Tags

, , , , , , , , ,

Voorgevel Vredenhof met karakteristiek uitspringend balkon (foto Jos Fielmich)

HET VERBLIJF VAN TSAAR PETER DE GROTE EN TSARINA CATHARINA 1 IN DE HOFSTEDE HOUT EN DUYNZIGT/VREDENHOF

Tsaar Peter de Grote, keizer aller Russen, uit het geslacht Romanov – dat van 1613 tot 1917 0ver Rusland heeft geregeerd – is in de Hout onder Heemstede minstens één dag op bezoek geweest. Zijn gemalin Catharina de Eerste verbleef op buitenplaats ‘Hout en Duynzigt’ in de zomermaanden van 1717 en is acht jaar na zijn overlijden keizerin van het Russische Rijk geweest van 1725 tot haar dood in 1727. Catharina, geboren Marita Skavronskaja, stamde uit een eenvoudig boerengezin van Pools-Litouwse herkomst.

Peter de Grote (1672-1725), zoon van monarch Alexej, regeerde Rusland van 1682 tot 1689 met zijn broer Iwan V, en nadien als alleeheerser. Deze tsaar heeft vermaardheid gekregen dankzij zijn pogingen de Westerse beschaving in Rusland te introduceren en door in 1703 de hoofdstad te verleggen van Moskou naar Sint-Petersburg. Op zijn eerste reis naar Holland (en Engeland) van 18 augustus 1697 tot 3 juni 1698 verbleef hij vier maanden in een huisje op de VOC-Admiraliteit van Amsterdam om als timmermansleerling aan een fregat te werken. Eerder verbleef hij acht dagen in Zaandam waar het in stand gehouden Tsaar Peter-huisje aan herinnert. In die periode moet hij ook een sierkwekerij rond Haarlem bezocht hebben.

Petersburg1

Gegraveerd portret van ambassadeur prins Boris Ivanovitsj Kurakin (1676-1727) door Pieter van Gunst naar Godfried Kneller (Rijksmuseum)

Uit een brief die tsaar Peter de Grote vanuit Vyvorg in 1712 schreef aan prins Koerakin, de Russische ambassadeur in Nederland, blijkt namelijk: “In Holland, nabij Haarlem, staan gekweekte (dus geen wilde) linden in de zandgrond. (…) Draagt u er zorg voor zo’n tweeduizend stuks van die bomen aan te schaffen. Ze moeten op het schip worden ingeladen met de wortels in het zand, dat dan als ballast kan dienen, en van het najaar verscheept naar Petersburg” Deze bomen zijn met andere voorwerpen naar Petersburg verscheept op fregatten onder begeleiding van een Engels en een Nederlands konvooi.”(2).

Vorst Boris Iwanowitsj Koerakin (Kurakin) (1676-17270 was een belangrijk  Russisch diplomaat, schoonbroeder van tsaar Peter de Grote van 1708-1712 gezant te Londen en bij de Vrede van Utrecht in 1713 de vertegenwoordiger   van het Russische rijk. In 1716 werd hij tot ambassadeur bij de Staten-Generaal benoemd en vestigde zich wisselend in Den Haag en Brussel. Hij bemiddelde bij de aankopen van Vlaamse en Hollandse kunst. Veel van die werken zijn tegenwoordig te zien in Sint Petersburg, de Hermitage en Kunstkamer, zoals de unieke schelpencollectie van Seba. Vorst Koerakin bestelde reeds in 1716 zestig loden beelden naar het voorbeeld van de beelden in Versailles, die het jaar daarna naar Rusland werden overgebracht. Begin jaren twintig van de 18de eeuw verzond Koerakin nog twaalf loden beelden naar Sint Petersburg die de  maanden van het jaar voorstelden. De beelden stonden in de Zomertuin en in het park in Petershof, die echter geen van alle bewaard zijn gebleven.  In één van de brieven die Peter in 1712 vanuit Vyborg aan Koerakin, de Rusische gezant in Nederlnd, schreef staat:  In Holland nabij Haarlem staan gekweekte (dus geen wilde) linden in de zandgrond…(…) Draagt u er zorg voor dat zo’n tweeduizend stuks van die bomen aan te schaffen (…) Ze moeten op het schip worden geladen  met de wortels in het zand, dat dan als ballast kan dienen, en van het najaar verscheept naar Petersburg [Archief F.A.Koerakin, boek II. Sint Petersburg, 1891, p.61 [Peter de Grote en Holland. Uitgeverij Thoth Bussum en Amsterdams Historisch Museum, 1996]. 

Geschilderd portret van de Russische prins en diplomaat  Boris Kurakin (1676-1727) Hij was o.a. van 1712-1714 ambassadeur in Engeland, 1712-1714 gezant in Nederland en van 1724-1727 in Frankrijk

