Tags

, , , , , , , ,

In 2021 bij uitgeverij SOTA in Heemstede verschenen boek over Constantinopel en de Turks-Nederlandse familie TESTA
Boekpresentatie ’Tussen Constantinopel en Holland op 7 juli 2021 in Baarn. Van links naar rechts: Hans Krol en Mehmet Tütüncü (samenstellers), mw. Noepy Beckers-Testa (dochter van Patrick Testa), de ambassadeur van Turkije in Nederland Saban Disli, mw. Suzanne Testa-Koldewey, echtgenote van jonkheer André Testa en helemaal rechts diens broer jonkheer Patrick Testa.
Hans Krol en Mehmet Tütüncü. Een verloren panorama van Constantinopel in het huis te Heemstede van Adriaan Pauw. Heemstede, uitgeverij SOTA, 2020.

DE OTTOMAANSE SULTANS EN KALIEFEN IN BEELD

Alle sultans van het Ottomaanse Rijk op een rij

 

DE laatste Ottomaanse kalief Abdulmecit 2, in 1922 benoemd en twee jaar later afgezet

DE laatste Ottomaanse kalief Abdulmecit 2, in 1922 benoemd en twee jaar later afgezet

 Op 15 oktober 2015 hield drs. Bob Verburg uit Heemstede voor een uitgelezen Probus-gezelschap in Aerdenhout een belangwekkende voordracht over de geschiedenis van het kalifaat. Te beginnen met de opvolger van Mohammed tot de afkondiging op 29 juni 2014 in de (voorlopige) hoofdstad Ar-Raqqah van een kalifaat onder de naam ‘Islamitische Staat’ (IS), intussen grote delen omvattend van Syrië en Irak, met de zelfbenoemde leider Abu Bakr al-Baghdadi (in 1971 geboren in Samarra, Irak), voormalig Al-Quaeda leider, als kalief Ibrahim. Wegbereider van de Islamitische Staat was de Jordaanse salafist Abu Musab al-Zarqawi (1996-2006)  In oktober 2014 sloten verscheidene islamistenfracties in Derna, Libië, zich aan bij het IS-kalifaat, terwijl de Nigeriaanse rebellengroepering Boko Haram zegt IS te steunen. Omdat een kalief volgens traditioneel-soennitische opvatting een Arabier uit de stam Qurash behoort te zijn heeft Abu Bakr zijn stamboom laten bijwerken. Hij noemt zich nu mede: al Husayni-al-Qurasha en vindt zijn inspiratie vooral bij het kalifaat van de Abassiden, dat vanuit Bagdad regeerde, de stad waar al-Bagdadi zijn doctoraat in de Islamitische wetten behaalde. De Amerikaanse regering heeft 10 miljoen dollar op zijn hoofd gezet. Het spreekt vanzelf dat het nieuwe kalifaat door de overgrote meerderheid van de moslimwereld niet wordt erkend, maar slechts door een kleine groep van fundamentalistische mohammedanen. Zoals intussen gebleken in veel gevallen extreem gewelddadig, er niet voor terugdeinzend ‘ongelovigen’ te onthoofden en historisch erfgoed dat geen affiniteit heeft met de koran te verwoesten.

Kalief betekent zoveel als (erfelijk) opvolger, plaatsvervanger en rentmeester van God, door de volgelingen van profeet Mohammed Allah genoemd, op aarde. Deze kreeg later naast de traditionele taak het moslim-geloof te vertegenwoordigen en beschermen, een wereldse taak om het rijk te besturen.

Na de profeet en boodschapper van Allah: Mohammed, in 632 te Medina overleden, worden de volgende hoofdkalifaten onderscheiden:

Rashidun-kalifaat, van 632 tot 666 onder leiding van kalief Aboe Bakr, een van de Rashidun kalifaat vroegste volgelingen van Mohammed die in grote delen van Syrië en Perzië de soennitische islam opdrong;

 Omajjaden-kalifaat – van oorsprong een clan uit Mekka- ook kalifaat van Damascus genoemd – welke dynastie van 661 tot 750 het Arabische Rijk bestuurde. In 750 zijn de Omajjaden verslagen door de Abassiden, maar zette de gevluchte prins Abd-al-Rahman 1 de dynastie voort in Andalusië, Spanje, met in 756 uitroeping tot emiraat Cordoba, vanaf 929 kalifaat, dat tot 1031 stand hield. Eerder had in 733 de Frankische hofmeier Karel Martel een islamitisch leger onder leiding van emir Abdul Rahman verslagen, waarmee de noordwaartse expansie van de islam tot staan werd gebracht en de opmars van de islam in het christelijke Europa een keerpunt betekende.

De omvang van het kalifaat ten tijde van de Omajjaden-dynastie

De omvang van het kalifaat ten tijde van de Omajjaden-dynastie

Kalifaat van de Abassiden, van 749/750 tot 1258 (1517). De hoofdstad van het rijk was eerst Koeffa, gevolgd door Baghdad, Samarra, Ar-Raqqah, ten slotte Cairo. Aan het hoofd stond een kalief die tevens wereldlijk leider was. Faam ook in het Westen verwierf kalief Haroen-ar-Rashid (circa 766-809) onder wie cultuur en wetenschap bloeiden. Bagdad kreeg een universiteit, een bibliotheek en vertalingencentrum. In deze tijd ontstonden de sprookjes van ‘duizend-en-één nacht’, waarin de kalief veelvuldig optreedt als wijze man.

Het kalifaat ten tijde van de Abbassiden

Het kalifaat ten tijde van de Abassiden

Kaart met voorstelling van kalief Harun-al-Rashid (Max Fruchtermann)

Kaart met voorstelling van kalief Harun-al-Rashid (Max Fruchtermann)

EEN OTTOMAANS SULTANAAT EN KALIFAAT

Het heraldisch wapen van het Ottomaanse rijk met rechts de rode vlag van Turkije en links de groene vlag van het kalifaat met daarin de 3 Ottomaanse maen

Het heraldisch wapen van het Ottomaanse rijk met rechts de rode vlag van Turkije en links de groene vlag van het kalifaat met daarin de 3 Ottomaanse manen

In Turkije vangt met Osman 1 Ghazi in 1299 het Ottomaanse sultanaat aan als opvolgers van het rijk der Seldsjoeken, oorsponkelijk een ruitervolk uit de steppen van Centraal-Azië, dat vanaf 1071 in Klein-Azië heerste. Osman 1 (1281-1326) stichtte een eigen rijkje met Bursa als hoofdstad en is daarmee de grondlegger van het Osmaanse rijk. Uiteindelijk een rijk in 3 eeuwen door sultans opgebouwd met meer dan 30 miljoen onderdanen, die twintig verschillende talen spraken.

Moskee in Bursa, de eerste hoofdstad van het Osmaanse Rijk

Moskee in Bursa, de eerste hoofdstad van het Osmaanse Rijk

De aanvankelijke titel van de krijgsheren die het bewind over staatjes in Anatolië voerden, voormalig Byzantijns gebied, was Bey ofwel Bei, vergelijkbaar met de Germaanse krijgskoningen. Volgens één bron nam zoon Orhan al de titel aan van ‘sultan der Osmanen’. Het Arabische woord ‘sultan’ is vergelijkbaar met prins, koning of keizer. Enkel de kalief staat 1 trap hoger in de hiërarchie van machthebbers.

Murat 1 veroverde Adrianopolis, wijzigde die naam in Edirne, en maakte in 1363 deze plaats tot hoofdstad van zijn rijk. Orhan 1 en Murat 1 richtten tussen 1330 en 1365 het fanatieke keurkorps der Janitsaren op, bestaande uit veelal rekruten afkomstig van de Balkan. Na eerdere vergeefse pogingen door Murat 11 wist zijn opvolger Mehmet 11 met een enorme legermacht in 1453 Constantinopel te veroveren. Keizer Constantijn XI vond de dood in de strijd en met de val van Constaninopel kwam een eind aan het Oost-Romeinse ofwel Byzantijnse rijk, dat geheel in handen kwam van de Ottomanen. Istanbul is als hoofdstad van het rijk en residentie van de sultan en diens gevolg verkozen. Het rijk breidde zich dankzij alle veroveringen uit tot een militaire staat en omvatte uiteindelijk Klein-Azië en grote delen van de Balkan, Noord-Afrika, Syrië, Arabië, Perzië en eilanden in de Egeïsche en Middellandse Zee. Als zelfbenoemde kaliefen met erfelijke opvolging waren de sultans tevens  geestelijk hoofd van de moslims, die het rijk lieten besturen door een grootvizier [= eerste minister]. Nabij de Aya (Hagia) Sofia, van kerk tot moskee omgebouwd, is een ommuurd paleiscomplex Topkapi in nauwelijks 16 jaar tot stand gekomen onder sultan Mehmet 11. Het bleef residentie van de sultans tot 1856 toen sultan Abdul Mejid Khan en zijn hofhouding verhuisden naar het nieuw gebouwde Dolmabahce-paleis aan de overzijde van de Bosporus.

Foto van eetkamer sultan Ahmed 111 in het Topkapi paleis (Serail) te Istanbul

Foto van eetkamer sultan Ahmed 111 in het Topkapi paleis (Serail) te Istanbul

Eetzaal van het keizerlijk paleis Dolmabahce in Istanbul (kaart van Max Fruchtermann)

Eetzaal van het keizerlijk paleis Dolmabahce in Istanbul (kaart van Max Fruchtermann)

Tegenwoordig is Topkapi een onvoorstelbaar rijk museum, inclusief allerlei relieken afkomstig uit Mekka en Cairo welke aan de profeet Mohammed worden toegeschreven. Van baardharen, aarde uit zijn graf en een gedeeltelijk vergane brief tot de profetenmantel, twee van zijn zwaarden en Mohammeds  standaard. Na de restauratie als museum ingericht is het nabijgelegen haremgebouw, dat een 75tal vertrekken bevat, met een aantal met keramiek prachtvol ingerichte zalen en voorzien van kostbaar meubilair e.d.

Zeer succesvol was veroveraar Süleyman 1, in de periode 1520-1566. Na in 1521 Belgrado te hebben veroverd en in 1526 de Hongaren bij Mohacs te hebben verslagen, stond hij in 1529 met zijn legers voor de poorten van Wenen, maar trok zich terug. Süleyman kreeg de bijnamen van ‘de Grote’, ‘de Luisterrijke’ en ‘de Prachtlievende’. Zoals veel van de latere opvolgers was hij ook wreed en hardvochtig op het oorlogsveld. Op cultureel gebied kwam het Osmaanse rijk tot grote bloei, in de miniatuurkunst en vooral in de architectuur met bouwmeester Sinan, als hoofdarchitect van het Ottomaanse hof van 1538 tot zijn overlijden in 1588 onder 3 achtereenvolgende sultans. Sinan heeft meer dan 400 bouwwerken op zijn naam staan, waaronder de grote Süleymani moskee (1550-1557), en de Selimye moskee (1569-1575), in Edirne gebouwd tijdens de regeerperiode van Selim II, een zoon van Süleymani 1, absolute hoogtepunten van de klassieke Osmaanse bouwkunst.

Portret van Mimar Sinan, architect van talrijke Turkse moskeeën, scholen (madrasses), waterwerken etc.

Portret van Mimar Sinan, architect van talrijke Turkse moskeeën, koranscholen (medrasses), waterwerken etc.

Standbeeld ter ere van architect Sinan (1490-1588) met op de achtergrond de door hem ontworpen Selymie moskee in Edirne

Standbeeld ter ere van architect Sinan (1490-1588) met op de achtergrond de door hem ontworpen Selymie moskee in Edirne

De sultan Ahmed moskee, beter bekend als ‘Blauwe moskee’ in Istanbul met zes minaretten – in plaats van 1, 2 of 4 zoals gebruikelijk – is ontworpen door een leerling van Sinan.

De zogeheten 'blauwe moskee' vanwege de blauwe faiencetegels in het interieur te Istanbul met zes minaretten.

