Achtste internationale kampeerrally op buitengoed Groenendaal in Heemstede (1947); “Babylonische spraakverwarring in Heemstede

Voetgangers-terrein, rally Groenendaal 1947

ANWB, rally 1947 caravankamp Groenendaal Heemstede

ANWB, rally 1947 caravankamp Groenendaal Heemstede (Yesteryear)

In 1932 is de International Federation of Camping Clubs (I.F.C.C.) in ons land opgericht en deze organisatie heeft haar zetel vervolgens gevestigd in Londen. Voor de Tweede Wereldoorlog is jaarlijks een internationaal kamp en congres, een zogenaamde rally georganiseerd. Kamperen werd als een middel gezien om op goedkope wijze het buitenland te leren kennen. Het kamp was in eerste instantie bedoeld voor volwassenen, waar wèl tal van jongeren in gezinsverband aan deelnamen. Voor de 8ste kampeerdersrally en de eerste na de Tweede Wereldoorlog, omdat de rally van 1939 geen doorgang kon vinden, is gekozen voor de weilanden en het wandelbos Groenendaal, en Meer en Berg. Medeorganisatoren waren de Nederlandse Touristen Kampeer Club (N.T.K.C.)  en de Algemene Nederlandse Wieler Bond (A.N.W.B.). Als beschermheer fungeerde Prins Bernhard. De paarduizend toeristen-kampeerders waren afkomstig uit Frankrijk, Groot-Brittannië, de Verenigde Staten, België, Luxemburg, Spanje, Portugal, Zwitserland, Italië, Denemarken, Noorwegen en Zweden. De Fransen waren in de meerderheid met ongeveer 800 deelnemers, in aantal gevolgd door de Zwitsers. Nederlandse waren er iets meer dan 300. Opzien baarde een dikke vermogende Amerikaan Fred Mayer van 300 pond schoon aan de haak en rijdend in een gloednieuwe luxe Oldsmobile met daarnaast een comfortabel tentje, geëscorteerd door een radio opklapbaar huisraad nodig voor zijn en ham en eieren. Bezienswaardig waren ook de Engelsen Lindsey en Hillhouse, ogenschijnlijk zonder bagage in Heemstede aangekomen, maar in een mum van tijd zetten zij hun tent op. Ze haalden hun primus, donsdeken, waterzak en eetgerei uit een van de 17 zakken in hun kostuum. Er waren kampen voor voetgangers, wielrijders, caravans ofwel aanhangkampeerwagens en auto’s. De houtvuurstokers stationeerde men nabij de Herenweg. Professionele kampeerders maakten vooraf het terrein kampwaardig.

Zicht op het rijwiel-kamp der rally 1947 in Groenendaal

Ten behoeve van het grootse evenement zijn verscheidene water-, elektriciteits- en telefoonleidingen aangelegd. Het secretariaat van de rally is ondergebracht in de Koepel van Groenendaal. Ten gevolge van de nog heersende armoede en kort na de oorlog nog steeds geldende distributiebepalingen heeft men veel aandacht besteed aan de rantsoenering van bezoekers, Iedereen ontving in principe een gelijke portie voedsel.

Caravan intendance, rally 1947 Groenendaal

De Hollandse kampeer-rally 1947 is in de Oranjerie van Meer en Berg officieel geopend door burgemeester jhr. Van Doorn, in aanwezigheid van buitenlandse gasten evenals o.a. de burgemeester van Amsterdam A.J. d’Ailly en oud-minister Dekkers. 3 augustus had een plechtige vlaggenparade plaats en speelde een harmoniekapel de 12 volksliederen, te beginnen met het Amerikaanse. ’s Avonds had een nagespeelde intocht plaats van graaf Jan van Heemstede, met fakkellicht en gestoken in historische kledij. Op eenvoudige wijze was met houten blokken het kasteel nagebouwd. Op het programma stonden in de dagen daarop excursies naar Amsterdam, Rotterdam, Alkmaar en natuurlijk Volendam en Marken. Topattracties voor de grote meerderheid van buitenlanders. Verschillende rally-deelnemers brachten een tweedaags bezoek aan de Fries meren, dat hun was aangeboden door de Provinciale Friese VVV.

Winkelgalerij, rally 1947 Groenendaal

De organisatie was uitstekend, overal heerste rust en men was vol lof over de hygiëne. Er was een postkantoor, een bankfiliaal, een reisbureau, een noodhospitaal en E.H.B.O.post. Verder winkeltjes voor brood, melk, groenten en levensmiddelen.

