Tags

De Heemsteedse schilderswijk in oorlogtijd

Deze vooroorlogse woonwijk in Heemstede is voor een groot deel gelegen op de plaats van de oude hofstede Bronstee (1), al in de 17e eeuw een grote bezitting die zich uitstrekte van de Bronsteeweg tot het Spaarne. Lange tijd gold Bronstee als het trotse eigendom van veelal Amsterdamse kooplieden en magistraten. De overgrootvader van de in de Verenigde Staten bekende evangeliste Corrie ten Boom werkte hier als tuinman. In 1856 is het huis van buitenplaats Bronstee gesloopt. Dertien jaar daarvoor waren de 2 (pacht)boerderijen verkocht aan respectievelijk Jan van den Berg met circa 19 bunder land in de Schouwbroekerpolder en aan Govert van den Aardweg de andere hoeve met ruim 20 bunder grond. De tuinmanswoning is later in het bezit gekomen van bollenkweker Nicolaas Roozen. Tijdens het Interbellum is de Schilderswijk in Heemstede tot standgekomen. Bebouwing geschiedde in grote lijnen overeenkomstig het Uitbreidingsplan der gemeente Heemstede (1912, gewijzigd in 1927). Op voormalige weilanden en tuinbouwgronden zijn door enkele exploitatiemaatschappijen herenhuizen gebouwd, vaak 2 of 3, maar ook grotere blokken van 6 tot 10 woningen onder één kap. De waterwindmolen aan het Spaarne nabij de Bronsteevaart is na 1920 onder protest afgebroken toen de Schouwbroekerpolder bouwrijp gemaakt werd voor aanleg van de Schilderswijk (2). De firma “Leeuw en Hooft” en “Bronstee” die aanvankelijk voor de meeste grondverkopen verantwoordelijk was, beschikte in 1920 over een tijdelijk directiekantoor bij de halte van de N.Z.H.tram naast de Blauwe Brug. Kenmerkend voor veel huizen zijn de rode diepgevoegde baksteen, strakke lijnen, grote ramen en gebruik van glas-in-lood. Bouwbureau J.E.Baalbergen & A. Volkers liet in deze wijk tussen 1923 en 1938 in totaal 42 huizen bouwen. Ook Cornelis Kwak (van “Huize Karoly”) was hier sinds 1924 actief toen hij de nieuw opgeleverde panden aan het Jan Miense Molenaerplein opkocht. Enige tientallen architecten zijn bij de bouw van deze karakteristieke forensenwijk betrokken geweest, onder wie: T. de Bruin en K. Jonkheid (Heemstede), J.W.Hoenders (Heemstede), M.Jansen (Bilthoven), P.J.v.d.Bel (Amsterdam), Royaards (Schoorl), Meyerink (Zwolle), Holler, B.W.Lindeboom (Heemstede: was tevens aannemer en makelaar), ir.J. en P.Cuypers, H.Tuninga (Haarlem), J.H.Pieterse, J.van Velsen (Haarlem), A.J.Westerman (Amsterdam), J.Witpaard, prof.Fr.Becker (Düsseldorf) en J.C.Dop & H.J.Janszen (Haarlem). Van belang voor de ontsluiting was de doortrekking van de Heemsteedse Dreef vanaf de Pieter Aertszlaan tot het Wipperplein in de jaren 1930-1932. In de gemeenteraadsvergadering van 22 maart 1921 zijn namen gegeven aan de Johannes Vermeerstraat en andere nieuwe wegen in dit gebied. Een straatnaam gewijd aan Hendrik Avercamp is uiteindelijk niet doorgegaan en de Breitnerweg is van latere datum. Blijkens het ontwerpbesluit werd gesproken over straatnamen voor het Park Bronstee. De terreinen waar gebouwd werd heetten voorheen zowel “Leeuw en Hooft” als “Bronstee” (3). De grenzen van de Schilderswijk worden gevormd door in het noorden de Crayenestervaart, westelijk de Heemsteedse Dreef, oostelijk het Spaarne en in het zuiden door de Bronsteevaart en -vijver. De wijk telt vier pleinen, die zijn vernoemd naar Adriaen van Ostade, Jan Miense Molenaer, Jozef Israëls en Pieter Maris, twee kades (Willem van der Velde, Toorop) en nog eens 19 lanen/straten/wegen. In totaal telt de volgebouwde wijk ruirn 500 huisnummers. De woningen zijn tussen 1922 en 1939 gerealiseerd. Na W.O.II zijn nog enkele kale terreinen bebouwd, o.a. in de Jacob van Ruisdaellaan en Breitnerweg. Winkels zijn geconcentreerd in de Jan van Goyenstraat. In 1926 is het clubgebouw annex botenloods van de roei- en zeilvereniging “Het Spaarne “gebouwd aan het Marisplein, onder architectuur van K.Jonkheid. Reden om van de Friese Varkenmarkt naar Heemstede te verhuizen was voor de vereniging de lagere belastingtarieven. De gemeente Heemstede was gelukkig met de komst van “Het Spaarne” omdat daarmee de aantrekkelijkheid zou toenemen om in de nieuwe Schilderswijk te gaan wonen. In opdracht van een Verzekeringsmaatschappij werden de braakliggende percelen in de Johannes Vermeerstraat tussen de twee doorgaande straten: de Pieter de Hooghstraat en de Mesdaglaan, ten zuiden van de Rembrandtlaan bebouwd. De panden aan de Vermeerstraat 3,5,7 en de even nummers (2-10 en 12-20 met zes garages) aan de overzijde kwamen in juli 1934 gereed en zijn ontworpen door architect G.J.Rutgers in opdracht van de maatschappij Hollandia. Gerrit Jan Rutgers wordt algemeen beschouwd als een van de meest productieve architecten van de Amsterdamse School, en voornamelijk in de hoofdstad werkte. Vooral woonblokken, maar ook het Carlton Hotel en uitbreiding van Americain Hotel.

