Tags

,

EEN SPEURTOCHT NAAR GEROOFDE KUNSTSCHATTEN UIT BOSBEEK

Orpheus Clock

Vooromslag van Engelstalige uitgave ‘The Orpheus Clock’+ portret van auteur Simon Goodman, kleinzoon van Fritz Gutmann

Enkele maanden geleden verscheen in de Verenigde Staten een publicatie ‘The Orpheus Clock’, geschreven door Simon Goodman, kleinzoon van de Joodse bankier Fritz Gutmann. Laatstgenoemde persoon beschikte over een schriftelijke toezegging, gedateerd 13 juni 1942, van Heinrich Himmler dat zijn familie ongemoeid zou worden gelaten. Op 26 mei 1943 werd echter het echtpaar vanuit Bosbeek door twee SS-officieren opgehaald en in Den Haag op de trein gezet. De bedoeling was via Berlijn op weg naar familie in Florence. In plaats daarvan is hij met zijn echtgenote naar het concentratiekamp Theresiënstadt vervoerd.  Na hardhandige ondervragingen is Gutmann daar letterlijk doodgeknuppeld, omdat hij het vertikte een handtekening te zetten om ‘vrijwillig’ de door hem beheerde familiecollectie aan de nazi’s – bestemd voor Goering en het te stichten Führer-museum in Linz – over te dragen. Zijn echtgenote is vervolgens naar Auschwitz overgebracht en aldaar vermoord.

‘De wolven namen alles mee’

wolven

Vooromslag van Nederlandse vertaling: ‘De wolven namen alles mee’ door Simon Goodman; vertaald door Paul Heijman. Meulenhoff, 2015. ISBN 978-9-290-9111-4   28 euro. Op de foto, in het midden zittend vader Eugen Gutmann, links staande zoon Fritz Gutmann

Van het Engelstalige boek is thans een Nederlandse vertaling verschenen bij uitgeverij Meulenhoff onder de titel ‘De wolven namens alles mee’, waarbij in de letter o een hakenkruis is afgedrukt. Met de wolven worden uiteraard de nazi’s bedoeld. In het boek staat een foto uit 1952 waarbij de zoon Bernard, die in Cambridge kunstgeschiedenis studeerde en daarmee de oorlog overleefde, met diens 2 zonen Nick en Simon [de familienaam was intussen gewijzigd van Gutmann in Goodman], gefotografeerd bij het beeld van Venus en Cupido, met als onderschriften, ‘één van de zeldzame beelden die de nazi’s niet hadden meegenomen’.  Zoals bekend staat deze 18e eeuwse sculptuur tegenwoordig in de tuin van het raadhuis. Het omvangrijke boek bestaat eigenlijk uit twee twee delen. Te beginnen met de voorgeschiedenis van het geslacht. De vader van Fritz Gutmann Eugen was oprichter en directeur van de Dresdner Bank, die uitgroeide tot de op 1 na grootste bank van Duitsland. Het vervolgdeel gaat over de ruim 20 jaar dat kleinzoon Simon Goodman vanuit zijn woonplaats Los Angeles bezig is geweest talrijke door de Duitse bezetters in beslag genomen kunstvoorwerpen, in musea in o.a. Nederland, Duitsland, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten als wettelijke erfgenamen  terug te krijgen. Daarmee begon hij intensief nadat zijn vader (in 1994 in Venetië overleden), dat al die tijd zonder succes had geprobeerd. De zuster Van Bernard, Lili Collas Gutmann, was voor de oorlog met een Italiaan getrouwd en intussen 96 jaar woont zij nog steeds in Florence. Zij heeft in de afgelopen decennia verscheidene malen Heemstede en Bosbeek bezocht, waar zij zoals ze me zei in de vooroorlogse jaren de gelukkigste tijd van haar leven heeft meegemaakt. Op Bosbeek waren 12 personeelsleden in dienst van de familie die voor zover niet in de omgeving wonend op zolder sliepen. Voorts zijn aan de Glipperweg 2 dienstwoningen gebouwd voor o.a. de chauffeur en beschikte men over 2 limousines. Aan dat welhaast vorstelijke leven kwam met de bezetting van Nederland door de nazi’s een abrupt einde.

huwelijjk

Huwelijksfoto van Fritz Gutmann en baronesse Louise von Landau

Geïnterneerd, vermogend en ten slotte omgebracht

Fritz Gutmann, in 1886 te Berlijn geboren, bevond zich 1914 in Engeland als directeur van de Dresdner Bank in Londen. Hij werd toen als potentieel gevaarlijke Duitser bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog op het eiland Man geïnterneerd. In 1918 werd hij als krijgsgevangene met Nederland uitgewisseld en toen verenigd met zijn echtgenote Louise, baronesse von Landau en hun in 1914 geboren zoon Bernard, te Noordwijk. In Amsterdam begon Gutmann met de uit Duitsland uitgeweken Ernst Proehl, een bankinstelling, financieel ondersteund door de Dresdner Bank. In 1919 is de dochter Lili geboren

Bosbeek6

Bosbeek op een foto uit 1924 toen Gutmann het landgoed in Heemstede aankocht.

