HEEMSTEDERS EN HUN LAATSTE RUSTPLAATS TOT 1829 / GRAFKELDER FAMILIE PAUW IN DE OUDE KERK HEEMSTEDE

kerk

                       Borstbeeld van de stichter van de Oude Kerk in de Pauwehof Heemstede

“Onder den grond zijn verscheidene graven, van welken ook door de Roomschen gebruik gemaakt wordt. Rondom de kerk, is naar de gewoonte op de Nederlandsche dorpen plaats hebbende een kerkhof, dat met een zwaaren muur omringd is” L.van Ollefen, 1796

Sinds 1829 beschikt Heemstede over een fraai gelegen begraafplaats nabij de Glipper Dreef en Herfstlaan op de plaats van de voormalige buitenplaats ‘Westermeer’. In datzelfde jaar is het verboden de doden op het kerkhof rond de Hervormde Kerk te begraven. Zuidelijk van de Algemene Begraafplaats bevindt zich een Katholieke rustplaats. In 1829 was pastoor J.J.Tielen van de St.Bavoparochie in Berkenrode met de gemeente Heemstede overeengekomen dat een deel aan de katholieken werd toegewezen, sinds 1927 in gebruik voor parochianen van de kerk O.L.Vrouw Hemelvaart aan het Valkenburgerplein.

Portret van Jacobus J.Tielen, pastoor van Berkenrode van 1828 tot 1843 (Pastorie Berkenrode; foto Hans Poldermans)

Portret van Jacobus J.Tielen, pastoor van Berkenrode van 1828 tot 1843 (Pastorie Berkenrode; foto Hans Poldermans)

Midden jaren vijftig van de vorige eeuw is bovendien een katholiek kerkhof ingericht bij de (voormalige) Sint Bavokerk. Achter de (nieuwe) St.Bavokerk aan de Herenweg ligt voorts sedert 1889 het tegenwoordige kerkhof Berkenrode. In 1923 zijn de resterende zerken van de oude begraafplaats aan de overzijde vanwege de bouw van het Broederhuis (waar nu het appartementencomplex ‘Berkenhof’ staat) opgeruimd en heeft men de opgegraven beenderen overgebracht naar het nieuwe kerkhof van Berkenrode (1). Van september 1601 tot september 1829 zijn overleden Heemsteders, protestanten én katholieken, begraven in de Oude Kerk, doch vooral op het kerkhof, in huurgraven die na verloop van tijd kwamen te vervallen. Een vandaag de dag ‘befaamde’ vrouw, van wie het stoffelijk overschot op deze begraafplaats ter aarde is besteld was de kunstschilderes Judith Leyster op 10 februari 1660. Toen januari 1977 wijkhuis ‘de Pauwehof’ werd gebouwd stuitte de aannemer bij graafwerkzaamheden op een knekelveld. Talrijke beenderen en schedels kwamen met een bulldozer aan de oppervlakte. Het bleek een verzamelgraf te zijn, gemaakt na het ruimen van graven op het kerkhof. De gevonden skeletten en schedels zijn -voor zover niet als souvenir meegenomen- daarna afgevoerd naar de Algemene Begraafplaats aan de Herfstlaan.

’t Oude kerkhof

In verscheidene publicaties heeft mr.J.W.Groesbeek (2) geschreven over het raadsel van het ‘oude kerkhof’ dat in Heemstede moet hebben gelegen. In een opgave van landerijen van oktober 1544 is sprake van een stuk land, groot 489 roeden en genoemd “dat oude kerkhof“, dat nog niet zo lang geleden “in die meer (is) gespoelt”. Tevens vond hij een akte in het Haarlemse stadsarchief van 27 november 1303 waarin melding wordt gemaakt van een rente die gevestigd is op een stuk land “an ’t oude kerckhof te Zutsparne” dat toen als weiland werd verhuurd. Het moet hebben gelegen op de plaats waar het oude Spaarne in het Haarlemmermeer uitkwam. Omstreeks 1440 is de monding van het Spaarne door het hoogheemraadschap van Rijnland rechtgetrokken ofwel gekanaliseerd (“de Scravesloot” ook wel “nye vaert after Heemste” geheten). Kerkhof duidt op een kerk, doch hiervan is in de archieven niets gevonden. De Heemsteedse kapel, welke overigens niet over een begraafplaats beschikte, is pas in 1346 gebouwd en ook een verband met de slotkapel in het kasteel is zeer onwaarschijnlijk. Van een grote scheepsramp op het Haarlemmermeer waarvan men de omgekomen drenkelingen op een plaats aan de oever heeft begraven is niets bekend. Groesbeek houdt de mogelijkheden open van een nederzetting waaraan elke heugenis verloren ging.

Intermezzo: graf van proost Engelbertus van Heemstede [telg uit het geslacht der heren van Heemstede], in 1539 overleden te Maastricht

DCF 1.0

Graf van Engelbert van Heemstede(ov. 1539 in de Sint Servaaskerk van Maastricht)

Geen begraafrecht voor de Maria-kapel tot 1601

In de middeleeuwen ressorteerde Heemstede kerkelijk onder de parochie van Sint Bavo in Haarlem. Het Haarlemmerambacht strekte zich uit van Spaarndam tot Hillegom, o.a. Haarlemmerliede, Schoten, Zandvoort, Tetterode (Overveen), Aelbertsberg (Bloemendaal), Aerdenhout en Vogelenzang omvattend. Bennebroek maakte deel uit van het ambacht Heemstede. De zuidelijke grens lag toen bij de Kennemerbeek. De parochiekerk in Haarlem bestond al in de 12e eeuw. In 1245 verkreeg Haarlem stadsrechten van graaf Willem II en tussen omstreeks 1284 en 1290 is Heemstede door graaf Floris V in leen gegeven aan ridder Reinier van Holy, zich sindsdien noemende van Heemstede. Uit een oorkonde in het heerlijkheidsarchief, gedateerd maandag na Pasen 1347 (= 14 april 1348), van hertog Willem V, blijkt van de stichting van “die nywe Capelle” en het plan om een parochie te stichten. De aan de heilige maagd Maria Hemelvaart gewijde kerk is tot stand gekomen ter herinnering aan graaf Willem IV die in 1345 door de Friezen in de slag van Warns ten oosten van Stavoren om het leven kwam. Uit het feit dat de toenmalige ambachtsheer ridder Gerard van Heemstede met zijn zegel heeft ondertekend mag worden verondersteld dat laatstgenoemde een rol van betekenis heeft gespeeld ten aanzien van fundatie en dotatie en het bedehuis ongetwijfeld mede financieel heeft ondersteund (3). Deze ambachtsheer en edelman verkeerde in hofkringen en maakte een aantal jaren als beheerder van het zegel deel uit van de Grafelijke Raad van Holland. In voornoemd charter staat vermeld dat de nieuwe kerk in Heemstede met een aanbeveling van pastoor Henricus de Geldonia van Haarlem wordt gescheiden en tot parochiekerk verheven met de daaraan verbonden voorrechten. Aan Jan van Arkel, bisschop van Utrecht, wordt gevraagd dit verzoek te confirmeren. Op 1 mei volgde een nadere bevestiging daar van door graaf Willem, de bisschop van Utrecht en geestelijkheid van Haarlem. Nadien raakten de graaf en bisschop met elkaar in oorlog en is een noodzakelijke goedkeuring door de bisschop achterwege gebleven. Tevens laaide ook de strijd om de erfopvolging tussen Hoeken en Kabeljauwen op, waarbij de plattelandsedelen zoals Brederode en Heemstede de kant kozen van gravin Margaretha (die het onderspit delfde) en de steden die van haar zoon Willem V. Heemstede werd aldus geen zelfstandige kerkelijke gemeente en bleef onderhorig aan de parochiekerk van Sint Bavo. Dat gold tevens voor 15 andere kapellen in de stad (ook kloosters en ziekenhuizen) en omgeving, waaronder Schoten, Tetterode, Zandvoort en de aan Sint Nicolaas gewijde kapel van het Huis te Heemstede. In de kapel zijn erediensten gehouden, maar voor de sacramenten zoals dopen en trouwen bleef men aangewezen op de pastoor van Haarlem. Inwoners van Heemstede mochten ook enkel in Haarlem begraven worden. Uit oude ordonnanties blijkt dat het kerkhof een geliefde speelplaats was voor de Haarlemse jeugd. Regelmatig moest de vroedschap hiertegen optreden. Ook was in sommige gevallen sprake van een vluchtplaats voor misdadigers, omdat de rechterlijke macht geen bevoegdheid had hier iemand te arresteren. Volgens predikant Samuel Ampzing, auteur van het boek ‘Beschrijvinge ende lof der stad Haerlem in Holland’ (1628), was op de toegangsdeur van het kerkhof aan de Vismarkt het volgende vers aangebracht:

“De dood waerachtig

Weest dit indachtig

Een doorgang is

Tot God Almagtig

 Weest niet neerslachtig

Dit goet gewis”

In 1558 is door ambachtsvrouwe Cornelia van Driebergen en de buurlieden van Heemstede aan de deken te Utrecht (als proost van de kerk te Haarlem) wederom verzocht toe te staan hun doden in de kapel te mogen begraven. Tevens is toestemming voor de Heemsteedse kapelaan gevraagd om de sacramenten te mogen toedienen. Men wijst o.a. op de afstand naar Haarlem die twee uur gaans bedraagt. Vagelijk wordt een recognitie ofwel periodieke betaling toegezegd. Wellicht omdat de Haarlemse Sint Bavoparochie hiermede inkomsten zou derven is in een omslachtig schrijven van de secretaris der bisschop, waarin de praktische bezwaren zijn omzeild, het request afgewezen. In 1571 heeft de toen nieuwbenoemde bisschop van Haarlem, Godfried van Mierlo, aan het stadsbestuur gevraagd of men genegen was de kapellen in Tetterode, Zandvoort, Spaarndam, Heemstede e.d. tot zelfstandige parochies te maken. Wegens de Opstand een jaar later werd een en ander op de lange baan geschoven. Tijdens het Beleg van Haarlem is de kerk in Heemstede “gedistrueerd”. Onduidelijk is gebleven of de antipapistische watergeuzen – zoals de overlevering wil- dan wel de Spanjaarden voor deze wandaad verantwoordelijk zijn geweest. Ook nadat de Haarlemse vroedschap zich de geestelijke goederen had toegeëigend gaf zij geen toestemming huwelijken in de kapel toe te staan. Wèl is op 22 september 1601 door de burgemeesters van Haarlem gunstig beschikt op een verzoek van schout en schepenen van Heemstede om in de kapel van Heemstede te mogen begraven (4). Dat gebeurde omdat de kerkhoven in de stad weinig ruimte meer boden. Hiermee schijnt onmiddellijk een aanvang te zijn genomen waardoor de kapel spoedig overvol raakte. Op 14 oktober 1614 gelastte het burgerlijk bestuur van Heemstede aan de kerkmeesters van de dorpskapel “dat sij niet meer souden gedoogen of toelaten, dat eenige vreemde, uitheemsche of buitenlandsche lieden in de Capelle begraven wierden of eenige graeven voor deselve geopent, maar dat sij de graeven souden houden ten behoeven en gerieven van de Ingesetenen” (5). Nadat in 1696 door overstroming van de Meer de bewoners van Nieuwerkerk van hun begraafplaats beroofd waren heeft de Vrouwe van Heemstede toegestaan dat men voor hetzelfde bedrag als Heemstedenaren in of om de kapel van Heemstede mocht worden begraven (6). Volgens een eerdere ordonnantie van 1684 moesten zij aanzienlijk meer betalen voor hun doden dan de ingezetenen van Heemstede.

Kaart door Balthasar Florisz. van Berkenrode, gedateerd 29 januari 1627 van de kerk en omliggend vicarieland. Begraven werd binnen de ommuurde omheining.

een

Uit: Jan Bouman, Nederlandse monumenten in beeld, 1980

Familiekapel Van Heemstede in de Sint Janskerk te Haarlem

Opening van de grafkelder in de Heemsteedse kapel van de voormalige Sint Janskerk in september 1976. De voorover gebogen man met pijp is stadsarchivaris J.J.Temminck. (Foto J.H.Fielmich)

In 1310 vestigden zich de St.Jansridders, een geestelijke ridderorde,met een klooster en kerk in Haarlem.Vroeger Johannieters, tegenwoordig Maltezer ridders geheten. Een vergelijkbare orde der Tempeliers was omtrent dezelfde tijd kortstondig met een klooster in de Hout gevestigd. In de Sint Janskerk aan de Jansstraat beschikten de vroegere ambachtsheren van Heemstede over een eigen kapel, waar zijzelf en hun familieleden konden worden begraven. “Uit schenkingen van roerend en onroerend goed door de burgerij en de adellijke en riddermatige families uit de omgeving blijkt, dat het klooster van de Johannieters ook bij hen geliefd was. Als begraafplaats was de kerk van de commanderij, gewijd aan Johannes de Doper, zeer in trek onder de ridders uit de omgeving. Dirk van Matenesse lag er begraven, leden van de familie Van Heemskerk, Van Benthuizen, Van Heemstede, Van Assendelft, Van Brederode en Van Schoten. Twee van deze families hadden een eigen kapel, namelijk de Van Heemstedes en de Van Assendelfts. Ook de Haarlemse burgers lieten zich graag in het Jansklooster begraven, de rijkeren in de kerk en de minder draagkrachtigenop het kerkhof” (7). In 1524 is door de commandeur van de Sint Jansheren en de voogd van de nagelaten kinderen van het echtpaar Jan van Heemstede bepaald “dat ten eeuwige dagen vier missen per week gedaan worden en ten Eewigen dage op een dag in Juli een memorie voor de zielen gehouden worden voor wijlen Jan van Heemstede, zijn huysvrouw en Philippe van Heemstede en op denzelfden dag vier lezende missen van requiem gehouden worden en aan de armen uitgedeeld worden aan schoon brood één pond, aan schoen 15 st. en aan grof lijnwaad 45 st”. In ruil hiervoor ontving de commandeur een jaarlijkse rente van 31 pond, een zilveren kelk en enige andere kostbaarheden. Rond het Beleg van Haarlem is het Godshuis van Sint Jan ten dele verwoest. De wederopbouw geschiedde op kosten van Vincent van Lockhorst, heer van Heemstede, overleden in 1593. In 1640 werd de Heemsteedse kapel door de kerkmeesters overgeboekt aan Adriaan Pauw en heeft men hem een graf verkocht(getekend XIII). Pauw liet de kapel “merkelijk veranderen en verbeteren”. Hij wilde immers dat zijn oudste zoon Nicolaas, die in dat jaar overleed, hier zou worden begraven. De burgemeesters van Haarlem onthielden hiervoor nochtans hun goedkeuring en het lijk van Nicolaas is uiteindelijk in de kerk van zijn laatste woonplaats Beverwijk ter aarde besteld. Ofschoon sinds lang niet meer gebruikt voor begrafenissen werd de kapel nog op 7 maart 1764 overgeschreven op toenmalig ambachtsheer Jan Diderik Pauw, geboren Hoeufft Drie jaar later is de kelder grondig gereinigd en zijn geen kisten maar enkel botten aangetroffen. Als laatsten zijn hier begraven mevrouw Marthe Demassé, echtgenote van de Waalse predikant Jean Louis Magnet, op 23 december 1769. Ten slotte de predikant zelf op 21 december 1670 nadat hij een dag eerder op de preekstoel door een beroerte was getroffen. Beiden waren in leven goede bekenden geweest van de Heemsteedse ambachtsheer, die het kasteel bewoonde en tot 1787 als burgemeester van de stad Haarlem werkte (8) In september 1976 zijn de graven van de middeleeuwse Heemsteedse kapel opengelegd tijdens een verbouwing van de voormalige Sint Janskerk in het Gemeentearchief van Haarlem en nogmaals bij de laatste verbouwing voor het Noord-Hollands Archief.

Scan1300

De ‘Heemstede’grafkelder in de Janskerk is voor de eerste maal geopend in 1976. Artlkel uit het Haarlems Dagblad van 15 september 1976.

