EIGENAREN VAN HOFSTEDE KNAPENBURG  (1655-1909)

“Hoe rustig en stil liggen dáár, tegenover het Overbosch van den Huize Berkenrode, de optrekjes ‘Overbosch’ en ‘Klein Berkenrode’; terwijl we slechts weinig schreden verder het grotere ‘Knapenburg’ van de Heer Weyerman passeeren. (…) ’t Heeft een lieven aanleg dat Knapenburg en ‘;t illustreert dit gedeelte van onzen weg tot een der bekoorlijkste partijen.” (F.Allan e.a. Geschiedenis en beschrijving der stad Haarlem. 1886, deel 3, blz.184-185)

Kanpenburg getekend en gegraveerd door P.J.Lutgers (1844). Jacob van Lennep noteerde hierbij: “De Hofstede Knapenburg, onder Berkenrode aan den straatweg, ontleent haren naam uit de omstandigheid, dat aldaar vroeger de burg of het verblijf was der knapen van den Heer van Berkenrode; het overstuk door den onlangs overleden eigenaar, den Heer J.J.Meder van Amsterdam, op nieuw aangelegd, levert zeer schilderachtige partijen op.”

Bij de aankoop van een hofstede, later buitenplaats genoemd, in de 17e eeuw waren status, buitengenoegens en beleggingsmotieven de voornaamste redenen. Door de internationale handel rijk geworden Amsterdammers zochten een zomerverblijf buiten de stad, waarbij Zuid-Kennemerland één van de meest gewilde plaatsen werd (1).Uit een overzicht van 1742 (2) blijkt dat van de ruim 13.000 in de belasting aangeslagen Amsterdammers er 597 over een buitenplaats beschikten. Uit 1804 dateert een gepubliceerde lijst van (groot)grondbezitters – minimaal 3 morgen = circa 2,5 hectare – in Heemstede. Van de 48 stemgerechtigde ingelanden blijkt ongeveer twee derde uit Amsterdam afkomstig. De buitenplaats ‘Knapenburg’ met overplaats ongeveer 4.400 vierkante meter groot, lag direct aan de Herenweg, ten zuiden van Westerduin en Berkenrode en ten noorden van de voormalige R.K.kerk en pastorie. Gedurende ongeveer 2,5 eeuw was het een plek voor voornamelijk Amsterdammers. In 1909 heeft men het huis gesloopt en is de overplaats aan de oostzijde van de Herenweg bij Kennemerduin terechtgekomen.

(1) Vermogende Amsterdamse kooplieden en regenten vestigden hun buiten hoofdzakelijk in de volgende gebieden: 1) Watergraafsmeer (ook Diemermeer genoemd), 2) aan de oevers van de Amstel, 3) de Stichtse Vechtstreek, 4) omgeving Haarlem, van Velsen tot Bennebroek, 5) ’s-Graveland, 6) droogmakerijen in Noord-Holland zoals de Beemster.

(2) Kohier van de personeele quotisatie te Amsterdam over het jaar 1742. 2 delen. Amsterdam, 1945.

roell

Willem Röell (1700-1775)

 

Omstreeks 1655 gaf Willem Stilte, eigenaar van de hofstede Duin en Vaart, een kroft land ofwel een duinrug in erfpacht aan Jacob Andriesz. , die hier een huis bouwde. Door zijn opvolger in 1670  Dirk (Diederik) Tulp (1624-1682) met  ‘Knapenburg’ aangeduid. Na zijn overlijden in 1682 erfden zijn dochters Anna Catharina Tulp (gehuwd met mr. NicolaasWitsen) en Esther Elizabeth Tulp (gehuwd met mr. Jan van den Bempden) de buitenplaats. In 1735 is Knapenburg door de erven verkocht aan de in zijn tijd befaamde Amsterdamse medicus dr. Willem Röell (1700-1775) voor slechts ƒ 2.800,-.

roell1

De anatomische les van professor Willem Röell met helemaal rechts de overman Bernardus van Vijve. Schilderij van Cornelis Troost uit 1728

In 1739 is Knapenburg voor hetzelfde bedrag door verkocht aan Abraham Engelgraaf, die een nieuw herenhuis liet bouwen, tegelijk met andere vernieuwingen zoals een theekoepel en (nog bestaand) tuinmanshuis. In 1781 is de hofstede door de weduwe van Engelgraaf voor ƒ 13.100,-  doorverkocht aan Isaac de Neufville van der Hoop. Voorts is op 19 april op de buitenplaats de inboedel geveild met een partij boeken, tekeningen en prenten, medailles en hoorns door Engelgraaf bijeengebracht. Hiervan verscheen ook een speciale catalogus. De Doopsgezinde telg Neufville van der Hoop stamde uit een geslacht van textiel- en lakenfabrikanten, verbonden aan buitenplaatsen als Meer en Berg en Westerhout. In 1790 is het buiten voor ƒ 18.500,- van de hand gedaan aan Cornelis Hartsen, telg uit een Haarlems-Amsterdamse koopmansgeslacht.

