Een jonge Harry Mulisch in de open koepel van Eindenhout in 1947 op weg naar eeuwige roem. Het tempeltje van gewapend beton is in 1915 gebouwd in opdracht van toenmalig eigenaar H.A.van Odijk.

Eenmaal ereburger geworden [als enige 'Haarlemmer' sinds 1245] keerde de schrijver graag nog een keer terug in de koepel van Eindenhout om zich aan het volk (de media) te tonen.

Eenmaal ereburger geworden [nota bene als enige ‘Haarlemmer’ sinds 1245] keerde de schrijver om 2009 graag nog een keer terug in de toen gerestaureerde koepel van Eindenhout om zich aan het volk (dat wil zeggen de media) te tonen.

Harry Mulisch en de koepel van Eindenhout. Ansichtkaart vervaardigd door Eric J. Coolen in 2013

Harry Mulisch en de koepel van Eindenhout. Ansichtkaart vervaardigd door Eric J. Coolen in 2013

EIGENAREN VAN BOSCH EN VAART + ENDENHOUT/EINDENHOUT

BOSCH EN VAART was vroeger de naam van een hofstede in Heemstede, tegenwoordig een wijk in Haarlem na de annexatie van 1 mei 1927

Op de in opdracht van Adriaan Pauw vervaardigde kaart van de heerlijkheid Heemstede door Balthasar Floriszoon van Berckenrode zien we o.a. aan de oostzijde van de Wagenweg/Heerenweg het buiten Westerhout, dat in 1643 als een nieuw huis staat vermeld en het uit 1642 daterende Spruitenbosch. Beide buitens zijn intussen gesloopt. Ter plaatse van het latere Bosch en Vaart is enige bebouwing te bespeuren.

1649  De eerste bekende eigenaar was de Amsterdammer Jacob Adriaensz. Van der Graeff, wat blijkt uit een overgeleverde transportakte van een belendend stuk land.

1656  was de uit Haarlem afkomstige weduwe van Van der Graeff, Cornelia van Rollant, eigenares.

1686 Wouter van der Graeff, mogelijk zoon van Jacob Adriaensz. Hij was eigenaar van de Haarlemse brouwerij De Passer en De Valk aan de Bakenessergracht en overleed in 1703

1703-1707 was zijn weduwe Maria Swinderwijck eigenares

1707 Overdracht van de nog naamloze buitenplaats aan de Amsterdamse koopman Dirk van Lennep. De (boeren)hofstede  had naast een hoofdgebouw, een paardenstal, koestal, koetshuis, boomgaard en twee weilanden. Verder twee tuinhuizen en tuin. De verkoopsom was ƒ 8.515,-. David van Leeuw uit een Amsterdamse doopsgezinde familie was in 1692 gehuwd met Susanna Leeuw en breidde zijn bezit in zuidwaartse richting uit. Zo kocht hij in 1709 herberg ‘Het Doorneboompje’ op en liet deze vervolgens slopen. Het herenhuis liet hij verbouwen tot een statige buitenplaats. Dirk van Lennep overleed in 1720.

De lustplaats Bosch en Vaart van David Leeuw van Lennep, gegraveerd door Hendrik de Leth

1720-1726 Weduwe Susanne Leeuw eigenares. Daarna verdeling van de totale boedel met een kapitale waarde van ongeveer 1 miljoen gulden.

1728 Dochter Anna van Lennep, gehuwd met Pieter Routens erft de hofstede, voor het eerst Bosch en Vaart genoemd met een verwijzing naar de Haarlemmerhout en Leidse Vaart. De buitenplaats werd op 30.000 gulden getaxeerd.

1731 Verkoop van Bosch en Vaart voor 17.000 carolusgulden aan Anna’s broer David van Lennep, die de achternaam van zijn moeder toevoegt en zich David Leeuw van Lennep noemt. De hofstede wordt geroemd door o.a. Mattheus Brouërius van Nidek [zelf eigenaar van Bosch en Hoven]. Met de actiehandel verloor David Leeuw van Lennep een groot deel van zijn vermogen en in 1743 vroeg hij faillissement aan.

1735  Verkoop op een veiling in Amsterdam en aankoop door de Haarlemse doopsgezinde koopman Willem Kops Nicolaasz. Voor een bedrag van ƒ 20.100,-. Hij liet de lustplaats nog verder verfraaien. In 1740, 1746 en 1754 breidde hij zijn bezit nog verder uit met weilanden o.a. van het st. Elizabeth’s gasthuis. Bovendien liet hij in 1753 aan de overzijde van de Herenweg/Wagenweg de herberg Nieuwe Hout ofwel Vriesche Koedrift omvormen tot de buitenplaats Zomerlust.