Scan1301

Vervolg artikel over opening Heemstede-grafkelder in Janskerk Haarlem, 15 september 1976.

Zie onderstaande foto’s van Martin Busker uit 1976

Grafkelder Heemsteedse Kapel in Janskerk (2007)

Grafkelder Heemsteedse Kapel in Janskerk (2007)

Grafkelder Heemsteedse kapel in Janskerk Haarlem, 2007

Grafkelder Heemsteedse kapel in Janskerk Haarlem, 2007

Heemsteedse kapel Haarlem, september 2007

Heemsteedse kapel Haarlem, september 2007

Foto uit 2007 na opening grafkelder in de Heemsteedse kapel

Foto uit 2007 na opening grafkelder in de Heemsteedse kapel

Foto van Martin Busker gemaakt in de grafkelder van de Heemsteedse kapel

Foto van Martin Busker gemaakt in de grafkelder van de Heemsteedse kapel

Grafkelder Heemsteedse kapel Haarlem, 2007

Grafkelder Heemsteedse kapel Haarlem, 2007

Grafkelder Heemsteedse kapel

Grafkelder Heemsteedse kapel

Schedel in de Heemsteedsekapel, Janskerk Haarlem

Schedel in de Heemsteedse kapel, Janskerk Haarlem

Foto door Martin Busker van opening Heemsteedse kapel

Foto door Martin Busker van opening grafkelder in de Heemsteedse kapel

Bronnen

– Dolleman. Verhaal van al het geen merkwaardig is voorgevallen en omtrent de Heerlijkheid van Heemstede. Chronologische opsomming tot 1863 in handschrift.

– P.N.van Doorninck. Inventaris van het archief van de Heerlijkheid Heemstede. Haarlem, 1911.

– Map kerkhoven Heemstede, Heemstede-collectie.

Voor informatie over de Heemstede-kapel in de Janskerk zie ook: Wim Cerutti, Van Commanderij van Sint-Jan tot Noord-Hollands Archief. Haarlem, 2007. In het memorieboek zijn de volgende zeven namen (9 personen) Van Heemstede aangetroffen: 1) Heer Gerijt van Heemstede, 2) Vrou May van Polanen ende van Heemstede, 3) Dominicus Johannes d’Heemstede, 4) Vrou Haedewyc van Heemstede, 5) Philips van Heemstede, 6) Heer Jan van Heemstede van Lyesvelt, 7) vrouw Marije zijn huysvrouw, 8) Philips zijn broeder, () Floris van Heemstede.

janskerk

De vierde (hoogste) dakverhoging aan het eind bevatte de Heemstede-kapel in de Janskerk, gewijd aan de Heilige Maria en Heilige Anna. Het altaar was gewijd aan de H.Maria en H.Nicolaas (foto Jan-Willem Scholten) 

In 1799 is de overwelfde grafkelder geveild in logement ‘Het Gulde Vlies’ te Haarlem. Vermoedelijke koper was voor 80 gulden jonkvrouw Geraldina Judith Adriana Verscheur, in 1765 geboren in Hulst, een nicht van Johan Thierry en zijn universele erfgename. Op haar naam zijn op 18 april 1801 de kapel en grafkelder overgeboekt nadat die dag Johan Thierry was bijgezet. Bij opening van de grafkelder in september 1976 was op een van de eikenhouten kisten te lezen: ‘Johan Thierry, 14 april 1801 en op een andere kist ECR [= Eva Catharina Reynst]. De gevonden kisten bevatten de stoffelijke resten van de 14 laatst overledenen tussen 1779 en 1805. Na bestudering van de begrafenisregisters noteerde Cerutti de volgende personen: 1. Cornelis de Koning, ongehuwd, 2 december 1779; 2. Maria Anna Galois, weduwe van Henry Sevestre, 77 jaar, 27 oktober 1795: 3. Maria Anna Sevestre, ongehuwd, 58 jaar, 5 april 1796; 4. Pieter van der Vey, 43 jaar, 11 juni 1796; 5. Susanne Jalabert, echtgenote van F.C.J.du Houx de Cramaant, 67 jaar, 10 januari 1798; 6. Johanna Catriena Bauschke, echtgenote van Hendrik Koning, 57 jaar, 18 juni 1798; 7. Aagte Sybrand, ongehuwd, 62 jaar, 2 januari 1799; 8. Hendrika Polman, echtgenote van Albertus Brinkman, 51 jaar, 2 februari 1799; 9. Jean George Korlijn, 32 jaar, 7 maart 1799; 10. Andries Pieter Petrie, 35 jaar, 14 december 1799; 11. Agniesje Polman, echtgenote van Dirk van Ek, 56 jaar, 30 maart 1801; 12. Johan Thierry, 72 jaar, gehuwd Den Haag 4 december 1768 met Eva Catharina Reynst, 18 april 1801; 13. Eva Catharina Reynst, weduwe van Johan Thierry, 71 jaar, 28 januari 1805; 14. onbekend kind.

Titelblad hoofdstuk 10 de Heemsteedse kapel.

Titelblad hoofdstuk 10 de Heemsteedse kapel.

ligging

Situering van de Heemsteedse kapel in de vm. Janskerk te Haarlem (uit boek W.Cerutti)

 

Grafzerk met het wapenschild van Harper van Foreest (?), overleden in 1367. Getekend door Pieter van looy (1823-1885). Bevond zich in Janskerk nabij Heemstede-kapel. Vermoedelijk verdwenen.

Grafzerk met het wapenschild van Harper van Foreest (?), overleden in 1367. Getekend door Pieter van Looy (1823-1885). Bevond zich in Janskerk nabij Heemstede-kapel. Vermoedelijk verdwenen.

De Heemsteedse kapel op een tekening door H.J.Wesseling uit 1925

Tekening van A.W.Verhorst uit 1940 met vooraan rechts het brandspuithuisje en vervolgens de toegang naar de (middeleeuwse) Heemsteedse kapel in de Janskerk te Haarlem

Tekening van A.W.Verhorst (1879-na 1940)uit 1940 met vooraan rechts het brandspuithuisje en vervolgens de toegang naar de (middeleeuwse) Heemsteedse kapel in de Janskerk te Haarlem  (NHA)

Links: doodkist met stoffelijke resten, pruik en jasje, in grafkelder Heemstede, Janskerk Haarlem. Rechts: Piet Jongens, hoofd bureau monumentenzorg van de gemeente haarlem meet een doodskist in de Heemsteedse kapel. Herre Halbertsma van de Rijksdienst Oudheidkundig Bodemonderzoek kijkt toe. September 1976.

Links: doodskist met stoffelijke resten, pruik en jasje, in grafkelder Heemstede, Janskerk Haarlem. Rechts: Piet Jongens, hoofd bureau monumentenzorg van de gemeente haarlem meet een doodskist in de Heemsteedse kapel. Herre Halbertsma van de Rijksdienst Oudheidkundig Bodemonderzoek kijkt toe. September 1976.

Restanten van skeletten in de Heemsteedse kapel, Janskerk Haarlem, 2007 (uit: boek Wim Cerutti)

Restanten van skeletten in de Heemsteedse kapel, Janskerk Haarlem, 2007 (uit: boek Wim Cerutti)

N.B. In het memorieboek van de Heemsteedse kapel komt o.a. voor Vrou Haedewyc van Heemstede. Zij was getrouwd  met de Vlaming Roeland le Fèvre die in 1486 met Heemstede is beleend. Deze Hadewy is echter met haar man begraven in de O.L.Vrouwekerk te Temse nabij Antwerpen in 1517

temse

Bovenaanzicht van de Onze Lieve Vrouwe kerk in Temse

 

Het graf van Roeland le Fèvre en Hadewy van Heemstede in de kerk van Temse

Het praalgraf van Roeland le Fèvre en Hadewy van Heemstede, beiden in 1517 overleden,  in de Onze Lieve Vrouwekerk van Temse

Temse

Foto uit 1937 van praalgraf uit 1517 voor Roeland Le Fèvre van Heemstede en Hadewych van Heemstede in O.L.V.kerk te Temse nabij Antwerpen

Lefevre1

 

Temse2

Totaalaanzicht van praalgraf Roeland Lefevre en Hadewych van Heemstede in Temse. Boven het wapen van Lefevre en links + rechts het heraldisch wapen der heren van Heemstede  

Noten

(1) B.J.van Houten. Gedenkboek bij gelegenheid van het twee honderd en vijftig jarig bestaan van de St.Bavo parochie te Heemstede (Berkenrode). 1944, pp.86-87.

(2) Zie o.a. Bennebroek-Vogelenzang; bijdragen tot de geschiedenis en volkskunde van een voormalig blekersdorp. Meppel, 1965, pp.32-33. J.W.Groesbeek. Heemstede in de historie. Heemstede, 1972, p.15 J.W.Groesbeek. Bennebroek; beeld van een dorpsgemeenschap. 1982, p. 157.

(3) De kapel beschikte over vicariegoed in Heemstede maar ook o.a. in Wateringen (pas in 1792 verkocht), waarvan de opbrengst van landerijen ten goede kwam voor het levensonderhoud van de Heemsteedse kapelaan. Zie o.a.; dr.H.Bruch . De kerk op het dorpsplein te Heemstede. In: Haerlem jaarboek 1986 (1987), pp.47-58.

(4) Van Doorninck. Nummer 371.

(5) Van Doorninck. Nummer 373.

(6) Van Doorninck. Nummer 395.

(7) C.L.Verkerk. De parochie en de religieuze stichtingen binnen haar grenzen. In: Deugd boven geweld; een geschiedenis van Haarlem, 1245-1995. Haarlem, 1995, pagina 78.

(8) Van Doorninck. Nummers 417-418. Dolleman, pp.23-24; 155-156.

===========DE OUDE KERK HEEMSTEDE===========

ver reservering van het koor (grafkelder) Voor Adriaen pauw en zijn familie (nazaten) en verkoop van graven binnen het kerkgebouw aan derden is door kronikeur Willem Anthonie Dolleman bovenstaande genoteerd op basis van originele archiefdocumenten uit1622.

Over reservering van het koor (grafkelder) Voor Adriaen Pauw en zijn familie (nazaten) en verkoop van graven binnen het kerkgebouw aan derden is door kronikeur Willem Anthonie Dolleman bovenstaande genoteerd op basis van originele archiefdocumenten uit1622.

Niet uitgevoerd ontwerp voor een protestantse kerk Heemstede (NHA-Haarlem)

Niet uitgevoerd ontwerp voor een protestantse kerk Heemstede (NHA-Haarlem)

(Niet uitgevoerd) ontwerp voor een kerk in Heemstede (NHA-Haarlem)

(Niet uitgevoerd) ontwerp voor een kerk in Heemstede (NHA-Haarlem)

Ontwerp voor een kerk in Heemstede (NH-Archief Haarlem)

Ontwerp voor een kerk in Heemstede (NH-Archief Haarlem)

Ontwerptekening Oude Kerk Heemstede (NH-Archief Haarlem)

Ontwerptekening Oude Kerk Heemstede (NH-Archief Haarlem)

Vervolg: Het kerkhof rondom en de zerken in de Oude Kerk

Kaart van de grond om kerk, kerkhof, predikantenhuis en boomgaard door landmeter Hendrik Duyndam, 1763 (NHA)

Kaart uit 1628 in vogelvluchtperspectief van de grond om kerk, kerkhof, predikantenhuis,  boomgaard, percelen door landmeter Hendrik Duyndam (1605-1645) (NHA)

Ritter

Tekening van Oude Kerk Heemstede door Anton Pieck. Uit: P.H.Ritter. Een kapper en een professor (over Nicolaas Beets), 1939.

Na moeizame en langdurige onderhandelingen kocht ridder Adriaan Pauw de heerlijkheid Heemstede c.a. in december 1620 voor fl. 36.000,- van de erven der overleden ambachtsheer Hendrik van Hovijne. Aldus kwam hij ook in het bezit van de Heemstede-kapel in de Haarlemse Jansstraat. Voorts van de zandgraven VI en VIII in de Grote of Sint Jacobskerk in Den Haag. Deze zijn overgeboekt op Gerard Pauw en nadien overgeërfd aan latere ambachtsheren (1). Met de komst van Adriaan Pauw – de eerste ambachtsheer van Heemstede die niet het katholieke geloof beleed – is tussen 1623 en 1625 een calvinistische kerk gebouwd exact op de plaats van de vroegere katholieke kapel. In 1622 is besloten om het kerkhof te omringen door een muur. Gelegen achter de kerk tussen Voorweg en Achterweg tot nabij het huis van Jan Catman (2). Na de verwoesting van de kerk ontbrak het dak maar waren de muren ten dele blijven staan. Het puin is wat opgeruimd zodat men kon blijven begraven. Als gevolg van onordelijke begrafenissen zijn sommige zerken geopend en de kisten voorlopig schots en scheef in de absis en tegen de muren van de kerk geplaatst. Kisten die vergaan waren dienden te worden opgeruimd en de beenderen van de doden in één of meer graven gelegd. Het gehele koor aan de oostzijde van het pand moest van alle doden, kisten en beenderen worden gezuiverd. De kosten van het ruimen bedroegen 51 gulden (3). Het koor kwam uitsluitend ter dispositie van de Heer van Heemstede en diens echtgenote. Verder descendenten, bloedverwanten en aangetrouwde familieleden van Pauw (4). Op het kerkhof kon men tegen betaling een graf huren en zoals in die tijd gebruikelijk voor een hoger bedrag een graf in de kerk (buiten het koor) kopen. Bij iedere bijzetting werd de stenen vloer van de kerk opengebroken en verspreidde zich de lucht van eerder begraven lijken door het gebouw. Volgens tijdgenoten hing soms een weeïge lucht tijdens de eredienst in het godshuis. In oktober 1625 is een plattegrond vervaardigd door kaarttekenaar Hendrik Symonsz. Duyndam met een verdeling van 70 graven in de kerk tot Heemstede buiten het achterste deel, waaronder een grafkelder was bestemd voor Adriaan Pauw en zijn familie (5). Het jaar daarop is het kerkhof van onkruid ontdaan, gefatsoeneerd en met zand opgehoogd. De lege plaatsen zijn met bomen beplant (6). Enige graven met zerken waarvoor door de nabestaanden geen huur meer werd betaald mochten in de toekomst in het openbaar worden verkocht. Lange tijd fungeerde de schoolmeester ook als koster, die bij alle begrafenissen aanwezig moest zijn, toezicht hield op het openen van graven en moest zorgen, dat alles overeenkomstig vastgestelde regels geschiedde. Hij had hierbij hulp van een doodgraversknecht (“greafmaker”). In een instructie aan de schoolmeester van 17 juni 1662 (die feitelijk tot de Franse Tijd van kracht was) stond onder verordening 9 vermeld: “Sal mede op de graven soo in de kercke als opt kerckhof goede toesicht nemen ende deselve moogen openen in Conformite vande ordonnantie daarop gemaeckt ofte noghte maecken behalve op Sonnendagen ofte wanneer gepredickt sal worden als naer de tweede ofte gedane predicatie ten eijnde de Ingesetenen int hooren van Gods Heijlige Woort met geen stanck en werden ontvangen” (7). De keur en ordonnantie aangaande het begraven der doden in de kerk en op het kerkhof uit 1623 is op 28 april 1654 en nadien 9 februari 1684 herzien. Hierin zijn ook de tarieven opgenomen, variërend van 12 stuivers voor kinderen van de armen op het kerkhof (na zonsondergang begraven) tot 14 gulden voor buitenlieden welke een graf in de kerk wensten.