Koerakin vond Amsterdam een prachtige stad met haar drie voorname “straten”: de Heeren-, Keizers- en Prinsengrachten, waar de huizen mooie zalen hebben en langs de oevers der kanalen hoge bomen staan, waartussen ’s avonds brandende lantaarns hangen. Zie over deze reis het artikel van B.Raptschinsky in het ‘Jaarboek van Amstelodamum”, 1936, p.164-167.  In  de Universiteitsbibliotheek Leiden bevindt zich het volgende reisboek: Archiwj Kn. F.A.Koerakina. IZDdaw. pod red. M.J. Semewskawo. Kniiga perwaja. Boemagi knjazkja Borisa Iwanowitsja Koerakina 1676-1727. S.Petersboerg 1890. Blz. 129/143 October 1705: Doesburg, Arnhem, Amersfoort, Weesp, Amsterdam, ‘s-Gravenhage, Leiden, Delft, Rotterdam, Gouda, Maassluis, Brielle. Blz. 130-141 october 1705 De schrijver logeert in “La ville de Lyon”, later in “Blagowest’ op de Herengracht. Hij bezichtigt het stadhuis met de koepel, waar hij de klokkenist het carillon zag bespelen. Verder noemt hij de verschillende kerken, die der Gereformeerden, der Luthersen, der Doopsgezinden, der Joden, zonder deze nader aan te duiden. Hij vermeldt daarbij, dat de Quakers hun bijeenkomsten in particuliere huizen houden, evenals de Mennisten en dat de Roomsen hun geheime kerken hebben; er zijn ook Katholieken, die de pas niet erkennen. Ook de Perzische en Armeense godsdienstoefeningen worden in burgerhuizen gehouden. Hij kwam op de O.I. scheepstimmerwerf ‘op welke werf onze Heer (1) alle schepen leerde bouwen, daar zag hij ook het schip waaraan onze Heer meewerkte. Het heette de “Peter en Paul’ en het had reeds verscheidene reizen naar Indië gemaakt. “Daar was ik bij de meester, Bas heette hij, die onze heer les gaf”. (2). En hij kwam in de vertrekken, waar de vorst zijn middagmaal gebruikte en aar allen sliepen op diens hof, en ik zag de kleine kamertjes waar Alexander Kiekin (3) woonde”. Ook de “landswerf”, de schepenfabriek noemt hij en de kleinere van de West-Indische Compagnie gezocht hij. Hij komt op de beurs “waar de kooplieden iedere dag komen om hun zaken te doen en hun prijzen te bepalen. Ze zijn gewoon er twee tot drie uur te blijven, ’s winters van twaalf uur af, ’s Zomers komen zij er om tien uur en gaan ze om twaalf uur, dat is precies op de middagtijd weg.” Met de kooplieden Abraham Houtman (4), Jacob Lups (5) en vooral met Christoffel Brants komt de vorst herhaaldelijk in aanraking. In het bijzonder wordt nog de oud-burgemeester Nicolaas Witsen genoemd “die een grote liefde voor onze staat heeft en Zijne Majesteit tijdens zijn verblijf in Amsterdam zeer genegen was”. Jola Meijer schrijft; ‘De Amsterdamse burgemeester Nicolaas Witsen was eveneens een collectioneur en kennis van Peter de Grote. Het bezoek van de tsaar aan Schijvoets collectie, waarbij vooral over bouwkunst werd gediscussieerd, kwam wellicht door zijn toedoen tot stand. Witsen bemiddelde in kontakten tussen Nederland en Rusland. Hij had in 1664 de gezant Jacob Boreel (later eveneens Amsterdams burgemeester) op diens reis naar Moskou  vergezeld en verbleef er drie jaren. Het tweede deel van zijn plaatwerk met tuinsieraden heeft Schijnvoet, met een memorieprent aan Jacob Boreel (1697) opgedragen. Voor Witsens broer Jonas maakte hij twee bruiloftsprenten (1701  en 1704).   [Reizigers te Amsterdam; beschrijvende lijst van reizen in Nederland dor vreemdelingen vóór 1850 door J.N.Jacobsen Jensen. Supplement. Amsterdam, 1936.  

De ligging van Arkhangelsk, ten oosten van Sint Petersburg, in de 17de eeuw de belangrijkste zeehaven voor de Hollanders.

(1) Met “onze Heer” is tsaar Peter de Grote bedoeld. De zus van Peter I heette Eudoxia. De echtgenotes van de tsaar en vorst Koerakin waren zusters.

(2) De naam van deze “Bas” is vermoedelijk Pieter Pool. Zie Jac. Scheltema, Rusland en de Nederlanden, deel II, bladzijde 197.

(3) Alexander Kiekin  was een Rus in het gevolg van de tsaar. De man kwam triest aan zijn einde. Hij moest namelijk zijn hulp aan de vlucht naar het buitenland van de zoon van tsaar Peter de Grote, de tsarevitsj Aleksj, met de dood bekopen. Het huis van Kikin is door de tsaar bestemd om de eerste collectie van de Kunstkamer met de collectie-Seba onder te brengen. Dichtbij het Smolnykloster bleef de Kunstkamer daar tot in 1728 het definitieve gebouw aan de Neva werd gehuisvest.

De Kunstkamera [in het Duits meest aangeduid als ‘Kunstkammer’] in Sint Petersburg

(4) Koerakin schrijft zelf Adolf Houtman, volgens Scheltema “een aanzienlijk koopman, ie voorheen te Aranchel woonde”a.w. deel II, blz. 160, 223. Deze was omstreeks 1702 te Moskou overleden. Zie Cornelis de Bruin, “Reizen over Moskovie door Persië en Indië”. Asterdam, 171, blz. 53, eerste kolom onderaan, aangehaald door J.L.F.de Balbian Verster, in”Jaarboek van Amstelodamum”, 1929, blz. 120.

(5) Over Jakob Lups, een broeder zegt Koerakin van Jan (Johannes) Lups, komt hem uit Rusland bekend en Christoffel Brants en het Brants-Rushofje in: ‘Jaarboek van Amstelodamum’, 1929, blz. 106 e.v. Via Jan Lups kocht tsaar Peter I in Holland een volledig uitgeruste drukkerij inclusief personeel. Blijkens een rekening uit 1707 gaf hij ‘727 roebel en 23 altyn uit aan twee drukkerspersen met 192 letterstempels, verder verschillende typen drukletters etc. De Nederandse boekdrukers kwamen ia Archangel Rusland binnen vanwaar zijn naar Moskou reisden. Tegen het einde van 1709 was deze drukkerij van Moskou naar Europees model opgericht als garantie voor de culturele hervorming van Peter.

Nicolaas Verkolje, 1740: David van Mollem op zijn buitenplaats Zijdebalen aan de Vecht. Tsaar Peter de Grote bezocht hem in 1717 en diens bibliothecaris Schumacher en wiskundige  Johann Wenceslaus Kaschube in 1721, bedoeld om het geheim van Van Mollems welvaart tot in details te bestuderen om als voorbeeld in Rusland aan de wenden

Pekarskij, P. Naoeka i literatoerna w Rossi pri Petrje Welikomj. 2 volumes. Sankt peterboerg, 1862. Bevat aantekeningen van bibliothecaris Johann Daniel Schumacher (Kunstcamera, Academie van Wetenschappen), in dienst van tsaar Peter de Grote, die in de zomer van 1721 een reis door Nederland maakte: Leiden, Amsterdam, Zaandam, Haarlem, ‘s-Gravenhage, Delft, Utrecht (waar hij onder meer gedurende twee weken de zijdefabriek van David van Mollem bezocht aan de Vecht hij het huis Zijdebalen), met als doel materiaal te verzamelen voor de collecties van Peter Schumacher (1) kocht van de natuurkundige D.F.Fahrenheit “draagbare” thermometers en was te gast bij Van Musschenbroek. Hij bezocht het beroemde kabinet van Simon Schijnvoet (zeegewassen, koralen en tekeningen), van een dokter Jobelirer (?) edelgesteenten en cameeën (2), de natuurhistorische verzamelingen van H. ten Kate en B.Scheid, welke het echter niet kunnen halen bij het kabinet van A.Seba, die in 1715 zijn verzameling aan de tsaar had verkocht (3). Van de muntenverzameling van Jacob de Wilde geeft hij een kort overzicht (4). Van de kort tevoren overleden Theodoor Boendermaker bewonderde hij de door deze bijeengebrachte atlas in 102 delen, die daarna voor 10.000 gulden aan de koning van Portugal is verkocht (4). Bij professor Fred. Ruysch zag hij vier zalen vol met ontleedkundige praeparaten, die deze door inspuitingen weet te conserveren. Op een veiling kocht hij door bemiddeling van een makelaar (?) Larwood een oranjerie en een aantal geneeskrachtige planten voor 823 gulden en voor de som van 8382  gulden enige schilderijen van de beste meesters. 