De zogeheten ‘blauwe moskee’ vanwege de blauwe faiencetegels in het interieur te Istanbul met zes minaretten.

ottomaanserijk4

Het Ottomaanse Rijk ten tijde van sultan Soleyman 1 (1520-1566)  (H.Theunisen) 

Het Turkse Rijk in 1683, ten tijde van het Beleg van Wenen

Het Turkse Rijk in 1683, ten tijde van het Beleg van Wenen

Onder Mehmet IV had opnieuw een beleg van Wenen plaats, dat door de Turken werd verloren van een leger onder leiding van de Poolse koning Jan Sobieski. De Turkse veldheer en grootvizier Mustafa Pasha is als straf voor deze nederlaag drie maanden later ter dood gebracht.

Gravure van beleg en ontzetting van Wenen door Von Lerch.Voorgesteld is het leger dat het Turkse kamp binnentrok, terwijl de Ottomaanse aanvallers nog bezig zijn de stadsmuren omver te werpen. Rechts is aangegeven hoe Turken op hun vlucht na de nederlaag nog gevangenen slaan.

Gravure van beleg en ontzetting van Wenen door Von Lerch. Een voorstelling van het leger dat het Turkse kamp binnentrok, terwijl de Ottomaanse aanvallers nog bezig zijn de stadsmuren omver te werpen. Rechts is aangegeven hoe Turken op hun vlucht na de nederlaag nog gevangenen slaan.

Toen de Turken in 1517 Egypte veroverden schaften zij formeel het Abbassidenkalifaat af en brachten zij Al-Mutawakhil III, de laatste kalief, naar Istanbul over. De sultans namen toen ook officieel de titel over maar pas in de 18e eeuw lieten zij als geestelijk hoofd (enigszins vergelijkbaar met de paus bij rooms-katholieken) hun invloed gelden als geestelijk hoofd van de moslims. Het verhaal werd in omloop gebracht dat al-Mutawakhil III zijn functie als kalief aan sultan Selim 1 zou hebben overgedragen. In de Ottomaanse grondwet van 1876 is opgenomen: ‘De sultan is in zijn  hoedanigheid van kalief, de beschermer van de islamitische religie.’

De Ottomaanse sultans claimden formeel na 1517, de titel van kalief, heerser van de hele (althans orthodox-soennitische) islam. Ofschoon eigenlijk voorbehouden aan wettige nazaten van de Mohammed, wist men dankzij een gefantaseerde stamboom een afstamming van de profeet uit te leggen.

Na Soleyman 1 vond tussen 1718 en 1730, genaamd de ‘Tulpenperiode’, een opleving plaats van kunst en cultuur onder sultan Ahmed 111. Hij breidde zijn paleis uit, liet een enorme fontein bouwen, evenals een naar hem genoemde bibliotheek.

De door sultan Ahmed 111 gestichte bibliotheek binnen de muren van het Topkapi paleis

De door sultan Ahmed 111 gestichte bibliotheek binnen de muren van het Topkapi paleis

In de 19e en 20ste eeuw traden overal in het rijk, vooral op de Balkan, opstanden uit in het streven van de onderdrukte volkeren naar onafhankelijkheid. Tegelijkertijd was sprake van degeneratie bij de opeenvolgende sultans die vaak meer belangstelling toonden voor de harem [met variërend 120 tot 900 dames welke feitelijk als slavinnen leefden, bewaakt door gecastreerde eunuchen en vanwege hun schoonheid voor een groot deel afkomstig uit Circassië in de Kaukasus], dan het slagveld.

Portret uit begin 20e eeuw van een Circassische dame met grote haardos.

Portret uit begin 20e eeuw van een Circassische dame met grote haardos.

Een belangrijke functie was die van het hoofd van de harem, sultane genaamd, in het algemeen voorbehouden aan de moeder van de sultan De in de Osmaanse historie meest bekende sultane werd echter Roxelane, geboren in Ruthenië, eerste concubine èn officieel echtgenote van sultan Soleyman 1, die met haar schoonheid en wijsheid grote invloed op haar man uitoefende en na haar overlijden in 1558 een eigen mausoleum kreeg in de grote Soleyman-moskee.

Portret van sultane Roxelane, geschilderd door een anonieme Italiaanse meester

Portret van sultane Roxelane, geschilderd door een anonieme Italiaanse meester

Mausoleum van Roxelane in de Soleyman-moskee, Istanbul

Mausoleum van Roxelane in de Soleyman-moskee, Istanbul

1922: einde van het sultanaat; 1924: einde ook van het kalifaat

Ondanks hun spiritueel leiderschap als kalief heeft historisch onderzoek uitgewezen dat veel sultans er een buitengemeen decadente levenswijze op na hebben gehouden met alcoholische dranken, vrouwen als slavinnen te gebruiken etc.

In 1920 reisde een groep Indiase moslems uit Bombay naar Istanbul om de Ottomaanse kalief te ondersteunen tegenover de naar hun mening Turkse modernisten. Op deze foto poseren zij met de Turkse vlag.

In 1920 reisde een groep Indiase moslims vanuit Bombay naar Istanbul om de Ottomaanse kalief te ondersteunen tegenover  de naar hun mening Turkse modernisten. Op deze foto poseren zij met de Turkse vlag.

Op 1 november 1922 kwam een einde aan het Ottomaanse sultanaat en op 3 maart 1924 tevens van het kalifaat onder Abdulmecit 11 door de Turkse Vergadering en onder invloed van de geallieerde machten dankzij de seculiere president Mustafa Kemal Atatürk (1880-1938), sinds 1923 president van de Nieuwe Turkse Republiek. Hij voerde bij zijn hervormingen een scheiding in van kerk en staat. Dit overigens tot teleurstelling van conservatieve moslims tot eind 20e, begin 21ste eeuw de opkomst van het religieus fundamentalisme met bewegingen als El Qaida en Kalifaatstaat (IS), overigens buiten Turkije in Afghanistan, Syrië ben Irak.

(Persbericht Reuters 7-4-1924)

(Persbericht Reuters 7-4-1924)

De Turkse sultans hebben in grote luxe geleefd in het Topkapi paleis, later in Dolmabahce. Toch moesten zij steeds op hun hoede zijn om niet als gevolg van intriges te worden afgezet of erger. Teneinde vergiftiging te voorkomen hadden zij voorproevers in dienst. In de 19e eeuw raakte het rijk in verval en traden overal opstanden uit met onafhankelijkheidsbewegingen op de Balkan, Griekenland etc. Turkije kreeg de bijnaam van ‘de zieke man van Europa’ onder de tyrannieke en paranoïde sultan Abdulhamit 11 die van 1876 tot 1909 aan het bewind was en verantwoordelijk voor de massaslachting in Plevna (Bulgarije) en genocide van Armeniërs.  Het definitieve eind aan het Ottomaanse sultanaat kwam na de Eerste Wereldoorlog.

Uit tijdschrift De Prins van 1913: de opvolging van Abdoel Hamit 11 dor sultan Reschad Effendi, onder de naam van Mohamed V.

Uit tijdschrift De Prins van 1913: de opvolging van Abdoel Hamit 11 dor sultan Reschad Effendi, onder de naam van Mohamed V.

Sultan Mehmet V in vol ornaat met fez in plaats van tulband)

Sultan Mehmet V in vol ornaat met fez in plaats van tulband). Kort voordat hij een ceremonieel gouden zwaard zou ontvangen,  ingelegd met diamanten en parels, kreeg hij een zenuwinzinking, is hij  31 augustus 1876 afgezet en is hij in een gevangenis gestopt tot zijn overlijden in 1904.

Sultan Mehmet V had op het verkeerde paard gewed: de Duitsers. Een fatale misstap beging hij bovendien door in te stemmen met het voor Turkije vernederende verdrag van Sèvres van 10 augustus 1920 tussen de geallieerden en het Ottomaanse Rijk, waarmee het Midden-Oosten grotendeels onder controle van Frankrijk en Groot-Brittannië kwam te staan en Turkije werd gedecimeerd tot de regio Istanbul en Anatolië. Mehmet V is in 1922 afgezet en vluchtte naar Malta om door te reizen naar de Italiaanse Rivièra waar hij in 1924 in San Remo is overleden. Toen het kalifaat werd afgeschaft zette het nieuwe Turkije een stap naar iets wat de islamitische wereld nog nooit had gezien: een scheiding tussen de wereldlijke en geestelijke macht.  In 1923 is de republiek uitgeroepen en het jaar daarop kwam een einde aan het kalifaat.  Daarmee werd de strijd afgesloten tegen elke, islamitische of christelijke, macht die naar het oude Osmaanse internationalisme zweemde. Want niet alleen de kalief werd afgezet en uit het land verbannen, ook de patriarch van de Grieks-Orthodoxe kerk van Constantinopel (Istanbul) onderging hetzelfde lot. Door toedoen van de politieke krachten die later, bij het verdrag van Lausanne, zijn uitgeschakeld, was de patriarch tot een internationaal symbool van de oosterse christelijke kerk geworden. Deze politieke maatregelen uit de jaren 1922-1924 gaven al duidelijk aan dat de Turkse hervormers naar een algehele scheiding tussen kerk en staat toe werkten. Het beginsel dat het publieke recht in overeenstemming moest zijn met het uit de koran afgeleide islamitische recht (sharia) werd gewijzigd: voortaan moest het publieke recht overeenstemmen met de ‘nationale wil’ of de ‘nationale soevereiniteit’, beginselen die in de grondwetten van 1921 tot 1924 plechtig waren erkend en verankerd. De bestuurlijke scheiding tussen kerk en staat is voltooid door de ontbinding van de islamitische rechtbanken, de afschaffing van de islam als staatsgodsdienst (1928) en het vastleggen in de grondwet van het principe dat de staat in godsdienstzaken neutraal is (1937). De kalief was het theoretische hoofd van alle moslims in de wereld.

De laatste kalief Abdulmecit II werd in 1924 gedwongen om Turkije te verlaten en is in 1944 in Parijs gestorven, waarmee de Ottomaanse dynastie is uitgestorven. Weliswaar leven er nog talrijke nakomelingen uit het vruchtbare geslacht der Osmaanse sultans, zowel in Turkije als elders in de wereld. Bij het voor Turkije gunstiger Vredesverdrag van Lausanne in 1923 is het land erkend als een soevereine staat en kreeg de uitgeroepen republiek onder Atatürk enkele gebieden terug evenals de heerschappij over de strategische Zeestraten.

Dankzij voornoemde Mustafa Kemal Atatürk werd Turkije een westers georiënteerde seculiere staat. De Turkse vader des vaderlands legde nadruk op het onderwijs, voerde het Latijnse in plaats van het  Arabische schrift in en verlegde de hoofdstad van Istanbul naar Ankara, destijds een plaatsje van 30.000, tegenwoordig van meer dan 2 miljoen mensen.

Kemal Pasha, beter bekend onder zijn erenaam Atatürk (= vader van de Turken), grondlegger van de Republiek Turkije na de ineenstorting van het Ottomaanse Rijk

Kemal Pasha, beter bekend onder zijn erenaam Atatürk (= vader van de Turken), grondlegger van de Republiek Turkije na de ineenstorting van het Ottomaanse Rijk

OTTOMAANSE BEYS/SULTANS/KALIEFEN OP ANSICHTKAARTEN

Tijdens jaarlijkse zomervakantiereizen, ten dele liftend, naar en door Oost-Europa en het Nabije Oosten heb ik tussen 1965 en 1973 zeven maal ministens een week in Istanbul vertoefd. Vanuit Nederland is de afstand tot Istanbul circa 2.900 kilometer en meestal reisde ik via Frankfurt, München, Kufstein, Villach, Llubljana, Zaghreb, Belgrado, Skolpje, Sofia, Plovdiv, Haskovo en Edirne. In één ruk overdag liften zou 5 dagen duren, maar meestal werd onderweg gelogeerd bij gastvrije gezinnen, o.a. in Beograd en Haskovo, o.a bij het gastvrije gezin Dimitrov waar ik destijds een jaarlijkse zomergast was op weg naar grensplaats Harmanli en vandaar naar Istanbul

Broer en zus Dantscho en Keti Dimrov in Haskovo, Bulgaria

Broer en zus Dantscho en Keti Dimrov in Haskovo, Bulgaria

Minder aangenaam waren de vrij talrijke auto-ongevallen onderweg, vooral in Turkije, waar ik, naar wordt aangenomen wegens veel te lang zonder rustpauze doorrijden, menige chauffeur dood langs de weg heb zien liggen in afwachting van een ambulance, wat in Anatolië vele uren kon duren. Zelf moest ik eenmaal op de saaie pioniersweg van Zaghreb naar Belgrado het stuur vastpakken ter voorkoming van het van de weg raken van de auto omdat de Servische chauffeur (die vrijwel zonder stopplaats van Brussel naar zijn familie in Belgrado reed) in slaap was gevallen. Het ernstigste ongeval dat ik meemaakte had plaats nabij Baälbek in Libanon toen een voor ons rijdende limousine van een Saoedische sjeik met zijn  familie in het ravijn reed en voor zover bekend niemand de crash heeft overleefd.