Vanwege de leegstand tengevolge van de economische crisistijd zijn de in Heemstede gebouwde herenhuizen voor in verhouding lage prijzen verhuurd. In het voorjaar van 1938 betrok het gezin Yzer, afkomstig van het Lorentzplein te Haarlem, het pand Vermeerstraat 3. De huur bedroeg ƒ 100,- per maand. In die periode vestigden zich tevens verscheidene welgestelde Joodse vluchtelingen uit Duitsland in deze buurt.

De oorlogsperiode en Johannes Vermeerstraat

De Johannes Vermeerstraat op een foto uit 1938

De Johannes Vermeerstraat op een foto uit 1938

Ondanks het feit dat de Tweede Wereldoorlog meer dan 70 jaar achter ons ligt melden zich nog regelmatig mensen met verzoeken om nadere informatie. In het jaar 2000 werd ik benaderd door mevrouw Ati von Glahn-Yzer, tegenwoordig woonachtig in Hilversum, die haar jeugd in de Johannes Vermeerstraat heeft doorgebracht. Omdat bepaalde zaken, waarvan zij geen weet had, spanningen hadden opgeroepen voelde zij zich geroepen haar persoonlijke herinneringen op papier te zetten. In dezelfde tijd ontving ik bovendien, daartoe aangemoedigd door de heer D.Böing van de gemeentelijke afdeling Burgerzaken, een schrijven van de heer C.J.van der Beek, wiens echtgenote vroeger op het adres Johannes Vermeerstraat 35 woonde. Zij liet in de bezettingstijd Joodse medeburgers onderduiken, hetgeen toen tot grote spanningen binnen het gezin heeft geleid. Na de oorlog was men vrijwel uitsluitend gericht op de toekomst, doch op latere leeftijd kwam een en ander weer naar boven. Onder andere na een toevallige ontmoeting in de bus met iemand die nog wist wat zich in de oorlogsperiode bij haar thuis had afgespeeld. In augustus 2000 heeft voornoemde mevrouw Ati von Glahn het voortouw genomen teneinde 12 haar bekende personen uit de Johannes Vermeerstraat of onmiddellijke omgeving (waaronder de Pieter de Hooghstraat, Jan Steenlaan en Rembrandtlaan) te benaderen met het verzoek hun oorlogservaringen uit die tijd op schrift te stellen.