Mogelijk portret van Johann Daniël Schumacher

(1) Johann Daniël Schumacher (1690-1761), geboren in Colmar in de Elsas, studeerde aan de universiteit van Straatsburg. was door. In 1714 kwam hij in dienst van de Russische vorst Peter I, aanvankelijk als secretaris voor buitenlandse correspondentie bij de medische kanselarij vervolgens als in de functies van bibliothecaris, beheerder van rariteiten + naturalia en secretaris/directeur  van de Academie van Wetenschappen. Hij catalogiseerde de boeken en inventariseerde de veelal in West-Europa aangekochte museumstukken. Hij reisde op diens last naar Duitsland, Frankrijk, Engeland en Holland om daar collecties aan te kopen en met geleerden besprekingen te voeren voor hun eventuele overkomst naar Rusland. Peter de Grote had namelijk het voornemen in St. Peterburg een academie van wetenschappen te stichten. Bovendien trachtte Schumacher nog achter fabrieksgeheimen te komen door de wiskundige Johann Wenceslaus Kaschube die bij hem was in het geheim tekeningen te laten maken van de twijnmolens en andere machines – een voorbeeld van vroege bedrijfsspionage. Zie over het door hem uitgebrachte rapport van zijn reis, dat als bijlage in het boek van Pekarskij is opgenomen, het opstel van B.Raptchinsky in het ‘Jaarboek van Amstelodamum’, 1936, p. 166-167.

doorsnede

Palaty. Doorsnede van de Kunstkamera in Sint Petersburg met rechts de bibliotheek en links de verzamelingen In de toren de sterrenwacht

De bibliotheek van de Kunstcamera (Academie van Wetenschappen van Rusland) in Sint Petersburg (ets van Ch.A.Wortmann, 1741)

Uit: Tsaar Peter de Grote en zijn Amsterdamse vrienden (door Jozien Driessen): ‘De bibliotheek’ schreef Schumacher ‘bestond in het begin uit maar 2000 boeken, waarvan de helft uit Riga kwam en de andere helft uit Moskou. Uit Riga kwamen voor het grootste deel theologische boeken en uit Moskou kwamen vooral medische en historische werken. In 1718  kwam daar de bibliotheek van Andrej Wilnius bij met veel Hollandse boeken. Een tweede grote aanwinst in 1718 was de bibliotheek van Pitcarn [een Schotse medicus, noot J.J.D.] en in 1719 kwam de bibliotheek van Areskin. Beide bevatten bijna uitsluitend medische en natuurkundige werken, en boeken over de vrije wetenschappen. In 1727 kwam daar de bibliotheek van Peter de Grote bij. Het grootste deel daarvan bestond uit grote atlassen, topografische weken en kostbare uitgaven op het gebied van stedenbouw, vestingbouw en scheepsbouw. Andere onderwerpen waren mechanica, naturalia en prentkunst, schilderkunst en andere beeldende kunsten. In 1735 werd daar de bibliotheek van generaal Jakob Brjoes aan toegevoegd, met veel Engelse en Duitse boeken over verschillende wetenschappen en kunsten. De bibliotheek werd verdeeld over vier zalen: een theologische, een juridische, een medische en een filosofische zaal.’  

(2) Misschien Joseph Speyer, handelaar in cameeën enz. Zie Uffenbachs reis (Reizigers te Amsterdam, nummer 106)

3) een uitvoerige beschrijving van Seba’s  verzameling, gedateerd Amsterdam 4 october 1715 volgt in Pekarsky’s boek achter het rapport van Schumacher, p.558-561.

Vooromslag van: ‘De Kunstkamera van Peter de Grote; de Hollandse inbreng, gereconstrueerd uit brieven van Albert Seba en Johan Daniël Schumacher uit de jaren 1711-1752′; door Jozien J.Driessen-van het Reve. 350 p. Bevat o.a. hoofdstukken gewijd aan Nicolaas Witsen: een verzamelaar bezoekt Moskou; Peter I; de collectie van Albert Seba; Robert Areskine (Erskine), Johann Daniel Schumacher (o.a. zijn reis in 1721-722 naar de Duitse landen, Holland en Engeland  om materiaal te verzamelen) , Laurentius Blumentrost; de collectie van Frederik Ruysch; bezoek en aankopen 1716-1717 in Amsterdam etc. O.a. van Gabriel Daniel Fahrenheit, Johan van Musschenbroek en Jacob de Wilde Bevat illustraties. Na 1830 zijn de collecties uit de Kunstcamera verdeeld over gespecialiseerde musea en onderzoekinstellingen

(4) Zoals reeds bij Uffenbach’s reis eerder vermeld, wordt in het Amsterdams stadsarchief een album bewaard, waarin De Wilde de bezoekers van zijn verzameling hun namen liet schrijven. Van de muntenverzameling bestaat een door Maria de Wilde gemaakte catalogus met kopergravures door de schrijfster: Signa antiqua e museo Jacobi de Wilde, veterum poetarum carminibus illustrata et per Mariam filiam aera inscripta. Sumptibus auctoris, Amstelodami 1700. Ook van de gesneden stenen is een dergelijke uitgave verschenen: Gemmae selectae antiquae sive L. tabulae. Sumpt. auct. Amstel, 1703. In de muntencatalogus komt een afbeelding van zijn rijke  bibliotheek voor, waarimn men de eigenaar ziet zitten met Peter de Grote. Zie hierover o.a. Bulletin du bibliophile belge, tome XIII, 1857, p.113.

Tsaar Peter de Grote bezocht het Museum Wildianum tweemaal, in 1697 en 1700.  Hij logeerde bij Christoffel Brants. Hier op een ets van Maria de Wilde afgebeeld in de bibliotheek met zijn gastheer Jacob de Wilde op een ets van dochter Maria de Wilde.

(5) Deze atlas, bestaande niet uit 102, maar uit 103 banden werd aan de koning van Portugal voor 8.900 gulden verkocht. Het schip, dat deze kostbare lading aan boord had, verging echter. Zie Nummer 2137 vn de catalogus van Frederik Muller & Co. ‘Histoire des savants’, verschenen in 1901.

 

Hofstede ‘de Olifant’, nabij Amsterdam, sinds 1719 in eigendom van koopman Jan Lups (ov. voor 1742). Hij was famile van Chrstoffel Brants en met Brants de belangrijkste handelaar op Moscovië.


