LAND- EN SPAARNZICHT (en bloembollenkweker Jan van den Berg)

De al sinds 1908 niet meer bestaande buitenplaats ‘Land- en Spaarnzicht’ dateerde uit het einde van de 18e eeuw. De Oprechte Haerlemsche Courant van 10 mei 1791 bevatte de volgende advertentie “Te huur Land en Spaarnzicht met deszelfs nieuwe getimmerd huis, aangenaam gelegen, met nieuwe aangelegde plantsoenen met of zonder land aan den Achterweg tusschen Heemstede ven den Hout”. In de nabijheid van het huis bevonden zich voorts een stalling, tuinmanswoning en wit gepleisterd koetshuis. Zulk een aanbieding van een huis alleen met of zonder het hele park en de omliggende bijbehorende landerijen en bossen komen we regelmatig tegen tijdens de eerste decennia van de 19e eeuw. Het was ogenschijnlijk een direct gevolg van gedwongen bezuiniging. Verkoop lukte toen niet en in de Haarlemse editie van 9 maart 1802 lezen we “Bij toeval te huur om direct te aanvaarden de zeer aangename buitenplaats Land- en Spaarnzicht met haar logeable Heerenhuyzinge, stalling, koetshuis, tuinmanswoning, moes- en vruchtenhoven, aanleg van broeierij en het geen verder een buiten-verblijf genoeglijk kan maken.” Op 30 oktober meldde de O.H.Crt. wederom dat dat per primo april 1803 Land- en Spaarnzicht weer te huur is. H. Potter in zijn boek ‘Reizen door een groot gedeelte van Zuid-Holland gedaan in de jaren 1807 en 1808 (Amsterdam, 1809) spreekt over het “boschrijk en hoogst aangenaam gelegen Land- en Spaarnzicht.”

Van 1835 tot 1843 komen we de Erven tegen van de intussen overleden bezitter Geerlich G. van de Ulft (ook gespeld als Nulft). In 1844 rekende A.J.van der Aa dit buiten tot de 21 nog bestaande grote hofsteden onder Heemstede. Het strekte zich uit van de Binnenweg en men had vrij uitzicht op het wijde landschap aan het Spaarne, vandaar ook de toepasselijke naam. Na 1843 was Walrave van Heukelom eigenaar van de buitenplaats, welke familie later de buitenplaats Leeuwenhooft bezat. In 1846 stelde hij gelden beschikbaar voor het traject Koedief-Klooster.

Het oude Land- en Spaarnzicht omstreeks 1900

Eind 1872 is het buiten aangekocht door notaris Jan Dolleman (1801-1878), één van de vier telgen uit de familie Dolleman die burgemeester van Heemstede zijn geweest, terwijl Willem Anthonie van 1810 tot 1853 gemeentesecretaris was. In 1879 kocht Wijnanda Wolf, weduwe van Jan Albertsz. Van den Berg, samen met haar zonen Jan en Pieter van den Berg uit de nalatenschap van Jan Dolleman de hofstede. Omvattende een herenhuis, tuinmans- koetsierswoning, stal, koetshuis en theekoepel, naar het noorden grenzend aan ‘Bronstee’.  In 1877 noemt F. Allan in zijn geschiedenis van Haarlem onder Heemstede ‘Land- en Spaarnzicht’, zijnde het huis “van den Oud-notaris den heer J. Dolleman.” Een jaar later schreef J.Craandijk in diens ‘Wandelingen door Nederland’, dat ‘Land- en Spaarnzicht’ in tegenstelling tot de nabijgelegen buitenplaatsen ‘Het Clooster’ en ‘Bronstee’ vermoedelijk is gespaard gebleven, dankzij de geringere sloperswaarde. Nadien vond verkaveling plaats. Vanwege de kleinere omvang ging men Land- en Spaarnzicht in de volksmond ook ‘het Plaatsje’ noemen met een wit gepleisterd koetshuis. De vroegere buitenplaats is na 1887 in een kwekerij veranderd. Vele bomen zijn toen gekapt en de grond is vervolgens aangewend voor bloembollenteelt (later voor woningbouw). 3 oktober 1896 meldde de OHC dat als gevolg van een hevig onweer schade aan het huis is aangebracht, maar een catastrofale brand kon worden voorkomen.

