ANNA ENQUIST, ‘HET GEHEIM’ EN DE HARTEKAMP, ALIAS DE REEHOF EN  ANDERE (TEN DELE) IN HEEMSTEDE, BENNEBROEK EN BERKENRODE GESITUEERDE ROMANS, NOVELLEN EN JEUGDBOEKEN

Na een dichtbundel in 1991 publiceerde Anna Enquist (1) drie jaar later haar eerste roman ‘Het meesterwerk’ , waarvan o.a. ook een Duitse, Franse en Zweedse vertaling uitkwam. In 1997 volgde bij De Arbeiderspers een tweede roman ‘Het Geheim’, waarin heden en verleden elkaar gaandeweg benaderen. Hoofdpersoon is een pianiste, in het boek Wanda Wiericke geheten, die worstelt met een familiegeheim en leeft voor haar muziek. In dit boek speelt het instituut voor verstandelijk gehandicapten ‘de Hartekamp’ – onder de naam ‘de Reehof’ – een rol in de delen 2 en 3 vanaf bladzijde 125 en in de volgende hoofdstukken tot pagina 179. Namelijk wanneer de hoofdpersoon haar zwakzinnige broer gaat opzoeken, terwijl bovendien blijkt dat haar ex-echtgenoot in deze inrichting heeft gewerkt. In de roman worden ook de Broeders Penitenten opgevoerd [die zoals bekend medio 1952 komende uit Boekel en Udenhout de verpleging op zich namen van aanvankelijk zwakzinnige jongens. De paviljoens hebben in het boek van Enquist namen als ‘Otter’, ‘Eekhoorn’, ‘Egel’ en ‘Mol’, in werkelijkheid bomennamen als ‘Plataan’, ‘Ceder’, ‘Wilg’, ‘Vlier’ en ‘Iep’. Navraag bij toenmalig directiesecretaris Ad van Unnik leerde dat Anna Enquist destijds in het kader van haar studie psychologie een stage heeft gevolgd in de Hartekamp.

Een summier overzicht van andere (ten dele) in Heemstede gesitueerde romans, novellen en jeugdboeken (2)

Bernlef, J. (schuilnaam van Hendrik Jan Marsman). Eclips. 2e druk. 1993 (Zweedse vertaling verscheen in 1995. Hoofdpersoon Kees Zomer woont in Heemstede op het gefingeerde adres Langevaartlaan 12.

Biesheuvel, Maarten. De steen der wijzen. 19083. In het verhaal ‘Gezapig leven’ komt station Heemstede-Aerdenhout ter sprake.

Busken Huet, Cd. Lidewyde. 1868. Herdruk 1981. Vermeld wordt de (afgebroken )buitenplaats Soekabrenti te Heemstede.

Debrot, Cola. Mijn zuster de negerin. 1935. Over zijn vriendin die bij de familie Bomans op Berkenrode logeert.

Duyns, Ch. Dante’s portret. 1994. Hoofdpersoon Victor Klein is woonachtig in Heemstede.

Ede, Bies van. Gebakken rat met beukeblad. 1994. Vermelding van Heemstede en ‘een klooster bij het Spaarne'[= Bernardietenklooster] (3).

Vooromslag van jeugdroman 'Het Oude Slot' door J.Faber, geïllustreerd door Luc Lutz.

Vooromslag van jeugdroman ‘Het Oude Slot’ door J.Faber, geïllustreerd door Luc Lutz.

Faber, J. Het Oude Slot. Circa 1948. Met illustraties van Jan Lutz. Jongensboek over een in de nabijheid van het Oude Slot begravenschat. Deel 1 (met o.a. Adriaan Pauw) speelt zich af tussen circa 1650 en 1948; deel 2 eindigt met de Bevrijding door de Canadezen.

Het Nederhuis van het Oude Slot in een illustratie van Jan Lutz

faber1.jpg

Illustratie door Jan Lutz  van Vredesbrug uit boek J.Faber: Het Oude Slot

Faber2.jpg

De laatste pagina  uit J.Faber: Het Oude Slot

 

 

 

Gerdes, Eduard. Heemskerk’s val. 1869, zie: vierde hoofdstuk: Een jachtpartij te Heemstede.