Mustafa Güzelgöz (ov. 2005), bibliothecaris en wijnfabrikant in Capadocië

Istanbul gold voor mij steeds als een  oponthoud van enkele dagen, vervolgens reizend door Aziatisch Turkije, Libanon, Syrië, Jordanië en Irak, waar ik menige bibliotheek heb bezocht, vrijwel overal gastvrij werd ontvangen en vooral met bibliothecaris, tevens directeur van een wijnfabriek in Urgüp: Mustafa Güzelgöz jarenlang vriendschappelijke contacten heb onderhouden. In Istanbul heb ik mijn eerste en tevens laatste joint gerookt. In plaats van high werd ik misselijk wat bij de eerste keer meer schijnt voor te komen, hoewel het ook aan de kwaliteit kan hebben gelegen. Verscheidene malen ben ik benaderd. om een niet nader omschreven pakket (met uiteraard haschisch) dat via het Amerikaanse vliegveld in Ankara werd aangevoerd naar Istanbul voor 1.000 of 2.000 dollar over te brengen. De toestand van de Turkse gevangenissen was me uit gesprekken en krantenartikelen genoegzaam bekend en reden genoeg niet op die verzoeken  in te gaan. In Ankara bevond zich één district met eigen gewoonten en wetten waar de politie geen vat op had en toeristen werd gewaarschuwd daar niet naar toe te gaan. Een Engelse jongere in ons hostel zei wel de moed te hebben die wijk te bezoeken, maar hebben we niet meer teruggezien.

Na

Na de Tweede Wereldoorlog startte bibliothecaris Mustafa Güzelgöz [de achternaam betekent in letterlijke vertaling ‘mooi oog’] een service om met boekenkisten op ezels de mensen in de plattelandsdorpen rond Nevsehir van boeken te voorzien. Later kwam hiervoor met Amerikaanse steun een bestelauto voor in de plaats. In totaal bezocht ik hem 7 keer, o.a. in 1972 bij onze huwelijksreis en de laatste keer in 2001. OP 8 februari 2005 is hij na een hartfalen in het staatsziekenhuis van Nevsehir overleden. De bibliothecaris, die tevens mededirecteur was van een coöperatieve wijnfabriek is nog in dat jaar met een sculptuur in Urgüp vereerd.

Hans Krol en Mustafa Güzelgöz in het bibliotheekmuseum van Ürgüp

Liftend door Midden-en Oost-Europa en ten dele ook in het Nabije Oosten is meer dan eens met interessante mensen kennis gemaakt. Zo kreeg ik ooit een lift van Karel Appel die vanuit Parijs op weg was naar een tentoonstelling van zijn werk in Slowenië, en bij het uitstappen nog een litho van zijn hand meegaf. Verder in Joegoslavië van een toenmalig minister met chauffeur in luxe Lada, die onderweg diverse malen stopte om zijn seksuele driften op zigeunermeisjes langs de weg bot te vieren. Driemaal reisde ik ook naar Egypte via Griekenland en met de boot over de Middellandse Zee naar Alexandrië, langs de Nijl tot Abu Simbel. Op de Assuandam kwamen we het echtpaar Auke Tadema en Bob Tadema Sporry tegen, respectievelijk illustrator (tekenaar en fotograaf) en schrijfster van populaire historische reisboeken. We verbleven in hetzelfde hotel en hebben het sympathieke echtpaar thuis in Heemstede tot hun overlijden nog een aantal keren ontmoet. Bovendien ontving de bibliotheek (nu in permanent bruikleen bij het Noord-Hollands Archief in Haarlem) twee dozen met typoscripten en recensies van hun werken e.d. van het echtpaar naast een 50tal door Auke Tadema geïllustreerde boeken.

Links overlijdensbericht Bob Tadema Sporry (Haarlems Dagblad, 19-9-1987) en rechts van Auke Tadema (Haarlems Dagblad 21-10-1989)

Links overlijdensbericht Bob Tadema Sporry (Haarlems Dagblad, 19-9-1987) en rechts van Auke Tadema (Haarlems Dagblad 21-10-1989)

Terug naar Turkije, over het algemeen was mijn ervaring dat de Turken bijzonder gastvrij zijn zoals dat trouwens ook gold voor de Libanezen, met name de Christenen, daar althans. In het Red-Light-District van Beiroet zal ik Rubensiaanse dames van een omvang zoals ik deze nooit meer op een andere plaats heb gezien, met uitzondering wellicht in de Amerikaanse Disney-parken. Als verklaring werd gegeven dat via voedingssupplementen met invloed op de 3 b’s (borsten, billen, benen) de enorme vleesomvang werd verkregen om de seksuele voorkeur van Arabische oliemiljonairs uit de Golfstaten te bevredigen.[Minder goede herinneringen bewaar ik aan Syrië [in Aleppo is tijdens een lift mijn fototoestel gestolen, in Hama moest mijn chauffeur om zijn leven te redden in volle vaart doorrijden nadat hij een kip had doodgereden en boze omstanders met rieken en stokken de auto achterna holden. Ook is het voorgekomen dat ik eenmaal vanwege een anti-Westers sentiment met stenen ben bekogeld].

In Istanbul, buitengewoon fraai gelegen aan het water van de Bosporus en de Gouden Hoorn, en met een rijke historie werden steevast naast moskeeën en het Topkapi museum de ‘Old Bazar’ bezocht. Evenals de tussen de grote Bazaar, universiteit en stadsbibliotheek gelegen boeken- en antiquarenmarkt, waar ik behalve 4 koranhouders, enige tientallen 17e tot 19e- eeuwse manuscriptboeken in Arabisch schrift, miniaturen e.d. wist te verwerven. Verder enkele antiquiteiten afkomstig uit moskeeën die toen nog betaalbaar waren en geen probleem vormden voor de douaneambtenaren, in die periode nog zonder enig verstand van cultureel erfgoed, dat tot begin jaren 80 vrij uitgevoerd kon worden.

De Turkse boekenbazaar in Istanbul

En hoekje van de Turkse boekenbazaar in Istanbul nabij de Grote Bazaar

Bij die gelegenheid heb ik tevens prentbriefkaarten verzameld met o.a. portretten van sultans, tussen 1897 en circa 1914 uitgegeven door Max Fruchtermann

Postkaarten van Max Fruchtermann

Max Fruchtermann

Max Fruchtermann (1852-1918)

Max Fruchtermann was zo niet de eerste dan toch de belangrijkste uitgever van ansichtkaarten gewijd aan Turkije en Istanbul. Hij is in 1852 geboren in het Oostenrijks-Hongaarse Rijk uit Duitse ouders. In 1860 kwam hij met zijn ouders in Anatolië terecht en al op 17-jarige leeftijd opende hij een winkeltje op het adres Yüksekkalditim 13 te Istanbul. Fruchtermann begon met succes kaarten uit te geven onder de naam ‘editeur Max Fruchtermann, Constaninople

Opdruk op achterzijde van Max Fruchtermann's prentbriefkaarten

Opdruk op achterzijde van Max Fruchtermann’s prentbriefkaarten

met allerlei afbeeldingen en taferelen uit het Ottomaanse rijk, ook personen in lokale klederdrachten, die niet slechts in Turkije maar ook in het Westen aftrek vonden Het aantal toeristen nam aanzienlijk toe na introductie door Wagons-Lits-Cook van de Oriënt Express. Zijn eerste kaarten uit omstreeks 1895 werden nog met de hand ingekleurd, maar vanaf 1897 verschenen kleurenkaarten, die zijn gedrukt door Emil Pinkau (1850-1922), lithograaf in Breslau en Leipzig. Laatstgenoemde wordt beschouwd als grondlegger van de ansichtkaartenindustrie in het vierde kwart van de 19e eeuw. Tevens als handelaar in Turkse  postzegels, mede interessant voor verzamelaars, beheerste Fruchtermann de verzamelmarkt in Istanbul op twee fronten. Fotografen die voor hem werkten maakten eveneens fortuin. Zoals Sébah en Joailles, de Griekse Turk Basile Kargopolous en de 3 Abdullah Frères, de Armeniërs Vichen, Hovsep en Kevark Abdullahyan, welke bovendien als hoffotograaf van de sultans optraden.

Het zegel van Max Fruchtermann in Constantinopel

Max Fruchtermann voor zijn kaartenwinkel in Istanbul

Max Fruchtermann voor zijn kaartenwinkel in Istanbul

De Eerste Wereldoorlog bracht de klad in de belangstelling voor ansichtkaarten en betekende het faillissement van Max Fruchtermann. Korte tijd later overleed hij in 1918 als een gebroken man, zwaar depressief en drankverslaafd. Nadien vond een doorstart plaats door zijn zoon Paul Fruchtermann totdat de kaartenuitgeverij in 1966 is gestopt en een handelaar in tweedehandsgoederen de gehele voorraad van ongeveer 600.000 kaarten heeft overgenomen. Enige tijd geleden is van de hand van Mert Sandali een 3-delige Engelstalige catalogus uitgegeven, getiteld ‘The postcards of Max Fruchtermann’.

Vooromslag van 3delige catalogus: The Postcards of Max Fruchtermann

Vooromslag van 3delige catalogus: The Postcards of Max Fruchtermann; door Mert Sandalci. 3 delen. Uitg. Kocbank, 2000.

Portret van Emil Pinkau (1850-1922), Duitse ondernemer, lithograaf en drukker, die Voor Max Fruchtermann in Istanbul miljoenen ansichtkaarten drukte

De drukkerijfabrieken van Emil Pinkau in Leipzig op een illustratie uit 1927

Tijdens mijn verblijven in Istanbul verwierf ik in totaal 48 genummerde kaarten van 25 sultans (inclusief een aantal doubletten). De ontbrekende sultans op de gewilde Fruchtermann-kaarten tracht ik nog aan te vullen via o.a. de internetsite Delcampe en zijn in onderstaande overzichten verwerkt. Bij de onderschriften is het jaartal van regeerperiode of overlijden soms afwijkend van vermelding op de kaart, omdat rekening wordt gehouden met de laatste stand van het historisch onderzoek.               Hans Krol

 

Het Topkapi paleis in Istanbul vanuit de lucht gezien

Het Topkapi paleis in Istanbul vanuit de lucht gezien

Gezicht op het Dolmabahce paleis in Istanbulgezien vanaf de Bosporus

Gezicht op het Dolmabahce paleis in Istanbulgezien vanaf de Bosporus

 

 

De poort naar het Dolmabahce paleis, van 1856 tot 1924 residenties van de Ottomaanse sultans en kaliefen

De poort naar het Dolmabahce paleis, van 1856 tot 1924 residenties van de Ottomaanse sultans en kaliefen

Gezicht op de grote Soleyman-moskee in Istanbul

Gezicht op de grote Soleyman-moskee in Istanbul

.

Zwembad in de harem van Constaninopel. Schilderij uit 1876 door Jean-Louis Gerome, in Museum de Hermitage van Sint Petersburg

Zwembad in de harem van Constaninopel. Schilderij uit 1876 door Jean-Louis Gerome, in Museum de Hermitage van Sint Petersburg

Antieke ansichtkaart van de Turkse sultan-kalief Mehmet V die een moskee bezoekt.