Bernard

Bernard en Lili Vera Gutmann met hun honden in de tuin van Bosbeek

Vijf jaar daarna kocht Fritz Gutmann het landgoed Bosbeek van papierfabrikant Pieter Schmidt van Gelder die naar Zwitserland was vertrokken. Hij begon in navolging van zijn vader en oudere broer Herbert oude kunst en antiek te verzamelen. In Heemstede beheerde hij tevens de kostbare collectie zilveren voorwerpen uit de Middeleeuwen en Renaissance van zijn vader, waarvoor de nazi’s bijzondere belangstelling toonden. Gutmann die voor zijn werk ook veel reisde in Europa kocht schilderijen aan van o.a. Frans Hals het portret van Massa), Albert Cuyp, Willem van der Velde, Cranach, Holbein, Memling, Botticelli, Guardi en andere oude meesters. Tevens heeft hij Franse impressionisten aangekocht van Degas en Renoir. Verder antiek meubilair, Meissen-porselein en tapisserieën. Met het oog op de anti-Joodse maatregelen in Duitslands bracht hij al in 1939 een aantal werken onder bij een uitgeweken Joodse kunsthandelaar in Parijs, Paul Graabe. Toen de Duitsers 10 mei 1940 Nederland bezetten kwamen Duitse nazi-kunsthandelaren naar Bosbeek, zoals Fritz Haberstock, die voor het in Linz te stichten Führer-museum oude kunst verwierf, maar als hem dat uitkwam ook voor ‘verzamelaar’ Hermann Goering werkte evenals voor zichzelf en Hildebrand Gurlitt. Bij een zoon van laatstgenoemde zijn in 2012 ongeveer 1500 schilderijen in diens appartement in München ontdekt die in de nazitijd zijn geroofd en achtergehouden. Geld naar Gutmann zou worden overgemaakt naar een rekening waarop hij evenwel als jood geen aanspraak kon maken.

Scan1296

Eén van de topstukken uit de vergulde zilvercollectie van Eugen en Fritz Gutmann: de beker vervaardigd door Johannes Lencker, Augsburg 1626-1630

Moeizame speurtocht

Stuck

Schilderij ‘Sensualiteit’ van Franz von Stuck. Was eigendom van Gutmann en is teruggegeven aan de erven. In december 2010 geveld bij Christie’s [geschatte waarde 31.000 – 47.000 dollar] voor 246.883 dollar

Botticelli

Botticelli, 1484, portret van een jongeman in een rood gewaad. Uit collectie Fritz Gutmann, thans in Denver Art Museum, USA

=============================================================

HIERONYMUS BOSCH: VERZOEKING VAN DE HEILIGE ANTONIUS

Bosch2

Middenstuk van triptiek ‘De verzoeking van de heilige Antonius’ door Hiëtonymus Bosch In 1926 door Fritz Gutmann verworven via een Spaanse edelman in Madrid. Het was één van de topstukken op Bosbeek en is tentoongesteld in het Frans Hals Museum (1926) en Museum Boymans Rotterdam (1936) en in 1939 tijdens de wereldtentoonstelling in New York. Het drieluik uit circa 1501 bevindt zich tegenwoordig in de National Gallery of Canada in Ottawa. Andere versies bevinden zich in het Museum voor Oude Kunst te Lissabon, Portugal, het MASP, Sao Paula (Brazilië), Museum Nelson-Atkins in Kansas City, USA en het Prado-museum in Madrid.

PScan1645

Passages over ‘de verzoeking van St. Antonius door Hiëonymus Bosch, uit: Simon Goodman, De wolven namen alles mee, pagina 100.