1754 Na het overlijden van Willem Kops bleef zijn weduwe Sophia Kops eigenares tot 1762.

Gezicht op het buitenhuis Bosch en Vaart aan de Wagenweg in Heemstede. Ets door Johan Swertner, 1760

Gezicht op het buitenhuis Bosch en Vaart aan de Wagenweg in Heemstede. Ets door Johan Swertner, 1760

1762 Hun zoon Nicolaas Willem Kops, gehuwd met Elisabeth Barnaart, erft Bosch en Vaart.

1779 De erfgenamen Jacobus Barnaart, mr. Gerrit Willem van Oosten de Bruin en Pieter Kops Goedschalksz. besloten alle bezittingen te veilen. Transport aan Jan Willink, kanunnik van St. Maria te Utrecht voor ƒ 23.100,-. Deze Jan Willink, getrouwd met Hester van Lennep, was ook doopsgezind en directeur van de Maatschappij ter bevordering van de Landbouw. De Franse tuin is vervangen door een Engelse landschapstuin.

1826 Jan Willink overlijdt en zijn weduwe in 1831

1831 Arnoud David van Lennep erft Bosch en Vaart. Hij was getrouwd met Johanna Maria Nutges, ambachtsvrouwe van Bennebroek.

De hofstede Bosch en Vaart op een steendruk van P.J.Lutgers, circa 1840

De hofstede Bosch en Vaart op een steendruk van P.J.Lutgers, circa 1840

1854 sterft Arnout David van Lennep en zijn weduwe in 1858

1858 Hun oudste dochter Anna van Lennep, gehuwd met Jacob Gerrit Willem baron van Utenhoeve, erft de buitenplaats.

1879 overlijdt Anna van Lennep. Zij liet zeven kinderen na, van wie Anna Maria van Lennep haar mede-erfgenamen uitkocht en eigenares werd.

Foto van Bosch en Vaart uit 1895

Foto van Bosch en Vaart uit 1895

1899 Na haar overlijden kwam Bosch en Vaart onder hamer bij veilinglokaal Frascati in Amsterdam en is de buitenplaats voor ƒ 249.984,- gekocht door de Haagse projectontwikkelaars Pieter Kuiper en Rijk Key. Deze legden na 1901 het Bosch en Vaartkwartier aan. Zij verkochten het huis zonder de omringende grond aan de Zaanse fabrikant Adriaan Honig voor 28.000 gulden.

1905 De heer Honig verhuist met zijn echtgenote en drie kinderen naar Bosch en Vaart.

[1914 Bosch en Vaart figureert in de historische roman ‘De Bevrijders’ van P.H.van Moerkerken].

1927 “Vanwege de belasting” en annexatie van Heemstede-Noord bij Haarlem besloot de familie Honig om Bosch en Vaart te verkopen en naar Overveen te verhuizen.

1930 Verkoop aan de heer Houtkoper, die na verbouwing hier een garage wilde vestigen. De schoonheidscommissie had hiertegen bezwaar, maar de gemeente wel een sloopvergunning waarmee een definitief einde kwam aan het herenhuis. [Verkoop van het sloopmateriaal bracht ƒ 2.000,- op].

Literatuur: M.Bulte e.a. Bosch en Vaart; van Heemsteedse buitenplaats naar Haarlems stadskwartier. Haarlem, De Vrieseborch, 1992.

Bebouwingsplan Bosch en vaart door P.Kuiper Jr. (foto Erik Verhagen)

Bebouwingsplan Bosch en Vaart-kwartier door P.Kuiper Jr. (foto Erik Verhagen)

Adv. Bosch en vaart van architect P.Kuiper jr. uit Zondagdblad O.H.C., 9 augustus 1909

Adv. Bosch en vaart van architect P.Kuiper jr. uit Zondagdblad O.H.C., 9 augustus 1909

Adv. bouwgrond Bosch en Vaart uit Zondagsblad O.H.C., 23 augustus 1909

Adv. bouwgrond Bosch en Vaart uit Zondagsblad O.H.C., 23 augustus 1909

Adv. Bosch en Vaart, uit: Zondagsblad O.H.C., 13 september 1909

Adv. Bosch en Vaart, uit: Zondagsblad O.H.C., 13 september 1909

Advertentie bouwgrond Bosch en baart te koop via architect P.Kuiper Jr. uit Zondagsblad O.H.C., 27 september 1909