Antieke ansichtkaart van de Turkse sultan-kalief Mehmet V die een moskee bezoekt.

Prentbriefkaart van een saluut aan de laatste kalief Abdulmecit 11 na het vrijdaggebed in de Sultan Ahmed moskee., 1924.

Prentbriefkaart van een saluut aan de laatste kalief Abdulmecit 11 na het vrijdaggebed in de Sultan Ahmed moskee, 1924.

FRUCHTERMANN-KAARTEN VAN DE OTTOMAANSE SULTANS:

 

Osman Khan Ghazi 1 overleden 1326 en Orkhan Khan Ghazi 1 ov. 1360

Osman Khan Ghazi 1 overleden 1324 (kaartnummer 245) en Orkhan Khan Ghazi 1 ov. 1362 (kaartnummer 246)

Murat Khan 1 (1362-1389 bei; sultan vanaf 1383 tot 1389

Murat Khan 1 (1362-1389 bei; sultan vanaf 1383 tot 1389)

Mourad Khan 11 ov.1451 en Yldirim Khan 1 ov. 1413

rechts: Yldirim Baiezid Khan 1 ov. 1402 (niet 1413) (kaartnummer 248) en links: Mourad Khan 11 ov. 1451 (kaartnummer 250).

bayazit

Titelblad bij J.Serwoutens, Den grooten Tamerlan met de dood van Bayazit I, Turks keizer.  1661.

Sultan Mehmet 1 van 1413-1421 (Fruchtermann-kaart nog niet beschikbaar)

Sultan Mehmet 1 van 1413-1421 (Fruchtermann-kaart nog niet beschikbaar)

rechts: Mohammed Khan 11 ov. 1487 en links: Selim Khan 1, ov. 1520

rechts: Mohammed Khan 11 ov. 1481 (kaartnummer 251) en links: Selim Khan 1, ov. 1520(kaartnummer 253)

Baiezid Khan 11 ov. 1512

Baiezid Khan 11 ov. 1512

Links: Suleyman Khan 1 ov. 1566 en rechts: Selim Khan 111 ov. 1574

Rechts: Suleyman Khan 1 ov. 1566 (kaartnummer 254) en links: Selim Khan 11 niet 111) ov. 1574 (kaartnummer 255)

Sultan Baïezed Khan II overleden in 1572

SULTAN SOLEIMAN (1494-1566), de Prachtvolle 

Processie van sultan Soleiman1 in Constantinopel, passerend het hippodroom op weg naar de graftombe in de moskee sultan Fatih, in 1453 veroveraar van Constantinopel.  Ets uit 1553 naar een prent van Pieter Coecke van der Aelst.

Sultan Soleiman te paard door de Duitser Hanns Guldenmondt, 1529

soleiman2

Sultan Soleiman  (Selim) 1, bijgenaamd de Grote ofwel Prachtlievende, die leefde van 1494-1566, vermoedelijk geschilderd door Tiziaan

soleiman

Sultan Soleiman 1, gegraveerd door Melchior Lorck in 1559

sol2

Theodoor de Bry (1527/28-1598) Portret van Soleyman de Grote. Gravure uit: Jacques Bossard, ‘Vitae & icones sultanorum turcicorum’. Frankfurt, 1597, p.40,172.Een bijschrift invoeren

Portret van de grote sultan Soleiman, bijgenaamd de Prachtvolle. Onder zijn bewind breidde het Ottomaanse Rijk zich uit tot Budapest in het westen en Basra aan de Perzische Golf. en in Noord-Afrika tot Algiers. Hij nam zelf deel aan 12 veldtochten.

sol1.jpg

Theodoor de Bry: prent van Soleyman de Grote. Uit de atlas van Laurens van der Hem (1621-1678) in de Oesterreichische Nationalbibliothek in Wenen.

D.V. Coornhert (1522-1590), naar Maarten van Heemskerck (1498-1574)  Ets met afbeelding van de veldslag voor de Poorten van Wenen waarbij sultan Soleyman de Prachtvolle wordt verslagen door keizer Karel de Vijfde in 1529. 

Sultan Suleyman Khan 1 ov. 1566

Mourad Khan 111 ov. 1595

Mourad Khan 111 ov. 1595

Portretgravure sultan Murat III (ca, 1546-1595). ’14e keizer van Turkije’ Mogelijk uit een editie van Claes Janszoon Vissscher.

Links: Ghazi Mohammed Khan 111 ov. 1693 en rechts Ahmed Khan 1 ov. 1617

Links: Ghazi Mohammed Khan 111 ov. 1603 (kaartnummer 257) en rechts Ahmed Khan 1 ov. 1617 (kaartnummer 258)

ahmed1

sultan Ahmed 1 onder wiens bewind in 1612-1613 diplomatieke betrekkingen met Nederland zijn aangegaan. Bouwheer van de Blauwe Moskee met 6 minaretten

Detail van Panorama Constantinopel, gegraveerd door Petrus Kaerius (Pieter van der Keere) in 1616 (Nationale Bibliotheek Zweden, Stockholm)

Sultan Ahmed 1 op zijn troon in het Topkapi paleis (miniatuur in het Nationaal Museum van Schotland)

Sultan Ahmed 1 op een Turkse miniatuur vereeuwigd

Links: Osman Khan 11 ov. 1622 en rechts: Mustapha Khan 1, ov. 2623

Links: Ahmed Khan 11 ov. 1617 (kaartnummer 260) en rechts: Muhammed Khan III  1617-1618 en tweede keer 1622-1623 (kaartnummer 259)

Osman

Westerse gravure van sultan Osman II

Rechts: Mourad Khan IV ov. 1640 en links: Ibrahim Khan 1 ov. 1648

Rechts: Mourad Khan IV ov. 1640 (kaartnummer 261) en links: Ibrahim Khan 1 ov. 1648 (kaartnummer 262)

Ibrahim

Gravure in medaillonvorm van sultan Ibrahim

Moerad

Miniatuur van sultan Moerad IV (1623-1640 in functie), British Museum

Links: Mohammed Khan IV, ov. 1693 en rechts: Ahmed Khan 11 ov. 1695

Links: Muhammed Khan IV, ov. 1693 (kaartnummer 263) en rechts: Ahmed Khan 11 ov. 1695 (kaartnummer 265)

Mehmet

Portret van sultan Mehmet IV, sultan van het Osmaanse Rijk van 1648 tot 1687. Door Cornelis Meyssens (circa 1640 tot na 1673)

sultan2

Sultan Mehmed IV, ongesigneerde kopergravure

sultan4

Nog een kopergravure met sultan Mehmed IV in wapenuitrusting te paard. Ongedateerde en ongesigneerde gravure, uitgegeven door Johann Hofmann, Nürnberg

Sultan Suleyman Khan  II 1687-1691

Sultan Soleyman 11 1697-1691 (geen Fruchtermann kaart beschikbaar)

Sultan Soleyman 11 1687-1691

Sultan Mustafa 11 1695-1713 [ nog ontbrekend in Fruchtermann-kaarten]

Sultan Mustafa 11 1695-1703

Intocht van sultan Mahmut II in Constantinopel (Jan Luyken, 1695)

Sultan Mustapha Khan II overleden 1704

Links: Ahmed Khan 111 ov. 1736

Rechts: Ahmed Khan 111 ov. 1736 (kaartnummer 267) en links Mahmoud Khan 1, ov. 1754 (kaartnummer 268)

Schilderij van een audiëntie bij sultan Achmed III in 1724 door Jean-Baptiste Vanmour

Ahmed.jpg

Deel van miniatuur afbeelding van sultan Ahmed III (1703-1730). Topkapi Museum Istanbul; op vooromslag boek ‘De sultans’ van Noel Barber, 1975

Rechts: Osman Khan 111, ov. 1757 en links Moustapha Khan 111, ov. 1774

Rechts: Osman Khan 111, ov. 1757 (kaartnummer 269) en links Moustapha Khan 111, ov. 1774 (kaartnummer 270)

 

Sultan Abdülhamit I (van 1774-1789) staande voor zijn gouden troon in Istanbul (gouache door Jean-Baptiste Hilaire, 1788

 

Sultan Abdul Hamit Khan 1; ov. 1789

Sultan Abdul Hamit Khan 1; ov. 1789

 

J.Jelgershuis (1770-1836). Sultan AbdulHamit

Links: Selim Khan 111 en rechts Mahmoud Khan 11, ov. 1839

Links: Selim Khan 111, ov. 1807 (kaartnummer 272) en rechts Mahmoud Khan 11, ov. 1839 (kaartnummer 274)

 

Sultan Selim III (1803)

 

Hans Krol 22 juni 2019 vooringang van de historische sultan Mahmoud Khan II bibliotheek in het Turkse deel van de stad Nicosia op Cyprus.

Links: Abdul Medjid Khan, ov. 1861 en rechts: Abdul Asis Khan, ov. 1876

Links: Abdul Medjid Khan, ov. 1861 (kaartnummer 276) en rechts: Abdul Asis Khan, ov. 1867 (kaartnummer 275)

Sultan Murat V. ov. 1876

Sultan Murat V. ov. 1876

Abdul Hamid Khan 11, sultan-kalief tot april 1909

Abdul Hamid Khan 11, sultan-kalief tot april 1909 (kaartnummer 278)

CHRONOLOGISCHE LIJST VAN IN BIJNA 4,5 EEUW 37 OSMAANSE BEYS, SULTANS EN KALIEFEN

Osman I Ghazi (1299-1324) – bey

Orhan 1 (1324-1362) – bey

Murat 1 (1362-1389; sultan vanaf 1383) – in 1383 kreeg Murat 1 tevens de titel van bey van de [schaduw]kalief van Cairo

Bayezid 1 (1389-1402)

Ottomaans Interregnum (1402-1413)

Mehmet 1 (1413-1421)

Murat 11 (1421- 1444; 1446-1451)

Mehmet 11 (de Veroveraar) (1444-1446; 1451-1481)

Bayezid 11 (1481-1512)

Süleyman 1 (de Grote) (1520-1566)

 

Portretgravure van Soleyman de Grote door Melchior Lorck (1527-1583)

Portretgravure van Soleyman de Grote door Melchior Lorck (1527-1583)

Selim 11 (1566-1574)

Murat 111 (1574-1595)

Mehmet 111 (1595-1603)

Ahmed 1 (1603-1617)

Sultan Ahmed Kahn 1 overleden 1617

Mustafa 1 (1617-1618)

Osman 11 (Jonge Osman – 13 jaar – 1618-1622)

Mustafa 1 (tweede keer) (1622-1623)

Murat 1V (1623-1640)

Ibrahim 1 (1640-1648)

Mehmet 1V (1648-1687)

Sultan Mehmet IV (regerend van 1648-1687) op een in Parijs uitgegeven portretgravure.

Sultan Mehmet IV (regerend van 1648-1687) op een in Parijs uitgegeven portretgravure.