Scan1647

Vervolg Simon Goodman, pagina 101

Citaat uit: Menno ter Braak, Verzameld Werk, deel 4, over ‘De verzonken Antonius’, 15 Aug. 1936 naar aanleiding van de aan Hiëronymus Bosch gewijde tentoonstelling in het Museum Boymans te Rotterdam: ‘(…) Maar toch is één Bosch die ik zonder aarzelen de voorkeur geef boven alle andere; dat is de ‘Verzoeking van de  H.Antonius’, afkomstig uit de collectie Gutmann te Heemstede. Deze Antonius heeft met andere kluizenaars van de schilder gemeen, dat hij volkomen geïsoleerd is, zelfs van het begrip medemens, e daarom aan de wereld herinnerd wordt door een circusvertoning van demonen in een sfeer van doodstille, maar tegelijk uiterst reële dreiging. Bosch’ Antoniussen verzetten zich niet met grote gebaren tegen de obsessie, zij zijn veeleer de navel van een behekst heelal, dat tegen hen samenzweert; trouwens, over bijna alle werken van Bosch hangt een klare rust, die voortkomt uit nauwgezette administratie, zelfs van de verschrikkelijke machines; omdat de demonen als een volslagen feit zijn aanvaard, is er tijd vrijgekomen voor deze nauwgezetheid. Daarbij blijft de obsessie even sterk.

Informatie over de heilige Antonius van Egypte, ook aangeduid als Antonius-Abt of Antonius de Grote.  (Heracleopolis Magna, Egypte 251 – Colzimberg, Egypte 356) is een christelijke heilige die bekendstaat als vader van het kloosterleven. Zijn naamdag in de r.k.kerk is 17 januari.  Hij werd geboren als zoon van rijke ouders, die op zijn 20ste jaar overleden. Antonius gaf alle bezittingen aan de armen en trok zich in eenzaamheid terug in de Egyptische woestijn. Later voegden zich andere christenen bij hem en vormden een van de eerste gemeenschappen van monniken in zijn klooster van Sint Antonius. Omdat hij de eerste monnik was die vele volgelingen kreeg wordt hij beschouwd als de vader van het kloosterleven. Bij zou op 105-jarige leeftijd zijn gestorven en volgens zijn eigen instructies in een geheim graf zijn begraven om te voorkomen dat zijn graf een plaats van verering zou worden. Al snel na zijn dood is hij heilig verklaard. Athanasius van Alexandrië schreef een biografie over Antonius. Het gebeente van Antonous zou rond 1070 uit Constantinopel naar Saint-Antoine-l’Abbaye-aux-boix in het Franse departement Isère, Arrondissement Grenoble, zijn overgebracht en vervolgens verloren gegaan, op enkele kleine partikels na. In de middeleeuwen ontstond zijn bijnaam ‘Antonius met het varken’ .Het Antoniuskruis of Tau(-kruis) is een onderscheidingsteken van de Orde van Sint-Antonius, een kruis in T-vorm met daarin een zogenaamd Antoniusklokje, om de hals gedragen aan een koord of keten.  Bekend is verhaal van de ‘Verzoekingen van Sint-Antonius’ Aan Antonius zouden demonen zijn verschenen die poogden hem van het goede pad af te houden. Dit verhaal is een rijke inspiratiebron geweest voor talrijke kunstschilders, vooral Jeroen Bosch en in de 16e eeuw ook Pieter Huys, Jan Wellens de Cock, Jan Mandijn, en in de 17e eeuw o.a. David Teniers, ten slotte in de 20e eeuw: Salvador Dali.  (Wikipedia)

Patinir

Landschap met bekoring van de Heilige Antonius Abt; door Joachim Patinir, circa 1510-1520. Rijksmuseum Amsterdam

verzoeking2

‘Verzoeking van de heilige Antonius’ door Jan Wellens de Cock, 1520

verzoeking3.jpg

Verzoeking van Antonius; door Jan Mandijn (circa 1500-circa 1560), 1530  Frans Hals Museum Haarlem

verzoeking4

Verzoeking van  monnik Antonius; door Maerten de Vos (1531/1532-1603). In bezit van Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen

Vos

De verzoeking van Antonius Abt (detail) in Museum Mayer van den Bergh, Antwerpen

verzoeking1

Verzoeking van de heilige Antonius; door Pieter Huys, 1547

Huys

Pieter Huys. Het leven van de heilige Antonius Abt. Schilderij in Museum Mayer van den Bergh, Antwerpen

Ant1

De verzoeking van de heilige Antonius (uitsnede), toegeschreven aan Pieter Huys (circa 1519-1581). Landesmuseum Mainz

verzoeking6

Verzoeking van Antonius, door David Teniers. Brussel, Kon. Musea voor Schone Kunsten

Teniers

David Teniers. Verzoeking van de H.Antonius, circa 1640-159

verzoeking7

Verzoeking van de heilige Antonius. David Teniers II, 1660

Dali

Verzoeking van de heilige Antonius. Door Salvador Dali, 1946. Aanwezig in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten in Brussel, België

Prado

Jheronymus Bosch of atelier. Verzoeking van de heilige Antonius. Museo del Prado, Madrid, Spanje

