VOORWEG MEMOIRES; onze straat en haar bewoners

Er was eens…zo beginnen vele sprookjes, maar dit is geen sprookje, het zijn ware gebeurtenissen. Zij spelen in mijn herinnering uit de twintiger jaren en vele jaren daarna. Er was eens een dikke jongen, die met ons, dat zijn mijn broer en ik, wilde voetballen, maar door zijn omvangrijke buik zijn schoenen niet kon zien en ook niet kon hardlopen. Hij woonde niet bij ons in de straat, maar in de Nicolaas Beetsstraat om de hoek tegenover de latere tandarts T.Koetsier. Deze huizen waren toen pas gebouwd. Wij noemden het ‘de nieuwe straat’. Dat zijn mijn vroegste herinneringen. In het genoemde huis van de tandarts aan het Wilhelminaplein woonden drie gegoede dames (Van der Goes), freules geheten Zij zijn voor mij hoofdzakelijk bekend, als zij zaterdagmiddag hun tuin beschikbaar stelden voor de padvinderij. Het was altijd een grote drukte.

Het Kerkplein (Wilhelminaplein) in Heemstede met Hervormde Kerk en rechts Kerkzicht omstreeks 1910

Het Kerkplein (Wilhelminaplein) in Heemstede met Hervormde Kerk en rechts Kerkzicht omstreeks 1910

Links het huis Kerkzicht van vroeger o.a. koopman Marcus en freule van der Goes

In het pand daarnaast bevond zich een groot gezin van een bollenkweker. Het bloembollenvak was één van de middelen van bestaan. Heemstede was toen nog een echt bollendorp. Van het gezin was één dochter in het klooster getreden bij de zusters Clarissen en zat letterlijk achter de tralies. Pa zelf liep altijd voorop voor de afdeling Heemstede bij de jaarlijkse Stille Omgang, die geheel lopend werd afgelegd van Heemstede van het Wipperplein naar Amsterdam. Tot op hoge leeftijd heeft hij dit volgehouden. Terug van Amsterdam ging je dan met de blauwe tram na eerst nog een kijkje te hebben genomen in de Jodenhoek, waar altijd de hele nacht reuring was. Nadat de kweker was verhuisd naar de Haarlemmermeer, kwam er weer een groot gezin wonen. Vader werd later oprichter en voorzitter van de Coöperatieve Melkcentrale Heemstede na de oorlog. De zoon, inmiddels overleden, nam de zaak over, de bekende bar Vita Nova, Nieuw Leven aan de Cloosterweg. Als jongen ventte hij al langs de deur met een mand eieren. Waar nu twee huizen staan, was een stukje grond, waar mijn oudere broer een tuintje had. Het toeval wilde, dat zijn baas dit stukje opkocht en er woningen zette. Zo was mijn broer timmerman in zijn eigen tuin. Dan kreeg je twee losstaande huizen. Het eerste was van een oud echtpaar. De vrouw had lange haren, die mijn zus iedere dag moest verzorgen. De man was als timmerman in dienst bij een firma, die toen zijn werkplaats had op het Wilhelminaplein, ingang Van Schagen. De laatste bewoner was schildersbaas op Meer en Bosch, intussen overleden. Nu zijn we aan het tweede huis, nr.81 gekomen. Hier woonde de oudste inwoner van de straat. Voor het stemmen in het stembureau aan de overkant in de school ging hij ‘op zijn zondags’ gekleed, met wandelstok, hoed op en handschoenen aan als een Engelse dandy uit die tijd. Verder was hij als bouwvakker betrokken bij een staking en werd hij onder politiebegeleiding naar huis gebracht, omdat hij niet aan de staking meewerkte. Hij werd door de stakers voor ‘onderkruiper’ uitgescholden. Hij had een dochter, die