Advertentie bouwgrond Bosch en baart te koop via architect P.Kuiper Jr. uit Zondagsblad O.H.C., 27 september 1909

————————————————————————————————————————-

ENDENHOUT  EN EINDENHOUT  [HET HUIS MET DE BEELDEN]

Titelgravure van hofdicht ‘Endenhout’ door J.B.Wellekens in ‘Dichtlievende Uitspanningen, 1710. Gravure door J.Goeree

De moderne historie van Eindenhout [= ‘waar het hout ten einde kwam’], ook bekend als het Huis met de Beelden (Sfinxen), vangt aan in 1793, maar de voorgeschiedenis gaat terug tot 1630. Op deze plaats aan de Wagenweg/Heerenweg stond eerst een nog naamloos huis naast de herberg het ‘Dronckenmanshuysje’, een verbastering van ‘het (Ver)droncken Huysje’, gebouwd op de strandvlakte met drassig en moerassig land. Tegenover de ‘Droge Hout’ aan de overzijde van de Heerenweg/Wagenweg (1)

De oudste afbeelding van het Dronckenhuisje uit 1650 geschetst door Jacob de Wet. Andere afbeeldingen dateren uit o.a. 1768 (H. de Leth), circa 1770 en circa 1775 (H.Tavenier)

De transportaktes van de herberg zijn vermeld in het boek van A.van Damme uit 1903 over de buitenplaatsen te Heemstede, Berkenrode en Bennebroek 1628-1811 en in het boek ‘Haarlemmerhout vierhonderd jaar’ uit 1984. In aktes van 1703 tot 1746 is sprake van de hofstede genaamd ‘Endenhout’, die ten oosten van de Heerenweg en noorden van het ‘Dronckenhuisje’ lag . Eigenaren van hofstede en de helft van het Dronckenhuisje waren achtereenvolgens Jan Muyser (1703) (2) Gerard Muyser (1717), weduwe Sara Muyser (1732) en sinds 1745 de in Amsterdam (gehate) belastingpachter Christoffel Lublink, tevens van de hele herberg. Deze vermeerderde zijn bezit met het huis de Hut en 2 stukken weiland.

==============

De letterlievende Matteus Brouërius van Nidek (1677-1743) bewoonde van 1727 tot 1741 het buiten Uittenbosch in De Haarlemmerhout. Vanuit deze door Hendrik de Leth vervaardige kopergravure is links achter de koepelpoort van het afgebeelde prieeltje een schim van het Dronkemanshuisje zichtbaar

(1) Brouërius van Nidek geeft in zijn ‘Zegenpralent Kennemerland’ (1730) bij een prent van Hendrik de Leth van de herberg een plausibele verklaring voor “Het Dronkenmans-huijsje genaemt, ter zake (gelyk de overlevering van oude lieden wil) dat de Eigenaer met den eersten hospes en zyn knegt, terwyl het huis nogh niet onder dak was gebragt, op ’t goet gevolg der timmering en aenstaende neering voor de deur aen ’t drinken van zwaer bier geraekt, alledrie even sterk beschonken wierden, waer door verscheide voorbygangers, die gemelde personen geheel onzinnigh hoorden razen ende zagen drinken, tegens elkanderen zeiden, dat is recht een dronkemans-huisje, welke bynaem den Bouheer ter oren gekomen, hem zoo aerdigh luidde, dat hy eerlang de dwaesheit had van het zelve getal in een hardsteen te doen houwen, en dien met kleuren geschildert, in den voorgevel tusschen de eerste en tweede verdieping te laten metzelen, gelyk men zulx nogh ten huidigen dage zien kan. De gelegentheid van deze herberg, die tegenwoordigh door ordentelyke en bequame menschen bewoont wort, heeft zoo menighvuldige vermakelyke uitzichten als weinige ofte (ik zou het wel met waerheit mogen zeggen) geene diergelycke pleizier- en rust-plaetzen hebben, en my verlokken zouden om menigwerf hier ter plaestze te rusten, indien niet ten zuidoosten hier over gelegen waer aen den Uitdenbosscher wegt, strekkende naer het Krajenest.”

De herberg het Dronkemans huisje aan de Heerenweg op een prent van Hendrik de Leth uit omstreeks 1730. Daarnaast lag het buitenplaatsje Endenhout.