Ginjoolen, F. Werkende handen; roman over de eerste kolonisten van de Haarlemmermeer. 1956. In deze roman wordt ook over Heemstede verhaald.

Greup-Roldanus, Sini. Catalijne van Ingelmunster; een meisjesleven in het begin der zeventiende eeuw. 1938. Deel 1 van trilogie. Bevat tegenover titelblad foto naar tekening van Joseph Charles ‘De lynwaatbleekerij op de Glip van de weduwe Louis Gunst’. Dit meisjesleven is getekend tegen de achtergrond van het leven op  het platteland in de Hollandse duinstreek onder de Vlaamse lijnwaadblekers.

Titelblad van 'Catalijne van Ingelmunster' door Sini Greup-Roldanus

Titelblad van ‘Catalijne van Ingelmunster’ door Sini Greup-Roldanus

Greup-Roldanus, Sini. Jacquemijne van de Weyden; een meisjesleven in 1672. 1946. Deel 2 uit serie.

Greup-Roldanus, Sini. Sandra Tjallinga; in het eeuwfeest 1700. 1949. Deel 3. De lijnwaadblekerij ‘Bleeklust’ (= de latere Gliphoeve) is in bovenstaande boeken onder Bennebroek naar de kant van Heemstede gesitueerd.

Groot-Kuilman, M.de (Maria Margaretha de Groot-Kuijlman). Rondom het oude schuurtje. ‘s-Gravenhage, z.j. Circa 1905. Vertellingen met betrekking tot onder andere de Hervormde Kerk Heemstede en omgeving.

"Het oude schuurtje en Odin, de trouwe hond", illustratie uit: Romdom het oude schuurtje door M.de Groot-Kuylman.

“Het oude schuurtje en Odin, de trouwe hond”, illustratie uit: Romdom het oude schuurtje door M.de Groot-Kuylman.

Groot-Kuilman, M.de. Het troepje van de pastorie. ‘s-Gravenhage, z.j. Over o.a. Hervormde Kerk en omgeving. [De schrijfster was echtgenote van predikant Johannes Kuijlman].

Haasse, Hella. In: ‘Zelfportret als legkaart'(2003) beschrijft zij haar verblijf als zesjarig meisje bij de grootouders De Vries in de Jeroen Boschlaan te Heemstede.

Lennep, Jacob van. Elizabeth Musch; een tafereel uit de 17e eeuw. 1850. In de slothoofdstukken speelt Adriaan Pauw (1622-1697), Heer van Bennebroek, een rol als raadsheer in het Hof van Holland (4).

Lennep, Jacob van. De lotgevallen van Ferdinand Huyck. 1840. Ofschoon gesitueerd in de provincie Utrecht is ‘Ferdinand Huyck’ ten dele geïnspireerd op het landgoed Groenendaal. Volgens de overlevering heeft de in 1970 afgebroken theekoepe! model gestaan voor de in deze roman beschreven koepel waar Huyck en Henriëtte Blaeck elkaar ontmoetten.

Loosjes, A.Pzn. Hollands Arkadia; of wandelingen in de omstreken van Haarlem. 1804. Bevat in verteltrant tussen personen tevens wandelingen (langs de buitenplaatsen) door Heemstede.

Looy, J.van. Jaap. 1923. Vermelding van ‘het huis met de witte beelden'[= Eindenhout]  tegenover de Spanjaardslaan (tot l mei 1927 gemeente Heemstede).

Looy, J.van. Jakob. 1930. (Autobiografische schetsen): Bevat beschrijving van een voettocht naar Heemstee, de ‘Koediefslaan’, ‘het klimop-kerkje’ van Heemstee, de Glip, het Slot van Heemstee, de Herenweg en de Zandvoortsche Laan.