Portret van tsarina Catharina, echtgenote van tsaar Peter de Grote 

Tsarina Catharina 1 door Carel de Moor (Hermitage Leningrad)                                 In 1716-1717 zou Peter (intussen getrouwd met Catharina), ingegeven door een ontembare drang naar nieuwsgierigheid, nogmaals West-Europa bezoeken. Nu niet zoals 20 jaar eerder onder incognito onder schuilnaam Pieter Timmerman (of Pieterbaas) maar met staatkundige bedoelingen. Tegelijkertijd maakte hij kennis met vele geleerden en ronselde ingenieurs en bekwame ambachtslieden on in het Russische Rijk te komen werken. Peter de Grote verzamelde voorts allerlei objecten, zoals boeken, kaarten, naturalia, beelden en kunstwerken voor de door hem op te richten ‘Kunstkamer’- een museum en bibliotheek – aan de kade van de Newa in St. Petersburg. In Amsterdam is hij ontvangen in de stadswoning aan de Keizersgracht van zijn vriend, de koopman Christoffel Brants (3). Na een begroeting door de Heren Burgemeesteren in de Grote Doelen van de tsaar tot teleurstelling van Brants zijn intrek in de woning van Solowjow (Soloffihoff) op de Herengracht bij de Vijzelstraat. Zijn paleisachtige herenhuis ‘De vergulde Turkse Keyser’, tegenwoordig nummer 527, was gehuurd van Jacob Jacobszoon Hinlopen. Solowjow moest daartoe zijn huis helemaal ontruimen. Het ‘Groot Moscovitisch Gezelschap’ (4) nam zijn intrek in de Kloveniersdoelen. Medio januari werd Peter ernstig ziek en diende hij een aantal weken het bed houden. Op 13 februari kwam zijn vrouw Catharina aan, die een maande eerder het prinsje Paul had gebaard, dat kort na de geboorte in het kraambed was overleden. Begin maart voelde Peter zich voldoende hersteld om na 20 jaar de Zaanstreek te zien, gevolgd door excursies naar verscheidene Hollandse steden en buitenplaatsen aan de Vecht. Op 10 april vertrok hij vanuit Middelburg via Vlissingen en Antwerpen naar Frankrijk voor een langdurig privé- en staatsbezoek, gevolgd door een verblijf van een maand in het Belgische kuuroord Spa.

De reis van tsaar Peter de Grote met een gevolg van ongeveer 100 personen ving op 24 februari 1716 aan in Petersburg en voerde langs Königsberg, Danzig, Schwerin, Rostock, Bad Pyrmont (voor een kuur van 6 juni tot 26 juni 1716) Kopenhagen, Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, Antwerpen, Brussel, Gent, Brugge, Calais, Parijs, Spa, Aken, Berlijn en eindigde op 21 oktober 1717 in Petersburg. Nadien is hij niet meer naar West-Europa gereisd.

De door mij in 1999 bezochte tentoonstelling in Museum Schloss Bad Pyrmont, gewijd aan de Russische tsaar Peter de Grote die juni 1716 voor een kuur in Bad Pyrmont verbleef

Informatie over expositie Peter de Grote in Bad Pyrmont

Petersburg3

Harry Donga mn.m.v. Fred Vogelzang, in: Petersburg, Roem der Hoven, pagina 14.

Nicolaas Bidloo, circa 1674 in Amsterdam geboren is op 23 maart 1735 in Sint Petersburg overleden. Hij studeerde medicijnen in Leiden en ontving 1 januari 1697 zijn doctoraat.. Met ingang van juni 1703 werd hij door bemiddeling met de Russische gezant lijfarts van tsaar Peter de Grote. Hiervoor bedong hij een salaris van 2.500 gulden per jaar. Bidloo vergezeld de tsaar op diens reizen. In Sint Petersburg liet hij tuinen aanleggen rond het ziekenhuis met vijvers, standbeelden en een botanische tuin gebaseerd op de Hortus Botanicus in Leiden. Hij gaf ook adviezen aan Peter I en liet in 1730 een manuscript met 19 tekeningen uitgeven, tegenwoordig in bezit van de universiteitsbibliotheek in Leiden

Bidloo’s ‘Kleine Hermitage’ aan de JAZO bij Moskou, een door hemzelf ontworpen tuin en in vogelvlucht getekend, (UB-Leiden). Erik de Jong schrijft in ‘Natuur en Kunst; Nederlandse tuin- en landschapsarchitectuur 1650-1740’ (1993, p.25-26): ‘Het persoonlijkst en meest direct vinden we dit gedachtengoed in de “Schetz” over het buitenleven, die de Nederlandse lijfarts van tsaar Peter de Grote, Nicolaas Bidloo (1674/75-1735) in handschrift voegde bij negentien eigenhandige tekeningen van de door hem aangelegde tuin bij Moskou. In dit document, dat Bidloo ca. 1720/1730 als aandenken voor zijn kinderen samenstelde, refereert deze doopsgezinde arts allereerst aan het paradijs dat God plantte voor “nooddruft en vermaak” van het eerste mensenpar. Ook als zij niet door de Schepper hieruit verjaagd zouden zijn, dan nog was hun omvangrijk nageslacht wel gedwongen geweest zich in de wereld te verspreiden om een lusthof te zoeken, wat niet zo moeilijk is : “dewijl de gehele wereld niet dan een lustprieel is”. In Bidloo’s nuchtere visie was het onvermijdelijk dat door arbeid de aarde in cultuur gebracht moest worden  om voedsel te kunnen voortbrengen. Gelukkig werd de mens hierin bijgestaan door zijn verstand, evenals het handenwerk en Goddelijke gave.”

Wladimiroff.jpg

Vooromslag van boek  door Igor Wladimiroff. Hollandse datsja’s: Hollandse en Utrechtse buitenplaatsen van Amsterdamse kooplieden op Rusland, circa 1600-1800. Heemstede, kantoor Verschoor, 2019.

Hofstede Hout en Duynzigt (Vredenhof)

Cornelis Pronk (1691-1750: binnenplaats van de hofstede Vredenhof uit 1731 (NHA)

Vredemhof

Vredenhof omstreek 1842 gelithografeerd door P.J.Lutgers, op dat moment bewoond door Vas Visser

Dimitri Solowjow, die hoofd was van een Russisch handelskantoor, kon dankzij een Amsterdams koopman waarmee hij sinds 1714 zaken deed tijdelijk beschikken over het buiten van Johannes Baelde onder Heemstede in de Haarlemmerhout. Dat betrof ‘Hout en Duynzigt’, later ‘Vredenhof’ geheten “aan de groote Heereweg schuin over de Haarlemmerhout, groot 1 morgen circa 328 roeden” (5). Nog altijd aan de Wagenweg gelegen, sinds  de annexatie van 1927 Haarlems grondgebied, en nadien mede bekend als atelierwoning van de beeldhouwer Mari Andriessen (1897-1979). J.Baelde (1664-1720) woonde sinds 1708 in een herenhuis met stalling en pakzolders aan de Herengracht in Amsterdam.