Bovenstaand schilderij uit het Prado zou, evenals het werk ‘Keisnijding’ als bruikleen worden tentoongesteld in de grote Bosch-tentoonstelling te ‘s-Hertogenbosch. Naar wordt aangenomen uit onvrede over het feit dat de doeken door het Bosch Research and Conservation Project (BRCP) als niet van Bosch maar atelier Bosch of navolger Bosch worden toegeschreven zijn de doeken niet op transport gesteld naar Den Bosch maar in Madrid gebleven. (Persbericht 16 februari 2016)

detail7

      Detail uit schilderij de verzoeking van Antonius in het Prado museum

Er is een Antonius in het Prado, die ik helaas alleen van afbeeldingen ken; hij zit verstard naast een varken, terwijl nauwgezet de creaturen van Bosch om hem heen ijzige grappen maken. Alles is doodstil, de onbeweeglijke eeuwigheid regeert over dit visioen. ook de Antonius van het meesterstukje in Boymans zit in dezelfde afwachtende gespannenheid; hij is centraal punt, en toch van een dodelijke passiviteit. Dit landschap staat onder een doorzichtige klok van gevaarlijke, tegennatuurlijke onweersdreiging. Er gebeurt niets, al is er een gezelschap gedrochten op de been, op weg om Antonius te omsingelen. Op weg? Men heeft eigenlijk het gevoel, dat zij altijd op deze plaats waren, en dat zij nooit verder zullen komen, maar steeds loerend om de heilige heen zullen zijn; dit is de geest van Kafka, getransponeerd in de schilderkunst. Leeft hij nog, deze Antonius? Er is geen teken, dat hij dood is, maar hij scjijnt tock de tijd verlaten te hebben. Er is een ijzige afstand tussen hem en de gedrochten, maar ook tussen de gedrochten onderling. Karakteristiek voor de diablerie van Bosch: iedere individualiteit bewaart haar zelfstandigheid, al maakt zij deel uit van een collectiviteit. Geen massa-psychose, geen bruine, zwarte en gouden hemden, die de bijzonderheid van het individu pretenderen te vervangen; hier geschiedt iedere handeling in volle vrijheid, en er is vaderlijke en moederlijke zorg besteed aan elk creatuur… Vergiftig licht over deze wereld, die in magische, ordelijke anarchie om Antonius is gelegerd; een gloed van brand boven het huis, magnifiek contrast met de schepte schittering van juwelen beneden, met de harde flitsen blauw en geel, rationalistisch tegen het diepe donker van de achtergrond… Er worden voor de heilige Antonius een aantal ‘nummers’ opgevoerd, boven-natuurlijke circusnummers. Men wilde iets van hem, maar wat? Wil de behekste, verstarde wereld hem overtuigen? Men gelooft het nauwelijks; deze man biedt geen weerstand, hij is diep verzonken in zijn onderbewuste, dat hem ontvangt met technische gruwelen, gruwelijk juist door hun nuchtere onzinnigheid, die echter uit de zakelijkste berekening schijnt voort te komen. Men hijst het zijl op de rug van een padde; uit het bij Bosch zo geliefde ei schiet een boogschutter op windvogels; een ‘tank’ wordt in stelling gebracht. Overal werkt  een geheimzinnige, maar even zakelijke als grillige tactiek; dit offensief tegen de heilige geschiedt door degelijk hocus pocus, is geen dilettantenwerk; maar er is ook geen spoor van doelbewuste leiding, die de individuen samen doet gaan tot een aanval, volgens een plan. Individualisme dus in de hoogste, de doelmatigste vorm; zeer reëel verschil zonder doel, doorgevoerd tot in de bouw der afzonderlijke wezens, die niet eens zouden kunnen samengaan in een “volksfront”, omdat zij ieder van een andere planeet komen. Ook het huis op de achtergrond staat op een eigen planeet; men vermoedt de hel daarin; of misschien wordt in dit huis met de wereldbrand gespeeld, volgens dezelfde stille, dreigende, grillige tactiek van de gedrochten van Antonius? Dit paneeltje resumeert voor mij de gehele Hiëronymus Bosch: zijn aristocratische poëzie in de eerste plaats en ook zijn genie in het groteske….dat eigenlijk niet grotesk is, omdat het de natuurlijke staat is van Bosch’ wereld. Hij heeft, als zijn Antoniussen, in deze wereld geleefd, verzonken maar ook zakelijk. met de nieuwgierigheid van de contructeur, zonder zich te verzetten (…)’.

Gutmann2

The temptation of St. Antonius.  Colleccion: National Gallery of Canada, Ottawa

Provenance:

[In 1923 door Friedländer gesignaleerd bij de Londense kunstkandelaar J.H.J.Mellaart]

Voor 1926 Privéverzameling Spanje [Max Friedländer acquired The Temptation of St.Anthony from a Spanish colleccion (possibly via art dealer Paul Cassirer) [source: Max Friedländer: ‘Die Altniederlädische Malerie. Berlin, Paul Cassirer, 1927, vol.5, page 150].