Jan en Pieter van den Berg: bloembollenkwekers

De twee broers Jan en Pieter van den Berg bedreven onder de naam firma Wed.J. van den Berg hun activiteiten als bloembollenkwekers vanuit Land- en Spaarnzicht. Pieter, geboren in 1843 is in 1875 gehuwd met blekersdochter Johanna Niesten en is na haar overlijden in 1885 hertrouwd met Geertruida Maria Preijde, dochter van koffiehuishouder Jacobus Preijde van ‘de Dorstige Kuil’ aan de Koediefslaan. Zijn oudere broer Jan van den Berg, geboren in 1837, stierf op 24 november 1905, omschreven als “de oud groothandelaar in bloembollen” Zijn stoffelijk overschot werd op 28 november ter aarde besteld op de r.k. begraafplaats Berkenrode. De Nieuwe Haarlemsche Courant sprak van “onder grote belangstelling van vele vrienden en bekenden, terwijl ook het gemeentebestuur, de voorzitter en secretaris van het bestuur van De Schouwbroekerpolder, waarvan de overledene deel uitmaakte, met nog veel anderen acte de présence gaven.”  Deze landbouwer/bloemist was gedurende dertig jaar, van 1875 tot 1905, gemeenteraadslid van Heemstede. Verder lid van de Burger-sociëteit, maar behoorde niet tot de vijf plaatselijke notabelen die aan de wieg stonden van de eerste woningbouwvereniging ‘Berkenrode’ in 1909, zoals abusievelijk vermeld in diverse publicaties, Dat was namelijk de bloemist Quirinus van den Berg die in een groot pand aan de Camplaan woonachtig was, waar dokter G.S.Nout nadien jarenlang zijn huisartsenpraktijk heeft uitgeoefend. De bollenvelden van Jan den Berg lagen ten dele aan weerszijden van de Bronsteeweg en vlak voorbij de tol aan de Binnenweg-Koediefslaan. Zijn bedrijf heette ‘Bronstee’ en hij was mede-oprichter en van 1892 tot 1902 lid van het hoofdbestuur van de ‘Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur’. Jan van den Berg stond bekend om de kweek van nieuwe tulpensoorten. Dat dit een winstgevende zaak was, bleek wel uit de aanduiding “het gouden laantje”. Cees Peper memoreerde in zijn ‘Wandelingen door Heemstede’: “Toen deze achtenswaardige heer, die altijd met de hoge hoed ter kerke ging, overleed, dachten sommige bewoners dat de gemeente failliet zou gaan door het wegvallen van de financiële transacties van de heer Van den Berg.”  Jan van den Berg had kort voor zijn dood zijn schoonzuster Geertruida Maria Preijde tot enige en universele erfgename. En in 1906 is een deel van Bronstee met aanliggende weilanden verkocht aan de gepensioneerde kolonel Willem Badon Ghijben, die met de heer Eldering hier een modelboerderij zou beginnen. De verbinding tussen het Res Novaplein en Esdoornkade is bij besluit van 9 februari 1910 de Jan van den Bergstraat genoemd.

Land- en Spaarnzicht aan de Binnenweg in 1934

christelijk

In 1939, de mobilistietijd, was Land- en Spaarnzicht in gebruik als christelijk tehuis voor militairen

Stommel

Op bovenstaande foto van blok(brandweer) 9 voor Land- en Spaarnzicht zien we vooraan gehurkt met helm: C.van Looy (links) en F.Lohman (rechts). Verder v.l.n.r.: Albert van Zijl, Age van Keunen, de heer van Zijl (vader van Albert), Wim Smit, Frits Ludwig, twee onbekenden met hoed, Jan Bosman, politieinspecteur Berentsen, brandmeester J.Verzijlbergen, Ton Bosman, een onbekende, de heer Smorenburg, H.Grimmon, J.J.van Leunen (vader van Age), een onbekende, de heer J.H.J.Stommel en helemaal rechts penningmeester E.Koiter.