Chevrolet voor het pand Joh. Vermeerstraat 3

Vier van hen reageerden en deze bijdragen zijn ten dele gepubliceerd in het kwartaalblad van de Vereniging Oud-Heemstede Bennebroek, nummer 108,  ook al weten we dat het geheugen selectief is en dat de meeste belevingen goeddeels onbereikbaar zijn.

In de Johannes Vermeerstraat woonden in totaal 5 NSB’ers, waaronder twee echtgenotes. Eén van hen werkte voor het Duitse Rode Kruis. Een zoon van een ander NSB-lid sloot zich aan bij de Waffen SS. De bewoner van nummer 35a noemde zich “makelaar van spoorwegmateriaal”, maar stortte zich op de bunkerbouw voor de Duitse Weermacht. W.N.Willemse, Joh .Vermeerstraat 2, was vrijwel vanaf de oprichting lid van de NSB en in 1937-1938 kringleider te Zandvoort. Hij kwam tot inkeer en brak tijdig met de beweging en liet in zijn huis joden onderduiken. Mogelijk door verraad van een NSB’er is hij uiteindelijk door de SD gearresteerd en 24 oktober 1944 overleden in het kamp Sachsenhausen. Als zodanig is zijn naam gegraveerd in het monument van de gevallenen aan de Vrijheidsdreef. Dat geldt eveneens voor zijn zoon W.N.Willemse junior, al in 1940 omgekomen op het schip waarop hij in de Atlantische Oceaan voer, dat door een Duitse onderzeeboot is getorpedeerd.

Andere oorlogsslachtoffers uit deze buurt zijn E.O.Moltzer (Anton Mauvestraat 6), J.Nienhuis (Rembrandtlaan 18) en A.M.Deelder (J.Vermeerstraat 40). Verder kunnen worden genoemd dr.ir. J.J.Borren (Pieter Marisplein 4) en T.Kerkman (Lucas van Leydenlaan 5).

Ernst Moltzer in 1939

Ernst Moltzer in 1939

In het najaar van 1940 verlieten 122 joden noodgedwongen Heemstede, vrijwel unaniem naar het Gooi uitgeschreven, waaronder bijna 100 Duitse. Tenminste acht joodse medeburgers, die bij het uitbreken van de oorlog in de Johannes Vermeerstraat woonden, zijn uiteindelijk omgekomen in de vernietigingskampen van Auschwitz, Mauthausen, Sobibor of Bergen-Belsen. Voorzover kon worden nagegaan overleefden ook minstens 8 Joden uit deze straat de oorlogsperiode, onder wie Richard Egon Culp en Hedwig Culp-Ostwald (J.Vermeerstraat 7) en Johan en Paul Oppenheimer (J. Vermeerstraat 11). Paul Oppenheimer publiceerde zijn herinneringen in het boek ‘From Belsen to Buckingham Palace’ in 1996, een boek dat talrijke herdrukken beleefde.

De Joodse overlevenden Paul en Rudi Oppenheimer met studenten uit Warwick en Royal Leamington Spa zijn 2001 op doorreis naar de voormalige Duitse concentratiekampen zijn in 2001 hartelijk ontvangen door de huidige bewoners van Johannes Vermeerstraat 11 in Heemstede.

De Joodse overlevenden Paul en Rudi Oppenheimer met studenten uit Warwick en Royal Leamington Spa zijn 2001 op doorreis naar de voormalige Duitse concentratiekampen zijn in 2001 hartelijk ontvangen door de huidige bewoners van Johannes Vermeerstraat 11 in Heemstede.

Oppenheimer

Foto’s met Paul Oppenheimer, gemaakt tijdens zijn laatste  bezoek aan het Heemstede van zijn jeugd (restaurant Groenendaal, Johannes Vermeerstraat, Bronsteeschool, Crayenestervaart , 19 augustus 2005)

Voorzijde van het boek van Paul Oppenheimer: From Belsen to Buckingham Palace.

Voorzijde van het boek van Paul Oppenheimer: From Belsen to Buckingham Palace.