Houtstokerskampje, rally 1947 Groenendaal

Berichten van de internationale rally verschenen in binnen- en buitenlandse kranten. De Leeuwarder Courant schreef: “Heemstede is als gevolg van dit alles ten prooi aan een spraakverwarring die de Babylonische moet evenaren. Nederlanders vragen elkaar in steenkolen-Engels om een vuurtje. Portugezen en Italianen kunnen zich alleen met hun sterk ontwikkelde gebarentaal ‘verstaanbaar’ maken in de kampwinkels en tolken moeten de EHBO’ ers assisteren als die willen weten, of de buitenlanders van de Nederlandse kost buikpijn hebben gekregen of niet. Maar desondanks – wellicht juist daardoor – ontstaat er op ‘Groenendaal’ een band en een verbroedering, waarop de UNO trots zou zijn en waarvoor de organisatoren, de NKTC en d ANWB, zich met recht op d borst kunnen kloppen.”

Caravankamp, rally 1947 Groenendaal

Polygoon zond een reportage van de rally uit in het bioscoopjournaal en de Wereldomroep verzorgde een radioreportage. Cineast Wim van Es maakte een documentaire van de manifestatie die in het najaar van 1947 in o.a. het Verversingshuis is vertoond.

“Ruige Hoek”, rally 1947, Groenendaal

De negende internationale kampeerrally van 1948 had in Engeland plaats.

Poststempel van Rally Heemstede 1947

Poststempel van Rally Heemstede 1947

Posttempel ANWB Groenendaal Heemstede rally 1947

Posttempel ANWB Groenendaal Heemstede rally 1947

Memorandum PTT met stempels van ANWB-NKTC rally 1947 op landgoed Groenendaal (met dank aan Peter Borgwat)

Memorandum PTT met stempels van ANWB-NTKC rally 1947 op landgoed Groenendaal (met dank aan Peter Borgwat)

tucht. Spreker heeft in deze menschen veel vertrouwen.Mevr. van Nispen behoeft zich dan ook niet ongerust te maken. De heer Mr.Zeelenberg vraagt, wie de kosten draagt voor deze Rally. De Voorzitter antwoordt, dat deze door de organisatie wordt gedragen''. Bovenstaande discussie had plaats in de raadsvergadering Heemstede van 28 november 1946.

tucht. Spreker heeft in deze menschen veel vertrouwen.Mevr. van Nispen behoeft zich dan ook niet ongerust te maken. De heer Mr.Zeelenberg vraagt, wie de kosten draagt voor deze Rally. De Voorzitter antwoordt, dat deze door de organisatie wordt gedragen”. Bovenstaande discussie had plaats in de raadsvergadering Heemstede van 28 november 1946.

Opening rallykamp Heemstede, uit: De Tijd van 4 augustus 1947

Opening rallykamp Heemstede, uit: De Tijd van 4 augustus 1947

Bijlage: Harry Mulisch en de ‘Heilige vijver’ in Groenendaal

In ‘Mijn Getijdenboek’ (Landshoff, 1975) schrijft Harry Mulisch op pagina 102: “In 1947 schreef ik verder nog twee grote novellen. ‘Ik, Bubanik’ (over een pedagoog, die het mensdom langs linguïstische weg wil verlossen van het kwaad) en ‘Tussen hamer en aambeeld’. Ik stuurde ze naar de toenmalige ‘Tuinspiegelreeks’, waarop een lange briefwisseling volgde en bezoekjes aan de redakteuren: ik leerde mijn eerste schrijvers kennen. Tielrooy zag wel iets in ‘Ik, Bubanik’, maar Lou Lichtveld niet; die wilde ‘Tussen hamer en aambeeld’ wel publiceren, maar daar voelde Tielrooy weer niets voor. Van ‘Ik, Bubanik’ moet ergens in Amsterdam nog een exemplaar rondslingeren, zelf bezit ik het niet meer.” In 1994 verscheen alsnog bij de Bezige Bij dit jeugdwerk van Harry Mulisch. Joke Veeninga, weduwe van de in 1966 overleden AP-adjunct-hoofdredacteur Joop Veeninga, berichtte in De Volkskrant en HP/De Tijd hoe een en ander in zijn werk was gegaan. Haar man Joop Veenenga was in 1947 nog redacteur van ‘De Kampeerkampioen’ en perschef bij een ANWB-fietsrally in de zomer van 1947. Daar dook ineens Mulisch op. “Dat was in Heemstede; Mulisch woonde vlakbij, fietste dagelijks langs. Hij dacht: die man is journalist, hij kan erover oordelen. Begin jaren zestig kwamen we Mulisch nog eens tegen in de tram. ‘Weet je dat ik nog steeds een manuscript van je heb liggen?  Zei mijn man. Het rare was dat Mulisch toen heel arrogant antwoordde: ‘Oh, vernietig het maar.”  Het verhaal dat De Arbeiderspers niet goed genoeg achtte om te publiceren, omdat men liever omnibussen uitgaf van Johan Fabricius en Willy Corsari, bleef bij toenmalig uitgever Hans van Straaten jarenlang in een doos onder zijn bed liggen totdat Veeninga het op verzoek terugkreeg en dit handschrift nu naar zolder verhuisde. In 1979 kwam het manuscript boven water via Neerlandica professor Marita Mathijsen, toen bezig aan een Mulisch-bibliografie. Ten slotte is het in 1994 gepubliceerd.