Sloop en nieuwbouw en wederom sloop

Aankondiging veiling van Land- en Spaarnzicht + boerderij Bronstee in 1906

16 januari 1908 meldde de krant: “Ook te Heemstede verdwijnen langzamerhand de oude buitenverblijven. Thans wordt weer de buitenplaats ‘Land- en Spaarnzicht’ gesloopt.” Daarvoor kwam in de plaats een nieuw herenhuis. In 1908 liet mevrouw. Van den Berg-Preijde op deze plaats aan de Binnenweg een ruime villa bouwen. Architect was Wolbers uit Bloemendaal die veel herenhuizen in de omgeving van Haarlem heeft ontworpen. Hij was een zoon van Heemsteeds gemeentesecretaris (van 1853-1889) Dirk Wolbers en broer van kunstschilder Herman G. Wolbers. In de jaren dertig van de vorige eeuw kwam dat huis in een verwaarloosde toestand leeg te staan. De gemeente toonde belangtelling om hier een theater te starten, maar de economische crisisjaren verhinderden dat voornemen. In 1938 werd het perceel door het Rijk aangekocht met het doel hierin een nieuw postkantoor te vestigen, in de plaats van het pand aan de Raadhuisstraat. Vanwege de (voor)mobilisatie was in het pand van 1938 tot 1940 een Christelijk Militair Tehuis gevestigd waar in Heemstede gelegerde soldaten zich konden recreëren.

Gedurende en na de bezetting werd er de Distributiedienst in onder gebracht, alvorens het gesloopt werd en nog enige tijd een kleuterschool in het pand gehuisvest was. Ten gevolge van de oorlogsperiode moest de bouw van een nieuw postkantoor uitgesteld worden. Na de afbraak van dit ‘Land- en Spaarnzicht’ heeft men enkele jaren gebruik maakt van het uit Wassenaar afkomstige houten kantoorgebouw. Ofschoon het ontwerp al in 1953 gereed was zou het nog tot 7 september 1959 duren toen uiteindelijk het moderne door de Amsterdamse architect Dick Greiner ontworpen postkantoor voor het publiek worden geopend. Aan de voormalige buitenplaats ‘Land- en Spaarnzicht’ herinneren thans nog de straatnamen Landzichtlaan en Spaarnzichtlaan, na 1920 zijn de voormalige landen en bloembollenvelden bebouwd. In het huis Spaarnzichtlaan 23 woonde van 1938-1941 de jonge Harry Mulisch met zijn vader H.K.V.Mulisch en de uit Tsjecho-Slowakije afkomstige huishoudster Frieda Falk. Hij heeft daarover onder meer geschreven in ‘Mijn Getijdenboek’ (1975). In de zomer van 1941 is verhuisd naar een groter huis in de Anna van Burenlaan te Haarlem-Zuid nadat zijn vader promotie had gemaakt als directeur personeelszaken van de Duitse ‘roof’bank Lippmann, Rosenthal & Co. in Amsterdam.

Het huis van de familie Mulisch in de Spaarnzichtlaan Heemstede + vader en zoon aan het door huishoudster Frieda Falk verzorgde diner in de achtertuin met wijn in een kristallen karaf en bloemen op tafel.

Nòg een herinnering in steen is gebleven.Toen het huis aan de Binnenweg rond 1955 moest wijken om plaats te maken voor het te bouwen postkantoor zijn de toegangszuilen verhuisd naar de ingang voor het huis Herenweg 13. Zie foto.

Bronnen:

– M.Bulte en W.Post, Bloeiende bedrijvigheid; 400 jaar bloembollenbedrijven in Zuid-Kennemerland. Haarlem, De Vrieseborch, 2002.

– J.W.G. van Doorn, Naar de bollen in Heemstede! Heemsteedse bollenfamilie: van den Berg. In: Kwartaalblad van de Vereniging Oud Heemstede-Bennebroek, nummer 198, april 2001, blz, 78-84

– Arie Kramer, m.m.v. A.Overmeer. Bennebroek-Heemstede-Vogelenzang; honderd jaar in de bollen. (Heemstede), 1987.

– Documentatiemap Land- en Spaarnzicht, collectie Heemstede, Noord-Hollands Archief

– Koninklijke Bibliotheek: historische krantensite.

Hans Krol