De heer Joh. IJzer woonde op het adres Joh. Vermeerstraat 3 Heemstede

De heer Joh. Yzer woonde op het adres Joh. Vermeerstraat 3 Heemstede

Ati von Glahn-Yzer schreef: ‘In 1937 verhuisden we van Haarlem naar Heemstede. In het Spaarnekwartier kregen we zoveel Duitse Joden als buren, dat onze straat, de Johannes Vermeerstraat, het Jeruzalemstraatje werd genoemd. Het was een gezellige straat met veel kinderen en contacten. Van hieruit reden de buurtvriendjes en ik vanafaf 1940 samen naar school, over de Crayenesterbrug, door de wijk waar de lHBS-eraren Venema, Van den Heuvel Rijnders, Elte, Greiner, De Smidt en Schröder woonden. Via de Spanjaardslaan kwamen we op de Dreef en reden langs restaurant Dreefzigt en Hotel Den Hout, gerenommeerde etablissementen in de Haarlemmerhout tegenover de hertenkamp. Beide werden in het begin van de oorlog al in beslaggenomen door de vijand, waardoor we later onze fietsroute wijzigden en via de Kleine Houtweg naar het Florapark reden. Ik herinner me nog levendig de Duitse officiersuniformen, de klakkende schildwachthakken en de prachtige DKW’s en Mercedessen, die bij Ortskommandantur Hotel Den Hout stonden of kwamen voorrijden.

DE Duitsers vestigden in 1940 hun garnizoemscommando anvakelijk in de zalen van Restaurant Brinkman aan de Grote Markt. In 1941 bracht de Ortskommandant zijn gehele dienst over naar het Hotel den HoutOp het stationsplein van Haarlem was dit Duitse militaire bord geplaatst.

DE Duitsers vestigden in 1940 hun garnizoemscommando anvakelijk in de zalen van Restaurant Brinkman aan de Grote Markt. In 1941 bracht de Ortskommandant zijn gehele dienst over naar het Hotel den HoutOp het stationsplein van Haarlem was dit Duitse militaire bord geplaatst.

Ook de waslijntjes intrigeerden ons, Je zou daaraan Jaeger onderbroeken hebben verwacht, maar nee, de pikante lingerie van de Grijze Muizen hingen er aan. Zoiets had ik nog nooit gezien. De betekenis ervan drong pas veel later tot me door.(…)’.

In de brochure ‘Opdat wij niet vergeten!’, samengesteld door mw. Ati von Glahn-Yzer, schrijft Ate Vulderink over Indische jongeren op de 1e HBS B te Haarlem.  Ze schrijft: ‘In de dertiger jaren was het hoger onderwijs in het toenmalig Nederlands Indië, vooral op Java, reeds op een uitstekend niveau. Desondanks gaven vele Nederlanders er de voorkeur aan hun kinderen naar Holland te sturen om daar HBS of Gymnasium en Universitair onderwijs te volgen. Zelfd de Indische vorsten van Jogja,m Pontiananac en Solo stuurden hun troonopvolgers in spé naar Holland, ook naar Haarlem, naar de 1e HBS B. Bij ons op de HBS zaten veel ‘Indische’ leerlingen, die voor hun middelbare schoolopleiding naar Holland werden gestuurd. In haar verhaal komen vier leerlingen ter sprake die de oorlog niet overleefden, twee uit Haarlem (Hans Dopheide en Emmy Huykman) en twee uit Heemstede (Henk de Ronde en Fred Hoogewoning): ‘Hans Dopheide die na de HBS  in Delft studeerde voelde zich dieopongelukkig. Toen de studenten in 1943 werden opgeroepen zich te melden voor tewerkstelling in Duitsland, had Dopheide zich gemeld, evenals m’n broer Rob. Na één week waren ze terug omdat ze niet raszuiver waren. Immers de tewerkstelling van Nederlandse studenten was ook bedoeld voor ‘implant’ van Nederlands intellect in Duitsland. Het laatste jaar van de oorlog verloor ik Hans uit het oog, hij woonde toen niet meer in Delft.  Veel later hoorde ik dat Hans naar het reeds bevrijde gedeelte in het zuiden was gegaan. Daar had hij zich aangesloten bij een groep die een verbindingsdienst onderhield (over en weer). de Biesbos. Hij werd gepakt en gefusilleerd. Hij werd na de Bevrijding herbegraven op de Erebegraafplaats in Overveen. Henk de Ronde werd op een beestachtige wijze door de SS vermoord. Hij had zich aangesloten bij een verzetsgroep op de Veluwe. Hij werd gepakt, de moffen bonden hem aan een lang touw achter hun auto en hebben hem dood gesleept. Fred Hoogewoning ontmoette ik op een warme zomerdag in het Stoop-bad. Hij vertrouwde me toe dat hij kort daarvoor door de Geallieerden was gedropt per parachute voor een bepaalde missie. Ik was een en al bewondering! Jaren later hoorde ik dat hij was gepakt en gefusilleerd. Emmy Huykman ging in ’39 naar Indië, dar werd ze door de jappen gruwelijk vermoord. Toen zij werd ondervraagd door een hoge jap weigerde Emmy te buigen is  zij terplaatse onthoofd.’ 