Uit 29 december 1812 dateert het volgende besluit van de kerkmeesters: “Gelezen eene Misive van de Maire van Heemstede, daarbij kennis gevende van het besluit van den Prefect van dit departement omtrent het begraven der Lijke na l Januarij 1813. Met verdere Last van de Maire, dat na l Januarij 1813 het begraven in de Kerk alhier zal ophouden. En dat de openingen der graven zullen met Kalk of Cement worden toegevoegt, ter voorkoming dat door de verpestende Lugt opstijgende uit bedoelde graven nadeel aan de gezondheid der in de Kerk bevindende menschen mogt worden toegebragt”. W.g. P.van Keulen, Evert Paradijs, Joost Tibboel, Gerrit Munk Jr. Na het einde van de Franse bezetting in 1813 is het begraven in de kerken weer toegestaan om in 1827 (ingaande 1-1-1829) bij Koninklijk Besluit definitief te worden verboden (8). Omdat ook het begraven binnen de bebouwde kom in gemeenten met meer dan 1 .000 inwoners niet meer werd toegestaan kocht de gemeente een stuk grond van de eigenaar van hofstede ‘Westermeer’. Op deze plaats nabij Bosbeek is de algemene begraafplaats aangelegd door tuinarchitect J.D.Zocher. Bij de grote restauratie van 1938 kwam de steen met het jaartal 1624 te voorschijn en zijn ook de vloeren opengebroken. Bij die gelegenheid zijn de resterende stoffelijke resten in een verzamelgraf gelegd. Hedentendage zijn nog altijd enkele grafzerken met opschriften zichtbaar, die hier worden genoemd (9).

Anonieme opmeting grafkelder familie Pauw uit 1762 (Heerlijkheidsarchief Heemstede)

Anonieme opmeting grafkelder familie Pauw uit 1762 (Heerlijkheidsarchief Heemstede)

Pentekening van de grafzerken in de Oude Kerk (Noord-Hollands Archief Haarlem)

Pentekening van de grafzerken in de Oude Kerk, 1763 (Noord-Hollands Archief Haarlem)

Eén met N.26 zonder naam.

1. Op grafzerk: wapen: op zilver een beurtelings gekanteelde rode dwarsbalk, vergezeld van zwarte dwarsbalken, 1 en 2. De heer Cornelis van Goor obijt 10 maart 1724 [ Hij was de oudste (enige) zoon van Cornelis van Goor, in 1730 overleden, die het huis te Manpad in Heemstede bewoonde en koopman was te Amsterdam, Elias, blz. 257)

39 met huismerk (wapen).

Munk No.19 en nogmaals Munk op een tweede grafsteen. Veel voorkomende naam in de 18e eeuw van o.a. bakkers, molenaars en timmerlieden. Albertus Munk was ook kerkmeester van de kerk; Gerrit Munk ouderling en Joh.C.Munk diaken, Pieter Gerrits Munk (diaken 1697-1698, daarna ouderling}.

W.Velthuyse Met contouren van een wapen. Willem Velthuysen was ouderling van de kerk in 1703 (Willem Velthuyse(n) was ouderling van de kerk in 1703).

K.P. Enkel deze letters, een huismerk en grafnummer 66. Ofschoon niet zeker zou hiermee Pieter van Keulen kunnen zijn bedoeld. Deze was kastelein van herberg ‘Het Wapen van Heemstede’ en kerkmeester rond 1800.

Leonard Marcelis is gestorven den 5 October Ao 1667 Amsterdams handelaar in wapens en broer van Gabriël van Marcelis (eigenaar van Elswout). In 1662 kocht hij een groot en fraai buiten met herenhuis, boomgaard, stalling enz. aan de Jan Lottenlaan op de grens van Berkenrode en Heemstede. Dit buiten heette later ‘Duin en Vaart” en lag ter hoogte van de tegenwoordige Geleerdenwijk.

N: 63 Susanna van Duyst Huysvrouw van lacobus Croesbeek Vanden Bourgondien Heere Gerust Den Februari] Anno 1712 Zij stamde uit een in die tijd bekende Heemsteedse familie woonachtig aan de Voorweg. Huisschilders/glazenmakers en blekers (Barent van Duyst in 1685 als linnenbleker op de Glip) die zich ook als dorpsbestuurder (schepen) en kerkmeester verdienstelijk gemaakt hebben.

De Heer Cornelis van Goor obijt 10 Maart 1724 Bevat tevens twee heraldisch wapens. Cornelis van Goor was de enige zoon van de Amsterdamse koopman Cornelis van Goor, bewoner van Huize te Manpad.

Hier leyt begraven Do. Karolus Georgius Serruus (voorhenen predikant in dienst der Ed.Oost Indische compagnie op Amboina geboren int graafschap Vlaanderen den 5 Juny 1683 overleden den 2 September begraven den 8 dito 1734. Bevat tevens twee wapens onder één helm. Dominee Serruus (Seruis) kwam 3 augustus 1711 in Batavia aan, werd naar Banda beroepen en vandaar in 1714 naar Ambon. Bij besluit der regering van 23 november 1728 ging hij – met collega-predikant George Henic Werndly – als reviseur van de Maleise bijbelvertaling naar Nederland terug.

Hier leggen begraven de WelEd. Gehore Heer Cornelius Gerardus de Wyckersloot van Grevenmachern Raad der stad Amsterdam overleden 31 Juli 1804 te Heemstede op desselfs hofstede ’t Clooster en begraven den 14 Augustus en desselfs huisvrouwe de Weled. Gehore Vrouwe Geertruida Roest van Alkemade overleden 12 Juny 1807 te Heemstede op deszelfs hofstede ’t Clooster en begraven den 18 dito. R.I.P. Dit graf ligt naast de huidige preekstoel. Ofschoon rooms-katholiek is het echtpaar in de Hervormde Kerk begraven, omdat godshuizen als openbare begraafplaatsen fungeerden. Via zijn echtgenote was C.G.de Wyckersloot bewoner geworden van hofstede ’t Clooster en dankzij de erfenis van een tante beheerder van enkele heerlijkheden in Luxemburg waaronder Grevenmachern. Jonkvrouwe Geertruida Maria Roest (1743-1807) had hofstede het Klooster van haar vader geërfd. Zij volgde haar moeder in 1780 op als regentes van het Jongensweeshuis te Amsterdam. Alleen de grafzerken van Marcelis (1667) Van Goor (1724) en Serruus (1734) zijn destijds geplaatst op de ‘Voorloopige lijst der Nederlandsche monumenten van geschiedenis en kunst, deel V, l (de provincie Noordholland uitgezonderd Amsterdam)’ (1921). In de voornoemde ordonnantie “aengaende het begraven in de Kercke en op het Kerckhoff” zijn regels vastgesteld waaraan een ordelijke begrafenis moest voldoen. Een graf mocht enkel na uitdrukkelijke toestemming van de kerkmeesters worden geopend en vanwege de eredienst nooit op zondag. Voor het luiden van de kerklok moest extra betaald worden, evenals voor het inzetten van een draagbaar voor de doden. Een doodskleed diende van de kerk te worden betrokken en na gebruik altijd goed gereinigd te worden (“schoon af vegen, glad opvouwen ende weghleggen“).Uit al deze inkomsten zijn de koster (een bijbaan van de schoolmeester) en de doodgraver betaald. Bij overschrijding van de voorschriften moest een boete betaald worden welke ten goede kwam van de Arm- of Schaalmeesters. Op 12 juni 1664 stelde de Heer van Heemstede voor het eerst 3 personen aan tot begrafenisaanzeggers (ook noders of bidders geheten) en is een ordonnantie uitgevaardigd. Van 5 september 1786 dateert een nieuwe keur op de noders van begrafenissen in Heemstede. De twee door de ambachtsheer benoemde aanzeggers ontvingen elk 26 stuivers per keer. Voor minvermogenden kwamen de begrafeniskosten (zo’n 3 gulden) voor rekening van de Armmeesters. Een doodskist kostte in 1789 bovendien 5 gulden en 10 stuivers. Voor begrafenissen is ten behoeve van de armen mede de opbrengst van de zogeheten ‘doodenbus’ aangewend. Deze armenbus op de begraafplaats is officieel pas in 1936 afgeschaft toen die van geen betekenis meer was. In de Hervormde Kerk van Bennebroek is links van de ingang nog het historische armenbusje te vinden, waar men na een begrafenis wat geld kon offeren. Na 1680 is zowel in de kerk onder de vloer, in de grafkelder van de familie Pauw, als op het kerkhof van Benneboek begraven. De heer M.Verkaik heeft daaraan drie artikelen gewijd in de nummers 90, 91 en 92 (1996-1997) van het VOHB-tijdschrift.

Op last van de Maire, de heer W.H.Gerlings is bevolen dat na 1 januari 1813 het begraven in de (Gereformeerde) Kerk alhier zal ophouden. En dat de openingen der graven zullen met kalk of cement worden gevoegd ‘ter voorkoming dat door de verpestende lugt opstijgende uit bedoelde graven nadeel aan de gezondhijd der in de Kerk bevindende menschen mogt eorden toegebragt. Besloten hieraan te voldoen w.g. P.van Keulen, Evert Paradijs, Joost Tibboel, Gerrit Munk jr.’Toch werd na 1813 het begraven in de kerken weer toegestaan, maar in 1825 definitief verboden. Zoals hierboven geschetst is een nieuwe algemene begraafplaats ter hoogte van de vroegere hofstede Westermeer in 1829 gerealiseerd.

Plattegrond van de graven in het koor van de Oude Kerk in de vorm van een memoriebord, 2de helft 17de eeuw (NHA)

Plattegrond van de graven in het koor van de Oude Kerk in de vorm van een memoriebord, 2de helft 17de eeuw (NHA)

ROUW- OF WAPENBORDEN IN DE KERK VAN HEEMSTEDE

Voorbeeld van een rouwbord, in dit geval van familie De Witte (Rijksmuseum Amsterdam)

Voorbeeld van een rouwbord, in dit geval van familie De Witte (Rijksmuseum Amsterdam)

Op pagina 157 van de inventaris van het archief van de Heerlijkheid Heemstede door P.N.van Doorninck, 1911, vindt men onder nummer 484 een ‘Noticie van de wapenborden, welke voorheen in de kerk der ambachtsheerlijkheid van Heemstede hebben opgehangen en in de maand September 1795 daaruit zijn geworpen en door de Vrouw van Heemstede als haar eigendom sijnde op het slot van Heemstede bewaard en in de maand September 1802 de kasten er af te laten doen en in orde brengen, zooals deselve zich tegenwoordig bevinden en in de maand Juli 1803 op de kamer laten ophangen.’ (In 1795 was Vrouwe van Heemstede Johanna Maria Dutry, gescheiden huisvrouw van Jan Frederik Hendrik de Drevon. Zij kocht de heerlijkheid in 1793 van Leonardus Pauw, geboren Hoeufft. Van de 52 personen van wie de stoffelijke resten in de Pauw-grafkelder zijn bijgezet is op basis van archivalische gegevens van 38 namen bekend dat een rouw- ofwel wapenbord is vervaardigd. In de kerk hingen tot in augustus 1795, toen deze zijn verwijderd, de volgende wapenborden aan de wanden, welke in dat jaar volgens een bron in de Duivenpoort zijn opgeslagen en naar wordt aangenomen in of omstreeks 1810 zijn vernietigd.

Portret van Adriaen Pauw; door Gerard ter Borch, 1646

Portret van Adriaen Pauw; door Gerard ter Borch, 164

Adriaen Pauw (overleden 23-2-1653 en begraven 1-3-1653) Kwartieren: Pauw / Persijn / De Lange / Nooms / Ruytenburg / Nooms / Huybrechtse / Bicker en  Anna van Ruytenburgh (3-11-1648). Op archieftekening respectievelijk de nummers 34 en 35.

Portret Anna van Ruitenburgh; door Gerard ter Borch, 1646

Portret Anna van Ruitenburgh; door Gerard ter Borch, 1646

Tekening van grafstede Adriaan Pauw in de Oude Kerk Heemstede; door Gerrit Lamberts (1776-1850), circa 1790 (Rijksmuseum Amsterdam).

Tekening van grafstede Adriaan Pauw in de Oude Kerk Heemstede; door Gerrit Lamberts (1776-1850), circa 1790 (Rijksmuseum Amsterdam).

Grafmonument Adriaan Pauw in Oude Kerk Heemstede

Grafmonument Adriaan Pauw in Oude Kerk Heemstede met op zwart graniet de inscriptie. In 1656 vermoedelijk vervaardigd naar een ontwerp van Pieter de Keyser (1595-1676), zoon van Hendrick de Keyser en opvolger van zijn vader als stadssteenhouwer en stadstimmerman (architect) van Amsterdam. andere grafmonumenten die op zijn naam staan zijn o.a. voor Piet Hein in de Oude Kerk van Delft en Willem Lodewijk van Nassau-Dillenburg in Leeuwarden. Drs.F.T.Scholten schreef in een artikel over het grafmonument in 1984 o.a.: ‘Kenmerkend voor Pieter de Keysers stijl is zijn voorliefde voor eenvoudige classicistische vormen en spaarzaam gebruik van figuratief beeldhouwwerk. De figuren zijn meestal gedrongen van gestalte met ietwat plompe gezichts- en nekpartijen. Deze karakteristieken vinden we ook in het Heemsteedse grafmonument. Een sobere en vrij vlakke omlijsting met een gebroken tympaan, zoals in Leeuwarden en Kristianstad (een altaar voor de kerk aldaar) ook werd gekozen – bekronen het fronton en liggen tegen de schuine zijden van het tympaan aan, op een manier die De Keyser ook in Leeuwarden  – voor het in de Franse Tijd vernielde praalgraf van Willem Lodewijk van Nassau – (met harnasstukken) en Skara – praalgraf voor de Zweedse ridder Eric Soop – toepaste. Het idee van zulke liggende figuren stamt van Michelangelo, van diens grafmonument voor Lorenzo de’ Medici in de San Lorenzo in Flotrence. De twee putti op Pauws graf sluiten qua stijl volkomen aan bij het type figuren dat we van De Keyser kennen. Deze kenmerken wijzen er mijns inziens duidelijk op, dat Pieter de Keyser of zijn atelier verantwoordelijk was voor de levering van het grafteken voor Adriaan Pauw. (…) Ofschoon geen meesterwerk van Hollandse beeldhouwkunst, bezitten we in Pauws grafmonument een uniek kunsthistorisch document. Het is een van de weinige werken van Pieter de Keyser in ons land en tegelijkertijd een vroeg voorbeeld van de welsiwaar postume, adellijke pretenties van een vooraanstaand regent.’

Inscriptie op de graftombe van Adriaan Pauw, vermoedelijk v ervaardigd door stadstimmerman Pieter de Keyser, zoon van Hendrik de Keyser in 1656/1657.

Inscriptie op de graftombe van Adriaan Pauw, vermoedelijk v ervaardigd door stadstimmerman Pieter de Keyser, zoon van Hendrik de Keyser in 1656/1657. Vervolg hieronder.

Vervolg inscriptie grafmonument Adriaan Pauw en Anna van Ruytenburgh in de Oude Kerk te Heemstede (Uit: H.Koenen, genealogie Pauw).

Vervolg inscriptie grafmonument Adriaan Pauw en Anna van Ruytenburgh in de Oude Kerk te Heemstede (Uit: H.Koenen, genealogie Pauw)

De schriftelijke stukken betreffende opdracht en uitvoering van grafmonument Adriaan Pauw zijn noch aanwezig in het Heerlijkheidsarchief Heemstede noch in het familiearchief Pauw van Wieldrecht (in Nationaal Archief Den Haag). Aangenomen wordt dat de kinderen (vermoedelijk door oudste zoon Gerard Pauw) de opdracht is gegeven en dat realisering in 1656-1657 plaatsvond. Lange tijd is verondersteld dat beeldhouwer Rombout Verhulst het monument ontwierp en uitvoerde. Kenner van praalgraven drs. F.T.Scholten meent echter dat Pieter de Keyser (zoon van Hendrik de Keyser en stadstimmerman van de stad Amsterdam) het monument, feitelijk een hangende epitaaf, heeft vervaardigd. Hij maakte ook o.a. het praalgraf voor Piet Hein on de Oude Kerk te Delft. Rombout Verhulst heeft overigens meerdere marmeren praalgraven op zijn naam staan, o.a. voor Adriaen Clant in het koor van de Bartholeuskerk te Stedum, gemeente Loppersum. Landjonker Clant (1599-1665) was namens Groningen en ommelanden buitengewoon ambassadeur bij de onderhandelingen der Vrede van Munster in 1746-1648.