getrouwd was met een Amerikaan, waarvan het zoontje in de vakantie bij ons thuis kwam spelen. Zij zijn toen vertrokken, later als weduwe wonende in de Verenigde Staten. Dan kreeg je voor de poort twee huizen en na de poort drie huizen, die hetzelfde bouwpatroon kenden. In het eerste huis van het rijtje woonde een familie, waarvan de vader smid was bij de smederij even verder in de straat. Hij was vooral hoefsmid voor de paarden. Als jongens gingen wij kijken hoe het eelt van het been werd afgeschraapt, de ijzers in het vuur verhit, dan weer met grote hoefspijkers vast geslagen en daarna keurig met teer zwart gemaakt. Het waren hoofdzakelijk paarden, die op de weg moesten draven, maar ook wel jockey’s die ’s zondagsmiddags op de Meerweg op het terrein van Meer en Bos achter de sulkey’s reden. De smid stond dan met zijn achterste naar het paard en tussen zijn benen het achterbeen van het paard. Toen in dit gezin de jongste geboren was, overleed zijn vrouw en bleef hij met negen kinderen achter. Drie daarvan werden uit huis geplaatst, twee bij een tante en de jongste kwam bij ons thuis als baby. Ik was toen tien jaar en we waren aan het voetballen toen hij uit het ziekenhuis kwam. Hij was zo vermagerd, dat mijn vader zei: “zal ik maar gelijk een kistje maken?” Mijn moeder was een andere mening toegedaan en heeft hem groot gebracht met karnemelksepap. Hij is een stevige boy geworden, maar een jaar geleden gestorven. Daarna woonde in hetzelfde huis een stoelenmatter, die blind was en alles op zijn gevoel deed. Hij heeft bij ons thuis ook nog stoelen keurig netjes met biezen bekleed. De stoelenmatter werd gevolgd door een andere familie. De zoon heeft mij nog schaakstukken bezorgd door bewerking op zijn draaibank, hetgeen in die tijd heel bijzonder was. Mijn vroegste herinnering is het volgende huis en voor ons als kleine jongens een beetje ongewoon. Een zwarte lijkwagen met zwarte paarden bespannen en achterop een palfrenier met zo een grote hoed op, toen de bewoonster overleden was. Na nog verschillende families kwam er een man wonen, die zelf vogelhuisjes maakte van boomstammen en die te koop aanbood. Lange tijd heeft er een man, die in de plantsoenendienst werkzaam was, tot zijn genoegen gewoond. Hij is in de negentig en in Heemstede blijven wonen. Dan zijn we voorbij de poort gekomen. Een alleenstaande vrouw runde een fijnstrijkerij en wasserij. Mijn zuster heeft daar lange tijd als strijkster gewerkt. Als jongens voetbalden mijn broer en ik altijd in de poort, niet wetend, dat het geluid doordreunde en wij haar dikwijls hoofdpijn bezorgden. Dan werden wij weggejaagd, pas later heb ik begrepen waarvoor. Zij had heel gegoede klanten zoals Meer en Bosch. De was werd altijd door een mannetje van de inrichting gehaald en gebracht. Daarnaast had zij ook verschillende adressen van de adel uit de omgeving. Heemstede kende toen nog verschillende buitenplaatsen. De was en het fijne tafelgoed zoals damasten lakens werd bezorgd door een man met klompen aan op een transportfiets met doortrapper, de pijpen van zijn broek met een touwtje bij elkaar gebonden. Na haar overlijden werd de wasserij en de strijkerij overgenomen door een persoon, die later wasbaas is geworden op Meer en Bosch.