May, Lizzy Sara. Vader en dochter. 1977. (Ook in het Duits verschenen: ‘Vater und Tochter’). De ‘Heemsteedse’ periode van de schrijfster op jonge leeftijd wordt gelijkgesteld met ‘het buitenleven’ op de pagina’s 90-113. Uitvoerig wordt het grote huis aan de Meerweg beschreven waarnaar de familie in 1927 verhuisde (5), 3,5 jaar later naar een huis op het adres Rhododendronplein 4, totdat de familie in 1937 naar Haarlem verhuisde.

May6vaderendochter

Op de voorzijde van het autobiografische boek ‘Vader en dochter’ zijn vader Abrham Maij en dochter Lizzie Sara op een foto wandelend in Groenendaal te zien.

Moerkerken,P.H.van. De Bevrijders. 1915. Ironische roman over de bevrijding van de Fransen in 1813. Voor de buitenplaats ‘Wyckervelt’ heeft naar algemeen wordt aangenomen ‘Bosch en Vaart’ model gestaan. Bewerkt is een correspondentie ‘Aan de Maire van Heemstede’ (in het Noord-Hollands Archief) betreffende passage keizer Napoleon Bonaparte, reizende vanuit Haarlem via de Herenweg richting Hillegom.

Mulisch, Harry. De Aanslag. 1982. Vermelding van o.a. het politiebureau in Heemstede.

Mulisch, Harry. De sprong der paarden en de zoete zee. 4e druk 1979. Tevens opgenomen in ‘De versierde mens’ (1957). “Een verhaal als ‘De Sprong der paarden en de zoete zee’ is aan dit huis verbonden”, aldus Harry Mulisch in ‘Mijn Getijdenboek’ (1975). Met zijn vader en huishoudster Frieda woonde de jonge Mulisch van 1938 tot 1941 op het adres Spaarnzichtlaan 23.

Multatuli (ps. van E.Douwes Dekker). De geschiedenis van Woutertje Pieterse. (Opgenomen in de Ideeën evenals afzonderlijk uitgegeven). Aan het slot in de hoofdstukken 37/38 betrekken de Kopper-lith’s het buiten ‘Groenenhuize’ in de Hout (6).

Nijgh, Lennaert. Haarlem bestaat niet. 1995. Bevat verhaal: ‘Mannen op pad’ over de legendarische slag bij het Manpad in 1304.

Nijgh, Lennaert. Tobia of de ontdekking van het masturbariaat. 1971. Herdruk 1991. Geeft een schets en toneelstukje in 5 aktes van Heemstedenaren.

Oltmans, J.F. Gaston van Foix. Overdruk uit ‘De Gids’, 1841. Een historische novelle betreffende het Huis te Heemstede en gelijknamige Heren in de Middeleeuwen.

Illustratie van het Huis te Heemstede bij 'Gaston van Foix' door J.F.Oltmans

Illustratie van het Huis te Heemstede bij ‘Gaston van Foix’ door J.F.Oltmans

Peper, Cees. Een wandeling langs de buitenplaatsen van Heemstede in de voorzomer van het jaar 1847. Heemstede, VOHB, 1975. Naar het voorbeeld van de Haarlemse gids J.Craandijk, maar dan retrospectief.

Pointl, Frans. De aanraking. 1990. Bevat verhaal ‘Het schoolreisje’ naar het Groenendaalse bos. ‘Onder vreemd dak’ handelt over familiehuis te Heemstede.

Pointl, Frans. De kip die over de soep vloog. Bevat o.a. autobiografische verhalen over zijn Heemsteedse jeugd (7).

[Bij zijn 80ste verjaardag gaf Frans Pointl een interview, door Marjolijn de Cocq gepubliceerd in het Haarlems Dagblad van 31 augustus 2013. In het Dr. Sarphatihuis te Amsterdam schrijft hij nog gedichten. “Recht  uit het hart. Dat over mijn moeder vind ik zelf het mooiste. Aan een gedicht moet je ook schaven hoor.”  Uit ‘Nacht 1:

“moeder, vannacht bij ons ouder Heemsteedse huisje

moeder, verdwenen de klimop

moeder, zoals een vrome jood de klaagmuur

moeder, dezelfde hand

moeder, bedekte mijn gezicht

moeder, ik huilde.” ]

Potgieter,E.J. Onder weg in den regen. 2e herziene druk 1979. Novelle-achtig opstel met vermelding van Manpad.