De schriftelijke stukken betreffende opdracht en uitvoering van grafmonument Adriaan Pauw zijn noch aanwezig in het Heerlijkheidsarchief Heemstede noch in het familiearchief Pauw van Wieldrecht (in Nationaal Archief Den Haag). Aangenomen wordt dat de kinderen (vermoedelijk door oudste zoon Gerard Pauw) de opdracht is gegeven en dat realisering in 1656-1657 plaatsvond. Lange tijd is verondersteld dat beeldhouwer Rombout Verhulst het monument ontwierp en uitvoerde. Kenner van praalgraven drs. F.T.Scholten meent echter dat Pieter de Keyser (zoon van Hendrik de Keyser en stadstimmerman van de stad Amsterdam) het monument, feitelijk een hangende epitaaf, heeft vervaardigd. Hij maakte ook o.a. het praalgraf voor Piet Hein on de Oude Kerk te Delft. Rombout Verhulst heeft overigens meerdere marmeren praalgraven op zijn naam staan, o.a., zoals op bovenstaand foto te zien, voor Adriaen Clant in het koor van de Bartholeuskerk te Stedum, gemeente Loppersum. Landjonker Clant (1599-1665) was namens Groningen en ommelanden buitengewoon ambassadeur bij de onderhandelingen der Vrede van Munster in 1646-1648.

Pieter Pauw, zoon van Adriaan en Anna van Ruytenburgh kapitein, overleden 12 oktober 1638 [volgens een andere bron 12-10-1737). Zijn kwartieren waren: Pauw / Ruytenburgh / De Lange / Huybrechts. Op archieftekening nummer

Reinier Pauw, zoon van Adriaan en Anna van Ruytenburgh, heer van Nieuwerkerk etc., ofschoon niet officieel beleend omdat hij voor zijn vader overleed. Was baljuw en dijkgraaf van Amstelland. Gehuwd met Adriana Jonkheyn.  Begraven in 1652 [De vermelding in de ‘Noticie’ dat hij in 1636 zou zijn begraven is onjuist]. Op archieftekening nummer 3

Diederik Huyghens, heer van Opvoort, kapitein, sergeant-majoor en commandeur van Breda. Ov. 13 aigustus 1646. [Dit wapenbord werd in 1740 vernieuwd. Hij was gehuwd in 1636 met Cornelia Pauw, dochter van Adriaen en Anna van Ruytenburgh. Zijn kwartieren waren: Huygens / Haeck / Tulleken / Gaymans]. Op archieftekening nummer 8

Notitie over wapenbord Huygens n.a.v. Dolleman en Van Doorninck.

Notitie over wapenbord Huygens n.a.v. Dolleman en Van Doorninck.

Adriana Jonkheins, vrouwe van Nieuwerkerk, weduwe van Reinier Pauw, overleden 24 mei 1656 (de oorspr. lijst heeft: begr. 24 maart 1658]. Hare kwartieren waren: Jonckheyn / Goyer / Coolen / …? Op archieftekening graf nummer 3

Michiel Pauw, ridder, heer van Hoogersmilde, kapitein infanterie, overleden 29 december 1658 te ‘s-Gravenhage [eveneens foutief in de lijst vermeld]. Hij was een zoon van Adriaen en Anna van Ruytenburgh; zie voor zijn kwartieren nummer 2; hij huwde 2 januari 1652 Anna Maria Fassijn. Op archieftekening nummer 27

Portret van Michiel Pauw (12617-1658) uit 1651 (RKD)

Portret van Michiel Pauw (12617-1658) uit 1651 (RKD)

Anna Maria Fassijn, vrouwe van Hoogersmilde, weduwe van Michiel Pauw, begraven 4 januari 1665. Hare kwartieren waren:  Fassijn / ? / Wolters / Van Leyden. Op archieftekening nummer 4

Fassijn

 

Familieportret van Michiel Pauw (1617-1658) en echtgenote Anna Maria Fassin (Fassijn) (ov.1662) en twee kinderen Adriana Pauw (1652-1713) en Johan Pauw (1653-1686). Schilderij van Jan Mijtens. Op de achtergrond het kasteel van Heemstede. [Lange tijd is men vanwege de kasteelvoorstelling in de onjuiste veronderstelling geweest dat ambachtsheer Gerard Pauw, diens echtgenote Agatha Hartighsvelt en 2 van hun kinderen waren  afgebeeld]

Gerrit (Gerard) Pauw, ridder van St. Michel, heer van Heemstede enz., overleden 20 mei 1676 (was ook een zoon van Adriaen en Anna van Ruytenburgh. Overleden in ‘s-Gravenhage. Huwde 26 december 1645 Agatha Hartighsvelt.Op archieftekening nummer 33.

[Hier wordt vermeld Adriaan Pauw, ridder, heer van Nieuwerkerk, begraven 19 maart 1679. Deze informatie kan onmogelijk kloppen omdat bedoelde persoon, geboren in 1637, na achterlating van zijn gezin naar Oost-Indië vertrok en aldaar 17 juni 1664 is  overleden]. Op archieftekening nummer 14

Willem Huyghens, begraven 25 oktober 1680. = mr.W.H.Huyghens, 14 oktober 1680 in Utrecht gestorven. Was kanunnik van de Dom. Huwde in 1673 Catharina van Bronckhorst. Zijn kwartieren waren: Huyghens / Tukkeken / Pauw / Ruytenburgh. Op archieftekening nummer 15

Hendrik Pauw, heer van Vijfhuizen etc., overleden 10 april 1681. Gedoopt 19 april 1650 in Amsterdam huwde hij in 1675 Abigaël Fagel. Hij was een zoon van Reinier Pauw en Adriiana Jonkheyn. Zijn kwartieren waren: Pauw / Ruytenburgh / Jonckheyn / Coolen. Op archieftekening nummer 6.

Jonkvrouw Anna Huyghens, begraven 27 september 1681. Zij was een zuster van Willem Huyghens. Op archieftekening nummer 11.

Jan Pauw, geboren 22 september 1686. Mr.Johan Pauw, heer van Hoogersmilde, geboren 19 december 1653, huwde 18 maart 1685 Catharina van de Capelle, kinderloos overleden. Hij was zoon van Michiel Pauw en Anna Maria Fassijn. Zijn kwartieren waren: Pauw/ Van Ruytenburgh / Fassijn / Wolters. Op archieftekening nummer 19

Agatha Hartighsvelt, weduwe van Gerrit Pauw, vrouwe van Heemstede, Rietwijk en Rietwijkeroord. Ov. 19 oktober 1697. Zij was in Rotterdam geboren op 10 januari 1627. Haar kwartieren waren Hartighsvelt / Briel, genaamd Welhouck. Op archieftekening nummer 36.

Elisabeth Cornelia Pauw van Nieuwerkerk, huisvrouw van de heer Bronckhorst, overleden 15 augustus 1702. Zij was dochter van Reinier Pauw en Adriana Jonckheyn. Op archieftekening nummer 29.

Mr.Vincent van Bronckhorst, heer van Oudshoorn, begraven 2 februari 1703. Zoon van Nicolaas en Margaretha de Vlaming van Oudtshoorn. Zijn kwartieren waren: Van Bronckhorst / Boelens / De Vlaming van Oudtshoorn / Braems. Op archieftekening nummer 28.

Glasschildering gewijd aan Vincent van Bronckhorst in (1635-1703?) de kerk van Oudshoorn

Glasschildering gewijd aan Vincent van Bronckhorst in (1635-1703?) in de kerk van Oudshoorn

Frans van Marselis, heer van Callenberg, begraven 28 april 1705. Geboren 27 juni 1643. Zoon van Gabriel en Isabeau van der Straten. Hij huwde in 1669 Adriana Pauw, vrouwe van Hoogersmilde. Zijn kwartieren waren: Van Marselis / L’Hermite / Van der Straten / Monx. Op archieftekening nummer 24

Reinier Pauw, heer van Hoogersmilde, 20-10-1710 (?) Onduidelijk is wie wordt bedoeld. De veronderstelling dat Adriaan Pauw als broer van Johan Pauw (nummer 13) wordt bedoeld kan niet kloppen]. Op archieftekening nummer 20.

Abigaël Fagel, weduwe van Hendrik Pauw, heer van Vijfhuizen, begraven 8 december 1710. Haar kwartieren waren: Fagel / Poignet / Van Bijement / Van der Graaff. Op archieftekening nummer 7.

Adriana Pauw, vrouw van Hoogersmilde, weduwe van Frans van Marselis, begraven 17 april 1713. Dochter van Michaël Pauw en Anna Maria Fassijn. Op archieftekening nummer 25

Jonkvrouw Isabella Adriana van Marselis, begraven 12 september 1721. Dochter van Frans van Marselis en Adriana Pauw. Voor haar kwartieren zie nummer 23. Op archieftekening nummer 16.

Gabriel van Marselis begraven 14 juli 1723. Geboren in Amsterdam 10 januari 1678. Broer van personen onder nummers 21 en 23. Op archieftekening nummer 26

Mr. Frans van Marselis, begraven 24 juli 1728. Hij was heer van Hoogersmilde bij erfenis van zijn moeder Adriana Pauw en zoon van Frans van Marselis. Huwde 4 juni 1722 Anthonia Muyssart. Zijn kwartieren waren: Van Marselis / Van der Straten / Pauw / Fassijn.Op archieftekening nummer 17.

Frans

Francois van Marcelis (164-1728), heer van Hoogersmilde (RKD, iconografisch bureau)

Gerrit (Gerard) Pauw geboren Hoeufft, heer van Heemstede. Overleden 5 april 1729. Ontving Heemstede, Rietwijk en Rietwijkeroord op 18 juni 1704 van zijn oom Adriaan Pauw. Geboren 2 maart 1685 en 8 april 1729 begraven. Zijn  kwartieren waren: Hoeufft / Sweerts / Pauw / Harthighvelt. Op archieftekening nummer 32

Jonkvrouw Agneta Wilhelmina Huyghens, begraven 22 november 1732. Geboren 2 december 1715, Dochter van mr.Theodorus Huyghens en Agneta Chitty. Haar kwartieren waren: Huyghens / Van Bronckhorst / Chitty / De Mouson. Op archieftekening nummer 18.

Geertruida Dutry, weduwe Gerrit Pauw geboren Hoeufft. vrouwe van Heemstede etc., overleden 26 november 1733. Op archieftekening nummer 1

Mevrouw de weduwe Ter Smitten geboren Anna Maria van Marselis, begraven 1 mei 1735. Dochter van Frans en Adriana Pauw. Kinderloos overleden. Haar kwartieren waren: Van Marselis / Van der Straten / Pauw / Fassijn. Op archieftekening nummer 9.

Jonkvrouw Adriana Maria van Marselis, begraven 7 juli 1735. Onbekend. Mogelijk bedoeld Adriana Margaretha van Marselis, geboren 11 mei 1723, erfvrouw van Hoogersmilde, in 1763 overleden ? Op archieftekening nummer 10

Jan Diederik Pauw geboren Hoeufft, heer van Heemstede etc., overleden 25 juli 1737. Hij is geboren in 1715 te ‘s-Gravenhage en is 29 juli in grafkelder Heemstede begraven. Zoon van Gerard Pauw en Geertruida Dutry. Zijn kwartieren waren: Pauw geboren Hoeufft / Pauw / Dutry / De Roy. Op archieftekening nummer 30.

Theodoor Huyghens, heer van Honkoop en Opvoorst, overleden 23 oktober 1740. Geboren 18 mei 1675 in Utrecht, overleden in Amsterdam. Zoon van Willem en Catharina van Bronckhorst. Huwde 19 maart 1708 Agneta Chitty. Zijn kwartieren waren: Huyghens / Pauw / Van Bronckhorst / Van Amersfoordt. Op archieftekening nummer 12

Maria Hoeufft van Buttingen, huisvrouw van de heer Ketelaar, begraven 16 juni 1743. Dochter van mr.Johan Diederik en Agatha Pauw. Geboren in Den Haag 25 juli 1683. 13 december 1703 gehuwd met mr.Nicolaas Ketelaer. Kinderloos overleden. Haar kwartieren waren: Hoeufft / Sweerts / Pauw / Hartighsvelt. Op archieftekening nummer 2

Hendrik Huyghens, begraven 1 februari 1746. Zoon van mr. Willem en Catharina van Bronckhorst. Op 2 december 1698 gehuwd met Susanna de Wijs. Op archieftekening nummer 13

Benjamin Pauw geboren Hoeufft, heer van Heemstede enz. Overleden 2 mei 1747. Geboren in Haarlem 30 oktober 1717, overleden op het slot te Heemstede. Zoon van mr.Gerard en Geertruida Dutry. Op 4 maart 1738 gehuwd met Agneta Sylvius, geboren in 1719, overleden in Heemstede 1 juni 1760 na te zijn hertrouwd met Albert Nicolaas van Aerssen Beyeren, heer van Terheyde, Voshol en Meteren. Zijn kwartieren waren: Pauw geboren Hoeufft / Pauw / Dutry / De Roy. Op archieftekening nummer 31.

Mevrouw de weduwe [Pauw] geboren Adriana van Marselis, begraven 15 mei 1749. Dochter van Frans, heer van Callenberg en Adriana Pauw. Zij huwde 15 september 1720 mr. Maarten Pauw (1628-1724). Op archieftekening nummer 23.

35. Mevrouw de weduwe Anthonia Muyssart, begraven 2 juni 1762. Zij was dochter van Isaäc en Margaretha du Bucquoy en weduwe van Frans van Marselis. Haar kwartieren waren: Muyssart / Passavant / Du Bucquoy / De Smeth. Op de tekening graf nummer 22

Muyssart

Anthonia Muyssart (1684-1762), in 1722 geportretteerd door Arnold Boonen (RKD, iconografisch Bureau)

Jan Diderik Pauw geboren Hoeufft, heer van Heemstede etc., begraven 23 januari 1792. Hij een neef van de kinderloos overleden Bejamin Hoeufft (zie 33). en werd ingevolge diens testament heer van Heemstede, Rietwijk en Rietwijkeroord en nam ook de naam Pauw aan. Geboren in 1730 te Wassenaar, overleden in Haarlem en begraven in familiekelder Pauw Heemstede op 28 januari 1792. Hij is in 1755 getrouwd te Parijs met Marie Susanna Catharina Albinus, genaamd Weiss von Weissenlöw. Zijn kwartieren waren: Hoeufft / Pauw / Albinus / Ring.

Pauw20

Portret door Mattheus Verheyden van Jan Diderik Pauw geboren Hoeufft, overleden en begraven in 1792 in grafkelder Oude Kerk (RKD, iconografisch bureau)

Het Algemeen Nederlands Familieblad X, bladzijde 215, vermeldt nog als 38ste persoon begraven met een wapenbord in de kerk van Heemstede: Henrij Clifford (koopman en bankier), weduwnaar van Adriana Margaretha van Marselis, overleden 24 oktober 1787. Zoon van George Clifford en Johanna Bouwens [van de Hartekamp Heemstede]. Geboren in Amsterdam 27 juni 1711, werd na het overlijden van zijn vrouw heer van Hoogersmilde. Zijn kwartieren waren: Clifford / Van Schuylenburgh / Bouwens / Pels. [In een rouwbrief, bewaard in het Noord-Hollands Archief, maakte Henry Clifford op 2 juni 1762 het overlijden bekend van zijn schoonmoeder Antonia Muyssart, weduwe van Frans van Marselis. Zij was verscheiden ‘na eene bedleegering van 2 dagen veroorzaakt door een verkouwtheid op de borst en het hooft, inden hoogen ouderdom van 78 jaaren een maand en 8 dagen, uit het aardsche tranendal in zijn eeuwige heerlijkheid.’ Clifford verzocht tevens aan de heer van Heemstede, Jan Diederik Pauw geboren Hoeufft, om ook zijn dochter Anthonia, die acht jaar eerder in Amsterdam in de Waalse kerk was begraven, in Heemsteedse grafkelder te mogen bijzetten, aan welk verzoek is voldaan, omdat zij op 2 juni 1762 – overigens zonder rouwbord – is herbegraven. Voorts is hier Adriana Margaretha van Marselis begraven op 1 november 1763, 40 jaar oud na een kwijnende ziekte gestorven. op de archieftekening van grafkelder Pauw nummer 21. Ten slotte is Henry Clifford na zijn sterven op 30 oktober 1787 bijgezet.