Portret van Johannes Baelde (1664-1720), toegeschreven aan kopiist mr. Meyer (in privébezit)

Susanne Clemens (1675-?), echtgenote van Jonannes Baelde. Toegeschreven aan kopiist-schilder mr.Meyer (RKD)

Stadspaleis Herengracht b527 Amsterdam waar tsaar Peter de Grote logeerde bij de Russische koopman en zaakgelastigde Dimitri Solowjow.

Dankzij handel op de Levant en de Oostzeekust in goeden doen geraakt kocht hij op 12 maart 1710 van de erfgenamen der weduwe van Louis Trip een hofstede ‘Hout en Duynzigt’ onder Heemstede voor ƒ 5.000,- exclusief ƒ 2.000,-als vergoeding voor overgenomen tuinsieraden en inboedel. Hij verfraaide het buiten en gaf het in de zomer van 1717 in bruikleen aan voornoemde Solowjow, die ‘verplicht’ was tijdens diens verblijf in Holland zijn stadswoning aan de tsaar af te staan. Vanuit het huis, gelegen nabij de herberg ‘Het Dronkenhuisje, had men noordoostelijk zicht op de Hout en naar het zuiden en westen op de duinen. Tijdens het staatsbezoek van Peter aan Frankrijk verbleef de tsarina – die vanwege haar lage komaf niet meereisde naar het Franse hof met zijn strenge etiquette – in het Amsterdamse huis van Solowjow, “maar meestentijds op diens buitenplaats in de Haarlemmerhout” (6). Dat was in de zomermaanden mei tot augustus. De tsarina kon er in de rustieke omgeving tot rust komen en na de vermoeienissen van het reizen en het verlies van een pasgeboren baby. Ze wandelde veel in de “wildernisse”, ging spelevaren op het Spaarne en beschikte over een onbeperkte wijnvoorraad. De Haagse kunstschilder Carel de Moor (1656-1738) vervaardigde in 1717 een portret van Catharina. Dat gebeurde op voordracht van gezant Koerakin.

Buiten Vredenhof. (Noord-Hollands Archief). Zie ook: Verhaal Vredenhof, op site van Oneindig Noord-Holland.

Buiten Vredenhof. (Noord-Hollands Archief). Zie ook: Verhaal Vredenhof, op site van Oneindig Noord-Holland.

Op 24 mei liet het Amsterdamse stadsbestuur te harer ere een spiegelgevecht houden op het IJ, waarbij de jachten die hieraan deelnamen in twee eskaders waren verdeeld. Tegen de avond “voegden de beide Esquaders zich te zamen, maakten eene Vrede en geleidden Hare Czaarse Majesteyt in triomf na de Stad.” De slippertjes van Peter met Parijse straatmeiden beletten hem niet een tedere briefwisseling met zijn achtergebleven vrouw te onderhouden. Zij antwoordde te hopen tot haar dood van hem, ook als grijsaard te blijven houden.” In het Heemsteedse buitenhuis vervoegde zich de tsaar toen hij begin augustus uit Frankrijk was teruggekeerd. De biograaf Troyat schrijft: “Wanneer hij in Holland Catharina terugziet, stroomt hij over van mannelijke tederheid. Zij is de meest bedrogen en meest beminde vrouw ter wereld.” Vervolgens ging het echtpaar weer naar Amsterdam waar Peter voor 15.000 gulden het anatomisch kabinet van Seba kocht. Deze apotheker bemiddelde bij de aankoop van de door de Amsterdamse hoogleraar Frederik Ruysch bijeengebrachte collectie anatomische preparaten ten bedrage van 30.000 gulden. Verder zijn via leden van zijn gevolg talrijke schilderijen uit de Oudhollandse School aangeschaft. Van Rembrandt, Adriaen van de Velde, Ludolf Backhuysen, Jan Steen en anderen die hedentendage in de Hermitage prijken. Behalve bezoeken aan onder meer de Hortus, de Beemster, Texel en het Loo bezocht het paar diverse malen de lusthof ‘Petersburg’ van zijn vriend Christoffel Brants, resident (handelsagent) van de tsaar in Amsterdam. Dit met prachtige tuinen in geometrische stijl omgeven landhuis, ontworpen door Simon Schijnvoet, was gelegen aan de Vecht tussen Nederhorst den Berg en Nigtevecht (7).

Petersburg.jpg

Gravure van bezoek tsaar Peter de Grote aan Petersburg, het buiten van Christoffel Brants. Eén van de in totaal 12 gravures gewijd aan Petersburg van D.Stoopendaal, in diens ‘De Zegepralende Vecht. Vertoonende verscheidene Gezichten van Lustplaatsen en Heerenhuyzen en dorpen begiinnende van Utrecht met Muyden besluytende’ (Amsterdam, Wed. Nic. Visscher, 1719. Heruitgave in 1791 en in 1807 is het werk opgenomen in  de ‘Hollandsche Arcadia’. In de Beudeker-atlas van de British Library bevindt zich een gekleurde plattegrond van architect Schijnvoet. Tussen 1709 en 1711 werd deze buitenplaats aan de Vecht onder Nederhorst den Berg aangelegd op de oostelijke Vechtoever nabij Nigtevecht. Vervaardigd in opdracht van Christoffel Brants Universiteitsbibliotheek Leiden)

peterburg

Ligging van de hofstede Petersburg tussen Nigtevecht en Nederhorst den Berg (fragment uit Covens en Mortier carte particuliere d’Amstelland, 1749 (uit boek Petersburg, Roem der Hoven’.

Petersburgschoolplaat

Schoolplaat van bezoek Tsaar Peter de Grote Petersburg aan de Vecht

Petersburg2

Petersburg. Gezicht van de Grote Laan (D.Stoopendaal, uitPetersburg, Roem der Hoven)

Tussen 1816 en 1819 is Petersburg gesloopt. Achter het hek lag destijds de buitenplaats Petersburg (foto Jan Maarten Pekelharing)

Gravure uit: Pieter van den Berge. Amsterdam, 1720. Het IJ met tsaar Peter de Grote die kijkt naar het schip dat dat hij meehielp met het bouwen.