Reuling, Josine. Paulientjes reis naar dierenland. 1946. Jeugdboek dat zich in Heemstede afspeelt.

Rode, J.B.van (pseudoniem van mr.J.B.Bomans). Jan Herbert Mac Donald. Amsterdam, 1933-1934. Vijf delen in drie banden; delen VI-VIII na heftige kritiek uit politieke kring in manuscript gebleven (8). Autobiografische sleutelromans zich voor een groot deel afspelend in de omgeving van Haarlem en Heemstede. Het huis Berkenrode (residentie van de familie Bomans sinds mei 1932) wordt in de romans naar de historisch juiste naam ‘het nieuwe Westerduin’ genoemd.

[Zoon Godfried Bomans zal in zijn proza direct of indirect meermaals naar de jaren op Berkenrode verwijzen, aan welk aristocratische huis hij zeer verknocht was. Geïnspireerd door het landgoed schreef hij hier zijn eerste sprookjes en grote delen van ‘Pieter Bas’. De inleiding op de eerste drukken van ‘Erik of het klein insectenboek'(1941) ondertekende hij vanuit ‘Berkenrode’. De AVRO-televisie gaf opdracht voor het maken van de televisie documentaire ‘Bomans en Berkenrode, uitgezonden op 5 april 1982].

Vooromslag van 'De vier wezen' door Alet Schouten met tekeningen van Lydia Postma

Vooromslag van ‘De vier wezen’ door Alet Schouten met tekeningen van Lydia Postma

Schendel, Arthur van. Een Hollands drama. Ie druk 1935. Vermelding van o.a. Heemstede en de Heemsteedse Dreef. De buitenplaats ‘Oosterhout’ wordt in deze (Haarlemse) roman anoniem beschreven als “het laatste huis aan den Houtweg”.

Schouten, Alet. De vier wezen. 1981. Met tekeningen van Lidia Postma. Geïnspireerd op de VOHB-uitgave van G.van Duinen, Het wees en armhuis te Heemstede 1796 -1861 (1952) en van F.J.E.van Lennep, Honderd jaar Hartekamp (1956) met een verhaal over schaking  van de beeldschone Mathilde Agathe Barones van Verschuer door de Oostenrijkse graaf Maximilian zu Spaur und Flavon. In het boek van de tijdens haar leven in Heemstede woonachtige jeugd schrijfster is Dennenkamp fantasienaam voor de Hartekamp.

Stork, Jan. Op Berkenrode. Z.j. [1905]. Met op voorplat een afbeelding van ‘Oud-Berkenroede’.

Historische jeugdroman van 457 pagina’s die zich afspeelt in de 19e eeuw in “eene groote villa (=Berken rode/Oud Berken roede) in het dorp A., aan den straatweg van Haarlem naar Den Haag”. De tegenwoordig zeldzame publicatie verscheen in twee edities, één voor ƒ 3.90 (in twee delen), de ander, gebonden in 1 band, voor ƒ 4.50.

Tomesen, Luciënne. Het nest. Brugge, iotgeverij Maria Magdalena, 1999. De Haarlemse Luciënne Tomesen (1965) publiceerde haar debuutroman ‘Het nest’. Grote inspiratiebron vormde Hageveld in Heemstede, in de periode dat sprake was van een rusthuis voor religieuzen. Tomesen verbleef sinds 1996 voor korte of langere perioden in kloosters. Ook haar katholieke jeugd in limburg loopt als een rode draad door het verhaal.

Vooromslag van 'Het nest' door Luciënne Tomesen

Vooromslag van ‘Het nest’ door Luciënne Tomesen

Turnhout, Ted van. Een snuifje Haarlemmerhout. 1980. Bevat: ‘Homo protestator’, een verhaal over het Bea-huis (Bloemenhove-kliniek) te Heemstede, p. 81-93.