Van de overige begravenen (zie lijst hieronder) is geen rouwbord bekend.

Adrianapauw

Portret van een jonge Adriana Pauw, kleinkind van Adriaan Pauw, later vrouwe van Hogersmilde (1652-1713), geschilderd door Johannes van der Stock

Voorts is dominee Albertus Haring met goedkeuring van ridder Benjamin Pauw geboren Hoeufft op 2 november 1741 in de grafkelder opgenomen, In leven was hij van 1721 tot 1737  predikant in Gouda en vervolgens van 1737 tot zijn overlijden op 30 oktober 1741 te Amsterdam.

Bericht omtrent overlijden van dominee Albertus Haring uit de Amsterdamsche Courant van 31 oktober 1741

Bericht omtrent overlijden van dominee Albertus Haring uit de Amsterdamsche Courant van 31 oktober 1741

In relatie tot Albertus Haring ontving ik 19 november 2015 de volgende informatie van de heer Willem van Kinschot uit Wassenaar. ‘Uit de genealogie Van Kinschot die het archief van Delft verzorgde blijkt dat dominee Albertus Haringh (1686-1741) was gehuwd met Adriana Gabriëla van Kinschot (1674-1750) (ook bijgezet in de Pauw-grafkelder), dochter van Alida Pauw (1649-1738) en Anthony Gunther van Kinschot (1638-700), griffier aan het hof. Het is een opvallend gegeven dat Johan Antonij van Kinschot er voor koos om bijgezet te worden in Heemstede in plaats van in zijn woonplaats Delft bij zijn ouders en broer. De rekening en memorie der begrafenis van hem staan in onze genealogie met een specificatie van alle verschillende kosten voor transport, kerk en begrafenis, van Delft tot Heemstede gemaakt.’

Scan1536

Restant van grafkist dominee Haring in grafkelder  OudeKerk Heemstede

In de genealogie Pauw (door H.Koenen), gepubliceerd in Adelsboek anno 1900 staat het volgende vermeld: Jkvr. Aleyda Pauw van Nieuwerkerk, geboren te Amsterdam 21 februari 1649, overleden den 2 October 1738. Zij schijnt zich ‘Pauw van Nieuwerkerk’  te hebben genoemd, althans zij komt in 1704 met dien titel in de grafboeken van de Groote Kerk te ‘s-Gravenhage voor: “Aldus gedaan het kerkereght ter somme van 25 gld. door Vrouwe Alida Pauw van Nieuwerkerk weduwe van wijlen de weled. Heer Antoni Gunther van Kinschot in zijn leven griffier van Holland, Zeelant ende Vrieslant betaald den 20 Februari 1703”. Zy is evenwel geen vrouwe van die heerlijkheid geweest, daar deze na het uitsterven van de nakomelingschap van haar broeder Adriaan op een zoon van diens zuster van Ommeren overgegaan is, gelijk wij later zullen zien (1). Zij huwde te ‘s-Gravenhage 9 Mey 1673 Anthony Gunther van Kinschot, geboren te ‘s_gravenhage 4 Mei 1638, resident van den Hertog van Holstein, griffier van den Hove van Holland, Zeeland en West-Friesland, zon van Gaspar en Catharina Sweerts de Weert. Zijne kwartieren waren: Van Kinschot x Roefs (of Roelofs) Pijll x Boulijn; – Sweerts x Wonderen, van Megank x Van Mechelen.’

(1) In reactie hierop ontving ik de volgende informatie uit de door C.Ph.L.van Kinschot samengestelde Genealogie van het geslacht Van Schooten, later gen. Van Schoyte, en van Kinschot uit 1910, waaruit blijkt dat Alida Pauw, weduwe van Antoni Gunter van Kinschot zich wel ‘Vrouwe van Nieuwerkerk etc. mocht noemen. De in onderstaande tekst genoemde Gaspar Rudolph en Roeland van Kinschot waren broers van Johan Anthonij van Kinschot en kleinkinderen van Alyda Pauw”: ‘De heerlijkheid van Nieuwerkerk, Zuid-Schalkwijk en Vijfhuijsen is gelegen ten noorden van de “Haarlemmermeer” aangeduid in de leenregisters No. 724, lett. a. Deze heerlijkheid is door Gaspar Rudolph van Kinschot, gehuwd met Catharina Maria Dedel – kinderloos – bij codicillaire dispositie dd 16 juni 1742 voor notaris Francois de Bas te Delft ten geschenke gegeven aan zijn nicht: Anna Catharina Philippina van Kinschot, geboren den 22 Januari 1742, dochter van Roeland. Anna C.P.van Kinschot de heerlijkheid en eene som van ƒ 85.000,-. De erfgename treedt den 9 November 1772 in het huwelijk met Mr. Ooto C.G.Cloot. Hetzij gewillig of gedwongen – zij onterft hare familie en maakt haar man universeel erfgenaam. Zeer spoedig na haar huwelijk maakt eene inwendige ziekte een einde aan haar leven. Door het mutueel testament erft haar man, wettig, haar vermogen en de heerlijkheid. Slechts enkele maanden bleef Cloot weduwnaar; hij huwt namelijk in 1774 met eene J.M.Soetens. Toen eindelijk Colot stierf, teekende zij zich als Juff.H.M.Soetens, Vrouwe van Nieuwerkerk, Zuijd-Schalkwijk en Vijfhuijsen, wed. Mr.O.C.G.Cloot.’

Kinschot2

Portret van Johan Anthonij van Kinschot (1708-1766) door Philipe Lambert Joseph Spruyt (Gent 1727-1801)  Hij was Heer van Kinschot bij Turnhout, advocaat voor het Hof en voor de Hoge Raad 1729 en van de Admiraliteit op de Maas 1730, werd minister-resident van Staat aan het Hof te Brussel 1740 en bij de prins-bisschop van Luik 1749. Hij was onder meer veertigraad (1759), weesmeester (1761) en schepen (1765) van Delft. J.A.van Kinschot hield verblijf in Delft wonende aan het Oude Delft (35-37) naast het Oost-Indisch Huis. Hij is bijgezet te Heemstede op 21 oktober 1766 onder het monument van zijn overgrootvader Adriaan Pauw. Was gehuwd met Theresia Christ. Na korte tijd waren er geen nazaten meer van hen. Bij Johan Anthonies geboorte maakte zijn vader een aantekening, dat dat tegelijkertijd was met het verslaan van de Franse Armee bij Audenaerde door die van de geallieerden in dewelke wel 750 Franse officieren en ruim 700 anderen gevangen werden. Johan Anthonij was evenals zijn broer Gaspar Rudolf, maar ook als voorvader Adriaen Pauw een groot verzamelaar van boeken, manuscripten en schilderijen. Zo bezat hij o.a. vier grote pentekeningen van Willem van der Velde met zeeslagen van beide Trompen, afkomstig van Cornelis Tromp, die nu te vinden zijn in het Rijksmuseum. Zijn collectie bevatte tevens schilderijen van Brueughel, Rembrandt, Hals, Holbein en Rubens. Alleen al in de eetzalen hingen 99 doeken evenals 32 portretten van de families Tromp en Van Kinschot. In totaal bezat hij 399 doeken [Thera Wijsenbeek-Othuis, Achter de gevels van Delft, 1987, pagina 269].Na zijn overlijden is een deel daarvan in 1767 en 1788 geveild. De veilingcatalogus is bewaard gebleven en geeft een schitterend beeld van een rijke particuliere collectie in Delft. De familieportretten bleven binnen de familie en bevinden zich thans bij Museum Het Prinsenhof in bruikleen.

opnamedatum 2003-08-20

opnamedatum 2003-08-20 Portret van politicus en dichter Caspar van Kinschot (1622-1649) door Arnoud van Halen, in het Rijksmuseum. Ook het Mauritshuis bezit een portret van hem, vervaardigd door Gerard ter Borgh. Caspar van Kinschot was een goede bekende van Adriaen Pauw. Hij was diens secretaris in het Hollandse gezantschap van 1646-1648 bij de Vredesonderhandelingen in Munster.  Caspar van Kinschot is in 1649 te Middelburg overleden en begraven in de Grote Kerk van ‘s-Gravenhage.

vrede

Adriaan Pauw en zijn secretaris Caspar van Kinschot bij de Vrede van Munster door Gerard Terborgh

 

P.S. In een verordening van 8 juni 1795 bepaalden de’ Provinciale Representanten van het Volk van Holland’, dat wapenborden in de kerken en voor de huizen, en eregestoelten in de kerken dienden te worden weggenomen, als zijnde ‘overblijfzels van de dwaaze trotsheid der zoogenaamde Edele of Riddelijke geslagten, welke tot schande der tegenwoordig meer verlichte tijden, en van zoo gelukkig in deeze Republiek herkreegene Vrijheid, nog heden in onze kerken gevonden worden.’

Advertentie over weghalen van wapenborden en verwijderen van heraldische wapens op grafzerken in de kerk, uit Haarlemsche Courant van 27 augustus 1795

Advertentie over weghalen van wapenborden en verwijderen van heraldische wapens op grafzerken in de kerk, uit Haarlemsche Courant van 27 augustus 1795

Bij hetzelfde besluit werd ook het begraven in de kerken verboden. In het heerlijkheidsarchief bevindt zich onder nummer 484 (Van Doorninck) de rekening van de metselaar die de wapenborden van 7 tot 12 september 1795 heeft afgenomen uit de kerk. De rouwborden verhuisden naar het Huis te Heemstede, op dat moment in eigendom van Johanna Maria Dutry. Sinds de afbraak van het Huis te Heemstede in 1810 ontbreekt ieder spoor van de wapenborden, mogelijk naar een opkoper gegaan dan wel toen vernietigd.

Aankondiging in mei 1809 van verkoop heerlijkheid en opstallen van het Huis te Heemstede, sinds 1793 in eigendom van Johanna Maria Dutry. Koper per 28 juni werd Jacob Scholting, magstraat in Haarlem, die echter het slot op 30 oktober van hetzelfde jaar doorverkocht aan Jan Dolleman, schout en secretaris van Heemstede. Deze maakte een aanvang met de sloop van het kasteel, maar voordat de afbraak gereed was kwam hij te overlijden en zijn weduwe voltooide sloop, en zij verkocht de onderond terug aan de vorige eigenaar, Jacob Scolting. In 1816 zijn de nog bestaande gebouwen en terreinen van het Oude Slot overgegaan naar Marten Adriaan Beels, zich nadien Beels van Heemstede noemende.

Aankondiging in mei 1809 van verkoop heerlijkheid en opstallen van het Huis te Heemstede, sinds 1793 in eigendom van Johanna Maria Dutry. Koper per 28 juni werd mr. Jacob Scholting, magistraat in Haarlem, notaris en grootgrondbezitter in Zuid-Schalkwijk, die ƒ 82.500,- betaalde, waarvan alleen al ƒ 77.000,- voor de heerlijkheidsrechten.  Scholting heeft het slot op 30 oktober van hetzelfde jaar alweer doorverkocht aan Jan Dolleman, schout en secretaris van Heemstede.  Deze maakte een aanvang met de sloop van het kasteel, maar voordat de afbraak gereed was kwam hij te overlijden en zijn weduwe Elisabeth der Kinderen voltooide de sloop. Zij verkocht de ondergrond en resterende opstallen nadien terug aan de vorige eigenaar, Jacob Scholting voor ƒ 27.500,-, bestaande uit o.a. een poort, brug, schuur, twee woonhuizen en 11 morgen land. In 1816 zijn de nog bestaande gebouwen en terreinen van het Oude Slot (en heerlijke rechten die echter na de Franse Tijd nauwelijks nog betekenis hadden) voor ƒ 20.000,-  overgegaan naar Marten Adriaan Beels. Diens nazaten zijn tot in de vorige eeuw eigenaar gebleven en noemden  Beels van Heemstede.

Mevrouw Dolleman-Derkinderen berichtte in de Oprechte Haarlemsche Courant van 23 oktober 1810 het overlijden van 3 sterfgevallen in de familie, op 16, 19 en nogmaals 19 oktober, toen achtereenvolgens de zevenjarige zoon Godert, het dochtertje Jeonarda van nog geen twee jaar en haar echtgenoot Jan Dolleman zijn overleden. Er heerste een besmettelijke ziekte, vermoedelijk cholera.

Mevrouw Dolleman-Derkinderen berichtte in de Oprechte Haarlemsche Courant van 23 oktober 1810 het overlijden van 3 sterfgevallen in de familie, op 16, 19 en nogmaals 19 oktober, toen achtereenvolgens de zevenjarige zoon Godert, het dochtertje Jeonarda van nog geen twee jaar en haar echtgenoot Jan Dolleman zijn overleden. Er heerste een besmettelijke ziekte, vermoedelijk cholera.

Schrijver mr. Jacob van Lennep heeft in 1858 vanuit zijn herinnering een aantal regels uit de ‘uitverkoop’ van voorwerpen uit het Oude Slot in 1810  op papier gezet, als voetnoot bij een dichtregel uit een gelegenheidsvers van Joost van den Vondel: ‘Ridderlijck bancket voor den heer Adam van Lockhorst en joffer Cornelia Pauw. Citaat: ‘(…) Het Huis te Heemstede werd met de Heerlijkheid in 1472 overgedragen aan Lodewijk van Brugge, Heer van Gruithuizen, Stadhouder van Holland, door wiens overdracht in 1486 aan Roeland le Febure (Le Fèvre) – die Hedwig (Hadewych), dochter van Jan van Heemstede, in huwelijk had – de Heerlijkheid van het oude stamhuis terugkeerde. In 1554 ging zij door verkoop in andere handen totdat zij in 1620, met Bennebroek vereenigd, gekocht werd door Adriaan Pauw. Het slot, gestadig vergroot en verbeterd, was wellicht het fraaiste, dat in Holland was aan te wijzen. Ik herinner mij nog flauw de prachtige standbeelden, waarmede het voorportaal prijkte, de keurig gebeitelde opschriften en wapenborden, en de groote zaal, die een waar arsenaal; bevatte van middeleeuwsche rustingen en handwapenen: ’s zomers alle Zondagen, als ik met mijn grootvader naar Heemstede ter kerke reed, uit het geboomte zag oprijzen, door sloopers handen wreedaardig werd vernield. Nimmer ging de verwoestende hand van het Vandalisme op meer barbaarsche wijze te werk dan te dezer gelegenheid. ’t Is waar, de liefde voor de middeleeuwsche gedenkwaardigheden was toen nog niet, als later, ontgloeid, en de gevolgen der treurige beroeringen, welke men had doorgestaan, en waarvan men het eind nog niet voorzag, maakte de ingezetenen huiverig om hun geld aan kuriositeiten te besteden, en deed zelfs de slooping van het kasteel van Heemstede schier onopgemerkt plaats hebben; – doch hier traden nog bovendien de verkoopers, door hun slordigheid en onoplettendheid, hun eigen belang met voeten. Fraaie marmerstenen met Grieksche inschriften [ moet zijn Latijnsce. H.K.], door een der Pauwen uit de Levant [moet zijn Italië. H.K. ] meegebracht, en welke mijn vader aan den rentmeestyer van ;t Slot gelast had voor hem te koopen, werden voor een spotprijs aan steenkoopers weggeworpen: lansen en degens, waarvan de scheeden en gevesten van louter goud waren, gingen voor oud ijzer weg: in een woord ’t was of men zich had toegelegd, hier alles wat waarde had, te versmijten. Het eenige wat mijn vader van de geheele verkooping bekwam, was een schildery, een Vaandrig voorstellende, en voor welke hy, geloof ik, acht gulden betaalde, en welke Vaandrig, hangende in de kamer waarin ik sliep, mij alle morgen bij ’t ontwaken met norsche blikken aanzag en een heimelijke angst inboezemde, Wat van hem geworden is, weet ik niet meer. In de kerk te Heemstede prijkt nog altijd de cierlijke graftomber van het geslacht van Pauw, en de vogel die boven zijn blazoen de vederen uitspreidt, stond nog voor weinige jaren op de koepel der kerk te Bennebroek, welke bevallige koepel thans vrij onhandig in een alledaagsch torentje veranderd is.’