Süleyman 11 (1687-1691)

Ahmed 11 (1691-1695)

Mustafa 11 (1695-1703)

Ahmed 111 (1703-1730)

Sultan Ahmed 111 met enkele volgelingen en links zijn plaeis. Schilderij door Jean Baptiste Vanmour (1671-1737). Door de Nederlandse ambassadeur Cornelis Calkoen meengenomen naar Holland en door zijn neef geschonken aan de directie van de Levantse Handel te Amsterdam (thans in Rijksmuseum Amsterdam)

Sultan Ahmed 111 met enkele volgelingen en links zijn  paleis. Schilderij door Jean Baptiste Vanmour (1671-1737). Door de Nederlandse ambassadeur Cornelis Calkoen meengenomen naar Holland en door zijn neef geschonken aan de directie van de Levantse Handel te Amsterdam (thans in Rijksmuseum Amsterdam)

Hans Krol voor de sultan Ahmed bibliotheek in paleis Topkapi, Istanbul, 2001

18e eeuwse Achmed III bibliotheek, Istanbul

Mahmud 1 (1730-1754)

Hans Krol in 2001 voor de bibliotheek van sultan Mahmut 1 in Istanbul, gebouwd in 1739

Osman 111 (1754-1757)

Mustafa 111 (1757-1774)

Abdülhamit 1 (1774-1789)

Sultan Abdul Hamid overleden 1789

Sultan Abdulhamit1

Sultan Abdulhamit1

Selim 111 (1789-1807)

Sultan Selim Kahn III overleden in 1808

Sultan Selim 111

Sultan Selim 111

Mustafa 1V (1807-1808)

Sultan Mustafa IV 1807-1808 )Schilderij door Theodore Gericault)

Sultan Mustafa IV 1807-1808 )Schilderij door Theodore Gericault)

Mahmut 11 (1808-1839)

Sultan Mahmut 11 1808-1839 (schilderij door Osmanli Padisahi)

Sultan Mahmut 11 1808-1839 (schilderij door Osmanli Padisahi)

De antieke sultan Mahmoud 11 bibliotheek in Nicosia, Cyprus met Hans Krol, juni 2019.

Abdülmejit 1 (1823-1861)

Sultan Abdulmecit 1, 1839-1861

Sultan Abdulmejit 1, 1823-1861

Portret van sultan Abdul Mejdid 1 (Topkapi)

Abdülaziz 1861-1876)

Sultan Abdülaziz

Sultan Abdülaziz

Murat V (mei tot augustus 1876)

FOT1385922

Mehmed Mourat V

Sultan Murat V

Sultan Murat V

Abdülhamit 11 (1876-1909)

Sultan Abdulhamid 11 bij de inspectie van een kanon op een oorlogsschip

Sultan Abdulhamid 11 bij de inspectie van een kanon op een oorlogsschip

Kalief Abdul Hamit 11 onder grote bescherming op weg naar het vrijdaggebed in de moskee (Rotterdamsch Nieuwsblad, 27-2-1896)

Sultan en kalief Abdul Hamit 11 onder grote bescherming op weg naar het vrijdaggebed in de moskee (Rotterdamsch Nieuwsblad, 27-2-1896)

Tekening bij bericht over kalief Abdul Hamit 11 uit Rotterdamsch Nieuwsblad van 27-2-1898

Tekening bij bericht over Abdul Hamit 11 uit Rotterdamsch Nieuwsblad van 27-2-1896. Bevreesd voor een aanslag door Jong-Turken bouwde hij buiten de stad een enorm wooncomplex met onderaardse gangen en maakte hij voor zijn informatie gebruik van spionnen.

Cartoon van Johan Braakensiek van de gevangenneming van sultan Abdoel Hamit II van Turkije door de revolutionaire groep der Jong Turken (de Amsterdammer, 25 april 1909). Links zijn enkele Westerse vorsten afbeeld, zoals koning Edward VII van Engeland, keizer Frans Joseph van Oostenrijk-Hongarije en keizer Wilhelm II van Duitsland. Rechts tracht een concubine vergeefs de sultan te troosten (UB-Leiden)

Mehmet V (1909-1918)

Sultan Mohammed V, geschilderd portret van F.Quidenus

Sultan Mohammed V, geschilderd portret van F.Quidenus

Mehmet VI (1918-1922) – 1 november 1922 kwam een einde aan het sultanaat.

Mehmet VI de laatste officiële Ottomaanse sultan en voorlaatste kalief

Mehmet VI de laatste officiële Ottomaanse sultan en voorlaatste kalief

Abdülmecit 11 als laatste kalief (1922-1924)

DE laatste Turkse kalief Abdulmecit

De laatste Turkse kalief Abdulmecit II

De vier laatste sultans-kaliefen bij elkaar, uitgegeven door Max Fruchtermann

De vier laatste sultans-kaliefen bij elkaar, uitgegeven door Max Fruchtermann

 

Kinderen van de laatste Ottomaanse sultan

Vijf kinderen van de laatste Ottomaanse sultan (kaart Max Fruchtermann)

Foto van prinses Durri-Chech uit 1939 Zij is geboren te Constaninopel in 1914 en in 2006 op 92-jarige leeftijd te Londen overleden en was dochter van de laatste Ottomaanse kalief Abdulmecit 11.

Foto van prinses Durri-Chech uit 1939 Zij is geboren te Constantinopel in 1914 en in 2006 op 92-jarige leeftijd te Londen overleden en was dochter van de laatste Ottomaanse kalief Abdulmecit 11.

=====================================================

TURKISH DELIGHT

Kleding van de Padischah [= grootheer] ofwel sultan. 'Auf der Zeichnung trät der Padischah ein weiteres Overkleid nit engen Aermeln, die sog. kapanidscha. Charkteristisch sind der breite Kragen un Besatz aus dunklem Pelz. Bevorzugt trug er schwarzen Fuchspelz oder Zobel. Auf dem Kopf tr#t der Grossherr das paschali kavuk, eine hutähnliche Kopfbedeckung mit ungeschlagenen Turbantuch, darauf ein Reiherbusch, gehalten von einer edelsteinbesetzten Agraffe.' (Aus: Münster, Wien und die Turken 1683-1983'. (Münster, Stadtmuseum, 1983).

Kleding van de Padischah [= grootheer] ofwel sultan, tevens kalief. ‘Auf der Zeichnung trät der Padischah ein weiteres Overkleid nit engen Aermeln, die sog. kapanidscha. Charkteristisch sind der breite Kragen un Besatz aus dunklem Pelz. Bevorzugt trug er schwarzen Fuchspelz oder Zobel. Auf dem Kopf tr#t der Grossherr das paschali kavuk, eine hutähnliche Kopfbedeckung mit ungeschlagenen Turbantuch, darauf ein Reiherbusch, gehalten von einer edelsteinbesetzten Agraffe.’ (Aus: Münster, Wien und die Turken 1683-1983′. (Münster, Stadtmuseum, 1983).

Kleurengravure van Turken in traditionele klederdracht, in het boek van de Hollander Abraham de Bruyn, Omnium pene Europae Asiae, Aphricae atque America gentium habitus. Een uitgave van Joos de Bosscher, 1581, aanwezig in o.a. Bijzondere Collecties UB Amsterdam en prentenkabinet museum Plantijn-Moretus Antwerpen

Ingekleurde gravure van Turken in traditionele klederdracht, in het boek van de Hollander Abraham de Bruyn, ‘Omnium pene Europae Asiae, Aphricae atque America gentium habitus’. Een uitgave van Joos de Bosscher, 1581, aanwezig in o.a. Bijzondere Collecties UB Amsterdam en Prentenkabinet museum Plantijn-Moretus Antwerpen. Niet te verwarren met de Amsterdamse reiziger en tekenaar/schilder Cornelis de Bruyn (circa 1652-1727) die ook  een voorkeur had voor het Nabije Oosten. Hij publiceerde het rijk geïllustreerde reisboek ‘Voyages au Levant’/ Reizen door Klein Azië (1698) met beschrijvingen van o.a. Alexandrië, Istanbul, Smyrna (Izmir), Palmyra, Gize etc.; voorts: Reizen over Moskovië, door Persie en Indie met ingekleurde illustraties.

Kamer van de Levantse Handel in het Stadhuis op de Dam, waar de handel met het Ottomaanse Rijk werd gecoördineerd.

Kamer van de Levantse Handel in het Stadhuis op de Dam, waar de handel met het Ottomaanse Rijk werd gecoördineerd. (Historisch Museum Amsterdam)

Audiëntie van de Nederlandse gezanten bij de sultan van Turkije in het Topkapi paleis

Audiëntie van Nederlandse gezanten bij de sultan van Turkije in het Topkapi paleis

Cornelis Haga (1578=1654) was de eerste Nederlandse ambassadeur bij de Hoge Porte in Constantinopel. In zijn gevolg werd secretaris Cornelis Pauw hoofdconsul in Aleppo.

Cornelis Haga (1578=1654) was de eerste Nederlandse ambassadeur bij de Hoge Porte in Constantinopel. In zijn gevolg werd secretaris Cornelis Pauw hoofdconsul in Aleppo. Anoniem portret

Begin van een handelsverdrag tussen Turkije en Nederland uit 1612, in totaal een rol die 5 meter teksten bevat. (Nationaal Archief Den Haag)

Gezicht op Istanbul vanuit de Hollandse ambassade in de wijk Perla. Schilderij door Jean Baptiste Vanmour. Links de Bosporus en rechts op de heuvel paleis Topkapi (Rijksmuseum Amsterdam)

Gezicht op Istanbul vanuit de Nederlandse ambassade in de wijk Perla. Schilderij door Jean Baptiste Vanmour. Links de Bosporus en rechts op de heuvel paleis Topkapi (Rijksmuseum Amsterdam)

In het boek ‘Cornelis Haga 1578-1654 diplomaat & pionier in Istanbul’ door Hans van der Sloot en Ingrid van der Vlis (Amsterdam, Boom, 2012) wordt o.a. geschreven: ‘(…) De grootste investeerder van de VOC, met een inleg van 30.000 gulden, was Reinier Pauw geweest. Zijn zoon Cornelis ging als jongeling op een grand tour  mee en werd secretaris van Haga’s reisgezelschap. Verschillende leden van de familie Pauw handelden in de Levant, terwijl Cornelis’ oudste broer – Adriaan Pauw – later als raadpensionaris van de Staten van Holland een van de hoogste bestuurlijke functies in de Republiek zou bekleden. Met deze broer wisselde Haga in de daaropvolgende jaren vele brieven uit, aanvankelijk om over de vorderingen van Pauw’s jongere broer te schrijven maar later ook op persoonlijke titel

Geschilderd portret van Cornelis Pauw (Iconografisch Bureau Den Haag). Cornelis Pauw (1593-

Geschilderd portret van Cornelis Pauw door Michiel van Mierevelt, 1624. (Iconografisch Bureau Den Haag). Het huisadres van deze telg uit het magistratengeslacht Pauw was Herenweg 19  in ‘s-Gravenhage. Cornelis Pauw (1593-1668) vergezelde in 1611 Cornelis Haga, ambassadeur namens de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden in Turkije als edelman van het Hollands gezantschap en tevens als secretaris naar Constaninopel. Daar is Pauw door de sultan of grootvizier beëdigd als hoofdconsul in Aleppo (augustus 1613), dat deel uitmaakte van het Osmaanse rijk. In 1623 is Theodoro Struycker door de Staten van Holland als viceconsul in Aleppo aangesteld. Het mandaat van Cornelis Pauw liep af op 6 maart 1625, maar hij keerde al in 1622 terug in het vaderland  In 1631 werd hij buitengewoon gezant naar koning Gustaaf Adolf  Verondersteld wordt dat Cornelis voor zijn broer Adriaen Pauw het prospect van Constantinopel van of naar P.van der Keere meenam, officieel geschonken door ambassadeur Cornelius Haga aan de Staten-Generaal,  dat een speciale plaats kreeg in een aparte ruimte, genaamd Kamer Constaninopelen in het kasteel van Pauw te Heemstede.  De Hoornse rector en dichter Henricus Bruno maakte hiervoor een speciale tekst in het Latijn ‘voor onder het groote Schilderye’, die in vertaling als volgt luidde: ‘Deze zeer oude stad, aan de grenzen van Thracië gegrondvest, is eertijds Byzantium en Argos genoemd geweest. Zij is aan de Bosporus recht tegenover Azië gelegen. Na de inneming door Mohammed, de keizer der Turken, in het jaar 1453, is zij de zetel van het Ottomaanse Keizerrijk geweest. Zij wordt thans door de Grieken Stamboili en door de Turken Stamboul genoemd. De doorluchtige Heer Cornelis Haga, gezant bij de Porte, heeft (dit panorama) aan de Staten Generaal ten geschenke gegeven en toegezonden.’  In een schrijven gedateerd 1 oktober 1616 schrijft Cornelis Haga aan de de Staten-Generaal: ‘(…) Ich hebb met een schip van Amstelredamme, genaemt den Wirren Arent een conterfeytsel van dese stadt, seer curieuselijck nae het leven geden, aen Uwe Hoog Mogenden gesonden. ý welcl gearriveert sijnde, van mijn broeder Johan Haga geconsigneert sall werden. Bidde Dat Uwe Hooh Mogenden ‘tselcige van haeren aldergetrousten ende onderdanichsten dienaer believe te accepteren’.  Via Cornelis Pauw, broer van Adriaan Pauw kwam het panorama in het kasteel van Heemstede terecht nadat laatstgenoemde na 1620 had besloten voor het propekt een speciale kamer in  te richtende Kamer Constantinopelen, welke drie wanden omvatte. 