Noten

(1) Sinds de 15e eeuw beschikte het Sint Elizabeth’s Gasthuis in Haarlem over huizen en landerijen op Heemsteeds grondgebied die verpacht werden en zo geld opbrachten. O.a. de kolkweide, naast en bezuiden de Kolk van de Gasthuiszandvaart (= Crayenestervaart). Op deze plaats, ongeveer ter hoogte van de Breitnerweg en Weissenbruchweg is in 1631 door de vroedschap van Haarlem een nieuwe stenen galg opgericht. Tot begin 20e eeuw sprak men voor dit gebied van het “Galgenveld”.

Ets van 't Gerecht buyten Haarlem met zich op de galg gelegen op Heemsteeds grondgebied. Gravure door Esaias van de Velde, 1618.

Ets van ’t Gerecht buyten Haarlem met zich op de galg gelegen op Heemsteeds grondgebied. Gravure door Esaias van de Velde, 1618.

galg1

Galg Heemstede door Easaias van de Velde. Gezien vanaf de Noord Schalkwijkweg over het Spaarne (Geheugen van Nederland)

Te Scholenaer aan het Zuider Spaarne, met rechts de galg en een gehangene op een ets van Jan van der Vinne (1663-1721)uit omstreeks 1700. In de verte aan de Schalkwijkzijde paltrokmolen De Eenhoorn.

galg

Fraaie tekening van het galgenveld aan de rand van de Volewijk bij Amsterdam, vervaardigd door Anthonie van Borssom in 1664 of 1665 (Rijksmuseum Amsterdam)

Ongeveer waar de Jeroen Boschlaan ligt bevond zich de herberg “Oud Rome” en nabij de J.C.van Oostzanenlaan een woning “het jonge Gasthuis” genoemd, eigendom van het Gasthuis. Het noordelijk deel van de Schouwbroekerpolder behoorde in de 15e eeuw toe aan het Bernardietenklooster “De Hemelpoort”.

(2) Een gevelsteen met afbeelding van een molen en omschrijving Molenhoek in een huis op de hoek van de Tooropkade en Eerelmanstraat herinnert aan deze ooit zo fraai ogende watermolen.

(3) Feitelijk lag de oude buitenplaats “Leeuwenhooft” meer ten westen van de Heemsteedse Dreef. Het gebouw van de oude hofstede was al omstreeks 1920 vervangen door een moderne villa. Annexatie bij Haarlem in 1927 was voor de toenmalige eigenaar D.van Konijnenburg aanleiding zijn huis te verkopen en naar elders te verhuizen. Dat gold ook voor “Uittenbosch”(A.H.baron van Hardenbroek), “Spruitenbosch” (R.de Favauge), “Nyenhove” (Albert Heyn), “Miami Lodge” (F.J.Struben) en “Bosch en Vaart” (A.Honig). De villa van Leeuwenhooft moest ten slotte wijken ter wille van het verzorgingshuis “Sint Jacob in de Hout”, gebouwd naar een ontwerp van het Arnhemse architectenbureau Wiegerinck en Van Balen en in 1966 in gebruik genomen. De twee rustieke bijgebouwen van de oude buitenplaats, de stallen en het tuinhuis aan de Emauslaan, konden gelukkig worden behouden. Daarmee bleef de typisch landelijke sfeer gehandhaafd. Op de terreinen van Leeuwenhooft (12 hectare) was eerder het prachtige sportpark van de voetbalclub H.F.C, aangelegd. De Bronsteevijver met op de achtergrond huizen aan de Paulus Potterlaan.