1926/12 – 1941/07  Friedrich Bernard Eugen Gutmann (1886-1944). Heemstede, The Netherlands, purchased fron a Spanish nobleman. [Fritz Gutmann, youngest son of Eugen Gutmann, the founder of the German ‘Dresdner Bank’, was a German-Jewish banker and well-known art collector. He lived in Holland and obtained Dutch citizenship in 1924. In late 1926, Gutmann lent the painting to an exhibition at the Frans Hals Museum Haarlem (Privately owned Old Maters), FHM, Dec.18, 1926 – Jan.15, 1927. see letter by Nico Vriend, Noord-Hollands Archief, Jan.11, 2008, and again in 1936 to the Boymans Museum at Rotterdam (Jeroen Bosch, Noord-Nederlandsche Primitieven’, Rotterdam, July 10 – October 15, 1936, cat. no.55). Prior to the outbreak of war in 1939 and the occupation of Paris by the Nazis in Hune 1940, Gutmann sent part of his colleccion to art dealers in Paris and New York. In 1942 he informed his daughter Lili Gutmann in a letter that he had shipped the “Bosch” along with other worls from his colleccion yo New York art dealer Frederic A.Stern. Lili’s brother Bernard Goodman received a note from Stern on September 1945: “In October 1938 and prior to September 1939 he [your later father] delivered to me for sale on his behalf five items…” As item no.2″ Stern listed: “1 Pinting: Temptation of St.Anthony by Bosch…during the month of July 1941, item 2 above [the Bosch] was sold for the freed price of 11.000 dollar.(…). The purchaser of the painting was Walter Bareiss. In 1943 Friedrich Gutmann and his wife Louise were deported to Germany. Both perished in the Holocaust.’]

1941/07 – 1964/06/24  Walter Bareiss (1919-2007), New York. USA

1964/06/24 – 1983/12/12  Victor and Jeanne Lynch-Staunton, Nashville, Ontario, and Lavaltrie, Québec, Canada

1983/12/12  National Gallery of Canada, Ottawa, Ontario given in memory of her husband by Jeanne Lynch-Staunton (died 1983).

Kansas

Verzoeking van de H.Antonius. Hiëronymus Bosch.  Museum Nelson-Atkins, Kansas City, USA.

Het schilderij bevond zich jarenlang in het depot, aangezien als gemaakt door een navolger van de Oude Meester. Onderzoekers van het Bosch Research and Conservation Project (BRCP) beschouwen het na onderzoek met behulp van o.a. infraroodfotografie en infraroodreflectografie evenals dendrologisch research van het eikenhout van het paneel als een authentiek werk van Hiëronymus Bosch. Het werk wordt als 24ste aan Bosch toegeschreven schilderijen getoond op de grote Bosch-tentoonstelling in 2016 in het Noordbrabants Museum.  Het paneeltje (38,6 bij 25,1 centimeter)  is volgens de onderzoekers een fragment van een veel groter paneel, aan alle kanten ingekort, mogelijk heeft het deel uitgemaakt van een drieluik. Centraal staat de heilige Antonius, die bekendstaat als stichter van het kloosterleven. Herkenbaar aan een T-vormig kruisje op zijn mantel. In de linkerhand steunt hij op zijn staf en met de rechterhand vult hij een kruik met water.  De heilige wordt bedreigd in zijn aan God gewijde bestaan door merkwaardige gedrochten, die ook op andere werken van Bosch voorkomen. ‘Het schilderij is bij een restauratie in de twintigste eeuw sterk geretoucheerd en overgeschilderd, maar volgens de onderzoekers is de hand van Bosch er toch nog duidelijk in herkenbaar. Volgens hen vertoont het sterke overeenkomsten met de Antonius op het linkerluik van de zogenoemde heremietentriptiek uit de Gallerie dell’Academi in Venetië. Laatstgenoemd werk is vanaf 13 februari 2016 ook in het Noordbrabants museum te zien. Het brwijs dat het schilderij uit Kansas City een echte Bosch is, vonden de onderzoekers vooral in de ondertekeningen. De lijken op de ondertekeningen op andere tonelen van Bosch. De schilder gebruikte een vrij dik penseel met een waterig medium, waarmee hij globaal en zoekend tekende hoe de voorstelling op het paneel terecht moest komen. Die zoekende aanpak is typerend voor Bosch. Hij stond er ook om bekend dat hij later al schilderend opnieuw veranderingen aanbracht in de voorstelling.’ (NRC.nl).   Uit: EXPO Magazine; kunst- en cultuurmagazine van Noord-Holland. Jrg.1, maart 2016.