De Latijnse tekst “onder het groot schilderije’, vervaardigd door Henricus Bruno luidde: ‘Urbs haec antiquissima in finibus Thraciae condita, olim Byzantium et Aregos apellata fuit, eaque ad Bospophorum e regione Asiae sita est. Post captam a Mahumete Turcarum Imperiatore anno 1453 sedes Imperii Ottomannici fuit, et a Graeces hodiernis Stambolii, atque a Turcis Stamboul vocatur. Illustris vir Cornelius Haga, apud Portam orator, D.D. (= donum datum) ordinibus Generalibus transmisit.’

 De ambassade in Istanbul en het consulaat in Aleppo zijn geen groot succes geworden.In voornoemde biografie gewijd aan Cornelis Haga schrijven de auteurs: ‘In Cornelis Haga en in het gezantschap in Istanbul hadden de kooplieden in Aleppo al evenmin vertrouwen. Ze verweten Haga totaal geen verstand te hebben van de verhoudingen op een der drukste knooppunten van de Levanthandel. Bovendien had natuurlijk elk van de kooplieden in Aleppo z’n eigen wegen tot de belastinggaarder en de douaneautoriteiten. Uiteindelijk zou het Cornelis Pauw niet lukken om enig gezag onder de kooplieden in Aleppo te verwerven, ook al schonken de Staten-Generaal  hem de titel van “hoofdconsul voor Syrië, Palestina, Alexandrië en Cyprus” en stonden ze hem toe waar nodig onderconsuls te benoemen in alle havens van zijn ambtstsgebied. De kooplieden werden snel bevestigd in hun verwijt dat Haga geen inzicht had in het zaken doen in Aleppo en dat Pauw te jong en te onervaren was. In diens benoeming werd vastgelegd dat hij alle inkomsten mocht hebben en uit de consulaten in onder andere Aleppo, Cyprus, Damascus en Alexandrië. Daar stond tegenover dat hij uit die inkomsten zijn huishouding moest betalen alsmede de kosten voor geschenken, het zenden van boden, de porto voor zijn brieven, fooien voor bedienden en wat er verder nog nodig zou zijn voor douceurtjes en smeergelden. Ook stelden de Staten-Generaal een vergoeding van 1200 gulden in het vooruitzicht, te betalen nadat de boeken over de eerste vier jaar van het consulaat zouden zijn goedgekeurd. Van zijn vader Reinier Pauw kreeg Cornelis 6000 zilveren rijksdaalders mee om als consul en koopman armslag te hebben. Bij zijn vertrek in 1616 bleek hij slechts een tiendee van dit bedrag te hebben terugverdiend’. (…)’

 

Onderstaand: Prent van Achmed Köprülü, regerend van 1661-1676, die van zijn  vader Mehmed opvolgde als grootvizier. Hij stond direct onder de sultan. In 1663-1664 voerde hij Turkse leger aan tegen Oostenrijk; in 1667-1669  belegerde en veroverde hij Candia (Kreta); 1672-1676 voerde hij oorlog met Polen en nam Podolië en de Ukraine in.

sultan1.jpg

Achmed Köprülü, anonieme gravure uitgegeven door Jacob Sandrart in Nürnberg

==========

Hans van der Sloot en Ingrid van der Vlis publiceerden een monografie gewijd aan CORNELIS HAGA 1578-1654 diplomaat & pionier in Istanbul (Amsterdam, Boom,2013) Daarin komt ook CORNELIS PAUW (1598-1666), broer van Adriaan Pauw veelvuldig in voor. In 1611 vergezelde Cornelis Pauw de ambassadeur Cornelis Haga als edelman van het gezantschap, teven als secretaris naar Constantinopel. Augutus 1613 ging hij als hoofdconsul naar Aleppo, in Syrië, deel uitmakend van het Orttomaanse rijk. . Ten slotte in 1631 als gezant naar Zweden onder koning Gustaaf Adolf. Hij was voorts raad en rekenmeester van de prinsen Frederik Hendrik, Willem II en Willem III. In brieven aan zijn broer en de Staten-Generaal beklaagde Cornelis zich over de buitensporige uitgaven van Haga, die zich verdedigde, dat zonder geschenken en steekpenningen niet te werken viel.

Portret van Cornelis Haga, ambassadeur namens Nederland in Constantinopel. Hij klaagde regelmatig over zijn slechte en onregelmatige salariëring en benadrukte meermaals, ook in correspondentie met Adriaan Pauw, dat hij veel geld kwijt was aan steekpenningen en geschenken. Ten aanzien van de Republiek voelde hij zich genoodzaakt een even grote staat te voeren als zijn ambtsgenoten van Frankrijk, Engeland en Venetië die ook handel dreven met het Osmaanse rijk. Het portret, uit circa  1640-1645 is anoniem, maar vervaardigd door of uit de omgeving van Michiel van Mierevelt. (schilderij eigendom van Rijksmuseum Amsterdam, in bruikleen bij Museum Mauritshuis Den Haag).

Albuminscriptie van gezant Cornelis Pauw aan Ernst Brinck (1582-1649), gezant, burgemeester van Harderwijk. Constaninopel, 23 augustus 1613. (Koninklijke Bibliotheek)

Een vergelijkbaar prospect op Constantinopel van 11,5 meter lang en 45 centimeter hoog, in 21 delen, vervaardigd door Melchior Lorick (Lorch) uit Flensburg is terecht gekomen en nog aanwezig in de Universiteitsbibliotheek van Leiden. Lorich is in 1526 of 1527 geboren in Flensburg en werkte vanaf 1555 tot 1559 namens de Duitse keizer Ferdinand 1 bij het Ottomaanse hof. In 1598 hing het langs de noordwand van de Leidse Academiebibliotheek. Op bovenstaande afbeelding is slechts een deel van het centrum van de Turkse stad afgebeeld. De tekening symboliseert het begin van de gerichtheid op het Oosten, die zo karakteristiek zou worden voor de 17e eeuw. Rechts is een sultan en links heeft Lorich zichzelf als tekenaar afgebeeld.

Een vergelijkbaar prospect op Constantinopel van 11,5 meter lang en 45 centimeter hoog, in 21 delen, vervaardigd door Melchior Lorick (Lorich/Lorck),  is in 1598 geschonken aan de in 1575 gestichte academiebibliotheek teLeiden en nog aanwezig in de Universiteitsbibliotheek aldaar Lorich is in 1526 of 1527 geboren in Flensburg en werkte vanaf 1555 tot 1559 namens de Duitse keizer Ferdinand 1 bij het Ottomaanse hof. In 1598 hing het langs de noordwand van de Leidse Academiebibliotheek. Op bovenstaande afbeelding is slechts een deel van het centrum van de Turkse stad afgebeeld. De tekening symboliseert het begin van de gerichtheid op het Oosten, die zo karakteristiek zou worden voor de 17e eeuw. Rechts is een sultan en links heeft Lorich zichzelf als tekenaar afgebeeld. (Uit: Magna Commoditas, geschiedenis van de Leidse universiteitsbibliotheek 1575-2000, door Christiane Berkvens-Stevelink. Leiden 1651, p.56-57)

Het panorama van Constantinopel door Lorich in vitrinekasten uitgestald.

Het panorama van Constantinopel door Lorick (Lorch) te Leiden bok een tentoonstellng in vitrinekasten uitgestald.

 

Sultan Soleyman de Prachtvolle op het panorama door Lorick (UB Leiden)

 

Portret van Carolus Clusius (1525-1609), vervaardigd in 1585. De tulp was een symbool van de sultans en werd op hun tulband gedragen. Dankzij de Oostenrijkse Ghislau de Busbecq is de Turkse tulp in de tuin van keizer Meximiliaan 11 in Wenen terecht gekomen. De Nederlandse plantkundige Clusius werd aldaar prefect over de botanische tuin en is als zodanig benoemd bij de in dat jaar gestichte Hortus in Leiden en heeft vervolgens met succes de tulp in ons land geïntroduceerd.

Portret van Carolus Clusius (1525-1609), vervaardigd in 1585. De tulp was een symbool van de sultans en werd op hun tulband gedragen. Dankzij de Oostenrijkse ambassadeur Ogier Ghiselin de Busbecq is de Turkse tulp in de tuin van keizer Meximiliaan 11 in Wenen terecht gekomen. De Nederlandse plantkundige Clusius werd aldaar prefect over de botanische tuin en is als zodanig benoemd bij de in dat jaar gestichte Hortus in Leiden en heeft vervolgens met succes de tulp in ons land geïntroduceerd.

Hope1

Thomas Hope (1769-1831), oudste zoon van bankier John Hope, werd geboren in Amsterdam en bracht zijn jeugd door aan de Keizersgracht en in de zomermaanden op het landgoed Groenendaal in Heemstede. In 1794 keerde hij terug naar het land van zijn voorvaders in Schotland en Engeland. Hij reisde veel; en liet zich in 1798 door V.Beechley in Turkse kledij afbeelden met een moskee op de achtergrond.

Ontvangst

Ontvangst van de eerste officiële Turkse gezant in Nederland, Den Haag, 1855.

Ingekleurde opticaprent uit circa 1770 van Constaninopel terzijde van de Zee van Marmora

Ingekleurde opticaprent uit circa 1770 van Constantinopel terzijde van de Zee van Marmora

De poort naar het Topkapi paleis tegenwoordig museum

De poort naar het Topkapi paleis tegenwoordig museum

Gezicht vanaf de Bosporus op het Topkapi paleis

Gezicht vanaf de Bosporus op het Topkapi paleis

De grote fontein bij Topkapi gebouwd onder sultan Ahmed 111 met aan vier zijden kranen voor drinkwater

De grote fontein bij Topkapi in Ottomaanse stijl gebouwd onder sultan Ahmed 111 met aan vier zijden kranen voor drinkwater

sultan1.jpg

Sultan Ahmed 111 bibliotheek (Topkapi paleis), Istanbul

sultan2

Interieur van sultan Ahmed 111 bibliotheek, Topkapi paleis

Fontein voor de bibliotheek van sulatan Ahmed III Topkapi paleis Istanbul

moslembibliotheek

Moslembibliotheek (Istanbul?), gravure door Vittorio Rainei, 1725

Ofschoon de stadsbibliotheek van Istanbul uit 1882 dateert, was er al eerder een min of meer openbare bibliotheek in Constaninopel. Houtgravure uit 1836

Ofschoon de stadsbibliotheek van Istanbul uit 1882 dateert, was er al eerder een min of meer openbare bibliotheek in Constantinopel. Houtgravure uit 1836

Interieur bibliotheek van grootvizier Ragib Pasha in Istanbul (Paris, 1790)

Semavi Eyice, auteur van ISTANBUL, petit guide a travers les monuments Byzantins et Turcs. (1955) noteert ten aanzien van de Bibliothèque Ragip Pas (Ragip Pasa kütüphanesi) ‘Fondée en 1762 pr le Grand Vézir (aussi poète) Ragip Pasa, c’est un batiment construit au milieu d’une cour. Un escalier donne accès à un portique qui précède la bibliothèque proprement dite dont la partie centrale est couverte par une coupole reposnant sur quatre colonnes. La coupole est entourée de qautre voutes enberceau et les travées situées aux angles sont couvetes par des petites couploles. Les parois intérieures sont ornées pr des faiences et le dépot de livres se trouve au centre de l’édifice, séparé des lecteurs par un grillage. Le fondateur de cette bibliothèque qui contient 2000 manuscrits repose dans in très sobre musolée ouvert situé derrière un sebil qui borde la rue et dont la fenetre principale est flanquée de fontaines.’