De Voorweg achter Meer en Bosch (1932)

Van onszelf valt ook veel te vertellen. Ik woon er nu nog steeds. Waarschijnlijk zijn deze huizen van omstreeks 1900. Mijn jongste broer is er geboren. Ik zal ongeveer twee jaar zijn geweest. Toen reed de stoomtram nog vlak langs ons huis en moesten zij mij altijd vasthouden, zodat ik niet onder de tram kwam. Mijn broer had voor de oorlog roodvonk opgelopen. Het ergste vond ik toen, dat ik zes weken niet naar school mocht. Er kwamen grote plakkaten op de ramen met opschrift: “Besmettelijke ziekte”. Hij lag in de Mariastichting in Haarlem buiten in houten barakken. Het was hartje winter en bitter koud. Destijds had je, omdat Heemstede zoals reeds gezegd een bollendorp was, een tentoonstelling van hyacinten. Aan de schoolkinderen werden bollen uitgereikt en die moesten ze dan tot bloei brengen. Mijn broer had ook een bol, waar hij zelf niet mee werkte. Mijn moeder heeft de bol toen verzorgd en aan het eind werd hij bekroond als de mooiste bloem die op de tentoonstelling te zien was en wij kregen de eerste prijs. Een voetbal van drie steek, zoals het toen heette. Met een veter moest je hem dicht rijgen en oppompen. Voor de oorlog hadden wij gas voor verlichting en koken. Voor ƒ 1,- kon je dan 10 muntjes halen bij Openbare Werken aan het Wipperplein, waar nu een nieuw appartementencomplex komt. Voor licht in de huiskamer had je een gaskousje dat je met een lucifer aan kon steken, het gaf zeer helder licht. Alleen als je boven te veel rumoer maakte met lopen, riep je moeder van beneden: “denk om het gaskousje”. Dikwijls ging het kapot en zat je in het donker. Radio bestond bij ons ook nog niet. Daarna was het één uurtje per dag van de Heemsteedse Radiocentrale van A.van Amerongen. Doordat zij een geheime zender in de oorlog hadden, zijn enige dorpsgenoten door verraad in een kamp gekomen en zijn Broeder Joseph Kingen en Henk Schoenmaker gefusilleerd. Wij misten de radio niet, omdat mijn twee broers aan de Harmonie St.Michael waren en zondagsmorgens na de hoogmis werd gerepeteerd, zodat ik al verscheidene muziekstukken kende voor ik naar de grote school ging. De buren hadden een patefoon, de voorloper van de grammofoon. Mijn broer had toen nog een apparaat op een rommelmarkt op de kop getikt en een losse veer. Op het gas hadden we de veer verwarmd en toen paste hij in de grammofoon. Door een slinger ging de plaat draaien en dan kon je de naald erop plaatsen. Eén dag van de oorlog zal ik nooit vergeten: 10 april 1943. Vanaf Alkmaar naar Haarlem zat ik in de trein, deze ging over de brug bij de Hoogovens en IJmuiden Oost en werd daar beschoten. De passagiers doken onder de banken en hebben het overleefd, waaronder ikzelf. In Haarlem aangekomen, was het een grote chaos en lag het hele treinverkeer in de war. Er waren nog meer treinen beschoten. Toen ik thuis kwam, hoorde ik, dat mijn oudste broer [W.J. de Bruijn uit de Hendrik Peeperkornstraat 1] in Leidschendam bij de beschieting was omgekomen, vader van acht kinderen. Op nr. 71 woonde een behanger en stoffeerder, die ook bij ons thuis kwam, zodat wij zelf nooit hoefden te behangen. Hij had een zoon, die nog in het verzet heeft gezeten en prachtig tekenen kon, o.a. een portret van de paus, dat nog in Haarlem op een tentoonstelling was opgehangen. Daarna kwam er een familie te wonen, waarvan de man ook als naïeve schilder kon worden betiteld. Hij is er mee begonnen, toen hij 65 was en heeft het zichzelf aangeleerd, terwijl hij voor die tijd nooit er iets aan had gedaan. Dat was voor mij een aanleiding om zijn spoor te volgen. Na mijn pensionering ben ik op een tekencursus gegaan. Het huis daarnaast had een erker, waardoor je de hele straat kon overzien. Van de familie, die er toen woonde, is er nog één in leven en in Heemstede gevestigd. De oudste zoon had een Amerikaanse vrouw, die achter in de tuin haar nagels zat te polijsten en lipstick gebruikte, wat voor die tijd heel ongewoon was. Eén dochter was gastvrouw op het oude Belvédère (mooi uitzicht), de uitkijktoren in Groenendaal. Vervolgens een familie, waarvan de zoon na een beroepstest na de oorlog naar Duitsland is gegaan en op de Ambassade werkte. Thans komen wij we bij, tot voor kort, de oudste inwoner van de Voorweg. De familie bestond toen uit vijf zonen en twee dochters. De oudste zoon is inmiddels twee jaar geleden gestorven. Zijn vrouw woont er nog steeds. Ook hier heb ik vele herinneringen liggen. Het begin is bij de vader, die ’s morgens vroeg met een kar, die door twee honden getrokken werd, naar de veiling in Haarlem ging. Een klein bollenbedrijfje ernaast, betekende hard werken. Zomers werden pellers gevraagd. Dat hebben wij vele jaren gedaan. Het duurde echter heel lang voor je een mand met krokusbollen vol had. Als ze dan klaar waren werden ze in een kistje gepakt en op stellingen gezet. Dat was “in de zaal” zoals het werd genoemd. Vroeger is het de gelagkamer van een bierhuis ‘Het Zeegat’  geweest.