Een deel van de wapens, echter niet de rouwborden die vermoedelijk zijn vernietigd, is via omwegen in het rariteitenkabinet van het gemeentearchief in Amsterdam, het Oude Doolhof, terecht gekomen.

De deur van het Oude Doolhof aan de Prinsengracht op een teening van Johannes E.ter Gouw uit 1864. De aankondiging van veiling in 1862 zit op de deurpost geplakt. Een deel van de voorwerpen ios in bezit van de gemeente gebleven, een deel is verkocht aan opkopers en het resatnt is vernietigd.

De deur van het Oude Doolhof aan de Prinsengracht op een tekening van Johannes E.ter Gouw uit 1864. In het gebouw waren beelden (o.a. David en Goliath, wapens, curiositeiten etc. tentoongesteld. De aankondiging van veiling in 1862 zit op de deurpost geplakt. Een deel van de voorwerpen ios in bezit van de gemeente gebleven, een deel is verkocht aan opkopers en het restant is vernietigd.

Sindsdien is weer het nodige verdwenen en enige restanten bevinden tegenwoordig nog in het Historisch Museum. Behalve David Jacob van Lennep kocht vooral verzamelaar Willem Hekking, die custos is geweest van het voormalig etnologisch museum in de hoofdstad, een aantal wapens e.d. in 1810 uit het Huis te Heemstede, welke materialen hij eind 19e eeuw in ‘Amicitiae’ heeft tentoongesteld. Zoals bekend is de enorme bibliotheek, bestaande uit ruim 16.000 boeken, in 156/1657 in Den Haag geveild, en is het heerlijkheidsarchief in Heemstede gebleven, tegenwoordig opgeslagen in de Haarlemse Janskerk, in het Noord-Hollands Archief

Wapenschild Adriaan Pauw en Anna van Ruitenburgh in Oude Kerk Heemstede (foto G.J.Dukker)

Wapenschild Adriaan Pauw en Anna van Ruitenburgh in Oude Kerk Heemstede, gesitueerd boven het grafmonument  (foto G.J.Dukker)

Grafdicht – spotdicht – voor de Heer van Heemstede

Grafdicht voor de Heer van Heemstede, anoniem, uit verzameling Pauw van Wieldrecht, inv.80, Nationaal Archief).

Grafdicht voor de Heer van Heemstede, anoniem, uit verzameling Pauw van Wieldrecht, inv.80, Nationaal Archief).

Transcriptie grafdicht op Adriaan Pauw; door mw. Hester Kerkvliet-Blans.

Transcriptie postuum spotdicht op Adriaan Pauw; door mw. Hester Kerkvliet-Blans.

NOTEN: 1. De onthoofding van koning Karel 1 van Engeland in 1649 vond plaats op gezag van Cromwell. In januari 1649 waren Pauw en Joachimi als buitengewoon gezanten naar Engeland gezonden om te trachten het leven van de koning, de schoonvader van Prins Willem II te redden. Kwade tongen beweerden dat Cromwell hem de bibliotheek van Karel 1 en enige van diens tapijten aanbood in ruil voor goedkeuring van de koningsmoord. 2. Vermoedelijk wordt gedoeld op de verzamelingen van de in 1651 overleden landgraaf James Stanley Derby.

Ontwerp v grafmonument Pauw Oude Kerk Heemstede (NH-Archief Haarlem)

Niet uitgevoerd ontwerp voor grafmonument Adriaan Pauw Oude Kerk Heemstede (NH-Archief Haarlem)

ANWB-monumentenbordje aan de gevel van de Oude Kerk in Heemstede. Nader onderzoek heeft geleerd dat dat niet Rombout Verhulst het grafmonument vervaardigde, maar de Amsterdamse stadstimmerman en -architect Pieter de Keyser (1595-1679), een zoon van Hendrik de Keyser.

ANWB-monumentenbordje aan de gevel van de Oude Kerk in Heemstede. Nader onderzoek heeft geleerd dat dat niet Rombout Verhulst het grafmonument vervaardigde, maar de Amsterdamse stadstimmerman en -architect Pieter de Keyser (1595-1679), een zoon van Hendrik de Keyser.

Bordje met juiste naam van Pieter Keyser als vervaardiger van het grafmonument Adriaen Pauw

Bordje met juiste naam van Pieter de Keyser als vervaardiger van het grafmonument Adriaen Pauw

Grafkelder familie Pauw

Op de achtergrond het bovendeel van de graftombe van Adriaan Pauw en zijn echtgenote. Sinds 1656 wenen boven het grafmonument twee marmeren engeltjes.

kerkheeemstede5gebouw

Oude Kerk Heemstede (foto Jan Teengs, 2016)

kerkeemstede4.jpg

Interieur kerk Heemstede met zicht op het orgel (foto Jan Teengs)

kerkheemstede1.jpg

Interieur Oude Kerk Heemstede met zicht op preekstoel (foto Jan Teengs)

kerkheemstede2

Interieur kerk Heemstede (foto Jan Teengs, 2016)

kerkheemstede3kelder.JPG

Grafkelder Oude Kerk Heemstede (foto door Jan Teengs gemaakt tijdens Open Monumentendag 2016)

Adriaan Pauw die tijdens zijn turbulente leven beslist aan zijn zielenheil moet hebben gedacht liet in het koor van de door hem gestichte Oude Kerk ruimte reserveren ten behoeve van een na zijn dood te vervaardigen grafmonument. Daaronder is een familiegrafkelder aangelegd. Hij kwarn op 21 februari 1653 na een kortstondig ziekbed in Den Haag te overlijden en is na een openbare uitvaardienst in de hofstad eind februari op l maart “in praesentie van zijne kinderen in de kelder van ’t choor in de kerke gedepositeerd” (10). Voordat Adriaan Pauw hier zijn laatste rustplaats had gevonden waren in de grafkelder al vier familieleden bijgezet. Zijn zonen Pieter {ov. 1638) en Reinier (ov. 1652), echtgenote Anna van Ruytenburg, (ov.1648) en schoonzoon Diederik Huygens, heer van Opvoort (ov.1646). Overeenkomstig een testamentaire beschikking is op kosten van de erfgenamen een tombe in het koor gemaakt met de wapens met acht kwartieren en een opschrift met de kwartieren en eretitels van de Heer Adriaan Pauw ” tot meerder luijster van de familie en loffelijke memorie van den geweesene Heer en Vrouwe van Heemstede” (11). Op de uitvoerige inscriptie van de graftombe staat onder zijn echtgenote Anna van Ruytenburg gegrift: “Ende Begraven tot Heemstede op den 10 Novemb. 1648. Dewelcke neffens verscheyden van Hare kinderen En kints-kinderen in de voorschreven grafstede mede Begraven, de Euwige Ruste, alhier Rustende verwachten”. De marmeren graftombe – in 1996 grondig gerestaureerd – werd vermoedelijk vervaardigd door Pieter de Keyser, zoon van de bekende Amsterdamse bouwmeester Hendrik de Keyser (12).

Akte uit het heerlijkheidsarchief, Van Doorninck nummer 385. Enkele namen: Mr.de la Court was eigenaar van Oud-Berkenroede, Catharina Straetmans van Groenendaal, Van Marcelis van de hofstede Duin en Vaart, dr.Herman van Friessen van Zuiderhout en Reinier Brand van Overmeer. Gerrit Cornelis van Bourgondien stamde uit een blekersfamilie. Willem Thomans werkte van 1683 tot na 1698 als schoolmeester en koster. De in Helmond geboren Cornelis Hendrik van Rijp was van 1735 tot zijn overlijden 24 december 1742 predikant van de Kerk. Cornelis Dirks Schoolwijk en Jan. Cl. van Kempen woonden nabij de kerk.

In het heerlijkheidsarchief der gemeente Heemstede bevindt zich behalve een plattegrondtekening van de grafkelder – op 6 juli 1762 vervaardigd evenals een lijst der lijken bijgezet van 1636 (moet zijn 1638) tot 1776 met George Clifford Henrycz. als laatste (13 ). Na diens dood zijn nog 2 zonen van Adriaan Pauw in de grafkelder bijgezet, namelijk Michiel (ov.1658) en Gerard Pauw (ov.1676). Drie andere kinderen vonden elders hun laatste rustplaats: Nicolaas (ov.1640) in Beverwijk, Anna Cornelia (ov.1678) in Den Haag en Adriaan Pauw, heer van Bennebroek (ov.1697) in de door hem gestichte kerk van Bennebroek. Tot 1747 zijn de stoffelijke overschotten alle zeven opeenvolgende ambachtsheren en -vrouwen in de Pauw-kelder bijgezet (14). Voor zover bekend liggen hier in totaal 49 personen, 26 van het mannelijk en 23 van het vrouwelijk geslacht. In totaal twaalf met de familienaam Pauw en vier van het geslacht Pauw geboren Hoeufft. Van de overige aangehuwde familieleden kunnen worden genoemd: Van Marselis (12), Huygens (6), Clifford (2), Van Kinschot (2) en 11 anderen. Namelijk telgen uit de volgende families: Van Ruitenburg. Jonkheyn, Fassijn, Hartighsvelt. Van Bronkhorst, Fagel, Dutry, Fries, Haring, Hoeufft van Buttingen en Muyssart. Het relatief grote aantal telgen uit het geslacht Van Marcelis kan worden verklaard uit het feit dat Frans van Marcelis (1643-1705), die via erfenis de hofstede ‘Duin en Vaart’ verwief, was gehuwd met Adriana Pauw, Vrouwe van Hogersmilde (1653-1713), een kleindochter van ridder Adriaan Pauw. Uit hun huwelijk sproten 9 kinderen van wie er liefst 7 in de Heemsteedse grafkelder hun laatste rustplaats vonden. De wapen- of rouwborden die langs de wanden in de kerk hingen zijn in 1795 op bevel van hogerhand verwijderd. Deze zijn na afbraak van het slot in 1810 helaas opgeruimd. Uniek is dat de historische ontwikkeling van het kerkgebouw op acht dwarsbalken is vastgelegd.

Plattegrond van de graven buiten het koor van de Oude Kerk in Heemstede (NH-Archief, Haarlem)

Plattegrond van de graven buiten het koor van de Oude Kerk in Heemstede (NH-Archief, Haarlem)

Tekening van opmeting grafkelder familie Pauw uit 1762 (Noord-Hollands Archief, via Cees Fortgens).

Tekening van opmeting grafkelder familie Pauw in de Oude Kerk te Heemstede uit 1762 De trap leidt naar de hoofdnis. Daaromheen 2 nissen aan de ene (linker) kant  en 2 nissen aan de andere ofwel rechterzijde.  (atlas Noord-Hollands Archief, via Cees Fortgens).

Begravenen in de grafkelder van Pauw te Heemstede (Uit: De Hervormde Kerk te Heemstede 1622/1925-1975/1977, pagina 29).

Begravenen in de grafkelder van Pauw te Heemstede (Uit: De Hervormde Kerk te Heemstede 1622/1925-1975/1977, pagina 29). Onvermeld zijn:  1)  een Kinderkistje met een 2 dagen oud geworden dochter van ambachtsheer J.D. Pauw geboren Hoeufft, 1789. Eerder is op 30 oktober 1787 het stoffelijk overschot van 2)  Henry Clifford, zijnde heer van Hogersmilde,  bijgezet. De laatste persoon die een plaats vond in de grafkelder is 3) Jan Diderik Pauw, geboren Hoeuft, ambachtsheer van Heemstede (tevens van Rietwijk en Rietwijkeroord, Buttingen en Zandvoort) van 1748 tot 1792. Overleden op 23 januari en 28 januari begraven, zoals vermeld op een deksel.

 

 

reinier.png

De lijst van 1977 is terecht gewijzigd ten aanzien van inventarisnummer Van Doorninck, nummer 389, waarin onder 1636 als eerste overledene bijgezet in grafkelder wordt genoemd Reinier Pauw, heer van Nieuwerkerk etc. Hij was een zoon van Adriaan Pauw en is pas 17 december 1652 begraven in de Pauw-familiekelder.

Nieuwe correctie op bovenstaande lijst: Gabriel van Marselis is niet in 1723 maar in 1708 te Haarlem overleden. Echter zijn broer Michaël van Marselis, geboren op 5-12-1684, zoon van Frans van Marselis en Adriana Alphonsa Pauw. Hij is in 1723 overleden in Amsterdam en naar mag worden aangenomen begraven in de grafkelder van de Oude Kerk te Heemstede, evenals zijn dochter Adriana Maria van Marselis (1734 of 1735) en zoon Reinier van Marselis (1758), echter niet zijn in 1758 overleden weduwe Hillegonda Christina van Kuyck, die blijkens overgeleverde akten in Heemstede (de Glip) woonachtig was.

De oudste zoon van Adriaan Pauw en diens eerste echtgenote Anna Seys (in 1607 overleden) was Nicolaas Seys Pauw. Die ontving van zijn vader de titels heer van Bennebroek en Oosterwijk en woonde op kasteel Oosterwijk in Beverwijk. Hij was meesterknaap van de wildernissen van Holland en West-Friesland.  Huwde in 1630 met jonkvrouw Anna van Lockhorst. Na een echtscheiding en met een zwakke gezondheid is hij in 1638  kinderloos overleden en in de kerk van Beverwijk begraven.

Nicolaas Seys Pauw, overleden in 1639. Twee jaar voordien had hij, nog zonder nageslacht, nota bene 4 graven in de oude kerk van Beverwijk gekocht, 3 'in een kelder op onse lieve vrouwe choor' en 1 bij de ingang van de kelder. (foto RKD, Iconografisch Bureau)

Nicolaas Seys Pauw, overleden in 1639, geschilderd door Jan van Ravesteyn. Twee jaar voordien had Nicolaas, nog zonder nageslacht, nota bene 4 graven in de oude kerk van Beverwijk gekocht, 3 ‘in een kelder op onse lieve vrouwe choor’ en 1 bij de ingang van de kelder. (foto RKD, Iconografisch Bureau)

Lokhorst

Anna van Lockhorst, in 1630 gehuwd met Nicolaas Pauw, in 1634 geportretteerd door Jan van Ravesteyn (RKD, iconografisch bureau)

Als eerste is Pieter Pauw (1611- 12 oktober 1637 [datum 1638 op lijst vermoedelijk onjuist] in de familie-grafkelder Pauw begraven. Hij studeerde in Leiden, benoemd tot edelman van de Franse koning, werd hij kapitein niet in dienst van de Fransen maar van de Staten van Holland. Hij overleed kinderloos.