MMSADB01_000015633_mpeg21_p012_image

                       Bosch-tentoonstelling in Den Bosch met een schilderij van F.B.Gutmann

Bosch2

Falende onbenoembaarheid. Eerst het essay van Cees Nooteboom lezen, adviseert Arjan Peters en dan voorbereid naar Bosch in Den Bosch. Uit: Sir Edmund, de Volkskrant, 12 maart 2016,(onvolledig)

Scan1712

‘Nieuwe Bosch ontdekt’ (Haarlems Dagblad, 2 februari 2016)

 

heremietentriptiek

Heremietentriptiek van Jheronymus Bosch, circa 1493 of later (Dogenpaleis/Galerie dell’Academie, Venetië). Het drieluik stelt drie vroegchristelijke heiligen voor: Antonius (links), Hiëronymus (midden) en Egidius (rechts)

Lisboa

Triptiek van de verzoeking van de heilige Antonius (circa 1500) door Hiëronymus Bosch. Museu Nacional de Arte Antiga, Lisboa, Portugal

detail6

                               detail uit triptiek verzoeking van St.Antonius in museum Lissabon

detail4

                                      Detail uit verzoeking S.Antonius

detail2

Detail St.Antonio, Museu Nacional de Arte Antiga, Lisboa (f.Gustavo Thomas, 2011)

detail3

Detail S.Antonio, Museu Nacional de Arte Antiga, Lisboa (f. Gustavo Thomas, 2011)

buitenpanelen

Buitenpanelen van triptiek: verzoeking van Sint Antonius. Museum Oude Kunst Lissabon

MASP

‘Verzoeking van de heilige Antonius’;  door Hiëronymus Bosch (circa 1495-1500). In: Museu de Arte de Sao Paulo (MASP), Brasil

 

detail

                                                                   Detail  El Bosco, Sao Paulo

Onechte schilderijen van Hiëroymus Bosch in het Rijksmuseum. In de jaren twintig van de vorige eeuw zijn liefst acht schilderijen door het museum in Amsterdam aangekocht, die te boek stonden als werken van de Zuid-Nederlandse kunstenaar. Uit onderzoek naar ouderdom e.d.is nadien gebleken dat alle 8 weken, inclusief ‘Verzoeking van Antonius’ door navolgers van Bosch zijn vervaardigd. Als excuus wordt door rijksmuseumconservator Matthias Uhl  aangevoerd dat de ontwikkelingen ten aanzien van infraroodtechniek, pigmenatieanalyses en houtonderzoek pas in meer recente tijd uitsluitsel kunnen geven.

verzoeking7

Verzoeking van de heilige Antonius de Heremiet. Navolging Jeroen Bosch. Rijksmuseum Amsterdam

detail5Detail van Verzoeking van de heilige Antonius. Rijksmuseum Amsterdam.  Geschonken door Frederik Schmidt-Degener (1881-1941) aan het museum bij gelegenheid van het 50-jarig bestaan in 1935.

navolger

Paneel ‘Verzoeking van de heilige Antonius’. Navolger van Jeroen Bosch, circa 1525-1530. In bezit van Centraal Museum Utrecht

navolger2

‘Verzoeking van de heilige Antonius’ Navolger van Hiëronymus Bosch, circa 1525-1530. In bezit van Staatsgalerie Stuttgart, Duitsland

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

OLYMPUS DIGITAL CAMERA  Verzoeking van de heilige Antonius. Gravure door Hiëronymus Cock naar Pieter Breughel de Oude, geïinspireerd door Jeroen Bosch.  1556.

Bosch1.jpg

Getekend portret van Hiëronymus Bosch van Aken (‘s-Hertogenbosch circa 1450-1516). Door Jacques Le Boucq (1520-1573) naar een onbekende meester. Codex van Arras (Atrecht). Circa 1550 vervaardigd, aldus meer dan 30 jaar na het overlijden van de kunstschilder.

Bosch2

Hiëronymus Bosch van Aken. Portret door Johannes Wierix uit 1572

Bosch3

Standbeeld Hiëronymus Bosch door Auguste Falise in ‘s-Hertogenbosch

Boschhuis

Het pand ‘De Kleine Winst’, tegenwoordig een souvenirwinkel, op de Markt in Den Bosch was woonhuis en atelier van Jeroen Bosch

Bosch

Drie boeken gewijd aan Jheronymus Bosch 500, uitgegeven door Van Tilt in Nijmegen.