Gezicht op de Bronsteevijver

Gezicht op de Bronsteevijver

ENKELE OORLOGSSLACHTOFFERS UIT DE SCHILDERSWIJK

Tijdens het bombardement op het Bezuidenhout kwam dr.ir. Jan Joachim Borren om het leven toen hij zijn zuster in Den Haag bezocht. Deze directeur van Conrad-Stork woonde aan het Pieter Marisplein 4. Op 31 januari 1943 was hij als gijzelaar naar kamp Vught gevoerd, doch keerde binnen enkele maanden ongedeerd terug.

Ir.J.J.Borren (foto Merkelbach, Stadsarchief Amsterdam)

Ir.J.J.Borren (foto Merkelbach, Stadsarchief Amsterdam)

A.M.Deelder, geboren in 1924 in Batavia, was woonachtig in de Joh. Vermeerstraat. Hij werd wegens illegaal werk en verzorging van onderduikers op 16 juni 1944 gearresteerd en is op 10 februari 1945 ten gevolge van allerlei ontberingen overleden in het concentratiekamp Neuengamme.

Tijdens een beschieting van een trein in Weesperkaspel op 16 augustus 1944 is de Zandvoortse evacué de heer T. Kerkman uit de Lucas van Leydenlaan 5 gedood en zijn echtgenote gewond.

E.O. Moltzer is geboren op 12 mei 1910. Hij huwde in 1939 met een Oostenrijkse gravin en woonde Mauvestraat 6.  Moltzer was van beroep directeur van distilleerderij Bols. In een poging om met een boot Engeland te bereiken is hij mogelijk door verraad neergeschoten en op 5 mei 1941 in de Noordzee verdronken. De overlijdensakte is eerst op 12 januari 1951 bij de burgerlijke stand ingeschreven.

J. Nienhuis, geboren in 1906 in Delft, planter van beroep, verbleef sinds 20 april 1940 met verlof uit Ned.Oost-Indië te Heemstede, Rembrandtlaan 18. Hij was o.a. lid en succesvol coach van de Roei- en Zeilvereniging ’t Spaarne. Na mei 1940 trad hij toe tot de Orde Dienst (OD) van het verzet. Op 13 januari 1945 is hij wegens spionage gevangen genomen en op 30 januari als gijzelaar voor het opblazen van een bunker in Utrecht gefusilleerd in de Utrechtse strafgevangenis.

=============

Van een verhoor van NSB-burgemeester J.H.van Riesen op 14 mei 1945 is o.a. het volgende op schrift gesteld: “Ik herinner mij, dat wij in de Joh. Vermeerstraat op een adres zijn geweest (zeer vermoedelijk Kramer, Van Duyn, Visser). In dat huis vonden wij een Joodsch kind, tusschen 5 en 12 jaar. Naderhand heb ik zeer vermoedelijk van Kramer gehoord, dat dit kind vrijgegeven was. Over de Rembrandtlaan kan ik mij positief niets herinneren. In de Jan Steenlaan ben ik met Kramer en nog enkele anderen geweest (politiemannen) en daar is een Jood weggehaald. Deze twee gevallen zijn door Kramer aan mij medegedeeld zoodat ik dan mede gegaan ben of zij zijn afkomstig van Hielbich, Bolt, of van het bureau van Majoor Meincke. In dit laatste geval zal ik zeer waarschijnlijk deze berichten ontvangen hebben en dit aan Kramer doorgegeven. Deze berichten kwamen dan als opdracht (…)”.