Portret van Pieter Pauw, door Jan van Teylingen (foto RKD)

Portret van Pieter Pauw, door Jan van Teylingen (foto RKD, iconografisch bureau)

De tweede begrafene in de grafkelder is Diederik Huygens in 1646. Die was getrouwd net Anna Cornelia Pauw, dochter van Adriaan Pauw en Anna van Ruytenburg. Hij overleed in Den Haag en was in leven heer van Opvoorst en commandant van Arnhem, en van Breda, kolonel van een regiment Waalse voetknechten en was zoon van de Arnhemse burgemeester Willem van Opvoorst en van Wilhelmina Tulleken. Dan volgt op 3 november 1648 de (tweede) echtgenote van Adriaan Pauw: Anna van Ruytenburg, uit welk huwelijk zes kinderen zijn gesproten, allen geboren in Amsterdam. Anna van Ruytenburg is met het oog op de Vrede van Munster nog in 1647 of 1648 geportretteerd door Gerard ter Borgh, zij was toen ziekelijk en is met een vale kleur in het gezicht afgebeeld. Zij stamde uit een vooraanstaand geslacht uit Vlaardingen, haar broer is als luitenant naast kapitein Banning Cocq afgebeeld op de Nachtwacht van Rembrandt. 17 december 1652 is het stoffelijk overschot van Reinier Pauw, baljuw en dijkgraaf van Amstelland en gehuwd met Adriana Jonckheyn, uit welk huwelijk 14 kinderen zijn geboren. Deze Adriana Jonkheyn is 24 maart 1656 in de Heemsteeedse familie-grafkelder ter aarde besteld. Daarvoor was Adriaan Pauw, heer van Heemstede en nog een aantal heerlijkheden in op 1 maart 1653 in familiekring begraven, na op 21 februari daaraan voorafgaande in zijn Haagse residentie te zijn overleden. In functie als raadpensionaris en midden in de tweede Engelse oorlog. Op 29 december 1658 volgde de zoon  Michiel Pauw, geboren in 1617. Hij was heer van Oosterwijk en Hogersmilde, aanvankelijk page van prins Frederik Hendrik en vervolgens  kapitein bij het Noord-Hollands regiment (1638), later kapitein van een compagnie gardes (1654), is in 1652 gehuwd met Maria Fassin (in 1665 te Heemstede begraven).  Zie geschilderd gezinstafereel en het Huis te Heemstede door Jan Mijtens onderaan deze bijdrage. In 1676 is Gerard Pauw, opvolger van zijn vader als Heer van Heemstede etc. sinds 1653 in de grafkelder bijgelegd na in ‘s-Gravenhage te zijn overleden waar hij sedert 1652 raad en rekenmeester was in de Rekenkamer der Graaflijkheidsdomeinen van Holland en West-Friesland. Voorts was hij hoofdingeland van Delfland, in 1645 in Rotterdam gehuwd met Agatha van Harthigsveld. die in 1697 in de grafkelder van Pauw een plaats kreeg. De laatste telg in het mannelijk geslacht Pauw en in de familie-grafkelder begraven is Adriaan Pauw, in 1669 geboren en op 29 juni 1745 te Amsterdam overleden en 3 juli in Heemstede bijgelegd. Zoon van Gerard pauw en kleinzoon van Adriaan Pauw, ambachtsheer van Heemstede etc. Zijn interesse ging uit naar spirituele zaken, met name het piëtisme sprak hem aan en hij was bevriend met de Duitse theoloog Gerard Tersteegen. Voor een artikel over hem, zie: https://ilibrariana.wordpress.com/2012/04/13/zielzorger-gerhard-tersteegen-als-zielzorger-van-adriaan-pauw/

Zoals bekend is de jongste zoon van Adriaen Pauw, heer van Heemstede etc, ook Adriaan geheten, president in het Hof van Holland, en als heer van Bennebroek stichter van de kerk aldaar, is deze in 1697  begraven in de Bennebroekse grafkelder.

Verschillende telgen uit de (aangetrouwde) familie Marselis/Marcelis zijn in de Heemsteedse grafkelder begraven. Voorts, nadat een kleindochter van Adriaan Pauw en dochter van Gerard Pauw Agatha Pauw (1656-1698) huwde met Johan Diederik Hoeufft is de naam Pauw geboren Hoeufft aangenomen en zijn verscheidene nazaten in de grafkelder opgenomen. Als laatste een jonggestorven meisje in 1792. In 1793 gingen de heerlijkheden Heemstede en Rietwijk over in handen van een niet-familielid, namelijk Johanna Maria Dutry.

Naamschildje Anthony Clifford, 1753 in grafkelde Pauw Oude Kerk Heemstede

Naamschildje Anthonia Clifford, in 1753 overleden en eerst in de Waalse kerk te Amsterdam begraven, vervolgens juni 1762 is het stoffelijk overschot naar Heemstede overgebracht en in de Pauw-grafkelder van de Oude Kerk Heemstede bijgezet.

Onder: foto van de grote restauratie van de Oude Kerk in 1938:

Scan1639

natuur

Bij het verwijderen van de houten vloer, in 1938 tegelijk met de banken aangebracht, kwam een circa 1400 kilo zware natuurstenen sluitsteen te voorschijn die met een speciaal hijswerktuig is gelicht. Daaronder ligt een stenen trap die naar de grafkelder Pauw leidt (foto STOK). Boven de weer gesloten grafkelder is het in 1656 geplaatste grafmonument blijvend zichtbaar.

De sluitsteen nar de Pauwe-grafkelder is in de 17e en 18e eeuw enige tienallen keer opgetild, daarna in 1938 en ten slotte in 2015 (foto Frans van Lavieren)

De sluitsteen naar de Pauw-grafkelder is in de 17e en 18e eeuw enige tientallen keer opgetild, daarna in 1938 en ten slotte in 2015 (foto Frans van Lavieren)

Restant van kinderkistje, dochter van ambachtsheer Jan Diderik Pauw geboren Hoeufft ,1789.

Restant van kinderkistje, dochter van ambachtsheer Jan Diderik Pauw geboren Hoeufft ,1789, in grafkelder familie Pauw, Oude Kerk Heemstede. De baby is al twee dagen na de geboorte overleden.

Rechts het kinderkistje in nis grafkelder Pauw Oude Kerk Heemstede

Rechts het kinderkistje in nis grafkelder Pauw Oude Kerk Heemstede

Bericht over restauratie Oude Kerk Heemstede, uit: Het Vaderland, 2-11-1938

Bericht over restauratie Oude Kerk Heemstede, uit: Het Vaderland, 2-11-1938

Over de restauratie en verbouwing van de kerk is weliswaar gepubliceerd in het in 1977 verschenen gedenkboekje ‘De Herbvormde Kerk te Heemstede 1622 1625-195 1977’, nochtans daarin niet gerept over wat in de zomer 1938 geopende grafkelder Pauw – voor het eerst sinds 1792 toen ambachtsheer Jan Diderik Pauw als laatste in de familiekelder is begraven –  werd aangetroffen. Toch heeft de restauratiearchitect Harm Korringa in een dagboek een globaal verslag gegeven van de werkzaamheden. ‘Van de kisten in de kelder was weinig meer intact, vloer en wanden waren nogal vochtig.’ Op 20 juli is de grafkelder onderzocht in aanwezigheid van dominee G.A.Barger, bestuurder H.Voors  en begrafenisondernemer Oosterhoorn. ‘In de kelder heerste de grootste wanorde. In de nis onder het monument waren 3 kisten waarop 3 kinderkistjes. Hoewel 2 kisten van zeer zwaar eikenhout waren vervaardigd waren ze totaal vergaan en in elkaar gezakt. Bij nader onderzoek bleek dat we hier niet te doen hadden met de kist van Pauw zooals op het monument staat, doch van een latere generatie. De andere kisten waren niet te identificeren.’ . Zoals uit een kaart van 1762 bekend zijn er 4 nissen en ook daar was de chaos groot. Soms ontbraken deksels of lagen beenderen op een vergane kist, slecht leesbaar geworden koperen platen en losse hengsels. Anja Kroon schrijft: ‘Rechts van de hoofdnis had men in het verleden resten van kisten en vele skeletten opgestapeld, zoals Korringa vermoedde ‘om ruimte te krijgen in de andere nissen’. Als oorzaak van de deplorabele staat vermoedde Korringa het dichtmetselen van de ventilatieopeningen in de noord- en zuidmuur bij het herstellen van de plinten in het verleden.’ Niet meer dan zeven koperen naamplaatjes zijn aangetroffen, Adriaan Pauw en diens echtgenote Anna van Ruytenburgh waren daar helaas niet bij, de andere zijn kennelijk met de vermolmde kisten verloren gegaan, Op 22 juli noteerde Korringa: ‘Kelder door anderen opgeruimd en schoongemaakt’. Nog geen week later is gestart met het storten van de betonvloer in de kerk. Mr. Reinier ridder Pauw van Wieldrecht – in een zijlijn familie van Adriaen Pauw – van beroep burgemeester van Leersum en sinds 1937 kamerheer van koningin Wilhelmina – is erbij gehaald en met zijn toestemming zijn de stoffelijke resten verzameld en in (slechts) twee kisten samengebracht, aldus een achtergelaten koperen plaatje, gedateerd augustus 1938. Ten slotte is de afdekplaat, een zware stenen sluitsteen,  zodanig geplaatst dat deze later weggenomen kon worden wat in 2015 is gebeurd.

Hans Krol en 'kerkvader' Pieter Burghoorn sluiten de grafkelder van Pauw in de Oude Kerk Heemstede provisorisch af, 28 mei 2015

Hans Krol en kerkbeheerder  Pieter Burghoorn (links) sluiten met een houten plank de grafkelder van Pauw in de Oude Kerk Heemstede provisorisch af, 28 mei 2015

Scan1547

De voorzitter van het bestuur Stichting Oude Kerk (STOK), de heer Piet Scheele,  vertelde het Haarlems Dagblad 6 mei 2015 dat de kisten na de vondst niet zijn geopend en dat melding is gedaan aan de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Oktober 2015 heeft de feestelijke heropening plaatsgehad van de nieuwe Oude Kerk Heemstede

De zware stenen sluitsteen ofwel afdekplaat, die via een trap toegang geeft naar de grafkelder Pauw in 2015 voor het eerst sinds 1938 gelicht

De zware stenen sluitsteen ofwel afdekplaat, die via een trap toegang geeft naar de grafkelder Pauw in 2015 voor het eerst sinds 1938 gelicht

Toegang grafkelder Familie Pauw in Oude Kerk Heemstede (Wikipedia)

Toegang grafkelder Familie Pauw in Oude Kerk Heemstede (Wikipedia)

In 1938 voor het laatst is bij de restauratie van 2015 de grafkelder nogmaals geopend door de sluitsteen op te hijsen. Bijgaand een foto van de kelder van de Heemsteder, 5 mei 2015

In 1938 voor het laatst is bij de restauratie van 2015 de grafkelder Pauw in de Oude Kerk wederom geopend door de afdeksteen te lichten. Aangezien de kisten in augustus 1938 waren vergaan zijn toen enige van de aanwezige stoffelijke resten in twee kisten samengebracht in overleg met nazaat mr.R.Ridder Pauw van Wieldrecht . Verder bevinden zich in de grafkelder restanten van een kist met opschrift ‘een kinderkistje’ uit 1789, enkele metalen naamplaatjes en een stapel metalen handvatten. Bijgaand een foto van de kelder  (de Heemsteder, 5 mei 2015).

De hengsels van de vermolmde kisten zijn in 1938 bewaard gebleven.

De hengsels van de vermolmde kisten zijn in 1938 bewaard gebleven…….

Enkele van de bewaarde naamschildjes die op de oorspronkelijke doodskisten waren aangebracht

Enkele van de bewaarde naamschildjes die op de oorspronkelijke doodskisten waren aangebracht, onder wie Henry Clifford (begraven in 1776)

Geschilderd portret van Henty Clifford (was gehuwd met Adriana Margaretha van Marselis), door Jean Humbert, gedateerd 1763. (TKD, Iconografisch bureau - portret in particuliere collectie)

Geschilderd portret van Henry Clifford (was gehuwd met Adriana Margaretha van Marselis), door Jean Humbert, gedateerd 1763. (TKD, Iconografisch bureau – portret in particuliere collectie)

In 1938 aangebrachte plaquette in grafkelder Pauw van de Oude Kerk Heemstede.

In augustus 1938 aangebrachte plaquette in grafkelder Pauw van de Oude Kerk Heemstede.

POST SCRIPTUM: grafkeldertje (nis) families Marcelis en Roest van Alkemade? Anja Kroon vond in het kerkarchief volgende opmerkelijke notitie van restauratiearchitect Harm Korringa, gedateerd 13 juli 1938 als zou nog sprake zijn van een apart grafkeldertje voor de families Marcelis en Roest van Alkemade.

Korringa1

Over Roest schreef ik al uitvoerig in o.a. ‘De familie Marcelis in relatie tot Heemstede…’, ten aanzien van de familie Roest van Alkemade, in de 18e eeuw bewoners van hofstede ’t Klooster neem ik onderstaand de gegevens over van F.R.Hazenberg, uit zijn ‘Landgoed Hageveld Heemstede, 2011. Overigens wordt geen Roest van Alkemade vermeld in de officiële lijst van begraven personen in de Pauw-grafkelder en was er in tegenstelling tot bij van Marcelis geen directe familierelatie.

Scan1543

Scan1545======================================================

Nota Bene Niet begraven in Heemstede is ridder Michiel Pauw (1590-1640) maar in Amsterdam op 24 maart 1640. Hij was ambachtsheer van Achttienhoven, was mede-oprichter en bewindhebber van de West-Indische Compagnie (WIC) en is bekend geworden als stichter van de kolonie Pavonia (tegenover het fort Amsterdam aan de oostzijde van de Hudsonrivier in Nieuw Amsterdam). Met zijn vader Reinier Pauw, mede-oprichter van de Compagnie van Verre (voorloper van de VOC en 8 x burgemeester van Amsterdam) aevenals met zijn broer Adriaan onderhield hij vanaf 1614 een handel op Moscovie. In 1638 liet hij naar een ontwerp van de bekende architect Philip Vingboons in 1638 het grachtenhuis Herengracht 168 bouwen met in de top van de voorgevel het heraldisch wapen van de familie Pauw.

Tekening door Vingboons van het koopmanshuis Herengracht 168, ontworpen in opdracht van Michiel Pauw

Tekening door Vingboons van het koopmanshuis Herengracht 168, ontworpen in opdracht van Michiel Pauw

Herengracht 168 nu. Helaas is het blazoen van Pauw in de loop van de jaren weggesleten.

Herengracht 168 nu. Helaas is het blazoen van Pauw in de loop van de jaren weggesleten.

P.S. In het Adelsboek, deel 1 (zie literatuuropgave) worden door H.Koenen de volgende telgen uit het geslacht Pauw genoemd, als zijnde begraven in de grafkelder van de Oude Kerk te Heemstede: Adriana van Marselis (pagina 147), Adriaan Pauw (pagina 188), Anna van Ruitenburg (pagina 189), Diederik Huyghens (pagina 194), Reinier Pauw (pagina 205), [Reinier Pauw (1676-1677], Hendrik Pauw (pagina 214), Abigail Fagel (pagina 214), Gerard Pauw (pagina 215), Agatha van Hartighsvelt (pagina 216), Adriaan Pauw (ov.1645) (pagina 220), [Ignatia Paets, pagina 220], Sara Fries (pagina 222), Johan Pauw (pagina 223).