Brants

Door Arnold Boonen (1669-1729) in 1717 geschilderd portret van Christoffel Brants (1664-1732 (Van Brants Rushofje Amsterdam)

Portretgravure van Christoffel Brants, door Jan Ruyter naar Simon Schijnvoet (Rijksmuseum Amsterdam

Het door Christoffel Brant bewoonde pand, Keizersgracht 317 ‘De Wildeman’. In 1717 gebouwd door architect Caspar Philips

Het handelshuis in Archangelsk waar Christoffel Brants tijdens zijn verblijf in Noord-Rusland verbleef (foto Jos Otten, 2007)

Petersburg5

Vooromslag van in 2017 verschenen boek: Petersburg, Roem der Hoven; de verdwenen lusthof van Peter de Grotes agent Christoffel Brants.  Door Fred Vogelzang, Emmanuel Waegemans, Harry Donga en Claudette Baert-de Weerd.  Wijk bij Duurstede, Nederlandse Kastelenstichting

Petersburg door D.Stoopendaal. Gezicht door de berceaux. In het midden tsaar Peter de Grote die 2 meter en 3 centimeter mat en daarom boven de meeste mensen uitstak

Tuinplan Petersburg naar Simon Schijnvoet (Beudeker collectie British Library, KNOB Bulletin, 1996, p.203-213 bevat een artikel van Jola Meijer. ‘De buitenplaats Petersburg, een ontwerp van Simon Schijnvoet’).

Ontwerptekening  (aquarel) door Simon Schijnvoet van Petersburg bij Nigtevecht/Nederhorst den Berg, circa 1717

Detail van voorontwerp van het huis Petersburg door Simon Schijnvoet uit 1700-1717

Op de achterkant van het doek met pen staat: ‘Ontwerp van de tuin van Brants.’ Herkomst: bibliotheek van Peter de Grote, bibliotheek van de Academie van Wetenschappen in Sint Petersburg. De plattegrond van Simon Schijnvoet is afkomstig uit een album met ontwerpen uit de tijd van Peter I. Christoffel Brants was de zaakwaarnemer van Peter de Grote in Nederland. Het landgoed in Nederhorst den Berg bestond uit een systeem van afzonderlijke tuinen, van elkaar gescheiden door kanalen en muren van groen. Het ontwerp is door Brants aangeboden aan Peter de Grote. Door de overdaad van geometrische patronen in de tuinen kan men het een mini-encyclopedie noemen van het eerste kwart van de achttiende eeuw.

Prent van het het IJ in Amsterdam met de jachten  van de Admiraliteit, van Tsaar Peter de Grote  en stad Amsterdam. Peter is in de rechterboot staande onder de vlag afgebeeld.

Ets door Pieter van den Berge (1659-1737) van schepen op het IJ in Amsterdam. Op de voorste boot rechts staat Peter de Grote die kijkt naar het daarachter varende oorlogsschip/fregat ‘Peter en Paul’ waaraan hij incognito zou hebben gewerkt. 

Titelblad van ‘De nagelaatene gedichten‘ van Elisabeth Koolaart geboren Hoofman (164-1736). Uitgegeven door Willem Kops. Haarlem, Jan Bosch, 1774. Het vignet van de engeltjes is van Reinier Vinkeles. In het boek is een lofdicht op Peter de Grote – die het echtpaar Koolaart-Hoofman in huize Bellevue in 1717 heeft bezocht –  opgenomen

Brants is wegens zijn zakelijke verdiensten in 1717 verheven in de Russische adelstand. De afscheidsreceptie had plaats op 31 augustus en vanwege het noodweer heeft het uitgebreide gezelschap één dag later de terugreis naar het vaderland aanvaard (8). Het vorstenpaar vertrok op het “buitenjagt” over Haarlem en Gouda naar Dordrecht, vanwaar de tsarina weer op eigen gelegenheid verder reisde. Peter de Grote had zijn tijdelijke residentie in Amsterdam in grote wanorde (‘ontramponeert’) achtergelaten. Tot overmaat van ramp is Dimitri Solowjow van ernstige corruptie beticht. Op bevel van de tsaar zijn alle financiële bescheiden in beslag genomen en heeft men de handelsagent naar Rusland teruggezonden, waar hij voorgoed in ongenade viel.

De hofstede Hout en Duynzigt is in 1720 door de weduwe van J.Baelde verkocht aan François de Vicq (1679- 3 december 1730), o.a. schepen der stad Amsterdam en gehuwd met Maria Constantia Mels (1684-1731). Erfgenamen van laatstgenoemde transporteerden het onder de Heerlijkheid Heemstede gelegen buiten op 30 september 1736 aan Isaäc Lohoff, koopman te Amsterdam.

Vredenhof aan de Wagenweg in Haarlem

Noten

(1) Van A.M.Hulkenberg verscheen een artikel ‘De keizer aller Russen te Lisse, 1814’, opgenomen in het boekwerk ‘Uit Leidse bron geleverd’. Leiden, Gemeentearchief, 1989, pp.476-482.

(2) Citaat uit het boek: ‘Culturele en wetenschappelijke betrekkingen tussen Rusland en Nederland ten tijde van tsaar Peter de Grote. Bussum enz., Thoth etc., 1997, pagina 128.

(3) J.F.L.de Balbian Verster, Peter de Groote te Amsterdam. In: Jaarboek van het Genootschap Amstelodamum, 1919, pp.131-146. J.F.L.de Balbian Verster, Peter de Grote en Amsterdam. In: Jaarboek Amstelodamum, 1920, pp.31-47. J.F.L.de Balbian Verster, Christoffel Brants en zijn buitenverblijf. Petersburg. In: Jaarboekje Niftarlake, 1925, pp.41-48. Deze en andere publicaties zijn ten dele gebaseerd op het boek met feiten maar ook veel (minder betrouwbare) overleveringen van: P.Scheltema, Peter de Groote in Holland en te Zaandam in 1697 en 1717. Amsterdam, 1814. Tweede druk 1842.

(4) Volgens een tijdgenoot, mevrouw Maria Schaep (echtgenote van burgemeester Hendrick Bicker), stalen de Russische hovelingen als raven, ook van elkaar, en was bij een bezoek van de tsaar met zijn gevolg niets veilig: “al ’t volck is seer morssig en steelen ’t goet van malkanderen en sleepen ’t elck naer syn hol, soodat men moet passen op haer handen of ’t is wegh.”

(5) A.van Damme, De buitenplaatsen te Heemstede… Haarlem, 1903, pp.117-122. E.J.Haslinghuis, Buitenplaats van Soloffihoff in den Haarlemmerhout. In: Maandblad Amstelodamum, 1917, pagina 72.

(6) J.F.L.de Balbian Verster, Peter de Groote te Amsterdam in 1717. In: Maandblad Amstelodamum, 1917, pagina 51. Zie ook literatuuropgave in noot 3

(7) In het plaatwerk ‘De Zegepraalende Vecht’ uit 1719 zijn niet minder dan 12 kopergravures van Petersburg opgenomen. Op sommige van deze afbeeldingen is door Daniel Stoopendaal het afscheidsbezoek in augustus 1717 van de tsaar en zijn gevolg weergegeven.