=========================================================

Na de bevrijding moest de zoon Bernard eerst kunnen aantonen dat zijn ouders waren omgekomen. In 1950 heeft hij met zijn zuster het buiten Bosbeek  voor ongeveer 2 ton verkocht aan de Sint Hieronymus  Aemilianusstichting, een religieuze zustercongregatie die hier een rust- en verpleeghuis begonnen. De teruggave van verloren kunstschatten in ons land via de Stichting Nederlands Kunstbezit leidde tot niets, omdat de SNK verkopen als ‘vrijwillig’ aanmerkte. De speurtocht naar verdwenen eigendommen is voornamelijk door zoon Simon, vanuit zijn woonplaats Los Angeles voortvarend, zij het aanvankelijk met vele teleurstellingen, maar uiteindelijk succesvol, voortgezet. Daarbij juridisch ondersteund door dure advocaten. Het begon met een schilderij van Degas ‘De Perenboom’ dat bij Sotheby’s in New York ter veiling werd aangeboden en een werk van Auguste Renoir, dat door een schatrijke ondernemer in Chicago in 1987 voor bijna een miljoen dollar bij een kunsthandel in New York was gekocht zonder de precieze herkomst te kennen. Een geluk bij alle ongeluk is geweest dat ook de nazi’s van alle geroofde kunstwerken inventarislijsten hebben vervaardigd, op basis waarvan bij het terugvinden van schilderijen e.d. gebruik kon worden gemaakt. Simon Goodman schrijft in zijn boek: ‘Wat ik weet na het bestuderen van honderden nazidocumenten betreffende Gutmann-verzameling (documenten met handtekeningen van advocaten, Duitse ambtenaren en nazi-handelaren) is dat ik nergens Fritz’ recht om te verkopen heb kunnen vinden.’

Scan1365

Voorzijde van Christie’s veilingcatalogus: Property from the Gutmann Collection, 2003.

Duizenden kunstvoorwerpen waaronder ook veel Bosbeek-objecten bleken in 1945 door nazi-bonzen te zijn geconfisqueerd en zijn in  Nederland of elders teruggekeerd Omdat de Joodse eigenaren veelal niet meer in leven waren zijn deze als Nederlands Kunstbezit (NK) voor het Instituut Kunstbeheer Nederland geregistreerd en verdeeld over het Rijksmuseum, het Catharijne Convent en andere museale instellingen. Simon Goodman is eerst in de Getty-bibliotheek alle beschikbare kunstboeken en catalogi gaan raadplegen en is vervolgens gaan reizen naar talrijke landen om de verdwenen kunst terug te vinden en voor de erfgenamen te claimen. In Nederland liep dat aanvankelijk moeizaam maar uiteindelijk zijn dankzij de in het leven geroepen

pieta

Een door de nazi’s geroofde middeleeuwse piëta wordt door Amerikaanse soldaten in een wagen geplaatst om naar Nederland te worden overgebracht. Berchtesgaden, 1945. Het bevindt zich na teruggave aan de erven en aankoop tegenwoordig in het Catharijne Convent te Utrecht.

Restitutiecommissie april 2002 233 stukken uit de oorspronkelijke Guttmann-collectie aan de nazaten teruggegeven. Een overigens nog niet definitieve lijst is aan het slot van het boek opgenomen. Op in 2002 en 2003 gehouden veilingen bij Christie’s in Amsterdam en Londen bedroeg de opbrengst enige miljoenen euro’s. Het Rijksmuseum kocht voor ruim 1,5 miljoen euro een afgestaan zilveren Renaissance drinkbeker uit de collectie van Gutmann terug. Eind mei/begin juni 1943 hebben familieleden gewacht op het echtpaar Gutmann op het station van Milaan, zoals was toegezegd. Maar in plaats van Italië hebben de nazi’s het paar naar Theresiënstadt vervoerd. Zogenaamd voor de buitenwereld een modelkamp. Daar is Gutmann op 1 mei 1944 met knuppels doodgeslagen, omdat hij bleef weigeren de eigendomsrechten van de zilver- en goudcollectie  over te dragen. De om zijn sadistische parktijken beruchte kapo Spielmann zou volgens een ooggetuige daarna nog een ijzerdraad om zijn hals hebben gedraaid. De afgenomen gouden manchetknopen kon hij behouden, en in een broekzak vond hij nog een paspoort met vrijgeleide naar Italië, ondertekend door de Duce  Mussolini. Later is deze Spielmann bij zijn meerderen in ongenade gevallen en na een geheim beraad is besloten hem naar Auschwitz over te brengen. Daar aangekomen werd hij herkend door gevangenen die eerder in Theresiënstad vast hadden gezeten. Zij hebben hem vervolgens gezamenlijk na langzame folteringen gedood.

collas

Mevrouw Lili Collas Gutmann, intussen de 95 jarige leeftijd gepasseerd, is sinds 1938 woonachtig in Florence,  is na de Bevrijding nog een aantal keren op Bosbeek in Heemstede geweest. O.a. in 1994 toen ook het raadhuis en burgemeester N.H.van den Broek-Laman Trip en de Heemsteedse bibliotheek zijn bezocht.