Veegens, D.J. Haarlemsche vertellingen uit den ouden tijd. 1850. Bevat 4 romantisch-historische verhalen, o.a. ‘De Tempelieren te Haarlem’ in de Hout en ‘Het ontzet van Haarlem’ in 1426, bladzijden 91-132 over o.a. de Hoekse edelman jonker Jan van Heemstede en zijn beschermvrouwe hertogin Jacoba van Beieren.

Westerloo, Gerard van. Roosje. 1994. Op zoek naar het verleden van zijn moeder Roosje die o.a. in een weeshuis verbleef beschrijft de auteur het bezoek aan de nonnen van de Congregatie van de Zusters van de Voorzienigheid in Huize Bosbeek. Citaat: Sinds de Hemelse Vader, het zal begin jaren zeventig geweest zijn, besloten heeft om Zijn Roepingen niet langer in het Nederlands uit te zenden, hebben de Arme Zusters van het Goddelijk Kind hun zorg voor het verwaarloosde meisje gestaakt. Ooit beheerden zij dertig huizen als ‘De Voorzienigheid’: een regiment hebben ze gevormd. Het handjevol overgebleven Arme Zusters heeft zich in 1991, veelal hoogbejaard, teruggetrokken op huize Bosbeek in Heemstede. De jongsten (van tegen de zestig) besturen er een modern verpleeghuis en een bejaardenoord waarin de ousten (tot tegen de honderd) verzorgd worden. Ze hebben nog steeds een Moeder Overste (zuster Ingrid), maar die wordt, zeggen haar medezusters, alleen nog met Eerwaarde Moeder aangesproken als ze haar willen plagen. Bij de zusters beb ik niets, helemaal niets van Roosje Vonk kunnen terugvinden. Van geen enkel kind dat ooit aan hun zorgen werd toevertrouwd is op papier iets bewaard gebleven. De zusters van nu voeren er excuses voor aan. Ze hebben het ene na het andere huis moeten sluiten. Ze hebben alles naar hun oorspronkelijke Moederhuis in Amsterdam moeten overbrengen. Dat hebben ze ook moeten sluiten. Onderweg zijn er heel wat dozen met ‘troep’ aan de oudpapierman meegegeven. Heel lang heb ik de zusters niet willen geloven. Ik dacht: dat zeggen ze maar. Ze willen niet dat een vreemdeling in hun archief snuffelt. Uiteindelijk heeft zuster Ansfrida mij de sleutel gegeven van de kelder waarin wat wèl bewaard werd staat opgeslagen. Alles heb ik overhoop gehaald. Van geen kind heb ik iets gevonden. Ik vind wel grootboeken en kasboeken en een ‘Korte geschiedenis van het Gesticht’: een logboek, dat de belangrijkste gebeurtenissen in ‘De Voorzieningheid’ per jaar heeft bijgehouden. Ik lees het met toenemende verbazing. Zelfs in het logboek komt geen kind, geen meisje voor. (…) Ik denk nu dat er niets verloren gegaan is. Ik denk dat er nooit iets geweest is. Roosje Vonk werd grootgebracht door vrouwen die de weesmeisjes niet als individu zagen, maar als een verzameling hulpbehoevenden, door God op hun weg geplaatst om er hun eeuwige zaligheid aan te verdienen.”

Vooromslag van 'Roosje' door Gerard van Westerloo. Amsterdam, De Bezige Bij, 1996.

Vooromslag van ‘Roosje’ door Gerard van Westerloo. Amsterdam, De Bezige Bij, 1996.

Wiel, Rein van der. Gezicht op Haarlem. Verhalen. 1987. Vermelding van o.a. Station Heemstede-Aerdenhout, Heerenweg, Garage van Lent in Haarlem (i.p. v. Heemstede!).

Zeeuw, JGzn.P.de.  Berend de spion. 1962. Geïllustreerd door Nienke van Oosten. Zie voor de legendarische slag aan het Manpad: Leve Witte van Haemstede, p. 89-95. (9).