(8) De kosten van het bezoek hebben Nederland en Rusland een vermogen gekost. Deze bedroegen in 1697-1698 ongeveer 200.000 gulden. Inclusief aankopen minstens 200.000 roebel, in die tijd ongeveer een-tiende van de (armzalige) Russische staatsbegroting. Ook ten aanzien van het tweede Russische staatsbezoek aan de Republiek is sprake geweest van gigantische bedragen, ook al bedroeg de Russische staatsbegroting inmiddels ongeveer 9 miljoen roebel.

Hans Krol

Twee inwoners van Archangel, 1726, Aldert Meyer, Pieter van der Aa, Carel Allard, 1726 (Rijksmuseum Amsterdam)

Gedenksteen ‘In den Moscoviter’ aan de gevel van het woonhuis van Isaac Massa (1586-1643), Kruisstraat 49 in Haarlem. Hij was diplomaat, handelsreiziger, cartograaf, en kenner van Rusland, sprak Russisch, woonde daar enige tijd en publiceerde over Moscovië. Rijk geworden aan de handel met Moscovië. Massa is tweemaal geschilderd door Frans Hals, 1x met zijn echtgenote Beatrix van der Laan, dochter van een Haarlemse burgemeester.

Kaart van Rusland (Moscovië), ontworpen door Isaac Massa en uitgegeven door Johannes en Cornelis Blaeu

Cartouche bij Blaeu-kaart van Moscovië. Auctore Isaaco Massa

catharina

Borstbeeld van Catharina de Grote door Ellen Wolff, 2016

Nogmaals bronzen borstbeeld van Catharina de Grote door Ellen Wolff

Czaar Peter in werkkleding (prentbriefkaart uitgegeven door Jac.Dekker Cz. in Zaandam)

Boekenlegger met een portret van Peter 1 (1672-1725), bijgenaamd de Grote , door Godfrey Kneller (1646? – 1723) Peter 1  besteeg de troon in 1682 en bleef tsaar van het Russische Rijk tot zijn overlijden in 1725.

Een standbeeld van de boomlange Peter de Grote (die circa 2.05 meter lang was) in Rotterdam,  geschonken door een Russische delegatie van ondernemers in de houthandelKarel Ackema publiceerde in Jaarboek Haerlem 2006 een artikel: ‘Vredenhof; een bewonersgeschiedenis (blz. 30-59) op basis waarvan het volgende overzicht:

Eigenaren/bewoners van de buitenplaats ‘Hout en Duynzigt’/’Vredenhof’

1685 Verkoop aan Louis Trip (1653-1707), koopman in Amsterdam

1707-1710  Echtgenote Anna Nuyts

1710 verkoop door zoon Hendrik Trip namens zijn moeder aan Johannes Baelde (1664-1720), koopman en directeur van de Levantse handel

Portret van Johannes Baelde (1664- 1720) door mr.Meijer uit Leiden (RKD, iconografisch bureau)

1720 transport aan François de Vicq (die eerder in 1717 de hofstede Overmeer in Heemstede had gekocht uit speculatiedoeleinden en na verloop met ƒ 300,- winst in 1720 nogmaals eigenaar was van 1724-1726 toen met een klein verlies doorverkocht)

Portetschilderij van Francois de Vicq (1679-1730) (RKD; iconografisch bureau)

Portetschilderij van Francois de Vicq (1679-1730) (RKD; iconografisch bureau)

1736 executeurs-testamentair verkopen de hofstede voor 4975 gulden aan Isaac Lohoff, koopman in Amsterdam.

1750 wordt Vredenhof verkocht aan de Haarlemmer Floris Visscher, zijdefabrikant en handelaar, die in 1763 overleed waarna Vredenhof in bezit komt van zijn echtgenote en vervolgens hun dochter Anna Maria Visscher

Portrertten van Dirk Willem Hendrik van Brakel (...-1787) en Anna Maria van Brakel-Visscher (1729-1793)

Portretten van Dirk Willem Hendrik van Brakel (…-1787) en Anna Maria van Brakel-Visscher (1729-1793)

Vredenhof. Tekening pen en penseel van Cornelis Pronk, 1731 (NHA)

Vredenhof. Tekening pen en penseel van Cornelis Pronk, 1731 (NHA)

1783 verkoop voor 23.600 gulden aan Hendrik Hovij, koopman te Amsterdam.

1789 overdracht aan Leonard Rutgers van Rozenburg Davidsz., koopman te Amsterdam

1791-1797 vruchtgebruik weduwe dat met haar overlijden in 1797 kwam te vervallen.

1797 erfgenamen verkopen Vredenhof aan Hermanus Verwit Aschenberg uit Amsterdam

1828 na overlijden van kinderloos echtpaar is Vredenhof nagelaten aan beide families. Mr. Jacob de Jong (1768-1838) wordt na huurder nieuwe eigenaar en deze verkoopt Vredenburg in

1838 aan koopman en eigenaar van oliemolen s Vasterd Vas Visser uit Wormerveer voor 30.090 gulden. Hij overleed op Vredenhof 7 september 1844. Zijn vrouw Catharina Smit overlijdt in 1862 waarna de hofstede in 1863 wordt geveild en wordt aangekocht door Ernst Christiaan Büchner, geneesheer  in Amsterdam voor ƒ 20.700,-.

1876 veiling in Amsterdam en via een makelaar komt Vredenhof in handen van Godefridus Nicolaas van den Berg, logementhouder in de Haarlemmerhout, gemeente Heemstede

1881 verkoop voor ƒ 36.000,- aan Jannetje Susanna Hendrika Hanebeek uit Amsterdam.

Na haar overlijden in 1888 gaat de buitenplaats over naar 3 familieleden Haanebeek

1888 verkopen zij de hofstede voor ƒ 27.000,- aan de heren Johannes Mattheus en Hendrik Polman Mooij, bloemisten uit Haarlem.

1922 besluiten zij het gezamenlijk bezit van de hand te doen en Vredenhof valt uiteen en houdt de buitenplaats op te bestaan. De heer Albert Heyn bouwt op een stuk grond de villa Nijenhove. De villa Vredenhof komt met naaste omgeving in handen van Martinus Loosjes, in 1951 overleden. Vredenhof is o.a. verhuurd als woning en atelier aan de beeldhouwer Mari Andriessen vanaf 1930 tot de dood van zijn weduwe op 30 mei 1990.