Tot 1829 geen katholiek kerkhof

“Bedenk de menselijke broosheid, onbestendigheid en veranderlijkheid en dat a! het wereldse sterft, uergaat, wegkwijnt, weggevoerd wordt en niets bestendig of duurzaam is”. Aldus de Nederlandse vertaling van een (verdwenen) Latijnse inscriptie in de Grote Poort op het buitenplein van het Huis te Heemstede. Van zegge en schrijve één plaatsgenoot uit de Middeleeuwen is tot op de dag van vandaag zijn graf bewaard gebleven. De in Vlaanderen geboren Engelbert van Heemstede was een zoon van Roeland le Fèvre alias Van Heemstede en Hadewy van Heemstede. Hij ambieerde een kerkelijke loopbaan en bracht het tot proost (=hoofd) van de Sint Servatiuskerk in Maastricht. Op 6 november 1539 overleden zijnde, is hij in de middenbeuk van deze kerk begraven onder een grote steen met veel brons. Op een koperen plaat is Engelbert met een gedicht geëerd als ‘Inclytus Hemstedius” (= beroemd Heemsteder) (15). Ronduit tragisch was het leven van Arnoldus Johannes, bijgenaamd de Eremiet. Als slachtoffer van de heer van Lumey, aanvoerder van de watergeuzen, is deze martelaar voor het geloof l november 1572 op Heemsteeds grondgebied, na eerst het mannelijk lid te zijn afgesneden, op gruwelijke wijze vermoord. Omdat het niet was toegestaan hem in de Maria-kapel te begraven is hij naar Noordwijkerhout overgebracht en in de kapel van Langeveld ter aarde besteld (16). De monniken van het Bernardietenklooster ‘Porta Coeli’, gesticht in 1457 en rond het Beleg van Haarlem opgeheven, zijn bij de abdij begraven. In de nacht van 8 op 9 juli 1573 is een hevige strijd gevoerd tussen Spanjaarden en Hollandse troepen, die minstens 700 dodelijke slachtoffers eiste. De lijken zijn in de duinen begraven (17), Een postuum eerbetoon is de in 1817 door professor D.J.van Lennep opgerichte gedenknaald op de hoek van de Manpadslaan en de Herenweg. Heemstede heeft altijd een katholieke meerderheid gehad en behouden. De blekerijen trokken veel seizoenarbeiders uit Brabant en Limburg die hier trouwden en bleven wonen. Na de Reformatie kwam men bijeen in schuilkerken. In 1694 heeft men in ook voor de bewoners van Heemstede in het ambacht Berkenrode een statie opgericht met (houten) bedehuis en kleine pastorie. In 1817 is een nieuw kerkgebouw ingewijd, dat 20 jaar later werd vergroot. Katholieken, ook de priesters, konden in Heemstede enkel begraven worden op het protestantse kerkhof. Pastoor C.J.Leenders (overleden in 1828) heeft tevergeefs enkele pogingen ondernomen een eigen katholiek kerkhof te vestigen. De gemeente Heemstede, het bestuur van Berkenrode en het Provinciaal bestuur weigerden echter, met als motief dat ook katholieken gebruik moesten maken van een gemeenschappelijke begraafplaats, zoals de protestantse en katholieke kinderen in die tijd ook op één school zaten. Uit protest kocht hij een graf in Vogelenzang dat sinds enige jaren wél over een eigen katholiek kerkhof beschikte. De tijden veranderden ten gunste van de katholieken en is onder pastoor Adrianus van der Weyden een eigen katholiek kerkhof tot stand gekomen.

Tot besluit: een qua inschrift belangwekkende grafsteen met jaartal 1827 van Jacob Abraham van Lennep afkomstig van de buitenplaats Meer en Berg (19) heeft een plaats gekregen op de Algemene Begraafplaats.

Grafsteen Jacob Abraham van Lennep van Meer en Berg, overgebracht naar de cultuurhistorische grafstenentuin van de algemene begraafplaats in Heemstede

Grafsteen Jacob Abraham van Lennep van Meer en Berg, overgebracht naar de cultuurhistorische grafstenentuin van de algemene begraafplaats in Heemstede

Bronnen/literatuur

  • Noord-Hollands Archief, Haarlem.
  • – Adelsboek. Jaarboek van den Nederlandschen Adel  1ste jaargang, 1900. Redacteur D.G.van Epen. Scheveningen-Brussel, Heraldisch-Genealogisch Archief. Genealogie Pauw, door H.Koenen, p. 114-262.

– Dolleman. Verhaal van al het geen merkwaardig is voorgevallen en omtrent de Heerlijkheid van Heemstede. Chronologische opsomming tot 1863 in handschrift.

– P.N.van Doorninck. Inventaris van het archief van de Heerlijkheid Heemstede. Haarlem, 1911.

  • Genealogische en heraldische gedenkwaardigheden in en uit de kerken der provincie Noord-Holland. Beschreven door mr.P.C.Bloys van Treslong Prins en mr.J.Belonje. Deel III (Heemstede).  Utrecht, Oosthoek, 1929.

– B.J.van Houten. Gedenkboek bij gelegenheid van het twee honderd en vijftig jarig bestaan van de St.Bavo parochie te Heemstede (Berkenrode). 1944.

-Anja Kroon. De grafkelder van Adriaan Pauw. In: Heerlijkheden, nummer 166, 2015, p.14-21.

Noten

(1) Hendrik van Hovijne, heer van Heemstede, is op 24 november 1617 in Den Haag overleden. Hij ligt begraven in de Grote Kerk aldaar en op zijn zerk prijkt zijn familiewapen. Dit graf is op 2 maart 1618 door zijn weduwe gekocht en op l augustus 1622 op naam gesteld van Adriaan Pauw “Zoo is ’t zelve altoos aan den Huyse van Heemstede annex gebleven” (Dolleman, pagina 64). Zie ook: M.G.Wildeman. De grafboeken van de Groote of Sint Jacobskerk te ‘s-Gravenhage. ‘s-Hertogenbosch, 1898, pp. 16-17.

(2) Dolleman, pagina 95.

(3) Dolleman, pp. 100-101.

(4) Van Doorninck. Nummer 389.

(5) Van Doorninck. Nummer 385. Met de aanbouw van het Noorder Kruyspant konden ongeveer 20 extra zerken geplaatst worden.

(6) Dolleman, pagina 115.

(7) G.van Duinen. Geschiedenis van het onderwijs in Heemstede. Deel 1. Heemstede, VOHB, 1953, pagina 7.

(8) G.van Duinen. Heemstede in de Franse Tijd. VOHB, 1956, pp. 68-69.

(9) Zie ook: Genealogische en heraldische gedenkwaardigheden in en uit de kerken der provincie Noord-Holland. Beschreven door mr.P.C.Bloys van Treslong en mr.J.Belonje. Deel 111, Utrecht, 1929, pagina 267.

(10) Dolleman, pagina 190.

(11) Dolleman, pagina 194.

(12) Zeker niet door Rombout Verhulst, zoals abusievelijk vermeld op het ANWB-monumentenbordje. Op een bordje bij het grafmonument staat wel Pieter de Keyser vermeld. Zie: F.T.Scholten. Het grafmonument. In: Nieuwsbrief VOHB, nummer 44, mei 1985, pp.27-31.

(13) Van Doorninck. Nummer 389. Hierbij zijn enkele namen door elkaar gehaald. Reinier (ov.1636), moet zijn 1652. Ook Adriaan Pauw, heer van Nieuwerkerk, ov.1679 kan niet kloppen. Deze Adriaan is immers tot groot verdriet van zijn gezin in 1664 met de noorderzon naar Oost-Indië vertrokken en daar spoedig overleden.

(14) Niet meer de volgende ambachtsheer Johan Diderik Pauw geboren Hoeufft, overleden op 23 januari 1792, van wie wél een wapenbord in de kerk is opgehangen. Dolleman beweert overigens in zijn boek over de geschiedenis van Heemstede op pagina 318 dat J.D.Pauw in het familiegraf te Heemstede is begraven. De genealogie van het geslacht Hoeufft, gebaseerd op authentieke stukken, vermeldt slechts “begraven te Heemstede den 28sten Jan.”.

(15) Zie: Nieuwsbrief VOHB, 45, augustus 1985, pp.13-15.

(16) Zie: Nieuwsbrief VOHB, 52, mei 1987, pp. 14-16. De priester B.J.van Houten merkte op: “Aan de eerbied, waarmee zij (=Heemsteders) het lijk (van Arnoldus) behandelen zien wij nogmaals hun gevoelens ten opzichte van het oude geloof” (pagina 14). De kapel van Langeveld is overigens al in de 19e eeuw afgebroken.

(17) Uit een resolutie van 11 mei 1576 blijkt dat vrijwel geheel Heemstede was geruïneerd. Niet enkel het klooster, de kerk en pastorie, molen bij het Spaarne en het Huis te Berkenrode – Het Huis te Heemstede kwam ongedeerd uit de strijd. De bewoners van de dorpen rond Haarlem die in kelders en hutten leefden vroegen (en verkregen) protectie van de Staten van Holland voor hun schamele goederen en beesten, (resolutie in KB-DenHaag, signatuur 402 A 1-176, den 11 Mey 1576). Een jaar later verliet het Spaanse garnizoen de Spaarnestad. Spoedig braken betere tijden aan met de vestiging van blekerijen in Heemstede en Bennebroek.

(18) Uit 1854 dateert het eerste lokale geschiedenisboek ‘Heemstede’, geschreven door (katholiek) onderwijzer H.H.B.Binnewiertz. Deze schrijft op pagina 6: “De gewezene buitenplaats van den Heer Feys is in eene welgelegene en sierlijke begraafplaats veranderd.” Op het protestantsche gedeelte vindt men eene keurig uitgewerkte marmeren graftombe van het eenig zoontje van de baron Verschuur; op het Roomsch-Katholieke gedeelte is eene kapel, en treft men onde anderen aan, de grafzerk van den jubilaris J.J.Tielen, deken van Kennemerland en Pastoor van Berkenrode, Heemstede en Bennebroek. Pastoor Tielen is hier als eerste – en enige priester van Berkenrode begraven. In augustus 1906 is bij een hevig onweer de grafzerk verbrijzeld, inclusief de kist “terwijl de beenderen met de resten van de kist door elkaar verspreid lagen” Dankzij de zorgen van toenmalig pastoor Henricus IJzermans zijn de stoffelijke resten met een kistje geborgen en vervolgens bijgezet in het priestergraf van kerkhof Berkenrode. Over dit kerkhof, zie: B.J.van Houten , pp. 74-75 en 80.

(19) Zie: Oud-Heemstede-Bennebroek, nummer 94, oktober 1997, pp.204-205.

Schilderij door Jan Mijtens met een afbeelding van Michiel Pauw *1617-1858) - broer van Adriaan Pauw - en echtgenote Anna Maria Fassin (1625-1668) en hun twee oudste kinderen Adriana (1652-1713) en Johan (1653-1686) met op de achtergrond het kasteel van Heemstede. Alle 4 personen zijn na hun overlijden begraven in de familie-grafkelder van de Oude Kerk. [In het verleden meende men lange tijd dat de oudste broer van Michiel: Gerard Pauw (1615-1676) en zijn echtgenote en kinderen waren afgebeeld.

Schilderij door Jan Mijtens met een afbeelding van Michiel Pauw (1617-1858) – broer van Adriaan Pauw – en echtgenote Anna Maria Fassin (1625-1668) en hun twee oudste kinderen Adriana (1652-1713) en Johan (1653-1686) met op de achtergrond het kasteel van Heemstede. Alle 4 personen zijn na hun overlijden begraven in de familie-grafkelder van de Oude Kerk. [In het verleden meende men lange tijd dat de oudste broer van Michiel: Gerard Pauw (1615-1676) en zijn echtgenote en kinderen waren afgebeeld].

P.S. Genealoog mr.H.J.Koenen die een genealogie van het geslacht Pauw samenstelde (gepubliceerd in Adelsarchief, Scheveningen-Brussel, Heraldisch Genealogisch Archief (directeur/redacteur D.G.van Epen), 1900), ontdekte dat het 8ste graf in de Groote of Sint Jacobskerk toebehoorde aan de Heere Adriaen Pauw, heere van Heemstede etc. Dit graf werd na zijn dood geërd door zoon Gerard Pauw als oudste zoon en leenvolger. Het niet gebruikte graf ging over aan volgende ambachtsheren. (…).”Den 28e November 1674 bij d’Heer van Heemstede doch op desselfs naem verboecken. Dit graff op den 26 September 1710 behoudens een ieders ander reght gesteld ten name van de Heer Gerard Pauw geboren Hoeufft, Heere van Heemstede als sustineerende den eygendom van dien syn Ed. te competeeren uyt krachte van de codicillaire  dispositie van vrouwe Agatha Hartighsvelt, Vrouwe van Heemstede in haar leven weduwe van de Hr. Gerard Pauw, Heere van Heemstede, syn grootmoeder in dato den 15 April 1696, volgens extract daer uyt door den Notaris Tamish de Jongh en seekere getuygen op het sloth van Heemstede gepasseert, ten comptoire geëxhiteert enz.’. 

===========

Een broer van Adriaen Pauw, heer Van Heemstede, REINIER PAUW (1591-1676, Heer van ter Horst, Rijenburg, (Teylingerbosch) en Canisse is begraven in de Nieuwe Kerk aan het Spui in Den Haag. In een in 1976 verschenen boekje is hierover het volgende beschreven: ‘Mr.Reynier Pauw, broer van Adriaen, legde als voorzitter van de sociëteit op 23 augustus 1649 de eerste steen van de Nieuwe Kerk te ‘s-Gravenhage. De inwijding van de kerk vond plaats in 1656. In de vloer van de kerk bevinden zich 200 hardstenen zerken. Daaronder waren bij de bouw van de kerk grafkelders aangelegd. De kerk verhuurde of verkocht drie graven en heel wat notabelen en bestuurders vonden hier hun laatste rustplaats. Zo ook mr.Reinier Pauw, die toen hij in 1676 overleed werd in de kerk begraven. Zijn grafsteen is bewaard gebleven en bij de restauratie van 1970-1976 ingemetseld in de wand van de foyer onder de kerk. Na de dood van Reinier Pauw is in de Nieuwe Kerk op de muur tegenover de preekstoel een marmeren gedenksteen aangebracht, die aan de eerste-steenlegging herinnert. Begin 19e eeuw is deze gedenksteen verplaatst naar de muur boven de preekstoel.

De Nieuwe Kerk aan het Spui in Den Haag, waar Reinier Pauw in 1676 is begraven.

De Nieuwe Kerk aan het Spui in Den Haag, waar Reinier Pauw in 1676 is begraven.

Tekening uit de 17e eeuw. Op de plattegrond staan de grafzerken aangegeven.

Tekening uit de 17e eeuw. Op de plattegrond staan de grafzerken aangegeven.

Bericht uit de Heemsteedse Krant betreffende grafkelders in de Nieuwe Kerk Den Haag , 8-1-1986

Bericht uit de Heemsteedse Krant betreffende grafkelders in de Nieuwe Kerk Den Haag , 8-1-1986

GRAFKELDER VAN ADRIAAN PAUW IN DE HERVORMDE KERK  TE BENNEBROEK

Nadat Adriaan Pauw (jr.), zoon van Adriaan Pauw, in 1653 officieel de titel verwierf van Heer van Heemstede nam hij het initiatief tot de bouw van een  een kerkgebouw in het afgesplitste  Bennebroek. Pas in 1602 kon inwijding van het kerkgebouw plaatsvinden. Maarten Verkaik schreef dat de familiegrafkelder Pauw voor het eerst voor bijzetting is gebruikt toen dochter Anna Catharina Sohier de Vermandois, kleindochter van de Bennebroekse Adriaan Pauw, op vijftienjarige leeftijd overleed. Zij is op 22 mei 1687 in de kelder bijgezet. Na haar zijn  behalve Adriaan Pauw Jr. in 169tot 1816 nog 16 familieleden in de grafkelder begraven.

 

Koperen lezenaar (1682) met het wapen van Adriaan Pauw Jr. en de keten van zijn ridderorde van Sint Michaël, Kerk Bennebroek (foto. M.Verkaik)

Koperen lezenaar (1682) met het wapen van Adriaan Pauw Jr. en de keten van zijn ridderorde van Sint Michaël, Kerk Bennebroek (foto. M.Verkaik)

Spiegelmonogram A P en C (Adriaan en Cornelia Pauw) in het doophek boven de grafkelder in de Hervormde Kerk te Bennebroek (foto M.Verkaik)

Spiegelmonogram A P en C (Adriaan en Cornelia Pauw) in het doophek boven de grafkelder in de Hervormde Kerk te Bennebroek (foto M.Verkaik)

GRAFKELDER IN DE HERVORMDE KERK VAN BENNEBROEK. Bijlage 1 uit 'Het Huis te Bennebroek en z'n bewoners' door Maarten Verkaik

GRAFKELDER IN DE HERVORMDE KERK VAN BENNEBROEK. Bijlage 1 uit ‘Het Huis te Bennebroek en z’n bewoners’ door Maarten Verkaik. In opdracht van Arnoud David Willink is in 1846 nog een tweede grafkelder voor leden van de familie Willink gebouwd onder de consistoriekamer achter de Hervormde kerk van Bennebroek.

Entree naar grafkelder van de Heren van Zandvoort

grafzandvoort.jpg

Toegang tot kapel met grafkelder van de Heren van Zandvoort in de kerk te Zandvoort, 1842 (tekening in Rijksmuseum Amsterdam)

Hans Krol