De Voorweg met links achter de bomen het vm. bierhuis Het Zeegat van zeeman Hendrikse

Ook herinner ik mij – dat was na de oorlog – de schuur waar zij waren opgeslagen, in vlammen op ging en de hele oogst als verloren kon worden beschouwd. Gelukkig waren zij verzekerd. De geit die daar rond liep, werd door mijn zus uit de ravage gered. Wij gaan verder naar de volgende twee huizen. In één ervan, woonde een oude vrouw met een zoon, die toen koster van de katholieke kerk was en een auto had, waarin mijn broer en ik wel eens mochten meerijden. In een Opeltje, wij waren de koning te rijk! Hij kwam dikwijls bij ons thuis en was eigenlijk een huisvriend Een groentenman die ook appelen en peren ventte, woonde in het huis ernaast Hij beschikte over een harde, schrille stem en probeerde schreeuwend zijn waren te slijten. Dan kwam de smederij met de hoefsmid. De baas van de winkel had een grote snor en als je wat moest kopen aan spijkers en schroeven hing zijn snor bijna in het bakje en moest hij wel twintig keer alle bakjes nalopen om het gevraagde op te sporen. Het volgende pand werd bewoond door een gemeenteambtenaar bouwtoezicht (“bouwpolitie” in de volksmond genoemd), die ook voor de gemeente werkte. Een verbouwing aan ons huis door mijn vader die timmerman was, werd zonder tekening door hem goedgekeurd; het heeft tot op vandaag zijn diensten bewezen.

In één van de huizen, die volgen tol het schoolplein, woonde de beroemde keeper van H.B.C, die meerdere malen een penalty uit zijn doel wist te houden. Hij was ook opzichter bij de Gemeentewerken. Het peuterdagverblijf heette toen Lokaal voor Christelijke Belangen. Het werd vroeger gebruikt als Zondagsschool. Ook werden er wel repetities gehouden van het [intussen opgeheven] Muziekkorps Excelsior, die later terecht kwamen in de Voorwegschool en vervolgens in de Bibliotheek oefenen. In het lokaal werden ook veilingen gehouden, wat altijd een grote drukte opleverde.

Dan komt de Nicolaas Beetsschool, thans Muziekschool en onderkomen aan kunstenaars. Het hoofd der school woonde altijd naast de school. Mijn zus heeft er nog in de huishouding gewerkt. Dan volgen woningen, waarvan de personen werkzaam waren aan Gemeente of andere bedrijven. Eén man werkte bij Melkbedrijf de Sierkan in Haarlem en reed met paard en wagen door de straat. Het was het eerste bedrijf in de regio dat verpakt ijs verkocht in kleine staafjes van 10 cent of minder. Tussen twee wafels en keihard, maar wat smaakte dat voor ons als jongens! De standplaats was bij het Molentje in Groenendaal. Een ander bekend figuur die daar woonde, was jaren bij de beerputlediging betrokken. Dat gebeurde toen nog met emmers aan een stok. Er werd wel eens wat gemorst, opgehaald en in de wagen gestort. Een motorwagen met zuigers was nog niet aangeschaft. Een toilet met waterspoeling hadden wij niet. Een plank met een gat erin (z.g. droogpoepers). Een riool bestond uit oude gresbuizen die de faecaliën naar een bezinkput leidden. Met een deksel werd de put dan weer dichtgemaakt tot een volgende keer. Het duurde echter niet zo lang, want het was en gezamenlijke put van twee grote gezinnen. De Winterlaan was er nog niet. Wij noemden het Siberië, grasland, waar wij nog sprinkhanen vingen en naderhand in het mulle zand voetbalden. Doordat ik geen schoenen had maar klompen werd ik altijd op doel gezet. Voorbij de Winterlaan staan woningen naar achteren met een voortuin. Dat was destijds het bos van Adriani. Aan het eind woonde een man met zijn gezin Verspoor, die architect was en zeer veel voor de gemeente heeft gedaan in de raad en zitting had in verschillende commissies. Daarna betrok een andere familie Divendal het pand en noemde het naar het bouwwerk aan de Tiber in Rome: “De (B)Engelenburcht”. De man was publicist en voor de oorlog secretaris van de Aktie voor God. Het kantoor was gevestigd op het Raadhuisplein, welk pand in de bezettingstijd als Kringhuis van de N.S.B. fungeerde. Verder schreef hij onder de schuilnaam Torenkraai in het parochieblad Sursum Corda; inmiddels overleden. Als wij vervolgens teruglopen aan de andere zijde vinden wij het Epilepsiecentrum Meer en Bosch, toenmaals “inrichting voor toevallijders” genaamd.

