis naar Egmond, waar de abt Johannes Weent hen ontving en een maaltijd aanbood. Op hun beurt ontvangen de kloosterlingen ruime geschenken. Men rijdt ook naar Zandvoort, waar de dames in zee moeten worden “natgemaakt”. Op dezelfde wijze is met 37 wagens de terugtocht naar Heemstede ondernomen. Voer men over de Hollandse binnenwateren, dan waren acht of tien schuiten nodig om de rijtuigen, de paarden van het gevolg, het gevolg zelf en de proviand te vervoeren. Froissard, de befaamde Henegouwse kroniekschrijver en kenner van de toenmalige ridderschap, die ook bij Graaf Albrecht kind aan huis was, maakt soms deel uit van het gezelschap. Hij logeerde in Heemstede in een herberg of bij een huisman, en graaf Guy, het zij tot zijn eer gezegd, bezorgde hem een onbekommerde oude dag. Op het einde van 1397 is Guy van Blois op het slot van Avennes gestorven, Froissard stierf omstreeks 1410 en ridder Jan van Heemstede, achtereenvolgens gehuwd met Hadewig van Borsselen van der Veer en na haar vroegtijdige dood omstreeks 1414 Dircloef van Hetterscheid (Luve von Hetterscheid) uit Kleve, overleed in 1437 op het Huis te Heemstede. Jan van Heemstede’s zoon uit zijn eerste huwelijk met Hadewy, genaamd Gerrit van Heemstede, is vervolgens op 6 mei 1437 met de leengoederen beleend (2).

Links: het geslachtswapen van de ridders van Heemstede. Uit een manuscript liedboek H.van den Bosch 1680-1690 (Kon. Bibliotheek)

Links: het geslachtswapen van de ridders van Heemstede. Uit een manuscript liedboek H.van der Borch 1680-1690 (Kon. Bibliotheek)

Guy van Blois heeft dus ook in Haarlem zijn opwachting gemaakt. Er is sprake van een feestmaal, waaraan behalve de schout, de schepenen, vooraanstaande burgers, ook de ridders van Sint Jan aan zaten. Het werd zonder twijfel gehouden in het convent van de geestelijke Ridderorde aan de Jansstaat dat zich daar uitstrekte van de Jansstraat tot de Riderstraat. Het was, aldus de annalen in 1316, “vorstelijk vertimmerd” en bood sindsdien ook onderdak aan vorstelijke personen die Haarlem bezochten. Jos de Klerk schreef dienaangaande in ‘Haarlems muziekteven in de loop der tijden’ (1965): “Op 8 maart 1390 nodigde Guy van Blois de Jansheren, de schout, het gerecht en vele andere goede luiden ten maaltijd. Maar het lijkt wel of hijzelf met zijn gezelschap de genodigde was, want er is vermeld dat de stad hem drie amen wijn, twee ossen en twaalf snoeken schonk. Hoe zullen de minestrelen geblazen hebben en getokkeld terwijl het gezelschap de dis aandeed. De Haarlemse burgers zullen de tafelmuziek aandachtig hebben beluisterd; daar zat wat in voor de gemeenschap. We zien Froissard in dit gemengde gezelschap van feodale heren en Haarlemse burgers, met wrevel het besef verwerkend, dat men op een keerpunt der tijden gekomen is. “

Beeld van Froissart in het Louvre

Stabdbeeld van Jean Froissart in Chimay, België

Standbeeld van Jean Froissart in Chimay, België

(1) – Renaud, J.G.N. Het huis en de Heren van Heemstede tijdens de Middeleeuwen, 1952. – Scholtens, H.J.J. Uit het verleden van Midden-Kennemerland, 1917. – Verwey, G. Geschiedenis van Nederland; levensverhaal van zijn bevolking, 1983 (tweede, geheel herziene en bijgewerkte druk).

Guy van Blois-Chatillon te paard op een 19e eeuwse penning afgebeeld

Guy van Blois-Chatillon te paard op een 19e eeuwse penning afgebeeld

(2) Algemeen Rijksarchief, Hollandse Leenkamer, nummer 310, folio 60 verso. Extract uit het grafelijkheidsregister, aanwezig in het Archief van de Heerlijkheid Heemstede (P.N.van Doorninck, 1911, nummer 9): “6 mei 1437. Philips, graaf van Holland, beleent Geryt van Heemstede met alle goederen, heerlijkheden, dorpen, ambachten met toebehooren, tienden, renten, landen en woningen, hem aangekomen bij doode van Jan van Heemstede, ridder, zijn vader, zoals Jan van Heemstede die goederen in het laatst van zijn leven in leven hield.”

Froissart schrijvend aan zijn tafel en een graaf begroetend (miniastuur uit de Bibliothèque de l'Arsenal, Parijs)

Froissart schrijvend aan zijn tafel en een graaf begroetend (miniatuur uit de Bibliothèque de l’Arsenal, Parijs)

Froissart1

Pagina uit de kronieken van Jean Froissart, uit een 15e eeuws manuscript in bibliotheek Kortrijk

Froissart

(Uit: Hofmuziek anno 1390 in Haarlem en Heemstede; door Jos de Klerk, Haarlems Dagblad, 28 oktober 1960).

Appendix: Graaf Guy van Blois in Heemstede (1388-1389)

Uit: H.J.J.Scholtens, Uit het verleden van Midden-Kennemerland. Den Haag, Van Stockum, 1947, pagina 58.

Uit: H.J.J.Scholtens, Uit het verleden van Midden-Kennemerland. Den Haag, Van Stockum, 1947, pagina 58.