Zeggelen, M.C.van. De vrede van Maerland. 1923. Met twaalf platen naar tekeningen van de auteur. Maerland is een fictieve buitenplaats gelegen te Heemstede (waarvoor Ipenrode model stond; de koepel voor die van de – intussen geruïneerde – theekoepel op de overplaats van de Hartekamp) zich afspelende in de tijd van predikant D.Hupkens (eerste helft van de 19e eeuw).

Noten

(1) Anna Enquist, geboren in 1945, is de schrijversnaam van Christa Widlund-Broer, gehuwd met een Zweedse echtgenoot. Zij werkt halftijds voor het Psycho-analytisch Instituut te Amsterdam en was o.a. als bestuurslid verbonden bij Psychiatrisch Centrum ‘Vogelenzang’ in Bennebroek. [De Geestgronden].

(2) Buiten beschouwing blijven literatuur in relatie tot de Haarlemmerhout (tot 1927 gemeente Heemstede), gedichten op Heemstede, toneelstukken, brievenboeken, los gepubliceerde verhalen, (auto)biografieën, zoals van Apie Prins en vele anderen, memoires van Albert Heijn, Leesha Rose etc., herinneringen van F.J.E.van Lennep aan o.a. de Hartekamp en Berkenrode. Evenmin zijn in boekvorm uitgegeven herinneringen aan instellingen in bovenstaand  overzicht opgenomen, zoals Meer en Bosch en Hageveld (‘Onder dak zonder dak; flarden van een jeugd’ door Michel van der Plas; ‘Koffers op Hageveld’ door Leo de Ridder e.d.).

(3) Zie het ‘Memoriaelbouck’ van Willem Janszoon Verwer, in druk uitgegeven in 1973. Citaat pagina 5: “Item op den selfden dach (= 27 juni 1572) is het clooster van die Barrendyten (= het Bernardietenklooster te Heemstede) gebrocken ende geplondert buijten Haerlem”.

(4) Deze Elizabeth Musch was een stiefdochter van jonkheer Diederik Pauw (1618-1688), neef van Adriaan Pauw, Heer van Heemstede. De verwikkelingen met haar echtgenoot, de beruchte en tragische ritmeester De Buat zijn beschreven in de gelijknamige historische roman ‘Elizabeth Musch’.

(5) Ofschoon nergens expliciet genoemd komt Heemstede ook voor in autobiografische verhalen beschreven in de bundel ‘Oom Soes heeft gehuild’ (1962) en ‘Oom Bennetje raaskalt: een jeugd tussen twee wereldoorlogen’ (1985).

(6) “In de werkelijkheid vergezelde de jonge Dekker, door zijn vader wegens te geringe ijver van de Latijnse school genomen en loopjongen geworden bij de firma Van de Velde, zijn bazen in 1835 naar het buitenhuis Zomerrijk van de Van de Veldes in Heemstede”. Willem van Toorn, in: Querido’s letterkundige reisgids van Nederland, p.389-390.

(7) Frans Pointl is in 1936 te Amsterdam geboren. Zijn vroegste jeugd bracht hij door in een huis aan de Esdoomlaan tot hij in 1942 met zijn (joodse) moeder gedwongen werd naar Amsterdam te verhuizen.

(8) Voor een beschrijving van de globale inhoud en achtergronden zie: Michel van der Plas: Godfried; het leven van de jonge Bomans 1913-1945. 1982 (hoofdstuk V: Vader Bomans schrijft een boek, p. 100-113).

(9) Er bestaan meer historische (jeugd)romans waarin de Witte van Haemstede een rol speelt, o.a. van D.Louwerse: Graaf Floris V en zijn edelen (hoofdstuk V).

Voorlopig supplement

Mevrouw Van Wonderen uit Heemstede liet weten dat de schrijver Frans Pointl feitelijk zijn vroegste jeugd doorbracht in een huis aan de dr. P. Cuyperslaan. Zijn in Oostenrijk geboren vader, van beroep bedrijfsleider bij Multifilm, verhuisde in 1933 van een huis in de Esdoornlaan naar het adres dr. P. Cuyperslaan 21a (in welk jaar zoon Frans te Amsterdam het licht aanschouwde).