(2) De andere helft ging in 1703 van Cornelis van der Heyden over naar herbergier Jacob Cool, waarbij expliciet als bepaling in het koopcontract werd opgenomen dat zo lang het huis als herberg zou worden gebruikt alle bier moest worden betrokken van de (Haarlemse) brouwerij ‘Het Dubbelt Ancker.

==================

1775 zijn door de executeurs de hofstede en herberg voor ƒ 27.000,- verkocht aan Anna Maria Visscher, weduwe van mr. Jan van Styrum. Een collectief van 7 makelaars was met andere percelen betrokken bij de verkoop in Amsterdam op 2 oktober. Sprake is van “Een kapitale en zeer fraai gelegen hofsteede, genaamd Eindenhout’, gesitueerd buiten Haarlem “onder de gerechte van Heemstede”. Inhiudende een herenhuis, tuinmanswoning, koetshuis en stalling, evenals de annex gelegen herberg ‘het Dronckenhuisje’ en landerijen tot de Leidsevaart, groot 11 morgen. Op 7 oktober zijn apart van Endenhout geveild: de beelden, vazen, tuinsieraden, broeiramen, broeikassen en tuinmansgereedschappen.

Tekening uit circa 1780 in Oostindische inkt door H.Schouten van het 1e Endenhout met stenen toegangspoort. Links het Dronckenhuisje Ook Hendrik Spilman maakte in dezelfde tijd een tekening van Endenhout met de poort.

Omstreeks 1780 tekende Hendrik Spilman (1721-1784) de hofstede Eindenhout. Als tal van andere buitenverblijven in de directe omgeving van de stad was Eindenhout in de 18e eeuw in bezit van welgestelde Amsterdammers. In 1745 werd het buiten door koop eigendom van de in Amsterdam aan de Prinsengracht woonachtige belastingpachter Chridtoffel Lublink, die tegelijkertijd de vlak bij gelegen hetberg 'Het Droncken Huysje' of 'Dronckemanshuysje' verwierf. Volgens het verhaal zouden tijdens de oproeren tegen de pachters in juni 1748 op plunderen beluste Amsterdammers na een overvloedig onthaal in deze herberg van hun aanvankelijke voornemen zijn afgestapt. Het huidige Eindenhout, met zijn klassicistische voorbouw en marmeren sfinxen, dateert uit 1793.'

Omstreeks 1780 tekende Hendrik Spilman (1721-1784) de hofstede Eindenhout. Als tal van andere buitenverblijven in de directe omgeving van de stad was Eindenhout in de 18e eeuw in bezit van welgestelde Amsterdammers. In 1745 werd het buiten door koop eigendom van de in Amsterdam aan de Prinsengracht woonachtige belastingpachter Chridtoffel Lublink, die tegelijkertijd de vlak bij gelegen hetberg ‘Het Droncken Huysje’ of ‘Dronckemanshuysje’ verwierf. Volgens het verhaal zouden tijdens de oproeren tegen de pachters in juni 1748 op plunderen beluste Amsterdammers na een overvloedig onthaal in deze herberg van hun aanvankelijke voornemen zijn afgestapt. Het huidige Eindenhout, met zijn klassicistische voorbouw en marmeren sfinxen, dateert uit 1793.’ (Uit: J.A.F.de Jongste, ‘Onrust aan het Spaarne; Haarlem in de jaren 1747-1751’. 1984).

1786/1787 Endenhout  veranderde van ‘een weldoortimmert huis’ naar ‘muur, schuur en oprijlaan’. Bij gebrek aan gegevens is onduidelijk of sprake was van een brand, storm, natuurramp of iets dergelijks.

1787 Anna Maria Visscher verkoopt een restantdeel (Eindenhout) aan Cornelis van Eeden

1793 Verkoop voor ƒ 7.000,- . De nieuwe eigenaar George Gerard Lans liet de resten van de oude hofstede en van herberg het Dronckenhuysje afbreken. Op 17 augustus 1793 legden de beide kinderen van de Amsterdamse koopman Lans de eerste steen – de oudste nog bestaande ‘eerste steen’ in Haarlem. De inscriptie luidt: ‘Op den 17 Augustus  Ao 1793 is de eerste steen van dit huijs gelegd door Christian Ernst Lans en Margaretha Catarina Lans’. Het in neoclassicistische stijl herenhuis (tegenover de Spanjaardslaan), feitelijk het 2e Eindenhout, is ontworpen door architect P.J.Duyvené ) (Duyvenet).