‘Aardige dame uit Heemstede’

Op pagina 271 lezen we in het boek: ‘Op een roerend moment kocht een aardige dame uit Heemstede een Delfts Blauw bord als aandenken aan Bosbeek in betere tijden. Lili leek geroerd door dit gebaar, maar verder onderging ze het allemaal stoïcijns. Het moet moeilijk zijn geweest nogmaals afscheid te moeten nemen van al die prachtige spullen. Maar de veiling was een groot succes’.  Lili Collas Gutmann heeft voor zichzelf als een herinnering aan haar fantastische jeugd in Heemstede de schetsen van Jacob de Wit voor de 18e eeuwse plafondschildering behouden, die haar vader ooit bij een antiquair had gevonden. De plafondschildering met een voorstelling van Bacchus en Ceres dateert uit 1751 en werd in opdracht van de Amsterdamse burgemeester G.A.Hasselaer speciaal voor Bosbeek vervaardigd. Daar prijkt het doek nog altijd het plafond in de salon. Een grisaille ofwel ‘witje’  van Jacob de Wit, is in 1954 – helaas – door de zusters verkocht en bevindt zich tegenwoordig in het Drents museum te Assen. Het is door de Erven Goodman teruggevraagd, welke claim echter door de Restitutiecommissie is afgewezen en dit kunstwerk mag in Assen blijven.

HT-Grisaille11091906

Foto van het paneel (grisaille) van Jacob de Wit in Drents Museum. Allegorie op de herfst, in 1751 vervaardigd in opdracht van burgemeester Hasselaer voor Bosbeek. Bevond zich tijdens WO 11 in de kelder waar het na aankoop van Bosbeek door de zusters van de Voorzieningheid in een slechte toestand werd aangetroffen. In overleg met dr.A.F.Lunsingh Scheurleer, rijksinspecteur voor roerende (kunst)goederen, is het kunstwerk de Nederlandse Staat gegeven en ten slotte in 1964 voor  80 gulden  verkocht aan het Provinciaal Museum in Assen waar de grisaille zich momenteel bevindt.

Het omvangrijke boek leest als een spannende detective en geeft een goed beeld van een jarenlange zoektocht naar de geroofde kunstverzameling van Bosbeek, waarbij ook andere collecties van Joodse kunsthandelaren en verzamelaars aan de orde komen. Zoals van Goudstikker, Mannheimer, de broer van Fritz Gutmann: Herbert en van de Haarlemse bankier Frans Koenigs [grotendeels door de Russen als oorlogsbuit meegenomen naar Rusland en daar opgeborgen in het Poesjkin museum]. Het geïllustreerde boek telt 368 pagina, kost 28 euro en is in de boekhandel verkrijgbaar.

Hans Krol

Recensie van het boek ’ De wolven namen alles mee’ verschijnt tevens in de Heemsteder van 9 en 16 december 2015

Voor uitvoeriger informatie en illustraties betreffende Gutmann, Bosbeek en de kunstcollectie, zie:

https://ilibrariana.wordpress.com/2012/04/20/het-lot-van-het-joodse-echtpaar-gutmann-bosbeek/

 

plafondschilderingbosbeek

De plafondschildering van Jacob de Wit: Bacchus en Ceres in de wolken overleefde de oorlogsperiode en is gelukkig in Bosbeek behouden.

CITAAT UIT HET BOEK VAN SIMON GOODMAN, pagina 258: ‘(…) Israel Singer [van het Joods Wereldcongres WJC] belde met de Nederlandse minister-president, Wim Kok. Die was niet alleen bijzonder onbuigzaam, maar hij leek net als veel van zijn voorgangers geen enkel oog te hebben voor hetgeen er tijdens en na de oorlog was gebeurd. Een berucht voorbeeld van hoever Kok ernaast zat, is zijn optreden voor de Israëlische radio waar hij verklaarde: “De Nederlanders zijn nooit verantwoordelijk geweest voor het wangedrag van de Duitsers in Nederland tijdens de oorlog.” Ik denk dat de beelden die Anne Frank in haar dagboek schetst van goede Nederlanders die proberen arme Joden te laten onderduiken wijd en zijd geaccepteerd zijn. In werkelijkheid is een derde van alle in Nederland ondergedoken Joden aan de Duitsers verraden En dan hebben we het maar niet over de ongeveer vijfenveertig duizend Nederlanders die vrijwillig deelnamen in de Waffen-SS’ [overigens van ongeveer 23.000 Nedelandse vrijwilligers bekend, bron Edwin Meinsma, 2000 H.K.].