Waterdel/Rhododendronvijver, voorHarry Mulisch ‘Heilige vijver’ in Groenendaal

Vier jaar later, in 1998, is bij de Bezige Bij van Harry Mulisch ‘Het zevende land’ verschenen (1). De publicatie van een lezing op 23 november 1997 gehouden te München. Een filosofische voordracht met als uitgangspunt de zeven huizen waar de auteur heeft gewoond. Daarin voert hij zijn toehoorders/lezers naar de mystieke ‘heilige vijver’ uit zijn jeugd (gelegen in het wandelbos Groenendaal), door Mulisch het ‘IETS’ genoemd, dat hem paradoxaal aan geen plaats of natie gebonden maakt. Via omwegen redeneert hij dat zijn land zich bevindt in zijn eigen hoofd. Citaat: ‘(…) Een paar kilometer zuidwaarts, bij Heemstede, ligt nog een tweede overblijfsel van het oorspronkelijke natuurbos, groter en iets ongerepter. Als kind wandelde ik daar op zondagmiddag aan de hand van mijn vader: als jongen fietste ik er vaak heen met mijn botaniseertrommel en een flora, onderzocht bladstanden, telde meeldraden en legde de planten te slapen tussen vellen vloeipapier. Het was, geloof ik, niet eenvoudig liefde voor de natuur die mij daarheen trok, eerder liefde voor de natuurwetenschap. Maar er was één plek, waar alles anders was, de Heilige Vijver (2). Hij was moeilijk te vinden, ik kan mij niet herinneren daar ooit iemand te hebben gezien. Om hem te bereiken moest ik mij door een dichte haag rododendrons worstelen, die hem volledig omgaven. Hij was vijftien of twintig meter lang en ongeveer vijf meter breed. Op warme zomerdagen was het er op een tropische manier vochtig en windstil. Alles was roerloos, behalve bomen, op en in het heldere water. Vogels en insecten vlogen er overheen, schaatsenrijders en waterlopers liepen wonderbaarlijk over het oppervlak en in de diepte krioelde het leven van vissen, watervlooien, salamanders, kikkervisjes en ander gedierte, dat tegenwoordig allemaal vergiftigd is. Maar dat was niet wat de vijver heilig maakte voor mij. Dat was iets volstrekt onbenoembaars dat in de omsloten ruimte hing, een mysterieuze presentie, alsof de vijver niet in deze maar in een andere wereld zijn tehuis had. Hierover had geen natuurwetenschap iets te melden, en ook hier was het dus niet eigenlijk de natuur ‘zelf’ die mij fascineerde. Ik dacht dat ik de enige was met zo’n bovennatuurlijk bezit, de Heilige Vijver was mijn hoogst persoonlijk geheim, waar ik met niemand over sprak. Dat doe ik nu pas voor het eerst. Ik wist niet dat die ervaring een van de alleroudste is die de mensheid kent, – de godsdienstfenomenologen die over zulke numineuze plekken geschreven hebben, zoals Rudolf Otto, Ernst Cassirer en Mircea Eliade, kende ik toen natuurlijk nog niet. (…)’

(1) In de Duitse taal is de lezing, voorgedragen in de reeks ‘Reden über das eigene land’, in drukvorm verschenen in het blad ‘Akzente’, 2, 1998.

Mulischeilandje

Dit eilandje door water omgeven is niet de ‘heilige vijver’ zoals door Mulisch bedoeld en in het verleden soms is verondersteld.

(2) Volgens Groenendaal-kenners als J.Fidom en W.Evelein is door Mulisch de zogeheten ‘waterdel’ bedoeld. Hier zijn rododendrons omheen geplant als bescherming voor kinderen maar –volgens de overlevering – ook om boze geesten te verdrijven. In de brochure ‘Cultuurhistorische wandelroutes wandelbos Groenendaal en de Algemene begraafplaats’ wordt de Waterdel ofwel Rhododendronvijver als volgt omschreven: “Deze vijver is gelegen in een gebied waar in de 18e eeuw in het toenmalige duingebied elzen stonden. Het was er toen blijkbaar al een vochtige plaats. De rhododendrons die er omheen geplant zijn vormen een typisch kenmerk uit de landgoedperiode. De vijver is aangelegd in 1765 en als het voorjaar is, staat hier een bloemenzee van bloeiende rhododendrons.”

Hans Krol

Ligging van de Waterdel ofwel Harry Mulisch’ “Heilige vijver”