Hoofdingang bibliotheek Ragip Pasa, Istanbul

Achterzijde Tagip Pasa bibliotheek

Recente intereurfoto Ragip Pasa bibliotheek Istanbul

De Atatürk openbare bibliotheek in de winkelwijk Taksim van Istanbul. Opgericht in 1973 met circa 75.000 boeken, intussen uitgegroeid tot meer dn een half miljoen. Het is de enige bibliotheek in Istanbul en Turkije die dag en nacht voor het publiek is geopend, ook tijdens de weekenden.

De Atatürk openbare bibliotheek in de winkelwijk Taksim van Istanbul. Opgericht in 1973 met circa 75.000 boeken, intussen uitgegroeid tot meer dn een half miljoen. Het is de enige bibliotheek in Istanbul en Turkije die dag en nacht voor het publiek is geopend, ook tijdens de weekenden.

Vooraanzicht van Atatürk kitapligi Istanbul

Interieur Atatürk bibliotheek Istanbul

Atatürk bibliotheek Istanbul

Oude Interieurfoto leesxaal oude Beyazit (stads-)bibliotheek Istanbul

Nieuwe Beyazit stadsbibliotheek van Istanbul

Leeszaal Beyazit bibliotheek, Istanbul

 

Interieur Beyazit bibliotheek (Emre Dorter) 

 

Stadsbibliotheek Istanbul

Stadsbibliotheek Istanbul, afdeling zeldzame boeken (Emre Dorter) 

 

Binnenplaats Beyazit bibliotheek Istanbul (Emre Dorter)  

 

In 1882 is onder sultan Abdulhamit 11 de eerste openbare bibliotheek in Istanbul opgericht, Bayazit kütüphnesi; ansichtkaart met senioren bij de bibliotheek

In 1882 is onder sultan Abdulhamit 11 de eerste openbare bibliotheek in Istanbul opgericht, Bayazit kütüphnesi; ansichtkaart met senioren bij de bibliotheek

Voormalige centrale stadsbibliotheek nabij universiteit en grote bazaar. In dit gebouw is tegenwoordig het museum voor calligrafie gevestigd

Voormalige centrale stadsbibliotheek nabij universiteit en grote bazaar. In dit gebouw is tegenwoordig het museum voor calligrafie gevestigd

Huidige centrale stadsbibliotheek van Istanbul

Huidige centrale stadsbibliotheek van Istanbul

De nieuwe topkapi universiteitsbibliotheek

Hans Krol voor Mahmut bibliotheek bij de Aya Sophia moskee in Istanbul

Hal Mahmut I bibliotheek

Oude foto interieur Mahmut I bibliotheek, Istanbul

Interieur Mahmut I bibliotheek Istanbul

Köprülü manuscriptenbibliotheek in Istanbul, in 1661 gesticht door grootvizier Köprülü Mehmet Pasa (overleden in 1661) en voortgezet door zijn zoon, ook grootvizier, Fazil Ahment Pasa   (overleden in 1676)

In Istanbul bezocht ik in de loop van de jaren circa 25 van de ongeveer 150 bibliotheken. Op deze foto ut 2005 de Köprülü bibliotheek, in 1667 gesticht, en rijk aan Turkse en Arabische manuscripten.

In Istanbul bezocht Hans Krol in de loop van de jaren circa 25 van de ongeveer 150 bibliotheken. Op deze foto uit 2005 de Köprülü bibliotheek, in 1667 gesticht, en rijk aan Turkse en Arabische manuscripten.

Beknopte beschrijving Kóprülü bibliotheek door Semvi Eyice, in: Istnbul, petit guide a travers les monuments Byzantins et Turcs. 1955.

Portret van Köprülü Mehmes Pasa uit 1660. Hij stichtte de stad Köprülü (nu Veles) in Noord-Marcedonië

Interieurfoto Topkapi museumbibliotheek

Interieurfoto Topkapi museumbibliotheek

Depot in Topkapi museumbibliotheek

Depot in Topkapi museumbibliotheek Omvat meer dan 20.000 manuscripten en vele duizenden miniaturen

Bibliotheekruimte in het vm. Dolmabahcepaleis Istanbul

Bibliotheekruimte in het vm. Dolmabahcepaleis Istanbul

Gebouw van universiteitsbibliotheek Istanbul

Gebouw van universiteitsbibliotheek Istanbul

Leeszaal universiteitsbibliotheek Istanbul

Leeszaal universiteitsbibliotheek Istanbul

Interieur universiteitsbibliotheek Istanbul

Interieur universiteitsbibliotheek Istanbul

 

Ahmed Hamdi Tanpinar Literature Museum Library, in Gulhane Park, Istanbul

 

Interieur hal Ahmed Hamdi Tanpinar Literatuur Museum Bibliotheek, Istanbul

Library of Islamic, Historical, Culture and Art Research Centre, Istanbul

DE Soleyman moskeebibliotheek bezocxht ik 4 keer in 1968, 1969, 1970 en voor het laatst in 2005. Het is een van de rijkste boekerijen in Istanbul met Arabisch-Turkse manuscripten en miniaturen naast het Topkapimuseum, Köprülü en de universiteitsbibliotheek

De Soleyman moskeebibliotheek bezocht Hans Krol 4 keer in 1965, 1966, 1970 en voor het laatst in 2005. Het is een van de rijkste boekerijen in Istanbul met 3.790 Arabisch-Turkse manuscripten en miniaturen naast het Topkapi museum, Köprülü bibliotheek (vernoemd naar de oprichter grootvizier Mehmed Köprülü in 1661) en de universiteitsbibliotheek

Süleymanyi bibliotheek

Interieur Suleyman bibliotheek

Vooraanzicht Suleymanyi moskeebibliotheek

sina

De werken  van Ibn Sina in de Süleymaniye-bibliotheek te Istanbul. Uit: Het UNESCO ERFGOED van boeken, handschriften, kaarten, partituren en beeldarchieven. Tielt, Lannoo, 2010.

 

De Artvin Coruh universiteitsbibliotheek,in 2013 gebouwd, 6.600 vierkante meter, in 5 verdiepingen in de vorm van een boek

De moderne Artvin Coruh universiteitsbibliotheek,in 2013 gebouwd, 6.600 vierkante meter, in 5 verdiepingen in de vorm van een boek

Drukte in de boekenbazaar van Istanbul

Drukte in de boeken- en prentenbazaar van Istanbul

Hans Krol in Konya in  Mevlana nuseum een manucript bekijkend

Hans Krol op de boekenmarkt bij de universiteit en nabij de Oude Bazaar in Istanbul

Gevel van de nieuwe universiteitsbibliotheek van Karabük in Turkije

20 FEBRUARI 2020 IS IN ANKARA DE  HYPERMODERNE NATIONALE BIBLIOTHEEK VAN TURKIJE IN DE HOOFDSTAD ANKARA DOOR PRESIDENT EROGAN OFFICIEEL GEOPEND – SINDSDIEN PRESIDENTIËLE BIBLIOTHEEK GENOEMD. In 2016 is men met de bouw aangevangen en in het bouwwerk zijn Ottomaanse en Seldsjoekse elementen verwerkt. De instelling telt liefst 125.000 vierkante meter en kan dagelijks plaatsvinden aan circa 5.000 bezoekers. Onderstaand enkele afbeeldingen

Het gebouw  van de nieuwe nationale/presidentiële bibliotheek van Turkije in Ankara

Voorgevel National Library Turkey, Ankara

Interior Presidential Library Ankara

Leeszaal Turkse Bibliotheek Ankara

Presidential Library of Turkey in Ankara

Opening door Recep Tayyip Erdogan van de Turkish Presidential Library, 20-2-2020

 

Ontwerp voor een nieuwe campus centrale Technische Universiteitsbibliotheek in Maslak, Istanbul (2019)

 

Ontwerp interieir Technische Universiteitsbibliotheek Maslak, Istanbul

SELECTIE VAN IN 1965 VANUIT Konstantinopel meegebrachte  Ottomaans-Turks-arabische boeken

Een in 1965 op de boekenbazaar van Istanbul aangeschaft 18e eeuws manuscriptboek, bewaard in een leren foedraal.

Een in 1965 op de boekenbazaar van Istanbul aangeschaft 18e eeuws manuscriptboek, bewaard in een leren foedraal.

Manuscriptpagina uit een 19e eeuws Arabisch-Turks boek

Manuscriptpagina uit een Arabisch-Turks boek uit circa 1775

Band van bovenstaand manuscript uit 1775

idem, uit circa 1775

Turkse miniatuur 18e eeuw

Kalligrafie Turks-arabisch 18e eeuw

 

Leren boeketui

Turkse band in leer 18e eeuw

Kalligrafie Turks 19e eeuw

Idem

Turks-arabische kalligrafie uit boek

Uit 19e eeuw Turks boek

Ottomaans manuscript

Nasreddind Hoca (ook gespeld als Nasrettin Hoca) was een legendarische islam-geestelijke uit de niddeleeuwen. Die, indien al heeft bestaan, leefde tussen circa 1218 en circa 1284. Hij was ook wijsgeer en staat in Turkije en eigenlijk de gehele islamitische wereld bekend om de verhalen en anekdoten rond zijn persoon. Deze miniatuur van Nasreddin op een ezel dateert uit de 17e eeuw en bevindt zich in het Topkapi museum te Istanbul

Nasreddind Hoca (ook gespeld als Nasrettin Hoca) was een legendarische islam-geestelijke uit de Middeleeuwen. Die, indien hij al heeft bestaan, leefde tussen circa 1218 en circa 1284. Hij was ook wijsgeer en staat in Turkije en eigenlijk de gehele islamitische wereld bekend om de verhalen en anekdoten rond zijn persoon. Deze miniatuur van Nasreddin op een ezel dateert uit de 17e eeuw en bevindt zich in het Topkapi museum te Istanbul

Vanwege de talrijke anekdotes bestaan honderden kinderboeken in Turkije maar ook in Iran en andere moslem-landen. Bovenstaand omslag van een boekje dat ik uit Turkije meenam.

Vanwege de talrijke anekdotes bestaan honderden kinderboeken in Turkije maar ook in Iran en andere moslem-landen. Bovenstaand omslag van een boekje dat ik uit Turkije meenam.

Van Nasredding bestaan in Turkije sculptures overal in het land verspreid, meestal op een ezel, soms op een boomtak afgebeeld.

Van Nasredding bestaan in Turkije sculptures overal in het land verspreid, meestal op een ezel, soms op een boomtak afgebeeld.

In het Midden-Anatolische Aksehir bevindt zich een mausoleum ter ere van Nassreddin en hebben jaarlijks tussen 5 en 10 juli allerlei festiviteiten plaats.

In het Midden-Anatolische Aksehir bevindt zich een mausoleum ter ere van Nassreddin en hebben jaarlijks tussen 5 en 10 juli allerlei festiviteiten plaats.

Ter gelegenheid van 4 eeuwen diplomatieke betrekkingen tussen Turkije en Nederland zijn in en rond 1990 diverse tentoonstellingen georganiseerd en boekuitgaven verschenen, o.a. de publicatie 'Topkapi en Turkomanie' (Amsterdam, De Bataafsche Leeuw, 1989).

Ter gelegenheid van 4 eeuwen diplomatieke betrekkingen tussen Turkije en Nederland zijn in en rond 1990 diverse tentoonstellingen georganiseerd en boekuitgaven verschenen, o.a. de publicatie ‘Topkapi en Turkomanie’ (Amsterdam, De Bataafsche Leeuw, 1989).

Tot 24 januari 2016 vindt in het MAS (Museum aan de Stroom) een tentoonstelling plaats, gewijd aan de twee havensteden Istanbul en Antwerpen.

Tot 24 januari 2016 vindt in het MAS (Museum aan de Stroom) in Antwerpen  een tentoonstelling plaats, gewijd aan de twee havensteden Istanbul (aan de Bosporus en Gouden Hoorn)en Antwerpen (aan de Schelde).