De Achterweg met links het vroegere predikantenhuis en rechts achter het hoge pand: ‘Anno Sancto’, dat na 1950 fungeerde als parochiehuis van de O.L.V.Hemelvaartkerk. Oorspronkelijk in 1882 gebouwd huis dat ‘Meerwijk’ heette en in 1971 is  afgebroken voor de bouw van nieuwe huizen.

Suikerzakje van Anno Sancto, Achterweg 22 Heemstede, met afbeelding van het pand

Suikerzakje van Anno Sancto, Achterweg 22 Heemstede, met afbeelding van het pand

Er waren tralies voor de ramen. Medicijnen zoals nu waren er nog niet en het is wel gebeurd, dat vlak voor onze deur een patiënt viel met schuim op de mond en twee broeders, zoals verzorgers toen werden genoemd, hem amper in bedwang konden houden. In het tehuis was alleen een mannelijke bevolking. Voorbij de poort van Meer en Bosch staan nog twee panden. Eén ervan was een garage voor een vrachtrijder, die elke morgen om 6 uur met vee naar de markt ging. In dit verband is het ook nog wel vermeldenswaard, dat op de ochtend van 10 mei 1940 mijn moeders verjaardag was. Mijn ouders waren ’s morgens wakker geworden door het luchtafweergeschut, het begin van de oorlog. Terwijl mijn moeder dacht, dat het de vrachtrijder was, die zo lang werk had om de motor te starten, gooide mijn vader de ramen open en zei: “ze brengen je cadeautjes uit de lucht”. In de bocht van de straat naast Meer en Bosch was het huis van de “koningin van de Voorweg”. De dame die hier woonde, had een zelfde grote hoed op als de koningin en droeg daarbij een lange rok die over de grond sleepte. In hetzelfde huis woonde daarna een groot gezin, waarvan de jongens het meest terecht zijn gekomen in de sport of muziek en daarvoor ontzettend veel werk hebben verricht. Dan komen een paar huisjes, die inmiddels verdwenen zijn. In de plaats is nieuwbouw gekomen. Twee huizen zijn nog van voor de oorlog. Twee panden die nog bestaan, het eerste van een gezin waar de dochter ‘tering’ had, zoals het toen werd genoemd. Ik herinner me nog dat de straat met zand werd bestrooid om het geluid van ijzeren banden, die om de wielen van de wagens zaten, te dempen. Het tweede pand werd bewoond door koster Rot van de kerk op het Wilhelminaplein. Hij woonde daar met zijn vrouw en schoonzuster en had een dochter, die last had van zenuwtrekkingen. Het huis onderging een grote verandering, toen hier een familie ging wonen, die beide panden tot één huis maakte. Inwendig is er toen een hele nieuwe indeling gemaakt. Dit gezin is inmiddels weer vertrokken.

Een tekening van de Voorweg nabij de buitenplaats Meer en Bosch uit omstreeks 1775 door H.Tavenier

Het laatste gebouw van de straat is de Voorwegschool vanaf 1630, de oudste openbare school van ons land, op dezelfde plaats gelegen. Aan de buitenkant is weinig gewijzigd. Van binnen zijn meerdere malen veranderingen aangebracht en thans geheel gemoderniseerd. Aan de achterzijde is een gedeelte van Meer en Bosch in gebruik genomen. Het huis naast de school was vroeger van het hoofd der school de heer Thurkow, nu wonen er mensen in die geen binding met de school meer hebben. Wij voetbalden altijd op de speelplaats aan de voorkant. Door de hoofdmeester werden wij wel weggejaagd vanwege gevaar, dat de bal door de ruiten zou gaan. Als het kerstvakantie was en er lag veel sneeuw, kon je een heerlijke glijbaan maken. Dan op je klompen er over heen en was er niemand om ons weg te jagen. Meer en Bosch had ook een bijenverzameling, die verzorgd werd door een imker. Wij gingen veel kijken, konden juist over het muurtje van de school bij de gymzaal “die geheimzinnige man” zien. Hij had een beschermkap op en een pijp aan en met de rook hield hij dan de diertjes op afstand.

Met dit relaas is onze straat en haar bewoners gekenschetst. Het leek mij de moeite waard deze gegevens vast te leggen voor het nageslacht. In de hoop, dat u er een beetje genoegen aan heeft beleefd.