– Corrie ten Boom, In het huis van mijn vader; de jaren vóór ‘De Schuilplaats’. Hoornaar, 1976. Vertaald uit het Amerikaans. Met voorwoord van Carole C. Carlson. In deel 1 een passage over haar overgrootvader die tijdens de Franse Tijd als tuinman werkte op de buitenplaats Bronstee

– Havank (ps. van H.F. van der Kallen), Het geheim van de zevende sleutel. De in Leeuwarden geboren (1904) en overleden (1964) auteur H.F. van der Kallen woonde met zijn echtgenote na terugkeer uit Engeland van 7 oktober 1947 tot 21 september 1950 op het adres Franz Schubertlaan 60 bij de familie F van Elk. In de detectiveromans ‘Het geheim van de zevende sleutel’ komt ene Miep Hazelaar voor uit de Sparenzamerstraat. In de biografie ‘Havank; schets van leven en werk’ (Groningen, 1997) schrijft J.P.M. Passage: “In de familie van Miep Hazelaar, een tamelijk vrijgevochten dochter van een burgergezin uit het westen van Nederland, gaan herinneringen schuil aan Hans’ en Cynthia’s tijd in Heemstede. De beschrijving van de Sparenzamerstraat, haar bevolking en gewoontes laat daarover weinigtwijfel bestaan”.

– Kester Freriks, Ogenzwart. Amsterdam, 1997. Autobiografische roman welke zich grotendeels afspeelt in Haarlem, Amsterdam, Sassenheim en Heemstede. Onder andere over zijn huis aan de Crayenestersingel (van waaruit de hoofdpersoon zijn echtgenote en dochter van zeven verliet om zijn intrek te nemen in een Haarlemse bouwval, stapelverliefd op Nina, een kunsthandelares van vijftig-plus. Een citaat: “Ik weet dat elk onderdak tijdelijk is. Huizen laten me volstrekt koud, de Heemsteedse villa was me onverschillig, dit krocht kan ik moeiteloos verruilen voor een ander” (pagina 186).

– Joyce en Co (= schuilnaam van G.J.M. Meijsing), Michael van Mander. Amsterdam, 1979. Roman – tweede deel van de Erwin-trilogie – die zich in Haarlem afspeelt met vermeldingen van o.a. het Heemsteedse kanaal en de haven, het politiebureau en de landgoederen Iepenrode (koetshuis), landgoed Groenendaal en Bronstee.

– Ischa Meijer, Een jongetje dat alles goed zou maken. Amsterdam, 1996. Posthuum verschenen met een nawoord van Connie Palmen.  Alle stukjes over zijn ouders destijds woonachtig in de Herman Heijermanslaan.

– Mirjam Meijer, Mijn broer Ischa. Amsterdam, 1996. Hoofdstuk ‘Thuiskomst’ over het ouderlijk huis te Heemstede.

– Baronesse Orczy, De lachende kavalier: de geschiedenis van den voorvader van de Roode Pimpernel. Amsterdam, 1915. Vertaling van: The laughing cavalier. Speelt zich af in Haarlem, hoofdstuk XV: ‘De halte te Bennebroek’. Op Nieuwjaarsdag 1624 zei Nicolaas Beresteyn tot sir Percy Blake (= de lachende kavalier): “Wat de weg aangaat, moet u Haarlem verlaten door de Heilige Kruispoort en regelrecht naar Bennebroek rijden. Daar vindt ge mij bij het huis, dat staat op het kruispunt waar een wegwijzer de weg naar Leiden aangeeft. De herbergier is een vriend van mij en herhaalde fooien hebben hem het zwijgen opgelegd. Hij heet “Praff” en hij zal zorgen dat het mijn zuster en haar duena aan niets ontbreekt”.