1802  De heer Lans (1765-1819) transporteert de hofstede Eindenhout, groot 6 morgen en 283 roeden, voor  40.000 gulden aan Jacob Temminck (1748-1822). Deze liet aan de voorzijde de sfinxen plaatsen en breidde zijn grondgebied uit.

In 1806 tekende F.A.Milatz het nieuwe Eindenhout. De twee sfinxen ontbraken toen nog. Deze zijn omstreeks 1810 ter weerszijden van de trap geplaatst

1818 Aankoop voor ƒ 45.000,- door jonkheer Henri Theodore van Wijkerslooth van Grevenmachern (1780-1823) uit Amsterdam.  Zijn ouders bezaten het landgoed ’t Clooster te Heemstede.

1824 Overleden op 2 december 1823 erfde Eindenhout het eerste kind Maria Geertruida van Wijkerslooth van Grevenmachern (1775-1832).

1825 Verkoop via makelaardij  Brak voor ƒ 38.000,- aan ridder Arnold (Arnoud) Willem van Brienen (1783-1825).

1855 Erfenis gaar naar de zoon Jacob Diderik Lodewijk Emanuel baron van Brienen (1830-1858).

1884 Erfgename Angelique Adelaïde Louise Caroline, baronesse van Brienen van de Groote Lindt (1832-1921). In 1886 hadden twee uitbouwen aan de achterzijde plaats.

1915 de familie H.A.van Odyck uit Zaandam vestigt zich via huur op Eindenhout en liet in 1918 in het bospark de betonnen tuinkoepel bouwen.

Ansichtkaart van Eindenhout aan de Wagenweg voor 1927 gelegen binnen de gemeente Heemstede

Ansichtkaart van Eindenhout aan de Wagenweg voor 1927 gelegen binnen de gemeente Heemstede

1921 Erfenis van Eindenhout naar Thierry Arnault Laurent comte d’Alsace, prince d’Hénin (1853-1934)

Huize Eindenhout, Wagenweg 242. Achterzijde, met de twee in 1886 gemaakte uitbouwen' (1964)

Huize Eindenhout, Wagenweg 242. Achterzijde, met de twee in 1886 gemaakte uitbouwen’ (1964)

1934 Erfgename wordt Hedwige comtesse de Montaigu-d’Alsace Marguérite comtesse de Leusse-d’Alsace.

1947 Aankoop voor ƒ 175.000,- door dr. J.G.Hoge (1898-1957), internist Mariastichting en van 1933-1957 ziekenhuisdirecteur.[Een kwart van de oppervlakte kwam in handen van Lyceum Sancta Maria].

1950  Vereenging der Ziekenverpleegsters Franciscanessen van de Mariastichting voor  148.975 gulden. Die verhuurden het pand. Plannen om de gehele Maria-stichting naar het Eindenhout-gebied te verplaatsen konden geen doorgang vinden.

Godfried Bomans (links) en Harry Mulisch juli 1956 op Eindenhout om het eerste huwelijkslustrum te vieren van de huurders Dolf Planteijdt (naast tandarts ook kunstschilder kunstcollectioneur en dichter) en Ank Planteijdt-van Gogh.

dolf

Dolf en Ank Planteydt tijdens een dans bij Teiterbant

 

1963  Aankoop door de gemeente Haarlem voor ƒ 425.000,-.

1973 [Na kraakacties]  aankoop door de Amsterdamse antiquair Herman Fritz Bill voor  125.000 gulden. In de koopakte werd vastgelegd: “de koper  zal in de opstal uitsluitend appartementen, bestemd voor bewoning maken.’ Een grondige restauratie is in 4 jaar uitgevoerd. [Als dank om Eindenhout voor de toekomst te behouden ontving de heer Bill op 21 mei 1979 de zilveren legpenning van de Vereniging Haerlem].

Literatuur: Hanny van Steen-Saijet en Jac. Van Steen: Eindenhout; Huis met de beelden. Haarlem, De Vrieseborch, 1993.

Zie ook op weblog ilibrariana:  Endenhout en Eslryk: twee hofdichten van J.B.Wellekens heruitgegeven.

Koepel van Huis met de Beelden op een foto uit 1957

Koepel van Huis met de Beelden op een foto uit 1957

Vijvertje achter het Huis met de Beelden aan de Wagenweg in Haarlem (foto Jan P.Strijbos)

Vijvertje achter het Huis met de Beelden aan de Wagenweg in Haarlem (foto Jan P.Strijbos)