Jac.J.de Bruin

In de bijdrage van J.J.de Bruin voorkomende personen op basis van herinneringen van de heer J(aap) van Schagen):

Dikke jongen  Jan Stoel

Freules van der Goes  – Hoofd huishouding was Greet Mooij

Bollenkweker Willem de Boer (huis gebouwd door Van Amstel)   later D.Schoenmaker

Schildersbaas De Vries    Broeder de Vries van Meer en Bosch was hoofd van de schilders

Oudste inwoner  Slobbé

Eerste huis Snoeks

Volgende huis  mevrouw Philippo

Man te wonen:  Kamp

Plantsoenendienst Willem Schuylenburg [was lage tijd oudst levende Heemsteedse ambtenaar]

Alleenstaande vrouw Hekkert

Een persoon van Keimpema

Behanger A.H.Blansert  was ook drager bij befrafenisonderneming van P.Oosterhoorn

Schilder Jordan

Familie Verdonschot

Vervolgens een familie Breeuwal

Oudste inwoner A.H.Rot   Arie Rot, vader Rot was met Arie en Freek ook betrokken bij de begrafenisvereniging van oosterhoorn

Gelagkamer bierhuis ’t Zeegat

Oudste mevrouw met een zoon Piet Hoek   Hij was koster onder pastoor Van Noort

Groentenman Vermeer   Sloeg met de zweep wanneer je achter de paardenkar meereed

Smederij Wildschut  (voorheen Roest)

Gemeenteambtenaar Van den Honaard  was bij de gemeente in dienst, in de volksmond sprak en van ‘bouwpolitie’

Keeper HBC Griet Warmerdam

Melkbedrijf Ansing  later koetsier bij Van Schagen

Bekend figuur Jan van der Hulst

Man met zijn gezin A.J.J.Verspoor  was architect en gemeenteraadslid

later Herman Divendal van ‘Actie voor God’

Voorweg 7, Heemstede V.l.n.r.: foto uit 1937; achterkant 1954; voorkant van (B)engelenburcht, 1955, destijds woonhuis van de familie Divendal in Heemstede

Voorweg 7, Heemstede V.l.n.r.: foto uit 1937; achterkant 1954; voorkant van (B)engelenburcht, 1955, destijds woonhuis van de familie Divendal in Heemstede en daarvoor van architect Verspoor. Onder de laatste bewoner Joost Veerkamp helemaal gerenoveerd.

Acherzijde van het pand Voorweg 7, anno nu.

Acherzijde van het pand Voorweg 7, anno nu.

Garagevrachtrijder Drayer   hoofdzakelijk veerijder, kocht ook in opdracht vee

‘Konigin van de Voorweg’ mevrouw Hirdes  (met kleding tot op de schoenen)

Groot gezin Holdorp

Gezin Verheul

Koster van de kerk Peschar

Familie Geuzenbroek

De Camplaan rond 1900 met de stoomtram. Links hotel-restaurant Van Ree (in 1956 gesloopt) en rechts de omstreeks 1896 door aannemer W.A. van Amstel gebouwde herenhuizen.

Post Scriptum

De heer Jacobus Johannes (Jaap) de Bruin (8 september 1920 geboren) woonde sinds zijn tweede levensjaar op de Voorweg. Hij is 5 februari 2012 overleden en 10 februari op het R.K.gedeelte van de Algemene Begraafplaats begraven. Zijn Voorwegherinneringen schreef hij eind 2000 en zijn eerder gepubliceerd in HeerlijkHeden, nummer 107, februari 2001. De heer Jaap de Bruin was jarenlang actief als amateurdichter en vanaf zijn 27ste actief in het zangkoor van O.L.Vrouw Hemelvaartparochie waarvoor hij na 64 jaar de Bavo-penning ontving uit de handen van pastoor A.Hendriks. Een artikel over de geschiedenis van “De Achterweg en de Voorweg” van de hand van drs.J.W.G. van Doorn is gepubliceerd in ”Oud Heemstede-Bennebroek’, nummer 87 (februari 1996), pp.23-32.

Wijkgebouwtje van het Witte Kruis aan de Voorweg in 1902

Kinderen van de Voorwegschool omstreeks 1910 en een kar van Noord-Zuid-Hollandsche Tramweg Maatschappij (NZHTM), voorloper van Connexxion

Nog een oud naambordje Voorweg naast de Oude Kerk in het eerste huis van deze straat, in het verleden woonhuis van schoolmeester Thurkow (foto Puur makelaars)

Nog een oud naambordje Voorweg naast de Oude Kerk in het eerste huis van deze straat, in het verleden woonhuis van schoolmeester Thurkow (foto Puur makelaars)