Ets door J.Smit naar Simon Schijnvoet, voorstellend een vreugdevuur op initiatief van Christoffel Brants, resident van Peter de Grote, in Amsterdam afgestoken op 7 december 1721  ter nagedachtenis van de vrede tussen de tsaar van Rusland en de koning van Zweden Karel XIII, 

Tsaar Peter de Grote op bezoek bij verzamelaar Jacob de Wilde in Amsterdam, 13 december 1697. Prent van 'Museum Wildianum' door Maria de Wilde met links de tsaar en rechts Jacob de Wilde

Tsaar Peter de Grote op bezoek bij verzamelaar Jacob de Wilde in Keizersgracht 333 in Amsterdam, 13 december 1697. Prent van ‘Museum Wildianum’ door Maria de Wilde met rechts met bontmuts de tsaar en links Jacob de Wilde

Interieur van het rariteitenkabinet van verzamelaar Levinus Vincent (1658-1727) aan de N.Z.Voorburgwal in Amsterdamdam. In 1797 door Peter de Grote bezocht. Na 1705 verhuisde Vincent naar Haarlem ten slotte naar Den Haag. De prent is opgenomen in: ‘Wondertooneel der natuur’, 1715

Gravure door Houbraken van Albertus Seba (1665-1736) in zijn naturaliënkbinet. In 1717 kocht Peter de Grote zijn collectie schelpen etcetera die verhuisde naar de Kunstkamera in St. Petersburg

Sculptuur van Peter de Grote als timmermansleerling in Zaandam

Uit folder Czaar Peter huisje Zaandam

Uit folder Czaar Peter huisje Zaandam

Exterieur en interieur van het Czaar Peter Huisje in Zaandam

Exterieur en interieur van het Czaar Peter Huisje in Zaandam

Standbeeld van tsaar Peter de Grote in Zaandam, tussen 1909-1911 vervaardigd door Léopold Bernstamm

Vooromslag van in 1996 bij uitgeverij Thoth verschenen boekwerk PETER DE GROTE EN HOLLAND, geredigeerd door Renée Kistemaker, Natalja Kopaneva en Annemiek Overbeek, ter gelegenheid van de gelijknamige tentoonstelling in het Amsterdams Historisch Museum (17 december 1996 t/m 13 april 1997, eerder te zien in de Hermitage in Sint-Petersburg).

In 1996 uitgegeven boek: Tsaar Peter de Grote en zijn Amsterdamse vrienden; door Jozien Driessen. Bevat hoofdstukken gewijd aan o.a. Nicolaas Witsen, Adam Silo, Adriaan Schoonebeek, Nicolaas Chevalier, Levinnus Vincent, Frederik Ruysch, Jacob de Wilde en Jan van der Heyden

Interieur van een van de vier bibliotheekzalen van de door Peter de Grote gestichte ‘Kunstkammer’ aan de Newa in Sint-Petersburg. Ets door Christian Albrecht Wortmann. De instelling omvatte naast boeken, ook schilderijen, prenten, naturalia. artificialia, ivoorkunst, kostuums, natuurkundige instrumenten etcetera. Inkoper in Holland en bibliothecaris was Johann Daniël Schumacher.

=================================================

Enkele foto’s van Vredenhof (1999)

Huize Vredenhof aan de Wagenweg Haarlem

Huize Vredenhof aan de Wagenweg Haarlem

Vredenhof gezien vanaf Heemsteedse kant (1999)

Vredenhof gezien vanaf Heemsteedse kant (1999)

Voorzijde Vredenhof, voorheen

Voorzijde Vredenhof, voorheen Hout en Duyzigt

Zuidezijde Vredenhof aan de Wagenweg in Haarlem, voor 1927 in Heemstede gelegen

Zuidezijde Vredenhof aan de Wagenweg in Haarlem, voor 1927 in Heemstede gelegen

Vredenhof, Wagenweg 244, getekend door Sak van den Boom: Haarlem moet je zien. De Buitenstad. 2018

Toelichting bij de Vredenhof, door Sak van den Boom.

===============

PETERSBURG – NEDERHORST DEN BERG  – CHRISTOFFEL BRANTS – SIMON SCHIJVOET -TSAAR PETER DE GROTE

Petersburg.jpg

In 2017 verscheen het boek: ‘Petersburg Roem der hoven; de verdwenen lusthof van Peter de Grotes agent Christoffel Brant. Een bijschrift invoeren; door Claudette Baar-de Weerd, Harry Donga, Fred Vogelzang, Emmanuael Waegemans en Leo Wevers. Uitgave van de Nederlandse Kastelen Stichting Kenniscentrum voor Kasteel en buitenplaats in Wijk bij Duurstede. Bovenstaande illustratie is de vooromslag van het boek.

Petersburg1.jpg

fragment situering van vroegere buitenplaats Petersburg aan de Vecht in Nederhorst. Uit; Covens en Mortier, Amstelland 1749.

Kaart uit de Zegepralende Vecht, 1719. Petersburg ligt ten noordwesten van de Horstermeer, boven den Bergh (= Nederhorst den Berg)

Petersburgchristoffelbrants

Titelblad van aan Christoffel Brants opgedragen boek

Ontwerp van voorgevel Petersburgh aan de Vecht door Simon Schijnvoet, 1709-1717

Petersburgontwerptuin

Tuinontwerp van buitenplaats Petersburg door Simon Schijnvoet

Petersburgtuin

Het park van Petersburg door Simon Schijnvoet

petersburgschoolplaatnicolaasvanderwaay

Bezoek van Petersburg door tsaar Peter de Grote op een schoolplaat van Nicolaas van der Waay

De Peterburgseweg, een schrale herinnering aan een grootse buitenplaats uit de 18de eeuw.

Artikel over portretten tsaar Peter de Grote en de tsarina (Haarlems Dagblad, 24 augustus 2018)

===

Tsaar Peter de Grote monument en museum (tsaar Peterhuisje) in Zaandam

Standbeeld van tsaar Peter de Grote in Zaanstad

De Nederlandse tekst aan een andere zijde van het Peter de Grote monument in Zaandam

Vooraanzicht van tsaar Peterhuisje in Zaandam

Portretten van tsaar Peter de Grote en van tsarina Catharina 1 in Zaandam

Verontschuldigende tekst over de Russische inval in Oekraïne aan het het van Czaar Peterhuisje
Folder Czaar Peterhuisje Zaandam
Vooromslag van boek Czaar Peter Huisje,
19e eeuwse centsprent gewijd aan de bezoeken van tsaar Peter de Grote aan Zaandam, gebaseerd op het boek van mr.J. Scheltema.
Tsaar Peter de Grote bezocht tijdens zijn bezoeken en logeerde ook in het huis van de vermogende scheepsbouwer, walvisvaarder en reder Nicolaas Calff in Zaandam. Het stadspaleisje uit 1704 , thans eigendom van Stadsbeheer Amsterdam, zal komende tijd worden gerestaureerd,
Achterzijde van Vredenhof, aan de Wagenweg in Haarlem, waar de beeldhouwer Mari Andriessen woonde en zijn atelier had (foto Jan Teengs, 2022)