– Oven, Ro van (meisjesnaam van mw. R. J. Baarsel-van Oven), Judith Leyster. Meppel, z.j. Geill. door Jaap Veenendaal.  Historische roman die eindigt met het huwelijk van de schilderes vanuit het huis der familie Molenaar in Heemstede. “Ze trouwden in alle stilte, de eerste Juni anno 1636. In Heemstede, uit het huis van juffer Molenaar. Ze had haar toestemming gegeven. Zonder pracht en praal werd het huwelijk voltrokken, slechts enkele vrienden waren aanwezig, schilders, als het bruidspaar. Ze trouwden, zonder festijn, zonder bruidskroon, zonder bruidsjonkers. Ze beloofden elkaar bijstand als man en vrouw. Ze beloofden elkaar trouw. En de Muzen. Voor heel hun leven”.

Zelfportret van Judith Leyster uit omstreeks 1635 [National Gallery of Art, Washington]

– Pater, Walter Horation, Imaginary portraits: Sebastian van Storck. London/New York, 1887. (2e druk 1890). Marianne Peereboom, die in 1993 een heruitgave verzorgde, meent dat de Britse essayist en romanschrijver Pater (1839- 1894) met het huis van de familie Van Storck ‘within a mile of the city of Haarlem’ het Slot van Heemstede en met burgemeester Van Storck een figuur als de regent Pauw bedoeld heeft (1).

– Römer, Bart. Het geheim van Ruysbroeck. 2008. Historische jeugdroman van schrijver die leerling op Hageveld was en waarin de heerlijkheid Heemstede in de tijd van Agatha van Hartighsveld op p. 120vv. een rol speelt.

– Tongeren, Ben van, Geheime missie in 1847. Cruquius, Bouwpers, 1996. Fantasie gekoppeld aan werkelijkheid. Met hoofdstukken: ‘Dorp Heemstede & het wees-en armhuis; Berkenrode en het ijzeren fort; Een koninklijke brief op “Het Manpad'” etc.

Ton.jpg

                    Vooromslag boel ‘Geheime missie in 1847’ door Ben van Tongeren

wapenheemstede

‘Met uitzicht op de Hertenbaan nuttigden de Rotterdamse toeristen in de Haarlemmerhout hun late ontbijt voor herberg ‘Het Wapen van Amsterdam’ (J.G.Michaelis, Teylers Museum; uit boek: “Geheine missie in 1847′”, pagina 147.

Niet geheel behorend tot deze categorie maar interessant genoeg in dit verband te vermelden is een boekje van de Duitse schrijver Wilhelm Schmidtbonn, getiteld: ‘Die drei Jung-frauen von Heemsteede’. Gepubliceerd in de reeks ‘Insel-Bücherei’, nummer 410: ‘Der kleine Wunderbaum’ uit 1931, vermoedelijk oorspronkelijk verschenen in 1913. Dit fantasierijke verhaal over de dochter van een Spaanse edelman die twee vriendinnen uit Duitsland te gast had speelt zich af tijdens de Spaanse overheersing van Holland. W. Schmidtbonn (eigenlijk Schmidt), geboren in 1872 en overleden in 1952 is in Duitsland vooral bekend geworden als schrijver van sprookjes, sagen en legenden.

(1) Zie. M. Peereboom. De burgerman en de estheet; Potgieter en Pater over Nederland in de zeventiende eeuw. In:  Literatuur 93-4, blz. 192-199.

Hans Krol

Titelprent door J.Wandelaar in: 'Westermeer. Lusthof van den heere Jacob Fruyt, bij Heemsteê, buyten Haarlem door Willem van der Hoeven, 1721 (Koninklijke Bibliotheek Den Haag)

Hofdicht van Willem van der Hoeven met titelprent door Jan Wandelaar: ‘Westermeer. Lusthof van den heere Jacob Fruyt, bij Heemsteê, buyten Haarlem’, uitgegeven in 1721 (Koninklijke Bibliotheek Den Haag)

Uit Donald Duck Junior 2013

Uit Donald Duck Junior 2013

suske1

Suske en Wiske album 326  ‘De zwarte tulp’ van Willy Vandersteen speelt zich af in Haarlem en omgeving in de periode van de tulpengekte rond 1637

suske2

‘De zwarte tulp’ speelt zich ook af rond Adriaan Pauw en Heemstede. Bovenstaand een illustratie Van Luc Morjeau met het slot en van Baerle als bloembollenkweker