Audiëntie van de Nederlandse ambassadeur Cornelis Calkoen bij sultan Achmed III in het Topkapi paleis in 1727. Door Baptiste Vanmour

 

De Köprülü kütüphanesi in Istanbul is rijk aan Turkse manuscripten en antieke boeken

J.B.Vanmour (1671-1797) was een Vlaams kunstenaar die bekend is vanwege zijn Turkse schilderingen. Bovenstaand een portret van sultan Ahmed III, stichter van een bibliotheek binnen het Topkapi paleis in Istanbul
Vooromslag van ‘Turckchse boucken‘; de oosterse verzameling van Levinus Warner (1618-1665) , Nederlands diplomaat [en boekenverzamelaar] in zeventiende-eeuws Istanbul. Door Arnoud Vrolijk, Jan Schmidt, Karin Scheper Uitgegeven door Lecturis, als uitgave van Museum Meermanno/Huis van het Boek en de Universiteitsbibliotheek van Leiden. naar aanleiding van een gelijknamige tentoonstelling
Achteromslag van monografie gewijd aan de boekencollectie van Levinus Warner
De Leidse oriëntalist Jacobus Golius publiceerde een woorden boek ‘Arabico-Latinum’ (Leiden, Elzevier, 1653). Het boek is links naast het titelblad opgedragen aan de voormalig ambassadeur Cornelis Haga. (Universiteitsbibliotheek Leiden).

Portret van de Hagenaar Jacobus Golius. (1596-1667), uit 1735 of 1736 van deze hoogleraar oriëntalisme en wiskunde aan de Universiteit van Leiden. Olieverfschilderij door Hiëronyus van der Mij (1587-1761). Op aanraden van Adriaan Pauw (curator van de Universiteit) bezocht Golius als Leidse oriëntalist de Levant. Dankzij hem kwam in 1629 een collectie Arabische handschriften in de Leidse bibliotheek terecht, die hijzelf in 1636 en 1640 catalogiseerde, Tijdgenoten als Constantijn Huygens en Hugo de Groot bezongen de lof van de bibliotheek die Golius met Haga’s steun had verzameld. De privéboekerij zou in later jaren verstrooid raken, slechts enkele delen daarvan kwamen in het bezit van de Academie. Het merendeel van de Oosterse werken ging via de erven naar de koning van Frankrijk en bibliotheek in Oxford. Dit wekte de woede van Gronovius nadat eerder een collectie van oriëntalist Erpenius in de bibliotheek van Cambridge was terecht gekomen. Van eminent belang voor Leiden is het legaat van de in 1665 in Istanbul overleden Levinus Warner (1618-1665) geworden. Dat bevatte 959 Arabische, Hebreeuwse, Ottomaanse en Perzische manuscripten, 223 gedrukte Oosterse boeken etc. Het was tot dan toe de grootste aanwinst die de Leidse bibliotheek ten deel was gevallen. Golius catalogiseerde de ruim 70 oosterse boeken/documenten van de door Adriaan Pauw bijeengebrachte ‘Bibliotheca Heemstediana’ die in 1656 door Hendrik de Swaef in Den Haag is geveild

Epitaaf voor Cornelis Haga overleden in 1654 en diens echtgenote Aletta Brasser (1579-1659) in de Grote of St. Janskerk in Schiedam
Fragment met sultan uit panorama Constantinopel/Istanbul door Michael Lorck in de UB-Leiden. Rechts is sultan Soleiman de Grote afgebeeld. Een vergelijkbare schildering van de Vlaming Pieter van der Keere hing in het slot van Adriaan Pauw in Heemstede in de kamer Constantinopelen.

Onder het ‘schilderije’ was een insciptie aangebracht, vervaardigd door Henricus Bruno uit Hoorn met de volgende neolatijnse tekst: ‘ Urbs haec antiquissima in finibus Thraciae condita, olim Byzantium et Argos appelata fuit, eaque ad Bosphorum e regione Asiae sita est. Post captam a Mahumete Turcarym Imperatore anno 1453 sedes Imperii Ottomanici fuit, et a Graecis hodiernis Stamboili, arque a Turcis Stanbul Vocatur. Illustris vir Cornelius Haga, apud Portam orator, DD (= donum datum) ordinibus Generalibus transmisit ‘ In vertaling: Deze zeer oude stad aan de grenzen van Thracië gegrondvest, is eertijds Byzantium en Argos genoemd geweest. Zij is aan de Bosporus recht tegenover Azië gelegen. Na de inneming door Mohammed, de Keizer der Turken, in het jaar 1453 is zij de zetel van het Ottomaanse Keizerrijk geweest. Zij wordt thans oor de Grieken Stamboili en door de Turken Stamboul genoemd. De doorluchtige Heer Cornelis Haga, (eerste) gezant bij de Porte heeft (dit schilderij) aan de Staten-Generaal ten geschenke gegeven en toegezonden. Voor zover overgeleverd was na de entree (via Tecklenburgse Poortje) op de begane gerond na de grote hal met vijf deuren , aangeduid met ‘geweerzaal’ [waar zich historische wapens en allerlei rariteiten/curiositeiten bevonden] verder gevestigd: de gobelinzaal ofwel tapijtkamer – ook aangeduid als Ridderzaal , de kamer Constantinopel, eetzaal, een der representatieve hoofdvertrekken en het comptoir (kantoor/archief). Volgens een inventarislijst uit 1760 stonden in de Constantinopel kamer 2 armstoelen, nog 10 andere stoelen en 2 gerridons (kunstzinnige tafels). Omstreeks 1765 is het panorama gerestaureerd, blijkens een nota van Hendrik Carré van 29 augustus 1767 met tekst: ‘Een groot stuk verbeeldende een gedeelte van Constantinopelen, veel defecten uitgeholpen en meest overschildert 50 gulden 0 stuivers. Het totale bedrag van gerestaureerde portretten e.g. door de kunstschilders Hendrik en Johannes Carré bedroeg 185 gulden in 1767 en nog eens 155 gulden in 1767 (Van Doorninck, inv. 486). H, Potter auteur van ‘Reizen door een groot gedeelte van Zuid-Holland…'(1809) was de laatste die de het slot van binnen zag en noemt ook de kamer Constantinopel met het ‘algezicht’ van de Turkse stad over drie wanden . Aangenomen wordt dat het bij de ontruiming in 1810 het panorama is weggedaan. Volgens een beschrijving van Jacob van Lennep zijn toen veel kostbaarheden verloren gegaan.

Prent die J.C.Woudanus in 1610 van Leidse universiteitsbibliotheek uitbracht met nog geketende boeken en vaste lessenaars. Links aan de noordwand onder de ramen hangt het prospect van Istanbul door Lorck. (Uit: Magna Commoditas, geschiedenis van de Leidse universiteitsbibliotheek 1575-2000′ door Christiane Berkvens-Stevelinck, 2001.
Melchior Lorck. Constantinople, blad 14
Melchior Lorck: prospect Constantinople, blad 17
Antieke 18e eeuwse boekband (eigen bezit)
Miniatuur 18e eeuws
.halilpasa
De grootvizier Halil Pasa met wie Cornelis Haga gede betrekkingen onderhield, bovenstaand op een miniatuur uit de Topkapi paleisbibliotheek 
Cornelis Haga (1578-1654) *oil on panel *69 x 57 cm *inscribed c.l.: aetatis 67 / ao. 1645 Anoniem portret. Opmerkelijk is zijn lange en volle baard die in de Ottomaanse periode werd gewaardeerd omdat het mannelijkheid uitstraalde.
Een geuzenpenning uit omstreeks 1570 in de vorm van een halve maan met inscriptie ‘Liever Turks dan paaps’
Eerste schrijven grootasmiraal (grootvizier) Halik Pasja, geadresseerd aan prins Maurits in 1611. Cornelis Haga had gedurende zijn verblijf in Istanbul een goede verstandhouding met deze Ottomaanse staartman. (Uit boek Cornelis Haga)
De route van Cornelis Haga en zijn gezelschap onder wie Cornelis Pauw die duurde van 7 september 1611 tot 14 maart 1612, aldus meer dan een half jaar. Vanuit Den Haga werd met koetsen naar Venetië gereid en vandaar met de boot naar Istanbul (boek Cornelis Haga, 2012, pagina 77)
Nederlandse geschenken voor de Ottomaanse sultan

 

Panorama Constantinopel door Matthäus Merian. Frankfurt, 1641 ‘Topographia Europeana’  (eigen bezit)

Vooromslag van oktober 2020 te verschijnen boekuitgave ‘Een verloren panorama van Constantinopel in het Huis yan Heemstede van Adriaan Pauw’ door Hans Krol en Mehmet Tütüncü

Achteromslag met portretten van de diplomaten Cornelis Haga en Adriaan Pauw (uitgave SOTA, Heemstede)

Toelichting: Turkije was in 1612 het eerste land dat de Republiek der 7 Verenigde Nederlanden erkende. Als eerste ambassadeur van ons land bij de Verhevene Porte in het Ottomaanse Rijk is toen Cornelis Haga benoemd. Deze diplomaat was bevriend met Adriaan Pauw (wiens broer Cornelis Pauw hoofdconsul in Aleppo, Syrië, werd) en schonk een panorama van de stad Constantinopel aan de Staten van Holland. Pauw richtte in zijn vernieuwde kasteel een speciale kamer  in, “Constantinopelen’ geheten. De muren werden versierd met prospect. Dat moet een zeer bijzonder en uniek algezicht geweest zijn, dat de hoofdstad van de Grote Turck van alle kanten in de schijnwerpers zette. Bij de sloop van het slot in 1810 ging veel van de inboedel verloren, o.a. de wapenborden van de familie Pauw die voorheen in de Oude Kerk hingen. Ook dit prospect is verloren gegaan. Echter van het panorama is direct na ankomst in Nederland in 1616 door de Gents-Amsterdamse graveur en cartograaf Pieter van der Keere een ets vervaardigd, welke zich tegenwoordig in de Nationale Bibliotheek van Zweden in Stockholm bevindt. De geschiedenis van dit verloren panorama en beschrijving van afgebeelde monumenten is samengevat in een publicatie van Han Krol en Mehmet Tütüncü. Het is een uitgave in oblongformaat, ISBN 978-90-6921-28-5. SOTA publicaties Heemstede, email adres: sotapublishing@gmail.com.  Het boek met harde kaft kost 20 euro 
===========
‘Silsile – Nâme-i. Illustrated Genealogy of Prophets nd Rulers. 

Vooromslag boek Illustrated Genealogy of Prophets and Rulers. Door Mehmet Tütüncü, Ömer Erdem en Sevde Ilur Güldiken. ISBN 978-90-6921-015-5 In serie Corpus of Turkish-Islamic Inscriptions, nr.13. 150 p. Geïllustreerde uitgave met kleurenfoto’. Oblong en harde kaft. SOTA/Research Centre for Turkish and Arabic World. Brabantlaan 26, 2102 SG HEEMSTEDE. Tel. 023 5292883. Email: sotapublishing@gmail.com  /   wwwq.turkistan.org

Introduction. Manuscript in Ottoman Turkishh in the National Library of Poland in Warsaw. (1692).

Voorbeeld van een pagina met afbeeldingen van sultans



Miniatuur van de Ottomaanse jurist en geleerde Ebussuad Efendi (1490 – 1574) in zijn bibliotheek

=================

Bekend gebleven is de uitspraak van de Geuzen ‘Liever Turks dan Paaps; gebruikt tijdens de Nederlandse Opstand tegen de rooms-katholieke Spaanse overheersing eind 16e eeuw. Ofschoon de Turken een reputatie van wreedheid hadden, lieten ze godsdienstige tolerantie toe binnen hun heerschappijen, terwijl de Koning van Spanje het Protestantse geloof niet toeliet.

Geuzenpenning met opschrift ‘Liever turcx dan paus’

Anoniem vers uit 1789 ‘Paus en Sultan’

Nog een anoniem vers uit vermoedelijk 18e eeuw: ‘Noch Paus, noch Sultan’.