Cornelis Hartsen (1751-1817), eigenaar van Knapenburg van 1790 tot zijn overlijden. Geportretteerd door W.Hendriks in 1813.

Cornelis Hartsen (1751-1817), eigenaar van Knapenburg van 1790 tot zijn overlijden. Geportretteerd door W.Hendriks in 1813.

In 1831 is de heer J.J.Meder uit Amsterdam de nieuwe bezitter geworden die tot zijn overlijden dertien jaar later opnieuw heeft aangelegd. Het herenhuis was intussen, zoals ook Ipenrode, witgepleisterd. Op 16 september 1844 brachten de erfgenamen Knapenburg in publieke veiling en is Pieter van Eeghen (1794-1847), een Doopsgezind koopman/bankier, eigenaar geworden.

Schilderij van Pieter van Eeghen (1794-1847) door J.A.Kruseman (1845) (Foto Iconografisch Bureau, Den Haag)

Na diens overlijden op 53-jarige leeftijd heeft zijn tweede vrouw Anna Cecilia Huidekoper de buitenplaats als zomerverblijf aangehouden. Na haar dood in 1860 is Knapenburg het jaar daarop door de erven – uit beleggingsmotieven – verkocht aan een drietal personen: de stalhouders J.C. van den Berg en Jan van den Berg (beiden uit Haarlem)en de Heemsteedse veerschipper Coenraad Huijg. In 1862 konden zij met enige winst de buitenplaats verkopen aan de Amsterdamse commissionair J. Weijerman Jr. In 1886 hebben diens erven Knapenburg overgedaan aan D.W.P. Wisboom van Giessendam. In 1892 is door de zoon het buiten verkocht aan mej. A.J.Campbell. Al na drie jaar volgde jonkheer Maurits van Lennep als nieuwe eigenaar. Deze was op 29 met 1867 op ‘Meer en Berg’ geboren en sleet zijn werkzaam leven als wijnhandelaar. Van Lennep liet het intussen bouwvallig geworden herenhuis in 1909 afbreken. Het inrij hek met de woorden “Knaapen” en “Burg” heeft nog lange tijd op het nieuwe huis gestaan, adres Herenweg 111, gebouwd in 1916 in opdracht van de familie Beer. Sinds 1986 bekend als jeugd- en buurthuis ‘Centrum.  111’. Na sloop in de jaren negentig is hier nu het appartementencomplex ‘Wel-licht’ gevestigd.

Knapenburg komt nog voor als naam van een conifeer Pinus Mugo Knapenburg. Deze houdt de herinnering levendig aan de vroegere boomkwekerij van de firma Draijer die op deze terreinen lag nadat de bloemisten Preijde een perceel tuingrond met schuur nabij de Herenweg verkochten aan kweker en hovenier Johannes Jacobus Draijer die er boomkwekerij ‘Knapenburg’ begon. Wat nog resteert is de voormalige tuinbaas- of koetsierswoning met bordje aan de gevel: Knapenburg.

Advertentie kwekerij Knapenburg van H.J.Draijer

Voormalige tuinbaas- of koetsierswoning op Knapenburg

Voormalige tuinbaas- of koetsierswoning op Knapenburg

 

In de nabijgelegen Oude Posthuisstraat bevindt zich verder een huis uit 1921 met de naam Knapenburg. [De boerderij Knaapenburg in buurtschap de Rijk van de Haarlemmermeer is overigens vernoemd naar de stichter Pieter Knaap]. Wat fysiek behalve de tuinmanswoning nog rest is één grenspaal K die de grens aangaf met B [= Berkenrode]. Deze staat aan de Burgemeester van Lennepweg, dus aan de oostzijde van Knapenburg.

Uitgebreidere informatie over wel en wee van de buitenplaats is te vinden in het boek ‘Berkenrode: Heerlijkheid Landgoed en Huis’, door Hans Krol en Ted van Turnhout. Een uitgave uit 2002 van de firma Nordex b.v., Herenweg 133, Heemstede.

Op de plaats van het vroegere Knapenburg ligt nu het appartementencomplex ‘Wel-licht’, in de nieuwe straat Duin en Vaart 1-17 zelfstandig genummerd.